CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 3 Ontwerp Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Flevoland 2050 (1058249)

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Zienswijzen omgevingsvisie Flevoland 2050 en omgevingseffectrapport33.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-6: Trend huidige situatie en autonome ontwikkeling woningbouw en wonen

Tabel 3-2: Verklaring trendfiguur woningbouw en wonen

Beoordeling huidige situatie

•

Gelet op de ontstane uitdagingen op het gebied van diversiteit van het woningaanbod, betaalbaarheid en de snel gegroeide bevolking is de situatie tot 2025 verslechterd. Dit leidt tot een “matige” beoordeling voor de huidige situatie.

Autonome ontwikkeling

•

Vanaf 2030 is naar verwachting herstel op de woningmarkt mogelijk. Dit hangt samen met de opgeschaalde bouwproductie (o.a. door de bouw van 100.000 woningen in Flevoland). De situatie op de woningmarkt is sterk afhankelijk van hoe succesvol de overheden zijn met het bouwen van woningen. Als de overheden erin slagen om 100.000 woningen in Flevoland te bouwen, zal dit zeker een prijsdrukkend effect hebben (in de periode dat deze aantallen behaald worden). Op de onderdelen diversiteit (in kader veranderende bevolkingssamenstelling) en duurzaamheid wordt een positieve trend verwacht door enerzijds de bouwopgave (waarin duurzaamheid en inclusiviteit een belangrijke rol hebben, zie o.a. Flevolandse Woonagenda) en de autonome ontwikkeling waarin veel bewoners werken aan het besparen van energie. Al met al kan geconcludeerd worden dat de situatie zowel kan verslechteren als verbeteren, maar dat het vigerend beleid aanleiding geeft tot een te verwachten licht positieve trend

•

•

Bandbreedte

•

Gelet op de omstandigheden op de woningmarkt is dit een hoogst onzeker onderdeel van het beoordelingskader. Dit wordt versterkt door de recente uitspraken die te maken hebben met de bescherming van Natura 2000gebieden voor stikstofdepositie. Hoewel dit in andere delen van het land een grotere rol speelt, veroorzaakt dit ook in Flevoland onzekerheid.

3.2

Regionale economie

3.2.1

Inleiding, beoordelingskader en beleid Inleiding De regionale economie is van groot belang voor de werkgelegenheid en welvaart van Flevoland. Dit hoofdstuk analyseert de huidige economische situatie aan de hand van het verdienvermogen van het MKB, de woon werkbalans en werkgelegenheid, de onderwijs- en kennisinfrastructuur, de verduurzaming van het bedrijfsleven en het aanbod en de kwaliteit van werklocaties. Beleid •

Economische visie: In de Economische Visie 2030 worden op hoofdlijnen de economische ambities en doelen verwoord. Visie en programma vormen samen het Flevolands economisch beleid. Provinciale Staten hebben hiervoor in 2021 de kaders vastgesteld. Zij hebben toen nadrukkelijk gekozen voor een insteek gericht op het versterken van de brede welvaart in Flevoland.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

•

Economisch programma (2023-2028): In het Economisch Programma 2023-2028 maakt de provincie, met vier programmalijnen, de provinciale inzet concreet. In de programmalijnen beschrijven ze de provinciale inzet, uitvoering, gewenste impact, monitoring en evaluatie. De vier programmalijnen zijn het verdienvermogen voor midden- en kleinbedrijf (mkb), menselijk en sociaal kapitaal, toekomstbestendig bedrijfsleven en ruimtelijk-economische ontwikkeling.

Hoofdlijnen beleidsdoelstelling De provincie richt zich op de vier bovengenoemde programmalijnen. De eerste is het verdienvermogen mkb. Het mkb is het economische motorblok van Flevoland. Het is daarom van belang dat het mkb sterk is en blijft. Hierbij is het belangrijk dat het verdienvermogen van het mkb structurele welvaart en welzijn genereert die bijdragen aan de brede welvaart van de provincie. De tweede programmalijn is het menselijk en sociaal kapitaal. Dit moet volgens de provincie verder gestimuleerd worden. De provincie heeft de ambitie om een plek te zijn waar je goed kan wonen en werken. Daarnaast is er een betere aansluiting van het onderwijs (kennis) op de arbeidsmarkt nodig. Ook hier zet de provincie verder op in. De derde programmalijn is toekomstbestendig bedrijfsleven. De provincie is van mening dat een sterk en veerkrachtig bedrijfsleven voorbereid is op de toekomst. Hierbij is het verder ontwikkelen van een circulaire economie cruciaal. Het omarmen van transitiedoelstellingen is hierbij belangrijk en biedt tegelijkertijd kansen voor economische groei en veelzijdige werkgelegenheid. Ook het creëren en versterken van samenwerking tussen ondernemers, overheid, kennisinstellingen en de omgeving is hier een hoofddoel. De missie is geslaagd als dit kan met verbetering van het leefklimaat van Flevolanders.

Op deze manier draagt het toekomstbestendige bedrijfsleven mee aan economische groei en aan brede welvaart in Flevoland. De laatste programmalijn is ruimtelijk-economische ontwikkeling. Hier heeft de provincie als doel om ervoor te zorgen dat de groei van vestigingen en banen passen bij de behoeften vanuit inwoners en bedrijven. Maar de ruimte is beperkt. Daarom investeert de provincie in economische ontwikkeling met aandacht voor bodem, water, natuur, energie, mobiliteit, landschap, duurzaamheid en gezondheid. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de formele werklocaties. Door zowel het toekomstbestendig maken van bestaande werklocaties als het ontwikkelen van nieuwe werklocaties. Beoordelingskader Tabel 3-3: Beoordelingskader regionale economie

Thema

Aspect

Regionale economie

Verdienvermogen MKB, woon-werk balans en werkgelegenheid Onderwijs-/kennisinfrastructuur

Doelbereik • • •

•

Verduurzaming bedrijfsleven Aanbod en kwaliteit werklocaties

3.2.2

Woon-werk balans Spanningsindicator/tekorten Energieverbruik bedrijfsleven Aanbod/ intensivering /kwaliteit bedrijventerreinen

Huidige situatie Verdienvermogen MKB, woon-werk balans en werkgelegenheid Verdienvermogen MKB Hoewel de meeste banengroei in de grootteklasse eenmanszaken heeft plaatsgevonden, is het belang van eenmanszaken als werkverschaffer relatief bescheiden. De economie van Flevoland leunt vooral op het mkb (bedrijven met 2-250 werkzame personen). Het Flevolandse mkb is goed voor 62% van de totale werkgelegenheid, en in 2024 was bijvoorbeeld het kleine mkb (2-50 werkzame personen) goed voor een werkgelegenheidsgroei van ruim 2.000 banen 9 . Het verdienvermogen van het Flevolandse mkb, gemeten in toegevoegde waarde, bedroeg in 2022 ruim 8 miljard Euro. In 2013 was dit nog 7 miljard Euro. Het mkb had hiermee in 2022 een aandeel van 64% in de totale Flevolandse toegevoegde waarde (67% in 2013) 10 . De groot- en detailhandel heeft met aandeel van 30% het grootste aandeel in de totale toegevoegde waarde van het Flevolandse mkb.

9 Vestigingenregister

Flevoland (2024), per peildatum 1 april 2024

10 Stichting LISA (2023), Toegevoegde Waarde cijfers en Productie, register Flevoland

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Woon-werk balans Omliggende regio’s hebben een grote aantrekkingskracht op de beroepsbevolking van Flevoland. Een derde van de werkzame personen werkt in de regio Groot-Amsterdam. Aan de oostzijde is de Veluwe een belangrijke werkbestemming. We zien dit terug in de pendel tussen woon- en werklocaties. Ongeveer de helft van de werknemers werkt in Flevoland, het resterende deel buiten de regio 11 . In Flevoland ligt bovendien het aantal banen per hoofd van de beroepsbevolking met 0,84 ruim onder het Nederlands gemiddelde (zie f iguur), al is dit saldo sinds 2013 wel verbeterd (was 0,77).

s a ldo banen per hoofd beroepsbevolking

Saldo aantal banen per hoofd van de beroepsbevolking 1,2 1 0,8 0,6 0,4 0,2 0 2013

2014

2015

2016

2017

2018

Provincie Flevoland

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Nederland gemiddeld

Figuur 3-7: Aantal werkzame personen per hoofd van de beroepsbevolking. Bron: Vestigingenregister Flevoland

Werkgelegenheid In 2024 waren er ruim 218.500 personen werkzaam in Flevoland 12 . Dat is 6.700 meer dan in 2023. De werkgelegenheid in Flevoland ontwikkelt zich sterker dan landelijk (zie onderstaande figuur). Tussen 2010 en 2024 is de werkgelegenheid met 25 procent toegenomen, en vanaf de jaren 2017/18 overtreffen de groeicijfers van Flevoland elk jaar (ruimschoots) het landelijk gemiddelde.

