CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

5d5871fb-3e87-4d61-a2dc-245992c237d8.pdf

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel Strategisch maatschappelijk vastgoedplan22.900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

10. Vanwege urgente huisvestingsvraagstukken voortkomend uit diverse maatschappelijke ontwikkelingen kunnen situaties ontstaat waarin de gemeente meer regie en speelruimte wil hebben om eigen gemeentelijk vastgoed in te kunnen zetten. Als de mogelijkheid zich voordoet zal de gemeente aankoop van vastgoed met een maatschappelijke bestemming ,dat nu in eigendom is van derden, overwegen.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

3.2.4 Bouwsteen 4: kwaliteit en duurzaamheid Deze bouwsteen geeft aan welke kwaliteits- en duurzaamheidsambitie gemeente en schoolbesturen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting. 1.

Gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat van de toekomstige generaties.

2.

Het IHP streeft, bij (vervangende) nieuwbouw, naar het realiseren van energieneutrale gebouwen (ENG) die tevens aardgasvrij zijn. Bij renovatie wordt beoogd om dit zoveel mogelijk te realiseren; dit dient per situatie bekeken te worden, met een gezonde balans tussen kwaliteit, duurzaamheid en de (financiële) middelen (kosten-batenanalyse). Per locatie dient in aanvullende onderzoeken, zoals een haalbaarheidsstudie, toegewerkt te worden naar een optimale balans tussen de diverse criteria passend bij het schoolgebouw en de omgeving, zie hiervoor ook bouwsteen 5.

3.

Gemeente en schoolbesturen willen duurzaamheid breder definiëren dan alleen energiebesparing en CO2-reductie: duurzaamheid gaat ook over goed onderwijs, een gezond leer- en leefklimaat, een gezonde financiële exploitatie, circulariteit en toekomstbestendigheid. Deze thema’s hebben een hogere prioriteit dan enkel energiebesparing: a. Ten aanzien van het stimuleren van goed onderwijs gaat het om het adequaat faciliteren van het onderwijsconcept van de scholen (het pedagogische klimaat en gebruik). b. Ten aanzien van gezondheid en kwaliteit wordt rekening gehouden met de Frisse Scholen-thema’s (naast energie): lucht, temperatuur, licht en geluid om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. Gemeente en schoolbesturen hebben hiervoor uitgesproken het ‘standaard HEVO-kwaliteitskader’ (versie december 2021) als ‘basiskwaliteit’ voor schoolgebouwen te hanteren. Dit kwaliteitskader is een optimum tussen kwaliteit (onder andere op basis van Frisse Scholen) en investering. In hoofdstuk 6 van het IHP wordt dit kwaliteitskader verder toegelicht. Per situatie dient in overleg

Pagina 22 van 59

c.

d.

e.

f.

g.

tussen schoolbestuur en gemeente bekeken te worden in hoeverre deze ‘basiskwaliteit’, volgens de HEVO-kwaliteitsstandaard, voldoende is of dat aanvullende kwaliteitseisen gewenst zijn. Mede door de COVID-19-pandemie is de mate en kwaliteit van ventilatie van scholen onder een vergrootglas komen te liggen. Tijdens het schrijven van dit IHP zijn er nog geen eenduidige wetenschappelijke resultaten die een ‘minimale ventilatiecapaciteit’ voorschrijven die vereist zou zijn voor een ‘goed binnenklimaat’. Met het benoemde kwaliteitskader wordt voorzien in Frisse Scholen klasse B voor wat betreft ventilatie. Met de kennis van nu is dat voldoende en resulteert dat in een goed binnenklimaat. Ontwikkelingen en hernieuwde inzichten vanuit de COVID-19-periode dienen de komende tijd nadrukkelijk gemonitord te worden. Het advies is om bij de daadwerkelijke start van projecten te inventariseren of dat niveau nog steeds voldoende is volgens de dan geldende algemene voorschriften vanuit de sectorraden, het ministerie etc. Het thema ‘temperatuur’ is veelal het meest belangrijk in de beleving en het efficiënte en prettige gebruik van een ruimte. De HEVO-kwaliteitsstandaard geeft ook voor wat betreft ‘temperatuur’ Frisse Scholen klasse B als minimumniveau.

Dit niveau schrijft een toegestane tolerantie in de binnentemperatuur voor van +/- 3 graden Celsius ten opzichte van de lopende gemiddelde buitentemperatuur (voor volledige formule zie PvE Frisse Scholen 2021). Ten aanzien van circulariteit wordt ernaar gestreefd bewust om te gaan met de toegepaste materialen en waar mogelijk gebruik te maken van natuurlijke, herbruikbare materialen, binnen de budgettaire mogelijkheden. Naast de intrinsieke motivatie van zowel schoolbesturen als gemeente speelt ook hier de voorbeeldfunctie die schoolgebouwen vervullen een belangrijke rol. Ten aanzien van toekomstbestendigheid wordt ingezet op maximale flexibiliteit (onder andere het vermijden van dragende binnenwanden) om ervoor te zorgen dat de schoolgebouwen in de toekomst ook andere onderwijsconcepten kunnen faciliteren. Hierbij gaat het zowel om interne flexibiliteit, als om transformatiemogelijkheden van het vastgoed. Zowel de schoolbesturen als de gemeente hebben de nadrukkelijke wens om de omgeving van de scholen, waaronder de schoolpleinen, groen in te richten. Een groene omgeving vermindert hittestress en heeft daarmee een van nature

Referentie: 1697601-0190.1.0.

duurzaam effect op de schoolgebouwen. Ook hier geldt dat de exacte uitwerking hiervan per situatie ingevuld dient te worden. 4.

Naast bouwkundige kwaliteit van schoolgebouwen is er in het IHP expliciet aandacht voor andere (strategische) kaders voor vastgoedbeleid (in volgorde): onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, exploitatie en uitstraling.

5.

Duurzaamheidsprincipes worden toegepast bij nieuwbouw/renovatie van schoolgebouwen. Daarbij bieden de principes van Trias Energetica houvast om hierin een realistische afweging te maken tussen ambitie en budget: 1. Voorkomen van onnodig energieverbruik (bijvoorbeeld isolatie). 2. Gebruik van duurzame energiebronnen (bijvoorbeeld zonnepanelen). 3. Indien nodig, efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen (bijvoorbeeld gas). De scholen en schoolgebouwen hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid en voorbeeldfunctie naar leerlingen, hun familie en de wijk/kern/gemeente.

6.

Het is van belang dat de duurzaamheid op projectniveau intensief wordt afgestemd op de mogelijkheden in de kern en omgeving. Daarbij valt te denken aan mogelijk restgebruik van warmte, aansluiten op een warmtenet of het mogelijk toevoegen van extra zonnepanelen voor het leveren van energie aan omliggende woningen of voorzieningen.

7.

Het IHP geeft de schoolbesturen inzicht in de vervangingstermijn van hun gebouwen. Schoolbesturen zijn door het IHP in staat om onderhoud en duurzaamheidsmaatregelen af te stemmen op het moment van nieuwbouw of renovatie en daarmee te koppelen aan terugverdientijden. Hierdoor kunnen er goed onderbouwde afwegingen gemaakt worden.

8.

Investeringen in duurzaamheid dienen gerelateerd te worden aan de gehele levenscyclus van gebouwen. Daarbij is een afstemming tussen de verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbesturen van belang. Liever gezamenlijk goed investeren in deugdelijke maatregelen dan nadelige gevolgen te ondervinden in bijvoorbeeld exploitatie en onderhoud tijdens de levensduur van een gebouw. Dit valt samen met de principes van TCO: inzetten op betaalbare

Pagina 23 van 59

investeringen die zich laten terugverdienen in de exploitatie (zie bouwsteen 3, punt 3). 9.

