CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 1 Ontwerp dekkingsplan Flevoland (655238).pdf

Oordeelsvormende vergadering 10 oktober 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 6b: AKKOORD Raadsvoorstel Ontwerp Dekkingsplan Flevoland (Veiligheidsregio Flevoland)22.601 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Processtap 6 - Dekking uitvoeren De brandweer richt zich op de realisatie van de gemaakte prestatieafspraken en de uitvoering van de dekking. Dit gaat over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulpverlenen aan mens en dier. Tijdens de uitvoering registreert de brandweer de gerealiseerde dekking volgens de rekenvoorschriften van de landelijk uniforme systematiek. Het resultaat is hulpverlening en de registratie daarvan.

Processtap 7 - Uitvoering beoordelen De brandweer beoordeelt de dekkingsprestatie bij inmiddels bestreden incidenten met als doel de uitvoering te beoordelen. De beoordeling wordt gebruikt om te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen aan het bestuur. Indien nodig stelt de brandweer op basis van de inzichten de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Hiermee start een nieuwe dekkingsplancyclus.

Figuur 1 - Processen uit de Handreiking circulair weergegeven.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Bijlage 2 Technische uitgangspunten berekeningen De operationele prestaties in het dekkingsplan worden berekend aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Deze worden afgezet tegen de risico's in de regio. In deze bijlage worden de uitgangspunten en de gehanteerde methodiek voor deze berekeningen toegelicht.

2.1

Risico-inventarisaties

Gebouwbrand De risico-inventarisatie gebouwbrand wordt opgesteld aan de hand van de methodiek gebiedsgerichte opkomsttijden. Om aan gebieden een risicocategorie toe te kennen, worden de gebruiksfuncties van de objecten en de buurten in de regio in kaart gebracht. Vervolgens worden de gebieden ingedeeld in een risicocategorie, aan de hand van de stedelijkheid en het overheersende karakter van de gebruiksfuncties. Dit wordt gedaan op basis van de volgende uitgangspunten.

Objecten

Waarde

Toelichting

Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG april 2022)

Voor het bepalen van de gebruiksfuncties wordt de BAG gebruikt. Hierin worden de vergunde gebruiksdoelen geregistreerd conform het Bouwbesluit 2012. Objecten met een dubbele gebruiksfunctie worden samengevoegd tot de functie met het hoogste risico: 1. Celfunctie 2. Gezondheidszorgfunctie 3. Logiesfunctie 4. Onderwijsfunctie 5. Woonfunctie 6. Winkelfunctie

Objecten

Portiekflats/woningen, woongebouw boven 20 meter en gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen

7. Bijeenkomstfunctie 8. Sportfunctie 9. Kantoorfunctie 10. Overige gebruiksfunctie 11. Industriefunctie

Op basis van de Kernregistratie Objecten (KRO), de witte kaart (informatie GGD's) en lokale kennis van het team Risicobeheersing is de BAG-lijst verder veredeld om de gebruiksfuncties inzichtelijk te maken die niet in de BAG zijn opgenomen. De tabel gaat verder op de volgende pagina Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Waarde

Toelichting

Objecten

Portiekflats/woningen

Er is geen onderscheid gemaakt tussen portiekflats en portiekwoningen of het bouwjaar.

Buurten

CBS buurten. Buurtbestand 2022 V2

Voor de buurtbepaling wordt gebruik gemaakt van de CBS-buurtindeling en de stedelijkheidsclassificaties 1 t/m 5.

Risicocategorie 1

Streefwaarde 7 minuten Bandbreedte 4 - 10 minuten

CBS-buurten met een stedelijkheid van een, twee of drie waarvan minimaal een derde van de objecten tot type A tot E behoort. A. Oude binnenstad B. Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen C. Celfunctie D. Woongebouwen > 20 meter E. Portiekwoningen/portiekflats

Risicocategorie 2

Streefwaarde 10 minuten Bandbreedte 7 - 13 minuten

Woningen algemeen en gebouwen voor zelfredzame personen. CBS-buurten met een stedelijkheid van een, twee, of drie en met minder dan een derde objecten uit categorie 1.

Risicocategorie 3

Streefwaarde 15 minuten Bandbreedte 12 - 18 minuten

Verspreid liggende woningen en gebouwen CBS buurten met een stedelijkheid van 4, 5 of geen waarde.

Tabel 1 - Uitgangspunten voor het opstellen van de risico-inventarisatie gebouwbrand

Hulpverlening op hoogte Voor de risico-inventarisatie hulpverlening op hoogte is de bevolkingsdichtheid in combinatie met de het aantal uitrukken van het redvoertuig over de periode 2021-2023 weergegeven.

Technische hulpverlening Voor de risico-inventarisatie ongevallen is de bevolkingsdichtheid in combinatie met de A- en N-wegen en spoorlijnen in de regio in kaart gebracht. Het aantal incidenten met als meldingsclassificatie ongeval (prio 1 en 2 met afsluitcode inzet of afgebroken inzet) over de periode 2021-2023 is daar overheen geprojecteerd.

