Bijlage - 3 Deelrapport behoefte VIII - Toename jachtvliegtuigencapaciteit.pdf
Tekst van het document
Stof
Norm
Grenswaarde (Wm)
NO2 PM10 PM2,5
Jaargemiddeld Jaargemiddeld Jaargemiddeld
40 μg/m3 40 μg/m3 25 μg/m3
WHO-advieswaarde 2005 2021 40 μg/m3 10 μg/m3 20 μg/m3 15 μg/m3 10 μg/m3 5 μg/m3
Ultra fijn stof en overige luchtverontreinigende stoffen – Onderzoek TNO Vliegbasis Leeuwarden Voor ultra fijn stof (UFP) is er een duidelijke relatie tussen de gemeten concentraties en de vliegbewegingen op de Vliegbasis Leeuwarden. De UFP concentraties nemen sterk toe bij het starten, opstijgen en landen van de straaljagers. Vooral tijdens de invliegdagen en Operation Frisian Flag zijn de gemeten concentraties benedenwinds van de start- en landingsbaan tijdens deze activiteiten sterk verhoogd, met uurgemiddelde concentraties die kunnen oplopen tot boven de 100.000 deeltjes per cm3. Daarentegen liggen de daggemiddelde niveaus veel lager (14.000 – 26.000 deeltjes per cm3) en zijn vergelijkbaar met niveaus in een stedelijke omgeving. Gemeten UFP concentraties zijn van dezelfde grootteorde als de niveaus gemeten tijdens de Open Luchtmachtdagen in juni 2016. De gemeten UFP concentraties zijn sterk afhankelijk van de intensiteit van het vliegverkeer en de windrichting. Voorafgaand en tijdens Operation Frisian Flag was de dominante windrichting zuidwest, waardoor de hoogste concentraties zijn gemeten in Jelsum. Op basis van de vliegbewegingen en de meteodata in 2023 is de geschatte jaargemiddelde UFP concentratie in en rondom Jelsum en Marsum maximaal 8.000 deeltjes per cm3. Bij een gemeten achtergrondconcentratie van ca.
6.000 deeltjes per cm3, is de toename van de UFP concentratie in Jelsum en Marsum, als gevolg van de vliegbewegingen op de Vliegbasis Leeuwarden maximaal 2.000 (ca. 30%) deeltjes per cm3. Ondanks de toename in UFP concentratie blijven de jaargemiddelde concentraties relatief laag en vergelijkbaar met de regionale achtergrondwaarde op het landelijk meetstation in Cabauw. De maximale 8-uurs gemiddelde UFP concentraties, gemeten tijdens de invliegdagen en Operation Frisian Flag (30.000 – 70.000 deeltjes per cm3), liggen in dezelfde orde van grootte als de voorlopige Nano Referentie Waarde. Bij omrekening naar een jaargemiddeld beeld voor 2023, liggen de maximale 8-uurs gemiddelde UFP concentratie in en rondom Jelsum en Marsum op ca. 12.000 deeltjes per cm3. Bij een gemeten 8-uurs gemiddelde achtergrond overdag van ca. 7.500 deeltjes per cm3 is dat een maximale toename van ca. 60%. Ondanks de toename in UFP concentratie blijft deze nog ruim onder de voorlopige Nano Referentie Waarde. Jachtvliegtuigen stoten luchtverontreinigende stoffen uit. Toename van het gebruik van jachtvliegtuigen leidt daardoor tot toename van concentraties NO2 en PM10. Het MER onderzoekt de toename van luchtverontreiniging in de omgeving van de vliegvelden. Hiervoor gebruikt het MER toetspunten op 500, 1.000 en 2.000 meter van de vliegvelden.
figuur 2-17 toont als voorbeeld de toetspunten rond vliegbasis Volkel.
blad 29 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
figuur 2-17 Toetspunten luchtkwaliteit bij Vliegbasis Volkel
De bijdrage van de toevoeging van 1.150 en 2.300 sorties wordt op deze toetspunten berekend. De resultaten hiervan zijn niet-locatiegebonden. Dat betekent dat de bijdrage gelijk is voor alle vliegvelden. Het MER onderzoekt wat deze bijdrage betekent voor de totale concentraties door de resultaten te vergelijken met de achtergrondconcentraties. Doordat de achtergrondconcentraties per locatie verschillen kan er een locatiespecifieke beoordeling plaatsvinden. De beoordelingsschaal sluit aan bij de bepalingen vanuit het Besluit NIBM. Hierin zijn getalsmatige grenzen voor de bijdrage aan concentraties luchtverontreiniging door stikstofdioxide en fijn stof gegeven. De grenswaarde bedraagt 3% van de jaargemiddelde concentraties. In de beoordeling wordt een bijdrage van meer dan 3% als negatief beoordeeld. tabel 2-6 Classificatie van beoordeling voor de bijdrage aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen
Beoordeling
Toelichting
--
Toename van concentraties NO2, PM10 en PM2.5 van > 5%
-
Toename van concentraties NO2, PM10 en PM2.5 van 3% - 5%
0/-
Toename van concentraties NO2, PM10 en PM2.5 van 1% - 3%
0
Toename van concentraties NO2, PM10 en PM2.5 van < 1%
Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij zijn het plaatsgebonden risico, en aandachtsgebieden van belang. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan één op de miljoen.
blad 30 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
Specifiek voor de bepaling van de effecten van omgevingsveiligheid van een vliegveld zijn de plaatsgebonden risicocontouren van belang. Het opstijgen en landen is brengt namelijk risico’s met zich mee. Het risico op een ongeluk vertaalt zich in plaatsgebonden risicocontouren rond de start en landingsbaan. De contouren zijn per alternatief in beeld gebracht. Impact plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden op de activiteit In de analyses is gekeken in hoeverre sprake is van overlap van plaatsgebonden risicocontouren van de behoefte en risicovolle activiteiten in de omgeving. Dit om mogelijke domino-effecten in beeld te brengen Aantal (zeer) kwetsbare gebouwen binnen de mogelijke plaatsgebonden risicocontouren Met behulp van GIS-analyses is het aantal (zeer) kwetsbare gebouwen (op basis van de indicatieve kwetsbare gebouwen in de Signaleringskaart) in de 10-6 plaatsgebonden risicocontouren in beeld gebracht. De volgende beoordeling is toegepast, waarbij als sprake is van woningen in de 10-5/jaar plaatsgebonden risicocontour dit extra negatief beoordeeld is. Tabel 2-7 Classificatie van beoordeling voor omgevingsveiligheid Beoordeling
Toename aantal (zeer) kwetsbare gebouwen
--
> 50
-
26 - 50
0/-
11 – 25
0
< 10
Licht Lichthinder door jachtvliegtuigen kan ontstaan bij het opstijgen en landen. Dit is echter beperkt tot de directe omgeving van het vliegveld/vliegbasis. Het effect hiervan als neutraal beoordeeld. Als eenmaal op hoogte gevolgen wordt (jachtvliegtuigen mogen op minimaal 1.200 feet (365 meter) in heel Nederland vliegen), is lichthinder niet te verwachten. Mogelijke lichthinder wordt in de omgeving van de vliegbasis onderzocht. Andersom kunnen piloten gehinderd worden door lichtbronnen in de omgeving. Veel lichtemissie vanaf de grond kan het zicht bij avondvluchten belemmeren. Het IVM brengt de lichtemissie in kaart. Het MER beoordeelt dit aspect op basis van de omvang van lichtemissies in de omgeving van de vliegbasis. Meer lichtemissies leiden hierdoor tot een slechtere score. Trillingen Het gebruik van jachtvliegtuigen kan leiden tot trillingshinder in de omgeving van de vliegbasis. Voor dit aspect brengt het MER het aantal gevoelige functies in de omgeving van de vliegbasis in beeld. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de geluidberekeningen. Geluid is immers een vorm van trilling. De mate van trillingshinder is te bepalen aan de hand van de geluidbelasting. Beoordeling Het MER beoordeelt de mate van gevoeligheid van de omgeving. De beoordeling wordt gebaseerd op het aantal woningen in de geluidbelastingsklassen vanaf 65 dB.
