CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 3 Deelrapport behoefte VIII - Toename jachtvliegtuigencapaciteit.pdf

Oordeelsvormende vergadering 26 juni 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 3: Raadsvoorstel zienswijze Ontwerp NPRD31.970 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 definitief 1 mei 2025

www.anteagroup.nl

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 definitief 1 mei 2025

Opdrachtgever Ministerie van Defensie

datum 1 mei 2025

beschrijving definitief

vrijgave Antea Group

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3

1.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Waarom is er behoefte aan uitbreiding van het aantal sorties jachtvliegtuigen? Omschrijving van de behoefte Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Resultaten van inspraak en advies voor dit onderzoek

5 5 6 7

2.

Te onderzoeken alternatieven en wijze van onderzoek

9

2.1 2.2 2.3 2.4

De te onderzoeken alternatieven Beoordelingskader Wijze van onderzoek Nadere toelichting thema’s en wijze van beoordelen

9 20 22 22

3.

Vliegbasis Leeuwarden

39

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Geluid Gezonde en Veilige Leefomgeving Natuur, landschap en cultureel erfgoed Klimaatadaptatie Ruimtegebruik Defensiespecifiek Raakvlakken Samenvattend overzicht van de effectbeoordeling

39 49 55 60 62 65 66 71

4.

Vliegbasis Volkel

72

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

Geluid Gezonde en Veilige Leefomgeving Natuur, landschap en cultureel erfgoed Klimaatadaptatie Ruimtegebruik Defensiespecifiek Raakvlakken Samenvattend overzicht van de effectbeoordeling

72 83 89 94 96 99 100 105

5.

Vliegbasis Woensdrecht

106

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

Geluid Gezonde en Veilige Leefomgeving Natuur, landschap en cultureel erfgoed Klimaatadaptatie Ruimtegebruik Defensiespecifiek Raakvlakken Samenvattende effectbeoordeling

106 116 123 127 129 132 133 137

6.

Vliegbasis Gilze-Rijen

139

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8

Geluid Gezonde en Veilige Leefomgeving Natuur, landschap en cultureel erfgoed Klimaatadaptatie Ruimtegebruik Defensiespecifiek Raakvlakken Samenvattende effectbeoordeling

139 149 156 161 163 166 167 172

7.

Vliegbasis Eindhoven

173

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8

Geluid Gezonde en Veilige Leefomgeving Natuur, landschap en cultureel erfgoed Klimaatadaptatie Ruimtegebruik Defensiespecifiek Raakvlakken Samenvattende effectbeoordeling

173 183 191 195 197 200 201 206

8.

Vliegbasis De Peel

207

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8

Geluid Gezonde en Veilige Leefomgeving Natuur, landschap en cultureel erfgoed Klimaatadaptatie Ruimtegebruik Defensiespecifiek Raakvlakken Samenvattende effectbeoordeling

207 216 223 227 229 232 233 238

9.

Luchthaven Lelystad Airport

239

9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8

Geluid Gezonde en Veilige Leefomgeving Natuur, landschap en cultureel erfgoed Klimaatadaptatie Ruimtegebruik Defensiespecifiek Raakvlakken Samenvattende effectbeoordeling

239 246 253 258 260 263 263 269

10.

Groningen Airport Eelde

270

10.1 10.2 10.3 10.4 10.5 10.6 10.7 10.8

Geluid Gezonde en Veilige Leefomgeving Natuur, landschap en cultureel erfgoed Klimaatadaptatie Ruimtegebruik Defensiespecifiek Raakvlakken Samenvattende effectbeoordeling

270 276 283 288 290 292 293 297

11.

Luchthaven Twente Airport

299

11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6 11.7 11.8

Geluid Gezonde en Veilige Leefomgeving Natuur, landschap en cultureel erfgoed Klimaatadaptatie Ruimtegebruik Defensiespecifiek Raakvlakken Samenvattende effectbeoordeling

299 305 311 315 317 320 320 324

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

1.

Inleiding

1.1

Waarom is er behoefte aan uitbreiding van het aantal sorties jachtvliegtuigen? Defensie zit krap in zijn ruimte voor militaire vliegactiviteiten in Nederland. In het verleden zijn vliegbases afgestoten, zoals de vliegbasis Soesterberg en Twente en marinevliegkamp Valkenburg. Vliegbasis De Peel heeft wel de functie van militaire luchthaven, maar is op dit moment niet in gebruik. De internationale veiligheidssituatie is ernstig verslechterd, met de Russische inval in Oekraïne als meest bepalende factor. Er moet rekening gehouden worden met intensivering van vliegactiviteiten met jachtvliegtuigen in Nederland. Deze intensivering vindt plaats in de zogenaamde peacetime vigilance fase (verhoogde waakzaamheid in vredestijd). Dit is de fase in aanloop naar een daadwerkelijk conflict. De gebruikelijke wet- en regelgeving is hier van kracht.

Figuur 1-1 F-35 op vliegbasis Volkel (bron: defensie.nl)

1.2

Omschrijving van de behoefte Toelichting op de behoefte Vanwege het toenemend dreigingsniveau is het noodzakelijk om de gereedheid, inzetbaarheid en paraatheid van de krijgsmacht binnen Europa te vergroten. Dit leidt tot een toename van jachtvliegtuigactiviteiten in Nederland voor de volgende activiteiten: • Grootschalige NAVO-oefeningen: Nederland moet een bijdrage leveren aan grootschalige NAVOoefeningen. Het doel van de oefeningen is het trainen van tactiek en het creëren van afschrikking. Dit vraagt om ruimte voor tijdelijke huisvesting. • Internationale beddown: Nederland heeft ruimte aangeboden voor het beddown-concept van internationale vliegtuigen voor eventuele troepenopbouw in Europa. Met de toegenomen dreiging is de kans op het beoefenen of zelfs activeren van deze functie groter geworden. • Agile Combat Employment (ACE)-concept: De oorlog in Oekraïne heeft laten zien dat vliegvelden kwetsbaar zijn voor aanvallen. Om de kwetsbaarheid te verminderen heeft de NAVO prioriteit gegeven aan het ACE-concept. Dit is een netwerk van diverse soorten vliegvelden, waarbinnen vliegtuigen kunnen rouleren om de kans op een succesvolle aanval van een tegenstander te verkleinen. Deze activiteiten passen niet binnen de huidige (geluids)ruimte die de actieve vliegvelden bieden. blad 5 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Omvang van de behoefte Voor de kwantitatieve behoefte zijn meerdere criteria van toepassing. Voor het ACE-concept is het aantal locaties (vliegvelden) bepalend. Tegelijkertijd heeft Nederland weinig ruimte voor veel locaties en is het verkrijgen van meerdere geluidscontouren complex. Het aantal locaties moet toereikend zijn voor: 1. de beddown van 45 Nederlandse toestellen, verdeeld over drie squadrons en reserveveldfunctie. 2. Het accommoderen van internationale beddown en het beoefenen van Host Nation Support. Nederland heeft zich gecommitteerd aan het beschikbaar stellen van vier locaties aan de NAVO. De locaties moeten ruimte bieden aan veertig jachtvliegtuigen en tien luchttransport/air-to-air refuelling toestellen. 3. Het beoefenen van het ACE-concept. Hoe meer locaties beschikbaar zijn, hoe meer invulling kan worden gegeven aan het ACE-concept. De omvang van de behoefte kan uitgedrukt worden in sorties (start + landing) jachtvliegtuigen. De totale behoefte om aan bovenstaande uitgangspunten te voldoen, is geraamd op 7.500 sorties.

Als de huidige vergunde ruimte (geluidcontour) omgerekend wordt naar sorties jachtvliegtuigen beschikt Nederland over de volgende ruimte voor sorties (zonder reserveveldfuncties): • Vliegbasis Leeuwarden – 2.700 sorties • Vliegbasis Volkel – 2.000 sorties • Vliegbasis Eindhoven – 250 sorties • Vliegbasis Gilze-Rijen – 250 sorties In totaal beschikt Nederland daarmee over 5.300 sorties. De behoefte voor uitbreiding bedraagt dus 2.300 sorties jachtvliegtuigen.

