CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

21. Ruimte voor economische activiteit tot 2030.pdf

Politieke Avond 16 februari 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: bijlagen bij beantwoording vragen PvdA d.d. 9 februari29.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Vanaf 2014 nam de productie vanaf een zeer laag niveau in hoog tempo toe en behoorde de bouw tot de snelst groeiende bedrijfstakken van Nederland. Toch is in 2017 het niveau van vlak voor de crisis nog niet behaald. De structurele ontwikkeling van de nieuwbouw van woningen kan goed worden verklaard door de huishoudensgroei en de vervangingsvraag (sloop van woningen). Hiernaast zorgt een toename van de bestedingsruimte en het overheidsbeleid (bijvoorbeeld verbetering van de energieprestaties) tot meer kwaliteitsvraag. Bij de nieuwbouw van utiliteitsgebouwen spelen naast de vervangingsvraag economische groei en de beschikbaarheid van budgetten een belangrijke rol in de ontwikkeling van de nieuwbouwproductie. Voor de bestaande gebouwenvoorraad (woningen en utiliteitsgebouwen) kent zowel de herstel en verbouw als het onderhoud een sterke samenhang met de groei van de gebouwenvoorraad en de ruimte voor extra bestedingen. Bij onderhoud zijn de ontwikkelingen relatief bescheiden ten opzichte van de herstel en verbouw. Bij infrastructuur worden de ontwikkelingen sterk bepaald door de beschikbaarheid van budgetten. In perioden met sterke economische groei nemen de budgetten doorgaans toe, terwijl in perioden met lage groei of krimp vaak bezuinigd moet worden. Afname werkgelegenheid bouwnijverheid Ook de werkgelegenheid is in lijn met de productie sterk conjunctuurgevoelig.

In perioden met hoge groei groeit de werkgelegenheid, terwijl in perioden met een beperkte groei of krimp de werkgelegenheid afneemt. Over de gehele periode 1996-2017 is de werkgelegenheid in de bouw met 0,4% gedaald. Tijdens deze periode heeft er een sterke verschuiving plaatsgevonden van werknemers naar zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). In figuur 2.12 wordt de feitelijke ontwikkeling de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak bouwnijverheid weergegeven.

58

Figuur 2.12

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak bouwnijverheid, feitelijke ontwikkeling, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 19952017 Toegevoegde waarde

34.000

32.000

30.000

28.000

26.000

24.000

22.000 1995

1997

1999

2001

2003

2005

2007

2009

2011

2013

2015

2017

2009

2011

2013

2015

2017

Productie

Werkgelegenheid 540

520

500

480

460

440

420 1995

1997

1999

2001

2003

2005

2007

Werkgelegenheid

Bron: CBS, EIB

59

Prognose tot 2030 Voor de raming van de toekomstige ontwikkeling maken wij gebruik van ons eigen gedetailleerde ramingsinstrumentarium. Voor de periode tot 2023 worden de gehanteerde algemene uitgangspunten als variant op onze eigen basisraming gezet. Voor de periode na 2023 worden deze veronderstellingen als uitgangspunt voor de verdere structurele ontwikkeling genomen. Bouwnijverheid groeit door De verwachting is dat groei van de toegevoegde waarde van de bouwnijverheid als gevolg van aanhoudende economisch groei aanvankelijk nog sterk zal doorzetten. Wel zal gedurende de periode tot 2030 door een afvlakkende huishoudensgroei en een gematigdere economische groei de groei van de bouwproductie sterk afvlakken. De verduurzaming van gebouwen en infrastructuur levert wel een extra impuls aan de bouwproductie. In het behoedzame scenario zal door een relatief lagere groei van de economie de toegevoegde waarde jaarlijks met gemiddeld 1,5% toenemen. In het gunstige scenario, waar de economie sneller groeit, kan de toegevoegde waarde jaarlijks met gemiddeld 2,4% toenemen. In beide scenario’s is verondersteld dat de groei van de toevoegde waarde in de bouwnijverheid in de toekomst zal worden gestimuleerd door de verduurzamingsopgave in de gebouwde omgeving.

Werkgelegenheid bouwnijverheid herstelt zich De werkgelegenheid in de bouwnijverheid zal in lijn met de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de periode 2018-2030 verder toenemen. In het behoedzame scenario groeit de werkgelegenheid jaarlijks gemiddeld met 0,7%. In het gunstige scenario is weliswaar sprake van een sterkere groei van de toegevoegde waarde, maar dit wordt goeddeels gecompenseerd door meer arbeidsbesparende maatregelen zoals standaardisering en digitalisering. De werkgelegenheid in het gunstige scenario neemt hierdoor jaarlijks gemiddeld met 0,9% toe. Verduurzaming stimuleert groei bouwnijverheid De bouwnijverheid in Nederland is geen CO2-intesieve bedrijfstak en zal daarom sterk worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. De bouwnijverheid speelt een belangrijke rol in de verduurzamingsopgave voor de gebouwde omgeving. Het verduurzamen van woningen en andere gebouwen zal veel extra opdrachten opleveren voor de bouw. De verwachting is daarom dat de toegevoegde waarde in de bouw in de toekomst zal worden gestimuleerd door de verduurzamingsopgave.

Tabel 2.15

Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030

Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Bron: CBS, EIB

60

Historisch

Behoedzaam

Gunstig

0,7 -0,4 1,1

1,5 0,7 0,8

2,4 0,9 1,5

2.2.13 Detailhandel en horeca Bedrijfstakstructuur Detailhandel grootste onderdeel detailhandel en horeca De bedrijfstak detailhandel en horeca levert finale goederen en diensten aan consumenten en bedrijven. De bedrijfstak had in 2017 een toegevoegde waarde van € 45 miljard en had daarmee een aandeel van 7% in de totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie. De bedrijfstak kenmerkt zich door een groot aantal lokale vestigingen van uiteenlopende bedrijven. Het grootste onderdeel van deze bedrijfstak is de detailhandel. Onder de detailhandel valt ook de steeds groter wordende e-commerce. Andere onderdelen binnen deze bedrijfstak zijn de horeca en autohandel en reparatie. Hoge arbeidsintensiteit detailhandel en horeca De bedrijfstak detailhandel en horeca bood in 2017 voor 895 duizend arbeidsjaren aan werkgelegenheid. Het grootste deel van deze werkgelegenheid is toe te schrijven aan het onderdeel detailhandel. De detailhandel en horeca kent in vergelijking met andere bedrijfstakken een hoge arbeidsintensiteit. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 50.000. Ontwikkeling in de periode 1995-2017 Gematigde groei detailhandel en horeca In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde van de detailhandel en horeca met gemiddeld 1,4% per jaar toegenomen.

De ontwikkeling van de bedrijfstak is sterk gerelateerd aan de ontwikkeling van de consumentenuitgaven in deze periode. In het eerste deel (19952001) en het laatste deel (2013-2017) van de periode nam de toegevoegde waarde van de bedrijfstak sterk toe als gevolg van aanhoudende groei van de economie en de consumentenuitgaven. In periodes van economische recessie waarin de consumentenuitgaven afnamen, zoals na 2001 en 2008, nam het volume van de toegevoegde waarde af. Uit regressieanalyses blijkt dat de ontwikkeling van het consumptievolume een goede verklaring biedt voor de ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de detailhandel en horeca. Trendmatige groei werkgelegenheid De ontwikkeling van het arbeidsvolume sluit in deze bedrijfstak goed aan bij de ontwikkeling van de toegevoegde waarde. In de periode 1995-2017 is het arbeidsvolume jaarlijks gemiddeld met 0,7% toegenomen. In dezelfde periode is er maar een beperkte toename van de arbeidsproductiviteit geweest in de bedrijfstak detailhandel en horeca. Regressieanalyses tonen aan dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de detailhandel en horeca de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume goed kan verklaren. In figuur 2.13 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak detailhandel en horeca weergegeven.