Bij de nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen is het uitgangspunt dat de gemeente eventuele vierkante meters voor kindpartners (zoals kinderopvang) voorfinanciert. Deze voorfinanciering wordt vervolgens, middels huur, kostenneutraal terugbetaald aan de gemeente. Het is hierbij van belang dat (huur)afspraken voorafgaand aan een project worden vastgelegd in intentieovereenkomsten etc. Om de doorlopende leerlijnen goed te kunnen faciliteren is het van belang dat er binnen schoolgebouwen voldoende ruimte is voor ‘alternatief ruimtegebruik’ door derden in het kader van ‘ontwikkeling van het kind’. De focus ligt hierbij op het realiseren van ‘scholeneilanden’ in combinatie met kinderopvang en eventueel andere kindpartners. Dit betekent dat de gemeente in principe niet de huisvesting financiert van solitaire kinderopvanglocaties. Er dient te worden gestreefd naar eenvoudige en eenduidige eigendomsconstructies met één eigenaar. Het is daarbij het meest voor de hand liggend dat de gemeente eigenaar is en de ruimten in medegebruik geeft ofwel verhuurt. Echter zijn hierop ook uitzonderingen denkbaar. De precieze eigendomssituatie, financiering en risico’s met betrekking tot verhuur dienen daarom projectspecifiek voorafgaand aan een project geformuleerd en vastgelegd te worden.

3.2.5

1.

b.

c.

2.

Bij investeringsopgaven in het kader van het IHP wordt de mogelijkheid van renovatie onderzocht. Daarbij wordt beoogd om de gedefinieerde duurzaamheidseisen (ENG) en kwaliteitseisen (basiskwaliteit volgens HEVO standaard kwaliteitskader, versie december 2021) zoveel mogelijk te realiseren. Dit wordt in de afweging nieuwbouw of renovatie inzichtelijk gemaakt, waarbij BENG, vanuit de wettelijke verplichting bij nieuwbouw, ook bij renovatie als minimumeis geldt.

3.

Per situatie wordt een afweging gemaakt (bijvoorbeeld in een haalbaarheidsonderzoek) of nieuwbouw of renovatie de beste oplossing is voor het betreffende schoolgebouw. Daarbij worden onder andere de volgende aspecten meegenomen in de afweging (willekeurige volgorde, per situatie kan de prioriteit immers verschillen): a. Er wordt rekening gehouden met de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen. b. Er wordt rekening gehouden met een goede bezetting van gebouwen. Er wordt (bij voorkeur) niet gerenoveerd voor leegstand.

Bouwsteen 5: renovatie en vervangende nieuwbouw

Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met renovatie en vervangende nieuwbouw: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw, schoolbesturen zijn in alle situaties verantwoordelijk voor het goed onderhouden en exploiteren van gebouwen. Renovatie (lees: vernieuwbouw) is wettelijk nog niet geregeld. Renovatie kan een duurzamere oplossing zijn dan nieuwbouw. Ten aanzien van renovatie wordt aangesloten op het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG: a. Renovatie wordt opgenomen als voorziening. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is. ‘Einde levensduur’ is niet eenduidig en dient ‘objectspecifiek’ bepaald te worden, bijvoorbeeld middels

Referentie: 1697601-0190.1.0.

een conditiemeting. De verordening (artikel 2) schrijft voor dat de huisvesting ‘adequaat’ moet zijn en geeft enigszins handvatten om hier duiding aan te geven. Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie toe te passen. Renovatie is daarbij een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar, wordt verlengd. In specifieke situaties kan van dit uitgangspunt worden afgeweken, als een tijdelijke oplossing noodzakelijk is, maar in principe dient renovatie gelijkwaardig aan nieuwbouw te zijn. Uitgangspunt bij renovatie is dat de aanpassingen die leiden tot een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar voor rekening komen van de gemeente, waarbij op basis van TCO en vanuit de MJOP een investeringsbijdrage van het schoolbestuur aan de dekking van de renovatie kan worden toegevoegd (bij renovatie gelden dezelfde TCO-principes als bij nieuwbouw; zie bouwsteen 3, punt 3).

Pagina 24 van 59

c. d.

e.

f.

g. h.

Er wordt rekening gehouden met de culturele en maatschappelijke waarde en de stedenbouwkundige uitstraling in samenhang met de omgeving. Er wordt rekening gehouden met mogelijkheden om de gestelde duurzaamheidsambities (zie bouwsteen 4) te bereiken, met BENG als minimumeis voor renovatie. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheden om de gestelde minimum kwaliteit (zie bouwsteen 4) te bereiken. In gesprek tussen het schoolbestuur en de gemeente wordt verkend op welk gebied concessies mogelijk zijn. De kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting worden meegenomen in de afweging voor nieuwbouw of renovatie. Hierbij is de gemeente verantwoordelijk voor het voorzien in deze tijdelijke huisvesting. De toekomstige exploitatie- en onderhoudslasten worden meegenomen als afweging voor nieuwbouw of renovatie. Er wordt rekening gehouden met de mate van flexibiliteit en aanpasbaarheid in de toekomst.

toekomstige ontwikkelingen en ambities naar de accommodaties die daarvoor benodigd zijn. Voor de structuur is zoveel als mogelijk aangesloten bij de bouwstenen zoals gebruikt in paragraaf 3.2; deze bouwstenen zijn, voor zover van toepassing, vertaald naar het beleidsterrein ‘sport.

3.3.1 Bouwsteen 1: vraag en aanbod Deze paragraaf gaat in op de vraag naar en het aanbod van sportaccommodaties in de gemeente Dronten. 1. De gemeente Dronten heeft sport en een ‘gezonde levensstijl’ hoog in het vaandel staan. Er wordt momenteel gewerkt aan een integrale visie hierop. Sport heeft raakvlakken met verschillende thema’s op het gebied van ‘gezonde levensstijl’ en er zijn veel raakvlakken met verschillende themaplannen. 2.

Er is op dit moment geen volledig zicht op de bezetting van de binnensportaccommodaties in de gemeente Dronten. Deze accommodaties worden gebruikt voor zowel het gymonderwijs als door verenigingen (voornamelijk in de avonduren). Dit multifunctionele gebruik is veelal benodigd om de exploitatie rendabel te houden en ook vanuit optimale benutting zeer wenselijk. Een onderzoek naar de bezetting van de binnensportaccommodaties wordt op dit moment uitgevoerd.

3.

Voor het onderwijs is nabijheid van binnensportaccommodaties van groot belang. Momenteel maakt een gedeelte van de scholen (zowel PO als VO) in de gemeente Dronten voor het gymonderwijs gebruik van binnensportaccommodaties elders in de gemeente. De KVLO adviseert hierbij een maximale afstand van 2 km voor VO-leerlingen en een maximale afstand van 1 km voor PO-leerlingen. Reisbewegingen van leerlingen naar sportaccommodaties vormen een veiligheidsrisico. Het streven naar directe nabijheid is hierbij nadrukkelijk een pre.

4.

De twee VO-scholen in de gemeente Dronten zorgen met hun grote leerlingenaantallen voor een grote bezetting in de binnensportaccommodaties in de gemeente Dronten. Bij toekomstige vernieuwingen en herpositionering van deze sportaccommodaties is dan ook het advies om integraal te kijken naar de vernieuwingen van deze VO-scholen en waar mogelijk aansluiting te vinden.

3.3. Bouwstenen van beleid sport De gemeente Dronten heeft een Sportbeleidsplan ‘Dronten in beweging’ 2018-2021. Deze looptijd is doorgetrokken naar 2022. De gemeente Dronten heeft sport hoog in het vaandel staan. Middels dit Sportbeleidsplan streeft de gemeente naar een gemeente waarin inwoners zo gezond mogelijk leven, actief zijn en participeren in de sport en altijd in beweging zijn. In dit Sportbeleidsplan staan drie doelen centraal: 1. Een gezonde levensstijl. 2. Versterken van de lokale sportstructuur. 3. Toekomstbestendige sportverenigingen. Het sportbeleid heeft inhoudelijk raakvlakken met vele andere beleidsvelden, waaronder ook jeugdbeleid, accommodatiebeleid en onderwijs. Het betrekken van de binnensportaccommodaties in het IHP heeft dan ook nadrukkelijk de doelstelling om een integrale visie te vormen op het maatschappelijk vastgoed in de gemeente Dronten en de synergie tussen verschillende beleidsterreinen daarbij zoveel als mogelijk samen te laten komen. Het betrekken van sport bij het IHP is geen vervanger of opvolger van het Sportbeleidsplan maar een vertaling van het sportbeleid,

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 25 van 59

3.3.2 Bouwsteen 2: samenwerking 5.

6.

