CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 3 Ontwerp Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Flevoland 2050 (1058249).pdf

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Zienswijzen omgevingsvisie Flevoland 2050 en omgevingseffectrapport33.359 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingseffectrapport ontwerp

projectnummer 0494725.100 24 februari 2026

www.anteagroup.nl

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Omgevingseffectrapport ontwerp projectnummer 0494725.100 24 februari 2026

Opdrachtgever Provincie Flevoland Postbus 55 8200 AB LELYSTAD

datum 24 februari 2026

beschrijving definitief

vrijgave P.J. Verhoeven

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Inhoudsopgave Samenvatting van het Omgevingseffectrapport

5

1.

Inleiding

16

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Omgevingsvisie Flevoland Aanleidingen voor het opstellen van een nieuwe omgevingsvisie Een omgevingseffectrapport bij de O mgevingsvisie Rol van het OER Wettelijke context Begrippenkader

16 16 16 17 17 17

2.

Methodologie van dit OER

19

2.1 2.2 2.3 2.4

Welke vragen staan centraal in dit OER? Beoordelingskader Hoe komt de beoordeling voor de huidige situatie en referentiesituatie tot stand? Beoordeling scenario’s en voorkeursalternatief

19 19 21 22

3.

De leefomgevingsfoto van Flevoland

24

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12

Woningbouw en wonen Regionale economie Mobiliteit en bereikbaarheid Landbouw Energietransitie Klimaat Gezonde en veilige leefomgeving Maatschappelijke voorzieningen Bodem- en watersysteem Natuur en biodiversiteit Ruimtelijke kwaliteit Samengevat: de kwaliteit van de leefomgeving in Flevoland

24 29 35 43 48 53 59 71 78 84 97 104

4.

Beoordeling scenario’s

105

4.1 4.2 4.3 4.4

Werken met scenario’s Beschrijving scenario’s Beoordeling scenario’s Conclusie

105 105 109 124

5.

Perspectievenbeoordeling

127

5.1 5.2 5.3 5.4

Beschrijving perspectieven Beoordeling perspectieven Conclusie perspectieven Belangrijkste afwegingen richting het voorkeursalternatief

127 141 178 178

6.

Beschrijving van de Omgevingsvisie Flevoland

180

6.1 6.2 6.3 6.4

Drie samenhangende strategieën voor een Flevoland in balans Strategie sterke leefregio’s Innovatieve economische ecosystemen Robuust polderraamwerk

180 180 182 186

7.

Beoordeling van de Omgevingsvisie

189

7.1 7.2 7.3 7.4

Wijze van beoordelen Deel A: Effecten van de uitwerkingen per thema Deel B: Lokale effecten Overzicht

189 191 223 239

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

7.5

Van concept-ontwerp naar ontwerp omgevingsvisie

242

8.

Reflectie en conclusies

243

8.1 8.2 8.3

Conclusie op hoofdlijnen Reflecties en aanbevelingen Monitoring en evaluatie

243 244 244

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Samenvatting van het Omgevingseffectrapport Inleiding Dit is de samenvatting van het Omgevingseffectrapport (OER) bij de Omgevingsvisie van de Provincie Flevoland. De Omgevingsvisie van de provincie Flevoland is een strategisch plan en omvat de beleidskeuzes die globaal richting geven voor een samenhangende aanpak om ruimte te bieden aan ontwikkelingen in de provincie. Deze samenvatting beschrijft het proces van het OER-traject en de belangrijkste inhoudelijke bevindingen van het OERtraject. Binnen de context van een sterk groeiende provincie staan enkele leefomgevingsaspecten onder druk. In beginsel draagt de provinciale omgevingsvisie positief bij aan het beter begeleiden van een aantal van deze aspecten. De effecten voor de staat van de fysieke leefomgeving bevatten echter nog veel onzekerheden. Effecten kunnen vaak nog zowel positief als negatief uitpakken, afhankelijk van de uitwerking in vervolgprogramma’s. Het OER heeft daardoor een functie als agenda voor het vervolg waarbij de focus he eft gelegen op het identificeren van kansen en risico’s. De beleidskeuzes in de Omgevingsvisie bieden zowel kansen als risico’s voor vrijwel alle aspecten van de fysieke leefomgeving. Er zijn meer en grotere kansen dan risico’s als gevolg van de beleidskeuzes.

Gezien de onzekerheden is het noodzaak om tijdens de uitwerking en uitvoering van het beleid integraal een vinger aan de pols te houden. Hiervoor is monitoring van de effectiviteit van het beleid en van optredende effecten cruciaal: monitoring biedt ook kansen voor optimalisatie om kansen te verzilveren en risico’s te beheersen. Aanleiding en rol van het OER Het Omgevingseffectrapport (OER) ondersteunt de besluitvorming over de Omgevingsvisie. Het brengt systematisch in beeld wat de effecten zijn van verschillende ontwikkelrichtingen. Daarbij wordt gekeken naar thema’s zoals wonen, werken, mobiliteit, landschap, natuur, bodem, water, gezondheid en leefkwaliteit. Het OER fungeert daarmee als integraal afwegingskader. Methodologie van het OER In dit OER zijn vier vragen op de fysieke leefomgeving van Flevoland en omgeving in beeld gebracht en beoordeeld: 1. Wat is de ‘Staat van de fysieke leefomgeving’ (kwaliteiten, belemmeringen en aandachtspunten) in de huidige kwaliteit in Flevoland? 2. Wat is de ‘Staat van de fysieke leefomgeving’ in 2050 zonder realisatie van de plannen uit de Omgevingsvisie (de zogenaamde referentiesituatie)? 3. Wat zijn de effecten op de fysieke leefomgeving in 2040 van de verschillende scenario’s? 4.

Wat zijn de effecten van het Voorkeursalternatief uit de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in 20 40? Hierbij is ook aandacht voor de regionale effecten (dus: effecten die buiten de provincie optreden). Om deze vragen te kunnen beantwoorden is een ‘beoordelingskader’ nodig. In dit beoordelingskader zijn alle thema’s beschreven die onderzocht zijn in het OER. Dit beoordelingskader is opgenomen in paragraaf 3.2 van het OER.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

De huidige en toekomstige staat van de fysieke leefomgeving In het OER beschrijven we voor 11 thema’s van de fysieke leefomgeving huidige situatie (2024-2025) en de situatie in 2050 zonder dat de ontwikkelingen en maatregelen uit de omgevingsvisie. Deze situatie noemen we ook wel de referentiesituatie. Per thema zijn de bestaande kwaliteiten, trends en beleidscontext in beeld gebracht. In deze leefomgevingsfoto zijn aandachtspunten geagendeerd voor het werken aan de omgevingsvisie. Hieronder zijn de belangrijkste bevindingen uit de leefomgevingsfoto gepresenteerd: Kernwaarden waar een positieve trend voor verwacht wordt • Energietransitie. Flevoland is koploper in hernieuwbare elektriciteit (wind en zon). De huidige situatie is goed; de autonome trend blijft positief bij tijdige netversterking en doorontwikkeling van opslag en slimme sturing. Netcongestie blijft wel een knelpunt. • Regionale economie. Huidig beeld neutraal met sterke MKB-basis en robuuste werkgelegenheidsgroei. In de referentiesituatie is lichte groei plausibel bij doorzetting van digitalisering, verduurzaming en clusterontwikkeling (bandbreedte matig–goed). Kernwaarden waar een negatieve trend voor verwacht wordt • Klimaat. Huidig beeld matig; autonoom neemt de druk toe door extremere neerslag, hittestress, bodemdaling/zetting en (lokale) verzilting.

