CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

17. 201726832-Bijlage 12 bij de motivering - Bureauonderzoek archeologie

Raadsavond 26 mei 2026, gemeente DuivenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplanwijziging 'Sportpark Horsterstraat'19.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Parallelweg ongenummerd tussen Horsterstraat te Duiven en Rivierweg te Westervoort, gemeenten Westervoort en Duiven

Opdrachtgever Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Contactpersoon: mw. M. van Dijk – Wagemakers tel. 06 – 82 40 39 62 email m.wagemakers@ontwerpenomgeving.nl

Projectnummer opdrachtgever / initiatiefnemer 4291.01

Projectnummer 255249

Kenmerk RR/ALG/HAMA/255249

Eindredactie/kwaliteitscontrole Drs. E.E.A. van der Kuijl

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

Paraaf

Datum 02-05-2025

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Colofon Opdrachtgever

Buro Ontwerp & Omgeving

Project

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort

Projectnummer

255249

Titel

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Parallelweg ongenummerd tussen Horsterstraat te Duiven en Rivierweg te Westervoort, gemeenten Westervoort en Duiven

Datum en versie

02-05-2025, versie 1.4 (concept)

Auteurs

R. Rongen MA, drs. E.E.A. van der Kuijl en drs. A. Wagner (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)

Kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)

Afbeelding voorzijde:

Hoge-resolutie luchtfoto (2025) van het plangebied. Bron: www.pdok.nl.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

2 van 43

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 4 1.

2

3

Inleiding.................................................................................................................................... 6 1.1

Inleiding en onderzoekskader ............................................................................................ 6

1.2

Doel en vraagstelling van het onderzoek ........................................................................... 7

1.3

Werkwijze........................................................................................................................... 7

1.4

Beleidskaders .................................................................................................................... 8

1.5

Administratieve gegevens ................................................................................................ 12

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 13 2.1

Landschapsgenese .......................................................................................................... 13

2.2

Historische ontwikkeling plangebied en directe omgeving .......................................... 24

2.3

Archeologische waarden.................................................................................................. 30

2.4

Verstoringen..................................................................................................................... 38

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel................................................................................... 38

Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 41 3.1

Conclusie ......................................................................................................................... 41

3.2

Selectieadvies .................................................................................................................. 41

3.3

Voorbehoud ................................................................................................................. 41

Gebruikte literatuur en overige bronnen ........................................................................................ 43 Rapporten .................................................................................................................................. 43 Geraadpleegde websites ........................................................................................................... 45 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 46

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

3 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp en Omgeving een archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied toekomstig Sportpark Westervoort te Duiven en mogelijk fietspad te Westervoort. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van de BOPA of wijziging omgevingsplan voor de geplande aanleg van een sportpark en de aan te vragen omgevingsvergunning t.b.v. het mogelijke nieuwe fietspad. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 174.760 m 2 voor het sportpark en ca. 7.840 m2 voor het mogelijke fietspad, en omvat het gehele perceel. De te realiseren nieuwe inrichting zal conform de opgave van de opdrachtgever een oppervlakte hebben van minimaal 16,5 ha ofwel 165.000 m2, hiervan zal 1/3 deel (5,5 ha) bestaan uit sportvelden, 1/3 deel (5,5 ha) bestaan uit functionele ruimtes (paden, gebouwen, parkeren), en 1/3 deel (5,5 ha) bestaan uit groen (bomen, struiken, biodiverse weides, natuurlijke oevers). De toekomstige verstoringsdiepte is vooralsnog onbekend. Voor het plangebied van het toekomstige sportpark gelden volgens het tijdelijke deel van het vigerende omgevingsplan van gemeente Duiven de nevenfuncties Waarde – Lage archeologische verwachting en Waarde – Middelmatige archeologische verwachting.

In gebieden met de nevenfunctie Waarde – Lage archeologische verwachting is archeologisch (voor-)onderzoek verplicht bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 10.000 m 2 die dieper gaan dan 0,5 m -mv, in gebieden met de nevenfunctie Waarde – Middelmatige archeologische verwachting geldt de verplichting vanaf een oppervlakte van 5.000 m2. Voor het plangebied van het mogelijke fietspad geldt volgens het tijdelijke deel van het vigerende omgevingsplan van gemeente Westervoort de nevenfunctie Waarde – Archeologie; specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting. In gebieden met deze nevenfunctie is archeologisch (voor-) onderzoek verplicht bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 10.000 m2 die dieper gaan dan 0,4 m -mv. Omdat de genoemde vrijstellingsgrenzen niet worden overschreden, is dit gedeelte van het plangebied vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Bij gecombineerde nevenfuncties is het strengste regime leidend, in dit geval Waarde – Middelmatige archeologische verwachting uit het omgevingsplan gemeente Duiven. Ten behoeve van de aan te vragen BOPA of wijziging omgevingsplan is door Hamaland Advies een KNA 4.2-conform bureauonderzoek volgens BRL SIKB protocol 4002 uitgevoerd, waarbij een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld.

Het rapport zal worden getoetst door Gemeenten Westervoort en Duiven en hun archeologisch adviseur, de Regioarcheoloog van Arnhem (dhr. S. Diependaal). Conclusie De ondergrond van het plangebied bestaat volgens de Geologische kaart 2023 in het westelijke deel uit fijnkorrelige komafzettingen en ingeschakeld veen (Formatie van Echteld-k) en in het oostelijke deel uit rivierduinzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen; BX3). Volgens de zandbanenkaart van de provincie Gelderland bevindt het pleistocene zand zich in het plangebied op een diepte van 2,0-3,0 m -mv (zanddieptecode 22). Geomorfologisch ligt het plangebied grotendeels in een rivierkomvlakte met een lokaal maximaal hoogteverschil van 0,0-0,25 m (1M46) en langs de noordelijke kant deels op een rivierduin met korte hellingen en een lokaal maximaal hoogteverschil van 0,5-1,5 m (10B57). De zuidwestelijke hoek van het plangebied toekomstig sportpark en het plangebied van het mogelijke fietspad liggen op een stroomrugglooiing met een vrij vlak, laaggelegen reliëf en een lokaal maximaal hoogteverschil van eveneens 0,5-1,5 m (3H43).

