Bijlage - 1 Verordening Sociaal Domein gemeente Dronten 2025 (820155).pdf
Tekst van het document
Intitulé Verordening sociaal domein gemeente Dronten 2025
Hoofdstuk 1. Verzoek om ondersteuning Inleiding verordening sociaal domein In deze verordening vindt u de regels en afspraken die zijn gemaakt binnen het sociaal domein. Deze verordening is een integrale verordening en tot stand gekomen vanuit de samenwerking tussen de Jeugdwet, de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). De verordening zal jaarlijks geëvalueerd en waar nodig aangepast worden, zodat we aansluiten bij de wetswijzigingen, jurisprudentie, lokale ontwikkelingen, financiële veranderingen en de uitvoeringspraktijk. U bent inwoner van de gemeente Dronten als u hier ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BRP), dan wel dat u hier daadwerkelijk verblijft. In de verordening kunt u lezen wat u van de gemeente Dronten kunt verwachten, maar u leest ook wat wij van u verwachten. In deze inleiding vindt u informatie over onze uitgangspunten, doelen en de effecten die we willen bereiken. De effecten die wij met onze inzet willen bereiken zijn: -
inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan; inwoners voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving; inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen; inwoners voeren zelf de regie (kunnen hulpbronnen aanwenden indien nodig).
Doelen Wij vinden het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Dronten: -
actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan; inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen; hun financiën op orde hebben; zoveel mogelijk kijken naar wat ze zelf en met behulp van hun omgeving kunnen om zichzelf te redden; voor zichzelf kunnen zorgen; een geschikte en schone woning hebben, waarin zij zelfstandig en veilig kunnen wonen; dat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien en zich kunnen ontwikkelen; en dat ouders zelfstandig voor hun kinderen kunnen zorgen.
Het is de taak van de gemeente om inwoners hierbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij:
-
Jeugdwet; Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); Participatiewet (PW); 1/59
-
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Deze regels zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De begrippen en afkortingen die wij gebruiken, leggen wij uit in hoofdstuk 11.
Uitgangspunten Wij willen: 1. u ondersteunen en oplossingen bieden; 2. in begrijpelijke taal uitleggen wat u van ons kunt verwachten en wat wij van u verwachten; 3. u bij de dingen helpen die voor u nodig zijn; 4. zorgen voor zo min mogelijk rompslomp; 5. de wetten zo goed mogelijk uitvoeren; en 6. de wetten op elkaar laten aansluiten.
Dronter Koers Als u ondersteuning nodig heeft, kunt u de vraag stellen bij uw huisarts, de gemeente, de basisvoorzieningen zoals bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg of op school. Waar de vraag ook binnenkomt, deze wordt altijd op dezelfde manier behandeld. Dit noemen wij de Dronter Koers. Het voordeel van deze manier van werken is dat uw vraag altijd op de juiste plek terecht komt en u sneller te horen krijgt of u ondersteuning kunt krijgen. Gemeente Dronten is verdeeld in verschillende gebieden. Elk gebied heeft gidsen. Een gids werkt voor de gemeente en gaat met u in gesprek. Hij of zij is uw contactpersoon en overlegt/ stemt af met mensen en organisaties die u (kunnen) begeleiden of helpen. Er zijn gidsen voor de verschillende terreinen: Participatie, Jeugd, Wmo en regie Sociaal Domein. Wanneer er meerdere gidsen betrokken zijn, stemmen zij af, met uw goedkeuring, wie de regiehouder wordt.
Strategie Sociaal Domein ‘Mensen maken de samenleving’, zo heet het strategisch beleidskader voor het brede sociaal domein 2025 – 2028. In het strategisch beleidskader staat hoe wij samen met de maatschappelijke partners, de gemeenteraad en door gebiedsgericht werken onze doelen willen halen. We vragen de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) hierbij om advies. Wij willen dat iedereen kan meedoen en gelijkwaardig is. Dat u in een wijk woont waar u zich niet alleen veilig, maar ook prettig voelt. Waar u op een gezonde manier kunt wonen en kinderen gezond kunnen opgroeien. In ons strategisch beleidskader staat het versterken van eigen kracht centraal. We kiezen er bewust voor om meer in te zetten op de bestaande voorzieningen in de samenleving. Dit betekent dat we netwerken, lokale initiatieven en ondersteunende organisaties activeren en beter aansturen. Zo zorgen we ervoor dat mensen zelf problemen kunnen opmerken en oplossen. Doordat de samenleving meer zelf doet, hoeft de gemeente minder maatwerk te leveren. 2/59
Dit betekent niet dat de gemeente haar verantwoordelijkheid opgeeft. De gemeente blijft belangrijk, maar speelt vooral een begeleidende rol. Wij geloven dat als mensen meer in hun eigen kracht staan en de bestaande voorzieningen beter worden aangestuurd, er een sterk en duurzaam sociaal domein ontstaat. Deze aanpak helpt ons om sneller en efficiënter in te spelen op maatschappelijke vraagstukken. Op deze manier maken we een duidelijke beweging naar voren. De gemeente zal zich steeds meer op het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid richten. Dit vraagt om een nieuwe balans tussen het ondersteunen van zelfredzaamheid en het bieden van passende hulp in een ondersteunende leefomgeving, binnen de grenzen van de beschikbare middelen. Hierdoor verschuift de rol van de gemeente van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. Het strategisch beleidskader is uitgewerkt in drie uitvoeringsprogramma’s: - Bestaanszekerheid bieden; - Kansengelijkheid vergroten; - Gezond samenleven versterken.
Hoofdstuk 1. Verzoek om ondersteuning Wij kunnen u op verschillende manieren ondersteunen. Zo kan het zijn dat u een hulpmiddel, zoals een rolstoel nodig heeft, dat u een aanpassing in uw woning of thuis jeugdhulp nodig heeft. U leest in dit hoofdstuk hoe u bij ons ondersteuning aanvraagt en hoe de gemeente besluit of u hier recht op heeft. Wij willen het voor iedereen duidelijk en overzichtelijk houden. Daarom is er één manier waarop we aanvragen behandelen. Alleen bij spoed wijken wij hiervan af.
1.1 De verwachtingen 1.1.1 Uw rol
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb]
U bent als inwoner in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem en/of het pakken van kansen. Wij verwachten daarom dat u: a. voordat u ondersteuning aanvraagt bij de gemeente eerst zelf kijkt hoe u uw probleem kunt oplossen; b. wanneer u ondersteuning van de gemeente; c. krijgt, u meewerkt aan de oplossing; d. ervoor zorgt dat de ondersteuning niet langer duurt dan nodig is; e. de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk op de hoogte brengt over alles wat belangrijk is voorde beoordeling van uw verzoek; f. alle documenten en bewijsstukken die de gemeente nodig heeft zo snel mogelijk inlevert. 1.1.2 De rol van de gemeente
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb]
1. Wij vinden het belangrijk om samen met u te zoeken naar een oplossing. Wij gaan op een respectvolle manier met elkaar om. Wij kunnen het volgende voor u doen: a. wij maken een afspraak met u om uw verzoek om ondersteuning te bespreken; b. wij kijken samen met u welke ondersteuning u nodig heeft en of deze ook beschikbaar is;
3/59
c. wij kijken samen met u of er binnen de gemeente andere organisaties zijn die u kunnen ondersteunen; d. wij geven u informatie over de regels en de werkwijze en zorgen ervoor dat deze zo eenvoudig mogelijk zijn; e. wij respecteren uw privacy; f. wij maken wanneer mogelijk gebruik van informatie die al binnen de gemeente aanwezig is; g. wij vragen u alleen om gegevens die nodig zijn om uw verzoek goed te kunnen beoordelen; h. wij zorgen ervoor dat u vaste aanspreekpunten bij de gemeente krijgt.