Hoe hoger de toename van het aantal woningen binnen de hogere geluidbelastingsklassen, hoe slechter de score. De beoordeling is gebaseerd op het aantal woningen met een geluidsbelasting > 70 dB. Als veel woningen in de >75 dB klasse gelegen zijn, is dit extra negatief beschouwd. tabel 2-8: classificatie van beoordeling voor trillingen Beoordeling
Toelichting
--
Toename meer dan 100 woningen binnen de 70 dB-contour
-
Toename van 30 – 100 woningen binnen de 70 dB-contour
0/-
Toename van 10 – 30 woningen binnen de 70 dB-contour
0
Toename van < 10 woningen binnen de 70 dB-contour
blad 31 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
2.4.2
Natuur, landschap en cultureel erfgoed Beschermde natuurgebieden Beschermde natuurgebieden zijn in Nederland in verschillende categorieën onderverdeeld. Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn Europees beschermde gebieden. Per gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. De uitbreiding van het aantal sorties kan leiden tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Omdat voor deze behoefte geen uitbreiding van faciliteiten of voorzieningen nodig is, is er geen sprake van ruimtebeslag in beschermde natuurgebieden. De behoefte heeft geen effect op de omvang van natuurgebieden. Instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en -soorten kunnen wel aangetast worden door indirecte effecten. Voor elk habitattype is bepaald voor welke verstoringsfactoren deze gevoelig is. Toename van het aantal sorties van jachtvliegtuigen heeft alleen effect op stikstofdepositie. Voor de alternatieven is daarom het effect op stikstofdepositie berekend. De score wordt bepaald door de omvang van de stikstofdepositie en het aantal natuurgebieden dat hierdoor geraakt wordt. Effecten op vogelrichtlijnsoorten worden meegenomen bij het aspect beschermde soorten en biodiversiteit. Natuurnetwerk Nederland Binnen de NNN kan uitwisseling van soorten plaatsvinden en wordt de instandhouding van de biodiversiteit ondersteund.
In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als deze ontwikkelingen de wezenlijke kenmerken of waarden van het NNN aantasten. Voor wat betreft NNN geldt dat slechts enkele provincies ook beleid rondom externe werking (met name geluid en overige verstoring) hebben. Echter, in dit planMER is voor alle relevante provincies in beeld gebracht wat de toename van verstoring (in dit geval vooral geluid) is voor de aanwezige NNN-gebieden. De beoordeling is gebaseerd op het aantal hectare NNN dat binnen de 55 dB-contour ligt. Belangrijke weidevogelgebieden De belangrijke weidevogelgebieden zijn verspreid over Nederland gelegen. Belangrijke weidevogelgebieden, gelegen buiten de NNN, zijn aangewezen vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels. Beschermde houtopstanden Omdat er geen toename van ruimtebeslag nodig is voor deze behoefte, worden er geen effecten op beschermde houtopstanden verwacht. Beoordeling Voor de beoordeling van de effecten op beschermde natuurgebieden zijn twee effecten in beeld gebracht: stikstofdepositie en overige hinder (geluid en licht). Voor stikstofdepositie zijn berekeningen uitgevoerd voor de uitbreiding van het aantal sorties per locatie. De beoordeling wordt gebaseerd op de maximale stikstofdepositie in aantal mol/ha/jaar.
De totale omvang en daarmee ook het aantal Natura 2000-gebieden dat geraakt wordt, is kwalitatief meegenomen in de beoordeling. Hierbij is de volgende classificatie gehanteerd: tabel 2-9: classificatie van beoordeling voor effecten op Natura 2000/beschermde gebieden Beoordeling
Toelichting
--
Toename meer dan 3 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige habitats
-
Toename van > 1 mol/ha/jaar – 3 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige habitats
0/-
Toename van > 0,01 mol/ha/jaar – 1 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige habitats
0
Geen toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats
Overige verstoring, zoals verstoring door geluid en licht is kwalitatief beschouwd naar mate de geluidscontouren meer over gevoelige gebieden zijn gelegen en de belasting hoger is. Voor de beoordeling kijkt het MER naar de omvang van vogelrichtlijngebied binnen de 55 dB-contour.
blad 32 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
Biodiversiteit Het gebruik van jachtvliegtuigen leidt tot verstoring van leefgebied van (beschermde) soorten. Verstoring kan op verschillende manieren optreden. Voor jachtvliegtuigen is verstoring door geluid en visuele verstoring relevant. Verstoring kan tot verschillende effecten op soorten leiden. Geluid en visuele verstoring kan tot verandering van gedrag leiden. Hierdoor kan een keten van gevolgen optreden, die uiteindelijk tot negatieve effecten op de populatie leiden. Directe effecten op de populatie worden veroorzaakt door vogelaanvaringen. Dit komt incidenteel voor. Op basis van gegevens van de Koninkijke Luchtmacht gaat het om circa negen aanvaringen per 10.000 vlieguren. De analyse richt zich vooral op de gevoeligheid van gebieden voor soorten. Omdat het hier gaat om vliegactiviteiten is er speciale aandacht voor vogels en de verschillen in gevoeligheid per locatie.
figuur 2-18: Gevoeligheidskaart voor trekvogels (links) en broedvogels (rechts) (bron: SOVON, 2023)
Om de impact op vogels te bepalen maakt het MER gebruik van gevoeligheidskaarten van Sovon (Stichting Ornithologisch Veldonderzoek Nederland). Sovon is het kenniscentrum voor verspreiding en trends van in het wild levende vogels in Nederland. Sovon heeft voor heel Nederland in beeld gebracht in welke mate gebieden gevoelig zijn voor trekvogels en broedvogels. De kaarten zijn gemaakt voor de gevoeligheid voor windturbines, maar geven ook een goed beeld voor de gevoeligheid voor andere activiteiten in het luchtruim. figuur 2-18 toont de gevoeligheid voor trekvogels en (niet-)broedvogels binnen Nederland. Geluidverstoring en visuele verstoring kan doorwerken op de grond. Ook soorten die op de grond of relatief laag bij de grond leven kunnen daarom verstoord worden door jachtvliegtuigen. De mate van verstoring is afhankelijk van de afstand, zowel verticaal als horizontaal. Op basis van verschillende onderzoeken is de horizontale effectafstand bepaald op twee kilometer. De verticale effectafstand wordt bepaald door de hoogte waarop gevolgen wordt. De verstoring wordt minder bij toenemende vlieghoogte. Dit is in tabel 2-10 weergegeven.
blad 33 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie tabel 2-10: Mate van verstoring van soorten ten opzichte van de verticale afstand (hoogte) Hoogte > 3.000 ft (915 m)
Geen verstoring
2.000 – 3.000 ft (610 – 915 m)
Lichte verstoring
1.000 ft – 2.000 ft (304 – 610 m)
Matige verstoring
< 1.000 ft (304 m)
Zware verstoring
De effecten zijn in beeld gebracht op trekvogels en broedvogels. Des te gevoeliger het gebied is, des te negatiever de beoordelingen. Voor het effectgebied kijkt het MER naar de geluidcontour van de behoefte. Voor effecten op overige soorten is met de effectindicator van BIJ12 inzichtelijk gemaakt welke soorten in de nabijheid van de starten landingsbaan voorkomen. Als dit veel gevoelige soorten zijn, is dit negatief beoordeeld; bij een beperkt aantal is dit licht negatief beoordeeld. Is sprake van een zeer hoog aantal dan is een zeer negatieve beoordeling toegekend.
