2. Concept Raadsbesluit Vierde optimalisatie vergaderpraktijk Duiven 2025
Tekst van het document
RAADSBESLUIT Zaak- & documentnr.
:
Datum besluitvorming :
Z/24/130536/201679868 21 januari 2025
__________________________________________________________________________ Onderwerp
:
Vierde optimalisatie vergaderpraktijk Duiven 2025
Samenvatting In mei 2017 heeft de gemeenteraad van Duiven zijn werkwijze veranderd van een commissiemodel in een BOB-model (beeldvorming-oordeelsvorming-besluitvorming). Na enkele aanpassingen is in 2019 gestart met een meer fundamentele evaluatie van dit model. De raad heeft op 26 januari 2021 besloten de BOB-systematiek te willen behouden en deze steeds organisch aan te scherpen. Het besluit in januari 2021 betrof een eerste optimalisatie van het model. Een tweede optimalisatie van de systematiek heeft de raad vastgesteld op 7 december 2021. Een derde optimalisatie van de systematiek heeft de raad vastgesteld op 18 april 2023. De werkgroep Veranderen Vergaderpraktijk stelt nu in 2024 op basis van nieuwe ervaring en inzichten een vierde optimalisatie voor. De raad besluit 1.a Gelet op titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht, uit het oogpunt van doelmatigheid en legitimiteit, mandaat te verlenen aan gezamenlijk de burgemeester èn griffier voor het opheffen van opgelegde geheimhouding als bedoeld in artikel 86 Gemeentewet. Het onder mandaat opheffen van geheimhouding geschiedt alleen op voorstel van het college of de commissie die geheimhouding heeft opgelegd.
1.b De (inmiddels) bestaande wijze van behandelen van de ‘wensen en bedenkingen’procedure te verankeren in het reglement van orde met dien verstande dat de ‘1-minuut aftrap’ bij de ronde tafel wordt gewijzigd in een ‘2-minuten aftrap’. 1.c Conform artikel 82, lid 4 Gemeentewet de rol van fractie-assistenten in de Agendacommissie te beperken tot het voorzitterschap van de Speakers Corner en Informele Avonden. 1.d Fractieassistenten kunnen voortaan weer zonder restrictie worden voorgedragen. De eis van op de kieslijst staan, wordt geschrapt. Eisen zijn wel dat een assistent 18 jaar of ouder is, woonachtig is in Duiven en beschikt over een VOG. 1.e De huidige, succesvolle procedure voor bestemmingsplannen zonder zienswijzen wordt verbreedt van ‘kleinere’ en ‘apolitieke’ bestemmingsplannen naar alle bestemmingsplannen zonder zienswijzen, dit naar inschatting college. Het college kan er soms dus om moverende redenen voor kiezen om een bestemmingsplan toch op reguliere wijze (zonder versnelling) aan de raad voor te leggen. 1.f Voortaan wordt de beantwoording van informatieve vragen door het college ook vooraf aan de raad toegezonden, tenzij een portefeuillehouder waarde aan hecht beantwoording tijdens de politieke avond zelf.
1.g De deadline voor het stellen van technische vragen (de woensdag voor de vergadering om 23:59 uur) geldt ook voor onderwerpen die niet op de politieke avond staan geagendeerd, maar als rechtstreeks hamerstuk voor de raadsavond staan geagendeerd.
1.h De eindtijd van een raadsvergadering blijft 22:30 uur. Het lopende agendapunt wordt dan afgerond. De vergadering wordt alleen tot later voortgezet indien de raad hiertoe unaniem besluit. De Agendacommissie zal steevast reservedata inplannen (veelal 20:30 uur donderdag). Aan de indieners van een motie vreemd wordt (indien het, het laatste agendapunt betreft) gevraagd of deze kan doorschuiven naar de volgende raadsavond. Echter, als één indiener toch behandeling wenst, wordt de reservedatum hiervoor aangewend. 1.i Lessenaar/katheder voor de toelichting op moties/amendementen staat weer ter beschikking. Het gebruik ervan is vrijwillig. 2. Het Reglement van Orde met de toelichting aldus te wijzigen en voortaan aan te halen als “Reglement van Orde gemeenteraad Duiven 2025, vierde optimalisatie”; 3. Het gewijzigde Reglement van Orde op de voorgeschreven wijze bekend te maken en per 1 maart 2025 in werking te laten treden; 4. Het oude regelement in te trekken.