61

Figuur 2.13

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak detailhandel en horeca, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde

48.000 46.000 44.000 42.000 40.000 38.000 36.000 34.000 32.000 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Productie

2007

2009

2011

2013

2015

2017

Simulatie

Werkgelegenheid 910 890 870 850 830 810 790 770 750 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Werkgelegenheid

Bron: CBS, EIB

62

2007

2009 Simulatie

2011

2013

2015

2017

Prognose tot 2030 Detailhandel en horeca vertoont een beheerste groei De toegevoegde waarde van de bedrijfstak detailhandel en horeca zal in de periode 2018-2030 blijven toenemen. Deze groei wordt mogelijk gemaakt door een groeiende economie, stijgende inkomens en daarmee samenhangende consumentenuitgaven. In het behoedzame scenario is de groei van de economie en de consumentenuitgaven relatief beperkt. Als gevolg hiervan zal het volume van de toegevoegde waarde van de detailhandel en horeca gemiddeld met 0,3% per jaar toenemen. In het gunstige scenario zullen de economie en het consumptievolume ieder jaar in een hoger tempo groeien en als gevolg hiervan neemt de toegevoegde waarde gemiddeld met 1,6% per jaar toe. Beperkte toename werkgelegenheid De werkgelegenheid in de detailhandel en horeca zal in de periode 2018-2030 blijven toenemen. Echter zal deze groei lager zijn dan die we in het verleden hebben gezien. De ontwikkeling van het arbeidsaanbod speelt hierin een belangrijke beperkende factor. In het behoedzame scenario neemt als gevolg van een beperkte groei van de productie het arbeidsvolume jaarlijks gemiddeld met 0,3% toe. In het gunstige scenario is de groei van de toegevoegde waarde hoger, maar ook in dit scenario zal de werkgelegenheid minder snel groeien dan in het verleden. In het gunstige scenario groeit het arbeidsvolume ieder jaar gemiddeld met 0,6%.

Beperkt arbeidsaanbod stimuleert investeringen in arbeidsproductiviteit Het arbeidsaanbod in de detailhandel en horeca zal in de toekomst beperkingen opleveren voor de groei van de werkgelegenheid. De verwachting is daarom dat er sterker zal worden geïnvesteerd in arbeidsbesparende maatregelen. Ontwikkelingen op het gebied van e-commerce en digitalisering bieden hiertoe kansen. Toch zal een sterke groei van de arbeidsproductiviteit door het type activiteiten in deze bedrijfstak niet mogelijk zijn. In het behoedzame scenario zullen door een relatief beperkte groei van de economie arbeidsbesparende maatregelen uitblijven. In het gunstige scenario wordt een arbeidsproductiviteitsgroei van gemiddeld 1,0% per jaar gerealiseerd. Verduurzaming weinig invloed op detailhandel en horeca De detailhandel en horeca is geen CO2-intensieve bedrijfstak en zal daarom nauwelijks worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. De trend naar verduurzaming stimuleert de vraag naar duurzame en biologische producten en kan daarom invloed hebben op het assortiment van de detailhandel en horeca. De verwachting is echter niet dat deze trend invloed zal hebben op het productievolume en/of de werkgelegenheid in de bedrijfstak.

Tabel 2.16

Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030

Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit

Historisch

Behoedzaam

Gunstig

1,4 0,7 0,7

0,3 0,3 0,0

1,6 0,6 1,0

Bron: CBS, EIB

63

2.2.14 Vervoer Bedrijfstakstructuur Transport over land grootste onderdeel vervoer De bedrijfstak vervoer omvat alle economische activiteiten die te maken hebben met het vervoeren van personen en goederen over land, water en door de lucht. Hierbij kan worden gedacht aan het openbaar vervoer, vrachtwagentransport, zee en binnenvaart en de luchtvaart, maar ook de post- en pakketdiensten vallen onder deze bedrijfstak. De toegevoegde waarde van de Nederlandse vervoersector bedroeg in 2017 € 20,2 miljard en was daarmee goed voor 3% van de totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie. Verreweg het grootste onderdeel van de bedrijfstak vervoer is het transport over land. Gemiddelde arbeidsproductiviteit vervoer De bedrijfstak vervoer bood in 2017 voor 248 duizend manjaren aan werkgelegenheid en had daarmee een aandeel van 3% in de totale werkgelegenheid in Nederland. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 81 duizend. Hiermee ligt de arbeidsproductiviteit van de bedrijfstak iets onder de gemiddelde arbeidsproductiviteit van de Nederlandse economie. Ontwikkeling en simulatie in de periode 1995-2017 Structurele groei toegevoegde waarde vervoer In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde van de bedrijfstak vervoer jaarlijks met gemiddeld 1,4% toegenomen.

Deze groei hangt samen met de ontwikkeling van het wereldhandelsvolume en de Nederlandse economie in deze periode. Vooral in de eerste jaren van de periode groeide de toegevoegde waarde in een hoog tempo. Deze sterke groei werd onderbroken door de economische recessie van 2001 maar werd hervat vanaf 2003. In 2008 was er weer een scherpe afname waarneembaar als gevolg van de wereldwijde economische recessie. In de jaren hierna herstelde de toegevoegde waarde van de bedrijfstak zich, maar bleef schommelen rond het niveau van € 20,2 miljard. In het laatste jaar nam de toegevoegde waarde weer sterker toe. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde zich goed laat verklaren door de ontwikkelingen van het relevante wereldhandelsvolume en het bruto binnenlands product in deze periode Werkgelegenheid geleidelijk afgenomen Ondanks de groei van de toegevoegde waarde is de werkgelegenheid in de bedrijfstak vervoer in de periode 1995-2017 jaarlijks met gemiddeld 0,2% afgenomen. In het begin van de periode nam de werkgelegenheid nog sterk toe onder invloed van een sterke productiegroei. Vanaf 2001 nam de werkgelegenheid af als gevolg van een daling van de toegevoegde waarde. Maar ook in de jaren erna, wanneer de toegevoegde waarde sterk groeide, nam de werkgelegenheid af.

In deze periode werden in de bedrijfstak veel arbeidsbesparende maatregelen geïntroduceerd. Vanaf 2014 nam de werkgelegenheid weer toe. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de structurele ontwikkeling van de werkgelegenheid goed kan verklaren. De pieken en dalen ingegeven door conjuncturele invloeden kunnen echter minder goed worden verklaard. In figuur 2.14 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak vervoer weergegeven.

64

Figuur 2.14

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak vervoer, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde

22.000 21.000 20.000 19.000 18.000 17.000 16.000 15.000 14.000 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Productie

2007

2009

2011

2013

2015

2017

Simulatie

Werkgelegenheid 290 285 280 275 270 265 260 255 250 245 240 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Werkgelegenheid

2007

2009

2011

2013

2015

2017

Simulatie

Bron: CBS, EIB

65

Prognose tot 2030 Vervoer groeit in een lager tempo door De verwachting is dat bedrijfstak vervoer in de periode 2018-2030 zal blijven doorgroeien, maar in een lager tempo. De economie zal blijven groeien en ook het wereldhandelsvolume blijft toenemen. In het behoedzame scenario zal de toegevoegde waarde van de sector vervoer door een relatief lagere economisch groei, lagere groei van de wereldhandel en de invloed van verduurzaming stabiel blijven rond het niveau van € 20,2 miljard. In het gunstige scenario groeien de economie en de wereldhandel sterker en zal de toegevoegde waarde van de bedrijfstak vervoer jaarlijks gemiddeld met 1,2% toenemen, ondanks de invloed van verduurzamingsmaatregelen. Lichte afname werkgelegenheid Ondanks de verwachte stijging van de toegevoegde waarde zal de werkgelegenheid in de bedrijfstak vervoer ook in de toekomst geleidelijk blijven afnemen. Technologische ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en robotisering zullen in de periode 2018-2030 arbeidsbesparende effecten hebben voor de vervoersector waardoor het arbeidsvolume zal krimpen. In het behoedzame scenario neemt de werkgelegenheid jaarlijks gemiddeld met 0,8% af. In het gunstige scenario zal de werkgelegenheid jaarlijks met gemiddeld 0,5% afnemen.

