Bijlage - 1 Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten 2025 (820155).pdf
Tekst van het document
47/59
3. Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van een gedraging waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan wordt er een bestuurlijke boete opgelegd. 4. Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van de gedraging, of u er iets aan had kunnen doen (mate van verwijtbaarheid) en uw persoonlijke omstandigheden. 5. Bij samenloop tussen artikel 18 en 18b Participatiewet met de Wet Inburgering 2021, kiezen wij ervoor om uw uitkering te verlagen en geen boete op te leggen. 6.1.12 Herhaling (recidive)
[PW,IOAW, IOAZ]
1. Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 6.1.6, lid 1, 2, 4 en 5, artikel 6.1.8, lid 3, artikel 6.1.9 en artikel 6.1.10. 2. Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarin een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een zelfde gedraging. 3. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende drie maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet én er toepassing is gegeven aan lid 1 en 2 van dit artikel. 4. Wij tellen een schriftelijke waarschuwing niet mee voor de beoordeling van recidive (herhaling), als deze is gegeven voor een gedraging zoals genoemd in dit hoofdstuk. 6.1.13 Terugvorderen uitkering en incasso
[PW, IOAW, IOAZ, GW]
Wij vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven.
6.2. Beëindigen en terugvorderen voorziening 6.2.1. Beëindiging voorziening
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
1. Wij kunnen een voorziening beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan deze voorziening; c. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens door u; d. wij niet langer kunnen vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat u niet voldoende meewerkt aan een onderzoek of u (nog) recht heeft op deze voorziening; e. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f. u binnen 3 maanden geen gebruik maakt van de voorziening, tenzij u hier niks aan kunt doen.
48/59
2. Wij kunnen de voorziening beëindigen en/of intrekken (met terugwerkende kracht). 6.2.2. Terugvordering voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wko, Gw, BW] Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de in artikel 6.3.1 opgesomde redenen. Wij kunnen Wmo-voorzieningen alleen terugvorderen als die voorzieningen zijn ingetrokken, omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt.
6.3 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 6.3.1 Controle
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
1. Wij controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangen. Wij controleren dit onder andere door huisbezoeken te doen, aanbieders van hulp te bezoeken, gegevens te vergelijken met andere instanties en signalen en tips uit te zoeken. 2. Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. 4. Als u de uitkering of voorziening wilt stoppen of intrekken, onderzoeken wij wat de reden daarvan is. Daarnaast controleren wij of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt. 6.3.2. Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij voeren een actief beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. Een onderdeel hiervan is dat wij u vroegtijdig informeren over de rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van onjuist of oneigenlijk gebruik. 2.
Als u een verzoek of aanvraag heeft gedaan, kunnen wij gebruik maken van alle gegevens die wij tot onze beschikking hebben, hieronder vallen ook bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de daaruit voorkomende signalen. 3. Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 6.4.1, lid 1. 4. Als wij hebben vastgesteld dat er sprake misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. Deze bestuurlijke boete geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ. 5. In geval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald. 6. Bij herhaald en ernstig wangedrag bij het ontvangen van diensten dan wel herhaalde onzorgvuldige omgang met verstrekte voorzieningen, kunnen wij al dan niet tijdelijke
49/59
maatregelen ten aanzien van de cliënt treffen ter bescherming van de medewerker van een aanbieder dan wel voorkomen van (verdere) schade. Als de ‘Aanwijzing sociale zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie. Dit is in plaats van de bestuurlijke boete en geldt alleen voor Participatiewet, IOAW en IOAZ. 6.3.3. Privacy
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
1.Wij maken gebruik van het Protocol huisbezoeken Wmo 2015 en handreiking Huisbezoek Participatiewet van VNG Naleving. [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb] 2. Wij wijzen een of meerdere medewerkers aan als toezichthouder. Zij hebben de taak erop toe zien dat wetten en bijbehorende regels worden nageleefd.
