Programmabegroting 2025 (660868).pdf
Tekst van het document
Bij de Programmabegroting 2025 is gebruik gemaakt van het door de raad vastgestelde OZB-tarief van 2024 voor woningen en niet-woningen. Dit (voorlopige) tarief 2025 is bijgesteld met 6,5% stijging voor loon- en prijscompensatie zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2025. Het definitieve tarief 2025 zal middels de verordening in december 2024 worden vastgesteld, waarbij gestuurd wordt op een gelimiteerde stijging in de opbrengst en niet in de stijging van de tarieven.
Programmabegroting 2025
74
Om dit te bereiken wordt rekening gehouden met de te verwachten waardestijging of daling van de WOZ-waarden. Wanneer de waarden bijvoorbeeld stijgen met 3%, zal het tarief met 3,5% worden verhoogd om een stijging van de opbrengst met 6,5% te bewerkstelligen. Op basis van deze gegevens worden de tarieven (voorlopig) als volgt: Omschrijving
Percentage 2024 Verhogingen Percentage 2025
Onroerendezaakbelasting (OZB) eigenaar woningen
0,1187%
6,5%
0,1264%
Onroerendezaakbelasting (OZB) eigenaar niet-woningen
0,2783%
6,5%
0,2964%
Onroerendezaakbelasting (OZB) gebruiker niet-woningen
0,2083%
6,5%
0,2218%
Afvalstoffenheffing Voor de berekening van de afvalstoffenheffing streven we naar maximale kostendekkendheid. Door inzet van de egalisatievoorziening Afvalstoffenheffing kan de jaarlijkse exploitatie van de afvalstoffen worden genivelleerd en wordt een grillig beeld in schommelingen van de jaarlijkse afvalstoffenheffing voorkomen. Het tarief 2025 wordt bijgesteld met 6,5% stijging voor loon- en prijscompensatie zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2025 en volgens bestendige gedragslijn. Het tarief van de afvalstoffenheffing komt daarmee in 2025 op € 319,99 voor eenpersoonshuishoudens en € 399,98 voor meerpersoonshuishoudens. Op basis van marktontwikkelingen kan het nodig zijn het tarief van de afvalstoffenheffing te verhogen of te verlagen. Bij het aanbieden van de verordening wordt een voorstel gedaan voor een passende tariefstelling om te kunnen voldoen aan onze maatschappelijke opgave. In de onderstaande tabel wordt de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing inzichtelijk gemaakt: Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing
2025
Kosten taakveld (incl. omslagrente) Inkomsten taakveld (excl. heffingen)
2025
5.642 -/-
518
Netto kosten taakveld
5.124
Overhead (incl. omslagrente)
69%
1.203
BTW
21%
503
Totaal toe te rekenen kosten
1.706
Totale kosten
6.830
Opbrengst heffingen
6.830
Dekkingspercentage
100%
Rioolheffing Voor de berekening van de rioolheffing gaan we uit van 100% kostendekkendheid. Het berekenen van de benodigde rioolheffing komt neer op het vinden van balans tussen inkomsten en uitgaven waarbij een dempende rol wordt gespeeld door de methode van vermogensbeheer. Hiervoor maken we gebruik van een egalisatievoorziening door derden beklemd en een (spaar)voorziening voor toekomstige kosten waarbij de gespaarde middelen ingezet worden voor vervanging en risicoafdekking riolering. Beiden gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De rioolheffing is ook vastgesteld in het GRP. Het tarief 2025 is bijgesteld met 6,5% stijging voor loon- en prijscompensatie zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2025. Het tarief van de rioolheffing komt daarmee in 2025 op €180,00 en is daarmee 100% kostendekkend.
Programmabegroting 2025
75
In de onderstaande tabel wordt de kostendekkendheid van de rioolheffing inzichtelijk gemaakt: Berekening kostendekkendheid Rioolheffing
2025
Kosten taakveld (incl. omslagrente) Inkomsten taakveld (excl. heffingen)
2025
3.204 -/-
Netto kosten taakveld
3.204
Overhead (incl. omslagrente)
69%
201
BTW
21%
311
Totaal toe te rekenen kosten Totale kosten
512 3.716
Opbrengst heffingen
3.716
Dekkingspercentage
100%
(Water)Toeristenbelasting (Water)Toeristenbelasting is een belasting voor mensen die niet in onze gemeente wonen, maar wel gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen en faciliteiten in onze gemeente. Het tarief voor de (water)toeristenbelasting wordt per 1 januari 2025 trendmatig met 6,5% verhoogd en komt hiermee uit op een bedrag van € 1,64. Forensenbelasting Forensenbelasting dient betaald te worden wanneer iemand een gemeubileerde woning meer dan 90 dagen voor zichzelf beschikbaar heeft. Forensenbelasting wordt geheven over de waarde van de woning. Voor 2025 is het tarief trendmatig verhoogd met 6,5%. Afhankelijk van de economische waarde van het object bedraagt de in 2025 te betalen belasting tussen € 156 en € 809. Marktgelden Om een plaats op de weekmarkt in te nemen, is een marktvergunning nodig. Hiervoor worden legeskosten in rekening gebracht. Naast deze leges worden marktgelden betaald en deze worden opgelegd door GBLT. In deze Programmabegroting 2025 is voor deze heffing rekening gehouden met een stijging van de tarieven van 6,5%. In de eerder opgenomen tabel met gerealiseerde inkomsten is dit verschil niet te zien omdat het een afronding betreft die kleiner is dan € 1.000. Grafrechten Uitgaande van een stabilisatie van de opbrengsten bij gelijkblijvende mate van kostendekkendheid is voor de begraafrechten uitgegaan van de trendmatige tariefstijging van 6,5%.
Voor 2025 betekent dit het volgende voor de meest voorkomende tarieven: • Begraafrecht wordt € 1.093. • Begraafplaatsrecht wordt € 1.806. • Grafrecht voor 20 jaar wordt € 1.191. • Gedenktekenrecht wordt € 450. • Recht aanleg grafkelder € 1.320.
Programmabegroting 2025
76
Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geïnd bij reclame-uitingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn op het bedrijfspand dat wordt gebruikt. Deze belasting geldt alleen voor gebruikers van winkels, kantoren etc. in het centrum van Dronten. De opbrengsten hiervan worden vervolgens ingezet voor gezamenlijke marketing en activiteiten om bezoekers naar het centrum te trekken via Stichting DOES. Precariobelasting Vanaf 1 januari 2022 kan geen precariobelasting op nutsleidingen meer worden geheven. Tot 1 januari 2022 gold een overgangsregeling voor de inkomstenderving. In 2017 is hiervoor een bestemmingsreserve ingesteld met een jaarlijkse dotatie van € 100.000 tot 2022. In de Programmabegroting 2021 was de jaarlijkse onttrekking van 2022-2024 begroot om gelijkmatig naar 0 te komen. De laatste onttrekking voor 2025 is in deze begroting verwerkt. Leges en overige tarieven Impact van de Omgevingswet (en Wkb) op de legesinkomsten Het aantal initiatieven onder de nieuwe regelgeving is nog zeer beperkt. Daardoor zijn de legesinkomsten (zeker uit milieuvergunningen) op dit moment nog heel laag, maar waarschijnlijk niet maatgevend voor de rest van het jaar. Als deze lage volumes aanhouden, zal het lastig zijn om de legestarieven voor komend jaar goed te berekenen. Dan zouden we misschien pas in de loop van 2025 voor het legesjaar 2026 de tarieven goed kunnen inschatten.
