CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 201563747 - Toelichting en regels bestemmingsplan.pdf

Raadsavond 5 juli 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Helhoek ong. (naast Helhoek 17)19.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Waterschap Rijn en IJssel beschrijft in het Waterbeheerplan 2016-2021 het beleid voor alle taakgebieden van het waterschap. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak het waterschap deze doelen wil bereiken. Het waterschap heeft de "Handreiking Waterparagraaf voor bestemmingsplannen" (versie januari 2012) ontworpen waarmee kan worden bepaald voor welke plannen en in welke mate het waterschap betrokken dient te worden bij het opstellen van een waterparagraaf. Bij plannen met een verhard oppervlak kleiner dan 500 m² in de nieuwe situatie hoeft geen berging gerealiseerd te worden. Bij plannen met een toename van het verhard oppervlak meer dan 500 m² dient rekening gehouden te worden met een maatgevende bui van 40 mm per uur. Hiervoor kan de volgende berekening worden gehanteerd, waarin de factor 0,04 m een maatgevende bui van 40 mm per uur vertegenwoordigt:

28

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Benodigde compensatie (in m³) = Toename verhard oppervlak (in m²) * 0,04 Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De watertoets bestaat uit twee onderdelen:  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Planspecifiek Watertoetstabel Aan de hand van de handleiding van het waterschap is het aspect water in het voorliggende plan meegenomen. In de volgende tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten voor het bestemmingsplan relevant zijn. Thema

Toetsvraag

Veiligheid

Relevant

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een 1. Nee waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Nee 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? Riolering en 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m³/ 1. Nee afvalwaterketen uur? 2. Nee 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Nee 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? Wateroverlast 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met 1. Nee (oppervlaktewater) meer dan 2.500 m²? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met 2. Ja meer dan 500 m²? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard 3. Nee oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag 4. Nee gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Oppervlaktewaterkwalit 1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op 1. Ja eit oppervlaktewater geloosd? Grondwateroverlast 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen 1. Nee in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 2. Nee 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere 3. Nee wateren? 4. Nee 4. Beoogt het plan aanleg van drainage? Grondwaterkwaliteit 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een 1. Nee

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Intensitei t* 2 2

2 1 1

2 1 1 1 1 1 1 1 1

1

29

Inrichting en beheer

Volksgezondheid

Natte natuur

Verdroging Recreatie

Cultuurhistorie

drinkwateronttrekking? 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in 1. ja eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? 2. Nee 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit 1. Nee het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het 2. Nee plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 1. Nee 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 2. Nee 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor 3. Nee natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? 4. Nee 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? 1. Nee 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of 1. Nee gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied 1. Nee aanwezig?

1 2 1 1

2 2 1 1 1 2

1

Verhard oppervlak In de bestaande situatie is geen verharding aanwezig binnen het plangebied. In de toekomstige situatie zal er nieuwe verharding toegevoegd gaan worden door de woning (max 175 m²), het bijgebouw (max 75 m²), een oprit (schatting ca 600 m²) en buitenverharding rondom de woning (bijvoorbeeld een terras). Het totale verharde oppervlak in de toekomstige situatie wordt geschat op ca maximaal 850 m². Mogelijk kan deze toename naar beneden worden bijgesteld door gebruik te maken van halfverharding, bijvoorbeeld voor de oprit. De maximaal te realiseren waterberging zal op basis van voorgaande inschatting uitkomen op maximaal 34 m³ (Benodigde compensatie (in m³) = Toename verhard oppervlak [850] (in m²) * 0,04). Te realiseren waterberging Bij de aanvraag van de vergunning voor het bouwen is pas bekend hoeveel verhard oppervlakte er gerealiseerd wordt. Mede daarom betreft de in deze paragraaf berekende waterberging een schatting, op basis waarvan geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan met betrekking tot water uitvoerbaar is. Voor het afvoeren van overtollig hemelwater in de toekomstige situatie zijn er voldoende mogelijkheden. Daarvoor kan worden gedacht aan een afvoer van hemelwater naar de bestaande watergang parallel aan de Helhoek of de aanleg van infiltratievoorzieningen binnen het eigen perceel.

