CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - GBLT Jaarstukken 2023 (586537).pdf

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente DrontenBij agendapunt: 6f: AKKOORD Raadsvoorstel Financiële cyclus GBLT 2023-202521.202 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

ontva nge n

ve rwe rkt

b e zwa re n p e r

toe ke nne n

a fwij ze n

ond e rha nd e n

%

%

we rk

he ffingsj a a r heffingsbezwaren

14.917

14.417

65

35

500

invorderingsbezwaren

1.245

1.216

9

91

29

WOZ-bezwaren*, waarvan:

12.038

11.628

31

69

410

- WOZ-bezwaren NCNP

6.170

5.923

25

75

247

* aantal objecten Be zwa a rschrifte n 2 0 2 2

ontva nge n

ve rwe rkt

b e zwa re n p e r

toe ke nne n

a fwij ze n

ond e rha nd e n

%

%

we rk

he ffingsj a a r heffingsbezwaren

14.981

14.422

66

34

559

invorderingsbezwaren

1.200

1.164

7

93

36

WOZ-bezwaren*, waarvan:

5.057

4.724

31

69

333

- WOZ-bezwaren NCNP

2.721

2.474

24

76

247

* aantal objecten

Heffings- en invorderingsbezwaren Het aantal ontvangen heffings- en invorderingsbezwaren in 2023 ligt op gelijk niveau met 2022. Dit geldt ook voor het percentage toekennen en afwijzen. Van de heffingsbezwaren is 65% toegekend. Op deze toegekende bezwaren doen we in het eerste kwartaal van 2024 een analyse, om te bepalen waar de meeste toegekende bezwaren over gaan en waar we verbeteringen in ons proces kunnen doorvoeren. Bij de invorderingsbezwaren is 9% van de bezwaren toegekend. In 2023 hebben we door de koppeling met het Nieuw Handelsregister (NHR) extern een aantal correcties moeten laten uitvoeren. Dit heeft ervoor gezorgd dat dit deel van de heffingsbezwaren, ondanks externe ondersteuning, niet binnen de termijn van 12 weken afgehandeld kon worden. De verwerking van deze mutaties loopt nog door in het eerste kwartaal van 2024. Voor de overige nog openstaande bezwaren ligt de afhandeling op schema om de 12-wekentermijn te halen of wachten we op aanvullende informatie om de bezwaarschriften af te kunnen handelen. WOZ-bezwaren Het aantal WOZ-bezwaren is in 2023 138% hoger dan een jaar eerder. Dit sluit aan bij de landelijke trend. De helft van de bezwaren is ingediend door een NCNP-bureau. We hebben als interne doelstelling om op 1 augustus 75% van de woningbezwaren ingediend door belanghebbende zelf afgehandeld te hebben.

Door de grote toename van het aantal bezwaren hebben we deze doelstelling niet gehaald. Op 1 augustus was voor 54% van deze bezwaren de uitspraak verzonden.

24

Om de WOZ-bezwaren binnen het kalenderjaar af te handelen, hebben we verschillende maatregelen getroffen: •

We hebben een interne flexibele schil ingezet op administratieve werkzaamheden;

•

We hebben gebruikgemaakt van externe inhuur;

•

We hebben onze werkwijze voor bezwaren van NCNP-bureaus efficiënter ingericht, waardoor zowel de taxateurs als de bezwaarbehandelaars in staat waren om meer bezwaren af te handelen in dezelfde tijd.

GBLT heeft 97% van de ontvangen bezwaarschriften binnen het kalenderjaar afgehandeld. Voor de nog openstaande bezwaren is een verdagingsbrief gestuurd, waarmee we de termijn voor het afhandelen van de bezwaren met 6 weken verlengd hebben. De afhandeling van deze bezwaren ligt op schema om deze termijn te halen. 31% van de bezwaren is gegrond verklaard. Als we specifiek kijken naar de bezwaren ingediend door de NCNP-bureaus is 25% van de bezwaren gegrond verklaard. Proceskostenvergoeding De grote toename van het aantal WOZ-bezwaren heeft ervoor gezorgd dat het budget voor vergoeding van de proceskosten verhoogd is tot € 1,14 mln. In 2023 hebben we in totaal € 1,01 mln. aan proceskostenvergoeding bij de WOZ-bezwaren uitgekeerd. Voor de ontvangen bezwaren en beroepen tot 31 december 2023 die nog niet zijn afgehandeld (de werkvoorraad) hebben we een voorziening getroffen van € 216.000. Beroepen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de beroepsprocedures. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in de ontvangen heffings- en invorderingsberoepen en de ontvangen WOZ-beroepen. Be roe p e n he ffe n e n invord e re n

Ond e rha nd e n

Ontva nge n

we rk

lop e nd j a a r

T ota a l

vorig j a a r

Ve rwe rkt

Ond e rha nd e n

te

(uitsp ra a k/

we rk

ve rwe rke n

inge trokke n)

Beroepen

25

55

80

36

44

Hoger beroepen

24

25

49

42

7

Cassatie

3

0

3

3

0

T ota a l

52

80

132

81

51

Be roe p e n WOZ*

Ond e rha nd e n

Ontva nge n

T ota a l

Ve rwe rkt

Ond e rha nd e n

we rk

lop e nd j a a r

te

(uitsp ra a k/

we rk

ve rwe rke n

inge trokke n)

vorig j a a r Beroepen

114

217

331

174

157

Hoger beroepen

23

12

35

22

13

Cassatie

1

0

1

0

1

T ota a l

138

229

367

196

171

* aantal objecten

Het totaal aantal ontvangen beroepen voor heffen en invorderen is in 2023 ten opzichte van vorig jaar iets gestegen van 70 naar 80. Het aantal beroepen WOZ is ongeveer gelijk beleven. Daarbij moet worden 25

opgemerkt dat de termijnen voor het indienen van beroep tegen de uitspraak op bezwaar van de WOZbeschikkingen bij de rechtbank, nog niet voor alle bezwaarschriften is verstreken. In vergelijking met vorig jaar is het aantal onderhanden werk voor de WOZ-beroepen iets toegenomen. Voor de afhandeling van de procedures zijn wij afhankelijk van de planning zoals deze door de rechtbank Overijssel en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt gehanteerd. Wij constateren dat de rechtbanken er langer over doen om een zittingsdatum in te plannen. Hieronder zijn twee procedures verder toegelicht.

Beroepsprocedure watersysteemheffing rijkswateren Een landelijke natuurorganisatie heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen watersysteemheffing voor ongebouwde onroerende zaken gelegen in rijkswateren. De natuurorganisatie wijst op het Waddenzeearrest en stelt dat de heffingsbevoegdheid niet geldt voor rijkswateren. In samenspraak met de betrokken waterschappen en de natuurorganisatie is besloten een rechter te laten oordelen over enkele representatieve percelen. Die uitspraak is vervolgens richtinggevend voor de bezwaren waarop nog beslist moet worden. De rechtbank heeft uitspraak gedaan en geoordeeld dat percelen gelegen in rijkswateren niet aangeslagen mogen worden. In overleg met de betrokken waterschappen heeft GBLT hoger beroep ingesteld. Een zittingsdatum moet nog steeds worden gepland door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Beroepsprocedure drijvende zonneparken Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft nog geen zittingsdatum vastgesteld voor het hoger beroep dat GBLT heeft ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank dat drijvende zonnepanelen op water roerende zaken zijn. De vraag ligt nu voor bij het gerechtshof om een uitspraak te doen of drijvende zonneparken juridisch als roerend of onroerend gezien moeten worden. Als het zonnepark op water als onroerend is te zien, kan GBLT onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing heffen en invorderen. Als het zonnepark als roerend is te zien, kan GBLT deze belastingen niet heffen en invorderen. Het gaat om een groot bedrag onroerendezaakbelasting voor de gemeente en een redelijk bedrag aan watersysteemheffing voor het waterschap. Voor het verkrijgen van landelijke jurisprudentie heeft GBLT hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof. Klachten In 2023 hebben we 228 klachten ontvangen. In 2022 waren dit er 368. Dit is een daling van 38%. Deze cijfers zijn niet helemaal met elkaar te vergelijken, omdat wij vanaf juli 2022 brieven van 'mensen die geen contract hebben met GBLT' (ook wel bekend als 'soevereine burgers' of 'autonomen') zoveel mogelijk als bezwaar behandelen. Dit zorgt voor een daling van het aantal klachten. In 2022 hebben we 73 brieven van soevereine mensen als klacht afgehandeld, in 2023 zijn dit er 11.