Hoofdstuk 7. Inwonersparticipatie Wij zijn er voor onze inwoners. Daarom horen wij graag uw ervaringen, zodat wij ons beleid als het nodig is, kunnen aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk leest u hoe u invloed kunt uitoefenen op ons beleid. Ook vindt u meer informatie over de Adviesraad Sociaal Domein Dronten (ASD Dronten). 7.1. Inspraak van inwoners
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet]
1.
Wij vinden het belangrijk dat u inspraak heeft in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. Deze regels vindt u in onze Uitvoeringsnota Inwonersparticipatie. Hierin staat hoe de gemeente inwonersparticipatie inzet. Hieronder geven wij een korte samenvatting van de Uitvoeringsnota Inwonersparticipatie.
2.
U kunt op verschillende manier betrokken worden. Voor het bepalen van de invloed van participatie maken wij gebruik van het Drontens Participatiemodel.
3.
In het Participatiemodel staat beschreven dat u inspraak heeft bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop wij beleid en regels uitvoeren; c. het contact tussen de medewerkers van de gemeente en u als inwoner.
4.
U kunt ook voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering bij ons indienen.
5.
Wij kunnen u op de volgende manier inspraak geven: a. via de adviesraad sociaal domein; b. door uw mening te geven via social media, enquêtes en tijdens bijeenkomsten; c. door samen met u plannen te ontwerpen (co-creatie).
6.
Wij zorgen dat u van tevoren weet wat uw invloed is.
7.2. Adviesraad Sociaal Domein Dronten 1.
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
In Dronten is er voor gekozen om één (cliëntenraad) adviesraad in te stellen die zich bezighoudt met het beleid aangaande het brede sociaal domein. Dit is de Adviesraad Sociaal Domein Dronten (ASDDronten). 50/59
Het brede sociaal domein betreft de wettelijke kaders vanuit het rijk: -
Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo); De Jeugdwet; Participatiewet (w.o. Wet sociale werkvoorziening).
Tevens maken de volgende onderdelen ook deel uit van het brede sociaal domein: a. sport; b. armoede- en Minimabeleid, w.o. schuldhulpverlening (bestaanszekerheid); c. publieke gezondheid(beleid) (GGD); d. cultuur; e. Wet Inburgering 2021; f. Onderwijs. 2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten benoemd op voordracht van het dagelijks bestuur van de ASD de leden van het dagelijks bestuur. De ASD benoemt de overige leden. 3. Het dagelijks bestuur van de ASD Dronten bestaat uit een voorzitter, secretaris en penningmeester. 4. De ASD Dronten bestaat uit maximaal 24 personen en is samengesteld uit: a. b. c. d. e. f. g.
een voorzitter; een secretaris; een penningmeester inwoners van de gemeente Dronten; leden, die per individueel ASD-lid een bepaalde expertise, kennis, netwerk (niet specifiek een organisatie) vertegenwoordigen op één of meerdere genoemde thema’s binnen het brede sociale domein; en vertegenwoordigen gezamenlijke ALLE thema’s van het brede sociale domein; leden van de ASD zijn een brede afspiegeling van de inclusieve samenleving van de gemeente Dronten;
7.3. Taken en bevoegdheden Adviesraad Sociaal Domein Dronten
[Jeugdwet, Wmo, PW,
IOAW, IOAZ]
1. De ASD geeft ons gevraagd en ongevraagd onafhankelijk advies als: a. b. c. d.
er sprake is van nieuw of aanpassing van beleid, gebaseerd op het kader wat in 7.2 staat beschreven; er sprake is van nieuwe of aanpassing van verordeningen, gebaseerd op het kader wat in 7.2 staat beschreven; er sprake is van nieuwe of aanpassing van beleidsregels, gebaseerd op het kader wat in 7.2 staat beschreven; De gemeente de ASD specifiek voor advies vraagt, ook als dit onderwerp niet direct benoemd is in het kader in 7.2.
