Bijlage - 1 Ontwerp dekkingsplan Flevoland (655238).pdf
Tekst van het document
Om in te kunnen spelen op gelijktijdigheid en restdekking is op de meeste posten waarbij de kans op gelijktijdigheid hoger is dan 17 een tweede tankautospuit gestationeerd. Mede vanwege de geografische afstand tussen de posten. Op posten in Almere waar dit niet het geval is kan gelijktijdigheid worden opgevangen door andere posten in de stad en door het herbezetten van de desbetreffende post met een vrijwilligersbezetting. Restdekking Bij grootschalige en langdurige inzetten worden veel eenheden ingezet. Daardoor kan de beschikbaarheid van eenheden voor de rest van de regio teruglopen, zowel bij inzet in eigen regio als in het geval van interregionale bijstand. Dit heeft grote invloed op de dekking van het verzorgingsgebied. Analyse restdekking Grootschalige en langdurige inzetten komen in de regio relatief weinig voor. De restdekking in de regio wordt daarbij situationeel bepaald. De continuïteitsposten worden daarbij indien nodig herbezet. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een restdekkingsmonitor en een bijbehorende (afschalings)procedure.
% kans op gelijktijdigheid incident op willekeurige dag Swifterbant o,26/ Creil I û.35% Lelystad Vrijw o,5o/ Rutten ■û,50". Ens 0,54"A Marknesse o,57/ Nagele ■o,57". Biddinghuizen o,66/ Urk 1,12/ Zeewolde i,23/ Dronten i,3o/ Emmeloord i,«/ Almere Buiten 1
H 4,05/
Lelystad 0
2
4
6
8
10
12
14
Figuur 21 - De procentuele kans op een gelijktijdig incident in het verzorgingsgebied van een kazerne (cijfers 2022-2023).
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
2.5
Werkdruk
De factor werkdruk is onderzocht aan de hand van de alarmeringsfrequentie van alle repressieve eenheden op een post. Werkdruk is gedefinieerd als het gemiddeld aantal alarmeringen (voor alle incidenttypen) van een brandweereenheid per jaar. Hiervoor is het gemiddelde genomen van de afgelopen twee jaar. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. Kazerne
2022
2023
Gem. per jaar
Almere Buiten
531
564
548
Almere Stad/Poort
1046
677
862
Almere Veluwsekant
915
1331
1123
Biddinghuizen
84
106
95
Creil
33
39
36
Dronten
295
279
287
Emmeloord
178
221
200
Ens
61
48
55
Lelystad
1487
1424
1456
Marknesse
68
65
67
Nagele
54
59
57
Rutten
65
52
59
Swifterbant
44
45
45
Urk
227
230
229
Zeewolde
220
175
198
Regio
5308
5315
5312
Analyse werkdruk De gemiddelde werkdruk voor de beroepskazernes is bijna 1000 alarmeringen (997) per jaar. Bij de posten Almere Veluwsekant en Lelystad ligt dit aantal boven de 1000 alarmeringen. Bij een vrijwillige post ligt dit gemiddelde op 120 alarmeringen per jaar. Bij de vrijwillige posten kan een onderscheid worden gemaakt tussen posten met (bijna) 200 of meer alarmeringen per jaar (Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde) en de posten tot 100 alarmeringen per jaar. De alarmeringsfrequentie komt overeen met de stedelijke dichtheid van de verzorgingsgebieden en sluit aan bij de organisatievorm van de bezettingen. Zo wordt door de beroepskazernes in Almere en Lelystad 7507o van het totaal alarmeringen afgedaan en nemen de 4 continuïteitsposten 177o van de alarmeringen voor hun rekening. De overige 7 vrijwillige posten bedienen 807o van de alarmeringen.
Tabel 3 - Het gemiddelde aantal alarmeringen per post over de periode 2022-2023
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Dekking beoordelen processtap 3 De operationele prestaties van de basisbrand weerzorg zijn inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Om te beoordelen of deze prestaties afdoende zijn worden deze getoetst aan de landelijke beoordelingskaders die hierop van toepassing zijn. Voor kerntaken waarvoor nog geen landelijke beoordelingskaders zijn opgesteld wordt gebruik gemaakt van de kwaliteitseisen die hiervoor in de regio zijn vastgesteld. 3.1
de gemeentelijke GGD's. Deze kaart is vervolgens verrijkt met de expertise van het team Risicobeheersing. Referentie waarde in minuten
Band breedte in minuten*
I
^ Oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame personen zoals hotels, kantoren, winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen) ^ Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen) ^ Portiekwoningen ^ Woongebouwen hoger dan 20 meter
7
4-10
II
^ Woningen ^ Gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
10
7-13
III
^ Verspreid liggende woningen ^ Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
15
12-18
Categorie
Beoordeling van de basisbrandweerzorg
In dit dekkingsplan wordt getoetst of de snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk van de operationele eenheden van de brandweer aansluiten bij de basisbrandweerzorg die nodig is in de gebieden van Veiligheidsregio Flevoland. Indeling gebieden in categorieën De methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden is gericht op het verwachte effect van brand en de bestrijding die daarvoor noodzakelijk is. Hierbij worden, in plaats van in objecten, gebieden ingedeeld in categorieën waaraan een opkomsttijd wordt gekoppeld. Het kader onderscheidt daarbij drie categorieën. Het overheersende karakter van het gebied bepaalt de uiteindelijke categorie van het gebied. In het beoordelingskader zijn hiervoor de referentiewaarden en bandbreedte per categorie vastgelegd. Om de regio in gebieden te kunnen indelen is de adressendichtheid en het soort en aantal objecten (gebouwen) bekeken. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Kernregistratie Objecten (KRO) en de Witte Kaart van
Overheersend karakter van het gebied
*De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller. Tabel 4 - Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden: Categorieën, kenmerken, opkomsttijd en bandbreedte.
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Aan de hand van deze landelijke methodiek blijkt dat een groot gedeelte van het bebouwde gebied in de regio wordt gekenmerkt door woningen met zelfredzame personen (categorie 2), waarvoor een referentiewaarde geldt van 10 minuten. De historische kern van Urk en een aantal buurten in Almere (6), Lelystad (3), Dronten (1) en Noordoostpolder (1) vallen in categorie 1 met een referentiewaarde van 7 minuten. Daar bestaat meer dan een derde deel van de bebouwing uit portiekwoningen en/of hoogbouw boven 20m en/of gebouwen met verminderd zelfredzamen. Het landelijke gebied met verspreid liggende woningen wordt aangemerkt als risicocategorie 3 met een opkomsttijd van 15 minuten. Beoordeling van de operationele prestatie op snelheid Voor elk gebied is gekeken of de opkomsttijd goed, voldoende of onvoldoende is. Een gebied wordt als goed beoordeeld als de
opkomsttijd lager is dan de referentiewaarde. Als de opkomsttijd hoger is dan de referentiewaarde maar lager dan de maximale bandbreedte, dan wordt het gebied als voldoende beoordeeld. Is de opkomsttijd hoger dan de maximale bandbreedte dan wordt dit gebied als onvoldoende beoordeeld. De eerste tankautospuit (basisbrandweereenheid, oftewel TS6) kan na een melding van gebouwbrand over het algemeen op tijd ter plaatse zijn. Wanneer de berekende prognose van de opkomsttijden naast de gewenste gebiedsgerichte opkomsttijden gelegd wordt, sluiten deze grotendeels op elkaar aan. De prognose van het dekkingspercentage op de DAG is 92,407o en in de Avond, Nacht en Weekend (ANW) 90,707o. Dat betekent dat de spreiding van kazernes en eenheden goed is. Wel is hierbij een verschil te zien tussen de DAG- en ANW-situatie. Dit kan worden verklaard doordat in de nachtelijke uren de uitruktijd iets hoger ligt. Daarnaast vindt op sommige posten dagdienstondersteuning plaats. Op zowel de DAG als in de ANW is de dekking van het categorie 1-gebied Hoekwierde, Kimwierde en Zandwierde in Almere, dat wordt gekenmerkt door portiekwoningen, onvoldoende. Samen met de 23 categorie 2-gebieden in de gemeente Almere (5), Dronten (13) en Noordoostpolder (5) en het categorie 3 landelijk gebied Zuidlob in Zeewolde waar de dekking eveneens onvoldoende is, zijn dit aandachtsgebieden.