1.3

Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Defensie groeit. Dit is nodig omdat de veiligheidssituatie in de wereld verandert. De Nederlandse krijgsmacht richt zich meer op de bescherming van het eigen grondgebied en dat van NAVO-bondgenoten. Voor deze taak heeft Defensie niet alleen meer militairen en materieel nodig, maar ook meer ruimte. Bijvoorbeeld voor kazernes, opslagplaatsen, laagvlieggebieden en oefenterreinen. Om te bepalen wat de beste plek of manier voor Defensie is om te bouwen, oefenen of vliegen moet eerst onderzoek worden gedaan. Defensie onderzoekt de invloed van de behoeften op de omgeving, milieu, geluid en natuur. Op basis hiervan vergelijkt Defensie locaties en kiest de meest geschikte (de voorkeurslocatie). Deze locaties worden opgenomen in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD). De te onderzoeken locaties (alternatieven) en de bijbehorende effecten zijn opgenomen in dit planMER. Het planMER bij het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Het planMER is het milieueffectrapport dat als sluitstuk van de bijbehorende m.e.r.-procedure fungeert. In het planMER zijn de effecten van de alternatieven voor de bovenregionale behoeften (13) op de fysieke leefomgeving beschreven en beoordeeld.

Dit geldt ook voor de locatiespecifieke behoeften (44), met dien verstande dat hier geen alternatieven aan de orde zijn. Samengevat zijn in het planMER de volgende elementen beschreven:

blad 6 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Figuur 1-2 Doelen van de m.e.r. voor het NPRD

Dit deelrapport als onderdeel van de totale planMER Voor elke bovenregionale behoefte is een apart deelrapport gemaakt. In het deelrapport zijn voor alle alternatieven de effecten in de huidige situatie, referentiesituatie en bij realisatie van de betreffende bovenregionale behoefte beschreven. De effecten van alle behoeften, bovenregionaal en locatiespecifiek, zijn samengevat opgenomen in deel A van het planMER. In deel B van het planMER is vervolgens op basis van de effecten uit deel A en andere elementen, zoals bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak, getrechterd naar een Voorkeursalternatief per behoefte. Deelrapport Behoefte X

Deel A De effecten van alle behoeften op een rij planMER NPRD Deel B Trechtering naar een Voorkeursalternatief

Deelrapport Behoefte Y

Deelrapport Behoefte Z

Deelrapport Locatiespecifieke behoeften

figuur 1-3 Indeling van het planMER met deel A en deel B

1.4

Resultaten van inspraak en advies voor dit onderzoek De m.e.r. voor het NPRD startte met een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) die van 18 december 2023 tot en met 12 februari 2024 ter inzage heeft gelegen. Er kwamen ruim 2.200 reacties binnen. Het onderzoek is op basis van deze reacties aangevuld en aangepast. De volledige reactie van Defensie is terug te vinden in de Nota van Antwoord. Ook voor de behoefte ‘toename gebruik jachtvliegcapaciteit’ zijn reacties binnengekomen. Ook is een advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage ontvangen. Veel zienswijzen uiten zorgen over de mogelijke effecten ervan op leefbaarheid en gezondheid en vrezen een toename van overlast. Een veel genoemde zorg is de toename van geluid. Veel indieners delen een tweeledige boodschap. Enerzijds verzetten ze zich tegen de groei van jachtvliegtuigen, anderzijds wijzen ze erop dat de F-35 een ander geluid produceert dan de F-16. Defensie begrijpt deze zorgen omdat meer vliegen met jachtvliegtuigen meer geluid met zich mee zal brengen. Het planMER brengt daarom alle relevante effecten op de leefomgeving in kaart. Dit biedt een overzicht op hoofdlijnen dat nodig is om alternatieven te beoordelen en te vergelijken. blad 7 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Hierbij zijn de effecten op de fysieke leefomgeving breed in beeld gebracht, van geluid tot mobiliteit en van stikstof tot erfgoed voor de verschillende alternatieven zodat het kabinet straks een goede afweging kan maken. Er zijn veel zienswijzen binnen gekomen waarin zorgen worden geuit over mogelijke verdere concentratie van jachtvliegtuigen in het oosten van Noord-Brabant. Of indieners geven aan dat zij van mening zijn dat Nederland gevrijwaard moet worden van meer jachtvliegtuigactiviteiten. Zij vragen waarom de mogelijkheden in het buitenland niet worden onderzocht. In de ruimtebehoefte voor jachtvliegtuigen die Defensie in Nederland nodig heeft is al rekening gehouden met het optimaliseren van de mogelijkheden voor opleiding en training in het buitenland en het gebruik van vliegsimulatoren. Bovendien is het voor het personeel onwenselijk om continu in het buitenland te moeten zijn. Daarbij komt dat Defensie ook rekening moet houden met extra jachtvliegtuigcapaciteit in Nederland vanwege bondgenootschappelijke verplichtingen en taken, zoals NAVOoefeningen en de (tijdelijke) stationering van jachtvliegtuigen van bondgenoten. Ook daarvoor is in Nederland ruimte nodig. Veel indieners vragen of zij gecompenseerd kunnen worden bij een toename van jachtvliegtuigen in hun omgeving.

Deze vraag zal later beantwoord kunnen worden nadat het kabinet heeft besloten op welke locatie de toename wordt voorzien. In de fase na het besluit volgen meer onderzoeken en worden de effecten concreter inzichtelijk gemaakt. Dan zal ook blijken of en in welke vorm compensatie aan de orde kan zijn. Daarnaast wijzen veel indieners erop dat de uitbreiding van jachtvliegtuigen in hun omgeving in strijd is met eerdere bestuurlijke toezeggingen door Defensie voor diverse militaire vliegbasis. Defensie is zich terdege bewust van deze toezeggingen. Daarom worden de effecten voor alle mogelijke alternatieven in het planMER betrokken zodat het kabinet een brede afweging kan maken waarbij ook bestuurlijke afspraken onderdeel zullen zijn van die afweging. Veel indieners uiten zorgen over de gezondheid, veiligheid en economische gevolgen voor de paardenhouderijen en veehouderijen in de directe omgeving. Daarom wordt het planMER op dit punt uitgebreid. Ook zijn veel vragen gesteld over het gebruik van de vergunde situatie bij de militaire vliegvelden. In het planMER is zowel de huidige situatie als de vergunde situatie in beeld gebracht voor de militaire vliegvelden. In beginsel is voor de vergelijking uitgegaan van een vergelijking met de huidige situatie, omdat deze het beste beeld geeft van de vergrote hinder voor de omgeving.

Wel is de vergunde situatie in beeld gebracht en de beoordeling waar relevant hierop aangescherpt/aangepast. Dit is altijd tekstueel gemotiveerd. Zo ontstaat een transparant beeld van de bijdrage van de behoefte jachtvliegtuigcapaciteit aan de milieusituatie. Voor civiele vliegvelden is maatwerk toegepast om een representatief beeld van de huidige situatie/referentiesituatie weer te geven. In de NRD is opgenomen dat voor deze behoefte ook de mogelijkheid van samenwerking met een civiele luchthaven zal worden onderzocht. Hiervoor is in eerste instantie gekeken naar de luchthavens van nationale betekenis. De nationale overheid is voor deze luchthavens verantwoordelijk voor het vaststellen van het luchthavenbesluit. Daarnaast gaat het hier om luchthavens die zijn ontworpen en ingericht voor intensief gebruik met een daarbij behorende infrastructuur. Vervolgens is gekeken naar de huidige situatie rond deze vliegvelden. Het aantal ernstig gehinderden ligt met het huidige gebruik aanzienlijk hoger bij Maastricht Aachen Airport en Rotterdam The Hague Airport dan bij Groningen Airport Eelde en Lelystad Airport. Ook het aantal geluidgevoelige objecten is aanzienlijk hoger in het beperkingengebied bij deze twee luchthavens. Lelystad Airport, Groningen Airport Eelde en Twente Airport zijn in verschillende zienswijzen ook genoemd als mogelijk locatie-alternatief.

