CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 1 Ontwerp dekkingsplan Flevoland (655238).pdf

Oordeelsvormende vergadering 10 oktober 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 6b: AKKOORD Raadsvoorstel Ontwerp Dekkingsplan Flevoland (Veiligheidsregio Flevoland)22.601 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Dekkingsplan 2025-2028

Ŵ brandweer Flevoland

c\Vi BRANDWEER V Flevoland

Kerntaken

24 tankautospuiten +

11 vrijwilligersposten 4 beroepsposten

Diverse specialismes

3 Redvoertuigen 2 Hulpverleningsvoertuigen 3 Waterongevallenvoertuigen

^ Droneteam ^ Groot Water Transport Logistieke ondersteuning

Noon

yŕ Kwaliteit brandweerzorg blijft behouden yŕ Samenwerking versterkt kwaliteit V Betaalbare brandweerzorg Dronten

Ontwikkelingen

Lelystad

yŕ Vitaliteit posten en repressieve dekking yŕ Taakdifferentiatie en verplichtend karakter

V Energietransitie yŕ Interregionale samenwerking

Het beperken en bestrijden van gevaar bij ongevallen.

older

Urk

yŕ Gebaseerd op vrijwilligheid en beroeps

yŕ Klimaatverandering en natuurbranden

©

Het beperken en bestrijden van gevaar bij waterongevallen.

Bestuurlijke uitgangspunten

yŕ Risicogerichte en innovatieve brandweerzorg

Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand.

Almere

Het voorkomen, beperken en bestrijden van gevaar bij ongevallen met gevaarlijke stoffen, het verkennen en meten van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting.

Zeewolde Het voorkomen, beperken en bestrijden van natuurbrand.

Dekkingsplan 2025-2028

Inhoudsopgave Voorwoord

4

Bestuurlijke samenvatting

5

Inleiding

8

1. 1.1 1.2

Dekking bijstellen | processtap 1 Interne ontwikkelingen Externe ontwikkelingen

10 10 13

2. 2.1 2.2 2.3 2.4

Dekking beschrijven | processtap 2 De factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk Snelheid Capaciteit Paraatheid

18 18 18 22 25

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Dekking beoordelen | processtap 3 Beoordeling van de basisbrandweerzorg Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening Beoordeling operationele prestatie bij waterongevallen Beoordeling operationele prestatie bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Beoordeling operationele prestatie bij natuurbrandbestrijding

28 28 34 36 37

3.6

Bijlagen 1. Samenvatting Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor dekkingsplannen 2. Technische uitgangspunten berekeningen 3. Het materieelspreidingsplan 4. Compenserende maatregelen

46 46 48 57 59

40 44

Dekkingsplan vaststellen | processtap 4

45

Uitvoering bijstellen | processtap 5

45

Dekking uitvoeren en beoordelen | processtap 6 en 7

45

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Voorwoord Voor u ligt het dekkingsplan 2025-2028 van Brandweer Flevoland. Dit dekkingsplan vormt het fundament onder de inrichting van de operationele organisatie van Brandweer Flevoland. In dit plan kijken we naar de hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico's en is er een nauwe samenhang met beleidsdocumenten als het Regionaal Beleidsplan Flevoland & Gooi en Vechtstreek 2025-2028, de Visie op Brandweerzorg en het regionaal risicoprofiel. In het dekkingsplan staat de snelste hulp aan de burger centraal. Het dekkingsplan speelt in op de maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende risico's in ons verzorgingsgebied. De grote bouwontwikkelingen en bevolkingsgroei in de regio zijn daarvan belangrijke voorbeelden. De verwachting is dat de voorzieningen -in met name bedrijvigheid en mobiliteit- in deze lijn mee groeien. Zaken die ook gevolgen hebben voor de veiligheidsregio. Het is belangrijk dat de veiligheid van de regio met de groei mee ontwikkelt. Als brandweer moeten we hier alert op zijn en op blijven anticiperen. In de toekomst vraagt dit naar verwachting een verdere groei van de repressieve organisatie. Verder zorgen ontwikkelingen als de energietransitie, klimaatverandering en de kans op natuurbranden voor veranderende risico's.

Door samen te werken met onze ketenpartners en andere relevante partijen bereidt de brandweer zich voor om de gehele regio de juiste hulp te kunnen bieden.

Maar dekking gaat verder dan het blussen van branden alleen. Brandweer Flevoland richt zich op de gehele veiligheidsketen. Door warme contacten met haar partners, door advies te geven over de inrichting van gebieden en door de aandacht voor Brandveilig Leven draagt de brandweer bij aan het voorkomen van incidenten en het beperken van de gevolgen van incidenten. Daarnaast bereidt de brandweer zich voor op de veranderende omstandigheden. Zo worden er plannen gemaakt op het gebied van continuïteitsvraagstukken en is er oog voor de wijzigende vereisten bij

aanschaf en inzet van nieuwe middelen. Bij het bestrijden van incidenten heeft de brandweer oog voor duurzaamheid. De brandweer is een uniek en sterk merk. Breed vertakt en geworteld in de samenleving. De brandweer is altijd dichtbij. Dat geldt zowel fysiek (post in de buurt) als figuurlijk. De brandweer wil zich inzetten om de sociale samenhang te bewaren en waar mogelijk te versterken. Hoe? Door brandweerposten in te zetten als veiligheidssteunpunten in de samenleving. Meer naar buiten gericht, met de Wijkbrandweer als sprekend voorbeeld. Brandveilig Leven heeft een prominente plek als eerste aanspreekpunt in de samenleving. De brandweerpost kan daarnaast ook bij grootschalige calamiteiten (zoals stroomuitval) een uitvalsbasis bieden, waar mensen op terug kunnen vallen. Tenslotte: het leveren van brandweerzorg blijft te allen tijde mensenwerk. Onze gepassioneerde en betrokken mensen vormen het kapitaal in de brandweerorganisatie. De vrijwilligers, de beroepsbrandweermensen en de mensen in de ondersteunende functies leveren allemaal hun bijdrage een aan (brand) veilig Flevoland. Samen. Een gezonde, duurzame en plezierige werkomgeving bieden aan onze brandweerprofessionals is dan ook essentieel.

John van der Zwan Commandant Brandweer Flevoland

Dekkingsplan 2025-2028

Bestuurlijke samenvatting Zoals de Wet veiligheidsregio's voorschrijft stelt de brandweer elke vier jaar een dekkingsplan op voor onze veiligheidsregio. In dit plan beschrijven wij de operationele prestaties die wij als brandweer gaan leveren. De totstandkoming van het dekkingsplan is een intensief en zorgvuldig proces, waarbij de snelste hulp aan de burger het uitgangspunt is.

Inleiding Het nieuwe dekkingsplan 2025-2028 is opgesteld aan de hand van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen. De focus in deze nieuwe systematiek, waarvan het dekkingsplan 2021-2024 de voorloper was, ligt op het continu verbeteren en optimaliseren van de brandweerzorg. Op basis van de risico's en ontwikkelingen in de regio wordt gekeken naar passende brandweerzorg, waarbij wordt voldaan aan landelijke en regionale kwaliteitseisen van de repressieve brandweerzorg. Deze kwaliteit wordt niet alleen gemeten aan de hand van snelheid, maar ook aan de hand van de factoren capaciteit (slagkracht), paraatheid en werkdruk. De kwaliteit wordt vastgelegd voor alle kerntaken van de brandweer. Waar nodig worden maatregelen uitgewerkt om de kwaliteit te verbeteren. Voor de factor snelheid bij gebouwbranden, wordt daarbij gebruik gemaakt van het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Dit houdt in dat in plaats van objecten, gebieden worden ingedeeld in een (risico)categorie, waaraan een opkomsttijd wordt gekoppeld. Veiligheidsregio Flevoland wordt gevormd door de zes gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde en telt momenteel (2024) bijna 445.000 inwoners, waarvan 1507o met een leeftijd van 65+.

