CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 1 Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten 2025 (820155).pdf

Raadsvergadering 25 september 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten 202524.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gezinscoach Doel: Het doel van de gezinscoach is om gezinnen ondersteuning te bieden die te maken hebben met meervoudige problematiek. Doelgroep: Gezinnen met kinderen/jongeren tussen 0 tot 23 jaar. Schoolmaatschappelijk werk in het primair onderwijs Doel: De ondersteuning van een schoolmaatschappelijk werker kan verschillende doelen hebben: − − −

Kortdurende hulpverlening aan leerlingen en/of ouders Bieden van ondersteuning aan docenten/IB’ers in het herkennen van en omgaan met veelvoorkomende problematiek. Toeleiding naar externe zorg/ondersteuning

Doelgroep: Kinderen in het primaire onderwijs Twee huizen training Doel: Het doel van deze training is om kinderen van gescheiden ouders onder begeleiding met elkaar in gesprek te laten gaan over de scheiding. Een scheiding tussen ouders is een ingrijpende gebeurtenis, juist ook voor de betrokken kinderen. In de gesprekken kunnen kinderen hun gevoelens en ervaringen delen, met als doel dat zij beter met de scheiding van hun ouders om kunnen gaan. Doelgroep: kinderen van 8-12 van gescheiden ouders

25/59

PMT op het primair onderwijs Doel: Psychomotorische therapie is lichaamsgerichte therapie voor kinderen met sociaal— emotionele hulpvragen. Het doel van de therapie om te ondersteunen bij de hulpvragen en kinderen te leren probleemsituaties anders te benaderen. Doelgroep: kinderen in de basisschoolleeftijd, waarvan de zorgverzekering de kosten voor inzet van PMT niet (volledig) vergoedt en ouders deze kosten niet zelf kunnen dragen. GGZ op het voortgezet onderwijs Doel: Bieden van kortdurende en ondersteunende interventies bij leerlingen met lichte psychische problematiek, zodat de problemen verbeteren en/of voorkomen dat de problematiek verergerd en jeugdigen verwezen worden naar gespecialiseerde GGZ. Daarnaast geeft de GGZ op het voortgezet onderwijs ondersteuning en advies aan het onderwijsteam, door het geven van algemene voorlichting als het verlenen van praktisch hulp voor specifieke leerlingen. Doelgroep: Jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 20 jaar met lichte psychische of psychiatrische problematiek, zoals neerslachtigheid, paniek- en angstklachten, neerslachtigheid en emotieregulatie, etc. Individuele ambulante ondersteuning op school Doel: Het doel is om op een laagdrempelige manier ondersteuning te bieden aan kinderen, bijvoorbeeld op het gebied van sociale en emotionele vaardigheden of het omgaan met pesten of faalangst.

Door laagdrempelig op school aanwezig te zijn kan problematiek in een vroeg stadium gesignaleerd en behandeld worden. Doelgroep: 0 tot 4 jaar (het voorschoolse), 4-12 jaar (primair en speciaal onderwijs) en 12 tot 18 jaar (voortgezet onderwijs). Interculturele traumatraining in groepsverband Doel: Kinderen van asielzoekers in groepsverband ondersteunen bij het verwerken van ingrijpende en/of traumatische gebeurtenissen en hierdoor voorkomen of verminderen van (ontwikkeling van) ernstige psychische klachten of (gedrags)problematiek. Doelgroep: Getraumatiseerde kinderen van asielzoekers en/of vluchtelingen. Ouderschapsbemiddeling Doel: Ouders in complexe echtscheidingen te leren om beter met elkaar te communiceren, zodat zij duidelijke afspraken kunnen maken over de zorg van hun kinderen. Met die duidelijkheid ontstaat er een meer stabiele gezinssituatie voor de kinderen. Doelgroep: ouders van jeugdigen van 0-18 jaar die in een complexe echtscheiding verwikkeld zijn. Basis Jeugd-GGZ Doel: kortdurende behandeling van licht tot matige psychische problemen, waarbij een vermoeden is van een DSM-benoemde stoornis in combinatie met een gemiddeld tot lage beperking van het functioneren. Een ander doel is om de problematiek in kaart te brengen, diagnostiek te verrichten en zo nodig een gerichte verwijzing te doen.

Basis Jeugd GGZ biedt eveneens mogelijkheden voor afschaling vanuit de specialistische Jeugd-GGZ, of ondersteuning na behandeling en gestabiliseerde zwaardere problematiek. Naast dit alles biedt Basis Jeugd GGZ consultatie en advies aan de gemeente binnen lopende casuïstiek van lichte tot matige problematiek.

26/59

Doelgroep: jeugdigen tot en met 18 jaar met lichte tot matige psychische problematiek, waarbij er een vermoeden is van DSM-benoemde stoornis in combinatie met een gemiddeld tot lage beperking van het functioneren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om burn-out of stressklachten, somberheid, depressie, klachten veroorzaakt door rouw en verlies, een negatief zelfbeeld of angst- en lichte traumaklachten.

3.2 Maatwerk

[Jeugdwet]

1. Wij bieden maatwerk. Dit betekent dat wij goed kijken welke ondersteuning aansluit op je vraag. Wij bieden de volgende vormen van ondersteuning. a. jeugdhulp in de vorm van: 1. Individuele begeleiding; Een inwoner kan in zijn of haar leven professionele ondersteuning nodig hebben om mee te doen in de samenleving. Een inwoner kan hiervoor begeleiding ontvangen. In de gemeente Dronten is begeleiding ingedeeld in drie leeftijdsgroepen: inwoners tot 18 jaar, inwoners tussen de 16 en 27 jaar en inwoners van 27 jaar en ouder. De begeleiding vindt plaats binnen het leefsysteem van de inwoner en is er zoveel mogelijk op gericht de inwoner te helpen om meer deel te kunnen nemen aan de samenleving. Begeleiding is in principe tijdelijk totdat inwoner weer voldoende zelfredzaam is. Hieronder wordt eerst per doelgroep de verschillende voorbeelden van resultaten weergegeven waaraan gewerkt kan worden met de inwoner en zijn netwerk. Hierbij is de levensfase waarin een inwoner zich bevindt en de ontwikkelingsleeftijd leidend en niet de daadwerkelijke leeftijd. 2. Begeleidingstraject doelgroep 18 – Begeleiding biedt kinderen en ouders praktische hulp en ondersteuning bij het aanleren en uitvoeren/oefenen van handelingen/vaardigheden die zelfredzaamheid en participatie tot doel hebben, zoals: a.

het toepassen en inslijpen van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijkse leven door herhaling en methodische interventie. b. het compenseren of herstellen van het regelvermogen van een inwoner waardoor weer eigen regie over het leven gevoerd kan worden. c. de afstemming met/versterking van mantelzorgers en familieleden zodat de jongere zo lang mogelijk verantwoord thuis kan opgroeien. Persoonlijke verzorging Persoonlijke verzorging maakt indien nodig onderdeel uit van de begeleiding. Wanneer nodig levert een aanbieder persoonlijke verzorging, al dan niet met inzet van een onderaannemer wanneer blijkt dat deze hulp niet onder de gebruikelijke zorg van ouders valt. De verzorging is gericht op het verlenen van hulp door controle en aansturing vanuit de persoonlijke verzorger, vooral bestaande uit: -

in en uit bed gaan; zich wassen; zich kleden; eten en drinken.

