21. Ruimte voor economische activiteit tot 2030.pdf
Tekst van het document
11
Het toekomstig ruimtegebruik van kantoren is gebaseerd op kantoorgebouwen zonder andere gebruiksfuncties. Voor het startjaar is uit BAG het totale ruimtegebruik van deze kantoren naar landsdeel bepaald. Door koppeling van LISA met BAG is vervolgens berekend hoeveel werkgelegenheid van een bedrijfstak in een kantoor per landsdeel werkzaam is. Voor de vertaalslag naar het ruimtegebruik naar bedrijfstak is uitgegaan van het gemiddelde aantal m2 bvo per werkende op landsdeelniveau. Voor een uitgebreide omschrijving van de aanpak wordt verwezen naar bijlage C.
88
daarmee beduidend hoger dan bij andere bedrijfstakken waar het aandeel varieert tussen 3% en 28%. Ook tussen de landsdelen zijn verschillen waarneembaar. Zo is in landsdeel West 28% van de werkgelegenheid kantoorhoudend, terwijl in de overige landsdelen het aandeel rond 20% ligt. Het relatief hoge aandeel in West kan worden verklaard door de concentratie van zakelijke en overige quartaire diensten in dit landsdeel. In figuur 3.4 wordt de regionale verdeling van kantoorhoudende werkgelegenheid naar bedrijfstak weergegeven. Gelet op de kleine verschillen in het ruimtegebruik per werkende tussen de landsdelen geeft deze figuur ook een beeld van de regionale verdeling van het ruimtegebruik.
Figuur 3.4
Regionale verdeling van de kantoorhoudende werkgelegenheid voor de 18 bedrijfstakken, in duizend arbeidsjaren, 2017
1.000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 VG
TK
AO CH
ST
SB
BM ME
Noord
OI
West
GH OV Oost
BO DH
VE
ZD OW ZO
OQ
Zuid
Bron: LISA/BAG, bewerking BCI
89
Overlap in ruimtegebruik tussen formele bedrijventerreinen en kantoren De contouren van formele bedrijventerreinen zijn bekend, waardoor de werkgelegenheid binnen deze contouren kan worden bepaald. In tabel 3.1 van dit hoofdstuk is het aandeel van deze werkgelegenheid per bedrijfstak in de totale werkgelegenheid weergegeven. Voor kantoren zijn geen contouren bekend. Bovendien is alleen het ruimtegebruik te bepalen van gebouwen met alleen een kantoorfunctie. Van gebouwen met meerdere gebruiksfuncties is alleen het totale vloeroppervlak in de BAG bekend en niet die van de afzonderlijke functies. In deze studie wordt alleen de ontwikkeling van het ruimtegebruik van gebouwen met alleen een kantoorfunctie bepaald. In tabel 3.3 is het aandeel van de zogeheten kantoorhoudende werkgelegenheid weergegeven. Deze kantoren kunnen zich zowel op als buiten een formeel bedrijventerrein bevinden, waardoor er een overlap bestaat tussen het ruimtegebruik van bedrijventerreinen en die van kantoren. Aandeel in totale werkgelegenheid naar locatietype, 2017
27%
42%
7%
17%
Op bedrijventerreinen in andere gebouwen In kantoren buiten bedrijventerreinen
Op bedrijventerreinen in kantoren Niet op bedrijventerreinen en in kantoren
Van de totale werkgelegenheid bevindt zich 34% op formele bedrijventerreinen, waarvan 7% van de totale werkgelegenheid in kantoren. Van de totale werkgelegenheid is 24% in kantoren gevestigd, waarvan 17% buiten de formele bedrijventerreinen. Ruim 40% van de werkgelegenheid is niet op een formeel bedrijventerrein of in een kantoorgebouw maar elders gevestigd. Hieronder vallen ook o.a. zeehaventerreinen, die buiten de scope van deze studie zijn gehouden. 3.4
Toekomstige ruimtegebruik in kantoren in twee scenario’s
