21. Ruimte voor economische activiteit tot 2030.pdf
Tekst van het document
Productie en werkgelegenheid van de bedrijfstak voedings- en genotsmiddelen, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Productie
75.000
70.000
65.000
60.000
55.000
50.000 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 145 140 135 130 125 120 115 110 105 100 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
Bron: CBS, EIB
26
2007
2009 Simulatie
2011
2013
2015
2017
Prognose tot 2030 Gematigde groei voedings- en genotsmiddelenindustrie De productie van de voedings- en genotsmiddelenindustrie zal in de periode 2018-2030 blijven groeien. Op mondiaal niveau groeit de bevolking en neemt de welvaart toe waardoor de vraag naar verwerkt voedsel stijgt. De verwachting is echter dat de extreem hoge groei van de laatste jaren gedreven door een sterke internationalisering in de toekomst zal afzwakken. In het behoedzame scenario zal de productie jaarlijks met 0,5% toenemen. In het gunstige scenario waar de economie en het wereldhandelsvolume sneller groeien kan de productie jaarlijks met 0,9% toenemen. Het relatief kleine verschil tussen de twee scenario’s hangt samen met de lage inkomenselasticiteit van de vraag naar voedingsmiddelen. Geleidelijke daling werkgelegenheid Ondanks de groei van de productie in beide scenario’s wordt er geen toename van de werkgelegenheid voor deze bedrijfstak verwacht. De groei van de productie in de voedings- en genotsmiddelenindustrie wordt volledig opgevangen door arbeidsbesparende technologische ontwikkelingen in de productieprocessen zoals robotisering. In het behoedzame scenario zal de relatief lage groei zorgen voor een afname van het totale arbeidsvolume van gemiddeld 0,8% per jaar. In het gunstige scenario zal de werkgelegenheid in de voedings- en genotsmiddelenindustrie jaarlijks met 0,7% afnemen.
Verduurzaming beperkte invloed voedings- en genotsmiddelenindustrie De voedings- en genotsmiddelenindustrie in Nederland is geen CO2-intensieve bedrijfstak en zal daarom maar beperkt worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. Als gevolg van de trend naar verduurzaming zal vanuit de consument meer vraag komen naar biologische en duurzame producten. Dit kan gevolgen hebben voor het soort producten dat wordt geproduceerd binnen de bedrijfstak. De verwachting is dat dit geen grote gevolgen zal hebben voor de ontwikkeling van het productievolume en/of de werkgelegenheid.
Tabel 2.4
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
1,1 -0,8 1,9
0,5 -0,8 1,3
0,9 -0,7 1,6
Bron: CBS, EIB
27
2.2.2 Textiel en kleding Bedrijfstakstructuur Textielindustrie grootste onderdeel textiel en kleding De textiel- en kledingindustrie is een relatief klein onderdeel van de Nederlandse economie. De Nederlandse textiel- en kledingindustrie had in 2017 een toegevoegde waardevolume van € 1,1 miljard en was daarmee goed voor maar 0,2 procent van het totale toegevoegde waardevolume van de Nederlandse economie. De bedrijfstak textiel en kleding produceert in Nederland voornamelijk gespecialiseerde producten waarbij kan worden gedacht aan het vervaardigen van hoogwaardig textiel, tapijten, breiwerken en bedrijfskleding. Het meest omvangrijke onderdeel van de textiel- en kledingindustrie in Nederland is de textielindustrie. Overige onderdelen van de bedrijfstak zijn de kledingindustrie en de lederindustrie. Productieprocessen textiel en kleding arbeidsintensief De bedrijfstak bood in 2017 voor 15 duizend manjaren aan werkgelegenheid. Met een toegevoegde waarde van € 74.000 per arbeidsjaar geldt de textiel- en kledingindustrie als één van de meest arbeidsintensieve bedrijfstak binnen de Nederlandse industrie. Ontwikkeling en simulatie in de periode 1995-2017 Textiel en kleding al jaren een krimpsector Sinds de jaren vijftig is er sprake van krimp in de textiel- en kledingindustrie.
De voornaamste reden voor deze krimp is het verplaatsen van activiteiten naar lage lonen landen binnen en buiten Europa. Ook in de periode 1995-2017 is sprake van een neerwaartse trend in de toevoegende waarde van de bedrijfstak. De toevoegde waarde is in deze periode jaarlijks met gemiddeld 0,7% afgenomen. Tussen 1997 en 2001 nam het volume van de toegevoegde waarde als gevolg van de sterke economische groei en toename van de wereldhandel nog toe. Echter vanaf 2001 daalde de toegevoegde waarde van de bedrijfstak onder invloed van de economische recessie en aanhoudende concurrentie vanuit het buitenland. In de laatste jaren is de toegevoegde waarde vrij stabiel gebleven rond het niveau van € 1,1 miljard. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de periode 2003-2017 zich goed laat verklaren door de ontwikkelingen van het bruto binnenlandsproduct en het relevante wereldhandelsvolume. Werkgelegenheid structureel gedaald De werkgelegenheid in de bedrijfstak textiel en kleding kent net als het volume van de toegevoegde waarde al jaren een neerwaartse trend. Ook in de periode 1995-2017 is er sprake van een structurele afname van het arbeidsvolume. Tot en met 2010 daalde de werkgelegenheid ieder jaar. In de laatste jaren is de werkgelegenheid constant gebleven.
Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de ontwikkeling van het arbeidsvolume goed kan verklaren. In figuur 2.2 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak textiel en kleding weergegeven.
28
Figuur 2.2
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak textiel en kleding, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde
1.500
1.400
1.300
1.200
1.100
1.000
900 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 33 31 29 27 25 23 21 19 17 15 13 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Bron: CBS, EIB, CBS
29
Prognose tot 2030 Beperkte groei textiel en kleding mogelijk Hoewel de bedrijfstak textiel en kleding in het verleden wordt gekenmerkt door krimp zou de bedrijfstak in de periode 2018-2030 beperkt kunnen groeien. In het behoedzame scenario houdt de concurrentie uit het buitenland aan en is er sprake van een relatief beperkte economische groei. Hierdoor zal het volume van de toegevoegde waarde jaarlijks gemiddeld met 0,6% afnemen. In het gunstige scenario waarin de economie en het wereldhandelsvolume relatief sneller groeien zal het volume van de toegevoegde waarde van de bedrijfstak jaarlijks gemiddeld met 0,8% toenemen. Deze groei zal worden gerealiseerd door producenten van gespecialiseerde en hoogwaardige textielproducten. Werkgelegenheid blijft geleidelijk afnemen De werkgelegenheid in de bedrijfstak textiel en kleding zal ook in de periode 2017-2030 blijven afnemen. In het behoedzame scenario neemt het arbeidsvolume als gevolg van een dalende productie jaarlijks met gemiddeld 1,1% af. In het gunstige scenario neemt de productie toe maar zal door arbeidsbesparende technologische ontwikkelingen de werkgelegenheid toch gemiddeld met 0,7% per jaar afnemen. Verduurzaming beperkte invloed op textiel- en kledingindustrie De Nederlandse textiel- en kledingindustrie is geen CO2-intensieve bedrijfstak en zal daarom beperkt worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen.
Binnen de bedrijfstak zijn er ontwikkelingen op het gebied van verduurzaming zoals recycling en circulariteit die gevolgen kunnen hebben voor de productieketen, echter zullen deze geen substantiële invloed hebben op de ontwikkeling van het productievolume en de werkgelegenheid van de textiel- en kledingindustrie.
