5d5871fb-3e87-4d61-a2dc-245992c237d8.pdf
Tekst van het document
Net als de gemeente Dronten zien de schoolbesturen het als hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en voorbeeldfunctie om met elkaar toe te werken naar goede schoolgebouwen. De schoolbesturen hebben dan ook de intentie uitgesproken om een bijdrage te leveren aan de beoogde kwaliteits- en duurzaamheidsambitie conform de principes van Total Cost of Ownership. Schoolbesturen maken hierbij, binnen de wettelijke mogelijkheden, gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding die zij ontvangen vanuit het rijk. De kwaliteitsverhoging kan bijvoorbeeld worden gefinancierd vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw (tot 20 jaar). Een andere mogelijkheid is de besparing op het onderhoud aan het bestaande gebouw. Het is immers niet nodig om bouwdelen/installaties te vervangen met het oog op de beoogde nieuwbouw (prioritering IHP). Een andere verkenning die gemaakt is, gaat over de verdeling van de kosten voor het beoogde kwaliteitsniveau.
6.1.3 Verantwoording stichtingskostenniveaus De stichtingskostenniveaus voor het onderwijs zijn gebaseerd op prijspeil 1 januari 2023 en zijn inclusief btw. Het is van belang dat deze stichtingskostenniveaus minimaal jaarlijks geïndexeerd worden naar het dan geldende prijspeil en bij de start van ieder project nader gedefinieerd worden. Stichtingskosten bevatten alle ‘direct aan de bouw gerelateerde’ kosten vanaf de definitiefase van een project (opstellen Programma van Eisen). Onderdeel hiervan zijn dus ook gerelateerde kosten voor adviseurs, organisatie/bouwmanagement, enige mate onvoorzien etc. Kosten gemaakt voorafgaand aan het bouwproces, zoals het uitvoeren van haalbaarheidsonderzoeken, zijn geen onderdeel van deze stichtingskosten. Ook ‘overige kosten’ zoals kosten voor sloop, tijdelijke huisvesting, infrastructurele werken, voorfinanciering ruimte KOV etc. zijn geen onderdeel van de stichtingskosten zoals opgenomen in paragraaf 6.1.1. Deze overige kosten worden, indicatief op basis van kengetallen, inzichtelijk gemaakt in paragraaf 6.5. Hierdoor ontstaat er een vollediger beeld op de totaal vereiste investeringen.
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Deze inzichten en verkenningen zijn met de schoolbesturen en gemeente gedeeld. Beide partijen zien de kansen en bedreigingen van deze benadering. Om te komen tot een overeenstemming/intentie op hoofdlijnen is het volgende afgesproken: • Per project gaan gemeente en schoolbestuur in overleg teneinde de werkelijke bijdrage vanuit het schoolbestuur vast te stellen. In het haalbaarheidsonderzoek wordt de omvang van de bijdrage onderbouwd (exploitatieberekeningen), vastgesteld en geoormerkt aan de exploitatieverlagende maatregelen (welke maatregel en welk budget).
Pagina 48 van 59
• •
Indien de MI-vergoeding1 in de toekomst wijzigt, gaan schoolbestuur en gemeente in overleg over de mogelijke consequenties. Indien het investeringsverbod nog van toepassing is, zal met het schoolbestuur worden verkend op welke wijze investeringen naar de accountant kunnen worden verantwoord.
aangepakt wordt en er gelijktijdig een functionele kwaliteitsverbetering aan het gebouw plaatsvindt.
6.3. Investeringen in duurzaamheid vroegtijdig in kaart brengen In lijn met het Klimaatakkoord heeft de gemeente Dronten nog circa 27 jaar de tijd om al haar (onderwijs)vastgoed energieneutraal te maken. Het is mogelijk om de financiële consequenties voor de lange termijn in een vroeg stadium te berekenen c.q. in te schatten en te inventariseren in hoeverre het proces van verduurzaming kan worden versneld. Een gemeente kan om de volgende redenen de verduurzamingsopgave versnellen: • De scholen krijgen eerder te maken met exploitatievoordelen. Via een TCOberekening kan de versnelde verduurzamingsopgave worden onderbouwd (toekomstige besparingen kapitaliseren). • De gemeente en de schoolbesturen hebben als eigenaren van maatschappelijk vastgoed een voorbeeldfunctie te vervullen. • Het College van B&W en de gemeenteraad krijgen vroegtijdig inzicht in de totale kosten van de vernieuwing en verduurzaming van de onderwijshuisvestingsportefeuille. Voor nu zijn de kosten voor verduurzaming van schoolgebouwen die bouwkundig nog niet toe zijn aan een ingreep op termijn meegenomen in het IHP-overzicht met de voorziene ingreep ‘upgrade energieneutraliteit’. Deze ingreep betekent dat er voor nu geen kwalitatieve verbetering aan de gebouwen voorzien wordt maar enkel een duurzaamheidsupgrade.
