17. 201726832-Bijlage 12 bij de motivering - Bureauonderzoek archeologie
Tekst van het document
In de geologische boringen zijn geen duidelijke begraven bodems waargenomen. De sterk humeuze kleilaag die in boring B40B0845 in de onderkant van de Formatie van Echteld waargenomen is, lijkt geen verband te houden met de laklaag die in 1950/1951 in het oostelijke deel van het plangebied is gekarteerd (verg. afb. 9) omdat deze laag volgens het profiel (afb. 10) binnen de komklei gevormd is en niet, zoals in B40B0845, direct op de Formatie van Kreftenheye ligt. Mogelijk is hier sprake van een depressie. De humeuze bijmengingen in boring B40B0925 kunnen een aanwijzing zijn dat de top van het onderliggende veenpakket door de rivier is geërodeerd en/of kunnen verspoeld materiaal van buiten het plan- en/of onderzoeksgebied betreffen.
Afbeelding 14: Detail van de bodemkaart schaal 1 : 10.000 van het landinrichtingsgebied DuivenWestervoort met de geologische en bodemkundige boringen binnen het plangebied in het rode en blauwe kader (Groot Obbink, Maas en Rutten 1987, bijl. 1 blad 1; Dinoloket). De begraven bodems betreffen een interpretatie van de bodemkundige boringen.
Vanwege de grote hoeveelheid en beperkte extrapolatiewaarde naar het huidige plangebied zijn alleen de 13 binnen het plangebied gezette bodemkundige boringen (afb. 14) geanalyseerd. Met uitzondering van boring BHR000000308967 (matig zware klei) laten de overige boringen allemaal een vaaggrond in lichte klei zien zoals dit op basis van de bodemkartering van het landinrichtingsgebied DuivenWestervoort ook was te verwachten. Gezien de uitvoeringsdata bestaat de mogelijkheid dat deze boringen onderdeel uitmaken van de toenmalige kartering. Boring BHR000000308967 duidt erop dat ook binnen de zone met vaaggronden in lichte klei nog (kleinschalige?) variaties voor kunnen komen.
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
23 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
In de boringen BHR000000026735 en BHR000000099831 in het zuidwestelijke deel van het plangebied is binnen de bovenste 1,2 m -mv zwak kleiig veen aangeboord. Dit wijst erop dat ten westen van de geologische boringen B40B0846 en B40B0925 een tweede zone met veenvorming aanwezig is. Gezien de duidelijk hogere liggen ten opzichte van het veen in de geologische boringen ligt een verband met het in deze boringen aangetroffen veen niet meteen op de hand. Dit kan echter pas definitief worden uitgesloten als het onderliggende reliëf kleinschalig afdoende is gekarteerd. Mogelijke begraven bodems die zich manifesteren in een neerwaartse toename van het humusgehalte, zijn ter plaatse van de boringen BHR000000101535, BHR000000271313, BHR000000272540, BHR000000281397, BHR000000285417, BHR000000305144 en BHR000000309793) waargenomen die allemaal een afgedekte sterk humeuze laag op een diepte van 8,27-8,85 m NAP laten zien (afb. 14.39 De boringen kunnen een aanwijzing zijn dat de door Pons in het oostelijke deel van het plangebied gekarteerde laklaag zich in werkelijkheid over grotere delen van het plangebied uitstrekt. Alleen in boring BHR000000139923 in het noordoosten van het plangebied is op een diepte vanaf 8,31 m NAP zwak siltig zand aangetroffen dat mogelijk de top vormt van het rivierduin. De boring ligt op zeer korte afstand (ca.
25 m) ten zuiden van de contour van het rivierduin zoals dit door Cohen et al. is gekarteerd (verg. afb. 5). De cluster archeologische boringen in het noordwesten van het onderzoeksgebied wordt in par. 2.3
2.2
Historische ontwikkeling plangebied en directe omgeving40 Westervoort Westervoort wordt ingeschreven bronnen voor het eerst in de vroege 11e eeuw vermeld (1025, Westerw[oe]rd).41 De naam duidt op een hoger gelegen bewoonde plaats in het terrein ten westen van een nederzetting (Duiven?) of landschappelijk element van waaruit het omringende landschap is beschreven. In de late 14e eeuw (1388, Westervoert) is de oorspronkelijke naam Westerwoerd vervangen door voorlopers van de huidige naam, waarbij de focus in de landschappelijke omschrijving verplaatst is van de bewoonde hoogte naar de voorde in de nabije omgeving.42 De naamswijziging lijkt een fysieke verandering in het landschap, afname/ opgave van de bewoning ter plaatse, of/en een verschuiving in de perceptie van de belangrijke elementen in het landschap te suggereren. Het dorp is in de middeleeuwen ontstaan op een oeverwal van de IJssel. De heerlijkheid Westervoort viel tot aan de verkoop aan Arnhem in 1735 onder het bestuur van de Graven van Bergh. Rond 1580 werd de overgang van de IJssel bij Westervoort door middel van een schans beveiligd. In 1763 werd een schipbrug over de IJssel aangelegd en enkele jaren later, in 1774, werd de polder Pley doorgegraven waardoor de IJssel haar huidige aftakking bij Westervoort kreeg.
Naast de schipbrug werd in 1853-1856 een (spoor-)brug gebouwd waarna de spoorlijn Amsterdam-Arnhem doorgetrokken werd tot Emmerich. De schipbrug heeft nog tot 1901 dienst gedaan en is pas met de in dat jaar uitgevoerde verbreding van de spoorburg komen te vervallen. Westervoort had van oudsher een agrarisch karakter maar ontwikkelde zich na de Tweede Wereldoorlog tot forensengemeente voor Arnhem.
Duiven De eerste vermelding van Duiven ingeschreven bronnen dateert uit de vroege 9e eeuw (838, Thuuina) en is daarmee bijna twee eeuwen ouder dan die van Westervoort. De naam duidt mogelijk op een hoogte in het terrein en zou in dat geval aan het rivierduin refereren waarop het dorp is ontstaan.43 Duiven maakt 39
Boring BHR000000099831 is in deze analyse buiten beschouwing gelaten omdat de matig humeuze laag onder het veen het resultaat kan zijn van een doorworteling vanuit dit veen. Of in de in de tekst genoemde boringen met begraven sterk(er) humeuze laag daadwerkelijk sprake is van begraven bodems kan alleen door middel van nieuw booronderzoek worden vastgesteld omdat binnen mariene en fluviatiele afzettingen ook sprake kan zijn van verspoeld plantaardig materiaal. 40 Grotendeels samengevat naar liemersverleden.nl en de Gelderse Canon, geraadpleegd via mijngelderland.nl, 2504-2025, Stenvert et al. 1999; Historische Kring Westervoort en Historische Kring Duiven-Groessen-Loo. 41 Van Berkel en Samplonius s.v. Westervoort. De oorkonde uit 1025 is alleen in een 18e-eeuwse kopie overgeleverd. https://www.liemersverleden.nl/streekarchivariaat-de-liemers-en-doesburg/westervoort/historie-westervoort/abcwestervoort/oudste-dorp-liemers/ geeft 726 als oudste vermelding in geschreven bronnen. Deze zou te vinden zijn in een legende over het overlijden van de missionaris Werenfridus. Een bronvermelding naar het oorspronkelijke document ontbreekt helaas en kon tijdens dit bureauonderzoek ook niet onafhankelijk worden achterhaald. 42 Van Berkel en Samplonius 2018 s.v. Westervoort. 43 Van Berkel en Samplonius 2018 s.v. Duiven. De oorkonde uit 838 is als kopie uit de 11 e eeuw overgeleverd.