1.2 Melding bij de gemeente 1.2.1 Ondersteuning aanvragen
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
1. Heeft u ondersteuning nodig? Dit kunt u bij ons aangeven. Het is ook mogelijk dat iemand anders dit namens u doet, of samen met u. Een verzoek voor ondersteuning kan op de volgende manier worden ingediend: a. u maakt een afspraak bij de balie in het Huis van de Gemeente Dronten en u doet uw verzoek mondeling; of b. u doet een telefonisch verzoek. U kunt hiervoor bellen met het klantcontactcentrum op nummer 140321; of c. u kunt ons een e-mail sturen. Ons e-mailadres is: gemeente@dronten.nl ; of d. u kunt uw verzoek per post versturen. U kunt uw brief sturen naar Gemeente Dronten, Postbus 100, 8250 AC Dronten; e. u kunt u uw verzoek of melding via onze website www.dronten.nl indienen. 2. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of schuldhulpverlening. 1.2.2 Verzoek tot ondersteuning ingediend… en dan? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs] Zodra wij uw verzoek hebben gekregen, sturen wij u per post of e-mail een bevestiging. Zo weet u dat uw verzoek voor ondersteuning goed is ontvangen. Het kan zijn dat wij u een aantal aanvullende vragen willen stellen. Dan nemen contact met u op. Vindt u het moeilijk om uw verzoek goed te verwoorden of toe te lichten? U kunt gratis gebruik maken van een cliëntondersteuner. Als uw verzoek duidelijk is, wordt deze ingediend.
Meer informatie hierover vindt u onder het kopje ‘werkwijze verzoek’ (1.3). Omdat u als inwoner uw situatie zelf het best kunt beoordelen en vaak weet wat u kan helpen, is het ook mogelijk om zelf een plan op te stellen. In dit plan schrijft u over uw persoonlijke situatie en wat u wilt bereiken met uw verzoek. 1.2.3 Uw gegevens
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
Wij verzamelen alle informatie die nodig is om te beoordelen of wij uw verzoek kunnen goedkeuren. Het is mogelijk dat wij bepaalde informatie niet kunnen inzien. In dat geval vragen wij u om deze gegevens bij ons aan te leveren. 4/59
1.3 Werkwijze verzoek 1.3.1 Wij nemen contact met u op
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
Nadat wij uw verzoek hebben ontvangen, nemen wij contact met u op. Wij kunnen u bellen, een brief of e-mail sturen of wij brengen u persoonlijk op de hoogte. Het kan zijn dat wij u een aantal aanvullende vragen willen stellen. Dan nodigen wij u uit voor een gesprek. Wij sturen u hiervoor een uitnodiging met daarin waar en wanneer wij met u willen afspreken. Ook geven wij aan over welke onderwerpen wij met u willen spreken. 1.3.2 Persoonlijk gesprek
[Jeugdwet, Wmo]
Binnen 10 werkdagen (tenzij u hier iets anders over heeft afgesproken) na uw verzoek heeft u een gesprek met een medewerker van de gemeente. Tijdens dit gesprek willen wij een goed beeld krijgen van wat uw persoonlijke situatie is en waar u behoefte aan heeft. Wij vragen u om uw geldig legitimatiebewijs te laten zien. U mag het gesprek alleen voeren, maar het is ook mogelijk om iemand te vragen bij het gesprek aanwezig te zijn, bijvoorbeeld een partner, familielid, vriend of cliëntondersteuner. Als het gesprek over uw kind(eren) gaat, dan is het noodzakelijk dat uw kind(eren) ook gezien of gesproken worden. De gezaghebbende ouder(s) moeten hier toestemming voor verlenen. Als u zelf een persoonlijk plan heeft gemaakt, bespreken wij dit plan met u. 1. Om te bepalen of wij ondersteuning verlenen, nemen wij de volgende stappen: Stap 1: Wij stellen eerst vast wat uw hulpvraag is; Stap 2: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen en stoornissen u precies hebt; Stap 3: Wij bepalen welke hulp, en hoeveel hulp u nodig hebt; Stap 4: Wij onderzoeken wat u zelf kunt doen om uw probleem op te lossen (eigen kracht). Wij betrekken hierbij ook de eventuele hulp van huisgenoten, hulp van anderen uit uw sociale netwerk/sociale omgeving en van andere voorzieningen of organisaties.
Wij kijken of wij uw hulpvraag kunnen oplossen door ondersteuning in te zetten die vrij toegankelijk is of dat ondersteuning kan worden ingezet op grond van een andere wet; Stap 5: Wij bepalen welke aanvullende hulp u nodig hebt om uw probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken. Voor de Jeugdwet kijken we ook nog naar het woonplaatsbeginsel. Het woonplaatsbeginsel regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Soms kan dit ook een andere gemeente zijn dan de gemeente waarin het kind/jeugdige woont. 2. De medewerker van de gemeente zal u uitleggen wat de gemeente kan doen om u te ondersteunen. 3. Wanneer tijdens het gesprek blijkt dat u behoefte heeft aan ondersteuning uit de Wmo of jeugdhulp, krijgt u informatie over de mogelijkheden. Wij bieden u dan maatwerk. Wij bespreken in elk geval: a. de verschillende vormen van ondersteuning; b. welke resultaten met de ondersteuning moeten worden bereikt; c. welke aanbieders deze ondersteuning kunnen bieden; 5/59
d. hoe vaak en hoe lang u ondersteuning krijgt; en e. of u hiervoor een eigen bijdrage moet betalen. 1.3.3 Verslag
[Jeugdwet, Wmo]
1. Op basis van uw verzoek en het gesprek dat de medewerker van de gemeente met u had, wordt een onderzoeksverslag gemaakt. Het onderzoeksverslag noemen wij in de gemeente Dronten ‘het routeplan’. 2. Als de medewerker van de gemeente meer informatie van u nodig heeft voor dit routeplan, neemt hij of zij contact met u op. 3. Als de medewerker meer medische informatie nodig heeft, kan er onafhankelijk medisch advies worden opgevraagd. 4. Het opgestelde routeplan zal met u worden gedeeld. 1.3.4 Gebruikelijke zorg en draagkracht en draaglast
[Jeugdwet]
1. Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouders hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kennen wij geen individuele voorziening jeugdhulp toe. 2. Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouders voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, nemen wij in ons onderzoek (als bedoeld in artikel 7) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Wij bepalen of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen. 3.
Wij maken voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht als bedoeld in het eerste lid en draaglast als bedoeld in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. 4. In kortdurende situaties gaan wij ervan uit dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf, zelfs als wij op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststellen dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht.