Tabel 2.5
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Bron: CBS, EIB
30
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
-0,7 -3,4 2,7
-0,6 -1,1 0,5
0,8 -0,7 1,5
2.2.3 Aardolie industrie Bedrijfstakstructuur Aardolie industrie sterk geconcentreerd aan de Botlek De bedrijfstak aardolie industrie omvat de petrochemische industrie in Nederland. De petrochemische industrie is de tak van industrie die zich bezig houdt met de verwerking van aardolie tot brandstoffen als benzine, kerosine en stookolie. Naast brandstoffen produceert de petrochemische industrie tal van grondstoffen voor de chemische industrie. Nederland kent een zestal sterk internationaal concurrerende raffinaderijen waarvan der vijf zijn gevestigd in het cluster van zeehaventerreinen aan de Botlek. De zesde raffinaderij bevindt zich in Vlissingen. De aardolie industrie was met een toegevoegde waardevolume van € 1,5 miljard in 2017 goed voor 0,2% van de totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie. Zeer hoge arbeidsproductiviteit aardolie industrie De aardolie industrie bood in 2017 voor 5 duizend arbeidsjaren aan werkgelegenheid en heeft in vergelijking met andere bedrijfstakken een zeer hoge arbeidsproductiviteit. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 304 duizend. Ontwikkeling in de periode 1995-2017 Periodes van sterke groei toegevoegde waarde De toegevoegde waarde van de aardolie industrie is in de periode 1995-2017 jaarlijks gemiddeld met 2,7% toegenomen.
De ontwikkeling van de toegevoegde waarde hangt samen met de groei van het wereldhandelsvolume en de ontwikkeling van de olieprijs. Er zijn in de afgelopen 30 jaar drie periodes van sterke groei van de toegevoegde waarde waarneembaar. De sterke stijging van de toegevoegde waarde in de jaren 2000, 2010 en 2014 werd voornamelijk gerealiseerd door een sterke afname van de olieprijs in deze jaren. In de overige jaren van de periode bleef de toegevoegde waarde nagenoeg constant op het nieuwe niveau. Uit regressieanalyses blijkt dat de structurele ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de aardolie industrie in de periode 1995-2017 redelijk is te verklaren aan de hand van de ontwikkelingen van de olieprijs en het wereldhandelsvolume. Beperkte ontwikkeling werkgelegenheid waarneembaar Het CBS rondt de werkgelegenheidscijfers van de verschillende bedrijfstakken af op duizendtallen. Hierdoor is de dynamiek van de werkgelegenheid maar in beperkte mate te verklaren. In de periode 1995-2017 is de werkgelegenheid in de aardolie industrie jaarlijks gemiddeld ongeveer met 0,6 % afgenomen. Deze afname van de werkgelegenheid is voornamelijk te wijten aan de inzet van arbeidsbesparende technieken in de productieprocessen. De ontwikkeling van de toegevoegde waarde kan de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume redelijk verklaren.
In figuur 2.3 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak aardolie industrie weergegeven.
31
Figuur 2.3
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak aardolie industrie, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde
1.800
1.600
1.400
1.200
1.000
800
600
400 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 6,2 6,0 5,8 5,6 5,4 5,2 5,0 4,8 4,6 4,4 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
Bron: CBS, EIB
32
2007
2009 Simulatie
2011
2013
2015
2017
Prognose tot 2030 Geen groei aardolie industrie De aardolie industrie zal in de toekomst sterk worden geraakt door beleid gericht op het verminderen van de CO2-uitstoot. Daarnaast zal ook de vraag naar fossiele brandstoffen afnemen als het gevolg van de verduurzaming. De toegevoegde waarde van de aardolie industrie zal hierdoor in de periode 2018-2030 niet toenemen. In het behoedzame scenario zal door een lagere groei van de wereldhandel en de olieprijs de toegevoegde waarde jaarlijks met 1,5% afnemen. In het gunstige scenario waar het wereldhandelsvolume sneller groeit zal de toegevoegde waarde ondanks de invloed van klimaatbeleid constant blijven. Lichte afname werkgelegenheid De werkgelegenheid in de aardolie industrie zal in lijn met de productie in de toekomst afnemen. In het behoedzame scenario zorgt de krimp van de productie voor een afname van het totale arbeidsvolume van gemiddeld 0,2% per jaar. In het gunstige scenario neemt de werkgelegenheid jaarlijks gemiddeld met 0,1% af. Verduurzaming remt groei aardolie industrie De aardolie industrie in Nederland is een zeer CO2-intensieve bedrijfstak en zal daarom sterk worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. Het extra beprijzen van CO2uitstoot zal de bepekte marges in de aardolie industrie drukken.
Het afvangen van CO2 en de opslag hiervan in lege gasvelden in de Noordzee bieden een potentiële oplossing om de uitstoot te beperken maar vereisen aanzienlijke investeringen. Daarnaast zal de vraag naar fossiele brandstoffen als gevolg van de verduurzamingstrend in de toekomst afnemen. De verwachting is dat door de intensivering van klimaatbeleid additionele investeringen in de aardolie industrie zullen uitblijven en ook het sluiten van bestaande raffinaderijen is niet ondenkbaar. Tabel 2.6
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
2,7 -0,8 3,5
-1,5 -0,2 -1,3
0,0 -0,1 0,1
Bron: CBS, EIB
33
2.2.4 Chemische eindproducten Bedrijfstakstructuur Nederlandse chemie internationaal concurrerend Onder de bedrijfstak chemische eindproducten vallen de chemie, de rubber- en kunststofindustrie en de farmaceutische industrie. Hierbij gaat het om het vervaardigen van producten door middel van chemische veranderingen aan bestaande (grond)stoffen zoals glas, coatings, verf, medicijnen, plastic en ingrediënten voor voedingsmiddelen. Een apart onderdeel van de chemie is het zoutcluster in Delftzijl waar van zout chloor en monochloorazijnzuur worden gemaakt. Het vervaardigen van chloorproducten uit zout is erg belangrijk voor de overige chemie maar vergt wel veel energie. Nederland kent een aantal chemieclusters die door de strategische ligging aan zee een sterke internationale concurrentiepositie hebben. Ongeveer een vijfde van alle goederen in de Nederlandse export wordt geproduceerd door de chemische industrie. De chemische eindproductenindustrie was met een toegevoegde waarde van € 16,7 miljard in 2017 goed voor 3% van het totale toegevoegde waardevolume van de Nederlandse economie. Hoge arbeidsproductiviteit chemische industrie De chemische industrie bood in 2017 voor 85 duizend arbeidsjaren aan werkgelegenheid en heeft in vergelijking met andere bedrijfstakken een hoge arbeidsproductiviteit. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 196 duizend.
Ontwikkeling in de periode 1995-2017 Chemische industrie sterk gegroeid In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde van de chemische industrie jaarlijks gemiddeld met 3,1% gegroeid. Deze sterke groei is te wijten aan de toename van de wereldhandel in deze periode. Vanaf het begin van de periode tot 2008 steeg de toegevoegde waarde van de chemische industrie sterk als gevolg van groeiende wereldhandel en vraag naar chemische producten. Door een wereldwijde economische recessie in 2008 nam het wereldhandelsvolume en daarmee de toegevoegde waarde van de chemische industrie af. Vanaf 2009 groeide de chemische industrie in laag tempo als gevolg van de aanhoudende recessie. Aan het eind van de periode is er weer een sterke groei van de toegevoegde waarde waarneembaar. Uit regressieanalyses blijkt dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de chemische industrie in de periode 1995-2017 goed is te verklaren aan de hand van de ontwikkeling van het relevante wereldhandelsvolume. Afname werkgelegenheid chemische industrie Ondanks een sterke groei van de toegevoegde waarde is de werkgelegenheid in de chemische industrie in de periode 1995-2017 jaarlijks gemiddeld met 0,6% afgenomen. Dit kan worden verklaard door ontwikkelingen op het gebied van outsourcing en automatisering van de productieprocessen.