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
24 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
samen met Groessen, Loo en het kerspel Oud-Zevenaar deel uit van het van oorsprong Gelderse ambt Liemers. In 1355 verpandde de Gelderse hertog wegens geldnood de Liemers aan het hertogdom Kleef, dat vanaf 1609 deel uitmaakte van het keurvorstendom Brandenburg (onderdeel van het latere koninkrijk Pruissen). Het ambt Liemers is in 1816 aan het Koninkrijk der Nederlanden toegevoegd.44 De belangrijkste bronnen van bestaan waren akkerbouw en veeteelt. Vanaf de 18e eeuw kwam daar industriële productie (steenbakkerijen, brouwerij) bij. De grootste groei viel in de periode 1980-1994 toen Duiven als een van de regionale groeikernen was aangewezen.
Militaire geschiedenis Volgens de Militaire Landschapskaart liep de voortzetting van het uit de periode vóór 1471 daterende landweer ‘Westervoort’ mogelijk langs de Leigraaf belendend aan de westelijke rand van het plangebied toekomstig sportpark. Met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog vermelden deze kaart en Traces of war voor het huidige plangebied geen informatie.45 Het NIMH en beeldbankwo2.nl ontsluiten diverse foto’s van verscheidene instanties die laten zien dat in en bij Westervoort zowel tijdens de Duitse inval in mei 1940 alsook tijdens de bevrijding in 1944-1945 zwaar is gevochten, waarbij beide keren de IJsselbrug is opgeblazen.46 Geen van deze foto’s is echter te herleiden tot het huidige plangebied. Volgens de IKME valt het plangebied binnen de contour van de IJsselstellung, een Duitse stelling die in '44/'45 is aangelegd om een omtrekkende beweging van de Westwall tegen te houden van de Geallieerden.
Naast het gebouwde erfgoed zoals bunkers en tankversperringen kunnen archeologische resten worden verwacht zoals de resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken e.d.47 In (de wijde omgeving van) het plangebied zijn geen inslagen van V1- en/of V2-rakketten geregistreerd.48 Voor Westervoort zijn drie vliegtuigcrashes geregistreerd waarvan er één mogelijk in of nabij het huidige plangebied kan zijn neergekomen,49 de geregistreerde drie Duivense crashes zijn voldoende gelokaliseerd om deze buiten het huidige plangebied te kunnen plaatsen.50 Luchtfoto’s uit de periode 07-09-1943 t/m 14-03-1945 laten binnen en in de omgeving van het huidige plangebied geen sporen van vliegtuigcrashes, militaire installaties en/of oorlogshandelingen zien.51 De explosievenkaart Nederland vermeldt een bombardement waarvan in ieder geval één bom op het spoor vlak ten zuiden van de oosthoek van het plangebied van het mogelijke fietspad is neergekomen.52 Volgens de BeoBOM ruimingskaart vallen het zuidelijke deel van het plangebied toekomstig sportpark en het volledige plangebied van het mogelijke fietspad binnen een zone waarvoor dit bedrijf een vooronderzoek heeft uitgevoerd.53 De VEO bommenkaart geeft dit onderzoek eveneens aan en vermeldt daarnaast nog het door T&A Survey B.V.
uitgevoerde vooronderzoek t.b.v. de gasleiding A-663 die het plangebied doorsnijdt.54 Na de Tweede Wereldoorlog tot aan de buitengebruikstelling in 1964 lag het huidige plangebied in kom A van het inundatiestation 17 Westervoort van de IJssellinie Koude Oorlog (IJssellinie 2).55
44
www.duiven.nl/geschiedenis-van-duiven; https://www.liemersverleden.nl/streekarchivariaat-de-liemers-endoesburg/de-liemers/historie-de-liemers/, geraadpleegd 25-04-2025. 45 Militaire landschapskaart en tracesofwar.nl, geraadpleegd 25-04-2025. 46 Oorlogsbronnen.nl, nimh.nl en beeldbankwo2.nl, geraadpleegd 25-04-2025. 47 Ikme.nl, geraadpleegd 25-04-2025. 48 Vergeltungswaffen.nl, geraadpleegd 25-04-2025. 49 Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 databasenr. T4175, geraadpleegd 25-04-2025. 50 Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, geraadpleegd 25-04-2025. 51 Dotka originals en WUR library, geraadpleegd 25-04-2025. Het plangebied valt buiten het op de defence overprint d.d. 01-03-1945 van kaartblad Arnhem Oost, geraadpleegd via geo.scholarsportal,info, 25-04-2025. 52 avg.eu, geraadpleegd 25-04-2025. 53 Aanvullend vooronderzoek CE spoortracé Veenendaal-Arnhem, BeoBOM projectcode 2015-65-07, rapport d.d. 0903-2015, Kenmerk 2015-35-VO-07. Gegevens afkomstig van explosievenvenopsporing.nl, de ruimingskaart vermeldt alleen de interne projectcode en het soort onderzoek (Vooronderzoek 2015-65-07). Beobom, via arcgis.com en explosievenopsporing.nl, geraadpleegd 25-04-2025. 54 Gasleiding A-663 in het traject Angerlo-Beuningen, T&A Survey rapport d.d. 02-08-2007, kenmerk GPR1362; explosievenvenopsporing.nl, geraadpleegd 25-04-2025. 55 Militaire landschapskaart, geraadpleegd 25-04-2025.
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
25 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
Cartografische informatie Op historische kaarten is het plangebied als volgt aangegeven: • • •
• •
• •
Op de Kadastrale minuut 1811-1832 (afb. 15) ligt het plangebied op meerdere weilandpercelen. Het plangebied ligt in een groot complex aan weilanden tussen Westervoort en Duiven in. Ook de voormalige bouwlanden zijn nu in gebruik als weiland. De plaatsen zijn nog niet gegroeid en liggen nog uit elkaar, zoals te zien op de Topografisch-Militaire kaart uit 1850 (afb. 16). Op het Bonneblad kaart van 1868 (afb. 17) staat de spoorlijn ten zuiden van het plangebied voor het eerst aangegeven. Met betrekking tot het plangebied zelf is de situatie ongewijzigd. Ook de gemeenteatlas van J. Kuyper laat zien dat het plangebied in 1865 (kaartblad Westervoort) en 1867 (kaartblad Duiven) in onbebouwd buitengebied tussen beide plaatsen ligt. Wel is op beide kaarten al de spoorlijn weergegeven (niet afgebeeld).56 Deze situatie blijft lang bestaan. Volgens het Bonneblad uit 1906 maakte het plangebied van het mogelijke fietspad vanaf uiterlijk dat jaar onderdeel uit van het spoor en het tracé van de parallelweg in aanleg ten noorden ervan (afb. 18). De geplande parallelweg ten noorden van het spoor lijkt volgens de diverse edities van de Topografische kaart pas omstreeks 1970 als onverhard pad te zijn gerealiseerd. Waarschijnlijk was het plangebied van het mogelijke fietspad tot dan, zoals op de Topografische kaart van 1958 (afb. 19) weergegeven, in gebruik als weiland.
De wijk waaraan het plangebied aan de westkant grenst is volgens de Topografische kaart in 1995 nog in aanbouw. Het plangebied van het mogelijke fietspad is op deze kaart als groenstrook weergegeven (afb. 20). De volledige huidige bebouwing die buiten de grenzen van het plangebied aan de westelijke kant ligt, is voor het eerst aanwezig op de kaart uit 2019 (afb. 21).