Bodemkundig is volgens de BRO Bodemkaart 2024-01 in het oostelijke deel van het plangebied sprake van kalkloze poldervaaggronden in zware klei met profielverloop 3, of 3 en 4 (Rn47C) en in het westelijke deel van kalkhoudende poldervaaggronden, eveneens in zware klei en met dezelfde profielverloop/-lopen of profielverloop 4 (Rn46A). Volgens de bodemkartering van een gedeelte van de Liemers bestaat de bodem binnen het plangebied overwegend uit (zeer) slecht waterdoorlatende, diepe komgrond. In de komklei is in het oostelijke deel van het plangebied een laklaag waargenomen. Archeologische onderzoeken duiden erop dat deze laklaag zich verder naar het oosten en zuiden uitstrekt dan op de bodemkaart van de Liemers is weergegeven. Archeologische onderzoeken in de directe omgeving (tot ca. 1.000 m rondom) het plangebied duiden erop dat het onderzoeksgebied tijdens het midden-neolithicum in ieder geval incidenteel door mensen is gebruikt. Of er al sprake was van bewoning is onduidelijk. Vanaf de bronstijd, uiterlijk de ijzertijd is het onderzoeksgebied bewoond. Continuïteit van bewoning is binnen het onderzoeksgebied nog niet ondubbelzinnig aangetoond maar is wel waarschijnlijk. De cartografische en luchtfotoanalyse heeft laten zien dat het plangebied van het toekomstige sportpark tot op heden agrarisch werd/wordt gebruikt en gedurende de gehele periode onbebouwd is gebleven.

Het plangebied van het mogelijke fietspad wordt sinds 1993 als groenstrook weergegeven.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

4 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Op grond van het uitgevoerde bureauonderzoek geldt voor het deel van het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting op archeologische resten van bewoning en/of landgebruik uit de periode paleolithicum vroeg-neolithicum in de top van het rivierduinzand. Voor/vanaf het midden-neolithicum t/m de vroege middeleeuwen is de verwachting op resten van bewoning en/of landgebruik voor dit deel van het plangebied hoog. Voor het deel van het plangebied dat op de terrasvlakte ligt geldt t/m de vroege middeleeuwen een middelhoge tot hoge verwachting op archeologische resten van landgebruik en een lage verwachting op resten van bewoning. Voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd geldt voor het gehele plangebied een hoge verwachting op perceelsgreppels en sporen van m.n. agrarisch landgebruik, de verwachting op resten van bewoning is voor deze periode laag tot nihil. Archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld, oudere archeologische resten vanaf 7,74 m+NAP worden verwacht. Selectieadvies Gelet op de archeologische verwachting en mogelijke verstoring van archeologisch kansrijke lagen adviseert Hamaland om een verkennend booronderzoek uit te voeren, waarbij de bodemopbouw en de mate van intactheid van de bodem getoetst worden. Voorafgaand aan het verkennend booronderzoek dient conform de BRL SIKB 4003 een Plan van Aanpak te worden opgesteld.

Tijdens het verkennende booronderzoek verdient het aanbeveling om de omvang en diepteligging van het rivierduin zo goed mogelijk uit te karteren teneinde de zone met kans op sporen van bewoning zo goed mogelijk af te bakenen. Hierbij dienen de boringen minimaal 50 cm in de top van het rivierduin te worden doorgezet, in verband met de mogelijke aanwezigheid van oudere begraven bodems (horizonten) met bewoningssporen. Verder verdient het aanbeveling om voorafgaand aan het verkennende booronderzoek kennis te nemen van het recente milieukundige bodemonderzoek. De resultaten van dat onderzoek kunnen mogelijk aanwijzingen geven m.b.t. zones die vanuit archeologisch oogpunt extra aandacht verdienen i.v.m. bodemopbouw, afbakening verwachte/geconstateerde verstoringen, mogelijke grondsporen e.d. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art.

5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de bevoegde ambtenaar van de gemeente Duiven en in voorkomende gevallen de gemeente Westervoort.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

5 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp en Omgeving een archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied toekomstig Sportpark Westervoort te Duiven en mogelijk fietspad te Westervoort (afb. 1). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van de BOPA of wijziging omgevingsplan voor de geplande aanleg van een sportpark en de aan te vragen omgevingsvergunning t.b.v. het mogelijke nieuwe fietspad (bijl.1). De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 174.760 m2 voor het sportpark en ca. 7.840 m2 voor het mogelijke fietspad, en omvat het gehele perceel. De te realiseren nieuwe inrichting zal conform de opgave van de opdrachtgever een oppervlakte hebben van minimaal 16,5 ha ofwel 165.000 m2, hiervan zal 1/3 deel (5,5 ha) bestaan uit sportvelden, 1/3 deel (5,5 ha) bestaan uit functionele ruimtes (paden, gebouwen, parkeren), en 1/3 deel (5,5 ha) bestaan uit groen (bomen, struiken, biodiverse weides, natuurlijke oevers). De toekomstige verstoringsdiepte is vooralsnog onbekend.

Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (pdok.nl)

Voor het plangebied van het toekomstige sportpark gelden volgens het tijdelijke deel van het vigerende omgevingsplan van gemeente Duiven de nevenfuncties Waarde – Lage archeologische verwachting en Waarde – Middelmatige archeologische verwachting. In gebieden met de nevenfunctie Waarde – Lage archeologische verwachting is archeologisch (voor-)onderzoek verplicht bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 10.000 m 2 die dieper gaan dan 0,5 m -mv, in gebieden met de nevenfunctie Waarde – Middelmatige archeologische verwachting geldt de verplichting vanaf een oppervlakte van 5.000 m2.1 Voor het plangebied van het mogelijke fietspad geldt volgens het tijdelijke deel van het vigerende omgevingsplan van gemeente Westervoort de nevenfunctie Waarde – Archeologie; specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting. In gebieden met deze nevenfunctie is archeologisch (voor-) onderzoek verplicht bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 10.000 m2 die dieper gaan dan 0,4 m -mv.2 Omdat de genoemde

1 2

Gemeente Duiven (ed.) 2024 iuncto Gemeente Duiven (ed.) 2013, artikelen 28 en 30. Gemeente Westervoort (ed.) 2024 iuncto Gemeente Westervoort (ed.) 2013, artikel 3.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

6 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

vrijstellingsgrenzen niet worden overschreden, is dit gedeelte van het plangebied vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Bij gecombineerde nevenfuncties is het strengste regime leidend, in dit geval Waarde – Middelmatige archeologische verwachting uit het omgevingsplan gemeente Duiven. Ten behoeve van de aan te vragen BOPA of wijziging omgevingsplan is door Hamaland Advies een KNA 4.2-conform bureauonderzoek volgens BRL SIKB protocol 4002 uitgevoerd, waarbij een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Het rapport zal worden getoetst door Gemeenten Westervoort en Duiven en hun archeologisch adviseur, de Regioarcheoloog van Arnhem (dhr. S. Diependaal).