De aandachtsgebieden zijn opgenomen in de aandachtsobjectenlijst, die verderop wordt toegelicht. In de regio wordt de wettelijke maximale opkomsttijd van 18 minuten bij een aantal objecten zowel op de DAG als in de ANW overschreden. De eigenaren van deze objecten worden van de overschrijding op de hoogte gesteld. Tevens worden deze objecten toegevoegd aan de aandachtsobjectenlijst die in aanmerking komen voor compenserende maatregelen. Daarnaast kunnen toekomstige ontwikkelingen op het gebied van bereikbaarheid impact hebben op de gerealiseerde opkomsttijden.
Figuur 22 - Indeling regio Flevoland in buurtcategorieën.
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Beoordeling van de operationele prestatie op capaciteit Op zowel op de DAG als in de ANW kan regionaal 5007o van de objecten met drie tankautospuiten binnen 18 minuten worden bediend. Van alle objecten kan 997o binnen 23 minuten met drie tankautospuiten worden bereikt. De extra benodigde tijd wordt veroorzaakt door de lage kazernedichtheid en de daardoor grote afstanden tussen de posten. In de gemeenten Lelystad, Urk en de Noordoostpolder kan 9907o binnen 20 minuten worden bereikt. De slagkracht in de regio is daarmee kwetsbaar bij incidenten die moeilijker te bereiken zijn of waarbij veel slagkracht noodzakelijk is.
Categorie
Cat 1
Capaciteit
Onder refe rentiewaarde (goed)
Tussen referentie waarde bandbreedte (voldoende)
Boven bandbreedte (onvoldoen de)
Aantal buurten
1e TS
4
7
1
12
2e TS
2
5
5
12
3e TS
2
0
10
12
1e TS
227
77
21
325
2e TS
285
33
7
325
1e TS
146
9
1
156
Cat 2
Beoordeling van de slagkrachtprestatie aan de hand van het beoogde landelijke beoordelingskader laat zien dat bij de meeste risicocategorie 1-gebieden de norm van drie tankautospuiten binnen 13 minuten ter plaatse niet wordt gehaald (10 van de 12 gebieden, zowel DAG als ANW). Omdat het beoordelingskader de komende tijd verder zal worden uitgewerkt, wordt dit op dit moment enkel ter indicatie meegenomen.
Tabel 5 - Landelijk beoogd beoordelingskader slagkracht DAG-situatie
Figuur 23 - Beoordeling gebieden op de factor snelheid (DAG).
Figuur 24 - Beoordeling gebieden op de factor snelheid (ANW).
Cat 3
Totaal aantal buurten
493
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Categorie
Cat 1
Cat 2 Cat 3
Capaciteit
Onder referentie waarde (goed)
Tussen referentie waarde bandbreedte (voldoende)
Boven bandbreedte (onvoldoen de)
Aantal buurten
1e TS
3
8
1
12
2e TS
1
6
5
12
3e TS
2
0
10
12
1e TS
216
86
23
325
2e TS
278
40
7
325
1e TS
144
11
1
156
Totaal aantal buurten
Op de mogelijke effecten van taakdifferentiatie (verplicht karakter) op de paraatheid wordt reeds ingespeeld door de gekazerneerde vrijwilligheid fasegewijs af te bouwen en om te zetten in beroepsbezetting. Om de continuïteit van de brandweerzorg ook bij lage paraatheid te kunnen garanderen zijn binnen Brandweer Flevoland maatregelen genomen. Enkele posten zijn aangemerkt als continuïteitsposten, die met behulp van vang netten als dagdienstondersteuning ook bij lage paraatheid in dienst blijven. Beoordeling van de operationele prestatie op werkdruk De werkdruk van de basisbrandweerzorg is weergegeven in het aantal alarmeringen van de tankautospuiten per post in onderstaande tabel.
493
Tabel 6 - Landelijk beoogd beoordelingskader slagkracht in de ANW-situatie
Kazerne
TS 2022
TS 2023
Gemiddeld perjaar
Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) De regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan de landelijke afspraken over Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) en het landelijke slagkrachtprofiel. In de samenstelling van de GBOeenheden (pelotons) is rekening gehouden met een logische spreiding van mensen en materieel, zodat er voldoende restdekking gewaarborgd blijft. Door de verminderde beschikbaarheid van vrijwilligers is de restdekking en de continuïteit bij dit soort inzetten wel kwetsbaar.
Almere Buiten
531
564
548
Almere Stad/Poort
663
609
636
Almere Veluwsekant
855
1038
947
Biddinghuizen
84
106
95
Creil
33
39
36
Dronten
231
234
233
Emmeloord
178
221
200
Beoordeling van de operationele prestatie op paraatheid De beschikbaarheid van de eerstelijnseenheden is nog niet op alle posten op het gewenste niveau. Om hier snel op te kunnen anticiperen zijn onlangs slimme pagers geïntroduceerd, waardoor de meldkamer snel zicht heeft op onderbezetting. Hierdoor kan snel een beroep worden gedaan op een naburige kazerne, waarvan de tankautospuiten ter vervanging in elkaars verzorgingsgebieden kunnen optreden. De nadelige effecten bij gelijktijdige incidenten worden geminimaliseerd door op kazernes met een grotere geografische afstand tot een andere kazerne meerdere eenheden beschikbaar te hebben. Het netwerk van kazernes en het positioneren van meerdere basiseenheden op sommige posten is ook van belang om voldoende restdekking te behouden. Wel behoeft de vitaliteit van de posten en de beschikbaarheid van vrijwilligers continue aandacht.
Ens
57
42
50
Lelystad
1014
1000
1007
Marknesse
68
65
67
Nagele
54
59
57
Rutten
65
52
59
Swifterbant
44
45
45
Urk
184
190
187
Zeewolde
196
149
173
4257
4413
4335
Totaal
Tabel 7 - Aantal alarmeringen van tankautospuit per post over de periode 2022-2023.
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
De werkdruk sluit aan bij de huidige regionale organisatievorm van een beroepskazerne en vrijwillige kazernes. Dat wil zeggen dat er in het gebied met een hoge incidentfrequentie een beroepskazerne staat, dat in gebieden met een middelhoge frequentie de vrijwillige (continuïteit) kazernes Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde beschikken over vangnetten om de bezetting te garanderen en dat in de gebieden met lage incidentfrequentie kazernes met alleen een vrijwillige bezetting staan.
Aandachtspuntenlijst De Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen hanteert een aandachtspuntenlijst voor gebieden en aandachtsobjecten waar de operationele prestatie van de brandweer niet optimaal is. In zo'n geval is de opkomsttijd te hoog (buiten de bandbreedte), de capaciteit onvoldoende, de paraatheid te laag of de werkdruk niet in balans. Aandachtsgebieden Voor de volgende gebieden in de regio Flevoland is de operationele prestatie niet optimaal. Hierbij wordt opgemerkt dat in dit dekkingsplan de landelijk vastgestelde methodiek is gevolgd. Deze wijkt enigszins af van de methodiek die in het vorige dekkingsplan is gebruikt. Dit is met name het geval bij portiekwoningen. Ten opzichte van het vorige dekkingsplan is een daling van het aantal aandachtsgebieden te zien van 54 naar 25 aandachtsgebieden. Deze verbetering is te zien in Almere, Dronten, Emmeloord en Lelystad. Gemeente Almere In de gemeente Almere wordt in het categorie - gebied Hoekwierde, Kimwierde en Zandwierde, dat wordt gekenmerkt door portiekwoningen, de opkomsttijd niet gehaald. Verder wordt de opkomsttijd ook in de categorie 2-gebieden Oostvaardersbuurt Noord, Seizoenenbuurt Zuid, Stripheldenbuurt Midden-West en Zuid en de Sieradenbuurt niet gehaald.
Reden hiervoor is de samengestelde basisbrandweereenheid, waarbij de tweede eenheid afkomstig is van een naburige post en dus een langere rijtijd kent. In deze gebieden is wel een TS4 binnen de bandbreedte ter plaatse.