Geografisch kent de regio naast het bebouwde gebied, een aanzienlijk oppervlakte agrarisch gebied, bos en heide en een groot (met name buitendijks) watergebied. Door de regio lopen diverse A- en N-wegen en spoorlijnen waarover soms ook vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Brandweer Flevoland is in de regio verantwoordelijk voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand en het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij andere ongevallen (art.25 Wvr).

De repressieve organisatie van de brandweer wordt gevormd door 15 posten die dag en nacht voor de bestrijding van deze incidenten klaar staan. Het overgrote deel van deze posten (11) wordt bemenst door vrijwilligers.

Bestuurlijke uitgangspunten Voorafgaand aan het opstellen van het dekkingsplan, zijn door het bestuur met het oog op een toekomstbestendige brandweer, op een viertal thema's uitgangspunten gedefinieerd. Dit betreft: Kwaliteit De kwaliteit van de brandweerzorg blijft behouden. Hiervoor worden de nodige inspanningen gedaan. Eventueel hiertoe te nemen maatregelen worden geleidelijk doorgevoerd. V Vrijwilligheid De vrijwillige brandweer blijft behouden. Bestuurders zetten zich hiervoor in als ambassadeur. Verder is het belangrijk en waardevol dat vrijwilligers mee kunnen denken en sturen op de vitaliteit van hun post. Waar nodig is gerichte versterking met beroepskrachten een logische ontwikkeling, omdat het de vraag is of alle posten op langere termijn vitaal blijven. Samenwerken Samenwerking op het gebied van repressieve brandweerzorg is een goede ontwikkeling. Het vermindert kwetsbaarheid, versterkt kwaliteit en helpt om de kosten beheersbaar te houden. Daarbij is het van belang oog te houden voor de 'identiteit van de post', omdat de binding van de vrijwilliger juist op de post ligt. Bij samenwerking tussen de regio's is financiële transparantie van belang. V Betaalbaarheid Bij het opstellen van het dekkingsplan wordt primair uitgegaan van risico's en het afdekken daarvan.

Bij het nemen van eventuele maatregelen of voorzieningen wordt ook gekeken naar de betaalbaarheid daarvan. Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Bij de uitwerking van het dekkingsplan zijn de bovenstaande uitgangspunten leidend geweest. Door inzet op de vitaliteit van de repressieve brandweerzorg en samenwerking met andere regio's is het mogelijk gebleken de kwaliteit van brandweerzorg op peil te houden. Het dekkingsplan sluit aan bij de geactualiseerde risico's in Flevoland, waaronder energietransitie, klimaatverandering en vitaliteit van posten, zoals ook omschreven in het beleidsplan.

Uitwerking Op de diverse incidenten die zich in de regio kunnen voordoen, bereidt brandweer Flevoland zich voor om vanuit haar taakstelling met de beschikbare mensen en middelen de juiste hulp te verlenen. V Dit doet zij door snel ter plaatse te zijn. De eerste basisbrandweereenheid kan na een melding van een gebouwbrand over het algemeen binnen de gestelde normtijd van het landelijke kader gebiedsgerichte opkomsttijden ter plaatse zijn. In een beperkt aantal gebieden wordt deze normtijd niet gehaald. Op enkele plaatsen in de regio wordt de wettelijke normtijd van 18 minuten overschreden. Oorzaken hiervoor zijn de grote geografische afstanden in sommige gebieden en de beschikbaarheid van vrijwilligers. Hierdoor kan niet met een volledige basisbrandweereenheid (met zes personen) worden uitgerukt. De eenheid wordt dan samengesteld met de eenheid van de naburige post. De tijd waarbinnen een complete basisbrandweereenheid dan aanwezig is, is hierdoor hoger. De andere eenheden kunnen binnen de geldende normtijden ter plaatse zijn. Uitzondering hierop is het hulpverleningsvoertuig dat in gebieden in het noordelijk deel van de regio een hogere aanrijtijd kent. Dit doet zij door voldoende slagkracht te leveren.

Op zowel de DAG als in de ANW (avond, nacht en weekend) kan regionaal, zowel in de huidige als in de toekomstige situatie, 9907o van de objecten met drie tankautospuiten binnen 23 minuten worden bediend. De grote geografische afstanden en de lage kazernedichtheid maken de regio kwetsbaar bij incidenten die moeilijker bereikbaar zijn of waarbij veel slagkracht noodzakelijk is. Door de bezetting van een aantal posten te

vergroten en te verstevigen kan met een volledige basiseenheid (TS6) worden uitgerukt. Hierdoor zal de slagkracht in een aantal gebieden verbeteren. De regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan het landelijke slagkrachtprofiel. Wel is ook de continuïteit en de restdekking bij dit soort inzetten gezien de lage kazernedichtheid en de grote afstanden kwetsbaar. De slagkracht bij de andere kerntaken wordt voldoende geacht ten opzichte van de risico's en het gemiddelde aantal alarmeringen. Wel blijft de inzet van een schuimvormende middelen eenheid bij (vloeibare) gevaarlijke stoffen kwetsbaar. Mede gezien de ontwikkelingen op het gebied van energietransitie en klimaatverandering kan op termijn extra capaciteit (materieel) hiervoor gewenst zijn. V Dit doet zij door paraat te zijn. Het regionale beschikbaarheidspercentage voor de eerste tankautospuit ligt in de regio op 9807o. Dit betreft de paraatheid van een tankautospuit met doorgaans vier personen (TS4). Voor het uitrukken met een volledige basiseenheid met zes personen is de beschikbaarheid van de vrijwilligers op de meeste posten te laag. De beschikbaarheid van medewerkers, beroeps en vrijwilligers behoeft aandacht, om de continuïteit van brandweerzorg te kunnen garanderen. V Dit doet zij door de organisatie in te richten op de werkdruk.

De gemiddelde werkdruk voor de beroepskazerne is 1000 alarmeringen per jaar. Bij een vrijwillige post ligt dit gemiddelde op 120 alarmeringen per jaar. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen posten met meer dan 200 alarmeringen (Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde)) en de posten tot 100 alarmeringen per jaar. De alarmeringsfrequentie komt overeen met de stedelijke dichtheid van de verzorgingsgebieden en sluit aan bij de huidige regionale organisatievorm. Dat wil zeggen dat in het gebied met een hoge incidentfrequentie een beroepskazerne staat, dat in gebieden met een middelhoge frequentie de vrijwillige kazernes beschikken over vangnetten om de bezetting te garanderen en dat in de gebieden met lage incidentfrequentie kazernes met alleen een vrijwillige bezetting staan.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Om de kwaliteit van de brandweerzorg en de repressieve dekking te behouden en op sommige punten te kunnen verbeteren, zet de brandweer samen met de bestuurders in op de vitaliteit van de posten en de repressieve organisatie. Monitoring van bezetting, leeftijdsopbouw en beschikbaarheid is daarbij onmisbaar om tijdig te kunnen anticiperen op een dalende dekking. Om de operationele prestaties ook bij lage paraatheid te kunnen garanderen, zijn enkele posten als continuïteitspost aangemerkt. Voor deze posten met een centrale ligging en hoge incidentfrequentie is het niet wenselijk om buiten dienst te gaan. Om deze posten bij lage paraatheid toch in dienst te houden is een vangnet ingebouwd. Hierbij kan repressief inzetbaar kantoorpersoneel op de post worden ingezet voor ondersteuning in de dagdienst. Daarnaast zet de brandweer extra of gerichte maatregelen in, om in situaties waarbij de repressieve dekking volgens het dekkingsplan onvoldoende is, toch een gelijkwaardig veiligheidsniveau voor inwoners te realiseren. Door middel van bijvoorbeeld voorlichtingen en woningbezoeken wordt de bewustwording over brandveiligheid vergroot en de zelfredzaamheid verhoogd.