6/59
5. Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar in principe gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties. 6. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek naar de balans tussen draagkracht en draaglast en de uitwerking daarvan. 1.3.5 Maatwerk
[Jeugdwet, Wmo]
1. Maatwerk is ondersteuning die precies is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Wij bieden maatwerk wanneer: a. de ondersteuning nodig is om (één van) de resultaten te bereiken; b. u het afgesproken resultaat niet op eigen kracht kunt bereiken; c. u het afgesproken resultaat niet kunt bereiken met gebruikelijke hulp (bijv. hulp van huisgenoten, ondersteuning met mensen in uw omgeving) of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; d. uw ondersteuning past bij het afgesproken resultaat en uw persoonlijke situatie; en e. de ondersteuning niet duurder is dan nodig en niet langer duurt dan nodig. De gemeente kiest voor de goedkoopste adequate oplossing die uw probleem op de lange termijn vermindert of oplost. 2. Voor sommige vormen van ondersteuning zijn in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. Uw verzoek voor ondersteuning moet dan aan extra regels voldoen. 3. Als uw verzoek te maken heeft met kosten van een voorziening die u al voor het verzoek heeft verkregen, dan kunnen wij dit goedkeuren wanneer het een jeugdhulpvraag betreft waarvan de noodzaak achteraf door ons kan worden vastgesteld. Voor de Wmo geldt dit niet en wordt verwezen naar artikel 4.2 van deze verordening. a. als op het moment van de ondersteuningsvraag nog steeds sprake is van de hulpvraag die voldoet aan de eisen genoemd in punt 1 en 2 van artikel 1.3.5; b.
wij kunnen beoordelen of de geleverde zorg passend en noodzakelijk is geweest; c. en de kosten voor jeugdhulp maximaal 6 maanden voor de ondersteuningsvraag zijn gemaakt. 4. Wij kunnen ondersteuning weigeren. Dit kunnen wij doen als u iets heeft nagelaten of gedaan waardoor u uw probleem zelf heeft veroorzaakt of dat de noodzaak voor ondersteuning door ons niet kan worden vastgesteld. 1.3.6 Deskundig advies
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
Wij zorgen ervoor dat de medewerker die uw verzoek behandelt deskundig is. Hebben wij niet de juiste kennis in huis? Dan zorgen wij ervoor dat een deskundige een advies uitbrengt. Dit advies wordt meegenomen in de beoordeling van uw verzoek. 1.3.7
Het besluit
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
De gemeente neemt een besluit. Hierover krijgt u een bericht. Dit noemen wij een beschikking. Het kan zijn dat u een uitkering, zorg in natura of persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt. Zorg in natura is begeleiding, zorg, hulp of een voorziening die u krijgt via een instelling of leverancier die een contract heeft met de gemeente. Pgb is een budget waarmee uzelf de zorg kunt inkopen die u nodig heeft. 7/59
1. Als wij besluiten ondersteuning in natura toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd: a. b. c. d.
wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is; wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang deze duurt; de kosten van de ondersteuning; en welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden.
2. Als wij besluiten ondersteuning in de vorm van een pgb toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd: a. b. c. d. e.
waarvoor het pgb bedoeld is; hoe hoog het pgb is; wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt; hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en welke voorwaarden en verplichtingen er voor het pgb gelden.
3. Als wij besluiten ondersteuning in de vorm van geld toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd: a. b. c. d. e.
waarom het geld wordt betaald; hoeveel geld u krijgt; wanneer het geld wordt betaald; hoe vaak het geld wordt betaald; welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.
4. In het besluit kunt u ook lezen of wij van u verwachten dat u bijdraagt in de kosten. Dit is de eigen bijdrage. 5. Wij kunnen uw verzoek afwijzen. Dit doen wij als de gevraagde ondersteuning: a. b. c. d.
niet bijdraagt aan de doelen van de onderliggende wet; niet bijdraagt aan het halen van de noodzakelijke resultaten; niet voldoet aan de kwaliteitseisen; niet bijdraagt aan het versterken van uw eigen kracht en het vermogen om zelf uw problemen op telossen van u, uw gezin en/of uw netwerk; e. niet zorgt voor een stabiele situatie of dat het probleem wordt verminderd of opgelost; f. niet voldoende wetenschappelijk is bewezen dat het effectief is; of g. als de kosten voor ondersteuning al zijn gemaakt zonder een beschikking en dat wij niet meer kunnen beoordelen of deze ondersteuning passend is geweest. h. als u een voorziening heeft aangeschaft voor u een melding heeft gedaan bij de gemeente of als u zonder toestemming van de gemeente al gebruik maakt van een voorziening. 6. Het college van burgemeester en wethouders stelt nadere regels over dit artikel. 1.3.8 Wanneer vervalt uw recht?
[Jeugdwet, Wmo]
Uw recht op ondersteuning vervalt: 1. Wanneer u binnen 3 maanden na het besluit nog geen gebruik heeft gemaakt van de
ondersteuning. Als u kunt laten zien dat u niks te verwijten valt, geldt deze regel niet. 2. Als blijkt dat de door u verstrekte gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. 8/59
3. Het college van burgemeester en wethouders stelt nadere regels over dit artikel.
1.3.9 Nadere regels of beleidsregels
[Gemeentewet]
Over een aantal onderwerpen in deze verordening maken we nadere regels of beleidsregels. Hierin worden de regels vanuit deze verordening verder uitgewerkt en beschreven. Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift en is voor u rechtstreeks bindend. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. Vaak wordt dat niet in detail in de verordening uitgewerkt. Dat kan vervolgens in nadere regelgeving. Nadere regels Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen, die het college de bevoegdheid geven om nadere regels vast te stellen. Nadere regels kunnen rechten en plichten voor u bevatten, beleidsregels kunnen dit niet. Beleidsregels Een beleidsregel beschrijft hoe het college omgaat met een bepaalde bevoegdheid. Er kunnen dus geen rechten of plichten voor u in worden vastgelegd. Wel geeft het u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Het helpt onze medewerkers om uw hulpvraag te beoordelen. De gemeente stelt nadere regels of beleidsregels over: a. de aanvraag van ondersteuning; b. de vorm van ondersteuning (zorg in natura, pgb en geld); c. Wmo (hulp in het huishouden, vervoer, begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en ondersteuning bij wonen); d. Jeugdwet (o.a.
eigen kracht, resultaatgericht werken, vervoer, zwemles, BSO/VVE/MKD/BSO+, niet-evidence based behandelingen, dyslexie, afbakening Jeugdwet met andere wetten, verwijzing door GGZ, afspraken met huisartsen, rol gemeente bij echtscheiding en jeugdhulp op het AZC); e. PW (bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, studietoeslag, toegankelijkheidsbijdrage, collectieve zorgverzekering minima, debiteurenbeleid); f. Wgs (schuldhulpverlening); en g. bijdrage in de kosten kinderopvang met een sociaal-medische indicatie (SMI).