REGLEMENT VAN ORDE GEMEENTE DUIVEN 2025 Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Artikel 1
Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder: a. Reglement van orde: reglement als bedoeld in artikel 16 van de Gemeentewet. b. Raadsvoorzitter: de voorzitter van de raad (de burgemeester op basis van artikel 9 van de Gemeentewet) of diens waarnemer/vervanger (als bedoeld in artikel 77 van de Gemeentewet). c. Politieke avond: verzameling van ronde- en debattafels. d. Raadsavond: de avond waarop het ‘over-en-weer’ en de raadsvergadering gepland is. e. Ronde tafel: op beeldvorming gerichte behandeling van een vraagstuk tijdens een politieke avond, een overlegsituatie waarin beslissingen van de raad worden voorbereid en waarin de raad onder meer kan overleggen met het college. f. Debattafel: op oordeels-/meningsvorming gerichte behandeling van een vraagstuk tijdens een politieke avond, een overlegsituatie waarin beslissingen van de raad worden voorbereid en waarin de raad onder meer kan overleggen met het college. g. Tafelvoorzitter: een raadslid of niet-raadslid of de raadsvoorzitter, door de raad benoemd tot voorzitter van een ronde- of debattafel. Conform artikel 82, lid 4 Gemeentewet is de rol van fractieassistenten in de Agendacommissie beperkt tot het voorzitterschap van de Speakers Corner en Informele Avonden. Pagina 2
h. Tafeldeelnemer: een raadslid of niet-raadslid (o.a. inwoners, fractieassistenten, leden van het college, ambtenaren) die deelneemt/bijdraagt aan een ronde- of debattafel. i. Toehoorder: een aanwezige op de politieke avond die niet deelneemt aan een rondeof debattafel. j. Behandeladvies: een voorstel hoe de bespreking van een onderwerp vorm te geven. k. Fractieassistenten: een niet-raadslid, op voordracht van een fractie, conform artikel 5b van dit reglement door de raad benoemd, die namens de betreffende fractie als tafeldeelnemer optreedt of deelneemt aan het ‘over-en-weer’. l. Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct opgenomen te worden. m. Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement naar de vorm geschikt om daarin direct opgenomen te worden, waarop het betrekking heeft. n. Motie: korte en gemotiveerde schriftelijke verklaring over een onderwerp waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken. o. Initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel, als bedoeld in artikel 147a van de Gemeentewet. p. Website: de website van de gemeente Duiven. q.
‘Over-en-weer’: moment aan het begin van de raadsvergadering, waarin fractieassistenten en raadsleden mededelingen kunnen doen, vragen gesteld kunnen worden, de lijst ingekomen stukken en de lijst met toezeggingen worden behandeld r. Thema avond of informele avond: bijeenkomst van de raad waarop een onderwerp in informatief wordt besproken en waarvan nog geen definitief raadsvoorstel voorligt. Artikel 2
De voorzitters
1. De raadsvoorzitter en de tafelvoorzitters zijn belast met: a. Het leiden van de raadsvergadering, het ‘over-en-weer’ dan wel een ronde- of debattafel en informele of thema avonden. b. Het handhaven van de orde. c. Het doen naleven van het reglement van orde. d. Hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hen verder opdraagt. 2. De tafelvoorzitters worden door de raad benoemd. 3. Het voorzitterschap van de plaatsvervangend raadsvoorzitter en een tafelvoorzitter eindigt: a. Door beëindiging van het lidmaatschap van de raad. b. Door beëindiging van het fractieassistentschap. c. Door ontslag op eigen verzoek. d. Door ontslag door de raad, wanneer hij/zij naar het oordeel van de raad door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem/haar gestelde vertrouwen. Artikel 3
De griffier
1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. 3. De griffier kan, indien hij daartoe door de raadsvoorzitter of de tafelvoorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. 4. De griffier wijst ter ondersteuning van de ronde- of debattafel een medewerker van de griffie aan als griffer van de ronde- of debattafel of is zelf griffier.
Pagina 3
Artikel 4a 1. 2. 3. 4. 5. 6.
7.
8.
Het Seniorenconvent
De raad heeft een Seniorenconvent. Het Seniorenconvent bestaat uit de raadsvoorzitter en de fractievoorzitters. De raadsvoorzitter is voorzitter van het Seniorenconvent. De griffier (of diens plaatsvervanger) is secretaris en adviseur van het Seniorenconvent. Het Seniorenconvent is vertrouwelijk van aard en kent een besloten besluitenlijst. Het Seniorenconvent komt een halfuur voorafgaand aan de Raadsavond bijeen, of als de voorzitter of twee leden dat nodig achten. Een week van te voren kan de voorzitter, op eigen initiatief of op verzoek van twee leden, aangeven dat het seniorenconvent niet nodig wordt geacht. In het Seniorenconvent komen aan de orde: a. Verloop van het vergaderproces. b. Bespreking van de vergadercultuur. c. Aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad. d. Vertrouwelijke zaken op het terrein van de openbare orde, veiligheid en integriteit. De raadsvoorzitter dan wel de griffier kan iemand ter ondersteuning of advisering meenemen naar het Seniorenconvent.
Artikel 4b
De Agendacommissie
1. De raad heeft een Agendacommissie. 2. De Agendacommissie bestaat uit de raadsvoorzitter en de tafelvoorzitters. 3. De Agendacommissie wijst één van de tafelvoorzitters aan als voorzitter van de Agendacommissie. 4. De griffier (of diens plaatsvervanger) is secretaris van de Agendacommissie. 5. De griffier (of diens plaatsvervanger) en de gemeentesecretaris (of diens plaatsvervanger) zijn als adviseur aanwezig bij de Agendacommissie. 6. Iedere lid van de Agendacommissie heeft één stem in de Agendacommissie 7. De Agendacommissie heeft tot taak: a. Het vaststellen van de voorlopige agenda van de raadsvergadering; b. Het vaststellen van de agenda van de politieke avond. c. Het vaststellen van de behandeladviezen, waarin opgenomen is hoe de bespreking van de onderwerpen vormgegeven wordt. d. Bespreking van de langetermijnagenda van de raad. e. Het vaststellen van onderwerpen voor de Thema avonden en Informele avonden. f. Het op verzoek van het college voorlopig aanmerken van bestemmingsplannen als hamerstuk, mits tijdens de terinzagelegging geen zienswijzen kenbaar worden gemaakt. 8. De vergaderingen van de Agendacommissie zijn passief-openbaar. 9. Van de vergaderingen van de Agendacommissie wordt een openbare besluitenlijst gemaakt. 10. De Agendacommissie komt elke vier weken bijeen op een donderdagavond.