Hierdoor ontstaat er in ieder geval inzicht in de investeringen die benodigd zijn om te komen tot een energieneutrale onderwijsvoorraad. Bij latere herijkingen van het IHP dienen deze projecten nader gespecificeerd te worden en bestaat vanzelfsprekend de reële mogelijkheid dat een gebouw toch verregaand
1
In januari 2023 wordt de regeling voor de MI-vergoeding veranderd. De strekking hiervan is nog niet
definitief. De verandering in systematiek kan mogelijk gevolgen hebben.
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Pagina 49 van 59
6.4. Financiële doorkijk scenario’s In dit hoofdstuk wordt de prioritering uit hoofdstuk 5 (paragraaf 5.6) gekoppeld aan de in de voorgaande paragrafen beschreven financiële kaders. Deze koppeling resulteert in een financiële doorkijk op de vereiste ingrepen. Deze financiële doorkijk wordt onderverdeeld naar de eerste termijn (0-5 jaar) en de daarop volgende termijnen (5-10 en 10-25 jaar). Investeringskosten die op dit moment nog niet duidelijk zijn, zoals specifieke onderzoekskosten, zijn op dit moment opgenomen als ‘p.m.’. Wanneer deze investeringskosten na afronding van nadere onderzoeken wel beschikbaar komen is het advies om deze bij een herijking van het IHP toe te voegen aan de totale financiële doorkijk zodat er ook een integraal beeld op de investeringskosten ontstaat.
6.4.1 Financiële doorkijk termijn 0-5 jaar Voor de eerste termijn staan er een groot aantal projecten op de planning in de gemeente Dronten. Een aantal hiervan zijn al, in enige mate, in uitvoering/ voorbereiding maar daar moet de grote investering nog van gedaan worden. Om te zorgen dat er een integraal beeld ontstaat op alle investeringen zijn deze projecten wél opgenomen in onderstaande financiële doorkijk.
In totaal ontstaat er met de voorgestelde fasering een stichtingskostenniveau van circa € 95,7 miljoen in de eerste termijn (0-5 jaar), exclusief de bijkomende incidentele kosten en prijspeil 1 januari 2023. Circa € 4,5 miljoen betreft voorfinanciering voor het realiseren van ruimte voor kindpartners. Zoals reeds besproken zijn een aantal van deze projecten al verder gevorderd, zoals de ontwikkeling van de praktijkschool. Het is van belang dat de gehanteerde uitgangspunten, zoals leerlingenaantallen, metrages, omvang kindpartners, kostenkengetallen etc. worden herijkt op het moment dat de projecten meer definitief worden en een hoger detailniveau beschikbaar komt. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de vereiste uitbreiding van de scholen in Dronten West. Voor nu is hier rekening gehouden met de uitbreiding van 4 lokalen (inclusief opslagen om te komen tot brutovloeroppervlakte). Het is bij dit soort kleinschalige projecten lastig om op basis van kengetallen de vereiste investering te berekenen. De voor deze ingreep opgenomen investering van circa € 1.05 miljoen (stichtingskosten) is dan ook nadrukkelijk indicatief. Een andere ontwikkeling die momenteel nog niet goed verwerkt kon worden in het financiële overzicht is de mogelijke integraliteit tussen de vervanging van beide VOscholen en de vervanging van sporthal ’t Dok.