1.4 Sociaal medische indicatie
[Jeugdwet, Wmo, PW]
Ouders kunnen conform de beleidsregel Sociaal Medische Indicatie (d.d. 18 november 2022) een tegemoetkoming krijgen voor kinderopvang, wanneer ze als gevolg van een fysiek of psychische beperking onvoldoende voor hun kind(eren) kunnen zorgen. 1.4.1
Afstemmen met andere vormen van ondersteuning [Jeugdwet, Wmo PW, IOAW,
IOAZ Wgs]
Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Daarom maken wij in overleg met u afspraken met onderwijsinstanties, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over:
9/59
1. 2. 3. 4.
de volgorde van stappen (procedures) die gelden bij doorverwijzing naar ondersteuning; het uitwisselen van informatie (communicatie) met andere organisaties en de gemeente; duidelijkheid (afbakening) van taken en verantwoordelijkheden; en aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en maatwerk.
De afspraken worden vastgelegd in een protocol of in een andere geschikte vorm.
1.5 Uitzonderingen 1.5.1 Jeugdhulp via verwijzers
[Jeugdwet, Awb]
1. Wij zorgen ervoor dat een jongere jeugdhulp krijgt na een verwijzing via een huisarts, jeugdarts, medisch specialist, een rechter of jeugdbescherming of jeugdreclassering. 2. Wij maken afspraken met verwijzers over waar de verwijzingen aan moeten voldoen. 3. U ontvangt een besluit over jeugdhulp. Deze sturen wij per brief. 1.5.2 Spoedeisende situaties
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ Wgs]
1. Is er sprake van spoed? Dan zorgen wij dat u ondersteuning krijgt. Hiervoor hoeft u niet de standaardprocedure te volgen. Het kan dan gaan om de volgende mogelijkheden: a. b. c. d.
het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen; het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp; het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning; of het geven van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend. U heeft geen recht op een voorschot als u niet voldoende medewerking verleent of als bij de aanvraag al duidelijk is dat u geenrecht heeft op de gevraagde uitkering.
2. Wij spreken van spoed als de uitkomst van de standaardprocedure naar het oordeel van de gemeente niet kan worden afgewacht.
Hoofdstuk 2 Participatie en inkomen 2.1 Voor wie?
[PW, IOAW, IOAZ, WMO, Wi2021, Leerplichtwet]
De gemeente helpt u op weg naar werk als: 1. U een uitkering van de gemeente ontvangt en het u niet lukt om zelf, met hulp van uw omgeving, of met de hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, werk te vinden. 2. U een Indicatie banenafspraak heeft. Dit betekent dat u vanuit het speciaal- of praktijkonderwijs komt en/of op basis van de 'Beoordeling arbeidsvermogen' staat ingeschreven in het Doelgroepenregister bij het UWV. 3. U gebruik maakt van de voorziening beschut werk. 4. U geen uitkering van de gemeente krijgt en ook geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers. Wij beoordelen per persoon of wij u kunnen helpen. 5. Je jonger bent dan 27 jaar en geen werk en geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. We helpen je bij het vinden van een passende opleiding of werk, of we begeleiden je naar hulpverlening of zorg. 6. U moet inburgeren. 10/59
2.2 Samenwerken voor werk
[PW, IOAW, IOAZ]
1. Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met werkgevers, Impact, UWV, andere gemeenten en organisaties. 2. Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen (zie artikel 2.1). Wij doen dat bijvoorbeeld via het Werkgeversservicepunt Flevoland.
2.3 Algemene regels over ondersteuning op weg naar werk
[PW,IOAW, IOAZ]
1. De gemeente kan besluiten om hulp naar werk te weigeren als:
a. b. c. d.
u niet voldoende meewerkt aan het onderzoek dat nodig is om de ondersteuning aan te bieden; u al gebruik kunt maken van ondersteuning op basis van een andere wet. Dat wordt dan een "voorliggende voorziening" genoemd; volgens de gemeente de ondersteuning niet gericht is op het kleiner maken van de afstand tot de arbeidsmarkt; u niet tot de doelgroep behoort waarvoor de hulp bedoeld is (zie artikel 2.1.).
2. De gemeente kan in bepaalde situaties besluiten om de ondersteuning te stoppen (zie
artikel 6.3.1). 3. De gemeente probeert altijd de meest adequate en goedkoopste ondersteuning aan te
bieden. Wij houden daarbij rekening met andere vormen van ondersteuning die beschikbaar zijn binnen uw eigen netwerk binnen het Sociaal Domein en stemmen het aanbod intern af. Dit doen wij voor een optimale en integrale ondersteuning. Ook kijken we naar vormen van ondersteuning op basis van andere wetten. Dit nemen we op in het plan van aanpak/routeplan.
2.4 Wat kunnen we u bieden?
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
1. Wij stemmen de hulp die wij u bieden af op uw situatie. Wij kijken bijvoorbeeld naar uw opleiding, werkervaring, waar u goed in bent en of u zorg verleent aan anderen. We zetten passende ondersteuning in. 2. Soms geven we werkgevers ondersteuning, bijvoorbeeld met loonkostensubsidie, advies of inzet van een jobcoach. Dit kan op initiatief van de gemeente zijn of op aanvraag van de werkgever. We volgen het preferente proces voor loonkostensubsidie, zoals afgesproken in landelijke samenwerking.
2.5 Voorzieningen gericht op het krijgen en houden van werk [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
Ons doel is dat u werk vindt (of behoudt) dat goed bij u past. We kunnen u hierbij helpen met verschillende vormen van ondersteuning, ook wel voorzieningen genoemd: a. b. c. d. e. f.
Proefplaatsing; Werkervaringsplaats; Participatieplaats; Sociale activering; Detacheringsbaan; Beschut werk; 11/59
g. h. i. j. k. l.
Hulp bij een leer- werktraject; Scholing; Hulp bij het leren van de Nederlandse taal; Kinderopvang; Stimuleringsregeling; Innovatie.
2.5.1 Proefplaatsing
[PW, IOAW, IOAZ]
1. Als u een uitkering ontvangt kunnen wij u een proefplaatsing aanbieden. U gaat bij wijze van proef bij een werkgever werken. Tijdens deze periode behoudt u uw uitkering. 2. Bij het aanbieden van een proefplaatsing houden wij rekening met u mogelijkheden, interesses en vaardigheden. 3. Het doel van de proefplaatsing is dat de werkgever u beter leert kennen, u de kans krijgt om werkervaring op te doen en dat u meer kans heeft om een dienstverband te krijgen. 4. U gaat dan voor een periode van maximaal twee maanden aan de slag bij een werkgever. Deze periode kan één keer verlengd worden met maximaal vier maanden. 5. Het uiteindelijke doel is dat u zonder proefperiode voor minimaal zes maanden in dienst komt bij de werkgever. 6. Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 7. U komt niet in aanmerking voor een proefplaatsing bij een werkgever of diens rechtsvoorganger waar u al eerder onbetaald werk heeft verricht. 8. U komt niet in aanmerking voor een proefplaatsing als aannemelijk is dat u ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk. 9. Na een proefplaatsing mag er geen gebruik gemaakt worden van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie. 10.