2.4.3
Klimaatadaptatie Overstromingen Doordat Nederland een groot rivierstelsel kent en grote delen van het land onder zeeniveau liggen, zijn veel plekken kwetsbaar voor overstromingen. Door de stijgende zeespiegel en toename van hevige regenval nemen de risico’s op overstromingen toe. De risico’s zijn in beeld gebracht in de Klimaateffectatlas door middel van overstromingsdieptekaarten. De overstromingsdieptekaarten geven aan hoe diep een gebied kan overstromen en hoe groot die kans ongeveer is. Op basis van de overstromingsdieptekaarten kunnen vliegvelden beoordeeld worden op de gevoeligheid voor overstromingen. Hoe groter de risico’s op overstroming, hoe lager de score op dit aspect. Droogte Droogte is een ander kenmerk van klimaatverandering. Klimaatverandering leidt tot hogere temperaturen en langere periodes van droogte. Droogte kan leiden tot tekorten aan water, dalende grondwaterstanden en toenemende risico’s op natuurbranden. Effecten op water zijn voor deze behoefte niet relevant. Risico’s op natuurbranden kunnen wel een rol spelen in de locatieafweging. Natuurbranden in de omgeving van een vliegveld kunnen belemmerend werken voor het gebruik van de luchthaven door jachtvliegtuigen. In de Klimaateffectatlas is voor heel Nederland het risico op natuurbranden in beeld gebracht.
Het MER beoordeelt de locaties voor jachtvliegtuigen op de omvang van het risico en de nabijheid van gebieden met hoog risico op natuurbranden. Des te hoger dit risico des te negatiever de beoordeling.
2.4.4
Ruimtegebruik Recreatie Het gebruik van jachtvliegtuigen kan hinder veroorzaken voor recreatieve functies. Bij recreatieve functies gaat het enerzijds om verblijfsfuncties zoals campings en hotels. Anderzijds kijkt het MER ook naar buitenrecreatie in de omgeving van de vliegvelden. Hiervoor zijn de landelijke fiets- en wandelpaden in beeld gebracht. Kaart wandelkilometers De gegevens over het aantal en lengte van wandelingen komt uit het ContinuVrijeTijdsOnderzoek (CVTO). Voor deze kaart worden alleen wandelingen die langer duren dan 60 minuten en die plaatsvinden in een natuurgeoriënteerde omgeving (bijvoorbeeld geen woonwijken) meegenomen. Kaart natuurtoerisme Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van de Nederlandse toerismestatistieken op provincieniveau (NBTCNIPO en CBS). De locatie van ecosystemen wordt gebruikt om het aantal overnachtingen ruimtelijk te verdelen. Voor watersporttoerisme wordt ook de locatie van jachthavens gebruikt. Natuurtoerisme onderscheid zich van natuurrecreatie, doordat het bij natuurrecreatie gaat om een dagactiviteit en natuurtoerisme omvat meerdere dagen (inclusief overnachting).
blad 34 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
Vooral geluidverstoring is een hinderfactor voor recreatie. Voor de beoordeling op het aspect recreatie kijkt het MER naar aanwezige recreatieve functies binnen de geluidcontouren. Beoordeling De beoordeling voor het thema is als volgt: tabel 2-11: Beoordeling recreatie Beoordeling
Aantal logies- en bijeenkomstfuncties
--
Toename van > 200
-
Toename van 100 – 200
0/-
Toename van 11 – 100 woningen binnen de 70 dB-contour
0
Toename van < 10
Als uit de wandelkilometers en/of natuurtoerisme significant andere resultaten komen, kan de effectbeoordeling hierop minder of juist negatiever bijgesteld worden. Dit is altijd beschreven waar van toepassing. Landbouw Overlast door jachtvliegtuigen speelt niet alleen bij mensen. Ook dieren kunnen hinder ondervinden door geluid en trillingen van jachtvliegtuigen. Het MER kijkt naar het aantal landbouwdieren in de omgeving van de vliegvelden. Op basis van CBS-data (landbouwtelling) is het totaal aantal rundvee, varkens, kippen, paarden en pony’s per gemeente in beeld gebracht. Met behulp van GIS zijn deze cijfers omgerekend naar het aantal dieren per vierkante kilometer per gemeente. In deze omrekening is gekeken naar de omvang van het buitengebied, het stedelijk gebied van een gemeente is niet meegenomen in deze berekening. Bij paarden en pony’s kijkt de landbouwtelling alleen naar fokdieren. Paardenhouderijen zoals maneges zijn hier niet in opgenomen. Er zijn geen openbare gegevens over het totaal aantal paarden en pony’s van paardenhouderijen. Wel heeft het CBS data over het aantal bedrijven. In aanvulling op de landbouwtelling is het aantal bedrijven in beeld gebracht. Voor de beoordeling van dit aspect kijkt het MER naar het aantal dieren en bedrijven per vierkante kilometer. Een hogere dichtheid van dieren en bedrijven leidt tot een lagere score op dit aspect.
Een gemiddelde dichtheid is hierbij als licht negatief beoordeeld , bovengemiddeld negatief en rum bovengemiddeld als zeer negatief.
2.4.5
Defensiespecifiek Nabijheid van oefengebieden Oefengebieden voor jachtvliegtuigen zijn onder andere te vinden op Vliehors Range, het oefenterrein van Defensie aan de westkant van Vlieland. Grotere oefengebieden liggen boven de Noordzee, aan de noordkant van Nederland. Als de vliegbasis/vliegveld nabij het grootste oefengebied (Noordzee) is, is een positieve (+) beoordeling toegepast. Ligt de vliegbasis/vliegveld alleen nabij de oostelijke route geldt een neutrale (0) beoordeling. Als beide niet in de buurt liggen is een negatieve (-) beoordeling toegepast. Ter nuance is ook een licht positieve of licht negatieve beoordeling toegepast. Er is geen zeer negatieve/positieve beoordeling toegepast. Spreiding van jachtvliegtuigencapaciteit De ruimte en mogelijkheden voor jachtvliegtuigen in Nederland wordt onder andere bepaald door eisen van de NAVO. Zo moeten jachtvliegtuigen een bijdrage leveren aan grootschalige oefeningen in samenwerking met andere NAVO-landen. Ook moet Nederland locaties aanbieden waar jachtvliegtuigen kunnen staan voor troepenopbouw. Meerdere locaties verspreid over het land is daarbij gewenst vanuit oogpunt van kwetsbaarheid. Voor de inzet van jachtvliegtuigen is het ook van belang dat Defensie kan beschikken over de vliegbasis. Medegebruik door andere functies kan hier belemmerend werken.
blad 35 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
Voor de beoordeling van dit aspect kijkt het MER naar de mate waarin locaties aan deze eisen (kunnen) voldoen. Het MER beoordeelt de nabijheid van oefengebieden en de mate waarin het alternatief bijdraagt aan het ACEconcept. Als geen sprake is van bijdrage aan het ACE-concept geldt een neutrale beoordeling. Als het beperkt bijdraagt geldt een licht positieve beoordeling en bij volledige bijdrage geldt een positieve beoordeling (er is geen zeer positieve beoordeling toegepast).
2.4.6
(Rijks)Raakvlakken Impact op (toekomstige) hoofdinfrastructuur Nederland kent een uitgebreid energienetwerk voor zowel het opwekken als transporteren van energie. Dit netwerk is zowel onder als boven de grond aanwezig. Vanwege capaciteitsproblemen en toenemende vraag naar energie is uitbreiding van het energienetwerk nodig. Hoogspanningsleidingen en windturbines leveren beperkingen op voor luchtvaart en vice versa. Dit geldt niet voor auto- en spoorverbindingen. Deze zijn buiten beschouwing gelaten. De alternatieven voor de uitbreiding van het aantal sorties jachtvliegtuigen betreffen bestaande luchthavens. Vanwege bestaand vliegverkeer gelden al beperkingen voor windturbines en hoogspanningsverbindingen in de omgeving van de vliegvelden. Funnels en veiligheidscontouren beperken bestaande en eventuele nieuwe locaties voor windturbines en hoogspanningsverbindingen. Het toevoegen of uitbreiden van sorties voor jachtvliegtuigen leidt in beginsel niet tot nieuwe of grotere beperkingen van deze mogelijkheden. Dit aspect is echter wel beschouwd. Hierbij is gekeken naar bestaande windturbines, bovengrondse hoogspanningslijnen, maar ook naar toekomstige verbindingen. Hiervoor is het Programma Energiehoofdstructuur, de plannen vanuit de diverse RESregio’s en ook de diverse projecten van TenneT beschouwd.