Zonder aanvullende adaptatie verslechtert de trend (bandbreedte zeer slecht–redelijk afhankelijk van adaptatie en dijkversterking). • Bodem- en watersysteem. Structurele druk: bodemdaling, lokale verzilting en druk op (oppervlakte)waterkwaliteit. Autonoom is de trend negatief; stabilisatie of verbetering vraagt tijdige peil-/bodembeheer, dijkversterking, ecologische inrichting en strategisch zoetwater/drinkwaterbeheer. • Maatschappelijke voorzieningen. Huidig beeld slecht (ondercapaciteit/spreiding van o.a. sport, mbo/hbo en horeca; kleinere kernen zonder ziekenhuis). Autonome trend negatief door vergrijzing en groei (bandbreedte zeer slecht–redelijk bij gerichte investeringen). • Natuur en biodiversiteit. Autonome trend negatief door stikstofdruk, verstedelijking en exoten; structurele achteruitgang (o.a. weide-/akkervogels) zet door zonder substantiële herstelmaatregelen. Kernwaarden waar de ontwikkeling nog beide kanten op kan • Woningbouw en wonen. Huidig matig (schaarste/betaalbaarheid). Autonoom is herstel mogelijk na 2030 bij opschaling bouwproductie en verdichting, maar onzeker door vergunningen/markt/stikstof (bandbreedte 0/− tot +). • Mobiliteit en bereikbaarheid. Huidig situatie is neutraal (goede basis weg/OV/fiets, maar knelpunten A6/A27 en verkeersveiligheid). Trend hangt sterk af van investeringen (o.a. OV e n laadinfra): bandbreedte matig–positief. • Landbouw.

Huidig neutraal met veel innovatie (biologisch, korte keten, verbreding). Autonoom kan dit verbeteren bij doorzetting van kringloop/precisie en klimaatadaptatie, maar ruimteclaims en bodem/zouteffecten kunnen remmen (bandbreedte − tot +). • Gezonde en veilige leefomgeving. Huidig redelijk (luchtkwaliteit onder normen). Trend beleidsafhankelijk (SLA, geluidsplafonds, vergroening): bandbreedte slecht – licht positief, met aandacht voor geluid, externe veiligheid en hittestress. • Ruimtelijke kwaliteit. Huidig goed maar onder druk door verstedelijking; trend kan achteruit gaan bij versnippering óf verbeteren bij geconcentreerde ontwikkeling met landschappelijke versterking (bandbreedte matig – zeer positief).

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Beoordeling van de scenario’s Wat zijn scenario’s Om de bandbreedte van mogelijke ontwikkelrichtingen te verkennen zijn vier scenario’s uitgewerkt als uitersten in het speelveld van ruimtelijke keuzes, gebaseerd op de assen faciliterend –sturend en natuurlijk–technologisch: • Innovatief Flevoland – marktgedreven en technologisch georiënteerd; • Doelmatig Flevoland – gericht op efficiëntie, internationale concurrentiekracht en grootschalige infrastructuur; • Robuust Flevoland – met nadruk op natuur, klimaatadaptatie en systeemversterking; • Sociaal Flevoland – gericht op gemeenschapskracht, lokale initiatieven en sociale samenhang. Het principe van de scenario’s is in onderstaande figuur uitgewerkt. Per scenario is een provinciedekkend kaartbeeld uitgewerkt.

Methode De scenario’s zijn kwalitatief beoordeeld op kansen en risico’s, zowel per thema als in onderlinge samenhang. Elk scenario biedt duidelijke potenties, maar kent ook risico’s wanneer het als eenzijdige ontwikkelrichting wordt gevolgd. Economisch of technologisch georiënteerde keuzes kunnen leiden tot grotere druk op natuur en landschap, terwijl een sterk ecologische of sociale koers spanning kan opleveren met economische dynamiek of uitvoerbaarheid. De scenarioanalyse maakt vooral zichtbaar waar spanningen, dilemma’s en omslagpunten liggen. De scenario’s functioneren als verkenning van uitersten en vormen de basis voor meer samenhangende perspectieven. Beoordeling van de scenario’s De scenario’s benadrukken ieder unieke kwaliteiten en uitdagingen. Zo zet doelmatig Flevoland in op economische efficiëntie en technologische innovatie, terwijl innovatief Flevoland de kracht van marktgestuurde oplossingen en clustering centraal stelt. Actief Flevoland biedt een beeld van gemeenschapszin en kleinschalige initiatieven, en robuust Flevoland legt de nadruk op veerkracht en duurzaamheid, met een centrale rol voor natuurlijke systemen. Per scenario is een beeld gegeven van de mate waarin de scen ario’s bijdragen aan de thema’s van de fysieke leefomgeving. Hoe verder de lijn naar buiten, hoe meer kansen het scenario voor het thema heeft.

Vanuit het perspectief van de leefomgeving scoren de twee scenario’s op de onderste as van het assenkruis positiever dan de twee bovenste. Dit heeft ermee te maken dat het groenblauwe belang in beide scenario’s sterker vertegenwoordigd is. Dat betekent echter niet zonder meer dat de onderste twee modellen recht doen

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

aan maatschappelijke ontwikkelingen in de provincie (en daarbuiten), waarin ook de belangen van de agrarische sector, verstedelijking en recreatie volwaardig geadresseerd dienen te worden.

Aanbevelingen Rekening houdend met de scenario-beoordeling is in het OER geadviseerd om in de trechtering keuzes te maken over de scenario’s. Deze gaan over onderstaande onderwerpen. De inhoud van deze aanbevelingen zijn opgenomen in paragraaf 6.4 van het OER • • • •

Zoneer verstedelijking en koppel (programmatische) doelstellingen aan ontwikkelingen van bedrijvigheid, infrastructuur en ruimtelijke kwaliteit Maak keuzes over de landbouw, maar bescherm deze ook als belangrijke ruimtevrager voor Flevoland Betrek erfgoedwaarden in discussies over de vormgeving van het toekomstige landschap Stimuleer een sterke en evenwichtige economie zonder sociale en ruimtelijke scheidslijnen

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Beoordeling van de perspectieven Beschrijving van de perspectieven Bij het trechteren van scenario’s naar een voorkeursalternatief is gebleken dat de scenario’s onvoldoende concreet waren om keuzes te maken die op het niveau van de omgevingsvisie nodig zijn. Om die reden zijn vier perspectieven gebouwd. Dit zijn drie beelden van de provincie, waarin voor elk onderwerp keuzes gemaakt zijn. De perspectieven zijn: • Hub van Nederland • Regionaal geworteld • Robuust lokaal Deze zijn als volgt visueel gemaakt:

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Het perspectief Hub van Nederland legt de nadruk op economische positionering, nationale en internationale verbindingen en grootschalige ontwikkeling rond infrastructuur en knooppunten. Dit perspectief biedt kansen voor economische groei en strategische versterking, maar kan leiden tot verhoogde druk op ruimte, landschap en milieukwaliteit. Regionaal geworteld richt zich op versterking van regionale kernen, bundeling van verstedelijking en het versterken van voorzieningen en gemeenschappen. Dit perspectief draagt bij aan leefbaarheid en samenhang, maar vraagt om zorgvuldige afstemming met economische dynamiek en bovenregionale verbindingen. Robuust lokaal stelt bodem, water, landschap en lokale kringlopen centraal. Het perspectief versterkt klimaatbestendigheid en ecologische kwaliteit, maar kan beperkingen stellen aan ontwikkelruimte voor wonen en economie. Beoordeling van de perspectieven De beoordeling laat zien dat geen enkel perspectief op zichzelf een optimale balans biedt. Juist in de combinatie van elementen uit de drie perspectieven ontstaat een meer evenwichtige en toekomstbestendige koers. Dit is weergegeven door een beoordeling door middel van het toekennen van ‘plussen en minnen’. De resultaten hiervan zijn weergegeven in onderstaande tabel. Daaronder zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.