Vanwege deze mogelijkheden voldoet het plan aan het gemeentelijk waterbeleid en wordt het bestemmingsplan op het punt van waterberging uitvoerbaar geacht. De concrete uitwerking van de waterberging wordt opgenomen bij de definitieve aanvraag van de omgevingsvergunning. Overige waterhuishoudkundige aspecten Ter plaatse van het plangebied liggen geen beschermingszones van watergangen over gebieden die in het kader van water bescherming genieten. Tijdens de bouw van de woning zullen geen uitloogbare materialen worden gebruikt. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect water.

30

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Om te kunnen bepalen of er mogelijk negatieve effecten optreden vanuit het aspect ecologie is een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd, zie bijlage 5. De belangrijkste conclusies zijn verwerkt in voorliggende paragraaf. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een beschermd natuurgebied. Het plangebied ligt op ca. 2,3 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, het gebied 'Rijntakken'. Gezien de ruime afstand tot het Natura 2000gebied en de aard en omvang van het initiatief, is in de quickscan de conclusie opgenomen dat negatieve externe effecten op Natura 2000-gebieden vanuit de deelaspecten licht, trilling, (stik)stof en geluid tijdens zowel de aanlegfase als gebruiksfase op voorhand worden uitgesloten.

Volledigheidshalve kan voor het deelaspect stikstofdepositie worden opgemerkt dat voor een vergelijkbaar bestemmingsplan 'Engsestraat 22, Duiven' uit november 2020 een AERIUS-berekening is uitgevoerd voor de ontwikkeling van twee nieuwe vrijstaande woningen op 2,4 km afstand tot Natura 2000-gebied 'Rijntakken'.

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

31

Het plan aan de Engsestraat 22 is in veel opzichten vergelijkbaar met en op onderdelen omvangrijker dan voorliggend plan. Ook daar is het plangebied ten noorden (zelfde windrichting) en op dezelfde afstand tot het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' gelegen. In het AERIUS-model van de Engsestraat is de ingebruikname van 2 nieuwe vrijstaande woningen doorberekend. In het AERIUS-model voor de Engsestraat is uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij met twee keer zoveel verkeersbewegingen is gerekend als mag worden verwacht op basis van de verkeerscijfers van het CROW. Voor de gebruiksfase leidt het plan aan de Engsestraat daarmee voor beduidend meer stikstofuitstoot dan bij voorliggend plan mag worden verwacht (één woning i.p.v. twee woningen). In de stikstofberekening aan de Engsestraat is geconcludeerd dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden gedurende de gebruiksfase niet toeneemt met meer dan 0,00 mol/ha/j. Die conclusie wordt daarmee representatief geacht voor voorliggend initiatief. Voorliggend plan heeft geen negatief effect vanuit gebiedsbescherming. Soortenbescherming Het plangebied heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden zal de algemene zorgplicht zoals bedoeld in de Wnb in acht worden genomen. Voorliggend plan heeft geen negatief effect vanuit soortenbescherming.

Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect ecologie.

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plan voorziet in één nieuwe vrijstaande woning aan de Helhoek. Als gevolg van dit initiatief zullen de verkeersbewegingen van en naar het gebied zeer beperkt toenemen. De Helhoek heeft voldoende capaciteit om deze verkeersbewegingen te verwerken. Wat betreft parkeren dient te worden voldaan aan de parkeernormen van de Parkeernormennota (2018) van de gemeente Duiven. Deze parkeernormen zijn afgeleid van de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers. Voor een grote niet-gestapelde woning in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,4, afgerond 3 parkeerplaatsen per woning. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om binnen eigen terrein in totaal drie parkeerplaatsen te realiseren. Daarmee wordt voldaan aan het gemeentelijke uitgangspunten om binnen eigen terrein voldoende parkeergelegenheid beschikbaar te stellen. In de regels van dit plan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe woning slechts kan worden verleend als is aangetoond dat in de toekomstige situatie voldoende parkeerplaatsen conform de gemeentelijke parkeernorm binnen eigen terrein worden aangelegd. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer.

32

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen panden van cultuurhistorische waarde aanwezig. Ter plaatse van het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap'. Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van de in het gebied aanwezige aardkundige waarden, openheid en het verkavelingspatroon. Het plangebied ligt in het bouwlint langs de Helhoek, waar nieuwe bebouwing past in het landschap. Met dit initiatief worden de zichtlijnen in het gebied niet verstoord, waardoor de landschapswaarden beschermd blijven. De dubbelbestemming 'Waarde Landschap' wordt in voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Archeologie Het gebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Lage archeologische verwachting'.