Gemeente Dronten In de gemeente Dronten wordt in 11 gebieden op de DAG en in de ANW de bandbreedte niet gehaald (Oud-Biddinghuizen, Oud-Biddinghuizen Buiten, Centrum Biddinghuizen, De Kaai, De Baan, Bremerpark, Oldebroekerweg, Kampbuurt, Oud-Swifterbant, Spelbuurt en Bloemenbuurt) en in twee gebieden is dit enkel het geval in de ANW (Ketelhaven en centrum Swifterbant). Dat komt door de beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers, waardoor op sommige posten wordt uitgerukt met een TS4. In dat geval zijn twee eenheden nodig. Daarbij wordt de opkomsttijd van de tweede eenheid geteld, die een langere aanrijtijd heeft. Indien er voldoende beschikbare vrijwilligers zijn wordt uitgerukt met een volledige basiseenheid (TS6), waardoor de opkomsttijd van de eerste eenheid kan worden geteld en er vrijwel geen overschrijding plaatsvindt. Gemeente Noordoostpolder In de gemeente Noordoostpolder wordt in 5 gebieden de bandbreedte overschreden. Dit zijn de gebieden Marknesse-woonkern, Ens-woonkern, Nagele-woonkern, Espel-woonkern en Espel- bedrijventerrein. Ook in deze gemeente wordt op een aantal posten vanwege de beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers, uitgerukt met een TS4 en wordt voor het ter plaatse zijn van een volledige basiseenheid de opkomsttijd van de tweede tankautospuit gerekend.
Indien er voldoende beschikbare vrijwilligers zijn wordt uitgerukt met een volledige basiseenheid, waardoor de opkomsttijd van de eerste eenheid kan worden geteld en er geen overschrijding plaatsvindt. Gemeente Zeewolde Het risicocategorie 3-gebied Zuidlob in de gemeente Zeewolde is een voornamelijk landelijk gebied, waar ook recreatie plaatsvindt. Gezien de geografische afstand, van met name het vakantiepark de Eemhof, tot de dichtstbijzijnde kazerne wordt hier de bandbreedte van 18 minuten overschreden. Aandachtsobjecten Aandachtsobjecten verdienen een afzonderlijke beoordeling. Dit zijn categorie 1-objecten met een opkomsttijd buiten de bandbreedte, dus
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
een opkomsttijd hoger dan tien minuten. Dit ongeacht welke categorie het gebied heeft waar het object in ligt. In de regio Flevoland staan 14.110 portiekwoningen. De regio kent verder 3784 hoogbouwobjecten boven 20 meter, 166 gebouwen voor verminderdzelfredzamen en drie objecten met een celfunctie. Op de onderstaande kaartjes worden de aandachtsobjecten voor respectievelijk de DAG- en ANW-situatie weergegeven. Bij deze objecten wordt de opkomsttijd van 10 minuten overschreden. Het aantal aandachtsobjecten is in de ANW (5564) groter dan op de DAG (4332). Concentraties van overschrijdingen zijn zowel in de ANW als op de DAG vooral waar te nemen in de gemeenten Almere en Dronten. Het overgrote deel (7607o) van de aandachtsobjecten betreft portiekwoningen.
Kinderdagverblijven In regio Flevoland worden kinderdagverblijven beschouwd als objecten met verminderd-zelfredzamen, gelijk aan de landelijke lijn en de bouwregelgeving. In de uniforme methodiek worden kinderdagverblijven niet meegenomen in de berekening. Een lijst met kinderdagverblijven waarbij de opkomsttijd van 10 minuten op de DAG (174)wordt overschreden wordt daarom toegevoegd aan de aandachtsobjecten, waardoor deze objecten wel de nodige aandacht krijgen. De aandachtsobjecten op de aandachtspuntenlijst vormen input voor de risicogerichte benadering van Brandweer Flevoland, waarop compenserende maatregelen worden gericht. Waar mogelijk wordt de aandachtspuntenlijst gebruikt om risicogericht te oefenen. De volledige lijst wordt in het uitvoeringsplan opgenomen.
DAG Aandachtsobject met opkomsttijd > 10 minuten -
Almere [2879]
*
Dronten [558]
*
Lelystad [98]
*
Noordoostpolder [454]
*
Urk [112]
* Zeewolde [231] CĴ Gemeente
Figuur 25 - Aandachtsobjecten in de DAG-situatie
Figuur 26 - Aandachtsobjecten in de ANW-situatie
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Conclusie De eerste basisbrandweereenheid kan na een melding van een gebouwbrand over het algemeen op tijd ter plaatse zijn. Het aantal aandachtsgebieden is daarbij ten opzichte van het vorige dekkingsplan afgenomen. De grote geografische afstanden en de lage kazernedichtheid maken dat de regio wel kwetsbaar is bij incidenten die moeilijker bereikbaar zijn of waarbij veel slagkracht noodzakelijk is. De dekking kan gunstiger uitpakken als de beschikbaarheid van de medewerkers groter is, waardoor met een volledige basiseenheid kan worden uitgerukt. De beschikbaarheid van medewerkers, beroeps en vrijwilligers, behoeft daarbij aandacht om de continuïteit van brandweerzorg te kunnen garanderen. De grote (bouw)ontwikkelingen en stijgende bevolkingsgroei in de regio, waarvan de stijgende werkdruk nu al is waar te nemen, benadrukt daarbij de noodzaak om als brandweer hierop te anticiperen om de dekking in de regio voldoende te kunnen garanderen. Maatregelen Om de repressieve dekking op sommige punten te kunnen verbeteren zet de brandweer samen met de lokale bestuurder in op de vitaliteit van de posten. De transitie van gekazerneerde vrijwilligheid naar beroepspersoneel is daarbij in het kader van het verplichtend karakter noodzakelijk, om de huidige kwaliteit te kunnen behouden.
Monitoring van en sturing op bezetting (werving), leeftijdsopbouw en beschikbaarheid is onmisbaar om tijdig te kunnen anticiperen op een dalende dekking, om de continuïteit van brandweerzorg te kunnen garanderen. Vangnetten als dagdienstondersteuning worden daarbij ontwikkeld om een tijdelijke lage beschikbaarheid te kunnen opvangen. Daarnaast zet de brandweer extra of gerichte maatregelen vanuit de brandweer in, om in situaties waarbij de repressieve dekking volgens het dekkingsplan onvoldoende is, toch een gelijkwaardig veiligheidsniveau voor inwoners te realiseren. De meest eenvoudige maatregel is het schriftelijk informeren van de gebruikers van een pand, dat de opkomsttijd van de brandweer in hun situatie niet gehaald kan worden. Aanvullende maatregelen zijn bijvoorbeeld voorlichtingen en woningbezoeken, waarmee de bewustwording over brandveiligheid vergroot wordt en de
zelfredzaamheid verhoogd. De uitwerking van deze maatregelen is te vinden in Bijlage 4. Waar mogelijk wordt de aandachtsobjectenlijst ook gebruikt voor het risicogericht oefenen en het opstellen van planvorming. Door het beschikbaar hebben van tekeningen en door te oefenen in speciaal daarvoor geselecteerde objecten kan de lokale bekendheid met het pand worden vergroot. Daardoor kan de voorbereidingstijd bij een incident worden verkort. Om de dekking ook in de toekomst te kunnen blijven garanderen, worden de ontwikkelingen op het gebied van bouwen en de bevolkingsgroei in de regio op de voet gevolgd en de impact daarvan voor de brandweer berekend. Om met deze ontwikkelingen het veiligheidsniveau voor de inwoners gelijkwaardig te houden, zou het nodig kunnen zijn om maatregelen te treffen. Afhankelijk van de beoogde locatie zou bijvoorbeeld een extra kazerne een positief effect kunnen hebben op de dekking en de slagkracht. Hierover vindt periodiek overleg met het bestuur plaats.