Thema Woningbouw en wonen Regionale economie Mobiliteit en bereikbaarheid Landbouw Energietransitie Klimaat Gezonde en veilige leefomgeving Maatschappelijke voorzieningen Bodem- en watersysteem Natuur en biodiversiteit Ruimtelijke kwaliteit

Hub van Nederland + + 0/0/+ -0/--

Regionaal geworteld 0/+ + 0/+ + 0/+ + 0/+ 0/0 + +

Robuust lokaal -+ + ++ + 0/+ ++ + +

De perspectieven verschillen op een aantal onderwerpen. Zo maken de perspectieven verschillende keuzes in schaalniveau. Hub van Nederland kiest voor concentratie en opschaling rond een centrale ontwikkel -as, waarmee het sterk inzet op woningbouw, logistiek en economische groei. Dit vraagt om forse ruimtelijke ingrepen en kent risico’s op verdringing van landbouw, natuur en leefkwaliteit. Regionaal geworteld zoekt het in spreiding en regionale koppeling, met ruimte voor stedelijke ontwikkeling én behoud van identiteit van kernen. Robuust lokaal kiest nadrukkelijk voor kleinschaligheid en kwaliteit van de leefomgeving, met behoud van open ruimte en landschappelijke samenhang, maar levert een beperkte bijdrage aan groeiopgaven. De omgang met bodem, water en klimaat is een ander onderscheidend punt tussen de perspectieven. Robuust lokaal maakt fysieke condities leidend voor ruimtelijke keuzes. Daarmee ontstaat meer samenhang en een hogere klimaatbestendigheid op lange termijn. Regionaal geworteld verwerkt deze aspecten deels in de inrichting, maar niet als sturend principe. In Hub van Nederland zijn systeemaspecten ondergeschikt aan economische functies. Ruimtelijke druk op bodem en water neemt hier het meest toe, met mogelijke gev olgen voor toekomstbestendigheid van het landschap.

Ook combineren alle perspectieven wonen, werken, energie en mobiliteit, maar met verschillende accenten. In Hub van Nederland staan economische doelen voorop, waarbij natuur en voorzieningen vooral faciliterend zijn. Regionaal geworteld zoekt naar functionele koppelingen en afstemming binnen en over regiogrenzen, met nadruk op complementariteit. Robuust lokaal legt de nadruk op onderlinge versterking van functies zoals landbouw, natuur, klimaat en leefomgeving. Daarmee biedt het een integraler beeld, maar o ok een beperkter ontwikkeltempo.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Aanbevelingen naar een voorkeursalternatief Vanuit het perspectief van de omgevingsvisie is het volgende geadviseerd mee te nemen richting het construeren van een voorkeursalternatief. De inhoudelijke duiding van deze afwegingen is opgenomen in paragraaf 5.4 van het OER • • •

Afweging 1: Maak keuzes over ruimtelijke ontwikkeling in balans met bodem, water en klimaat Afweging 2: Maak keuzes over regionale spreiding en bundeling in samenhang Afweging 3: Laat economische ontwikkeling hand in hand met leefkwaliteit gaan

Het voorkeursalternatief Om het wensbeeld Flevoland in balans in 2050 te realiseren, zijn in de omgevingsvisie drie strategieën geformuleerd. Hiermee stuurt de provincie op de gewenste samenhangende ontwikkeling van wonen, werken, voorzieningen, bereikbaarheid, natuur, landbouw, water en bodem. De omgevingsvisie geeft aan welke principes gehanteerd worden voor de gewenste ontwikkeling. De drie strategieën betreffen: Strategie sterke leefregio’s, Innovatieve economische ecosystemen en Robuust polderraamwerk. Deze strategieën zijn in onderstaand kaartbeeld gestapeld weergegeven.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Methode De effecten van het Voorkeursalternatief zijn (net als de perspectieven) beoordeeld op de thema’s van het beoordelingskader. Ook hier is een beoordeling van plussen en minnen gegeven. Daarnaast is voor het Voorkeursalternatief op basis van de beoordeling met plussen en minnen de impact op de verwachte ontwikkeling van het thema, zoals gepresenteerd bij de Leefomgevingsfoto, gemaakt. Een onderscheid is dat het voorkeursalternatief gedetailleerder beoordeeld is, op aspectniveau. Bij de beoordeling van de effecten van het Voorkeursalternatief uit de Omgevingsvisie zijn diverse conclusies getrokken. Ook zijn er diverse mogelijkheden om effecten te versterken of juist te beperken. In de vorm van

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

aanbevelingen gemaakt. Deze kunnen helpen om gedurende de uitvoering van de visie de kwaliteit van de fysieke leefomgeving zo hoog mogelijk te maken en houden. Hier is een duidelijke link te maken met het monitoren van hetgeen onderzocht is en nader uitgewerkt wordt. Zie ook hoofdstuk acht. Beschrijving van de effecten De Omgevingsvisie combineert elementen uit de drie perspectieven in een geïntegreerde ontwikkelstrategie. Daarbij worden verstedelijking en economische ontwikkeling gekoppeld aan versterking van regionale samenhang én aan een robuuste bodem- en waterbasis. Ieder aspect is met een plus of min beoordeeld. Dit leidt tot de volgende beoordelingen. Onder de tabel zijn de belangrijkste resultaten van de beoordeling weergegeven. Thema Woningbouw en wonen

Voorkeursalternatief

Woningproductie Verduurzaming bestaande woningvoorraad

++ 0

Diversiteit woonmilieus Regionale economie Verdienvermogen MKB, woon-werk balans, werkgelegenheidsgroei Versterken onderwijs-/kennisinfrastructuur (aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt) Digitalisering en verduurzaming bedrijfsleven

0/+

Aanbod en kwaliteit werklocaties Mobiliteit en bereikbaarheid Autobereikbaarheid OV-bereikbaarheid

+

++ + +

-0/+

Langzaam verkeer (fietsen/wandelen) Verkeersveiligheid Landbouw Toekomstbestendige landbouw Ruimte voor landbouw Energietransitie

0/+ 0/-

Hernieuwbare elektriciteit Duurzame energie-infrastructuur

+ +

Energiegebruik Netcongestie

0/0/-

Klimaat Wateroverlast en verdroging Overstromingsrisico’s

+ 0/-

Bodemdaling en verzilting CO2-emissies

0/+ 0/-

Klimaatschade Gezonde en veilige leefomgeving Luchtkwaliteit Geluid Externe veiligheidsrisico’s Geurhinder

0/+

Infectieziekten Maatschappelijke voorzieningen

0/+

Nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen op het gebied van gezondheid, zorg, onderwijs, sport, recreatie, ontmoeting en welzijn Bodem- en watersysteem Bodemkwaliteit/-vruchtbaarheid

0/+

Grond-/oppervlaktewaterkwaliteit

+

+ -

0/0/0

+

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Thema Beschikbaarheid zoet water Drinkwatervoorraden Zwemwaterkwaliteit Natuur en biodiversiteit Natuurgebieden Biodiversiteit Ruimtelijke kwaliteit Landschappelijke waarden Cultureel erfgoed Archeologische monumenten

Voorkeursalternatief + 0 0/+ -

+ + 0/0 0

De integrale beoordeling laat zien dat deze koers per saldo leidt tot een samenhangender en toekomstbestendiger ontwikkeling dan de autonome referentiesituatie. Bundeling van verstedelijking rond bestaande kernen en infrastructuur beperkt versnippering en versterkt voorzieningen en bereikbaarheid. Het hanteren van bodem en water als structurerend principe vergroot de klimaatbestendigheid. In het landelijk gebied ontstaat ruimte voor multifunctionele combinaties van landbouw, natuur, waterbeheer en energie. De belangrijkste aspecten met een negatief dan wel positief effect zijn hieronder gecategoriseerd weergegeven: Thema’s met een negatieve verandering van het milieu In de tabel zijn de effectscores die leiden tot een negatieve bijdrage aan het milieu. Dit gaat over de volgende aspecten met bijgaande redenen: 1. Geluid –negatief beoordeeld (-), met aandachtspunten nabij (vaar-/weg-/lucht-)infrastructuur en windparken. 2. Toekomstbestendige landbouw (+) en ruimte voor landbouw –negatief: Ruimte voor landbouw scoort voornamelijk negatief als gevolg van de grote ruimtevraag van de visie die in agrarisch gebied gesitueerd wordt. Voor wat betreft volhoudbaarheid van de landbouw scoort de visie positief. 3. Luchtkwaliteit – licht negatief (0/–): huidige normen worden gehaald, maar extra verkeer/activiteit kan lokaal verslechtering geven t.o.v.

de referentie en in aanloop naar aangescherpte EU-normen. 4. Externe veiligheidsrisico’s – licht negatief (0/-), o.a. door risicobronnen en aandacht voor (nog te actualiseren) aandachtsgebieden. 5. Overstromingsrisico’s – licht negatief (0/-): dijktrajecten moeten richting 2050 aan strengere normen voldoen; zonder tijdige versterking blijft een rest-risico. 6. CO₂-emissies – licht negatief (0/-): dalende trend, maar absolute vraag (mobiliteit/gebouwde omgeving/economie) kan tegensturen. 7. Energiegebruik – licht negatief (0/-): toename van energievraag door verstedelijking en economische groei; besparingsinzet nog onvoldoende bindend. 8. Netcongestie – licht negatief (0/-): Door toename van energievraag kan het probleem rondom netcongestie verergeren. 9. Mobiliteit – zeer negatief (--): vanwege een grote hoeveelheid stedelijke opgaven in combinatie met het uitblijven van een gelijkwaardig groot pakket mobiliteitsmaatregelen, loopt het aantal knelpunten op. 10. Verkeersveiligheid – licht negatief (0/-): Aanvullende drukte op de (binnenstedelijke) wegen kan leiden tot een verslechtering van de verkeersveiligheid Thema’s met een positieve verandering van het milieu 1. Woningproductie – zeer positief (++): het voorkeursalternatief draagt zeer sterk bij aan het bouwen van voldoende woningen 2.