Vastgesteld op 4 december 2024

Waterongevallen Voor de risico-inventarisatie waterongevallen zijn de risicogebieden aan de hand van de bevolkingsdichtheid en de waterdichtheid de regio ingedeeld in risicocategorieën. Hiervoor is de formule '('oppervlak^waterjn^a' I 'oppervlaktejtotaaljn^a' ) * (('aantaljnwoners' + 1)710)' gebruikt. Dit resulteert in de volgende uitkomsten. Uitkomst 0: weinig of geen water Uitkomst 0 - 5: laag risico Uitkomst 5 - 100: risico Uitkomst > 100: hoog risico (hoogste waarde is 1968) De incidenten met meldingsclassificatie ongeval-water en ongeval-wegvervoer-voertuig te water (prio 1 en 2 met afsluitcode inzet of afgebroken inzet) over de periode 2021-2023 zijn daaroverheen geprojecteerd.

Gevaarlijke stoffen Voor de risico-inventarisatie gevaarlijke stoffen is de bevolkingsdichtheid en de midden en hoog risico's op het gebied van gevaarlijke stoffen weergegeven. De laatste zijn bepaald aan de hand van de methodiek zoals ontwikkeld in de landelijke vakgroep IBGS. De incidenten zijn, gezien het ontbreken van eenduidige registratie afspraken hierover, hierbij (nog) niet weergegeven.

Natuurbrand Voor natuurbrand wordt gebruik gemaakt van de Risico-Inventarisatie Natuurbranden (RIN) van 2023. Daarbij worden gebieden aan de hand van criteria ingedeeld in risicocategorieën. Deze methodiek wordt landelijk toegepast.

2.2

Berekening snelheid

De theoretische opkomsttijd van een voertuig wordt berekend met behulp van het rekenprogramma CARE (CArtografische REkenmodule). Hiermee wordt per object berekend welk voertuig het snelst ter plaatse kan zijn. De opkomsttijd die hiervoor wordt berekend is de optelsom van de meldkamertijd, de uitruktijd en de rijtijd.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Voor de berekeningen voor het dekkingsplan zijn enkele uitgangspunten bepaald, op basis waarvan het rekensysteem gevuld is. De volgende uitgangspunten zijn in lijn met de landelijke handreiking gekozen. Waarde

Toelichting

Rekenmethode

Care software

Programma voor dekkingsprognoses. Ontwikkeld door SafetyCT.

Meldkamertijd De meldkamertijd is de tijd die een meldkamer nodig heeft om een incidentmelding aan te nemen, triage te plegen en passende eenheden te alarmeren.

Mediaan verwerkingstijd: 1.15

Op basis van alarmeringen over twee jaar (2022 en 2023). De puntwaarde wordt bepaald door de mediaan van de verwerkingstijd van de incidenten. De alarmeringen zijn gefilterd op Prio 1 alarmeringen met meldingsclassificatie: brand-gebouw met afsluitcode inzet of afgebroken inzet voor het eerst gealarmeerde voertuig. Resultaat: een mediaantijd die geldt voor de hele regio.

Uitruktijd Puntwaarde per kazerne De uitruktijd is de tijd tussen alarmering van een eenheid en de uitruk naar een incident (status uitruk).

Mediaan van prio 1-uitrukken over twee jaar (2022 en 2023). Resultaat: Mediaantijden per post en eenheid (zie 2.7). Onderscheid DAG of ANW voor TS.

DAG/ANW

Uitruktijd per tijdvenster

DAG: 07.00-18.00 werkdagen ANW:18.00-07.00 en weekenddagen

Rijtijd

Puntwaarde per kazerne

Berekend met wegenbestand van TomTom met zgn speedprofiles

Opkomsttijd

Snelste hulp ter plaatse

De tijdselementen meldkamer-, uitruk- en rijtijd gezamenlijk vormen de opkomsttijd.

Basisbrandweereenheid

Maatgevend scenario: (samengestelde TS6) zoals vastgelegd in Besluit veiligheidsregio's

Berekend aan de hand van uitrukmodel TS6: Almere Poort, Lelystad, Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde

Operationele grenzen

De snelste (samengestelde) eenheid is Brandweer Flevoland hanteert operationele grenzen. weergegeven in de prognose.

Interregionale voertuigen

Geen grensbeperkingen voor gelijksoortige voertuigen van buurregio's.

Zoals vastgelegd in interregionale convenanten. Deze voertuigen kunnen door de meldkamer direct worden gealarmeerd. De uitruktijden van deze voertuigen (TS, HV, RV en WO) worden periodiek door de regio's uitgewisseld.