Naast de luchthavens van nationale betekenis zijn er ook luchthavens van regionale betekenis die onder het bevoegd gezag van provincies vallen. Deze vliegvelden zijn bedoeld voor gemotoriseerd vliegverkeer of worden gebruikt als sportvliegveld of heliplatform. Vanwege de ontbrekende infrastructuur zijn deze luchthavens doorgaans ongeschikt voor jachtvliegtuigen en ook niet eenvoudig geschikt te maken. Van de luchthavens van regionale betekenis is alleen Twente Airport als alternatief meegenomen in het planMER. Twente Airport functioneerde tot en met 2007 als militaire vliegbasis. Het was uitgerust voor het gebruik van jachtvliegtuigen. De luchthaven is dankzij de aanwezige infrastructuur potentieel geschikt voor het gebruik door jachtvliegtuigen. tabel 1-1: Aanvullende alternatieven en uitbreiding beoordelingskader voor behoefte VIII Onderdeel

Aanvulling op de NRD

Aangedragen alternatieven Uitbreiding onderzoek

Groningen Airport Eelde (GAE), Lelystad Airport, Twente Airport Gezondheid, nieuwbouwplannen woningen, effect op dieren, impact op paardenhouderijen

blad 8 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

2.

Te onderzoeken alternatieven en wijze van onderzoek

2.1

De te onderzoeken alternatieven

2.1.1

Totstandkoming van de alternatieven In de NRD zijn de alternatieven voor de toename van het gebruik van jachtvliegtuigen beschreven. Bij de totstandkoming van de alternatieven is stapsgewijs gekeken naar de bestaande vliegbases voor jachtvliegtuigen, het uitbreiden van het aantal militaire vliegbases voor jachtvliegtuigen en de mogelijke samenwerking met civiele vliegvelden. In de NRD is onderscheid gemaakt in het toevoegen van één of twee vliegvelden. Het creëren van een nieuw vliegveld voor jachtvliegtuigen wordt niet als haalbaar alternatief gezien. Alternatief 1: Uitbreiding van de bestaande jachtvliegtuiglocaties Bij dit alternatief wordt het toegestane aantal sorties op de bestaande grote militaire vliesbases Leeuwarden en Volkel (main operation base) uitgebreid. Deze vliegbases worden nu vrijwel volledig benut door jachtvliegtuigen, met 2.700 sorties op Leeuwarden en 2.000 sorties op Volkel. Vliegbasis Gilze-Rijen en Eindhoven hebben op basis van internationale afspraken beiden operationele ruimte voor 250 sorties jachtvliegtuigen. Het totaal aantal sorties op de huidige vliegvelden komt hiermee op 5.200 sorties (2.700 + 2.000 + 250 + 250). Alternatief 2: toevoegen van één extra locatie voor jachtvliegtuigen Het tweede alternatief kijkt naar de toevoeging van een nieuwe locatie voor jachtvliegtuigen waar de behoefte van 2.300 sorties kan landen.

Hiervoor zijn de militaire vliegvelden Woensdrecht, Eindhoven, Gilze-Rijen en De Peel in beeld. Vliegbasis De Kooy in Den Helder en Deelen bij Arnhem worden als niet geschikt beschouwd vanwege het intensieve gebruik door helikopterverkeer en de beperkte (ruimte voor) faciliteiten op de vliegbasis. Alternatief 3: toevoegen van twee extra locaties voor jachtvliegtuigen Bij alternatief 3 wordt de behoefte voor uitbreiding van het aantal sorties voor jachtvliegtuigen verdeeld over twee (nieuwe) locaties. Hiervoor zijn dezelfde locaties als bij alternatief 1 en 2 mogelijk. Alternatief 3 leidt hierdoor niet tot nieuwe locaties, maar tot een lager aantal toe te voegen sorties per locatie. Elke locatie wordt onderzocht op de effecten van toename van 1.150 sorties. Samenwerking met een civiele luchthaven In de NRD is beschreven dat Defensie kijkt naar de mogelijkheden voor militair medegebruik van civiele luchthavens. Na publicatie van de NRD is - in overleg met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzocht welke civiele vliegvelden hiervoor geschikt zijn. Luchthavens Schiphol, Rotterdam The Hague Airport en Maastricht Airport zijn als ongeschikt bestempeld vanwege het huidig gebruik voor burgerluchtvaart en/of de hoge mate van verstedelijking in de directe omgeving van de luchthavens.

Drie nationale luchthavens zijn als mogelijk geschikte locatie naar voren gekomen: Lelystad Airport en Groningen Airport Eelde. De regionale luchthaven Twente Airport is door de provincie Overijssel als alternatief aangedragen. Deze drie luchthavens zijn daarom als alternatief meegenomen in het onderzoek. In de volgende figuur zijn de onderzochte vliegbases en vliegvelden te zien.

blad 9 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Overzicht van sorties per alternatief Het MER onderzoekt de effecten van het toevoegen van sorties jachtvliegtuigen. Hierbij is nog niet uitgegaan van extra voorzieningen en/of ruimtebeslag op de locaties. Het doel van het MER is om de alternatieven te vergelijken op basis van de effecten op de omgeving. De alternatieven zijn in eerste instantie de verschillende locaties. Daarnaast is het aantal sorties een variabele. Het MER onderzoekt twee alternatieven voor het aantal sorties: 1.150 sorties (halve behoefte) en 2.300 sorties (hele behoefte). In tabel 2-1 is aangegeven hoeveel sorties er nu aanwezig zijn en wat het aantal sorties zal zijn bij toevoeging van de hele en halve behoefte.

blad 10 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Reserveveldfunctie jachtvliegtuigen Een militaire luchthaven kan een functie hebben als reserveveld. Dat betekent dat het tijdelijk gebruikt kan worden voor vliegtuigen of helikopters van een andere vliegbasis. Onder andere vliegbases Woensdrecht en Gilze-Rijen hebben een reserveveldfunctie. De behoefte voor reservevelden is meegenomen in de behoefte van 2.300 sorties. Dit betekent dat als er op een of twee vliegvelden nieuwe ruimte voor (totaal) 2.300 sorties komt, de reserveveldfunctie voor deze vliegvelden vervalt. Als Woensdrecht en/of Gilze-Rijen als locatie voor de toe te voegen sorties aangewezen wordt, is dat als ‘vervanging’ van de huidige reserveveldfunctie. tabel 2-1 Overzicht aantal sorties F-35 nu (omrekening vergunde situatie) en bij de halve en hele behoefte per alternatief

2.1.2

Luchthaven

Huidig #sorties

Totaal aantal sorties, inclusief hele behoefte

Totaal aantal sorties, inclusief halve behoefte

Leeuwarden

2.700

5.000

3.850

Volkel

2.000

4.300

3.150

Eindhoven

250

2.550

1.400

Gilze-Rijen

250

2.550

1.400

Woensdrecht

0

2.300

1.150

De Peel

0

2.300

1.150

Lelystad Airport

0

2.300

1.150

Groningen Eelde Airport

0

2.300

1.150

Twente Airport

0

2.300

1.150

Nadere beschouwing alternatieven Vliegbasis Leeuwarden Vliegbasis Leeuwarden ligt ten noordwesten van de stad. De landingsbanen liggen op ongeveer 1,5 km van het stedelijk gebied van Leeuwarden. In de omgeving van de vliegbasis zijn enkele dorpen gelegen: Marssum aan de zuidwestzijde, Engelum aan de noordwestzijde en Jelsum en Cornjum aan de oostzijde.