250.000

130

200.000

120

150.000 110

100.000 100

50.000 0

index (2010 = 100)

aantal werkzame personen

Ontwikkeling werkzame personen

90 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Flevoland

Index Flevoland

Index Nederland

Figuur 3-8: Ontwikkeling werkzame personen, Flevoland en Nederland (2010 -2024). Bron: Vestigingenregister Flevoland

Flevoland kan getypeerd worden als een diensteneconomie. Meer dan 80% van de werkzame personen werkt in de dienstensector. Dat is vergelijkbaar met Nederland. De grootste sectoren (in arbeidsvolume) zijn de groot- en detailhandel en de gezondheidszorg en welzijn, en de zakelijke dienstverlening. Juist deze sectoren zorgden in de afgelopen jaren voor een groot deel van de banengroei. Ten opzichte van Nederland als geheel is Flevoland sterk gespecialiseerd in de sectoren overige zakelijke dienstverlening, de landbouw, bosbouw en visserij, en de grooten detailhandel.

11 Economic Board Flevoland (2023), Flevoland Monitor 2023. Hogeschool Windesheim in opdracht van de

Economic Board Flevoland. URL: https://economicboardflevoland.nl/flevoland-monitor/ 12 Vestigingenregister Flevoland (2024), per peildatum 1 april 2024

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

De regionale arbeidsmarkt is te typeren als zeer krap, hoewel de spanning op de arbeidsmarkt onder het Nederlands gemiddelde ligt 13 . Die krapte doet zich vooral voor bij de praktische en middelbaar geschoolde beroepen. Net als in de rest van Nederland hebben werkgevers in Flevoland veel moeite om vacatures te vervullen. De krapte verschilt per sector, maar dienstverlenende beroepen, agrarisch beroepen en ICT-beroepen kennen de hoogste spanning in Flevoland. Deze krappe arbeidsmarkt leidt ook tot een laag werkloosheidspercentage. In 2013 lag het Flevolandse werkloosheidspercentage met 10% nog ruim boven het Nederlands gemiddelde, in 2023 is deze gedaald tot 3,7% waarmee de werkloosheid op hetzelfde niveau ligt als het landelijk gemiddelde 14 . De werkloosheid onder jongeren was in 2023 met 8,8% nog wel bovengemiddeld hoog (8,2% landelijk)15 .

Werkloosheidspercentage

Ontwikkeling werkloosheidspercentage 12 10 8 6 4 2 0 2013

2014

2015

2016

2017 Nederland

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Flevoland

Figuur 3-9: Ontwikkeling werkloosheidspercentage. Bron: CBS

Versterken onderwijs-/kennisinfrastructuur (aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt) In Flevoland is het basis- en praktijkonderwijs goed vertegenwoordigd. In mindere mate is er in Flevoland hoger en universitair onderwijs aanwezig (de Aeres hogeschool in Dronten, en dependances van Wageningen University & Research, o.a. in Lelystad). Hbo-onderwijs wordt verder in Almere aangeboden door de Hogeschool Windesheim. Diverse MBO-locaties zijn verspreid door de provincie aanwezig. Met een beperkt aanbod aan hoger- en universitair onderwijs trekken jongeren weg uit de regio voor hun vervolgopleiding of studie. Dat verhoogt de kans dat ze niet meer terugkomen. Dat terwijl juist goed opgeleide jongeren nodig zijn om de verschillende clusters in Flevoland verder te laten groeien. Er ligt dan ook een opgave in het versterken van de kennisinfrastructuur in Flevoland. Digitalisering en verduurzaming bedrijfsleven Flevoland kenmerkt zich op dit moment door een aantal gevestigde en ontwikkelende clusters op uiteenlopende terreinen. Vijf clusters die er uit springen zijn de agrofood, de logistiek (logistiek cluster Almere -LelystadZeewolde), het maritieme cluster (Urk), de maakindustrie en de bouw. Ook op het gebied van voertuigtechnologie is rondom het MITC in Marknesse een cluster in ontwikkeling. Deze clusters zijn verbonden met het DNA van Flevoland.

Het zijn sectoren met een dynamisch mkb-weefsel, maar die nog veelal klein zijn en onafhankelijk van elkaar opereren. Dat wil zeker niet zeggen dat deze clusters onbelangrijk zijn voor de Flevolandse economie. De Strategische Agenda Flevoland stelt als opgave dat bestaande clusters moeten worden uitgebouwd zodat ze op bovenregionaal niveau onderscheidend zijn 16 . Een sterk en veerkrachtig bedrijfsleven is voorbereid op de toekomst. Bedrijven die stappen zetten in de transities die voor hun eigen bedrijfstype relevant zijn. Of dit nu digitalisering is of het verminderen van uitstoot of gebruik van grondstoffen. Een goed draaiende, innovatieve en duurzame economie is een belangrijke voorwaarde voor brede welvaart. Daarom zet Flevoland in op een toekomstbestendig bedrijfsleven. Verduurzaming is hier onderdeel van, en bedrijven hebben hier de afgelopen jaren stappen in gezet. Dat is onder

13 Hier wordt gekeken naar de spanningsmarktindicator

van het UWV: een maat voor de krapte (spanning) op de arbeidsmarkt, waarbij – kort door de bocht gesteld - het aantal vacatures wordt afgezet tegen het aantal werkzoekenden. 14 CBS (2024), Statline: Arbeidsdeelname; provincies 15 CBS (2024), Statline: Arbeidsdeelname; provincies 16 Provincie Flevoland (2022), Over de brug komen: Strategische Agenda Flevoland 1.0

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

meer te zien in de daling van de CO₂-uitstoot. Gemiddeld gezien is de CO₂-uitstoot van de vier sectoren opgenomen in onderstaande figuur gedaald met 30% ten opzichte van 2010.

CO₂-uitstoot kton

CO₂-uitstoot naar sector, Flevoland 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Publieke dienstverlening

Commerciële dienstverlening

Landbouw, bosbouw en visserij

Industrie, energie, afval, water

2021

2022

2023

Figuur 3-10: CO₂-uitstoot naar sector. Bron: Klimaatmonitor

Aanbod en kwaliteit werklocaties Flevoland beschikt over 113 bedrijventerreinen, inclusief bedrijve nterreinen die in ontwikkeling zijn zoals Port of Urk en het binnendijkse bedrijventerrein Flevokust Haven. Daarnaast beschikken met name Almere en Lelystad over enkele locaties waar kantoren zich concentreren. Werklocaties zijn belangrijk voor de Flevolan dse economie: ze huisvesten ruim een derde van de Flevolandse werkgelegenheid 17 . Vanuit het bedrijfsleven is er veel interesse in beschikbare kavels op Flevolandse bedrijventerreinen. In de uitgiftecijfers is te zien dat vanaf 2017 de jaarlijkse uitgifte van bedrijfskavels toeneemt, met enkele pieken als gevolg van grootschalige vestigers op bijvoorbeeld bedrijventerrein Flevokust. Deze toename van de uitgifte heeft ertoe geleid dat het nog beschikbare aanbod is gedaald. Van de totale netto oppervlakte bedrijventerrein van 2.823 hectare was per 1 januari 2024 2.123 hectare uitgegeven.