Verduurzaming remt de groei van de bedrijfstak vervoer De bedrijfstak vervoer is een CO2-intensieve sector en zal daarom worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. Omdat vrachtwagens, schepen en vliegtuigen vooralsnog voornamelijk fossiele brandstoffen verbruiken stoot de sector veel CO2 uit. Verdergaand klimaatbeleid kan daarom leiden tot lastenverzwaringen voor de bedrijfstak, waar de marges al onder druk staan. Om deze reden is de verwachting dat de groei van de toegevoegde waarde van de bedrijfstak vervoer in de periode 2018-2030 door verduurzamingsmaatregelen zal worden geremd

Tabel 2.17

Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030

Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Bron: CBS, EIB

66

Historisch

Behoedzaam

Gunstig

1,4 -0,2 1,6

0,0 -0,8 0,8

1,2 -0,5 1,7

2.2.15 Zakelijke diensten Bedrijfstakstructuur Specialistische dienstverlening grootste onderdeel zakelijke dienstverlening Bedrijven binnen de bedrijfstak zakelijke dienstverlening bieden uiteenlopende diensten aan. Het grootste onderdeel van de zakelijke dienstverlening in termen van toegevoegde waarde is de specialistische dienstverlening. Onder specialistische dienstverlening vallen advocaten, accountancy, architecten, ingenieurs, reclamebureaus, onderzoek en consultancy. Ook een groot onderdeel van de bedrijfstak zakelijke diensten is de financiële dienstverlening zoals banken, verzekeraars en beleggers. Kleinere onderdelen zijn informatie en communicatie, verkoop en verhuur van onroerend goed en de verhuur en overige zakelijke diensten. De toegevoegde waarde van de zakelijke diensten sector bedroeg in 2017 € 222,6 miljard en was daarmee goed voor 34% van het totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie. Gemiddelde arbeidsproductiviteit zakelijke dienstverlening De bedrijfstak zakelijke diensten bood in 2017 voor 2 miljoen manjaren aan werkgelegenheid, en heeft daarmee een aandeel van 28% in de totale werkgelegenheid in Nederland. De arbeidsproductiviteit van de zakelijke dienstverlening ligt met € 111 duizend per arbeidsjaar iets boven de gemiddelde arbeidsproductiviteit van de Nederlandse economie.

Ontwikkeling en simulatie in de periode 1995-2017 Structurele groei toegevoegde waarde zakelijke diensten In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde van de zakelijke diensten jaarlijks met gemiddeld 2,8% toegenomen. Deze sterke groei hangt samen met de algemene groei van de economie en werd ook versterkt door trends zoals outsourcing en verdienstelijking. Zo nam de toegevoegde waarde in de periodes 1995-2001 en 2005-2008 in lijn met de economische groei sterk toe. Tijdens de crisisjaren 2008-2013 stagneerde de groei, maar deze herstelde vanaf 2014 sterk toen de economische groei weer aantrok. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde zich goed laat verklaren door de ontwikkeling van het bruto binnenlands product in deze periode. Werkgelegenheid sterk toegenomen De werkgelegenheid in de zakelijke diensten is in lijn met de groei van de toegevoegde waarde in de periode 1995-2017 jaarlijks gemiddeld met 2,1% toegenomen. De groei van de werkgelegenheid viel net als de groei van de toegevoegde waarde terug in tijden van economische recessie. Dit is in de periode na 2001 sterker het geval geweest dan in de periode na 2008. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de ontwikkeling van de werkgelegenheid redelijk kan verklaren.

In figuur 2.15 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak zakelijke diensten weergegeven.

67

Figuur 2.15

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak zakelijke diensten, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde

250.000

230.000

210.000

190.000

170.000

150.000

130.000

110.000 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Productie

2007

2009

2011

2013

2015

2017

Simulatie

Werkgelegenheid 2.100 2.000 1.900 1.800 1.700 1.600 1.500 1.400 1.300 1.200 1.100 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Werkgelegenheid

Bron: CBS, EIB

68

2007

2009 Simulatie

2011

2013

2015

2017

Prognose tot 2030 Zakelijke dienstverlening groeit in een lager tempo door De verwachting is dat de zakelijke dienstverlening in de periode 2017-2030 zal blijven doorgroeien, maar in een lager tempo dan in het verleden het geval is geweest. De economie zal in de toekomst minder snel groeien en de verdienstelijking en outsourcing heeft zich voor een groot deel al voltrokken. In het behoedzame scenario zal de toegevoegde waarde van de zakelijke dienstverlening door een relatief lagere economisch groei jaarlijks met gemiddeld 1,6% toenemen. In het gunstige scenario groeit de economie sterker en zal de toegevoegde waarde jaarlijks gemiddeld met 2,5% toenemen. Gematigde groei werkgelegenheid De werkgelegenheid in de zakelijke diensten zal in de periode 2017-2030 blijven toenemen. Het arbeidsvolume zal naar verwachting minder snel groeien dan in het verleden. Het arbeidsaanbod speelt hierin een belangrijke beperkende rol. Aangezien het arbeidsaanbod in de toekomst beperkingen oplevert, zal er naar verwachting sterker worden geïnvesteerd in arbeidsbesparende technieken. Verdergaande toepassingen op het gebied van digitalisering bieden hiertoe kansen. In het behoedzame scenario zal het arbeidsvolume met gemiddeld 0,6% per jaar toenemen. In het gunstige scenario neemt het arbeidsvolume ieder jaar gemiddeld met 0,9% toe.

Verduurzaming beperkte impact op zakelijke dienstverlening De bedrijfstak zakelijke diensten is geen CO2-intensieve sector en zal daarom niet worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. De zakelijke dienstensector zal in de toekomst wel stappen moeten nemen op het gebied van energiebesparing en het gebruik van duurzame energie in de vele kantoorgebouwen. De verwachting is dat deze ontwikkeling geen beperking zal vormen voor de groei van de toegevoegde waarde in deze bedrijfstak.

Tabel 2.18

Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030

Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit

Historisch

Behoedzaam

Gunstig

2,8 2,1 0,7

1,6 0,6 1,0

2,5 0,9 1,6

Bron: CBS, EIB

69

2.2.16 Onderwijs Bedrijfstakstructuur Basisonderwijs heeft hoogste leerlingaantallen Het onderwijs omvat alle activiteiten die te maken hebben met het openbaar en particulier onderwijs. Het gaat hierbij om het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs, universitair onderwijs en ook om cursussen bij rij- en zeilscholen. In termen van leerlingaantallen vormt het basisonderwijs het grootste onderdeel van het onderwijs. Het onderwijs is een omvangrijke bedrijfstak en was met een toegevoegde waardevolume van € 31,1 miljard goed voor 5% van het totale toegevoegde waardevolume van de Nederlandse economie. Lage arbeidsproductiviteit onderwijs De bedrijfstak onderwijs bood in 2017 voor 423 duizend arbeidsjaren aan werkgelegenheid en heeft daarmee een aandeel van 6% procent van de totale werkgelegenheid in Nederland. Het onderwijs kent in vergelijking met andere bedrijfstakken een lage arbeidsproductiviteit. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 73 duizend. Ontwikkeling en simulatie in de periode 1995-2017 Onderwijs structureel gegroeid De ontwikkeling van de toegevoegde waarde van het onderwijs in de periode 1995-2017 kenmerkt zich door een geleidelijke structurele groei. In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde van het onderwijs jaarlijks met gemiddeld 0,6% gegroeid.

Vanaf het begin van de periode tot 2002 nam de toegevoegde waarde in het onderwijs sterk toe. Deze groei hing samen met de sterke groei van het aantal leerlingen in het hoger onderwijs. In de jaren tussen 2002 en 2006 viel de toegevoegde waarde terug als gevolg van bezuinigingen in het onderwijs. Na 2006 groeide de toegevoegde waarde weer geleidelijk door. Doordat de groei van het aantal leerlingen in het hoger onderwijs in deze periode afvlakte, groeide de toegevoegde waarde in een lager tempo dan voor 2002. Deze groei werd bij een afnemende groei van het aantal leerlingen vooral gerealiseerd door extra budgetten die aan het onderwijs ter beschikking werden gesteld. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van het bruto binnenlands product de structurele ontwikkeling van de toegevoegde waarde van het onderwijs goed kan verklaren Werkgelegenheid geleidelijk toegenomen In lijn met de ontwikkeling van de toegevoegde waarde groeit de werkgelegenheid in het onderwijs in de periode 1995-2017 geleidelijk. Het arbeidsvolume nam in deze periode jaarlijks gemiddeld 1,1% toe. De werkgelegenheid is in een sneller tempo gegroeid dan de toegevoegde waarde in deze periode. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume goed kan verklaren.