Of zo vaak als de voorzitter van de Agendacommissie of twee leden dat nodig achten. 11. De Agendacommissie kan in voorkomende praktische situaties per mail kleine, pragmatische besluiten nemen mits alle leden van de commissie hiermee instemmen; (bij het ontbreken van unanimiteit wordt een (extra) vergadering ingepland).
Pagina 4
Hoofdstuk 2 – Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming van fractieassistenten; benoeming van wethouders; fracties. Artikel 5a
Onderzoek geloofsbrieven en toelating van nieuwe raadsleden
1. De gemeenteraad stelt een commissie van geloofsbrieven in bestaande uit drie raadsleden en twee vervangers voor de gehele raadsperiode. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 5b
Onderzoek geloofsbrieven en benoeming van fractieassistenten
1. Een fractie kan namens de betreffende fractie een fractieassistent voordragen voor benoeming door de raad, die namens de fractie kan deelnemen aan de ronde- of debattafels of het ‘over-en-weer’; een fractieassistent kan alleen worden voorgedragen indien deze op dezelfde kandidatenlijst heeft gestaan als een of meer van de fractieleden. Eisen zijn wel dat een assistent 18 jaar of ouder is, woonachtig is in Duiven en beschikt over een VOG. 2. Iedere fractie heeft recht op één fractieassistent. Als een fractie met één raadszetel een tafelvoorzitter levert, heeft deze fractie recht op een extra fractieassistent. 3. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op fractieassistenten. 4. Voor de benoeming van fractieassistenten wordt de procedure gevolgd gelijk aan artikel 5a. 5. De raadsvoorzitter nodigt de fractieassistenten van de raad uit om in dezelfde raadsvergadering als waarin zij worden benoemd de eed of de verklaring en belofte af te leggen, zoals raadsleden dat doen als beschreven in artikel 14 van de Gemeentewet. 6. De raad kan een fractieassistent ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht de fractieassistent is benoemd. 7. De raad kan van het bepaalde in lid 3 van dit artikel ontheffing verlenen, voor zover het betreft de in artikel 15, lid 1 onder d van de Gemeentewet genoemde handelingen. 8.
De zittingsperiode van een fractieassistent eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. Artikel 5c
Onderzoek geloofsbrieven en benoeming van wethouders
1. Bij de benoeming van een wethouder zet de raad de commissie geloofsbrieven in. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
Pagina 5
2. Voorafgaand aan de raadsvergadering waarin de benoeming plaatsvindt, wordt een risicoanalyse integriteit uitgevoerd en voert de burgemeester met de kandidaatwethouder een gesprek over integriteit en de gedragscode. 3. De burgemeester is opdrachtgever voor de uitvoering van de risicoanalyse integriteit. De risicoanalyse geldt elke vier jaar voor alle bestaande, nieuwe en tussentijdse kandidaten. 4. De procedure rond de risicoanalyse dient vooraf voor eenieder transparant te zijn (opdrachtgeverschap, uitvoering, informatieverwerking en archivering). 5. Bij de risicoanalyse dient - voordat de uitvoering start - rekening te worden gehouden met de privacy van de betreffende kandidaat en de voorschriften die de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) daarvoor stelt. 6. De risicoanalyse wordt verricht op basis van vrijwilligheid en vereist daarom toestemming van de kandidaat. De kandidaat dient zich er vooraf van bewust te zijn aan welke normen (bijvoorbeeld gedragscode) en op welke wijze zij of hij wordt getoetst en aan wie de uitkomsten beschikbaar worden gesteld. De kandidaat ontvangt als eerste en enige de concept rapportage en wordt in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Het is aan de kandidaat om toestemming te geven om de rapportage te delen met burgemeester. 7.
De risicoanalyse faciliteert het gesprek over kwetsbaarheden en beheersmaatregelen; de rapportage of eindconclusie geeft geen eindoordeel over de benoembaarheid van een kandidaat. Hierover gaat het de gemeenteraad. De mondelinge terugkoppeling gebeurt door een gesprek met de kandidaat-bestuurder en de burgemeester. 8. De burgemeester geeft in het kader van de benoeming een korte, mondelinge of schriftelijke terugkoppeling (de conclusies) op basis van het volledige rapport aan de gemeenteraad. De risicoanalyse zelf wordt niet ter beschikking gesteld aan de gemeenteraad of commissie geloofsbrieven. 9. Bij opdrachtverlening aan een extern bureau wordt overeengekomen dat dit bureau de risicoanalyse binnen de eigen organisatie na oplevering van het definitieve rapport vernietigt. Dit wordt geregeld in de verwerkersovereenkomst. Risicoanalyses integriteit worden als geheim worden aangemerkt, maar de daarop gebaseerde afspraken met kandidaten kunnen openbaar worden gemaakt. Artikel 6
Fracties
1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slecht één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als: a. één of meer raadsleden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; b. één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; c. twee of meer fracties als één fractie gaan opereren; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter, met deze veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan.