1.2

Doel en vraagstelling van het onderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. Om deze doelstelling te realiseren, zijn door de Afdeling Erfgoed en Archeologie van gemeente Arnhem de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:3 • •

Waar kunnen (eventuele) archeologische resten zich bevinden? Welke verschijningsvorm kunnen deze hebben?

Het antwoord op deze vragen zal worden verwerkt in een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied, waarbij de volgende vraag wordt beantwoord: • Is verder onderzoek noodzakelijk? Zo ja, hoe kan daar systematisch naar gezocht worden?

1.3

Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.2) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. afbakenen plangebied, overheidsbeleid, consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01); 2. beschrijving van het huidig gebruik (KNA LS02); 3. beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen (KNA LS03); 4. beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke kenmerken (KNA LS04); 5. opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LS05); 6. het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06). Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.

De gegevens voor het onderzoek zijn ontleend aan: • Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; • geomorfologisch, geologisch, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Duiven met onderliggend rapport; • relevante archeologische rapporten en publicaties, • aanvullende informatie van lokale archeologische en/of historische verenigingen indien beschikbaar. Zie voor de specificatie van deze bronnen de voetnoten in de tekst, de literatuurlijst voor rapporten en geraadpleegde websites.

3

Gemeente Arnhem, Afdeling Erfgoed en Archeologie (ed.) 2023.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

7 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

1.4

Beleidskaders4 Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Een gedeelte van de Monumentenwet 1988 is in 2016 opgegaan in de Erfgoedwet.

De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Een ander deel is opgaan in de Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet is dat roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten in de Erfgoedwet staan, terwijl de aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet staan. De Erfgoedwet en Omgevingswet maken zo samen een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. De gemeenten Duiven en Westervoort beschikken nog niet over een definitief omgevingsplan zoals voorzien in de Omgevingswet. Tot die tijd worden alle gemeentelijke bestemmingsplannen samengebracht in een tijdelijk omgevingsplan, een zogenaamd ‘omgevingsplan-van-rechtswege’.5 Het omgevingsplan is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart.

Volgens het vigerende omgevingsplan van gemeente Duiven gelden voor het plangebied van het toekomstige sportpark de nevenfuncties Waarde – Lage archeologische verwachting en Waarde – Middelmatige archeologische verwachting, waarvoor geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 0,5 m -mv die een oppervlakte beslaan van meer dan resp. 10.000 m2 en 5.000 m2, een archeologisch (voor-)onderzoek dient te worden uitgevoerd. Volgens het vigerende omgevingsplan van gemeente Westervoort geldt voor het plangebied van de mogelijke fietsontsluiting de nevenfunctie ‘Waarde – Archeologie; specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting’, waarvoor geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 0,4 m -mv die een oppervlakte beslaan van meer dan 10.000 m2, een archeologisch (voor-)onderzoek dient te worden uitgevoerd. Om de koppeling met de ruimtelijke ordening te maken, worden de verwachtingen van archeologische beleidskaarten (al dan niet aangevuld of gewijzigd door recenter archeologisch onderzoek) juridisch planologisch ingebed, zowel op provinciaal niveau in projectbesluiten, alsook op gemeentelijk niveau in omgevingsplannen. Met het inwerking treden van de Omgevingswet verkreeg iedere gemeente direct 4 5

Tekst is onderdeel van het rapport format van Hamaland Advies dat BRL 4002 gecertificeerd is door SGS Intron. Informatiepunt Leefomgeving 2024.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

8 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

een omgevingsplan van rechtswege, dat bestaat uit een tijdelijk en een nieuw deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen en rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Het wijzigingen/vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan kan ook thematisch gebeuren. Deze overgangsfase duurt tot eind 2031.6

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma.7 Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen. Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie Sinds 2019 neemt de provincie Gelderland deel aan het Programma Erfgoed Deal dat tot doel heeft de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken teneinde een waardevolle leefomgeving te creëren en behouden. Dit zal worden gerealiseerd door het behoud en gebruik van (o.a. archeologisch) erfgoed te integreren in de grote ruimtelijke transitieopgaven klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaamheid, alsmede stedelijke groei en krimp.

Als ondersteunende lijn bevat dit programma tevens het onderwerp ‘Erfgoed als basis voor omgevingsvisies’.8 Het uitvoeringsprogramma wordt halfjaarlijks vastgesteld na selectie van relevante ingediende projecten.9 Het Programma is in 2022 verlengd tot en met 2025, waarbij het Rijk uit de middelen van het onderzoeksplatform archeologie jaarlijks € 500.000 extra beschikbaar stelt specifiek bestemd voor projecten op het terrein van archeologie en ruimtelijke transities.10 Provinciale kennisagenda Rivierenland11 Deze agenda heeft de volgende thema’s: • De Romeinse Limes in Gelderland: Locatie van de limesweg en de bijbehorende castella met hun bewoners. Focus op het verdedigingsmechanisme van het Romeinse rijk en de rol van bruggen, wachttorens en vici hierin.12 • Het militaire verleden vanaf de Middeleeuwen: In de Liemers en Beuningen en ommelanden lag tot 1813 het grensgebied tussen de Nederlanden en het Pruisische rijk. De burcht in Beuningen speelde een belangrijke rol in de strijd tussen Gelre en Kleef. De Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie waren in gebruik in respectievelijk de 17e en 18e eeuw en van 1815 tot 1940. • Het rituele landschap: Sporen van rituelen zijn gevonden in kommetjes, moerasbossen, restgeulen en rivierbeddingen. Het grafritueel in de vroege prehistorie, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen is nog niet goed in beeld gebracht.

• Het rivierenlandschap als bron van economische ontwikkeling: Al vanaf de prehistorie worden goederen in het rivierengebied geïmporteerd en geëxporteerd, waarbij de rivieren als verbindingswegen een grote rol speelden. Om welke grondstoffen en producten gaat het? Waar bevonden zich de winlocaties en productiecentra?

6

Iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/omgevingsplan-rechtswege. Gedeputeerde Staten van Gelderland (ed.) 2020a-c, s.a. (ca. 2021). 8 Minister van OCW (ed.) s.a. (ca. 2019) a-b. 9 Zie voor het lopende uitvoeringsprogramma Stuurgroep Erfgoed Deal (ed.) 2024a-b. 10 Nieuwsbericht, geraadpleegd via erfgoeddeal.nl/actueel/nieuws/2022/11/10/erfgoed-deal-verlengd-tot-einde-2025. Tussentijdse valuatie lopend programma: Briene et al. 2023. 11 Bruning 2012, hoofdstuk 3. 12 Burgerlijke nederzetting bij een militair fort. 7

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

9 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Het archeologisch beleidskader deelt Gelderland op in drie soorten archeologische gebieden: • • •

A-gebieden: de Gelderse parels; B-gebieden: de archeologische ruwe diamanten en C-gebieden: de rest van Gelderland.