2. De ASD brengt adviezen schriftelijk uit. 3. Wij geven de ASD Dronten zes weken de tijd om een advies uit te brengen voordat wij de plannen vaststellen. Wij ontvangen het advies uiterlijk 10 werkdagen voordat wij de plannen willen vaststellen.
51/59
4. Wanneer de ASD meerdere signalen ontvangt die betrekking hebben op het beleidsproces en de uitvoering (en deze besproken en gewogen heeft in haar bestuursvergadering) kan dit eventueel leiden tot een (ongevraagd) advies. 5. De ASD Dronten kan geen klachten, bezwaarschriften of andere onderwerpen bespreken die over individuele personen gaan. 6. Wij geven bij de ASD Dronten aan hoe wij het advies hebben verwerkt in onze plannen. Als wij van een advies afwijken, leggen wij uit waarom wij dit doen of hebben gedaan. 7. De ASD Dronten deelt jaarlijks hun vergaderrooster met de gemeente. De gemeente deelt jaarlijks een jaarkalender waarin de te verwachten adviezen van de ASD worden gevraagd. 8. De ASD Dronten overlegt ten minste vier maal per jaar met de betrokken wethouder en ten minste éénmaal per jaar met de raadscommissie. 9. De ASD Dronten kan elk jaar subsidie aanvragen. De ASD krijgt budget voor organisatiekosten, scholing, deskundigheidsbevordering en reiskosten. 10. De ASD heeft recht op ambtelijke ondersteuning.
Hoofdstuk 8. Klachten en bezwaar Hoewel wij ons beleid zo goed mogelijk proberen uit te voeren, kan het zijn dat u een klacht of bezwaar heeft. In dit hoofdstuk leest u hoe u een klacht bij ons indient en hoe u bezwaar kunt maken. Daarnaast geven wij meer informatie over wanneer u met onze vertrouwenspersoon kunt praten. Voor klachten sluit de gemeente aan op de visie klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Wij vinden het belangrijk om alert en laagdrempelig te zijn. Wij willen klachten voorkomen en ervan leren. 8.1. Bezwaar of klacht
[Awb]
1. Wat is een bezwaar? U dient een bezwaar in als u een besluit heeft gekregen waar u het
niet mee eens bent. U kunt dan een bezwaarschrift indienen. U maakt dan bijvoorbeeld bezwaar tegen het aantal urenzorg dat wij hebben toegewezen, de periode van de zorg of de hoogte van een uitkering. 2. Wat is een klacht? U dient een klacht in als u het niet eens bent met hoe u of een andere
persoon dooreen medewerker van de gemeente bent behandeld. Het gaat dan om het gedrag van een medewerker, de manier waarop een medewerker een verzoek heeft behandeld of de manier waarop een medewerker een voorziening heeft toegekend of een dienst heeft uitgevoerd. 8.2 Doel bezwaarprocedure
[Awb]
1. Het doel van een bezwaar is: a. dat u uw mening kunt geven over een besluit; b. dat wij onze dienstverlening kunnen verbeteren; en c. dat wij fouten bij de uitvoering van wettelijke taken kunnen repareren.
52/59
2. Als u een bezwaar indient, krijgt u de gelegenheid om uw bezwaar mondeling toe te lichten. Als een toelichting geen zin heeft, doen wij dit niet. 3. U heeft tot maximaal 6 weken na het besluit de tijd om bezwaar te maken. 4. Wij zorgen ervoor dat wij uw bezwaar zo snel mogelijk, maar in elk geval binnen de wettelijke termijnen, afhandelen. Dit is uiterlijk 18 weken, gerekend vanaf de dag na het aflopen van de termijn voor het indienen van het bezwaar genoemd in 8.2.3. 8.3 Doel klachtprocedure
[Awb]
1. Het doel van een klacht is: a. b. c. d.
dat u uw mening kunt geven; dat wij onze dienstverlening kunnen verbeteren; dat wij samen met u een vertrouwensbreuk kunnen herstellen; en dat wij fouten bij de uitvoering van wettelijke taken kunnen repareren.