Wanneer je deze cijfers buiten de totalen laat, is er in 2023 nog steeds een daling zichtbaar van het aantal klachten ten opzichte van 2022. Kla chte n

Ontva nge n

Informe e l

Forme e l

Forme e l a fge ha nd e ld - ge grond

a fge ha nd e ld a fge ha nd e ld Be j e ge ning Be richte n- Communionge grond

b ox

In

Ove rig

b e ha nd e ling

ca tie

2023

228

182

24

1

0

4

10

7

2022

368

335

14

1

0

2

1

15

Er zijn 39 klachten formeel afgehandeld. Daarvan is 62% ongegrond verklaard en 38% gegrond. In 2023 is één klacht buiten de termijn afgehandeld door een onjuiste registratie. De belangrijkste reden voor klagen 26

is de afhandeling van een verzoek om kwijtschelding. Daar zien we een stijging ten opzichte van 2022. De belangrijkste oorzaak daarvan is dat dit jaar een groep uitkeringsgerechtigden door wijzigingen in landelijke normen geen kwijtschelding meer ontving. Deze klachten zien we in de tabel terug in de categorie 'overig gegrond'. Hiervoor is inmiddels landelijk een herstelactie opgezet. Communicatie is daarnaast de belangrijkste reden voor klagen. Hierbij zien we in bovenstaande tabel een stijging van het aantal formeel afgehandelde gegronde klachten van 2 naar 4. Als we echter naar alle klachten kijken over de communicatie, zowel formeel als informeel afgehandeld, is er een duidelijke daling te zien ten opzichte van 2022. Alle aandacht die we besteed hebben aan verbetering van onze brieven en de website lijkt daarmee zijn vruchten af te werpen. Met de afhandeling van de klachten hebben we per dossier de specifieke situatie opgelost en intern teruggekoppeld. De klachten hebben daarnaast tot aanpassing van de website en verbetervoorstellen voor brieven geleid. Daarnaast wordt organisatiebreed een instructie gemaakt voor adresonderzoek bij erven. De Nationale Ombudsman heeft dit jaar 41 klachten ontvangen over GBLT. Dit is beduidend lager dan voorgaande jaren. Toen lag het aantal klachten tussen de 60 en 65.

Twee klachten over kwijtschelding hebben tot een onderzoek geleid, waarvan één klacht ongegrond en één gegrond is verklaard. Vijf klachten zijn met een interventie opgelost, één onderzoek is beëindigd en de overige 33 klachten hebben geleid tot een doorverwijzing of verschaffen van informatie. Op dit moment loopt er één onderzoek bij de Nationale Ombudsman over GBLT. Het onderzoek gaat over hoe om te gaan met schadevergoedingen bij kwijtscheldingsverzoeken. Het onderzoek betreft drie kwijtscheldingsklachten in één en is op dit moment in de afrondende fase. In 2023 is daarnaast één onderzoeksrapport over GBLT geschreven. Dit rapport (Behandeling verzoek om kwijtschelding door GBLT kon beter) gaat eveneens over de behandeling van een kwijtscheldingsverzoek. GBLT had onvoldoende duidelijk informatie opgevraagd en voldoet daarmee niet aan de norm van goede informatieverstrekking. De betreffende brief is inmiddels aangepast. Op de overige punten over de berekening van de betalingscapaciteit is de klacht ongegrond verklaard. Overige ontwikkelingen Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) Voor de Wmebv hebben we een inventarisatie uitgevoerd voor welke formele berichten wij een digitaal kanaal open moeten stellen voor onze klanten. Dit geldt voor inkomende formele berichten en uitgaande berichten (notificaties).

Het is gebleken dat we voor veel formele berichten al een digitaal kanaal beschikbaar hebben. Denk hierbij aan ons Digitale Loket. Voor de formele berichten waar we nog geen digitaal kanaal beschikbaar hebben, zijn we op zoek gegaan naar oplossingen. De oplossingen die we gaan toepassen zijn uitbreiding op ons Digitale Loket, slimme e-formulieren en contactformulieren op onze website. In het laatste deel van dit jaar zijn we begonnen met de implementatie van deze oplossingen. Vanwege de invoering van de Wmebv dient in 2024 het aanwijzingsbesluit elektronische kanalen nog door het dagelijks bestuur vastgesteld te worden. De invoeringsdatum is uitgesteld naar 1 januari 2025. We verwachten op tijd klaar te zijn vóór deze invoeringsdatum. We voldoen al aan de zorgplicht die vanuit de Wmebv wordt opgelegd en per 1 januari 2024 ingaat.

27

Digitoegankelijkheid Met het Besluit digitale toegankelijkheid overheid zijn overheidsorganisaties verplicht hun websites en apps toegankelijk te maken én te houden. Onze website gblt.nl en ons Digitale Loket zijn opgenomen in het register van toegankelijkheidsverklaringen. De website gblt.nl voldoet gedeeltelijk en voor het Digitale Loket is een nieuw toegankelijkheidsonderzoek uitgevoerd. Dat is verplicht na drie jaar. Onze leverancier legt op dit moment de laatste hand aan de bevindingen. Ook wordt nog de laatste hand gelegd aan de bevindingen op het Onvermogenportaal. Begin 2024 verwachten we dit af te kunnen ronden. Single Digital Gateway (SDG) SDG is een Europese verordening waar alle overheden aan moeten voldoen. Het doel van de SDG is burgers en bedrijven makkelijk toegang te geven tot digitale overheidsdienstverlening in EU-lidstaten. Dat gebeurt met het portaal 'Your Europe', ook wel gateway genoemd. Deze centrale toegangspoort verwijst gebruikers door naar de juiste websites in de verschillende lidstaten. De SDG bestaat uit drie onderdelen, Annex I, II en III. De afgelopen periode hebben we samen met een aantal belastingsamenwerkingen uitgezocht welke verplichtingen wij hebben rondom de SDG. De conclusie is dat er voor belastingsamenwerkingen geen verplichtingen bestaan. Organisatieveranderingen In de loop van 2023 zijn enkele organisatieveranderingen in gang gezet.

Zo is kwijtschelding, voorheen onderdeel van het Klantcontactcenter (KCC), bij de afdeling Innen ondergebracht en is het team Bezwaren van het KCC uitgebreid met het team WOZ-bezwaren, dat voorheen onder de afdeling Waarderen viel. Binnen het KCC is tevens een nieuw team ‘Breed inzetbare medewerkers’ gevormd. De afdeling Waarderen heeft ook de nodige veranderingen ondergaan en heet nu Gegevensbeheer en Taxaties. Het team Gegevensbeheer is hierin samengevoegd met het team Gegevensbeheer WOZ. Met deze veranderingen stimuleren we de bredere inzetbaarheid van medewerkers, waarmee we ook weer wendbaarder zijn geworden.

28

2.

Exploitatie

GBLT gaf in 2023 € 25,3 mln. uit aan exploitatielasten voor de heffing en inning van belastinggelden en de ondersteuning van dat proces. De kosten worden voor een belangrijk deel (€ 20,9 mln.) gedragen door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling en de bijdrage uit de dienstverleningsovereenkomst (DVO) van de gemeente Ommen. De inkomsten van GBLT bestaan voor ongeveer € 5,1 mln. uit in rekening gebrachte (wettelijke) invorderkosten. Deze kosten komen voort uit het niet op tijd betalen van belastingaanslagen. We hebben de plicht om overtollige middelen bij de schatkist te stallen. Over deze middelen hebben we € 0,4 mln. aan rente ontvangen. Daarnaast hebben we 0,9 mln. onttrokken aan voorzieningen en de overige € 0,3 mln. zijn incidentele baten van derden. De jaarrekening sluit af met een positief resultaat van ongeveer € 2,3 mln. Dit resultaat verrekenen we met de deelnemersbijdrage van 2023. De herberekening van de bijdragen is in de volgende tabel weergegeven. Voor de gemeenten geldt dat zij de btw op de dienstverlening kunnen compenseren. De toelichting hierop treft u aan in het Jaarverslag, onderdeel Jaarrekening. De e lne me r

Drents Overijsselse Delta Rijn en IJssel Vallei en Veluwe Vechtstromen Zuiderzeeland Bunschoten Dalfsen Dronten Leusden Nijkerk Ommen Zwolle To taal

Vastg e ste ld e b ijd rag e n 2023 2.682.598 2.801.351 4.486.601 3.343.555 1.802.983 355.674 513.543 734.287 546.582 776.116 381.108 2.508.960 20.933.358

Bijd rag e o p b asis van Jaarre ke ning 2023 2.240.334 2.339.398 3.747.034 2.792.318 1.505.778 370.769 534.173 765.450 568.429 807.481 396.618 2.609.023 18.676.805

29

Na vastste lling jaarre ke ning 2023 o ve rg e maakt / ve rre ke nd 442.264 461.953 739.567 551.237 297.205 -15.095 -20.630 -31.163 -21.847 -31.365 -15.510 -100.063 2.256.553

3.