Deze zijn voor nu beperkt opgenomen; zoals reeds besproken heeft het de voorkeur om deze integraal te vervangen en de
Termijn
Schoolnaam 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Termijn project
Praktijkschool Dronten 0-5 jaar IKC Dronten Centrum 0-5 jaar 2 gymzalen IKC Dronten Centrum 0-5 jaar Ichthus College 0-5 jaar 1 gymzaal Ichthus College 0-5 jaar Copernicus College 0-5 jaar 1 gymzaal Copernicus College 0-5 jaar Sporthal 't Dok* 0-5 jaar IKC Swifterbant 0-5 jaar 1 gymzaal IKC swifterbant 0-5 jaar Scholen Dronten West 0-5 jaar Dukdalf Dronten 0-5 jaar ECB 0-5 jaar
Kengetallen
Scenario
Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw uitbreiding onderzoek eigendom onderzoek eigendom
gem. leerlingen over 10jaar
/ 628 / 997 / 836 / / 476 /
Ruimtebehoefte Onderwijs en VVE (in m2, Type partners gem. 10 jaar)
/ 4400 1150 6600 575 5600 575 / 3000 575 250 / /
Stichtingskosten (incl. btw, prijspeil 1-1-2023) m2 BVO partners
Divers
800
/ Divers
/ 450
/
/
Kengetal per m2
/ € 3.569,00 € 2.487,10 € 3.101,36 € 2.487,10 € 3.102,23 € 2.487,10 / € 3.569,00 € 2.487,10 € 4.236,00 / / Cumulatieve kosten:
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Stichtingskosten onderwijs en VVE (incl. btw)
€ € € € € € € € € € €
6.250.000,00 15.703.600,00 2.860.165,00 20.468.997,12 1.430.082,50 17.372.467,84 1.430.082,50 12.500.000,00 10.707.000,00 1.430.082,50 1.059.000,00 PM PM
€ 91.211.477,46
Stichtingskosten Totale kindpartners (incl. stichtingskosten (incl. btw) btw)
€ 2.855.200,00 € € € € € € 1.606.050,00
€ 4.461.250,00
€ 6.250.000,00 € 18.558.800,00 € 2.860.165,00 € 20.468.997,12 € 1.430.082,50 € 17.372.467,84 € 1.430.082,50 € 12.500.000,00 € 12.313.050,00 € 1.430.082,50 € 1.059.000,00 PM PM € 95.672.727,46
Pagina 50 van 59
binnensportfaciliteiten te realiseren (na)bij de VO-scholen. De incidentele kosten die horen bij deze projecten worden toegelicht in paragraaf 6.5.
6.4.2 Financiële doorkijk termijn 5-10 jaar en 10-15 jaar In de periode 5-10 jaar en 10-15 jaar staan er twee grote projecten op de planning. Het betreft realisatie van IKC/scholeneiland in Dronten Zuidoost en IKC/scholeneiland in Dronten Zuidwest. De totale stichtingskosten voor deze termijn komen daarmee op ruim € 27 miljoen, exclusief bijkomende incidentele kosten en prijspeil 1 januari 2023. Circa € 3,2 miljoen hiervan betreft voorfinanciering voor het realiseren van ruimte voor kindpartners. Omdat het de volgende termijn(en) van het IHP betreft, kunnen deze stichtingskosten enkel indicatief gebruikt worden. Het is van belang om deze kostenniveaus periodiek, en minimaal bij de herijking van het IHP, te updaten naar het dan geldende prijspeil. Hetzelfde geldt voor de gebruikte uitgangspunten, bij de toekomstige herijking van het IHP dienen deze van een update naar de dan geldende inzichten te worden voorzien. Info school Schoolnaam 14 15 16 17
IKC Dronten Zuidoost 1 gymzaal IKC Dronten ZO IKC Dronten Zuidwest 1 gymzaal IKC Dronten ZW
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Huidige BVO
3884 3764
Termijn
Termijn project
5-10 jaar 5-10 jaar 10-15 jaar 10-15 jaar
Stichtingskosten (incl. btw, prijspeil als vermeld, excl. incidentele kosten)
Kengetallen
Scenario
Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw
gem. leerlingen over 10jaar
407 0 499 0
Ruimtebehoefte Onderwijs en VVE (in m2, Type partners gem. 10 jaar)
2700 575 3200 575
m2 BVO partners
Kengetal per m2
Stichtingskosten onderwijs en VVE (incl. btw)
Stichtingskosten Totale kindpartners (incl. stichtingskosten (incl. btw) btw)
Divers
450
Divers /
450 /
€ 3.569,00 € 2.487,10 € 3.569,00 € 2.487,10
€ 9.636.300,00 € 1.430.082,50 € 11.420.800,00 € 1.430.082,50
€ 1.606.050,00 € € 1.606.050,00
€ 11.242.350,00 € 1.430.082,50 € 13.026.850,00 € 1.430.082,50
Cumulatieve kosten:
€ 23.917.265,00
€ 3.212.100,00
€ 27.129.365,00
Pagina 51 van 59
6.4.3 Financiële doorkijk termijn 10-25 jaar (verduurzaming) Gelet op het Klimaatakkoord kijkt dit IHP verder dan de gebruikelijke 20 jaar. Op de langere termijn dienen de maatschappelijke gebouwen in Dronten namelijk energieneutraal te zijn. Dit betekent dat een aantal relatief jonge gebouwen op termijn minimaal een upgrade moeten krijgen naar energieneutraliteit. In onderstaande financiële doorkijk zijn deze gebouwen opgenomen met daarbij indicatieve stichtingskosten. De in dit overzicht opgenomen stichtingskosten zijn enkel indicatief. Gezien de lange termijn waarop deze investeringen waarschijnlijk zullen plaatsvinden is het van belang dat deze periodiek herijkt worden. Daarbij is er nu enkel uitgegaan van een upgrade naar energieneutraliteit zonder kwalitatieve verbetering van de gebouwen. Het is vanzelfsprekend goed mogelijk dat dit inzicht op termijn anders wordt en er ook een kwalitatieve verbetering gewenst is. Bij toekomstige herijkingen van het IHP dienen deze gebouwen besproken te worden om deze ontwikkelingen te monitoren en de scenariokeuze daar mogelijk op aan te passen. Info school Schoolnaam 18 19 20 21 22
Verduurzaming De Klimboom Verduurzaming De Zevensprong Verduurzaming De Dukdalf Verduurzaming Het Perron (VO) Verduurzaming ECB (PO)
Huidige BVO
gebouwen. Dit om desinvesteringen te voorkomen en gebouwelijke ingrepen zoveel als mogelijk te combineren (= kostenverlagend). Daarbij dient opgemerkt te worden dat duurzaamheidsinvesteringen om versneld energieneutraal te worden zichzelf in de praktijk niet laten ‘terugverdienen’. De overtuiging om deze ingrepen uit te voeren zou dan ook niet moeten komen vanuit een sluitende businesscase maar vanuit een duurzaamheidsambitie en maatschappelijke voorbeeldfunctie in het realiseren van duurzame gebouwen.