Als sprake is van mogelijke interferentie tussen (toekomstige) energienetwerk en de behoeften is dit negatief beoordeeld. Des te groter de interferentie des te negatiever de beoordeling. Impact op toekomstige woningbouw Nederland kent een grote opgave op het gebied van woningbouw. Deze behoefte heeft hier mogelijk invloed op, bijvoorbeeld door de geluidsbelasting of veiligheidscontouren van de luchtvaartactiviteiten. Voor toekomstige woningbouw is gekeken naar grootschalige woningbouw. Hiervoor zijn de Woondeals van de diverse regio’s geraadpleegd. Op basis hiervan is, wanneer de locatie globaal bekend is, beschouwd wat de ligging is ten opzichte van de 55 dB-contour van de halve en hele behoefte. Als deze overlappen is een negatieve beoordeling toegepast. Des te groter de overlap (en hoger de potentiële geluidsbelasting) des te negatiever de beoordeling. Impact op civiele luchtvaart De behoefte voor jachtvliegtuigen heeft mogelijk impact op andere opgaven en ambities van het Rijk. De behoefte voor jachtvliegtuigen kan op twee manieren belemmerend werken voor Rijksbelangen: door impact op het gebruik van luchthavens en door impact op het (gebruik van) het luchtruim. Impact op het luchtruim (en luchtruimherziening) Het luchtruim wordt door verschillende civiele en militaire luchtruimgebruikers gebruikt.
Om te voorkomen dat gebruikers van het luchtruim in conflict met elkaar komen, is het luchtruim opgedeeld in lagen en gebieden met specifieke doelen. Binnen de lagen en gebieden gelden specifieke regels voor het gebruik ervan. Ook zijn er instanties die dit gebruik regelen en in de gaten houden. De wereld is de afgelopen dertig jaar veranderd en het vliegverkeer verandert mee. De luchtvaart is afgelopen decennia gegroeid, nieuwe vormen van luchtvaart (zoals drones) dienen zich aan en de komst van de F-35 vraagt om andere militaire
figuur 2-19: Overzicht luchthavens in Nederland
blad 36 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
oefenruimte. Ook wordt de druk op het woon- en leefmilieu steeds groter. De huidige indeling van het Nederlandse luchtruim en de manier waarop het dagelijkse luchtverkeer wordt afgehandeld levert nu al milieuknelpunten en vertragingen van vluchten voor passagiers en vracht op. Ook biedt het geen ruimte om de toekomstige veranderingen aan te kunnen. Tegen deze achtergrond is het programma Luchtruimherziening gestart. In februari 2025 is een schetsontwerp van de luchtruimherziening gepubliceerd. Het programma Luchtruimherziening heeft een aantal heel concrete doelen voor ogen. De Koninklijke Luchtmacht heeft behoefte aan een groter oefengebied voor de nieuwe F-35’s. Daarom wordt het huidige oefengebied in het noorden uitgebreid en verdwijnt het oefengebied voor dagelijks gebruik boven het zuiden van ons land. Een nieuwe indeling van het luchtruim is daarnaast nodig om vliegroutes korter en daarmee duurzamer te maken. Kortere ‘aanvliegroutes’ betekenen: minder omvliegen en dus minder uitstoot van schadelijke stoffen. Door vliegtuigen meer geleidelijk te laten opstijgen en dalen kan bovendien de geluidshinder op de grond worden beperkt.
figuur 2-20: ‘Wijziging in indeling militaire oefengebieden in het luchtruim (Schetsontwerp Luchtruimherziening, februari 2025)
blad 37 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
Met de Voorkeursbeslissing neemt het kabinet een richtinggevend besluit op hoofdlijnen om het luchtruim klaar te maken voor de toekomst. Het beschrijft de beoogde nieuwe indeling van het Nederlandse luchtruim en de daarbij passende duurzame afhandelingsconcepten om de negatieve effecten van de luchtvaart op mens, natuur en milieu te verminderen. De Voorkeursbeslissing markeert ook de start van de volgende fase van het programma: de Ontwerp- en realisatiefase. Met het NPRD heeft Defensie de behoefte aan uitbreiding van sorties voor jachtvliegtuigen gesteld. Dit betekent een intensiever gebruik van het luchtruim door de militaire luchtvaart. Met name de inpassing in het naderingsluchtruim en het tussenliggende luchtruim is een aandachtspunt bij de alternatieven voor jachtvliegtuigen. Het MER beoordeelt de alternatieven op de impact op en implicaties van (beperkingen voor) het huidig gebruik van het luchtruim. Daarbij kijkt het MER naar de noodzaak en mogelijkheden voor transitroutes van de locatie naar de oefengebieden. Meerdere beperkingen of aandachtspunten in de omgeving leiden tot een negatievere beoordeling op dit aspect. Het toevoegen van sorties jachtvliegtuigen kan op diverse vliegvelden impact hebben op civiele luchtvaart.
Het gaat hier enerzijds om civiel medegebruik dat, overigens goed samen kan blijkt uit het voorbeeld Eindhoven Airport, meer aandachtspunten krijgt, maar ook civiele functies als luchtvaartscholen die mogelijk hinder kunnen krijgen van militair medegebruik. In deze fase van planvorming is nog niet bekend wat en hoe groot deze impact is, maar in dit planMER is beoordeeld of deze impact er mogelijk is en hoe groot het aandachtspunt is. Impact op toekomstige (grootschalige) bedrijvigheid Rondom veel vliegvelden en vliegbases is bedrijvigheid aanwezig. Veel bedrijvigheid is luchthavengebonden en ingericht op geluid en trillingen die kunnen ontstaan bij vliegverkeer. Bij dit aspect is, onder andere aangegeven vanuit diverse zienswijzen, inzichtelijk gemaakt wat de impact is van de behoefte aan extra sorties op toekomstige bedrijvigheid. Het gaat in het bijzonder om potentieel trillingsgevoelige en grootschalige bedrijvigheid. De informatie hiervoor is afkomstig uit regiovisies, omgevingsvisies van gemeenten en vastgestelde plannen voor bedrijventerreinen. Is sprake van enige mogelijke interferentie is een licht negatieve beoordeling toegepast. Is deze groter is ook de beoordeling negatiever. Impact op NOVEX-gebieden In het programma NOVEX werken overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland.
Daarvoor moet eerst duidelijk zijn wat de ruimtevragers zijn, wat er ruimtelijk moet worden ingepast. Zowel nationaal als regionaal. De plannen voor de zestien aandachtsgebieden (zogenaamde NOVEX-gebieden) zijn onderdeel van de ruimtelijke voorstellen van de provincies. Vervolgens is gekeken of alle losse plannen bij elkaar tot een duurzaam landelijk beeld leiden. Einddoel van het programma is om te komen tot een heldere uitvoeringsagenda per provincie en per NOVEX-gebied. Veel van de thema’s uit de NOVEX zijn al bij andere thema’s ondergebracht, zoals impact op woningbouw, energie, recreatie, landbouw en natuur. Bij dit aspect is specifiek gekeken of de diverse vliegvelden/vliegbases genoemd zijn en wat een mogelijke bijdrage of juist niet van de behoefte aan de geformuleerde doelstellingen in de NOVEX. Om dubbeltellingen in beoordeling te voorkomen, is dit expliciet benoemd.
blad 38 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
3.
