CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Concept Raadsbesluit Vierde optimalisatie vergaderpraktijk Duiven 2025

Raadsavond 21 januari 2025, gemeente DuivenBij agendapunt: Vierde optimalisatie vergaderpraktijk Duiven 2025 > verdaagd naar de raad van 18 februari 202523.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoofdstuk 8 – Toehoorders en pers

Pagina 21

Artikel 52 Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen, ronde- en debattafels uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. In het belang van de orde van de bijeenkomst, dienen toehoorders en pers de aanwijzingen van de raads- of tafelvoorzitter op te volgen. 4. Indien de raads- of tafelvoorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune. 5. De schorsing gaat de tijd van een uur niet te boven. Indien bijzondere gevallen dit wenselijk maken, is de voorzitter bevoegd de vergadering te verdagen tot uiterlijk tweemaal 24 uur na de schorsing. Artikel 53 Geluid- en beeldregistratie Degenen die van een openbare raadsvergadering, ronde- of debattafel geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de raadsvoorzitter dan wel tafelvoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Artikel 54 Gebruik van communicatiemiddelen In de ruimte van een raadsvergadering, ronde- of debattafel, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering of de tafel telefoneren, op welke wijze dan ook, niet toegestaan.

Ander gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen is toegestaan, voor zover dit gebruik naar het oordeel van de raadsvoorzitter dan wel tafelvoorzitter geen verstoring van de orde van de vergadering respectievelijk de tafel oplevert en (het gebruik van) de apparatuur geen geluid produceert.

Hoofdstuk 9 – Slotbepalingen

Pagina 22

Artikel 55 Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement: 1. Beslist de raad op voorstel van de raadsvoorzitter, in het geval van een raadsvergadering. 2. Beslissen de tafeldeelnemers op voorstel van de tafelvoorzitter, in het geval van een ronde- of debattafel. Artikel 56 Inwerkingtreding, citeertitel en intrekking oude reglement 1. Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2025. 2. Op dat tijdstip vervalt het op 7 december 2021 vastgestelde ‘Reglement van orde. 3. Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van Orde gemeenteraad Duiven 2025, vierde optimalisatie”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 januari 2025. de griffier,

de voorzitter,

drs. W.R. (Wouter) Bosch

mr. H.B. (Huub) Hieltjes

Pagina 23

Toelichting op het Reglement van orde gemeenteraad Duiven 2019 Hoofdstuk 1 – Algemene Bepalingen Artikel 1

Begripsomschrijvingen

De begrippen behoeven geen nadere toelichting. Artikel 2

De voorzitters

De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. Overigens geldt ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de waarneming van het ambt van burgemeester. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Tafelvoorzitters: Door de nieuwe werkwijze van de raad, met de invoering van de ronde- en debattafels als belangrijkste wijziging, is er behoefte aan voldoende tafelvoorzitters. Het streven is erop gericht dat een tafelvoorzitter op een politieke avond slechts één tafel hoeft voor te zitten. Aan alle fracties wordt gevraagd om een tafelvoorzitter te leveren. Het is denkbaar dat grotere fracties meerdere tafelvoorzitters leveren. Bij voorkeur levert iedere fractie minstens één tafelvoorzitter.

Een aantal van acht tafelvoorzitters is nodig om enigszins flexibel een agenda met bijbehorende tafelvoorzitters voor de politieke avond te kunnen vaststellen. Als het aantal tafelvoorzitters, door beëindiging van het tafelvoorzitterschap, te klein wordt, kan de Agendacommissie de raadsfracties opnieuw om tafelvoorzitters verzoeken. Artikel 3

De griffier

De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 van de Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 4a Het Seniorenconvent Het Seniorenconvent heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Daarnaast is het Seniorenconvent een plek voor het bestuursorgaan Burgemeester om vertrouwelijke zaken te delen op het vlak van de portefeuille Openbare orde en Veiligheid en Integriteit. Lid 8 is ingevoegd omdat het denkbaar is dat als er een kwestie op het vlak van de openbare orde en veiligheid aan de orde is, de burgemeester zich wil laten bijstaan door bijvoorbeeld de brandweercommandant of de beleidsmedewerker Openbare Orde. Eveneens is het denkbaar dat de griffier bepaalde zaken wil voorleggen, bijvoorbeeld als er een nieuw raadsinformatiesysteem moet komen. Het is denkbaar dat hij zich dan laat bijstaan door een deskundige.

Daarom is er gekozen voor de bewoording ‘iemand’ in plaats van de bewoording ‘een ambtenaar’ of ‘een medewerker van de gemeente’.