Omvang kantoorhoudende werkgelegenheid De vraag naar kantoren hangt sterk samen met de ontwikkeling van de kantoorhoudende werkgelegenheid. In het vorige hoofdstuk is de toekomstige ontwikkeling van de totale werkgelegenheid per bedrijfstak beschreven en dit is de basis voor de berekening van het toekomstige ruimtegebruik in kantoren. Volgens CPB/PBL (2017) is het aandeel van de kantoorhoudende werkgelegenheid in de tijd nagenoeg gelijk gebleven. In onze berekeningen is aangenomen dat het aandeel kantoorhoudende werkgelegenheid voor alle bedrijfstakken ook in de toekomst gelijk blijft. Ruimtegebruik per werkende Het ruimtegebruik per werkende in kantoren is in de periode 1990-2017 niet afgenomen. De vraag naar kantoren is vanaf 1991 tot aan het begin van de crisis van 29 miljoen m2 bvo met de
90
helft toegenomen naar 44 miljoen m2, terwijl de totale werkgelegenheid in dezelfde periode met een kwart toenam (figuur 3.5). Alleen in de relatief korte periode 2015-2017 is de werkgelegenheid sterk gegroeid terwijl het ruimtegebruik nog afnam. Dit hoeft nog geen indicatie te zijn dat het ruimtegebruik per kantoorbaan voortaan zal afnemen. Het kan ook nog het gevolg zijn van de crisis. Bij een gelijkblijvend aandeel kantoorhoudende werkgelegenheid is van een afnemend oppervlak per werknemer in historisch perspectief dan ook zeker geen sprake. Weliswaar neemt door een efficiëntere indeling van het kantoor en door meer thuiswerken de vraag per werkende in de tijd af, maar hier staat tegenover dat het opleidingspeil toeneemt. Met het opleidingspeil neemt ook het ruimtegebruik toe door faciliteiten als vergaderruimtes, ICT- en andersoortige facilitaire voorzieningen (EIB, 2012). In deze studie is vooralsnog aangenomen dat het ruimtegebruik per werknemer in de toekomst constant blijft.
Figuur 3.5
Totale ruimtegebruik naar kantoren in miljoen m2 bvo en index werkgelegenheidsgroei
1,55
45 43
1,45 41 39
1,35
37 1,25 35 33
1,15
31 1,05 29 27
Kantoorvraag (rechteras)
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
2000
1999
1998
1997
1996
1995
1994
1993
1992
1991
0,95
Werkgelegenheid (linkeras)
Bron: EIB
In tabel 3.4 is het ruimtegebruik op kantoorlocaties in 2030 voor de 18 bedrijfstakken in het behoedzame en gunstige scenario weergegeven. Het ruimtegebruik op kantoorlocaties neemt in het behoedzame scenario toe met 6% tot 45 miljoen m2 (gemiddeld 190.000 m2 per jaar). Het zijn met name de groothandel, de opslag en dienstverlening voor vervoer, de bouwnijverheid en de zorg waar de vraag naar kantoorruimte toeneemt. De zakelijke dienstverlening blijft als grootste ruimtegebruiker van kantoren in dit scenario nog stevig doorgroeien. In de industrietakken en in het vervoer neemt de vraag naar kantoren in de toekomst af. In landsdeel West zal de vraag naar kantoorruimte in de periode tot 2030 het snelst groeien (8%) In de landsdelen Oost en Zuid neemt de vraag naar kantoorruimte met 4% toe. Landsdeel Noord laat een relatief lage groei (2%) van de vraag naar kantoren zien. Het ruimtegebruik neemt in het gunstige scenario toe met 11% tot ruim 47 miljoen m2 (gemiddeld 330.000 m2 per jaar).Vooral de sterke groei van de grote kantoorruimtevragers als zakelijke diensten en zorg stuwen de vraag naar kantoren in dit scenario fors op. Ook de vraag naar kantoorruimte vanuit de opslag en dienstverlening van vervoer groeit in het gunstige scenario relatief sterk. Tussen de landsdelen is hetzelfde patroon waarneembaar als in het behoedzame scenario maar op een hoger niveau.