Als behandeling naast de begeleiding plaatsvindt, dan richt de begeleiding zich ook op het toepassen van wat in de behandeling geleerd wordt.

27/59

3. Begeleidingstraject doelgroep 16-27 jaar Begeleiding voor jongeren en jongvolwassenen van 16 tot 27 jaar richt zich op het ondersteunen van de jeugdige, zodat deze binnen deze periode leert als zelfstandig volwassene deel te nemen aan de samenleving (waaronder ook school of (onbetaald) werk). Het gaat hierbij om een kleine groep jongeren met eigen problematiek, waarbij sprake is van een (ontwikkelings)achterstand, (langdurige) schooluitval, en/of behoefte aan opgroeiondersteuning of ondersteuning bij (het toewerken naar) zelfstandig wonen. Jongeren worden voor hun 18e jaar voorbereid op de overgang naar volwassenheid en vanaf het 18e jaar worden zij begeleid naar het als volwassen inwoner participeren in de samenleving. De kalenderleeftijd is hierbij niet leidend. Aan de hand van de ontwikkelingsleeftijd wordt een plan gemaakt om te komen tot volwassenheid. Aanbieder heeft kennis van ontwikkelingsfases en is op de hoogte van (veranderingen in) wet- en regelgeving. Aanbieder stelt samen met jongere en het systeem een plan op voor de overgang naar volwassenheid. Aanbieder begeleidt jongere en het systeem in het losmaken/loslaten en werkt toe naar het zelfstandig wonen van de jongvolwassene.

Indien de jongere onder de 18 jaar is, dan geldt dat Aanbieder ofwel een begeleider inzet met SKJ-registratie, ofwel de begeleider onder toezicht laat werken van een SKJ geregistreerde medewerker 4.

Dagbesteding en begeleiding groep

Bij dagbesteding worden er verschillende activiteiten in een groep aangeboden op een locatie in de gemeente Dronten. De activiteiten vinden een of meerdere dagdelen per week plaats onder begeleiding van een professional. 5.

Begeleiding groep

Het gaat hierbij om ontlastingszorg gedurende de dag, zonder overnachting. Waar mogelijk is de zorg gericht op het aanleren van specifieke vaardigheden die passend zijn bij de problematiek van de inwoner. Ouders/opvoeders worden actief betrokken bij het aanleren van deze vaardigheden, zodat de inwoner de geleerde vaardigheden ook thuis kan toepassen en ouders/opvoeders handvaten hebben om inwoner hierbij te ondersteunen. 6. Dagbesteding Dagbesteding is bestemd voor inwoners die als gevolg van lichamelijke, somatische, verstandelijke of psychiatrische beperking, problemen hebben om sociale contacten te maken. Dagbesteding wordt ingezet om: a. Inwoners te ondersteunen in het maken van stappen richting participatie en re-integratie (waaronder ook school). b. Een zinvolle besteding van de dag te hebben. c. Ontlasting indien mantelzorgers overbelast dreigen te raken. 7.

Kortdurend verblijf

Kortdurend verblijf is logeren bij een instelling, logeerhuis, vakantieopvang of onder verantwoordelijkheid van een instelling gedurende maximaal drie etmalen per week. Het kortdurend verblijf is bedoeld voor jongeren/kinderen tot 18 jaar met een psychiatrische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap waarbij sprake is van permanent toezicht. Persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding en passende daginvulling is onderdeel van het kortdurend verblijf. De zorg is bedoeld als tijdelijke ontlasting voor de ouders/opvoeders en heeft een ontwikkelingsgerichte functie voor kinderen/jongeren en de opvoeders. 8. Behandelding Behandeling is voor kinderen/jongeren tot 18 jaar met ontwikkelings-, opgroei- en gedragsproblemen. Het gaat hierbij om kinderen of jongeren die in het dagelijks leven problemen ervaren vanwege de problematiek. Behandeling is altijd tijdelijk met een duidelijk 28/59

eindpunt. Indien verdere professionele inzet na afronding van de behandeling nodig is, werkt de behandeling toe naar afschalingsaanbod, zoals begeleiding, basis GGZ, Praktijkondersteuner GGZ, etc. 9.

Behandeling individueel

Het gaat hierbij om lichte tot matige psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen, verstandelijke beperking van de jongere of opvoedingsproblemen van ouders. De behandeling richt zich op herstel en/of vermindering van de ervaren problematiek, het leren omgaan met de problematiek (psycho-educatie, waar nodig ook aan gezinsleden of derden) en de versterking van de opvoedvaardigheid. Waar nodig herstelt en versterkt de behandeling de ouder-kind relatie/interactie en geeft het kind betere ontwikkelkansen. 10. Behandeling groep (KBC) Is voor jonge kinderen tot 5 jaar met ontwikkelingsvraagstukken en/of opgroei- en gedragsproblemen, waarbij kinderen in een groep worden behandeld door een team van professionals met verschillende expertises. Behandeling groep is gericht op het herstel en/of verminderen van de problematiek en toeleiding naar school of een andere voorziening. Per levensjaar worden maximaal 2 dagdelen per week beschikt. 11. Behandeling gezinsgericht Dit bestaat uit jeugd- en opvoedhulp voor jeugdigen, waarbij sprake is van (een vermoeden van) een psychiatrische stoornis en/of een stagnerende ontwikkeling in combinatie met opvoedproblematiek. De behandeling gebeurt in gezinscontext, waarbij afhankelijk van de problematiek meer ingezet wordt op jeugdige of op het gezin.

Individuele behandeling van een gezinslid kan dus onderdeel uitmaken van de gezinsgerichte behandeling. De behandeling richt zich op herstel of vermindering van de ervaren problematiek, het leren omgaan met de problematiek (psycho-educatie), de versterking van de opvoedvaardigheid en het herstel en/of de versterking van de ouder-kind relatie. 12. Behandeling specialistische jGGZ Specialistische jGGZ, GGZ-diagnostiek en medicatiecontrole die met name gericht is op individuele behandeling van de jeugdige. De behandelaar is aangesloten bij de brancheorganisatie GGZ Nederland en voldoet aan de eisen die worden gesteld aan de beroepsgroep. Daarnaast werkt de aanbieder met e-health of een soortgelijk programma. Ook richt aanbieder zich op het normaliseren van de problematiek, werkt toe naar afschaling en biedt de mogelijkheid tot groepswerk of lotgenotencontact. a. Ter voorkoming van uithuisplaatsing of snellere terugplaatsing: 1. Regionale expert tafel (RET) (integrale advisering) 2. Team Anders (ambulante gezinsondersteuning thuis); 3. Thuis op maat (TOM) Ambulante gezinsondersteuning met bed achter de hand. b. Jeugdhulp met verblijf Alle inspanning is gericht om uithuisplaatsing te voorkomen. Als thuis wonen uiteindelijk niet haalbaar is wordt er (tijdelijk) jeugdhulp met verblijf ingezet en plek in een pleeggezin of verblijf in een instelling.