Brandweer Flevoland streeft ernaar haar taak op een effectieve en efficiënte manier uit te voeren. Hiervoor werkt zij nauw samen met omliggende regio's en ketenpartners en speelt zij in op maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende risico's. De grote bouwontwikkelingen en bevolkingsgroei in de regio brengen nu al stijgende werkdruk met zich mee. Deze ontwikkelingen benadrukken de noodzaak om daar als brandweer op te anticiperen (kazernes, personeel, materieel), om de dekking in de regio voldoende te kunnen garanderen. Daarnaast leidt de energietransitie tot nieuwe risico's. De brandweer levert grote inspanning op de voorbereiding daarop en de eigen ontwikkeling daarin. Ook klimaatverandering en de verhoogde kans op natuurbranden zijn belangrijke aandachtspunten. Door de vorming van natuurgebieden door de jaren heen zijn dit groeiende risicofactoren. Om die reden is natuurbrandbestrijding naast de andere kerntaken opgenomen in het dekkingsplan. Door samen te werken en te anticiperen op ontwikkelingen en risico's bereidt de brandweer zich voor om zowel nu als morgen in de gehele regio de juiste hulp te kunnen bieden. Over de gerealiseerde prestaties rapporteert zij binnen de planning en control cyclus periodiek aan het bestuur.

Vastgesteld op 4 december 2024

Inleiding Conform de Wet veiligheidsregio's stelt het bestuur van de Veiligheidsregio Flevoland elke vier jaar een dekkingsplan voor de repressieve brandweerzorg vast. Hierin wordt vastgelegd hoe de theoretisch berekende operationele prestaties van de brandweer zich verhouden tot de daaraan gestelde eisen.

Landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen Het dekkingsplan 2025-2028 is opgesteld aan de hand van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen die op 1 juli 2022 is vastgesteld door het Veiligheidsberaad. De aanpassing in de wetgeving moet hiervoor nog plaatsvinden. Het bestuur maakt daarom op grond van art. 3.2.1. lid 2 van het Besluit veiligheidsregio's gebruik van haar wettelijke bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van de normtijden voor de basisbrandweereenheid. Het gaat daarin mee in de landelijke ontwikkeling en geeft gevolg aan de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 19 december 2022 om het dekkingsplan conform de Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen op te stellen. In deze inmiddels doorontwikkelde systematiek, waarvan het dekkingsplan 2021-2024 een voorloper was, ligt de focus op het continu verbeteren en optimaliseren van de brandweerzorg. Op basis van de risico's en ontwikkelingen wordt gekeken naar passende brandweerzorg in de regio, waarbij wordt voldaan aan wet- en regelgeving en landelijke of regionale kwaliteitseisen die aan de repressieve brandweerzorg worden gesteld. Deze kwaliteit wordt niet alleen gemeten aan de hand van snelheid, maar ook aan de hand van de factoren capaciteit, paraatheid en werkdruk. De kwaliteit wordt vastgelegd voor alle kerntaken van de brandweer.

Waar nodig worden maatregelen uitgewerkt om de kwaliteit te verbeteren.

objecten, gebieden ingedeeld in een (risico)categorie waaraan een opkomsttijd wordt gekoppeld. In het beoordelingskader zijn hiervoor referentiewaarden of normtijden per categorie vastgelegd.

Kwaliteitseisen Verder wordt gebruik gemaakt van het landelijk beoordelingskader Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). Voor de kerntaken waarvoor (nog) geen landelijke referentiewaarden zijn vastgesteld worden de regionale kwaliteitseisen gebruikt.

Brandrisicoprofiel De Wet veiligheidsregio's bepaalt dat elke regio een risicoprofiel opstelt, waarin een analyse is ogenomen van de branden, de rampen en de crises die zich in de veiligheidsregio kunnen voordoen. Het brandrisicoprofiel dient als input voor het dekkingsplan. Er bestaat nog geen eenduidige (landelijke) systematiek voor het opstellen van een brandrisicoprofiel. Hier gaat de komende jaren wel aan gewerkt worden. Voor de methodiek van Gebiedsgerichte Opkomsttijden is in feite geen apart brandrisicoprofiel meer nodig, omdat in de Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen al wordt beschreven hoe met de brandrisico's voor gebouwen in het verzorgingsgebied moet worden omgegaan. Het opstellen van een brandrisicoprofiel heeft echter nog steeds meerwaarde, bijvoorbeeld bij de prioritering en het bepalen van compenserende maatregelen voor aandachtsgebieden en -objecten. Ook biedt het een nadere onderbouwing bij het uitvoeren van de taken van afdeling Risicobeheersing, bijvoorbeeld het kunnen toepassen van een risicogerichte werkwijze.

Leeswijzer Gebiedsgerichte opkomsttijden De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen maakt voor de factor snelheid bij gebouwbranden gebruik van het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Hierbij worden, in plaats van in

In dit dekkingsplan zijn de processtappen uit de Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen doorlopen. Hoofdstuk 1 beschrijft de inrichting van de repressieve organisatie en de interne en externe ontwikkelingen die van invloed zijn op de dekking. Hoofdstuk 2

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

beschrijft de operationele prestaties van de brandweer aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, slagkracht en werkdruk. Hoofdstuk 3 beschrijft per kerntaak de indeling van de regio in risicogebieden, de daarvoor geldende opkomsttijden, de mate waarin Brandweer Flevoland aan deze tijdsnormen kan voldoen en of er maatregelen noodzakelijk zijn om de dekking te verbeteren. Hoofdstuk 4 tot en met 6 hebben betrekking op bestuurlijke vaststelling, implementatie en monitoring van het dekkingsplan. Bijlage 1 geeft een samenvatting van de Handreiking. In Bijlage 2 zijn de (technische) uitgangspunten van de berekeningen opgenomen, in Bijlage 3 wordt het materieelspreidingsplan weergegeven en in Bijlage 4 worden de compenserende maatregelen beschreven.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekking bijstellen processtap 1 In dit hoofdstuk wordt de huidige repressieve organisatie beschreven die als vertrekpunt dient voor het dekkingsplan. Daarnaast worden de interne en externe ontwikkelingen omschreven die van invloed kunnen zijn op de dekking. 1.1

Interne ontwikkelingen

Brandweer Flevoland is volop in beweging. Met een aantal wijzigingen in de repressieve organisatie, het uitstromen en moderniseren van verouderd materieel en het vergroten van de samenwerking met omliggende veiligheidsregio's en ketenpartners, wil de brandweer beter kunnen inspelen op diverse ontwikkelingen (en risico's) in de regio. De vitaliteit van de vrijwilligersposten blijft daarbij centraal staan en zal de komende periode de nodige aandacht vragen.

De logistieke ondersteuning tijdens grote en langdurige inzetten wordt verzorgd door het team Techniek & Logistiek in Lelystad, dat bemenst wordt door vrijwilligers.

1.1.3 Uitgangspunten repressieve organisatie Het bestuur van Veiligheidsregio Flevoland heeft uitgangspunten vastgesteld voor wat betreft de kwaliteit, vrijwilligheid, samenwerken en betaalbaarheid van de brandweer. Samen met de ambtelijke uitgangspunten vormt dit de basis voor de verdere inrichting van de repressieve organisatie.

1.1.2 Inrichting repressieve organisatie De huidige repressieve organisatie van Brandweer Flevoland wordt gevormd door 15 brandweerposten. Dat zijn de vier beroepsposten Almere Buiten, Almere Poort, Almere Veluwsekant en Lelystad en de 11 vrijwilligersposten Biddinghuizen, Creil, Dronten, Emmeloord, Ens, Marknesse, Nagele, Rutten, Swifterbant, Urk en Zeewolde. Daarnaast worden enkele eenheden op de posten Almere Poort, Almere Veluwsekant en Lelystad door vrijwilligers bemenst. De totale repressieve organisatie bestaat momenteel uit een combinatie van beroepsmedewerkers, gekazerneerde vrijwilligers en vrije-instroomvrijwiIligers. Met het oog op het verplichtend karakter, waarbij de gekazerneerde vrijwilligheid vervalt, is een beweging in gang gezet om de organisatie hierop aan te passen (zie 1.1.4 Ontwikkelingen). Daarnaast heeft een aanzienlijk deel van het kantoorpersoneel een repressieve nevenfunctie als operationele leiding of als vrijwilliger bij een post.