De pieken in 2003 en 2009 kunnen echter minder goed worden verklaard door de simulatie. In figuur 2.16 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak onderwijs weergegeven.

70

Figuur 2.16

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak onderwijs, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde

31.500 31.000 30.500 30.000 29.500 29.000 28.500 28.000 27.500 27.000 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Productie

2007

2009

2011

2013

2015

2017

Simulatie

Werkgelegenheid 445

425

405

385

365

345

325 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Werkgelegenheid

2007

2009

2011

2013

2015

2017

Simulatie

Bron: CBS, EIB

71

Prognose tot 2030 Onderwijs groeit geleidelijk door Het onderwijs groeit ook in de periode 1995-2017 geleidelijk door. In toekomst zullen de leerlingaantallen teruglopen, maar door de stijging van de kwaliteit van het onderwijs zal de toegevoegde waarde per saldo nog toenemen. In het behoedzame scenario zal de toegevoegde waarde van het onderwijs jaarlijks gemiddeld met 0,3% toenemen. In het gunstige scenario zullen er door de sterkere economische groei meer middelen beschikbaar zijn voor het onderwijs. Als gevolg hiervan zal de toegevoegde waarde in dit scenario jaarlijks met 0,6% kunnen toenemen Beperkte groei werkgelegenheid Als gevolg van een groeiende toegevoegde waarde zal de werkgelegenheid in het onderwijs blijven toenemen. Dit zal echter in een lager tempo zijn dan in het verleden het geval is geweest. Het arbeidsaanbod zal in de toekomst problemen opleveren in het aantrekken van nieuwe werknemers. In het behoedzame scenario zal de relatief lagere groei van de toegevoegde waarde en het beperkte arbeidsaanbod resulteren in een werkgelegenheidsgroei van gemiddeld 0,1% per jaar. In het gunstige scenario zal de werkgelegenheid in het onderwijs jaarlijks gemiddeld met 0,3% toenemen. Verduurzaming beperkt effect op onderwijs Het onderwijs is geen CO2-intensieve sector en zal daarom nauwelijks worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen.

Het onderwijs zal in de toekomst wel stappen moeten nemen op het gebied van energiebesparingen en het gebruik van duurzame energie in de grote hoeveelheid onderwijsgebouwen. De verwachting is dat deze verduurzamingsmaatregelen zullen worden opgevangen door aanvullende budgetten en daarom geen invloed hebben op de ontwikkeling van de toegevoegde waarde.

Tabel 2.19

Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030

Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Bron: CBS, EIB

72

Historisch

Behoedzaam

Gunstig

0,6 1,1 -0,5

0,3 0,1 0,2

0,6 0,3 0,3

2.2.17 Zorg Bedrijfstakstructuur Gezondheidszorg grootste onderdeel zorg De bedrijfstak zorg omvat alle activiteiten die te maken hebben met het verzorgen, genezen of behandelen van mensen. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan ziekenhuizen, zorgklinieken, ouderenzorg en maatschappelijke werken zoals jeugdzorg en verslavingszorg. De zorg is een omvangrijke bedrijfstak en was met een toegevoegde waardevolume van € 58,8 miljard in 2017 goed voor 9% van het totale toegevoegde waardevolume van de Nederlandse economie. Het grootste onderdeel binnen de zorg is de gezondheidszorg. Andere onderdelen die vallen onder de bedrijfstak zorg zijn verzorging en welzijn. Lage arbeidsproductiviteit zorg De bedrijfstak zorg bood in 2017 voor 1,3 miljoen arbeidsjaren aan werkgelegenheid. Het grootste deel van deze werkgelegenheid is toe te schrijven aan de onderdelen verzorging en welzijn. Hierbij kan worden gedacht aan ouderenzorg en thuiszorg. De zorg kent in vergelijking met andere bedrijfstakken een lage arbeidsproductiviteit. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 57.000. Ontwikkeling in de periode 1995-2017 Historisch sterke groei zorg In de periode 1995-2017 is het volume van de toegevoegde waarde van de zorg ieder jaar gemiddeld met 2,4% toegenomen.

Deze sterke groei hangt samen met de technologische ontwikkeling, de toenemende vergrijzing en de daarmee samenhangende zorgbehoefte van de Nederlandse bevolking in deze periode. Aan het begin van de periode nam de toegevoegde waarde van de zorg geleidelijk toe. In 2001 werd het overheidsbeleid van aanbodbeheersing en budgettering in de zorg losgelaten en kwam de focus op vraaggestuurde zorg te liggen om zo wachtlijsten te verkleinen. Door dit beleid nam het volume van de toevoegde waarde in de zorg in de jaren erna in een hoog tempo toe. Het kabinet nam in 2012 beleidsmaatregelen om de groei van de zorgkosten te beperken. Als gevolg van deze maatregelen is de groei van de toegevoegde waarde in de laatste jaren afgevlakt. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de zorg goed te verklaren is vanuit de ontwikkeling van het Nederlands bruto binnenlands product. Sterke trendmatige groei werkgelegenheid De werkgelegenheid in de zorg is in de periode 1995-2017 sterk toegenomen. Het arbeidsvolume nam ieder jaar gemiddeld met 2,3% toe. Daarmee had de zorg het snelst groeide arbeidsvolume van alle bedrijfstakken binnen de Nederlandse economie. De werkgelegenheid in de zorg neemt in het grootste deel van de periode 1995-2017 sterk en constant toe.

Echter vanaf 2012 neemt het arbeidsvolume geleidelijk af als gevolg van beleidsmaatregelen om de toename van de zorgkosten te beperken. In het laatste jaar neemt het arbeidsvolume weer toe. De arbeidsproductiviteit in de zorg is in de periode 1995-2017 nauwelijks toegenomen. Uit regressieanalyses blijkt dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume goed kan verklaren. De sterke groei vanaf 2001 kan door de grote invloed van het overheidsbeleid minder goed worden verklaard uit het bbp. In figuur 2.17 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak zorg weergegeven.

73

Figuur 2.17

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak zorg, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde

64.000

59.000

54.000

49.000

44.000

39.000

34.000

29.000 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Productie

2007

2009

2011

2013

2015

2017

2011

2013

2015

2017

Simulatie

Werkgelegenheid 1.090 1.040 990 940 890 840 790 740 690 640 590 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Werkgelegenheid

Bron: CBS, EIB

74

2007

2009 Simulatie

Prognose tot 2030 Zorg blijft sterk doorgroeien De toegevoegde waarde van de bedrijfstak zorg neemt naar verwachting ook in de periode 20182030 sterk toe. De bevolking, de zorgbehoefte en de kwaliteit van de zorg blijven ook in de toekomst groeien. In het behoedzame scenario zal de toegevoegde waarde van de zorg jaarlijks met gemiddeld 1,4% toenemen. In het gunstige scenario zullen er door de sterkere economische groei meer middelen beschikbaar zijn voor de zorg. Als gevolg hiervan zal de toegevoegde waarde in dit scenario jaarlijks met 2,7% kunnen toenemen. De relatief grote bandbreedte tussen de twee scenario’s hangt samen met de hoge inkomenselasticiteit van de vraag naar zorg. Geleidelijke groei werkgelegenheid zorg De werkgelegenheid in de zorg zal in de periode 2017-2030 blijven toenemen. Het arbeidsvolume zal naar verwachting minder snel groeien dan in het verleden. Het arbeidsaanbod speelt hierin een belangrijke beperkende rol. In het behoedzame scenario zal het arbeidsvolume jaarlijks met gemiddeld 0,9% toenemen. In het gunstige scenario neemt het arbeidsvolume ieder jaar met gemiddeld 1,7% toe. Beperkt arbeidsaanbod stimuleert investeringen in arbeidsproductiviteit Aangezien het arbeidsaanbod in de zorg in de toekomst beperkingen oplevert zal er naar verwachting sterker worden geïnvesteerd in arbeidsbesparende technieken.

Ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld digitalisering en robotisering bieden hiertoe kansen. In het behoedzame scenario zal door een relatief beperkte groei van de economie de arbeidsproductiviteit jaarlijks gemiddeld met 0,5% toenemen. In het gunstige scenario wordt een arbeidsproductiviteitsgroei van gemiddeld 1,0% per jaar gerealiseerd. Verduurzaming weinig invloed zorg De zorg is geen CO2-intensieve bedrijfstak en zal daarom nauwelijks worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. Conform het regeerakkoord zal de zorgsector wel stappen nemen op het gebied van energiebesparingen en het gebruik van duurzame energie in de vele zorggebouwen. De verwachting is dat de benodigde investeringen voor het nemen van deze stappen door budgetten zullen worden opgevangen.

Tabel 2.20

Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030

Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit

Historisch

Behoedzaam

Gunstig

2,4 2,3 0,1

1,4 0,9 0,5

2,7 1,7 1,0

Bron: CBS, EIB

75

2.2.18 Overige quartaire diensten Bedrijfstakstructuur Openbaar bestuur en overheidsdiensten grootste onderdeel overige quartaire diensten De bedrijfstak overige quartaire diensten omvat voornamelijk organisaties en bedrijven die publieke diensten aanbieden. Hieronder vallen het openbaar bestuur en overheidsdiensten, cultuur, sport, recreatie en overige dienstverlening. Het onderdeel openbaar bestuur en overheidsdiensten vormt verreweg het grootste deel van de overige quartaire diensten. De toegevoegde waarde van de Nederlandse overige quartaire diensten bedroeg in 2017 € 59,5 miljard en was daarmee goed voor 9% van de totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie. Overige quartaire diensten gemiddelde arbeidsproductiviteit De bedrijfstak overige quartaire diensten bood in 2017 voor 755 duizend manjaren aan werkgelegenheid en heeft daarmee een aandeel van 10% in de totale werkgelegenheid in Nederland. De overige quartaire diensten is met een toegevoegde waarde van € 78 duizend per arbeidsjaar een bedrijfstak met een arbeidsproductiviteit die net iets onder het gemiddelde van de Nederlandse economie ligt. Ontwikkeling en simulatie in de periode 1995-2017 Overige quartaire diensten structureel gegroeid In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde van de bedrijfstak overige quartaire diensten jaarlijks met gemiddeld 1,3% toegenomen.

Deze groei hangt samen met de consumptiegroei en de bevolkingsgroei. In het begin van de periode groeide de toegevoegde waarde sterk. In 2003 stagneerde de economische groei in Nederland, namen de consumentenuitgaven af en nam het kabinet maatregelen om de overheidsuitgaven te beperken. Deze ontwikkelingen samen zorgden ervoor dat de groei van de toegevoegde waarde van de overige quartaire diensten afvlakte. In de jaren erna herstelde de groei zich tot de economische recessie van 2008. In de periode 2010-2016 nam de toegevoegde waarde jaarlijks af en was er in 2017 voor het eerst weer sprake van groei. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de consumentenuitgaven en groei van de bevolking de ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de overige quartaire diensten goed kunnen verklaren. Werkgelegenheid geleidelijk toegenomen De werkgelegenheid in de overige quartaire diensten is in de periode 1995-2017 jaarlijks met gemiddeld 0,6% gegroeid. De ontwikkeling van de werkgelegenheid lijkt structureel gezien op de ontwikkeling van de toegevoegde waarde maar kent wel sterkere schommelingen. In de periodes waarin de consumentenuitgaven terugvallen en de overheid bezuinigt, neemt de werkgelegenheid sterker af dan de toegevoegde waarde.

Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume redelijk kan verklaren. De pieken en dalen ingegeven door conjuncturele invloeden kunnen echter minder goed worden verklaard. In figuur 2.18 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak overige quartaire diensten weergegeven.

76

Figuur 2.18

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak overige quartaire diensten, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde

62.000 60.000 58.000 56.000 54.000 52.000 50.000 48.000 46.000 44.000 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Productie

2007

2009

2011

2013

2015

2017

Simulatie

Werkgelegenheid 800 780 760 740 720 700 680 660 640 1995

1997

1999

2001

2003

2005

Werkgelegenheid

2007

2009

2011

2013

2015

2017

Simulatie

Bron: CBS, EIB

77

Prognose tot 2030 Bedrijfstak overige quartaire diensten groeit geleidelijk door De bedrijfstak overige quartaire diensten zal in de periode 2018-2030 naar verwachting geleidelijk doorgroeien. Onder invloed van de algemene economische groei zullen de consumentenbestedingen en overheidsuitgaven blijven toenemen. In het behoedzame scenario waar de consumentenbestedingen en overheidsuitgaven relatief beperkt groeien zal de toegevoegde waarde van de overige quartaire diensten jaarlijks gemiddeld met 0,9% toenemen. In het gunstige scenario is de verwachting dat de toegevoegde waarde met gemiddeld 1,7% per jaar groeit. Lichte groei werkgelegenheid Als gevolg van de groeiende toegevoegde waarde zal ook de werkgelegenheid in de bedrijfstak overige quartaire diensten blijven toenemen. In het behoedzame scenario zorgt de relatief lagere groei van de toegevoegde waarde voor een toename van het totale arbeidsvolume van gemiddeld 0,3% per jaar. In het gunstige scenario zal de werkgelegenheid in de overige quartaire diensten jaarlijks gemiddeld met 0,6% toenemen. Verduurzaming beperkt effect op de overige quartaire diensten De overige quartaire diensten is geen CO2-intensieve sector en zal daarom nauwelijks worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen.

De bedrijfstak zal in de toekomst wel stappen moeten nemen op het gebied van energiebesparingen en het gebruik van duurzame energie in de grote hoeveelheid overheidsgebouwen, sportgebouwen en cultuurgebouwen. De verwachting is dat deze verduurzamingsmaatregelen de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de overige quartaire diensten nauwelijks zullen beïnvloeden. Tabel 2.21

Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030

Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Bron: CBS, EIB

78

Historisch

Behoedzaam

Gunstig

1,3 0,6 0,7

0,9 0,3 0,6

1,7 0,6 1,1

2.3

Overkoepelend beeld

Toegevoegde waarde De in de twee scenario’s gehanteerde uitgangspunten uit tabel 2.1 zijn met behulp van de regressieresultaten per bedrijfstak doorgerekend om de structurele ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de periode 2018-2030 in beeld te brengen. De uitkomsten hiervan zijn in tabel 2.22 weergegeven.

Tabel 2.22

Volumeontwikkeling toegevoegde waarde in twee scenario’s, jaarlijkse groeicijfers, 1996-2017 en 2018-2030, in miljoen € en procenten, prijspeil 2017 Niveau 2017

1996-2017

2018-2030 Behoedzaam

Gunstig

Voedings- en genotmiddelen Textiel en kleding Aardoliebasisindustrie Chemische industrie Staalindustrie Scheepsbouw Bouwmaterialenindustrie Metaalelektro Overige industrie Groothandel Opslag en dienstverlening vervoer Bouwnijverheid Detailhandel en horeca Vervoer Zakelijke diensten Onderwijs Zorg Overige quartaire diensten

14.200 1.100 1.500 16.700 9.200 1.300 2.700 21.700 10.900 57.600 11.000 30.300 45.000 20.200 222.700 31.100 58.900 59.600

1,1% -0,7% 2,7% 3,1% 1,2% 1,0% -1,4% 3,3% 0,1% 4,0% 3,3% 0,7% 1,4% 1,4% 2,8% 0,6% 2,4% 1,3%

0,5% -0,6% -1,5% 1,6% -0,5% 0,3% 0,3% 1,2% -0,8% 2,3% 2,1% 1,5% 0,3% 0,0% 1,6% 0,3% 1,4% 0,9%

0,9% 0,8% 0,0% 2,5% 1,1% 1,9% 1,7% 4,3% 0,4% 3,6% 3,2% 2,4% 1,6% 1,2% 2,5% 0,6% 2,7% 1,7%