Afbeelding 15: Detail van de kadastrale minuut 1811-1832 met het plangebied in het rode kader en blauwe kader en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (beeldbank RCE, hier weergegeven naar hisgis.nl). Legenda: donkerblauw: water, donkerbruin: bouwland, donkergroen: bos, geel: weg, geelgroen: weiland, grijs: erf, groen: tuin, lichtblauw: moeras, rood: gebouw.
56
Permalinks Gelders Archief: https://permalink.geldersarchief.nl/CD339CA99B854DD2A37AADAA2F6ECC23; (kaartblad Westervoort) en https://permalink.geldersarchief.nl/CE8D605F6F8C415696D881A28514C052 (kaartblad Duiven).
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
26 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
Afbeelding 16: Detail van de Topografisch-Militaire kaart van 1850-1864 met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (topotijdreis.nl).
Afbeelding 17: Detail van het Bonneblad uit 1868 met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (topotijdreis.nl). De projectie is iets verschoven t.g.v. de door topotijdreis.nl gehanteerde referentiepunten.
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
27 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
Afbeelding 18: Detail van het Bonneblad uit 1906 met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (topotijdreis.nl). De projectie is iets verschoven t.g.v. de door topotijdreis.nl gehanteerde referentiepunten.
Afbeelding 19: Detail van de Topografische kaart editie 1958 met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (topotijdreis.nl). De projectie is iets verschoven t.g.v. de door topotijdreis.nl gehanteerde referentiepunten.
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
28 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
Afbeelding 20: Detail van de Topografische kaart editie 1995 met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (topotijdreis.nl).
Afbeelding 21: Detail van de Topografische Kaart uit 2019 met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (topotijdreis.nl).
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
29 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
Luchtfoto’s uit de periode 07-09-1943 t/m 07-04-2025 hebben geen relevante aanvullende gegevens opgeleverd.57
Bouwhistorische waarden In het plangebied zijn geen rijksmonumenten, provinciale of gemeentelijke monumenten, werkende of verdwenen molens geregistreerd.58 Binnen het plangebied zijn geen ondergrondse bouwhistorische resten bekend, gelet op de resultaten van de cartografische analyse worden deze ook niet verwacht.
2.3
Archeologische waarden Het plangebied is nog niet eerder archeologisch onderzocht. Binnen het onderzoeksgebied zijn in totaal 18 archeologische onderzoeken en twee vondstmeldingen in Archis3 geregistreerd (afb. 22). Twee van deze onderzoeken doorsnijden het huidige plangebied: Tabel 2: onderzoeken binnen het plangebied Archis3 zaaknr.
Uitvoerder
Jaar
Bevindingen
2179770100
RAAP
2007
Betreft het bureauonderzoek waarop het omschreven veldonderzoek is gebaseerd. 59
2158361100
RAAP
2007
Veldwerk uitgevoerd naar aanleiding van bureauonderzoek bij de aanleg van een aardgastransportleiding. Er zijn bij dit veldwerk drie vindplaatsen aangetroffen: een nederzetting met een vermoedelijke datering in de ijzertijd, een nederzettingsterrein uit de late middeleeuwen en een locatie met een minder duidelijk karakter met een brede datering in de periode neolithicum - late middeleeuwen. Van de veertien bekende archeologische vindplaatsen op/dichtbij het tracé waren er vier waarvoor verder veldwerk noodzakelijk wordt geacht, zes waarvoor planaanpassing voor behoudt van huidige situatie wordt geadviseerd, en drie waarvoor proefsleuven wordt aanbevolen.
hieronder
Buiten het huidige onderzoeksgebied is op een afstand van ca. 4 km ten noordoosten van het plangebied in een rivierduin vondsten uit de ijzertijd opgeboord. Ondanks de geïsoleerde locatie van het rivierduin was dit een aantrekkelijke plek voor bewoning. De vondstlaag volgde de top van het pleistocene oppervlak en liep vanaf 1,0 m -mv ter hoogte aan langs de flanken af naar waarden rond de 1,0-1,2 m -mv.60
Ten behoeve van de aanleg van de aardgastransportleiding Angerlo-Hernen heet RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2007 een archeologisch bureau- en verkennend/deels karterend booronderzoek uitgevoerd (Archis3-zaaknrs. 2179770100 en 2158361100). Op grond van het bureauonderzoek gold voor die delen van het plangebied van de aardgastransportleiding die op een rivierduin liggen, een hoge archeologische verwachting. Een lage archeologische verwachting was toegekend aan die delen van het tracé die lagen op lage terrasrestruggen, -welvingen en laagten in een rivierduin. Voor die delen van het geplande tracé die lagen op de pleistocene terrasvlakte gold een middelhoge verwachting en voor de holocene komgebieden gold een lage verwachting. Tijdens het verkennende/karterende booronderzoek zijn drie nieuwe vindplaatsen ontdekt, deze liggen echter allemaal op ruime afstand ten
Luchtfoto’s geraadpleegd via dotkadata.com, Gelders Archief, topotijdreis.nl en pdok.nl, satellietfoto’s 2023-2025 geraadpleegd via satellietdataportal.nl, 25-04-2025. 58 Monumentenregister RCE (rijksmonumenten), gelderland.nl (provinciale monumenten), www.monumenten.nl (gemeentelijke monumenten), molendatabase.nl (werkende en verdwenen molens) geraadpleegd 25-04-2025. 59 Het rapport van dit onderzoek is in Archis3 noch DANS opgenomen en kon evenmin via internet worden getraceerd. 60 Goossens en Heunks 2007. 57
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
30 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
opzichte van het huidige plangebied. Uit het beschikbare rapport kan niet worden opgemaakt of ter plaatse van het (rivierduin in het) huidige plangebied destijds boringen zijn gezet of niet.61
Afbeelding 22: Kaart met vindplaatsen (gele punten: afkomstig uit onderliggend onderzoek, gele vierkanten: overige vondstmeldingen) en onderzoeksgebieden (polygonen) in de omgeving van het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (Archis3). Paars: AMK-terrein. Binnen het afgebeelde gebied bevinden zich geen archeologische rijksmonumenten. Tabel 3: onderzoeken buiten het plangebied Archis3 zaaknr.
Uitvoerder
Jaar
Locatie
Bevindingen
5669429100
KSP Archeologie
2024
Ca. 500 m ZW van het plangebied
Tijdens dit bureauonderzoek is het onderzochte gebied opgedeeld in een noordelijk en zuidelijk deel, waarbij voor het noordelijke deel een lage en voor het zuidelijke deel een hoge archeologische verwachting is . Het noordelijke deel ligt het dichtste bij het huidige plangebied. Voor het noordelijke deel geldt dat de landschappelijke context en datering(en) van de bodemniveaus niet eenduidig zijn. Waarschijnlijk is het een combinatie van een rivierduinlandschap dat door erosie van rivieren (crevasses) is aangetast. In het zuidelijke en centrale deel is een middelhoge verwachting voor een dieperliggend archeologisch niveau aangegeven. Dit betreft een bodemniveau/fossiele cultuurlaag die is aangetroffen op een diepte van ca. 8,5-9,5 m NAP.62
61
Goossens en Heunks 2007. Het rapport van het onderliggende bureauonderzoek met de advieskaart(en) is niet beschikbaar. Indien het tracé van de transportleiding ter plaatse van het huidige door middel van een gestuurde boring is gerealiseerd, zijn binnen het huidige plangebied, mogelijk m.u.v. een in- en/of uittredepunt, geen boringen gezet. 62 Koeman 2024.