7.

8.

De uitrusting van de huidige binnensportaccommodaties sluit niet goed aan bij de gewenste uitrusting van dit moment en de toekomst. Er zijn vele vormen van uitrusting die tegenwoordig meer uitnodigen tot bewegen en ook de mogelijkheid tot andere soorten sporten faciliteren. Bij het uitwerken van toekomstige sportaccommodaties is het van belang dat er onderzoek gedaan wordt naar de huidige en toekomstige wensen en eisen van de gebruikers. Naast de sportverenigingen die gebruik maken van de sportaccommodaties is het advies om ook het onderwijs actief te betrekken bij deze planvorming. Momenteel worden de meeste gymlessen in het PO gegeven door klassendocenten in plaats van vakdocenten Lichamelijke Opvoeding. Landelijk is er een trend zichtbaar waarbij het aantal vakdocenten op basisscholen toeneemt. Deze gespecialiseerde docenten hebben veelal ook andere eisen en wensen ten aanzien van sportaccommodaties. Bij de ontwikkeling van toekomstige sportaccommodaties is het van belang om hier rekening mee te houden. De verwachting is dat de gemeente Dronten de komende jaren fors gaat groeien vanwege grootschalige woningbouwplannen in de provincie Flevoland en ook in de gemeente Dronten. De exacte impact hiervan is bij het schrijven van dit IHP nog niet duidelijk. Net als bij het gedeelte onderwijshuisvesting geldt hier dat deze ontwikkeling de komende jaren goed gevolgd moet worden.

Wanneer deze ontwikkelingen meer definitief zijn, dienen ook de plannen rondom de toekomstige sportfaciliteiten herzien te worden. Naast de reeds bestaande typen sportaccommodaties is er in de gemeente Dronten in toenemende mate ook behoefte aan andere soorten sportterreinen. Voorbeelden hiervan zijn de ‘multisportvelden’ en ‘skillsgardens’. Dit type sportvelden/terreinen nodigt uit tot bewegen en is vanwege de opzet geschikt voor het uitvoeren van verschillende soorten sport en spel. Momenteel is dit type terreinen nog niet aanwezig binnen de gemeente Dronten. Bij het uitwerken van ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting wordt aanbevolen om bovenstaande ontwikkelingen met betrekking tot een nieuw type sportterrein integraal mee te nemen bij de ontwikkeling van (maatschappelijk) vastgoed.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

1.

Zoals reeds vermeld aan het begin van dit hoofdstuk, heeft sport veel raakvlakken met andere beleidsterreinen en inhoudelijke thema’s binnen de gemeente Dronten. Samenwerking tussen deze beleidsterreinen, de beheerder van sportaccommodaties en de sportverenigingen is cruciaal om de beleidsdoelstellingen te behalen en toe te werken naar het doel ‘Dronten in beweging’.

2.

Om de benutting van binnensportaccommodaties te optimaliseren is samenwerking tussen alle gebruikers en beheerders van belang. Hoewel samenwerking met het onderwijs voor de binnensportaccommodaties mogelijk meer vanzelfsprekend is, geldt deze samenwerking ook voor de buitensportaccommodaties. Overdag worden deze vaak minimaal benut en liggen er kansen om de samenwerking met het onderwijs te intensiveren.

3.

Ook voor de kantines van sportaccommodaties geldt dat deze overdag niet optimaal benut worden. Er lopen momenteel onderzoeken om het gebruik van deze faciliteiten optimaler en dus rendabeler te maken. Een voorbeeld hiervan is het medegebruik van kantines door bijvoorbeeld kinderopvang, onderwijs of kleine verenigingen die overdag een accommodatie nodig hebben.

3.3.3 Bouwsteen 3: regie 1.

De gemeente Dronten is eigenaar van de binnensportaccommodaties in de gemeente Dronten. Uitzondering hierop zijn een aantal van de gymzalen die bij de scholen zelf gesitueerd zijn; hiervan is het eigendom, net als bij de schoolgebouwen, veelal verdeeld tussen gemeente en schoolbestuur. Het onderhoud van de binnensportaccommodaties ligt bij een andere partij en de exploitatie is middels een aanbesteding uitgegeven aan Optisport.

2.

Een beleidsuitgangspunt is dat alle andere sportaccommodaties (zoals voetbalterreinen etc.) in eigendom overgaan naar de verenigingen. Voor het grootste gedeelte is dat reeds gerealiseerd of wordt het de komende jaren gerealiseerd.

Pagina 26 van 59

3.3.4 Bouwsteen 4: kwaliteit en duurzaamheid 1.

Voor de kwaliteit van de sportaccommodaties is het van belang dat er bij grootschalige bouwkundige ingrepen (renovatie of nieuwbouw) verder gekeken wordt dan enkel de huidige functionaliteit. Zoals eerder vermeld, dient hierbij ook gekeken te worden naar trends en ontwikkelingen in de functionaliteit en kwaliteit van de betreffende sportaccommodaties zodat deze ook klaar zijn voor de toekomst en het uitnodigen tot beweging nog verder versterken.

2.

Voor sporthallen die ook gebruikt worden als gymzaal (of separate gymzalen) wordt voor de eisen qua kwaliteit en formaat veelal verwezen naar de normen van de VNG. Deze normen zijn in de praktijk echter beperkt en werken ook beperkend ten aanzien van de sporten die kunnen worden beoefend binnen de betreffende zaal. De ambitie is om bij toekomstige ontwikkelingen aan te sluiten bij de KVLOnormen om zo sportfaciliteiten te realiseren die zo optimaal mogelijk ingericht worden voor de breed motorische ontwikkeling van kinderen.

3.

Net als bij onderwijshuisvesting streeft het IHP naar aardgasvrije en energieneutrale (ENG) sportaccommodaties, bij (vervangende) nieuwbouw. Bij renovatie wordt beoogd om dit zoveel mogelijk te realiseren; dit dient per situatie bekeken te worden, met een gezonde balans tussen kwaliteit, duurzaamheid en de (financiële) middelen (kosten-batenanalyse). Per locatie dient in aanvullende onderzoeken, zoals een haalbaarheidsstudie, toegewerkt te worden naar een optimale balans tussen de diverse criteria passend bij de accommodatie.

4.

Ook flexibiliteit in gebruik en optimale benutting is onderdeel van duurzaamheid. Dit betekent dat bij het realiseren van nieuwe sportaccommodaties de samenwerking gezocht moet worden met potentiële medegebruikers, om zodoende zo efficiënt mogelijke accommodaties te realiseren.

2.

Per situatie wordt een afweging gemaakt (bijvoorbeeld in een haalbaarheidsonderzoek) of nieuwbouw of renovatie de beste oplossing is voor de betreffende sportaccommodatie. Daarbij worden onder andere de volgende aspecten meegenomen in de afweging (willekeurige volgorde, per situatie kan de prioriteit immers verschillen): a. Er wordt rekening gehouden met de functionaliteit van de gebouwen. b. Er wordt rekening gehouden met een goede bezetting en benutting van gebouwen. Er wordt (bij voorkeur) niet gerenoveerd voor leegstand. c. Er wordt rekening gehouden met de culturele en maatschappelijke waarde en de stedenbouwkundige uitstraling in samenhang met de omgeving. d. Er wordt rekening gehouden met mogelijkheden om de gestelde duurzaamheidsambities (zie bouwsteen 4) te bereiken, met BENG als minimumeis voor renovatie. e. Er wordt rekening gehouden met andere ontwikkelingen in de omgeving waar mogelijk integraliteit en synergie bereikt kan worden. f. De toekomstige exploitatie- en onderhoudslasten worden meegenomen als afweging voor nieuwbouw of renovatie. g. Er wordt rekening gehouden met de toekomstige wensen, eisen en ambities met betrekking tot de functionaliteit en capaciteit van de betreffende faciliteiten. h. Er wordt rekening gehouden met de mate van flexibiliteit en aanpasbaarheid in de toekomst.