Ontwikkeling uitgifte bedrijventerreinen Flevoland, 2010-2023 150

ha

100 50 0 2010

2011

2012

2013

2014

2015

Gerealiseerde uitgifte

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Gemiddelde uitgifte 2010-2023

Figuur 3-11: Ontwikkeling uitgifte bedrijventerreinen Flevoland, 2010 -2023

Via het spoor ruimtelijk-economische ontwikkeling wordt ingezet op een toekomstbestendig ondernemersklimaat waar ruimte is voor ondernemers om te kunnen groeien. Dit betekent dat er, naast de ontwikkeling van nieuwe werklocaties, ook wordt gekeken naar het toekomstbestendig maken van bestaande werklocaties. Denk hierbij o.a. aan het vergroenen en klimaatadaptief maken van werklocaties (hittestress, wateroverlast), en aandacht voor verduurzaming. Gemiddeld gezien kan ook de ruimte op Flevoland bijvoorbeeld

17 Provincie Flevoland (2024), Vestigingenregister

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

beter worden benut, bezien vanuit indicatoren als de Floor -Space Index (FSI), of het gemiddelde bebouwingspercentage 18 . Hoewel er vooruitgang is geboekt, zijn er ook uitdagingen. Een belangrijk obstakel is de wet- en regelgeving rondom circulair inkopen en bouwen. Gemeenten en andere overheden willen graag strengere eisen stellen voor circulair bouwen, maar lopen tegen juridische beperkingen aan. Daarom is Flevoland betrokken bij de ontwikkeling van een juridische landkaart die inzicht geeft in de mogelijkheden en beperkingen voor circulaire gebiedsontwikkeling.

3.2.3

3.2.4

Trends en ontwikkelingen •

De economische groei in Flevoland is over het algemeen vergelijkbaar met die van Nederland, maar is iets sterker op de lange termijn. Tussen 2011 en 2021 groeide het bruto regionaal product (brp) van Flevoland met 33,5%, iets meer dan de 31,7% groei van he t nationaal bruto binnenlands product (bbp). Hoewel de coronacrisis minder impact had op Flevoland dan elders in het land, blijft een hogere arbeidsproductiviteit noodzakelijk voor verdere groei. Innovatie en efficiëntere productiemethoden zijn cruciaal om dit te bereiken.

•

Digitalisering speelt een steeds grotere rol in de Flevolandse economie, vooral binnen de gevestigde en opkomende clusters zoals de agrofood-, logistieke en maakindustrie. Bedrijven zetten steeds meer in op digitale transformaties, zowel in hun processen als in hun producten. Deze verschuiving draagt bij aan de efficiëntie en concurrentiekracht van het bedrijfsleven en maakt het mogelijk om beter in te spelen op de veranderende marktvraag. Dit biedt kansen voor groei, maar vereist ook investeringen in technologie en digitale vaardigheden binnen de regio.

Beoordeling referentiesituatie De regionale economie van Flevoland laat een sterke groei zien, gedreven door een dynamisch mkb dat goed is voor het merendeel van de werkgelegenheid en toegevoegde waarde. Tegelijkertijd blijft de provincie sterk afhankelijk van omliggende regio’s door een beperkte woon-werkbalans en een tekort aan hoger onderwijs, wat talentbehoud bemoeilijkt. Sectoren zoals groot- en detailhandel, logistiek en agribusiness vormen belangrijke economische pijlers, maar verdere clusterontwikkeling is nodig om Flevoland bove nregionaal te positioneren. De arbeidsmarkt is krap, met tekorten in praktische en middelbaar geschoolde beroepen, ondanks een sterke werkgelegenheidsgroei en een dalend werkloosheidspercentage. Investeringen in verduurzaming, digitalisering en toekomstbestendige werklocaties zijn cruciaal om het economische potentieel van Flevoland volledig te benutten. Vanaf 2025 is er onzekerheid: digitalisering en verduurzaming kunnen de groei versterken, maar personeelstekorten en een beperkte kennisinfrastructuur kunnen deze groei belemmeren. Tegen 2050 is een sterke en stabiele economie mogelijk, mits investeringen en beleidsmaatregelen de juiste ontwikkelingen ondersteunen.

18 Bron: Provincie Flevoland (2024), Monitor Economisch Programma

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-12: Trend huidige situatie en autonome ontwikkeling regionale economie Tabel 3-4: Verklaring trendfiguur regionale economie

Beoordeling huidige Situatie

•

• • Autonome ontwikkeling

•

•

•

• Bandbreedte

•

• •

De regionale economie van Flevoland heeft de afgelopen jaren een gemengde ontwikkeling doorgemaakt. Enerzijds is er sprake van groei in bepaalde sectoren zoals logistiek, agribusiness en duurzame energie. Anderzijds blijft de regio achter op het gebied van hoogwaardige werkgelegenheid en diversificatie van de economische structuur. Flevoland kent een relatief hoge werkloosheid ten opzichte van het landelijke gemiddelde en een sterke afhankelijkheid van enkele sectoren. Dit maakt de economie kwetsbaar voor economische schommelingen. Gezien deze omstandigheden wordt de huidige situatie als neutraal beoordeeld. De verwachting is dat de economie van Flevoland op de middellange termijn kan profiteren van regionale en landelijke economische trends, zoals investeringen in infrastructuur en woningbouw. De geplande uitbreiding van woongebieden kan zorgen voor een grotere arbeidsmarkt en daarmee een aantrekkelijkere regio voor bedrijven. De verdere ontwikkeling van de logistieke sector en de doorontwikkeling van innovatieve landbouw kunnen bijdragen aan een positieve economische trend. Tegelijkertijd blijven er structurele uitdagingen, zoals het aantrekken van hoger opgeleiden en het vergroten van de diversiteit in de economische sectoren. Al met al wordt een licht positieve trend verwacht voor de autonome ontwikkeling.

De economische ontwikkeling is afhankelijk van verschillende onzekerheden, zoals nationale en internationale economische conjunctuur, arbeidsmarktontwikkelingen en de invloed van milieubeperkingen, zoals stikstof- en PFAS-regelgeving. Daarnaast spelen beleidsmaatregelen vanuit de EU en het Rijk een rol in de groeimogelijkheden van sectoren zoals landbouw en logistiek. Hierdoor blijft de bandbreedte onzeker (tussen matig en goed), maar met een potentieel voor verbetering onder gunstige omstandigheden.

3.3

Mobiliteit en bereikbaarheid

3.3.1

Inleiding, beoordelingskader en beleid Inleiding Mobiliteit en bereikbaarheid zijn essentieel voor de economische en sociale samenhang binnen Flevoland. Dit hoofdstuk beschrijft de staat van de infrastructuur, het openbaar vervoer en fietsgebruik, en de beschikbaarheid van elektrische laadinfrastructuur. Veranderingen in reistijden, verkeersveiligheid en de groei van elektrisch vervoer worden geanalyseerd, met aandacht voor de uitdagingen die de bevolkingsgroei met zich meebrengt.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Beleid •

Mobiliteitsvisie (2030): Deze mobiliteitsvisie is de visie op mobiliteit van de provincie Flevoland. Deze visie heeft het jaar 2030 als horizon. De provincie kiest daarom voor een mobiliteitsvisie op hoofdlijnen, aangevuld met een Programma Mobiliteit en Ruimte.

•

Programma Mobiliteit en Ruimte (2022): Het Programma Mobiliteit & Ruimte biedt houvast met concrete inhoudelijke afwegingskaders en verbindt deze met de doelstellingen en activiteiten van partners. Dit programma gaat aan de slag met de tien mobiliteitsdoelen uit de mobiliteitsvisie. De provincie wil dat reizigers snel, betrouwbaar en veilig kunnen reizen en kunnen kiezen tussen vervoermiddelen.

•

Partiële herziening Omgevingsprogramma Flevoland i.v.m. het Mobiliteit en Infrastructuur Testcentrum (MITC): Met deze wijziging van het Omgevingsprogramma wordt een kader gegeven voor de planologische inbedding van de ontwikkeling van het MITC op deze locatie. Het (Smart) Mobiliteit en Infrastructuur Testcentrum (MITC) is een cluster van onderling samenhangende bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en andere activiteiten dat wordt verplaatst richting Noordelijk Flevoland. Het doel hierbij is het versterken van de economische kracht van het gebied.