Termijn
Termijn project
10-20 jaar 10-20 jaar 10-20 jaar 10-25 jaar 10-25 jaar
Stichtingskosten (incl. btw, prijspeil als vermeld, excl. incidentele kosten)
Kengetallen
Scenario
gem. leerlingen over 10jaar
Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal
/ / / / /
Ruimtebehoefte Onderwijs en VVE (in m2, Type partners gem. 10 jaar)
1505 3470 1935 6452 3740
/ / / / /
m2 BVO partners
Kengetal per m2
Stichtingskosten onderwijs en VVE (incl. btw)
/ / / / /
€ 1.394,80 € 1.394,80 € 1.394,80 € 847,00 € 1.394,80
€ € € € €
Cumulatieve kosten:
€ 20.319.464,00
Stichtingskosten Totale kindpartners (incl. stichtingskosten (incl. btw) btw)
€ € € € €
2.099.174,00 4.839.956,00 2.698.938,00 5.464.844,00 5.216.552,00 €
-
2.099.174,00 4.839.956,00 2.698.938,00 5.464.844,00 5.216.552,00
€ 20.319.464,00
Zoals zichtbaar in bovenstaande financiële doorkijk bedragen de investeringskosten voor het verduurzamen van deze gebouwen circa € 20.3 miljoen (prijspeil 1 januari 2023, exclusief incidentele bijkomende kosten). Zoals reeds vermeld, is dit kostenniveau indicatief. De ingrepen die vereist zijn om een gebouw energieneutraal te maken verschillen sterk tussen het ene en het andere gebouw. Bij nadere uitwerking van deze ingrepen dienen de vereiste kosten ook specifiek gemaakt te worden. Het is afhankelijk van de ambitie wanneer deze verduurzaming wordt uitgevoerd. Het is hierbij het advies om zoveel mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke vervangingsmomenten met een goede visie op het toekomstige gebruik van de betreffende
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Pagina 52 van 59
6.5. Financiële vertaling ‘overige kosten’
Deze financiële vertaling van de ‘overige kosten’ is exclusief procedurele kosten rondom de bestemmingsplannen, kosten die voortkomen uit de stikstof- en PFASproblematiek en kosten voor bijvoorbeeld grondvervuiling of de aanwezigheid van asbest. Al deze gebouw-/locatiespecifieke kosten dienen apart inzichtelijk gemaakt te worden in haalbaarheidsonderzoeken. Bij de bouw van de IKC’s/scholeneilanden wordt in enige mate rekening gehouden met tijdelijke huisvesting van een van de scholen. Het is in dit stadium niet volledig duidelijk waar welk scholeneiland gerealiseerd wordt. Of en hoeveel tijdelijke huisvesting er exact benodigd is dient dan ook nader inzichtelijk gemaakt te worden bij het uitvoeren van haalbaarheidsonderzoeken.
De in paragraaf 6.4 opgenomen investeringsniveaus voor het onderwijs en de binnensportaccommodaties zijn bepaald op prijspeil 1 januari 2023, inclusief btw. Niet opgenomen hierin zijn de incidentele kosten die redelijkerwijs te verwachten zijn bij de verschillende projecten. Om het zicht de totale investeringen compleet te maken worden in deze paragraaf, indicatief, ook deze kosten berekend. Deze berekeningen zijn op basis van de nu bekende uitgangspunten en zijn berekend op basis van kengetallen. In de definitiefase van de projecten dienen deze nader uitgewerkt en gespecificeerd te worden. Eventuele kosten of baten van grondverwerving of grondexploitatie bij vrijkomende terreinen zijn geen onderdeel van deze ‘overige kosten’. Bij het samenvoegen van meerdere scholen wordt er wel rekening gehouden met de sloop van alle ‘achtergebleven’ schoolgebouwen.