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
31 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
5272958100
Den Ouden Bodac
2022
Ca. 390 m W van het plangebied
In het kader van de voorgenomen aanleg en verzwaring van nieuwe en bestaande stroomkabels is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Een groot deel van het gebied is al verstoord of er heeft reeds archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Voor het deel dat bij het plangebied ligt, geldt een lage archeologische verwachting, hier wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Voor de delen met een middelhoge tot hoge verwachting is vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. 63
3206274100
RAAP
2004
Ca. 225 m NW van het plangebied
Voor het onderzochte gebied gold bij aanvang van het veldonderzoek een hoge archeologische verwachting voor resten uit de steentijd en een lage tot middelmatige verwachting voor sporen van bewoning uit de periode ijzertijd t/m late middeleeuwen. Tijdens het inventariserend archeologisch veldonderzoek is één archeologische vindplaats aangetroffen in het westelijke deel van het plangebied. Hier zijn in drie boringen puntjes houtskool waargenomen tussen 1,21,75 m -mv. In één boring is onverbrand bot aangetroffen op een diepte van 1,05 m-mv. Het betreft mogelijk een (deel van een) jachtkamp uit het mesolithicum. Op grond van de resultaten van het karterende booronderzoek is een archeologisch waarderend booronderzoek aanbevolen. Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen werd ten aanzien van het overige deel van het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen.64
4663019100
Transect
2019
Ca. 225 m NW van het plangebied
Bureauonderzoek met als aanleiding de aanleg van een nieuw bedrijfspand. Hierbij is vastgesteld dat het gebied binnen de komvlakte van de Rijn en IJssel ligt, waardoor er een lage verwachting voor de periode bronstijd – nieuwe tijd geldt. Mogelijk bevindt zich echter in het plangebied een rivierduin onder deze komafzettingen, hierdoor geldt een hoge verwachting voor materiaal uit de periode laat- paleolithicum – neolithicum. Er wordt geadviseerd een karterend booronderzoek binnen het bouwvlak van 1500 m2 te laten uitvoeren voordat de werkzaamheden plaatsvinden. 65
4680750100
Transect
2019
Ca. 185 m NW van het plangebied
Betreft het karterend booronderzoek dat is aanbevolen in het hierboven genoemde onderzoek. Tijdens het doorzoeken van de opgeboorde grondmonsters zijn geen archeologische indicatoren waargenomen die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats. Het fragment onverbrand bot en enkele fragmenten houtskool kunnen ook onder natuurlijke omstandigheden in het gebied zijn gevormd. Hierdoor is de kans klein dat in het gebied sprake is van een nederzettingsterrein ui de periode mesolithicum – neolithicum. Op basis van deze resultaten bestaat er in
63
Sommers 2022. Informatie Archis3. Het onderliggende rapport is niet in Archis3 opgenomen en kon evenmin via DANS worden achterhaald. 65 Lepage en Jansen of Lorkeers 2019. 64
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
32 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
archeologisch opzicht geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouw. 66 2037452100
ADC
2003
Ca. 650 m NW van het plangebied
Het betreft een bureau- en booronderzoek naar aanleiding van het voornemen in het gebied woningbouw te realiseren. Op grond van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een middelhoge verwachting op archeologische resten van bewoning en landgebruik. Het verkennend booronderzoek heeft laten zien dat het bodemprofiel bestaat uit oeverafzettingen van de IJssel uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen op komafzettingen op holocene oever- en beddingafzettingen. De eerder gekarteerde woongronden zijn tijdens dit onderzoek niet aangetroffen hoewel enkele boringen specifiek in deze zones zijn gezet. Evenmin zijn in de boringen archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen duiden op een vindplaats. Wel zijn er twee fragmenten grijsbakkend aardewerk uit de late middeleeuwen aan het maaiveld opgeraapt. Geadviseerd is het plangebied vrij te geven voor de beoogde ontwikkeling. 67 In het rapport worden de zwak tot matig humeuze bijmengingen die in drie van de boringen zijn aangetroffen, niet als aanwijzingen voor begraven cultuurlagen gezien. Aangezien er geen uitspraak wordt gedaan hoe deze lagen dan wel zijn te interpreteren, blijft de duiding ervan vaag.
66 67
3070972100
onbekend
1976
Ca. 650 m NW van het plangebied
Waarneming of literatuurvermelding van muurrestanten van de voormalige havezate Hamerden uit late middeleeuwen B t/m de nieuwe tijd.
2345211100
Synthegra
2012
Ca. 650 m NW van het plangebied
Bureau- en karterend (deels verkennend) booronderzoek naar aanleiding van voorgenomen nieuwbouw aan de Hamersestraat 53-55. Op grond van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een middelhoge verwachting op resten van bewoning en landgebruik uit de periode laatpaleolithicum t/m neolithicum ter plaatse van het rivierduin en een hoge verwachting op nederzettingsresten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het booronderzoek bestaat het bodemprofiel ter plaatse uit holocene komafzettingen op rivierduinzand. Binnen de komafzettingen is plaatselijk een laklaag (begraven oud maaiveld) waargenomen in de vorm van een donkergrijze zwak humeuze kleilaag. In een deel van het plangebied is een zandige laag met puinresten en -spikkels, houtskoolspikkels en bot opgebracht, ook is mogelijk een opvulling van een sloot/gracht aangeboord. Aan het oppervlak is een fragment grijsbakkend aardewerk aangetroffen dat gedateerd wordt tussen 1300 en 1500. Geadviseerd is bij bodemingepen die dieper gaan dan de bouwvoor vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren en ter plaatse van het potentiële archeologische niveau uit de prehistorie d.m.v.
Nales 2019. Lohof en De Boer 2003.