Dit is een punt van aandacht. Beleidsontwikkeling Omgevingsplan De beleidsontwikkeling rond het Omgevingsplan is relevant voor de legesheffing. Voor 2024 zijn we beleidsneutraal overgegaan. Het Plan van Aanpak voor de ontwikkeling van het lokale Omgevingsplan wordt gemaakt. Daardoor zullen de eerste gevolgen van het Omgevingsplan, bijvoorbeeld op de vergunningverlening, op z’n vroegst pas volgend jaar merkbaar zijn. Wel is het van belang om als financiële/fiscale functie goed aangesloten te zijn en te blijven bij de beleidsmakers, om de beleidsvoornemens van financiële consequenties te kunnen voorzien en om tijdig de verordeningen en de berekeningen op de nieuwe plannen te kunnen aanpassen. Lokale lastendruk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Deze woonlasten komen jaarlijks terug in diverse ranglijstjes van onder andere het COELO en de consumentenbond. In het coalitieakkoord 2022-2026 geldt het uitgangspunt ‘we willen voorkomen dat mensen in de schulden komen’, waardoor we het principe van extra lastenverzwaring als gevolg van belastingverhoging willen minimaliseren. Voor de afvalstoffen- en rioolheffing geldt daarnaast dat ze zoveel mogelijk 100% kostendekkend zijn, zodat kostenstijgingen ook worden verwerkt in het tarief. De opbrengsten uit OZB zijn algemeen te gebruiken.
Programmabegroting 2025
77
Uitgaande van een woning met een economische waarde van € 337.000 (gemiddelde woning in Dronten per 01-01-2023) is de lastendruk voor een huishouden als volgt: Lastendruk per huishouden zonder of met eigen woning
2021
Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouden
298,78 279,18 282,65 300,46
2022
2023
2024*
2025 319,99
Rioolheffing
136,76 139,22 159,00 169,02
180,00
Totaal lastendruk zonder eigen woning eenpersoonshuishouden
435,54 418,40 441,65 469,48
499,99
Afvalstoffenheffing
298,78 348,97 353,31 375,57
424,39
Rioolheffing
136,76 139,22 159,00 169,02
180,01
Totaal lastendruk zonder eigen woning meerpersoonshuishouden 435,54 488,19 512,31 544,59
604,40
Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouden
298,78 279,18 282,65 300,46
319,99
Rioolheffing
136,76 139,22 159,00 169,02
180,00
Onroerendezaakbelasting - Eigenaar woning 2023 (waarde € 337.000)
323,80 360,80 374,87 398,48
424,39
Totaal lastendruk met eigen woning eenpersoonshuishouden
759,34 779,20 816,52 867,96
924,38
Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden
298,78 348,97 353,31 375,57
399,98
Rioolheffing
136,76 139,22 159,00 169,02
180,00
Onroerendezaakbelasting - Eigenaar woning 2023 (waarde € 337.000)
323,80 360,80 374,87 398,48
424,39
Totaal lastendruk met eigen woning meerpersoonshuishouden
759,34 848,99 887,18 943,07 1.004,37
*De afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens van 2024 is gecorrigeerd ten opzichte van de verordening van 2023
Verder zijn we er bij de berekening van de belastingdruk van uitgegaan dat de eigenaren van onroerende goederen die verhuren de extra tariefsverhoging doorrekenen in de huurprijs, zodat de gebruiker van de woning daadwerkelijk betaalt (in de praktijk is dit niet altijd mogelijk).
Programmabegroting 2025
78
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de financiële positie van de gemeente beschreven en geeft middels kengetallen aan hoe solide de financiële positie van de gemeente is. Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Hieronder verstaan we het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen. Dit zijn o.a. het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de in de begroting opgenomen post onvoorzien. Bij risico’s kan een onderscheid worden gemaakt in reguliere risico’s en overige risico’s. Reguliere risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn, worden in de regel niet gefinancierd uit de weerstandscapaciteit. Voor deze risico’s kan een voorziening worden gevormd of een verzekering worden afgesloten. De overige risico’s zijn de risico’s die niet op een andere manier zijn te ondervangen. Deze risico’s behoren tot het benodigd weerstandsvermogen en de belangrijkste risico’s zijn in deze paragraaf toegelicht. Halfjaarlijks vindt een actualisatie plaats bij de begroting en de jaarstukken.
Om te voldoen aan de vereisten van het BBV zijn de volgende onderdelen in deze paragraaf opgenomen: • Beleid • Risico-inventarisatie • Weerstandscapaciteit • Kengetallen BBV Conclusie De gemeente heeft een uitstekende weerstandscapaciteit. Daarbij dient wel de kanttekening geplaatst te worden dat dit incidentele capaciteit betreft en niet structurele capaciteit (zie toelichting onderdeel ‘weerstandscapaciteit’). Het Rijk heeft aan de verplichte financiële kengetallen geen normen verbonden. Op advies van de VNG worden de kengetallen gerelateerd die voor stresstesten gelden. Hieruit geldt voor alle kengetallen dat de gemeente in de categorie minste risico valt (zie toelichting onderdeel ‘kengetallen BBV’). Beleid De Nota Risicomanagement bevat het beleid omtrent het benodigde weerstandsvermogen, de aanwezige weerstandscapaciteit en de werkwijze omtrent het omgaan met en beheersen van onzekerheden. De actualisatie van deze nota wordt aan u in de raad ter vaststelling voorgelegd. In de nota wordt ingegaan op de nieuwste inzichten ten aanzien van risicomanagement en zal u geïnformeerd worden over het interne controleplan 2025. De gemeente Dronten wil met risicomanagement onder andere het volgende bereiken: • Toevoegen van bewustzijn over de mate waarin we de doelstellingen en resultaten kunnen halen. • Dwingen tot het expliciet maken van kansen en risico’s en het beheersen daarvan.
• Betere besluitvorming door bewuster kansen te benutten en risico’s te nemen en maatregelen in te zetten.
Programmabegroting 2025
79
• • •
De organisatie de mogelijkheid te bieden proactief om te gaan met risico’s en kansen in plaats van reactief. Bijdragen aan een betere beheersing en kwaliteit in processen, programma’s en projecten. Bijdragen aan het behouden van een goede financiële positie (blijven voldoen aan de wettelijke eisen voor het weerstandsvermogen in het Besluit begroting en verantwoording).