Pagina 24

Het Seniorenconvent heeft voor wat betreft de politieke aspecten van het raadswerk geen besluitvormende rol, dat primaat is immers voorbehouden aan de raad. Het lidmaatschap van het Seniorenconvent is gekoppeld aan het fractievoorzitterschap. Omdat het Seniorenconvent besloten van aard is en geen besluitvormende rol heeft voor wat betreft de politieke aspecten van het raadswerk is er voor gekozen om geen vervangingsregel op te nemen. Dit bevordert het besloten en vertrouwelijke karakter. Wanneer een fractievoorzitter niet in de gelegenheid is om het Seniorenconvent bij te wonen, kan hij zich dus niet laten vervangen door een ander lid van zijn fractie of de raad. Vertrouwelijkheid is een term die niet gebruikt wordt in de Gemeentewet en de Wob. De Hoge Raad heeft in 2004 bepaald dat de termen ‘vertrouwelijkheid’ en ‘geheimhouding’ in feite hetzelfde betekenen, maar dat in juridische zin alleen waarde wordt gehecht aan het woord ‘geheim’. Daarom is het van belang om te duiden wat de term vertrouwelijkheid in houdt. Vertrouwelijkheid houdt in dat datgene wat besproken en gedeeld wordt in het Seniorenconvent binnenskamers blijft en niet daarbuiten komt. Deelnemers aan het Seniorenconvent zijn zich hier van bewust en handelen hier naar.

Het is denkbaar dat naast het vertrouwelijke karakter dat hier van kracht is, informatie die hier gedeeld wordt reeds valt onder de term geheim of niet-openbaar uit de Gemeentewet en de Wob en daarmee een geheimhoudingsplicht geldt en er strafrechtelijke consequenties verbonden zijn aan het lekken van deze informatie. Deelnemers zijn zich hier van bewust en handelen hier ook naar, het is raadzaam dat de voorzitter de aanwezigen hier ook regelmatig op wijst zodat een ieder hier van doordrongen is. Artikel 4b

De Agendacommissie

De Agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken op de politieke avond en in de raad. De Agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. De commissie stelt de agenda van de politieke avond vast en de agenda van de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. De Agendacommissie verdeelt in haar vergadering het voorzitterschap van de geagendeerde onderwerpen voor een politieke avond en het ‘over-en-weer’ over haar leden. De raadsvoorzitter is automatisch – conform de wetgeving - de voorzitter van de raadsvergadering. De Agendacommissie kan besluiten om in bijzondere gevallen een voorzitter van buiten aan te trekken om een ronde- of debattafel te leiden. “De Agendacommissie beoordeelt kritisch of een politieke, informele of thema avond echt nodig is”. In haar vergadering blikt de Agendacommissie terug op de vorige politieke avond, dit met het oog op het lerend vermogen van de leden van de Agendacommissie. Daarnaast is het raadzaam dat de Agendacommissie periodiek, bijvoorbeeld elk half jaar, een evaluatiemoment heeft.

In de nieuwe werkwijze past dat de Agendacommissie - met redenen omkleed - kan besluiten om een raadsvoorstel - zonder eerst op de politieke avond te zijn besproken - als hamerstuk op de agenda van de raad te agenderen. De Agendacommissie zal dat met name overwegen als er sprake is van een beleidsarm stuk, een stuk dat een logisch vervolg is op eerdere besluitvorming of een stuk waarop geen betrokkenheid van burgers te verwachten is of bij een combinatie van deze argumenten. De raad kan bij de vaststelling van de agenda in de raadsvergadering gemotiveerd aangeven dat het stuk toch voor de politieke avond moet worden geagendeerd.

Pagina 25

Motieven voor de raad om het punt toch te willen agenderen kunnen gelegen zijn in de verwachting dat er wel burgers willen inspreken, of dat het punt toch politieke attentiewaarde heeft. Het uitgangspunt is dat alle fracties één tafelvoorzitter leveren. Dit uitgangspunt heeft tot doel om een breed draagvlak te hebben in de raad voor de keuzes die de Agendacommissie maakt. Het is denkbaar dat grotere fracties meerdere tafelvoorzitters leveren. In haar eerste vergadering als Agendacommissie wijzen de leden van de Agendacommissie één tafelvoorzitter aan als voorzitter van de Agendacommissie. Gezien het dualisme en de zelfstandige rol van de raad is de voorzitter van de Agendacommissie bij voorkeur lid van de oppositie. De Agendacommissie is een procescommissie die bij haar beslissingen een grote mate van overeenstemming als uitgangspunt heeft. Leidend voor haar beslissingen zijn de uitkomsten van de tafel waar een onderwerp besproken is en het advies van de griffie. Naast de formele agenda is de Agendacommissie ook een klankbord voor de griffie als het gaat om andere raadsactiviteiten in de agenda van de raad, zoals thema-avonden of werkbezoeken. De gemeentesecretaris is de eerste adviseur van het college van B&W en staat aan het hoofd van de ambtelijke organisatie. Hij heeft zicht op de planning en de processen van het ambtelijk apparaat.

Vanuit zijn rol kan de gemeentesecretaris de Agendacommissie adviseren. Indien nodig kan hij zich laten bijstaan door een inhoudelijk betrokken ambtenaar. De deadline voor de organisatie/het college voor wat betreft het aanleveren van raadsvoorstellen bij de griffie is woensdag 12:00 uur de week voorafgaand aan de Agendacommissie. Op deze wijze kan de griffie zorgvuldig behandeladviezen opstellen en de Agendacommissie tijdig stukken toezenden. (Een uitzondering op de deadline in uitzonderlijke gevallen is denkbaar).