Paragrafen

3.1 Ontwikkelingen in het vorige begrotingsjaar GBLT heeft de ambities beschreven in de Begroting 2023 grotendeels gerealiseerd. Dit is terug te lezen in de Programmaverantwoording. Voor het heffingsjaar 2023 zijn de waterschaps- en gemeentelijke belastingen bijna volledig opgelegd. Hiermee ligt de procentuele realisatie in lijn met dezelfde periode vorig jaar. De waardering van de onroerende zaken voor de zes aangesloten gemeenten en de gemeente Ommen verliep volgens de afgesproken tijdslijn. De Waarderingskamer heeft GBLT nogmaals de kwalificatie ‘Goed’ gegeven. Dat betekent dat de uitvoeringsprocessen bij GBLT waarborgen dat we WOZ-beschikkingen nemen die voldoen aan de geldende kwaliteitseisen. In het kader van de herziening van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) heeft het bestuur van GBLT een ambtelijke werkgroep een ontwerp van de gemeenschappelijke regeling (GR) op laten stellen waarin de herziening maar ook de toetreding van de gemeente Ommen is meegenomen. De nieuwe GR van GBLT, inclusief de toetreding van de gemeente Ommen, is ingegaan op 1 januari 2024. In overleg met het bestuur is begin 2023 een begrotingswijziging vastgesteld.

De begrotingswijziging is ingediend vanwege de nieuwe cao, wijzigingen ten aanzien van de financiering van de Wet Digitale Overheid (WDO), structurele kostenbesparingen en toename in de kosten, uitvoering van sociaal incasseren en lagere invorderbaten. In de toelichting op de verschillen in de jaarrekening gaan we in op afwijkingen met de bedragen uit deze begrotingswijziging. Na het vaststellen van de begrotingswijziging 2023 hebben zich wijzigingen voorgedaan waardoor de lasten en baten autonoom zijn gestegen. Onder meer de stijging van de rente op de middelen bij de schatkist, wat bijdraagt aan een toename van de rentebaten. Voorgaande jaren waren deze rentebaten minimaal (ca. € 3.000). Inmiddels zijn de rentebaten door de stijging van de rente opgelopen tot ongeveer € 445.000. Doordat er geen afspraken met de deelnemers waren gemaakt over de verwerking van deze baten, is in overleg met het bestuur in het 3e kwartaal besloten deze baten als overige opbrengsten aan te merken in de staat van baten en lasten. Deze overige opbrengsten worden meegenomen in toekomstige begrotingen en meerjarenramingen. Er zijn meer invorderdocumenten verstuurd dan vorig jaar, wat heeft geleid tot hogere invorderbaten dan is meegenomen in de begrotingswijziging 2023.

Doordat het aantal bezwaarschriften ten opzichte van vorig jaar meer dan verdubbeld is, valt de proceskostenvergoeding over 2023 hoger uit dan geraamd in de begrotingswijziging. De ontwikkeling van deze kosten is meegenomen in de prognoses van de twee bestuursrapportages van 2023. In 2023 hebben de waterschapsverkiezingen plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot de aanwijzing van twee nieuwe bestuurders van waterschappen in het algemeen bestuur en de verkiezing van een nieuw lid in het dagelijks bestuur.

30

3.2 Uitgangspunten en normen Het jaarverslag en de jaarrekening zijn opgesteld aan de hand van de (gewijzigde) Begroting 2023. Deze begroting bevat uitgangspunten en normen over de te hanteren loon- en prijsstijgingen. Deze uitgangspunten zijn toereikend gebleken.

3.3 Incidentele baten en lasten In de jaarrekening 2023 zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen. Hoewel GBLT voor het eerst in een aantal jaren weer een rentevergoeding krijgt voor de middelen die wij aanhouden bij de schatkist, is de verwachting dat dit zich de komende jaren structureel doorzet. Daarmee wordt deze baat structureel opgenomen in de begrotingswijziging 2024 en de begroting 2025 en verder.

3.4 Kostentoerekening Voor informatie over de kostentoerekening verwijzen wij naar het onderdeel Jaarrekening, exploitatierekening naar kostendragers.

3.5 Onttrekkingen overige bestemmingsreserves en voorzieningen GBLT kent geen bestemmingsreserves, maar wel voorzieningen. Voorzieningen zijn bedragen die worden gevormd om: •

verplichtingen, verliezen en risico's op te kunnen vangen waarvan de omvang per balansdatum onzeker is, maar wel redelijkerwijs zijn in te schatten;

•

bepaalde jaaroverstijgende uitgaven gelijkmatig te kunnen verdelen over verschillende begrotingsjaren.

In de jaarrekening is door GBLT een voorziening Arbeidsgerelateerde verplichting voor toekomstige ambtsjubilea getroffen. Deze voorziening is bedoeld om aan alle uitkeringsverplichtingen voor jubilea te kunnen voldoen. Deze verplichtingen vloeien voort uit opgebouwde rechten uit hoofde van de geldende arbeidsvoorwaarden van werknemers van GBLT. De voorziening geldt voor de huidige werknemers en bestuurders en bij de berekening is rekening gehouden met de 'blijfkans'. In 2023 is voor € 33.000 aan deze voorziening onttrokken en voor € 35.500 gedoteerd. Daarnaast hebben we in de jaarrekening een voorziening Uitkeringen aan voormalig personeel getroffen. Deze is bedoeld om uitkeringen aan voormalig personeel te dekken. In 2023 is voor € 45.000 aan deze voorziening onttrokken. Vorig jaar is een voorziening voor de studieregeling PBB gevormd. Deze voorziening hebben we eind 2023 vrij laten vallen ad € 174.000, omdat het een arbeidsgerelateerde verplichting met een gelijkblijvend karakter betreft waarvoor geen voorziening getroffen mag worden.

31

Als laatste kennen we een voorziening voor proceskosten, waarvan de procedure is gestart in 2023, maar de financiële vertaling daarvan pas in 2024 is. In 2023 is voor € 129.000 aan deze voorziening onttrokken en voor € 216.000 gedoteerd. De tabel met betrekking tot de voorzieningen is opgenomen in de balans van de jaarrekening onder het kopje Voorzieningen.

3.6 Waterschaps- en gemeentebelastingen De deelnemers beschrijven in hun begrotingen de soorten waterschaps- en gemeentebelastingen en het kwijtscheldingsbeleid. Daarbij gaan zij in op de kostendekkendheid van de tarieven. De belastingopbrengsten verantwoorden wij in aparte voortgangsrapportages en jaarrapportages aan de deelnemers. Hieronder een overzicht van de belastingopbrengsten over 2023, onderverdeeld in totalen voor de waterschappen en voor de gemeenten. Waterschappen In onderstaande tabel is voor de waterschappen de realisatie tot en met 31 december 2023 van de opgelegde belastingaanslagen voor belastingjaar 2023 weergegeven. Ook geven we in de tabel een prognose van de nog op te leggen belastingaanslagen voor het belastingjaar 2023 af. De verschillen tussen de kerncijfers voor de begroting en de prognose einde belastingjaar verklaren we in de jaarrapportages van de individuele deelnemers van GBLT. Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0

Ke rncij fe rs b e groting 2023

R e a lisa tie

Nog op te

P rognose

tot e n me t le gge n / te e ind e 3 1 -1 2 -2 0 2 3 ve rmind e re n b e la stingj a a r

Afwij king va n d e b e groting

Zuive ringshe ffing woonruimten

235.728

235.235

490

235.725

-3

bedrijfsruimten

94.239

93.835

4.061

97.897

3.658

3 2 9 .9 6 7

3 2 9 .0 7 0

4 .5 5 1

3 3 3 .6 2 2

3 .6 5 5

718

729

0

729

11

T ota a l zuive ringshe ffing Wa te rsyste e mhe ffing verontreinigingsheffing woonruimten

1.715

1.379

485

1.864

149

ingezetenen

128.285

127.941

203

128.144

-140

gebouwd

174.339

184.146

546

184.692

10.353

ongebouwd

48.368

48.448

135

48.583

215

ongebouwd natuurterreinen

2.299

2.304

-64

2.240

-59

T ota a l wa te rsyste e mhe ffing

3 5 5 .7 2 4

3 6 4 .9 4 7

1 .3 0 5

3 6 6 .2 5 2

1 0 .5 2 8

T ota le b e la stingop b re ngst

6 8 5 .6 9 0

6 9 4 .0 1 7

5 .8 5 6

6 9 9 .8 7 4

1 4 .1 8 3

verontreinigingsheffing bedrijfsruimten

Voor belastingjaar 2023 is voor de waterschappen 101% opgelegd ten opzichte van de totale begroting. De prognose einde belastingjaar komt circa € 14,2 mln. hoger uit dan verwacht op basis van de kerncijfers voor de begroting van 2023. De meeropbrengst is hoofdzakelijk het gevolg van hogere WOZ-waarden die een positief resultaat genereren bij de watersysteemheffing gebouwd.