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
33 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
ene karterend booronderzoek indien bodemingrepen plaatsvinden die dieper gaan dan 0,5 m -mv. De regioarcheoloog heeft echter geoordeeld dat in het zuidwestelijke deel van het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk is voorafgaand aan alle bodemingrepen en in het noordelijke deel van het plangebied bij bodemingrepen vanaf 1,0 m -mv. Het vervolgonderzoek kan bestaan uit een karterend booronderzoek conform specificatie A3 voor vindplaatsen uit de vroege prehistorie gecombineerd met een proefsleuvenonderzoek, dan wel alleen een proefsleuvenonderzoek waarbij ook potentiële vroegprehistorische vindplaatsen worden gekarteerd en gewaardeerd. 68 2391211100
Archeodienst Gelderland
2012
Ca. 650 m NW van het plangebied
Proefsleuvenonderzoek Hamersestraat 53. In Archis3 is geen inhoudelijke informatie m.b.t. de resultaten van dit onderzoek opgenomen, het rapport ontbreekt in Archis3 en DANS 69
4012872100
Archeodienst Gelderland
2016
Ca. 650 m NW van het plangebied
Archeologische begeleiding Hamersestraat 53. In Archis3 is geen inhoudelijke informatie m.b.t. de resultaten van dit onderzoek opgenomen, het rapport ontbreekt in Archis3 en DANS 70
4629145100
Laagland Archeologie
2018
Ca. 650 m NW van het plangebied
Archeologische begeleiding en opgraving in verband met geplande herinrichting van en woningbouw binnen het plangebied. De bodemopbouw bestaat uit een (deels gelaagd) cultuurpakket op rivierduinzand. Aangetroffen zijn sporen die duiden op bewoning ter plaatse van het rivierduin in de periode bronstijd-late middeleeuwen. Continuïteit van bewoning is mogelijk maar is niet onomstotelijke aangetoond. Verder zijn er enkele greppels aangetroffen die mogelijk de omgrachting van de havezate vormden. Onder de vondsten zijn ook fragmenten aardewerk een vuursteen uit het (midden-)neolithicum. 71
2444097100
BAAC
2014
Ca. 750 m NW en ca. 835 m NNW van het plangebied
Bureau- en verkennend booronderzoek i.v.m. geplande herontwikkeling van het terrein. Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge archeologische verwachting op archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met het neolithicum in de top van het pleistocene oppervlak en een middelhoge verwachting op bewoningsresten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd in de oeverafzettingen van de Gelderse IJssel. Het natuurlijke bodemprofiel bestaat uit komafzettingen (Formatie van Echteld) op oever- op beddingafzettingen (Formatie van Kreftenheye, resp. Laag van Wijchen en ongediff.). Lokaal komen ingeschakelde crevasseafzettingen tussen de kom- en oeverafzettingen voor. Bodemvorming is alleen lokaal waargenomen, archeologische indicatoren ontbraken in de boringen. Geadviseerd is bij bodemingrepen dieper dan 0,85 m -mv vervolgonderzoek te laten
68
Leuvering en Hagens 2012. Archis3 vermeldt dat het rapport niet is verschenen t.g.v. faillissement van de uitvoerder. Oude Rengering en De Gruil 2019 konden echter over een (concept-)versie van dit rapport beschikken zoals blijkt uit hun literatuurlijst. 70 Evenals bij zaaknr. 2391211100 geeft Archis3 aan dat het rapport niet is verschenen t.g.v. faillissement van de uitvoerder maar konden Oude Rengering en De Gruil 2019 over een (concept-)versie van dit rapport beschikken zoals blijkt uit hun literatuurlijst. 71 Oude Rengerink en De Gruil 2019. 69
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
34 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
plaatsvinden d.m.v. een karterend booronderzoek gericht op kleine vindplaatsen uit de steentijd alsmede grotere nederzettingen/boerderijen uit het neolithicum. Voor het zuidelijke deel van het plangebied is vrijgave geadviseerd. 72 5618528100
Transect
2024
Ca. 750 m NW van het plangebied
Eerste bevindingen: top pleistoceen rivierterras in delen van het plangebied intact aanwezig, geen sporen van bodemvorming waardoor voor de periode laat-paleolithicummesolithicum een lage verwachting is vastgesteld. Rivierterras afgedekt door overstromingsafzettingen waarop lokaal rivierduinen opgestoven zijn. De top van het rivierduin in het centrale deel van het plangebied is grotendeels intact en bevat een begraven, zwak ontwikkelde A-horizont in de top. Het geheel wordt afgedekt door komafzettingen die vanaf/na het neolithicum zijn gesedimenteerd en deels door jongere komafzettingen zijn geërodeerd. in de top van de komafzettingen is op een diepte van ca. 8,99,0 m NAP een laklaag aanwezig. In de laklaag kunnen archeologische resten en sporen uit de periode neolithicum-Romeinse tijd aanwezig zijn. De top van het natuurlijke bodemprofiel wordt gevormd door oeverafzettingen van de Gelderse IJssel, ook is in het noordwesten van het plangebied een restgeul ervan aangeboord. De top van de oeverafzettingen is gerijpt maar bevat geen goed ontwikkelde vegetatiehorizonten. Gelet hierop en het ontbreken van cultuurlagen/ophooglagen ter plaatse van de huisplaatsen in het plangebied wordt de verwachting voor de vroege en late middeleeuwen en de nieuwe tijd naar laag bijgesteld.
2454440100
Antea
2014
Ca. 915 m NNW van het plangebied
Vervolgonderzoek op zaaknr. 2444097100. Het bodemprofiel bestaat uit komafzettingen van (een voorloper van) de Gelderse IJssel op pleistocene beddingafzettingen (siltige klei of zand), deels met ingeschakelde oever- of overstromingsafzettingen. Lokaal zijn geul- en crevasseafzettingen aangeboord. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geadviseerd is het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling. 73
2480822100
ADC
2015
Ca. 900 m N van het plangebied
Archeologisch bureauonderzoek in het kader van sloop en herbouw op de locatie. In het plangebied bestaat kans op archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum t/m neolithicum dieper dan 2,90 m –mv en resten van landgebruik uit de middeleeuwen-nieuwe tijd in de top van de oeverafzettingen van de Gelderse IJssel. Bewoningsresten uit deze periode worden niet verwacht. Vanwege de diepte van de prehistorische resten in combinatie met de beoogde verstoringsdiepte wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de beoogde ontwikkeling. 74
72
Kalisvaart 2014. Sophie en Teekens 2014. 74 Van der Zee 2015. 73
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
35 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
2254679100
Gemeente Arnhem
2009
Ca. 305 m NO van het plangebied
Bureauonderzoek om mogelijke planologische ontwikkeling in de omgeving op archeologisch gebied in goede banen te leiden. In het gebied tussen de Engsestraat en de Westsingel op ca. 350 m ten noordoosten van het huidige onderzoeksgebied zijn de laatste delen van de verschillende rivierduinen in Duiven nog min of meer intact en onbebouwd aanwezig Het advies is dit gebied te behouden en onbebouwd te laten. Indien er ontwikkelingen zijn voorzien die als mogelijk verstorend werken m.b.t. archeologie, wordt geadviseerd een archeologisch booronderzoek uit te laten voeren.75
2180855100
Synthegra
2008
Ca. 250 m O van het plangebied
Bureauonderzoek voor een sloop en nieuwbouwplan die een verstoring van 2,0 m mv teweeg zal brengen. De ligging van het gebied in een komgebied maakt het een onaantrekkelijke vestigingsplaats, maar het heeft niet altijd in een komgebied gelegen, waardoor er een middelmatige archeologische verwachting geldt. Vanaf de ijzertijd en Romeinse tijd waren er regelmatige overstromingen en werd de pleistocene ondergrond bedekt. Als zich rivierduinen in de ondergrond bevinden is de verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum en nederzettingssporen uit het neolithicum en de bronstijd hoog. Voor resten uit de nieuwe tijd geldt een middelhoge verwachting. Daarom wordt een vervolgonderzoek in de vorm van een booronderzoek geadviseerd. 76
2239620100
Archeodienst Gelderland BV
2009
Ca. 250 m O van het plangebied