Tabel 2 - Uitgangspunten voor de berekening van de factor snelheid (opkomsttijd)

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

2.3

Normtijden

De beoordeling van de factor snelheid vindt plaats aan de hand van de normen die hiervoor zijn vastgesteld. Voor de basisbrandweerzorg is hier het landelijke Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden van toepassing. Voor de overige kerntaken komen deze voort uit landelijk beleid dat is uitgewerkt en is vastgesteld in regionaal beleid. Categorie

Overheersend karakter van het gebied

Referentiewaarde in minuten

I

^ Oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame personen zoals hotels, kantoren, winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen) ^ Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen) ^ Portiekwoningen ^ Woongebouwen hoger dan 20 meter

7

4-10

II

^ Woningen ^ Gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)

10

7-13

III

^ Verspreid liggende woningen ^ Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)

15

12-18

Bandbreedte in minuten*

*De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller. Tabel 3 - Landelijke Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden

Waarde Richtlijnen

• RV: ^ HV: ^ WO: ^ Boot: ^ OVRT: ^ SVMe : ^ VE: ^ AGS:

Toelichting 30 min 30 min 30 min 30 min 30 min 60 min (hoog risico) 30 min (hoog risico) 60 min

Brandweer Flevoland hanteert conform landelijk beleid en regionale risico inventarisaties deze maximale opkomsttijden.

Tabel 4 - Regionale kwaliteitseisen

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

2.4

Capaciteit

De factor capaciteit wordt berekend en beoordeeld aan de hand van slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Waarde

Toelichting

Slagkracht basisbrandweerzorg

Berekening aantal TS'en binnen 15 minuten en opkomsttijd 3e TS.

Berekend op basis van mediaan uitruktijden TS uitrukmodel en evt 1e samengestelde TS6.

Slagkracht kerntaken

Capaciteit tov risico's.

Beoordeling op grond van risico's en incidenten.

GBO

^ Peloton basisbrandweerzorg ^ Peloton grootschalig watertransport (ism Flevoland) ^ Peloton redding & technische hulpverlening ^ Peloton logistiek ^ Peloton Natuurbrandbestrijding

Samenstelling pelotons is opgenomen in GBO MNL beleid.

Tabel 5 - Uitgangspunten voor de berekening van de factor capaciteit

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

2.5

Paraatheid

De factor paraatheid wordt berekend aan de hand van beschikbaarheid en gelijktijdigheid van eenheden. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Waarde

Toelichting

Beschikbaarheid 1e TS

Berekend over het jaar 2023 Beschikbaarheid TS4

Beschikbaarheid in totale tijd minus buitendienststelling in GMS vanwege personele onderbezetting, omgerekend naar een percentage. Gezien het gebruik van vervangend materieel of 2e TS zijn andere redenen voor buitendienststelling buiten beschouwing gelaten.

Beschikbaarheid andere eenheden

Berekend over het jaar 2023

Beschikbaarheid in totale tijd minus alle buitendienststellingen in GMS, omgerekend naar een percentage.

Gelijktijdigheid

Berekend over de jaren 2022/ 2023

Kans, uitgedrukt in een percentage, dat er sprake is van gelijktijdigheid. Gelijktijdigheid wordt als volgt gedefinieerd: Wanneer tijdens Inzet A voor incident A, een tweede inzet B wordt opgeroepen Voor een nieuw/ ander incident B Binnen hetzelfde verzorgingsgebied Waarbij een andere kazernegroep betrokken is.

Continuïteitsposten

Posten Almere Buiten, Almere Poort, Almere Veluwsekant, Lelystad, Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde

Bij lage bezetting worden deze posten geprioriteerd in dienst gehouden. Hiervoor worden vangnetten ingezet.

Tabel 6 - Uitgangspunten voor de berekening van de factor paraatheid

Vastgesteld op 4 december 2024

2.6 Werkdruk De werkdruk wordt bepaald aan de hand van de alarmeringsfrequentie van een eenheid. Om de werkdruk van een post te bepalen worden de alarmeringen van alle repressieve voertuigen op die post bij elkaar opgeteld. Dit betreft zowel prio 1-, 2- en 3-alarmeringen waaraan een eenheid is gekoppeld. Testen en oefeningen worden buiten beschouwing gelaten.

Werkdruk

Waarde

Toelichting

Periode van 2 jaar: 2022, 2023

Gemiddeld aantal alarmeringen per jaar per eenheid en per post (alle eenheden, prio 1, 2 en 3). Geen testen en oefeningen.

Tabel 7 - Berekening van de factor werkdruk

2.7

Gehanteerde mediaan uitruktijden

Elk voertuig heeft een eigen mediaan van de uitruktijd, de tijd die het kost vanaf de melding tot het moment dat het voertuig wegrijdt. Dit heeft gevolgen voor de opkomsttijd. De mediaan uitruktijden van een voertuig in de praktijk zijn gemeten over 2 jaar. Gezien het verschil in uitrukmodel en de dagdienstondersteuning worden voor de TS de mediaan uitruktijd voor de DAG en de ANW apart berekend. Voor de HV, RV en WO is dit niet van toepassing en wordt één mediaan uitruktijd gebruikt. Post

Voertuigsoort

DAG

ANW

Almere Buiten

TS

01:01

01:11

Almere Poort

TS

01:16

01:21

Almere Veluwsekant

TS

01:07

01:19

Biddinghuizen

TS

03:36

03:36

Creil

TS

04:32

04:32

Dronten

TS

04:07

05:40

Emmeloord

TS

05:05

05:43

Ens

TS

04:09

04:09

Lelystad

TS

01:13

01:26

Lelystad Vrijw

TS

05:49

05:49

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Post

Voertuigsoort

DAG

ANW

Lelystad Vrijw.