Regionale economie – zeer positief (++): de inzet op innovatieve ecosystemen draagt nadrukkelijk bij aan het versterken van het economisch profiel van de provincie. 3. Hernieuwbare elektriciteit – positief (+): Flevoland is koploper (wind/zon) en ligt op koers richting RES‑doelen. 4. Duurzame energie‑infrastructuur (incl. opslag) – positief (+): Lopende projecten leiden tot verdere verbetering van de energie-infra 5. Wateroverlast/verdroging – positief (+): robuust polderstelsel; maatregelen en adaptatiestrategie vergroten veerkracht tegen extremen. 6. Bodemdaling & verzilting – licht positief (0/+):

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

7. 8.

Klimaatschade – licht positief (0/+): mitigatie/adaptatie‑aanpak en natuur‑inclusieve oplossingen drukken risicotrend. Nabijheid & bereikbaarheid maatschappelijke voorzieningen – licht positief (0/+): spreiding/ontsluiting verbetert leefkwaliteit mits met mobiliteit gekoppeld.

Lokale verschillen De dynamiek verschilt per gebied. In en rond Almere en Lelystad neemt de verstedelijkingsdruk toe, terwijl in noordelijk Flevoland en rond Urk het accent meer ligt op regionale versterking binnen bestaande structuren. Deze differentiatie vraagt om een zorgvuldige gebiedsgerichte uitwerking.

Afsluitend Het OER laat zien dat Flevoland kan groeien zonder structurele aantasting van de leefomgeving, mits ruimtelijke keuzes consequent worden afgestemd op bodem, water en bestaande structuren. Monitoring en evaluatie zijn daarbij essentieel om tijdig bij te sturen. Na beoordeling van het voorkeursalternatief, aanscherping daarvan en herbeoordeling, resteren de volgende aandachtspunten bij deze omgevingsvisie. -

Zet ‘water & bodem sturend’ met een duidelijk vervolgkader in de uitvoering Koppel woninggroei aan groei van het mobiliteitssysteem Weeg geluidsproductie van nieuwe ontwikkelingen nadrukkelijk mee in keuzes Geef ook perspectief aan agrariërs buiten de open landbouwgebieden

Deze aanbevelingen dienen in een vervolgprogramma nadrukkelijk geadresseerd worden, om te voorkomen dat de in het OER geadresseerde effecten daadwerkelijk op zullen treden. Dit vraagt nog een vervolgbesluit (al dan niet op het niveau van een omgevingsprogramma).

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

1.

Inleiding

1.1

Omgevingsvisie Flevoland In 2022 heeft de provincie Flevoland een evaluatie uitgevoerd van de Omgevingsvisie FlevolandStraks uit 2017. Deze evaluatie, samen met recente maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen, vormt aanleiding voor het opstellen van een nieuwe Omgevingsvisie.

1.2

Aanleidingen voor het opstellen van een nieuwe omgevingsvisie Los van de leeftijd van de vigerende omgevingsvisie, zijn er verschillende redenen om te werken aan een nieuwe omgevingsvisie. Deze zijn hieronder weergegeven: Maatschappelijke behoefte naar meer ruimtelijke sturing Er is een toegenomen behoefte aan duidelijke ruimtelijke sturing, zowel binnen de provinciale organisatie als bij externe partners zoals gemeenten en waterschappen. De rijksoverheid heeft het NOVEX -traject (Nationale Omgevingsvisie Extra) gestart, met als doel te komen tot een nieuwe nationale Omgevingsvisie: de Nota Ruimte. Provincies zijn gevraagd om nationale opgaven ruimtelijk te vertalen en te combineren met decentrale doelen. Toegenomen maatschappelijke urgentie van opgaven In Nederland spelen urgente opgaven zoals grootschalige woningbouw, verduurzaming van landbouw en het landelijk gebied, energietransitie en klimaatadaptatie. Deze vragen om nieuwe beleidskaders van Provinciale Staten. De huidige visie richt zich op de periode tot 2030; er is behoefte aan beleid dat doorloopt tot 2050. In samenwerking met het rijk, de zes Flevolandse gemeenten en het waterschap Zuiderzeeland is een strategische agenda opgesteld met daarin belangrijke opgaven en keuzerichtingen.

Flevoland maakt bovendien deel uit van vier NOVEX-gebieden, waarin rijk en regio samenwerken aan integrale oplossingen voor complexe vraagstukken. De uitkomsten van deze gebiedstrajecten moeten worden geïntegreerd in de nieuwe Omgevingsvisie. Een goede inhoudelijke basis voor Provinciale Omgevingsprogramma’s De provincie Flevoland ziet de ontwikkeling van een nieuwe Omgevingsvisie als een noodzakelijke stap om een stevige, inhoudelijke basis te leggen voor toekomstige omgevingsprogramma’s. Door duidelijke beleidskaders te formuleren, kan de provincie gerichter sturen op complexe ruimtelijke opgaven zoals woningbouw, klimaatadaptatie en energietransitie. Deze basis maakt het mogelijk om provinciale programma’s zoals het Waterprogramma, de Regionale Energiestrategie en het Flevolands Programma Landelijk Gebied ef fectief te integreren en uit te voeren binnen een samenhangende visie tot 2050. De vigerende omgevingsvisie is onvoldoende concreet. Verbreding van provinciale scope en planhorizon De Omgevingsvisie FlevolandStraks keek vooruit tot 2030 en hoewel integraal, was de omgevingsvisie nog zeer globaal van aard. De nieuwe Omgevingsvisie krijgt een brede scope en omvat naast de fysieke leefomgeving ook ambities op het gebied van gezondheid, leefbaarheid, voorzieningen en het economisch vestigingsklimaat. De tijdshorizon is 2050.

Monitoring wordt een essentieel onde rdeel van de uitvoering, en maatschappelijke participatie zal actief worden vormgegeven. Betere borging van het milieubelang Voor de Omgevingsvisie FlevolandStraks is geen milieueffectrapportage doorlopen. In het huidige traject acht de provincie Flevoland het wél noodzakelijk om een MER-procedure te starten. Dit is van belang om de milieugevolgen van beleidskeuzes systematisch in beeld te brengen en om een transparante, onderbouwde basis te creëren voor besluitvorming.

1.3

Een omgevingseffectrapport bij de Omgevingsvisie In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met een mogelijk grote impact op de ‘fysieke leefomgeving’ een milieueffectrapportage (MER 1 ) op te stellen. Dit geldt ook voor de Omgevingsvisie Flevoland. Waar een MER

1 Het is gebruikelijk de afkortingen (de) m.e.r. en (het) MER te gebruiken. De afkorting m.e.r. met kleine letters en puntjes ertussen staat

voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. MER met hoofdletters, zonder puntjes staat voor het milieueffectrapport, het rapport dat hierbij opgesteld wordt.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

vroeger alleen milieueffecten behandelde, gaat het tegenwoordig ook over thema’s als mobiliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit, energie en circulair bouwen. Dit past ook bij de Omgevingswet. De Omgevingsvisie van Flevoland gaat hierin nog een stap verder en kijkt in brede zin naar de fysieke leefomgeving. De term milieueffectrapportage dekt de lading dus niet helemaal. Daarom is gekozen voor een naam die recht doet aan de brede scope: een OmgevingsEffectRapportage (OER). Vanuit juridisch oogpunt gelden uiteraard nog wel gewoon de verplichtingen die er zijn voor een mer, qua inhoud en procedure. Formeel (juridisch) is dit OER een plan-MER en volgt het deze procedure.