Archeologische begeleiding en proefsleuvenonderzoek uitgevoerd op de locatie van het bureauonderzoek hierboven. Tijdens het onderzoek zijn nederzettingssporen uit de ijzertijd aangetroffen. Deze sporen behoren waarschijnlijk tot een nederzetting die zich in alle richtingen uitstrekt. Naast sporen is ook veel aardewerk uit de ijzertijd aangetroffen. Het niveau waarop deze archeologische waarden zich bevinden is enkel in werkput 1 bereikt. In de andere werkputten (funderingssleuven) was de bouwdiepte ondieper. Geadviseerd is bij bodemingrepen dieper dan 0,6 m -mv vervolgonderzoek d.m.v. een opgraving uit te laten voeren. 77
De overige binnen een straal van ca. 1.000 m rondom het plangebied uitgevoerde onderzoeken hebben drie vindplaatsen opgeleverd. Ter hoogte van de Smidse 2 te Westervoort, op een afstand van ca. 225 m ten noord(west)en van het huidige plangebied, zijn tijdens een archeologisch booronderzoek indicatoren aangetroffen die konden wijzen op een vindplaats uit het mesolithicum (afb. 22, zaaknr. 3206274100). Tijdens een recenter karterend booronderzoek zijn echter geen aanwijzingen waargenomen die (kunnen) duiden op een vindplaats (Archis3-zaaknr. 4680750100, vooronderzoek: 4663019100).78 Ter plaatse van de Hamersestraat 53 – Rivierweg 10 t/m 16, de locatie van de voormalige, van oorsprong laatmiddeleeuwse havezate Hamerden (afb. 22, zaaknr. 3070972100) zijn bij een karterend 75
Verhagen en Harmsen 2009. Hagens, Koeman en Kremer 2008. 77 Loonen 2009. 78 Resp. Nales 2019; Lepage en Jansen of Lorkeers 2019. 76
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
36 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
booronderzoek een cultuurlaag (ophooglaag) met archeologische indicatoren in de vorm van resten baksteen, metselpuin en houtskoolspikkels, alsmede bot aangetroffen die duidden op een vindplaats. Daarnaast werd(en) in één boring een gracht/slootvulling dan wel funderingsresten aangeboord.79 Tijdens het navolgende proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding is een 1,0-1,2 m dik ophogingsdek aangetroffen met drie fasen. Binnen dit aardewerk is secundair gedeponeerd aardewerk uit ca. 1200 blootgelegd. Dit pakket werd afgedekt door een ca. 0,4 m dikke ophooglaag met aardewerkfragmenten waarvan de jongste exemplaren in de periode 1575-1750 dateerden. Ook is een noord-zuid lopende gracht aangesneden die waarschijnlijk de westelijke begrenzing gevormd heeft van het havezate-erf. Deze doorsnijdt de oudste ophogingsfase. Op grond van deze resultaten werd de ophoging in verband gebracht met een voorganger van het toenmalige gebouw die behoort die (ruim) vóór 1600 moest zijn gerealiseerd (Archis3-zaaknrs. 2391211100 en 4012872100).80 Tijdens een archeologische begeleiding en opgraving op dit terrein zijn grondsporen en vondsten aangetroffen die duiden op bewoning gedurende de periode bronstijd-late middeleeuwen (zaaknr. 4629145100). De schaars aanwezige paalsporen en kuilen leverden weinig vondstmateriaal op zodat onduidelijk is of de locatie continu is bewoond.
Een boomstamput gemaakt van een uitgeholde eik is door middel van 14Conderzoek gedateerd in de periode 536 en 620 cal AD wat deze waterput in de Merovingische periode plaatst. Enkele laat-Merovingische scherven uit de vulling bevestigen deze datering. Grondsporen die eenduidig in de late middeleeuwen konden worden gedateerd, zijn tijdens de begeleiding en opgraving niet aangetroffen. Deze periode is vooral door vondsten uit het cultuurdek vertegenwoordigd. In de nieuwe tijd is het cultuurdek deels vergraven o.a. voor de aanleg van moesbedden en greppels. Het meest in het oog springend zijn de greppels die aan de noord- en de westzijde kennelijk rond de havezate lagen en blijkens het vondstmateriaal in de eerste helft van de 19e eeuw gedempt zijn, waarbij veel serviesgoed en ander gebruiksaardewerk vanuit de havezate is gedumpt. Enkele fragmenten middenneolithisch aardewerk en twee stukken vuursteenbewerkingsafval uit de periode laat-paleolithicum – neolithicum duiden erop dat het rivierduin al in de vroege prehistorie door de mens is bezocht. Eventuele sporen uit met name de vroegste prehistorie kunnen gezien het overwegend ondiepe karakter ervan, door jongere grondbewerking vernietigd zijn.81 Ter hoogte van de Rijksweg 2 te Duiven, op een afstand van ca.
300 m ten oosten van het plangebied, zijn tijdens archeologisch booronderzoek aardewerkfragmenten uit de midden-ijzertijd en een puinlaag uit de late nieuwe tijd aangetroffen (Archis3-zaaknr. 2188259100). Tijdens de navolgende archeologische begeleiding van de bouwwerkzaamheden zijn onder een begraven bodem bewoningssporen uit de late ijzertijd/vroeg-Romeinse tijd aangetroffen en op een hoger niveau restanten van een oude pannenbakkerij uit het einde van de 19e eeuw. De ijzertijdvindplaats, vermoedelijk een nederzetting, is tijdens de archeologische begeleiding niet begrensd. Vanwege de behoudenswaardigheid van de vindplaats is geadviseerd deze op te laten graven indien bodemingrepen dieper gaan dan 0,6 m -mv.82 Daarnaast zijn bij onderzoeken ten zuiden (Archis3-zaaknr. 5669429100) en noordwesten (zaaknr. 2180855100 en mogelijk ook 2037452100,83 alsmede 5618528100) laklagen aangeboord. De laklagen ter plaatse van de Rivierweg (zaaknr. 5669429100) en in Westervoort-noord (zaaknr. 5618528100) liggen op een hoogte van 8,5-9,0 m NAP hetgeen overeenstemt met de door Pons gekarteerde laklagen (verg. afb. 10).84 Het lijkt er derhalve op dat het gebied met laklagen in de ondergrond zich ca. 0,8-1,5 km verder naar het westen uitstrekt dan op de bodemkaart uit 1953 is weergegeven.
Bij de AWN afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland is navraag gedaan met betrekking tot eventuele nog niet in Archis3 opgenomen vondsten uit het onderzoeksgebied. Het antwoord van de AWN zal in de definitieve versie van deze rapportage worden opgenomen.
79
Leuvering en Hagens 2012. Oude Rengering en De Gruil 2019, 11-12, gebaseerd op de (concept-)rapporten van Archeodienst Gelderland BV. Door het faillissement van Archeodienst zijn deze rapporten niet via Archis3 of DANS beschikbaar. 81 Oude Rengerink en De Gruil 2019. 82 Loonen et al. 2010. 83 De lagen worden door de toenmalige onderzoekers niet geduid (Lohof en De Boer 2003) maar lijken qua beschrijving op de in de andere onderzoeken aangeboorde laklagen. 84 In de rapporten van de twee overige onderzoeken (Lohof en De Boer 2003; Hagens, Koeman en Kremer 2008) wordt de NAP-hoogte van (het maaiveld ter plaatse van) de boringen niet vermeld. 80
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
37 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
2.4
Verstoringen Uit de historische analyse blijkt dat het plangebied vanaf in ieder geval de vroege 19e eeuw tot op heden (plangebied toekomstig sportpark) c.q. tot aan de aanleg van de (onverharde) weg langs het spoor/ de spoorzone (plangebied mogelijk fietspad) uitsluitend agrarisch is gebruikt. Verstoringen door dit gebruik zullen beperkt zijn gebleven tot de bouwvoor, ca. 0,3-0,4 m -mv. Ter plaatse van bestaande en gedempte perceelsgreppels (afb. 15-21) zijn lineaire verstoringen aanwezig c.q. te verwachten met een vooralsnog onbekende diepte. Daarnaast is op de analyse van beschikbare hoogtemetingen gebleken dat de grond binnen het plangebied van het toekomstige sportpark vrijwel vlakdekkend met ca. 0,15-0,35 m is afgegraven (afb. 12). De verstoringsbronnenkaart geeft alleen het tracé van de aardgastransportleiding als verstoord aan.85 Of dit deel van het plangebied daadwerkelijk verstoord is door een open ontgraving, is onbekend. Het in januari 2025 uitgevoerde milieukundige bodemonderzoek duidt op lokale en/of vlakdekkende verstoringen tot een diepte van ca. 0,7 m -mv, waarbij o.a. lagen volledig menggranulaat zijn aangebracht.86 Doordat het onderliggende rapport niet beschikbaar was, zijn de locatie(s) en omvang van deze verstoringen nog onbekend. Volgens de voor dit onderzoek geraadpleegde bodemkaarten (m.n. afb.