Figuur 1 - Brandweerkazernes in de regio Flevoland

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Bestuurlijke uitgangspunten Kwaliteit De kwaliteit van de brandweerzorg blijft behouden. Hiervoor worden de nodige inspanningen gedaan. Eventueel hiertoe te nemen maatregelen worden geleidelijk doorgevoerd. Vrijwilligheid De vrijwillige brandweer blijft behouden. Bestuurders zetten zich hiervoor in als ambassadeur. Deze rol als ambassadeur kan zich onder andere richten op algemene zichtbaarheid, waardering, huisvesting en werving. Verder is het belangrijk en waardevol dat vrijwilligers kunnen meedenken en sturen op de vitaliteit van hun post. Waar nodig is gerichte versterking met beroepskrachten een logische ontwikkeling, omdat het de vraag is of alle posten op lange termijn vitaal blijven. Samenwerken Samenwerking op het gebied van repressieve brandweerzorg is een goede ontwikkeling. Het vermindert kwetsbaarheid, versterkt kwaliteit en helpt om de kosten beheersbaar te houden. Bij samenwerking is het van belang oog te houden voor de 'identiteit van de post', omdat de binding van de vrijwilliger juist op de post ligt. Bij samenwerking tussen de regio's is financiële transparantie van belang. Betaalbaarheid Bij het opstellen van het dekkingsplan wordt primair uitgegaan van risico's en het afdekken daarvan. Bij het nemen van eventuele maatregelen of voorzieningen wordt ook gekeken naar de betaalbaarheid daarvan.

Ambtelijke uitgangspunten Brandweer Flevoland staat 24/7 paraat Continuïteit van brandweerzorg - ook in de toekomst - is het primaire streven van Brandweer Flevoland. Gebaseerd op vrijwilligheid en beroeps Brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers werken samen om de continuïteit te realiseren.

Vitale vrijwilligersposten De vrijwillige brandweerposten zijn paraat op basis van het vrijeinstroommodel. Vitaliteit van posten, zowel in formatie, leeftijdsopbouw als beschikbaarheid, is hierbij essentieel. Vitale posten, nu en in de toekomst, zijn noodzakelijk om het niveau van brandweerzorg en daarmee de repressieve dekking te behouden. Faciliteren van repressie vanuit centrale planning Continuïteit van brandweerzorg wordt bewaakt via een systeem van centrale planning, waarbij de mogelijkheid bestaat dat posten (tijdelijk) worden ondersteund door dagdienstpersoneel dat repressief inzetbaar is. Inzetten op balans tussen taakveld en repressie De beroepsmedewerkers met een repressieve neventaak zijn bij inzet als dagdienstpersoneel voldoende in staat hun hoofdtaak uit te voeren. Alle (dagdienst)medewerkers krijgen de mogelijkheid om (bij geschiktheid) repressieve taken uit te voeren. Brandweerposten opereren als netwerk voor benodigde slagkracht Alle posten dragen bij aan de regionale kwaliteit van brandweerzorg: posten leveren samen brandweerzorg en doen dat niet alleen. Stimuleren van Uitruk op Maat De slagkracht wordt afgestemd op het incident. Dit houdt in dat voor een niet-maatgevend incident een kleinere eenheid dan de basisbrandweereenheid (TS6) kan worden ingezet. Verder kan een TS6 ook worden samengesteld (2 x TS4).

Het streven blijft om zo snel mogelijk brandweerzorg te leveren. Het veilig kunnen optreden en daarbij aanvaardbare risico's kunnen nemen blijft hierbij een zeer belangrijke voorwaarde. Specialistische eenheden worden slim gespreid over posten Specialistische eenheden worden slim gepositioneerd, gebaseerd op ingeschatte risico's volgens de (specialistische) risico-inventarisatie. Bij deze spreiding wordt ook een afweging gemaakt op grond van paraatheid, werkdruk en werkbelasting.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

1.1.4 Ontwikkelingen Om de repressieve brandweertaak zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren wordt continu gezocht naar verbetering. Hierbij wordt ingespeeld op landelijke en (inter)regionale ontwikkelingen. De volgende ontwikkelingen en stappen die hierin zijn gezet zijn daarbij van belang. Verplichtend karakter (voorheen Taakdifferentiatie) De implementatie van het landelijke project verplichtend karakter heeft gevolgen voor de garantie van de operationele prestaties. Door nieuwe regelgeving waarbij een vrijwilliger niet meer verplicht mag worden om op te komen, komt de kazernering van vrijwilligers en de gegarandeerde opkomst bij consignatie te vervallen. Bij Brandweer Flevoland is de impact hiervan groot, onder meer omdat zij gebruik maakt van gekazerneerde vrijwilligers. Vanwege de impact op de operationele prestaties heeft het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Flevoland besloten tot een tijdelijke versterking van de beroepsorganisatie. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. Behoud kwaliteit brandweerzorg (26 roosterplekken om brandweerzorg te kunnen blijven leveren conform het vastgestelde dekkingsplan van december 2019) 2. Behoud vrijwilligheid (blijvend gebruik maken van de inzet van vrijwilligers, rekening houdend met de ideeën van vrijwilligers) 3.

Uiteindelijke financiering door het Rijk Op grond van het bovenstaande is de transitie in gang gezet om van gekazerneerde vrijwilligheid naar meer beroeps te gaan. Structurele uitbreiding van het repressieve beroepspersoneel is noodzakelijk om de bezetting 24/7 te kunnen garanderen en de operationele prestaties conform het huidige dekkingsplan te kunnen leveren. Vitaliteit van posten De vitaliteit van de posten staat door diverse factoren onder druk. Met het boeien en binden van vrijwilligers wordt eigenaarschap beoogd voor de paraatheid van de post in de eigen omgeving. De paraatheid wordt

daarbij continu gemonitord, zodat bij lage paraatheid direct vangnetten kunnen worden ingezet (zie ook het volgende kopje). Daarnaast kan door monitoring ook worden ingespeeld op ontwikkelingen zoals vergrijzing. Belangrijke indicatoren voor een vitale post zijn de bezetting, de leeftijdsopbouw en de duur van het dienstverband van medewerkers. Bij een naderende lage bezetting kan samen met het (lokale) bestuur worden gekeken op welke wijze de werving van vrijwilligers kan worden gestimuleerd. Onderdeel hiervan is het faciliteren in voorzieningen als bijvoorbeeld een werkplek (conform Arbo-eisen), om zo nieuwe (doelgroepen) vrijwilligers aan te trekken. Garantie van repressieve dekking Om de operationele prestaties - zoals vastgelegd in dit dekkingsplan - ook bij lage paraatheid te kunnen garanderen, zijn enkele posten binnen de regio als continuïteitspost aangemerkt. Voor deze posten met een centrale ligging en een hoge incidentfrequentie is het niet wenselijk om buiten dienst te staan. Dit zijn de beroepsposten Almere Buiten, Almere Poort, Almere Veluwsekant en Lelystad en de vrijwilligersposten Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde. Gestreefd wordt om deze posten 10007o inzetbaar te houden. Voor de andere vrijwillige posten wordt gestuurd op 9807o paraatheid. Om deze continuïteitposten bij lage paraatheid toch in dienst te houden wordt een vangnet ingebouwd.