3.3.5 Bouwsteen 5: (vervangende) nieuwbouw en renovatie 1.

Bij toekomstige nieuwbouw of renovatie van sportaccommodaties binnen de gemeente Dronten dient de integraliteit met andere vastgoedobjecten opgezocht te worden. Een voorbeeld hiervan is het combineren van de nieuwbouw van een sporthal met de nieuwbouw van een school. Hierdoor kunnen zowel ruimtelijk, functioneel als financieel synergievoordelen ontstaan.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 27 van 59

Hoofdstuk 4 Inventarisatie en analyse Voor een gedeelte van de schoolgebouwen in de gemeente Dronten was de vervangingstermijn reeds duidelijk. Om de vervangingsopgave met bijbehorende prioritering van de overige schoolgebouwen in de gemeente Dronten te bepalen is onder andere gebruik gemaakt van de quickscan-methodiek van HEVO en de haalbaarheidsanalyses renovatie versus nieuwbouw. Daarnaast zijn de leerlingenprognose en de capaciteitsanalyse toegepast om de huidige en toekomstige ruimtebehoefte in kaart te brengen.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 28 van 59

4.

Inventarisatie en analyse

4.1. Quickscans Voor het ontwikkelen van scenario’s is een integraal inzicht in de bestaande huisvestingssituatie van de scholen een belangrijk uitgangspunt. Dit inzicht geeft richting aan de prioritering en toekomstperspectieven van de scholen in de gemeente. Voor het IHP is het niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of het pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom gekeken naar meer dan alleen de bouwkundige staat. Er is tevens aandacht voor onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, exploitatie, veiligheid en uitstraling van de schoolgebouwen. Deze criteria vormen de kaders voor strategisch vastgoedbeleid. Op basis van de door HEVO ontwikkelde en frequent toegepaste methodiek is elk gebouw op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score. Voor zes schoolgebouwen in de kern Dronten heeft zowel een bureaustudie als een locatiebezoek plaatsgevonden, teneinde tot zes complete quickscanrapportages te komen. De totaalscore geeft op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduurverlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit: • Bij <57 punten: binnen 0-5 jaar (rood) • Bij 57-63 punten: binnen 5-10 jaar (oranje) • Bij 63-69 punten: binnen 10-20 jaar (lichtgroen) • Bij >69 punten: na 20 jaar (donkergroen)

Referentie: 1697601-0190.1.0.

De quickscanscores zijn input voor de scenario-ontwikkeling. Bij het besluit tot nieuwbouw/renovatie wordt bij de scenario-ontwikkeling ook gekeken naar andere belangrijke afwegingscriteria.

4.1.1 Quickscanscores In figuur 9 zijn de quickscanscores van de schoolgebouwen in de gemeente Dronten weergegeven. Deze scores en het bijbehorende advies voor de termijn waarbinnen renovatie of nieuwbouw zou moeten worden uitgevoerd geven een eerste prioritering. Uit de tabel is af te lezen dat er drie schoolgebouwen zijn waarvoor binnen een termijn van 5-10 jaar geadviseerd wordt om te renoveren of nieuw te bouwen. In hoofdstuk 5, scenario-ontwikkeling, wordt hier verder invulling aan gegeven.

Figuur 9: totaaloverzicht quickscans Dronten

Pagina 29 van 59

4.2. Leerlingenprognoses De figuren 10 en 11 visualiseren de leerlingenprognoses van het primair onderwijs in de gemeente Dronten. De prognose van Pronexus (2021, op basis van oktobertelling 2021) vormt het uitgangspunt voor het IHP voor wat betreft de ontwikkeling van de leerlingenaantallen tot en met circa 2040. In de prognoses is enkel rekening gehouden met de momenteel bekende (en concrete) woningbouwplannen. De gemeente Dronten verwacht dat het beeld van de leerlingenprognoses aanzienlijk zal veranderen, wanneer grootschalige woningbouwplannen concreter gaan worden. De toekomstige ontwikkelingen dienen voortdurend te worden gemonitord en te worden meegenomen in de jaarlijkse herijking van de prognoses en tevens in de volgende herijking van het IHP (iedere vier à vijf jaar). Op teldatum 1 oktober 2021 telde de gemeente Dronten circa 3.470 leerlingen in het PO, in de figuren 10 en 11 zijn deze uitgesplitst per kern. Volgens de prognoses stijgt het leerlingenaantal in het PO naar 3.800 leerlingen. Deze verwachte stijging is bijna volledig toe te rekenen aan de kern Dronten.

Figuur 11: leerlingenprognose PO kernen Biddinghuizen en Swifterbant (Pronexus, 2021)

Figuur 10: leerlingenprognose PO kern Dronten (Pronexus, 2021) Figuur 12: leerlingenprognose VO (Pronexus, 2021)

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 30 van 59

Het VO in de gemeente Dronten (figuur 12) laat conform de prognose van Pronexus de komende jaren een stijging zien van circa 2.340 leerlingen op dit moment tot circa 2.485 leerlingen in 2026. Na dat jaar lijkt het aantal leerlingen te stabiliseren rond 2.450. Gelet op de mogelijke grootschalige woningbouwontwikkelingen in Dronten en omgeving, is deze prognose zeer onzeker. Hoewel een zekere mate van krimp op basis van de prognose te verwachten lijkt, is het van belang om deze prognose te herijken op het moment dat de woningbouwplannen meer definitief worden.

4.2.1 Actuele leerlingenaantallen per kern In de figuren 13, 14 en 15 staan de huidige leerlingenaantallen per kern en per school weergegeven. De leerlingenprognose van het SO is deels afhankelijk van regionale afspraken. Het (twee)jaarlijks monitoren van de leerlingenprognose voor PO en SO in het OOGO is daarom noodzakelijk.

Leerlingenaantallen Biddinghuizen 250 200 150

100 50 0 De Wingerd

Daltonschool de Schatkamer

De Tamarisk

Figuur 14: leerlingenaantallen Biddinghuizen (oktobertelling DUO, 2021)

Leerlingenaantallen kern Dronten 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0

250

Leerlingenaantallen Swifterbant

200 150 100 50 0 De Golfslag

OBS de Duykeldam

De Branding

Figuur 15: leerlingenaantallen Swifterbant (oktobertelling DUO, 2021)

Figuur 13: leerlingenaantallen kern Dronten (oktobertelling DUO, 2021)

Referentie: 1697601-0190.1.0.

In de kern Dronten hebben vijf scholen meer dan 200 leerlingen, waarbij PCBS De Zevensprong momenteel de meeste leerlingen telt (445 leerlingen). OBS De Dukdalf telt 314 leerlingen en KBS Jenaplan De Klimboom (294 leerlingen) volgt. Een viertal scholen heeft minder dan 100 leerlingen, te weten: De Schakel, De Toekomst, Flevosprong en Aquamarijn.

Pagina 31 van 59

In figuur 14 zijn de drie basisscholen in de kern Biddinghuizen weergegeven. In 2021 telde Wingerd 219 leerlingen, De Tamarisk 199 leerlingen en daltonschool De Schatkamer 109 leerlingen. In figuur 15 zijn de leerlingenaantallen per school van de Kern Swifterbant weergegeven. De Golfslag is momenteel de school met de meeste leerlingen (203 leerlingen), gevolgd door De Branding met 175 leerlingen en tot slot OBS De Duykeldam met 120 leerlingen.