3.2
Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig
Het redvoertuig wordt binnen Brandweer Flevoland ingezet voor het blussen en redden op hoogte. De inzet van het redvoertuig is vraaggericht en niet hard gekoppeld aan specifieke objecten. Naast de brandweertaken wordt het redvoertuig ook op verzoek van de ambulancedienst ingezet om patiënten uit een woning naar beneden te hijsen, zodat zij met de ambulance kunnen worden vervoerd. Risico-inventarisatie De inzet van het redvoertuig is van groot belang bij portiekwoningen en hoogbouw. Bovendien kan het bij ieder object waarbij het blussen of redden op hoogte noodzakelijk is van toegevoegde waarde zijn. In de onderstaande risico-inventarisatie wordt weergegeven hoe de plaatsing van de redvoertuigen zich verhoudt tot de bevolkingsdichtheid. Daarbij worden de incidenten waarvoor een redvoertuig is uitgerukt weergegeven in een incidentenheatmap.
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
De redvoertuigen zijn, zeker met de komst van het nieuwe redvoertuig in Emmeloord, gunstig gepositioneerd ten opzichte van de bevolkingsdichtheid en de gebieden waarin de meeste portiekflats en hoogbouw zijn gesitueerd. Dit blijkt ook uit de incidentenheatmap die dit gebied overlapt.
Categorie
Cat 1
Beoordeling op snelheid Het redvoertuig kan bij 8307o van de objecten in de regio binnen 18 minuten ter plaatse zijn en vrijwel alle objecten kunnen binnen 22 minuten worden bereikt. Hiermee wordt voldaan aan de regionale norm van 30 minuten. Beoordeling op capaciteit Beoordeling aan de hand van het landelijke beoogde beoordelingskader slagkracht voor het redvoertuig laat zien dat op zowel de DAG als in de ANW negen van de twaalf gebieden binnen 10 minuten met een redvoertuig kunnen worden bereikt. Het gebied Duin-Zuid in Almere wordt binnen 11 minuten bereikt en de gebieden Urk-Kom op Urk en Hanzegebied in Dronten kunnen binnen 20 minuten worden bereikt.
Voertuig
Onder referentie waarde (goed)
Tussen referentiewaarde-bandbreedte (voldoende)
Boven refe rentiewaar de (onvol doende)
Aantal buurten
RV
4
5
3
12
Tabel 8 - Landelijke beoogde beoordelingskader slagkracht redvoertuig
Beoordeling op paraatheid De beschikbaarheid van de redvoertuigen ligt onder het streefpercentage voor de eerstelijnsvoertuigen op continuïteitposten. Dit komt vooral door de materiële paraatheid (onderhoud/defect). Het redvoertuig in Almere wordt soms (0,307o) buiten dienst gezet vanwege onderbezetting. De nadelige effecten van de buitendienststellingen kunnen wegens de grote afstanden in de regio lastig worden geminimaliseerd door een ander redvoertuig in de regio. Daardoor kan het betreffende verzorgingsgebied niet door een andere kazerne in de regio worden overgenomen. Bij buitendienststelling wordt de opkomsttijd in het gebied dan ook beduidend hoger. Kazerne
% paraat
Almere Veluwsekant
84,7507o
Lelystad
93,3607o
Emmeloord Regio
89,107o
Tabel 9 - Paraatheid redvoertuig in 2023
ao
Gelijktijdigheid De kans op gelijktijdige incidenten in de regio Flevoland is relatief klein, maar wel aanwezig. Dit zal met de bouwontwikkelingen in met name Almere verder toenemen. Bij een gelijktijdig incident of het niet paraat zijn van een redvoertuig kan een beroep worden gedaan op interregionale bijstand, waarbij een redvoertuig uit een andere regio ter plaatse kan komen. De opkomsttijd wordt dan vanwege de grotere afstanden wel beduidend hoger.
Figuur 27 - Risico-inventarisatie en plaatsing redvoertuigen Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Beoordeling op werkdruk De werkdruk voor het redvoertuig laat zien dat in zowel Almere als Lelystad het redvoertuig veelvuldig wordt ingezet. De werkdruk is passend bij een beroepspost. De werkdruk van de vrijwilligerspost in Emmeloord is gezien de recente plaatsing van het voertuig nog niet inzichtelijk, maar wordt geschat op 50 inzetten per jaar. Kazerne
2022
2023
Gemiddeld
Almere Veluwsekant
276
256
266
Lelystad
278
287
283
-
-
-
554
543
549
Emmeloord Totaal
Tabel 10 - Aantal alarmeringen van het redvoertuig in de periode 2022-2023
ambulancedienst valt daaronder. Daarnaast rukt de brandweer steeds vaker uit voor een reanimatie. Het hulpverleningsvoertuig wordt met name ingezet bij ernstige ongevallen of beknellingen. Brandweer Flevoland beschikt over twee hulpverleningsvoertuigen, die gestationeerd zijn op de posten Almere Poort en Dronten. Het hulpverleningsvoertuig van Almere Poort wordt vanaf begin 2025 op de kazerne Almere Buiten gestationeerd en is al zodanig meegenomen in de berekeningen. Risico-inventarisatie Ongevallen waarbij een hulpverleningsvoertuig wordt ingezet vinden met name plaats op A- en N-wegen en bij spoorwegen. In de onderstaande risico-inventarisatie zijn deze risico's in rood aangegeven. Verder zijn daarbij de ongevallen (2021-2023) in donkerblauwe stippen en een blauwe heatmap weergegeven.
Conclusie Met de drie redvoertuigen in de regio is de dekking voor het redden en blussen op hoogte voldoende en wordt voldaan aan de landelijke norm. De positionering van de redvoertuigen ten opzichte van de portiekflats en hoogbouw is daarbij goed. De werkdruk van de redvoertuigen is hoog en past bij een beroepspost. De paraatheid van de redvoertuigen vormt een belangrijk punt van aandacht om de inzet van het redvoertuig te kunnen garanderen, zeker vanwege de grote afstanden in de regio, waardoor het verzorgingsgebied niet door een ander regionaal redvoertuig kan worden bediend. I De hogere kans op gelijktijdigheid, die gepaard zal gaan met de bouwontwikkelingen in de regio (Almere) kan op termijn ertoe leiden om tot de aanschaf van een extra redvoertuig over te gaan. Hiermee kan dan tevens de beschikbaarheid van een redvoertuig beter worden gegarandeerd.
3.3
Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening
Een steeds groter deel van de werklast van de brandweer bestaat uit hulpverlening. Het gaat hierbij om technische hulpverlening bij verkeersongevallen en hulpverlening bij storm of wateroverlast. Ook hulp aan andere hulpdiensten, zoals het afhijsen van patiënten voor de
Figuur 28 - Risico-inventarisatie ongevallen en concentraties incidenten 2021-2023
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Uit dit beeld komt naar voren dat ongevallen plaatsvinden in of nabij de aangemerkte risicogebieden. Daarnaast vinden ook ongevallen op kleinere wegen in dichter bevolkte gebieden plaats waarbij de inzet van een hulpverleningsvoertuig gewenst kan zijn. Dit is met name in Almere en Lelystad. Beoordeling op snelheid Met twee hulpverleningsvoertuigen kan grotendeels aan de regionale kwaliteitseis van 30 minuten worden voldaan die Brandweer Flevoland voor het hulpverleningsvoertuig heeft vastgesteld (zie ook 2.2 Snelheid). In delen van de gemeente Noordoostpolder wordt de normtijd van 30 minuten overschreden. Met name de snelweg A6 vormt daar een risico. Een betere spreiding kan worden gerealiseerd door een hulpverleningsvoertuig noordelijker te plaatsen. Gezien de beperkte mogelijkheden in de beoogde kazerne is dit echter vooralsnog niet mogelijk. Beoordeling op capaciteit Gezien de geografische afstanden en de werkdruk is de capaciteit voldoende om aan de normtijd te kunnen voldoen. De tankautospuiten beschikken daarbij over een hoger handelingsperspectief dan in de landelijke handreiking is voorgeschreven. Hiermee kan de tijd totdat een hulpverleningsvoertuig aanwezig is voldoende worden overbrugd. Beoordeling op paraatheid Op beide posten is het hulpverleningsvoertuig vanwege onderhoud regelmatig buiten dienst gesteld.