Hierbij kan repressief inzetbaar kantoor­ personeel op de post worden ingezet, voor ondersteuning in de dagdienst. Uitruk op Maat Bij het uitvoeren van de brandweertaak past Brandweer Flevoland de landelijke systematiek Uitruk op Maat toe. Dat betekent dat de slagkracht wordt aangepast aan het soort incident en de impact daarvan. Hierdoor kan bij sommige taken worden uitgerukt met minder dan zes personen en kan daar waar een volledige basisbrandweereenheid noodzakelijk is, deze worden samengesteld. Interregionale samenwerking Brandweer Flevoland heeft met alle aangrenzende regio's convenanten opgesteld waarin is afgesproken dat regiogrenzen geen belemmering meer vormen bij het bieden van (spoedeisende) hulp aan de burger in relatie tot de basisbrandweerzorg. De interregionale samenwerking laat Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

vanzelfsprekend het gezag, zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's, onveranderd. Samenwerking met Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Met Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is een intensief samenwerkings­ verband aangegaan. In 2019 is de zogenaamde samenwerkings­ overeenkomst getekend waarmee invulling wordt gegeven aan de gezamenlijke ambitie om onder meer brandweerzorg van een kwaliteitsimpuls te voorzien en de integraliteit in de uitvoering te bevorderen. Andere doelen bij deze samenwerking zijn het minder kwetsbaar maken van beide organisaties en het beperken van de kostenstijgingen. Binnen brandweerzorg Flevoland en Gooi en Vechtstreek is hierdoor inmiddels een nauwe samenwerking ontstaan. Elk team kent een eenhoofdige leiding, de meldkamers zijn samengevoegd en specialistische functies worden gezamenlijk ingezet. Meldkamer Midden-Nederland In de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) is een proces van standaardisatie in gang gezet. Dit verbetert de interregionale samenwerking, de mogelijkheid om op elkaar terug te vallen bij (zeer zeldzame) uitval van een meldkamer en de mogelijkheid om de werklast bij grote drukte onder de meldkamers te verdelen. In 2025 staat de ingebruikname van Meldkamer Midden-Nederland in Hilversum gepland.

Hiervoor vindt nauwe samenwerking plaats tussen de regio's Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Utrecht, en worden de meldings- en alarmeringsregeling en meldkamerprocessen verder geharmoniseerd. Versterking samenwerking veiligheidsdomein Brandweer Flevoland gaat steeds nauwer samenwerken met andere hulpdiensten. Zo is de samenwerking met de ambulancedienst verder uitgebreid en wordt de brandweer ook ingezet bij reanimatiemeldingen. Daarnaast wil de brandweer de brandweerposten ook als veiligheids­ steunpunten inzetten. Risicobeheersing en Brandveilig Leven Vanuit de gecombineerde domeinen risicobeheersing en incidentbestrijding beschikt de brandweer over een waaier van maatregelen,

waarmee zij de (fysieke) brandveiligheid kan beïnvloeden. Het team Risicobeheersing draagt binnen regio Flevoland bij aan de brandveiligheid van gebouwen, door advisering en toezicht tijdens de bouw en in de gebruiksfase van bestaande gebouwen. Het team Brandveilig Leven geeft advies en voorlichting over brandveiligheid aan burgers van de regio. Door middel van bijvoorbeeld voorlichtingen en woningbezoeken, wordt de bewustwording over brandveiligheid vergroot en de zelfredzaamheid verhoogd. In situaties waarbij de repressieve dekking volgens het dekkingsplan onvoldoende is, kunnen extra of gerichte maatregelen vanuit Risicobeheersing worden ingezet, om toch een gelijkwaardig veiligheidsniveau voor inwoners te realiseren. Innovatie Brandweer Flevoland volgt de nieuwe (technologische) ontwikkelingen binnen het vakgebied. Bij de aanschaf van nieuw materieel en materiaal worden die nadrukkelijk meegewogen. Ook duurzaamheid speelt hierbij een rol. Waar nodig wordt getoetst op welke wijze nieuwe technologie de brandweer kan helpen haar taak nog beter uit te voeren. Een voorbeeld van de toepassing van nieuwe technologie is de oprichting van het droneteam van Brandweer Flevoland en Brandweer Gooi en Vechtstreek. Met behulp van de drone kan bij grote incidenten snel overzicht en inzicht worden gegenereerd.

Momenteel wordt onderzocht welke toegevoegde waarde de inzet van onderwatertechniek en van robotica kunnen hebben bij de brandweertaken. Ook wordt gekeken naar innovatieve gecombineerde toepassingen van kerntaken in eenheden zoals de combinatie van brand, hulpverlening en IBGS (Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen).

1.2

Externe ontwikkelingen

1.2.1 Geografie Veiligheidsregio Flevoland wordt gevormd door de zes gemeenten Almere, Lelystad, Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde. In de huidige vorm beslaat de regio een gebied van ruim 2400 km2, waarvan ongeveer 4207o binnenwater beslaat en 5007o uit bos en heide en agrarisch terrein bestaat. Het (semi)bebouwde gebied neemt 507o van het gebied in. De overige 307o bestaat uit recreatie- en verkeersterrein (CBS 2017). Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Door de regio lopen spoorlijnen en de belangrijke verbindingswegen A27 en A6. De regio wordt omringd door de veiligheidsregio's Friesland, IJsselland, Noord en Oost-Gelderland, Gelderland Midden en Gooi en Vechtstreek, waarmee nauw wordt samengewerkt. Ook met de regio's aan de andere kant van het IJsselmeer vindt nauwe samenwerking plaats. Dit zijn NoordHolland Noord, Zaanstreek-Waterland en Amsterdam-Amstelland.

Bodemgebruik Binnenwater Agrarisch terrein Bos en open natuurlijk terrein Bebouwd terrein Recreatieterrein Verkeersterrein Semi-bebouwd terrein 0

200

400

600

Figuur 2 - Bodemgebruik Flevoland in km2 (Bron: CBS (2017))

800

1000

1200

De regio Flevoland kent een sterke regionale ontwikkeling. In het 'Ontwikkelperspectief' dat door het samenwerkingsverband Metropoolregio Amsterdam (MRA) is opgesteld, is afgesproken dat een aanzienlijk deel van de woningbouwopgave in Flevoland - en dan met name in Almere en Lelystad - zal worden gerealiseerd. Ook in de andere gemeenten wordt uitgebreid, zij het in mindere mate. In de gehele regio wordt tot 2050 een toename van ongeveer 100.000 woningen verwacht. De focus ligt daarbij op het ontwikkelen van Almere Oosterwold, tussen Almere en Zeewolde. Verder wordt Almere Pampus ontwikkeld. Dat is het gebied in het westen van Almere. Er zijn plannen om dit gebied met de zogeheten IJmeerverbinding aan IJburg (Amsterdam) te verbinden. In Lelystad wordt het gebied Warande Zuid verder doorontwikkeld. De stadsuitbreidingen worden hiernaast weergegeven. Om tijdig in te kunnen spelen op deze ontwikkelingen is het voor de uitvoering van de brandweertaak noodzakelijk om een prognoseberekening van de dekking te maken. Hierbij wordt gekeken naar de factor snelheid en beoordeeld of de nieuwe buurt voor de brandweer bereikbaar is binnen de daarvoor gestelde normtijd. Daarnaast betekent een toename van het inwoneraantal ook een stijging van het aantal incidenten. De werkdruk van de brandweer wordt hierdoor verhoogd.

Aan de hand van de uitkomsten van deze berekeningen kan worden bepaald of uitbreiding van het wagenpark (tankautospuit of redvoertuig) of zelfs een nieuwe kazerne noodzakelijk is voor de uitvoering van de brandweertaak en hoe de gewenste bezetting van het voertuig of de post er gezien de (verwachte) werkdruk uit ziet. Hierover vindt periodiek overleg met het bestuur plaats.

Figuur 3 - Geplande stadsuitbreidingen Almere en Lelystad

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Prognose bevolkingsgroei 600.000

Figuur 4 - Ontwikkeling bevolkingsgroei in Flevoland (Bron: CBS)

1.2.2 Demografie Veiligheidsregio Flevoland telt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op 1 januari 2023 bijna 445.000 inwoners. Hiervan is 507o woonachtig in de gemeente Almere, 197o in Lelystad, 1107o in de Noordoostpolder, 1007o in Dronten, 507o op Urk en 507o in Zeewolde.