Risico-inventarisatie Een risico is een kans op het optreden van een gebeurtenis met een bepaald (negatief) gevolg. Het kan daarbij gaan om diverse typen risico’s: • Risico’s afkomstig buiten de eigen organisatie (exogeen) respectievelijk risico’s binnen de eigen organisatie (endogeen). • Niet beïnvloedbare respectievelijk te beïnvloeden risico’s. • Risico’s met een structureel respectievelijk incidenteel gevolg. • In geld te kwantificeren respectievelijk niet in geld te kwantificeren risico’s. De belangrijkste risico's (risicoscore 8 en hoger) worden nader toegelicht. Risicokaart In onderstaande risicokaart zijn de risico’s opgenomen, onderverdeeld naar kans en impact, waaruit de risicoscore wordt bepaald op basis van kans-score x impact-score. Het aantal risico’s is in onderstaande tabel vermeld: IMPACT < € 50.000
€ 50.000 tot € 100.000
€ 100.000 tot € 250.000 tot > € 500.000 € 250.000 € 500.000
Score 1
Score 2
Score 3
Score 4
Score 5
Zeer groot (81-100%) Score 5 Groot
(61-80%)
1
1
Score 4 Gemiddeld (41-60%)
1
1
1
KANS Score 3 Klein
(21-40%)
1
2
Score 2 Zeer klein
(1-20%)
5
2
2
Score 1
Leeswijzer: het getal 2 rechtsonder op de kaart geeft aan dat er twee risico’s zijn geformuleerd met kans-score 1 en impactscore 5. Deze twee risico’s hebben een risicoscore van 1 x 5 = 5. Risicoscores In onderstaand schema zijn de risico’s inclusief risicoscore vermeld. De toelichting op de risico's bij verbonden partijen worden benoemd in de paragraaf verbonden partijen. De risico’s met een hoge risicoscore (8 en hoger) worden nader toegelicht:
Programmabegroting 2025
80
Omschrijving risico's:
Programma Verwachte kans
Verwachte impact
Incidenteel of structureel
Risicoscore
Endogene risico's: Aansprakelijkheidsclaim
0
50
500.000
Incidenteel
15
Personeel, krapte arbeidsmarkt
0
50
400.000
Structureel
12
ICT - Informatieveiligheid
0
25
500.000
Incidenteel
10
Garantstellingen NHG (WEW)
0
1
325.000
Incidenteel
4
Overige garantstellingen
0
5
110.000
Incidenteel
3
Personeel (politiek verlof c.q. detachering/terugkeergarantie)
0
20
100.000
Structureel
3
Re-integratieprocedure personeel
0
5
100.000
Incidenteel
3
Verkiezingen
0
30
120.000
Incidenteel
6
Schade straatmeubilair en openbare verlichting
2
70
200.000
Structureel
12
Gladheidbestrijding
2
20
100.000
Structureel
3
Schade openbare ruimte door extreem weer
5
60
225.000
Structureel
9
Garantstellingen MFG2
5
25
2.000.000
Incidenteel
10
Garantstelling Impact
6
10
240.000
Incidenteel
3
Garantstelling HVC
7
10
1.050.000
Incidenteel
5
Toereikendheid VZ Afvalstoffenheffing
7
1
250.000
Incidenteel
4
Bijdrage aan negatief resultaat grondexploitaties
8
75
3.000.000
Incidenteel
20
Garantstellingen OFW (WSW)
8
1
1.060.000
Incidenteel
5
Totaal
10.280.000
waarvan structureel
1.025.000
waarvan incidenteel
9.255.000
Toelichting omvangrijkste risico's Risico aansprakelijkheidsclaim Toelichting De schadeclaims die door inwoners en bedrijven worden ingediend bij de gemeente zijn complexer en omvangrijker van aard geworden. Hierdoor is de verwachte kans en impact in euro's van aansprakelijkheidsclaims toegenomen. Beheersmaatregel De gemeente heeft een aansprakelijkheidsverzekering. Maar er gelden in bepaalde gevallen uitsluitingen van dekking op deze verzekering. Risico personeel, krapte arbeidsmarkt Toelichting De schaarste van personeel op de arbeidsmarkt is nog steeds groot. Tegelijkertijd vergrijzen wij als organisatie, met verwachte uitstroom in de komende jaren tot gevolg. In bepaalde beroepsgroepen neemt het risico toe dat we geen goed gekwalificeerd personeel kunnen werven of in dienst kunnen houden. Dit kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van het werk en verhoging van de werkdruk. Het financiële gevolg heeft betrekking op hogere kosten, omdat vacatures niet worden ingevuld en er meer (en duurder) moet worden ingehuurd. Dit risico wordt ingeschat op basis van verwachte uitstroom in de komende jaren en een percentage van de functies die als moeilijk invulbaar worden ingeschat. Daarmee komen we op een financieel gevolg van € 400.000. Het gaat om een risico dat afhankelijk van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt een aantal jaren kan voortduren.
Programmabegroting 2025
81
Beheersmaatregel Er worden traineetrajecten ingezet om hoogopgeleide jongeren binnen te halen. Met betere opleidings- en ontwikkelmogelijkheden willen we medewerkers binden en boeien. We hebben een recruiter in dienst genomen om beter in te kunnen spelen op de huidige arbeidsmarkt. Risico ICT-informatieveiligheid Toelichting Informatieveiligheid is een randvoorwaarde voor een betrouwbare informatievoorziening. Informatie dient op het juiste moment beschikbaar te zijn, werkzaamheden en beslissingen dienen plaats te vinden op integere informatie (juist, volledig en actueel) en informatie behoort enkel voor bevoegden beschikbaar te zijn. Het levert een bijdrage aan de te realiseren maatschappelijke en organisatiedoelen van onze gemeente door risico’s die een negatieve impact hebben op de beschikbaarheid, integriteit en/of vertrouwelijkheid te beheersen. Beheersmaatregel Ingegeven door risicoanalyse en bepaling van de te beschermen waarde zet de gemeente in op passende beheersmaatregelen om de informatievoorziening adequaat te beschermen. Beheer en controle wordt ingezet via een gedegen managementstructuur gebaseerd op de ‘Deming circle’ met als realisatie van de doelen: 1. Continu verbeteren van de beheersmaatregelen en het beveiligingsniveau. 2. Realisatie van de overeenstemming met wet- en regelgeving. 3. Adequate bescherming van privacy en informatie t.b.v.
beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Ultimo te voorzien in een betrouwbare informatievoorziening. Risico differentiatie Investeringen, beheersmaatregelen en inspanningen voor beheer en controle zijn gericht op grofweg drie categorieën: 1. Beveiligen van onze ICT-middelen en infrastructuur (techniek). 2. Waarborgen van de juistheid, volledigheid en actualiteit van onze informatie (proces). 3. Beschermen van en omgang met onze gegevens (houding & gedrag). Het risico, benoemd als ICT-informatieveiligheid, is ook als zodanig te differentiëren alsmede de kans en impact. De kans en impact van een ICT-incident kent een dusdanige risicoscore (hoger dan 8) dat deze alleen is meegenomen als risico en hieronder toegelicht wordt. De inschatting van het risico van imagoschade of gevolgschade bij gecompromitteerde informatie (categorie 2) of een gegevens incident (categorie 3) wordt qua risicoscore lager ingeschat (lager dan 8). Risico ICT-incident Impact kan betrekking hebben op directe gevolgschade. Daarbij is de impact te verminderen door het treffen van maatregelen waardoor uitwijk en/of heropbouwen mogelijk wordt gemaakt. De kans dat een problematische situatie zich voordoet is niet zo groot, maar de impact op het weerstandsvermogen kan groot zijn.
Risico schade straatmeubilair en openbare verlichting Toelichting De schades aan straatmeubilair en openbare verlichting neemt jaarlijks toe. Een groot deel van de schades worden verhaald op de veroorzaker of worden vergoed door het Waarborgfonds Motorverkeer. Overige schades zijn nauwelijks verhaalbaar.
Programmabegroting 2025
82
Beheersmaatregel Schades worden zoveel als mogelijk verhaald op de veroorzaker. Hiervoor wordt ook gebruik gemaakt van diensten door een gespecialiseerd expertisebureau. Risico schade openbare ruimte door extreem weer Toelichting Extreem weer, zoals een zware storm, heftige regenval of langdurige droogte, kan leiden tot forse schade aan de openbare ruimte. Vooral het openbaar groen is gevoelig en vatbaar voor extreme weersomstandigheden. Daarnaast zorgen heftige regenval en hagelbuien steeds vaker voor schades aan onder andere gemeentelijke gebouwen. Beheersmaatregel Storm- en waterschade aan gebouwen en voertuigen is verzekerd. Schade in de openbare ruimte (bomen, straatmeubilair etc.) is echter niet verzekerd en nauwelijks verzekerbaar. Risico Garantstelling MFG2 Toelichting In januari 2018 is in de realisatieovereenkomst tussen gemeente Dronten en de Stichting MFG2 door de gemeente Dronten een garantie afgegeven van maximaal € 4.400.000 voor de lening van de Stichting MFG van de BNG voor de realisatie van het MFG met bijbehorende gebouwen. De grond is van de gemeente en er is recht van opstal verleend voor een periode van 40 jaar. Als het recht van opstal wordt beëindigd omdat de Stichting op houdt te bestaan of er geen bestuur meer is, dan wordt de gemeente eigenaar van de opstallen en daarmee van het MFG met bijbehorende gebouwen.