•

Partiële herziening omgevingsprogramma (i.v.m. actualisatie wegcategorisering provinciale wegen 2040): In deze partiële herziening van het Omgevingsprogramma Flevoland wordt de beoogde wegcategorisering van de provinciale wegen inzichtelijk gemaakt.

Hoofdlijnen beleidsdoelstelling Provincie Flevoland streeft naar een efficiënter mobiliteitsnetwerk. Als algemeen doel hanteert de provincie een reistijdnormfactor 1,25 van deur tot deur in Flevoland. De provincie wil dat reizigers snel, betrouwbaar en veilig kunnen reizen en kunnen kiezen tussen vervoersmiddelen. Hierbij is duurzaamheid het uitgangspunt; door bijvoorbeeld realisatie en onderhoud en aanbestedingen/inkoopsituaties te verduurzamen. In 2050 sluit de bereikbaarheid aan op de groei die de regio heeft doorgemaakt, zowel binnen de regio als naar buiten. De IJmeerverbinding is de stip op de horizon, omdat de verwachting is dat vanaf 2030 het niet meer toereikend zal zijn om te reizen naar Amsterdam zonder kwaliteitsverlies zoals files en volle treinen. De IJmeerverbinding is een geplande hoogwaardige openbaarvervoerverbinding (metro of snelle lightrail) tussen Amsterdam en Almere via het IJmeer, bedoeld om de bereikbaarheid en woningbouwontwikkeling te versterken. Ook is de ambitie de Lelylijn aan te leggen. Dit zal zorgen voor meer vitaliteit in de NOP. Het (Smart) Mobiliteit en Infrastructuur Testcentrum (MITC) is een cluster van onderling samenhangende bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en andere activiteiten dat wordt verplaatst richting Noordelijk Flevoland. Het doel hierbij is het versterken van de economische kracht van het gebied.

Tenslotte streeft de provincie naar een goede bereikbaarheid per fiets van economische en maatschappelijke kernen als gezond alternatief voor de auto. Ook wil ze nieuwe ontwikkelingen zoals e-fietsen faciliteren. Tot 2030 dient er een continue dalende trend zichtbaar te zijn in het aantal ernstige verkeersslachtoffers in Flevoland, met als uiteindelijk doel nul verkeersdoden in 2050. Beoordelingskader Tabel 3-5: Beoordelingskader mobiliteit en bereikbaarheid

Thema Mobiliteit en bereikbaarheid

Aspect Autobereikbaarheid OV-bereikbaarheid Langzaam verkeer (fietsen/wandelen) Verkeersveiligheid

3.3.2

Doelbereik • Verandering in- en uitgaande pendel • OV- en fietsgebruik • Vermindering reistijdverliezen • Vermindering verkeersslachtoffers

Huidige situatie Autobereikbaarheid Flevoland is goed aangesloten op het landelijke hoofdwegennet door middel van enkele belangrijke snelwegen, zoals de A6, die van Almere via Lelystad naar de Noordoostpolder loopt, en de A27, die Almere met Utrecht

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

verbindt. Deze snelwegen vormen de belangrijkste verkeersaders van de provincie, en zorgen voor de verbinding met de Metropoolregio Amsterdam, het noorden van Nederland en andere delen van het land. Naast de snelwegen speelt het onderliggende provinciale en lokale wegennet een belangrijke rol in de ontsluiting van kleinere kernen, zoals Dronten, Urk, en Zeewolde. De verbindingen tussen deze kernen en de snelwegen worden ondersteund door provinciale wegen zoals de N50 en N302. Het wegennetwerk van Flevoland is daarbij gericht op het efficiënt verwerken van zowel regionale als interregionale verkeersstromen, maar kampt door de toenemende bevolkingsgroei en forensenverkeer steeds vaker met capaciteitsprob lemen. De voornaamste knelpunten zijn zichtbaar op de A1 en A6, met name rondom het knooppunt Muiden. Deze congestie breidt zich uit tot de A6 richting Almere. Ondanks eerdere wegverbredingen blijft de druk op deze verbindingen groot 19 . Daarnaast kent Flevoland specifieke uitdagingen met betrekking tot de toegankelijkheid van werkgelegenheid. De woon-werkbalans is scheef, wat resulteert in een aanzienlijke pendel naar andere delen van Nederland, met name richting de Metropoolregio Amsterdam. Het bestaande hoofdwegennet heeft moeite om deze mobiliteitsstromen af te handelen, vooral tijdens de spitsuren.

Dit leidt tot toenemende filedruk en vertraagde reistijden, met negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid van banen buiten de provincie. Voor bepaalde gebieden, zoals Almere, blijft de wegbereikbaarheid ondanks de ingezette maatregelen een aandachtspunt. De geplande IJmeerverbinding vormt een belangrijke en noodzakelijke schakel om de verkeersdruk als gevolg van de uitbreiding van Almere, met name in de regio Pampus, voor een groot deel op te vangen. Echter, deze verbinding biedt slechts een gedeeltelijke oplossing, aangezien deze route niet direct aansluit bij de voornaamste bestemmingen van Flevolanders. Hierdoor blijft de A1/A6 de belangr ijkste route voor veel reizigers, ondanks de aanwezige verkeersdrukte. Daarnaast neemt de druk op het bestaande verkeerssysteem toe doordat Flevoland in andere gebieden ook verder groeit. Zeewolde heeft te maken met knelpunten bij de oversteek naar andere provincies via de N301 en N302, vooral door de congestie op de A28 buiten Flevoland. Ook de bereikbaarheid van Urk en de Noordoostpolder via de Ketelbrug wordt gehinderd door capaciteitsproblemen en vertragingen bij brugopeningen. Automobilisten Van alle Flevolanders van 15 jaar en ouder heeft 74% een rijbewijs. Per huishouden is er gemiddeld 1 auto. Als we kijken naar deelauto’s dan heeft Flevoland met 16,4 deelauto’s (excl.

P2P) per 100.000 inwoners minder deelauto’s dan het landelijke gemiddelde van 44,4 (CROW, 2023). Daarmee scoort Flevoland redelijk vergelijkbaar met andere provincies met een groot aandeel landelijk gebied. Aanbieders van deelauto’s concentreren zich nog vooral op de stedelijke agglomeraties. Het aantal laadpunten voor elektrische auto’s per 100.000 inwoners is met 774 vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde van 815 (CROW, 2023). De zuidelijke helft van Flevoland behoort tot de koplopers in Nederland.

19 Provincie Flevoland: Bereikbaarheidsonderzoek

100.000+ woningen Flevoland (2024)

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Zeewolde

Urk Noordoostpolder Lel ys tad Dronten Al mere ,000

,200

,400

,600

,800

1,000

1,200

1,400

Figuur 3-13 Aantal auto's per huishouden (CBS, 2020)

OV-bereikbaarheid De spoorlijn (Amsterdam/Schiphol, Almere, Lelystad, Zwolle) in Flevoland wordt bediend door de NS. Op dit spoortracé zijn er acht stations waarvan Almere Centrum en Lelystad de grootste zijn. Hiermee woont ca. 40% van de inwoners op fietsafstand (3km) van een station. Om te ontdekken welke aspecten ertoe doen in de beleving van de reiziger, is door NS Stations en ProRail een onderzoeksmethode ontwikkeld waarmee de impact van de verschillende maatregelen op de stationsbeleving van reizigers gemeten kan worde n. Dit is de stationsbelevingsmonitor (SBM). Via enquêtes worden reizigers gevraagd naar hun waardering van de stations. Met behulp van deze informatie worden de stations gemonitord en wordt er per station een focus geïdentificeerd en bekeken welke maatregelen wel of niet werken voor de reiziger. De score in de stationsbelevingsmonitor voor de stations is lager dan gemiddeld voor hun klasse (NS, ProRail). De Stationsbelevingsmonitor meet hoe reizigers Nederlandse treinstations ervaren, met aandacht voor tevredenheid, schoonmaak, veiligheid, voorzieningen, reisinformatie, toegankelijkheid en sfeer. Voor de bus zijn er vanaf december 2023 twee concessies in Flevoland: concessie Almere waar Keolis de vervoerder is en IJssel-Vecht waar EBS rijdt.