In onderstaande tabel is zichtbaar dat er voor de volledige termijn van dit IHP (0-25 jaar) rekening gehouden moet worden met circa € 21,6 miljoen aan overige incidentele kosten (prijspeil 1 januari 2023).
Termijn
Schoolnaam 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Termijn project
Praktijkschool Dronten 0-5 jaar IKC Dronten Centrum 0-5 jaar 2 gymzalen IKC Dronten Centrum 0-5 jaar Ichthus College 0-5 jaar 1 gymzaal Ichthus College 0-5 jaar Copernicus College 0-5 jaar 1 gymzaal Copernicus College 0-5 jaar Sporthal 't Dok 0-5 jaar IKC Swifterbant 0-5 jaar 1 gymzaal IKC swifterbant 0-5 jaar Scholen Dronten West 0-5 jaar Dukdalf Dronten 0-5 jaar ECB 0-5 jaar IKC Dronten Zuidoost 5-10 jaar 1 gymzaal IKC Dronten ZO 5-10 jaar IKC Dronten Zuidwest 10-15 jaar 1 gymzaal IKC Dronten ZW 10-15 jaar Verduurzaming De Klimboom 10-20 jaar Verduurzaming De Zevensprong 10-20 jaar Verduurzaming De Dukdalf 10-20 jaar Verduurzaming Het Perron (VO) 10-25 jaar Verduurzaming ECB (PO) 10-25 jaar
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Incidentele kosten
Scenario
Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw uitbreiding onderzoek eigendom onderzoek eigendom Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal
Sloopkosten
Tijdelijke huisvesting
€ € € € € € € € € €
624.415,50 543.478,50 786.082,50 422.694,00 -
€ 1.380.000,00
€ € € € € € € € €
401.994,00 389.574,00 -
€ 1.610.000,00
€ 3.168.238,50
€ 6.037.500,00
€ € 1.437.500,00
€ 1.610.000,00
Infrastructureel
Groene schoolpleinen
€ 759.000,00 € 198.375,00 € 1.138.500,00 € 99.187,50 € 966.000,00 € 99.187,50 € € 517.500,00 € 99.187,50 € 43.125,00
€
34.500,00
€
34.500,00
€
34.500,00
€
34.500,00
€ € € €
€
34.500,00
€
34.500,00
465.750,00 99.187,50 552.000,00 99.187,50
€ 5.136.187,50
€ 207.000,00
Onvoorzien
€ 893.958,25 € 233.648,18 € 1.340.937,38 € 116.824,09 € 1.137.765,05 € 116.824,09 € € 609.516,99 € 116.824,09 € 50.793,08
€ € € € € € € € €
Totaal incidentiële kosten
€ € € € € € € € € €
3.691.873,75 432.023,18 3.057.415,88 216.011,59 2.924.347,55 216.011,59 PM 3.021.710,99 216.011,59 93.918,08
548.565,29 116.824,09 650.151,45 116.824,09 104.958,70 241.997,80 134.946,90 273.242,20 260.827,60
€ 3.060.809,29 € 216.011,59 € 3.236.225,45 € 216.011,59 € 104.958,70 € 241.997,80 € 134.946,90 € 273.242,20 € 260.827,60
€ 7.065.429,31
€ 21.614.355,31
Pagina 53 van 59
Circa € 6 miljoen daarvan is met de huidige uitgangspunten benodigd voor het realiseren van tijdelijke huisvesting. De mate waarin tijdelijke huisvesting daadwerkelijk benodigd is dient later verkend te worden, het voorkomen van tijdelijke huisvesting is vanuit financieel oogpunt zeer wenselijk. De overige kosten bestaan uit: sloopkosten, kosten voor tijdelijke huisvesting, infrastructurele kosten, kosten voor groene schoolpleinen (stelpost) en een extra post voor onvoorziene kosten.
6.7. Bekostigingsmogelijkheden In voorgaande paragrafen hebben we de kostenkant inzichtelijk gemaakt en de intentie benoemd vanuit schoolbesturen om een bijdrage te leveren aan het realiseren van kwalitatief goede en duurzame schoolgebouwen. De bijdrage van de gemeente vloeit voort uit het gemeentefonds. Hierin zijn ‘niet geoormerkte’ budgetten opgenomen voor onderwijshuisvesting. Wanneer blijkt dat de opgave niet past bij de beschikbare middelen, dan kan de gemeente overwegen om onderzoek te doen naar mogelijke subsidies en alternatieve financieringsmogelijkheden.