De stichting heeft nog voldoende liquiditeit, waardoor de kans klein is dat deze ophoudt te bestaan. Gezien het feit dat de stichting een aantal jaren een negatief resultaat heeft behaald en er een negatief eigen vermogen is ontstaan, geeft de accountant van de stichting aan dat dit kan duiden op het bestaan van een gerede twijfel over de continuïteitsveronderstelling van de stichting. Beheersmaatregel Elk kwartaal wordt het gesprek aangegaan met de Stichting om de voortgang te bespreken op kostenbesparing en optimalisatie van de omzet om te zorgen dat continuïteit geborgd is. Risico bijdrage aan negatief resultaat grondexploitaties Toelichting Wanneer tekorten en afwaarderingen in de grondexploitatie niet binnen het jaarresultaat van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, komt dit ten laste van het algemeen jaarresultaat van de algemene dienst. Zoals is opgenomen in de Nota risicomanagement, wordt het risico opgenomen in de paragraaf Grondbeleid. In deze tabel wordt enkel het risico kenbaar gemaakt zoals deze is opgenomen in de paragraaf grondbeleid. Zie voor de toelichting op het risico dan ook de paragraaf.
Programmabegroting 2025
83
Weerstandscapaciteit Bij weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt in: • Een incidentele component die als buffer dient voor het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten en van onvoorzienbare externe ontwikkelingen. • Een structurele component die kan worden benut om structurele tegenvallers te compenseren, indien de financiële planning- en control instrumenten onvoldoende soelaas bieden om structurele tegenvallers op te lossen. Incidentele componenten De incidentele componenten van het weerstandsvermogen bestaan uit: 1. De algemene reserve 2. De post onvoorzien eenmalig 3. De stille reserves 1. Algemene reserve In de Nota reserves en voorzieningen is als norm vastgelegd dat de gemeentelijke risicobuffer tenminste 10% van de gemeentelijke exploitatie moet bedragen. Met een exploitatiebegroting van € 156 miljoen in 2025 moet de buffer dus minimaal € 15,6 miljoen zijn. De algemene reserve is per 31-12-2024 € 41,2 miljoen voor resultaatverdeling en dus ruim hoger dan deze norm. Dit geldt ook voor de komende jaren. 2. Post onvoorzien eenmalig Jaarlijks wordt binnen de begroting rekening gehouden met een raming voor onvoorziene incidentele uitgaven. Vanaf 2023 geldt een post onvoorzien van € 84.000, wat neerkomt op circa € 2,00 per inwoner. 3. Stille reserves Stille reserves zijn activa die onder de opbrengstwaarde of tegen nul op de balans zijn gewaardeerd.
Dat betekent dat de boekhoudkundige waarde lager is dan de reële waarde. Indien de activa verkoopbaar zijn, is de opbrengst bij eventuele verkoop dan éénmalig vrij inzetbaar. In praktijk zijn stille activa echter vaak niet verkoopbaar. Stille reserves van de gemeente Dronten worden daarom op voorhand niet meegenomen bij het bepalen van de weerstandscapaciteit. Tabel incidentele componenten In de volgende tabel is aangegeven wat de weerstandscapaciteit is voor het incidenteel opvangen van exploitatietekorten en onvoorzienbare ontwikkelingen: Incidentele weerstandscapaciteit (algemene dienst)
1-1-2021
Algemene reserve
21.908.884 35.193.983 34.537.957 40.750.716 41.168.514
Bestemmingsreserves Onvoorzien Stille reserves Totaal
1-1-2022
1-1-2023
1-1-2024
1-1-2025
-
-
-
147.000
147.000
84.000
84.000
- 16.887.073 84.000
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
22.055.884 35.340.983 34.621.957 40.834.716 58.139.587
Structurele componenten Onder de structurele componenten van de weerstandscapaciteit vallen: • De onbenutte belastingcapaciteit • De post onvoorzien structureel
Programmabegroting 2025
84
1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit van de gemeente Dronten kan onderverdeeld worden in: • Onroerende Zaakbelastingen (OZB) • Riool- en afvalstoffenheffing • Leges en andere heffingen Onroerende Zaakbelasting (OZB) Om te beoordelen of er onbenutte belastingcapaciteit is, maken wij gebruik van de ruimte tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). De door het Rijk vastgestelde artikel 12-norm is 0,1595%. Het gemiddelde OZB-tarief voor 2025 van gemeente Dronten is 0,16141% en daarmee hoger dan de artikel 12norm. Op basis hiervan is er geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Rioolheffing en afvalstoffenheffing De riool- en afvalstoffenheffing zijn heffingen voor het gebruik van de riolering en voor het inzamelen van afval. De wet geeft aan dat de (meerjarige) baten niet hoger mogen zijn dan de (meerjarige) lasten. Het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) 2022-2028 is de basis voor het toekomstig onderhoud aan de riolering. Er is een voorziening Rioolbeheer gevormd om de toekomstige lasten voor het GRP af te dekken. De voorziening Rioolbeheer bedraagt € 25,3 miljoen per ultimo 2025. De voorziening is ontstaan door een overdekking op het rioolbeheer in de afgelopen jaren.
In het GRP is aangegeven hoe de rioolheffingen zich de komende jaren ontwikkelen. Dit houdt in dat op dit moment geen rekening kan worden gehouden met een onbenutte belastingcapaciteit binnen de rioolheffingen. Voor de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt 100% kostendekkendheid van de afvalbeheerkosten, waarbij jaarlijks het overschot of tekort wordt verrekend met de egalisatievoorziening Afvalstoffenheffing. Het saldo van deze egalisatievoorziening wordt weer ingezet om de tarieven (incidenteel) te verlagen of om toekomstige kosten te dekken. De egalisatievoorziening Afvalstoffenheffing bedraagt afgerond € 0 per ultimo 2025. Aangezien uitgegaan wordt van maximale kostendekkendheid, is er geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit in de riool- en afvalstoffenheffing. Leges en andere heffingen Uitgangspunt van de leges en andere heffingen is maximale kostendekkendheid van de kosten. Hier is dus geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. 2. Post onvoorzien structureel De gemeente Dronten kent geen structurele stelpost om onvoorziene structurele uitgaven te kunnen afdekken. Wel kent gemeente Dronten een stelpost voor eenmalig onvoorziene incidentele uitgaven. Conclusie Dronten heeft geen structurele weerstandscapaciteit. Benodigde versus beschikbare weerstandscapaciteit Op basis van de risicoanalyse is het risicoprofiel voor 2025 berekend op € 10,3 miljoen.
Om dat op te vangen, is incidentele weerstandscapaciteit benodigd. Er is € 57,7 miljoen aan incidentele weerstandscapaciteit beschikbaar (voor resultaat verdeling). Dat is ruim voldoende om de risico’s incidenteel te kunnen opvangen.
Programmabegroting 2025
85
De relatie tussen de risico’s, de benodigde weerstandscapaciteit, de beschikbare weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen is in de volgende figuur weergegeven:
De ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit is een norm voor de mate waarin een gemeente de risico's kan opvangen. Deze ratio wordt ‘ratio weerstandsvermogen’ genoemd. De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van het gekwantificeerde (kans x impact) risicoprofiel. Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die er van uit gaat dat nooit alle risico’s zich én tegelijk, én in hun maximale omvang voordoen. Het zekerheidspercentage dat wordt gehanteerd is 90%. Dit is een landelijk gehanteerde richtlijn.
In de volgende tabel is de ‘ratio weerstandsvermogen’ berekend: Ratio weerstandsvermogen
Realisatie 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Risicoprofiel (= benodigde weerstandscapaciteit)
13.982.000
16.072.000
9.252.000
Weerstand (= beschikbare weerstandscapaciteit)
40.811.715
40.338.904
58.139.587
Ratio weerstandsvermogen* Waardering ratio weerstandscapaciteit
2,9
2,5
6,3
Uitstekend
Uitstekend
Uitstekend
*Ratio Weerstandsvermogen = risicoprofiel gedeeld door weerstand in %
Voor de beoordeling van de ratio weerstandsvermogen wordt gebruik gemaakt van de waarderingstabel die het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) en de Universiteit Twente samen hebben opgesteld. De ratio weerstandsvermogen komt voor Dronten ruim boven de 2. Dat betekent dat de gemeente Dronten over een vermogenspositie beschikt die als uitstekend wordt beoordeeld om de financiële risico’s éénmalig af te dekken. Bij bovenstaande berekeningen wordt vanaf 2025 rekening gehouden met de ruimte van reserves waar de raad een bestemming aan heeft gegeven die kan worden gewijzigd.