Op post Almere Poort kwam dit redelijk vaak voor en zorgde dit samen met een aantal momenten dat er een tekort aan personeel was voor een lagere paraatheid. Bij onvoldoende beschikbare medewerkers wordt het hulpverleningsvoertuig regelmatig op post Almere Veluwsekant gestationeerd, waar het door springbemanning wordt bemenst. Beperkte beschikbaarheid is door de grote afstanden binnen de regio lastig op te vangen door een andere post in de regio en daarmee extra kwetsbaar.
Gelijktijdigheid De kans op gelijktijdige incidenten in de regio Flevoland is relatief klein en is het hoogst op de posten in Almere en op post Lelystad. Bij een gelijktijdig incident of het niet paraat zijn van een hulpverleningsvoertuig kan een beroep worden gedaan op interregionale bijstand, waarbij een hulpverleningsvoertuig uit een andere regio ter plaatse komt. Door de grotere afstanden wordt de opkomsttijd dan wel aanzienlijk verhoogd. Beoordeling op werkdruk Kazerne
2022
2023
Gemiddeld
Almere Poort Z Veluwsekant
90
62
76
Dronten
54
38
46
Totaal
144
100
122
Tabel 12 - Aantal alarmeringen hulpverleningsvoertuigen in de periode 2022-2023 Het hulpverleningsvoertuig op post Almere Poort wordt gemiddeld 76 keer per jaar gealarmeerd. Het hulpverleningsvoertuig in Dronten wordt gemiddeld 46 keer per jaar gealarmeerd. De verdeling van de werkdruk voor het hulpverleningsvoertuig is dan ook: Almere Poort/Veluwsekant (6207o) en Dronten (3807o). Conclusie De twee hulpverleningsvoertuigen zijn ten opzichte van de risico's goed gepositioneerd. De dekking in de Noordoostpolder (en dan met name de snelweg A6) blijft wel een risico. De paraatheid is daarbij punt van aandacht en kwetsbaar. De werkdrukverdeling past bij de organisatieinrichting, waarbij de grootste werkdruk bij de beroepspost ligt.
3.4 Kazerne
% paraat
Almere Poort
88,507o
Dronten
96,307o
Tabel 11 - Paraatheid hulpverleningsvoertuigen in 2023
Beoordeling operationele prestatie bij waterongevallen
Brandweer Flevoland is door het bestuur aangewezen als verantwoordelijke voor de hulpverlening in en op binnendijkse wateren in de regio. De incidenten op buitendijkse wateren (IJsselmeer, Markermeer, Ketelmeer, Drontermeer, Veluwemeer, Wolderwijd, Nijkerkernauw, Eemmeer, Gooimeer en het IJmeer) worden bestreden op basis van de afspraken die zijn vastgelegd in de SAMIJ-regeling en vallen buiten dit Vastgesteld op 4 december 2024
s
Dekkingsplan 2025-2028
dekkingsplan. De kustwacht is voor dit gebied procesverantwoordelijke, met uitzondering van de havengebieden.
meter van kant of boot, worden de duikteams ingezet. De duikteams zijn gestationeerd in Almere, Lelystad en op Urk.
Binnen de SAMIJ-regeling zijn de posten Lelystad, Urk en Zeewolde verantwoordelijk voor de brandweertaken op delen van de buitendijkse wateren die binnen de regiogrens vallen. Hierbij wordt de brandweer in Lelystad en Urk ondersteund door de KNRM. Afspraken hierover zijn vastgelegd in de zogenaamde opstapregeling. Daarnaast kan volgens de SAMIJ-regeling onder strikte voorwaarden ook het duikteam van de brandweer op de randmeren worden ingezet.
Bij ongevallen op (binnendijks) groter water (plas of vaart) wordt ter ondersteuning van de brandweertaken een boot ingezet. Deze boten zijn gestationeerd in Almere Veluwsekant, Lelystad en Zeewolde. De boten uit Almere en Lelystad worden ook gebruikt om aan de afspraken met de Nationale Reddingsvloot (NRV) te voldoen. De boot in Zeewolde is ook geschikt voor buitendijks water en wordt voor de Kustwacht buitendijks ingezet voor de Search & Rescue taken.
De basisbrandweereenheid is conform art 3.1.2 Bvr in staat ondersteuning te verlenen bij waterongevallen en kan een grijpredding uitvoeren tot 15 meter van de wal of boot, met een maximale waterdiepte van 1,5 meter. Voor oppervlakteredding tot 200 meter van de wal of boot en voor duikredding met een duikdiepte tot 15 meter, vanaf maximaal 50
Risico-inventarisatie Regio Flevoland bestaat voor 4207o uit water. Hiervan wordt een groot deel gevormd door buitendijks water, voornamelijk het IJsselmeer en het Markermeer. De watergebieden in de dichtbevolkte gebieden vormen het risicogebied voor binnendijkse waterongevallen. Vooral in Almere, Lelystad en Zeewolde zijn veel waterpartijen in het woongebied. Daar is de kans op een waterongeval relatief groot. In mindere maten zien we dit ook op Urk, in Dronten en in Emmeloord. In de risico-inventarisatie waterongevallen (WO) wordt de regio ingedeeld in gebieden die aan de hand van de risico's zijn geclassificeerd. Afhankelijk van de waterdichtheid en bevolkingsdichtheid in dit gebied krijgt het gebied de classificatie weinig of geen risico, laag risico, (gemiddeld) risico of hoog risico. Ter controle van de indeling van deze risicogebieden is de onderstaande heatmap op het kaartje geprojecteerd. Dat laat de waterongevallen van de laatste drie jaar zien, waarbij de brandweer is gealarmeerd. De waterongevallen die in de regio buitendijks door de kustwacht worden afgehandeld zijn hierin niet opgenomen.
•Q Brandweerduikers
Beoordeling snelheid Voor waterongevallen wordt voldaan aan de landelijke en regionale kwaliteitseisen die hiervoor zijn vastgesteld. Zo kan de tankautospuit over het algemeen in de hele regio een eerste grijpredding uitvoeren binnen 15 minuten. De gunstig gepositioneerde boten en duikteams kunnen gezien de ligging ten opzichte van het grotere water binnen 30 minuten bij de
Figuur 29 - Risico-inventarisatie waterongevallen en concentraties incidenten 2021-2023
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
opstapplaats aanwezig zijn of een oppervlakteredding uitvoeren. In de randgebieden wordt interregionaal samengewerkt, zodat de snelste hulp in en op het water kan worden verleend.
Brandweerhulpboten
Beoordeling capaciteit Met de basisgrijpredding door de tankautospuiten, de drie regionale duik teams en de drie boten om de brandweertaken te ondersteunen, is in de regio voldoende slagkracht om de risico's op waterongevallen af te dekken.
Almere Veluwsekant
84,47
Lelystad
99,147
Zeewolde
97,547
Kazerne
% paraat
Tabel 14 - Paraatheid brandweerhulpboten in 2023
Beoordeling paraatheid Om de brandweertaken bij waterongevallen te kunnen garanderen dient de paraatheid voor deze eenheden op orde te zijn. Het duikteam is daarbij aangemerkt als onmisbaar voor de continuïteit van de incidentbestrijding bij waterongevallen. De vereiste paraatheid van het duikteam is daarom ook vastgesteld op 10007o. De daadwerkelijke paraatheid ligt net iets lager. Bij onvoldoende paraatheid of gelijktijdige incidenten kan worden teruggevallen op een ander duikteam in de regio. Bij gelijktijdigheid met incidenten die niet op of in het water gebeuren, wordt het andere incident door een andere post overgenomen.
Duikteams
Kazerne
% paraat
Almere Poort
99,9807o
Lelystad
99,2507o
Urk
94,947
Tabel 13 - Paraatheid duikteams in 2023
Om het incident te kunnen bereiken op plassen en vaarten is soms een boot noodzakelijk. Het streefpercentage paraatheid voor de boot op de posten is op 10007o gesteld. Het daadwerkelijke percentage paraatheid ligt iets lager. Dit komt voornamelijk door onderhoud. Op post Almere Veluwsekant wordt de boot soms ook buiten dienst gezet vanwege onderbezetting. Bij lage paraatheid of gelijktijdigheid kan gebruik worden gemaakt van een andere boot in de regio.