figuur 2-1 Foto van de verkeerstoren en jachtvliegtuigen op vliegbasis Leeuwarden

blad 11 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Vliegbasis Leeuwarden beschikt over twee start- en landingsbanen. De hoofdbaan wordt vanwege de windrichting het meest gebruikt. Deze 3 km lange baan ligt ruwweg tussen Jelsum en Marssum. De tweede baan is 2 km lang. Op deze baan starten en landen de vliegtuigen in de richting van Engelum en Beetgum, of tussen Jelsum en Leeuwarden door. Op de vliegbasis zijn diverse faciliteiten aanwezig. Vliegbasis Leeuwarden is de thuisbasis van de Waddenheli. Vliegbasis Leeuwarden huisvest één squadron met F-35-gevechtsvliegtuigen. De gevechtsvliegtuigen vliegen elke werkdag. Van oktober tot en met maart gebeurt dit regelmatig 's avonds. Omdat het dan sneller donker wordt, kunnen de vliegers oefenen bij duisternis. Dit gebeurt 1,5 uur na zonsondergang. Bij avondvliegen gebruiken de vliegtuigen meestal dezelfde routes als overdag.

figuur 2-2 Aantal vliegtuigbewegingen op vliegbasis Leeuwarden per type van 2019-2023

Vliegbasis Volkel Vliegbasis Volkel ligt in het buitengebied van de gemeente Uden, in de provincie Noord-Brabant. Bij deze vliegbasis is een vergunde ruimte voor 2.000 sorties van jachtvliegtuigen. Er zijn twee squadrons gevestigd op de vliegbasis. Vliegbasis Volkel heeft een start- en landingsbaan die van noordoost naar zuidwest ligt. Naast de hoofdbaan ligt een parallelbaan. De banen kunnen in beide richtingen worden gebruikt. De keuze hangt af van de wind. Vliegbasis Volkel heeft niet-militaire medegebruikers. Het gaat om de traumahelikopter van het Radboud universitair medisch centrum in Nijmegen, de politiehelikopter en een zweefvliegclub. Ook maken buitenlandse vliegtuigen regelmatig gebruik van de vliegbasis.

blad 12 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 2-3 Binnenkomst van de F-35 op vliegbasis Volkel (bron: defensie.nl)

figuur 2-4 Aantal vliegbewegingen per type in de periode 2019 - 2023 op vliegbasis Volkel (bron: NLR, 2024)

Vliegbasis Gilze-Rijen Vliegbasis Gilze-Rijen is de helikopterbasis van de luchtmacht. De helikopters maken deel uit van het Defensie Helikopter Commando. Ze ondersteunen vooral de luchtmobiele brigade, special forces en marineschepen. Ook vliegen ze voor operaties van de NAVO en de VN en als blushelikopter. Op de basis zit een kenniscentrum dat militairen leert overleven als hun vliegtuig is neergestort: de Survival, Evasion, Resistance and Extraction School. De vliegbasis heeft twee start- en landingsbanen, één in oost-westrichting en één in noord-zuidrichting. Binnen de geluidcontour van de vliegbasis is ruimte voor 250 sorties van jachtvliegtuigen. blad 13 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 2-5 Luchtfoto van vliegbasis Gilze-Rijen

figuur 2-6 Aantal vliegtuigbewegingen per type op vliegbasis Gilze-Rijen van 2019-2023 (bron: NLR, 2024)

blad 14 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Vliegbasis Woensdrecht Vliegbasis Woensdrecht ligt in de gemeente Woensdrecht, tussen Bergen op Zoom en Antwerpen. Samen met onder andere Fokker vormt de vliegbasis het bedrijvenpark Aviolanda Aerospace, waar militaire en civiele luchtvaart samenwerken. Op vliegbasis Woensdrecht zijn de Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL) en het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) gevestigd. Die zorgen voor opleidingen, meteorologische ondersteuning, logistiek en onderhoud voor de gehele luchtmacht en Defensie. Naast lesvliegtuigen van de luchtmacht gebruiken de andere vliegbases en civiele medegebruikers de vliegbasis voor training en onderhoud. Op vliegbasis Woensdrecht is het Europese magazijn voor F-35 reserveonderdelen gehuisvest. Naast het opslaan van de reserveonderdelen van de F-35 zorgt het LCW voor het onderhouden en testen van de motoren van de F35. De vliegbasis heeft daarom een reserveveldfunctie voor jachtvliegtuigen.

figuur 2-7 Luchtfoto van vliegbasis Woensdrecht

blad 15 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 2-8 Aantal vliegtuigbewegingen op vliegbasis Woensdrecht per type van 3019-2023 (bron: NLR, 2024)

Vliegbasis De Peel Vliegbasis De Peel ligt in de gemeente Venray, in het noorden van de provincie Limburg. De vliegbasis ligt aan de westkant van de gemeente, op de grens met de provincie Noord-Brabant. De start- en landingsbaan is in oostwestrichting gelegen. Ten westen van de baan ligt het dorp Milheeze.

figuur 2-9 Luchtfoto van vliegbasis De Peel

blad 16 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Vliegbasis Eindhoven Vliegbasis Eindhoven ligt aan de rand van de gemeente Eindhoven. Het is een militair vliegveld met Eindhoven Airport als civiele medegebruiker. De burgerluchthaven heeft een belangrijke functie in de regio door lijndiensten, zaken- en vakantiechartervluchten en luchtvracht. Op de vliegbasis zijn vijf squadrons gevestigd. Binnen de geluidruimte van de vliegbasis is ruimte voor 250 sorties van jachtvliegtuigen.

figuur 2-10 Aantal militaire vliegtuigbewegingen op vliegveld Vliegbasis Eindhoven per type van 2019-2023 (bron: NLR, 2024)

Toevoeging van civiele velden Bij de selectie van civiele luchthavens is eerst gekeken naar luchthavens van nationale betekenis. Luchthavens van nationale betekenis zijn de luchthavens die vallen onder het gezag van de rijksoverheid. Dit zijn luchthavens die zijn ontworpen en ingericht voor intensief gebruik met een daarbij behorende infrastructuur, zoals bijvoorbeeld een geschikte landingsbaan. Schiphol is op voorhand afgevallen vanwege de complexiteit van de omgeving en de internationale functie van de luchthaven. De resterende nationale luchthavens zijn Rotterdam The Hague Airport (RTHA), Maastricht Aken Airport (MAA), Lelystad Airport en Groningen Airport Eelde (GAE). Voor de civiele velden is gekeken naar het aantal functies en (ernstig) gehinderden in de omgeving van de vliegvelden op basis van het huidig gebruik. Het aantal ernstig gehinderden ligt bij RTHA en MAA beduidend hoger dan bij Lelystad Airport en Groningen Airport Eelde. Bij eerst genoemde vliegvelden loopt dit in de duizendtallen, bij de andere twee ligt dit tussen de 100 en maximaal 1.000 ernstig gehinderden. Regionale vliegvelden zijn over het algemeen niet geschikt voor stationering van jachtvliegtuigen. Onder andere door de beperkte faciliteiten en het civiele gebruik van deze velden. Twente Airport is een uitzondering hierop.

De vliegbasis is in het verleden gebruikt als militaire basis voor jachtvliegtuigen. De faciliteiten zijn hier nog in belangrijke mate aanwezig.

blad 17 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Lelystad Airport Lelystad Airport, tot 1993 Luchthaven Lelystad, is een vliegveld dicht bij Lelystad in de provincie Flevoland. Lelystad Airport is het drukste vliegveld van Nederland wat betreft de algemene luchtvaart. Er vinden circa 80.000 vluchten per jaar plaats. Lelystad Airport is onderdeel van Royal Schiphol Group. Sinds 2008 hebben Schiphol en de overheid de bedoeling om Lelystad Airport te openen voor commercieel handelsverkeer (vakantievluchten). Het kabinet gaat in 2025 duidelijkheid verschaffen over de komst van commercieel handelsverkeer (vakantievluchten) op Lelystad Airport.

figuur 2-11 Luchtfoto van Lelystad Airport gezien vanaf de noordoostzijde (bron: lelystadairport.nl)

Op Lelystad Airport worden diverse luchtvaartactiviteiten aangeboden, zoals lesvluchten, helikoptertrainingen, simulatievluchten, zakelijke vluchten, rondvluchten en sportvliegen. Sinds november 2019 is er luchtverkeersleiding aanwezig op het vliegveld. De luchthaven heeft een eigen brandweerkorps. Vliegroutes Vanwege de ligging binnen het luchtruim van Schiphol is inpassing van vliegroutes voor jachtvliegtuigen een complexe opgave. Er zijn op dit moment geen militaire routes vanaf Lelystad Airport. Routes zijn nodig naar het noorden, waar de oefengebieden gelegen zijn. Dit in tegenstelling tot vakantievluchten, die grotendeels richting het zuiden gaan. Routes voor militair vliegverkeer buigen daarom niet af richting het oosten en zuiden. De routes liggen niet over de provincies Gelderland of Overijssel. In de directe omgeving van het vliegveld gelden wel dezelfde beperkingen voor militair verkeer als voor civiel verkeer. Aan de westkant zijn er beperkingen vanwege de aanvliegroute van Schiphol. Vliegverkeer van Lelystad Airport moet hier onder de 1.500 ft blijven. Om naar het noorden te gaan maakt de zuidwestelijke aanvliegroute op circa 10 km van de baan een bocht naar het zuiden en het noordoosten. De route loopt tussen Lelystad en Swifterbant door. Vanaf het Ketelmeer kan er geklommen worden tot maximaal 6.000 ft.