In de eerste jaren van de periode nam de werkgelegenheid door een sterke productiegroei nog toe, maar tussen 2002 en 2014 nam het arbeidsvolume ieder jaar af. Sinds 2014 is er door een sterke groei van de productie weer sprake van toenemende werkgelegenheid. De ontwikkeling van de toegevoegde waarde kan de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume redelijk verklaren. De pieken en dalen ingegeven door conjuncturele invloeden kunnen echter minder goed worden verklaard. In figuur 2.4 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak chemische industrie weergegeven.
34
Figuur 2.4
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak chemische eindproducten, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Productie
17.500 16.500 15.500 14.500 13.500 12.500 11.500 10.500 9.500 8.500 7.500 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 102 100 98 96 94 92 90 88 86 84 82 80 78 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Bron: CBS, EIB
35
Prognose tot 2030 Chemische industrie groeit door De toegevoegde waarde van de chemische industrie zal in de periode 2018-2030 blijven groeien. De wereldhandel en de vraag naar chemische producten zal in de toekomst blijven toenemen. In het behoedzame scenario zal door een relatief lagere groei van de wereldhandel de toegevoegde waarde jaarlijks met 1,6% toenemen. In het gunstige scenario waar het wereldhandelsvolume sneller groeit kan de toegevoegde waarde jaarlijks met 2,5% toenemen. In beide scenario’s is verondersteld dat de groei van de toevoegde waarde in de chemische industrie in de toekomst zal worden geremd door beleid gericht op het verlagen van de CO2uitstoot. Geleidelijke daling werkgelegenheid Ondanks de groei van de toegevoegde waarde in beide scenario’s wordt er geen toename van de werkgelegenheid voor deze bedrijfstak verwacht. De groei van de toegevoegde waarde in de chemische industrie wordt volledig opgevangen door arbeidsbesparende technologische ontwikkelingen in de productieprocessen zoals robotisering. In het behoedzame scenario zal de relatief lage groei van de productie zorgen voor een afname van het totale arbeidsvolume van gemiddeld 1,1% per jaar. In het gunstige scenario zal de werkgelegenheid jaarlijks gemiddeld met 0,7% afnemen.
Verduurzaming remt groei chemische industrie De chemische industrie in Nederland is met name door de zoutfabrieken een CO2-intensieve bedrijfstak en zal daarom sterk worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. Een nationale verhoging van CO2-heffingen zal niet alleen de marges drukken maar ook de concurrentiepositie van Nederland benadelen waardoor investeringen in de chemische industrie zullen uitwijken naar nabijgelegen landen. In het geval van een Europabrede verhoging van CO2-heffingen zal het concurrentie-effect beperkter zijn, maar zal er moeten worden geïnvesteerd om de CO2-uitstoot in de productieprocessen te verminderen. De verwachting is dat de groei van de toegevoegde waarde van de chemische industrie in de toekomst zal worden geremd door de intensivering van klimaatbeleid.
Tabel 2.7
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Bron: CBS, EIB
36
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
3,1 -0,6 3,7
1,6 -1,1 2,7
2,5 -0,7 3,2
2.2.5 Staalindustrie Bedrijfstakstructuur Metaalproductenindustrie grootste onderdeel staalindustrie De bedrijfstak staalindustrie omvat zowel het vervaardigen van metalen in primaire vormen als het bewerken van metalen tot halffabricaten en eindproducten. De Nederlandse staalindustrie loopt voor in het vervaardigen van hoogwaardig staal en gespecialiseerde metaalproducten in grote series en heeft daardoor een sterke internationale concurrentiepositie. Het vervaardigen van staal gebeurt in Nederland voornamelijk bij Tata steel in IJmuiden. De metaalproductenindustrie vormt het grootste onderdeel van de staalindustrie en bestaat voor een groot deel uit kleinschalige bedrijven die fungeren als toeleveranciers voor andere bedrijfstakken zoals de bouw en metaalelektro. De staalindustrie was met een toegevoegde waarde van € 9,1 miljard in 2017 goed voor 1,4% van het totale toegevoegde waardevolume van de Nederlandse economie. Relatief lage arbeidsproductiviteit staalindustrie De staalindustrie bood in 2017 voor 103 duizend arbeidsjaren aan werkgelegenheid en was daarmee goed voor 1,4% van de totale werkgelegenheid in Nederland. De staalindustrie heeft in vergelijking met andere industrietakken een lage arbeidsproductiviteit. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 89 duizend.
Ontwikkeling in de periode 1995-2017 Staalindustrie structureel gegroeid In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde van de staalindustrie jaarlijks gemiddeld met 1,2% gegroeid. Deze structurele groei hangt sterk samen met de toename van de wereldhandel. De ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de staalindustrie in deze periode kent sterke schommelingen. In 2002 en in sterkere mate in 2009 nam de toegevoegde waarde van de staalindustrie sterk af. Dit kwam door een afvlakkende groei van de wereldhandel als gevolg van wereldwijde economische recessies. In periodes waar de wereldhandel toeneemt (zoals van 2003 tot 2008 en vanaf 2015) nam de toegevoegde waarde sterk toe. Uit regressieanalyses blijkt dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de staalindustrie in de periode 1995-2017 goed is te verklaren aan de hand van de ontwikkeling van het relevante wereldhandelsvolume. Afname werkgelegenheid staalindustrie Ondanks groei van de toegevoegde waarde is de werkgelegenheid in de staalindustrie in de periode 1995-2017 jaarlijks gemiddeld met 0,6% afgenomen. Deze afname kan worden verklaard door ontwikkelingen op het gebied van outsourcing en automatisering van de productieprocessen. In de eerste jaren van de periode nam de werkgelegenheid door een sterke productiegroei nog toe, maar vanaf 1999 krimpt het arbeidsvolume.
In de jaren 2006 t/m 2008 nam door een sterke productiegroei de werkgelegenheid weer toe. Echter in 2009 daalt de werkgelegenheid sterk door een scherpe daling van de productie. In de laatste jaren is er een lichte groei van de werkgelegenheid waarneembaar. De ontwikkeling van de toegevoegde waarde kan de ontwikkeling van het arbeidsvolume goed verklaren. In figuur 2.5 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak staalindustrie weergegeven.