Beoordeling werkdruk De werkdruk van het duikteams en de boten is weergegeven in de onderstaande tabellen.
Duikteams Kazerne
2022
2023
Gemiddeld
Almere Poort /Stad
62
38
50
Lelystad
89
78
84
Urk
35
37
36
Totaal
186
153
170
Tabel 15 - Aantal alarmeringen van het duikteam in de periode 2022-2023
Brandweerhulpboten Kazerne
2022
2023
Gemiddeld
Almere Poort / Veluwsekant/Stad
11
4
8
Lelystad
6
3
5
Zeewolde
15
17
16
Totaal
32
24
29
Tabel 16 - Aantal alarmeringen van de brandweerhulpboten in de periode 2022-2023
De werkdruk van de duikteams passen bij een beroepspost. De boot wordt bij de inzet van een duikteam relatief weinig ingezet. Voor de Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
binnendijkse risico's op waterongevallen wordt bij incidenten door het duikteam meestal ingezet met een oppervlakteredding of duikredding van de kant. Daarnaast stapt het duikteam buitendijks regelmatig op bij een KNRM-boot. Conclusie Brandweer Flevoland is goed voorbereid op waterongevallen in de regio en kan overal in de regio snel ter plaatse zijn voor een basisgrijpredding. In de risicogebieden zijn daarnaast boten en duikteams gestationeerd, waarmee snel ter plaatse kan worden gekomen. De slagkracht is met deze eenheden toereikend voor het aantal incidenten en de risico's in de regio. De werkdruk van de duikteams is passend bij de organisatieinrichting.
3.5 Beoordeling operationele prestatie bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen De bestrijding van incidenten met gevaarlijke stoffen is een taak van de brandweer (art. 25 WVr), waarvan de uitwerking is vastgelegd in hoofdstuk 4 van het Besluit veiligheidsregio's (Bvr). Hoofdtaak bij de incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) is het redden, het stabiliseren en het schoonmaken. Vaak voorkomende incidenten worden daarbij standaard door de eigen regio afgehandeld. Minder vaak voorkomende incidenten, met behoefte aan specialistische inzet, zijn interregionaal georganiseerd. Voor bijzondere incidenten die zeer beperkt voorkomen kan een beroep worden gedaan op landelijke specialismen. In de regio Flevoland kunnen de meest voorkomende scenario's worden beschouwd als standaardscenario. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat deze vallen onder de basisbrandweertaak. Dit moet daarom door iedere basisbrandweereenheid afgehandeld kunnen worden, al dan niet met ondersteuning van een Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS). Onze regio beschikt zelf niet over een AGS, maar kan hiervoor een beroep doen op Veiligheidsregio Utrecht waarmee een convenant is afgesloten. Ook kan een verzoek om bijstand aan een buurregio worden gedaan.
Aanvullend hierop kunnen verkenningseenheden worden ingezet, voor het monitoren en meten van de verspreiding van gevaarlijke stoffen. De verkenningseenheden worden in samenwerking met Brandweer Gooi en Vechtstreek geleverd. In de regio Flevoland is een verkenningseenheid op post Ens gestationeerd en wordt een tweede eenheid op post Zeewolde voorzien. Bij een inzet worden de verkenningseenheden aangestuurd door de coördinator verkenningseenheden (CVE), die net als de AGS wordt geleverd door Veiligheidsregio Utrecht. Bij een lekkage van een gevaarlijke stof kan, indien nodig, een schuimvormende middelen eenheid worden ingezet om de vloeistofplas af te dekken. Deze eenheid is gestationeerd op de post Lelystad en zal in de nabije toekomst worden vervangen door een eenheid die voor schuimblussing en watervoorziening kan worden ingezet. Voor het schoonmaken van personen zal de regio op korte termijn beschikken over een voorziening die deze taak uit kan voeren. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van de landelijke gespecialiseerde gaspakkenteams en van de landelijke Grootschalige Ontsmettingseenheid (GOE) voor het schoonmaken van meer dan 10 personen. Risico-inventarisatie In de onderstaande risico-inventarisatie zijn de risico's op incidenten met gevaarlijke stoffen weergegeven.
De risicogebieden worden daarbij bepaald door de bevolkingsdichtheid en de aanwezigheid van een gevaarlijke stof. Op grond van deze risico's en de realistische scenario's die hierop zijn toegepast is bepaald welke incidenten zich kunnen voordoen. De operationele sterkte voor het bestrijden van incidenten met gevaarlijke stoffen is afgestemd op situaties met hoog en met midden risico. Hiermee worden tegelijkertijd ook de beperkte risico's afgedekt. Met het oog op de leesbaarheid is ervoor gekozen om de beperkte risico's niet weer te geven in de risico-inventarisatie.
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Veel gevaarlijke stoffen Eén of meerdere bedrijven, gevaarlijke stoffen in grote hoeveelheid (BRZO of PGS opslag, s-10 ton) en/of transportroutes opgenomen in het basisnet.
Gevaarlijke stoffen Een bedrijf met gevaarlijke stoffen of transportroutes waar transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
Incidentele aanwezigheid of transport van gevaarlijke stoffen
Stedelijke ligging
Industriële ligging
Landelijke ligging
m
m
m
Hoog risico
Midden risico
Midden risico
m
m
Midden risico
Midden risico
Beperkt risico
Beperkt risico
Beperkt risico
m Midden risico
Tabel 17 - Omschrijving risicogebied. Bron: Handreiking regionale inventarisatie Risicobronnen IBGS versie 2.0 - Vakgroep IBGS
Figuur 30 - Risico-inventarisatie gevaarlijke stoffen
De voornaamste aangemerkte risico's in regio Flevoland zijn: het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water, transport via buisleidingen, stationaire inrichtingen en opslagplaatsen van gevaarlijke stoffen. Daarnaast kent de regio drie bedrijven die onder het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) vallen. Bedrijven die daaronder vallen zijn bedrijven die met veel gevaarlijke stoffen werken. De energietransitie brengt daarnaast nieuwe risico's met zich mee, zoals bijvoorbeeld elektriciteit opslagsystemen (EOS) en waterstof (H2). Door het ontbreken van een regelgevend kader kunnen deze laatste locaties nog onvoldoende in kaart worden gebracht. De brandweer heeft enkel zicht op locaties waarop zij heeft geadviseerd.
Dronten en de binnenvaartroute door de Houtribsluizen in Lelystad. Deze routes zijn allen aangewezen als Basisnetroute.