Programmabegroting 2025
86
Uitzondering hierop betreft de bestemmingsreserves gekoppeld aan de grondexploitaties en bestemmingsreserves afschrijvingslasten. Een andere bestemming van deze middelen heeft direct nadelig effect (structureel en incidenteel) op de exploitatiebegroting. Ratio weerstandsvermogen
Waardering
>2,0
Uitstekend
1,4 < x < 2,0
Ruim voldoende
1,0 < x < 1,4
Voldoende
0,8 < x < 1,0
Matig
0.6 < x < 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim Onvoldoende
Algemene conclusie weerstandsvermogen van de gemeente Dronten • Er is een uitstekende buffer aanwezig voor het opvangen van de financiële gevolgen van éénmalige tegenvallers. • Er is, evenals voorgaande jaren, onvoldoende buffer aanwezig voor het opvangen van tegenvallers met structurele financiële gevolgen. Bij structurele risico’s gaan we ervan uit dat binnen drie jaar maatregelen worden getroffen om de gevolgen binnen de begroting op te vangen. Financiële kengetallen Onderstaand treft u de kengetallen aan die wij in het kader van het BBV (artikel 11) moeten opnemen. In samenspraak met de provincie is afgesproken dat in de P&C documenten ten aanzien van het onderdeel financiën ingegaan wordt op de volgende onderdelen: sluitende meerjarenbegroting, weerstandsvermogen, materieel evenwicht (structurele baten zijn in evenwicht met de structurele lasten) en de schuldpositie. Zie hiervoor ook Financiële positie/structureel evenwicht. Verloop van de kengetallen Begroting 2025
Rekening Begroting Begroting Norm Meerjaren- Meerjaren- Meerjaren- Norm 2023 2024 2025 2025 raming raming raming 2028 2026 2027 2028
Netto schuldquote
-28%
-19%
2%
A
11%
39%
48%
A
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-35%
-25%
-4%
A
5%
34%
44%
A
Solvabiliteitsratio
59%
56%
50%
A
47%
40%
36%
B
Structurele exploitatieruimte
3,2%
2,7%
0,03%
B
-1,5%
-1,3%
-1,7%
C
Grondexploitatie
3%
3%
10%
A
6%
4%
3%
A
Belastingcapaciteit eenpersoonshuishoudens
87%
92%
97%
B
97%
97%
97%
B
Belastingcapaciteit meerpersoonshuishoudens
94%
102%
102%
B
102%
102%
102%
B
Normering kengetallen Het belang van financiële kengetallen is drieledig: naast inzicht in de financiële positie en vergelijkbaarheid hebben kengetallen een signaalfunctie. Het Rijk heeft aan de verplichte financiële kengetallen geen normen verbonden. De VNG adviseert de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden die voor stresstesten gelden. Deze testen geven ook informatie over de financiële positie. Onderstaand de signaleringswaarden per kengetal:
Programmabegroting 2025
87
Signaleringswaarden kengetallen
Categorie
Categorie
Categorie
A. Minste risico B. Gemiddeld risico C. Meeste risico Netto schuldquote
< 90%
90% - 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
90% - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20% - 50%
< 20%
Structurele exploitatieruimte
Begr > 0%
Begr = 0%
Begr < 0%
Grondexploitatie
< 20%
20% - 35%
> 35%
Belastingcapaciteit
< 95%
95% - 105%
> 105%
•
•
•
•
•
Netto schuldquote/Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft de hoogte van de schuld aan ten opzichte van de jaarlijkse omzet, de baten. Als de quote heel hoog is, dan betekent dat er relatief veel schuld is en dat rente en aflossing een belangrijk deel van de inkomsten opslokken. De norm ligt op 80% met een door de VNG geadviseerd maximum van 130%. Dronten heeft netto geen schuld. We zijn dus nog ver af van de grenzen die door de VNG zijn aangegeven. Er is nog een tweede kengetal voor de netto schuldquote die we formeel volgens de BBV ook moeten vermelden. Dit is de netto schuldquote gecorrigeerd min de verstrekte leningen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen de schulden en het totale vermogen. Solvabiliteit wordt ook vaak in het bedrijfsleven gebruikt. Het geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is om schulden ook op langere termijn te voldoen. De structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Het aandeel van de waarde van de grondexploitatie op de totale balanswaarde De grondexploitaties hebben veel invloed op de ontwikkeling van de financiële resultaten.
Gemeenten met een relatief grote grondpositie hebben ook een relatief groot financieel risico. Ook hiervoor zijn normen ontwikkeld, waarbij de totale boekwaarde van de grondvoorraad bij voorkeur niet groter mag zijn dan 20%. Het advies is om in elk geval niet boven de 35% uit te komen. De belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft aan in hoeverre de woonlasten binnen een gemeente hoger of lager zijn dan de gemiddelde woonlasten. In de paragraaf lokale heffingen is aangegeven dat de woonlasten in 2025 € 924 voor een eenpersoons en € 1.004 voor een meerpersoonshuishouden bedragen. We zijn hierbij uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van € 337.000. De tarieven betreft een raming op basis van indexatie waarbij met de verordeningen in november en december de tarieven worden bij- en vastgesteld.
Programmabegroting 2025
88
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn goederen/zaken die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen die zij aan haar burgers levert te produceren; grote zaken die vaak veel waarde hebben en meerdere jaren meegaan. De gemeente Dronten heeft ongeveer 1.400 hectare aan openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten vinden daarop plaats zoals wonen, werken en recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig in de vorm van onder andere: • Verhardingen • Riolering • Groenvoorzieningen • Speelvoorzieningen • Verlichting • (Civiel)technische kunstwerken zoals bruggen, steigers en vlonders • Accommodatiebeleid, -beheer, renovatie en vervanging • Stranden en voorlanden Van deze kapitaalgoederen is het beleidskader, de financiële consequenties die uit het beleidskader voortvloeien en een vertaling van de financiële consequenties in de begroting opgenomen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Voor alle aspecten vanuit de paragraaf Kapitaalgoederen gelden de volgende ontwikkelingen. De kwaliteitsniveaus van onderhoud zijn vastgelegd in beleidsplannen voor de diverse thema’s. De operationele vertaling vindt plaats in beheerplannen. Dronten groeit qua onderhoud in areaal als gevolg van uitbreiding en inbreiding van woningbouw en/of industrieterreinen.
Als gevolg daarvan nemen ook de kosten toe van onderhoud. Voor groen is dit veelal direct in de jaarschijf van enig jaar merkbaar. Dit wordt opgevangen door een stelpost in de begroting. Echter deze stelpost, maar ook de andere beheer- en onderhoudskosten, staan onder druk als gevolg van de toename van kosten (materiaal, materieel en personeel). In de vanaf 2025 te herijken beleidsplannen voor de diverse thema’s zal hier nadrukkelijk aandacht voor zijn. Er zijn weinig mogelijkheden om hier invloed op uit te oefenen. Er zijn een paar mogelijkheden, te weten aanpassing van de onderhoudsfrequentie en/of het kwaliteitsniveau verlagen. Voor alle kapitaalgoederen waarvan de technische levensduur is bereikt, worden rehabilitaties uitgevoerd (oud voor nieuw). Dit vraagt om een nieuwe kapitaalsbehoefte (voorbeeld Rietweg; uitvoering 2024). De levensduurcyclus start weer op 0.