Binnen deze dubbelbestemming is voor de bouw van bouwwerken groter dan 10.000 m 2 een archeologisch onderzoek noodzakelijk, om de aanwezige archeologische waarden in de bodem vast te stellen. Als gevolg van de bouw van de woning vinden er geen bodemwerkzaamheden plaats binnen een gebied groter dan 10.000 m 2. Een archeologisch onderzoek is voor dit initiatief niet nodig. In het voorliggende bestemmingsplan wordt deze dubbelbestemming overgenomen, om de bescherming van de mogelijke archeologische waarden in de bodem ook in de toekomst te verzekeren. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect cultuurhistorie en archeologie.

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

33

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluiten. Het aspect planschade maakt onderdeel uit van de anterieure overeenkomst. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen.

De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

34

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Agrarisch De bestaande bestemming 'Agrarisch' blijft voor de meest westelijke gronden van het plangebied behouden. Tuin Deze bestemming wordt opgenomen ter plaatse van de gronden tussen de Helhoek en de nieuwe woning. Op deze gronden mogen geen gebouwen gerealiseerd worden, met uitzondering van een erker van het hoofdgebouw. Wonen -1 Deze bestemming ligt op de gronden ter plaatse van en achter de woning. De nieuwe woning is toegestaan ter plaatse van de bouwaanduiding 'vrijstaand'. Daarbinnen is één vrijstaande woning met een maximaal oppervlak van 175 m² en een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6- en 9 m toegetaan.

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

35

Verder worden de bestaande dubbelbestemming 'Waarde - Lage archeologische verwachting' en 'Waarde Landschap' overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

36

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de resultaten van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro opgenomen.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

Voor dit plan wordt geen formele inspraakprocedure georganiseerd. De initiatiefnemer stelt omwonenden persoonlijk op de hoogte van het initiatief. Het bestemmingsplan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd.

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van zes weken, van donderdag 24 maart 2022 tot en met woensdag 4 mei 2022, voor eenieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen op het bestemmingsplan ingediend.

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

37

38

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Bijlagen bij de toelichting

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

39

40

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

41

42

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Bijlage 2

Geluidcontourenkaart A15 en spoorlijn

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

43

44

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

45

46

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Bijlage 4

Advies VGGM

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

47

48

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Bijlage 5

Quickscan Flora en Fauna

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

49

50

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Regels

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

51

52

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Helhoek ong. (naast Helhoek 17) met identificatienummer NL.IMRO.0226.BPBUITENGEBIED027-VS01 van de gemeente Duiven; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in een (gedeelte van) een woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend uitsluitend door de gebruik(st)er, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6 aan huis verbonden bedrijf een bedrijf dat in een (gedeelte van) een woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, uitsluitend door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is; 1.7 achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar

openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.8 afhankelijke woonruimte een onzelfstandige, permanent vanuit de woning toegankelijke, woonruimte in een deel van een woning, waarin een gedeelte van de huishouding is gehuisvest uit een oogpunt van mantelzorg, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.9 ander-werk een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid; 1.10 archeologische verwachtingswaarde de aan een gebied toegekende verwachting in verband me de kans op het voorkomen van archeologische relicten;

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

53

1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bestaand a. bij bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; 1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bijbehorende bouwwerken uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.16 bodemingreep grondwerkzaamheden, waartoe onder meer worden gerekend: a. het afgraven van grond waaronder ook wordt begrepen het verwijderen van bestaande funderingen en het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, c. het verlagen van het waterpeil; d.

het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van hei- en / of boorwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen van bos of boomgaard, of het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen van nieuwe en / of het vervangen en / of uitbreiden van bestaande (ondergrondse) transport-, energie-, riool- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.19 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder, met dien verstande dat volieresystemen niet als meerdere bouwlagen worden beschouwd;