Overstromingsgevaar Flevoland ligt, met uitzondering van Urk en Schokland, geheel onder het Nieuw Amsterdams Peil (NAP) en is daarmee gevoelig voor overstromingen. Ondanks dat de kans hierop vrij onwaarschijnlijk lijkt, wordt hiervoor binnen crisisbeheersing nauw samengewerkt met ketenpartners zoals het Waterschap Zuiderzeeland. De brandweer werkt daarnaast nauw samen met de reddingsbrigade Nederland (KNBRD) in het kader van de Nationale Reddingsvloot (NRV). Natuurbranden Door klimaatverandering zullen perioden van droogte vaker voorkomen. De kans dat natuurbranden zich ontwikkelen tot grote (onbeheersbare) branden neemt daardoor toe. Ook in Flevoland is dit het geval nu natuurgebieden door de jaren heen verder zijn gevormd. Deze bevinden zich soms dicht bij de woonkernen. Door de stijging van het aantal inwoners in en nabij natuurgebieden en de toename van het aantal (nacht)recreanten in natuurgebieden neemt dit nog verder toe. De risico's met betrekking tot natuurbranden in Flevoland zijn aan de hand van verschillende indicatoren inzichtelijk gemaakt. Deze zijn vastgelegd in de regionale risico index (RIN) voor natuurbranden in Flevoland. Om die reden is natuurbrand naast de andere kerntaken ook in het dekkingsplan opgenomen. De komende tijd wordt samen met ketenpartners gewerkt aan een aanpak om deze risico's te verkleinen.

1.2.3 Risico's in de regio

Extreme weersomstandigheden Door klimaatverandering zullen extreme weersomstandigheden zoals clusterbuien vaker voorkomen. De verwachting is dat het aantal incidenten dat gerelateerd is aan storm- en wateroverlast ook zal toenemen. Om de effecten op de hulpverlening bij dit soort grote drukte te beperken, heeft de brandweer een procedure grote drukte ontwikkeld. In die procedure zijn afspraken gemaakt over hoe in dit soort situaties wordt gehandeld.

Het Regionaal Risicoprofiel van Veiligheidsregio Flevoland beschrijft de rampen en crises waarmee de regio te maken kan krijgen. Daarnaast zijn er trends en ontwikkelingen in de samenleving en in het klimaat, die mogelijk nieuwe risico's met zich meebrengen.

Energietransitie In de energietransitie stapt de samenleving over op nieuwe en duurzame energiebronnen. De regio Flevoland zet hier groots op in en kent

Volgens de prognose van het CBS zal het aantal inwoners tot 2035 met ongeveer 127 toenemen. De sterkste groei is daarbij te zien in de gemeenten Almere (177) en Lelystad (217). Van de inwoners is 157 65 jaar of ouder. Daarmee is de regio ten opzichte van het landelijke percentage 65-plussers (207) relatief jong. Vergrijzing vindt wel plaats en ouderen blijven steeds vaker langer thuis wonen.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

inmiddels windmolens, grote zonneparken en energieopslagsystemen. Veranderingen worden vanuit provincie en gemeenten gestimuleerd. De komende tijd vinden verdere ontwikkelingen op dit gebied plaats. Steeds vaker wordt de brandweer hierbij om advies op veiligheidsaspecten gevraagd. De landelijke samenwerking en de samenwerking met andere veiligheidsregio's heeft er ondertussen toe geleid dat voorlopige regelgeving is vastgesteld en dat relevante kennis voor advisering breder wordt gedeeld. Ook op het gebied van incidentbestrijding en blustechnieken vindt (landelijk) overleg plaats, zodat op een zo veilige en zo verantwoord mogelijke wijze kan worden ingespeeld op deze nieuwe ontwikkelingen. Bereikbaarheid Maatregelen ter regulering van de verkeersdruk en -snelheid hebben invloed op de brandweerinzet. Op handen zijnde plannen binnen de regio om de snelheid te verlagen, kunnen de aanrijtijd van de brandweer aanzienlijk verhogen, afhankelijk van de keuzes die hierin worden gemaakt. De snelheid van hulpverlening wordt hiermee vertraagd. De effecten van deze snelheidsbeperkende maatregelen zullen nauw worden gevolgd en waar nodig zullen verbetermaatregelen worden voorgesteld. Emissievrije zones Om de CO2-uitstoot te verminderen mogen gemeenten vanaf 2025 emissievrije zones invoeren. Gemeenten in Flevoland hebben plannen om dergelijke zones in het stadscentrum in te voeren.

Dit heeft ook impact op de bereikbaarheid van de brandweer in deze zones. Gezamenlijk met de gemeenten wordt verder onderzocht op welke wijze met deze ontwikkeling kan worden omgegaan. Daarbij wordt gekeken naar de technische en financiële impact van de maatregelen. Verstoringen van communicatie- en alarmeringssystemen De samenleving vertrouwt in toenemende mate op ICT-systemen. Verstoringen in deze netwerken hebben steeds vaker gevolgen voor de samenleving en leveren extra risico's op. Ook voor de brandweer zijn verstoringen in communicatie- en alarmeringssystemen een risico.

1.2.4 Aandachtsobjecten Het dekkingsplan is gebiedsgericht, maar zoomt ook in op kwetsbare objecten. In de regio Flevoland krijgen de onderstaande objecten specifieke aandacht. Dit geldt in het bijzonder voor deze objecten wanneer de bovengrens van de bandbreedte wordt overschreden. Voor een toelichting op de bandbreedte, zie hoofdstuk 3, Dekking beoordelen. Lelystad Airport In Flevoland bevindt zich Lelystad Airport. Dit vliegveld wordt op dit moment gebruikt door kleine (les-) vliegtuigen en helicopters. Openstelling voor grote passagiers- of goederenvluchten is nog niet aan de orde. Mocht het vliegveld wel voor meer vliegverkeer worden opengesteld, dan zal de impact op de brandweerzorg opnieuw worden gewogen. Portiekflats Portiekflats hebben een hoger brandrisico, omdat de woningen in portiekflats slechts één vluchtroute hebben, die bij brand onbruikbaar kan raken. Hoogbouw Voor hoogbouw hoger dan 20 meter is sprake van een hoger brandrisico. Dat komt door de lange vluchtroutes en grote inzetdiepte, de grote aantallen bewoners en het feit dat de bovenste verdiepingen niet meer met de redvoertuigen van de brandweer kunnen worden bereikt.

Gebouwen met verminderd zelfredzamen In gebouwen voor slapende, verminderd zelfredzame personen (gezondheidszorgfuncties met bedgebied, zoals ziekenhuizen en verpleegtehuizen, woonfuncties voor gehandicapten en revalidatiecentra) zijn personen niet of beperkt in staat om zelfstandig te vluchten bij brand. Deze kwetsbaarheid en de afhankelijkheid van intern personeel vergen extra aandacht bij calamiteiten. Penitentiaire inrichtingen Ook in penitentiaire inrichtingen in Flevoland zijn de bewoners kwetsbaar en afhankelijk, omdat zij niet in staat zijn om zelfstandig te vluchten. Flevoland kent twee penitentiaire inrichtingen.

Vastgesteld op 4 december 2024

zelfredzaamheid wordt een aparte berekening gemaakt voor deze gebruiksfunctie binnen de regio Flevoland. Hieraan worden aanvullende maatregelen gekoppeld, zodat deze objecten de benodigde aandacht krijgen. Grootschalige opslagcentra In de regio worden steeds meer grote logistieke of opslagcentra gebouwd met een grote oppervlakte (boven de 10.000m2). Deze vormen een uitdaging voor de brandbestrijding en kennen een afwijkende inzet. Dergelijke centra kunnen een substantieel risico voor de omgeving vormen, mede afhankelijk van wat er wordt opgeslagen.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Dekking beschrijven processtap 2 In dit hoofdstuk wordt de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven, met behulp van de Handreiking landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij, onder de gegeven omstandigheden, repressief toe in staat is.

2.1

De factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk

De kwaliteit van de brandweerzorg wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In het onderstaande overzicht is aangegeven welke aspecten hiervan onderzocht zijn. Factor

Onderwerp

Snelheid

^ Eerste tankautospuit (TS6) ter plaatse (maatgevend scenario) ^ Redvoertuig ter plaatse ^ Hulpverleningseenheid ter plaatse ^ Waterongevallen-voertuig ter plaatse

Capaciteit

^ Slagkracht ^ Grootschalige en langdurige inzetten

Paraatheid

^ Beschikbaarheid ^ Gelijktijdigheid ^ Restdekking

Werkdruk

^ Alarmeringsfrequentie

Tabel 1 - Overzicht factoren en gerelateerde onderwerpen

De brandweereenheden worden ingezet volgens het principe van 'operationele grenzen'. Dit betekent dat gemeente- en regiogrenzen geen belemmeringen vormen. Het dekkingsplan geeft inzage in de prestaties op regionaal niveau. Interregionale eenheden zijn conform de afspraken met de omliggende regio's meegenomen in de berekeningen.

2.2

Snelheid

Snelle hulpverlening kan mensenlevens redden en schade beperken. De factor snelheid is onderzocht voor de verschillende eenheden die voor de basisbrandweerzorg worden ingezet. Deze eenheden kennen verschillende opkomsttijden.

2.2.1 Basisbrandweereenheid De berekening van de snelheid van de eerste tankautospuit wordt gedaan aan de hand van het maatgevend scenario. Dit scenario wordt in het dekkingsplan voor alle gebouwbranden gehanteerd. Het gaat hierbij dus zowel om woningbranden als om andere gebouwbranden, zoals bijvoorbeeld een industriebrand. Omdat het maatgevend scenario brand als uitgangspunt is genomen, wordt conform wetgeving de opkomsttijd berekend aan de hand van het ter plaatse zijn van een (samengestelde) TS6. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de eerste basisbrandweereenheid (TS6) ter plaatse kan zijn. In een geografische Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Versie 20 februari 2024

Opkomsttijd Ie TS DAG in minuten

0-6 6-9

I

I Buurtgrenzen

I

I Gemeente Water

Bra ndweerkazernes combinatie

oproep

Figuur 5 - Opkomsttijd (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) op de DAG

Figuur 7 - Opkomsttijd (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) in de ANW

Figuur 6 - Opkomsttijd (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) op de DAG, gerelateerd aan percentage locaties

Figuur 8 - Opkomsttijd (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) in de ANW, gerelateerd aan percentage locaties

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

weergave is hieronder de opkomstprognose van de (samengestelde) basisbrandweereenheid (TS6) in regio Flevoland inzichtelijk gemaakt. Het percentage van de incidentlocaties in de regio die binnen een bepaalde tijd worden bereikt, wordt weergegeven in een S-curve grafiek. Vanwege de lagere mate van beschikbaarheid van medewerkers op de DAG en de inzet van dagdienstondersteuning, worden de figuren voor de DAG en voor de Avond, Nacht en Weekend (ANW) afzonderlijk weergegeven. Analyse snelheid basisbrandweereenheid In de nabijheid van de beroepsposten is de basisbrandweereenheid logischerwijs het snelst ter plaatse. Ook in de omgeving van de vrijwilligersposten Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde is de opkomsttijd laag. Regionaal ligt de opkomsttijd in de ANW iets hoger dan op de DAG. Dit kan worden verklaard doordat op een aantal posten door beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers op de DAG dagdienstondersteuning plaatsvindt. Deze werken op de kazerne of in de directe nabijheid daarvan, waardoor sneller kan worden uitgerukt.

Over het algemeen kan worden gesteld dat zowel op de DAG als in de Avond, Nacht en Weekend vrijwel alle objecten binnen 18 minuten door de brandweer worden bereikt. Op de DAG worden daarbij 99,507o van de objecten binnen 18 minuten bereikt en in de ANW 9907o binnen de 18 min. Dit percentage is lager in de gemeenten Dronten (DAG 99,407o en ANW 9507o) en Zeewolde (DAG 93,107o en ANW 92,607o). Bij een beperkt aantal objecten (1047 op de DAG en 2060 in de ANW) wordt de wettelijke norm van 18 minuten overschreden. Deze objecten bevinden zich met name in de gemeenten Zeewolde (onder andere vakantiepark de Eemhof) en Dronten (met name Biddinghuizen en omgeving, waaronder bungalowpark De Bremerberg). Daarnaast bevinden zich een aantal objecten op de Markerwadden en het IJsseloog, die moeilijk of enkel per boot te bereiken zijn. De opkomsttijd kan hiervoor niet worden berekend. Waarschijnlijk wordt ook hier de norm overschreden.

Urk [0] I Gemeentegrens

Figuur 9 - Objecten met opkomsttijd boven 18minuten (DAG)

Figuur 10 - Objecten met opkomsttijd boven 18 minuten (ANW)

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

2.2.2 Redvoertuig Voor het redden van personen en dieren en het bestrijden van brand op hoogte maakt de brandweer gebruik van een redvoertuig (RV). In de regio Flevoland zijn momenteel twee redvoertuigen aanwezig. Deze zijn gestationeerd op de posten Almere Veluwsekant en Lelystad. Een derde redvoertuig wordt in 2025 in Emmeloord gestationeerd. De snelheid waarmee een redvoertuig in de regio ter plaatse kan zijn wordt weergegeven in de onderstaande figuur. In de S-curve wordt bij het tijdvak ook het bereik van het aantal locaties in percentages weergegeven. Analyse snelheid redvoertuig Het redvoertuig kan met de komst van het derde redvoertuig bij 83yo van de objecten in de regio binnen 18 minuten ter plaatse zijn. In de gemeenten Almere en Lelystad kan het redvoertuig vrijwel bij alle objecten binnen 18 minuten ter plaatse zijn. In de gemeenten Dronten,

Noordoostpolder, Urk en Zeewolde kunnen alle objecten vrijwel binnen 22 minuten worden bereikt.

2.2.3 Hulpverleningsvoertuig Bij ernstige ongevallen of beknellingen wordt een hulpverleningsvoertuig (HV) ingezet. Dit voertuig beschikt over hoogwaardig materiaal waarmee onder andere slachtoffers kunnen worden bevrijd. Brandweer Flevoland beschikt over twee hulpverleningsvoertuigen, die gestationeerd zijn op de posten Almere Poort en Dronten. Begin 2025 wordt het hulpverleningsvoertuig van Almere Poort verplaatst naar Almere Buiten. Analyse snelheid hulpverleningsvoertuig De gebieden rondom de posten waar een hulpverleningsvoertuig is gestationeerd kunnen binnen 15 minuten worden bereikt. Het overige deel van de regio wordt overwegend binnen 30 minuten bereikt. In een

Qpkomsttijd RV in minuten

I Gemeente

Figuur 12 - Qpkomsttijd redvoertuig gerelateerd aan percentage locaties combinatie

Figuur 11 - Qpkomsttijd redvoertuig

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

aantal gebieden in met name de gemeente Noordoostpolder ligt de aanrijtijd hoger en kan deze oplopen tot boven de 30 minuten.

2.2.4 Waterongevallen-voertuig Voor ongevallen in en op het water, waarbij mensen of dieren te water zijn geraakt, wordt de duikploeg ingezet. De waterongevallen-voertuigen en de duikploegen zijn gestationeerd in Almere Poort, Lelystad en op Urk.

2.3

Capaciteit

Als de brandweer ter plaatse is begint de bestrijding van een incident. Hiervoor zijn mensen en materieel nodig, soms voor langere tijd. De dekking wordt dan ook niet alleen bepaald door de snelheid waarmee eenheden bij een incident ter plaatse kunnen zijn, maar ook door de beschikbaarheid van voldoende eenheden bij opschaling.

Analyse snelheid waterongevallen-voertuig Het waterongevallen-voertuig kan met het duikteam in bijna de hele regio binnen 30 minuten ter plaatse zijn. Door de positionering van de duikteams kan het binnendijkse watergebied snel worden bereikt en kan voor het buitendijks gebied snel worden opgestapt.

De factor capaciteit is onderzocht aan de hand van de aspecten slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. De prestaties op het gebied van slagkracht zijn berekend binnen het principe basisbrandweerzorg. De prestaties op het gebied van grootschalige en langdurige inzetten zijn geanalyseerd onder het principe van Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.

Figuur 13 - Opkomsttijd hulpverleningsvoertuig

Figuur 14 - Opkomsttijd waterongevallen-voertuig

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Slagkracht Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden ter plaatse te krijgen, tot een maximum van drie tankautospuiten.