TS

05:48

05:48

Marknesse

TS

04:21

04:21

Nagele

TS

05:09

05:09

Rutten

TS

04:00

04:00

Swifterbant

TS

05:30

05:30

Urk

TS

05:16

05:42

Zeewolde

TS

04:53

05:05

Voertuigsoort

DAG

ANW

Almere Buiten

HV

01:05

01:05

Dronten

HV

04:40

04:40

Almere Poort

RV

01:31

01:31

Emmeloord

RV

05:00

05:00

Lelystad

RV

01:45

01:45

Almere Poort

WO

01:37

01:37

Lelystad

WO

02:00

02:00

Urk

WO

06:26

06:26

SVM-eenheid

02:20

02:20

Ens

VE

04:13

04:13

Zeewolde

VE

05:00

05:00

Tabel 8 - Mediaan uitruktijden 1e tankautospuit

Post

Lelystad

Tabel 9 - Mediaan uitruktijden HV, RV, WO, SVM-eenheid en VE

De tabel gaat verder op de volgende pagina

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Bijlage 3 Materieelspreidingsplan In het materieelspreidingsplan wordt het materieel weergegeven dat noodzakelijk is om de operationele prestaties te realiseren of van invloed is op de werkbelasting (formatie) van de posten. Huidige situatie met peildatum 1 januari 2024. Kerntaak Kazerne

Basisbrandweerzorg TS 1e lijns (1)

Almere Buiten

TS4

Almere Poort

TS4

Almere Veluwse Kant

TS4

Almere vrijwilligers (enkel herbezetten)

TS4

Biddinghuizen

TSflex^TS4

Creil

TSflex^TS4

Dronten

Emmeloord Ens

TS6

TS 1e lijns (2)

TS OS

RV

Hulpverlening

RV

HV

TS4

Veetakel

x

IBWO WO en OVRT

TS6

TS4

Lelystad vrijwilligers

TS6

Marknesse

TSflex^TS4

Nagele

TSflex^TS4

Rutten

TSflex^TS4

Swifterbant

TSflex^TS4

LOG SB

Logistiek

Overig HA

MCU

GWT

x

x

x

x

x

TSflex^TS4

Lelystad

VE

x

x

TS6 (enkel ANW)

IBGS Boot

x TS4

Urk

TS6

TS6

Zeewolde

TS6

TS6 (enkel ANW)

x (VAK) x (T&L)

x

x (+1 res)

x

x

x x

x

x (+1 res)

x x

x

x

x

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Beoogde situatie looptijd dekkingsplan t/m 2028. Kerntaak

Basisbrandweerzorg TS 1e lijns (2)

Kazerne Almere Buiten

TS4

Almere Poort

TS6

Almere Veluwse Kant

TS4

Almere vrijwilligers*** (enkel herbezetten)

TS4

Biddinghuizen

TSflex^TS4

Creil

TSflex^TS4

TS OS***

HV

Veetakel

WO en OVRT

x

x

Emmeloord

TS6

x

IBGS Boot

TS6

Lelystad vrijwilligers

TS6 TS6

Marknesse

TSflex^TS4

Nagele

TSflex^TS4

Rutten

TSflex^TS4

Swifterbant

TSflex^TS4

VE

LOG SB

Logistiek

Overig HA

MCU

GWT

x

x

x

x

x

TSflex^TS4

Lelystad

x x (VAK) x (T&L)

Urk

TS6

TS6

Zeewolde

TS6

TS6

**

RV

IBWO

x

TS6

*

Hulpverlening

x

Dronten

Ens

RV

x

x ^1res)

x

x

x x

x

x (+1 res)

x x

x

x

x

1 elijns TS wordt ingezet voor basisbrandweerzorg eerstelijns en opschaling, hieraan hangt een garantie0Zo voor de vrijwilligersformatie van 250oXo of 3000Xo (enige eenheid op post); voor wat betreft paraatheid geldt een sturingsmechanisme van 1000Zo voor continuïteitsposten en 980Xo voor de overige posten op de 1elijns TS. TS OS: primair voor VAK en T&L, indien beschikbaar ook inzetbaar als flexibele schil. Garantie0Zo in Dronten en Emmeloord blijft behouden. TS Almere vrijwilligers is niet meegenomen in berekening aangezien deze enkel in dienst wordt gezet bij oproep tot herbezetten.

Vastgesteld op 4 december 2024

Voor de realisatie van een aanvaardbare brandweerzorg 1.

Inleiding

Het Dekkingsplan geeft aan hoe snel de brandweer na een melding van brand bij een object kan zijn. Zo is inzichtelijk in hoeverre wordt voldaan aan de geldende opkomsttijden en welke overschrijdingen van de normen er voorkomen. Ten aanzien van de overschrijdingen, wordt in het Dekkingsplan aangegeven dat (in bepaalde situaties) compenserende maatregelen getroffen worden - om tot een 'aanvaardbare brandweerzorg' te komen. Daarmee worden deze overschrijdingen geaccepteerd. In deze beschrijving van de aanpak wordt uitgewerkt 1) voor welke gebieden, aandachtsobjecten en overige objecten compenserende maatregelen noodzakelijk zijn. En 2) welke maatregelen uitgevoerd worden om tot een aanvaardbare brandweerzorg te komen voor deze objecten en gebieden.