2. Als u een klacht indient, krijgt u de gelegenheid om uw klacht mondeling toe te lichten. Als een toelichting geen zin heeft, doen wij dit niet. 3. Wij zorgen ervoor dat wij uw klacht zo snel mogelijk, maar in elk geval binnen de wettelijke termijnen, afhandelen. Dit is uiterlijk 10 weken. 8.4 Klachten over andere personen of organisaties
[Awb]
1. Heeft u een klacht over het gedrag van een persoon of organisatie die wij inhuren? Dan dient u deze klacht eerst in bij deze persoon of organisatie. 2. Wij controleren of de klachtenregeling van de ingehuurde personen of instanties wordt nageleefd. 3. Als u niet tevreden bent over de manier waarop uw klacht is afgehandeld, kunt u dit bij ons
melden. 8.5 Vertrouwenspersoon
[Jeugdwet, Gemeentewet]
1. Als u hulp van de gemeente krijgt, kunt u met een onafhankelijke vertrouwenspersoon praten. U kunt bij hem of haar terecht als u een vertrouwelijk gesprek wilt over bijvoorbeeld ongewenste omgangsvormen, problemen, klachten en vragen die te maken hebben met de hulp die u krijgt. 2. Voor de Jeugdwet kan de vertrouwenspersoon een jongere, ouder of pleegouder ondersteunen. Als u dat wilt kan de vertrouwenspersoon ondersteuning bieden bij problemen en klachten. Ook kunt u bij hem of haar terecht als u vragen heeft over onze hulpverlening of die van een jeugdhulpaanbieder, een gecertificeerde instelling jeugdbescherming, jeugdreclassering, het advies- en meldpunt huiselijk gewelden/of kindermishandeling (Veilig Thuis). 8.6 Meldingsregeling calamiteiten en geweld
[Jeugdwet en Wmo]
1. Het geldende calamiteitenprotocol van de gemeente Dronten is van toepassing. In het geval van calamiteiten, wordt er door de aanbieder altijd melding gedaan bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (Jeugd) en de GGD Flevoland (Wmo). Daarnaast meldt de aanbieder calamiteiten of geweld, conform wettelijke richtlijnen, bij het uitvoeren 53/59
van de dienstverlening onverwijld aan de gemeente. Aanbieder doet dit door binnen 48 uur na ontvangst signaal schriftelijk (email) melding te maken bij de Gids en de Contractmanager van de gemeente Dronten. 2. Wij kunnen nadere regels stellen ter zake en met inachtneming van het voorgaande.
Hoofdstuk 9 Kwaliteit en aanbesteding Wij leveren diensten en producten aan inwoners. Een voorbeeld van een dienst is individuele begeleiding en een voorbeeld van een product is een rolstoel. Als u onze diensten of producten afneemt, dan mag u van ons verwachten dat wij kwaliteit bieden. Wij vinden het belangrijk dat onze diensten aansluiten op uw behoeften. Producten moeten degelijk en goed bruikbaar zijn. Bij de inkoop van deze producten en diensten houden wij ons aan bepaalde regels. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van producten en diensten. De verschillende vormen van ondersteuning kunt u lezen in hoofdstuk 1 t/m 5. 9.1. Kwaliteit
[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]
1. De ondersteuning en producten die wij aanbieden moeten van goede kwaliteit zijn, zodat ze u helpen of ondersteunen bij het bereiken van resultaten. 2. Onze diensten en producten: a. sluiten aan op uw behoefte; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar; c. voldoen aan normen en eisen; d. respecteren uw rechten; e. worden afgestemd op eventuele andere diensten of producten; f. krijgt u met een resultaat, waarvan u op de hoogte bent. 3. Als wij een aanbesteding doen, stellen wij in een programma van eisen de kwaliteitseisen vast. Wij controleren of onze leveranciers zich aan deze eisen houden. 9.2. Inkoop en aanbesteding
[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]
1. Bij een aanbesteding speelt de kwaliteit van producten en diensten een belangrijke rol. 2. Bij een aanbesteding is de prijs ook belangrijk. Wij doen een onafhankelijk kostprijsonderzoek. Hierbij houden wij rekening met: a. b. c. d.