54

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

1.20 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24 dagrecreatie activiteiten gericht op ontspanning in de vrije tijd zoals sport en spel, natuurbeleving, amusement en uitstapjes, die uitsluitend plaatsvinden binnen een tijdsbestek van een dag, zonder overnachting en waartoe tevens kleinschalige horeca-activiteiten worden gerekend; 1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, dit met uitzondering van internetverkoop; 1.26 dienstverlening het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek; 1.27 eerste bouwlaag de bouwlaag

op de begane grond; 1.28 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.29 evenementen incidenteel, kortstondig gebruik van gronden of gebouwen t.b.v. evenementen zoals rommelmarkten, antiek-, huishoud-, en computerbeurzen, tentoonstellingen, bedrijvencontactdagen, toernooien, feesten e.d., mits men in het bezit is van een evenementenvergunning:  Categorie 1: een evenement, met onversterkte (straat)muziek, achtergrondmuziek en beperkte spreekinstallaties;  Categorie 2: een evenement, met spreekinstallaties, versterkte (live) muziek, orkest, taptoe, etc., het maximaal aantal bezoekers is afhankelijk van de locatie;  Categorie 3: een evenement zoals popconcerten, live optredens en muziekprogramma's van radio en TVomroepen, etc., het maximaal aantal bezoekers is afhankelijk van de locatie;

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

55

1.30 extensief recreatief medegebruik recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte; 1.31 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.33 gebruiksoppervlak de oppervlakte die mag worden gebruikt ten behoeve van (een) nader in de regels omschreven functie(s); indien binnen een gebouw meerdere bouwlagen worden gebruikt ten behoeve van die functie(s), dan wordt deze oppervlakte berekend door de oppervlaktes van de verschillende bouwlagen op te tellen; 1.34 hoofdactiviteit Een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt; 1.35 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.36 kunstwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.37 mantelzorg het bieden van zorg in een afhankelijke

woonruimte aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak; 1.38 nevenactiviteiten één of meerderde activiteiten ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel (gezamenlijke) omvang (in oppervlakte) als de effecten op het woon- en leefklimaat; 1.39 normaal onderhoud, gebruik en beheer werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen; hieronder vallen niet de incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde; 1.40 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

56

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

1.41 paardenbak een in de open lucht gelegen al dan niet omheind terrein, eventueel voorzien van lichtmasten, dat is ingericht of kennelijk is ingericht voor het uitsluitend of in hoofdzaak gebruiken ten behoeve van het berijden van paarden; 1.42 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.43 peil a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het (afgewerkte) terrein ter hoogte van die hoofdtoegang; c.

indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land; 1.44 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.45 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.46 verblijfsobject de kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is. Eén verblijfsobject is gelijk aan één woning; 1.47 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw; gebouwen welke met meer dan één zijde naar de weg gekeerd zijn hebben meerdere voorgevels; 1.48 vrijstaand een woning in een afzonderlijk gebouw, niet verbonden aan andere woningen.

In een woning met de aanduiding 'vrijstaand' is maximaal 1 verblijfsobject met woonfunctie toegestaan; 1.49 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Een woning is gelijk aan een verblijfsobject.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van de regels wordt als volgt gemeten:

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

57

2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, bij een windturbine is de hoogte de ashoogte; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5 de horizontale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; 2.6 de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping; 2.7 ondergeschikte bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen,

schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt; 2.8 relatie Daar waar op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvlak respectievelijk één bouwvlak.

58

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Agrarisch" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf of grondgebonden veehouderij, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'akkerbouw' uitsluitend een akkerbouwbedrijf is toegestaan; b. hobbymatige weidegang; c. agrarisch natuurbeheer; d. extensief recreatief medegebruik met bijbehorende wegen en (fiets-)paden; e. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; f. de bestaande nutsvoorzieningen; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van erf- en perceelafscheidingen zijn toegestaan, met een bouwhoogte van maximaal 2 meter. 3.3 Afwijken van de gebruiksregels 3.3.1 Kleinschalig kamperen buiten het bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het toestaan van een kleinschalig kampeerterrein buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. het kleinschalig kampeerterrein wordt gerealiseerd direct aansluitend aan een bestemmingsvlak met de bestemming "Wonen - 1"; b.