De vergaderingen van de Agendacommissie zijn passief-openbaar. Dit houdt in dat eenieder welkom is bij de vergaderingen van de Agendacommissie. Reden is dat wanneer de commissie actief-openbaar is, de agenda conform artikel 11 en 12 uit dit reglement gepubliceerd moeten worden. Dit verlengt de doorlooptijd van de raadscyclus met circa twee weken. Omdat de Agendacommissie alleen procesmatige besluiten neemt en geen politiek inhoudelijke besluiten doet een korter van te voren publiceren van de agenda geen afbreuk aan het democratische proces. In de regel zullen de agenda en de stukken van de Agendacommissie de vrijdag voor de Agendacommissie via iBabs op de website van de gemeente gepubliceerd worden. Voor het moment van invloed uitoefenen op de besluitvorming van of in de Agendacommissie zie de toelichting bij artikel 9 Agenda van de raadsvergadering en de Politieke Avond. Bestemmingsplannen zonder zienswijzen Raadslid Hans Stam heeft voorgelegd of het proces rondom ‘kleinere’ en ‘apolitieke’ bestemmingsplannen niet versneld kan worden als er geen zienswijzen op worden ingediend. Deze moeten formeel langs de raad en moeten dan een langdurig besluitvormingsproces afleggen met formele aanlevertijden etc. De agendacommissie heeft besloten om te gaan experimenteren met een versnelling voor dit soort stukken.

De doelstelling is: het versnellen van de procedure van kleine, apolitieke bestemmingsplannen waar geen zienswijzen op worden ingediend. Bij het bestemmingsplan ‘Groessen, Dorpstraat 54B’ (twee halfvrijstaande woningen) is deze werkwijze succesvol toegepast. De proceduretijd werd verkort en er was goed ingeschat dat de het een ‘kleinere / apolitieke’ bestemmingsplan betrof. De procedure kan per 2025 worden verbreed van ‘kleinere’ en ‘apolitieke’ bestemmingsplannen naar alle bestemmingsplannen zonder zienswijzen. Dit is logisch omdat plannen al veel eerder bij de raad in beeld zijn dan ten tijde van het bestemmingsplan (sluitstuk). Worden geen zienswijzen verwacht dan is de raad niet de

Pagina 26

vertragende factor. Toch dient het college steeds in te schatten of een plan niet toch politiek relevant is. Workflow bestemmingsplannen zonder zienswijzen (Artikel 4b, lid 7 sub. f) 1. College beslist dat een bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. 2. College verzoekt aan de Agendacommissie om het alvast als hamerstuk te agenderen mits geen zienswijzen worden kenbaar gemaakt. Het college stuurt het verzoek richting de secretaris met als bijlage het collegevoorstel. 3. Griffie schrijft behandeladvies op basis van het verzoek (onder 2). NB: verzoek moet net als andere stukken uiterlijk woensdag 12:00 uur de week voorafgaand aan de Agendacommissie zijn ingediend bij de Griffie. 4. Agendacommissie besluit in reguliere vergadering over het verzoek. 5. (Indien Agendacommissie akkoord): raadsvoorstel minimaal 7 dagen voorafgaand aan raadsavond aanleveren bij Griffie.

Hoofdstuk 2 – Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming van fractieassistenten; benoeming van wethouders; fracties Artikel 5a Onderzoek geloofsbrieven en toelating van nieuwe raadsleden Vooraf Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties.

De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Derde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. Dit lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak: zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet

Pagina 27

dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. drie) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn. Vierde en vijfde lid Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen.

De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. Artikel 5b Onderzoek geloofsbrieven en benoeming van fractieassistenten Nieuw in dit artikel is dat we nu de mogelijkheid hebben geschapen om ook iemand te benoemen als fractieassistent die bij de laatste verkiezingen niet geplaatst was op de kandidatenlijst van de fractie. Artikel 10, 11, 12, 13 en 15 uit de Gemeentewet worden ook van toepassing verklaard op fractieassistenten. Fractieassistenten leggen ook de eed of verklaring en belofte af. Wij schakelen in de praktijk, waar mogelijk, de fractieassistent gelijk met een raadslid en dan ligt gelijkschakeling op dit punt ook voor de hand. Er kan dan geen enkel misverstand of onduidelijkheid meer bestaan dat ook fractieassistenten aan geheimhouding zijn gehouden van zaken die bijvoorbeeld in een besloten tafel van de politieke avond aan de orde kunnen komen of van stukken die onder geheimhouding bij de griffie berusten en bij de griffie kunnen worden ingezien.

Het van toepassing verklaren van de genoemde artikelen uit de Gemeentewet betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15. Bij dat laatste gaat het er in dit verband vooral om dat zij niet als gemachtigde voor een wederpartij mogen optreden in geschillen met de gemeente (artikel 15, eerste lid aanhef en onder b). Als een dergelijk geschil zich zou voordoen met een wijkvereniging, voetbalclub of andere door de gemeente gesubsidieerde organisatie waar een fractieassistent lid van het bestuur of voorzitter is, moet deze fractieassistent zich dus afzijdig houden. Verder is van belang het bepaalde in artikel 15, eerste lid aanhef en onder c: de fractieassistent mag ook niet als vertegenwoordiger of adviseur optreden t.b.v. het door derde met de gemeente aangaan van overeenkomsten. Op zichzelf hoeft er juridisch gesproken vanuit artikel 15 Gemeentewet geen bezwaar te zijn als alles transparant gebeurt. Net zoals dat bij raadsleden het geval is. Nadere afspraken hierover kunnen gemaakt worden in de gedragscode.