het soort dienst of product; het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskrachten; een redelijke toeslag voor overheadkosten; andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voorbijscholing, ziekte en verlof van personeel; e. reis- en opleidingskosten; f. het zonodig indexeren van de kostprijs in verband met stijging van de kosten; g. kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen; h. de vereisten rondom het bieden van een reële prijs. Dit houdt in dat de prijs voldoende is om de kosten van de dienst of product te betalen. 3. Als wij producten en diensten inkopen en aanbesteden, verwachten wij:
54/59
a. dat diensten en producten worden geleverd tegen het berekende tarief uit het kostprijsonderzoek, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en b. dat personeel zich aan de regels houdt van het arbeidsrecht. 9.3 Toezicht en handhaving
[Jeugdwet, Wmo en PW]
1. Aanbieder en onderaannemers werken mee aan van toepassing zijnde inspecties door de daarvoor aangewezen organisaties en geven opvolging aan aanbevelingen die hieruit naar voren komen. 2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het toezicht in handhaving.
Hoofdstuk 10. Van oud naar nieuw Een verordening is nooit af. De inhoud van deze verordening wordt daarom in de toekomst regelmatig beoordeeld. Wij kunnen bepalingen als dat nodig is verder uitwerken of invullen. U vindt in dit hoofdstuk informatie over de zogenaamde uitvoeringsregels, wanneer wij kunnen afwijken van de verordening en welke oude verordeningen komen te vervallen. 10.1. Afwijken van de verordening
(hardheidsclausule) [Gemeentewet]
Als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de resultaten die met deze verordening worden nagestreefd, kunt u de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. Het is niet de bedoeling dat toepassing van deze verordening meer kwaad dan goed doet. Als dat naar het oordeel van de gemeente wel het geval is, zal de gemeente de hardheidsclausule toepassen en afwijken van deze verordening. 10.2. Intrekken oude verordeningen
[Gemeentewet]
Wij trekken de verordening sociaal domein (2024) in op de datum waarop deze verordening ingaat: -
Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten, versie d.d. 1 oktober 2025.
10.3. Overgangsrecht
[Gemeentewet]
1. Als u een maandelijkse voorziening of uitkering op grond van een ingetrokken verordening heeft gekregen, blijft deze gewoon doorlopen. Er verandert pas iets voor u als het toekenningsbesluit wordt ingetrokken. 2. Als u een aanvraag heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening (en waarover wij pa slater een besluit nemen) wordt deze aanvraag afgehandeld volgens deze verordening. Aanvragen die u vóór de ingangsdatum van deze verordening indient op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ vallen nog wel onder de ingetrokken verordening. 3. Als u een bezwaarschift heeft ingediend tegen een besluit dat is genomen op grond van een ingetrokken verordening, blijven wij die ingetrokken verordening toepassen. 10.4. Ingangsdatum en naam
[Gemeentewet]
1. De naam van deze verordening is ‘Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten’. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad. 55/59
Hoofdstuk 11 Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? a. Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. b. Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. c. Ook staan er voor de duidelijkheid ook enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. d. Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Algemene wet bestuursrecht (Awb): Deze wet bestaat uit algemene regels voor de verhouding tussen de overheid, en de individuele burgers, bedrijven en overige overheidsinstanties onderling. Hierin staan onder andere definities van belangrijke bestuursrechtelijke begrippen als aanvraag, belanghebbende en beschikkingen bovendien zijn de bezwaar- en beroepsprocedures vastgesteld.