Vliegbasis Leeuwarden
3.1
Geluid
3.1.1
Huidige situatie en referentiesituatie figuur 3-1 toont de cumulatieve geluidbelasting van de omgeving van vliegbasis Leeuwarden (RIVM, 2020). De vliegbasis vormt een voorname geluidbron aan de noordkant van Leeuwarden. Op de kaart van het RIVM is de hogere geluidbelasting rond de vliegbasis goed terug te zien. In de directe omgeving van de vliegbasis ligt de geluidbelasting boven de 65 dB. Onderzoek van RIVM en het CBS laat ook zien dat in de wijken ten noorden van Leeuwarden het percentage ernstig gehinderden door vliegverkeer boven de 20% ligt. Wegverkeer is een andere grote geluidbron voor de omgeving. Op de kaart met de geluidbelasting is het wegenpatroon van Leeuwarden herkenbaar terug te zien, vooral de hoofdwegen springen eruit. Het percentage ernstig gehinderden door wegverkeer ligt rond de 5%.
figuur 3-1 Cumulatieve geluidbelasting rond vliegbasis Leeuwarden (bron: RIVM, 2020)
Huidige geluidbelasting vliegbasis Leeuwarden Defensie laat de geluidbelasting van het militair vliegverkeer elk jaar doorrekenen. De resultaten van deze berekening worden gepubliceerd. figuur 3-2 toont de geluidbelasting (35 Ke-contour) van de periode tussen 2019 en 2023 ten opzichte van de geluidzone (zwarte lijn). In het meest recente jaar (2023) was de landingsbaan gedeeltelijk in onderhoud, waardoor opstijgen en landen van jachtvliegtuigen beperkt mogelijk was. Het aantal vliegbewegingen lag hierdoor in 2023 lager dan gebruikelijk (zie ook figuur 3-2). 2023 is daardoor geen maatgevend jaar voor het gebruik van de vliegbasis. Voor de vergelijking met de feitelijke geluidbelasting van het vliegverkeer kijkt het MER naar het jaar 2022. figuur 3-3 toont de geluidcontouren die horen bij de jaarrekening 2022. Voor vliegverkeer zijn de geluidscontouren uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De contouren beginnen bij 65 Ke en lopen tot 35 Ke. Buiten de contour ligt de geluidbelasting onder de 35 Ke.
blad 39 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
figuur 3-2 Geluidbelasting van 2019-2023 van vliegbasis Leeuwarden (bron: NLR, 2023)
figuur 3-3 Geluidcontouren van jaarrekening 2022 ten opzichte van de geluidzone
blad 40 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
Met behulp van GIS is het aantal woningen binnen de geluidcontouren van het jaar 2022 bepaald. tabel 3-1 toont de resultaten voor deze jaarrekening. De tabel laat het aantal woonpanden en het bijbehorend aantal inwoners per geluidbelastingsklasse vanaf 35 Ke zien. Met het percentage gehinderden per geluidbelastingsklasse is het aantal gehinderden berekend. Er liggen bijna 800 woningen binnen de 35 Ke-contouren. De tabel laat zien dat het totaal aantal ernstig gehinderden op basis van de jaarrekening 2022 uitkomt op ruim 500. Door isolatiemaatregelen neemt het aantal ernstig gehinderden af tot iets onder de 400. tabel 3-1 Aantal woningen, inwoners en aantal ernstig gehinderden op basis van jaarrekening 2022 Geluidbelasting
#woonpanden
#inwoners
% ernstig gehinderden
#ernstig gehinderden
% en # met maatregelen
35-40 Ke
183
405
25%
101
20%
81
40-45 Ke
243
528
30%
158
25%
132
45-50 Ke
239
507
35%
177
25%
127
50-55 Ke
98
208
40%
83
25%
52
55-60 Ke
8
17
45%
8
25%
4
60-65 Ke
1
2
50%
1
25%
1
>65 Ke
0
0
60%
0
0%
Totaal:
772
1.666
529
0 396
Geluidszone Vliegbasis Leeuwarden Voor vliegbasis Leeuwarden is een geluidzone vastgelegd in het Luchthavenbesluit Leeuwarden (22 mei 2013). De geluidzone, zoals opgenomen in het Luchthavenbesluit, is in tabel 3-4 weergegeven. Het aantal sorties dat vergund is in de bestaande geluidzone van Leeuwarden betreft 2.700 sorties F-35.
figuur 3-4 Geluidszone vliegbasis Leeuwarden, zoals opgenomen in het luchthavenbesluit van de vliegbasis
blad 41 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
Met behulp van GIS is het aantal woningen binnen de geluidcontouren van de geluidzone bepaald. tabel 3-2 toont de resultaten voor de geluidzone van vliegbasis Leeuwarden. De tabel en de grafiek laten het aantal woonpanden per geluidsbelastingklasse zien. tabel 3-2 Aantal woningen op basis van de geluidzone (en huidige situatie) bij vliegbasis Leeuwarden Geluidsklassen
Aantal woningen huidig gebruik
Aantal woningen geluidszone
20 – 25 Ke
1.575
4.433
25- 30 Ke
442
2.322
30 – 35 Ke
115
1.156
35-40 Ke
183
916
40-45 Ke
243
307
45-50 Ke
239
266
50-55 Ke
98
287
55-60 Ke
8
67
60-65 Ke
1
19
>65 Ke
0
0
Totaal:
2.904
9.773
Aantal woningen huidige situatie en referentiesituatie (Ke) 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 20 - 25 25 - 30 30 - 35 35 - 40 40 - 45 45 - 50 50 - 55 55 - 60 60 - 65 > 65 Ke Ke ke ke Ke Ke Ke Ke Ke Ke Aantal woningen huidig gebruik
Aantal woningen geluidszone
Uit de tabel en grafiek blijkt dat vooral in de lagere geluidsbelastingklassen de verschillen tussen huidige situatie en de vergunde situatie significant zijn. Bijvoorbeeld in de 35-40 Ke geluidsklasse is het aantal woningen ruim 4,5 keer zo groot in de vergunde situatie ten opzichte van de huidige situatie. In de hogere geluidsklassen zijn de verschillen kleiner. De reden voor deze verschillen is dat er meer gevlogen mag (en gaat door de veranderende dreiging in de afgelopen jaren) worden dan in 2022 het geval was.
3.1.2
Effect van de halve en hele behoefte Effecten op de geluidcontouren (Ke) Uitbreiding van het aantal sorties jachtvliegtuigen heeft effect op de vorm en omvang van de geluidcontouren. Voor vliegbasis Leeuwarden zijn de geluidcontouren berekend bij toevoeging van 1.150 (halve behoefte) en 2.300 (hele behoefte) sorties jachtvliegtuigen. Uitbreiding van het aantal sorties jachtvliegtuigen per jaar leidt tot een toename van geluid. Die toename is terug te zien in de groei van de geluidcontouren. figuur 3-5 toont de geluidcontouren die berekend zijn bij de halve en hele behoefte.
blad 42 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
De geluidcontour van de halve behoefte wijkt qua vorm af van de vastgestelde geluidzone. De buitenste contour, de 35 Ke-contour, is op enkele plekken smaller, maar loopt aan de noordoost- en zuidwestkant juist verder door. Het woongebied van Menaam valt nu grotendeels buiten de 35 Ke-contour, terwijl dit dorp wel grotendeels binnen de geluidzone valt. De wettelijk vastgelegde geluidzone heeft de 35 Ke-contour als buitenste grens. Buiten deze contour, waar de geluidbelasting lager is dan 35 Ke, kan nog steeds hinder door geluid ervaren worden. Voor het MER is ook gekeken naar de geluidcontouren van 20 – 35 Ke. Het aantal woningen binnen deze contouren is voor de geluidzone en de halve en hele behoefte in beeld gebracht en komt in latere passages terug.