32

De prognose van de verwachte meeropbrengst bij de zuiveringsheffing bedrijven van circa € 3,7 mln. wordt voor een substantieel deel veroorzaakt door een beperkt aantal industriële lozers van afvalwater waarvoor de vervuilingswaarde wordt vastgesteld door middel van meten, bemonsteren en analyseren van het afvalwater. In de jaarrapportages van 2022 is voor de oudere heffingsjaren (2020 tot en met 2022) een inschatting gemaakt aan nog op te leggen aanslagen van in totaal € 6,6 mln. Eind 2022 is een opbrengst van € 8,4 mln. gerealiseerd. Het verschil wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een meeropbrengst voor de zuiveringsheffing bedrijven. Qua belastingopbrengsten wordt dit veroorzaakt door het verschil tussen de voorlopige en definitieve belastingaanslag. In de individuele jaarrapportages voor de deelnemers wordt dit nader toegelicht. De producties van de aanslagoplegging in 2023 voor de verschillende belastingsoorten zijn volgens planning opgelegd zonder verstoringen. Gemeenten In onderstaande tabel is voor de gemeenten die deelnemen aan GBLT (dus exclusief gemeente Ommen) de realisatie tot en met 31 december 2023 van de opgelegde belastingaanslagen voor belastingjaar 2023 weergegeven. Ook geven we in de tabel een prognose van de nog op te leggen belastingaanslagen voor het belastingjaar 2023 af.

De verschillen tussen de kerncijfers voor de begroting en de prognose einde belastingjaar verklaren we in de jaarrapportages van de individuele deelnemers van GBLT. Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0

Ke rncij fe rs

R e a lisa tie

b e groting 2023 (ge wij zigd )

tot e n me t 3 1 -1 2 -2 0 2 3

Nog op te

P rognose

Afwij king

eigenaar woningen

45.362

45.670

-6

45.664

eigenaar niet-woningen

28.310

29.201

-27

29.174

864 1.208

le gge n / te e ind e va n d e ve rmind e re n b e la stingj a a r (ge wij zigd e ) b e groting

Onroe re nd e za a kb e la sting 302

gebruiker niet-woningen

19.482

20.397

293

20.690

T ota a l onroe re nd e za a kb e la sting

9 3 .1 5 4

9 5 .2 6 8

260

9 5 .5 2 8

2 .3 7 3

rioolheffing

18.652

18.725

34

18.759

106

afvalstoffenheffing/reinigingsheffing

30.543

30.623

44

30.667

125

diftar

4.605

0

4.956

4.956

351

Ove rige b e la stinge n

hondenbelasting

169

170

0

170

1

toeristenbelasting

2.926

2.246

439

2.685

-241

overige heffingen

984

1.061

22

1.083

100

T ota a l ove rige b e la stinge n

5 7 .8 7 8

5 2 .8 2 6

5 .4 9 5

5 8 .3 2 1

443

T ota le b e la stingop b re ngst

1 5 1 .0 3 2

1 4 8 .0 9 4

5 .7 5 5

1 5 3 .8 4 9

2 .8 1 6

Voor de gemeentelijke heffingen 2023 is op 31 december 2023 ten opzichte van de totale begroting 98% opgelegd. De prognose einde belastingjaar komt circa € 2,8 mln. hoger uit dan verwacht op basis van de kerncijfers voor de begroting van 2023. De meeropbrengst is voor een belangrijk deel het gevolg van hogere WOZ-waarden en uitgevoerde leegstandscontroles die een positief resultaat genereren bij de onroerendezaakbelasting. 33

Het totaalbedrag aan nog op te leggen aanslagen voor belastingjaar 2023 bedraagt € 5,8 mln. en bestaat voor het grootste deel uit aanslagen diftar. De belastingaanslagen diftar 2023 worden in februari/maart 2024 opgelegd op basis van het daadwerkelijk aantal ledigingen dat wordt ontvangen van de verschillende huisvuilinzamelaars. Het merendeel van de definitieve aanslagen toeristenbelasting 2023 wordt in maart/april 2024 opgelegd op basis van de ontvangen aangiften. Voor de voorgaande heffingsjaren (2021 en 2022) is bij de jaarrapportages 2022 een schatting opgenomen van € 2 mln. aan nog op te leggen aanslagen. Op 31 december 2023 is hiervan € 3 mln. gerealiseerd. In de individuele voortgangsrapportages van de deelnemers wordt nader ingegaan op de relevante belastingsoorten. De producties van de aanslagoplegging in 2023 voor de verschillende belastingsoorten zijn volgens planning opgelegd zonder verstoringen. Verantwoording invorderkosten In de exploitatierekening verantwoorden wij de gerealiseerde opbrengst aan in rekening gebrachte invorderkosten. Deze opbrengst ontstaat doordat we aan belastingschuldigen, wanneer belastingaanslagen niet tijdig zijn voldaan, kosten in rekening brengen voor het verzenden van aanmaningen, dwangbevelen, hernieuwde bevelen en andere invorderingsmaatregelen.

De in rekening te brengen kosten zijn wettelijk vastgelegd in de Kostenwet invordering rijksbelastingen, die geldt voor de invordering van waterschaps- en gemeentebelastingen. Het invorderbeleid is erop gericht de opgelegde aanslagen zo snel mogelijk te innen door tijdig betalen te stimuleren en dat zo gemakkelijk mogelijk te maken door effectief, efficiënt en menselijk onze taak uit te voeren.

3.7 Weerstandvermogen en risicobeheersing Bij het uitvoeren van onze taken staan we bloot aan financiële risico's. We definiëren risico als de mogelijkheid van een onverwachte en onzekere gebeurtenis, resulterend in consequenties waarvan de financiële omvang nog niet definitief is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn fraude, claims van derden, juridische geschillen en onzekerheden in investeringen. We blijven waakzaam en voeren doelgerichte (verbijzonderde) interne controles, audits en een analyse van frauderisico's uit. Weerstandsvermogen Aangezien we niet over eigen vermogen en reserves beschikken, kunnen we geen weerstandsvermogen berekenen. In de exploitatie hebben we een begrotingspost onvoorzien opgenomen. Indien financiële tegenvallers de post onvoorzien overstijgen en niet kunnen worden opgevangen in de eigen exploitatie, dienen deze te worden verrekend via de deelnemersbijdragen. Risicomanagement Op dit moment identificeren we 94 risico’s. Voor al deze risico’s zijn beheersmaatregelen opgesteld. Op basis van deze beheersmaatregelen wordt aangenomen dat alle risico’s zijn teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau.

34

Om de validiteit van de eerdergenoemde veronderstelling te beoordelen, maken we gebruik van het Three Lines of Defence-model, dat drie verdedigingslinies omvat om ervoor te zorgen dat de risico's beheersbaar blijven. Gebaseerd op de uitgevoerde controles in 2023 kunnen we concluderen dat deze aanpak effectief is. De geïdentificeerde risico's binnen onze processen worden adequaat beheerst en indien nodig teruggebracht tot een aanvaardbaar restrisico. De resultaten van de controles en de opvolging van aanbevelingen worden gerapporteerd en vervolgens gemonitord in de risicomanagementrapportage, die in 2023 driemaal is opgesteld. Op deze manier streven we voortdurend naar verdere verbetering van onze processen. Tevens blijven we voortdurend werken aan de verbetering van de kwaliteit van onze data. Het afgelopen jaar heeft een evaluatie plaatsgevonden van de totaalstand Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP), die over het algemeen een goede kwaliteit aantoonde. Eventuele gevonden verschillen zijn geanalyseerd en gecorrigeerd. De volledigheidscontrole van het afnemersproces van de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ) is succesvol geïmplementeerd.