1.4

Rol van het OER In het OER is de impact van de plannen uit de Omgevingsvisie 20 50 op de leefomgeving beoordeeld. Door voorafgaand aan het maken van de definitieve keuzes de effecten op de leefomgeving in beeld te brengen, kan dit ook daadwerkelijk meegewogen worden in de besluitvorming. De beoordeling van de effecten op de leefomgeving is dan niet een toets achteraf, maar vormt een bepalend onderdeel bij het opstellen van de Omgevingsvisie. De rol die het OER speelt is in de volgende afbeelding uiteengezet:

1.5

Wettelijke context De wetgeving rondom mer is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. In de Omgevingswet zijn plannen en programma’s die kaders stellen voor mer(beoordelings)plichtige projecten onder de plan-mer-plicht generiek aangewezen (art 16.36, eerste lid). Een Omgevingsvisie valt onder deze ‘plannen’ en is, indien deze kaders stelt voor projecten, mer-plichtig. Op basis van het geschetste speelveld in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau kan geconcludeerd worden dat sprake zal zijn van kaderstellende visie, en dus sprake van een directe plan-mer-plicht. In de NRD is namelijk aangekondigd dat op z’n minst keuzes gemaakt worden over ‘stedelijke ontwikkelingsprojecten’ (J11), ‘Industrieterreinen’ (J10), ‘landinrichtingsprojecten’ (J12), maar mogelijk ook ‘hoogspanningsleidingen’ (J8), ‘luchthavens’ (J7) of ‘wegen’(J1). Dit zijn alle categorieën genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit waar een mer - of merbeoordelingsprocedure voor doorlopen moet worden. Daarnaast geldt dat plannen waarvoor negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, een passende beoordeling opgesteld moet worden (art. 16.53c Ow). Voor plannen waarvoor deze passende beoordelingsplicht geldt, geldt ook direct de plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport (art 16.36, eerste lid, Ow).

Al deze wetsartikelen zijn van toepassing op het omgevingsvisietraject van de Provincie Flevoland. Voor een mer bij een Omgevingsvisie vraagt de wet om de mer-procedure in ‘de geest’ van de Omgevingswet te doorlopen: het doel is om het milieubelang (nog méér dan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet) vroegtijdig en volwaardig in plan- en besluitvorming te betrekken. Daarnaast is het de bedoeling om niet enkel naar milieu te kijken, maar naar de gehele fysieke leefomgeving. Met de opzet van dit OER wordt invulling gegeven aan de wijze waarop mer in de Omgevingswet opgenomen is. De opzet is gericht op het zo vroeg mogelijk meewegen van het milieu- en omgevingsbelang. Daarom is in de NRD al een breed beoordelingskader geïntroduceerd (met als scope de gehele fysieke leefomgeving).

1.6

Begrippenkader Het proces van de Omgevingsvisie is een dynamisch traject dat qua aanpak enigszins afwijkt van de wijze waarop dit beschreven was in de NRD. Dit heeft te maken met het stapsgewijs concretiseren van het speelveld richting één voorkeursalternatief. De oorspronkelijke aanpak ging uit van één ronde met “alternatieven”: de scenario’s, waarna gekomen zou worden tot een voorkeursalternatief. Bij het beoordelen van deze scenario’s bleek dat deze hoeken van het speelveld onvoldoende concreet waren om te komen tot samenhangende keuzes die van voldoende detailniveau waren. Om die reden zijn de scenario’s geconcretiseerd tot meer gedetailleerde alternatieven: de perspectieven. Na beoordeling van de perspectieven is opnieuw een toets uitgevoerd of de uitkomsten voldoende concreet waren. Hierbij bleek dat er op een aantal onderdelen nog steeds aanscherping nodig is. Dit kunnen thematische of lokale vraagstukken zijn. Deze punten zijn gebundeld als ruimtelijke vraagstukken. Deze vraagstukken zijn ook

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

nog beoordeeld. Tezamen met de keuzes die in de perspectievenfase al gemaakt konden worden, vormen deze ruimtelijke vraagstukken alle te maken keuzes.

Verkenningsfase

Leefomgevingsfoto

Scenarios's

Perspectieven

Ruimtelijke vraagstukken

Al ternatievenvergelijking

De volgende begrippen worden gehanteerd voor de te beoordelen voornemens: 1. 2. 3. 4. 5.

De huidige situatie: Leefomgevingsfoto Abstracte, lange termijn alternatieven: scenario’s Geconcretiseerde alternatieven: Perspectieven Thematische of gebiedsgerichte vraagstukken: Ruimtelijke vraagstukken Ontwerp Omgevingsvisie: Voorkeursalternatief

Voorkeursalternatief

Beoordeling VKA

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

2.

Methodologie van dit OER

2.1

Welke vragen staan centraal in dit OER? In dit OER zijn vier vragen op de fysieke leefomgeving van Flevoland en omgeving in beeld gebracht en beoordeeld: 5. Wat is de ‘Staat van de fysieke leefomgeving’ (kwaliteiten, belemmeringen en aandachtspunten) in de huidige kwaliteit in Flevoland? 6. Wat is de ‘Staat van de fysieke leefomgeving’ in 2050 zonder realisatie van de plannen uit de Omgevingsvisie (de zogenaamde referentiesituatie)? 7. Wat zijn de effecten op de fysieke leefomgeving in 2040 van de verschillende scenario’s? 8. Wat zijn de effecten van het Voorkeursalternatief uit de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in 20 40? Hierbij is ook aandacht voor de regionale effecten (dus: effecten die buiten de provincie optreden). Om deze vragen te kunnen beantwoorden is een ‘beoordelingskader’ nodig. De effecten van de fysieke leefomgeving nu (2024) en in de referentiesituatie (20 40) zijn in beeld gebracht in het hoofdstuk. De effecten van de Omgevingsvisie staan in hoofdstuk 7.

2.2

Beoordelingskader Voor de beoordeling van de leefomgevingsfoto en de Omgevingsvisie wordt onderstaand beoordelingskader aangehouden. Tabel 2-1: Beoordelingskader

Thema’s Woningbouw en wonen

Aspecten ▪ ▪ ▪

Regionale economie

▪

▪

▪

▪ Mobiliteit en bereikbaarheid

▪ ▪ ▪ ▪

Doelbereik Woningproductie Verduurzaming bestaande woningvoorraad Diversiteit woonmilieus

▪

Verdienvermogen MKB, woon-werk balans, werkgelegenheidsgr oei Versterken onderwijs/kennisinfrastructu ur (aansluiting onderwijsarbeidsmarkt) Digitalisering en verduurzaming bedrijfsleven Aanbod en kwaliteit werklocaties. Autobereikbaarheid OV-bereikbaarheid Langzaam verkeer (fietsen/wandelen) Verkeersveiligheid

▪ ▪

▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪

Potentiële effecten

Aantallen nieuwe woningen Woningen voldoen aan de doelen voor klimaat, energie en gezondheid Woon-werk balans Spanningsindicato r/tekorten Energieverbruik bedrijfsleven Aanbod/ intensivering /kwaliteit bedrijventerreinen

▪ ▪

Verandering in- en uitgaande pendel OV- en fietsgebruik Vermindering reistijdverliezen Vermindering verkeersslachtoffe rs

▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

Ruimtebeslag Versnippering ruimtegebruik Landschappelijke waarden Welzijn Flevolanders Ruimtebeslag Versnippering ruimtegebruik Landschappelijke waarden Geluid- en geurhinder

Geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheidsrisico’s Barrièrewerking

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Landbouw

▪

Toekomstbestendig e landbouw (o.a. stikstof, bodem/water, economisch perspectief, natuurinclusief)

▪

Innovaties in de landbouw

▪

▪ ▪ ▪ ▪

Energietransitie

▪ ▪

▪ ▪ ▪ Klimaat

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Hernieuwbare elektriciteit Duurzame energieinfrastructuur (o.a. energieopslag) Energiegebruik Netcongestie Bodemenergiesyste men Wateroverlast en verdroging Overstromingsrisico ’s Bodemdaling en verzilting CO2-emissie Klimaatschade