In Flevoland zijn meerdere hoog- en middenrisicogebieden aanwezig. De hoogrisicogebieden zijn stedelijke gebieden waarin transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het gaat hierbij dan vooral om de snelweg A6 langs Almere en Lelystad, de spoorroute door Almere, Lelystad en
Er zijn in stedelijke gebieden in de regio Flevoland geen inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Deze zouden eveneens worden aangemerkt als hoogrisicogebied. Dergelijke inrichtingen hebben in Flevoland een landelijke of industriële ligging en zijn daarom aangemerkt als midden risicogebieden. Beoordeling snelheid Met het vaststellen van het dekkingsplan in 2019 heeft het bestuur van de Veiligheidsregio Flevoland ingestemd met de doorontwikkeling van de incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) conform de landelijke visie IBGS. Hiermee wordt, tot de aanpassing van de wet, afgeweken van de opkomsttijden zoals vastgelegd in het Besluit veiligheidsregio's. De opkomsttijden worden op basis van het risicoprofiel bepaald. Deze
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
vooralsnog landelijke richtinggevende tijden worden per eenheid weergegeven in onderstaande tabel. De eerste tankautospuit kan in vrijwel de hele regio binnen 18 minuten aanwezig zijn om te starten met redden, stabiliseren en schoonmaken. De verkenningseenheid vanuit post Ens kan in alle hoog- en middenrisicogebieden in het noordelijke deel van de regio Flevoland binnen 30 minuten ter plaatse zijn. Door de samenwerking met post Huizen kunnen ook de hoog- en middenrisicogebieden in het zuidelijke deel van de regio worden afgedekt. De hoog- en middenrisicogebieden in het midden van de regio worden met de komst van de verkenningseenheid op post Zeewolde ook gedekt. Hiermee wordt voldaan aan de wetgeving en het richtinggevende kader. De adviseur gevaarlijke stoffen (AGS) komt op basis van de dienstverleningsovereenkomst uit Veiligheidsregio Utrecht. De opkomsttijd van de AGS naar de inzetlocatie is vastgesteld op maximaal 60 minuten. Ter plaatse komen van de AGS is niet altijd nodig; veel advisering vindt ook plaats op afstand. Figuur 31 - Opkomsttijd Verkenningseenheid
Eenheden IBGS-organisatie
Tankautospuit
Visie IBGS (Eis)
Sterkte hoog risico (richtinggevend)
Sterkte midden risico (richtinggevend)
Sterkte beperkt risico (richtinggevend)
30 min
30 min
60 min
120 min
18 min
30 min
60 min
18 min
Basis Ontsmettingseenheid Schuimvormende middelen eenheid
VR/BVR (Eis)
60 min
Adviseur Gevaarlijke Stoffen-Veld
30/60 min
30 min
30 min
60 min
Adviseur Gevaarlijke Stoffen-OT
30 min
30 min
30 min
30 min
Coördinator Verkenningseenheden
30 min 18/30 min
30/60 min
30/60 min
Verkenningseenheid
30/60 min
Tabel 18 - Richtinggevend kader. Bron: Landelijke handreiking IBGS
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
gevaarlijke stoffen en de coördinator verkenningseenheden (CVE). Als de AGS reeds is ingezet kan een beroep worden gedaan op de tweede AGS (piket) van de VRU. Als deze ook niet beschikbaar is, kan bijstand worden gevraagd aan een andere naastgelegen regio. Met de SVM-eenheid in de regio kan worden voldaan aan de prestatieeis uit de Visie IBGS om een plas van een gevaarlijke vloeistof van 1500 m2 eenmalig af te dekken. Een tweede eenheid is daarbij noodzakelijk om de schuimdeken te onderhouden. Hiervoor kan worden teruggevallen op de interregionale samenwerking met Gooi en Vechtstreek en op de bijstand van omliggende regio's in het noordelijke deel van de regio. Wel blijft de inzet bij (vloeibare) gevaarlijke stoffen hiermee kwetsbaar. Mede vanwege de ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie en de nieuwe risico's die hiermee gepaard gaan kan op termijn extra capaciteit gewenst zijn.
Figuur 32 Opkomsttijd schuimvormende eenheid
De eerste schuimvormende-middelen-eenheid (SVM-eenheid) kan in en nabij de hoogrisicogebieden binnen 30 minuten ter plaatse zijn en in het overige deel van de regio binnen 60 minuten. De tweede SVM-eenheid uit Gooi en Vechtstreek (Laren), sluit vervolgens binnen 60 minuten aan om de schuimdeken in stand te houden. In het noordelijke deel wordt voor een tweede schuimvormende-middelen-eenheid een beroep gedaan op omliggende regio's. Beoordeling capaciteit Voor de verkenningseenheden is een interregionale samenwerking aangegaan met Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Brandweer Flevoland beschikt in de nabije toekomst over twee verkenningseenheden, die indien nodig kunnen worden aangevuld met die uit Gooi en Vechtstreek. Bijstand in het zuidelijke deel van de regio kan ook worden aangevraagd vanuit naburige regio's. Op grond van het samenwerkingsverband met Veiligheidsregio Utrecht (VRU) kan worden voorzien in de specialistische advisering door de adviseur
Beoordeling paraatheid De beschikbaarheid van de verkenningseenheid is op orde en zal met de komst van de tweede verkenningseenheid in Zeewolde verder worden verstevigd. De lage beschikbaarheid van de schuimvormende-middeleneenheid wordt veroorzaakt door defecten en onderhoud en is een punt van aandacht. Bij lage beschikbaarheid of bij behoefte aan extra capaciteit kan worden teruggevallen op de interregionale samenwerking met Gooi en Vechtstreek. De beschikbaarheid van een AGS en CVE wordt gegarandeerd door de interregionale samenwerking met Veiligheidsregio Utrecht.
Verkenningseenheid Kazerne
0Zo paraat
Ens
98,4507o
Tabel 19 - Paraatheid verkenningseenheid in 2023
Schuimvormende-middelen-eenheid Kazerne
% paraat
Lelystad
82,9607o
Tabel 20 - Paraatheid schuimvormende-middelen-eenheid in 2023
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Beoordeling werkdruk De meeste incidenten met gevaarlijke stoffen kunnen door de basisbrandweereenheid worden afgehandeld, eventueel aangevuld met een adviseur gevaarlijke stoffen (AGS) of met een schuimvormende-middeleneenheid. Gemiddeld wordt de schuimvormende-middelen-eenheid 33 keer per jaar gealarmeerd. De AGS uit Veiligheidsregio Utrecht wordt gemiddeld 23 keer per jaar gealarmeerd en de verkenningseenheid wordt gemiddeld vier keer per jaar gealarmeerd.
Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS)
VRU
2022
2023
Gemiddeld
18
27
23
Tabel 21 - Aantal alarmeringen van de AGS in de periode 2022-2023
Verkenningseenheid Kazerne Ens
2022
2023
Gemiddeld
2
6
4
Tabel 22 - Aantal alarmeringen van de verkenningseenheid in de periode 2022-2023
eenheden beschikbaar. Op termijn kan een tweede schuimvormendemiddelen-eenheid Z waterwagen wenselijk zijn, om de kwetsbaarheid en afhankelijkheid te verminderen. Dit mede gezien de ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie.
3.6
Beoordeling operationele prestatie bij natuurbrandbestrijding
De veiligheidsregio's hebben een wettelijke taak in het voorkomen, beperken en bestrijden van brand. Natuurbrand is daarbij in Flevoland een relatief nieuw fenomeen dat, nu de natuurgebieden verder zijn gevormd, ook hier een steeds groter risico vormt waarop de brandweer zich voorbereid. Door klimaatverandering zullen perioden van droogte en extremere warmte vaker voorkomen, waarmee ook de kans dat natuurbranden zich ontwikkelen tot grote (onbeheersbare) branden toeneemt. De natuurgebieden bevinden zich daarbij soms dicht bij de woonkernen. Door de stijging van het aantal inwoners woonachtig in en nabij natuurgebieden en de toename van het aantal (nacht)recreanten in natuurgebieden neemt deze kans nog verder toe. Steeds vaker komen er in Flevoland natuurbranden voor, waaronder ook natuurbranden met forse inzet.
Schuimvormende-middelen-eenheid Kazerne
2022
2023
Gemiddeld
Lelystad
42
23
33
Tabel 23 - Aantal alarmeringen van de SVM-eenheid in de periode 2022-2023
Conclusie Risico's op incidenten met gevaarlijke stoffen zijn in de regio Flevoland aanwezig, kunnen zich altijd voordoen en hebben potentieel ernstige effecten. De basisbrandweereenheid is toegerust om de meest voorkomende incidenten te bestrijden. Hierbij ligt de focus op het redden, stabiliseren en schoonmaken. Door interregionaal samen te werken met de omliggende regio's is voldoende capaciteit en kwaliteit (specialisme) geborgd om de minder vaak voorkomende incidenten te bestrijden. Indien nodig zijn daardoor voldoende aanvullende
Risico-inventarisatie Om een inschatting te kunnen maken hoe groot de kans is op (onbeheersbare) natuurbranden in Flevoland, is in 2024 een Risico Index Natuurbranden (RIN) gemaakt. In het model Risico-Index Natuurbranden (RIN) wordt elke vierkante kilometer natuur in de regio ingedeeld in een bepaalde risicoklasse. Dit gebeurt aan de hand van landelijk vastgestelde criteria, zoals begroeiing, kans op uitbreiding, bereikbaarheid en aantal bewoners/bezoekers. De totstandkoming van deze RIN is in samenwerking gegaan met de 3 grootste natuurbeheerders in Flevoland, namelijk Staatsbosbeheer Flevoland, Flevo-Landschap en Natuurmonumenten. Deze partijen zijn intensief bij het proces betrokken geweest en zijn akkoord gegaan met de gehanteerde methodiek.