AOW-leeftijd: leeftijd waarop de inwoner de van rechtswege ingestelde pensioengerechtigde leeftijd bereikt en waarop de AOW-uitkering ingaat. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. ASD Dronten: Adviesraad Sociaal Domein Dronten. Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap, die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. Beschikking: Een officiële schriftelijke beslissing van de gemeente waarin staat welke ondersteuning en voorziening(en) je krijgt of niet krijgt. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5 van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Cliënt: persoon die gebruik maakt van diensten of voorzieningen die het gemeentebestuur van Dronten aanbiedt bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015),de Jeugdwet en/of de Wet sociale werkvoorziening; Cliëntenparticipatie: het door het gemeentebestuur op gestructureerde wijze betrekken van cliënten en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid aangaande het sociaaldomein waaronder de Participatiewet, de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Wet sociale werkvoorziening, het armoedebeleid en aanverwante beleidsterreinen;
56/59
Cliëntondersteuner: is een onafhankelijke ondersteuner die een inwoner informatie, advies en algemene ondersteuning kan geven voor vragen over het sociaal domein. Een cliëntondersteuner is gratis voor de inwoner. Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectiefvraagafhankelijk vervoer genoemd). Dagdeel: een morgen of middag waarin zorg wordt geleverd. Een dagdeel is ongeveer 4 uur. Doelgroep: groep van cliënten met een gemeenschappelijk kenmerk. Draagkracht: De kracht of het vermogen van een inwoner, om zelf met dagelijkse situaties en uitdagingen om te gaan. Draaglast: De druk, stress of problemen die een inwoner ervaart in zijn of haar leven. Effect: het resultaat of het doel. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten. Gemeentewet (GW): De gemeentewet regelt de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van een gemeentebestuur. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Gids: Een gids werkt voor de gemeente Dronten en kan ondersteuning regelen als dat nodig blijkt.
De gids heeft de regie en is aanspreekpunt voor zowel een inwoner/gezin als betrokken professionals. Hulpbronnen: Alle vormen van hulp die iemand kan inzetten; dit kan gaan om eigen kracht, steun van familie of professionele voorzieningen. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 3.6 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft.
Leefsysteem: De gehele woon- en leefomgeving, inclusief huis, familie, vrienden en de buurt, die invloed heeft op hoe een inwoner functioneert. 57/59
Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en(zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Maatwerk: een op de inwoner afgestemde voorziening. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand. Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Mantelzorg: is langdurige (onbetaalde) hulp van familieleden of vrienden aan een hulpbehoevende, vanuit een sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. Niet-professional: iemand die hulp verleent zonder passende opleiding en/of iemand die onderdeel van het huishouden, 1e of, 2de graads familielid is. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jongere.
Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-uitvoeringsplan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Professionele hulpverlener: iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn. PW: Participatiewet. Respijtzorg: Tijdelijke vervanging van de zorg, zodat mantelzorgers even kunnen rusten of zelf op adem komen. Routeplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeentemogelijke oplossingen aandraagt.
Samenwonenden: inwoners die een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Sociaal Domein: alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorgen jeugd, op basis van de Wmo 2015, de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. In de ruime, integrale zin van het woord vallen onder ‘sociaal domein’ ook alle aanverwante taken. Zoals handhaving bij leerplicht, het 58/59
voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, passendonderwijs, leerlingenvervoer, de reguliere en bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en(jeugd)gezondheidzorg. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt(inclusief mantelzorgers). Trekkerswoning: Een speciaal ingerichte woning waar mensen zelfstandig wonen, maar toch dichtbij ondersteuning hebben. Uitkering: algemene bijstandsuitkering, bijzondere bijstand (PW), minimaregelingen, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen, minus de schulden, zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag of een combinatie daarvan. Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Vrijwilligerswerk: werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald, wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving.
Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. Woningaanpassing: Bouwkundige aanpassing aan de woning, zoals een uitbouw, het verbreden van deuren of aanpassing aan keuken. Een woningaanpassing is onderdeel van de woning en kan moeilijk verwijderd worden. Woningvoorziening: een ‘losse’ voorziening voor in de woning zoals een douchestoel of traplift. Woonplaatsbeginsel: Het principe dat je hulp krijgt van de gemeente waar je officieel woont, omdat zij jou en jouw omgeving het beste kennen.
59/59