2.

Beoordeling en selectie

Compenserende maatregelen worden uitsluitend getroffen voor overschrijdingen van referentiewaarden en bandbreedtes voor de tijdsnormen waarmee de brandweereenheid ter plaatse moet zijn. Dit geldt voor (relevante) objecten in buurten met een onvoldoende dekking, voor aandachtsobjecten met onvoldoende dekking in alle buurten en voor objecten met een opkomsttijd hoger dan de maximale norm van 18 minuten. ^ Gebieden: buurten van de verschillende risicocategorieën1 (1,2 of 3), die voldoen aan het criterium "onvoldoende dekking". • Aandachtsobjecten: - Gebouwen voor niet-zelfredzame personen - Woongebouwen hoger dan 20 meter - Portiekf/ats/woningen - Gebouwen met een celfunctie ^ Kinderdagverblijven ^ Objecten met opkomsttijd ^8 minuten2

1 2

Conform de Landelijke uniforme systematiek voor Dekkingsplannen (okt. 2022 De Minister van J&V heeft in de Kamerbrief d.d. 15/10/2019 randvoorwaarden aan de pilot GGO gesteld, w.o. het actief informeren van inwoners, bedrijven en eigenaren van gebouwen waar de 18 min. norm niet gehaald kan worden.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Opmerkingen In afwijking van de Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen worden de volgende objecten wèl als aandachtsobjecten meegenomen bij het bepalen van de compenserende maatregelen: ^ Kinderdagverblijven: Alhoewel kinderdagverblijven in de landelijke systematiek niet als aandachtsobjecten worden beschouwd, is er volgens de bouwregelgeving bij deze functie wel degelijk sprake van verminderd zelfredzame personen (kinderen), die afhankelijk zijn van aanwezig personeel en begeleiders. Daarom is besloten de kinderdagverblijven in VRFL gewoon mee te nemen in de inventarisatie van compenserende maatregelen. Beoordelingscriteria De Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen geeft referentiewaarden en bandbreedtes voor de snelheid waarmee de brandweereenheid in een bepaald gebied ter plaatse moet zijn. Een gebied wordt ingedeeld in één van in totaal drie categorieën, die het overheersende karakter van een gebied beschrijven. Aan iedere categorie zijn opkomsttijden (referentiewaarden en bandbreedte) gekoppeld. De bandbreedte geeft een marge rondom de referentiewaarde3. Referentiewaarde in minuten

Bandbreedte in minuten

^ Oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame personen zoals hotels, kantoren, winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen) ^ Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen) ^ Portiekwoningen ^ Woongebouwen hoger dan 20 meter

7

4-10

II

^ Woningen ^ Gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)

10

7-13

III

^ Verspreid liggende woningen ^ Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)

15

12-18

Categorie

Overheersende karakter van het gebied

I

3

De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

In Flevoland zijn er (op een totaal van 493 buurten) in de DAG-situatie 23 buurten, waar sprake is van een onvoldoende dekking. In de ANW-situatie is het beeld wat ongunstiger. Dan zijn er 25 buurten met een overschrijding. Aan de hand van enkele beoordelingscriteria is per object en per buurt bepaald of het risico van overschrijding acceptabel is, of dat compenserende maatregelen wenselijk zijn: ^ Opkomsttijd eerste TS64: als de eerste TS6 binnen de bovengrens van de bandbreedte opkomt, wordt de opkomsttijd als 'voldoende' beschouwd. Vervolgens resteren nog de objecten en buurten waar de eerste TS6 buiten de maximale waarde van de bandbreedte opkomt. ^ Opkomsttijd eerste TS4: a. Aandachtsobjecten: als de eerste TS4 binnen de maximale waarde van de bandbreedte opkomt, is het risico van overschrijding acceptabel. De veronderstelling is namelijk dat de eerste TS4 in afwachting van versterking al met werkzaamheden kan aanvangen. Alleen de aandachtsobjecten resteren waarbij zowel de eerste TS6 als de eerste TS4 buiten de maximale waarde van de bandbreedte opkomen. b. Buurten: de beoordeling van buurten is met name relevant voor resterende objecten in die buurt, die niet al bij de inventarisatie van aandachtsobjecten in beeld zijn gebracht.

Alhoewel de buurt als geheel een onvoldoende dekking kan hebben (TS6 niet binnen de maximale waarde van de bandbreedte ter plaatse), hoeft dit niet voor alle objecten in de buurt te gelden. Alleen als voor objecten (niet zijnde aandachtsobjecten) de eerste TS4 binnen de maximale waarde van de bandbreedte opkomt, is het risico van overschrijding acceptabel. De veronderstelling is namelijk dat de eerste TS4 in afwachting van versterking al met werkzaamheden kan aanvangen. In de buurten met onvoldoende dekking, waarbij de eerste TS6 buiten de maximale waarde van de bandbreedte opkomt, resteren alleen de objecten waarbij ook de eerste TS4 buiten de maximale waarde van de bandbreedte opkomt.