figuur 3-5 Geluidcontouren bij de halve en hele behoefte
tabel 3-3 toont de oppervlakte van de geluidbelastingsklasse van de geluidzone (>35 Ke) en van de situatie met toevoeging van de halve en hele behoefte. tabel 3-3 Omvang van de contouren van de huidige geluidzone, de halve behoefte en de hele behoefte (in km 2) Geluidbelasting
Zone
35-40 Ke
35,4
35,9
+ 0,5
42,6
+ 7,3
40-45 Ke
23,6
22,6
- 1,0
27,8
+ 4,2
45-50 Ke
13,5
14,1
+ 0,6
17,6
+ 4,1
50-55 Ke
7,4
8,5
+ 1,1
10,5
+ 3,1
55-60 Ke
4,5
5,3
+ 0,8
6,6
+ 2,0
60-65 Ke
3,1
3,4
+ 0,3
4,2
+ 1,0
> 65 Ke
2,3
2,3
0,0
2,7
+ 0,4
89,8
92,1
+ 2,3
112,0
+ 22,2
Totaal:
Halve behoefte
Hele behoefte
Het toevoegen van de halve en hele behoefte leidt over het algemeen tot ‘groei’ van de geluidzone. Doordat het geluid toeneemt, reikt de geluidbelasting verder, waardoor de contour groter wordt. Alleen de 40 – 45 Ke-
blad 43 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
contour neemt bij de halve behoefte licht af, dit komt door de andere vorm ten opzichte van de vastgestelde geluidszone, waardoor diverse woningen hier nu buiten vallen. Effecten op het aantal woningen in Ke De effecten op de geluidcontouren zijn ook terug te zien in het aantal woonpanden in tabel 3-4. Hier staat het aantal woningen voor de halve en hele behoefte (net als de huidige situatie en vergunde situatie). tabel 3-4 Aantal woningen bij de halve en hele behoefte Geluidsklassen
Aantal woningen huidig gebruik
Aantal woningen geluidszone
Aantal woningen halve behoefte
Aantal woningen hele behoefte
20-25 Ke
1.575
4.433
4.426
8.681
25-30 Ke
442
2.322
2.661
2.419
30-35 Ke
115
1.156
2.193
2.733
35-40 Ke
183
916
452
1.317
40-45 Ke
243
307
128
83
45-50 Ke
239
266
381
380
50-55 Ke
98
287
255
212
55-60 Ke
8
67
143
243
60-65 Ke
1
19
55
80
>65 Ke
0
0
2
7
Totaal:
2.904
9.773
10.696
16.155
Bij de hele behoefte is een forse groei van het aantal woningen binnen de geluidbelastingklasse van 20 – 25 Ke te zien. De buitenste contour neemt in omvang toe en komt hierdoor deels over stedelijk gebied te liggen. Zo vallen delen van Stiens, Franeker en enkele buurten aan de noordkant van Leeuwarden binnen deze contour. Bij de halve behoefte is de toename in de laagste twee klassen beperkt. Met kleine wijzigingen in vluchtpaden zijn voor de laagste geluidklassen nog optimalisaties te maken die leiden tot afname van het aantal woningen binnen deze contouren. De verwachting is echter dat deze contour altijd over meerdere kernen of buurten blijft lopen, waardoor het totaal aantal woningen hoog blijft. Bij de 30 – 35 Ke contour neemt het aantal woningen fors toe doordat het dorp Menaam en delen van Britsum binnen deze contour vallen. In de hogere geluidklassen (>50 Ke) is sprake van een verschuiving naar hogere klassen vanuit de 50-55 Ke klasse. Met name in de halve behoefte is deze verschuiving goed te zien, ondanks de beperkte toename van het totaal aantal woningen. Bij de halve behoefte zijn twee woningen gelegen in de > 65 Ke contour en bij de hele behoefte zijn dit er zeven. Voor deze woningen is sanering nodig.
Inzicht in het aantal ernstig gehinderden De effecten van de groei van de geluidscontouren bij de halve en hele behoefte ten opzichte van de huidige situatie en vergunde situatie is ook terug te zien in het aantal ernstig gehinderden. Hiervoor is specifiek gekeken naar de hoogste geluidsbelastingklassen vanaf 45 Ke, zie figuur 3-6. In de figuur is te zien dat bij de halve en hele behoefte er een verschuiving is van de 45 Ke-geluidklasse naar hogere geluidklassen. In totaal neemt het aantal ernstig gehinderden (vanaf 45 Ke) met 434 toe ten opzichte van de huidige situatie bij een halve behoefte (142 ten opzichte van de vergunde situatie). En zijn er 526 extra ernstig gehinderden bij een hele behoefte ten opzichte van de huidige situatie (en 234 ten opzichte van de vergunde situatie).
blad 44 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
Aantal ernstig gehinderden (vanaf 45 Ke) 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 Huidig gebruik
Zone 45 - 50
50 - 55
Halve behoefte 55 - 60
60 - 65
Hele behoefte > 65
figuur 3-6 Het aantal ernstig gehinderden vanaf 45 Ke bij de halve en hele behoefte ten opzichte van de huidige situatie en vergunde situatie
Effecten op de toename van woningen (Ke) Door het groter worden van de geluidscontouren neemt ook het aantal woningen in totaal toe. In tabel 3-5 zijn de toenamen te zien van het aantal woningen boven en onder de 45 Ke ten opzichte van de huidige situatie en de vergunde situatie. tabel 3-5 Toename aantal woningen (Ke) ten opzichte van de huidige situatie en vergunde situatie Aantal woningen huidig gebruik
Aantal woningen vergunde situatie
Aantal woningen halve behoefte
Aantal woningen hele behoefte
2.904
9.773
10.696
16.155
Toename t.o.v. huidig
7.792
13.251
Toename t.o.v. vergunde situatie
923
6.382
9.860
15.233
Toename t.o.v. huidig
7.302
12.675
Toename t.o.v. vergunde situatie
726
6.099
836
922
Toename t.o.v. huidig
490
576
Toename t.o.v. vergunde situatie
197
283
Totaal aantal woningen:
Totaal aantal woningen < 45 Ke
Totaal aantal woningen > 45 Ke
2.558
346
9.134
639
In totaal neemt het aantal woningen tot 45 Ke bij een halve behoefte toe met ruim 7.300 ten opzichte van de huidige situatie en 726 ten opzichte van de vergunde situatie. Dit is als negatief (-) beoordeeld vanwege het grote verschil tussen de huidige situatie en vergunde situatie (als alleen naar de vergunde situatie was gekeken, zou een licht negatieve beoordeling toegekend worden en alleen naar de huidige situatie een zeer negatieve beoordeling). De toename van het aantal woningen met een geluidbelasting hoger dan 45 Ke neemt toe met 490 ten opzichte van de huidige situatie en met bijna 200 ten opzichte van de vergunde situatie. Dit is zeer negatief (--) beoordeeld. Dit had zowel in vergelijking met de vergunde situatie als huidige situatie dezelfde beoordeling opgeleverd. Bij de hele behoefte is de groei ten opzichte van de huidige situatie en ook de vergunde situatie significant groter. Het gaat hierbij om bijna 12.675 woningen extra met een geluidbelasting <45 Ke ten opzichte van de huidige situatie en bijna 6.100 extra woningen ten opzicht van de vergunde situatie. Dit is als zeer negatief (--) beoordeeld blad 45 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
vanwege de grote verschillen met de huidige situatie. Hierbij geldt dat de toename ten opzichte van de vergunde situatie als negatief beoordeeld zou worden, als alleen hier naar gekeken werd. In de hoogste geluidklassen (>45 Ke) zijn deze toenamen 576 en 283 ten opzichte van respectievelijk de huidige situatie en de vergunde situatie. Dit is als zeer negatief (--) beoordeeld. Effecten op het totaal aantal woningen in Lden De geluidbelasting van de hele en halve behoefte is voor vliegbasis Leeuwarden ook berekend in Lden. Figuur 3-7 toont de geluidcontouren van de halve en hele behoefte in Lden. In tabel 3-6tabel 3- is het aantal woningen per geluidbelastingsklasse in Lden weergegeven.