In de A-gebieden stuurt de provincie via onderhandeling en indien mogelijk via samenwerking, actief op bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek. In de B-gebieden laat de provincie de verantwoordelijkheid voor bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek in principe over aan de gemeente. De provincie neemt daarbij een stimulerende, faciliterende en adviserende rol in. Het plangebied mogelijke fietsontsluiting en het zuidwestelijke deel van het toekomstige sportpark liggen in A-gebied A-7 dat de status van Archeologische Parel van provinciaal belang heeft. Dat betekent dat in dit geval ook de provincie een sturende rol heeft c.q. kan claimen. Het resterende deel van het plangebied toekomstig sportpark ligt in B-gebied B-22 dat de status van Archeologische ruwe diamant van potentieel provinciaal belang heeft (afb. 2). Dat betekent dat de provincie voor dit deel een adviserende rol heeft.13

Afbeelding 2: Detail van de kaart Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie van de provincie Gelderland met de archeologische parels en ruwe diamanten en het plangebied in het rode en blauwe kader (geoportaal.gelderland.nl).

Gemeentelijk beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (thans Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Gemeente Duiven beschikt daarom over eigen archeologiebeleid en treedt op als bevoegd gezag. Gemeente Duiven over een eigen archeologiebeleid met archeologische waarden- en verwachtingskaart uit 2006 (afb. 3). Op de archeologische verwachtingskaart ligt het plangebied binnen de zones met een middelmatige archeologische verwachting (Waarde – archeologie 4) en een lage archeologische verwachting (Waarde – archeologie 5). Bij een ligging van het plangebied in verschillende beleidszones is de meest strenge zonering (Waarde - archeologie 4: middelmatige archeologische verwachting) leidend voor het bepalen van onderzoeksplicht. Voor de zones met een middelmatige archeologische verwachting geldt dat

13

Gelderland kaarten en cijfers, geraadpleegd 23-04-2025.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

10 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een omvang groter dan 5.000 m 2 waarbij bodemverstoringen tot dieper dan 0,5 m -mv plaats zullen vinden. Het gemeentelijke archeologiebeleid is tevens opgenomen in de vigerende omgevingsplannen,14 waarin de verwachtingszones vertaald zijn naar functieaanduidingen

Afbeelding 3: Uitsnede uit de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Duiven met het plangebied in het rode en blauwe kader (Willemse en Verhagen 2006). Legenda: groen: lage verwachting, geel: middelmatige verwachting, puntarcering: met (deels ingedrongen) kleidek; RKd: komafzettingen > 100 cm dik; RKl: komafzettingen met intact laatglaciaal terrassenlandschap binnen 1-2 m mv; Kh: hooggelegen laat-pleistoceen rivierterras deels met dekzand/rivierduin en afgedekt door komklei. De nevenfuncties vanuit het vigerende omgevingsplan zijn in blauwe tekst toegevoegd.

14

https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/viewer/locatie?regelsandere=regels.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

11 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

1.5

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever

Buro Ontwerp & Omgeving

Projectnaam

Sportpark Westervoort te Duiven

Uitvoerder, Beheer en plaats documentatie Bevoegd gezag

Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Toetser namens bevoegd gezag

Drs. S. Diependaal, Regioarcheoloog van Arnhem

Provincie, Gemeente, Plaats

Gelderland, Duiven en Westervoort, Duiven en Westervoort

Adres en Toponiem Kaartblad

Parallelweg ongenummerd (tussen Horsterstraat te Duiven en Rivierweg te Westervoort) 40Bz2

RD-coördinaten

Sportpark

Fietsontsluiting

NW

196.194 / 441.193

195.898 / 441.101

NO

196.760 / 440.923

196.137 / 440.940

ZO

196.606 / 440.645

196.138 / 440.911

ZW

196.138 / 440.940

195.888 / 441.074

Gemeenten Duiven en Westervoort

Hoogte plangebied

8,70-10,10 (AHN4 DSM; actualiteit gegevens: 01-01 t/m 04-03-2022)

CMA/AMK Status en nr.

n.v.t.

Kadastrale gegevens

Toekomstig sportpark: kadastrale gemeente Duiven, sectie H, percelen 1061 (ged.), 1800, 1801, 1805, 1806

Archis3 zaaknummer Oppervlakte plangebied Oppervlakte onderzoeksgebied

Mogelijke fietsontsluiting: kadastrale gemeente Duiven, sectie H, perceel 1052 (ged.) en kadastrale gemeente Westervoort, sectie A, percelen 5528, 5530, 6286 en 6289 (allemaal ged.) 57937890001 Toekomstig sportpark: ca. 17,5 ha (ca. 174.760 m²) Mogelijke fietsontsluiting: ca. 7.840 m² ca. 314 ha

Huidig grondgebruik

Toekomstig sportpark: bouwland, uitkijkpost o.i.d. Mogelijke fietsontsluiting: groenstroken, sloot, trafohuisje o.i.d.

Toekomstig grondgebruik

Sportpark, fietsontsluiting

Geologie

k

Geomorfologie

Bodemtype

Grondwatertrap (ged. extrapolatie) Periode

BX3 1M46 10B57 3H43 Rn47C Rn46A Vbo

Formatie van Echteld-k; fijnkorrelige komafzettingen en ingeschakeld veen Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen; rivierduin rivierkomvlakte rivierduin stroomrugglooiing kalkloze poldervaaggronden, zware klei, profielverloop 3, of 3 en 4 kalkhoudende poldervaaggronden, zware klei, profielverloop 3, of 3 en 4, of 4 GHG 30-40 cm -mv, GLG 120-140 cm -mv

(laat-)paleolithicum t/m recente tijd

Het plangebied voor dit bureauonderzoek bestaat uit de beide (deel-)plangebieden van het toekomstige sportpark en het mogelijke fietspad (in onderstaande tekst aangeduid als “het plangebied”). Indien noodzakelijk of wenselijk voor het betoog worden de afzonderlijke (deel-)plangebieden door middel van de geplande ontwikkeling gespecificeerd zoals op de afbeeldingen weergegeven. Conform het gestelde in het Handboek Archeologie Regio Arnhem m.b.t. archeologisch onderzoek in het buitengebied is als onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van 1.000 m rondom het plangebied aangehouden.15 Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek heeft zodoende een oppervlakte van ca. 314 ha.