Aangezien fractieassistenten niet meer benoemd worden als commissielid in de zin van artikel 82 van de gemeentewet, wordt overgestapt op een vaste vergoeding van 15% van de raadsvergoeding per maand. Dit wordt vastgelegd in de verordening op de rechtspositie.

Pagina 28

Artikel 5c Onderzoek geloofsbrieven en benoeming van wethouders Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Daarnaast kan een verklaring omtrent het gedrag (VOG) worden gevraagd. De raad kan aangeven dat zij deze procedure wil volgen bij de benoeming van wethouders. De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de aspirant bestuurder centraal. Het is mogelijk om deze VOG via een spoedprocedure uit te laten voeren. Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incompatibiliteit en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Bij de (her)benoeming van een wethouder zal een integriteitstoets plaatsvinden.

De gedragscode politieke ambtsdragers speelt hierbij een rol. De integriteitstoets komt aan de orde in het gesprek dat de burgemeester over integriteit en de gedragscode (op basis van een risicoanalyse integriteit) voert met de kandidaat-wethouder. De primaire verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige kandidaatstelling en benoeming ligt bij de betreffende lokale politieke partij (die een kandidaat wil voordragen), bij gemeenteraad én bij de betreffende kandidaat, gezamenlijk. De risicoanalyse richt zich primair op bewustwording bij de kandidaat. De risicoanalyse moet gedaan worden vanuit een positieve grondhouding; er is immers geen sprake van signalen die aanleiding geven tot een integriteitsonderzoek. De verantwoordelijkheid voor de risicoanalyse ligt primair bij de burgemeester die de wettelijke taak heeft om de bestuurlijke integriteit van de gemeente te bevorderen en de gemeenteraad, het bestuursorgaan dat over benoeming gaat. In veruit de meeste gemeenten is de burgemeester opdrachtgever (als voorzitter van de gemeenteraad en/of als zelfstandig bestuursorgaan). De nieuwe standaard is dat een extern bureau wordt ingeschakeld voor de uitvoering van de risicoanalyse. De burgemeester staat boven de partijen en heeft vanuit artikel 170, lid 2, van de Gemeentewet een taak in het bevorderen van de bestuurlijke integriteit van de gemeente.

Met de vaststelling van de Meerjarenbegroting 2022-2025 zijn er middelen beschikbaar om de risicoanalyses uit te voeren. (“Vanuit de Provincie wordt er op aangedrongen om na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 een screening te laten plaatsvinden naar de integriteit van voorgedragen wethouders-kandidaten. Hiermee is een incidenteel bedrag van € 12.000 gemoeid”). Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico. Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd. Artikel 6 Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd.

Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat

Pagina 29

een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag.

Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.

Dit betekent ook dat: kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn, vanwege strijd met de Gemeentewet en de Kieswet; personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractie-afsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben, te denken valt aan: fractievergoedingen en –faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het Seniorenconvent, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3 van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde. Indien de nieuwe fractie wil meedoen aan de

Pagina 30

eerstvolgende raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren. Bij registratie als politieke groepering wordt getoetst aan hoofdstuk G van de Kieswet, waarin staat aangegeven in welke gevallen deze registratie geweigerd wordt. Hoofdstuk 3 – Vergaderingen Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen en verslaglegging Artikel 7 Vergaderfrequentie Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de raadsvoorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De raadsvoorzitter dient bij het bepalen van een andere dag en een ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg te plegen met de Agendacommissie. Op deze wijze houdt de Agendacommissie ook bij vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Tweede lid Zo mogelijk worden de tafels op de politieke avond thematisch geclusterd, zodat dossierwoordvoerders aan alle tafels binnen een bepaald aandachtsgebied deel kunnen nemen. Derde lid De raadsvergadering duurt in de regel tot 22.30 uur.

Een raadsvoorstel dat voor dat tijdstip in bespreking is genomen wordt in de regel wel in zijn geheel behandeld, tenzij de vergadering anders beslist. De eindtijd van een raadsvergadering blijft 22:30 uur. Het lopende agendapunt wordt dan afgerond. De vergadering wordt alleen tot later voortgezet indien de raad hiertoe unaniem besluit. De Agendacommissie zal steevast reservedata inplannen (veelal 20:30 uur donderdag). Aan de indieners van een motie vreemd wordt (indien het, het laatste agendapunt betreft) gevraagd of deze kan doorschuiven naar de volgende raadsavond. Echter, als één indiener toch behandeling wenst, wordt de reservedatum hiervoor aangewend. Bij het maken van de jaarplanning wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de schoolvakanties,kermissen en andere bijzondere feiten. Artikel 8 Oproep In artikel 19, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. Het is in de gemeente Duiven gebruikelijk dat het versturen van deze schriftelijke oproep gebeurd door het plaatsen van de agenda in iBabs. De oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

Het eerste lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de oproep aan de leden worden verzonden. De in artikel 25, eerste en tweede lid, bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de stukken.