91
Tabel 3.4
Ruimtegebruik in 2030 in kantoorgebouwen in 1.000 m2 bvo, verschil in ruimtegebruik en procentuele groei ten opzichte van 2017, per bedrijfstak en landsdeel Behoedzaam
Gunstig
1.000 m2
∆
%
1.000 m2
∆
%
Voedings- en genotmiddelen Textiel en kleding Aardoliebasisindustrie Chemische industrie Staalindustrie Scheepsbouw Bouwmaterialenindustrie Metaalelektro Overige industrie Groothandel Opslag en dienstverlening vervoer Bouwnijverheid Detailhandel en horeca Vervoer Zakelijke diensten Onderwijs Zorg Overige quartaire diensten
170 25 35 255 350 65 60 375 385 2.240 510 1.795 710 845 24.020 545 4.585 8.060
-20 -5 0 -35 -25 -5 -5 0 -85 105 60 160 30 -85 1.680 5 510 285
-10 -13 -3 -12 -7 -8 -5 0 -18 5 13 10 4 -9 8 1 12 4
175 25 35 265 355 70 70 400 405 2.310 550 1.845 740 875 25.060 560 5.050 8.440
-15 -5 0 -25 -20 0 5 25 -65 175 100 210 60 -55 2.720 20 975 665
-9 -9 -2 -8 -5 -1 5 6 -13 8 22 13 9 -6 12 4 24 9
Totaal
45.030
2.570
6
47.230
4.770
11
- Noord - West - Oost - Zuid
3.090 25.605 7.495 8.840
55 1.885 300 330
2 8 4 4
3.255 26.820 7.875 9.280
220 3.100 680 770
7 13 9 9
Bron: EIB
Gevoeligheidsanalyse Op basis van de historische trend houden wij het ruimtegebruik per werknemer ook voor de toekomst constant. Wij wijken hiermee af van andere studies. Zo wordt in de studie ‘De toekomst van kantoren’ van het CPB/PBL (2017) op basis van empirische cijfers geconstateerd dat het gemiddeld ruimtegebruik per kantoorbaan in de tijd constant en relatief hoog is. Desondanks wordt voor de toekomst een geleidelijke daling van het ruimtegebruik per kantoorbaan verondersteld met 5% in 2030 en 10% in 2040 ten opzichte 2015. Met een gevoeligheidsanalyse laat CPB/PBL zien dat de uitkomsten zeer gevoelig zijn voor de veronderstelling over het ruimtegebruik per kantoorbaan12. Om de gevoeligheid van deze aanname voor het ruimtegebruik van kantoren te illustreren hebben wij ook een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd, waarbij voor kantoren van een 5% lager ruimtegebruik per kantoorbaan is uitgegaan. Deze veronderstelling werkt lineair door in de resultaten. Een 5% lager ruimtegebruik per kantoorbaan leidt er toe dat het ruimtegebruik van kantoren met 6% toeneemt, terwijl die in het behoedzame scenario met 1% afneemt. Een lager ruimtegebruik vergt wel aanpassing van het ontwerp van een kantoor, waardoor deze vooral in de nieuwbouw of grootschalige renovatie kan worden gerealiseerd.
In een belangrijk deel van de voorraad zal geen grote verbetering van het ruimtegebruik per werknemer kunnen plaatsvinden.
12
Bij een constant ruimtegebruik per kantoorbaan komt CPB/PBL uit op een ruimtegebruik van 44 miljoen m2 (laag) en 49 miljoen m2 (hoog) in 2030.