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
In de regio Flevoland is een aanzienlijk aantal natuurgebieden gesitueerd. In een aantal van deze gebieden is het risico op een onbeheersbare natuurbrand in meer of mindere mate aanwezig. Deze worden in onderstaand kaartje weergegeven. Bij de kans op het ontwikkelen van een onbeheersbare natuurbrand zijn in Flevoland met name de volgende risicofactoren van belang. ^ Primair/secundair bluswater is op een te grote afstand van de natuurgebieden beschikbaar ^ Slechte bereikbaarheid (Oostvaardersplassen, Roggebotbos en Marker Wadden) ^ Het ontbreken van gebiedskennis en planvorming ^ De ligging van het natuurgebied t.o.v. de woonkernen Zeewolde, Almere, Lelystad en Urk (omgevingsrisico's) ^ Een veelvoud aan nachtrecreatie (campings) in oostzijde provincie ^ Het ontbreken van specifiek natuurbrandbestrijdingsmaterieel (bestrijdbaarheid)
Beheersmaatregelen Met behulp van deze RIN is goed te bepalen waar de risico's in Flevoland zich bevinden, welke parameters daar invloed op hebben en waarmee of waardoor risico's verlaagd kunnen worden. Hiermee ontstaan er sturingsmogelijkheden op het voorkomen van natuurbranden (brede aandacht voor pro-actie en preventie), het bestrijden van natuurbranden (slimme en slagvaardige repressie) en door onderzoek en kennisontwikkeling. Brandweer Flevoland richt zich de komende vier jaar voornamelijk op het nemen van een aantal beheersmaatregelen om de risico's op natuurbrand te verkleinen. Aan het einde van deze periode zal door middel van een evaluatie worden vastgesteld of deze maatregelen voldoende zijn en of verdere maatregelen noodzakelijk zijn. Deze zullen in het volgende dekkingsplan worden opgenomen. De volgende beheersmaatregelen worden gedurende de periode 2025-2028 genomen: 1. Komen tot een structureel overleg met de natuurbeheerders waarbij ook de provincie zitting neemt. Dit heeft als doel om: ^ Bewustwording te vergroten. ^ Advisering op landschapsbeheer; deze te richten op reductie van het risico door toepassen van minder brandbare vegetatie en ook het optimaliseren van de bereikbaarheid. ^ Voorlichting te bevorderen aan recreanten vanuit recreatiebedrijven en natuurbeheerders. 2.
Het opstellen van planvorming in relatie tot de natuurgebieden in samenwerking met de natuurbeheerders. 3. Het opstellen van een handboek natuurbrandbestrijding Flevoland en waarbij de inzettactiek gericht wordt op de mogelijkheden van het huidige potentieel (meer defensief dan offensief). 4. Investeren in basis vakbekwaamheid natuurbrandbestrijding voor de brandweerposten in Flevoland in lijn met het opgestelde handboek. 5. Het intensiveren van de voorlichting op het voorkomen van natuurbranden in samenwerking met de natuurbeheerders, recreatiebedrijven en gemeenten. 6. Het actualiseren van de RIN Flevoland voor eind 2028 en bepalen of risicoreductie voldoende heeft plaatsgevonden.
Figuur 33 Risico Index Natuurbranden
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
Conclusie Brandweer Flevoland speelt in op de klimaatverandering en de verwachte risico's die dat met zich meebrengt op het gebied van natuurbrand. In eerste instantie worden hierbij een aantal beheersmaatregelen genomen om de risico's te verkleinen. Uit de daaropvolgende evaluatie zal vervolgens blijken of verdere maatregelen noodzakelijk zijn.
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
ĩ Dekkingsplan vaststellen
Uitvoering bijstellen
processtap 4
processtap 5
Het dekkingsplan 2025-2028 is opgesteld aan de hand van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen, dat op 1 juli 2022 is vastgesteld door het Veiligheidsberaad. De aanpassing in de wetgeving moet hiervoor nog plaatsvinden. Het bestuur maakt daarom op grond van art. 3.2.1. ad 2 van het Besluit veiligheidsregio's gebruik van haar wettelijke bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van de normtijden voor de basisbrandweereenheid en mee te gaan in deze landelijke ontwikkeling.
Voor de (verdere) implementatie van het dekkingsplan wordt een uitvoeringsplan/inzetplan opgesteld. In dit uitvoeringsplan Dekkingsplan 2025-2028 wordt de operationalisatie verder uitgewerkt.
Het dekkingsplan is op 4 december 2024 door het Algemeen Bestuur vastgesteld.
Dekking uitvoeren en beoordelen processtap 6 en 7 In het uitvoeringsplan wordt beschreven op welke wijze uitvoering zal worden gegeven aan het opgestelde dekkingsplan. Ook beschrijft het plan op welke wijze de beoordelingsfactoren (snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk) worden opgenomen in de managementrapportage van Brandweer Flevoland en in de planning & control-cyclus van de veiligheidsregio.
Vastgesteld op 4 december 2024
Bijlage 1 Samenvatting Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor dekkingsplannen De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijk uniforme werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking. Door dit toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplanproces meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. Naast een beschrijving van de systematiek in zeven processtappen, biedt de handreiking ook rekenvoorschriften waardoor regionale dekkingsplanen vergelijkbaar worden. Deze samenvatting is opgesteld door het landelijke projectteam.
Dekkingsplanproces in zeven processtappen Iedere veiligheidsregio is wettelijk verplicht om een dekkingsplan vast te stellen als onderdeel van de totale beleidscyclus (art. 14 WVr). De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen helpt de brandweer met behulp van de volgende zeven processtappen om een dekkingsplan in te richten, door het algemeen bestuur te laten vaststellen en uit te voeren.
Processtap 1 - Dekking bijstellen De brandweer maakt inzichtelijk of ontstane veranderingen of voorgenomen ontwikkelingen invloed hebben op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. Het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan geldt hierbij als referentiekader. Dit levert een set van kaders, randvoorwaarden en uitgangspunten op die nodig zijn bij de beschrijving van de dekking in de volgende processtap.
Processtap 2 - Dekking beschrijven Met behulp van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beschrijft de brandweer de verwachte dekking in het verzorgingsgebied. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. De beschrijving bevat de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk.
Processtap 3 - Dekking beoordelen De brandweer toetst de verwachte repressieve dekking aan het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden en beoordeelt deze aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Verder wordt voor de toetsing ook gebruik gemaakt van het landelijk beoordelingskader Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). Voor de kerntaken waarvoor (nog) geen landelijke referentiewaarden zijn vastgesteld worden de regionale kwaliteitseisen gebruikt. Het
Vastgesteld op 4 december 2024
Dekkingsplan 2025-2028
resultaat is een beoordeling van de verwachte repressieve dekking. Op basis hiervan bepaalt de brandweer in hoeverre de dekking past binnen het wettelijk kader en de bestuurlijke wensen. De beoordeling wordt opgenomen in een concept-dekkingsplan, dat ook een voorstel voor aanvullende maatregelen kan bevatten.
Processtap 4 - Dekkingsplan vaststellen Soms is het noodzakelijk de inrichtingsstappen een of meerdere keren te doorlopen om tot een dekkingsplan te komen dat optimaal binnen de wettelijke en regionale verwachtingen past. In het uiteindelijke dekkingsplan is helder geformuleerd welke onderwerpen met betrekking tot de repressieve brandweerzorg wel zijn opgenomen en welke onderwerpen niet. De brandweer legt het uiteindelijke dekkingsplan ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur, vraagt het dekkingsplan vast te stellen en daarmee opdracht te verlenen tot uitvoering. Het resultaat is een bestuurlijk vastgesteld dekkingsplan, inclusief de opdracht tot uitvoering door de brandweer.
Processtap 5 - Uitvoering bijstellen Het vastgestelde dekkingsplan vormt het vertrekpunt voor de uitvoering. De implementatie bestaat onder meer uit de aanpassing van het meldkamersysteem, (her)positionering van de voertuigen en aanpassing van de bezetting en de roosters. Het resultaat is een repressieve brandweerorganisatie die volgens de afspraken in het dekkingsplan is ingericht.