Pagina 31

De verzending van de stukken zoals hier bedoeld, gebeurt door publicatie op iBabs. Artikel 9 Agenda van de raadsvergadering en de politieke avond Eerste t/m derde lid De Agendacommissie bepaalt hoe de agenda eruit komt te zien. Het versturen van de agenda en stukken is geregeld in artikel 8. Dit is echter een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het soms niet mogelijk zijn om zeven dagen voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de politieke actualiteit. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de vergadering. Individuele raadsleden kunnen de Agendacommissie onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een met redenen omkleed voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen (motie vreemd) of van de agenda af te voeren (niet eens met hamerstuk). Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Onder ‘technisch blok’ vallen de opening, het vaststellen van de agenda, het vaststellen van de LIS en eventuele benoemingen van raadsleden danwel fractieassistenten.

Onder ‘hamerstukken’ staan de voorstellen die als rechtstreeks hamerstukken geagendeerd zijn en de voorstellen die als hamerstuk uit de politieke avond zijn gekomen. Bij hamerstukken wordt geen debat meer gevoerd, er kan wel een stemverklaring afgelegd worden of om stemming gevraagd worden. Onder bespreekstukken staan de voorstellen geagendeerd waar men aan de hand van een motie of amendement het debat voort. Het debat in de raad gaat enkel over de motie of het amendement (de beoogde wijziging), het debat over het voorstel als geheel is reeds op de politieke avond gevoerd. Zie ook artikel 32 en 33 over de uitkomsten van de ronde of debattafels. Vierde lid Voorstellen aan de raad kunnen afkomstig zijn van college en burgemeester, van individuele raadsleden (zie artikel 42 Initiatiefvoorstellen) of van een raadswerkgroep (waar het bijvoorbeeld gaat om zaken die te maken hebben met de organisatie en de werkzaamheden van de raad). Met het in het vierde lid genoemde verzoek tot het agenderen van een onderwerp, worden ook onderwerpen bedoeld waaraan niet direct een voorstel tot besluitvorming in de raad gekoppeld zit. Hiermee kunnen ook anderen dan collegeleden, individuele raadsleden en raadswerkgroepen onderwerpen aandragen voor de politieke avond.

Voor burgers betekent dit een extra mogelijkheid, naast het burgerinitiatief, om een onderwerp onder de aandacht van de raad te brengen. Voor individuele raadsleden betekent het vierde lid de mogelijkheid tot een actievere rol bij de opstelling van de agenda. Ook biedt het vierde lid ruimte aan het college om de raad tijdens de politieke avond meer informeel over onderwerpen bij te praten. Indien de Agendacommissie niet instemt met een verzoek tot agendering dan zal zij dit met redenen onderbouwd mededelen aan de indiener. Uiteraard kan hierover het gesprek gevoerd worden. De Agendacommissie is het orgaan dat namens de raad zo goed en zo zorgvuldig als mogelijk de zaken agendeert voor behandeling op de politieke avond of de raadsvergadering. Daarbij zal de Agendacommissie zo goed mogelijk wegen of een onderwerp beeldvormend of meningsvormend geagendeerd kan worden. Wij gaan er vanuit dat de Agendacommissie het vertrouwen van de raad geniet en een breed draagvlak heeft. Het kan zo zijn dat de Agendacommissie toch een verkeerde taxatie heeft gedaan in de agendering van het onderwerp. Er zijn een aantal momenten waarop de raad invloed kan uitoefenen op het besluit van de Agendacommissie. Dit kan voorafgaand aan de Agendacommissie of bij het vaststellen van de raadsagenda. De vrijdag de

Pagina 32

Agendacommissie bij elkaar komt staan de stukken van de Agendacommissie, inclusief de concept-behandeladviezen online. Een fractie die een andere behandeling voorstaat, kan met hiertoe een beargumenteerd verzoek indienen bij de Agendacommissie. Dit kan door te mailen naar de griffier. Het verzoek wordt dan toegevoegd aan de stukken van de Agendacommissie en de Agendacommissie kan dit meenemen bij haar besluitvorming over de wijze van agendering. Bij het vaststellen van de agenda van de raad, kan de raad aangeven om bijv. toch te willen spreken over een onderwerp dat als hamerstuk is aangeduid door de Agendacommissie. Bij de bespreking aan een tafel kunnen de aanwezigen aangeven een andere wijze van behandeling te wensen. Mocht dit een ingrijpende wijziging zijn, dan wordt men verzocht om vooraf de griffie en de agendacommissie hierover in te lichten. Bij voorkeur voordat de Agendacommissie een besluit over de wijze van agendering heeft genomen. Dit om te voorkomen dat de bespreking van het orde voorstel aan tafel veel tijd in beslag neemt, waardoor de inhoudelijke bespreking onder tijdsdruk komt te staan en dat mensen met een verkeerde verwachting en voorbereiding over de behandeling naar de Politieke Avond komen.