37
Figuur 2.5
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak staalindustrie, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde
9.500
9.000
8.500
8.000
7.500
7.000
6.500 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 125
120
115
110
105
100
95
90 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
Bron: CBS, EIB
38
2007
2009 Simulatie
2015
2017
Prognose tot 2030 Staalindustrie groeit door in lager tempo Doordat de wereldhandel en de vraag naar staal en metaalproducten in de toekomst zullen blijven toenemen, kan de toegevoegde waarde van de staalindustrie in de periode 2018-2030 blijven groeien. De verwachting is dat de groei zal worden geremd door beleid gericht op het verminderen van de CO2-uitstoot. In het behoedzame scenario zal door een relatief lagere groei van de wereldhandel de toegevoegde waarde jaarlijks met gemiddeld 0,5% afnemen. In het gunstige scenario waar het wereldhandelsvolume sneller groeit kan de toegevoegde waarde jaarlijks met 1,1% toenemen ondanks de invloed van klimaatbeleid. Geleidelijke daling werkgelegenheid Als gevolg van een lagere productiegroei in combinatie met de inzet van arbeidsbesparende technologische ontwikkelingen in de productieprocessen, zoals robotisering, zal de werkgelegenheid in de toekomst afnemen. In het behoedzame scenario neemt de werkgelegenheid als gevolg van een afname van de productie gemiddeld 0,7% per jaar af. In het gunstige scenario groeit de productie maar zal door de introductie van aanvullende arbeidsbesparende technieken de werkgelegenheid jaarlijks gemiddeld met 0,5% afnemen.
Verduurzaming remt groei staalindustrie De staalindustrie in Nederland is in vergelijking met de staalindustrie in andere landen vrij efficiënt in het produceren van hoogwaardig(e) staal en metaalproducten tegen een relatief lage CO2-uitstoot. Toch blijven het vervaardigen en bewerken van staal CO2-intensieve processen. Om deze reden zal de staalindustrie worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2heffingen. Een nationale verhoging van CO2-heffingen zal niet alleen de marges drukken maar ook de concurrentiepositie van Nederland benadelen, waardoor investeringen in de staalindustrie zullen uitwijken naar nabijgelegen landen. In het geval van een Europabrede verhoging van CO2-heffingen zal het concurrentie-effect beperkter zijn maar zal er moeten worden geïnvesteerd om de CO2-uitstoot in de productieprocessen te verminderen. Er bestaan kansen voor de staalindustrie in het afvangen van CO2 en het opslaan hiervan in lege gasvelden in de Noordzee, maar dit gaat gepaard met hoge kosten.
Tabel 2.8
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
1,2 -0,6 1,8
-0,5 -0,7 0,2
1,1 -0,5 1,6
Bron: CBS, EIB
39
2.2.6 Scheepsbouw Bedrijfstakstructuur Nederlandse scheepbouw sterk in kleine gespecialiseerde schepen. De Nederlandse scheepsbouw omvat de nieuwbouw, reparatie en het onderhoud van grote zeeschepen, binnenvaartschepen en overige kleine schepen zoals jachten. De scheepsbouw in Nederland is gespecialiseerd in het bouwen van complexe offshore- en baggerschepen en innovatieve algemene ladingschepen voor de kustvaart. De bouw van de grootste schepen, en doorgaans vrij eenvoudige schepen, is bijna volledig verplaatst naar andere landen voornamelijk in Azië. De bedrijfstak scheepsbouw was met een toegevoegde waardevolume van € 1,2 miljard in 2017 goed voor 0,2% van het totale toegevoegde waardevolume van de Nederlandse economie. Relatief lage arbeidsproductiviteit scheepsbouw De bedrijfstak scheepsbouw bood in 2017 voor 16 duizend arbeidsjaren aan werkgelegenheid, had daarmee een aandeel van 0,2% in totale werkgelegenheid in Nederland. De scheepsbouw heeft in vergelijking met andere bedrijfstakken in de industrie een relatief lage arbeidsproductiviteit. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 79.000. Ontwikkeling in de periode 1995-2017 Scheepsbouw structureel gegroeid Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is de scheepsbouw sterk gekrompen als het gevolg van sterke concurrentie vanuit Aziatische landen als Japan en Zuid-Korea.
In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde van de scheepsbouw gemiddeld met 1% per jaar gegroeid. Deze groei hangt samen met de sterke concurrentiepositie die de Nederlandse scheepsbouw heeft verworven op het gebied van kleinere complexere gespecialiseerde schepen. De vraag naar dit soort schepen nam in deze periode sterk toe. Met name in 2000 en 2006 ontvingen scheepsbouwers in Nederland veel orders voor de nieuwbouw van schepen en nam de toegevoegde waarde sterk toe. Vanaf 2010 nam, door een groeiende concurrentie en een dalende olieprijs waardoor offshoring minder aantrekkelijk werd, de toegevoegde waarde van de scheepsbouw weer af. Regressieanalyses tonen aan dat de ontwikkeling van het relevante wereldhandelsvolume de structurele ontwikkeling van de toegevoegde waarde redelijk kan verklaren. De sterke groei in 2000 en 2006 kan echter minder goed worden verklaard door de simulatie. Geleidelijke afname werkgelegenheid scheepsbouw Ondanks dat de toegevoegde waarde structureel is gegroeid nam de werkgelegenheid in de scheepsbouw in de periode 1995-2017 jaarlijks met gemiddeld 0,5% af. Deze structurele afname is het gevolg van de inzet van arbeidsbesparende technieken in de productieprocessen van de scheepsbouw.
Uit regressieanalyses blijkt dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de scheepsbouw de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume redelijk kan verklaren. De pieken en dalen ingegeven door conjuncturele invloeden kunnen echter minder goed worden verklaard. In figuur 2.6 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak scheepsbouw weergegeven.
40
Figuur 2.6
Productie en werkgelegenheid van de bedrijfstak scheepsbouw, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Productie
1.950
1.750
1.550
1.350
1.150
950
750 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 19 18 18 17 17 16 16 15 15 14 14 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
2007
2009 Simulatie
Bron: CBS, EIB
41
Prognose tot 2030 Scheepsbouw zal blijven groeien De verwachting is dat de scheepsbouw in de periode 2017-2030 zal blijven groeien. De wereldhandel en daarmee de vraag naar de nieuwbouw en reparatie van schepen zal in de toekomst blijven toenemen. In het behoedzame scenario zal de toegevoegde waarde van de scheepsbouw als gevolg van een relatief beperkte groei van de wereldhandel jaarlijks met gemiddeld 0,3% afnemen. In het gunstige scenario is er door een sneller groeiende wereldhandel een jaarlijkse gemiddelde groei van 1,9% mogelijk. Structurele daling werkgelegenheid zet door De dalende trend in werkgelegenheid van de scheepsbouw zal zich in de periode 2017-2030 doorzetten. In de toekomst zullen technologische ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld digitalisering en robotisering arbeidsbesparende effecten hebben op de productieprocessen binnen de scheepsbouw. In het behoedzame scenario waar de toegevoegde waarde maar beperkt groeit krimpt het arbeidsvolume jaarlijks met gemiddeld 0,7%. In het gunstige scenario neemt de werkgelegenheid in de scheepsbouw onder invloed van een sterkere productiegroei jaarlijks gemiddeld met 0,1% af. Verduurzaming weinig invloed op de scheepsbouw De scheepsbouw in Nederland is geen CO2-intensieve bedrijfstak en zal daarom maar beperkt worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen.
Aangezien schepen voornamelijk fossiele brandstoffen verbruiken zal de scheepsbouw zich moeten inzetten om schepen te ontwerpen die met alternatieve brandstoffen worden aangedreven, zoals LNG in plaats van stookolie of diesel om de CO2 -uitstoot te verminderen. De verwachting is dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de toekomst niet zal worden beïnvloed door klimaatbeleid.