Als u ziek wordt tijdens een proefplaatsing, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, niet meegerekend. 2.5.2 Werkervaringsplaats
[PW, IOAW, IOAZ]
1. Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. U gaat dan voor een periode van maximaal drie maanden aan de slag bij een werkgever om werkervaring op te doen. De periode kan één keer verlengd worden met maximaal drie maanden. Tijdens deze periode behoudt u uw uitkering. 2. Het doel van de werkervaringsplaats is dat u uw kennis en (werknemers)vaardigheden worden vergroot en uw belastbaarheid in kaart wordt gebracht. 2.5.3 Participatieplaats
[PW, IOAW, IOAZ]
1. Wij kunnen u een participatieplaats aanbieden voor maximaal twee jaar. U komt hiervoor in aanmerking als u een uitkering krijgt, ouder dan 27 jaar bent en de kans op betaald werk klein is. 2. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om passende werkzaamheden. 3. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 12/59
4. Na iedere 6 maanden kunt u een premie van € 100,00 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Wij beoordelen dit. 2.5.4 Sociale activering
[PW, IOAW, IOAZ]
1.
Als u er nog niet aan toe bent om te werken kunnen wij activiteiten aanbieden om u een stap dichter bij werk te brengen. Dit heet sociale activering. Dat kan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk zijn.
2.
Het doel van sociale activering is om u te helpen weer grip op het leven te krijgen, sociale contacten op te bouwen en moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.
2.5.5 Detacheringsbaan
[PW, IOAW, IOAZ]
1.
Wij kunnen u een detacheringsbaan aanbieden. Hierbij gaat u via een andere organisatie aan de slag bij een werkgever.
2.
Een detacheringsbaan is een betaalde baan.
3.
Het doel is dat u uiteindelijk direct bij de werkgever in dienst komt.
4.
Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
2.5.6 Beschut Werk
[PW]
1. Wij bieden u een beschutte werkplek aan als het UWV heeft aangegeven dat u alleen onder aangepaste omstandigheden in een beschermde omgeving kunt werken, en wij dit advies hebben overgenomen. 2. Het doel is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden. 3. Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken: a. het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt; b. uitsplitsing van taken; c. het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt. 4. Als u in aanmerking komt voor beschut werk, maar plaatsing op korte termijn niet mogelijk is, wordt u op een wachtlijst geplaatst. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden om de stap naar beschut werk makkelijker te maken: a. sociale activering; b. een participatieplaats; of c. een vergelijkbare voorziening. 5. Wij zorgen ervoor dat wij voldoen aan het door het rijk opgelegde minimum aantal beschikbare beschutte werkplekken per jaar. 6. Het kan zijn dat de gemeente het voorgeschreven aantal beschutte werkplekken voor dat jaar al heeft bereikt. Als dat zo is, kunt u op de wachtlijst komen. Ter overbrugging kunnen we u voorzieningen aanbieden die genoemd zijn in het vierde lid van dit artikel. 13/59
Op het moment dat er een beschutte werkplek beschikbaar is, nemen wij contact op met de eerste op de wachtlijst. Het kan zijn dat de beschikbare werkplek niet bij diegene past. Dan nemen wij contact op met de tweede wachtende op de lijst. 2.5.7 Hulp bij een leer- werktraject 1.
[PW/Leerplichtwet]
Je kunt hulp krijgen van de gemeente voor een leer-werktraject als dat nodig is om werk te vinden. Dit is voor jongeren: a. van 16 of 17 jaar oud, als je nog naar school moet volgens de Leerplichtwet 1969; of b. van 18 tot 27 jaar oud, als je nog geen startkwalificatie hebt, wat betekent dat je geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebt.
2.
Je krijgt de hulp van de gemeente voor een leer-werktraject alleen als de steun van school of werkgever niet genoeg is om het traject te volgen.
2.5.8 Scholing
[PW, IOAW, IOAZ]
1.
Wij kunnen u scholing aanbieden, als u ouder bent dan 27 jaar en als scholing ervoor kan zorgen dat u passend werk kunt vinden.
2.
De gemeente bepaalt de voorwaarden, wat voor scholing u krijgt, hoelang dit duurt en wat er gebeurt als u bijvoorbeeld vroegtijdig stopt.
2.5.9 Hulp bij het leren van de Nederlandse taal
[PW, IOAW, IOAZ]
1.
Voor het vinden en behouden van werk is het belangrijk om de Nederlandse taal te beheersen. Als u de taal nog niet goed genoeg kent, kan de gemeente u helpen door een voorziening aan te bieden waarmee u de taal beter kunt leren. Soms is het verplicht om hiervoor een opleiding te volgen. De gemeente heeft regels opgesteld, genaamd 'Beleidsregels taaleis Participatiewet Dronten’ die u kunt vinden op www.overheid.nl.
2.
Ook is het mogelijk om in overleg met u ondersteuning te geven bij het verbeteren van spreek-, lees- en schrijfvaardigheden. Deze hulp wordt aangeboden door een onderwijsinstelling, via Huis voor Taal Dronten of een andere organisatie die zich bezighoudt met taal.
2.5.10 Kinderopvang 1.
[PW, IOAW, IOAZ, Wet kinderopvang, Wi2021]
Wij kunnen u ondersteunen bij het vinden van kinderopvang of doorverwijzen naar een kinderopvangorganisatie als: a. U meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan, en b. opvang niet mogelijk is binnen uw sociale netwerk.
2.
Als u kinderopvangtoeslag ontvangt van de Belastingdienst, kunt u van ons een bijdrage krijgen voor de kosten van kinderopvang die voor uw rekening blijven. U moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
U heeft een gemeentelijke uitkering of een Anw-uitkering; en De kinderopvang is nodig om deel te nemen aan een gemeentelijke activiteit die u dichter bij werk brengt (een voorziening); of: U volgt voltijds onderwijs; en 14/59
d.
De kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of via een gastouderbureau.
2.5.11 Stimuleringspremie
[PW]
1. Wij kunnen u eenmalig een stimuleringspremie van € 450,00 geven. 2. U kunt deze premie krijgen als u langdurig werkloos bent, en door betaald werk niet langer afhankelijk bent van de bijstandsuitkering en duurzaam uitstroomt. 3. Langdurig werkloos betekent dat u langer dan 12 maanden onafgebroken een uitkering van de gemeente Dronten heeft ontvangen. 4. Duurzame uitstroom houdt in dat u minstens 6 maanden onafhankelijk bent van een uitkering. 5. U kunt de stimuleringspremie aanvragen vanaf de 7de maand van uw dienstverband en binnen 18 maanden na uw indiensttreding. 2.5.12 Innovatie
[PW, IOAZ, IOAW]
1.
Binnen de kaders van de uitgangspunten van deze verordening kunnen wij, als gemeente, als experiment andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten
2.
Het doel van het experiment is om in het belang van de inwoners, nieuwe voorzieningen en werkwijzen te onderzoeken.
3.
Een experiment duurt niet langer dan drie jaar.
4.
Als de uitkomst van het experiment reden geeft om de verordening aan te passen, kan de periode van het experiment verlengd worden tot het moment dat de nieuwe verordening van kracht is.