15

Gemeente Arnhem, Afdeling Erfgoed en Archeologie (ed.) 2023, 8.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

12 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Geologie Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelderse rivierengebied.16 Het rivierengebied wordt gekenmerkt door diverse stroomruggen waarvan vele geulen inmiddels behoren tot het fossiele rivierlandlandschap. Door de verplaatsing van geulen is sprake van een complexe landschappelijke situatie, waarbij eventuele archeologische vindplaatsen geërodeerd kunnen zijn of juist afgedekt kunnen zijn door de aanwezigheid van jongere rivierafzettingen. Van oorsprong bevinden zich afzettingen van de Rijn in de nabijheid van het plangebied. De afzettingen die in het huidige Rijndal gedurende de laatste ijstijd (weichselien) zijn afgezet behoren tot de Formatie van Kreftenheye. Tijdens het weichselien heeft de Rijn een vlechtend rivierpatroon van meerdere smalle geulen in een brede bedding. In deze periode wordt door de Rijn hoofdzakelijk grof zand en grind afgezet.17 Vanaf het holoceen wordt het klimaat warmer en vochtiger, wat tot resultaat heeft dat rivieren een meanderende vorm aannemen.

Meanderende rivieren bestaan uit stroomgordelafzettingen, waarbij een onderverdeling gemaakt kan worden tussen beddingafzettingen, waarbij doorgaans alleen de zwaarste (grofzandige) sedimenten worden afgezet; oeverafzettingen, waarbij de stroomsnelheid minder is en waardoor ook lichtere deeltjes, zoals fijn zand en zandige klei wordt afgezet; en komafzettingen, waarbij de lichtste (klei)deeltjes worden afgezet. In periodes van rust, waarbij geen sprake is van overstromingen, kan zich lokaal ook veen ontwikkelen. Wanneer dit proces gelijkmatig verloopt, als bijvoorbeeld een rivierbedding langzaam dichtslibt, wordt dit proces ook wel aangeduid als een fining upward sequence. De holocene rivierafzettingen worden gerekend tot de Formatie van Echteld. De rivier in de omgeving van het plangebied is de IJssel. De Gelderse IJssel ontstond 1500 jaar geleden, vanaf toen vonden er overstromingen plaats.18 Aan het begin van het holoceen woei er ook zand op vanuit de bedding van het vlechtende riviersysteem, deze eolische afzetting wordt gerekend tot de Formatie van Boxtel. De ondergrond van het plangebied bestaat volgens de Geologische kaart 2023 in het westelijke deel uit fijnkorrelige komafzettingen en ingeschakeld veen (afb.

4, Formatie van Echteld-k)19 en in het oostelijke deel uit rivierduinzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen; BX3).20 Volgens de kartering door Cohen et al. uit 2012 ligt het plangebied op het Kreftenheye-Laagterras dat omstreeks 15.000 v,Chr. was verlaten (afb. 5).21 De paleogeografische reconstructie door Vos et al. duidt erop dat het rivierduin waarop het plangebied ligt, vanaf het eind van de vroege middeleeuwen tot aan de bedijking in de late middeleeuwen binnen de toen actieve riviervlakte lag.22 De holocene riviersedimenten die binnen het plangebied worden verwacht, dateren waarschijnlijk grotendeels uit deze periode en mogelijk deels ook van jongere overstromingen. Volgens de zandbanenkaart van de provincie Gelderland bevindt het pleistocene zand zich in het plangebied op een diepte van 2,0-3,0 m -mv (zanddieptecode 22) en is er in het westelijke deel sprake van een dek van eolisch zand waarvan de top tussen1,0-2,0 m -mv ligt (deklaagcode 31). Ter plaatse van het rivierduin, globaal zoals weergegeven op de stroomgordelkaart (afb.

5), is sprake van een >1,0 m of >2,0 m dik dek van eolisch zand aan het maaiveld (deklaagcode 301 of 302).23 Volgens de zanddieptekaart van de bodemkartering van een gedeelte van de Liemers wordt het rivierduin gekenmerkt door grof, vaak grindhoudend zand dat op het hoogste punt ondieper dan 1,0 m -mv begint en waarvan de top naar het noordoosten toe afloopt naar 1,0-1,25 m -mv. In de rest van het plangebied bestaan de bovenste 1,25 m van het bodemprofiel uit klei (afb. 7).

16

Archeoregio geraadpleegd via NOaA 2.0 (noaa.cultureelergoed.nl), 23-04-2025. Berendsen 2004; 2008. 18 Cohen et al. 2009. 19 Het veen wordt door de makers van de Geologische kaart impliciet als onderdeel van de Formatie van Echteld beschreven maar kan ook onderdeel uitmaken van de Formatie van Nieuwkoop (ongediff.). 20 TNO-GDN 2023. De kaart is nog niet digitaal beschikbaar en vanwege de schaal niet scherp af te beelden. Het kaartbeeld binnen het plan- en onderzoeksgebied stemt, met uitzondering van de gekozen lay-out van de Geologische kaart 2023, overeen met dat van de Geologische kaart 2021. Om die reden is ervoor gekozen de Geologische kaart 2021 af te beelden (afb. 4). 21 Cohen et al. 2012, databasenr. 701. 22 Beschrijving van de ontwikkeling naar Vos et al. 2018. 23 Zandbanen- en zanddieptekaart 2010, geraadpleegd via geoportaal.gelderland.nl, 25-04-2025. Ten tijde van de raadpleging kon de kaart niet interactief worden geraadpleegd waardoor de exacte deklaagcode van het oostelijke deel van het plangebied onduidelijk is. 17

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

13 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Afbeelding 4: Detail van de Geologische kaart 2021 met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (DINOloket). De Geologische Kaart 2023 laat hetzelfde kaartbeeld zien maar is nog niet digitaal beschikbaar.

Afbeelding 5: Detail van de stroomgordelkaart met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (Cohen et al. 2012). De dunne grijze lijnen geven de contouren van de rivierduinen weer.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

14 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Afbeelding 6: Detail van de BRO Geomorfologische kaart 2024-01 met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (DINOloket).

Afbeelding 7: Detail van de zanddieptekaart schaal 1 : 10.000 van de bodemkartering van een gedeelte van de Liemers met het plangebied in het rode en blauwe kader en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (Pons 1953, bijl. 5).