9 en 11) hoeft er binnen het plangebied geen rekening te worden gehouden met verstoringen door kleiwinning, ook het AHN wijst er niet op.87
2.5
Archeologisch verwachtingsmodel Gelet op de geologische ondergrond, de bekende vindplaatsen en uitgevoerde onderzoeken in de omgeving bestaat voor het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting op archeologische resten uit de periode paleolithicum t/m vroeg-neolithicum en een hoge verwachting op resten van landgebruik, eventueel bewoning uit/vanaf het midden-neolithicum. Vanaf de bronstijd/ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen geldt een hoge verwachting op archeologische resten van bewoning, begraving en/of (al dan niet agrarisch) landgebruik in de top van het rivierduinzand. De mogelijk te verwachten sporen uit de periode (laat-)paleolithicum t/m neolithicum kunnen bestaan uit tijdelijke kampementen, haardplaatsen/haardkuilen en/of vuursteenstrooiingen. Vanaf het laat-neolithicum kunnen daarnaast nederzettingsterreinen met archeologische laag, paalsporen van bijbehorende bebouwing en erfafrasteringen, en vanaf de Romeinse tijd ook sporen en resten van deels stenen bebouwing worden verwacht, alsmede akkerterreinen, graven/grafvelden, wegen/infrastructuur en perceleringen, eventueel ook sporen van houtskoolproductie en/of andere economische activiteiten.
Eventuele grondsporen uit de periode vanaf het laat-paleolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kunnen in de top van het rivierduinzand worden verwacht, eventuele vondsten uit deze periode kunnen tijdens latere overstromingen zijn verspoeld en/of kunnen door latere bodembewerking ook in de onderkant van het overstromingspakket opgenomen zijn. Dit geldt met name voor grondsporen uit de vroege prehistorie die overwegend bestaan uit ondiepe kuilen en vuursteenstrooiingen. Voor de overige delen van het plangebied geldt een middelhoge tot hoge verwachting op archeologische resten vanaf het (laat-) paleolithicum t/m de bronstijd op de laat-pleistocene terrasafzettingen en/of de Laag van Wijchen (beide Formatie van Kreftenheye).88 Aangezien de Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye) slecht waterdoorlatend is, kan dit ervoor hebben gezorgd dat (de omgeving van) het plangebied en/of gedurende bepaalde seizoenen en/of langere perioden te nat is geweest voor een langduriger verblijf. Daarnaast boden de aanwezige rivierduinen goede verblijfsmogelijkheden. Om die reden wordt voor het laat-paleolithicum en mesolithicum met betrekking tot de op het terras gelegen delen van het huidige plangebied uitgegaan van een middelhoge verwachting op sporen van landgebruik en een lage verwachting op sporen van bewoning. Met het ontstaan van de Gelderse IJssel ca.
1500 jaar geleden vonden in het onderzoekgebied geregeld overstromingen plaats en is een dik pakket komklei (Formatie van Echteld) afgezet.89 Laklagen binnen de komklei laten zien dat het gebied in ieder geval één periode heeft gekend waarin de overstromingsfrequentie zo laag was dat er bodemvorming heeft plaatsgevonden. De laklagen vormen 85
Verstoringsbronnenkaart, geraadpleegd 25-04-2025. Omgevingsrapportage, geraadpleegd via gelderland.nazca4u.nl, 25-04-2025. 87 Deze verstoringen ontbreken op de verstoringsbronnenkaart en de relevante kaarten van Gelderland kaarten en cijfers.nl. Nales 2019, 8 fig, 4 beeldt een deel van de kleiwinningskaart van gemeente Westervoort af. Deze kaart kon niet online worden geraadpleegd. Evenmin is bekend geworden of gemeente Duiven over een soortgelijke kaart beschikt. 88 De Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye) is in de geologische boringen in en rondom het plangebied niet onderscheiden maar is wel bij verscheidene archeologische onderzoeken in de omgeving aangetroffen. 89 Cohen et al. 2009; Vos et al. 2018. 86
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
38 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
een archeologisch kansrijke laag. Ter plaatse van het rivierduin geldt daarom een hoge verwachting op sporen en resten van bewoning en landgebruik. Daar waar de komklei op het Laagterras ligt, was gezien de (zeer) slechte ontwatering van de komklei, het gebied waarschijnlijk te nat voor permanent verblijf maar wel geschikt voor landgebruik vanuit de erven/nederzettingen op de rivierduinen. Ter plaatse van oeverafzettingen was de ontwatering iets beter zodat voor zones met oeverafzettingen uitgegaan wordt van een middelhoge verwachting op sporen en resten van bewoning en landgebruik. Door stroomverleggingen kunnen eventuele archeologische resten plaatselijk (deels) geërodeerd of verspoeld zijn. Na de bedijking in de late middeleeuwen was de geologische situatie in het onderzoeksgebied, met uitzondering van overstromingen, stabiel. De cartografische analyse duidt erop dat de bewoning zich aanvankelijk voornamelijk op de hoger gelegen plaatsen (rivierduinen) bleef concentreren en uitbreiding in het komgebied tot in de late nieuwe tijd slechts langzaam plaats vond. Naar verwachting kan dit bewoningsbeeld geëxtrapoleerd worden naar de late middeleeuwen. Voor de late middeleeuwen en de nieuwe t/m recente tijd geldt voor het huidige plangebied daarom een hoge verwachting op perceelsgreppels en sporen van agrarisch landgebruik.
De verwachting op bewoningsresten uit deze periode is laag tot nihil. De omvang van eventuele vindplaatsen kan variëren van één of enkele vierkante meter(s) bij prehistorische kampementen en bijv. losse begravingen/crematies tot honderden of zelfs duizenden vierkante meters bij nederzettingen. Voor het plangebied bestaat geen concrete verwachting met betrekking tot eventuele resten die met de Tweede Wereldoorlog verband houden. In het algemeen geldt een verwachting op losse vondsten (verloren/gedumpte voorwerpen, evt. munitieresten/granaatscherven) en evt. elementen die verband houden met (kleinschalige) lokale constructies. Vanwege de ligging binnen de contour van de IJsselstellung geldt daarnaast een theoretische verwachting op sporen en resten van resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken e.d. Aangezien luchtfoto’s uit de periode 1943-1945 binnen het huidige plangebied geen sporen van dergelijke militaire installaties en/of oorlogshandelingen laten zien, wordt met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog uitgegaan van een lage archeologische verwachting. Het AHN laat zien dat de bodem in het plangebied na 1966 vlakdekkend ca. 0,15-0,35 m is afgegraven.