Een deel van de agenda van de raadsvergadering of de Politieke Avond wordt bepaald door de wijze waarop de behandeling op de (voorgaande) Politieke Avond is afgerond. Hier ligt een belangrijke taak voor de tafelvoorzitter om te komen tot een heldere conclusie. De fracties aan tafel geven aan hoe zij aankijken tegen vervolg behandeling ((hamerstuk/bespreekstuk (motie/amendement) in raad of een aanvullende ronde/debattafel)). Aan de tafelvoorzitter de taak om door te vragen op argumentatie waarom een voorstel volgens een fractie niet door kan naar de volgende fase in het proces van besluitvorming. Als blijkt dat een enkele partij alleen niet door wil omdat er behoefte is aan intern overleg dan kan het voorstel wel ‘onder voorbehoud door’. Bij het vaststellen van de raadsagenda kan de partij dan alsnog aangeven een debat te wensen. Het voorstel kan dan of naar de bespreekpuntenlijst (als er een concreet amendement of motie is) of naar de volgende politieke avond. Bij voorkeur geeft de partij dit tijdig aan bij de griffie zodat dit ook gecommuniceerd kan worden naar de overige raadsleden en een voorstel voorbereid kan worden wanneer dan gesproken wordt het betreffende raadsvoorstel. Een voorstel komt doorgaans enkel aan de hand van een motie of amendement als bespreekstuk op de raadsagenda, zodat alleen gedebatteerd/gesproken wordt over concrete wijzigingsvoorstellen.

Ten behoeve van de continuïteit wordt bij grotere onderwerpen, die over een langere periode zullen terugkeren op de agenda van raad en politieke avond, zo veel mogelijk met vaste tafelvoorzitters gewerkt. De tafelvoorzitter fungeert dan als dossierhouder van betreffend onderwerp. Mede in het kader van het ‘grip krijgen op de eigen agenda van de raad’, worden bij dergelijke onderwerpen zo veel mogelijk in de startfase procesafspraken gemaakt tussen de Agendacommissie, de griffie, portefeuillehouder en ambtelijke organisatie. Deze afspraken kunnen onder meer betreffen het tijdpad, de rol van de raad op de verschillende momenten, de vorm van aan de raad aan te bieden stukken en interactie met betrokkenen. Artikel 10 De leden van het college en de gemeentesecretaris Artikel 10 is ten dele een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid, van de Gemeentewet. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat het college door de raad wordt uitgenodigd om tijdens de raadsvergadering aanwezig te zijn. Uitgangspunt is dat het college voor iedere raadsvergadering is uitgenodigd.

Het kan echter wenselijk zijn, dat een collegelid niet bij een vergadering aanwezig is als de raad een zelfstandige afweging over een onderwerp wil maken, de raad bijvoorbeeld over het eigen functioneren van gedachten wil wisselen of bij de voorbereiding van een besluit tot het houden van een onderzoek naar het door het college gevoerde bestuur. De gemeentesecretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan het wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raadsleden op de

Pagina 33

politieke avond. Dit geldt ook voor de medewerkers van de gemeente. Bij debat of rondetafels kan de Agendacommissie in het behandeladvies opnemen dat de inbreng van gemeentelijke medewerkers vanwege hun kennis en feitelijke informatie wenselijk is, teneinde de gevraagde informatie zo goed mogelijk aan raadsleden over te dragen en het gesprek tussen raadsleden, burgers, leden van het college en medewerkers van de gemeente zo vruchtbaar mogelijk te doen zijn. Artikel 11 Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden. Naast de fysieke terinzagelegging op het gemeentehuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden. Dit gaat via een digitaal raadsinformatiesysteem of door plaatsing op de gemeentesite. Mocht een bepaalde bijlage bij een raadsvoorstel onverhoopt een keer niet digitaal beschikbaar zijn dan wordt maatwerk toegepast en communiceert de griffie in dat geval hoe de raadsleden deze stukken toch kunnen lezen. Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Een document houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat.

Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslag, (concept)adviezen en magneetbanden verkrijgen de status van document in de zin van de Wob. Onder de stukken als bedoeld in het vierde lid van dit artikel worden verstaan: geheime stukken en de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.). Indien het gaat om geheime of ‘onder embargo’ stukken, waarop voorlopige geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage aan hen verlenen. Artikel 12 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is in de mogelijkheid van publicatie via de gemeentelijke website voorzien en is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

In de praktijk zal de publicatie geschieden in de Duiven Post die huis-aan-huis verspreid wordt. Echter, er zullen situaties zijn waarin dit niet mogelijk zal zijn in verband met de aanlevertermijn. Voorbeelden hiervan zijn dat slechts kort van te voren duidelijk is dat er een vergadering gehouden wordt (artikel 8) of dat er een wijziging in de agenda is van de politiek avond of de raadsvergadering (artikel 9). In die situaties zal enkel publicatie op de website van de gemeente geschieden. Artikel 13 Besluitenlijst en verslaglegging Het maken van een verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (art. 23, vijfde lid Gemeentewet). In Duiven wordt al geruime tijd gewerkt met een besluitenlijst in combinatie met het beschikbaar stellen van een digitale geluidsopname. In dit artikel wordt omschreven welke informatie de besluitenlijst bevat.