We hebben een specifieke tool ontwikkeld om de kwaliteit en volledigheid van mutatiebestanden voor tariefdifferentiatiekaarten (TDK) te beoordelen, en deze wordt momenteel ingezet bij de ontvangst van mutatiebestanden voor tariefdifferentiatiekaarten. Het project Basisregistratie Kadaster 2.0 (BRK 2.0), waarbij de nadruk lag op 'aantoonbare datakwaliteit', is eveneens succesvol afgerond. Daarnaast hebben we een vergelijking uitgevoerd tussen de totaalstand tariefdifferentiatiekaarten en onze belastingapplicatie om de consistentie te waarborgen. Een cruciaal aspect bij al deze gegevens is de beveiliging ervan, evenals het waarborgen van de privacy van zowel burgers als bedrijven. Over het algemeen is het beeld dat, ondanks genomen maatregelen, sommige werkzaamheden in tijdsplanning knel komen te zitten. Dit hangt sterk samen met de beschikbaarheid van medewerkers en de hoeveelheid werkzaamheden die we willen uitvoeren. Het bedrijfsinformatieplan (BIP) 2023-2025 biedt inzicht in de strategie van GBLT, de gehanteerde uitgangspunten, benodigde informatiesystemen en vereiste acties. Dit geeft richting voor een effectieve prioritering en draagt bij aan het voorkomen van knelpunten.

Invoering rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording legt verantwoording af over de naleving van geldende wet- en regelgeving tijdens de totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening. Momenteel geeft onze accountant, Deloitte, een rechtmatigheidsoordeel bij de jaarrekening. Vanaf 2025 verschuift de verantwoordelijkheid voor het afgeven van dit oordeel naar het dagelijks bestuur van onze organisatie. In 2023 is gestart met de voorbereiding op deze wijziging. Deze wetswijziging vereist aanpassingen in de interne organisatie en heeft ook consequenties voor de relatie en werkwijze tussen het algemeen en dagelijks bestuur, evenals tussen GBLT en de accountant. Wij

35

beschouwen het goed implementeren van de gewijzigde werkwijze voor de rechtmatigheidsverantwoording als een kans voor GBLT. Het biedt een natuurlijk moment voor verdere ontwikkeling van onze bedrijfsvoering. Het is belangrijk op te merken dat zowel voor de organisatie als voor de accountant er sprake is van een groeimodel, waarbij de werkwijzen de komende jaren geleidelijk verder worden aangescherpt.

3.8 Financiering Bedrijfsfinanciering GBLT trekt alleen geld aan voor activiteiten die door het bestuur zijn goedgekeurd. Bij het eventueel aantrekken van vreemd vermogen toetsen we aan de financieringsvoorschriften zoals die zijn vastgesteld in de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido). Daarvoor staan twee instrumenten ter beschikking: 1.

de kasgeldlimiet om het renterisico te beperken bij financiering met kort geld (< 1 jaar);

2.

de renterisiconorm om het renterisico te beperken bij financiering met lang geld (> 1 jaar).

Kasgeldlimiet De wettelijke kasgeldlimiet bepaalt hoeveel maximaal met 'kort geld' gefinancierd mag worden. De norm daarvoor is uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal aan het begin van het begrotingsjaar (8,2% voor gemeenschappelijke regelingen). De kasgeldlimiet voor GBLT bedroeg in 2023 € 2 mln. (8,2% van 25,5 mln.). In 2023 werd geen kort geld aangetrokken. Renterisiconorm De renterisiconorm zorgt ervoor dat een zodanige opbouw van de leningenportefeuille tot stand komt dat het renterisico voor renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate is beperkt. Voor gemeenschappelijke regelingen is de renterisiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal van 2023. De norm voor GBLT bedraagt daardoor € 5,1 mln. Omdat GBLT geen langlopende leningen heeft, is het renterisico nihil. Herfinanciering GBLT heeft de mogelijkheid tot een kredietfaciliteit bij de huisbankier meegenomen in de aanbesteding voor het betalingsverkeer. Deze kredietfaciliteit is echter niet nodig gebleken en is derhalve niet direct beschikbaar voor GBLT. Liquiditeitspositie We hebben de plicht tussentijdse overschotten bij de schatkist te stallen. Het saldo dat moet worden gestort in de schatkist schommelde rond de € 14 mln. met een enkele uitschieter tot € 76 mln. Dit zijn gelden die benodigd zijn voor de exploitatie van GBLT en ontvangen belastinggelden (verwerkingstijd 2 tot 3 dagen).

De door de deelnemers te betalen bijdragen, ten behoeve van de exploitatiekosten van GBLT, verrekenen wij maandelijks met de voor de deelnemers ontvangen en doorbetaalde belastinggelden. Risicobeheer Er vindt geen uitzetting van gelden plaats en GBLT maakt geen gebruik van financiële instrumenten zoals

36

derivaten en opties. Het risicobeleid is erop gericht toekomstige risico's inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te spreiden.

3.9 Verbonden partijen GBLT participeert in één verbonden partij. Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin GBLT een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Vereniging werken voor waterschappen De Vereniging werken voor waterschappen is opgericht eind 2018 en heeft tot doel om te werken aan moderne werknemersvoorwaarden (cao) voor waterschappen en gelieerde organisaties en neemt daarmee de werkgeverstaken over van de Unie van Waterschappen. Vanaf 2019 is GBLT aangesloten bij de werkgeversvereniging. GBLT heeft stemrecht en betaalt een bijdrage voor de kostenvergoeding. Het financieel belang van GBLT in 2023 bedraagt € 5.962, wat gelijk staat aan een deelname van 1,32% op het begrotingstotaal van € 450.098. We onderkennen twee kleine risico's: •

Dat de onderhandelingen van een nieuwe cao niet op tijd klaar zijn voordat de huidige cao afloopt. Als dat het geval is zal de huidige cao nog verder doorlopen. Eind 2023 is dit risico voor 2024 vervallen, door het vaststellen van een nieuwe cao.

•

Dat de vereniging een cao sluit die ons niet past. We zijn als werkgever gebonden aan de besluiten die de vereniging als werkgeversvereniging neemt.

3.10 Bedrijfsvoering Wij verzorgen het hele lokale belastingproces voor onze deelnemende waterschappen en gemeenten. Dat doen we met aandacht voor de maatschappelijke vraagstukken. En met een zo hoog mogelijke service voor onze klanten. Wij maken ons sterk voor lokale belastingen, eenvoudig als het kan, persoonlijk als het nodig is. Dat doen we voor de deelnemers van onze organisatie. Zij participeren in het bestuur van onze organisatie en jaarlijks formuleren zij onze opdracht met een meerjarig kader en een begroting. We hebben onze doelen als volgt benoemd: •

De wendbaarheid van onze organisatie vergroten;

•

Datakwaliteit aantoonbaar maken;

•

Het vergroten van de klantdienstverlening;

•

Het verbeteren van de informatiepositie en dienstverlening aan opdrachtgevers;

•

Het toepassen van een sociaal gezicht in onze klantbenadering en in ons werkgeverschap;

•

Het ontwikkelen van medewerkers in een lerende organisatie.

Als grote verwerker van informatie van en over burgers en bedrijven willen wij een positieve bijdrage leveren aan de veilige informatiehuishouding van de overheid en de daarmee verbonden maatschappelijke kosten. Dat is een zich steeds ontwikkelende context, waarin we als organisatie en als medewerkers meebewegen en meegroeien. Onze ontwikkelstrategie is: wij leveren goede producten en diensten aan

37

belastingplichtigen en aan de opdrachtgevende waterschappen en gemeenten. Om de ontwikkelstrategie te realiseren onderkennen we vijf succesfactoren: •

vakbekwame medewerkers;

•

foutloze data;

•

klantgerichte processen;

•

betrouwbare systemen;

•

gelijkgestemde partners.

Het algemeen bestuur vergaderde in 2023 vijf keer en het dagelijks bestuur vergaderde zeven keer. Hiermee is voldaan aan de eis uit de gemeenschappelijke regeling om minimaal vier maal per jaar een vergadering te organiseren.

3.11 EMU-saldo Het EMU-saldo geeft weer wat het saldo van de inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode was. In onderstaande tabel is het EMU-saldo voor GBLT weergegeven. Be d ra ge n x € 1 .0 0 0 1 Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves

2.257

2 Invloed Investeringen - bruto investeringsuitgaven

-39

+ verkoop materiële en immateriële vaste activa + afschrijvingen

364

3 Invloed voorzieningen + toevoegingen aan voorzieningen t.l.v. exploitatie - onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v. exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit voorziening

844 -873 -78

4 Invloed reserves + toevoegingen aan reserves t.l.v. exploitatie - onttrekkingen aan reserves t.b.v. exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit reserves 5 Deelnemingen en aandelen - boekwinst + boekverlies E MU Sa ld o

2 .4 7 5

3.12 Wet Normering Topinkomens De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) stelt regels aan de openbaarheid en aan de hoogte van deze inkomens. Voor GBLT worden de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en de directeur als topfunctionarissen beschouwd, zodat de openbaarheid daarop van toepassing is. De verplichte rapportage in het kader van de WNT is opgenomen in de Jaarrekening.