Wij gaan daarbij uit van ‘zo thuis mogelijk’. Wij kiezen daarom voor pleegzorg boven een verblijf in een instelling. Vervoer naar een plek waar je jeugdhulp krijgt is een verantwoordelijkheid van het gezin zelf. Alleen bij uitzonderlijke situaties kunnen wij besluiten tot inzet van vervoer.

29/59

Deze maatwerk-ondersteuning is niet vrij toegankelijk. Je hebt hiervoor een besluit nodig van de gemeente of een verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts.

3.2 Overgang van 18- naar 18+

[Jeugdwet, Wmo]

1. Als je bijna 18 jaar bent, kunnen wij je ondersteunen bij het maken van een plan op alle belangrijke leefgebieden. In dit plan komen de volgende onderwerpen aan bod: a. scholing, werk of participatie (meedoen in de maatschappij); b. wonen; c. inkomen; d. zorg en ondersteuning; e. vrije tijd; f. je netwerk. 2. Het kan zijn dat wanneer je al 18 bent, je toch jeugdhulp krijgt. Dit kan maximaal tot de dag dat je 23 jaar wordt. Als dit het geval is, zullen wij dit in het plan vermelden. De gemeente geeft beschikkingen voor pleegzorg/gezinshuis in vrijwillig kader standaard af tot je 21e verjaardag. Wel kun je vanaf 18 jaar zelf aangeven hiervan geen gebruik te willen maken. 3. Het kan zijn dat je voor je 18e onder toezicht bent gesteld. Als de rechter een ondertoezichtstelling uitspreekt, wordt er een gezinsvoogd toegewezen. De gezinsvoogd begeleidt je en helpt je bij het oplossen van problemen. Deze hulp is verplicht. Als de gezinsvoogd bepaalt dat pleegzorg nodig is, zorg en wij dat je pleegzorg krijgt. Wij geven deze hulp dan af tot het einde van de ondertoezichtstelling. Een ondertoezichtstelling eindigt uiterlijk als je 18 jaar wordt. Als je daarna nog gebruik wilt blijven maken van pleegzorg, dan kan dat in vrijwillig kader tot je 23 jaar wordt. 4.

Als er een voogdij-maatregel is uitgesproken en blijkt dat pleegzorg nodig is, dan zorgen wij dat die pleegzorg wordt verstrekt tot je 18 jaar wordt. Deze hulp is ook verplicht. Wanneer de voogdij-maatregel afloopt en je gebruik blijft maken van pleegzorg, dan kan dat in vrijwillig kader tot je 23 jaar wordt. 5. Als de verwachting is dat je ook na je 18 e verjaardag nog zorg en ondersteuning nodig hebt, dan kan er een Wmo-indicatie worden aangevraagd. Het kan wel zijn dat er een ander aanbod en een ander tijdsindicatie aan de orde is. Het betekent niet dat de eerder verstrekte jeugdhulp vanzelfsprekend na je 18e verjaardag wordt omgezet naar Wmoondersteuning. Het is verstandig om als je 17,5 jaar oud bent, hiervoor een melding te doen bij de jeugdgids. We streven naar een soepele overgang van de Jeugdwet naar andere wetten.

30/59

Hoofdstuk 4. Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden Wij ondersteunen inwoners (met bijvoorbeeld lichamelijke of psychische problemen) om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen omgeving te kunnen blijven wonen en kunnen meedoen in de samenleving. Wij kijken hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen, de langere termijn dus. In dit hoofdstuk vindt u de regels over de ondersteuning die de gemeente u kan geven. Deze ondersteuning is voor inwoners van 18 jaar en ouder. Ben je jonger dan 18? Dan verwijzen we je naar hoofdstuk 3.

4.1 Ondersteuning

[Wmo]

Wij zetten ons ervoor in dat inwoners met lichamelijke, psychische en/of verstandelijke problemen zo langmogelijk zelfstandig kunnen wonen. Wij willen dat u in een schoon huis kunt wonen, uw administratie op orde is, inzicht heeft in uw eigen mogelijkheden, dat u zich aan afspraken kan houden en genoeg mensen om u heen heeft. Daarnaast kunnen wij (tijdelijke) ondersteuning inzetten om een mantelzorger te ontlasten. Heeft u ondersteuning nodig om zelfstandig te kunnen wonen? Dan kunt u ondersteuning bij ons aanvragen. Ondersteuning kan professionele hulp zijn van een hulpverlener of een hulpmiddel zoals een rolstoel of traplift. Wij kunnen ondersteuning inzetten. Dit gaat via een gids. Een gids werkt voor de gemeente en kan ondersteuning regelen als dat nodig blijkt. Hij of zij heeft de regie en is aanspreekpunt voor zowel u, uw gezin als betrokken professionals. Als ondersteuning nodig is, dan maakt de gids een routeplan waarin staat welke ondersteuning wordt ingezet. Als u akkoord bent met dit routeplan stuurt u deze getekend retour. Ook wanneer u niet akkoord bent met het plan kunt deze aanvraag voor niet-akkoord getekend retour zenden. De aanvraag is dan officieel door u gedaan, de gids maakt vervolgens een beschikking, die u eveneens zult ontvangen. De gemeente kan de volgende ondersteuning inzetten: • • • • • • •

een regionale taxipas (collectief vervoer); een hulpmiddel; hulp in het huishouden; individuele begeleiding; dagbesteding; een aanpassing aan een woning; beschermd wonen of opvang.