Deze vervoerders bedienen 391 bushaltes (halteparen) waardoor het overgrote deel van de inwoners een bushalte in de buurt heeft. De busstations Emmeloord en Almere ’t Oor zijn naast de stations nu al knooppunten/hubs. Op Urk en in Zeewolde worden de komende jaren centrale knooppunten ontwikkeld waar mensen makkelijk op de bus kunnen stappen.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Zeewolde Urk Noordoostpolder

Lel ys tad Dronten

Al mere 0,0

0,2

0,4

0,6

0,8

1,0

km Figuur 3-14: Afstand tot bushalte in km per gemeente per inwoner

Al mere

7,4 7,7

0

Lel ys tad

7,8 7,7 7,9 7,8

0

OV-regi o IJsselmond

8,1 7,8 7,6 7,7

0

7,7 7,7

0

2 2018

4 2019

2020

6 2021

8

10

2022

Figuur 3-15: Klantwaardering openbaar vervoer (CROW)

In onderstaande afbeeldingen is de afstand tot de dichtstbijzijnde bushaltes en treinstations weergegeven.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-16: Afstanden tot treinstations (boven) en bushaltes (onder) in de provincie Flevoland (bron: Antea Group, 2025).

Langzaam verkeer (fietsen/wandelen)

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Langzaam verkeer, zoals fietsen en wandelen, speelt een belangrijke rol in de mobiliteit van Flevoland. De provincie beschikt over een goed ontwikkeld netwerk van vrijliggende fietspaden langs provinciale wegen, wat zorgt voor veilige en efficiënte verbindingen tussen steden en dorpen. Daarnaast biedt het volledig dekkende fietsknooppuntennetwerk een sterke basis voor recreatief gebruik. Het recreatieve fietsen in Flevoland groeit, mede door de populariteit van elektrische fietsen. Deze maken langere afstan den mogelijk, met een gemiddelde actieradius van 6,3 kilometer per rit, bijna twee keer zoveel als die van een traditionele fiets. Het fietsnetwerk wordt daarnaast gedeeld met gebruikers zoals brommers, scooters en brommobielen, wat de infrastructuur intensiever belast. Fietsen is een essentieel vervoermiddel in Flevoland, zowel recreatief als utilitair. Het dient als een gezond en duurzaam alternatief voor gemotoriseerd vervoer. In stedelijke gebieden zoals Almere en Lelystad speelt de fiets een belangrijke rol voor korte afstanden tussen woon- en werkgebieden. Tegelijkertijd wordt fietsen steeds vaker gebruikt als voor- en natransport bij het openbaar vervoer. Stations en busstations in de provincie zijn voorzien van stallingsmogelijkheden, hoewel de capaciteit en kwaliteit hiervan per locatie variëren 20 .

Naast fietsen is wandelen een populaire activiteit, vooral in natuur - en recreatiegebieden. Het wandelnetwerk is gericht op recreatieve routes en sluit goed aan op de toeristische infrastructuur. Ondanks de sterke basis in zowel fiets- als wandelinfrastructuur, zijn er enkele knelpunten. De toename van e -fietsen en andere gemotoriseerde lichte voertuigen leidt tot hogere snelheidsverschillen op fietspaden, wat de verkeersveiligheid onder druk zet. Ouderen en recreatieve fietsers ervaren regelmatig conflicte n met sneller verkeer. Daarnaast zijn er op bepaalde locaties ontbrekende schakels in het fietsnetwerk of worden fietspaden onderbroken door kruisingen met provinciale wegen, wat de doorstroming en veiligheid van fietsers beperkt. Ook enkele wandelpaden ka mpen met slijtage en beperkte toegankelijkheid, vooral in afgelegen gebieden. Over het algemeen biedt Flevoland een solide infrastructuur voor langzaam verkeer. Het goed onderhouden fietsnetwerk en de recreatieve mogelijkheden maken fietsen en wandelen aantrekkelijk. Verkeersveiligheid Flevoland is een relatief jonge provincie. Hierdoor zijn bijvoorbeeld bij de inrichting van de steden al mogelijkheden geweest om fietsers een aparte infrastructuur te geven. Ook is de inrichting van de wegen relatief ruim met vaak gescheiden rijbanen en brede bermen.

Hierdoor is het mogelijk om op veel provinciale wegen een snelheid van 100km/u toe te staan. Echter is er op een deel van het netwerk nog wel een wens voor het aanleggen van een parallelweg, waar niet overal ruimte voor is. De provincie heeft veel lange rechte wegen waar vaak te hard wordt gereden. Daarnaast zorgt dit ook voor polderblindheid door afwezigheid van prikkels. Dit zorgt ervoor dat je als bestuurder minder snel reageert op onverwachte gebeurtenissen in het verkeer met als gevolg soms hele ernstige ongevallen, regelmatig met letsel of overlijden tot gevolg. De overige risicofactoren die ook van belang zijn voor de verkeers(on)veiligheid zijn o.a. (fiets-)verlichting, afleiding en fietsers die met hoge snelheden onge regelde gelijkwaardige kruispunten/fietsoversteken. Specifieke risicovolle locaties waar deze en andere risico’s optreden zijn: • N302 Markerwaarddijk • N305 Biddingringweg • N714 Espelerweg In Flevoland vielen in 2022 17 verkeersdoden (CBS). Dit was het laagste aantal van alle provincies. Het aantal (dodelijke) ongevallen fluctueert de afgelopen jaren en blijft min of meer stabiel, terwijl de ambitie is om het aantal slachtoffers te halveren in 2030 en in 2050 nul verkeersdoden.

20 Mobiliteitsvisie Flevoland 2030

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

18

350

ernstige verkeersongevallen

16

verkeersdoden

14 12 10

8 6 4 2 0

300 250 200

150 100 50 0

2018

2019

2020

2021

2022

2018

2019

2020

2021

Figuur 3-17: Verkeersdoden in Flevoland per jaar Figuur 3.14 Verkeersongevallen met letsel/dodelijke afloop in Flevoland per jaar

3.3.3

Trends en ontwikkelingen •

Gebruikspatronen: De veranderende gebruikspatronen, zoals de opkomst van e -fietsen, vragen om aandacht voor de capaciteit en veiligheid van de infrastructuur. Het aanpakken van de huidige knelpunten is van belang om langzaam verkeer verder te ondersteunen als duurzaam en gezond alternatief in de mobiliteit van de provincie.

•

Versterking van elektrische laadinfrastructuur: Het aantal elektrische voertuigen zal de komende jaren sterk toenemen. Dit vraagt om een verdere uitbreiding van laadpalen, zowel in stedelijke als in landelijke gebieden, om de energietransitie te faciliteren.

•

Vergrijzing en openbaar vervoer: De vergrijzing zal de vraag naar toegankelijk en betrouwbaar openbaar vervoer, of beter publieke mobiliteit, vergroten, vooral in gebieden met een afnemende bevolkingsdichtheid. Flexibele en vraaggestuurde vervoersoplossingen worden steeds belangrijker. Druk op de wegen door toenemende bevolking: De groei van de bevolking en de werkgelegenheid zorgt voor toenemende druk op het wegennet, met name op de A6. Dit vraagt om verdere investeringen in de wegcapaciteit en het verminderen van files.

3.3.4

Beoordeling referentiesituatie Flevoland heeft de afgelopen decennia positieve stappen gezet in de mobiliteit, met goede aansluiting op het hoofdwegennet en groeiende vervoersmogelijkheden. Toch blijft de situatie deels neutraal door structurele knelpunten in de infrastructuur, vooral de A6 en A27, die het groeiende verkeer niet altijd goed kunnen verwerken. Dit zorgt voor oplopende filedruk en reistijden, wat de bereikbaarheid belemmert. Vanaf 2025 wordt een lichte verbetering verwacht, vooral door verduurzaming en de uitbreiding van elektrische laadinfrastructuur, wat de mobiliteit ten goede zal komen. De groei in flexibel openbaar vervoer en fietsnetwerken zal de provincie helpen om meer duurzame mobiliteit te faciliteren. De positieve verschuiving komt hierdoor vooral door de verwachte investeringen en innovatieve oplossingen en meer deelmobiliteit. Deze ontwikkeling kan de mobiliteit verder verbeteren, zolang de druk op de wegen niet te veel blijft toenemen. Tegen 2050 wordt een uitstekende situatie verwacht als de investeringen in infrastructuur de groei bij kunnen houden, vooral met slimme mobiliteitsoplossingen en uitbreiding van het openbaar vervoer.