2.6 Persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen voor inwoners met een arbeidsbeperking 2.6.1 Aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk
[PW, IOAW, IOAZ]
1. Wij als gemeente kunnen u, op eigen initiatief of als u erom vraagt, persoonlijke ondersteuning bieden bij werk en andere voorzieningen als u een arbeidsbeperking heeft. 2. Bij het regelen van deze ondersteuning voor werk en andere zaken kijken we naar uw individuele situatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. u behoort tot de doelgroep zoals beschreven in artikel 2.1 en bent minimaal 18 jaar oud, tenzij u praktijkonderwijs (pro)- of voortgezet speciaal onderwijs (vso) heeft gevolgd; b. u heeft deze ondersteuning nodig om te kunnen werken; c. de voorziening komt niet in aanmerking voor vergoeding vanuit de UWVwerkvoorzieningen (www.uwv.nl/particulieren/voorzieningen); d. het gaat niet om een algemeen beschermingsmiddel waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; 15/59
e. het gaat niet om een voorziening die standaard door de werkgever wordt verstrekt of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. de kosten van de voorziening moeten in verhouding staan tot de opbrengsten uit het werk of de opbrengsten van uitstroom naar werk. 3. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 26 weken na de start van de arbeidsovereenkomst zijn ontvangen, tenzij bij het begin van uw arbeidsovereenkomst de noodzaak voor ondersteuning nog niet bekend kon zijn. 4.
Als het nodig is om een aanvraag te beoordelen, kunnen wij als gemeente deskundig advies inwinnen.
5. Wij spreken met u en uw werkgever af op welke manier de ondersteuning wordt geboden en tot wanneer. Dit leggen wij vast in een beschikking. 2.6.2 Loonkostensubsidie
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1. Wij kunnen uw werkgever een wettelijke loonkostensubsidie geven, als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen met een fulltime baan. U en uw werkgever moeten wel voldoen aan de voorwaarden van artikel 10d van de Participatiewet. 2. Het doel is om werkgevers te stimuleren om inwoners met een beperking in dienst te nemen en hen een vergoeding te geven voor productieverlies. 3. Wij stellen vast of u niet in staat bent om het wettelijk minimumloon te verdienen. Hiervoor laten wij ons adviseren door een externe adviseur. 4. De loonkostensubsidie voor uw werkgever hangt af van de loonwaarde en is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij. 5. Voordat de loonwaarde is gemeten, kan de gemeente uw werkgever maximaal zes maanden een vast maandelijks bedrag aan loonkostensubsidie geven, wat maximaal 50% van het wettelijk minimumloon is. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij. 6. De gemeente stelt binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever plaatsingssubsidie van toepassing is. 2.6.3 Administratief proces loonkostensubsidie
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1. Wij geven aan uw werkgever, als u de Indicatie banenafspraak of de indicatie beschut werk
heeft, een loonkostensubsidie. 2. Deze subsidie verstrekken wij als u erom vraagt of als wij denken dat het nodig is. 3. Na de aanvraag voor loonkostensubsidie sturen wij u en uw werkgever een brief ter
bevestiging.
16/59
4. Als u op dat moment nog niet tot de groep met een Indicatie banenafspraak behoort, zien
wij de aanvraag ook als een verzoek om in het doelgroepenregister te worden ingeschreven. Het UWV beheert dit register, en wij kunnen u helpen bij de inschrijving. 5. Als u al bent begonnen met werken en er wordt binnen 6 maanden na de start van de
werkzaamheden een aanvraag ingediend, zien wij deze aanvraag als een verzoek om de Praktijkroute banenafspraak toe te passen. 6. Wij bepalen binnen 8 weken na uw aanvraag de loonwaarde, behalve als er een forfaitaire
loonkostensubsidie van toepassing is. 7. Wij geven de loonkostensubsidie volgens het Preferente werkproces.
2.6.4 Persoonlijke ondersteuning bij werk
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
1. Als u hulp nodig heeft bij werk, kan de gemeente u op verschillende manieren helpen: a. een jobcoach van de gemeente of een coach met wie de gemeente samenwerkt, kan u begeleiden op uw werk; b. uw werkgever kan subsidie krijgen om een jobcoach voor u in te schakelen; c. Ook kan uw werkgever subsidie ontvangen voor interne begeleiding op het werk. 2.6.5 Hulp op de werkplek van een jobcoach
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
1. Als u extra hulp nodig heeft om goed te kunnen werken, kan de gemeente u een jobcoach aanbieden. 2. Het doel van de jobcoach is om u te helpen uw werk goed te doen. De jobcoach kan u begeleiden bij uw groei op de werkplek. 3. De gemeente en uw werkgever maken samen met u afspraken over hoe de jobcoach u kan ondersteunen. Deze afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst. 4. Jobcoaching duurt maximaal 2 jaar. Na deze periode kan het in bijzondere gevallen met nog eens 1 jaar worden verlengd. 5. De jobcoach die u gaat begeleiden moet aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals ingeschreven staan bij het UWV of in het openbare beroepsregister van Noloc. Ook een relevant Hbo-diploma kan nodig zijn. 6. Er zijn verschillende niveaus van begeleiding. Welk niveau u krijgt, hangt af van wat u nodig heeft. Voor elke werknemer wordt een maximumbedrag vastgesteld dat de gemeente vergoedt voor jobcoaching. 7. Die maximumbedragen zijn gebaseerd op wat het UWV heeft bepaald. Als het UWV die bedragen aanpast, veranderen ook de vergoedingen vanaf het nieuwe jaar.
17/59
2.6.6 Subsidie voor het organiseren van jobcoaching
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
1. Uw werkgever kan een subsidieaanvraag indienen bij de gemeente voor het organiseren
van jobcoaching. 2. De subsidie kan worden toegekend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. er een plan is gemaakt waarin staat welke activiteiten de jobcoach zal uitvoeren, hoe de voortgang wordt beoordeeld, en op welke manier; b. de jobcoaching aansluit bij wat u nodig heeft.; c. u op de hoogte bent van de jobcoaching en schriftelijk akkoord heeft gegeven voor het organiseren ervan door de werkgever. 2.6.7 Subsidie voor interne werkbegeleiding
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
1. De gemeente kan extra geld geven aan een werkgever om medewerkers op de werkvloer extra te begeleiden als dat nodig is. Deze subsidie is bedoeld om de extra kosten te dekken die zijn gemaakt om een medewerker intern te begeleiden. 2. De persoon die intern begeleidt, moet een training zoals 'Harrie Helpt' hebben gevolgd en meer dan de helft van de werktijd aanwezig zijn op de werkvloer, vooral als de werknemer een loonkostensubsidie krijgt. 3. De gemeente kan werkgevers helpen met een training over hoe ze hun medewerkers intern beter kunnen begeleiden.
2.7 Overige Voorzieningen
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
1. De gemeente kan u extra ondersteuning bieden als dat nodig is om aan het werk deel te nemen. 2. De gemeente kiest voor de minst dure, maar toch geschikte oplossing en betaalt alleen de extra kosten. 2.7.1 Ondersteuning bij een motorische beperking
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
Als u moeite met bewegen heeft, dan kunt u bij ons hulp of begeleiding aanvragen voor bepaalde taken die u door uw handicap niet goed zelf kunt doen. Deze hulp of begeleiding noemen wij ‘intermediaire diensten’. Denk hierbij aan aanpassing van het toilet of een automatische deuropener. 2.7.2 Ondersteuning door de inzet van een meeneembare voorziening
[PW, IOAW,
IOAZ, Wsw]
1. Als u iets nodig heeft om te kunnen werken, kan de gemeente u een meeneembare voorziening geven. Meeneembare voorzieningen zijn hulpmiddelen die gemeenten aan mensen met een arbeidsbeperking moeten aanbieden als die nodig zijn om aan het werk te komen of te blijven. Het kan bijvoorbeeld gaan om speciale werkstoelen of orthopedisch schoeisel.