4.3. Opheffingsnorm Naast de leerlingenprognose kan de opheffingsnorm van belang zijn bij de bepaling van toekomstscenario’s. Een school komt voor bekostiging in aanmerking als het leerlingenaantal gelijk is aan of boven de opheffingsnorm zit van de gemeente waarin deze gevestigd is. De bekostiging kan worden beëindigd als het leerlingenaantal gedurende drie achtereenvolgende schooljaren minder heeft bedragen dan de opheffingsnorm. De Wet op het primair onderwijs kent enkele uitzonderingen op de hierboven genoemde regel inzake beëindiging bekostiging. De opheffingsnorm in Dronten is 39 leerlingen. Er bevinden zich in de gemeente Dronten geen scholen onder de opheffingsnorm. Daarmee is de opheffingsnorm op dit moment geen onderdeel van de afwegingscriteria.

vierkante meters in een schoolgebouw. Bovendien vormen ruimteoverschotten een risico voor de gemeente. Wanneer een gebouw geheel leeg komt te staan of de school zich geruime tijd onder de opheffingsnorm bevindt, zal de juridisch eigenaar (het schoolbestuur) het schoolgebouw terug willen geven aan de gemeente (economisch eigenaar). Daarnaast dient de gemeente (op basis van de VVHO) te voorzien in oplossingen voor ruimtetekorten, waarmee kan worden verwezen naar leegstand. De ruimtebehoefte voor schoolgebouwen waarmee in de vervangingsopgave wordt gerekend, is gebaseerd op de gemiddelde geprognosticeerde leerlingenaantallen voor de komende 10 jaar. Op basis van dit leerlingenaantal kan voor ieder schoolgebouw in het primair onderwijs de normatieve ruimtebehoefte worden berekend via de volgende berekening: normatieve ruimtebehoefte (bvo) = aantal leerlingen * 5,03 + 200 In deze berekening is 5,03 het aantal vierkante meters bvo waar een school per kind recht op heeft (conform verordening), daarbovenop krijgt iedere school eenmaal een ‘vaste voet’ van 200 m² toebedeeld. Voor speciaal basisonderwijs is de berekening anders. Daar is het aantal vierkante meters per leerling 7,35. Voor het voortgezet onderwijs zijn er speciale berekeningen. afhankelijk van de aangeboden leerrichtingen, deze zijn terug te vinden in de verordening onderwijshuisvesting.

4.4. Capaciteitsanalyse Als onderdeel van de quickscans is ook de capaciteit van de schoolgebouwen geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt het ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van een school wordt bepaald door de leerlingentelling en de leerlingenprognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de VVHO). Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: de brutovloeroppervlakte (bvo). Voor de ruimtebehoefte is gebruik gemaakt van de ruimtebehoefteberekeningen zoals deze zijn opgenomen in de prognoses van Pronexus. Naast het inzichtelijk maken van eventuele ruimtetekorten is de capaciteitsanalyse van belang omdat een eventueel ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Schoolbesturen ontvangen een vergoeding voor materiële instandhouding op basis van het aantal leerlingen en niet op basis van het aantal

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 32 van 59

5. Scenario-ontwikkeling

Hoofdstuk 5 Scenario-ontwikkeling Dit hoofdstuk behandelt de analyse van de onderwijshuisvesting voor het onderwijs en de binnensportaccommodaties in de gemeente Dronten. Er wordt ingegaan op het scholenlandschap en de scenario-ontwikkelingen in relatie tot de bouwstenen en het Klimaatakkoord.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 33 van 59

5.1. Landschap maatschappelijk vastgoed Op de volgende pagina is het landschap van het maatschappelijk vastgoed in de kern Dronten weergegeven, de andere kernen volgen in de paragrafen 5.4 en 5.5. In elke kern bevinden zich meerdere vastgoedobjecten. Toelichting kaarten De kaarten in de hiernavolgende paragrafen visualiseren het maatschappelijk vastgoed in de gemeente Dronten. Specifiek zijn hierop gebouwkenmerken van de onderwijshuisvesting en de gebouwgegevens die van belang zijn voor de analyse- en scenario-ontwikkeling weergegeven. Per school staat de leerlingenprognose aangegeven en de daarop gebaseerde normatieve tekorten/overschotten conform de verordening onderwijshuisvesting, waarbij groene tekst (positief getal) een overschot is en rode tekst (negatief getal) een tekort. Er is hier enkel gerekend met het bvo dat in gebruik is voor onderwijs. Dit betekent dat bij de scholen alleen het bvo van de scholen is meegenomen en de andere gebruikers van de MFA/IKC zoveel als mogelijk buiten beschouwing zijn gelaten. Het is belangrijk hierbij te benoemen dat een beperkte normatieve overmaat in de praktijk niet altijd zo ervaren wordt. Overmaat kan ook ontstaan door bijvoorbeeld een ‘ongunstige’ indeling of vorm van het gebouw, ook kan het zijn dat overmaat door de school ingezet wordt voor andere vormen van onderwijs etc.

Pas op het moment dat de overmaat aanzienlijk wordt ontstaat een onwenselijke situatie die ook qua exploitatie negatieve effecten heeft. Een ruimtetekort is in de basis altijd negatief en duidt in de praktijk op ‘te krappe’ huisvesting.

5.2. Scenario-ontwikkeling in relatie tot bouwstenen In de volgende paragrafen wordt per kern gekeken naar de aansluiting met de bouwstenen van beleid en hoe de aansluiting verbeterd kan worden. Er wordt met de vergelijking ook rekening gehouden met de quickscanscores, capaciteitsanalyse en andere urgentiecriteria.

binnen het onderwijslandschap. Bij het uitvoeren van de projecten kan er extra aandacht worden gegeven aan de variatie van onderwijsconcepten. Bij de meeste scholen is een kindpartner aanwezig, waarbij de samenwerking is gericht op zowel de inhoud als de huisvesting. Bij enkele locaties staat de toekomstige ruimteaanspraak voor kindpartners onder druk. De intensivering van samenwerking met kindpartners is hierom wenselijk, maar niet noodzakelijk. Bij enkele scholen is er daarnaast een zorg over het toenemende aantal leerlingen met taalachterstanden als gevolg van de toename van arbeidsmigranten binnen de gemeente. Door de verwachte toename van het aantal leerlingen met taalachterstanden bestaat er mede om die reden behoefte aan kinderopvang (VVE) en eventueel andere ondersteunde diensten. Woningbouwplannen gemeente Dronten Zoals eerder vermeld, is bij het opstellen van de prognoses door Pronexus rekening gehouden met woningbouwplannen die ‘concreet’ zijn. De kans is reëel dat Dronten op (korte) termijn aanzienlijk gaat groeien in het aantal inwoners. Vanzelfsprekend heeft deze groei grote impact op de onderwijshuisvesting maar ook op de andere maatschappelijke accommodaties en voorzieningen binnen de gemeente. Het is van belang dat de impact van deze woningbouwplannen op de maatschappelijke voorzieningen integraal meegenomen wordt in de planontwikkeling.

Voor het onderwijs zal dat naar verwachting resulteren in extra scholen in het plangebied. Voor de overige accommodaties zoals sport, cultuur etc. dient onderzocht te worden of de capaciteit voldoende uitbreidbaar is om mee te groeien met het groeiend aantal inwoners. Deze ontwikkeling ligt nadrukkelijk buiten de scope van dit IHP en kan resulteren in een tussentijdse herijking/update van het IHP.

Algemene visie samenwerking onderwijs Iedere school beschikt over een eigen onderwijsconcept. Over het algemeen biedt de huidige huisvesting daarin voldoende ondersteuning. Bij een aantal scholen is er een lichte mismatch tussen huisvesting en onderwijsconcept. In het huidige IHP is minder aandacht gegeven aan de verschillende onderwijsconcepten en de mate van variatie

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 34 van 59

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 35 van 59

5.3. Scenario-ontwikkeling Dronten (kern) De kern Dronten kent vele scholen in het primair en voortgezet onderwijs alsook (binnen)sportaccommodaties en welzijnsaccommodaties. In de volgende subparagrafen zijn de in dit IHP opgenomen scenario’s per wijk/gebouw in de kern Dronten verder uitgewerkt.

5.3.1 Onderwijs Dronten West De Klimboom, De Zevensprong en De Dukdalf zijn relatief jonge schoolgebouwen binnen het cluster ‘Dronten West’. De Klimboom (1999) en De Zevensprong (1999) zijn allebei 23 jaar oud. De Dukdalf (2012) is 10 jaar oud en in eigendom van de woningbouwvereniging.

Termijn 10-20 jaar In lijn met het Klimaatakkoord (zie ook bouwstenen van beleid) dient het onderwijsvastgoed in Nederland in 2050 nagenoeg CO2-neutraal te zijn. Dit betekent dat ook de schoolgebouwen in Dronten West op termijn verduurzaamd moeten worden. Dit kan middels een ‘upgrade’ naar energieneutraliteit of middels grootschalige renovatie/nieuwbouw op een natuurlijk moment. Welke ingreep het meest passend is dient bij een latere herijking van het IHP besproken te worden, ook wanneer deze verduurzaming uitgevoerd gaat worden dient bij de herijking besproken te worden. Omdat een minimale ingreep, upgrade naar energieneutraliteit, op een zekere termijn in ieder geval vereist is, is deze voor nu meegenomen als scenario.