Figuur 3-7 Geluidcontouren in Lden vanaf 48 dB tabel 3-6 Aantal woningen vanaf 48 Lden voor de halve en hele behoefte Geluidsklassen
Aantal woningen halve behoefte
Aantal woningen hele behoefte
48-50 dB
9.806
12.112
50-55 dB
22.599
25.665
55-60 dB
3.303
5.268
60-62 dB
1.487
1.861
62-65 dB
447
1.120
65-70 dB
493
442
70-75 dB
408
455
> 75 dB
62
97
Totaal:
38.605
47.020
blad 46 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
Leeuwarden (Lden) 30.000 25.000 20.000
15.000 10.000 5.000 0 48
50
55
60
62
Aantal woonpanden Halve behoefte
65
70
75
Aantal woonpanden Hele behoefte
figuur 3-8 Aantal woningen per geluidklasse (Lden) voor de halve en hele behoefte
Uit de tabel en figuur blijkt dat in totaal veel mensen (vanaf 48 dB) enige vorm van geluidshinder kunnen krijgen. Tot 55 dB zijn dit bij een halve behoefte circa 32.400 woningen en bij een hele behoefte circa 37.800. Dit komt overeen met een negatieve (-) beoordeling voor beide behoeften voor deze geluidklasse. In de hogere geluidklassen (55-70 dB) gaat het om ruim 5.700 woningen bij de halve behoefte (negatieve beoordeling) en bijna 8.700 woningen bij de hele behoefte (zeer negatieve beoordeling). Tot slot geldt dat voor de hoogste geluidsklassen (>70 dB) 470 woningen bij een halve behoefte in deze geluidklassen liggen en 552 woningen bij een hele behoefte. Dit komt overeen met een zeer negatieve (--) beoordeling voor beide behoeften. Effecten op de cumulatieve geluidbelasting De kaart met de cumulatieve geluidbelasting rond vliegbasis Leeuwarden geeft een indicatie van de geluidbelasting in de huidige situatie. De contour van de vliegbasis is hier ook duidelijk terug te zien als geluidbron. Daarnaast zijn ook de grotere wegen en het spoor als bron van geluid herkenbaar op de kaart. Door de uitbreiding van geluid bij de volledige behoefte neemt ook de cumulatieve geluidbelasting toe. Deze toename zal groter zijn op plekken waar nu relatief weinig geluid is. Dit geldt voor een groot deel van het buitengebied van rond vliegbasis Leeuwarden.
De cumulatieve geluidbelasting ligt hier doorgaans onder de 50 dB, de jachtvliegtuigen zijn hier een voorname bron van geluid. In de nabijheid van andere geluidbronnen, zoals bij woningen langs drukke wegen, zal het effect op de cumulatieve geluidbelasting beperkter zijn. Effecten op overige geluidgevoelige functies Hinder door geluid wordt ook ervaren bij andere (geluid)gevoelige functies dan woningen, zoals verzorgingstehuizen, scholen en kinderdagverblijven. Deze functies zijn in beeld gebracht met behulp van het overzicht van (zeer) kwetsbare functies uit de Risicokaart. De hinder voor recreatieve functies wordt beschouwd bij het aspect ‘recreatie' (paragraaf 3.5.1). Er is gekeken naar functies vanaf 55 dB. tabel 3-7 Aantal zorg- en onderwijsfuncties binnen de 55 dB-contouren van de halve en hele behoefte op vliegbasis Leeuwarden Geluidbelasting
Halve behoefte Zorg
Hele behoefte
Onderwijs
Zorg
Onderwijs
55 – 60 dB
14
7
14
8
60 – 62 dB
5
4
9
5
62 – 65 dB
1
1
3
4
65 – 70 dB
0
1
0
1
70 – 75 dB
4
2
4
2
> 75 dB
0
0
0
0
blad 47 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie Totaal:
24
15
30
20
tabel 3-7tabel 3- laat zien dat er meerdere zorg- en onderwijsfuncties binnen de 55 dB-contouren van de halve en hele behoefte liggen. In de geluidbelastingsklassen vanaf 65 dB zijn er geen verschillen tussen de halve en hele behoefte. Er liggen 39 zorg- en onderwijsfuncties binnen de 55 dB-contour bij een halve behoefte. Bij een hele behoefte zijn dit 50 zorg- en onderwijsfuncties. Voor beide behoeften geldt derhalve een negatieve (-) beoordeling. Effecten op stiltegebieden figuur 3-9 toont de ligging van stiltegebieden in de omgeving van vliegbasis Leeuwarden. Ten noorden en ten zuiden van vliegbasis Leeuwarden zijn stiltegebieden aanwezig. De afstand tot de vliegbasis bedraagt meer dan 10 km. De 55 dB-contouren van de beide behoeften liggen niet over een stiltegebied. De beoordeling op dit aspect is daarmee neutraal (0).
figuur 3-9 Ligging van stiltegebieden ten opzichte van de 55 dB-contour van de hele behoefte op vliegbasis Leeuwarden
3.1.3
Effectbeoordeling Het toevoegen van 1.150 en 2.300 sorties jachtvliegtuigen op vliegbasis Leeuwarden leidt tot verandering van de geluidbelasting. In de vorige passages zijn hiervoor de effecten beschreven en de effectbeoordeling benoemd. Deze staan hier samengevat. Halve behoefte
Hele behoefte
-
-
Totaal aantal woningen 55 – 70 dB
-
--
Totaal aantal woningen > 70 dB
--
--
Toename aantal woningen <45 Ke
-
--
Toename aantal woningen >45 Ke
--
--
Totaal aantal woningen 48 – 55 dB
Effecten op overige functies
-
-
Stiltegebieden
0
0
blad 48 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
3.2
Gezonde en Veilige Leefomgeving
3.2.1
Luchtkwaliteit Huidige situatie en vergunde situatie In figuur 3-10, linker figuur, zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) rondom vliegbasis Leeuwarden weergegeven. Op de kaart is te zien dat de hoogste concentraties NO2 waarneembaar zijn nabij grote wegen, langs stedelijke hoofdontsluitingswegen en in stedelijke gebieden. Wegverkeer is een voorname bron van stikstofdioxide. Rondom de luchthaven is sprake van relatief lage concentraties stikstofdioxide, de concentraties liggen rond de 8 tot 10 μg/m3. De WHO-advieswaarde van 10 μg/m3 wordt hiermee gehaald. Door ontwikkelingen zoals schonere verbrandingsmotoren en een groter aandeel elektrische voertuigen is de verwachting dat de concentraties NO2 de komende jaren verder afnemen. Dit geldt met name voor wegverkeer, in mindere mate voor vliegtuigen.
Figuur 3-10 Jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (links), fijn stof (midden) en zeer fijn stof (rechts) voor het jaar 2022 (bron: RIVM, 2022)
In de middelste figuur is te zien dat de hoogste concentraties fijn stof (PM10) waarneembaar zijn in stedelijk gebied, langs autowegen en in de nabijheid van industrie. Ook rond vliegbasis Leeuwarden is een lichte verhoging van de concentratie PM10 te zien. De hoogste concentratie PM10 bedraagt ca. 15 μg/m3, gemeten in het centrum van Leeuwarden. De concentraties fijn stof liggen onder de wettelijke norm van 40 μg/m3 en grotendeels onder de WHO-advieswaarde van 15 μg/m3. Ook voor fijn stof is de verwachting dat de concentraties in de toekomst afnemen. De rechter figuur toont de jaargemiddelde concentraties zeer fijn stof (PM2,5) van 2023. In vrijwel de hele omgeving ligt de concentratie tussen 5 en 8 μg/m3. De concentraties liggen hiermee onder de wettelijke norm van 25 μg/m3, maar boven de WHO-advieswaarde van 5 μg/m3. Effect van de halve behoefte en de hele behoefte Jachtvliegtuigen stoten luchtverontreinigende stoffen uit. De toename van het aantal sorties leidt hierdoor tot toename van de concentraties (zeer) fijn stof en stikstofdioxide. Het effect op de concentraties is het grootst in de directe omgeving van de luchthaven, met name onder de aanvliegroute(s). Bij toenemende vlieghoogte neemt het effect op de concentraties luchtverontreiniging af.