4.2 Weigeringsgronden

[Wmo]

De gemeente kan niet altijd ondersteuning bieden. De gemeente geeft geen ondersteuning, als: 1. u niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 1.3.5 van deze verordening; 2. u uw beperkingen zelf kunt oplossen of verminderen door uw dagelijks leven anders te organiseren. Bijvoorbeeld door de woning anders in te richten;

31/59

3. u gebruik kunt maken van gebruikelijke hulp, voorliggende voorzieningen, eigen kracht of van uw sociale netwerk; 4. een voorziening een anti-revaliderende werking heeft en/of extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt; 5. uw aanvraag gaat over een voorziening die algemeen gebruikelijk is. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als: a. in een reguliere winkel te koop is; b. niet duurder is dan een vergelijkbare voorziening; c. niet speciaal voor personen met een beperking is bedoeld; d. een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie; en e. financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Hierbij sluit de gemeente aan bij de regels voor afbetaling van leenbijstand (Beleidsregels debiteuren Dronten). Daarvan is sprake als de gevraagde voorziening binnen een termijn van 5 jaar kan worden terugbetaald bij een maandelijkse reservering van 5 procent van de voor u geldende uitkeringsnorm of inkomensvoorziening per maand, rekening houdend met de beslagvrije voet; 6. u gebruik kan maken van uw zorgverzekering of de Wet langdurige zorg (Wlz); 7.

als u een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) of er redenen zijn om aan te nemen dat u daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de Wmo 2015 van toepassing is; 8. als een voorziening niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding; 9. als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer u rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan; 10. uw aanvraag gaat over een voorziening die al eerder is verstrekt en deze voorziening nog niet is afgeschreven. Dit geldt niet als de eerder verstrekte voorziening geen oplossing meer biedt voor uw hulpvraag; 11. als u een voorziening heeft aangeschaft voor u een melding heeft gedaan bij de gemeente of als u zonder toestemming van de gemeente al gebruik maakt van een voorziening, zoals dagbesteding of begeleiding; 12. als u de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van ons besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij wij daarvoor schriftelijk toestemming hebben gegeven; 13. de voorziening een therapeutisch doel heeft; 14. uw ondersteuningsvraag enkel betrekking heeft op een vervoersvoorziening voor het kunnen reizen buiten de regio; 15.

u niet voldoende meewerkt, zodat wij niet kunnen vaststellen of u de voorziening nodig heeft; 32/59

16. de voorziening niet grotendeels op u is gericht. 17. Een woonvoorziening kan niet worden verstrekt: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; als u uw hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; u woont in een vakantiewoning, hotel, pension of een tweede woning. Er kan dan (afhankelijk van de situatie) wel een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten worden verstrekt; u woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe u behoort bijvoorbeeld een seniorencomplex en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners.

als het gaat om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten; als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; u zonder dringende reden verhuisd bent vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning; als u niet verhuisd bent naar de voor uw beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door de gemeente; u heeft een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg; als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan worden meegenomen.

18. Het stallen van voorzieningen in gemeentelijke ruimte is niet toegestaan in verband met brandveiligheid. Sinds 1 januari 2024 bepaalt het Besluit bouwwerken leefomgeving dat er geen brandgevaarlijke objecten aanwezig mogen zijn in de vluchtwegen en verkeersroutes van gebouwen. En sinds 1 juli 2024 is het expliciet verboden om (onder meer) fietsen en scootmobielen in gangen, galerijen en trappenhuizen te plaatsen. 19. Het college kan nadere regels stellen.

4.3 Zelfstandig en veilig wonen 4.3.1. Geschikte woning

[Wmo]

1. U kunt een voorziening of aanpassing van uw woning krijgen als u door uw beperking niet meer in uw woning kunt wonen. Samen met u zoeken wij naar een passende oplossing. 2. Een aanpassing in uw woning mag maximaal € 7.000,- kosten. Als het bedrag hoger is, onderzoeken wij of het beter is om te verhuizen naar een andere woning. 3. Het kan ook zijn dat u geen woningaanpassing of -voorziening krijgt. Dit doen wij niet als: a.

uw beperkingen het gevolg zijn van materialen die in uw woning zijn gebruikt;

33/59

b.

c. d. e.

u verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoning, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kan krijgen; u een voorziening wilt die is bedoeld voor een gemeenschappelijke ruimte (in bijvoorbeeld een seniorencomplex); het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden; u bent verhuisd vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning, tenzij wij hiervoor toestemming hebben verleend.

4. Een woonvoorziening (een aanpassing in uw woning waarmee u zo lang mogelijk zelfstandig kunt blijven wonen) vervangen wij als: a. b.

deze technisch is afgeschreven; of de woonvoorziening geen oplossing meer is voor uw woonproblemen.

4.3.2 Nieuw artikel Anti-speculatiebeding

[Wmo]

1. Als gemeente willen we bij grote verbouwingen (aanbouw woning en grondverwerving) voorkomen dat er bij verkoop van de woning gespeculeerd wordt met de meerwaarde van de woning. Als binnen tien jaar nadat de woning is aangepast tot verkoop van de woning wordt overgegaan, dan bent u verplicht om de meerwaarde aan de gemeente terug te betalen tot het maximale bedrag dat aan u is toegekend. U dient hierover de gemeente schriftelijk te informeren. Dit geldt alleen voor particuliere woningeigenaren. De bepaling van de meerwaarde vindt plaats zoals omschreven in lid 3. 2. Voor wat de hoogte van het terug te betalen bedrag gelden de volgende regels: a. Bij verkoop binnen 1 jaar na gereedmelding: 100 procent van de meerwaarde; b. Bij verkoop binnen 2 jaar na gereedmelding: 90 procent van de meerwaarde; c. Bij verkoop binnen 3 jaar na gereedmelding: 80 procent van de meerwaarde; d. Bij verkoop binnen 4 jaar na gereedmelding: 70 procent van de meerwaarde; e. Bij verkoop binnen 5 jaar na gereedmelding: 60 procent van de meerwaarde; f. Bij verkoop binnen 6 jaar na gereedmelding: 50 procent van de meerwaarde; g. Bij verkoop binnen 7 jaar na gereedmelding: 40 procent van de meerwaarde; h. Bij verkoop binnen 8 jaar na gereedmelding: 30 procent van de meerwaarde; i. Bij verkoop binnen 9 jaar na gereedmelding: 20 procent van de meerwaarde; j.

Bij verkoop binnen 10 jaar na gereedmelding: 10 procent van de meerwaarde. 3. De vaststelling van de eventuele meerwaarde wordt bepaald door een beëdigd taxateur, die wordt aangewezen door de gemeenten. 4. Het college kan nadere regels vaststellen.