Pagina 6
5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk 3 – Vergaderingen Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen en verslaglegging Artikel 7
Vergaderfrequentie
1. De raadsavonden worden voor aanvang van een kalenderjaar in een vergaderschema vastgelegd door de Agendacommissie en vinden over het algemeen eens in de vier weken plaats op een dinsdag in het gemeentehuis of geschiedt desgewenst digitaal. De vergadering begint om 19:30 uur. De raadsvoorzitter kan in bijzondere en/of spoedeisende situaties een andere dag, aanvangsuur en/of vergaderplaats bepalen. Hij voert hierover overleg met het Agendacommissie, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie. 2. De politieke avonden worden voor aanvang van een kalenderjaar in een vergaderschema vastgelegd door de Agendacommissie en vinden over het algemeen eens in de vier weken plaats op een dinsdag in het gemeentehuis of geschiedt desgewenst digitaal. De politieke avonden beginnen in de regel om 19:30 uur. De tafels kunnen parallel verlopen met een maximum van twee gelijktijdige tafels. Zij kunnen in tijdsduur van elkaar verschillen. De Agendacommissie dan wel de raadsvoorzitter kan in bijzondere en/of spoedeisende situaties een andere dag, aanvangsuur en/of vergaderplaats bepalen. 3. Als de agenda van de raadsavond dan wel politieke avond niet geheel afgehandeld kan worden, worden de niet behandelde onderwerpen doorgeschoven naar de agenda van een volgende raadsavond dan wel politieke avond. Artikel 8
Oproep raadsvergadering en politieke avond
1. De raadsvoorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden en de fractieassistenten een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats toe. In bijzondere en/of spoedeisende situaties kan de raadsvoorzitter hiervan afwijken. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie overleg met de Agendacommissie. 2. De voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verzonden. 3. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 9, derde lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden. 4. De Agendacommissie zendt ten minste zeven dagen voor een politieke avond de leden van de raad en de fractieassistenten een schriftelijke oproep toe van de agenda van de politieke avond onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de politieke avond. In bijzondere en/of spoedeisende situaties kan de Agendacommissie hiervan afwijken. 5. De agenda van de politieke avond en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verzonden.
Pagina 7
Artikel 9
Agenda van de raadsvergadering en de politieke avond
1. Voordat de schriftelijke oproep voor de raadsvergadering en de politieke avond wordt verzonden, stelt de Agendacommissie de voorlopige agenda van de raadsvergadering en de agenda voor de politieke avond vast. 2. Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de raadsvoorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren of de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. De agenda van de raad bestaat uit een technisch blok, hamerstukken en bespreekstukken. 3. In spoedeisende gevallen kan de raadsvoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid van de Gemeentewet bedoelde stukken. 4. Een met redenen omkleed, schriftelijk verzoek tot het agenderen van een onderwerp voor een politieke avond kan bij de Agendacommissie worden ingediend door: a. raadsleden en fractieassistenten; b. het college van B&W; c. de burgemeester en de griffier; d. een werkgroep of bijzondere commissie van de raad; e. inwoners, maatschappelijke instellingen, gemeenschappelijke regelingen, verenigingen en bedrijven. 5.
Uit het verzoek blijkt in ieder geval het doel en/of de reden van de beoogde bespreking. Artikel 10
De leden van het college en de gemeentesecretaris
1. De leden van het college hebben een doorlopende uitnodiging om in de raadsvergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen, tenzij de raad anders beslist. 2. De leden van het college en de gemeentesecretaris hebben een doorlopende uitnodiging om op de politieke avond aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen van de diverse tafels deel te nemen, tenzij de Agendacommissie anders beslist. Artikel 11
Ter inzage leggen van stukken
1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. De raadsvoorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving als bedoeld in artikel 12 van dit reglement. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. Het college kan aanvullende informatie over een raadsvoorstel uiterlijk 24 uur voorafgaand aan een Politieke Avond of Raadsavond aanleveren en anders stelt de voorzitter voor om de behandeling van het raadsvoorstel al dan niet te verdagen, (een meerderheid van stemmen aan de tafel of raadsavond telt dan). 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Het origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht.
Pagina 8
4. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden en de fractieassistenten op verzoek inzage. De raadsleden en fractieassistenten die de stukken inzien, tekenen hiervoor. Artikel 12
Openbare kennisgeving
1. De raadsvergadering en de politieke avond worden door aankondiging op de website van de gemeente en zo mogelijk in een in de gemeente huis-aan-huis verspreid weekblad ter openbare kennisgeving gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. De datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering. b. De wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien. c. De wijze waarop men kan meepraten dan wel inspreken. Artikel 13
Besluitenlijst en verslaglegging
1. Van de raadsvergadering wordt een besluitenlijst en een audioverslag gemaakt. Van de Politieke Avond en het ‘Over-en-Weer’ wordt een audioverslag gemaakt. 2. De besluitenlijst van de raadsvergadering wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier. De besluitenlijst wordt zo snel mogelijk na de vergadering ter beschikking gesteld aan raadsleden, fractieassistenten en het college door publicatie op de website van de gemeente, voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet. 3. Het audioverslag van de raadsvergadering, de Politieke Avond en het ‘Over-enWeer’ wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering op de website van de gemeente gepubliceerd, voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet. 4. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d.
een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 22 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5. De besluitenlijst wordt niet ter vaststelling geagendeerd tenzij 1 van de leden daarom verzoekt.