In het achtergrondrapport Geluid zijn de routes nader toegelicht. Groningen Airport Eelde Het vliegveld Groningen Airport Eelde ligt ten zuiden van de stad Groningen en het dorp Eelde, in de provincie Drenthe. Het vliegveld is in 1931 opgericht. Het vliegveld wordt onder andere gebruikt voor vakantievluchten, bedrijfsvluchten, medische vluchten en trainingsdoeleinden.

blad 18 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 2-12 Luchtfoto van Groningen Airport Eelde (bron: groningenairport.nl)

Voor Groningen Airport Eelde is een omzettingsregeling van kracht. Een luchthavenbesluit voor het vliegveld is in aanvraag. Hiervoor wordt een m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld. De vergunningsaanvraag voor het luchthavenbesluit gaat uit van ruim 70.000 vluchten per jaar en circa 350.000 passagiers in 2033. Twente Airport Twente Airport is gelegen aan de oostkant van Nederland tegen de grens met Duitsland, tussen de steden Enschede, Hengelo en Oldenzaal. In het verleden was het vliegveld in gebruik als militaire basis. Sinds 2008 is het vliegveld gesloten voor militair verkeer en civiele luchtvaart. In 2017 is het vliegveld weer geopend voor privé en zakelijk vliegverkeer, zweefvliegen en gemotoriseerd vliegverkeer van vliegclub Twente. De vliegbasis wordt ook gebruikt voor stalling en ontmanteling van vliegtuigen.

blad 19 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 2-13 Luchtfoto van vliegveld Twente Airport (bron: vliegclubtwente.nl)

2.2

Beoordelingskader In tabel 2-2 is het beoordelingskader opgenomen. Dit zijn alle thema’s, aspecten en de bijbehorende wijze van onderzoek voor de beschrijving en beoordeling van de effecten voor de alternatieven van toename gebruik jachtvliegtuigencapaciteit. Dit is het beoordelingskader dat in de NRD beschreven is, aangevuld met thema’s vanuit de zienswijzen en het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage. Per thema zijn de verschillende aspecten benoemd. Ook is aangegeven op welke wijze onderzoek is verricht en wat de primaire bronnen hiervoor zijn geweest. In paragraaf 2.3 staat een toelichting per thema en wijze van beoordelingen. Voor deze behoefte is meer kwantitatief onderzoek verricht dan bij de meeste andere behoeften. Vooral op het gebied van geluid, maar ook stikstof, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid zijn kwantitatieve analyses uitgevoerd. De analyses zijn uitgevoerd met de wettelijk voorgeschreven modellen.

blad 20 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie tabel 2-2 Beoordelingskader toename gebruik jachtvliegtuigencapaciteit Hoofdthema

Thema

Beschouwde aspecten

Wijze van onderzoek

Totaal aantal woningen 48 – 55 dB

O.b.v. berekeningen contouren Lden

Totaal aantal woningen 55 – 70 dB

O.b.v. berekeningen contouren Lden

Totaal aantal woningen > 70 dB

O.b.v. berekeningen contouren Lden

Toename aantal woningen <45 Ke – militaire luchthavens

O.b.v. berekeningen contouren Ke

Toename aantal woningen >45 Ke – militaire luchthavens

O.b.v. berekeningen contouren Ke

Toename aantal woningen <65 dB – civiele luchthavens

O.b.v. berekeningen contouren Lden

Toename aantal woningen >65 dB – civiele luchthavens

O.b.v. berekeningen contouren Lden

Effecten op overige functies

O.b.v. berekeningen contouren Lden

Effecten op stiltegebieden

O.b.v. berekeningen contouren Lden

Toename concentraties NO2 door de activiteit

O.b.v. luchtkwaliteitsberekeningen

Toename concentraties PM10 door de activiteit

O.b.v. luchtkwaliteitsberekeningen

Toename concentraties PM2.5 door de activiteit

O.b.v. luchtkwaliteitsberekeningen

Risicobronnen binnen de PR-10-6-contour

O.b.v. overlap 10-6 contouren

Aantal kwetsbare gebouwen binnen de PR-10-6-contour

O.b.v. kwantitatieve risicoanalyses

Lichthinder

Lichthinder

O.b.v. expert judgement

Trillingen

Trillinghinder woningen > 55 Ke en 65 dB

O.b.v. berekeningen contouren

Stikstofdepositie N2000

O.b.v. stikstofdepositieberekeningen

Verstoring N2000

O.b.v. geluidscontouren en trillingseffecten

Natuurnetwerk Nederland

O.b.v. geluidscontouren > 55 dB

Broedvogels

O.b.v. gevoeligheidskaarten soorten en aangewezen weidevogelgebieden

Geluid

Gezonde en veilige leefomgeving

Luchtkwaliteit

Omgevingsveiligheid

Beschermde gebieden Natuur, landschap en historie Biodiversiteit

Trekvogels Overige soorten

Klimaatadaptatie

Ruimtegebruik

Defensiespecifiek

(Rijks)raakvlakken

Waterveiligheid

Overstromingsrisico

O.b.v. KNMI-scenario’s en klimaateffectatlas

Droogte

Risico op natuurbranden

O.b.v. classificatie risicokaart

Impact op recreatie

O.b.v. geluidsimpact op functies met logies en bijeenkomsten

Landbouw

Impact op graas- en hokdieren

O.b.v. CBS-data per gemeente

Geschiktheid voor militair gebruik

Toepassing ACE-concept

O.b.v. spreiding over nieuwe bases

Nabijheid van oefengebied

O.b.v. ligging t.o.v. oefengebieden

Impact op (toekomstige) hoofdinfrastructuur

O.b.v. PEH, RES-regio’s, bestaande turbines en hoogspanningsverbindingen

Impact op toekomstige woningbouw

O.b.v. NOVEX-regio’s en woondeals in geluidscontouren (35 Ke en 55 dB)

Impact op civiele luchtvaart en luchtruim

O.b.v. aanwezige functies civiele luchtvaart

Impact op toekomstige (grootschalige) bedrijvigheid

O.b.v. industrie met nationale belangen

Impact op NOVEX-gebieden

O.b.v. agenda NOVEX-gebieden

Recreatie

Interferentie met andere (Rijks)belangen

blad 21 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

2.3

Wijze van onderzoek Uit het beoordelingskader blijkt dat in veel gevallen kwantitatief onderzoek wordt verricht. Effectbeoordeling De beoordeling van de effecten van de alternatieven vindt plaats met behulp van het beoordelingskader. De effectbeoordeling vindt plaats in een zevenpuntenschaal en ten opzichte van de situatie ter plaatse. Per thema en per alternatief is beschreven hoe tot deze beoordeling is gekomen. tabel 2-3 Beoordelingsschaal