▪ ▪

▪

▪

▪ Gezonde en veilige leefomgeving

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Maatschappelijke voorzieningen

Bodem- en watersysteem

▪ ▪

▪ ▪

▪ ▪ Natuur en biodiversiteit

▪

▪

Luchtkwaliteit Geluidskwaliteit Externe veiligheidsrisico’s Geurhinder Zwemwaterkwalitei t Infectieziekten Nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen op het gebied van gezondheid, zorg, onderwijs, sport, recreatie, ontmoeting en welzijn Bodemkwaliteit/vruchtbaarheid Grond/oppervlaktewaterk waliteit Beschikbaarheid zoet water Drinkwatervoorrad en Natuurgebieden (Natura2000- en NNN-gebieden) Biodiversiteit

▪ ▪

▪

▪ ▪

▪

▪ ▪

Doelen RES en PMIEK Vermindering knelpunten netcongestie

Vermindering risico’s wateroverlast en verdroging IJsselmeer- en randmeerdijken voldoen aan nieuwe veiligheidsnormen Afname CO2 emissie Verbeterde luchten geluidskwaliteit Flevolanders wonen in gebieden zonder risico’s voor brand-, explosieen gifwolkgevaar Opheffen/terugdri ngen van tekorten van voorzieningen op het gebied van onderwijs, gezondheid, zorg, hulpdiensten, sport, recreatie en welzijn Gezonde bodems Grond- en oppervlaktewater voldoet aan KRWnormen Veiligstellen strategische drinkwatervoorrad en Uitvoering bossenstrategie Voltooiing Nationaal Natuurnetwerk

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪

▪

Gebruik gewasbeschermingsmi ddelen Emissies stikstof en broeikasgassen Bodem- en (grond)waterkwaliteit Biodiversiteit Welzijn plattelandsbewoners Andere ruimtevragers Ruimtebeslag Landschappelijke waarden CO2 -emissie Milieugebruiksruimte geluid en externe veiligheidsrisico’s

Ruimtebeslag Landschappelijke waarden Biodiversiteit Klimaatschade

▪

Gemiddelde levensduurverwachting Gemiddeld aantal gezonde levensjaren

▪

Welzijn Flevolanders

▪ ▪

Ruimtebeslag Landschappelijke en archeologische waarden Biodiversiteit

▪

▪

▪

Robuuste en veerkrachtige natuur die klimaatbestendig is Staat van instandhouding Natura 2000

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

▪

▪

▪ Ruimtelijke kwaliteit

▪ ▪ ▪

Landschappelijke waarden Cultureel erfgoed Archeologische monumenten

▪

▪

▪

2.3

Vergroting areaal bos en houtopstanden Instandhouding weide- en akkervogels Terugdringen van invasieve exoten Behoud en bescherming kernkwaliteiten Flevolands landschap Behoud/bescherm ing cultureel erfgoed Zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik

▪

Verandering aantal en omvang van beschermde soorten

▪

Verlies van landschappelijke identiteit Versnippering en verrommeling

▪

Hoe komt de beoordeling voor de huidige situatie en referentiesituatie tot stand? Bepaling kwaliteit van de kernwaarde in de huidige situatie Voor de score huidig worden per aspect de volgende zaken beschouwd per aspect: (i) basiskwaliteit (kwantitatief waar beschikbaar), (ii) trend t.o.v. 2000/2010 en (iii) betrouwbaarheid (hoog/middel/laag). De ‘Leefomgevingsfoto van Flevoland’ beschrijft per thema de staat van de fysieke leefomgeving. Voor de huidige situatie 2024 (en waar mogelijk een terugblik naar 2000) kan dit veelal op basis van aanwezige data. Op basis van de indicatoren, streefwaarde en gewenste beweging kan een beoordeling van deze kernwaarde gegeven worden. In onderstaand figuur is hiervan een voorbeeld weergegeven. Het moge duidelijk zijn dat de gepresenteerde (trend)lijn en bepaling van de score niet exact te bepalen is. Hiervoor zijn de gekozen indicatoren en beoordelingsschaal te grofmazig. Daarom is per kernwaarde toegelicht hoe een bepaalde score tot stand gekomen is. Hierdoor is de beoordeling navolgbaar en is deze ook getoetst door experts van zowel Antea Group als de provincie Flevoland. Beoordeling impact autonome ontwikkelingen op de kernwaarde Vervolgens is met behulp van aanwezige data, de specialisten van de provincie en Antea Group een deskundig oordeel gegeven van de te verwachten ontwikkeling van dit thema.

Dit is vrijwel altijd met een bandbreedte om zo ook de onzekerheid in de voorspelling mee te nemen (zie figuur).

Figuur 2-1: Beoordeling referentiesitiuatie 2050 (voorbeeld)

De beoordeling per thema is vervolgens vertaald in een totaalbeoordeling van de huidige situatie en referentiesituatie. Hierin zijn de grafieken gebundeld weergegeven.

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

2.4

Beoordeling scenario’s en voorkeursalternatief Beoordeling van de eerste scenarioscan De provincie heeft vier uiterste scenario’s uitgewerkt op basis van een assenkruis. Deze scenario’s verkennen ‘de hoeken van het speelveld’ en vormen tevens de basis voor participatiebijeenkomsten. Op de x-as wordt het spectrum weergegeven van faciliterend naar sturend, oftewel de mate waarin de provincie/overheid regie voert of de markt juist faciliteert. De y-as geeft aan de onderkant een focus op natuurlijk gedreven principes en aan de bovenkant een focus op technologisch gedreven oplossingen, waarbij vr ijwel alles maakbaar wordt geacht. Onder een scenario wordt een denkmodel verstaan dat mogelijke toekomstontwikkelingen verkent en inzicht geeft in verschillende richtingen die de provincie Flevoland kan opgaan. Scenario’s zijn geen voorspellingen, maar schetsen uitersten van mogelijke toekomsten op basis van belangrijke sturingsmechanismen, zoals de mate van overheidsingrijpen en de invloed van technologische of natuurlijke ontwikkelingen. Ze dienen als hulpmiddel om strategische keuzes te verkennen, consequenties in kaart te brengen en een gefundeerd gesprek te voeren over ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Geen van deze scenario’s zal volledig overeenkomen met de toekomstige werkelijkheid. Ze dienen als denkmodellen om het gesprek te faciliteren en samen te werken aan een breed gedragen Omgevingsvisie. Deze stap is cruciaal om bewuste keuzes te maken over de ruimtelijke ontwikkeling van Flevoland. Uiteindelijk zullen elementen uit de verschillende scenario’s worden gecombineerd in varianten, waarbij zorgvuldig wordt afgewogen tussen ruimtegebruik en ambities, gezien de conflicterende ruimteclaims. De effecten van de scenario’s zijn, net als de Leefomgevingsfoto van de huidige situatie en referentiesituatie, beoordeeld op de kernwaarden. Hetzelfde beoordelingskader is hiervoor gebruikt. De basis voor de scenario’s is dat het gaat om de hoofdlijnen en de lange termijn. De focus staat dan ook niet op de jaartallen, maar gaat over de lange termijnperspectieven in het algemeen. Om die reden is er gekozen voor een andere beoordelingswijze dan voor de huidige situatie, referentiesituatie en het voorkeursalternatief. De beoordeling van de vier scenario’s vindt op twee niveaus plaats: 1. Per thema van het beoordelingskader een globale beoordeling (kansen en risico’s). 2. Integraal en ‘door de oogharen’ met focus op kansen, risico’s en inzicht in omslagpunten .