Tabel 2.9
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Bron: CBS, EIB
42
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
1,0 -0,5 1,5
0,3 -0,7 1,0
1,9 -0,1 2,0
2.2.7 Bouwmaterialenindustrie Bedrijfstakstructuur Bouwmaterialenindustrie nauw verbonden met bouwnijverheid Onder de bedrijfstak bouwmaterialen vallen bedrijven die een grote verscheidenheid aan materialen voor de bouw produceren of bewerken. Het gaat onder andere om houtproducten, cement, beton, glas, steen en isolatiemateriaal. Doordat deze materialen voornamelijk hun toepassing vinden in de bouw kent de ontwikkeling van de bouwmaterialenindustrie een sterke samenhang met de ontwikkeling van de bouwnijverheid. De toegevoegde waarde van de Nederlandse bouwmaterialenindustrie bedroeg in 2017 € 2,7 miljard en was daarmee goed voor 0,4% van het totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie. Gemiddelde arbeidsproductiviteit bouwmaterialenindustrie De bouwmaterialenindustrie bood in 2017 voor 33 duizend manjaren aan werkgelegenheid en had daarmee een aandeel van 0,5% in de totale werkgelegenheid in Nederland. Met € 82 duizend toegevoegde waarde per arbeidsjaar ligt de arbeidsproductiviteit rond het gemiddelde van de Nederlandse economie. Ontwikkeling en simulatie in de periode 1995-2017 Bouwmaterialenindustrie structureel gekrompen In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde in de bouwmaterialenindustrie jaarlijks met gemiddeld 1,4% afgenomen. In de eerste jaren van de periode bleef de toegevoegde waarde van de bouwmaterialenindustrie nagenoeg op hetzelfde niveau.
In de periodes 2001-2003 en 20082014 nam als gevolg van een dalende bouwproductie de toevoegde waarde sterk af. Vooral tussen 2008 en 2014 werd de bouwmaterialenindustrie sterk getroffen. In vijf jaar tijd kromp het volume van de toegevoegde waarde met 33%. Deze sterke daling kan worden verklaard door een afname van de bouwproductie in combinatie met een afvlakkende economische groei. Ook door de industrialisatie van de productieprocessen in deze periode nam de toegevoegde waarde structureel af. In de laatste jaren is er weer sprake van groei in de bouwmaterialenindustrie. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkelingen van de bouwproductie en het bruto binnenlands product de ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de bouwmaterialenindustrie goed kunnen verklaren. Werkgelegenheid geleidelijk afgenomen In de periode 1995-2017 kromp de werkgelegenheid in de bouwmaterialenindustrie gemiddeld met 2% per jaar. Deze structurele afname is het gevolg van de inzet van arbeidsbesparende technieken, waardoor de werkgelegenheid en in mindere mate de toegevoegde waarde afnamen. In de laatste jaren van de periode is er als gevolg van een sterke groei van de toegevoegde waarde weer groei van het arbeidsvolume waarneembaar. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume goed kan verklaren.
In figuur 2.7 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak bouwmaterialenindustrie weergegeven.
43
Figuur 2.7
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak bouwmaterialen, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde
4.000 3.800 3.600 3.400 3.200 3.000 2.800 2.600 2.400 2.200 2.000 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 60 55 50 45 40 35 30 25 20 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
Bron: CBS, EIB
44
2007
2009 Simulatie
Prognose tot 2030 Bouwmaterialenindustrie herstelt zich geleidelijk In de periode 2017-2030 zal de bouwmaterialenindustrie het herstel van de laatste jaren doorzetten. In de toekomst zal de economie blijven groeien en de daarmee samenhangende bouwproductie toenemen. In het behoedzame scenario met een relatief beperkte groei van de economie en de bouwproductie zal de toegevoegde waarde van de bouwmaterialenindustrie jaarlijks gemiddeld met 0,3% toenemen. In het gunstige scenario groeien de economie en bouwproductie in een hoger tempo en wordt er verwacht dat de bouwmaterialenindustrie jaarlijks gemiddeld 1,7% groeit. In dit scenario wordt de groei versterkt door intensivering van de verduurzaming van de gebouwenvoorraad Beperkte groei werkgelegenheid Als gevolg van een groeiende toegevoegde waarde zal de werkgelegenheid in de bouwmaterialenindustrie in de toekomst weer toenemen. Daarnaast zullen ontwikkelingen op het gebied van robotisering en digitalisering de arbeidsproductiviteit in de bouwmaterialenindustrie verhogen. In het behoedzame scenario zal de relatief beperkte groei van de toegevoegde waarde zorgen voor een afname van het totale arbeidsvolume van gemiddeld 0,4% per jaar. In het gunstige scenario zal door de sterke productiegroei de werkgelegenheid jaarlijks gemiddeld met 0,3% toenemen.
Verduurzaming stimuleert vraag naar bouwmaterialen De bouwmaterialenindustrie is geen CO2-intensieve sector en zal daarom maar beperkt worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. De bouwmaterialenindustrie speelt een belangrijke rol in het produceren van isolatiematerialen die in de toekomst nodig zijn om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De verwachting is dat klimaatbeleid de vraag naar bouwmaterialen en daarmee de toegevoegde waarde van de bouwmaterialenindustrie in de toekomst zal stimuleren. Door een meer grootschalige aanpak van de verduurzamingsopgave zal de industrialisatie van de productieprocessen verder doorzetten.
Tabel 2.10
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
Productie
-1,4
0,3
1,7
Werkgelegenheid
-2,0
-0,4
0,3
Arbeidsproductiviteit
0,6
0,7
1,4
Bron: CBS, EIB
45
2.2.8 Metaalelektro Bedrijfstakstructuur Machinebouw grootste onderdeel metaalelektro De metaalelektro is onderdeel van de industrie en produceert zowel onderdelen als eindproducten. De toegevoegde waarde van de Nederlandse metaalelektro-industrie bedroeg in 2017 € 21,6 miljard en was daarmee goed voor 5% van het totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie. De metaalelektro bewerkt metaalproducten tot onder andere elektronische en elektrische apparaten, machines en auto-onderdelen. De metaalelektro bestaat uit vier onderdelen. Met een toegevoegde waarde van € 11 miljard is de machineindustrie verreweg het grootste onderdeel binnen de metaalelektro gevolgd door de elektrotechnische industrie (€ 5,1 miljard). De elektrische apparatenindustrie en de automotiveindustrie zijn relatief klein. Hoge arbeidsproductiviteit metaalelektro De metaalelektro bood in 2017 voor 143 duizend manjaren aan werkgelegenheid. Veruit het grootste deel van de werkgelegenheid bevindt zich in de machine-industrie. De metaalelektro kenmerkt zich door een hoge arbeidsproductiviteit. De hoogste arbeidsproductiviteit binnen de metaalelektro wordt gerealiseerd binnen de elektrotechnische industrie. Het grootste onderdeel, de machine industrie, is arbeidsintensiever maar heeft nog steeds een bovengemiddelde arbeidsproductiviteit.