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

15 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Geomorfologie Volgens de BRO Geomorfologische kaart 2024-01 ligt het plangebied van het toekomstige sportpark grotendeels in een rivierkomvlakte met een lokaal maximaal hoogteverschil van 0,0-0,25 m (afb. 6, 1M46) en langs de noordelijke kant deels op een rivierduin met korte hellingen (steilste hellingen >1°) en een lokaal maximaal hoogteverschil van 0,5-1,5 m (10B57). De zuidwestelijke hoek van het plangebied toekomstig sportpark en het plangebied van het mogelijke fietspad liggen op een stroomrugglooiing met een vrij vlak, laaggelegen reliëf (steilste hellingen ¼° – 1° [2°]) en een lokaal maximaal hoogteverschil van eveneens 0,5-1,5 m (3H43, zie afb. 6).24

Bodem Volgens de BRO Bodemkaart 2024-01 ligt het oostelijke deel van het plangebied toekomstig sportpark in een zone met kalkloze poldervaaggronden in zware klei met profielverloop 3, of 3 en 4 (Rn47C). Het westelijke deel van dit plangebied en het plangebied van het mogelijke fietspad liggen in een zone met kalkhoudende poldervaaggronden, eveneens in zware klei en met dezelfde profielverloop/-lopen of profielverloop 4 (Rn46A, afb. 8).25 Poldervaaggronden zijn geheel gerijpte zavel- en kleigronden waarin periodieke hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Kenmerkend is voorts het ontbreken van een donkere bovengrond. In de ondergrond kunnen klei- en zandlagen voorkomen. Veen komt, indien aanwezig, pas op dieptes van meer dan 0,8 m -mv voor.26 Tijdens de bodemkartering van een gedeelte van de Liemers (Liemers) is de bodem binnen het plangebied overwegend gekarteerd als diepe komgrond (afb. 9, Rk). Het bodemprofiel van deze gronden bestaat uit een laag slecht waterdoorlatende, zeer zware kalkarme, bovenin nog iets bruine maar vanaf ca. 0,5 m -mv volledig gereduceerde grijze klei van meer dan 1,0 m dikte.

Ter plaatse van het rivierduin in het noordelijke deel van het plangebied gaat de 1,0-1,25 m dikke komkleilaag via een dunne, niet nader omschreven overgangslaag over in grof pleistoceen zand (Rkz-3 met puntarcering), alleen de top van het rivierduin binnen het plangebied is gekarteerd als kleiig stuifzand (slibinspoeling tijdens hoogwater) met sterke roestvorming door hoge, fluctuerende grondwaterstanden (afb. 9, gZs-3). De uiterste noordwestelijke hoek van het plangebied toekomstig sportpark en het noordwestelijke deel van het plangebied van het mogelijke fietspad valt in een zone met ondiepe stroomruggronden op komklei (afb. 9, Rsk). Het bodemprofiel van deze gronden bestaat uit een laag grijsbruine fijnzandige, meestal zware klei met roestvlekken die op een diepte van 0,6-1,1 m -mv overgaat in zeer zware klei. Archeologisch (potentieel) relevant is de waarneming dat in het oostelijke deel van het plangebied een laklaag in de ondergrond is waargenomen (afb. 9, Rk met tilde-arcering). De laklagen in dit gebied bestaan uit nauwelijks waterdoorlatende, gereduceerde blauwgrijze, zeer zware klei of leem.27 Het zuidwest-noordoostprofiel dat de zuidoosthoek van het toekomstige sportpark raakt of iets doorsnijdt, duidt erop dat de laag binnen het plangebied op een diepte van ca. 8,5-9,0 m NAP ligt is en in noordelijke richting oploopt (afb.

10).28 De gedetailleerde bodemkartering van het landinrichtingsgebied Duiven-Westervoort laat zien dat binnen de bodem van het plangebied toekomstig sportpark grotendeels bestaat uit kalkarme poldervaaggrond in lichte klei met een niet-kalkrijke zware kleilaag die tussen 0,4-0,8 m -mv begint en doorloopt tot dieper dan 1,2 m -mv (afb. 11, Rn54cC). In het noordelijke deel en in de zuidoosthoek van dit plangebied komen daarnaast zones voor met kalkarme poldervaaggronden in lichte klei met een niet-kalkrijke zware klei(tussen)laag die tussen 0,4-0,8 m -mv begint, op kalkrijke en/of lichtere ondergrond (Rn53bC), in kalkarme zeer lichte c.q. zware zavel met een profiel van klei op zand dat tussen 0,4-0,8 m -mv begint en doorloopt tot dieper dan 1,2 m -mv (resp. RnO2cC en Rn32cC). In het noordwestelijke en centrale deel van het plangebied is daarnaast sprake van een zone met kalkhoudende poldervaaggronden in lichte klei met niet-kalkrijke zware kleilaag die tussen 0,4-0,8 m -mv begint en doorloopt tot dieper dan 1,2 m -mv (afb. 11, Rn54bB). Alleen langs de noordrand en in de zuidoosthoek van het plangebied begint oude rivierklei vanaf een diepte van 0,6-1,2 m -mv voor (afb. 11, streepjesarcering). De 0,15-0,30 m dikke bovengrond bij de in het plangebied gekarteerde eenheden is humusarm.29 24

BRO Geomorfologische 2024-01, geraadpleegd via DINOloket/ondergrondmodellen, 25-04-2025. BRO Bodemkaart 2024-01, geraadpleegd via bodemdata.nl, 23-04-2025. 26 De Bakker en Schelling 1989, Steur en Heijink 41991. 27 Pons 1953, 25-37. 28 De schaalaanduiding van de lengte van het profiel is onjuist, het profiel is volgens de weergave in Pons 1953, kaart vóór p. 1, ca. 3.500 m lang. Omdat niet geheel duidelijk is of het profiel volledig is afgebeeld, blijft onduidelijk of de aangegeven schaalverdeling in 10 m in plaats van de aangegeven m worden gelezen. De ligging van het plangebied is daarom slechts bij benadering aangegeven, gebaseerd op een omrekening van de aangegeven lengte naar de daadwerkelijke afstand ten opzichte van het zuidwestelijke beginpunt A van het profiel. 29 Groot Obbink, Maas en Rutten 1987, 85-107 en bijl. 1. 25

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

16 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Afbeelding 8: Detail van de BRO-Bodemkaart 2024-01 met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (dinoloket).

Afbeelding 9: Detail van de bodemkaart 1 : 10.000 van een gedeelte van de Liemers met het plangebied in het rode en blauwe kader (Pons 1953, bijl. 3). Zie voor de legenda bijlage 3 van dit rapport.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

17 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

Afbeelding 10: ZW-No bodemprofiel van de bodemkartering van een gedeelte van de Liemers door/belendend aan de zuidoosthoek van het plangebied bij de rode pijl (Pons 1953, bijl. 1).

Afbeelding 11: Detail van de bodemkaart schaal 1 : 10.000 van het landinrichtingsgebied DuivenWestervoort met het plangebied in het rode en blauwe kader (Groot Obbink, Maas en Rutten 1987, bijl. 1 blad 1). Zie voor de legenda bijl. 4 van dit rapport.