voor zover gerealiseerd direct aansluitend aan een bestemmingsvlak met de bestemming "Wonen - 1" zijn maximaal 10 kampeerplaatsen met bijbehorende sanitaire voorzieningen toegestaan, waarbij trekkershutten niet zijn toegestaan, met dien verstande dat de sanitaire voorzieningen binnen de bestemming Wonen - 1 moeten worden gerealiseerd; c. alleen binnen de periode van 15 maart tot 31 oktober kampeermiddelen op het terrein aanwezig mogen zijn; d. stacaravans niet zijn toegestaan; e. er dient te worden voorzien in een gebiedseigen landschappelijke inpassing. 3.3.2 Paardenbakken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor de inrichting en het gebruik van gronden voor een paardenbak, met dien verstande dat: a. het is toegestaan een paardenbak die wordt gerealiseerd ten behoeve van een woning binnen de bestemming ''Wonen - 1'', te situeren op gronden met de bestemming ''Agrarisch'' direct grenzend aan het bestemmingsvlak met de bestemming ''Wonen - 1''; b. aangetoond moet worden dat binnen die bestemmingsvlakken geen reële mogelijkheden zijn voor het geheel of gedeeltelijk realiseren van een paardenbak; c. de oppervlakte maximaal 800 m² bedraagt;

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

59

d. e. f.

g. h. i.

60

er per woning maximaal één paardenbak mag worden gerealiseerd, tenzij deze wordt gerealiseerd t.b.v. een bedrijfsmatige paardenfokkerij; de paardenbak niet wordt gesitueerd op gronden voorzien van de bestemming Waarde-Landschap; rondom de paardenbak maximaal 4 lichtmasten mogen worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. de afstand van de lichtmasten tot gronden met de bestemming Natuur minimaal 100 meter bedraagt; 2. de bouwhoogte maximaal 6 meter bedraagt; de bouwhoogte van terreinafscheidingen rondom de paardenbak maximaal 1,75 meter bedraagt; de belangen van gebruikers dan wel eigenaren van aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad; indien de paardenbak buiten het bouwvlak wordt gesitueerd, dient de paardenbak te worden voorzien van een gebiedseigen landschappelijke inpassing.

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Artikel 4

Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Uitsluitend uitbouwen in de vorm van erkers bij de hoofdgebouwen van de op de aangrenzende gronden gelegen woningen mogen worden gebouwd, mits: a. de horizontale diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; b. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden minimaal 2,5 meter bedraagt; c. voor zover de erker wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 2/3 van de breedte van die gevel bedraagt; d. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter. 4.2.2 Bouwhoogte van gebouwen, geen gebouw zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 meter; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 meter; c. speelvoorzieningen 3 meter; d. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 meter. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Bijbehorende bouwwerken a.

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken behorend bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, mits: 1. het bepaalde in artikel 5.2.2 onder b met betrekking tot de oppervlakte van toepassing is; 2. de goothoogte maximaal 3 meter bedraagt dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter; 3. de bouwhoogte maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw - 1 meter bedraagt, waarbij geldt dat de bouwhoogte in ieder geval 3 m mag bedragen en maximaal 6 meter. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 sub a kan slechts worden verleend, mits: 1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 5

Wonen - 1

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Wonen - 1" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. één vrijstaande woning ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand', b. aan huis verbonden beroepen; c. mantelzorg; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

61

5.2 Bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. goothoogte is maximaal 3 meter; b. bouwhoogte is maximaal 9 meter; c. oppervlakte is maximaal 175 m2. 5.2.2 bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd vanaf 5 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande, dat bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers tot vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits: 1. de horizontale diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden minimaal 2,5 meter bedraagt; 3. voor zover de erker wordt gebouwd tegen de voorgevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 2/3 van de breedte van die gevel bedraagt; 4. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter; b. gezamenlijke oppervlakte per hoofdgebouw maximaal: 1. 75 m2 dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt dan 75 m2; 2. als de bouwmogelijkheden voor het hoofdgebouw o.g.v. artikel 5.2.1, sub c niet volledig is benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken, zonder dat dit ten koste gaat van de onder artikel 5.2.2, sub b, onder 1 genoemde oppervlaktenorm; c.