38

3.13 Wet open overheid In juni 2023 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een brief gestuurd over de stand van zaken rond de actieve openbaarmaking in het kader van de Wet open overheid (Woo) en over de centrale digitale infrastructuur, waarmee op grond van deze wet informatie actief openbaar gemaakt moet worden. Een belangrijk onderdeel van de Woo is de verplichting tot actieve openbaarmaking van zeventien informatiecategorieën. Aanvankelijk is er in 2022 bij de ontwikkeling van de verplichte digitale infrastructuur uitgegaan van een oplossing waarbij de informatie centraal zou worden opgeslagen. Op advies van het Adviescollege ICT-toetsing heeft de minister van BZK eind 2022 gekozen voor een eenvoudiger en sneller te realiseren oplossing: een verwijsindex (de ‘Woo-index’) met zoekfunctie. In de brief van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties is aangedrongen op het aansluiten op deze Woo-index en de volgende acties uit te voeren: •

Door middel van registratie van de internetlocaties bij het Register van Overheidsorganisaties (ROO), wordt de informatie die GBLT zelf actief publiceert voor iedereen vindbaar gemaakt via de Woo-index.

•

De rol van ROO-redacteur binnen de GBLT organisatie te beleggen en bij KOOP een account in het ROO aan te vragen.

•

Ervoor zorg te dragen dat de zoeksoftware die de Woo-index gebruikt niet geweerd wordt door instellingen van GBLT op de website.

•

Informatie van de Woo-categorieën die voor GBLT van belang en verplicht zijn te publiceren op de website van GBLT (Woo-pagina).

GBLT heeft in 2023 deze acties uitgevoerd. In 2023 zijn in totaal 15 Woo-verzoeken ontvangen. Hiervan zijn er 12 afgehandeld. Op drie Wooverzoeken moet nog een besluit worden genomen op de aanvraag. Voor deze drie verzoeken was eind december de termijn nog niet verstreken.

39

Deel II Jaarrekening

40

4.

Jaarrekening

4.1 Balans De balans voor resultaatbestemming van GBLT per 31 december 2023 ziet er in vergelijking met de balans per 31 december 2022 als volgt uit. Bed ra gen x € 1 .0 0 0

3 1 -1 2 -2 0 2 3 3 1 -1 2 -2 0 2 2

Activa

Va ste a ctiva Materiële vaste activa T ota a l va ste a ctiva

555 555

880 880

Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Kortlopende vorderingen

3.396 2.863

4.538 2.636

Liquide middelen T ota a l vlotte nd e a ctiva

4 6 .2 6 3

1 7 .1 7 5

T ota a l a ctiva

6 .8 1 8

8 .0 5 5

Vlottend e a ctiva

Be d ra ge n x € 1 .0 0 0

3 1 -1 2 -2 0 2 3 3 1 -1 2 -2 0 2 2

P a ssiva

Va ste p a ssiva Eigen vermogen Bestemmingsreserves

-

-

2.257

2.207

Ambtsjubilea

204

201

Uitkering voormalig personeel Studieregeling PBB

24 -

68 174

Proceskosten

216

129

2 .7 0 1

2 .7 7 9

Netto vlottende schulden met een looptijd korter dan een jaar Overlopende passiva

3.521 596

4.169 1.107

T ota a l vlotte nd e p a ssiva

4 .1 1 7

5 .2 7 6

T ota a l p a ssiva

6 .8 1 8

8 .0 5 5

Nog te bestemmen resultaat lopend boekjaar Voorzieningen

T ota a l va ste p a ssiva

Vlotte nd e p a ssiva

Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is in overeenstemming met de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen en hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winst wordt genomen zodra deze is gerealiseerd, een verlies wordt verwerkt zodra dit bekend is.

41

Activa en passiva Voor zover niet anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voor de investeringen gelden de afschrijvingstermijnen zoals opgenomen in de Verordening financieel beheer, zie onderstaande tabel. Activa

Te rmijn in jare n

Gebouwen en verbouwingskosten

10

Inventaris

10

Hardware

5

Infrastructuur

5

Laptops en mobiele telefoons

3

Aanschaf- en implementatiekosten Belastingsysteem

5

Software, licenties en dergelijke

5

Dienstauto's

6

Onderzoek en ontwikkeling

5

Overige immateriële vaste activa tenzij gemotiveerd wordt

4 tot 5

dat een andere periode passender is.

De afschrijving vindt lineair plaats. Ook hanteert GBLT het uitgangspunt dat pas na ingebruikname van de investering, de exploitatie wordt belast voor rente en afschrijving. De materiële vaste activa wordt gewaardeerd tegen historische kostprijs onder aftrek van afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur en duurzame waardeverminderingen. De uitzettingen met een kortere looptijd dan 1 jaar, de overige kortlopende vorderingen en de overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De liquide middelen betreffen direct opeisbare tegoeden. Voorzieningen De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, behalve de voorziening Arbeidsgerelateerde verplichting die is opgenomen tegen de contante waarde. De gebruikte disconteringsvoet is 2%. Toelichting op de activa Materiële vaste activa In de staat van vaste activa (bijlage A) is een nadere specificatie opgenomen van de materiële vaste activa, zoals bedrijfsgebouwen en software. Het verloop van de materiële vaste activa in 2023 is in de volgende tabel weergegeven.

42

Bedragen x € 1.000

Be d rijfsg e b o uwe n

Ve rvo e rmid d e le n

So ftware

Ove rig e mate rië le vaste activa

To taal

Stand p e r 31 d e ce mb e r 2022 Historische aanschafwaarde

1.341

14

857

746

2.958

Cumulatieve afschrijvingen

-1.091

-14

-353

-620

-2.078

250

-

504

126

880

Investeringen

-

-

39

-

39

Afschrijvingen

-134

-

-148

-82

-364

-

-

-

-

-

Bo e kwaard e Mutatie s 2023

Desinvesteringen Aanschafwaarde Desinvestering Afschrijvingen Sald o mutatie s 2023

-

-

-

-

-

-134

-

-109

-82

-325

Stand p e r 31 d e ce mb e r 2023 Historische aanschafwaarde

1.341

14

896

746

2.997

Cumulatieve afschrijvingen

-1.225

-14

-501

-702

-2.442

116

-

395

44

555

Bo e kwaard e

Onder de categorie 'bedrijfskosten' verantwoorden wij de investeringen in ons kantoorpand. Dit zijn investeringen in de kantoorruimte die we gedurende de huurperiode afschrijven. GBLT is geen juridisch eigenaar van het kantoorpand. Vlottende activa In onderstaande tabel zijn de vlottende activa inzichtelijk gemaakt. Bed ra gen x € 1 .0 0 0

3 1 -1 2 -2 0 2 3 3 1 -1 2 -2 0 2 2

Uitze ttinge n me t e e n loop tij d korte r d a n é é n j a a r Uitzettingen schatkistbankieren

3.396

4.538

2.281

2.194

Debiteuren

-

162

Vooruitbetaalde bedragen

384

116

Overige vorderingen

198

164

Liq uid e mid d e le n

4

1

6 .2 6 3

7 .1 7 5

Kortlop e nd e vord e ringe n Openstaande invorderingsdebiteuren

T ota a l

Uitzettingen met een looptijd korter dan 1 jaar Sinds eind 2013 zijn alle decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen, verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Tegelijkertijd met de wet is de ministeriële regeling Schatkistbankieren decentrale overheden ingegaan. Onderdeel van die regeling is de rekeningcourantovereenkomst die iedere decentrale overheid heeft met de Staat der Nederlanden. De regeling bevat ook de verplichting voor decentrale overheden om een bankrekening aan te houden die gekoppeld kan worden aan de schatkist. De uitzettingen bestaan voor € 0,9 mln. uit ontvangsten die nog doorgestort moeten worden aan de deelnemers. Dit bedrag is dan ook niet ter vrije beschikking van GBLT.