4

Uitgangspunt voor het Dekkingsplan is een tankautospuit met een bezetting van 6 personen. In sommige gevallen is dit een TS6, in andere gevallen een samengestelde TS6 - bijvoorbeeld een TS4 aangevuld met een tweede TS4. In alle gevallen wordt de opkomsttijd vastgesteld op het moment dat er 6 brandweermensen ter plaatse zijn. Voor de noodzaak van compenserende maatregelen worden daarnaast andere criteria gebruikt.

Vastgesteld op 4 december 2024

buurten met onvoldoende dekking. Binnen buurten hebben vaak niet alle objecten een overschrijding van de normtijd voor de 1e TS. Hierbij worden de aandachtsobjecten buiten beschouwing gelaten, omdat die verderop apart worden behandeld. De onderstaande tabel geeft het totaal aantal objecten in de betreffende buurten (incl. aandachtsobjecten) en in de laatste kolom het aantal andere objecten met een overschrijding van de bovengrens van de bandbreedte voor de 1e TS. Dit laatste aantal is dus zonder de aandachtsobjecten. Na toepassing van de eerder genoemde criteria, blijkt zowel in de DAG-, als de ANW-situatie in bijna alle buurten waarvoor het Dekkingsplan een onvoldoende dekking aangeeft, geen sprake te zijn van het te laat aankomen van de 1e TS, maar heeft het te maken met de aankomst tijd van de tweede TS (nodig bij een maatgevend scenario). Alleen in één buurt van Almere heeft een beperkt aantal objecten een overschrijding (zie tabel 1; DAG en tabel 2; ANW). Het gaat daarbij bijna uitsluitend om woonfuncties; 32 op de DAG en 54 in de ANW. Daarnaast geldt het voor enkele bedrijfspanden. In de wijk Zuidlob van Zeewolde is ook sprake van objecten met overschrijdingen. Aangezien dit een Categorie 3 buurt is (landelijk gebied, met verspreide bebouwing), geldt als norm een bovengrens van de bandbreedte van 18 min.

Deze objecten worden niet hier, maar bij de categorie "opkomsttijd meer dan 18 minuten" behandeld. Dag Totaal # obj.

Opkomst TS6 DAG (mediaan)

Cat.

Norm

Aantal obj. waarbij opkomst 1e TS buiten norm is

Gemeente

Buurtnaam

Almere

Hoekwierde, Kimwierde, Zandwierde

827

8,96

1

10

35

Zeewolde

Zuidlob

1368

18,51

3

18

PM.

Tabel 1: Gegevens van buurten met een onvoldoende dekking op de DAG, met in de laatste kolom het aantal overschrijdingen van niet-aandachtsobjecten per buurt.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

ANW Opkomst TS6 DAG (mediaan)

Cat.

Norm

Aantal obj. waarbij opkomst 1e TS buiten norm is

Gemeente

Buurtnaam

Totaal # obj.

Almere

Hoekwierde, Kimwierde, Zandwierde

827

9,16

1

10

57

Zeewolde

Zuidlob

1368

18,76

3

18

PM.

Tabel 2: Gegevens van buurten met een onvoldoende dekking op de ANW, met in de laatste kolom het aantal overschrij­ dingen van niet-aandachtsobjecten per buurt.

2.

Aandachtsobjecten

Volgens het Dekkingsplan zijn er (in de DAG situatie) 4.332 aandachtsobjecten met een overschrijding van de eerste TS6. In de ANW situatie gaat het om 5.564 aandachtsobjecten. Na toepassing van de hiervoor genoemde beoordelingscriteria, blijven er in Flevoland (in de DAG-situatie) 1.209 aandachtsobjecten over, waarbij de 1e TS niet op tijd is, en dus compenserende maatregelen wenselijk zijn. In de ANW-situatie is het beeld ongunstiger. Dan is het aantal aandachtsobjecten, waarvoor compenserende maatregelen nodig zijn, 2.227 objecten. De belangrijkste groep aandachtsobjecten zijn de portiekflats. Er is op de DAG-situatie bij 1.136 portiekflats en -woningen sprake van een overschrijding voor de 1e TS. Deze objecten staan hoofdzakelijk in Dronten en Zeewolde. Van de woongebouwen hoger dan 20 meter hebben 71 objecten een overschrijding op de DAG. Hier zijn de betreffende locaties vooral in Emmeloord en Lelystad. Er zijn maar twee locaties, waar overschrijdingen in de categorie gebouwen met niet-zelfredzame personen aan de orde zijn. Deze staan in Dronten en Zeewolde. De gebouwen met een celfunctie kennen geen overschrijdingen in VRFL. Een overzicht van de overschrijdingen op de DAG voor de 1e TS staat in tabel 3.

Vastgesteld op 4 december 2024

1.209 Tabel 3: Overschrijdingen voor de 1e TS bij aandachtsobjecten in VRFL in de DAG situatie In de ANW situatie ligt het aantal overschrijdingen bij aandachtsobjecten wat hoger. Het beeld wat betreft de verdeling is vergelijkbaar met de DAG situatie. De aantallen staan vermeld in tabel 4. ANW Totaal aantal overschrijdingen per gebruiksfunctie: Gebruiksfunctie

Aantal obj.