Totaal

615.800

2,1%

1,3%

2,3%

- Noord - West - Oost - Zuid

51.200 301.700 120.900 142.000

1,7% 2,3% 2,2% 1,7%

0,9% 1,5% 1,1% 1,1%

1,9% 2,5% 2,2% 2,2%

Bron: CBS, EIB

Bedrijfstakken die in de periode 1995-2017 een bovengemiddelde groei realiseerden waren de groothandel (4,0% per jaar), metaalelektro (3,3%), opslag en dienstverlening vervoer (3,3%), chemische industrie (3,1%), zakelijke diensten (2,8%) en de aardoliebasisindustrie (2,7%). Bedrijfstakken die in termen van toegevoegde waarde beduidend minder groeiden waren bouwmaterialen (-1,4%), textiel en kleding (-0,7%), overige industrie (0,1%), onderwijs (0,6%), bouwnijverheid (0,7%), scheepsbouw (1,0%), voedings- en genotmiddelen (1,1%) en staalindustrie (1,2%). De dienstentakken als zorg (2,4%), detailhandel en horeca (1,4%), vervoer (1,4%) en overige quartaire diensten (1,3%) ontwikkelden zich meer in lijn met de totale toegevoegde waarde. De groei in landsdeel West (49% van Nederlandse toegevoegde waarde) en Oost (20%) lagen iets boven het landelijk gemiddelde, terwijl Noord (8%) en Zuid (23%) hier met een groei van 1,7% beduidend onder lagen. De sterkste verschuivingen tussen landsdelen deden zich voor bij de

79

voedings- en genotmiddelenindustrie (van Oost en Zuid naar West), opslag en dienstverlening voor vervoer (van West naar Oost en Zuid), scheepsbouw (van West en Zuid naar Oost), textiel en kleding (van Zuid naar West en Oost) en groothandel (van West naar Oost en Zuid). Per saldo werkten de verschuivingen, samen met het regionale specialisatiepatroon, beperkt door in de regionale groei van de totale toegevoegde waarde. De bedrijfstakken die in het verleden een sterke productiegroei realiseerden zijn ook de sectoren die in de toekomst sterk zullen groeien. Wel zal de groei in de bedrijfstakken aardoliebasis, chemie, staal, vervoer en opslag en dienstverlening voor vervoer worden geremd door hogere kosten als gevolg van verduurzaming, terwijl sectoren als de bouwnijverheid, de bouwmaterialenindustrie en de metaalelektro hiervan gaan profiteren. Alleen voor de aardoliebasisindustrie wordt in tegenstelling tot het verleden geen groei meer voorzien: in het behoedzame scenario krimpt de productie, terwijl in het gunstige scenario de productie stabiliseert. Naast kostenverhogingen werkt hier de vermindering van het fossiele brandstofverbruik sterk door in de afzet.

Outsourcing van activiteiten, dat in het verleden bijdroeg aan de groei van de zakelijke dienstverlening, is voor een belangrijk deel al gerealiseerd, waardoor de groei van de zakelijke dienstverlening het komend decennium relatief iets lager uitvalt. De productiegroei van de overige dienstentakken ligt in lijn met de historische ontwikkeling van deze takken. De totale regionale groei wordt voorts ook bepaald door de groei van het arbeidsaanbod (vooral voor de industrietakken) en de groei van de totale bevolking (vooral voor de dienstentakken). Deze demografische variabele werken door in alle bedrijfstakken in de landsdelen. Werkgelegenheid De resultaten voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid van de 18 bedrijfstakken zijn weergegeven in tabel 2.23. De werkgelegenheidsontwikkeling vertoont een relatie met de groei van de toegevoegde waarde, maar de structurele groei van de productiviteit verschilt per sector. De bedrijfstakken opslag en dienstverlening (2,0% per jaar), zakelijke dienstverlening (2,1%) en zorg (2,3%) zijn de enige drie sectoren die in de periode 1995-2017 een bovengemiddelde groei van de werkgelegenheid lieten zien. In veel bedrijfstakken was ondanks een groei van de toegevoegde waarde sprake van een werkgelegenheidsdaling.

Alleen in de bedrijfstakken groothandel, detailhandel en horeca, onderwijs en overige quartaire diensten was sprake van een beperkte werkgelegenheidsgroei. Vooral in de bedrijfstakken textiel en kleding, aardoliebasis, chemie, metaalelektro en de groothandel was sprake van een relatief sterke verbetering van de arbeidsproductiviteit. De werkgelegenheid zal in de meeste industrietakken en in het vervoer in het komend decennium structureel gaan afnemen. De meeste werkgelegenheidsgroei wordt gerealiseerd in de handel en de overige dienstentakken. Wel zal de groei - mede door een afvlakkende beroepsbevolking - minder sterk zijn dan in het verleden. Een relatief sterkere arbeidsproductiviteitsgroei door relatief meer inzet van arbeidsbesparende technieken is nodig om een sterke economische groei te kunnen realiseren.

80

Tabel 2.23

Ontwikkeling arbeidsvolume in twee scenario’s, jaarlijkse groeicijfers, 19962017 en 2018-2030, in duizend arbeidsjaren en procenten Niveau 2017

1996-2017

2018-2030 Behoedzaam

Gunstig

Voedings- en genotmiddelen Textiel en kleding Aardoliebasisindustrie Chemische industrie Staalindustrie Scheepsbouw Bouwmaterialenindustrie Metaalelektro Overige industrie Groothandel Opslag en dienstverlening vervoer Bouwnijverheid Detailhandel en horeca Vervoer Zakelijke diensten Onderwijs Zorg Overige quartaire diensten

116 15 5 85 103 16 33 143 191 447 87 438 895 248 2.001 423 1.026 755

-0,8% -3,4% -0,8% -0,6% -0,6% -0,5% -2,0% -0,5% -1,2% 0,8% 2,0% -0,4% 0,7% -0,2% 2,1% 1,1% 2,3% 0,6%

-0,8% -1,1% -0,2% -1,1% -0,7% -0,7% -0,4% -0,1% -1,5% 0,3% 0,9% 0,7% 0,3% -0,8% 0,6% 0,1% 0,9% 0,3%

-0,7% -0,7% -0,1% -0,7% -0,5% -0,1% 0,3% 0,3% -1,1% 0,6% 1,5% 0,9% 0,6% -0,5% 0,9% 0,3% 1,7% 0,6%

Totaal

7.027

1,0%

0,3%

0,7%

- Noord - West - Oost - Zuid

620 3.390 1.410 1.607

0,9% 1,1% 1,2% 0,6%

0,0% 0,5% 0,2% 0,1%

0,4% 0,9% 0,6% 0,5%

Bron: CBS, EIB

Arbeidsproductiviteit In tabel 2.24 is arbeidsproductiviteit weergegeven als de toegevoegde waarde per arbeidsjaar. De ontwikkeling van de toegevoegde waarde van een bedrijfstak slaat deels neer in een toename van het arbeidsvolume en voor het overig deel in een toename van de arbeidsproductiviteit. Als de toegevoegde waarde zich sterker ontwikkelt, neemt ook de arbeidsproductiviteit toe.

81

Tabel 2.24

Ontwikkeling arbeidsproductiviteit in twee scenario’s, jaarlijkse groeicijfers, 1996-2017 en 2018-2030, in € per arbeidsjaar en procenten, prijspeil 2017 Niveau 2017

1996-2017

2018-2030 Behoedzaam

Gunstig

Voedings- en genotmiddelen Textiel en kleding Aardoliebasisindustrie Chemische industrie Staalindustrie Scheepsbouw Bouwmaterialenindustrie Metaalelektro Overige industrie Groothandel Opslag en dienstverlening vervoer Bouwnijverheid Detailhandel en horeca Vervoer Zakelijke diensten Onderwijs Zorg Overige quartaire diensten

122.500 74.400 304.600 196.900 89.200 79.100 82.300 151.700 57.100 128.900 126.600 69.100 50.300 81.600 111.300 73.600 57.400 78.900

1,9% 2,7% 3,5% 3,7% 1,8% 1,5% 0,6% 3,8% 1,3% 3,2% 1,3% 1,1% 0,7% 1,6% 0,7% -0,5% 0,1% 0,7%

1,3% 0,5% -1,3% 2,7% 0,2% 1,0% 0,7% 1,3% 0,7% 2,0% 1,2% 0,8% 0,0% 0,8% 1,0% 0,2% 0,5% 0,6%

1,6% 1,5% 0,1% 3,2% 1,6% 2,0% 1,4% 4,0% 1,5% 3,0% 1,7% 1,5% 1,0% 1,7% 1,6% 0,3% 1,0% 1,1%

Totaal

87.600

1,1%

1,0%

1,6%

- Noord - West - Oost - Zuid

82.600 89.000 85.700 88.400

0,8% 1,2% 1,0% 1,1%

0,9% 1,0% 0,9% 1,0%

1,5% 1,6% 1,6% 1,7%

Bron: CBS, EIB

In het gunstige scenario neemt de arbeidsproductiviteit relatief sterker toe door een sterkere technologische ontwikkeling die tot relatief minder arbeidsinzet leidt. Deze draagt ertoe bij dat ook in de arbeidsintensieve dienstentakken ondanks een afvlakkende groei van de beroepsbevolking de toegevoegde waarde sterk kan doorgroeien.