■PDe beschrijving van slagkracht vindt plaats aan de hand van de maximale opkomsttijd van drie tankautospuiten en het totaal aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. Het percentage van de locaties in de regio die binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kunnen worden bereikt wordt weergegeven in een dekkingsgrafiek (S-curve).

Figuur 16 - Slagkracht - Opkomsttijd 3e basisbrandweereenheid (TS6) op de DAG

Figuur 15 - Slagkracht - Aantal basisbrandweereenheden (TS6) binnen 15 minuten ter plaatse op de DAG.

Figuur 17 - Slagkracht - Opkomsttijd 3 basisbrandweereenheden (TS6) op de DAG gerelateerd aan percentage locaties

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Versie 20 februari 2024

Aantal TS-en ANW < 15 minuten

I

I Buurtgrenzen

I

I Gemeente Water

Brandweerkazernes

fa combinatie

oproep

Figuur 18 - Slagkracht - Aantal basisbrandweereenheden (TS6) binnen 15 minuten ter plaatse in de ANW

Figuur 20 - Slagkracht - Opkomsttijd 3 basisbrandweereenheden (TS6) in de ANW gerelateerd aan percentage locaties

Figuur 19 - Slagkracht - Opkomsttijd 3e basisbrandweereenheid (TS6) in de ANW

Analyse slagkracht De brandweer beschikt over 24 tankautospuiten. Hiervan worden er 20 primair voor de repressieve brandweertaak ingezet. De andere 4 tankautospuiten worden ingezet voor het vakbekwaam worden en blijven van personeel en als vervangend voertuig bij onderhoud of technische mankementen. Indien beschikbaar en noodzakelijk kunnen deze ondersteunende tankautospuiten worden ingezet als flexibele schil voor extra slagkracht. Deze tankautospuiten worden vanwege het ondersteunende karakter niet meegenomen in de berekeningen. Regionaal kunnen zowel op de DAG als in de ANW bij 2407o van de objecten binnen 15 minuten drie tankautospuiten ter plaatse zijn. Dit lage percentage wordt veroorzaakt door de lage kazernedichtheid en de daardoor relatief grote afstand tussen de posten. Dit is vooral te zien in Zeewolde, maar ook in andere gemeenten. Hierdoor heeft met name de derde tankautospuit meer tijd nodig om ter plaatse te komen. Daarnaast is ook het uitrukmodel van invloed, met TS4 in Almere of TSflex, vanwege de beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers op vrije-instroom-posten. Hierdoor wordt Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

een extra tankautospuit in de berekening meegenomen, van een nog verder liggende post, om aan de volledige basiseenheid te komen. Op de DAG en in de ANW kan regionaal 5007o van de objecten met drie tankautospuiten worden bediend binnen 18 minuten en 7207o binnen 20 minuten. Binnen 23 minuten kunnen vrijwel alle objecten in de regio worden bereikt met 3 tankautospuiten. Bij grote incidenten kan Brandweer Flevoland een beroep doen op interregionale eenheden en landelijke bijstand. Capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten De inzet met meer dan drie basiseenheden valt onder de noemer Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). Voor de aspecten grootschalige en langdurige inzetten is gekeken naar de regionale organisatie van eenheden voor grootschalig brandweeroptreden. Voor (interregionale) grootschalige en langdurige inzetten kan Brandweer Flevoland in ieder geval een basispeloton inzetten. Een basispeloton levert extra capaciteit bij brandbestrijding, redding, basis-IBGS (Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen) en waterongevallen. In de eigen regio is dit peloton binnen 30 minuten aanwezig op de uitgangsstelling. Het peloton basisbrandweerzorg van Brandweer Flevoland kan worden samengesteld uit vier tankautospuiten.

Analyse grootschalige en langdurige inzetten Brandweer Flevoland kan voor grootschalige en langdurige inzet in eigen regio een basispeloton en een (met Gooi en Vechtstreek samengesteld) peloton Grootschalige Watervoorziening (GWV) en een peloton Logistiek & Ondersteuning leveren. Het basispeloton kan met een hulpverleningsvoertuig worden uitgebreid tot een peloton Redding & Technische Hulpverlening. De pelotons zijn ook beschikbaar voor interregionale bijstand. De pelotons kunnen binnen 60 minuten op de aangegeven uitgangsstelling aanwezig zijn. Situationeel wordt gekeken op welke wijze de restdekking kan worden gegarandeerd.

2.4

Paraatheid

De paraatheid gaat over de mate waarin de brandweer gereed is om uit te rukken. De factor paraatheid is onderzocht aan de hand van de beschik­ baarheid van voldoende gekwalificeerd personeel en materieel, de kans op gelijktijdige incidenten en regionale restdekking. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.

Wanneer er voor een brandweereenheid voldoende gekwalificeerd personeel en materieel is, dan staat deze eenheid 'in dienst'. De eenheid is dan inzetbaar om incidenten te bestrijden. De beschikbaarheid van de brandweer is uitgedrukt in het percentage dat de eerste tankautospuit paraat is ten opzichte van de totale tijdsduur van een periode. In de onderstaande tabel wordt het percentage per post aangegeven, over het jaar 2023. In deze cijfers is de materiële beschikbaarheid nog niet meegenomen. Verwacht wordt dat dit een minimaal effect heeft op de cijfers, aangezien bij (langdurige) uitval doorgaans een vervangende tankautospuit beschikbaar is. Kazerne

0Zo beschikbaar Kazerne

0Zo beschikbaar

Almere Buiten

100,00

Lelystad vrijwilligers

100,00

Almere Poort

99,95

Marknesse

96,10

Almere Veluwse Kant

100,00

Nagele

98,47

Biddinghuizen

99,93

Rutten

96,88

Creil

99,01

Swifterbant

80,60

Dronten

99,43

Urk

100,00

Emmeloord

100,00

Urk (2)

99,35

Ens

99,06

Zeewolde

100,00

Lelystad

97,80

Zeewolde (2)

(enkel ANW) 100,00

Lelystad (2)

99,45

Regio: 98J2% Tabel 2 - Het beschikbaarheidspercentage van de eerstelijns Tankautospuiten in 2023.

Vastgesteld op 4 december 2024

Dekkingsplan 2025-2028

Analyse beschikbaarheid Het regionale beschikbaarheidspercentage voor de eerstelijns tankautospuiten ligt in de regio op 98,27o. De beroepskazernes in Almere en Lelystad zijn vrijwel altijd paraat. Het beschikbaarheids-percentage varieert daar tussen de 97,87o en 10007o. De continuïteitsposten Dronten, Emmeloord, Urk en Zeewolde zijn 99,707o paraat. Bij de vrijwilligersposten Biddinghuizen, Creil, Ens en Nagele ligt het beschikbaarheidspercentage boven het de 987. De posten Marknesse, Rutten en Swifterbant zitten onder de 987 beschikbaarheid.

Vanzelfsprekend komen er bij een alarmering opvolgende eenheden ter plaatse, maar wel na een langere rijtijd. De minder parate eenheden zijn nog wel beschikbaar voor slagkracht en restdekking. De brandweer hanteert een afschaaltabel om bij personeelsuitval de capaciteit zo optimaal mogelijk te blijven inzetten. Gelijktijdige incidenten beïnvloeden de (rest)dekking. De snelste eenheid is al ingezet en er moet voor een gelijktijdig incident een opvolgende eenheid met een langere rijtijd ter plaatse komen. In de volgende grafiek is op basis van historische incidentgegevens de procentuele kans op een gelijktijdig incident in het verzorgingsgebied van een kazerne weergegeven. Analyse gelijktijdigheid De kans op gelijktijdigheid van incidenten is relatief laag, als gekeken wordt naar alle incidenten in de regio Flevoland. Relevant zijn hier de gebieden met een hogere bevolkingsdichtheid en dan met name de gemeenten Almere en Lelystad. Dit komt vooral door de hogere incidentfrequentie en de aanwezige risico's. De daadwerkelijke kans op gelijktijdige incidenten ligt overigens lager, aangezien er in een aantal gebieden meerdere posten tegelijk worden gealarmeerd bij een incident.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/90/documents/18072