Voor de eerste termijn van het IHP (0-5 jaar) dient rekening gehouden te worden met circa € 13,9 miljoen aan overige incidentele kosten. Hiermee komt het totaal investeringsvolume van de eerste termijn op circa € 97 miljoen (prijspeil 1 januari 2023, exclusief vervanging sporthal ‘t Dok).
6.6. Totaal investeringskosten 0-25 jaar Naastgelegen tabel vormt een samenvattend overzicht van de paragrafen 6.4 en 6.5. De totale scope van dit IHP (0-25 jaar) resulteert in een investeringsvolume van circa € 164,7 miljoen (prijspeil 1 januari 2023, inclusief ‘overige’ incidentele kosten). Voor nu is met name de eerste termijn (0-5 jaar ) concreet met een totaal aan investeringskosten van circa € 109.5 miljoen. Voor de perioden daarna moeten de investeringskosten met name als indicatief gezien worden waarbij herijkingen, jaarlijkse indexeringen en nadere detaillering op termijn noodzakelijk zijn.
Schoolnaam 1 2 3 4 5 6 7
In het overzicht van de prioritering (paragraaf 5.6) worden ook enkele aanvullende onderzoeken benoemd die de komende periode uitgevoerd moeten gaan worden. Deze zijn voor nu niet meegenomen in de financiële doorkijk maar resulteren naar verwachting op termijn wel in projecten en/of aanvullende kosten.
8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Termijn
Prijspeil 1-1-2023 Termijn project
Praktijkschool Dronten 0-5 jaar IKC Dronten Centrum 0-5 jaar 2 gymzalen IKC Dronten Centrum 0-5 jaar Ichthus College 0-5 jaar 1 gymzaal Ichthus College 0-5 jaar Copernicus College 0-5 jaar 1 gymzaal Copernicus College 0-5 jaar Sporthal 't Dok 0-5 jaar IKC Swifterbant 0-5 jaar 1 gymzaal IKC swifterbant 0-5 jaar Scholen Dronten West 0-5 jaar Dukdalf Dronten 0-5 jaar ECB 0-5 jaar IKC Dronten Zuidoost 5-10 jaar 1 gymzaal IKC Dronten ZO 5-10 jaar IKC Dronten Zuidwest 10-15 jaar 1 gymzaal IKC Dronten ZW 10-15 jaar Verduurzaming De Klimboom 10-20 jaar Verduurzaming De Zevensprong 10-20 jaar Verduurzaming De Dukdalf 10-20 jaar Verduurzaming Het Perron (VO) 10-25 jaar Verduurzaming ECB (PO) 10-25 jaar
Scenario
Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw uitbreiding onderzoek eigendom onderzoek eigendom Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal Upgrade Energieneutraal
Stichtingskosten
Incidentele kosten
Totale stichtingskosten (incl. btw)
Totaal incidentiële kosten
€ € € € € € €
€ € € € € € €
€ € € € € € € € € € € € € €
6.250.000,00 18.558.800,00 2.860.165,00 20.468.997,12 1.430.082,50 17.372.467,84 1.430.082,50 / 12.313.050,00 1.430.082,50 1.059.000,00 11.242.350,00 1.430.082,50 13.026.850,00 1.430.082,50 2.099.174,00 4.839.956,00 2.698.938,00 5.464.844,00 5.216.552,00
€
130.621.556,46
€ 21.614.355,31
Totaal cumulatieve kosten (afgerond op 1000-tal)
€ € €
3.691.873,75 432.023,18 3.057.415,88 216.011,59 2.924.347,55 216.011,59 / 3.021.710,99 216.011,59 93.918,08
€ € € € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
3.060.809,29 216.011,59 3.236.225,45 216.011,59 104.958,70 241.997,80 134.946,90 273.242,20 260.827,60
€ € € € € € € € €
6.250.000,00 22.251.000,00 3.292.000,00 23.526.000,00 1.646.000,00 20.297.000,00 1.646.000,00 12.500.000,00 15.335.000,00 1.646.000,00 1.153.000,00 PM PM 14.303.000,00 1.646.000,00 16.263.000,00 1.646.000,00 2.204.000,00 5.082.000,00 2.834.000,00 5.738.000,00 5.477.000,00
€ 164.735.000,00
Pagina 54 van 59
Hoofdstuk 7 Randvoorwaarden bij uitvoering Bij het uitvoeren van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal randvoorwaarden.