Beoordeling

Toelichting

--

Sterk negatief effect ten opzichte van de huidige situatie/ vergunde situatie

-

Negatief effect ten opzichte van de huidige situatie/ vergunde situatie

0/-

Licht negatief effect ten opzichte van de huidige situatie/ vergunde situatie

0

Neutrale effect ten opzichte van de huidige situatie/ vergunde situatie

0/+

Licht positief effect ten opzichte van de huidige situatie/ vergunde situatie

+

Positief effect ten opzichte van de huidige situatie/ vergunde situatie

++

Sterk positief effect ten opzichte van de huidige situatie/ vergunde situatie

Worst-case benadering Voor het onderzoek in dit planMER zijn worst-case benaderingen gehanteerd om zo ook de maximale milieueffecten te bepalen. Zo zijn de bestaande routes op de militaire velden gehanteerd (met kleine optimalisaties), terwijl in de praktijk nog optimalisatie mogelijk is, zeker op grotere afstanden van de vliegbases/velden. Wijze van onderzoek In het beoordelingskader zijn de belangrijkste bronnen opgenomen op basis waarvan het verrichte onderzoek heeft plaatsgevonden. Er is gebruik gemaakt van de meest recente data en inzichten (zomer 2024). In de bijlagen A.XVI – A.XVII zijn de onderzoeksrapporten opgenomen waarin de uitgangspunten uitgebreider zijn beschreven. Bewust gedetailleerd onderzoek voor deze fase van planvorming Na deze fase, bij vaststelling van het Voorkeursalternatief, vindt in de verdere procedure nader en verdiepend onderzoek plaats. Echter, vanwege de grote impact voor een relatief groot gebied is uitgebreid en gedetailleerd geluidsonderzoek verricht. Hierdoor is niet alleen een keuze te maken voor een of meerdere vliegvelden, maar is de mogelijke impact ook al vrij compleet in beeld. In de volgende fase kan dit natuurlijk nog verder geoptimaliseerd worden. Ook is onderdeel van de volgende planfase het uitgebreid onderzoek naar mitigerende en optimaliserende maatregelen.

2.4

Nadere toelichting thema’s en wijze van beoordelen In de volgende paragrafen is per thema en aspect toegelicht hoe de beoordeling uitgevoerd wordt. Daarbij is aangegeven hoe een beoordeling tot stand komt. In sommige gevallen is dit scherp gemarkeerd, bijvoorbeeld door vooraf aan te geven bij welke waarde een bepaalde score geldt. Er is altijd gemotiveerd waarom een bepaalde beoordeling gegeven is. Bij sommige thema’s is een introductietekst opgenomen om zo meer duiding/uitleg te geven van dit thema.

2.4.1

Gezonde en Veilige Leefomgeving Geluid Geluidhinder wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) omschreven als een verzamelterm voor allerlei negatieve gevoelens, zoals ergernis, ontevredenheid, boosheid, teleurstelling, zich teruggetrokken voelen, hulpeloosheid, neerslachtigheid, ongerustheid, verwarring, het zich uitgeput voelen en agitatie (WHO, 2011). Wat voor de een hinderlijk is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Geluidhinder wordt namelijk niet alleen bepaald blad 22 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

door daadwerkelijke blootstelling, maar ook door situationele, contextuele en persoonsgebonden factoren, zoals persoonlijke gevoeligheid voor geluid, verwachtingen over komende veranderingen, angstreacties en de houding ten opzichte van een hinderbron. De WHO beveelt aan om geluid door vliegverkeer overdag te beperken tot 45 dB en ’s nachts tot 40 dB. Nachtvluchten zijn in principe niet voorzien.

figuur 2-14 Geluidhinder door vliegverkeer per gemeente (bron: Rapport belevingsonderzoek geluidhinder en slaapverstoring 2020, GGD)

De groei van het aantal sorties voor jachtvliegtuigen leidt tot een toename van geluid door vliegverkeer. In de omgeving van de vliegvelden en de vliegroutes kan dit leiden tot toename van geluidhinder. De omvang van de hinder door het geluid is afhankelijk van de omvang van het geluid (hoe meer geluid, hoe meer hinder) en het aantal mensen dat hinder ondervindt. Voor het aspect geluid zijn daarom per locatie de geluidcontouren voor (toevoeging van) 1.150 en 2.300 sorties in beeld gebracht. De geluidcontouren geven een beeld van de omvang en reikwijdte van het geluid. Ke en Lden Voor militaire vliegvelden wordt gebruik gemaakt van de maat Ke (kosteneenheden). Deze ‘Ke’ is de optelsom van een aantal factoren die bepalend zijn voor de geluidsbelasting, berekend over de periode van een jaar: • de geluidsproductie van vliegtuigen; • de aantallen starts en landingen; • de tijdstippen van aankomst en vertrek. In deze optelsom telt de geluidsbelasting in de nacht zwaarder mee dan de geluidsbelasting overdag (zo staan voor één nachtvlucht tien vluchten overdag). In de Wet luchtvaart (Memorie van toelichting) is de toezegging gedaan om over te stappen op Lden, zodra toepasselijke contouren berekend zijn. Toepasselijk wil zeggen dat dit geen nadelige consequenties heeft voor het militair gebruik of voor de omgeving. Dit is nu nog niet het geval.

Ook is er nog geen vastgestelde dosiseffectrelatie (de relatie tussen de omvang van het geluid en de mate van hinder) op basis van Lden voor militair verkeer. Voor de militaire vliegvelden zijn dus de zones en huidige situatie in Ke beschikbaar. Ook is de halve en hele behoefte in Ke berekend. Hiervan is, door het bestaan van een vastgestelde dosis-effect relatie, ook het aantal ernstig gehinderden bepaald. In dit planMER is dit voor de hoogste geluidklassen (>50 Ke) in beeld gebracht.

blad 23 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Om een goede vergelijking met de civiele vliegvelden (die alleen in Lden bekend zijn) te kunnen maken, zijn (mede op advies van de Commissie m.e.r.) de effecten van een halve en hele behoefte in Lden berekend. Hierdoor is het mogelijk om de impact van een halve en hele behoefte van de militaire en civiele vliegvelden met elkaar te bepalen. Het ontbreken van een referentiesituatie (vergunde) situatie in Lden voor de militaire vliegvelden is derhalve niet problematisch omdat het totaal aantal woningen voor alle velden voor de lagere, hogere en hoogste geluidsklassen in Lden bekend is. Hierdoor is een goede vergelijking mogelijk. Het bepalen van de impact ten opzichte van de huidige (en in mindere mate de vergunde) situatie is voor de militaire vliegvelden op basis van de Ke-zones gedaan en voor de civiele vliegvelden voor de vastgestelde Lden-zones. Zo is een goed inzicht van de relatieve verslechtering inzichtelijk te maken. Alle gepresenteerde geluidscontouren en aantallen zijn gecumuleerde effecten van al het aanwezige vliegverkeer op de betreffende vliegvelden.

Beoordeling op diverse aspecten De beoordeling van het thema geluid is op diverse aspecten uitgevoerd: • Totaal aantal geluidbelaste woningen in verschillende geluidsklassen o 48 – 55 dB o 55 – 70 dB o >70 dB • Toename aantal woningen in verschillende geluidsklassen o Militaire vliegvelden ▪ <45 Ke ▪ >45 Ke1 o Civiele vliegvelden ▪ < 65 dB ▪ > 65 dB • Impact op overige geluidgevoelige functies • Impact op stiltegebieden De impact van geluid op recreatie, dieren en natuur is bij andere thema’s dan geluid ondergebracht. Om goed inzicht te geven in de effecten van geluid is bij elk vliegveld de analyse als volgt opgebouwd: • Inzicht in de huidige situatie en vergunde situatie • Grootte en verandering van de geluidszone (militaire vliegvelden) • Aantal woningen per geluidsklasse • Aantal ernstig gehinderden (indien er een dosis-effect relatie vastgesteld is) • Toe- en/of afname ten opzichte van de huidige situatie en vergunde situatie De omvang van de geluidszone en het aantal ernstig gehinderden op basis van Lden is niet sec beoordeeld. Het is immers al onderdeel van de beoordeling van het aantal woningen en de toenamen hierin. Door onder andere ook specifiek naar de hoogste geluidsklassen te kijken, is ondanks het ontbreken van een vastgestelde dosis-effect relatie voor Lden bij militaire vliegvelden, inzicht in de categorie met de grootste hinder.