5.3.2 (I)KC Dronten Centrum Termijn 0-5 jaar • Hoewel De Zevensprong normatief een aanzienlijk ruimteoverschot lijkt te hebben, wordt er in de praktijk urgent ruimtegebrek ervaren. Hierdoor komen ook de andere kindvoorzieningen die op deze locaties aanwezig zijn onder druk te staan. De Dukdalf is reeds voorzien van tijdelijke units (4 lokalen). Binnen de periode van 0-5 jaar dient er een permanente oplossing gevonden te worden voor het structurele ruimtegebrek van de betreffende school. Ook gelet op de toekomstige groei van de gemeente Dronten. In dit IHP is hiervoor rekening gehouden met het bouwen van 4 lokalen. Op termijn zal deze ruimtebehoefte (mogelijk) groter worden, ook gezien de genoemde wens om KOV in nabijheid van scholen te realiseren en de mogelijke ontwikkelingen in het landelijke kinderopvangbeleid. Deze ontwikkelingen dienen de komende periode gemonitord en bij de herijking van het IHP meegenomen te worden. • In lijn met de bouwstenen van beleid is het wenselijk dat de gemeente onderwijsvastgoed zelf in eigendom heeft (economisch). Op korte termijn dient van daaruit onderzocht te worden of de gemeente Dronten De Dukdalf in eigendom kan krijgen. Termijn 5-10 jaar Geen acties in het kader van het IHP vereist.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

De zogenaamde ‘centrumscholen’ bestaan grotendeels uit schoolgebouwen met een leeftijd ouder dan 40 of 50 jaar, zoals KBS de Toekomst (1965), SBO de Driemaster (1986), Aan Boord (1965) en CBS De Schakel (1976). Aquamarijn is van recentere leeftijd (1986). Termijn 0-5 jaar • Alle ‘centrumscholen’ worden binnen een termijn van 0 tot 5 jaar ondergebracht in een nieuw te bouwen energieneutraal (I)KC, inclusief diverse kindvoorzieningen en gymfaciliteiten (ter vervanging van De Ketting (1968) en De Lijzijde (1969)).

5.3.3 Onderwijs Dronten Zuidoost: IKC/scholeneiland Het Zuiderlicht en De Brandaris stammen uit 1981 en zijn inmiddels ruim veertig jaar oud. Het Wilgerijs (1987) is 35 jaar oud. Voor deze scholen is een quickscan uitgevoerd (zie paragraaf 4.1). Het Zuiderlicht en De Brandaris scoren hierin matig. Met name op het gebied van bouwkundige staat en exploitatie wordt zwaar onvoldoende gescoord. Op basis van de totaalscores wordt geadviseerd om beide scholen te renoveren of te vervangen binnen een termijn van 5-10 jaar. Het Wilgerijs is fysiek niet verbonden met de andere twee scholen en komt volgens de quickscanrapportage na 20 jaar in aanmerking voor grootschalige renovatie of vervangende nieuwbouw. Gelet op de nabijheid van de scholen en de wens om scholeneilanden te realiseren is het advies om Het Wilgerijs integraal mee te nemen in het ontwikkelen van één IKC/scholeneiland in Dronten Zuidoost.

Pagina 36 van 59

Termijn 5-10 jaar • Energieneutrale nieuwbouw IKC/scholeneiland Dronten Zuidoost. Dit IKC bestaat uit Het Zuiderlicht, De Brandaris en Het Wilgerijs, aangevuld met gymvoorzieningen (ter vervanging van sporthal De Landing (1981)) en ruimte voor kindvoorzieningen.

5.3.4 Onderwijs Dronten Zuidwest: IKC/scholeneiland Ook voor de scholen in Dronten Zuidwest zijn door HEVO quickscans uitgevoerd (zie paragraaf 4.1). Dit scholencluster bevat één gebouw van matige kwaliteit (Flevosprong) dat binnen een termijn van 5-10 jaar aan grootschalige renovatie of vervangende nieuwbouw toe is. Het Kompas, gelegen naast de Flevosprong in hetzelfde complex, heeft een betere onderhoudsstaat en komt volgens de quickscanrapportage over 10-20 jaar aan de beurt voor grootschalige renovatie of vervangende nieuwbouw. De Zonnewijzer is ruim 20 jaar oud en verkeert in goede conditie. Ook hier geldt dat vanuit de wens om IKC’s/scholeneilanden te vormen het advies is om de vervanging van de scholen in Dronten Zuidwest integraal te bekijken en qua vervangingsmoment een middenweg te zoeken. Termijn 10-15 jaar • Energieneutrale nieuwbouw IKC/scholeneiland Dronten Zuidwest. Dit IKC bestaat uit Het Kompas, Flevosprong en De Zonnewijzer, aangevuld met gymfaciliteiten (ter vervanging van sportzaal De Stal (1992)), kindcentrum Manege/Landmaten en aanvullende ruimte voor kindvoorzieningen.

5.3.5 Voortgezet onderwijs Dronten Het Ichthus College en het Copernicus College (Almere College) hebben beide twee vestigingen in Dronten. Het Ichthus College aan de Jupiterweg en het Copernicus College aan de Educalaan. Gezamenlijk zijn ze, samen met een mbo-afdeling, daarnaast ook nog gehuisvest in Het Perron (2016). De locaties aan de Jupiterweg en de Educalaan zijn, vanwege de aanzienlijke veroudering, toe aan vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw (casco renovatie). Door HEVO zijn een tweetal haalbaarheidsonderzoeken gedaan naar de afweging tussen nieuwbouw of renovatie. Na het afwegen van alle eigenschappen, criteria en de

Referentie: 1697601-0190.1.0.

bijbehorende investeringskostenramingen, is voor beide locaties vervangende nieuwbouw (ENG) als meest favoriete scenario naar voren gekomen. Termijn 0-5 jaar • Nieuwbouw Ichthus College (Jupiterweg). • Nieuwbouw Copernicus College (Almere College, Educalaan). • Integraliteit met vervanging sporthal ’t Dok (idealiter samen met of zeer nabij VOscholen). • Christiaan Huygensschool (momenteel gehuisvest in semipermanente huisvesting bij het Ichthus College) verhuist op korte termijn naar Het Zuiderlicht. Termijn 10-25 jaar • Gelet op het Klimaatakkoord dient locatie Het Perron in aanloop naar 2050 verder verduurzaamd te worden naar energieneutraliteit. Het Perron is met bouwjaar 2016 nog een zeer jong gebouw. Het advies zou dan ook zijn om de komende periode te onderzoeken wat er vereist is om dit gebouw te upgraden naar energieneutraliteit zodat een complete afweging gemaakt kan worden wanneer deze investering het best uitgevoerd kan worden. Voor nu is de minimaal vereiste ingreep, upgrade energieneutraliteit, meegenomen als scenario op de lange termijn. In een latere herijking van het IHP dient hier meer specifiek invulling aan gegeven te worden.

5.3.6 Nieuwbouw Praktijkschool Dronten Op dit moment wordt er gewerkt aan de realisatie van de praktijkschool in Dronten. De realisatie hiervan loopt in samenwerking met OFW en bevindt zich momenteel in de ontwerpfase. Om ervoor te zorgen dat het IHP een volledig beeld geeft op de accommodaties, investeringen en (lopende) ingrepen, is dit project wel opgenomen in het IHP. Termijn 0-5 jaar • Realisatie praktijkschool Dronten (energieneutraal).

5.3.7 Sporthal ‘t Dok Het Almere College maakt momenteel gebruik van naastgelegen sporthal ’t Dok. Deze sporthal is echter sterk verouderd en bevindt zich op een locatie die idealiter in

Pagina 37 van 59

aanmerking komt voor herontwikkeling. Ook voor het Ichthus College is de aanwezigheid van voldoende binnensportfaciliteiten een belangrijk aandachtspunt. Momenteel maakt het Ichthus College naast een eigen gymzaal ook gebruik van gymzalen bij Aeres Hogeschool. Deze zijn echter op korte termijn al niet meer beschikbaar. Integraal met de vervanging van de beide VO-scholen dient er ook gekeken te worden naar nieuwe en voldoende binnensportaccommodaties. Termijn 0-5 jaar • Nieuwbouw Sporthal ’t Dok; integraal oppakken met nieuwbouw beide VOscholen.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 38 van 59

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 39 van 59

5.4. Scenario-ontwikkeling Swifterbant In de kern Swifterbant zijn momenteel drie scholen voor primair onderwijs aanwezig alsook verschillende welzijns- en sportaccommodaties. In de volgende subparagrafen wordt voor ieder van deze gebouwen de vereiste ingreep in het kader van dit IHP verder toegelicht.