18/59
2. Er is geen specifieke lijst van dingen die u kunt krijgen. Eigenlijk kan elk handig hulpmiddel als meeneembare voorziening worden overwogen, zolang u kunt laten zien dat het nodig is en helpt op uw werk. 3. De meeneembare voorziening wordt normaal gesproken uitgeleend. Maar in bijzondere gevallen kan de gemeente beslissen dat u het mag houden en dus eigenaar wordt van de voorziening. 2.7.3 Ondersteuning door de inzet van een vervoersvoorziening [PW, IOAW, IOAZ, Wsw] 1. Als u door een beperking niet zelfstandig naar uw werk, proefplaatsing of opleiding kunt reizen, kan de gemeente u helpen met vervoer. 2. Een vervoersvoorziening van uw werkgever of het UWV wordt gezien als een voorliggende voorziening. 3. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet u voldoen aan de volgende voorwaarden: a. b.
U kunt vanwege een beperking niet zelf reizen of gebruikmaken van het openbaar vervoer; en het gaat om reizen van en naar uw werk.
4. De hoogte van de vergoeding hangt af van het aantal dagen dat u moet reizen: a. Reist u een of twee keer per week dan is de maximale vergoeding € 187 per maand; b. Reist u drie keer per week of meer dan is de maximale vergoeding € 271 per maand.
2.8 Tegenprestatie
[PW, IOAW, IOAZ,]
Op het moment dat u een uitkering van de gemeente ontvangt, kunnen wij u een verplichting geven om een tegenprestatie te doen. Dit kan naast of in aanvulling op uw (parttime) werk. Het mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. 2.8.1 Waarom een tegenprestatie?
[PW, IOAW, IOAZ]
Het doel van een tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen werk. Zelfredzaamheid is het vermogen om voor uzelf te zorgen. 2.8.2 Voorbeelden van tegenprestatie
[PW, IOAW, IOAZ]
1. De tegenprestatie kan als volgt worden ingevuld: a. vrijwilligerswerk doen; b. het leveren van mantelzorg; c. overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden; d. door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen. 2. De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan.
19/59
3. U komt zelf met een voorstel hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel. 4. Na het gesprek met de medewerker over de tegenprestatie, heeft u maximaal 1 maand de tijd om met een voorstel te komen. 5. Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen wij deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie. 2.8.3 Wanneer doet u een tegenprestatie?
[PW, IOAW, IOAZ]
1. Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen, zolang u nog geen re-integratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden. 2. Ook wanneer u re-integratieactiviteiten doet, kunnen wij u aanvullend verplichten om een tegenprestatie te doen. 3. Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met: a. uw persoonlijke situatie en omstandigheden; b. uw wensen en kwaliteiten. 4. Als u niet op tijd met een voorstel komt of als het voorstel niet voldoet, kunnen wij een maatregel opleggen. 5. Wij kunnen u ook een maatregel opleggen als u uw tegenprestatie niet of onvoldoende heeft uitgevoerd. Een voorbeeld van een maatregel is dat uw uitkering wordt verlaagd. Meer informatie over maatregelen vindt u in hoofdstuk 6.
2.8.4 Hoe lang en voor hoeveel uur doet u een tegenprestatie?
[PW, IOAW, IOAZ]
1. Wij leggen een tegenprestatie naar vermogen op. Hierbij houden wij rekening met uw
omstandigheden. 2. Zolang u geen werk heeft of een re-integratietraject volgt, verwachten wij van u dat u de
tegenprestatie blijft leveren.
Minimaregelingen Gemeente Dronten biedt verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Wanneer u hier recht op heeft, kunt u vergoedingen ontvangen voor verschillende kosten die u maakt. In dit hoofdstuk leest u hier meer over. Binnen deze regelingen werken wij met uitkeringsnormen en vermogensgrenzen. Er zijn verschillende normen, denk aan normen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden/ samenwonenden.
20/59
2.9. Bijzondere bijstand
[PW]
1. U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere voorzieningen. 2. U kunt uw aanvraag indienen door een formulier in te vullen. Dit formulier is door de gemeente vastgesteld. 2.10 Individuele inkomenstoeslag
[PW, IOAW, IOAZ]
1. U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat maandelijks niet hoger is dan 110 procent van de toepasselijke uitkeringsnorm. Om in aanmerking te komen is uw vermogen niet hoger dan de voor u geldende vermogensgrens. 2. U kunt uw aanvraag indienen door een formulier in te vullen. Dit formulier is door de gemeente vastgesteld. 3. Als uw partner geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag (volgens artikel 11 of 13 Participatiewet), kan het zijn dat u er wel recht op heeft. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is dan 50 procent van het bedrag voor gehuwden of samenwonenden (volgens artikel 2.10.1, lid 1, onderdeel c en d). 2.10.1 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag 1.
De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. b. c. d. e.
2.
[PW]
€ 300,00 voor een alleenstaande; € 500,00 voor een alleenstaande ouder; € 400,00 voor gehuwden of samenwonenden zonder ten laste komende kinderen; € 500,00 voor gehuwden of samenwonenden met ten laste komende kinderen; € 50,00 voor elk ten laste komend kind van 12 tot 18 jaar in het gezin.
Bovenstaande bedragen kunnen wij jaarlijks indexeren.
2.11. Toegankelijkheidsbijdrage
[Gemeentewet]
1.
De toegankelijkheidsbijdrage is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten.
2.
U kunt uw aanvraag indienen door een formulier in te vullen. Dit formulier is door de gemeente vastgesteld.
2.12 Collectieve zorgverzekering
[PW]
Wij bieden een collectieve zorgverzekering aan voor mensen met een laag (besteedbaar) inkomen en hoge zorgkosten.
21/59
Schulden 2.13 Schuldhulpverlening
[Wgs]
1. Wij hebben de wettelijke taak om (pro-actief) inwoners met schulden te helpen. Schuldhulpverlening is toegankelijk voor natuurlijke personen, voor zowel privé schulden als voor zakelijke schulden. Het gaat hierbij om het voorkomen van problematische schulden, het helpen bij het vinden van een oplossing voor (de problematische) schulden en/of het voorkomen van terugval. 2. Het college kan nadere regels vaststellen. 2.13.1 Doel
[Wgs]
1. Ons doel is het voorkomen en verminderen van het aantal inwoners met financiële problemen 2. Om ons doel te bereiken, bieden wij integrale schuldhulpverlening. Dat is een samenhangend aanbod van preventie tot en met zorg gericht op zowel de financiële als psychosociale en andere oorzaken van schulden. De schuldhulpverlening wordt afgestemd op uw individuele situatie. 3. Om ons doel te bereiken werken wij samen met andere organisaties. 4. Wij stellen kwaliteitseisen aan de uitvoering van de schuldhulpverlening.