0Zo

Portiekwoningen/flats

2.102

94,4

Woongebouwen ^0m

104

4,7

Gebouwen niet zelfredz.

21

0,9

2.227 Tabel 4: Overschrijdingen voor de 1e TS bij aandachtsobjecten in VRFL in de ANW situatie

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

3.

Kinderdagverblijven

In de regio Flevoland zijn er, o.b.v. gegevens van de GGD (s.v.z. februari 2024), in totaal 551 kinderdagverblijven (KDV). Hierbij zijn de gastouder locaties met maximaal 6 kindplaatsen niet meegeteld, omdat deze min of meer vergelijkbaar zijn met een reguliere gezinssituatie. Er zijn in de DAG situatie 174 kinderdagverblijven, waarbij de dekking van de TS6 onvoldoende is, omdat de 10 minuten grens wordt overschreden (bovengrens van de bandbreedte voor aandachtsobjecten). Op grond van de eerder genoemde criteria is voor 44 kinderdagverblijven de inzet van compenserende maatregelen noodzakelijk. Het aantal kindplaatsen in KDV met een overschrijding voor de 1e TS varieert van 18 tot 98 kinderen. De ANW-situatie is voor KDV niet bepaald, omdat er over het algemeen geen gebruik buiten de DAG-situatie plaatsvindt. In tabel 5 zijn de overschrijdingen vermeld, waarbij de overschrijding van de norm voor de 1e TS (rechter kolom) maatgevend is voor het treffen van maatregelen.

Gemeente

Aantal obj. waarbij de 1e TS buiten norm is

Almere

3

Dronten

15

Lelystad

3

NOP

16

Urk

2

Zeewolde

5

Totaal

44

Tabel 5: Aantal Kinderdagverblijven per gemeente met een overschrijding van de 10 min. norm voor de 1e TS.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

4.

Objecten met opkomsttijd boven de maximale 18 minuten

Voor een aantal objecten in de regio wordt de maximale wettelijke opkomsttijd van 18 minuten overschreden. Voor deze gevallen heeft de Minister van Justitie en Veiligheid aangegeven, dat een randvoorwaarde bij de nieuwe Landelijke systematiek is, dat inwoners, bedrijven en eigenaren van objecten hierover actief geïnformeerd moeten worden5. In tegenstelling tot de andere berekeningen, wordt hierbij de opkomst van een volledige basisbrandweereenheid (TS6) als maatgevend beschouwd. Dit vanwege de relatie met de regelgeving. Van de 1.047 objecten in de DAG situatie, zijn er 826 die vallen binnen de Eemhof in Zeewolde; 220 overschrijdingen vallen buiten de Eemhof. Dag Gemeente Almere

Aantal obj. 1

Gebruiksfunctie

Opmerkingen

Overige gebruiksfunctie

Surfstrand haven 2 objecten op IJsseloog De helft ligt op de Marker wadden

Dronten

131

Woonfunctie, overig, industrie, bijeenkomst, logies, sport

Lelystad

24

Overige gebruiksfunctie, bijeenkomst, industrie, kantoor, logies, winkel, woon

NOP

25

Overige gebruiksfunctie

Zeewolde

866

Bijeenkomstfunctie, gezondheidszorg, industrie, kantoor, logies

Totaal

Hiervan 826 objecten op de Eemhof

1.047

Tabel 6: Overzicht van objecten in de regio, waar de 18 minuten norm niet gehaald wordt (DAG situatie). In de ANW situatie is de overschrijding van de 18 minuten norm behoorlijk hoger dan op de DAG. In de ANW situatie zijn er 2.060 overschrijdingen (zie tabel 7).

5

Kamerbrief Minister J&V 15 oktober 2019

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

ANW Gemeente

Aantal obj.

Gebruiksfunctie

Opmerkingen

Overige gebruiksfunctie

Surfstrand haven

Almere

1

Dronten

1.085

Woonfunctie, bijeenkomst, industrie, overige, sport en kantoor

1.049 objecten in Biddinghuizen

Lelystad

25

Overige gebruiksfunctie, bijeenkomst, industrie, kantoor, logies, winkel, woon

De helft ligt op de Marker wadden

NOP

26

Woonfunctie, overige, bijeenkomst

923

Bijeenkomstfunctie, gezondheidszorg, industrie, kantoor, logies, overige, woon

Zeewolde Totaal

Overgrote deel ligt op de Eemhof met 828 objecten

2.060

Tabel 7: Overzicht van objecten in de regio, waar de 18 minuten norm niet gehaald wordt (ANW situatie).