Als deze maatregelen echter niet tijdig en in voldoende mate worden doorgevoerd, kunnen de knelpunten in de wegcapaciteit blijven bestaan, waardoor de vooruitzichten in de lagere bandbreedte van de beoordeling zouden kunnen blijven hangen.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-18: Trend huidige situatie en autonome ontwikkeling mobiliteit en bereikbaarheid Tabel 3-6: Verklaring trendfiguur mobiliteit en bereikbaarheid

Beoordeling huidige Situatie

•

• Autonome ontwikkeling

•

• Bandbreedte

•

•

Flevoland beschikt over een goed wegennetwerk, dat de afgelopen 25 jaar is verbeterd, met de A6 en A27 als belangrijkste routes. Echter, de toenemende congestie rond Almere en Lelystad heeft een groeiende impact op de reistijden. Het OV heeft een redelijke dekking, maar buiten stedelijke gebieden blijft de bereikbaarheid beperkt. Fiets- en wandelvoorzieningen zijn goed, maar de groei van e-fietsen vraagt om verbeteringen in infrastructuur en veiligheid. Ondanks relatief weinig verkeersdoden blijven hoge snelheden en lange rechte wegen risicofactoren. Gezien deze omstandigheden wordt de huidige situatie als neutraal beoordeeld. Bevolkingsgroei en economische ontwikkeling vergroten de mobiliteitsdruk, wat zonder investeringen tot verslechtering leidt. De toename van elektrische mobiliteit vereist uitbreiding van laadinfrastructuur en aanpassing van het netwerk. Vergrijzing vergroot de behoefte aan flexibel OV en deelmobiliteit. De effectiviteit van verkeersveiligheidsmaatregelen hangt af van tijdige uitvoering. Bij voldoende investeringen verbeterd de autonome ontwikkeling tot licht positief. Investeringen in het wegennet en het spoornetwerk (zoals de mogelijke Lelylijn) kunnen de bereikbaarheid sterk verbeteren. Zonder deze maatregelen verslechteren de knelpunten, vooral op de A6 en A27. Duurzaam vervoer en laadinfrastructuur bieden kansen, mits goed gefaciliteerd.

De ontwikkeling varieert van matig zonder investeringen tot positief bij succesvolle realisatie van projecten.

3.4

Landbouw

3.4.1

Inleiding, beoordelingskader en beleid Inleiding Landbouw vormt een belangrijke pijler van de Flevolandse economie en is van groot belang voor de voedselproductie en het landschap. Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de huidige stand van de landbouwsector, inclusief innovaties op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Beleid •

Bouwstenennotitie Flevoland Natuurinclusief (2023): Een uitvoeringsprogramma naar aanleiding van een motie van Provinciale Staten – aangenomen op 28 april 2021 – die het College van Gedeputeerde Staten heeft opgedragen om biodiversiteit als uitgangspunt van provinciaal beleid te nemen. Deze bouwstenennotitie geeft hier invulling aan. Dit omvat vijf opgestarte natuurbeleidstrajecten, natuurinclusieve doorontwikkeling naar invulling van de motie en hoe dit gezamenlijk met partners behaald kan worden.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

•

Conceptontwerp Flevolands Programma Landelijk Gebied (2023): Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) heeft het Rijk de twaalf provincies gevraagd een FPLG op te stellen. In het Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG) zijn de hoofddoelen herstel van de biodiversiteit in combinatie met een toekomstbestendige landbouw. Dit beleidsstuk dient zowel als programma als uitvoering.

•

Beleidsregel ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland (2024): Met deze beleidsregel willen Gedeputeerde Staten aangeven op welke wijze zij omgaan met de uitgangspunten zoals die in het Omgevingsprogramma Flevoland zijn geformuleerd met betrekking ontwikkelingen in het landelijk gebied. De beleidsregel stelt dat niet-agrarische en/of agrarisch aanverwante activiteiten op (voormalige) agrarische bouwpercelen zijn mogelijk, tenzij belemmeringen en hinder ontstaan voor het functioneren van de naastgelegen (agrarische) bedrijven en/of activiteiten, zoals wonen en recreëren.

•

Programma Landschap van de Toekomst: Visie, ambities, handvatten en uitvoeringsprogramma voor hoge ruimtelijke kwaliteit in Flevoland. Het is, sinds de aanleg van de polder, het eerste integrale document op regionaal-provinciaal niveau dat de kwaliteiten van Flevoland in beeld brengt en visie s en ambities schetst voor de toekomst.

•

Natuurbeheerplan Flevoland: In dit plan beschrijft de provincie de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor het beheer van natuurgebieden, landschapselementen en voor agrarisch natuurbeheer inclusief groenblauwe diensten in de provincie. Het plan bevat de begrenzing van de natuurgebieden en agrarische natuurgebieden, met name toegespitst op de internationale biodiversiteitsdoelen en de internationale natuurgerichte agromilieu-, water en klimaatdoelen.

Hoofdlijnen beleidsdoelstelling Na 2030 staat Flevoland bekend om haar meerdere smaken in de agrosector, die door haar aanpassingsvermogen vernieuwingen en innovaties voortvarend en snel in praktijk brengt. Flevoland ligt ideaal als productiegebied voor de Randstad. Daarom is Flevoland goed gepositioneerd om koploper te worden in de productie van plantaardige voeding en bouwmaterialen. In Flevoland zullen de voorlopers van de sector, die worden gesteund door onderzoek, onderwijs en overheid zitten. Hierbij is het van belang dat agrarische bedrijven toekomstbestendige landbouw kunnen ondernemen in balans met een vitale natuur. De regio zal bijvoorbeeld een teeltplan invoeren voor 6000 ha waarmee een forse reductie van broeikasgas(-55% in 2030 tov 1990), pesticiden (-50% tov 2015), kunstmest (-20%) en nutriënten (-50%) mogelijk is. In 2030 en verder staat Flevoland bekend als de grondstoffenleverancier voor de circulaire economie. In 2050 heeft de provincie zelfs een 100% circulaire economie. (Rest) stromen uit de landbouw, bedrijven en huishoudens maken we geschikt voor duurzaam (her)gebruik. Ook op landelijk gebied is er, mede dankzij de ontwikkelingen in de landbouwsector, meer ruimte voor ontwikkeling op meerdere functies zoals lokale toerisme en producten zolang deze bestaande activiteite n en functies niet hinderen. Beoordelingskader Tabel 3-7 Beoordelingskader landbouw

Thema

Aspect

Landbouw

Toekomstbestendige landbouw

Doelbereik • • • •

3.4.2

Innovaties in de landbouw Verdiencapaciteit Toename (her)gebruik materialen Voorzieningenniveau dorpen en landelijk gebied

Huidige situatie Algemene beschouwing landbouw in Flevoland De landbouw in Flevoland wordt gekenmerkt door vruchtbare grond, een efficiënte verkaveling en een hoge mate van mechanisatie en schaalvergroting. De provincie behoort tot de duurste landbouwgebieden ter wereld door de hoge grondprijzen, wat de financieringslasten voor agrarische bedrijven verhoogt en het bedrijfsrendement onder druk zet. Akkerbouw vormt de belangrijkste sector en richt zich op voedselproductie voor directe consumptie in Noordwest-Europa, evenals de teelt van pootgoed en zaaizaden voor de internationale markt.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Daarnaast zijn melkveehouderij, biologische landbouw, bloembollenteelt, fruitteelt en glastuinbouw belangrijke onderdelen van de agrarische sector 21 . De sector staat voor verschillende uitdagingen, waaronder de stijgende kosten van grond en productie, de toenemende afhankelijkheid van technologische innovaties en de noodzaak om te voldoen aan veranderende milieueisen en maatschappelijke verwachtingen. De relatie tussen landbouw en samenleving is een aandachtspunt, mede door de groeiende nadruk op duurzaamheid en biodiversiteit. Tegelijkertijd blijft de landbouwsector een belangrijke economische pijler in de regio, met een sterke positie in zowel national e als internationale markten.