In vervolgprocedures zal dit wel op dit detailniveau beschouwd worden. Korte toelichting op de vastgestelde dosis-effect relatie in Ke voor militaire vliegvelden De relatie tussen de omvang van het geluid en de mate van hinder wordt dosis-effectrelatie genoemd. figuur 2-15 toont de dosis-effectrelatie voor geluidhinder (Ke) op basis van diverse onderzoeken en enquêtes. Met behulp van deze grafiek is het percentage ernstig gehinderden per geluidbelastingsklasse te bepalen.

1

Hierbij is specifieke aandacht voor de > 65 Ke-zone, dit is zone waarbinnen geen woningen aanwezig mogen zijn.

blad 24 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

figuur 2-15 Dosis-effectrelatie geluidbelasting (Ke) en het percentage ernstig gehinderden

Vanaf 40 Ke is de grafiek vlak. Dit heeft te maken met de verplichting om bij een geluidbelasting van 40 Ke of meer geluidisolatie toe te passen bij woningen. Het MER brengt in eerste instantie in beeld wat de geluidbelasting en het verwachte aantal ernstig gehinderden is zonder maatregelen. Hiervoor wordt de lijn uit de grafiek lineair doorgetrokken. Voor dit onderzoek zijn de volgende percentages aangehouden: tabel 2-4 Percentage ernstig gehinderden bij diverse Ke-waarden Geluidbelasting

% gehinderden

Na maatregelen

> 65 Ke

60 %

0%

55 – 65 Ke

50 %

25 %

45 – 55 Ke

40 %

25 %

35 – 45 Ke

30 %

25 %

25 – 35 Ke

20 %

20 %

< 25 Ke

10 %

10 %

Door middel van geluidberekeningen zijn de contouren van de geluidbelasting in beeld gebracht. Met behulp van GIS-analyses is het aantal woningen binnen de geluidbelastingklassen in beeld gebracht. Hiervoor is gebruik gemaakt van gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Het aantal inwoners is vervolgens bepaald door het aantal woningen te vermenigvuldigen met het gemiddeld aantal personen per huishouden (op basis van CBS-data: 2,14 personen per huishouden). In de effectbeschrijvingen is gekeken naar de hogere geluidklassen >45 Ke. Omgang met grote verschillen tussen de huidige situatie en geluidzones militaire vliegvelden In een MER is het gebruikelijk om de verschillen zowel met de huidige situatie als de referentiesituatie in beeld te brengen. De referentiesituatie zou in theorie een logische vergunde situatie zijn. Echter, bij veel vliegbases/vliegvelden geldt dat hier wijzigingen in zijn, de vergunningen niet geheel gebruikt worden of nog gebaseerd zijn op hoofdzakelijk de F-16. Dit maakt dat maatwerk gewenst is per vliegbasis/vliegveld. In de basis geldt dat dit planMER recht wil doen aan de mogelijk optredende hinder. Hiervoor geeft een vergelijking met de huidige situatie het meest realistische beeld. Dit komt overeen met veel opmerkingen die hierover tijdens de zienswijzen zijn gemaakt en ook bij de informatieavonden terug is gekomen.

Immers anders zou de latente hinder die zou kunnen ontstaan, al ‘ingeboekt’ zijn qua effect onder de vergunde situatie, terwijl in veel gevallen de geluidzone niet geheel of vrijwel niet benut wordt. Zo komt ook uit het geluidsonderzoek naar voren dat hier inderdaad grote verschillen in zitten en dit voor de daadwerkelijke optredende hinder veel uit kan maken. Zo heeft Defensie op diverse vliegvelden (met name De Peel en Woensdrecht) minder gevlogen dan binnen de geluidcontour mogelijk is. Voor deze vliegvelden geeft

blad 25 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

daardoor een vergelijking met alleen de vastgestelde geluidszone een niet volledig beeld. Dit geldt in mindere mate ook voor de andere vliegvelden. Dit heeft ertoe geleid om per vliegbasis/vliegveld te bepalen wat de referentiesituatie is. Maatwerk waar de halve en hele behoefte bij op worden geteld In plaats van de halve en hele behoefte op de bestaande geluidzone door te rekenen, is per vliegveld een logische eindsituatie bepaald. Dit sluit, zoals reeds vermeld, aan bij de wensen vanuit de zienswijzen om in dit planMER niet de juridische discussie over een bestaande zone te vermengen met het bepalen van mogelijke extra hinder. Zo is per vliegveld waar een halve of een hele behoefte is berekend een realistisch eindbeeld gegeven, die op sommige punten afwijkt van de vergunde geluidzone. Voor Leeuwarden en Volkel is de vergunde ruimte ingericht op de daar gestationeerde F-35 squadrons. Dit zijn 2.700 sorties op Leeuwarden en 2.000 sorties op Volkel. Voor De Peel zijn de halve en hele behoefte sec doorgerekend, dus nergens bij opgeteld. Als de geluidzone zou zijn gebruikt als basis voor de halve en hele behoefte, zou een dubbeltelling gehanteerd worden en daarmee een overschatting van de daadwerkelijke effecten. Ook bij Woensdrecht is de behoefte opgeteld bij het huidige gebruik vanwege het grote verschil met de geluidzone bij dit huidig militair gebruik.

Het aantal geluidgevoelige objecten en ernstig gehinderden binnen de zone is wel in beeld gebracht. Voor Eindhoven is de halve en hele behoefte opgeteld bij hetgeen nu in de geluidzone is opgenomen qua militair en civiel verkeer. Op Eindhoven zijn hierin 250 sorties F-35 opgenomen voor internationale bed-down. Voor GilzeRijen is de beoogde vergunde situatie als referentiesituatie2 gehanteerd. Deze komt voort uit de lopende merprocedure voor deze vliegbasis. Net als bij Eindhoven is sprake van 250 sorties F-35 voor internationale bed-down die in de vergunde situatie al zijn vastgelegd. Hier bovenop zijn de halve en hele behoefte berekend. Op Woensdrecht, Eindhoven en Gilze-Rijen is op dit moment een reserveveldfunctie aanwezig. Voor Gilze-Rijen maakt de reserveveldfunctie geen onderdeel uit van de beoogde vergunde situatie. De reservevelden zijn met de halve en hele behoefte verdisconteerd om een dubbeltelling te voorkomen. Dit omdat een nieuwe reserveveldfunctie onderdeel is van de behoefte van 1.150 en 2.300 sorties In 2025 neemt het kabinet een besluit over de opening van Lelystad Airport. Voor het NPRD is, naast de huidige situatie, een scenario met 10.000 vliegbewegingen beschouwd. Daarnaast is ook gekeken naar een situatie met 25.000 en 45.000 vluchten voor civiele luchtvaart.

Deze aantallen komen overeen met de scenario’s die voor Lelystad Airport ontwikkeld zijn en deels nog verkend worden. Als primaire situatie om mee te vergelijken en te beoordelen is de situatie met 10.000 vluchten beschouwd. Dit vormt zowel de huidige situatie als de referentiesituatie waarmee primair vergelijken wordt. Het MER beoordeelt echter alleen de effecten van (het toevoegen van) sorties voor jachtvliegtuigen. Voor Groningen Airport Eelde is op dit moment geen luchthavenbesluit van kracht. De aanvraag hiervoor is door het vliegveld ingediend (juli 2024). Tot het van kracht worden van het luchthavenbesluit geldt een Omzettingsregeling. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Omzettingsregeling zijn: een gewijzigd baangebruik, een aangepaste gemoderniseerde verkeersmix en een beperkte wijziging van de openingstijden. Voor dit MER zijn beide situatie (Omzettingsregeling en aanvraag Luchthavenbesluit) betrokken in het onderzoek. Voor de beoordeling is gekeken naar de aanvraag Luchthavenbesluit. Voor Twente is de huidige situatie als uitgangspunt genomen. Dit vormt tevens de referentiesituatie. In dit planMER zijn voor alle scenario’s, huidige situatie, vergunde situatie bij de militaire vliegvelden en de aangepaste huidige situatie/referentiesituatie voor de civiele vliegvelden en alternatieven de effecten in beeld gebracht.