7. Randvoorwaarden bij uitvoering Referentie: 1697601-0190.1.0.
Pagina 55 van 59
7.1. Verankering
7.2. Duurzaamheid
De verankering van het IHP zorgt ervoor dat de uitvoeringsplanning binnen het voorliggende IHP conform afspraken en planning kan worden uitgevoerd. De verankering van het IHP kan verdeeld worden over het strategisch, tactisch en operationeel niveau.
Door vaststelling van het IHP krijgen de gemeente, schoolbesturen en andere gebruikers zicht op de vervangingstermijnen van hun gebouwen. Dit stelt schoolbesturen in staat om vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie op een onderbouwde wijze te investeren in duurzaamheid. Daarbij kan met name worden ingezet op duurzaamheidsmaatregelen waarbij de terugverdientijden de vervangingstermijn niet overschrijden. Zo gaan investeringen in duurzaamheid niet ten koste van middelen voor onderwijs en worden desinvesteringen voorkomen. De tussentijdse verduurzaming, als onderdeel van het onderhoud, van schoolgebouwen is daarmee een taak van de schoolbesturen, dit kan worden verwerkt in de duurzame meerjarenonderhoudsplannen (DMJOP’s) van de gebouwen. De gemeente kan wel een rol spelen bij bijvoorbeeld het voorfinancieren van ingrepen die zich laten terugverdienen. Wanneer specifieke gemeentelijke duurzaamheidsambities vragen om een versnelling van de verduurzaming, dan dient in overleg tussen gemeente en schoolbesturen verkend te worden wat een geschikt moment is voor deze verduurzaming. Aangezien een dergelijke versnelling verder gaat dan reguliere investeringen vanuit het onderhoud, ontstaat er ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid om invulling te geven aan deze versnelling. Dit dient op projectniveau verder uitgewerkt te worden.
Zoals reeds vermeld, laten deze ingrepen zichzelf in de praktijk niet ‘terugverdienen’. De motivatie om deze uit te voeren moet dan ook niet komen uit sluitende businesscases maar uit de motivatie om te verduurzamen.
7.1.1 Strategisch Het IHP fungeert als beleidskader voor de uitgaven aan onderwijs- en de binnensportaccommodaties. Daarmee fungeert het IHP voor het onderwijs als toetsingskader voor de aanvraagprocedure conform de verordening voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. De verordening huisvesting onderwijs zal naast het IHP blijven bestaan om (spoed)aanvragen uit te kunnen voeren. Uitzondering zijn nieuwbouw voor een nieuw te stichten school en kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair. Het IHP wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
7.1.2 Tactisch Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma komt in de plaats van het huisvestingsprogramma dat voorheen werd opgesteld aan de hand van de aanvragen voor voorzieningen van schoolbesturen. Het uitvoeringsprogramma wordt opgesteld conform het IHP en wordt jaarlijks vastgesteld in het OOGO. Op basis van het uitvoeringsprogramma geeft het College van B&W de beschikkingen af. Het uitvoeringsprogramma wordt ter informatie aangeboden aan de gemeenteraad.
7.1.3 Operationeel Op het operationele niveau moeten er per in dit IHP gedefinieerd project een aantal acties worden uitgevoerd en keuzes worden gemaakt. Ten eerste moeten, bij de onderwijsprojecten, gemeente en schoolbesturen afspraken maken over het bouwheerschap. Daarnaast dient bij de vaststelling van het uitvoeringsprogramma reeds rekening te worden gehouden met het moment waarop een haalbaarheidsonderzoek moet worden uitgevoerd om vervolgens tijdig met de definitiefase te starten. Op dit niveau dient ook de verdere detaillering van de projecten plaats te vinden op basis waarvan de totale investeringskosten herijkt moeten worden.
Referentie: 1697601-0190.1.0.
7.3. Actualisatie van projecten Bij het opstarten van een gedefinieerd project dient op dat moment het projectinitiatief getoetst te worden aan de dan geldende randvoorwaarden. De toetsing is bedoeld om te zorgen dat het project aansluit bij de dan geldende omstandigheden en vindt plaats in het uitvoeringsprogramma. Het gaat om actualisaties van bijvoorbeeld: • De leerlingenprognose: in dit IHP is uitgegaan van het gemiddelde leerlingenaantal voor de komende 10 jaar en de bijbehorende ruimtebehoefte voor het ramen van de investeringsopgaven. Op deze wijze wordt geen rekening gehouden met de stijging van leerlingenaantallen die in de gemeente Dronten na 2031 volgens de DUO-prognose wordt voorzien. Ook de potentiële groeiscenario’s van Dronten zijn hiervan geen onderdeel. Van belang is dat de definitieve leerlingenaantallen waarvoor gebouwd wordt in het
Pagina 56 van 59
• • •
uitvoeringsprogramma (definitieve planvorming) nader worden gedefinieerd op basis van een actuele prognose. Een definitieve afweging tussen nieuwbouw of renovatie. De dan bekende bouwkostenniveaus en geïnventariseerde risico’s. De TCO-benadering, waarbij er wordt bepaald welke investeringsbijdrage van het schoolbestuur wordt verwacht, op basis van exploitatievoordelen (onderhouden en energie) en extra kwaliteit voor het betreffende schoolbestuur. Hiervoor dient een gedegen businesscase opgesteld te worden.