4.3.3 Een schone en leefbare woning

[Wmo]

1. Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning krijgt als u door uw beperking uw woning niet schoon en leefbaar kunt houden. Het is daarbij belangrijk dat u aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1.3.5 van deze verordening, voldoet. 2. Wij werken met ‘het resultaat schoon en leefbaar huis.’ We gebruiken hierbij het normenkader huishoudelijke ondersteuning van HHM 2025. Dit houdt in dat u hulp kunt krijgen bij de lichte en/of zwaardere huishoudelijke taken. Een schoon en leefbaar huis 34/59

houdt in dat het huis, met name de elementaire woonfunctie zoals woonkamer, keuken, hal, toilet, trap, slaapkamer en badkamer normaal bewoond kunnen worden. Dat u beschikt over schone kleding, dat er zorg is voor de kinderen en dat u kunt eten en drinken. Schoon betekent dat de basis hygiëne in orde is en dat vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s voor bewoners worden voorkomen. Leefbaar houdt in dat het huis opgeruimd en functioneel is, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Samen met de gids wordt er gekeken welke onderdelen in uw situatie van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt wat een hulp oppakt en wat u en het netwerk kan doen. U krijgt vervolgens een routeplan en een ondersteuningsplan Schoon en Leefbaar (S&L), waarin staat welke taken uzelf en welke taken door de hulp worden gedaan. Voor de wasverzorging kunnen mogelijk andere regels van toepassing zijn. 3. Het college stelt daarvoor nadere regels vastgesteld. 4.3.4 Beschermd wonen

[Wmo]

Als u een psychische aandoening heeft, kunnen wij onderdak en begeleiding bieden. Dit noemen wij beschermd wonen. Bij beschermd wonen kunt u begeleid worden om mee te doen in de samenleving. 1. Beschermd wonen is: a. wonen in een ruimte van een instelling; b. met toezicht en begeleiding; c. met als doel voor uzelf te kunnen zorgen en mee te doen in de maatschappij; d. gericht op het verbeteren van het psychisch en psychosociaal functioneren; e. gericht op het stabiel krijgen van uw psychiatrische aandoening; f. gericht op het voorkomen van verwaarlozing of overlast; g. gericht op het voorkomen van gevaarlijke situaties; h. bestemd voor mensen met psychische of psychosociale problemen, die niet zelf in staat zijn zich staande te houden in de samenleving. 2. Wij verlenen ‘beschermd wonen’ als: a. u 18 jaar of ouder bent; b. 24-uurs toezicht en begeleiding noodzakelijk is; c. u bij de aanmelding de diagnose heeft dat u een psychiatrisch probleem heeft; d. de psychiatrische diagnose is gesteld en ondertekend door een bevoegde professional. 3. Er zijn vier opties van beschermd wonen mogelijk. Van de zwaarste naar de lichtste vorm zijn de opties: a. Beschermd wonen hoog. Bij deze vorm ontvangt u zeer intensieve zorg gericht op het (in de eerste instantie) overnemen van taken op alle levensgebieden zoals financiën en huishouden.

Daarnaast leert u waar mogelijk omgaan met uw beperkingen (verstandelijk en/of psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek. Begeleiding is continu aanwezig; b. Beschermd wonen midden. Bij deze vorm ontvangt u intensieve begeleiding gericht op het omgaan met de beperkingen (verstandelijk en/of psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek. Begeleiding is continu aanwezig; of

35/59

c. Beschut wonen. Bij deze vorm woont u gedeeltelijk weer op uzelf in een eigen woning. Deze woning is onderdeel van een wooncomplex waar u overdag begeleiding kunt krijgen. Het doel is om u weer zelfstandig te kunnen laten wonen. d. Gewoon Thuis: Bij deze voorziening blijft u in uw eigen huis wonen. U krijgt ambulante begeleiding aan huis minimaal 6 uur in de week. Daarnaast kunt u 24 uur per dag beroep doen op contact met de begeleiding. Dit contact kan zowel digitaal, als telefonisch als face to face plaats vinden. U kunt u voor beschermd wonen, optie 1 tot en met 3, aanmelden bij ‘Centrale Toegang’ via de websitewww.ggdflevoland.nl. De gemeente Dronten werkt samen met andere gemeenten in Flevoland op het gebied van beschermd wonen. Deze samenwerking staat beschreven in het Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020 - 2026. Centrumgemeente Almere voert per 1 januari 2026 de toegangsbepaling voor beschermd wonen uit. Het jaar 2025 geldt als overgangsjaar waarin GGD Flevoland stapsgewijs de toegangsbepaling zal overdragen. Voor meer informatie over de toegang wordt u verwezen naar de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten 2025. U kunt u voor beschermd wonen optie 4 melden bij de gemeente. Een Wmo-gids zal dan samen met u onderzoeken of dit een passende maatwerkvoorziening voor u is. 4. Het college kan nadere regels vaststellen.

4.3.5 Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang

[Wmo]

1. Maatschappelijke opvang. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Met opvang wordt de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang bedoeld. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en zich niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk kan handhaven in de samenleving. Dit als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld. 2. Voor meer informatie over de toegang tot de opvang (lees: hoe u bij de opvang terecht komt) wordt u verwezen naar de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Dronten. 3. Het college kan nadere regels vaststellen.

4.4 Meedoen in de samenleving 4.4.1

Individuele begeleiding

[Wmo]

Als het u niet lukt om de normale dagelijkse activiteiten te doen, kunt u hier ondersteuning bij krijgen. Samen met de begeleider werkt u aan de gestelde resultaten genoemd in het routeplan zoals het aanbrengen van dagstructuur, uw sociale netwerk te versterken, samen op zoek te gaan naar iemand die u kan helpen bij uw administratie en het beheren van uw financiën. Als u individuele begeleiding wilt, moet u aan de voorwaarden uit deze verordening (zie 1.3.4) voldoen. 4.4.3 Contact met anderen

[Wmo]

1. Wij zorgen ervoor dat als u een beperking heeft of minder mobiel bent, u toch in contact met anderen kunt komen. Hiervoor bieden wij maatwerk. Als u hiervan gebruik wilt maken, 36/59

moet u voldoen aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 1.3.5 en 4.1 van deze verordening. 2. De maatwerk-ondersteuning houdt in dat u gebruik kunt maken van vervoer, zodat u zich kunt verplaatsen rondom de woning, maar ook langere afstanden kunt afleggen. 3. Deze ondersteuning is voor volwassenen, maar ook voor inwoners jonger dan 18 jaar. 4. Voorbeelden van ondersteuning zijn: a. collectief taxivervoer; b. een scootmobiel; of c. een speciale fiets, zoals een driewiel-fiets. 5. Als u geen gebruik kunt maken van uw auto en het collectief taxivervoer niet voldoet, kunnen wij overwegen om een aanpassing aan uw auto te doen. Wij beoordelen of uw auto de investering waard is. U wordt dan verzocht uw auto te laten keuren. Uit deze keuring moet blijken dat uw auto nog minimaal 5 tot 7 jaar meegaat. 6. Om collectief taxivervoer voor iedereen die dit nodig heeft beschikbaar en betaalbaar te houden, kijken wij eerst of uw vervoersprobleem kan worden opgelost met uw netwerk, vrijwilligers of door gebruik te maken van openbaar vervoer, zoals een bus of trein. 4.4.4 Rolstoel

[Wmo]

Als u uzelf niet of nauwelijks kunt verplaatsen in en om uw woning, kunt u ondersteuning krijgen door middel van een (maatwerk) rolstoel. Deze ondersteuning is voor volwassenen, maar ook voor inwoners jonger dan 18 jaar. 4.4.5 Vervanging vervoermiddel en rolstoel

[Wmo]

Het is mogelijk dat u uw huidige rolstoel of vervoermiddel wilt vervangen. Dit is mogelijk als uw vervoermiddel of de rolstoel: a. technisch is afgeschreven; b. verloren is gegaan en u hier niks aan kunt doen; of c. er geen oplossing meer is voor de problemen die u ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer dicht bij huis.