De achterliggende rekenbestanden en bijbehorende cijfers zijn opgenomen in een technische bijlage (A.XVI-A.XVII). 2

De lopende m.e.r.-procedure voor Gilze-Rijen heeft een andere referentiesituatie. Voor de referentiesituatie van dit planMER is de meest passende plansituatie uit de m.e.r.-procedure voor Gilze-Rijen gebruikt, namelijk de situatie zonder reserveveldfunctie.

blad 26 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Voor de effectbeoordeling is primair gekeken naar de vergelijking met de huidige situatie. Vervolgens is bekeken in hoeverre de vergunde situatie/referentiesituatie afwijkt en of hiertoe geheel andere beoordelingen gegeven hadden kunnen worden. Als dit zo is, dan is dit vermeld. Maar in de basis is de beoordeling gebaseerd op de vergelijking met de huidige situatie, omdat deze vergelijking uiteindelijk het beste beeld geeft van de nu aanwezige hinder en de toename hierin, terwijl de zone (vergunde situatie) een mogelijk toekomstbeeld geeft, maar vooral een juridisch instrument is (en in veel gevallen niet geheel representatief). Zorg- en onderwijsfuncties Naast woonfuncties is ook de impact op andere geluidgevoelige functies beschouwd. Deze vallen onder de noemen ‘zorgfuncties en onderwijsfuncties’. Het aantal functies binnen de 48 dB-contouren is in beeld gebracht, Voor de beoordeling is gekeken hoeveel er binnen > 55 dB contouren gelegen zijn. Stiltegebieden Tot slot is ook nog naar de impact op stiltegebieden gekeken. Stiltegebieden zijn speciaal aangewezen gebieden waar rust en stilte de boventoon voeren. Ze worden beschermd om het natuurlijke geluidsniveau te behouden en om de verstoring door menselijke activiteiten, zoals verkeer en industrie, te minimaliseren.

Dit maakt ze bijzonder waardevol voor recreatie, flora en fauna, en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van mensen die deze gebieden bezoeken. Hiervoor is ook gekeken waar de 55 dB-contour gelegen is en of deze over stiltegebieden heen ligt. Als dit het geval is, geldt een negatieve beoordeling. Of dit licht negatief, negatief of zeer negatief is beoordeeld, hangt af hoe groot het gebied waar het stiltegebied en de 55 dB contour overlappen. Wanneer is welke beoordeling toegepast? Om te bepalen wanneer welk effect (of aantal woningen) een bepaalde beoordeling krijgt, is de volgende indeling gehanteerd. Omdat het gaat om toevoegen van sorties -en daardoor toevoeging van geluid- is er geen sprake van mogelijke positieve effecten op dit thema. Totaal aantal woningen zeer negatief (--)

Aantal woningen 48-55 dB >40.000

Aantal woningen 55-70 dB >7.000

Aantal woningen >70 dB >75

negatief (-)

20.001-40.000

2.501-7.000

26-75

licht negatief (0/-)

501-20.000

51-2.500

6 tot 25

<500

<50

<5

neutraal (0) Toename aantal woningen militaire velden (Ke) zeer negatief (--)

Toename < 45Ke

Toename >45 Ke

>7.000

>150

negatief (-)

2.501-7.000

50-150

licht negatief (0/-)

51-2.500

6 tot 50

<50

<5

Toename < 65 dB

Toename >65 dB

>7.000

>150

neutraal (0) Toename aantal woningen civiele velden (Lden) zeer negatief (--) negatief (-)

2.501-7.000

50-150

licht negatief (0/-)

51-2.500

6 tot 50

<50

<5

neutraal (0)

Zorg- en onderwijsfuncties > 55 dB zeer negatief (--)

> 100 functies

negatief (-)

36 – 100 functies

licht negatief (0/-)

11 – 35 functies

neutraal (0)

< 10functies

blad 27 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Piekgeluid bij deze behoefte Geluidzones van vliegvelden en geluidberekeningen voor toevoegen van vliegverkeer worden doorgaans uitgedrukt in een gemiddelde geluidbelasting. Hinder en verstoring wordt echter veroorzaakt door het piekgeluid, het maximaal optredende geluidniveau dat hoorbaar is op het moment dat een F35 passeert. Dit niveau is gecorrigeerd voor de gevoeligheid van het menselijke oor: de zogenaamde A-weging. Hieruit volgt de dB(A) notatie.

figuur 2-16 Meetpunten van het geluidmeetnet rond vliegbasis Leeuwarden (bron: lwr.flighttracking.casper.aero)

De omvang van het piekgeluid is sterk afhankelijk van settings van de jachtvliegtuigen, zoals het motorvermogen of de vlieghoogte. Dit is niet in één algemene berekening te vatten. Rond bestaande militaire vliegvelden Leeuwarden, Volkel en Gilze-Rijen is een geluidmeetnet aanwezig dat een indicatie geeft van het piekgeluid. Bovenstaande figuur toont de meetpunten rond vliegbasis Leeuwarden. Op basis van meetresultaten van juli 2024 op twee meetpunten direct in het verlengde van de landingsbaan (Jelsum en Marsum) op vliegbasis Leeuwarden is te zien dat het piekgeluid uitkomt op 115 of 116 dB(A). De LCmax (weging die rekening houdt met gevoeligheid voor lage frequenties) loopt op tot 120 of 121 dB(C). De alternatieven in het MER zijn niet beoordeeld op (de effecten op) piekgeluid. Ten opzichte van de analyses voor de daggemiddelde geluidbelasting (Ke of Lden) biedt dit geen nieuwe beslisinformatie. Over het algemeen kan gesteld worden dat bij alternatieven met meer woningen en gehinderden binnen (hogere) geluidbelastingsklassen ook meer hinder door piekgeluid te verwachten is. Luchtkwaliteit Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) vormt de grondslag voor de beoordeling van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden gesteld voor zeven stoffen en richtwaarden voor vijf stoffen voor de concentraties in de buitenlucht.

In Nederland zijn NO2 en PM10 het meest kritisch. Daarnaast is per 1 januari 2015 ook voor zeer fijn stof (PM2,5) een jaargemiddelde grenswaarde van kracht. Stikstofdioxide (NO2) Stikstofoxiden (NOx) komen vooral in de lucht terecht door uitlaatgassen van het verkeer en de uitstoot van industrie. Stikstofdioxide (NO2) is een goede maat voor hoeveel luchtvervuiling door verkeer in de lucht zit. Het wordt in Nederland standaard gemeten. blad 28 van 325

planMER Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Deelrapport behoefte VIII: Toename jachtvliegtuigencapaciteit projectnummer 0486487.100 1 mei 2025 Ministerie van Defensie

Fijn stof (PM10 en PM2,5) Fijn stof is een verzamelnaam voor de kleine deeltjes in de lucht. Een deel van het fijnstof komt van natuurlijke bronnen zoals opwaaiend stof en zeezout, maar het meeste fijn stof (vaak zo’n 75 - 80%) komt door verbrandingsprocessen in de industrie, vanuit veehouderijen en van verkeer. In het algemeen geldt dat bij het voldoen aan de normen voor deze stoffen, een overschrijding van de normen voor de overige luchtverontreinigende stoffen redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In Nederland wordt vrijwel overal voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor de jaargemiddelde concentraties luchtverontreinigende stoffen. Dit betekent echter niet dat deze stoffen geen schade kunnen toebrengen aan de gezondheid. Naast de wettelijk vastgelegde grenswaarden, zijn er ook advieswaarden vanuit de World Health Organization (WHO). In 2021 zijn de normen uit 2005 aangescherpt. De normen voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 zijn opgenomen in tabel 2-. tabel 2-5 Grenswaarden voor luchtverontreiniging uit de Wet milieubeheer (Wm) en de WHO-advieswaarden van 2005 en 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1305/documents/19906