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Beoordeling per thema Voor de varianten zijn per relevant thema de kansen en risico’s in beeld gebracht. Hierbij wordt met een schuin oog naar de referentiesituatie 2050 gekeken, maar zoals gesteld wijkt dit in sommige gevallen dusdanig af dat deze vergelijking vaak niet zinvol is. Daarom wordt gewerkt met kansen en risico’s (een kwalitatieve inschatting van de bijdrage van de variant). Voor diverse indicatoren is een zeer beknopte beschouwing gedaan, omdat deze niet beoordeeld kunnen worden voor de varianten en ook niet onderscheidend zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor gezond gedrag. De mate waarin maatschappelijke voorzieningen goed functioneren, is niet af te leiden uit de grofmazige varianten. Een dergelijke redenering geldt voor meerdere indicatoren. Integrale beschouwing ‘door de oogharen’ Per scenario is ook een integrale ‘door de oogharen’ analyse gegeven. Bij deze analyse is vanuit verschillende perspectieven gekeken naar wat de impact is van deze variant op de fysieke leefomgeving. Dit is weergegeven als een ‘algemene effectbeoordeling’, waarin de focus is gelegd op een kwalitatieve analyse van de beoordelingskader in volle breedte. Totstandkoming en wijze van beoordelen De beoordeling van de scenario’s op beide niveaus is kwalitatief van aard.

Omdat de scenario’s zoveel afwijken van de referentiesituatie en geen data beschikbaar is om te toetsen of een kwaliteit van een bepaald thema verbetert of verslechtert, is de beoordeling in de vorm van risico’s en kansen uitgevoerd. Aan het einde van elk scenario is een samenvattend overzicht van de belangrijkste risico’s en kansen gegeven en zijn aanbevelingen voor het formuleren van dilemma’s (de fase hierna) gegeven. De totstandkoming van zowel de integrale beoordeling ‘door de oogharen’ als de beoordeling per thema is door de deskundigen van Antea Group tot stand gekomen en is door de projectgroep Omgevingsvisie van de provincie Flevoland uitgedaagd. Beoordeling van de perspectieven Vervolgens werkt de provincie deze uitkomsten uit tot drie definitieve perspectieven. Elk perspectief zal afzonderlijk worden beoordeeld. De perspectieven zijn op hoofdlijnen geformuleerd. Dit betekent dat pas bij concrete uitwerking veel duidelijk wordt over de exacte omvang, locatie en specifieke kenmerken. Het is daarom evident dat de hier gegeven effectbeoordeling niet de pretentie heeft om bepaalde effecten concreet te kunnen duiden. De hier gegeven effectbeoordeling op hoofdlijnen moet dan ook meer in de vorm van ‘kansen op positieve of negatieve effecten’ gezien worden. De beoordeling vindt plaats op een meer traditionele manier met plussen en minnen.

Tabel 2-2: Toelichting scores Score Toelichting ++

Kans op het optreden van een sterk positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

+

Kans op het optreden van een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

0/+

Kans op het optreden van een licht positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

0

Een neutraal effect ten opzichte van de referentiesituatie

0/-

Risico op het optreden van een klein negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

-

Risico op het optreden van een negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

--

Risico op het optreden van een sterk negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

3.

De leefomgevingsfoto van Flevoland De eerste stap van de Omgevingseffectrapportage (OER) is het schetsen van een goed beeld van de huidige en toekomstige staat van de leefomgeving in de provincie Flevoland. Hiervoor dient deze leefomgevingsfoto. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het bestaand beleid, de huidige situatie en de mogelijke trends en ontwikkelingen. Dit is per thema en aspect gedaan. Ieder thema is afgesloten met een beoordeling, in de vorm van een trendgrafiek.

3.1

Woningbouw en wonen

3.1.1

Inleiding, beoordelingskader en beleid Inleiding Woningbouw en wonen zijn belangrijke indicatoren voor de leefbaarheid en ontwikkeling van Flevoland. Dit hoofdstuk biedt inzicht in de demografische groei, de huidige woningvoorraad en de voortgang van nieuwbouwprojecten. Daarnaast worden trends zoals verduurzaming en de diversiteit in woonmilieus besproken. Uitdagingen op het gebied van betaalbaarheid, verstedelijking en de effecten van vergrijzing worden in kaart gebracht om een actueel beeld te schetsen van de woningmarkt in de provincie. Beleid •

Flevolandse Woonagenda (2021): De provincie heeft de woonagenda opgesteld om activiteiten te agenderen die eraan bijdragen dat het in Flevoland goed wonen is voor iedereen, nu en in de toekomst. De pijlers van het Flevolandse woonbeleid en de uitvoering hiervan zijn in deze agenda bes proken. Gelet op deze lokale verantwoordelijkheid heeft de provincie Flevoland deze woonagenda samen met de gemeenten opgesteld.

Hoofdlijnen beleidsdoelstelling In 2050 is Flevoland een regio waar het goed vertoeven is. Steden en dorpen zijn levendige en gezonde omgevingen, met een divers aanbod aan woningen. Bestaand woonaanbod moet gerenoveerd en gediversifieerd worden en er zal veel gebouwd worden. Het streven is 90.000 tot 115.000 woningen te bouwen tot 2050 waarvan er 39.193 worden gebouwd tot 2030. Hiervan zal 15% (6.000 woningen) tot en met 2030 uit biobased materialen gebouwd worden. Daarnaast streeft de provincie dat 20% van de extra nieuwbou w gerealiseerd in 2050 sociale huur is. De bouw van deze nieuwe woningen zal zorgen voor een meer gedifferentieerd aanbod aan woningen dat aansluit op de demografie en ontwikkeling van Flevoland. Tenslotte wil de provincie tot 2030 aanvullen d 2.300 woningen voor arbeidsmigranten realiseren (short- en mid-stay). Een aandeel van deze woningen zal gerealiseerd worden in bestaande woonwijken om verdichting te stimuleren en multifunctionele woon werkmilieus te creëren. Voor de periode ná 2030 zijn er nog geen harde afspraken, maar gaat de provincie uit van het bouwen van 40.000 woningen elke 10 jaar, dus gemiddeld 4.000 per jaar, waarvan gemiddeld 2.000 in Almere, 1.000 in Lelystad en 1.000 in de overige vier (ZUND) gemeenten. Beoordelingskader Tabel 3-1: Beoordelingskader woningbouw en wonen

Thema Woningbouw en wonen

Aspect Woningproductie Verduurzaming bestaande woningvoorraad Diversiteit woonmilieus

3.1.2

Doelbereik • •

Aantallen nieuwe woningen Woningen voldoen aan de doelen voor klimaat, energie en gezondheid

Huidige situatie Woningproductie Begin 2012 waren er 158.061 woningen in Flevoland, dit aantal is gegroeid tot 184.425 woningen eind 2023. Dit is een toename van 26.364 woningen2 . Figuur PM toont de ontwikkeling van de woningvoorraad in Flevoland. Alle woningen toegevoegd aan de woningvoorraad door nieuwbouw of overige toevoegingen aan de voorraad

2 CBS (2022) Woningvoorraad: https://opendata.cbs.nl/statline#/CBS/nl/dataset/81955NED/table?dl=97EA0

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

vormen de bruto groei. De netto groei is de som van alle toevoegingen minus onttrekkingen, sloop en inclusief correcties. Dit wordt ook wel het saldo woningvoorraad genoemd. Sinds 2015 is de jaarlijkse groei van de woningvoorraad flink toegenomen. De bruto groei in 2022 kwam uit op 3.262 woningen, met 98 sloop of overige onttrekkingen kwam de netto groei daarmee uit op 3.165 woningen. 4000

Aantal woningen

3000 Correctie 2000

Overige onttrekking

Sloop

1000

Overige toevoeging 0

Nieuwbouw

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Netto Groei

-1000

-2000

jaar

Aantal woningen

Figuur 3-1: Toename van de woningvoorraad van de provincie Flevoland

1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 2012 Almere

2013

2014

Dronten

2015

2016

Lelystad

2017

2018

2019

Noordoostpolder

2020

2021

2022

Urk

Zeewolde

Figuur 3-2: Aantal gebouwde nieuwbouwwoningen per gemeente. In de meeste gemeenten is een opgaande trend te zien 3 .

Het aantal afgegeven bouwvergunningen van het CBS is een indicator voor het aantal nieuw te bouwen woningen. De gemiddelde tijd vanaf het verlenen van een bouwvergunning tot aan de oplevering van een woning is 1,5 tot 2 jaar. Het aantal verleende bouwvergunningen loopt sinds begin 2022 terug in Flevoland 4 .