Beleid Het beleid van Dronten voor het onderhoud van kapitaalgoederen is onder meer opgenomen in de volgende beleids- en beheerplannen: • Beleids- en beheerplan wegen 2021-2025 • Beheerplan technische kunstwerken en overige objecten 2023-2027 • Beleidsplan verlichting in de openbare ruimte 2018-2027 • Beheerplan openbare verlichting 2023-2027 • Groenbeleidsplan gemeente Dronten 2017 • Groenbeheerplan Dronten 2020-2024 • Bosbeheerplan Dronten 2020-2024 • Boombeheerplan Dronten 2020-2024 • Beheer- en onderhoudsplan halfverhardingen 2022-2026 • Beheerplan Voorlanden 2021 • Speelruimteplan 2018 • Gemeentelijk Rioleringsplan Dronten 2022 t/m 2026 • Accommodatiebeheerplan • Grondstoffenbeleidsplan Programmabegroting 2025
89
Wegenbeheer en verhardingen In 2021 is het beheerplan wegen geactualiseerd en vastgesteld. De norm waarop het onderhoud wordt gepleegd is CROW-kwaliteitsniveau B (basis) voor de centra en hoofdfietspaden. Voor de overige wegen geldt het kwaliteitsniveau C van de CROW, te weten laag. Wat dient te worden voorkomen is kapitaalvernietiging als gevolg van uitgesteld onderhoud. De werkzaamheden vanuit het onderhoudsprogramma 2025 zijn: • Bermverstevigingen o Olsterweg • Regulier wegenonderhoud o De Voor (B) o Sportlaan (B) o Fietspad De Landmaten (D) o De Lopensaet (D) o De Draf (D) o De Boeg (D) o Handelsweg Noord (D) o Installatieweg (D) o Swifterringweg (S) o Visvijverweg (gedeeltelijk) (S) o Gildenallee (S) Riolering In juni 2022 is het GRP Dronten, gemeentelijk rioleringsprogramma 2022-2028 door de raad vastgesteld. Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is een belangrijk gemeentelijk beleidsdocument. Het geeft inhoudelijke, financiële en programmatische sturing aan het rioleringsbeheer. Dit is uit oogpunt van volksgezondheid, bewoonbaarheid en milieubescherming één van de kerntaken van elke gemeente. Naast de zorgplicht voor het afvalwater, hemelwater en grondwater is er ook aandacht voor klimaatadaptatie, hetgeen niet alleen een rioleringsopgave is, maar een opgave voor meerdere beleidsterreinen in het openbare gebied.
In het GRP Dronten 2022-2028 zijn alle nieuwe maatregelen beschreven waaraan in de planperiode uitvoering wordt gegeven. Hiervan worden de onderstaande projecten in 2025 opgepakt. Een deel van deze projecten loopt door de gehele planperiode van het GRP. De werkzaamheden vanuit het onderhoudsprogramma 2025 zijn: • Regulier rioolonderhoud en rioolherstel diverse locaties. • Vervangen pompen buitengebied (Rendierweg en Bremerbergweg). • Renovatie bouwkundig deel rioolgemaal Noorderlicht. Openbaar groen Voor een goed groenbeheer is in 2017 een nieuw groenbeleidsplan voor al het groen in de dorpskernen van de gemeente gemaakt en vastgesteld. In dit groenbeleidsplan is tevens het beleid op de dorpsbossen en het bomenbeleidsplan geïntegreerd. In aansluiting op dit beleidsplan zijn het groenbeheerplan, bomenbeheerplan en bosbeheerplan geactualiseerd en die zijn in 2020 vastgesteld. Conform de kaders zoals vastgelegd in dit beleidsplan en het afgesproken kwaliteitsbeeld wordt het openbaar groen in 2025 onderhouden. Speelvoorzieningen In 2025 worden de speelvoorzieningen in de gemeente Dronten vervangen en onderhouden conform het nieuwe Speelruimteplan 2018-2027. In dit plan wordt vooral ingestoken op het omvormen van formele speelruimte naar meer informele speelruimte, waarbij gebruik wordt gemaakt van de gehele openbare ruimte.
Het beheer is op orde en de speelvoorzieningen voldoen aan de geldende veiligheidsnormen.
Programmabegroting 2025
90
Openbare verlichting In 2018 is het OV-beleids- en onderhoudsplan vastgesteld waarin de beleids- en onderhoudskaders voor openbare verlichting worden aangegeven voor de komende jaren. In het plan is besloten om bewuster te gaan verlichten (meer maatwerk per locatie) en daar ook bij de inwoners, verenigingen en bedrijven bewustzijn over te creëren. Door structurele toepassing van LED-armaturen en andere inschakeltijden is meer dan 50% energiebesparing gerealiseerd. Het beheerplan is geactualiseerd en vastgesteld door het college voor de periode van 2023-2027. Naast regulier onderhoud vinden er vervangingsinvesteringen plaats van masten er armaturen. Vervanging vindt plaats op basis van de technische staat van onderhoud in combinatie met de doorontwikkeling van bewust verlichten. Er wordt zo efficiënt mogelijk gewerkt om zowel masten als armaturen tegelijkertijd te vervangen. De werkzaamheden vanuit het onderhoudsprogramma 2025 zijn: • Mast en armatuurvervanging Swifterbant Kampbuurt. • Armatuurvervanging Swifterbant centrum en Bloemenbuurt. • Armatuurvervanging De Boeg Dronten. Bruggen en kunstwerken (waaronder ook steigers en vlonders, fonteinen, stranden en voorlanden) In 2022 is een nieuw beheerplan- en onderhoudsplan voor civieltechnische kunstwerken (waaronder bruggen) ontwikkeld en vastgesteld door het college voor de periode 20232027.
Op basis van de beschikbare middelen zal groot onderhoud en jaarlijks onderhoud plaatsvinden van de bij de gemeente in bezit zijnde voorzieningen. De werkzaamheden vanuit het onderhoudsprogramma 2025 zijn: • Vervangen duiker Swifterringweg in de Rivierduintocht. • Vervangen dekbeplanking Kleine Zwaan. • Vervangen fiets-/voetgangersbrug Vendelier (S). • Vervangen diverse bebording brug De Knip. Accommodatiebeleid, beheer, renovatie en vervanging Het Strategisch Vastgoed Plan is het kader voor alle ontwikkelingen aangaande het gemeentelijk vastgoed. Diverse projecten zullen in 2025 een verdere uitwerking krijgen Dit zijn de ontwikkelingen van het zwembad in Swifterbant, de vertaling van de studie inzake de invulling van het Burgemeester Dekker Sportpark aangaande de vervanging van ’t Dok in relatie tot de ontwikkelingen binnen het voortgezet onderwijs en de daarmee samenhangende consequenties. Daarnaast wordt in 2025 gewerkt aan de verdere verduurzaming van panden, de realisatie van een carport voor de stalling van elektrische inzamelvoertuigen aan de Reest en het reguliere jaarrond onderhoud van alle accommodaties. De werkzaamheden vanuit het onderhoudsprogramma 2025 zijn: • Brandweer Dronten, verduurzamen stookinstallatie. • Sporthal De Beurs, verduurzamen verlichting. • Sporthal De Stal, verduurzamen verlichting, verduurzamen stookinstallatie.
• Milieustraat, verduurzamen verlichting. • Parkeergarage, verduurzamen verlichting. Beleid stranden In 2020 is de Visie Stranden vastgesteld. Op basis van deze visie worden de komende jaren diverse ontwikkelingen en activiteiten uitgevoerd. Het beheer van de Voorlanden is uitgevoerd conform het in 2021 geactualiseerde beheerplan. Grondstoffenbeleidsplan 2021-2025 Zie hiervoor de toelichting onder pakket 7Q - Gemeentelijke basisvoorzieningen.