5.4.1 IKC/scholeneiland Swifterbant Er zijn momenteel drie scholen voor primair onderwijs in Swifterbant: De Duykeldam (1964), De Golfslag (1968) en De Branding (1967). Alle drie de scholen zijn sterk verouderd en daarnaast ook functioneel op korte termijn toe aan vernieuwing. Net als in de kern Dronten, en in lijn met de bouwstenen van beleid, is het de wens om deze onderwijsfuncties te clusteren in één IKC/scholeneiland waar de verschillende scholen, kindpartners en gymfaciliteiten onder één dak gehuisvest zijn. Termijn 0-5 jaar • Energieneutrale nieuwbouw IKC/scholeneiland Swifterbant inclusief kindvoorzieningen en gymfaciliteiten (ter vervanging van gymaccommodatie Noordhoren (1968)).

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 40 van 59

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 41 van 59

5.5. Scenario-ontwikkeling Biddinghuizen In Biddinghuizen zijn de onderwijsfuncties, samen met kindvoorzieningen en een bibliotheek, sinds 2013 geclusterd in het Educatief Centrum Biddinghuizen (ECB). De sportvoorzieningen zijn daarbij, samen met andere multifunctionele ruimten, ondergebracht in het naastgelegen MFC De Binding (niet in eigendom van de gemeente). Daarnaast zijn er een buitenzwembad en verschillende sportfaciliteiten aanwezig in de kern.

latere herijking van het IHP besproken te worden, ook wanneer deze verduurzaming uitgevoerd gaat worden dient bij de herijking besproken te worden. Omdat een minimale ingreep, upgrade naar energieneutraliteit, op een zekere termijn in ieder geval vereist is, is deze voor nu meegenomen als scenario.

5.5.1 Educatief Centrum Biddinghuizen (ECB) In het ECB zijn de volgende scholen gehuisvest: De Wingerd, daltonschool De Schatkamer en De Tamarisk. Naast deze drie scholen is er samenwerking met c.q. is er een dependance van SBO de Driemaster ondergebracht in het ECB (deze ontbreekt op de kaart omdat de leerlingen ‘onderdeel zijn’ van De Tamarisk; SBO de Driemaster verzorgt onderwijs aan circa 20% van deze leerlingen). Termijn 0-5 jaar • Het eigendom van het ECB ligt momenteel bij OFW. In lijn met de bouwstenen van beleid is het de wens om dit type accommodaties in eigendom te krijgen/houden van de gemeente. Op korte termijn dient vanuit die gedachte onderzocht te worden welke stappen de gemeente Dronten moet ondernemen om dit gebouw in eigendom te krijgen. • Er zijn momenteel operationele aandachtspunten die opgelost dienen te worden in de functionaliteit van dit gebouw. Om het gebouw te laten ‘slagen’ dienen deze op korte termijn opgelost te worden. • De inhoudelijke integraliteit en samenwerking tussen de verschillende gebruikers van dit gebouw alsook de maatschappelijke functie kunnen verder geoptimaliseerd worden. Om het gebouw te laten ‘slagen’ is ook hier het advies om op korte termijn inzichtelijk te maken welke inspanning vereist is om deze optimalisatie te bereiken. Termijn 10-25 jaar • Het ECB is op dit moment niet energieneutraal.

In lijn met het Klimaatakkoord dient dit gebouw voor 2050 energieneutraal gemaakt te worden. Gelet op de jonge leeftijd van dit gebouw is het afhankelijk van de klimaatambities op welke termijn dit gebouw verder verduurzaamd gaat worden. De komende periode dient dit nader onderzocht te worden. Welke ingreep het meest passend is dient bij een

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 42 van 59

5.6. Samenvatting scenario-ontwikkeling In de paragrafen 5.3 t/m 5.5 zijn per kern in de gemeente Dronten alle scenario’s/ gebouwelijke ingrepen besproken. In onderstaand overzicht zijn deze samenvattend uitgezet in de tijd (verschillende termijnen). Voor de termijnen 5-10, 10-20 en 20-25 jaar geldt dat de nadere definiëring van deze ingrepen bij toekomstige herijkingen van het IHP plaats moet vinden.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 43 van 59

5.7. Scenario-ontwikkeling ten behoeve van Klimaatakkoord In de vorige paragrafen wordt op verschillende momenten gerefereerd aan de verduurzaming in lijn met het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord worden twee jaartallen genoemd waarop een bepaalde CO2reductie behaald moet zijn, namelijk 2030 (55% ten opzichte van 1990) en 2050 (95% ten opzichte van 1990). Omdat het referentiejaar ‘1990’ in de praktijk niet toepasbaar is, is het bij het formuleren van de sectorale routekaarten afgesproken dat er gebruik gemaakt mag worden van de meer recente referentiejaren 2017, 2018 en 2019. De jaren 2020 en 2021 zijn niet bruikbaar vanwege het afwijkende gebruik van accommodaties in verband met de COVID-19-pandemie.

5.7.1 Analyse CO2-reductie De scope van dit IHP is globaal gelegd op een periode van 25 jaar (tot aan circa 2047) zodat juist ook het vizier op de verduurzamingsopgave hierin meegenomen kan worden. In de scenario’s (paragrafen 5.3 t/m 5.5) is deze verduurzamingsopgave dan ook terug te vinden. Dit IHP maakt inzichtelijk welke ingrepen in de komende circa 25 jaar benodigd zijn om de kwalitatieve verbeteringen aan de vastgoedvoorraad uit te voeren en tegelijkertijd ook de verduurzamingsslag te maken. Daarmee sorteert de gemeente Dronten zich voor op het bereiken van de doelstellingen uit het klimaatakkoord. Omdat in dit IHP de gehele voorraad van maatschappelijk vastgoed is meegenomen is voor nu géén aanvullende CO2-analyse uitgevoerd. Het uitgangspunt is immers het realiseren van energieneutrale gebouwen waarmee de CO2-reductie op gebouwniveau ‘automatisch’ praktisch 100% zal gaan zijn.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 44 van 59

5.8. Voorstel uitvoeringsprogramma Dit IHP duidt de vervangings- en verduurzamingsopgave voor de komende 25 jaar. Na vaststelling van het IHP is er zicht op de fasering van de opgave. Om de fasering van de projecten en alle benodigde werkzaamheden inzichtelijk te maken is het advies om een uitvoeringsprogramma op te stellen. Voor de eerste termijn staat er een groot aantal projecten op de planning. Sommige van deze projecten zoals de Praktijkschool, MFC Swifterbant en de Centrumscholen, zijn reeds opgestart. Voor andere projecten geldt dat de projectorganisatie nog volledig opgestart moet gaan worden. Om ook daadwerkelijk uitvoering te geven aan de in het IHP opgenomen plannen is het van belang om te komen tot een uitvoeringsprogramma. In dit programma staat welke stappen wanneer ondernomen worden om te komen tot uitvoering en geeft voor de betrokken partijen inzicht in de vereiste inspanningen en wie verantwoordelijk is voor die inspanning.

3.

Programmering: Er wordt een programmering gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, tijdelijke huisvesting, het bundelen van projecten op onderdelen zoals businesscases, programma’s van eisen, techniek en/of aanbestedingen.

Hieronder zijn, ter illustratie, een aantal voorbeelden weergegeven van onderdelen van een uitvoeringsprogramma.