250

16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0%

Aantal

200

150 100 50 0 2015

2016

2017

Aantal bedrijven

2018

2019

2020

2021

Aandeel

Duurzame landbouw Een manier om de verduurzaming van de landbouwsector in kaart te brengen is de ontwikkeling van biologische landbouw. Onder biologische landbouw wordt een productiewijze verstaan waarbij geen kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In plaats daarvan worden organische mest en biologische gewasbeschermingsmethoden toegepast. Het aantal biologische bedrijven is gestegen van 160 in 2015 naar 248 in 2022. Dit aantal groeit elk jaar. Deze toename is een stijging van 55%, wat hoger is dan gemiddeld in Nederland (+43%). Het afgelopen jaar is het aantal biologische landbouwbedrijven in Flevoland gestegen met +4,2%. Landelijk was dit +3,6%. Het aandeel van biologische landbouwbedrijven in de hele landbouwsector neemt toe (zie onderstaande figuur). In 2015 lag dit aandeel op 9%, inmiddels is dit gestegen naar 15%. Het totale landbouwareaal in gebruik door biologische bedrijven in Nederland is gestegen met 87,5 hectaren 2015 naar 131,4 hectare in 2022 (+50%).

2022

Aandeel biologische bedrijven in totaal landbouwbedrijven

Figuur 3-19: Aantal biologische bedrijven en het aandeel van biologische bedrijven in het totaal van landbouwbedrijven. Bron: CBS landbouwtelling & WUR

Circulariteit Circulaire landbouw is een landbouwsysteem dat gericht is op het minimaliseren van afval en het sluiten van kringlopen binnen de landbouw. Het concept is gebaseerd op de principes van de circulaire economie, waarbij grondstoffen zo efficiënt en duurzaam mogelijk worden gebruikt, met als doel de impact op het milieu te verkleinen. Bij circulaire landbouw worden reststromen, zoals mest, gewasresten of voedselafval, niet als afval gezien, maar als waardevolle grondstoffen die opnieuw in de productieketen kunnen worden gebracht. De transitie richting kringlooplandbouw is gebaat bij korte voedselketens, omdat kringlopen dan gemakkelijker te sluiten zijn. Korte ketens zorgen ook voor minder voedselkilometers((lagere CO₂-uitstoot, minder milieubelasting), meer leveringszekerheid en ondersteunen het verdienvermogen van de boer. Daarom is het aantal bedrijven met een korte keten als nieuwe indicator in de monitor Omgevingsvisie opgenomen. Een bedrijf heeft een korte keten op het moment dat er geen of maximaal een schakel zit tussen de producent (boer/tuinder) en consument. In totaal heeft 13% (219 bedrijven) van de Flevolandse agrarische bedrijven een korte keten. Per sector verschilt het a antal bedrijven met korte ketens (zie figuur 5). Het percentage bedrijven met een korte keten ligt in Flevoland 0,5% lager dan gemiddeld in Nederland.

De verschillen hebben sterk te maken met de aanwezigheid van bedrijfstypen per provincie. Een belangrijk aspect daarbij is de mate waarin bewerking van producten nodig is voordat het kan worden verkocht. Ook de geringe bevolkingsdichtheid in Flevoland kan een rol spelen. 21 Visie op Landbouw 2050- Flevoland

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Totaal

13%

Overig tuinbouw

87%

22%

Overig landbouw

78%

13%

Overig graasdier

88%

15%

Melkvee

85%

7%

93%

Leghennen

44%

Glastuinbouw

56%

29%

Blijvende teelt

71%

34%

Akkerbouw

66%

10%

0%

90%

10%

20%

30%

40%

Korte keten

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Niet - korte keten

Figuur 3-20: Aandeel van de Flevolandse agrarische bedrijven dat actief is met een korte keten, totaal en per sector, 2020. Bron: CBS Landbouwtelling & WUR. De WUR heeft in 2021 een uitgebreide factsheet gepubliceerd over agrarische afzet via korte ketens in Flevoland.

Verbredingsactiviteiten Agrarische ondernemers vinden naast traditionele verdienmodellen steeds vaker een aanvullende inkomstenbron. Het gaat om verbredingsactiviteiten die niet direct gerelateerd zijn aan de primaire agrarische activiteiten (zie hiernavolgende figuur). In 2020 hebben bijvoorbeeld 364 bedrijven inkomsten gegenereerd met de opwekking van duurzame energie.

opwekking duurzame energie voor levering natuurbeheer stalling van goederen / dieren verwerking landbouwproducten boederij educatie agrotoerisme zorgboerderij agrarische kinderopvang 0

50

100

150

200

250

300

350

400

Aantal Figuur 3-21: Aantal Flevolandse agrarische bedrijven met verbredingsactiviteiten (2020). Bron: CBS

3.4.3

Trends en ontwikkelingen •

Toename van kringlooplandbouw: De transitie naar kringlooplandbouw zal doorzetten, waarbij boeren meer lokaal gaan produceren en reststromen optimaal gebruiken.

•

Groei in duurzame energieopwekking door agrariërs: Steeds meer agrarische bedrijven wekken eigen energie op, bijvoorbeeld met zonne-energie. Dit biedt kansen voor verdere verduurzaming van de landbouw, maar vraagt ook om een betere aansluiting op het energienet.

•

Aanpassing aan klimaatverandering: De landbouw zal zich steeds meer moeten aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals extremere weersomstandigheden en langere periodes van droogte. Innovaties in waterbeheer en droogtebestendige gewassen worden steeds crucialer.

•

Toenemende druk door milieuwetgeving en biodiversiteitsverlies: De landbouwsector staat onder druk door striktere eisen rond stikstofuitstoot, waterkwaliteit, bemestingsregels en bodemgezondheid.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Tegelijkertijd speelt het verlies aan biodiversiteit een groeiende rol. Deze uitdagingen vragen om innovatieve oplossingen, samenwerking in de keten, en duidelijk toekomstperspectief voor agrariërs.

3.4.4

Beoordeling referentiesituatie De landbouw in Flevoland heeft sinds 2000 een positieve ontwikkeling doorgemaakt, vooral door de groei van duurzame en circulaire landbouwtechnieken. De sector heeft zich versterkt door innovaties in agritech en precisielandbouw, maar kampt nog steeds met uitdagingen, zoals bodemdegradatie en waterbeheer. Het landelijke gebied in Flevoland wordt gekenmerkt door vooruitstrevende landbouwpraktijken en een focus op duurzaamheid en innovatie, zoals kringlooplandbouw en biologische productie. Toch blijft de sector kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering, zoals droogte, bodemverzakkingen en verzilting. Daarnaast neemt de druk op het landelijk gebied toe door de uitbreiding van stedelijke gebieden en infrastructuur. Hoewel de landbouw verder zal verduurzamen en innovatieve technieken zullen worden ingevoerd, zullen de effecten van klimaatverandering steeds sterker voelbaar worden. De groei van stedelijke gebieden kan de beschikbare landbouwgrond verder beperken en de biodiversiteit in het landelijk gebied aantasten. Er is een risico dat de landbouwsector moeite heeft om zich volledig aan te passen aan de nieuwe klimaatomstandigheden. Vanaf 2025 wordt er verwacht dat verduurzaming verder doorzet, wat de sector positief zal beïnvloeden.

De vooruitzichten zijn positief richting 2050, mits Flevoland erin slaagt om de verduurzaming verder te versnellen en innovatie blijft stimuleren. Als de transitie te traag is, kan de regio echter in de lagere bandbreedte blijven hangen.