Pagina 9
Artikel 14
Ingekomen stukken
1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en gepubliceerd wordt op de website van de gemeente. 2. De raad stelt op voorstel van de raadsvoorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Paragraaf 2 Orde van de raadsvergadering Artikel 15
Presentielijst raadsvergadering
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst of in geval van een digitale vergaderomgeving stellen de raadsvoorzitter en griffier de presentie van raadsleden vast. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de raadsvoorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 16
Zitplaatsen
1. De raadsvoorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de raadsvoorzitter na overleg in het Seniorenconvent bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het Seniorenconvent. 3. Bij plaatsvervanging na een vacature neemt het nieuwbenoemde lid de plaats in van degene in wiens vacature is voorzien. 4. De raadsvoorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de leden van het college en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel 17
Opening raadsvergadering; quorum
1. De raadsvoorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel 18
Aantal spreektermijnen
1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de raadsvoorzitter afgesloten. 3. Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op a. de rapporteur van een commissie; b. een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Pagina 10
6. De Agendacommissie kan in afwijking van voorgaande voorstellen doen over de wijze van behandeling van een onderwerp in de raadsvergadering. Artikel 19 Spreektijd 1. Een lid van de raad of de raadsvoorzitter kan ter vergadering een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. 2. De Agendacommissie kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Artikel 20 Handhaving orde en schorsing 1. Sprekers voeren het woord na het aan de raadsvoorzitter te hebben gevraagd en van hem gekregen hebben. 2. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de raadsvoorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. De (raads)voorzitter kan interrupties toelaten. Deze moeten bestaan uit korte opmerkingen of vragen. 3. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de raadsvoorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin dit plaatsvindt, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 4.
De raadsvoorzitter kan ter handhaving van de orde van de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. Artikel 21
Beraadslaging
1. De raad kan op voorstel van de Agendacommissie, de raadsvoorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. De raad kan op voorstel van de Agendacommissie, de raadsvoorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer voorstellen of onderwerpen gezamenlijk te beraadslagen. 3. Op verzoek van een lid van de raad, een lid van het college of op voorstel van de raadsvoorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde de leden van de raad en/of het college de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Degene die de schorsing heeft gevraagd, heeft na de hervatting als eerste het woord. 4. Oordeelt de raadsvoorzitter dat een zaak voldoende is toegelicht en besproken, dan stelt hij – met inachtneming van artikel 19 – aan de vergadering sluiting van de beraadslagingen voor. 5. Het voorstel tot sluiting van de beraadslagingen kan ook uitgaan van één van de leden van de raad. Om dit voorstel in behandeling te nemen, moet het door tenminste twee andere leden worden ondersteund.
Pagina 11
Artikel 22 Deelname aan de beraadslagingen door anderen Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 23 Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier direct over. Paragraaf 3 Procedures bij besluiten en stemmingen in de raadsvergadering Artikel 24 Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. Tot slot vindt stemming plaats over de bij het voorstel ingediende moties. 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 25 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel 26 Algemene bepalingen over stemming 1. De raadsvoorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen.
Is dit niet het geval en ook de raadsvoorzitter verlangt geen stemming, dan stelt de raadsvoorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3. De niet-hoofdelijke stemming geschiedt bij handopsteking. 4. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 5. De raadsvoorzitter deelt mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. De volgorde van stemming is die van de presentielijst. 6. Bij hoofdelijke stemming roept de raadsvoorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar volgorde van de presentielijst. 7. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 8.
Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
Pagina 12
9. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 27 Stemming over amendementen en moties 1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 28 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de raadsvoorzitter drie raadsleden tot stembureau 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen.
De raad kan op voorstel van de voorzitter van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat op basis van lid twee verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingevuld. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na afloop van de raadsvergadering vernietigd.
Pagina 13
Artikel 29 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatsvinden. 3. Indien bij de tussenstemming of de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 30 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatsvinden, door de raadsvoorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de raadsvoorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Paragraaf 4 Orde van de politieke avond Artikel 31 Behandeladvies 1. Het behandeladvies wordt vastgesteld door de Agendacommissie. 2. Het behandeladvies omschrijft de vorm van de bespreking en waar en hoe laat deze plaatsvindt. 3.
In het behandeladvies wordt aangegeven wat het doel of de vraag tijdens de bespreking aan de ronde- of de debattafel is of dat een voorstel direct naar de raad gaat. 4. De behandeladviezen gezamenlijk vormen de agenda voor de politieke avond. Artikel 32 Ronde-tafel 1. Een gesprek aan de ronde tafel is gericht op een beeldvormende bespreking van een onderwerp of voorstel. 2. Onder beeldvormende bespreking wordt informatievergaring of kennisoverdracht verstaan voor raadsleden of het college. Informatieve vragen kunnen aan deze tafel gesteld worden. Informatieve vragen kunnen (ook) en technische vragen dienen vooraf gesteld te worden. Politieke vragen kunnen ook gesteld worden indien deze tot doel hebben inzicht te krijgen in de beweegredenen van het college en niet tot debat leiden. 3. Per raadsfractie zijn maximaal twee leden (raadslid of fractieassistent) deelnemer van een ronde tafel, tenzij de Agendacommissie anders beslist. 4. Niet-raadsleden zijn volwaardig deelnemer aan een rondetafelgesprek, tenzij de Agendacommissie anders beslist. 5. Een ronde tafel gesprek wordt geleid door een tafelvoorzitter. 6. De tafelvoorzitter draagt zorg voor behandeling van het onderwerp conform het behandeladvies.