Vastgesteld op 4 december 2024

aandachtsobjecten, overige objecten in een buurt met onvoldoende dekking of objecten met een opkomsttijd boven de 18 minuten. Afhankelijk van het (brand)risico zijn per aandachtsobject of buurt meer of minder compenserende maatre­ gelen noodzakelijk om tot een aanvaardbare brandweerzorg te komen. Er worden daarom drie maatregelenpakketten onderscheiden: Maatregelenpakket 1: ^ Standaardbrief (incl. flyer/folder/checklist brandveilig leven) aan bewoners, beheerders, exploitanten, eigenaren objecten en buurten. Eventueel QR codes met link naar video's voor specifieke doelgroepen opnemen. Via informatie wordt het publiek geïnformeerd over de overschrijding van de opkomsttijd en wordt een handelingsperspectief gegeven. ^ Aandachtsobjecten eventueel opnemen in vakbekwaamheidsprogramma brandweer. Maatregelenpakket 2: ^ Standaardbrief ^ Gesprek met beheerders, exploitanten en eigenaren om men te informeren over eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van brandveiligheid ^ maatwerk) ^ Voorlichtingsbijeenkomst op locatie (bijv. pop up brandveilig leven) ^ maatwerk) ^ Aandachtsobjecten opnemen in vakbekwaamheidsprogramma brandweer.

Maatregelenpakket 3: ^ Standaardbrief ^ Gesprek ^ maatwerk) ^ Voorlichtingsbijeenkomst ^ maatwerk) ^ Informeren, adviseren en/of begeleiden van BHV-organisaties, zodanig dat zij de normoverschrijding veilig kunnen overbruggen ^ maatwerk) ^ Oriënterend bezoek eerstuitrukkende brandweerpost ten behoeve van vergroten objectkennis en oefenen preparatieve voorzieningen ^ maatwerk) ^ Aandachtsobjecten opnemen in vakbekwaamheidsprogramma brandweer. Aanvullende maatregel (flexibel in te zetten): ^ Woningcheck Wijkbrandweer ^ maatwerk)

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Aandachtspunten ^ Voor aandachtsobjecten worden alleen bij niet-woonfuncties zwaardere maatregelen pakketten ingezet (gebouwen nietzelfredzame personen en kinderdagverblijven). Indien een BHV organisatie van toepassing is, wordt opgeschaald naar pakket 3. ^ Voor overschrijdingen van de 18 minuten norm volstaat (voor woonfuncties) meestal pakket 1 (informeren o.g.v. randvoorwaarde minister). Voor een aantal objecten zal maatwerk worden toegepast met pakket 2 of 3. ^ Voor De Eemhof en Marker Wadden zijn, na eerdere incidenten, al aanvullende afspraken gemaakt. Eventuele extra compenserende maatregelen worden hierop afgestemd. In de onderstaande matrix (tabel 7) wordt weergegeven, welke compenserende maatregelen voor welke situatie zullen worden ingezet. Maatregelen-matrix Objecten/buurten

Maatregelenpakket 1

Maatregelenpakket 2

Maatregelenpakket 3

Gebouwen niet- zelfredzame pers.

X

(X)

Kinderdagverblijven

X

(X)

Aandachtsobjecten Portiekwoningen en -flats

X

Woongebouwen ^0m

X

Buurten (overige objecten in buurten met onvoldoende dekking) Hoekwierde, Kimwierde, Zandwierde

X

X

Zuidlob

X

X

(X)

Overschrijding boven 18 minuten Almere

X

Dronten

X

X

(X)

Lelystad

X

X

(X)

NOP

X

X

Zeewolde

X

X

(X)

Tabel 7: Overzicht van de inzet van maatregelenpakketten voor verschillende typen overschrijdingen. Maatregelenpakket 3 staat optioneel aangegeven, afhankelijk van de aanwezigheid van een BHV-organisatie of bij bijzondere situaties. Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Uitvoering Op basis van bovenstaande inventarisatie is voor het uitvoeren van compenserende maatregelen in Flevoland de volgende werkvoorraad bepaald: 1) 3.186 objecten met Maatregelenpakket 1 2) 162 objecten met Maatregelenpakket 2 (of 3; afhankelijk van BHV organisatie). Ad 1) Veel voorlichtingsinformatie is reeds beschikbaar. Voor een deel zal specifiek (nieuw) materiaal voor diverse doelgroepen ontwikkeld moeten worden, bijvoorbeeld gerichte instructievideo's. Het voorlichtingsmateriaal zal bovendien in grote aantallen gedrukt moeten worden. Voor het verwerken en verzenden van grootschalige mailingen wordt er van uit gegaan dat dit via één (of meerdere) gemeente(n), of gelieerde commerciële bedrijven kan worden uitgevoerd. Hierdoor blijft de werkbelasting voor de brandweer beperkt. De noodzakelijke financiën moeten nog nader uitgewerkt worden. Ad 2) De inzet van uitgebreidere maatregelenpakketten vraagt beduidend meer inzet van de brandweer. Gesprekken met organisaties, die meerdere vestigingen in de regio hebben, kunnen mogelijk gecombineerd worden. Daarnaast kunnen afspraken mogelijk voor een deel gecombineerd worden met reguliere controles brandveilig gebruik. Soms zullen ook meerdere bezoeken nodig zijn, als het gaat om verschillende doeleinden (adviesgesprek, oefening).

Voor de inzet van capaciteit kan gebruik worden gemaakt van Brandveilig Leven, Wijkbrandweer en Risicobeheersing. Daarnaast zal ook inzet van afdeling Vakbekwaamheid en Repressie worden gevraagd.

Vastgesteld op 4 december 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/90/documents/18072