goothoogte maximaal 3 meter dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter; d. bouwhoogte maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw verminderd met 1 meter, waarbij geldt dat de bouwhoogte in ieder geval 3 meter mag bedragen en maximaal 6 meter. 5.2.3 Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 meter; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 meter; c. speelvoorzieningen 3 meter; d. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 meter. 5.2.4 Herbouw van hoofdgebouwen Herbouw van een hoofdgebouw is slechts toegestaan op de bestaande locatie binnen het bestemmingsvlak. 5.3 Afwijken van de gebruiksregels 5.3.1 Nevenactiviteiten Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 voor de uitoefening van een aan de woonfunctie ondergeschikte nevenactiviteit, met dien verstande dat: a. uitsluitend de volgende nevenactiviteiten kunnen worden toegelaten: 1. stalling van caravans, kampeerauto's en daarmee gelijk te stellen recreatieve vervoermiddelen; 2.

langdurige opslag van goederen met uitzondering van opslag van gevaarlijke stoffen, ontplofbare stoffen, bestrijdingsmiddelen, afvalstoffen en stoffen die geurhinder kunnen veroorzaken;

62

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

3.

b.

c. d.

e. f. g. h. i. j.

kleinschalige recreatieve/toeristische activiteiten die gericht zijn op de stalling en verhuur van vervoersmiddelen ten behoeve van recreatie medegebruik gericht op de beleving van agrarische activiteiten of natuur- en landschapswaarden, zoals een paardenstalling of fiets-, kano-, paarden- en huifkarrenverhuur; 4. kleinschalige extensieve dagrecreatieve activiteiten gericht op de beleving van agrarische activiteiten, natuur- en landschapswaarden, kunst en cultuur, zoals cursusruimte voor ambachten, galerie/ potterie, binnenspeeltuin of museum voor oude werktuigen; 5. kleinschalige binnenactiviteiten die gericht zijn op de uitoefening van persoonlijke/dierlijke verzorging, zoals een kapper, pedicure, schoonheidsspecialist of hondentrimmer; 6. dagopvang voor ouderen/kinderen/gehandicapten van maximaal 15 personen waarbij ook buitenactiviteiten zijn toegestaan gericht op de beleving van agrarische bezigheden; 7.

recreatief verblijf in de vorm van een beperkte groeps- of pensionaccommodatie (maximaal 15 personen), zoals boerenkamers of een trekkershut; tenzij in artikel 5.3.1 sub a anders is aangegeven kunnen de nevenactiviteiten uitsluitend worden toegestaan in aanwezige gebouwen, uitgezonderd kassen, waarbij (vervangende) nieuwbouw niet is toegestaan; voorts mag de bedrijfsvloeroppervlakte van de nevenactiviteiten maximaal 350 m2 bedragen; in afwijking van het bepaalde in artikel 5.3.1 sub c geldt een maximale maat van 60 m2 indien het nevenactiviteiten betreft in de vorm van kleinschalige binnenactiviteiten die gericht zijn op de uitoefening van persoonlijke/dierlijke verzorging; de belangen van in de omgeving gelegen functies niet onevenredig worden geschaad; er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het (leef)milieu en het landschap in de omgeving; er geen onevenredige verkeersaantrekkende werking optreedt; parkeren op eigen terrein wordt gerealiseerd; buitenopslag is niet toegestaan; detailhandel, met uitzondering van ter plaatse vervaardigde producten, is niet toegestaan; er dient te worden voorzien in een gebiedseigen landschappelijke inpassing.

5.3.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Gronden en bouwwerken mogen overeenkomstig de in lid 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden nadat het plan onherroepelijk is geworden het nieuwe woonerf en de tuin van de nieuwe woning worden ingericht volgens de inrichtingsprincipes uit de handleiding erfinrichting zoals opgenomen in bijlage 1.

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

63

Artikel 6

Waarde - Lage archeologische verwachting

6.1 Waarde - lage archeologische verwachting De voor ‘Waarde - Lage archeologische verwachting’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 10.000 m², een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde artikel 6.2 sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, indien de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden meer dan 10.000 m2 bedraagt: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,50 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakte- verhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,50 m onder het maaiveld.

6.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 6.4.3 Toelaatbaarheid a. De in artikel 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen

64

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

b.

c.

onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

65

Artikel 7

Waarde -

Landschap

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, instandhouding en versterking van de aardkundige waarden, openheid en het verkavelingspatroon. 7.2 Specifieke gebruiksregels 7.2.1 Voorwaarden omgevingsvergunning of wijzigingsbevoegdheid In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen dient alvorens een besluit kan worden genomen tot het verlenen van de daar opgenomen afwijking- en wijzigingsbevoegdheden te worden aangetoond dat er geen sprake is van een significante aantasting van wezenlijke landschappelijke kenmerken of waarden van het gebied. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het beplanten van gronden met hoogopgaande beplanting; b. het beplanten van gronden met houtgewassen, ter plaatse van de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet reeds met houtgewassen waren beplant; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het afgraven of ophogen van gronden.