Programmabegroting 2025
91
Financieel overzicht kapitaalgoederen De bijstellingen van diverse budgetten zijn het gevolg van de actualisatie van onderhoudsplannen die ten grondslag liggen aan de bijbehorende voorzieningen. Financieel overzicht Kapitaalgoederen Beheerplannen
Begroting
Wegen
Onderhoudsbudget Voorziening Kapitaallast
Subtotaal wegen Civieltechnische kunstwerken
Totale onderhouds- en beheerkosten
Programmabegroting 2025
2.469
2.469
840
843
833
823
3.763
3.766
3.756
3.746
37
37
37
377
377
27
93
96
184
441
507
510
598
Onderhoudsbudget
76
76
76
76
Kapitaallast
189
195
194
192
265
270
269
267
Onderhoudsbudget
519
519
519
519
Kapitaallast
11
14
14
11
530
530
533
530
349
349
349
349
349
349
349
349
Onderhoudsbudget
1.184
1.184
1.184
1.184
Voorziening
1.404
1.444
1.484
1.484
Onderhoudsbudget
Subtotaal riolering
Subtotaal accommodaties
2.469
377
Subtotaal spelen
Accommodaties
455
2.469
37
Subtotaal groen
Riolering
2028
455
377
Subtotaal openbare verlichting
Spelen
2027
455
Voorziening Kapitaallast
Groen
2026
455
Onderhoudsbudget
Subtotaal civieltechnische kunstwerken Openbare verlichting
2025
2.588
2.628
2.668
2.668
Onderhoudsbudget
240
240
240
240
Voorziening
916
916
916
916
Kapitaallast
1.521
1.733
1.731
2.324
2.677
2.889
2.886
3.480
10.614
10.943
10.971
11.638
92
Paragraaf financiering Algemeen De kaders voor de financiering van gemeenten zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (de Wet fido) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). De Wet fido en Ruddo hebben als doel het bevorderen van een professionele en verantwoorde financiering bij gemeenten, met als belangrijkste uitgangspunt het beheersen van renterisico’s. De beheersing van de risico’s uit zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beiden hebben als doel de renterisico’s te begrenzen. Beleid De doelstellingen met betrekking tot het financieringsbeleid van de gemeente zijn vastgelegd in het treasurystatuut van de gemeente. De doelstellingen luiden als volgt: • Het verkrijgen en behouden van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. • Het beschermen van het gemeentelijke vermogen tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. • Het minimaliseren van interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido en Ruddo en de richtlijnen van het treasurystatuut. De beheersing van de financieringsportefeuille wordt vooral via de instrumenten kasgeldlimiet en renterisiconorm uitgevoerd.
Kasgeldlimiet Zoals eerder aangegeven is één van de uitgangspunten van de Wet fido het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Om een grens te stellen aan korte financiering (looptijd tot 1 jaar) is in de Wet fido een wettelijk toegestane norm, de kasgeldlimiet, opgenomen. De limiet is bepaald als een percentage (8,5%) van het totaal van de begroting. De doelstelling is om maximaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet, omdat kort geld in het geval van een normale rentestructuur goedkoper is dan lang geld. De kasgeldlimiet 2025 bedraagt voor de gemeente Dronten 8,5% van € 156 miljoen (Programmabegroting 2025) = € 13,3 miljoen. Per kwartaal wordt de gemiddelde liquiditeitspositie, berekend op basis van de drie kwartaalmaanden, getoetst aan het bedrag van de kasgeldlimiet. Met ingang van 2009 (Wet fido) hoeven de kwartaalrapportages niet standaard meer naar de toezichthouder verzonden te worden. Voor de interne bedrijfsvoering blijven de kwartaalrapportages van belang voor het signaleren van overschrijdingen. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van de drie achtereenvolgende kwartalen drie maal de kasgeldlimiet overschrijdt, dan dient de gemeente de drie kwartaalrapportages toe te zenden aan de toezichthouder.
Dit moet zo ruim mogelijk voorafgaand aan de derde overschrijding, met daarbij een plan van aanpak om weer te gaan voldoen aan de kasgeldlimiet. De toezichthouder kan, indien hij het plan ontoereikend acht, bepalen dat zijn toestemming is vereist voor het aangaan van nieuwe korte leningen. Renterisiconorm De renterisiconorm geeft aan dat het totaal van de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat jaarlijks niet meer dan 20% van begrotingstotaal mag worden afgelost.
Programmabegroting 2025
93
Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. Op basis van de liquiditeitsprognose zal in 2025 naar verwachting geen langlopende geldlening afgesloten hoeven te worden. Uit de onderstaande tabel is af te leiden dat de gemeente voor 2025 ruimschoots binnen de gestelde renterisiconorm blijft. Berekening renterisiconorm De norm is gesteld op een percentage van het begrotingstotaal
2025
2026
2027
2028
20%
20%
20%
20%
Begrotingstotalen
156.369
148.186
147.624
147.000
Renterisiconorm
31.274
29.637
29.525
29.400
Rente herziening op vaste schuld
0
0
0
0
Aflossing op vaste schuld
1.982
1.982
1.982
1.982
Renterisico
1.982
1.982
1.982
1.982
29.292
27.656
27.543
27.418
Ruimte onder de renterisiconorm (voordeel, ruimte) Renteschema 2025 a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
-/-
318.539
b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering
+/+
1.113.350
Saldo rentelasten en rentebaten
794.811
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
+/+ 186.9 17
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
+/+
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
981.728
d1. Rentelasten over eigen vermogen
-/-
d2. Rentelasten over voorzieningen
-/-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury
3.933.866 1.284.051 -4.236.189
+/+
4.617.931 381.742
Bovenstaande tabel geeft inzicht in de rentelasten en rentebaten van de gemeente Dronten. Het saldo van rentelasten en rentebaten betreft onder andere de rentebaten die worden ontvangen over de uitstaande geldleningen (verstrekte leningen aan de Meerpaal en Alliander). De aan de taakvelden toe te rekenen externe rente bestaat uit het saldo van rentelasten en rentebaten vermeerderd met het verplicht aan de grondexploitatie toe te rekenen rente. Deze rente is gebaseerd op de voorschriften zoals opgenomen in de notitie Grondexploitatie 2016 van de commissie BBV. Bij de wijziging van het BBV en de invoering van de vennootschapsbelasting voor de lagere overheden, is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. In de rente notitie 2018 heeft de commissie BBV uitgewerkt hoe de rentelasten en rentebaten dienen te worden verantwoord. Met de wijzigingen in de bepalingen en richtlijnen van de notitie tracht de commissie een eenduidige handelswijze met betrekking tot rente bij gemeenten te bevorderen en de transparantie te vergroten. Bovenstaande uitwerking geeft een beeld van de rentelasten en rentebaten van de gemeente Dronten. Het saldo van rentelasten en rentebaten betreft onder andere de rentebaten die worden ontvangen over de uitstaande geldleningen (verstrekte leningen aan de Meerpaal en Alliander).
Programmabegroting 2025
94
Saldo en liquiditeitenbeheer Voor het liquiditeitenbeheer is een dienstverleningsovereenkomst met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) afgesloten. Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige liquide middelen in de Rijksschatkist (schatkistbankieren) aan te houden. Voor ons betekent schatkistbankieren dat wij al onze overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Rentelasten en -baten Er is een balans- en liquiditeitenprognose opgesteld waaruit de kredietbehoefte van de gemeente in de komende jaren blijkt. Op basis van deze prognose is de verwachting dat in 2026 externe financiering van € 10 miljoen zal moeten worden aangetrokken voor betaling van de geplande investeringen (o.a. Strategisch Vastgoed Plan en woningbouwopgave). De rentelast van deze externe financiering is voor 2026 begroot op € 400.000. Medio 2024 was er een saldo schatkistbankieren van circa 75 miljoen. Sinds september 2022 ontvangt de gemeente weer rente op de rekening-courant bij het Rijk (schatkistbankieren). De rente is variabel en is in 2024 gemiddeld 3,5%. De renteontwikkeling is echter erg onzeker. De ECB heeft de beleidsrente in 2022 en 2023 meerdere keren verhoogd om daarmee de inflatie af te remmen. In juni 2024 heeft de ECB de rente met 0,25% verlaagd, omdat de inflatiecijfers zijn gedaald.
Voor het jaar 2025 zijn de rentebaten begroot op € 1.200.000 (waarvan € 300.000 structureel en € 900.000 incidenteel). De verwachting is namelijk dat het saldo schatkistbankieren de komende jaren aanzienlijk zal dalen, omdat de liquide middelen worden aangewend voor de investeringen. Voor de jaren 2026 en verder is daarom een structurele rente opbrengst begroot van € 300.000 (3% over het minimale "werkkapitaal" van € 10 miljoen wat wordt aangehouden in schatkistbankieren).