Extrapolerend kan voor het plangebied van het mogelijke fietspad worden uitgegaan van een ligging in de zone met kalkarme poldervaaggrond in lichte klei met een niet-kalkrijke zware kleilaag die tussen 0,40,8 m -mv begint en doorloopt tot dieper dan 1,2 m -mv (afb. 11).

Grondwater Volgens de BRO Grondwaterspiegeldiepte 2024-01 ligt het plangebied van het toekomstige sportpark in een zone met grondwatertrap (Gt) Vbo. Bij Gt Vbo ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG, winter) tussen 30-40 cm -mv en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG, zomer) tussen 120-140 cm -mv.30 Dit stemt overeen met de grondwatertrappen uit 1987 (verg. afb. 11; Gt III*: GHG 25-40 cm -mv, GLG 80-120 cm -mv; Gt V*: GHG 25-40 cm -mv, GLG >120 cm -mv) zodat er geen aanwijzingen

30

BRO Grondwaterspiegeldiepte 2024-01, geraadpleegd via DINOloket/ondergrondmodellen, 23-04-2025.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

18 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

zijn voor een recente verdroging of verlaging van het grondwaterpeil.31 Het plangebied van het mogelijke fietspad is op de BRO Grondwaterspiegeldiepte 2024-01 niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde kom. Extrapolatie vanuit omringende eenheden duidt erop dat voor dit plangebied vermoedelijk van dezelfde grondwatertrap, GHG en GLG mag worden uitgegaan als voor het plangebied van het toekomstige sportpark.

Hoogte De maaiveldhoogte binnen het plangebied varieert tussen 8,70-10,10 m NAP.32 Een vergelijking met de hoogtemeting uit 1966 laat zien dat de grond binnen het plangebied toekomstig sportpark over een groot oppervlak met ca. 0,15-0,35 m is afgegraven (afb. 12). Alleen lokaal aan de noordrand van dit plangebied is sprake van een plaatselijke ophoging met ca. 0,25 m, daarnaast is aan de zuidrand een kunstmatige, volgens de Topografische kaart omstreeks 1972 aangebrachte, verhoging (grotendeels?) afgegraven.33 Ter plaatse van het mogelijke fietspad is sprake van (lokale) ophogingen, waarbij de berm van het spoor ruim 1,5 m boven het toenmalige maaiveld ligt.

Afbeelding 12: Detail van de hoogtekaart met het plangebied in het rode en blauwe kader en de meetpunten van de hoogtemeting 1966 (AHN4 DTM, actualiteit gegevens: 01-01 t/m 05-03-2022; Meetkundige Dienst RWS). De maaiveldhoogte op basis van het AHN4 DTM is in rood weergegeven.

Milieu- en geotechnische gegevens Het bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit van de omgeving in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). In het bodemloket is met betrekking tot het huidige plangebied geen informatie geregistreerd.34 Voor het plangebied is geen ontgrondingsvergunning verleend of aangevraagd, evenmin is binnen het plangebied een (voormalige) stortplaats of baggerdepot geregistreerd.35 De omgevingsrapportage vermeldt voor het 31

Groot Obbink, Maas en Rutten 1987, bijl. 2. viewer.ahn.nl/AHN4/DTM, geraadpleegd 23-04-2025, actualiteit gegevens: 01-01 t/m 04-03-2022. 33 AHN4 DTM 0,5 m. De oorspronkelijke maaiveldhoogte ter plaatse van de voormalige kunstmatige verhoging is onbekend. Hierdoor is onduidelijk of deze verhoging volledig is afgegraven en of op deze plaats mogelijk ook een deel van de top van het oorspronkelijke bodemprofiel is afgegraven. Topografische kaart geraadpleegd via topotijdreis.nl, 25-04-2025. 34 bodemloket.nl, geraadpleegd 23-04-2025. 35 www.gelderland,nl/kaarten-en-cijfers/ontgrondingen en -/stortplaatsen en baggerdepots, geraadpleegd 25-04-2025. 32

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

19 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

plangebied van het toekomstige sportpark een recent uitgevoerd verkennend en nader milieukundig bodemonderzoek en asbestonderzoek. Volgens de resultaten van dit onderzoek zijn in de bovengrond tot een diepte van max. 0,7 m -mv zwak tot volledig menggranulaat en bijmengingen in verschillende gradaties van verbrandingsresten, slakken, roest, baksteen, beton, kool, hout, ijzer/prikkeldraad en ijzerconcreties waargenomen. In de ondergrond zijn alleen verschillende gradaties roest waargenomen. Uit de geanalyseerde monsters blijkt dat de boven- en ondergrond verontreinigd is met zware metalen (bovengrond kobalt, nikkel, zink, ondergrond alleen nikkel). Op het terrein zijn één of meer delen van asbestcementen golfplaat aangetroffen. Het nader onderzoek wees uit dat ter plaatse geen asbest boven de interventiewaarde aanwezig is. Ter plaatse van de toegang tot het perceel bleek de bovengrond met zware metalen (koper, zink, kobalt, cadmium en nikkel), PAK en PCB verontreinigd. In de ondergrond van de toegang tot het perceel zijn verontreinigingen met PCB, olie en PAK vastgesteld en in het grondwater verontreinigingen met naftaleen, barium, xylenen, molybdeen en arseen (deels van nature aanwezig). Ter plaatse is sprake van een nog niet helemaal afgeperkte, sterke verontreiniging met een omvang van ca. 60 m3.

De omgevingsrapportage vermeldt nog geen te nemen vervolgstappen in het kader van de Wbb.36 In het Dinoloket zijn binnen het onderzoeksgebied 38 geologische, 115 bodemkundige en 13 archeologische boringen geregistreerd (afb. 13).37 Vier geologische en 13 bodemkundige boringen zijn binnen het huidige plangebied gezet (zie voor de ligging afb. 14). De vier geologische boringen worden hieronder beschreven. B40B0846 mv 9,50 m NAP Diepte m -mv

Lithologie

Formatie / Laagpakket

0,0-0,2

klei

Echteld

0,2-0,5

klei, sterk siltig, zandig, kalkarm

0,5-0,75

klei, matig siltig, zwak zandig, kalkloos

0,75-0,9

klei, matig siltig, kalkloos

0,9-1,0

klei, matig siltig, kalkloos

1,0-1,2

klei, zwak siltig, kalkloos

1,2-1,3

klei, sterk siltig, zandig, kalkloos

1,30-1,35

klei, siltig, sterk zandig, kalkloos

1,35-1,4

zand, zeer grof, siltig, kalkloos

1,4-1,6

zand, zeer grof, siltig, kalkloos

1,6-2,0

zand, siltig

2,0-2,1

klei, siltig, sterk zandig, kalkloos

2,1-2,2

klei, sterk siltig, zandig, kalkloos

2,2-2,33

klei, matig siltig, zwak zandig, kalkloos

2,33-2,55

veen

Nieuwkoop ongediff.