7.3.2 Toegestane werkzaamheden Het in artikel 7.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op: a. werken en werkzaamheden welke het normale onderhoud betreffen; b. werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; c. werken en werkzaamheden welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 7.3.3 Voorwaarden voor verlening omgevingsvergunning De in artikel 7.3.1 vermelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de aanwezige aardkundige waarden, openheid en het verkavelingspatroon in het gebied.

66

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

Hoofdstuk 3 Artikel 8 a.

b. c. d. e. f.

g.

Algemene regels Parkeren

Een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan of het bouwen of uitbreiden van een gebouw bedoeld voor wonen of een ander soort verblijf van mensen wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat ten minste wordt of zal worden voldaan aan de gemiddelde parkeernormen, zoals opgenomen in 'Parkeernormennota Duiven', met dien verstande dat het totale aantal benodigde parkeerplaatsen wordt afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal. De gehanteerde afmetingen van een parkeerplaats zijn conform de vigerende beleidsnota parkeren. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a en b: indien het voldoen aan de parkeerbehoefte als gevolg van bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of: voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien; Het onder a bepaalde is niet van toepassing ingeval: een bouwwerk ten gevolge van een calamiteit geheel verloren is gegaan, het gebouw herbouwd wordt met dezelfde functie en omvang, er op gelijke wijze wordt voldaan aan de parkeerbehoefte als voor de calamiteit feitelijk het geval was en de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.

Ten tijden van de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de dan geldende parkeerbeleidsnota.

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10

Algemene bouwregels

10.1 Bestaande afmetingen In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan voor uitsluitend het betreffende bouwwerk. 10.2 Bestaande afstanden In die gevallen dat de bestaande afstand van een bouwwerk tot enige op de verbeelding of in de regels aangegeven lijn dan wel tot een ander bouwwerk, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan voor uitsluitend het betreffende bouwwerk.

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

11.1 Algemeen Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in elk geval verstaan:

Helhoek ong. (naast Helhoek 17)

67

a. b. c.

d.

het gebruik van de onbebouwde grond en/of de daarop aanwezige bouwwerken op een wijze of tot een doel in strijd met de in het plan aan de grond gegeven bestemming. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.

11.2 Aan huis verbonden beroep De woning en/of bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroepen met dien verstande dat: a. ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken tot ten hoogste 30 m2 wordt gebruikt voor het aan-huis-verbonden beroep; b. degene die het aan-huis-verbonden beroep uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. door degene die het aan-huis-verbonden beroep uitoefent, kan worden aangetoond dat de uitoefening van het beroep geen extra parkeerruimte vereist binnen het openbaar gebied; d. voorzien is in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; e. er mag geen detailhandel, groothandel of horeca plaatsvinden; f. het aan huis verbonden beroep er niet toe mag leiden dat de gezamenlijke oppervlakte van aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven meer dan 60 m2 bedraagt. 11.3 Mantelzorg Gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning tot ten hoogste 50 m2 wordt gebruikt voor mantelzorg; b.

Plaats vindt in een afhankelijke woonruimte en niet in een vrijstaand bijgebouw; c. De woonruimte ten dienste van mantelzorg niet mag worden afgesplitst; d. Degene die mantelzorg verleent, dient tevens de hoofdbewoner van de woning te zijn; e. Het een (langdurige) tijdelijke situatie betreft; f. Bij beëindiging van de zorgbehoefte (als gevolg van overlijden of verhuizing) of beëindiging van de mantelzorg (de zorgverlener wil of kan mantelzorg niet langer leveren, door bijvoorbeeld hulpbehoevendheid of overlijden), zal de betreffende woonruimte niet meer als zodanig worden gebruikt. Het geheel dient door de hoofdbewoner in gebruik te worden genomen.

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

12.1 Algemene afwijkingen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=ee6ed2e2-a8b0-43f7-8473-65a2f502fc26