Pagina 34

Van aangenomen moties en amendementen worden de titel en de opdracht in de besluitenlijst opgenomen. De motie en het amendement zelf worden in hun geheel achteraf aan de raadsagenda toegevoegd en zijn op die manier via internet altijd benaderbaar. De besluitenlijst wordt op internet gepubliceerd. Lid 7 is aan dit artikel toegevoegd om, in het geval dat een omissie wordt aangetroffen in de besluitenlijst zoals deze door de griffier is opgesteld, dit te bespreken en te wijzigen. Vaststelling van de besluitenlijst is geen vast agendapunt op de raadsvergadering omdat de besluitenlijst enkel weergeeft wat reeds besloten is. Artikel 14 Ingekomen stukken Schriftelijke mededelingen van het college aan de raad evenals antwoorden van het college op schriftelijke vragen (art. 41 RvO) worden ook als ingekomen stukken beschouwd. De in het tweede lid genoemde procedure van vaststelling van de lijst met bijbehorend afdoeningsvoorstel heeft tot gevolg dat alleen raadsleden en niet fractieassistenten een voorstel tot andere wijze van afdoening van een stuk kunnen indienen. Immers, fractieassistenten zijn geen lid van de raad. Wanneer een ingekomen stuk afkomstig is van een natuurlijk persoon, dan worden de contactgegevens in de openbare publicatie verwijderd.

Paragraaf 2 Orde van de raadsvergadering Artikel 15 Presentielijst raadsvergadering De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 Gemeentewet. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en ondertekent deze. Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en dat het quorum aanwezig is. Artikel 16 Zitplaatsen Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 17 Opening raadsvergadering; quorum De vergadering kan beginnen indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Deze minimale aanwezigheidseis van het aantal raadsleden om de vergadering van de raad te kunnen openen wordt ook wel het quorum genoemd. Dit is bepaald in artikel 20, lid 1 van de Gemeentewet. Artikel 20 lid 2 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. Bij een ronde- of debattafel op de politieke avond is geen minimum aantal raadsleden of fractieassistenten vereist.

Artikel 18 Aantal spreektermijnen Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid, na afloop van de tweede termijn, om nog een korte reactie te geven dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raad van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Met het toevoegen van een derde termijn dienen de raadsleden spaarzaam om te gaan, om de vergaderduur niet te zeer te verlengen. De beraadslaging over een motie of een amendement vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende aan de orde zijnde onderwerp. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn.

Pagina 35

Een interruptie wordt niet gezien als een spreektermijn. Uiteraard dient een interruptie niet het karakter van een betoog te krijgen, maar dient een interruptie kort van aard te zijn. De (tafel/raads-) voorzitter mag het herhalen van (reeds schriftelijk gestelde) vragen beperken”. Artikel 19 Spreektijd Het artikel strekt ertoe te benadrukken dat de raad ook uit eigen initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. De voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak tot het handhaven van de orde tijdens de vergadering wel wijzigingen voorstellen in de omvang van de spreektijd. Ook de Agendacommissie kan een voorstel doen over de spreektijd van raadsleden, dit voorstel zal op de agenda van de raad wordt vermeld. Artikel 20 Handhaving orde en schorsing Het tweede lid verzekert dat raadsleden vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt.

Om te bevorderen dat leden van de raad zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten, is in artikel 22 Gemeentewet bepaald dat zij niet in rechte vervolgd kunnen worden, aan te spreken zijn of verplicht zijn getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. De bevoegdheid die in het derde lid aan de voorzitter wordt gegeven om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet. Artikel 20 is slechts een aanvulling op de Gemeentewet. Het derde lid heeft naast de raadsleden die het woord voeren, ook betrekking op de wethouders, de secretaris, de griffier of andere personen, die het woord voeren. De voorzitter kan hen tot de orde roepen. Indien zij hieraan geen gehoor geven, kan hen het woord worden ontzegd. Een integraal beeld over een onderwerp kan het beste worden gevormd nadat de perspectieven van alle woordvoerders zijn gehoord. Het accent van het debat zou dus idealiter op de tweede termijn rusten. Toch kan het nodig zijn om een spreker al in de eerste termijn direct te confronteren met een argument.

Wel is het van belang dat een spreker reële gelegenheid krijgt om zijn of haar betoog op te bouwen. De raads- en tafelvoorzitter kunnen daarom interrupties aanhouden tot het moment waarop deze van mening is dat de spreker het betoog heeft kunnen neerzetten.

Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar de artikel 52 van dit reglement. Artikel 21 Beraadslagingen Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Dit brengt tot uitdrukking dat de raad zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht is aan ieder individueel raadslid toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van de raad veronderstelt. Om de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt de raad nadrukkelijk in overweging gegeven om deze uitzonderings-mogelijkheid bij uitzondering te gebruiken. Indien de schorsing als bedoeld in het derde lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel 18). Het wordt als

Pagina 36

vanzelfsprekend geacht dat met een verzoek om een derde termijn spaarzaam wordt omgesprongen. Artikel 22 Deelname aan de beraadslagingen door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat andere functionarissen aan de beraadslaging mogen deelnemen (bijvoorbeeld de leden van het college op basis van artikel 10 lid 1 en de griffier op basis van artikel 3). Het verschoningsrecht is dan op die functionarissen onverminderd van toepassing. Artikel 23 Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 39). Tijdens de debat- of ronde-tafel dient het aanvragen van een schorsing een uitzondering te zijn. Aangezien, anders dan bij een raadsvergadering, de tafel gebonden is aan een eindtijd.

Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen in de raadsvergadering Artikel 24 Beslissing De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de Gemeentewet Artikel 25 Stemverklaring Stemverklaringen dienen kort te zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn (bijv. om een laatste reactie op de vorige spreker te geven). Stemverklaringen mogen geen herhaling zijn van een eerder betoog en bevatten enkel een korte beknopte onderbouwing van het voorgenomen stemgedrag. De stemverklaringen worden gegeven vóór (de hoofdelijke oproep van de leden) de stemming begint. Tijdens het afleggen van stemverklaringen zijn interrupties niet toegestaan. Artikel 26 Algemene bepalingen over stemming Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming hoofdelijk plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen.

Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid Gemeentewet, welke een hoofdelijke stemming verplicht stelt. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen (zie art. 29 Gemeentewet en de daarop gebaseerde jurisprudentie). Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. In gemeenten kan een elektronisch stemsysteem gebruikt worden waarbij de openbaarheid gewaarborgd wordt doordat de naam van het raadslid gekoppeld wordt aan het voor of

Pagina 37

tegen. Dit is te lezen op een scherm, de afdruk ervan wordt meegenomen in de verslaglegging. Deze manier van stemmen is mogelijk op grond van de Gemeentewet. Bij wie de stemming begint, is geregeld in het vijfde lid. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Artikel 27 Stemming over amendementen en moties Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. Artikel 28 Stemming over personen Artikel 31, eerste lid, van de Gemeentewet geeft aan dat de stemming over personen geheim dient te zijn.

Het is mogelijk om met elektronische stemsystemen te werken maar het reglement van orde gaat vooralsnog uit van een stemming door middel van behoorlijk ingevulde stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een behoorlijk ingevuld stembriefje (Kamerstukken II 1985/86, 19 403, nr. 3, blz. 86). In geval van een schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum. De raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld. Indien raadsleden genomineerd worden voor de functie van wethouder is er sprake van een vrije stemming. Er is geen sprake van een voordracht. De beoogd wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming. Een voorstel tot benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt" (artikel 28, eerste lid, onder a, en derde lid, van de Gemeentewet). Dat is echter in casu niet aan de orde, omdat er ook op een ander persoon kan worden gestemd. De aard van de stemming is derhalve van belang.

Dit heeft tot gevolg dat raadsleden de mogelijkheid hebben op het stembriefje de naam van de kandidaat die hun voorkeur heeft in te vullen (die van de voorgestelde perso(o)n(en), of die van een ander). Er is in dit geval geen sprake van een voordracht of een anderszins beperkte keuze en aan de stemming mag derhalve ook worden deelgenomen door raadsleden die ter benoeming zijn voorgesteld: zij kunnen immers op het stembriefje een andere naam dan hun eigen naam invullen. De wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de raad te beïnvloeden door middel van een verbod op het meestemmen van de kandidaat-wethouder. Los van de formeel-juridische context pleiten de volgende argumenten nog voor bovenstaande zienswijze: een democratisch gekozen vertegenwoordiger mag niet te snel het recht op stemming worden ontnomen. Stel: partij X beveelt meneer Janse en meneer Pieterse aan als wethouders. Als deze personen in de raad zitting hebben en niet mee mogen stemmen houdt dit in, dat de partij ineens twee stemmen in de raad minder heeft. Dat is onaanvaardbaar in het licht van de politieke verhoudingen; een aanbeveling is geen voordracht. Het spraakgebruik heeft het vaak over voordracht, maar een persoon nomineren als wethouder staat niet gelijk aan een voordracht;

Pagina 38

Tenslotte is het denkbaar dat een kandidaat-wethouder die voor benoeming wordt aanbevolen, uit moreel-politieke overwegingen en om iedere schijn van belangenverstrengeling te vermijden op eigen initiatief afziet van het meestemmen over de benoeming. Alhoewel het uitgangspunt is dat zeer terughoudend moet worden omgegaan met het inperken van het stemrecht van gekozen volksvertegenwoordigers, laat de wet de betrokkenen de ruimte daarin een eigen afweging te maken. Artikel 29 Herstemming over personen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 30 Beslissing door het lot In dit artikel wordt een nadere uitwerking gegeven van hetgeen in artikel 31, derde lid van de Gemeentewet is voorgeschreven. Paragraaf 4 Orde van de politieke avond Artikel 31 Behandeladvies Het behandeladvies is een door de Agendacommissie vast te stellen format, waarin aandacht is voor in lid twee en drie genoemde doel, wijze en beoogd resultaat van behandeling. De behandeladviezen gezamenlijk vormen de agenda van de politieke avond. Het behandeladvies kan ook inhouden dat een voorstel rechtstreeks als hamerstuk naar de raad gaat. De raad kan bij het vaststellen van de agenda in de raadsvergadering gemotiveerd aangeven als het stuk toch voor de politieke avond geagendeerd moet worden. Als een stuk als hamerstuk is geagendeerd mag men uiteraard indien gewenst wel een stemverklaring afgeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=3bcc2b63-2bd1-4e60-bd5f-00c5104a4fb9