2,55-2,9

zand, uiterst grof, siltig, kalkloos

Kreftenheye ongediff.

2,9-3,6

zand, zeer grof, siltig, grindig, kalkarm

36

Locatiecode AA022601819/locatiecode bevoegd gezag WBB nog niet toegekend, geraadpleegd via gelderland.nazca4u.nl, 23-04-2025. Het onderliggende rapport van het milieukundige onderzoek was ten tijde van dit bureauonderzoek niet beschikbaar, de in de tekst genoemde details zijn afkomstig uit de omgevingsrapportage. Laatste controle omgevingsrapportage: 30-04-2025. 37 Dinoloket.nl, geraadpleegd 25-04-2025.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

20 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

B40B0925 mv 9,60 m NAP Diepte m -mv

Lithologie

Formatie / Laagpakket

0,0-0,4

klei, sterk siltig, zandig, kalkloos

Echteld

0,4-0,9

klei, matig siltig, zwak zandig, kalkloos

0,9-1,25

klei, sterk siltig, kalkloos

1,25-1,4

klei, matig siltig, zwak zandig, kalkloos

1,40-1,48

klei, siltig, sterk zandig, kalkloos

1,48-1,6

zand, matig grof, siltig, kalkloos

1.6-1,8

zand, matig grof, siltig, kalkloos

1,8-2,4

zand, zeer grof, kalkloos

2,4-2,5

zand, siltig

2,5-2,65

klei, sterk zandig, zwak humeus

2,65-2,9

klei, matig siltig, zwak zandig, sterk grindig, zwak humeus, kalkloos

2,9-3,18

veen, zwak kleiig, grindig

Nieuwkoop ongediff.

3,18-3,23

zand, matig fijn, siltig, matig grindig, kalkloos

Kreftenheye ongediff.

B40B1552 mv 9,69 m NAP Diepte m -mv

Lithologie

Formatie / Laagpakket

0,0-0,4

klei, matig humeus, lichtgrijsbruin

Echteld

0,4-0,95

klei, matig zandig, lichtroodbruin

0,95-1,7

klei, matig zandig

1,7-1,85

zand, matig grof, kleiig, lichtgrijs

1,85-1,95

klei, sterk zandig, lichtgrijs

1,95-2,29

zand, matig grof, lichtbruin

Boxtel / Delwijnen

2,29-4,59

zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, lichtbruingrijs

Kreftenheye ongediff.

4,59-8,19

zand, matig grof, matig grindig, lichtgrijs

8,19-9,3

zand, zeer grof, matig grindig, lichtgrijs

9,3-10,0

zand, zeer grof, matig grindig, lichtgrijs

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

21 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

B40B0845 mv 9,50 m NAP Diepte m -mv

Lithologie

Formatie / Laagpakket

0,0-0,4

klei, sterk siltig, zandig, kalkloos

Echteld

0,4-0,9

klei, matig siltig, zwak zandig, kalkloos

0,9-1,4

klei, kleiig, sterk siltig

1,4-1,5

klei, siltig, sterk zandig

1,5-1,6

zand, zeer grof, siltig

1,6-2,8

zand, zeer grof, siltig

2,8-2,9

klei, zandig, grindig, sterk humeus

2,9-3,6

zand, zeer grof, siltig, grindig, kalkloos

Kreftenheye ongediff.

Afbeelding 13: Detail van het Dinoloket met het plangebied in het rode en blauwe en het onderzoeksgebied in het zwarte kader (Dinoloket). Legenda: oranje punten: geologische boringen; groene punten: bodemkundige boringen; gele punten: archeologische boringen. Zie voor de nummers van de boringen in het plangebied afb. 14 op de volgende pagina.

Uit de boringen in en rondom het plangebied kan worden afgeleid dat de top van het pleistocene zand overwegend op een diepte van 2,0-3,0 m -mv ligt, wat overeenkomt met de gegevens van de provinciale zandbanen- en zanddieptekaart uit 2010. Lokaal, zoals bijv. in boring B40B0925 in het noordwesten van het plangebied, ligt de top van de Formatie van Kreftenheye (iets) lager. Het dek van eolisch zand dat volgens de zandbanen- en zanddieptekaart binnen het plan- en onderzoeksgebied aanwezig is, is in de geraadpleegde geologische boringen daarentegen slechts sporadisch aangetroffen.38 Het rivierduin is alleen in boring B40B1552 aan de zuidoostelijke rand van het toekomstige sportpark aangeboord, 38

Zie m.b.t. de zanddiepte en de deklagen boven par. Geologie.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

22 van 58

Project: BO Plangebied Toekomstig Sportpark Westervoort te Westervoort en Duiven, gem. Westervoort en Duiven Kenmerk: RR/ALG/HAMA//255249

hoewel deze boring, in tegenstelling tot boring B40B0845, buiten de maximale contour van het rivierduin ligt zoals deze op de Geologische kaart is afgebeeld (verg. afb. 4). De geologische boringen duiden erop dat de contour van het rivierduin dat reikt tot in het (noord-)oostelijke deel van het plangebied, afwijkt van de weergaven op de Geologische en de Geomorfologische kaarten (afb. 4-5). Ter plaatse van de boringen B40B0846 en B40B0925 duidt veenvorming (Formatie van Nieuwkoop ongediff.) op vernatting van het landschap al dan niet door opkomend grondwater. De holocene rivierafzettingen vonden aanvankelijk overwegend in een milieu met matige stroomsnelheden plaats (afzettingen van zandige klei). Na de actieve fase is in de restgeul veen gevormd waarop, vermoedelijk tijdens overstromingen, klei is gesedimenteerd. Deze eerste fase van rivieractiviteiten werd gevolgd door een tweede fase waarin volgens de geologische het plangebied, op de zuidoosthoek (B40B1552) na, in de zone van de actieve rivierbedding(en) lag. Alleen boring B40B1552 lijkt er net buiten te liggen (binnenbocht?). De fining upward sequenties in de boringen duiden op een verder onverstoorde sedimentatie. Uit de boringen kan niet worden afgeleid of het (iets) hogere zandgehalte in de top van de Formatie van Echteld het gevolg is van natuurlijke processen (overstromingen) en/of van antropogene omwerking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=eabb7a34-b3b4-4103-aa66-5fda8c852868