43

Niet alle overtollige middelen behoeven in de schatkist te worden gestort. Hiervoor geldt een drempel. Het drempelbedrag is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld buiten de schatkist mag worden gehouden. In onderstaande tabel is het drempelbedrag voor schatkistbankieren per kwartaal weergegeven, alsmede de ruimte onder het drempelbedrag. Be re ke ning be nutting dre mpe lbe drag schatkistbankie re n (be drag e n x € 1000) Ve rslag jaar 2023 Dre mpe lbe drag

1.000

1.000

1.000

1.000

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Kwartaalcijfe r o p dag basis buite n 's Rijks schatkist aang e ho ude n midde le n

4

26

10

7

Ruimte onder het drempelbedrag

996

974

990

993

Overschrijding van het drempelbedrag

-

-

-

-

Kortlopende vorderingen De kortlopende vorderingen betreffen onder andere de nog te realiseren invorderopbrengsten van € 2,3 mln. Alle kortlopende vorderingen zijn op balansdatum direct opeisbaar. In de volgende tabel zijn de openstaande invorderingsdebiteuren per 31 december 2023 opgenomen. Bed ra gen x € 1 .0 0 0

3 1 -1 2 -2 0 2 3 3 1 -1 2 -2 0 2 2

Openstaande invorderingsdebiteuren

3.644

3.534

Af: voorziening dubieuze invorderingsdebiteuren

-1.363

-1.340

T ota a l

2 .2 8 1

2 .1 9 4

Van de openstaande vorderingen is per ultimo 2023 op basis van ervaringscijfers en de fase waarin de vordering zich bevindt, berekend welke deel vermoedelijk oninbaar zal worden geleden. We verwachten van het openstaande bedrag 63% te innen (€ 2,3 mln.). Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0

1 -1 -2 0 2 3

Muta tie s

3 1 -1 2 -2 0 2 3

2023 Voorzie ning d ub ie uze invord e ringsd e b ite ure n Saldo aan het begin van het begrotingsjaar

1 .3 4 0

vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen

-

overige interne vermeerderingen

593

interne verminderingen

-570

externe verminderingen

-

Saldo aan het einde van het begrotingsjaar

1 .3 6 3

De oninbaar geleden vorderingen van belastingjaar 2023 (€ 37.000) zijn gecorrigeerd op de invorderingsopbrengst 2023. Alle oudere posten zijn ten lasten van de voorziening dubieuze invorderingsdebiteuren gebracht (€ 570.000). Om de voorziening op het berekende niveau van € 1,4 mln. te brengen, is € 593.000 aan de voorziening toegevoegd.

44

Liquide middelen Dit betreft de saldi op de bankrekeningen. Toelichting op de passiva Het eigen vermogen op de balans bestaat uit het nog te bestemmen resultaat. In onderstaand overzicht is het verloop van het te bestemmen resultaat weergegeven.

Be d ra ge n x € 1 .0 0 0

Be d ra g

Sta nd p e r 3 1 d e ce mb e r 2 0 2 2 Saldo eigen vermogen (nog te bestemmen resultaat) aan het eind van het vorige begrotingsjaar

2.207

Muta tie s 2 0 2 3 Interne vermeerderingen

-

Uitbetaald resultaat

-2.207

Voorstel voor de toevoeging/onttrekking via de resultaatbestemming

-

Sta nd p e r 3 1 d e ce mb e r 2 0 2 3 Saldo eigen vermogen (nog te bestemmen resultaat) aan het einde van het begrotingsjaar

2.257

Ambtsjubilea In de jaarrekening is door GBLT een voorziening Arbeidsgerelateerde verplichting voor toekomstige ambtsjubilea getroffen. Deze voorziening is bedoeld om aan alle uitkeringsverplichtingen voor jubilea te kunnen voldoen. Deze verplichtingen vloeien voort uit opgebouwde rechten uit hoofde van de geldende arbeidsvoorwaarden van werknemers van GBLT. De voorziening geldt voor de huidige werknemers en bestuurders en bij de berekening is rekening gehouden met de 'blijfkans'.

Bedragen in € x 1.000

1-1-2023

Mutatie s

31-12-2023

2023 Vo o rzie ning arbe idsg e re late e rde ve rplichting Saldo aan het begin van het begrotingsjaar

201

vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen

-

overige interne vermeerderingen

36

interne verminderingen

-33

externe verminderingen

-

Saldo aan het einde van het begrotingsjaar

204

45

Uitkeringen voormalig personeel We hebben een voorziening getroffen om uitkeringen aan voormalig personeel te dekken.

Bedragen in € x 1.000

1-1-2023

Mutatie s

31-12-2023

2023 Vo o rzie ning uitke ring vo o rmalig pe rso ne e l Saldo aan het begin van het begrotingsjaar

69

vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen

-

overige interne vermeerderingen

-

interne verminderingen

-45

externe verminderingen

-

Saldo aan het einde van het begrotingsjaar

24

Studieregeling PBB Volgens de cao Werken voor waterschappen heeft elke medewerker recht op een Persoonlijk Basis Budget (PBB) ten behoeve van training & opleiding en vitaliteitsuren. Dit budget bedraagt sinds 2021 ten minste € 6.000 voor een periode van 5 jaar. Voor een gelijkmatige verdeling van de kosten, hadden we een voorziening hiervoor ingesteld. Eind 2023 hebben we deze voorziening laten vrijvallen, omdat het een arbeidsgerelateerde verplichting met een gelijkblijvend karakter betreft waarvoor geen voorziening getroffen mag worden.

Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0

1 -1 -2 0 2 3

Muta tie s

3 1 -1 2 -2 0 2 3

2023 Voorzie ning stud ie re ge ling P BB Saldo aan het begin van het begrotingsjaar

174

vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen

-

overige interne vermeerderingen

-

interne verminderingen

-174

externe verminderingen

-

Saldo aan het einde van het begrotingsjaar

-

Proceskosten GBLT heeft een voorziening getroffen voor proceskosten (zowel bezwaren als beroepen). Dit zijn mogelijke kosten voor juridische procedures die over de jaargrens heen lopen, zoals bezwaar- en beroepsprocedures. Deze procedures kennen hun oorsprong in 2023, maar leiden tot een mogelijke last in 2024. Op basis van een schatting aan wat deze procedures mogelijk als kosten opleveren in het volgende verslagjaar, is in de exploitatie een last genomen van € 216.000.

46

Be d ra ge n in € x 1 .0 0 0

1 -1 -2 0 2 3

Muta tie s

3 1 -1 2 -2 0 2 3

2023 Voorzie ning p roce skoste n Saldo aan het begin van het begrotingsjaar

129

vermeerderingen a.g.v. rentetoevoegingen

-

overige interne vermeerderingen

216

interne verminderingen

-129

externe verminderingen

-

Saldo aan het einde van het begrotingsjaar

216

Vlottende passiva Hier zijn onder meer de bedragen opgenomen van de nog te betalen bedragen aan leveranciers, sociale premies en nog te maken verrekeningen inzake belastingontvangsten. In onderstaande tabel treft u een overzicht van deze balanspost aan. Be drag e n x € 1.000

31-12-2023

31-12-2022

Schulden aan leveranciers

279

30

Schulden i.v.m. te betalen belastingen en sociale premies

810

851

Nog te verwerken belastinginkomsten

940

1.199

Nog uit te betalen belastinginkomsten

854

1.388

Verloftegoeden personeel

598

670

4

9

Netto vlottende schulden met een looptijd korter dan een jaar

Tegoed personeelsvereniging Nog te besteden thuiswerkbudget

36

22

3.521

4.169

593

1.107

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen Vooruit ontvangen bedragen

3

To taal

-

596

1.107

4.117

5.276

De nog uit te betalen belastinginkomsten betreffen de ontvangsten van klanten in de laatste dagen van 2023. Deze moeten per 31 december 2023 nog uitbetaald worden aan onze deelnemers. Overlopende passiva De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die een volgend begrotingsjaar tot uitbetalingen komen, zijn als volgt gespecificeerd:

47

Bedragen x € 1.000 Personele kosten Inhuur personeel Druk- en bindwerk Onderhoud automatisering Porti- en vrachtkosten Bankkosten Accountantskosten Uitbestede werkzaamheden Overige (facilitair, servicekosten e.d.) Diensten derden to taal

31-12-2023 102 74 5 72 22 18 116 145 2 37 593

31-12-2022 89 132 37 213 20 17 82 375 64 78 1.107

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen Huurverplichting Met ingang van december 2014 is GBLT gevestigd aan het Lübeckplein te Zwolle. Daarvoor is een 10-jarige huurovereenkomst aangegaan met gemeente Zwolle. GBLT heeft nog een 1-jarige huurverplichting, waarvan € 701.500 in 2024 is verschuldigd. Jaarlijks vindt indexering van de huur plaats. Deze huurverplichting bevat een zuivere verplichting (huurlasten) en een niet-zuivere verplichting (facilitaire dienstverlening en servicekosten). De zuivere huurverplichting voor 2024 bedraagt € 380.500. Voor de gehele resterende looptijd van het huurcontract bedraagt de totale zuivere huurverplichting daarmee ook € 380.500. Studieregeling PBB Conform de cao hebben we de verplichting naar de medewerkers om een minimaal budget van €6.000 over een periode van vijf jaar beschikbaar te stellen ten behoeve van ontwikkeling, loopbaan en vitaliteit. De hoogte van deze verplichting is echter niet realistisch in te schatten, omdat de cao spreekt van een minimum verplichting en de medewerker niet verplicht is het budget te gebruiken. Leaseverplichting De opbouw van het totaal aan verplichtingen van de leaseovereenkomsten is in onderstaande tabel weergegeven.