Pagina 14
7. Aan het eind van de ronde tafel geeft de tafelvoorzitter indien van toepassing weer hoe het vervolgproces eruit ziet en trekt hij een eindconclusie op basis van de bespreking aan tafel. 8. Indien aan het eind van de ronde tafel door een deelnemer om een debattafel wordt verzocht meldt de aanvrager, voor zover dat reeds bij hem bekend is, desgevraagd aan de voorzitter wat de gronden zijn om een debattafel aan te vragen, alsook hoeveel tijd er ingepland moet worden voor dit debat en wie daarbij, naast de raadsfracties, aanwezig moeten zijn vanuit het college van burgemeester en wethouders. Artikel 33 Debattafel 1. Een gesprek aan de debattafel is gericht op een meningsvormende bespreking van een onderwerp, al dan niet ter voorbereiding op besluitvorming in de raadsvergadering. Politieke vragen kunnen aan deze tafel gesteld worden, technische en informatieve vragen dienen vooraf gesteld te worden 2. Per raadsfractie is maximaal één lid (raadslid of fractieassistent) deelnemer aan een debattafel, tenzij de Agendacommissie anders beslist. 3. Doel van de debattafel is advisering over de raadsbehandeling, uitkomst van een debattafel kan zijn: a. Het voorstel is besluitrijp als hamerstuk in de raad, al dan niet met toegezegde wijzigingen. b.
Het voorstel is besluitrijp als bespreekstuk in de raad, al dan niet met toegezegde wijzigingen, waarbij aangegeven dient te worden op welke punten men met een motie of amendement komt waarover het debat in de raad dan wordt voortgezet. c. Het debat over het voorstel is nog niet voldoende afgerond voor besluitvorming en wordt voortgezet in een volgende debattafel, waarbij aangegeven wordt op welke onderdelen van het voorstel het debat nog niet afgerond is. d. Het voorstel is niet besluitrijp en gaat voor nadere informatie of aanpassing terug naar het college. e. Anderszins. 4. Een debattafel gesprek wordt geleid door een tafelvoorzitter of de raadsvoorzitter. 5. Niet-raadsleden, daaronder niet bedoeld: de in lid 2 van dit artikel genoemde fractieassistenten, nemen geen deel aan een debattafel, tenzij de Agendacommissie anders beslist. 6. De tafelvoorzitter of de raadsvoorzitter draagt zorg voor behandeling van het onderwerp conform het behandeladvies. 7. Aan het eind van de debattafel vat de tafelvoorzitter of de raadsvoorzitter samen hoe de uitkomst van de bespreking luidt en het advies van de tafel voor de raadsbehandeling is. Artikel 33c Thema avond / informele avond 1. Op een thema avond of informele avond wordt een onderwerp informatief besproken. 2. Deze avonden hebben het karakter van brainstorm, presentatie of voorlichting.
De invulling en werkvorm van de avond kan verschillen. 3. De informele avond is een interne aangelegenheid, deze avonden zijn enkel voor raadsleden en fractieassistenten. 4. De thema avond is openbaar, hier kunnen ook externen aan deelnemen. 5. De thema avond of informele avond vindt doorgaans plaats op een dinsdagavond dat er geen Raadsavond of Politieke Avond is, tenzij de Agendacommissie anders beslist.
Pagina 15
Artikel 34 Openbaarheid 1. De ronde- en debattafels zijn openbaar. 2. In bijzondere gevallen kan de Agendacommissie op grond van de Gemeentewet artikel 25 besluiten dat een ronde- of debattafel in beslotenheid plaatsvindt. Artikel 35 Presentielijst, spreektijd, handhaving orde, schorsing en beraadslaging De artikelen 15, 19, 20, 21 en 23 van dit reglement van orde zijn van overeenkomstige toepassing op de orde van de politieke avond met dien verstande dat voorstellen van orde betreffende het geagendeerde onderwerp alleen aangenomen worden indien hiertoe unaniem wordt beslist. Hoofdstuk 4 – Rechten van leden Artikel 36 Amendementen en subamendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslaging over het voorstel een amendement (voorstel tot wijziging van een voorgesteld besluit) indienen. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Het indienen van het amendement geschiedt bij voorkeur in de eerste termijn van de beraadslagingen van het voorstel waar het amendement betrekking op heeft. De behandeling van het amendement vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het voorstel waarop het betrekking heeft. 3. Ieder lid van de raad is bevoegd op dat amendement een subamendement (wijziging van het amendement) in te dienen. 4.
Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 5. Intrekking door de indiener(s) van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 37 Moties 1. Ieder lid van de raad, dat de presentielijst heeft getekend, kan ter vergadering een motie indienen. 2. Een motie moet om in behandeling genomen te worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. Tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 3. Het indienen van een motie geschiedt bij voorkeur in de eerste termijn van de beraadslagingen over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. Moties vreemd worden tijdens de behandeling eerst toegelicht door de indiener, vervolgens geeft het college een reactie waarna de indiener en, bij handhaving van de motie, overige fracties kunnen reageren. 5. Intrekking door de indiener(s) van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Pagina 16
Artikel 38 Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de Agendacommissie. 2. Conform artikel 147a van de Gemeentewet legt de Agendacommissie het Initiatiefvoorstel allereerst voor aan het college om deze de gelegenheid te geven zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. 3. Het college maakt binnen dertig dagen nadat de Agendacommissie het Initiatiefvoorstel aan hen heeft voorgelegd zijn wensen en bedenkingen kenbaar. 4. De Agendacommissie agendeert het Initiatiefvoorstel vervolgens voor een politieke avond dan wel een raadsvergadering. Artikel 39 Een raadsvoorstel van het college 1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 40 Interpellatie 1. Ieder lid van de raad kan een verzoek tot het houden van een interpellatie schriftelijk indienen bij de voorzitter. Dit kan, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tot ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering.