Programmabegroting 2025
95
Paragraaf bedrijfsvoering Algemeen Voor de realisatie van de programma’s is een goede bedrijfsvoering van groot belang. Deze paragraaf informeert de gemeenteraad over de stand van zaken in de bedrijfsvoering. In onze bedrijfsvoering streven we blijvend naar een optimale facilitering, ondersteuning en advisering voor de beleids- en uitvoeringseenheden van de organisatie, waaronder de advisering en ondersteuning in het effectgericht werken. Ten behoeve van de ontwikkeling daarin is in 2024 het Perspectief op Bedrijfsvoering gerealiseerd, welke de basis vormt voor onze ontwikkeling in 2025. Dronten op Koers Wat wij in 2024 hebben ingezet, zullen wij in 2025 doorzetten, met als doel om optimaal te kunnen sturen op brede welvaart. Organisatieverandering is een delicaat langdurig proces en niet een korte reis. We zullen in 2025 verder inzetten op de doorontwikkeling van de organisatie vanuit onze organisatiefilosofie Dronten op Koers, waarin de vier V’s centraal staan. Om de koers continue te blijven bijsturen, worden de focusthema’s tweejaarlijks herijkt. Voor 2024-2026 koersen we op brede welvaart door opgavegericht te werken en eigenaarschap en leiderschap te versterken. Opgavegericht werken Het werken vanuit de opgaven naar de samenleving toe staat centraal; integraal en vanuit de bedoeling.
We hebben hier in 2024 belangrijke stappen in gezet en de organisatie zal zich verder ontwikkelen in besturing, sturing, leren en presteren. Versterken eigenaarschap Het werken vanuit opgaven vraagt van ons allemaal ontwikkeling in ons werken en denken. We stellen de samenleving centraal. Waar we van oudsher vanuit relatie met elkaar samenwerken, zitten we nu vanuit vakmanschap en onze professionele rol met elkaar aan tafel, en nemen we vanuit daaruit onze verantwoordelijkheid. Dat vraagt ook dat we vertrouwen op (het vakmanschap van) collega’s die hun rol uitoefenen. Meebouwen aan de toekomst van de gemeente betekent bouwen aan jezelf. Welke talenten kun je inzetten zodat je bijdraagt aan de opgaven? Wat betekent dat voor nu en later? In het versterken van ons eigenaarschap blijven we deze vragen aan elkaar stellen. Leiderschap Onze managementfilosofie geeft samen met de besturingsfilosofie richting aan de wijze waarop raad, college en managementteam hun werk doen en zich tot elkaar en de organisatie verhouden. Zij vormen een samenhangend geheel van uitgangspunten en keuzes voor de wijze waarop de organisatie bestuurd en gemanaged wordt en voor de wijze waarop dit bijdraagt aan de realisatie van de (organisatie)doelen. We beschrijven in de managementfilosofie de gewenste situatie.
Dronten op Koers (DoK) is en blijft daarbij zoals gezegd ons kompas voor hoe we willen ontwikkelen en werken met elkaar. Op onderdelen wordt al volgens de managementfilosofie gewerkt. Op andere vlakken vraagt het wensbeeld een verdere ontwikkeling van het leiderschap, met het oog op de opgaven waar we voor staan. Beleid Arbeidsmarkt Het is belangrijk om in een, naar verwachting blijvende, onrustige arbeidsmarkt, in de organisatie zo veel mogelijk stabiliteit te realiseren, alsmede minder kwetsbaar te zijn voor wisselingen in ons personeelsbestand.
Programmabegroting 2025
96
Er is in 2024 gestart met de ontwikkeling van een werkgeversbelofte en een daarbij behorende arbeidsmarktbenadering, met als doel om Dronten als werkgeversmerk stevig neer te zetten. In 2025 vormt dit de basis voor onze vacaturevervulling. Dit werkgeversmerk sluit naadloos aan bij DoK en de waarden waar wij als organisatie voor staan. We doen wat we zeggen, zodat we in staat zijn en blijven om de juiste mensen aan ons te verbinden én te behouden en een beperkte flexibele schil kunnen bewaken. De arbeidsmarkt vraagt daarnaast van ons om sneller te kunnen schakelen wanneer collega’s vertrekken en we nieuwe collega’s verwelkomen. Onder andere daarvoor is het belangrijk dat we blijven ontwikkelen in het borgen van processen en informatie, zodat nieuwe medewerkers snel en prettig ingewerkt kunnen worden. Onze inspanningen zijn erop gericht om steeds wendbaarder in te kunnen spelen op vraagstukken rondom spankracht van de organisatie en arbeidsmarktpositie, kennis vast te houden en te borgen en realiseren van stabiliteit. Verzuim en preventie Onderdeel van een goede bedrijfsvoering is de optimale inzet van medewerkers. Daarvoor zijn vele aspecten van belang, waaronder een duurzame gezonde inzet van mensen. We kennen als organisatie de afgelopen jaren een hoger verzuim dan wenselijk. We zien sinds mei 2024 wel weer een daling van het verzuimcijfer naar (onder) de benchmark.
Dat neemt echter niet weg dat de noodzaak tot een blijvende aanpak onverminderd actueel blijft. Met het managementteam is er focus op verzuimcasuïstiek en we zetten volop in op preventie en vitaliteit. In het najaar 2024 loopt de aanbesteding Arbodienst en voor de uitvraag wordt expliciet gekeken naar de vraag wat ons kan helpen om optimaal tot een aanpak te komen van verzuim en preventie. Daarnaast heeft een analyse aangaande verzuim en preventie in mei 2024 de basis gevormd voor het gesprek in het MT, ten behoeve van de doorontwikkeling van beleid. Dat beleid zal in 2025 verder vorm krijgen. We zien dat de kosten voor aanpak verzuim en preventie, waaronder de inzet van een arbodienst, stijgen, en aanpassing van budgetten is noodzakelijk om een blijvende aanpak te kunnen realiseren. Fundament bedrijfsprocessen versterken en toewerken naar Effect Gericht Sturen (EGS) Het denken en werken en dus ook uitwerken van ‘Brede Welvaart’ staat centraal. In dat licht zien wij 2024 als een belangrijk basisjaar om toe te werken naar EGS. In 2024 structureren en stroomlijnen we de interne bedrijfsprocessen om daarop verder in control te komen. We hebben geconstateerd dat het basis instrumentarium om een verdere verbetering vraagt. In 2024 verstevigen we het totale planning- en control proces (beleids- en budgetcyclus).
Hiervoor starten we op een eerder moment in het jaar met het opstellen van een begroting en perspectiefnota. Het versterken van het fundament van de bedrijfsprocessen heeft een doorlooptijd van twee jaar en dit biedt ons de basis voor EGS. Dit leidt er in de toekomst toe dat u een perspectiefnota krijgt waarin u zichtbaar, herkenbaar en tastbaar de doorlopende monitoring en verantwoording van beleid ziet, zodat u meer sturing en richting kunt geven aan budgetten van beleidsthema’s en de effecten die we daarvoor willen bereiken, en zo beter in de gelegenheid bent om het goede bestuurlijke gesprek te voeren. Het hele proces naar EGS in samenhang met brede welvaart gaat over de huidige collegeperiode heen. Waar wij in 2024 gestart zijn met het inbedden van Brede Welvaart in de organisatie, zullen wij ook in 2025 deze systematiek verder inbedden in de haarvaten van onze organisatie. Dat proces zal in 2025 nog niet afgerond zijn, want wij willen koste wat kost voorkomen dat deze wezenlijke verandering eindigt als ‘goed bedoeld, maar net niet gelukt’. Dus wij veranderen zo dat de andere focus niet een nieuw kunstje wordt, maar een stevige nieuwe beleid- en uitvoeringsbasis.