3 CBS (2022) Nieuwbouw: https://opendata.cbs.nl/statline#/CBS/nl/dataset/81955NED/table?dl=97F2A 4 Datawonen.nl (2023) Programma Woningbouw - Woondeal - Beschikbaarheid

- Flevoland (datawonen.nl)

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

Figuur 3-3: Aantal verleende vergunningen nieuwbouw en gerealiseerde nieuwbouw.

Eigendom In 2023 betreft 64,8 procent van het aantal woningen koopwoningen, 25,5 procent is in het eigendom van woningcorporaties en 9,9 procent is particulier of anders verhuurd in Flevoland. Deze percentages zijn sinds 2011 nauwelijks veranderd. In Nederland ligt het percentage koopwoningen lager (57%). Diversiteit woonmilieus Betaalbaarheid Voor betaalbaarheid wordt gekeken naar de gemiddelde verkooprijs en de sociale woningvoorraad. Van Q2 2013 tot Q3 2022 was er een stijgende lijn te zien in de gemiddelde verkoopprijs. De verkoopprijs steeg deze periode met 138,4 procent (van 175.473 naar 418.407) 5 . 450000 400000 350000 300000 250000 200000 150000 100000 50000 0

Figuur 3-4: Gemiddelde verkoopprijs woningen Flevoland per kwartaal

In Flevoland viel 24% van de woningen in 2021 in de sociale woningvoorraad (corporatiesector) 6 . Dit is lager dan gemiddeld in Nederland (26%). Het percentage sociale woningvoorraad binnen de corporatiesector is het laagst in gemeente Urk (13%) en gemeente Zeewolde (21%), gevolgd door gemeente Dronten en gemeente Noordoostpolder met beiden 23 procent. In gemeente Almere (24%) en gemeente Lelystad (28%) was de sociale woningvoorraad (corporatiesector) het hoogst. Woningtype en oppervlak De huidige woningvoorraad in Flevoland verschilt van de woningvoorraad in Nederland.

5 CBS (2023) Datawonen - Koopprijs 6 dVi – verantwoordingsinformatie

(corporatiesector)

corporaties / Syswov (2023) Datawonen - Een thuis voor iedereen

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

In Flevoland zijn naar verhouding (77,3%) meer eengezinswoningen dan gemiddeld in Nederland (63,5%) 7 . Het percentage eengezinswoningen ligt het hoogst in gemeente Noordoostpolder (86,5%) en gemeente Dronten (86,4%). Het percentage meergezinswoningen ligt het hoogst in gemeente Almere (29,1%) en gemeente Lelystad (19,3%). Van de eengezinswoningen in Flevoland zijn er relatief veel woningen in de categorie tussenwoning (58,5%) en hoekwoning (20,2%). Nederland heeft de meeste woningen in de categorie tussenwoning (46%) en vrijstaande woningen (20,3%), gevolgd door hoekwoningen (19,9%). De gemiddelde gebruiksoppervlakte van een woning ligt hoger in Flevoland (124 m 2 ) dan in Nederland (120 m2 ). De gemiddelde gebruiksoppervlakte is het hoogst in gemeente Noordoostpolder (161 m 2 ) en gemeente Dronten (135 m2 ), gevolgd door Zeewolde (132 m2 ), Urk (128 m2 ), Lelystad (126 m2 ) en Almere (113 m2 )8 . Verduurzaming bestaande woningvoorraad Een energielabel geeft aan hoe energiezuinig een gebouw is. Hierbij is G het slechtste energielabel en A++++ het beste. Onderstaande grafiek toont het aantal adressen per type energielabel in de provincie Flevoland. Energielabel A komt het meeste voor in de provincie Flevoland: 72.959 adressen hebben energielabel A.

Figuur 3-5: Energielabels bestaande woningvoorraad Flevoland

Flevoland is een innovatieve provincie als het gaat om het waarmaken van duurzame klimaatdoelen. Maar ook in veel van de nieuwbouwprojecten wordt gebruik gemaakt van duurzame materialen zoals hout of andere bio based materialen. De provincie Flevoland werkt aan de verduurzaming van woningen door subsidies en leningen aan te bieden via het Energieloket Flevoland. Dit omvat financiële steun voor maatregelen zoals isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en groene daken. Daarnaast zijn er voordelige leningen besch ikbaar, zoals de Energiebespaarlening, waarmee huiseigenaren en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) hun woningen energiezuiniger kunnen maken. De provincie ondersteunt op deze manier de energietransitie en helpt inwoners om duurzame keuzes te maken.

7 CBS (2023) Woningtype: https://opendata.cbs.nl/statline#/CBS/nl/dataset/85035NED/table?dl=9884E 8 CBS (2023) Gebruiksoppervlak: https://opendata.cbs.nl/statline#/CBS/nl/dataset/82550NED/table?dl=9885D

Omgevingseffectrapport projectnummer 0494725.100 24 februari 2026 Provincie Flevoland

3.1.3

Trends en ontwikkelingen • Verstedelijking en groei van stedelijke gebieden Op nationaal niveau is er een trend van groeiende steden, waarbij steeds meer mensen naar stedelijke gebieden trekken voor werk, voorzieningen en sociale contacten. Dit sluit aan bij de sterke groei van steden als Almere en Lelystad in Flevoland, die de komende decennia fors blijven uitbreiden. Almere zal bijvoorbeeld naar verwachting tegen 2050 groeien met ruim 57%. Deze verstedelijking zorgt voor een grote vraag naar woningen in deze gebieden. • Vergrijzing van de bevolking De vergrijzing is een landelijke ontwikkeling die de woningmarkt beïnvloedt. Het aandeel 65 -plussers groeit gestaag. In Flevoland is dit aandeel toegenomen van 9,8% naar 15,2% tussen 2011 en 2023. Hoewel de provincie relatief jong blijft vergeleken met het landelijke gemiddelde, betekent de vergrijzing dat er steeds meer vraag komt naar levensloopbestendige woningen en zorgvoorzieningen, wat een uitdaging vormt voor zowel nieuwbouw als aanpassing van de bestaande woningvoorraad. • Duurzaamheid en energietransitie Een belangrijke landelijke trend is de verduurzaming van de woningvoorraad, mede door nationale klimaatdoelen. Ook in Flevoland speelt dit een grote rol, waarbij de provincie zelfs vooroploopt met duurzame innovaties.

Hier worden veel woningen gasloos gebouwd, voorzien van zonnepanelen en andere energiezuinige technieken. De provincie ondersteunt huiseigenaren actief met subsidies en leningen via het Energieloket om bestaande woningen te verduurzamen. • Druk op de betaalbaarheid van woningen Landelijk is er een toenemende druk op de betaalbaarheid van woningen, met stijgende huizenprijzen en een tekort aan sociale huurwoningen. In Flevoland is dit probleem ook zichtbaar: de gemiddelde verkoopprijs is de afgelopen jaren sterk gestegen, en hoewel deze in 2023 iets daalde, blijft betaalbaarheid een aandachtspunt. Het aandeel sociale huurwoningen ligt in Flevoland onder het landelijk gemiddelde, wat in bepaalde gemeenten, zoals Urk en Zeewolde, voor extra druk zorgt op de woningmarkt voor lage inkomensgroepen.

3.1.4

Beoordeling referentiesituatie Flevoland heeft de afgelopen jaren een sterke bevolkingsgroei doorgemaakt, maar er blijven uitdagingen in de diversiteit van het woningaanbod, betaalbaarheid en verduurzaming. De bevolking groeit snel, maar het aanbod van sociale huurwoningen blijft onder het landelijk gemiddelde. De woningmarkt in Flevoland kende tot 2024 een negatieve trend door tekorten en stijgende prijzen. Vanaf 2030 is herstel mogelijk, maar met onzekerheden. De markt kan zich stabiliseren bij een succesvolle bouwproductie, maar factoren zoals vergunningen en economische ontwikkelingen spelen een grote rol. Vanaf 2025 kan de markt zowel verbeteren als verslechteren. Een negatieve ontwikkeling betekent aanhoudende tekorten en stijgende prijzen, terwijl een positieve ontwikkeling duidt op een goed functionerende woningmarkt met voldoende aanbod. Tegen 2050 wordt een evenwicht verwacht, mits de juiste maatregelen worden genomen. Het thema ‘Woningbouw en wonen’ wordt hierdoor als volgt beoordeeld:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1406/documents/22177