Het advies is om naar aanleiding van dit IHP per project een uitvoeringsprogramma op te stellen met de betrokkenen. De regiefunctie voor het opstellen van een uitvoeringsprogramma ligt bij de gemeente Dronten. Het uitvoeringsprogramma betreft een bindende afspraak die zekerheid geeft voor gemeente en schoolbesturen. In het uitvoeringsprogramma worden afspraken gemaakt over het proces en de samenwerking op programma- en projectniveau. Dit kan, afhankelijk van de betrokken partijen, in het overkoepelde OOGO of afvaardiging van de betrokken besturen gedaan worden. Een uitvoeringsprogramma bestaat daarbij doorgaans uit drie onderdelen: 1. Procesafspraken op programmaniveau: Het inrichten van een organisatie voor de realisatie van het uitvoeringsprogramma (1e termijn), monitoring/evaluatie van projecten en borging van de kwaliteit. 2.

Procesafspraken op projectniveau: Het ontwikkelen van een uniforme wijze waarop gemeente en schoolbesturen samenwerken bij de realisatie van de projecten. Er worden gezamenlijk keuzes gemaakt over de mate van regie en autonomie van beide partijen van initiatief- tot realisatiefase. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inbouwen van toets- en instemmingsmomenten voor de gemeente op het moment dat het schoolbestuur bouwheer is.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 45 van 59

6. Financiële uitgangspunten en vertaling

Hoofdstuk 6 Financiële uitgangspunten en vertaling In dit hoofdstuk worden de beschreven scenario’s voorzien van een financieel kader. Eerst wordt ingegaan op het kwaliteitsniveau en de kostenverdeling. Vervolgens wordt de financiële vertaling voor onderwijshuisvesting (doorkijk komende 20 jaar) inzichtelijk gemaakt en worden de ‘overige kosten’ benoemd. Dit leidt uiteindelijk tot een overzicht van de investeringskosten en kapitaallasten.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 46 van 59

6.1. Kwaliteitsniveau Bij de nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen zijn verschillende kwaliteitsniveaus mogelijk. In afstemming met de schoolbesturen en de gemeente Dronten is de ambitie uitgesproken om kwalitatief goede en energieneutrale schoolgebouwen te realiseren. Zie hiervoor ook de uitgangspunten zoals opgenomen in paragraaf 3.2.4.

Kwaliteitsstandaard Door HEVO is een onderzoek verricht naar de optimalisatie van de kwaliteit met inachtneming van de budgettaire kaders. HEVO heeft daarbij gebruik gemaakt van uitgangspunten zoals deze zijn verwoord in het Programma van Eisen Frisse Scholen d.d. mei 2021. De HEVO-kwaliteitsstandaard resulteert daarmee in een optimale balans tussen gewenste kwaliteit en investering en vormt daarmee de basis voor een kwalitatief goed schoolgebouw. De HEVO-kwaliteitsstandaard maakt tevens gebruik van de GPR Gebouw-methodiek. Middels deze methodiek wordt de duurzaamheidsambitie meetbaar gemaakt middels enkele thema’s: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde.

6.1.1 Stichtingskosten behorend bij kwaliteitsniveau De gemeente Dronten streeft naar ENG (energieneutrale) en aardgasvrije schoolgebouwen bij nieuwbouw met aandacht voor gezondheid, toekomstbestendigheid en exploitatieverlagende maatregelen. Vanuit het oogpunt van gezondheid en binnenklimaat is de ambitie uitgesproken om de kwaliteit van de schoolgebouwen op onderdelen te optimaliseren. Hierbij wordt aangesloten bij de HEVO-kwaliteitstandaard (zie bijlage I). Bij deze vastgestelde kwaliteitsambitie als basiskwaliteit hoort vanzelfsprekend ook een bepaald stichtingskostenniveau. Deze stichtingskosten per vierkante meter zijn voor de onderwijsgebouwen inzichtelijk gemaakt middels de HEVO-kostenconfigurator. Het stichtingskostenniveau verschilt bij het primair onderwijs naar omvang van het schoolgebouw. Door schaalvoordelen kunnen grotere gebouwen doorgaans voordeliger gerealiseerd worden dan kleine solitaire schoolgebouwen. Omdat er in de gemeente Dronten in de basis IKC’s/scholeneilanden gerealiseerd worden kan er gebruik gemaakt worden van gunstigere stichtingskosten/m².

Kostenconfigurator HEVO PO 1-1-2023, Stichtingskosten incl. btw/m2 bvo Onderdeel Primair Onderwijs Aantal leerlingen 100 200 300 400 Uitganspunt bouwlagen 1 1 2 2 Norm bvo 703 1206 1709 2212 Kosten per vierkante meter Bouwbesluit + BENG € 3.002 € 2.857 € 2.579 € 2.539 Marsh eisen € 31 € 31 € 31 € 31 Aanvullende kosten ENG € 128 € 127 € 106 € 104 Esthetisch en onderwijskundig € 294 € 235 € 221 € 205 Frisse Scholen kwaliteitsadvies HEVO € 495 € 470 € 433 € 425 Exploitatiegericht bouwen € 98 € 93 € 98 € 95 Duurzaam bouwen (circulair) € 60 € 54 € 44 € 42 Flexibel gebouw € 128 € 128 € 128 € 128 Totale stichtingskosten € 4.236 € 3.995 € 3.640 € 3.569

Figuur 16: stichtingskosten primair onderwijs (HEVO-kostenconfigurator, 1-1-2023)

Bij het voortgezet onderwijs maakt de kostenconfigurator onderscheid naar het type onderwijs dat aangeboden wordt in een VO-school. Een school voor vmbo kent vanwege de specifieke onderwijsfunctionaliteiten, praktijklokalen etc. veelal een hoger stichtingskostenniveau/m² dan een school voor havo/vwo of een combinatie van stromingen. Ook dit wordt mede veroorzaakt door de omvang van het schoolgebouw. Kostenconfigurator HEVO VO 1-1-2023, Stichtingskosten incl. btw/m2 bvo Onderdeel Voortgezet Onderwijs vmbo/havo/ Voortgezet onderwijs vmbo havo/vwo vwo Uitgangspunt bouwlagen 2 3 3 Norm bvo 5000 8000 13000 Kosten per vierkante meter Bouwbesluit + BENG € 2.418 € 2.227 € 2.196 Marsh eisen € 31 € 31 € 31 Aanvullende kosten ENG € 97 € 91 € 92 Esthetisch en onderwijskundig € 184 € 182 € 179 Frisse Scholen kwaliteitsadvies HEVO € 271 € 260 € 256 Exploitatiegericht bouwen € 99 € 99 € 97 Duurzaam bouwen (circulair) € 22 € 19 € 18 Flexibel gebouw € 126 € 126 € 126 Totale stichtingskosten € 3.248 € 3.035 € 2.995

Figuur 17: stichtingskosten voortgezet onderwijs (HEVO-kostenconfigurator, 1-1-2023)

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 47 van 59

Omdat er voor zowel het Ichthus College als het Copernicus College separate haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd zijn, zijn er voor deze scholen ook specifieke investeringskostenramingen gemaakt. Hierdoor kunnen de daaruit volgende stichtingskosten iets afwijken van de kengetallen die voortkomen uit de kostenconfigurator van HEVO.

Het eventueel verwerven van grond is geen onderdeel van de in dit IHP opgenomen financiële kaders, dit geldt ook voor eventuele procedurele kosten rondom bestemmingsplannen, bodemvervuiling, stikstof- en PFAS-problematiek etc. Opgenomen kosten voor andere objecten dan onderwijs, zoals bijvoorbeeld beide buitenzwembaden, zijn opgenomen op basis van door derden gegeven indicaties.

6.1.2 Renovatie

6.2. Bijdrage schoolbestuur

Het streven is om bij renovatie van schoolgebouwen de nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren en daarmee renovatie te beschouwen als een volwaardig alternatief naast nieuwbouw (levensduurverlenging ten minste 25 jaar). Logischerwijs dienen deze investeringskosten projectspecifiek bepaald te worden en gelden dezelfde TCO-principes als bij nieuwbouw. De kosten voor renovatie zullen in verhouding tot nieuwbouw circa 10 tot 20% lager uitvallen. Dit is deels afhankelijk van de beoogde levensduur. Om het financiële kader niet te krap te stellen is bij alle projecten voor de doorrekening uitgegaan van de kengetallen voor nieuwbouw. In haalbaarheidsonderzoeken (afweging renovatie/ nieuwbouw) worden deze kosten verder gespecificeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1014/documents/2182