Het verzoek bevat in ieder geval duidelijke omschrijving van het onderwerp en in ieder geval een duidelijke indicatie van de aard en reikwijdte van de vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. In de eerstvolgende raadsvergadering stemt de raad over het verzoek tot interpellatie. Indien de raad positief oordeelt over de interpellatie dan is het interpellatiedebat het eerste agendapunt na het technische blok, tenzij de raad anders oordeelt. 4. De interpellant krijgt de gelegenheid om alle voor de interpellatie relevante vragen te stellen, mits binnen de kaders van art. 40, lid 1. Het college van burgemeester en wethouders en/of de overige raadsleden krijgen de gelegenheid om te reageren op de vragen die door de interpellant gesteld zijn, afhankelijk van aan wie interpellant de vragen heeft gesteld. Hierna krijgen de leden van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders nog minimaal eenmaal de gelegenheid om het woord te voeren, tenzij de raad anders bepaalt. Artikel 41 Schriftelijke vragen 1. Ieder raadslid en iedere fractieassistent kan schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester. 2. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.
Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 3. De vragen worden ingediend bij de griffier; deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college worden gebracht. 4. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. Mondelinge beantwoording vindt plaats in het eerstvolgende ‘over-en-weer’. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt degene aan wie de vragen zijn gericht de vragensteller
Pagina 17
hiervan gemotiveerd in kennis. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 14 aan de leden van de raad toegezonden. 7. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in het eerstvolgende ‘over-enweer’ en bij mondelinge beantwoording in hetzelfde ‘over-en-weer’ nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord. Artikel 42 Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier . 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in het eerstvolgende ‘overen-weer’ gegeven. Artikel 43 Over-en-weer: vragen en mededelingen 1. Aan het begin van elke raadsvergadering wordt een ‘over-en-weer’ gehouden. Dit ‘over-en-weer’ duurt maximaal 30 minuten. Tenzij de Agendacommissie anders beslist. 2.
Tijdens het ‘over-en-weer’ hebben raadsleden en fractieassistenten het recht om een mededeling te doen aan de raad over actuele onderwerpen die niet op de agenda van de raad staan. Tevens kunnen collegeleden schriftelijke vragen mondeling beantwoorden tijdens het ‘over-en-weer’ of toezeggingen inlossen. Collegeleden doen mededelingen (anders dan over toezeggingen, ingekomen stukken of vragen vanuit de raad) tijdens het blokje “mededelingen” op een moment na afloop van het Over en Weer. 3. Tijdens het ‘over-en-weer’ hebben raadsleden en fractieassistenten het recht om vragen te stellen aan het college, de burgemeester of andere leden van de raad, over actuele onderwerpen die niet op de agenda van de raad staan, over de lijst ingekomen stukken en de lijst met toezeggingen. 4. De vragen en mededelingen dienen zoveel mogelijk vooraf aangemeld te worden bij de griffier, uiterlijk om 09.00 uur van de ochtend van de raadsvergadering. De griffier stelt de overige raadsleden, het college en de burgemeester op de hoogte van de vragen. 5. De raadsvoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding binnen de diverse rubrieken eventueel gegroepeerd naar onderwerp.
Eerst de mededelingen van college, raadsleden en fractieassistenten, als tweede de bespreking van de lijst met toezeggingen, als derde de bespreking van de lijst ingekomen stukken en tot slot als vierde vragen van de raadsleden dan wel fractieassistenten De raadsvoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. De voorzitter behandelt eerst de vragen af die tijdig zijn ingediend. Indien na afhandeling tijd resteert, kunnen spontane vragen worden behandeld”. 6. In het geval van een vraag, krijgt eerst de vragensteller het woord. Daarna volgt de beantwoording. Na de beantwoording is er gelegenheid voor de vragensteller om aanvullende vragen te stellen. Daarna krijgen andere leden van de raad gelegenheid om over hetzelfde onderwerp een vraag te stellen aan het college of de burgemeester. 7. De voorzitter behandelt steeds één vraag/onderwerp per fractie. Na behandeling volgt een vraag/onderwerp van een andere fracties. Na een rondje vragenstellers
Pagina 18
komt pas de volgende vraag van een fractie aan bod zodat alle fracties aan bod komen. Ook kunnen fracties vooraf aangeven dat bepaalde vragen (in plaats van mondeling op de raadsavond) vooraf of achteraf schriftelijk mogen worden beantwoord. Schriftelijke beantwoording van Over en Weer vragen volgt in dezelfde week van de raadsavond. 8. In het geval van een mededeling, krijgt eerst de mededeler het woord. Daarna is er gelegenheid voor de raadsleden om vragen over de mededeling te stellen. 9. Tijdens het ‘over-en-weer’ kunnen geen moties worden ingediend en zijn geen interrupties toegestaan. 10. Indien gestelde vragen niet beantwoord kunnen worden tijdens het ‘over-en-weer’, dan volgt in de regel het antwoord, schriftelijk in de volgende raadsvergadering. 11. De raadsvoorzitter verdeelt de spreektijd tijdens het ‘over-en-weer’ evenredig over het aantal aanmeldingen. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van het ‘over-en-weer’. Artikel 43a Speakers’ corner 1. Het Speakers’ corner is een half uur voorafgaand aan de Politieke Avond (19.00u) waarop inwoners zich tot de raad kunnen richten over een onderwerp dat niet geagendeerd staat op de Politieke Avond of de Raadsavond. 2. Het woord kan niet gevoerd worden: a.