82

3

Ruimtegebruik bedrijventerreinen en kantoren

In het voorgaande hoofdstuk is de toekomstige ontwikkeling van de toegevoegde waarde en werkgelegenheid beschreven van de 18 onderscheiden bedrijfstakken op basis van twee scenario’s met een behoedzame en een gunstige economische ontwikkeling. In dit hoofdstuk wordt op basis van deze ontwikkelingen het bijbehorende ruimtegebruik in beeld gebracht. Eerst wordt in dit hoofdstuk het huidige en het toekomstig ruimtegebruik op formele bedrijventerreinen9 beschreven. Vervolgens wordt dit gedaan voor kantoren. 3.1

Huidig ruimtegebruik op formele bedrijventerreinen

In tabel 3.1 staat het ruimtegebruik van de verschillende bedrijfstakken en het aandeel werkgelegenheid op bedrijventerreinen vermeld.

Tabel 3.1

Ruimtegebruik in 2017 op formele bedrijventerreinen naar totaal oppervlak en aandeel (%) in de totale werkgelegenheid, per bedrijfstak en landsdeel

Ha

Aandeel

Voedings- en genotmiddelen Textiel en kleding Aardoliebasisindustrie Chemische industrie Staalindustrie Scheepsbouw Bouwmaterialenindustrie Metaalelektro Overige industrie Groothandel Opslag en dienstverlening vervoer Bouwnijverheid Detailhandel en horeca Vervoer Zakelijke diensten Onderwijs Zorg Overige quartaire diensten

1.900 385 655 1.365 2.810 400 1.790 2.435 2.515 10.455 3.085 3.735 9.275 3.040 5.945 795 710 2.740

67 54 46 88 82 85 80 91 78 68 53 47 17 60 35 6 7 11

Totaal

54.035

30

- Noord - West - Oost - Zuid

7.345 14.955 13.520 18.215

31 25 34 39

Bron: LISA, IBIS, bewerking door BCI

9

Het ruimtegebruik op zeehaventerreinen viel buiten onze opdracht.

83

Door koppeling van IBIS, BRK en LISA10 is het ruimtegebruik van de 18 bedrijfstakken in 2017 in beeld gebracht. Door middel van de koppeling is per bedrijfstak en landsdeel ook te bepalen welk deel van de totale werkgelegenheid zich bevindt op formele bedrijventerreinen. Uit de tabel valt op te maken dat het ruimtegebruik op formele bedrijventerreinen sterk geconcentreerd is bij een aantal bedrijfstakken. De groothandel kent van alle bedrijfstakken het hoogste ruimtegebruik, gevolgd door de detailhandel en horeca, zakelijke dienstverlening en overige quartaire sectoren. Samen zijn zij goed voor grofweg de helft van het totale ruimtegebruik. Het ruimtegebruik van de industriële takken samen bedraagt ruim 14.000 hectare en is daarmee hoger dan het ruimtegebruik van de groothandel. Het landsdeel Zuid heeft met ruim 18.000 hectare het grootste aandeel in het ruimtegebruik op formele bedrijventerreinen. Het ruimtegebruik op bedrijventerreinen ligt in Noord met ruim 7.000 hectare beduidend lager. De tabel laat ook zien dat bijna een derde van de totale werkgelegenheid van de 18 bedrijfstakken zich bevindt op een formeel bedrijventerrein. Het aandeel van de werkgelegenheid dat zich bevindt op bedrijventerreinen verschilt tussen de landsdelen. In landsdeel Zuid is het aandeel met 39% relatief hoog, in West betreft dit bijna een kwart en is daarmee beduidend lager.

In de landsdelen Noord en Oost is dit ongeveer een derde deel. In figuur 3.1 is de regionale verdeling van het ruimtegebruik op formele bedrijventerreinen voor de bedrijfstakken weergegeven.

Figuur 3.1

Regionale verdeling van het ruimtegebruik op formele bedrijventerreinen voor de 18 bedrijfstakken, 2017

12.000

10.000

8.000

6.000

4.000

2.000

0 VG

TK

AO CH

ST

SB

BM ME

Noord

OI

West

GH OV BO DH Oost

VE

ZD OW ZO OQ

Zuid

Bron: IBIS, BRK, LISA, bewerking BCI

10

Het IBIS beschrijft de contouren van de formele bedrijventerreinen. Door koppeling met het BRK worden de afzonderlijke percelen binnen deze contouren in beeld gebracht. Door deze percelen met LISA te koppelen kan voor op deze percelen gevestigde bedrijven het ruimtegebruik en de werkgelegenheid naar bedrijfstak worden bepaald. Op basis van de informatie van de afzonderlijke percelen kan in principe het totale ruimtegebruik van een bedrijfstak voor een regio worden berekend. Voor een uitgebreide omschrijving van de aanpak wordt verwezen naar bijlage C.

84

Ondanks dat de helft van de toegevoegde waarde in het westen van Nederland wordt gerealiseerd is het aandeel van het westen in het totale ruimtegebruik veel beperkter. Dit komt deels omdat een derde deel van het ruimtegebruik in het westen plaatsvindt op zeehaventerreinen (8.400 ha), die in deze studie buiten beschouwing zijn gelaten. Hiernaast is in het westen het ruimtegebruik op formele bedrijventerreinen intensiever dan in andere landsdelen.

Figuur 3.2

Regionale verdeling van het totale ruimtegebruik op formele bedrijventerreinen en de totale toegevoegde waarde, in procenten, 2017

100 90 80

23 34

70

20

60 50

25

40 30

49 28

20 10

14

8

0 Ruimtegebruik Noord

Toegevoegde waarde West

Oost

Zuid

Bron: IBIS, BRK, LISA, bewerking BCI/EIB

3.2

Toekomstig ruimtegebruik op bedrijventerreinen

In andere studies wordt de ontwikkeling van de ruimtevraag vaak volledig gekoppeld aan de ontwikkeling van de werkgelegenheid van een bedrijfstak. In de dienstentakken liggen de ontwikkelingen van de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde niet ver uiteen, en kan de ontwikkeling van de werkgelegenheid goed worden gebruikt als indicator voor de toekomstige ruimtevraag. Bij de industrietakken, de groothandel, bouwnijverheid en vervoer blijft de werkgelegenheid - zo bleek ook in het vorige hoofdstuk - historisch achter op de ontwikkeling van de toegevoegde waarde of kende deze zelfs een tegengestelde ontwikkeling. Het ruimtegebruik laat zich voor deze bedrijfstakken veel beter verklaren en voorspellen aan de hand van de toegevoegde waarde dan aan de hand van de werkgelegenheid. De verwachting is wel dat niet de volledige groei van de toegevoegde waarde zich vertaalt in extra ruimtevraag. Door verbetering van de ruimteproductiviteit slaat slechts een deel van de groei neer in meer ruimtevraag. In figuur 3.3 wordt de historische ontwikkeling van het ruimtegebruik en de toegevoegde waarde weergegeven. Van een toename van de ruimteproductiviteit was tot de crisis geen sprake. Aanvankelijk volgde het ruimtegebruik de ontwikkeling van de relevante activiteiten en nam zelfs na 2005 nog sterker toe. De ontwikkeling van het ruimtegebruik in 2009 is opmerkelijk.

Terwijl de economische activiteit op bedrijventerreinen sterk terugviel, nam het ruimtegebruik juist sterk toe. Mogelijk spelen hierbij

85

administratieve verstoringen een rol. In de afgelopen vijf jaar is wel sprake van een verbetering van de ruimteproductiviteit. Een kwart van de groei van de (herwogen) toegevoegde waarde sloeg neer in een verbetering van de ruimteproductiviteit.