7.4. Bouwheerschap De schoolgebouwen vallen in principe onder het juridisch eigendom van de schoolbesturen. In de onderwijswetgeving is bepaald dat het bouwheerschap in principe bij de schoolbesturen ligt. Dit sluit aan bij de eigendomsverhouding. Binnen de gemeente Dronten is daarnaast een MFA (ECB) aanwezig en worden de plannen gevormd voor een IKC in de wijk Dronten Centrum en in de kern Swifterbant. Hierbij heeft de gemeente het juridisch eigendom. Het bouwheerschap ligt voor dergelijke gebouwen bij de gemeente. Conform de VVHO vindt er per project overleg plaats over het bouwheerschap.
7.6. Demarcatiekosten Bij het vaststellen van de projectkaders in het haalbaarheidsonderzoek is het raadzaam om tijdig en gezamenlijk een eenduidige demarcatielijst op te stellen. In deze lijst wordt inzichtelijk gemaakt wie de budgeteigenaar is of hieraan bijdraagt (gemeente of schoolbestuur) en waaruit de kosten worden betaald (type budget). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende budgetgroepen: 1. Locatiekosten: dit zijn kosten die gemaakt moeten worden om de grond over te dragen aan de bouwheer (in basis is dit het schoolbestuur). Hieronder vallen de kosten voor onder andere aankoop van gronden en opstallen, sloopkosten, opstallen, bouwrijp maken, aanpassingen openbare ruimte, bestemmingsplanwijziging, inclusief bezwaren etc. 2. Bouwkosten: dit betreft de kosten voor het ontwerp en de realisatie van het gebouw prijsvast einde werk. Dit is inclusief de vaste (gebouwelijke) voorzieningen waar de gebruiker de inrichting en voorzieningen op kan aansluiten. 3. Inrichtingskosten: alle losse en vaste inrichting en voorzieningen om het schoolgebouw te gebruiken voor de doelgroep/type leerling. 4. Overige kosten/opbrengsten: tijdelijke huisvesting, festiviteiten, verkoop gronden, verhuiskosten, interne kosten onderwijsinstellingen/opdrachtgever.
7.7. Herijking van het IHP 7.5. Programmamanagement Na vaststelling van het IHP zullen organisatorisch stappen gemaakt moeten worden om het uitvoeringsprogramma te realiseren samen met de schoolbesturen en eventueel andere gebruikers. Dat betekent dat vanuit de gemeente een “regisseur vastgoed” of “accountmanager” wordt aangesteld die het overzicht bewaart van de projectkaders van alle projecten, inclusief de taken waar de gemeente verantwoordelijk voor is en die rol het ‘programmamanagement’ voert. Het is daarbij van belang dat onderling overeen wordt gekomen op welke wijze de projecten fasegewijs aan de gemeente ter goedkeuring worden voorgelegd.
Dit IHP geeft een beleidsmatige doorkijk over een periode van circa 25 jaar. Om het IHP up-to-date te houden, vindt elke 4 jaar een herijking plaats. Bij deze herijking kunnen de leerpunten van de evaluatie van het eerste 4-jaren tijdvak worden opgenomen en kan het IHP op onderdelen worden herzien en uitgebreid met een nieuwe scope van 20-25 jaar. Over herijking dient, net als over het voorliggende IHP, overeenstemming te zijn tussen gemeente en schoolbesturen. Daarnaast voeren gemeente en schoolbesturen jaarlijks overleg over de voortgang van het IHP in het OOGO.
7.8. Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving In het OOGO zullen de schoolbesturen jaarlijks op de hoogte worden gebracht van de gestelde ontwikkelingen per project.
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht, zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de algemene uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van
Pagina 57 van 59
bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Bijlage I HEVO Kwaliteitsstandaard
Pagina 58 van 59
Colofon Uitgave: Datum: Auteur(s):
HEVO B.V. 18 april 2023 de heer P. Bressers MSc de heer ir. W. Houët
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch
T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven
Referentie: 1697601-0190.1.0.
Pagina 59 van 59