4.5 Mantelzorg 4.5.1 Ondersteuning mantelzorger

[Wmo]

1. Een mantelzorger is iemand die voor een ander zorgt. Wij zorgen ervoor dat u als mantelzorger, maatwerk kunt krijgen als u niet meer in staat bent om de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat u overbelast raakt. 2. De ondersteuning houdt in dat een professionele hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode overneemt. Dit noemen we respijtzorg. Dit kan zowel thuis, als door het inzetten van dagbesteding als door het inzetten van kortdurend verblijf. 3. Het college kan nadere regels vaststellen. 37/59

4.5.2 Mantelzorgcompliment

[Wmo]

1. Wij waarderen de inzet van mantelzorgers. Daarom stellen wij jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om te laten zien hoe belangrijk mantelzorgers zijn voor de samenleving. 2. Het mantelzorgcompliment is een bedrag van € 80. Mantelzorgers krijgen dit bedrag als tegoed op de Pas van Dronten. 4.5.3 Voorwaarden mantelzorgcompliment

[Wmo]

1. Wilt u een mantelzorgcompliment aanvragen? Dat kan! De aanvraag moet voldoen aan deze voorwaarden: a. de mantelzorg wordt minimaal drie maanden aansluitend verleend voor tenminste acht uur per week; b. de mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde ondersteuning aan zijn naaste geeft; c. de zorgvragers woont in de gemeente Dronten. De mantelzorger mag buiten de gemeente Dronten wonen. U kunt een mantelzorgcompliment aanvragen door (of namens degene die mantelzorg ontvangt) een aanvraagformulier in te vullen. Dit formulier is verkrijgbaar bij het Informatiepunt Mantelzorg van de Meerpaal.

Hoofdstuk 5. De financieringsvorm van de ondersteuning Als wij u ondersteunen, kan dat in verschillende vormen. In dit hoofdstuk vindt u de regels daarvoor. Wij kunnen hulp bieden in de vorm van een dienst, inzetten van ondersteuning of het toekennen van een product of hulpmiddel. Dit kan zowel in zorg in natura , in geld of als een persoonsgebonden budget (pgb). Ondersteuning in natura is ondersteuning die u van een instelling of een professional krijgt, die een contract heeft met de gemeente. Een uitkering of minimaregeling noemen wij ondersteuning in de vorm van geld. Een persoonsgebonden budget (pgb) is een geldbedrag waarmee de ondersteuning of hulp zelf inkoopt. Wij bieden u de ondersteuning die noodzakelijk is om uw situatie te verbeteren. Dit wordt ook wel de goedkoopst passende ondersteuning genoemd. 5.1 Ondersteuning in natura

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet]

1. Als u ondersteuning nodig heeft, krijgt u deze ondersteuning in natura, tenzij in de wet of in deze verordening staat dat de ondersteuning ook op een andere manier kan worden gegeven. 2. Als u een product nodig heeft, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt.

38/59

3. Wij zorgen ervoor dat de leverancier van een product u helpt om het product goed te kunnen gebruiken. 4. Wij zorgen ervoor dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie nakomt. 5. De leverancier vertelt u alles wat belangrijk is om te weten over de dienst of het product dat u krijgt. 6. Het college kan nadere regels stellen.

5.2 Ondersteuning in geld

[ PW, IOAW, IOAZ, Wmo, Gemeentewet, Awb]

1. In de wet en in deze verordening staat wanneer u ondersteuning kunt krijgen in de vorm van geld. 2. Het kan zijn dat u het geld uiteindelijk weer moet terugbetalen aan de gemeente. Als dat zo is, staat dat inde wet of in deze verordening. 3. Nadat wij een besluit hebben genomen over de betaling, ontvangt u het geld zo spoedig mogelijk. 4. U ontvangt het geld in principe op uw bankrekeningnummer of het bankrekeningnummer van uw gemachtigde, bijvoorbeeld uw bewindvoerder. Mocht dit niet lukken dan kunnen wij het geld op een andere manier betalen of maken wij het bedrag over aan een andere persoon of instantie. 5. Wij kunnen besluiten om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u nog aan de gemeente moet terugbetalen. Dit heet een vordering. Verrekenen mag alleen als de gemeente een vordering op u heeft op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. 6. Het college kan nadere regels stellen.

5.3 Persoonsgebonden budget (pgb) 5.3.1. Voorwaarden

[Jeugdwet, Wmo]

1. In sommige gevallen kunt u in plaats van ondersteuning in natura een persoonsgebonden budget (pgb)krijgen. Dat kan als het om Wmo- of jeugdondersteuning gaat en uw aanvraag voldoet aan de voorwaarden die de Wmo, de Jeugdwet en deze verordening stellen. 2. Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders het budget beheren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat deze budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerdermoet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als de gemeente daarom vraagt. 3. Het pgb kan niet worden beheerd door de volgende personen of instanties: a. de persoon die de hulp gaat bieden; b. iemand die op hetzelfde adres woont als de persoon die de hulp gaat bieden; 39/59

c. door een administratiekantoor. 4. Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. b. c. d. e. f.

kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; het voeren van een pgb-administratie; bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s); bijkomende zorgkosten, zoals o.a. een cursus voor de zorgverlener, entreegelden, maaltijden/consumpties van de zorgverlener bij overwerk; eenmalige uitkering, bij opname of overlijden van inwoner die het pgb ontvangt.

5. De gemeente verstrekt geen pgb als: a. de kosten zijn gemaakt vóórdat u de aanvraag heeft ingediend en het niet meer mogelijk is om na te gaan of de ondersteuning nodig was; b. het pgb wordt gevraagd voor vervoerskosten, terwijl u gebruik kunt maken van het collectieftaxivervoer; c. uit het plan dat u heeft ingediend niet blijkt dat de ondersteuning die u met het pgb wilt inkopen van goede kwaliteit is; of d. als er eerder sprake is geweest van oneigenlijk gebruik van het pgb. 6. De hulpverlener kan een professional zijn of iemand uit uw sociale netwerk. Een professionele hulpverlener: a. b. c. d. e.

staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (kvk) of is aangesloten bij een brancheorganisatie; beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG); voldoet aan kwaliteitseisen die worden geëist voor dat type hulpverlening; is geen 1e of 2de graads familie of onderdeel van uw huishouden; en als een zzp-er de zorg levert, moet hij of zij een actuele verklaring ‘inkomen uit eigen onderneming’ van de boekhouder aanleveren bij de gemeente. Deze verklaring is maximaal 3 maanden oud. Wanneer de zzp-er geen eigen boekhouder heeft, dan moet een verklaring van de belastingdienst worden aangeleverd, waaruit blijkt dat de financiële verplichtingen worden voldaan.