92
3.5
Ontwikkeling ruimtegebruik naar landsdeel
In figuur 3.6 is de jaarlijkse toename van het ruimtegebruik van formele bedrijventerreinen en kantoren volgens de twee scenario’s naar landsdeel voor de periode 2018-2030 weergegeven.
Figuur 3.6
Uitbreiding ruimtegebruik formele bedrijventerreinen (ha) en kantoren (1.000 m2 bvo) in twee scenario’s, gemiddeld per jaar
300
250
200
150
100
50
0 Noord
West
Oost
Zuid
Noord
Bedrijventerreinen
West
Oost
Zuid
Kantoren Behoedzaam
Gunstig
Bron: EIB
Uit de resultaten blijkt dat ook bij een economisch behoedzame ontwikkeling het ruimtegebruik op zowel formele bedrijventerreinen als in kantoren in het komende decennium naar verwachting zal toenemen. Om de groei van de economische activiteiten te kunnen realiseren zal voldoende ruimte voor bedrijventerreinen en kantoren tijdig moeten worden gereserveerd. De opgaven verschillen per landsdeel. Gelet op de onzekerheid rond de verwachte groei is het raadzaam voldoende ruimte te reserveren om ook de vraag bij een gunstige economische ontwikkeling te kunnen opvangen. De uitgifte van nieuwe locaties voor bedrijventerreinen en kantoren kan dan vervolgens later worden afgestemd op de actuele vraagontwikkeling.
93
94
Literatuur
CPB (2005), ‘De vraag naar ruimte voor economische activiteit tot 2040’, CPB Document 59, Den Haag. CPB (2012), ‘Kantorenmarkt in historisch en toekomstig perspectief’, CPB Notitie, Den Haag. CPB (2017), ‘Actualisatie Middellangetermijnverkenning 2018-2021’, CPB Notitie, Den Haag. CPB/PBL (2015), ‘Toekomstverkenning welvaart en leefomgeving 2015; Cahier Macro-economie’, gezamenlijk rapport Centraal Planbureau en Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag CPB/PBL (2017), ‘De toekomst van kantoren; een scenariostudie naar de ruimtebehoefte’, PBL Beleidsstudie, Den Haag. EIB (2012), ‘Landelijke samenvatting kantorenmonitor, Verkenning van regionale vraag- en aanbodontwikkelingen’, Amsterdam.
95
96
Bijlage A
Indeling bedrijfstakken en landsdelen
Tabel A.1
Bedrijfstakindeling
Code
Omschrijving
SBI (2008)
Nijverheid 1 VG 2 TK
Voedings- en genotsmiddelenindustrie Textiel- en kledingindustrie
10-12 13-15
3 4 5 6 7 8 9 10
Aardoliebasisindustrie Chemische industrie Staalindustrie Scheepsbouw Bouwmaterialenindustrie Metaalelektro Overige industrie Bouwnijverheid
19 20-22 24-25 30 16, 23 26-29 17, 18, 31, 32, 33 41-43 (F)
AO CH ST SB BM ME OI BO
Handel en logistiek 11 GH Groothandel 12 OV Opslag en dienstverlening voor vervoer 13 VE Vervoer
46 52 49, 50, 51, 53
Diensten 14 DH 15 ZD 16 OW 17 ZO 18 OQ
45, 47, 55, 56 58-82 (J, K, L, M, N) 85 (P) 86-88 (Q) 84, 90-96 (O, R, S, T)
Detailhandel en horeca Zakelijke dienstverlening Onderwijs Zorg Overige quartaire diensten
Bron: EIB
97
Tabel A.2
Indeling landsdelen naar provincie
Code
Omschrijving
Noord 1 2 3
DR FR GR
Drenthe Friesland Groningen
West 4 5 6
NH UT ZH
Noord-Holland Utrecht Zuid-Holland
Oost 7 8 9
FL GL OV
Flevoland Gelderland Overijssel
Zuid 10 11 12
LB NB ZL
Limburg Noord-Brabant Zeeland
Bron: EIB
98