2.13.2 Toegang
[Wgs]
1. Wij zorgen er voor dat het voor u duidelijk is hoe en waar u op een eenvoudige manier hulp kunt vragen. 2. In sommige gevallen kunnen wij besluiten de schuldhulpverlening (tijdelijk) te weigeren. 3. Het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld vindt zo snel mogelijk plaats, maar in ieder geval binnen vier weken. Bij bedreigende situaties is dit drie werkdagen. 4. In een uitvoeringsplan stellen wij aanvullende regels vast. 2.13.3 Besluit
[Wgs]
1. Als u hulp van ons kunt krijgen, informeren wij u, per brief, over de manier waarop de hulp wordt gegeven. 2. Als u geen hulp van ons kunt krijgen, ontvangt u een brief waarom er geen hulp wordt gegeven. 3. De brief ontvangt u binnen 8 weken nadat u een gesprek heeft gehad over uw hulpvraag.
22/59
Hoofdstuk 3. Opgroeien en opvoeden Wij willen dat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Gezond en veilig opgroeien is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van kinderen en jongeren zelf, hun ouders en hun (sociale)netwerk. Het kan zijn dat u/je hier ondersteuning bij nodig heeft. Hiervoor kun je bij een gids van de gemeente terecht. Wij bieden zo vroeg mogelijk ondersteuning aan. Hoe eerder wij erbij zijn, hoe minder groot de kans is dat dure, gespecialiseerde ondersteuning ingeschakeld hoeft te worden. Het versterken van iemands eigen krachtstaat centraal. Ook stimuleren wij dat gezinnen en de mensen om gezinnen heen zelf hun problemen kunnen oplossen. Dit noemen wij ook wel probleemoplossend vermogen. Met kinderen en jongeren bedoelen wij kinderen en jongeren tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp kregen toen zij 18 jaar oud waren en die deze ondersteuning vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen, zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Wij spreken kinderen en jongeren graag aan met je en jij, vandaar dat wij dit in deze verordening ook doen. In dit hoofdstuk lees je wat je eigen verantwoordelijkheden zijn en wat de rol van de gemeente is. Ook vind je hier onder andere informatie over maatwerkvoorzieningen en voorzieningen die vrij toegankelijk zijn.
3.1. Wanneer bieden wij ondersteuning
[Jeugdwet]
1. Om zeker te weten of ondersteuning noodzakelijk is, onderzoeken wij de volgende vragen: a. wat is je ondersteuningsvraag?; b. is er sprake van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen?; c. wat wil je bereiken?; d. aan welke resultaten ga je werken?; e. wat kunnen jij en je ouders zelf doen om die resultaten te bereiken?; f. kunnen wij hetzelfde resultaat bereiken door ondersteuning in te zetten die vrij toegankelijk is?; en g. kunnen wij hetzelfde resultaat bereiken door ondersteuning in te zetten op grond van een andere wet? 2. Bij het bepalen van welke ondersteuning noodzakelijk is, betrekken wij jouw wensen en die van je ouders. Bij het onderzoeken van eventuele opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen is de gemeente niet gebonden aan de ondersteuningsvraag van jou en je ouders. Dat betekent dat wij niet alleen kijken naar wat jij en jouw ouders ons gevraagd hebben, maar onderzoek gaan doen naar alles wat van belang is om te bepalen welke ondersteuning noodzakelijk is. 3. Als je je doel zelf of met behulp van je eigen omgeving kunt oplossen, bieden wij geen maatwerk-ondersteuning.
23/59
4. Als je je doel niet op eigen kracht of met hulp van mensen om je heen kunt behalen, maar wel met ondersteuning die je krijgt op grond van een andere wet, dan kiezen wij voor die ondersteuning. Dit noemen wij een voorliggende voorziening. 5. Kun je je doel niet zelf of met je omgeving oplossen en kun je ook niet gebruik maken van een voorliggende voorziening? Dan kan het zijn dat wij ondersteuning inzetten die vrij toegankelijk is. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning door de gids zelf, door een jeugdwelzijnsorganisatie of via een stichting. 6. Behaal je je doel niet of niet helemaal met ondersteuning die vrij toegankelijk is, dan zetten wij maatwerk in. 7. Wij richten alle ondersteuning op het versterken van je eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van jou, je ouders en jullie omgeving. 8. Pleegouders kunnen voor ondersteuning bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kunnen pleegouders, in overleg met de pleegzorgorganisatie, bij ons extra ondersteuning aanvragen. 3.2.1 Ondersteuning die vrij toegankelijk is: pedagogische basis
[Jeugdwet]
1. Wij zorgen ervoor dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dit te bereiken, helpt de gemeente alle kinderen en jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met: a. het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen; b. het geven van informatie, advies en trainingen; c. het bieden van jeugdgezondheidszorg (GGD: consultatiebureau, schoolarts); d. het organiseren van activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen via het jongerenwerk; e. het bieden van opvoedondersteuning; en f. wij hebben een vertrouwenspersoon. Deze ondersteuning is vrij toegankelijk. Je hebt hiervoor geen besluit nodig van de gemeente en ook geen verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. 2. Wij zorgen ervoor dat signalen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk ondersteuning wordt geboden. 3.2.2. Ondersteuning die vrij toegankelijk is: preventieve ondersteuning jeugd [Jeugdwet]
Opvoedondersteuning bij het jonge kind Doel: Het doel is om gezinnen met jonge kinderen te ondersteunen bij de opvoeding en de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van ouders te vergroten. Doelgroep: Gezinnen met minimaal één kind in de leeftijd van 0 t/m 7 jaar. Individuele maatjes Doel: Het bieden van een laagdrempelig maatjescontact aan jeugdigen om te werken aan het opbouwen/versterken van een eigen sociaal netwerk. Het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van de jeugdige wordt versterkt, sociale vaardigheden (door)ontwikkeld en
24/59
de jeugdige leert beter omgaan met een beperking. Zorg-intensieve gezinnen voelen zich gesteund, gehoord, bekrachtigd en ontlast met behulp van maatjes. Doelgroep: Jeugdigen tussen de 8 tot 18 jaar. Kortdurende ambulante begeleiding Doel: Door kortdurende inzet van ambulante opvoedondersteuning komen tot duidelijkheid over de juiste hulpvraag en advisering welke ondersteuning hier het beste past bij in het gezinssysteem. Een ander doel is ondersteuning bieden aan ouders met kinderen met enkelvoudige opvoedingsproblematiek, bij wie de verwachting is dat zij met kortdurende ambulante hulp hun opvoedvaardigheden vergroten en zelf weer grip op de situatie verkrijgen. Doelgroep: Gezinnen met kinderen tot 18 jaar, van normaal tot licht verstandelijk beperkt functioneringsniveau met enkelvoudige, of onduidelijke opvoedproblematiek. Levensloopregie bij autisme Doel: Een levensloopregisseur voorkomt dat iemand door autisme vastloopt of bij aanvang van een nieuwe levensfase opnieuw vastloopt. De levensloopregisseur geeft ondersteuning en advies, waardoor gezinnen weer grip krijgen op de situatie en zorgaanbieders elkaar versterken. Doelgroep: gezinnen met een kind met autisme Gezinsadviseur Doel: het doel van de gezinsadviseur is om laagdrempelige ondersteuning te bieden aan gezinnen die een beetje hulp kunnen gebruiken. Doelgroep: gezinnen met kinderen/jongeren tussen 0 tot 23 jaar.