7. Het college kan nadere regels stellen. 5.3.2 Hoogte en tarief pgb

[Jeugdwet, Wmo]

1. U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-uitvoeringsplan. Hiervoor gebruikt u het standaardformulier van de gemeente. In het pgb-uitvoeringsplan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen. 2. Wij stellen een pgb vast waarmee u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning kunt inkopen. 3. Nadat het pgb is toegekend, moet de budgetbeheerder met de hulpverlener een zorgovereenkomst sluiten. Deze zorgovereenkomst moet gebaseerd zijn op de beschikking van de gemeente.

40/59

4.

Voor behandeling, kortdurend verblijf, begeleiding, schoon en leefbaar huis en dagbesteding geldt het volgende: u bepaalt welk vast bedrag u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen. Het pgb is niet hoger dan de volledige kostprijs van het product of de dienst (100%) en is niet hoger dan de goedkoopst passende ondersteuning in te kopen. De kostprijs bestaat o.a. uit loonkosten, verzekering, materiële kosten en reiskosten. Extra kosten voor overhead en innovatie/ontwikkeling (10%) worden alleen vergoed in het Zorg in Natura tarief (110%). Als het bedrag dat u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen hoger is dan het maximumbedrag van 100%, of hoger dan de goedkoopst passende ondersteuning, betaalt u dit zelf.

5. In het pgb voor behandeling, kortdurend verblijf, begeleiding, schoon en leefbaar huis en dagbesteding is vervoer inbegrepen bij het budget. In uw beschikking staat aangegeven hoeveel uur zorg u dient in te kopen. Bijvoorbeeld als u beschikking aangeeft dat er 4 uur zorg nodig is om de resultaten te behalen, dan zijn dit de uren waarin u zorg krijgt van de zorgverlener. De reistijd van de zorgverlener valt buiten deze 4 uur. U maakt zelf of met behulp van uw netwerk afspraken over het vervoer met de aanbieder. Wanneer dit niet lukt, krijgt u niet een hoger Pgb. 6. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb hanteren wij de volgende regels: a. Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb maximaal 100% van de kostprijs. b. Als iemand uit uw sociale netwerk de persoonlijke verzorging, hulp in het huishouden en/of individuele begeleiding gaat bieden, is de hoogte van het pgb afhankelijk van de daartoe geldende CAO VVT, inclusief vakantiebijslag bij een 36-urige werkweek. c. Als iemand uit uw sociale netwerk het kortdurend verblijf, groepsbegeleiding of dagbesteding gaat bieden, is het pgb maximaal €141 per maand. In artikel 5.3.3 staat onder welke voorwaarden iemand uit uw sociale netwerk deze hulp mag bieden. 7.

Als u een pgb krijgt voor een product, dan houden wij bij het vaststellen van de hoogte van het pgb rekening met de afschrijvingstermijn, onderhouds- en verzekeringskosten. 8. Voor pgb voor woningaanpassingen stellen wij een document op waarin de eisen staan waaraan een woningaanpassing moet voldoen. Dit heet het programma van eisen. Aan de hand van dit document vraagt u twee offertes op. De gemeente bepaalt aan de hand van deze offertes of u in aanmerking komt voor een vergoeding en zo ja, de hoogte van het pgb. 9. Het pgb voor hulpmiddelen wordt als volgt vastgesteld: de hoogte van het pgb is gelijk aan de kosten die gemeente moet maken als zij het hulpmiddel moeten aanschaffen. U kunt gevraagd worden om 2 offertes aan te leveren. 10. Het college kan nadere regels stellen. 5.3.3 Pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo] 1. U mag iemand uit uw sociale netwerk inschakelen om de ondersteuning te geven. Dat mag alleen als wij vinden dat deze persoon: a. met goede argumenten heeft aangegeven dat hij door het geven van de ondersteuning niet overbelast raakt; b. in staat is om ondersteuning te bieden die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor die ondersteuning op grond van de wet, deze verordening en de regels die wij daarover stellen; 41/59

c. betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning kan bieden dan een professionele hulpverlener; 2.

d. in staat is planmatig te werken. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning van iemand uit uw sociale netwerk als het gaat om: a. b. c. d. e. f.

kortdurend verblijf bij een familielid in de eerste, tweede of derde graad; kortdurend verblijf specialistisch; behandeling; behandeling in groep; behandeling specialistisch; of behandeling specialistisch jGGZ.

2. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door personen uit het sociale netwerk als

wij vinden dat het noodzakelijk is dat de ondersteuning wordt geboden door een professionele hulpverlener. 3. Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door een persoon uit het sociale netwerk

als blijkt dat hij of zij de ondersteuning zonder het pgb ook kan bieden. 4. Ondersteuning door een bloed-of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt als

ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk gezien. 5. Het college kan nadere regels stellen.

5.3.4 Verantwoording pgb

[Jeugdwet, Wmo]

1. Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de ondersteuning voor u hebben gehad. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden. 2. Het pgb dient te worden uitbetaald aan de hand van een factuur op basis van de geleverde uren. 3. Het pgb voor hulpmiddelen en woningaanpassingen wordt uitbetaald wanneer de gemeente de factuur van u heeft ontvangen. Wanneer de factuur hoger is dan het vastgestelde pgb dient u zelf de resterende kosten te betalen. 4. Het college kan nadere regels stellen. 5.3.5 Opschorten pgb

[Jeugdwet, Wmo]

1. Wij kunnen aan de Sociale verzekeringsbank (SVB) vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen wij doen als: a. b. c. d. e.

u en/of de budgetbeheerder ons onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, als de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing; u niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; u het pgb niet heeft gebruikt; u het pgb voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het was afgegeven; of u niet voldoet aan de eisen uit artikel 5.3.4.

42/59

2. Het college kan nadere regels stellen.

5.4 Wat is de eigen bijdrage?

[Wmo]

1. Zo lang u gebruik maakt van een Wmo-voorziening in natura of in pgb, betaalt u een bijdrage in de kosten. Deze bijdrage betaalt u in de vorm van een abonnementstarief. Als u een product krijgt, dan betaalt u een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De kostprijs voor maatwerk in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 2. U betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). U betaalt het bedrag dat maximaal betaald mag worden op grond van artikel 2.1.4 van de Wmo 2015. 3. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders of personen die het gezag voeren, de eigen bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). 4. Wij vragen geen eigen bijdrage bij een rolstoel. 5. Buiten het abonnementstarief valt: a. het collectief vervoer (regiotaxi). Voor het collectief vervoer betaalt een inwoner met een Wmo vervoerspas voor een rit een opstaptarief van € 1,30 en een prijs van € 0,25 per kilometer; b. de was-service. Als u een Wmo-indicatie heeft, betaalt u voor de was-service per 6,5 kilo wasgoed. De transportkosten (halen en brengen) betalen wij; c. het college legt de tarieven voor de onder a. en b.

genoemde voorzieningen in de nadere regels vast; d. beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 6. Het college kan nadere regels stellen.