Figuur 3-22: Trend huidige situatie en autonome ontwikkeling landbouw

Tabel 3-8: Verklaring trendfiguur landbouw

Beoordeling huidige Situatie

•

• Autonome ontwikkeling

Bandbreedte

•

• •

•

De landbouw in Flevoland is goed gepositioneerd met duurzame en innovatieve praktijken, zoals biologische en circulaire landbouw. Toch kampt de sector met uitdagingen zoals hoge grondprijzen, bodemdegradatie en de gevolgen van klimaatverandering. De druk op landbouwgrond neemt toe door stedelijke expansie. Het thema landbouw in Flevoland wordt als neutraal beoordeeld, omdat de sector stabiel blijft zonder grote ontwikkelingen of terugvallen. De verduurzaming van de landbouw zet door, maar de snelheid ervan is afhankelijk van investeringen in innovatie en aanpassing aan klimaatverandering. Duurzame energieproductie door agrariërs biedt kansen, maar vraagt om betere infrastructuur. De autonome ontwikkeling betreft een licht positieve trend. Met de juiste investeringen in duurzame technologie en circulaire landbouw kan Flevoland koploper worden in duurzame agrarische productie. Zonder deze investeringen blijft de vooruitgang beperkt. De ontwikkeling varieert van matig zonder maatregelen tot goed bij succesvolle implementatie van verduurzaming.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

3.5

Energietransitie

3.5.1

Inleiding, beoordelingskader en beleid Inleiding De energietransitie is een van de belangrijkste opgaven voor Flevoland, met directe invloed op de duurzaamheid en het toekomstige energieverbruik. Dit hoofdstuk richt zich op de huidige situatie rondom de opwekking van hernieuwbare energie, de uitdagingen van netcongestie en de rol van energieopslag. Daarnaast wordt ingegaan op de voortgang van provinciale plannen binnen de Regionale Energie Strategie (RES) en de impact daarvan op de leefomgeving. Beleid •

Economisch programma (2023-2028): In het Economisch Programma 2023-2028 maakt de provincie, met vier programmalijnen, de provinciale inzet concreet. In beide programmalijnen beschrijven ze de provinciale inzet, uitvoering, gewenste impact, monitoring en evaluatie. De vier programmalijnen zijn het verdienvermogen voor mkb, menselijk en sociaal kapitaal, toekomstbestendig bedrijfsleven en ruimtelijk-economische ontwikkeling.

•

Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland (2016): Een gebiedsgerichte uitwerking van de strategie ‘opschalen en saneren’, die in de hele provincie geldt. Het plangebied van het Regioplan is het buitengebied van Lelystad, Dronten en Zeewolde met daarbij een klein deel van het grondgebied van Almere. Het uiteindelijke resultaat is een mooier landschap, een duurzamere energiehuishouding, een sterkere economie en een onverminderd groot draagvlak in de samenleving.

•

Structuurvisie zon (2018): Beleidskader ten behoeve van het opwekken van grondgebonden zonne energie in het landelijk gebied. Vaststelling van landelijk gebied waar ruimte voor energieopwekking zich zal plaatsvinden.

•

Monitor RES (Regionale Energiestrategie) 1.0 (2021): In de RES 1.0 is een aantal randvoorwaarden genoemd om de gemaakte afspraken goed uit te kunnen voeren. In deze monitor gaat de provincie in op de randvoorwaarden participatie en infrastructuur.

Hoofdlijnen beleidsdoelstelling Het elektriciteitsnet in Flevoland zit vol. Bij bedrijven resulteert dit in langere wachttijden tot zij met werkzaamheden kunnen beginnen wat daarmee de economie ook remt. Ontwikkelingen in het kader van de energietransitie, zoals waterstof als brandstof of energieopslag, bieden hier mogelijkheden voor. Tevens worden er nu maatregelen genomen om knelpunten in het elektriciteitsnet van Flevoland in periode 2030 en verder te voorkomen. Verder heeft Flevoland de ambitie om in 2030 energieneutraal, inclusief ve rvoer te draaien. Flevoland zal bekend staan als de provincie die draait op duurzame energie. Daarbij is voor zonne -energie bijvoorbeeld 1.000 ha landelijk gebied nodig te hebben om te voldoen aan de energie eisen Na het vergeven van de eerste tranche van 500ha heeft GS vastgesteld dat in de tweede tranche grondgebonden zonne -energie in het landelijk gebied van Flevoland in beginsel niet is toegestaan op agrarische gronden, tenzij de Omgevingsverordening Flevoland anders bepaalt. Daarnaast wordt ook windene rgie gezien als de toekomstige energiebron van Flevoland. Rond 2030 zullen oude windmolens vervangen zijn door nieuwe. Deze windmolen wekken twee keer meer energie op dan de huidige en dus zullen er minder nodig zijn. Dit draagt ook bij aan een mooier landschap.

Ook ondernemers worden gesteund bij initiatieven die bijdragen aan de energietransitie. Hierdoor ontstaan duizenden nieuwe banen en zijn we bekend geworden om onze energiekennis.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Beoordelingskader Tabel 3-9: Beoordelingskader energietransitie

Thema Energietransitie

Aspect Hernieuwbare elektriciteit Duurzame energie-infrastructuur (o.a. energieopslag) Energiegebruik

Doelbereik • Doelen RES en PMIEK • Vermindering knelpunten netcongestie

Netcongestie

3.5.2

Huidige situatie Hernieuwbare elektriciteit Op onderstaande kaart zijn de hoogspanningskabels in Flevoland weergegeven, die het elektriciteitsnet in de regio in beeld brengen.

Figuur 3-23: Weergave van het hoogspanningsnet in de provincie

Dit netwerk speelt een cruciale rol in het transport en de verdeling van elektriciteit, waaronder de groeiende hoeveelheid hernieuwbare energie. In 2023 is de grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit gegroeid naar 5,46 TWh, wat neerkomt op 94% van het bod van de RES-regio Flevoland 22 . Het grootste deel van de totale productie van hernieuwbare elektriciteit komt van windenergie (82%). Zonnestroom is goed voor 18% van de hernieuwbare elektriciteitsproductie. Elektriciteit wordt ook opgewekt met biogas en door verbranding van biomassa en stortgas. Het aandeel van deze bronnen is met 0,4% echter zeer beperkt. Eind 2023 stonden er 578 windmolens in Flevoland 23 . Als gevolg van saneringen is het aantal windmolens sinds 2017 gestaag afgenomen. In 2022 nam het aantal molens tijdelijk toe door de realisatie van veel nieuwe molens, met name in de projectgebieden Blauw en Groen. 22 Bron: Provincie Flevoland (2024), Monitor RES Flevoland 23 Bron: Provincie Flevoland (2024), Windmonitor 4

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

2021 is een omslagjaar, van plannen naar realisatie. Het opgesteld vermogen is gestegen door toepassing van grotere windturbines. Het aantal windturbines zal in de komende jaren verder afnemen. De laatste jaren is er ook een toename van zonnepanelen. Ongeveer 24% van de productie uit zon werd in 2023 opgewekt door kleinschalige zonne-installaties (< 15 kWp)24 .

Figuur 3-24: Zonneparken op kaart (bron: RES Flevoland)

Met de Structuurvisie Zon wil de provincie samen met de gemeenten ongeveer 1.000 hectare aan grondgebonden zonneparken realiseren. Hiervan is bijna 500 hectare in ontwikkeling of gerealiseerd 25 . Duurzame energie-infrastructuur (o.a. energieopslag) De huidige energie-infrastructuur bestaat uit een hoogwaardig leidingnetwerk voor het transport van elektriciteit en installaties voor de omzetting van elektriciteit van hoogspanning naar midden spanning. Dit wordt gedaan met onderstations en transformatorstations die gekoppeld zijn aan dit netwerk. Om de capaciteit van het elektriciteitsnet te vergroten zijn nieuwe 380 kV-verbindingennodig tussen Diemen en Ens, en tussen Ens en Vierverlaten, alsmede de bouw van nieuwe onderstations. Ook zijn investeringen nodig in het regionale elektriciteitsnetwerk dat wordt beheerd door Liander. Behalve versterking van het elektriciteitsnet zijn er ook werkt de provincie ook toe naar een afwegingskader (beleid) voor grootschalige batterijopslag. Op de korte termijn wordt daarbij vooral gedacht aan grootschalige batterijopslag en power parking. Bij Lelystad zijn twee testinstallaties voor batterij-opslag gerealiseerd: de Rhinobatterij en de Buffalo-batterij. Met middel van een experimentenkader faciliteert de provincie daarnaast een drietal batterijopslag-projecten in Dronten, Zeewolde en Noordoostpolder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1406/documents/22177