Ontwikkeling en simulatie in de periode 1995-2017 Historisch sterke groei metaalelektro Historisch gezien is de metaalelektro één van de snelst groeiende bedrijfstakken binnen de Nederlandse economie. De toegevoegde waarde groeide met gemiddeld 3,3% per jaar in de periode tussen 1995-2017. Door het internationale karakter van de metaalelektro hangt de groei van de bedrijfstak in sterke mate samen met de ontwikkeling van het wereldhandelsvolume. Daarnaast is economische groei een belangrijke factor aangezien de metaalelektro voornamelijk investeringsgoederen produceert. Tijdens het grootste deel van periode tussen 1995-2017 nam de wereldhandel en daarmee de toegevoegde waarde sterk toe. In periodes waar de wereldhandel en economische groei afnemen als gevolg van wereldwijde economische recessies, zoals in 2001 en 2008, nam de toegevoegde waarde van de metaalelektro ook sterk af. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkelingen van het bruto binnenlands product en het relevante wereldhandelsvolume de ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de metaalelektro goed kunnen verklaren. Werkgelegenheid structureel gedaald De werkgelegenheid kent over de gehele periode 1995-2017 gezien een dalende trend. In de eerste jaren nam de werkgelegenheid als gevolg van sterke groei van de toegevoegde waarde nog toe. Tussen 2000 en 2010 daalde de werkgelegenheid sterk.
Dit kan worden verklaard door ontwikkelingen op het gebied van outsourcing en automatisering van de productieprocessen. Ten tijden van economische recessies nam, net als de toegevoegde waarde, de werkgelegenheid sterk af. In de laatste jaren nam ten gevolge van sterke groei van de toegevoegde waarde de werkgelegenheid in de metaalelektro weer toe. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume goed kan verklaren. De pieken en dalen ingegeven door conjuncturele invloeden kunnen echter minder goed worden verklaard. In figuur 2.8 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak metaalelektro weergegeven.
46
Figuur 2.8
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak metaalelektro, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde
25.000 23.000 21.000 19.000 17.000 15.000 13.000 11.000 9.000 7.000 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 170 165 160 155 150 145 140 135 130 1995
2000
2005 Werkgelegenheid
2010
2015
Simulatie
Bron: CBS, EIB
47
Prognose tot 2030 Metaalelektro blijft doorgroeien De metaalelektro-industrie zal in de periode 2018-2030 naar verwachting stevig doorgroeien. De vraag naar machines en elektrotechnische apparaten blijft onder invloed van verdergaande industrialisering in het binnen- en buitenland ook in de komende jaren nog relatief sterk doorgroeien. In het behoedzame scenario waar de economie en het wereldhandelsvolume relatief beperkt groeien zal de toegevoegde waarde van de metaalelektro jaarlijks gemiddeld met 1,2% toenemen. In het gunstige scenario waar de economie en de wereldhandel in een hoger tempo zullen toenemen, wordt verwacht dat de metaalelektro met gemiddeld 4,3% jaarlijks sterk zal groeien. De grote bandbreedte tussen de twee scenario’s kan worden verklaard door de sterke invloed van internationale handel en het hoge aandeel van investeringsgoederen die de bedrijfstak produceert. Hoge productiviteitsgroei, lichte groei werkgelegenheid De groei van de productie in de metaalelektro wordt voor een groot deel opgevangen door arbeidsbesparende ontwikkelingen in de productieprocessen. Toch zal de werkgelegenheid in de periode 2018-2030 onder invloed van een sterke productiegroei toenemen. In het behoedzame scenario zal de relatief lage groei zorgen voor een afname van het totale arbeidsvolume van gemiddeld 0,1% per jaar.
In het gunstige scenario zal de werkgelegenheid in de metaalelektro jaarlijks gemiddeld met 0,3% toenemen. Technologische ontwikkelingen impuls productie metaalelektro Technologische ontwikkelingen zoals verdergaande automatisering, robotisering en digitalisering zullen arbeidsbesparende effecten hebben voor de metaalelektro. Naast dit effect is de bedrijfstak ook de producent van deze technieken. Bredere toepassing van geavanceerde machines en robots in de economie zal daarom een extra impuls leveren voor de productie van de bedrijfstak metaalelektro. Metaalelektro profiteert van verduurzamingstrend De metaalelektro is geen CO2-intensieve sector en zal daarom maar beperkt worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. De bedrijfstak is echter wel een belangrijke leverancier van technieken die een belangrijke rol spelen binnen de verduurzamingsopgave zoals zonnepanelen, windturbines en warmte installaties. Om deze reden is de verwachting dat de metaalelektro-industrie extra zal worden gestimuleerd door de intensivering van verduurzamingsmaatregelen ingezet door het huidige overheidsbeleid.
Tabel 2.11
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Bron: CBS, EIB
48
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
3,3 -0,5 3,8
1,2 -0,1 1,3
4,3 0,3 4,0
2.2.9 Overige industrie Bedrijfstakstructuur Overige industrie omvat grote verscheidenheid aan bedrijven Onder de bedrijfstak overige industrie valt een breed scala aan economische activiteiten. Zo vallen de grafische industrie, papierindustrie en meubelindustrie onder deze bedrijfstak. Ook het vervaardigen van overige goederen (zoals sportartikelen, muziekinstrumenten, speelgoed en juwelen) en het installeren en onderhouden van machines vallen onder de overige industrie. De bedrijfstak overige industrie was met een toegevoegde waardevolume van € 10,9 miljard in 2017 goed voor 2% van het totale toegevoegde waardevolume van de Nederlandse economie. Het grootste onderdeel binnen de overige industrie is de meubel- en overige goederenindustrie. Lage arbeidsproductiviteit overige industrie De bedrijfstak overige industrie bood in 2017 voor 191 duizend arbeidsjaren aan werkgelegenheid, had daarmee een aandeel van 3% in totale werkgelegenheid in Nederland. Het grootste deel van deze werkgelegenheid is toe te schrijven aan het onderdeel meubel- en overige goederenindustrie. De bedrijfstak overige industrie heeft in vergelijking met andere bedrijfstakken een relatief lage arbeidsproductiviteit. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 57.000.
Ontwikkeling in de periode 1995-2017 Overige industrie structureel nauwelijks gegroeid Ondanks dat de toegevoegde waarde van de overige industrie in de periode 1995-2017 sterke schommelingen kent, is de toegevoegde waarde over de gehele periode gezien nauwelijks toegenomen (gemiddeld met 0,1% per jaar). In de jaren tot 2001 groeide de toegevoegde waarde van de overige industrie in een hoog tempo. Door de economische recessie werd deze groei kort onderbroken tussen 2001 en 2003. Vanaf 2003 groeide de toegevoegde waarde door totdat er in 2008 opnieuw een economische recessie zijn intrede deed. In de jaren daarna herstelde de overige industrie zich niet en bleef de toegevoegde waarde afnemen. Aangezien de overige industrie wordt gekenmerkt als een relatief heterogene bedrijfstak, is de historische ontwikkeling niet volledig te verklaren aan de hand van de ontwikkelingen van economische factoren. Regressieanalyses tonen aan dat de ontwikkeling van het bruto binnenlands product de globale ontwikkeling goed kan verklaren, de niveaus van de toegevoegde waarde kunnen echter minder goed worden verklaard. Geleidelijke afname werkgelegenheid overige industrie De werkgelegenheid in de overige industrie is in de periode 1995-2017 jaarlijks met gemiddeld 1,2% geleidelijk afgenomen. De eerste jaren nam de werkgelegenheid onder invloed van een zeer sterke productiegroei nog toe.
Vanaf 1998 nam de werkgelegenheid ieder jaar af, ondanks sterke schommelingen van het productieniveau. In deze periode werden er verschillende arbeidsbesparende maatregelen geïntroduceerd. De ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de overige industrie kan de ontwikkeling van het arbeidsvolume goed verklaren. In figuur 2.9 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak overige industrie weergegeven.