Hoofdstuk 6. Afspraken tussen inwoner en gemeente U leest in dit hoofdstuk over de afspraken tussen inwoners en de gemeente. Wij zijn er voor u en u kunt dingen van ons verwachten. Andersom verwachten wij ook dingen van u. In dit hoofdstuk beschrijven wij wat de consequenties zijn als u zich niet aan uw plichten houdt. a. Wij geven u op tijd informatie over: - uw rechten en plichten; - wat wij van u verwachten; - welk gedrag wij niet tolereren; - hoe wij reageren op niet getolereerd gedrag; en - waarom wij tegen dit gedrag optreden. b. Voordat wij beslissen om op uw gedrag te reageren, geven wij u de kans om uw mening te geven. c. Hoe wij op uw gedrag reageren, is afhankelijk van: - hoe ernstig uw gedrag is; - of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?); en 43/59

- uw persoonlijke situatie. Wij sturen u een brief. Hierin vermelden wij duidelijk wat de consequentie is van uw gedrag, wat dit voor u betekent en wat u ertegen kunt doen. Wij leggen u uit op welke manier u het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en wij de dienstverlening kunnen voortzetten (als die is stopgezet).

6.1 Afspraken en verplichtingen 6.1.1

Afstemming op houding en gedrag van de inwoner

[PW, IOAW, IOAZ]

1. Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt. 2. Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten: a. waarom wij uw uitkering verlagen; b. hoe lang wij uw uitkering verlagen; c. met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en d. als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken. 3. Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met: a. hoe ernstig de gedraging is; b. of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?); c. uw persoonlijke situatie. 4. Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven. Dit kan via een (telefonisch) gesprek of schriftelijk (bijvoorbeeld per e-mail). 5. Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven (bedoeld in lid 4). Dit doen wij als: a. er sprake is van spoed en er dus geen tijd voor is; b. u al eerder uw reactie heeft kunnen gegeven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd; c. wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedraging of dat u iets te verwijten valt; of d. u zelf aangeeft dat u geen reactie wilt geven. 6.1.2 Geen schuld en verjaring

[PW, IOAW, IOAZ]

Wij verlagen uw uitkering niet als: a. blijkt dat u er niks aan kunt doen (de verwijtbaarheid ontbreekt); b. uw gedraging meer dan een jaar nadat wij het opmerkten plaatsvond; of wij vinden dat er belangrijke redenen zijn om uw uitkering niet te verlagen. Als dit het geval is, sturen wij u hierover een brief. 6.1.3. Ingangsdatum en periode verlaging

[PW, IOAW, IOAZ]

1. Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat deze gedraging heeft plaatsgevonden. 2. Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen en wij u hierover een brief hebben gestuurd. Dat kan als de uitkering over die periode al is uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm. 44/59

3. Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit geldt wanneer lid 1 van dit artikel niet kan worden toegepast omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, zolang de uitkering nog niet is uitbetaald. 4. Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat de gedraging heeft plaats gevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag. 6.1.4 Berekening verlaging

[PW, IOAW, IOAZ]

1. De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm. 2. Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen. 6.1.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen

[PW, IOAW, IOAZ]

1. Als u de afspraken uit artikel 18, lid 4 Participatiewet niet nakomt, verlagen wij uw uitkering met 100 procent voor een maand. Dit betekent dat u een maand geen uitkering krijgt. 2. Als wij vinden dat er bijzondere omstandigheden zijn, kunnen wij de verlaging in gelijke stukken verdelen over die maand en de twee maanden erna. 3. Wij verdelen uw verlaging niet in gelijke stukken over meerdere maanden, als u werk niet heeft aanvaard of heeft behouden (artikel 18, lid 4 onderdeel a Participatiewet). 6.1.6 Te weinig inzet of besef van verantwoordelijkheid

[PW]

Wij kunnen de verlaging herzien of stoppen als u alsnog de afspraken uit artikel 18, lid 4 Participatiewet nakomt. Is dit het geval? Dan dient u een verzoek tot stoppen van de verlaging bij ons in. Dit kan per brief of e-mail, binnen drie maanden nadat wij het besluit om de uitkering te verlagen hebben genomen. 6.1.7 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen

[PW, IOAW, IOAZ]

1. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep van de gemeente voor reintegratie of participatie. 2. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u: a. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. de verplichtingen zoals arbeidsinschakeling (artikel 9 Participatiewet) en nadere verplichtingen (artikel 55 Participatiewet) niet nakomt; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie; 45/59

e. niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets (artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet). 3. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te verkrijgen. 4. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm als u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep voor reintegratie of participatie. 5. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de bijstandsnorm als u: a. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; b. niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie. 6. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u: a. niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; b.

een baan afwijst; c. er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt; d. niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. 7. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ). 8. In tegenstelling tot lid 1, 2, 4 en 5 kunnen wij u een schriftelijke waarschuwing geven. Dit kunnen wij doen als u in de afgelopen 12 maanden niet eerder een schriftelijke waarschuwing of verlaging opgelegd heeft gekregen. Of als wij vinden dat een verlaging gezien uw omstandigheden een te zware sanctie is. 6.1.8 Te weinig inzet of besef van verantwoordelijkheid

[PW]

1. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor een maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden. 2. Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onei heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. 3. De verlaging, zoals genoemd in lid 2, duurt 10 maanden en is: 46/59

a. 10 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag tot € 5.000,00 of als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld; b. 20 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag vanaf € 5.000,00 tot € 10.000,00; c. 30 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag hoger dan € 10.000,00. 4. Wij stemmen de verlaging (zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 2 van dit artikel) af op het benadelingsbedrag. 5. Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 3 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen. 6.1.9 Onacceptabel gedrag

[PW, IOAW, IOAZ]

1. Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt (zoals agressie) tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met: a. 100 procent bij (een poging tot) fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers; b. 40 procent bij bedreiging (mondeling, met gebaren of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen; c. 20 procent bij belediging (mondeling en schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers. 6.1.10 Niet-nakomen van andere verplichtingen

[PW]

Wij verlagen uw uitkering als u de afspraken en verplichtingen (bedoeld in artikel 55 en 56a van de Participatiewet) niet voldoende nakomt. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met: a. b.

c. d.

20 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling; 20 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand, waaronder het niet willen meewerken aan de verplichte ontzorging volgens artikel 56a van de wet; 40 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand; 100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.

6.1.11 Samenloop van gedragingen

[PW, IOAW, IOAZ]

1. Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de grootste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort. 2. Wij leggen u afzonderlijke verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1243/documents/20065