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep ingediend kan worden of bij de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Aanmelding voor de Speakers’ corner moet uiterlijk de maandag voor de Politieke Avond om 12.00u bij de griffie. 4. Een tafelvoorzitter is gastheer van het Speakers’ corner. Hij geeft allereerst het woord aan de inspreker. Daarna geeft hij gelegenheid aan de aanwezigen om hierop te reageren. 5. Het Speakers’ corner duurt maximaal een half uur, indien er meerdere inwoners gebruik willen maken van het Speakers’ corner wordt de beschikbare tijd verdeeld over de insprekers. Artikel 43b Wensen en bedenkingen 1. Het college kan overeenkomstig artikel 169 Gemeentewet een wensen- en bedenkingenprocedure starten. 2. Het college stuurt dan een kennisgeving aan de raad met hierin het voorgenomen besluit en stelt de raad een redelijke termijn om wensen en bedenkingen kenbaar te maken. 3.
De Agendacommissie plant de behandeling van de wensen- en bedenkingenprocedure in en de behandeling geschiedt in beginsel als volgt: Stap 1 – ronde en debattafel Er wordt gestart met een 1-minuut aftrap waarbij elke partij 2 minuten krijgt om zijn/haar standpunt over dit onderwerp kenbaar te maken. Er is ruimte voor het delen van standpunten en het stellen van vragen aan elkaar en aan de portefeuillehouder. (ronde tafel) Er is ruimte om met elkaar in gesprek te gaan over de ingenomen standpunten. (debat tafel) Afronding: samenvatting van afspraken en conclusies door de voorzitter.
•
Indien inwoners zich hebben aangemeld, kunnen zij ook kort hun standpunt toelichten.
Stap 2 – fracties mailen griffie wensen en bedenkingen Fracties mailen de griffie binnen 7 dagen na afloop van de tafel hun wensen en bedenking. Het standpunt heeft per fractie maximaal 200 tot 250 woorden. De griffie plaatst alle wensen en bedenkingen direct op Ibabs.
Pagina 19
Stap 3 – formaliseren wensen en bedenkingen De griffier stelt een brief aan het college op waarbij deze alle wensen en bedenkingen opneemt en indien mogelijk tracht overeenkomsten te duiden. De griffier bericht het college over de wensen en bedenkingen van de raad. De brief wordt op Ibabs geplaatst. Artikel 44
Technisch blok
1. Het technisch blok vormt het begin van de raadsvergadering. 2. Tijdens het technische blok worden de agenda vastgesteld, de lijst ingekomen stukken vastgesteld en eventuele toelating van raadsleden of benoeming tot fractieassistenten geagendeerd. Hoofdstuk 5 – Begroting en rekening Artikel 45 Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad, op voorstel van de Agendacommissie, vaststelt. Artikel 46 Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van de Agendacommissie, vaststelt. Hoofdstuk 6 – Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 47 Verslag en verantwoording 1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester, de gemeentesecretaris of de griffier die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft het recht om tijdens het ‘over-en-weer’ verslag te doen over de zaken die in het algemeen bestuur aan de orde zijn.
Voor bespreking van dit verslag zal de raadsvoorzitter verwijzen naar de Agendacommissie ter agendering in een ronde- of debattafel. 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijk vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 41, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 42, zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering, ten minste twee weken tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat
Pagina 20
het betrokken raadslid niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde bestuur. 5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. Hoofdstuk 7 – Besloten vergadering Artikel 48. Toepassing reglement op besloten raadsvergaderingen en ronde- of debattafels Op besloten raadsvergaderingen, ronde- of debattafels is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering of tafel. Artikel 49. Verslag besloten raadsvergadering en ronde- of debattafels 1. Besluitenlijst van een besloten (deel van de) raadsvergadering wordt niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden, fractieassistenten en overige deelnemers van de betreffende raadsvergadering ter inzage gelegd bij de griffie. De raadsleden en deelnemers worden van de ter inzage legging op de hoogte gesteld. 2. Van een besloten (deel van de) ronde- of debattafel ligt uitsluitend voor raadsleden, fractieassistenten en overige tafeldeelnemers van de betreffende tafel een verslag op hoofdlijnen ter inzage bij de griffie. De tafeldeelnemers worden van de ter inzage legging op de hoogte gesteld.
Artikel 50 Geheimhouding Voor de afloop van een besloten rond- of debattafel besluiten de tafeldeelnemers overeenkomstig artikel 25 en 86 van de gemeentewet op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur of geheimhouding wordt opgelegd omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde (het gesprek dat gevoerd is, een presentatie die gehouden is, ter vergadering uitgedeelde stukken etc.). De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen. Artikel 51 Opheffing geheimhouding 1. Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. 2. Gelet op titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht, uit het oogpunt van doelmatigheid en legitimiteit, beschikken de burgemeester èn griffier gezamenlijk over het mandaat voor het opheffen van opgelegde geheimhouding als bedoeld in artikel 86 Gemeentewet. Het onder mandaat opheffen van geheimhouding geschiedt alleen op voorstel van het college of de commissie die geheimhouding heeft opgelegd.