49
Figuur 2.9
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak overige industrie, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Productie
13.500
13.000
12.500
12.000
11.500
11.000
10.500
10.000 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 260 250 240 230 220 210 200 190 180 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
Bron: CBS, EIB
50
2007
2009 Simulatie
2011
2013
2015
2017
Prognose tot 2030 Lichte groei overige industrie mogelijk De verwachting is dat de bedrijfstak overige industrie in de periode 2017-2030 licht zal krimpen of groeien. In het behoedzame scenario zal de toegevoegde waarde van de overige industrie als gevolg van een relatief beperkte economische groei jaarlijks met gemiddeld 0,8% afnemen. In het gunstige scenario is er door een sneller groeiende economie een jaarlijkse gemiddelde groei van 0,4% mogelijk. Daling werkgelegenheid zet door De dalende trend in werkgelegenheid van de overige industrie zal zich in de periode 2017-2030 doorzetten. Ook in de toekomst zullen technologische ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld digitalisering en robotisering arbeidsbesparende effecten hebben op de productieprocessen binnen de overige industrie. In het behoedzame scenario waar de toegevoegde waarde zal afnemen krimpt het arbeidsvolume jaarlijks met gemiddeld 1,5%. In het gunstige scenario neemt de werkgelegenheid in de overige industrie jaarlijks gemiddeld met 1,1% af. Verduurzaming weinig invloed op de overige industrie De overige industrie in Nederland is geen CO2-intensieve bedrijfstak en zal daarom maar beperkt worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. De verwachting is dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de toekomst niet zal worden beïnvloed door klimaatbeleid.
Tabel 2.12
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
0,1 -1,2 1,3
-0,8 -1,5 0,7
0,4 -1,1 1,5
Bron: CBS, EIB
51
2.2.10 Groothandel Bedrijfstakstructuur Groothandel sterk internationaal georiënteerd Bedrijven binnen de bedrijfstak groothandel faciliteren de handel tussen verschillende bedrijfstakken in het binnen- en buitenland. Hieronder valt de fysieke opslag en handel van goederen maar ook het verlenen van diensten zoals handelsbemiddeling. Als doorvoerland heeft Nederland een groothandelsector die relatief sterk is georiënteerd op internationale handel. De toegevoegde waarde van de Nederlandse groothandel bedroeg in 2017 € 57,6 miljard en was daarmee goed voor 9% van het totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie. Hoge arbeidsproductiviteit groothandel De bedrijfstak groothandel bood in 2017 voor 447 duizend manjaren aan werkgelegenheid, 8% van de totale werkgelegenheid in Nederland. De groothandel is met een toegevoegde waarde van € 128 duizend per arbeidsjaar een bedrijfstak met een relatief hoge arbeidsproductiviteit. De arbeidsproductiviteit ligt zelfs boven het gemiddelde van de industrietakken binnen de Nederlandse economie. Ontwikkeling en simulatie in de periode 1995-2017 Groothandel historisch sterkste groeisector Historisch gezien is de groothandel de snelst groeiende bedrijfstak binnen de Nederlandse economie. In de periode 1995-2017 nam de toegevoegde waarde van de bedrijfstak groothandel jaarlijks gemiddeld met 4% toe.
De groei van de toegevoegde waarde hangt sterk samen met de sterke groei van de wereldhandel in deze periode. Het grootste deel van de periode 1995-2017 wordt gekenmerkt door een sterke groei van de toegevoegde waarde in de bedrijfstak groothandel. Alleen in periodes waar het wereldhandelsvolume afnam als gevolg van de wereldwijde economische recessies zoals in 2001 en 2008, nam de toegevoegde waarde van de groothandel ook af. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkelingen van het relevante wereldhandelsvolume en het bruto binnenlands product de ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de groothandel goed kunnen verklaren. Werkgelegenheid geleidelijk toegenomen De werkgelegenheid in de groothandel is in de periode 1995-2017 jaarlijks met gemiddeld 0,8% gegroeid. In de eerste jaren neemt de werkgelegenheid in lijn met de sterke productiegroei ook sterk toe. Echter vanaf 2001 tot 2005 neemt de werkgelegenheid af als gevolg van een afvlakkende productiegroei in combinatie met arbeidsbesparende maatregelen. Vanaf 2006 neemt de werkgelegenheid samen met de toegevoegde waarde weer toe. Als gevolg van de economische recessie neemt de werkgelegenheid tussen 2008 en 2014 af. Vanaf 2015 laat de groothandel wederom een sterke werkgelegenheidsgroei zien.
Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de structurele ontwikkeling van het arbeidsvolume goed kan verklaren. De pieken en dalen ingegeven door conjuncturele invloeden kunnen echter minder goed worden verklaard. In figuur 2.10 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak groothandel weergegeven.
52
Figuur 2.10
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak groothandel, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde
63.000 58.000 53.000 48.000 43.000 38.000 33.000 28.000 23.000 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 460 450 440 430 420 410 400 390 380 370 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Simulatie
Bron: CBS, EIB
53
Prognose tot 2030 Groothandel blijft sterk doorgroeien De groothandel zal in de periode 2018-2030 naar verwachting stevig doorgroeien. De internationale en binnenlandse handel in goederen zal ook in de toekomst blijven toenemen. In het behoedzame scenario waar de wereldhandel en de economie relatief beperkt groeien zal de toegevoegde waarde van de groothandel jaarlijks gemiddeld met 2,3% toenemen. In het gunstige scenario groeien de economie en de wereldhandel in een hoger tempo en wordt verwacht dat de groothandel met gemiddeld 3,6% jaarlijks sterk zal groeien. Gematigde groei werkgelegenheid Als gevolg van een groeiende toegevoegde waarde zal ook de werkgelegenheid in de bedrijfstak groothandel in de toekomst blijven toenemen. In het behoedzame scenario zal de relatief lagere groei van de toegevoegde waarde zorgen voor een toename van het totale arbeidsvolume van gemiddeld 0,3% per jaar. In het gunstige scenario zal de werkgelegenheid in de groothandel jaarlijks gemiddeld met 0,6% toenemen. Sterke groei arbeidsproductiviteit Technologische ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en robotisering zoals bijvoorbeeld het automatiseren van order picking en de toepassing van big data zullen in de toekomst de arbeidsproductiviteit in de groothandel sterk verhogen. In het behoedzame scenario zal de arbeidsproductiviteit jaarlijks gemiddeld met 2,0% toenemen.
In het gunstige scenario neemt de arbeidsproductiviteit jaarlijks met gemiddeld 3,0% toe. Verduurzaming geen direct effect op de groothandel De groothandel is geen CO2-intensieve sector en zal daarom maar beperkt direct worden geraakt door eventuele verzwaring van CO2-heffingen. De groothandel werkt veel samen met bedrijfstakken die meer last kunnen hebben van verdergaand milieubeleid zoals bijvoorbeeld de bedrijfstak vervoer. De verwachting is dat deze indirecte effecten de groei van de toegevoegde waarde in de toekomst niet substantieel zullen beperken.