bedragen in € x 1.000 Leaseauto 1 Leaseauto 2

Lo o ptijd in jare n

Einddatum 5 3

Jaarlijkse ve rplichting 28-6-2026 9 10-11-2026 14

To tale ve rplichting 22 38

23

60

To taal

48

4.2 Exploitatierekening (naar kostensoorten en -opbrengsten) Bed ra gen in € x1 .0 0 0

J a a rBe groting G e wij zigd e J a a rVe rschil re ke ning 2023 b e groting re ke ning ge wij zigd e 2022 2023 2023 b e groting e n j a a rre ke ning

La ste n 1 R e nte e n a fschrij vinge n 1.1 Externe rentelasten 1.2 Interne rentelasten 1.3 Afschrijvingen van activa T ota a l re nte - e n a fschrij vingsla ste n 2 P e rsone e lsla ste n 2.1 Salarissen huidig personeel en bestuurders 2.2 Sociale premies 2.3 Rechtstreekse uitkeringen huidig personeel en bestuurders 2.4 Overige personeelslasten 2.5 Personeel van derden 2.6 Uitkeringen voormalig personeel en bestuurders T ota a l p e rsone e lsla ste n 3 G oe d e re n e n d ie nste n va n d e rd e n 3.1 Duurzame gebruiksgoederen 3.2 Overige gebruiksgoederen en verbruiksgoederen 3.3 Energie 3.4 Huren en rechten 3.5 Leasebetalingen operational lease 3.7 Verzekeringen 3.8 Belastingen 3.9 Onderhoud door derden 3.10 Overige diensten door derden T ota a l goe d e re n e n d ie nste n d e rd e n 5 T oe voe ginge n voorzie ninge n/onvoorzie n 5.1 Toevoegingen aan voorzieningen 5.2 Onvoorzien T ota a l toe voe ginge n voorz./onvoorzie n

-

T ota a l la ste n

49

100 406 506

-

-

49 369 418

80 371 451

40 364 404

-40 -7 -4 7

9.795 2.903 406 1.668 7 1 4 .7 7 9

10.278 2.912 796 1.569 1 5 .5 5 5

10.798 3.040 734 2.017 1 6 .5 8 9

10.319 2.945 54 490 2.324 26 1 6 .1 5 8

-479 -95 54 -244 307 26 -4 3 1

20 215 8 344 20 21 12 2.502 4.088 7 .2 3 0

13 285 5 350 21 22 12 2.420 6.436 9 .5 6 4

21 288 7 364 21 21 12 2.392 5.137 8 .2 6 3

210 7 364 21 24 13 2.396 4.900 7 .9 3 5

-21 -78 3 1 4 -237 -3 2 8

413 413

200 200

200 200

844 844

844 -200 644

2 2 .8 4 0

2 5 .8 2 5

2 5 .5 0 3

2 5 .3 4 1

-1 6 2

Bed ra gen in € x1 .0 0 0

Ba te n 1 Fina ncië le b a te n 1.1 Interne rentebaten 1.2 Externe rentebaten T ota a l fina ncië le b a te n 2 P e rsone e lsb a te n 2.1 Baten i.v.m. salarissen en sociale lasten T ota a l p e rsone e lsb a te n 3 G oe d e re n e n d ie nste n a a n d e rd e n 3.6 Diensten derden - bijdragen deelnemers T ota a l goe d e re n e n d ie nste n a a n d e rd e n 4 Bij d ra ge n va n d e rd e n 4.1 bijdragen van overigen T ota a l b ij d ra ge n va n d e rd e n 5 Wa te rscha p sb e la stinge n 5.1 Invorderopbrengsten T ota a l wa te rscha p sb e la stinge n 6 Inte rne ve rre ke ninge n 6.1 Onttrekkingen aan voorzieningen T ota a l inte rne ve rre ke ninge n T ota a l b a te n

J a a rBe groting G e wij zigd e J a a rVe rschil re ke ning 2023 b e groting re ke ning ge wij zigd e 2022 2023 2023 b e groting e n j a a rre ke ning

3

-

-

445 445

445 445

107 107

70 70

70 70

95 95

25 25

20.035 2 0 .0 3 5

20.755 2 0 .7 5 5

20.933 2 0 .9 3 3

20.933 2 0 .9 3 3

300 300

-

-

120 120

120 120

4.602 4 .6 0 2

5.000 5 .0 0 0

4.500 4 .5 0 0

5.132 5 .1 3 2

632 632

-

-

-

873 873

873 873

2 5 .0 4 7

2 5 .8 2 5

2 5 .5 0 3

2 7 .5 9 8

2 .0 9 5

T ota a l sa ld o va n b a te n e n la ste n

2 .2 0 7

-

-

2 .2 5 7

2 .2 5 7

T oe voe ginge n e n onttre kkinge n re se rve s Toevoegingen aan bestemmingsreserve Onttrekkingen aan bestemmingsreserve R e sulta a t

2 .2 0 7

-

-

2 .2 5 7

2 .2 5 7

3

-

Toelichting op de lasten Hierna zijn verklaringen van de afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting 2023 weergegeven voor zover zij een bedrag van € 25.000 te boven gaan. De afkorting I/S staat voor incidenteel/structureel en V/N staat voor voordeel/nadeel en de toelichting is geschreven op basis van de kostencategorie uit het BBV W. Rente en afschrijving Omschrij ving

I/S

V/N

Be d ra g in € x 1 .0 0 0

1 .2 Inte rne re nte la ste n Afgelopen jaar hebben we sneller de (nadere) voorlopige aanslagen opgelegd, waardoor we minder rente verschuldigd waren.

50

I

V

40

Personeelslasten Omschrij ving

I/S

V/N

Be d ra g in € x 1 .0 0 0

2 .1 Sa la risse n huid ig p e rsone e l e n b e stuurd e rs &

I

V

574

I

N

54

I

V

244

2 .2 Socia le p re mie s De salariskosten van eigen personeel komt € 574.000 lager uit. Het niet (tijdig) kunnen invullen van alle vacatures heeft een drukkend effect op de salariskosten. Daar staat tegenover dat we te maken hebben met niet begrote wachtgelduitkeringen aan oud personeel van € 26.000 en rechtstreekse uitkeringen huidig personeel van € 54.000. 2 .3 R e chtstre e kse uitke ringe n huid ig p e rsone e l e n b e stuurd e rs Dit betreffen uitbetaalde transitievergoedingen. 2 .4 Ove rige p e rsone e lsla ste n Het ontstane voordeel heeft te maken met meerdere mutaties op onder andere studie & opleiding, studieregeling pbb, arbo, werving & selectie en overige personeelslasten. Studie en opleiding De kosten van studie en opleiding komen € 325.000 lager uit. Dit wordt veroorzaakt doordat in het begrote bedrag voor deze post ook de studieregeling PBB ad € 251.000 is begroot. Het overige voordeel (€ 74.000) heeft betrekking op lagere kosten voor studie en opleiding. Studieregeling pbb De studieregeling pbb, wat eerst een voorziening was, valt sinds 2023 onder de lasten. Het nadeel op deze post € 150.000 wordt veroorzaakt doordat het begrote bedrag (€ 251.000) staat onder studie en opleiding. Arbo We hebben € 22.000 minder aan arbo kosten uitgegeven.

Werving en selectie De kosten voor werving en selectie zijn lager uitgevallen omdat enerzijds een aantal vacatures intern zijn ingevuld en anderzijds vacatures via eigen kanalen zijn uitgezet. Hierdoor ontstaat een voordeel van € 27.000 Overige personeelslasten De overige personeelskosten vallen € 20.000 lager uit dan geraamd bij de begrotingswijziging. Dit is een optelsom van diverse kleine voordelen.

51

Omschrij ving

I/S

V/N

Be d ra g in € x 1 .0 0 0

2 .5 P e rsone e l va n d e rd e n De kosten van personeel van derden valt € 307.000 hoger uit. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door meer inhuur en anderzijds door het opvangen van ziekte en het niet (tijdig) kunnen invullen van vacatures op diverse afdelingen.

I

N

307

2 .6 Uitke ringe n voorma lig p e rsone e l e n b e stuurd e rs Dit betreft uitbetaalde wachtgeld uitkeringen.

I

N

26

Omschrij ving

I/S

V/N

Be d ra g in € x 1 .0 0 0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/82/documents/549