Figuur 3.3

Ontwikkeling ruimtegebruik bedrijventerreinen en toegevoegde waarde (gewogen naar ruimtegebruik), 1999-2017, hectares en index (1999 = 100)

60.000

150

56.000

140

52.000

130

48.000

120

44.000

110

40.000

100

36.000

90

Ruimtegebruik

Toegevoegde waarde (gewogen naar ruimtegebruik)

Bron: EIB

In het behoedzame scenario sluiten wij aan bij deze recente historische ontwikkeling en gaan we er vanuit dat een kwart van de groei van de economische activiteiten van de nietdienstentakken neerslaat in een verbetering van de ruimteproductiviteit. In het gunstige scenario gaan wij uit van een hogere ruimteproductiviteit, waarbij de helft van de groei van deze bedrijfstakken in een verbetering van de productiviteit neerslaat. Voor de dienstentakken, waar de ontwikkeling van het ruimtegebruik is gekoppeld aan de ontwikkeling van de werkgelegenheid, is verondersteld dat het ruimtegebruik per werknemer in de tijd constant blijft. In de berekening van het toekomstige ruimtegebruik is verondersteld dat het aandeel bedrijvigheid op formele bedrijventerreinen per bedrijfstak en landsdeel in de tijd gelijk blijft. Dit betekent echter niet dat het totale aandeel van de werkgelegenheid op bedrijventerreinen in de tijd constant blijft. Net als in het verleden neemt de werkgelegenheid buiten formele bedrijventerreinen sterker toe dan die op bedrijventerreinen, omdat de dienstensector met een relatief hoge werkgelegenheidsgroei minder sterk op bedrijventerreinen vertegenwoordigd is dan de bedrijfstakken met een relatief lage werkgelegenheidsgroei.

In tabel 3.2 is het ruimtegebruik op formele bedrijventerreinen in 2030 voor de 18 bedrijfstakken in het behoedzame en gunstige scenario weergegeven. Het ruimtegebruik op bedrijventerreinen neemt in het behoedzame scenario toe met 10% tot ruim 59.000 hectare (gemiddeld 420 ha per jaar). Het zijn met name de groothandel, de opslag en dienstverlening voor vervoer, de bouwnijverheid en de zorg die bij een gematigde economische groei nog relatief sterk in ruimtegebruik groeien. De groothandel heeft bovendien een relatief groot aandeel in het totale ruimtegebruik. De toename van het ruimtegebruik van de industrie is in dit scenario redelijk beperkt. De meeste onderdelen binnen de industrie laten een beperkte groei zien of zelfs een daling. Alleen in de chemische industrie en in iets mindere mate de metaalelektro neemt het ruimtegebruik sterker toe.

86

Tabel 3.2

Ruimtegebruik in 2030 op formele bedrijventerreinen in hectares, verschil in hectares en procentuele groei ten opzichte van 2017, per bedrijfstak en landsdeel Behoedzaam

Gunstig

Ha

∆

%

Ha

∆

%

Voedings- en genotmiddelen Textiel en kleding Aardoliebasisindustrie Chemische industrie Staalindustrie Scheepsbouw Bouwmaterialenindustrie Metaalelektro Overige industrie Groothandel Opslag en dienstverlening vervoer Bouwnijverheid Detailhandel en horeca Vervoer Zakelijke diensten Onderwijs Zorg Overige quartaire diensten

1.985 365 655 1.595 2.665 410 1.845 2.740 2.315 13.005 3.780 4.305 10.160 3.020 6.315 795 790 2.820

85 -20 0 230 -145 10 55 305 -200 2.550 695 570 885 -20 370 0 80 80

4 -6 0 17 -5 2 3 13 -8 24 23 15 10 -1 6 0 12 3

2.010 405 655 1.620 3.010 450 2.000 3.315 2.570 13.430 3.830 4.385 11.205 3.290 6.590 815 870 2.955

110 20 0 255 200 50 210 880 55 2.975 745 650 1.930 250 645 20 160 215

6 5 0 19 7 13 12 36 2 28 24 17 21 8 11 3 23 8

Totaal

59.565

5.530

10

63.405

9.370

17

- Noord - West - Oost - Zuid

7.775 17.080 14.810 19.900

430 2.125 1.290 1.685

6 14 10 9

8.335 18.060 15.805 21.205

990 3.105 2.285 2.990

13 21 17 16

Bron: EIB

In het gunstige scenario liggen de activiteiten van de verschillende bedrijfstakken in 2030 op een beduidend hoger niveau dan in het behoedzame scenario. Dit vertaalt zich in een hoger ruimtegebruik en ook in een hogere ruimteproductiviteit. Het totale ruimtegebruik neemt met 17% toe tot 63.000 hectare (gemiddeld 720 ha per jaar). Voor een aantal bedrijfstakken zorgt de hogere ruimteproductiviteit in het gunstige scenario voor een beperkt verschil in ruimtegebruik tussen de twee scenario’s. Het zijn met name de metaalelektro, de groothandel, opslag en dienstverlening voor vervoer, de detailhandel en de zorg die in het gunstige scenario een relatief sterke ruimtevraag uitoefenen. Uit tabel 3.2 valt op te maken dat de groei van het ruimtegebruik op bedrijventerreinen in het westen van Nederland relatief sterker is en dat het ruimtegebruik in het noorden van Nederland juist achterblijft. Met een uitbreiding van het ruimtegebruik op bedrijventerreinen met gemiddeld 420 ha per jaar in het behoedzame scenario ligt deze iets boven de jaarlijkse uitgiftecijfers tijdens de crisis. De uitbreiding van het ruimtegebruik in het gunstige scenario bedraagt gemiddeld 720 ha per jaar en komt hiermee meer overeen met de uitgiftecijfers in de economisch gunstige perioden van vlak voor de crisis en die in recente jaren.

87

3.3

Huidig ruimtegebruik in kantoren

Het ruimtegebruik van de 18 bedrijfstakken op kantoorlocaties in 2017 is bepaald aan de hand van een koppeling tussen BAG en LISA11. In tabel 3.3 is het ruimtegebruik van de verschillende bedrijfstakken en het aandeel werkgelegenheid op kantoorlocaties weergegeven.

Tabel 3.3

Ruimtegebruik in 2017 op kantoorlocaties naar totaal oppervlak (bvo) en aandeel (%) in de totale werkgelegenheid, per bedrijfstak en landsdeel 1.000 m2

Aandeel

Voedings- en genotmiddelen Textiel en kleding Aardoliebasisindustrie Chemische industrie Staalindustrie Scheepsbouw Bouwmaterialenindustrie Metaalelektro Overige industrie Groothandel Opslag en dienstverlening vervoer Bouwnijverheid Detailhandel en horeca Vervoer Zakelijke diensten Onderwijs Zorg Overige quartaire diensten

190 30 35 290 375 70 65 375 470 2.135 450 1.635 680 930 22.340 540 4.075 7.775

6 3 26 11 16 18 4 10 9 18 23 14 3 15 45 5 16 42

Totaal

42.460

24

- Noord - West - Oost - Zuid

3.035 23.720 7.195 8.510

20 28 19 21

Bron: LISA, BAG, bewerking door BCI

Uit tabel 3.3 blijkt dat de zakelijke dienstverlening verreweg de grootste ruimtegebruiker is op kantoorlocaties. Met 22 miljoen m2 bvo is de zakelijke dienstverlening goed voor meer dan de helft van het totale ruimtegebruik in kantoren. Een andere grote kantoorgebruiker is de bedrijfstak overige quartaire diensten (o.a. de overheid). In landsdeel West is het ruimtegebruik in kantoren verreweg het hoogst. Met bijna 24 miljoen m2 bvo bevindt ruim de helft van het totale kantoorgebruik zich in landsdeel West. Het kantoorgebruik in de overige drie landsdelen ligt beduidend lager. Landsdeel Noord heeft met 3 miljoen m2 bvo het minste ruimtegebruik in kantoren. Tabel 3.3 laat zien dat ongeveer een kwart van de totale werkgelegenheid van de bedrijfstakken zich bevindt in formele kantoren. Het aandeel van de werkgelegenheid dat zich bevindt in kantoren ligt voor de zakelijke diensten en overige quartaire diensten rond de 40% en ligt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=d3f47c96-b868-40ad-a95a-443fab6cd693