Het effect op de concentraties luchtverontreiniging is onderzocht op basis van het aantal sorties en de afstand tot de vliegbasis. In volgende grafieken is de bijdrage voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof voor de hele en halve behoefte weergegeven. De bijdrage van de halve behoefte is voor alle stoffen en afstanden de ongeveer helft van de hele behoefte. blad 49 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
figuur 3-11 Bijdrage van de hele en halve behoefte aan concentraties stikstofdioxide ten opzichte van de afstand tot de landingsbaan
De bijdrage van 2.300 sorties aan de concentraties stikstofdioxide (NO2) is beperkt tot 0,08 μg/m3 op 500 meter van de luchthaven. Op 1.000 meter daalt de bijdrage tot 0,045 μg/m3, op 2.000 meter is de bijdrage gedaald tot 0,025 μg/m3. Deze bijdrage leidt niet tot significante toename (circa 0,9%) van de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide.
figuur 3-12 Bijdrage van de hele en halve behoefte aan concentraties fijn stof ten opzichte van de afstand tot de landingsbaan
De bijdrage van 2.300 sorties aan de concentraties fijn stof (PM10) is beperkt tot 0,0022 μg/m3 op 500 meter van de luchthaven. Op 1.000 meter daalt de bijdrage tot 0,001 μg/m3, op 2.000 meter is de bijdrage gedaald tot 0,0005 μg/m3. Deze bijdrage leidt niet tot significante toename (minder dan 0,02%) van de jaargemiddelde concentraties fijn stof.
blad 50 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
figuur 3-13 Bijdrage van de hele en halve behoefte aan concentraties zeer fijn stof ten opzichte van de afstand tot de landingsbaan
De bijdrage van 2.300 sorties aan de concentraties zeer fijn stof (PM2,5) is beperkt tot 0,0014 μg/m3 op 500 meter van de luchthaven. Op 1.000 meter daalt de bijdrage tot 0,0007 μg/m3, op 2.000 meter is de bijdrage gedaald tot 0,00035 μg/m3. Deze bijdrage leidt niet tot significante toename (minder dan 0,03%) van de jaargemiddelde concentraties zeer fijn stof. tabel 3-8 Maximale bijdrage stikstofdioxide, fijnstof en zeer fijn stof ten opzichte van de achtergrondconcentraties Gemiddelde conc. (2023)
Max. bijdrage 1.150 sorties
%
Max. bijdrage 2.300 sorties
%
9 μg/m3
0,04 μg/m3
0,44%
0,08 μg/m3
0,89%
Fijn stof
15 μg/m
3
0,0011 μg/m
3
0,01%
0,0022 μg/m3
0,01%
Zeer fijn stof
7 μg/m3
0,0007 μg/m3
0,01%
0,0014 μg/m3
0,02%
Stikstofdioxide
Effectbeoordeling Voor alle stoffen ligt de bijdrage aan de concentraties luchtverontreiniging onder de 1%. Alleen de bijdrage van 2.300 sorties voor stikstofdioxide ligt boven de 0,5%. Op basis van de beoordelingsschaal voor luchtkwaliteit leidt dit tot volgende beoordeling:
3.2.2
Halve behoefte
Hele behoefte
Stikstofdioxide
0
0/-
Fijn stof
0
0
Zeer fijn stof
0
0
Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor het thema omgevingsveiligheid is naar het plaatsgebonden risico, impact op risicovolle activiteiten in de omgeving en de aantallen (zeer) kwetsbare gebouwen binnen de PR-contouren. Huidige situatie en vergunde situatie De ligging van de PR-contouren van de vergunde situatie, de volledige behoefte en halve behoefte zijn weergegeven in figuur 3-14.
blad 51 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
figuur 3-14 Ligging van de PR-contouren van de huidige vergunde zone en de halve en hele behoefte op vliegbasis Leeuwarden
Impact Plaatsgebonden risico op risicobronnen Er bevindt zich in één propaantank binnen de PR-10-6-contour van de vergunde situatie. De mogelijkheid tot een domino-effect is dus aanwezig. Echter, het aantal risicobronnen is zeer beperkt. Impact Plaatsgebonden risico op (zeer) kwetsbare gebouwen In tabel 3-9 is het aantal kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour van de vergunde situatie weergegeven. Dit zijn er in beide contouren relatief veel. tabel 3-9 Aantal kwetsbare en zeer kwetsbare objecten binnen de zone van vliegbasis Leeuwarden
Aantal Aantal kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-5-contour
16
Aantal kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour
408
Effect van de halve behoefte Impact Plaatsgebonden risico op risicobronnen Er bevinden zich drie propaantanks binnen de PR-10-6-contour van de halve behoefte. De mogelijkheid tot een domino-effect is dus aanwezig. Echter, het aantal risicobronnen is zeer beperkt. Impact Plaatsgebonden risico op (zeer) kwetsbare gebouwen In tabel 3-10 is het aantal kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour bij halve invulling van de behoefte. Dit is een significante toename van het aantal kwetsbare objecten ten opzichte van de vergunde situatie (een toename van 141 kwetsbare objecten bij de 10-6 plaatsgebonden risicocontour.
blad 52 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie tabel 3-10 Aantal kwetsbare en zeer kwetsbare objecten binnen de PR 10-5 en 10-6 contour van de halve behoefte vliegbasis Leeuwarden
Aantal -5
Aantal kwetsbare gebouwen binnen de PR-10 -contour
30
Aantal kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour
549
Effect van de hele behoefte Impact Plaatsgebonden risico op risicobronnen Er bevinden zich in één LPG-tankstation en vier propaantanks binnen de PR-10-6-contour van de volledige behoefte. De mogelijkheid tot een domino-effect is dus aanwezig. Echter, het aantal risicobronnen is beperkt. Impact Plaatsgebonden risico op (zeer) kwetsbare gebouwen In de volgende tabel zijn het aantal kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour bij volledige invulling van de behoefte. Dit is een significante toename ten opzichte van de vergunde situatie. De toename is 185 kwetsbare objecten bij de 10-6 plaatsgebonden risicocontour. tabel 3-11 Aantal kwetsbare en zeer kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour van de hele behoefte op vliegbasis Leeuwarden
Aantal Aantal kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-5-contour
38
Aantal kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour
593
Effectbeoordeling Bij de halve behoefte neemt het aantal risicobronnen binnen de PR-10-6-contour toe met drie propaantanks. Dit is licht negatief (0/-) beoordeeld. Bij de halve behoefte neemt het aantal (zeer) kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour significant toe met 141 tot 549. Dit is als zeer negatief (--) beoordeeld. Bij de hele behoefte neemt het aantal risicobronnen binnen de PR-10-6-contour toe met één LPG-tank en vier propaantanks. Dit is licht negatief (0/-) beoordeeld. En bij de hele behoefte neemt het aantal (zeer) kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour toe met 185 tot 593. Dit is als zeer negatief (--) beoordeeld.
3.2.3
Halve behoefte
Hele behoefte
Risicobronnen binnen de PR-10-6-contour
0/-
0/-
(zeer) kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour
--
--
Licht Huidige situatie en vergunde situatie figuur 3-15 toont de lichtemissies in de omgeving van vliegbasis Leeuwarden. Op de kaart is te zien dat de meeste lichtemissies afkomstig zijn van het stedelijk gebied van Leeuwarden. Aan de noordwestkant van de vliegbasis ligt een klein kassencomplex. Glastuinbouw is een voorname bron van lichthinder. De locatie is duidelijk terug te zien op de kaart.
blad 53 van 325
planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie
figuur 3-15 Lichtemissies rond vliegbasis Leeuwarden (bron: RIVM, 2022)
Effect van de halve en hele behoefte Lichtemissies vanuit de omgeving worden niet beïnvloed door het aantal sorties jachtvliegtuigen. De halve en hele behoefte hebben geen invloed op lichtemissies. Emissies vanaf de grond kunnen wel hinderlijk zijn voor piloten bij vluchten in het donker. Dit scoort voor vliegbasis Leeuwarden gelijk. Behalve de stad Leeuwarden en het kassencomplex aan de noordwestkant kent de omgeving van vliegbasis Leeuwarden relatief weinig lichtemissies. Effectbeoordeling De lichtemissies rond vliegbasis Leeuwarden zijn beperkt en worden ook niet versterkt door de toevoeging van extra sorties. Het effect is neutraal (0) beoordeeld.