Tabel 2.13
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Bron: CBS, EIB
54
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
4,0 0,8 3,2
2,3 0,3 2,0
3,6 0,6 3,0
2.2.11 Opslag en dienstverlening voor vervoer Bedrijfstakstructuur Expediteurs grootste onderdeel opslag en dienstverlening voor vervoer Bedrijven binnen de bedrijfstak opslag en dienstverlening voor vervoer vervullen een belangrijke faciliterende rol rondom het vervoer van goederen en personen. Het gaat om activiteiten als het opslaan van goederen, exploiteren van zee- en luchthavens en het laden en lossen van vracht. Ook de activiteiten van expediteurs vallen onder deze bedrijfstak en vormen het grootste onderdeel. Expediteurs houden zich bezig met het coördineren van vervoer en de administratieve afhandeling van handel in het binnen- en buitenland. De toegevoegde waarde van de Nederlandse opslag en dienstverlening voor vervoer bedroeg in 2017 € 11 miljard en was daarmee goed voor 2% van de totale toegevoegde waarde van de Nederlandse economie. Bovengemiddelde arbeidsproductiviteit opslag en dienstverlening voor vervoer De bedrijfstak opslag en dienstverlening voor vervoer bood in 2017 voor 87 duizend manjaren aan werkgelegenheid en had daarmee een aandeel van 1% in de totale werkgelegenheid in Nederland. De opslag en dienstverlening voor vervoer is met een toegevoegde waarde van € 126 duizend per arbeidsjaar een bedrijfstak met een bovengemiddelde arbeidsproductiviteit.
Ontwikkeling en simulatie in de periode 1995-2017 Opslag en dienstverlening voor vervoer historisch in hoog tempo gegroeid De toegevoegde waarde van de bedrijfstak opslag en dienstverlening voor vervoer is in de periode 1995-2017 jaarlijks met gemiddeld 3,3% sterk toegenomen. Deze groei hangt net als in het vervoer samen met de sterke groei van het wereldhandelsvolume in deze periode. De toegevoegde waarde nam vrijwel over de gehele periode toe. In de jaren 2001, 2008 en 2015 zijn korte periodes van afvlakkende groei en zelfs krimp waarneembaar als gevolg van de wereldwijde economische recessies. Tijdens deze recessies daalde het wereldhandelsvolume tijdelijk waardoor de vraag naar opslag en dienstverlening voor vervoer afnam. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van het relevante wereldhandelsvolume de ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de opslag en dienstverlening voor vervoer goed kunnen verklaren. Werkgelegenheid sterk gegroeid In lijn met de ontwikkeling van de toegevoegde waarde van de bedrijfstak groeide ook de werkgelegenheid vrijwel de gehele periode sterk. In de periode 1995-2017 groeide het arbeidsvolume van de opslag en dienstverlening voor vervoer jaarlijks gemiddeld met 2%. De groei vlakte in 2008 af als gevolg van een tijdelijke afname van de productie, maar de groei herstelde zich vanaf 2010.
Vanaf 2013 nam de werkgelegenheid na een sterke sanering in de voorgaande jaren relatief sterker toe. Regressieanalyses laten zien dat de ontwikkeling van de toegevoegde waarde de ontwikkeling van het arbeidsvolume goed kan verklaren. In figuur 2.11 worden de feitelijke ontwikkeling en de simulatie van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume van de bedrijfstak opslag en dienstverlening voor vervoer weergegeven.
55
Figuur 2.11
Toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijfstak opslag en dienstverlening voor vervoer, feitelijke ontwikkeling en simulatie, miljoenen euro’s en duizenden arbeidsjaren, 1995-2017 Toegevoegde waarde
12.000 11.000 10.000 9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Productie
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2013
2015
2017
Simulatie
Werkgelegenheid 90 85 80 75 70 65 60 55 50 1995
1997
1999
2001
2003
2005
Werkgelegenheid
Bron: CBS, EIB
56
2007
2009 Simulatie
2011
Prognose tot 2030 Opslag en dienstverlening voor vervoer blijft sterk doorgroeien De opslag en dienstverlening voor vervoer zal in de periode 2018-2030 naar verwachting blijven doorgroeien. De wereldhandel zal in de toekomst blijven toenemen en daarmee ook de vraag naar opslag en dienstverlening voor vervoer. In een behoedzaam scenario waar de wereldhandel relatief beperkt groeit zal de toegevoegde waarde van de opslag en dienstverlening voor vervoer jaarlijks gemiddeld met 2,1% toenemen. In het gunstige scenario groeit de wereldhandel in een hoger tempo en wordt verwacht dat de toegevoegde waarde met gemiddeld 3,2% jaarlijks sterk zal groeien. Gematigde groei werkgelegenheid In lijn met de verwachte groei van de toegevoegde waarde zal ook de werkgelegenheid in de opslag en dienstverlening voor vervoer in de periode 1995-2017 blijven toenemen. Als gevolg van arbeidsbesparende maatregelen zal de werkgelegenheid minder hard toenemen dan in het verleden het geval is geweest. Technologische ontwikkelingen op het gebied van robotisering en digitalisering kunnen hier een belangrijk rol gaan spelen. In het behoedzame scenario neemt de werkgelegenheid jaarlijks gemiddeld met 0,9% toe. In het gunstige scenario neemt het arbeidsvolume jaarlijks gemiddeld met 1,5% toe.
Opslag en dienstverlening indirect geraakt door verduurzaming De opslag en dienstverlening voor vervoer is geen CO2-intensieve sector en zal daarom maar beperkt direct worden geraakt door een eventuele verzwaring van CO2-heffingen. De bedrijfstak kent echter een nauwe samenhang met het vervoer, een bedrijfstak die wel CO2-intensief is. De opslag en dienstverlening voor vervoer zal daarom indirect te maken krijgen met lastenverzwaringen als gevolg van verdergaand klimaatbeleid. De verwachting is dat deze indirecte effecten de groei van de toegevoegde waarde in de toekomst in lichte maten zullen remmen.
Tabel 2.14
Verwachte gemiddelde groeicijfers per jaar, historisch en periode 2018-2030
Productie Werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit
Historisch
Behoedzaam
Gunstig
3,3 2,0 1,3
2,1 0,9 1,2
3,2 1,5 1,7
Bron: CBS, EIB
57
2.2.12 Bouwnijverheid Bedrijfstakstructuur Bouwnijverheid: evenwichtig verdeling van de onderdelen De bouwnijverheid omvat de bouwactiviteiten van woningen (40%), utiliteitsgebouwen (30%) en infrastructuur (30%). Dit betreft zowel de nieuwbouw, de herstel en verbouw als het onderhoud. Naast hoofdaannemers en gespecialiseerde bouwbedrijven omvat de bouwnijverheid ook de installatiesector. De bouwnijverheid was met een toegevoegde waarde van € 30,2 miljard in 2017 goed voor 4,7% van het totale toegevoegde waardevolume van de Nederlandse economie. Lage arbeidsproductiviteit bouwnijverheid De bouwnijverheid bood in 2017 voor 438 duizend arbeidsjaren aan werkgelegenheid en was daarmee goed voor 6% van de totale werkgelegenheid in Nederland. De arbeidsproductiviteit van de bouwnijverheid ligt onder het gemiddelde van de Nederlandse economie. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar bedroeg in 2017 € 69 duizend. Ontwikkeling in de periode 1995-2017 Ontwikkeling bouwnijverheid conjunctuurgevoelig In de periode 1995-2017 is de toegevoegde waarde van de bouwnijverheid jaarlijks gemiddeld met 0,7% gegroeid. De bouw is conjunctuurgevoelig. In het begin van deze eeuw zakte de productie hierdoor al sterk terug. Na een fors herstel zorgde de sterke crisis in de periode 20092013 voor een in historisch perspectief uitzonderlijk forse en langdurige daling van de productie.