Deze verstoring is derhalve overwegend beperkt gebleven tot de moderne bouwvoor, alleen plaatselijk is volgens de analyse sprake van een grotere afgraving. De locaties en omvang van de overige bekende en vermoede verstoringen binnen het plangebied is op dit moment onvoldoende bekend om in de archeologische verwachting te kunnen verwerken. Met betrekking tot de conservering van eventuele vondsten is de overwegend kalkarme/kalkloze bodem in het plangebied ongunstig voor de conservering van organisch materiaal. Onverbrande vondsten van organisch materiaal en paleo-ecologische resten zullen over het algemeen slechts beneden de grondwaterspiegel worden aangetroffen d.w.z. vanaf ca. 1,6 m -mv (Gt Vbo), verbrande/gecalcineerde vondsten van organisch materiaal en paleo-ecologische resten kunnen eventueel ook hoger worden aangetroffen. Eventuele vondsten van anorganisch materiaal kunnen door mechanische invloeden in meer of mindere mate secundair zijn gefragmenteerd, metaalvondsten boven de grondwaterspiegel zullen door de zuurstofrijke condities (sterk) zijn gecorrodeerd. De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is samengevat in tabel 4 op de volgende pagina:
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
39 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
Tabel 4: Archeologische verwachting plangebied Periode Verwachting Verwachte vindplaatstypen plangebied Tweede Wereldoorlog
Laag
Late middeleeuwen – Hoog nieuwe tijd
Bronstijd – vroege middeleeuwen
Geen concrete verwachting, evt. losse vondsten, (kleinschalige) lokale elementen zoals gevechtsen waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, mangaten, inslagsporen van granaten en mortieren e.d. perceelsgrenzen, sporen van agrarisch landgebruik
Laag tot nihil
bebouwing
Rivierduin: Hoog
(Agrarisch) landgebruik, perceleringen, wegen/infrastructuur, t.p.v. rivierduin ook nederzettingsterreinen en graven/ grafvelden
Terrasvlakte: middelhoog tot hoog (landgebruik), laag m.b.t. bewoning
Midden-neolithicum
Rivierduin: hoog
(Laat-)paleolithicum – vroeg-neolithicum
Terrasvlakte: middelhoog tot hoog (landgebruik), laag m.b.t. bewoning Rivierduin: middelhoog tot hoog
(Agrarisch) landgebruik, wegen/infrastructuur. T.p.v. rivierduin evt. ook bewoningsresten
Jachtkampen, haardplaatsen/ haardkuilen, vuursteenstrooiingen
Verwachte grondlaag (diepte) Vanaf het maaiveld
In de top van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen en/of de Formatie van Kreftenheye (ongediff. of Laag van Wijchen) vanaf ca. 6,42-7,74 m NAP In de top van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen en/of de Formatie van Kreftenheye (ongediff.) vanaf ca. 6,42-7,74 m NAP
Terrasvlakte: middelhoog tot hoog (landgebruik), laag m.b.t. bewoning
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
40 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
3
Conclusie en aanbeveling
3.1
Conclusie Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp en Omgeving een archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied toekomstig Sportpark Westervoort te Duiven en mogelijk fietspad te Westervoort. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van de BOPA of wijziging omgevingsplan voor de geplande aanleg van een sportpark en de aan te vragen omgevingsvergunning t.b.v. het mogelijke nieuwe fietspad. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 174.760 m 2 voor het sportpark en ca. 7.840 m2 voor het mogelijke fietspad, en omvat het gehele perceel. De te realiseren nieuwe inrichting zal conform de opgave van de opdrachtgever een oppervlakte hebben van minimaal 16,5 ha ofwel 165.000 m2, hiervan zal 1/3 deel (5,5 ha) bestaan uit sportvelden, 1/3 deel (5,5 ha) bestaan uit functionele ruimtes (paden, gebouwen, parkeren), en 1/3 deel (5,5 ha) bestaan uit groen (bomen, struiken, biodiverse weides, natuurlijke oevers). De toekomstige verstoringsdiepte is vooralsnog onbekend. Op grond van het uitgevoerde bureauonderzoek geldt voor het deel van het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting op archeologische resten van bewoning en/of landgebruik uit de periode paleolithicum vroeg-neolithicum in de top van het rivierduinzand.
Voor/vanaf het midden-neolithicum t/m de vroege middeleeuwen is de verwachting op resten van bewoning en/of landgebruik voor dit deel van het plangebied hoog. Voor het deel van het plangebied dat op de terrasvlakte ligt geldt t/m de vroege middeleeuwen een middelhoge tot hoge verwachting op archeologische resten van landgebruik en een lage verwachting op resten van bewoning. Voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd geldt voor het gehele plangebied een hoge verwachting op perceelsgreppels en sporen van m.n. agrarisch landgebruik, de verwachting op resten van bewoning is voor deze periode laag tot nihil. Archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen vanaf maaiveld, oudere archeologische resten vanaf 7,74 m +NAP worden verwacht.
3.2
Selectieadvies Gelet op de archeologische verwachting en mogelijke verstoring van archeologisch kansrijke lagen adviseert Hamaland om een verkennend booronderzoek uit te voeren, waarbij de bodemopbouw en de mate van intactheid van de bodem getoetst worden. Voorafgaand aan het verkennend booronderzoek dient conform de BRL SIKB 4003 een Plan van Aanpak te worden opgesteld. Tijdens het verkennende booronderzoek verdient het aanbeveling om de omvang en diepteligging van het rivierduin zo goed mogelijk uit te karteren teneinde de zone met kans op sporen van bewoning zo goed mogelijk af te bakenen. Hierbij dienen de boringen minimaal 50 cm in de top van het rivierduin te worden doorgezet, in verband met de mogelijke aanwezigheid van oudere begraven bodems (horizonten) met bewoningssporen. Verder verdient het aanbeveling om voorafgaand aan het verkennende booronderzoek kennis te nemen van het recente milieukundige bodemonderzoek. De resultaten van dat onderzoek kunnen mogelijk aanwijzingen geven m.b.t. zones die vanuit archeologisch oogpunt extra aandacht verdienen i.v.m. bodemopbouw, afbakening verwachte/geconstateerde verstoringen, mogelijke grondsporen e.d.
3.3
Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
41 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de bevoegde ambtenaar van de gemeente Duiven en in voorkomende gevallen de gemeente Westervoort.
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
42 van 58
Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249
Gebruikte literatuur en overige bronnen Rapporten Bakker, H. de, en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland; de hogere niveaus , Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s, Assen (Fysische geografie van Nederland).. Berendsen, H.J.A., 2008: De vorming van het land, inleiding in de geologie en de geomorfologie, Assen (Fysische geografie van Nederland). Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2018: Nederlandse plaatnamen verklaard, Rotterdam (Reeks Nederlandse plaatsnamen deel 12). Briene, M., E. Meurs, J. Schreurs en B. Weber, 2023: Eindevaluatie Erfgoed Deal. Eindrapport, Rotterdam (Ecorysrapport MEU/NZ NL5300-35570rap). Bruning, L., 2012: Integrale Kennisagenda Archeologie Provincie Gelderland. Rivierengebied, Veluwe, OostGelderland, s.l. (versie 0-1 d.d. 02-11-2012, concept). Cohen, K.M., 2003: Differential subsidence within a coastal prism: Late-Glacial – Holocene tectonics in the RhineMeuse delta, The Netherlands, Utrecht (Nederlandse Geografische Studies 316; proefschrift Universiteit Utrecht). Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen† en H.F.J. Kempen, 2009: Zand in banen. Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel.