CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

5d5871fb-3e87-4d61-a2dc-245992c237d8.pdf

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel Strategisch maatschappelijk vastgoedplan22.900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

IHP Dronten Onderwijs en binnensportaccommodaties Periode 2023 - 2047

Opdrachtgever Gemeente Dronten Datum 18 april 2023 Referentie 1697601-0190.1.0 Auteur(s) de heer P. Bressers MSc de heer ir. W. Houët

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

www.hevo.nl

ISO 9001-gecertificeerd

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

info@hevo.nl

Voorwoord

beeld is, is het vaststellen van dit IHP uitgesteld tot 2023. Om het IHP actueel te houden is gehanteerde prijspeil geüpdatet naar 1-1-2023.

Het document dat voor u ligt bevat het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2023-2047 van de gemeente Dronten. Dit IHP gaat verder dan enkel het onderwijs maar richt zich ook op de binnensportaccommodaties en waar van toepassing wordt verbinding gezocht met andere maatschappelijke voorzieningen. Het gemeentelijk, maatschappelijk vastgoed is onroerend goed met meerwaarde voor de samenleving. Het creëert mogelijkheden om de ambities en doelstellingen op het terrein van welzijn, zorg, sport, onderwijs, cultuur, maatschappelijke opvang en/of zorg, duurzaamheid en circulaire economie te vervullen. Het vastgoed wordt hiermee optimaal ingezet bij het ondersteunen van de beleidsdoelstellingen. Het IHP beschrijft de visie en ambities die de gemeente, schoolbesturen en andere partners hebben op het gebied van onderwijshuisvesting en de verbinding met ander maatschappelijk vastgoed. Daarnaast bevat het IHP een doorkijk in de geplande investeringen in zowel het onderwijsvastgoed als de binnensportaccommodaties voor de komende circa 25 jaar. De opgave voor de eerste termijn, binnen 0-5 jaar, is het meest concreet. De opgave voor investeringen in deze periode is aanzienlijk, omdat diverse schoolgebouwen aan het einde van hun levensduur zijn. Dit IHP is onderdeel van een overkoepelend Strategisch Vastgoedplan (SVP) van de gemeente Dronten.

In het SVP zijn meer algemene vastgoedbeleidskaders opgenomen en is ook de opgave voor het ‘overig’ maatschappelijk vastgoed weergegeven. De gemeente Dronten vindt duurzame, kwalitatief goede en gezonde schoolgebouwen en maatschappelijke accommodaties belangrijk. De gemeente investeert daarom in goede en toekomstbestendige en energieneutrale gebouwen. Het proces om te komen tot dit IHP is medio 2021 gestart. Dit traject is gezamenlijk doorlopen met de schoolbesturen en andere partners. Tijdens diverse bijeenkomsten is gesproken over de te maken keuzes, ambities en de prioritering van de investeringen. Het gezamenlijk opstellen van dit IHP heeft geresulteerd in een gedragen plan. Omdat tijdens de presentatie van dit IHP (september 2022) de wens ontstond om een totaal overkoepelend SVP op te stellen, zodat al het vastgoed in

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 2 van 59

Inhoud Samenvatting

5

1. 1.1. 1.2. 1.3.

Inleiding Doelstelling Aanpak Leeswijzer

7 8 9 9

2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

Aanbod onderwijs (en partners) Basisonderwijs Voortgezet onderwijs Kinderopvang (KOV) Sportaccommodaties Multifunctionele accommodaties

10 11 11 11 12 12

3. 3.1. 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.1.8 3.1.9 3.1.10 3.1.11 3.1.12 3.2. 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4

Beleidskaders en -ambities Juridische kaders en ontwikkelingen Zorgplicht onderwijshuisvesting Verordening Eigendom Doordecentralisatie Kinderopvang Huidig stelsel Wetsvoorstel stelselwijziging Verhoging normbedragen VNG Energie en Klimaatakkoord Klimaatbeleidsplan ‘Dronten, meer dan klimaatneutraal’ Coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan de toekomst!’ Dronten groeit Bouwstenen van beleid onderwijshuisvesting Bouwsteen 1: vraag en aanbod Bouwsteen 2: samenwerking: scholen, schoolbesturen en partners Bouwsteen 3: regie Bouwsteen 4: kwaliteit en duurzaamheid

13 14 14 14 14 14 14 15 15 16 16 16 17 17 17 17 18 20 22

Referentie: 1697601-0190.1.0.

3.2.5 3.3. 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5

Bouwsteen 5: renovatie en vervangende nieuwbouw Bouwstenen van beleid sport Bouwsteen 1: vraag en aanbod Bouwsteen 2: samenwerking Bouwsteen 3: regie Bouwsteen 4: kwaliteit en duurzaamheid Bouwsteen 5: (vervangende) nieuwbouw en renovatie

24 25 25 26 26 27 27

4. 4.1. 4.1.1 4.2. 4.2.1 4.3. 4.4.

Inventarisatie en analyse Quickscans Quickscanscores Leerlingenprognoses Actuele leerlingenaantallen per kern Opheffingsnorm Capaciteitsanalyse

29 29 29 30 31 32 32

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5 5.3.6 5.3.7 5.4. 5.4.1 5.5. 5.5.1 5.6. 5.7. 5.7.1 5.8.

Scenario-ontwikkeling Landschap maatschappelijk vastgoed Scenario-ontwikkeling in relatie tot bouwstenen Scenario-ontwikkeling Dronten (kern) Onderwijs Dronten West (I)KC Dronten Centrum Onderwijs Dronten Zuidoost: IKC/scholeneiland Onderwijs Dronten Zuidwest: IKC/scholeneiland Voortgezet onderwijs Dronten Nieuwbouw Praktijkschool Dronten Sporthal ‘t Dok Scenario-ontwikkeling Swifterbant IKC/scholeneiland Swifterbant Scenario-ontwikkeling Biddinghuizen Educatief Centrum Biddinghuizen (ECB) Samenvatting scenario-ontwikkeling Scenario-ontwikkeling ten behoeve van Klimaatakkoord Analyse CO2-reductie Voorstel uitvoeringsprogramma

33 34 34 36 36 36 36 37 37 37 37 40 40 42 42 43 44 44 45

Pagina 3 van 59

6. 6.1. 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.2. 6.3. 6.4. 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.5. 6.6. 6.7.

Financiële uitgangspunten en vertaling Kwaliteitsniveau Stichtingskosten behorend bij kwaliteitsniveau Renovatie Verantwoording stichtingskostenniveaus Bijdrage schoolbestuur Investeringen in duurzaamheid vroegtijdig in kaart brengen Financiële doorkijk scenario’s Financiële doorkijk termijn 0-5 jaar Financiële doorkijk termijn 5-10 jaar en 10-15 jaar Financiële doorkijk termijn 10-25 jaar (verduurzaming) Financiële vertaling ‘overige kosten’ Totaal investeringskosten 0-25 jaar Bekostigingsmogelijkheden

46 47 47 48 48 48 49 50 50 51 52 53 54 54

7. 7.1. 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8.

Randvoorwaarden bij uitvoering Verankering Strategisch Tactisch Operationeel Duurzaamheid Actualisatie van projecten Bouwheerschap Programmamanagement Demarcatiekosten Herijking van het IHP Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving

55 56 56 56 56 56 56 57 57 57 57 57

Bijlage I HEVO Kwaliteitsstandaard

Referentie: 1697601-0190.1.0.

58

Pagina 4 van 59

Samenvatting Een gezonde toekomst voor het onderwijs en de binnensportaccommodaties in de gemeente Dronten is het uitgangspunt geweest voor dit Integraal Huisvestingsplan. Het IHP is tot stand gekomen in samenwerking tussen gemeente, schoolbesturen en andere partners. Door middels dit IHP te investeren in onderwijshuisvesting en binnensportaccommodaties overige maatschappelijke accommodaties draagt de gemeente, samen met de schoolbesturen en partners, bij aan een leefomgeving die sociaal, leefbaar, duurzaam, gezond en toekomstbestendig is. Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyses, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Dronten, samen met de schoolbesturen en partners, investeert in onderwijshuisvesting en binnensportaccommodaties. Het IHP vormt daarmee het beleidskader voor het vastgoedbeleid m.b.t. deze sectoren voor de periode 2023-2047. Het IHP wordt vervolgens iedere 4 jaar herijkt. In het te formuleren uitvoeringsprogramma worden projecten nader gedefinieerd alvorens wordt gestart met het realiseren van de projecten. Het door de gemeente Dronten opgestelde Strategisch Vastgoedplan is ‘overkoepelend’ aan dit IHP en beschrijft de meer algemene vastgoedbeleidskaders als ook inzicht in het overige maatschappelijk vastgoed.

Vanuit integraliteit en efficiëntie is het bij toekomstige projecten de wens om zoveel als mogelijk gezamenlijk met andere (maatschappelijke) beleidsterreinen op te trekken.

3. 4.

5.

Renovatie en vervangende nieuwbouw: renovatie is (nog) niet wettelijk geregeld. Middels dit IHP wordt renovatie een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Samenwerking: gemeente, schoolbesturen en andere partners zetten in op fysieke samenwerking in onderwijsgebouwen om bijvoorbeeld doorlopende leerlijnen te faciliteren en om een wijkfunctie te vervullen. Het creëren van scholeneilanden is daarbij het uitgangspunt. Vraag en aanbod: vitale en toekomstbestendige scholen en voorzieningen zijn het uitgangspunt. Dit uitgangspunt is in dit IHP wederom geborgd.

Analyse & scenario’s De gemeente Dronten staat op het gebied van onderwijshuisvesting en andere maatschappelijke voorzieningen voor een vernieuwings- en investeringsopgave. Er zijn diverse analyses gemaakt, waaronder Quickscans en haalbaarheidsonderzoeken, om de opgave voor de komende jaren te kunnen duiden. De resultaten van deze analyses zijn gebruikt om scenario’s voor de toekomst te formuleren en te bespreken met alle betrokkenen. Van hieruit is een prioritering in investeringen opgesteld. Onderstaande figuur is daarvan een samenvatting, in paragraaf 5.6 is deze groter opgenomen.

Visie en beleid In het IHP zijn vanuit visie en beleid strategische keuzes gemaakt. Dit is verwoord in de Bouwstenen van Beleid: 1. Regie: het beleid voor onderwijshuisvesting is vormgegeven in het IHP met een looptijd van 25 jaar. Het IHP faciliteert de afstemming tussen investering (gemeente) en gebruik (onderhoud en exploitatie - schoolbesturen). 2. Kwaliteit en duurzaamheid: er is aangesloten op de duurzaamheidsambitie van de gemeente: de realisatie van energieneutrale gebouwen. Ten aanzien van kwaliteit is gekozen voor gezonde en kwalitatief goede gebouwen waarbij de HEVOkwaliteitsstandaard als minimale kwaliteit is aangenomen.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Financiën Op basis van de bouwkostenconfiguratoren van HEVO zijn de scenario’s financieel doorgerekend (prijspeil 1-1-2023). In hoofdstuk 6 is hiervan een uitgebreide beschrijving opgenomen. Voor de eerste termijn (0-5 jaar) wordt er op basis van deze doorrekeningen uitgegaan van een totale investering van circa € 109.5 miljoen, inclusief BTW en bijkomende incidentele kosten. Het is van belang dat deze

Pagina 5 van 59

investeringskosten jaarlijks worden geïndexeerd en meer specifiek gemaakt worden bij de start van ieder project. Herijking van de investeringskosten en definiëring van de projecten in de latere termijnen dient ook plaats te vinden bij toekomstige herijkingen van dit IHP.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 6 van 59

1. Inleiding

Hoofdstuk 1 Inleiding Er wordt gestart met een algehele toelichting op de doelstelling van het Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) en een toelichting op de wijze hoe het IHP is opgesteld.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 7 van 59

De gemeente Dronten heeft in samenwerking met de schoolbesturen en partners een Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld. Onderwijshuisvesting is een fundamentele schakel voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het IHP geeft inzicht in het huidige scholenlandschap en de vervangingsopgave om het scholenlandschap te verbeteren. De gemeente zorgt samen met de schoolbesturen voor de huisvesting van het onderwijs. De gemeente draagt verantwoordelijkheid voor de vernieuwingsopgave van verouderde schoolgebouwen en de schoolbesturen zorgen voor de invulling van het onderwijs en voor de exploitatie van de huisvesting. Vanuit de gedeelde belangen en de vraagstelling vanuit de gemeente is toegewerkt naar een aanpak om te komen tot een gedragen IHP passend bij de ambities van de gemeente en schoolbesturen. Door middels het IHP te investeren in onderwijshuisvesting draagt de gemeente samen met de schoolbesturen en partners bij aan een leefomgeving die sociaal, leefbaar, duurzaam, gezond en klimaatbestendig is. Het duurzaamheidsbegrip wordt in dit IHP breder getrokken dan alleen energiebesparing. Er wordt ingezet op gezonde, toekomstbestendige, multifunctionele en énergieneutrale schoolgebouwen.

1.1. Doelstelling Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Dronten, samen met de schoolbesturen, investeert in onderwijshuisvesting. Het IHP vormt daarmee het koersdocument waarin ambities binnen deze kaders geprojecteerd zijn. Middels kostenkengetallen wordt in dit document in beeld gebracht voor welke opgave de gemeente Dronten op het gebied van onderwijshuisvesting staat. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de verordening, wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht wenst in te vullen. Het IHP: • Stelt de gemeente, schoolbesturen en partners in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings)beleid kan worden afgestemd. • Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2023-2047. Het IHP wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.

Het IHP heeft een strategisch karakter, waarbij vanuit visie en beleid strategische keuzes zijn gemaakt. Er is een beleid ontwikkeld dat verder reikt dan de huidige weten regelgeving. De gemeente en schoolbesturen hebben hiermee zicht op de benodigde toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting. Door nu een strategisch IHP te ontwikkelen spelen gemeente en schoolbesturen bovendien in op, onder andere, de volgende nationale ontwikkelingen: • De mogelijke wettelijke status van IHP’s en renovatie (naar aanleiding van het wetsvoorstel van VNG, VO-raad en PO-raad). • De duurzaamheidsambities die voortvloeien uit de afspraken uit het Klimaatakkoord. • De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting. • De mogelijke wettelijke verankering van kindcentra en de introductie van een basistoegangsrecht.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Figuur 1: termijnen Integraal Huisvestingsplan

Pagina 8 van 59

1.2. Aanpak

1.3. Leeswijzer

Het voorliggend IHP is in vier stappen tot stand gekomen, zoals aangegeven in Figuur 2. Tijdens meerdere overleggen zijn de stappen doorlopen met een afvaardiging van zowel de gemeente als de schoolbesturen.

In hoofdstuk 2 wordt het aanbod van onderwijs en andere (onderwijs)partners in de gemeente Dronten uiteengezet. Hoofdstuk 3 gaat in op de beleidskaders, beleidsambities en de bouwstenen van beleid, die de kaders van het IHP vormen. Hoofdstuk 4 omschrijft de inventarisatie en analyse ten behoeve van voorliggend IHP. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 het scholenlandschap en de scenario-ontwikkeling besproken. Hoofdstuk 6 voorziet de scenario’s uit hoofdstuk 5 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling. In hoofdstuk 7 zijn de randvoorwaarden bij uitvoering van het IHP vermeld.

Figuur 2: werkwijze IHP

De verschillende stappen staan hieronder kort toegelicht: 1. Visievorming: om te komen tot een gezamenlijke visie en beleidsuitgangspunten is in een bijeenkomst met alle schoolbesturen die actief zijn in de gemeente Dronten gesproken over de toekomst van onderwijshuisvesting. De uitkomsten zijn vastgelegd in de ‘Bouwstenennotitie gemeente Dronten’. 2. Analyse: voor iedere school in de gemeente Dronten zijn een capaciteitsanalyse en een kwaliteitsanalyse middels een quickscan uitgevoerd. Op basis van deze gegevens is het scholenbestand van de onderwijshuisvesting in de gemeente Dronten in kaart gebracht. 3. Scenario’s: op basis van de bouwstenen en de integrale beoordeling van het gebouwenbestand zijn door de gemeente en de schoolbesturen samen scenario’s ontwikkeld. 4. Financiën: in overleg met schoolbesturen en gemeente is bepaald wat de prioritering van de voorkeursscenario’s moet worden en voor welk kwaliteitsniveau wordt gekozen voor de (ver)nieuwbouwprojecten. Op basis van deze keuzes is een meerjareninvesteringsplanning (financiële doorkijk) opgesteld.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 9 van 59

2. Aanbod onderwijs (en partners)

Hoofdstuk 2 Aanbod onderwijs en partners Dit hoofdstuk beschrijft het aanbod in het speciaal-, basis- en voortgezet onderwijs en andere (onderwijs)partners in de gemeente Dronten.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 10 van 59

2.1. Basisonderwijs

2.2. Voortgezet onderwijs

Het scholenlandschap van de gemeente Dronten voor het primair onderwijs (PO) is verdeeld over de kernen aanwezig en bestaat in de kern Dronten uit scholeneilanden. Er zijn verschillen in denominatie, onderwijsconcepten en omvang. Er zijn vier schoolbesturen voor PO en één schoolbestuur voor speciaal basisonderwijs (SBO) gevestigd in Dronten. Gezamenlijk hebben de schoolbesturen twintig scholen en verzorgen ze het primair onderwijs voor circa 3.620 leerlingen. School

schoolbestuur Kern/wijk

Aantal leerlingen

Bvo

School Copernicus College

Schoolbestuur Kern/wijk Almere College Dronten Centrum

Aantal leerlingen 1043

Bvo 7.595

Ichthus College Copernicus College - Het Perron Ichthus College - Het Perron

Landstede

Dronten Centrum

807

5.251

Almere College

Dronten Noord

329

3.390

Landstede

Dronten Noord

160

3.062

2.339

19.298 m²

Totalen:

Figuur 4: overzicht voortgezet onderwijs Dronten

PC Aan Boord

Codenz

Dronten Centrum

176

1.175

PC Het Kompas

Codenz

Dronten Zuidwest

150

1.285

Het Kompas Huygens.

Codenz

Dronten Zuidoost

131

900

PC de zevensprong

Codenz

Dronten West

445

3.470

PC Het Zuiderlicht

Codenz

Dronten Zuidoost

115

1.253

De Dukdalf

Ante

Dronten West

314

1.935

De Brandaris

Ante

Dronten Zuidoost

232

1.266

Het Wilgerijs

Ante

Dronten Zuidoost

90

1.365

2.3. Kinderopvang (KOV)

Aquamarijn

Ante

Dronten Centrum

68

1.395

De Flevosprong

Ante

Dronten Zuidwest

235

1.361

De Vlieger

Ante

Dronten AZC

KBS de Zonnewijzer

SKOFV

Dronten Zuidwest

120

1.118

KBS De Toekomst

SKOFV

Dronten Centrum

88

1.005

De Klimboom

SKOFV

Dronten West

294

1.505

De Schakel

Florion

Dronten Centrum

95

1.237

SBO de Driemaster

SOOG

Dronten Centrum

102

1.221

PC De Tamarisk

Codenz

Biddinghuizen

199

1.705

RK De Wingerd

SKOFV

Biddinghuizen

219

1.245

In figuur 5 worden aanbieders van kinderopvang in de verschillende kernen weergegeven, waarbij tevens wordt aangegeven of zij binnen een schoolgebouw zijn gehuisvest. Drie kinderopvangorganisaties zijn binnen of nabij de schoolgebouwen gesitueerd. Het gaat om Kinderopvang Dronten, Prokino en KleurRijk voor kinderopvang met een christelijke grondslag. Speciale dagopvang ‘De Beestenboel’ bevindt zich in SBO de Driemaster. Daarnaast is De Beestenboel gehuisvest op een locatie tussen basisschool Aquamarijn en christelijke basisschool De Schakel. De wens is om in Dronten kinderopvanglocaties vaker en zoveel als mogelijk in nabijheid van scholen te organiseren en zo brede scholeneilanden met noodzakelijke voorzieningen rondom het kind te creëren.

De Schatkamer

Ante

Biddinghuizen

109

785

De Branding

Codenz

Swifterbant

203

1.263

Naam KOV

Aanbieder

Kern/wijk

Bso

In de school

OBS de Duykeldam

Ante

Swifterbant

120

1.550

KOV De Zevensprong

Prokino

Dronten West

ja

ja

KBS De Golfslag

SKOFV

Swifterbant

203

1.271

Kindercentrum Beursplein

Kinderopvang Dronten

Dronten West

ja (Blinkers)

ja

3.620

29.310 m²

Kindercentrum West

Kinderopvang Dronten

Dronten West

ja (kanjers)

nee

Kinderdagverblijf Buitengoed

Kinderopvang Dronten

Dronten West

Ja

nee

Totalen (circa):

Figuur 3: overzicht basisscholen in de gemeente Dronten

Geen onderdeel IHP

Het voortgezet onderwijs in de gemeente Dronten is ondergebracht bij het Copernicus College (Almere college) en het Ichthus College (Landstede). Beide scholen hebben een afdeling binnen ‘Het Perron’. Inclusief noodlokalen maakt het voortgezet onderwijs in Dronten gebruik van vier locaties met circa 19.300 m² bvo aan onderwijsruimte. Gezamenlijk verzorgen zij het voortgezet onderwijs aan circa 2.340 leerlingen.

*Telling oktober 2021 (DUO)

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 11 van 59

Kindercentrum Manege/Landmaten

Kinderopvang Dronten

Dronten Zuid

ja (Robbedoes)

nee

Kindcentrum Zuid

Kinderopvang Dronten

ja (Binkie)

nee

Kindercentrum de Ketting

Kinderopvang Dronten

ja (Goofy's)

nee

Kindercentrum KleurRijk

KleurRijk

Dronten Zuid Dronten Centrum Dronten Centrum

ja

ja

Kinderopvang Waterrijk

Kinderopvang Dronten

ja

Kindercentum Swifterbant

Kinderopvang Dronten

Prokino de Golfslag

Prokino

Biddinghuizen ja (de Spetters) ja Swifterbant (Kwabbernoot) ja (de Swifterbant Golfbreker)

2.5. Multifunctionele accommodaties In de gemeente Dronten zijn momenteel drie scholen gesitueerd in een multifunctionele accommodatie (MFA). De Tamarisk, De Wingerd en De Schatkamer zijn gehuisvest in het Educatief Centrum Biddinghuizen (hierna ECB). Naast de scholen zijn hierin de kinderopvang en een bibliotheek aanwezig.

nee ja

Figuur 5: overzicht kinderopvang in en nabij de scholen

2.4. Sportaccommodaties In de gemeente Dronten zijn diverse binnensportaccommodaties aanwezig. De meeste accommodaties zijn nabij een school gevestigd. Momenteel maakt een gedeelte van de scholen (zowel PO als VO) ook gebruik van binnensportaccommodaties elders in de gemeente, bijvoorbeeld bij Aeres. Naast gebruik voor het onderwijs worden deze binnensportaccommodaties ook door diverse verenigingen gebruikt. Gelet op het veiligheidsrisico dat ontstaat bij de verplaatsing van leerlingen tussen school en sportaccommodatie is het streven naar directe nabijheid altijd een pre. De KVLO adviseert hierbij een maximale afstand van 2 km voor VO-leerlingen en een maximale afstand van 1 km voor PO-leerlingen. Gymzaal/sporthal

Kern/wijk

Gehuisvest nabij school

Sporthal de Beurs

Dronten West

ja

Sportzaal de Stal

Dronten Zuidwest

ja

Gymzaal de Landing

Dronten Zuidoost

ja

Gymzaal de Ketting

Dronten Centrum

ja

Gymzaal de Lijzijde

Dronten Centrum

ja

Sporthal 't Dok

Dronten Centrum

ja

Gymzaal 't Dok

Dronten Centrum

ja

Gymzaal Sportlaan

Biddinghuizen

ja

Gymlokaal Noordhoren

Swifterbant

ja

Figuur 6: overzicht binnensportaccommodaties bewegingsonderwijs

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 12 van 59

3. Beleidskaders en ambities

Hoofdstuk 3 Beleidskaders en -ambities Dit hoofdstuk gaat in op de juridische kaders en relevante ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting, waaronder de wettelijke taak van de gemeente en schoolbesturen. Vervolgens wordt ingegaan op het gezamenlijk opgestelde beleidsrijke kader, bestaande uit diverse ‘bouwstenen’. De bouwstenen geven inzicht in de visie ten aanzien van het onderwijs en de huisvesting (waaronder de vertaling van de ambities naar de kwaliteit en functionaliteit van de schoolgebouwen). In de bouwstenen worden tevens gezamenlijke afspraken vastgelegd met betrekking tot regie, besluiten over renovatie of nieuwbouw etc.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 13 van 59

3.1. Juridische kaders en ontwikkelingen 3.1.1 Zorgplicht onderwijshuisvesting Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. De term renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld. De gemeente heeft daarnaast ook de zorgplicht in het voorzien in voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs binnen de gemeente om het wettelijk aantal klokuren bewegingsonderwijs te kunnen faciliteren. Dit kan in solitaire sportfaciliteiten maar ook in gymzalen die onderdeel zijn van een schoolgebouw. Het, indien noodzakelijk, uitvoeren van een capaciteitsanalyse behoort daarmee tot de verantwoordelijkheid van de gemeente.

3.1.2 Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het primair onderwijs (artikel 102), de Wet op de expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen. De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Dronten is voor het laatst vastgesteld op 8 april 2004 door de gemeenteraad.

aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel of verhuren (commerciële partij). In alle gevallen, m.u.v. het VO, dient de gemeente daar toestemming voor te geven. Het komt ook voor dat het eigendom van het schoolgebouw is belegd bij een derde partij, bijvoorbeeld de gemeente. Dit is soms het geval als meerdere scholen, met of zonder kinderopvang, onder één dak zijn gehuisvest in bijvoorbeeld een multifunctionele accommodatie; ofwel een ‘scholeneiland’. Zowel de schoolbesturen als de gemeente Dronten vinden het onwenselijk dat schoolgebouwen in eigendom zijn van andere partijen dan het schoolbestuur of de gemeente. Een dergelijke constructie bemoeilijkt in de praktijk het beheer en de exploitatie en maakt dat er voortdurend met een ‘tussenliggende’ partij overlegd moet worden.

3.1.4 Doordecentralisatie Er is een uitzondering op het bovenstaande. Gemeenten kunnen met een of meerdere schoolbesturen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf geheel verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting, dus ook nieuwbouw en uitbreiding (artikel 76 Wet op het primair onderwijs en artikel 111 Wet op het voortgezet onderwijs). Met andere woorden: de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente worden overgedragen aan het schoolbestuur. Daarvoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. Dit wordt doordecentralisatie genoemd. De gemeente behoudt hierbij wel de (uiteindelijke) zorgplicht; de eindverantwoordelijkheid voor de realisatie van voldoende en veilige onderwijshuisvesting. Primair wordt de verantwoordelijkheid bij doordecentralisatie volledig bij de schoolbesturen neergelegd. Gemeente en schoolbesturen maken bij overeenkomst afspraken over het monitoren van de gemaakte afspraken en hoe verantwoording wordt afgelegd. Doordecentralisatie is op dit moment niet aan de orde in de gemeente Dronten.

3.1.3 Eigendom Schoolbesturen hebben het juridisch eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw, valt het gebouw in juridisch eigendom terug

Referentie: 1697601-0190.1.0.

3.1.5 Kinderopvang Op 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden. Daarbij zijn kinderopvang en peuterspeelzalen geharmoniseerd, waardoor men tegenwoordig spreekt van peuteropvang. Voor de peuteropvang is

Pagina 14 van 59

daarbij een landelijk kwaliteitskader ingevoerd dat grotendeels gelijk is aan de kinderopvang. De GGD is aangesteld als toezichthouder op de kwaliteit voor zowel de kinderopvang als peuterspeelzalen. Daarnaast is er met de invoering van de Wet OKE voor gemeenten een verplichting gekomen om voldoende aanbod vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) te realiseren, waarbij de financiële drempels voor ouders van doelgroepkinderen zo laag mogelijk moeten zijn. Daarnaast is het kabinet voornemens om de kinderopvang met ingang van 2025 nagenoeg gratis te maken. Dit zal ook in de gemeente Dronten naar verwachting grote impact hebben op de ruimtebehoefte van kinderopvanglocaties. Deze ontwikkeling dient de komende periode gemonitord te worden. Op dit moment hebben gemeenten (nog) geen wettelijke verplichting in het verzorgen van huisvesting voor kinderopvang of BSO.

3.1.6 Huidig stelsel In de huidige rolverdeling is de gemeente verantwoordelijk voor onder andere nieuwbouw en constructiefouten en schoolbesturen voor onder andere onderhoud en exploitatie. Echter vertoont deze rolverdeling enkele tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. In de praktijk is dit niet aan de orde, maar in zekere zin geeft het stelsel wel een verkeerde impuls. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen - waaronder op het gebied van duurzaamheid - en de voorziening renovatie, niet geregeld zijn.

3.1.7 Wetsvoorstel stelselwijziging Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Het voorstel is formeel aan de minister aangeboden en positief ontvangen en wacht op goedkeuring door de Tweede Kamer. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: • De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma, met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar. • De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet.

Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. • Het investeringsverbod voor het PO en SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het voortgezet onderwijs. PO- en SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. • De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.

Figuur 8: huidig stelsel financiering onderwijshuisvesting

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 15 van 59

3.1.8 Verhoging normbedragen VNG In maart 2018 heeft de VNG geadviseerd om de normbedragen voor nieuwbouw e.d. te verhogen met 40%. De aangekondigde verhogingen in de normbedragen gelden vanaf 2019. De reden hiervoor is dat de jaarlijkse indexering van de normbedragen over de afgelopen jaren de werkelijke prijsontwikkelingen in de markt niet goed blijkt te hebben gevolgd. Daarnaast is per 1 januari 2021 de wijziging met betrekking tot BENG uit het Bouwbesluit in werking getreden. De verplichting van BENG heeft ook gevolgen voor de kosten van onderwijshuisvesting. Hierdoor heeft de VNG de normbedragen bij de Model Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs eenmalig extra opgehoogd met 9,6%. De verhoging van de normbedragen heeft (nog) geen invloed gehad op de beschikbare middelen voor onderwijshuisvesting in het gemeentefonds. De rijksoverheid heeft een Interdepartementaal Beleidsonderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat er diverse opgaven zijn op het gebied van onderwijshuisvesting ((B)ENG, aanpak verouderde voorraad, versterking kennisniveau, verduidelijking verantwoordelijkheden van gemeenten en schoolbesturen, behalen klimaateisen etc.). Via pilots, monitoring, samenwerking en onderzoek zal de komende jaren duidelijk moeten worden hoe deze opgaven vervuld dienen te worden.

Eind 2020 heeft de Europese commissie ingestemd met het verhogen van de doelstelling voor 2030 naar 55% reductie ten opzichte 1990. Deze verhoging in de reductie van de CO2-emissie zal ook voor Nederland van toepassing worden. In het in december 2021 gepresenteerde coalitieakkoord van het nieuwe kabinet is beschreven dat ook Nederland minimaal 55% reductie in de CO2-emissie in 2030 gaat verankeren in de Klimaatwet. Daarmee komt de hierboven beschreven doelstelling van 49% reductie op termijn te vervallen. Het advies is dan ook om voor te sorteren op de verhoogde doelstelling van minimaal 55%. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden (PO-raad en VO-raad) daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin aangeboden wordt. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2uitstoot of het energieverbruik: een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim, het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school en het gebouw is flexibel ten aanzien een veranderende ruimtebehoefte en onderwijskundige ontwikkelingen.

3.1.10 Klimaatbeleidsplan ‘Dronten, meer dan klimaatneutraal’ 3.1.9 Energie en Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening - in opdracht van PO-raad en de VO-raad - uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-productie. Anderzijds richt de doorrekening zich op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

In 2017 is het Klimaatbeleidsplan ‘Dronten, meer dan klimaatneutraal’ opgesteld met in navolging daarvan een ‘uitvoeringsprogramma Klimaatbeleidsplan 2018-2021’ in 2018. De gemeente Dronten was ten tijde van het opstellen van dit Klimaatbeleidsplan al een ‘energieneutrale’ gemeente. Dit houdt in dat er in de gemeente netto evenveel of meer energie wordt opgewekt dan dat er gebruikt wordt. De volgende stap voor de gemeente Dronten is het worden van een ‘klimaatneutrale’ gemeente. Voor wat betreft de gemeentelijke accommodaties ligt de focus in dit beleidsplan met name op het ‘aardgasloos’ maken van deze gebouwen. Daarbij gaat specifiek aandacht uit naar de voorbeeldfunctie die een gemeente vervult richting burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Deze voorbeeldfunctie gaat verder dan enkel de eigen huisvesting en het primaire proces (zoals de voertuigen), maar heeft ook betrekking op de accommodaties en voorzieningen waarvan de gemeente (mede)eigenaar is. Het belang van de voorbeeldfunctie, die verwoord is in het Klimaatbeleidsplan, onderstreept het belang van de duurzaamheidsambities zoals verwoord in het voorliggende IHP. Onderwijsgebouwen vervullen namelijk een belangrijke voorbeeldfunctie naar kinderen, ouders en de omgeving. Zodoende hebben de

Pagina 16 van 59

duurzame schoolgebouwen een stimulerend effect op het behalen van de klimaatdoelen van de gemeente Dronten in brede zin.

3.1.11 Coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan de toekomst!’ In mei 2022 is in de gemeente Dronten het nieuwe coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan de toekomst!’ gepresenteerd. Met nadrukkelijk aandacht voor de sociale structuren in de gemeente en het belang daarbij van kwalitatief goede maatschappelijke voorzieningen en bijbehorende huisvesting die aansluit bij de wensen en eisen van nu. In het coalitieakkoord betreft het de maatschappelijke voorzieningen in de breedste zin van het woord; zwembaden, sportfaciliteiten, culturele faciliteiten, scholen, sociale ontmoetingsplaatsen en laagdrempelige inloopfaciliteiten in de wijk. Er wordt hierin specifiek benoemd dat het voor goed onderwijs van belang is dat de faciliteiten modern, toekomstgericht en kwalitatief goed zijn. De gemeente werkt daarbij graag mee aan het realiseren van IKC’s met goede en veilig bereikbare sportaccommodaties en/of groene buitenruimten. In de bouwstenen van beleid (paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4) zijn deze ambities dan ook vertaald naar concrete uitgangspunten. De omslag naar een duurzame samenleving staat hoog op de agenda conform het coalitieakkoord. Daarbij geeft de gemeente het goede voorbeeld. Ook voor duurzaamheid is deze ambitie concreet vertaald in de bouwstenen van beleid (paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4).

bijvoorbeeld onderwijs) niet voldoende capaciteit hebben om deze toekomstige groei op te kunnen vangen. Om te voorkomen dat er op momenten druk ontstaat op voorzieningen is het van belang dat de capaciteit van de voorzieningen verhoogd wordt voordat grootschalige woningbouw opgeleverd wordt. Bijvoorbeeld het realiseren van extra scholen is hierbij een mogelijkheid. Omdat deze ontwikkeling ook consequenties heeft voor het IHP en de daarin opgenomen projecten is het van belang dat deze ontwikkelingen, en met name de invloed daarvan op bijvoorbeeld leerlingenaantallen, gemonitord worden en jaarlijks besproken worden in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). Mogelijk vraagt dit om een tussentijdse update/uitbreiding van het IHP. Voor ontwikkelingen die op korte termijn gepland staan conform paragraaf 5.6 is het van belang dat bij het definiëren van deze projecten de voorziene groei van Dronten zoveel als mogelijk meegenomen wordt.

3.2.

3.2.1 Bouwsteen 1: vraag en aanbod Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod van onderwijs de gemeente en schoolbesturen nastreven. Het gewenste aanbod is bepalend voor de huisvestingsoplossingen. 1.

Het streven is kwalitatief goed onderwijs, thuisnabij in alle kernen en wijken van de gemeente Dronten. Het aanbod van verschillende typen onderwijs is nooit compleet, ook niet in de gemeente Dronten. Echter zou de focus niet moeten liggen op het aanbieden van een zo breed mogelijk scala aan onderwijstypen, maar op de kwaliteit van het onderwijs. Hierbij gaat het ook om onderwijs waarmee de scholen goed afgestemd zijn op de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte in de wijk/omgeving om zo kwalitatief hoogwaardig en thuisnabij onderwijs te kunnen geven.

2.

De analyse en scenario-ontwikkeling in het IHP richt zich voor het PO op het kernen wijkniveau: ‘thuisnabij’. Voor wat betreft het VO is een meer (boven)gemeentelijk schaalniveau van toepassing. Specifieke denominaties (levensbeschouwelijke visie), onderwijsvormen of speciaal onderwijs kunnen vragen om een analyse of scenario op regionaal niveau. Uitgangspunt hierbij is de vrijheid van ouders om vanuit hun identiteit te kiezen voor een VO-school.

Het realiseren van de projecten in dit IHP, voor zowel het onderwijs als brede maatschappelijke voorzieningen, verdient, conform het coalitieakkoord, hoge prioriteit.

3.1.12 Dronten groeit De verwachting is dat de gemeente Dronten de komende jaren fors gaat groeien. De exacte omvang van deze groei is tijdens het schrijven van dit IHP nog niet precies duidelijk. Om die reden is deze grote groeiopgave dan ook geen onderdeel van de gehanteerde prognoses en toekomstige ruimtebehoeften van het onderwijs en andere maatschappelijke voorzieningen in Dronten. Het is van belang dat er bij het nader definiëren van de groei van de gemeente Dronten integraal aandacht wordt besteed aan het meegroeien van de maatschappelijke voorzieningen. De verwachting is namelijk dat de voorzieningen in de huidige omvang (zowel sport, kinderopvang als

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Bouwstenen van beleid onderwijshuisvesting

Pagina 17 van 59

8. 3.

In het primair onderwijs ligt de ideale schoolgrootte tussen de 150-400 leerlingen. Het kunnen vormen van minimaal één doorlopende leerlijn van 0-12 jaar vormt hierbij de basis. Bij sommige vormen van IKC’s is de fysieke nabijheid tussen de kinderopvangorganisatie en de school voor primair onderwijs van belang. Het vestigen van scholen in een gemeenschappelijke accommodatie kan van meerwaarde zijn om huisvestingsmiddelen efficiënt te benutten. Het borgen van eigenheid en geborgenheid voor kinderen is daarbij het uitgangspunt.

4.

De VO-scholen in Dronten zijn met name op zoek naar stabiliteit in leerlingenaantallen. Grote schommelingen zijn voor zowel de huisvesting, bedrijfsvoering als het onderwijsaanbod ongewenst. Voor een VO-school is een leerlingenaantal van circa 1.000 van belang om een gezonde bedrijfsvoering uit te kunnen oefenen en een aantrekkelijk onderwijsaanbod te kunnen realiseren. Om voor het vmbo een goed aanbod voor leerlingen te kunnen realiseren is een substantiële leerlingenpopulatie van belang. De definitie van ‘substantieel’ is hierbij ook afhankelijk van de totale omvang van de betreffende school.

5.

Scholen zijn belangrijk voor de leefbaarheid in de kernen en wijken van Dronten. Er is daarom aandacht voor de afstand voor inwoners van de gemeente Dronten tot een (basis)school. Want ook al is het verzorgingsgebied van een bepaalde basisschool mogelijk kern- of wijk-overstijgend, het gebouw en de speelterreinen vormen veelal ook een spilfunctie in samenwerking met verenigingen etc.

6.

Gemeente en schoolbesturen streven naar het terugdringen van onderwijsleegstand. De inkomsten van schoolbesturen voor onderhoud en exploitatie zijn afhankelijk van het aantal leerlingen. Bij leegstand moet een schoolbestuur met minder inkomsten hetzelfde aantal vierkante meters onderhouden.

7.

Voor het oplossen van leegstand zijn het verwijzen naar (gebruik van ruimteoverschotten door andere scholen met een ruimtetekort) en/of het in medegebruik geven of verhuren van ruimten reële mogelijkheden. Afstoten van leegstand is een optie.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Er is tevens nadrukkelijk aandacht voor de relatie met sport, bewegen en cultuur. Enerzijds gaat dit over de afstanden, bereikbaarheid en voldoende capaciteit van gymzalen en overige voorzieningen binnen Dronten. Anderzijds heeft dit ook betrekking op de inrichting van een gebouw, het speelterrein (groen) en de directe omgeving en hoe deze beweging kunnen stimuleren. De school kan gebruik maken van de faciliteiten uit de wijk/kern, maar kan mogelijk ook een functie voor de wijk/kern vervullen op het gebied van sport, bewegen en cultuur.

3.2.2 Bouwsteen 2: samenwerking: scholen, schoolbesturen en partners Binnen deze bouwsteen wordt de visie op samenwerking beschreven tussen de onderwijspartijen onderling en de overige (kind)partners, die raakvlakken hebben met het onderwijs. 1.

Samenwerking tussen schoolbesturen Schoolbesturen en gemeente streven naar samenwerking tussen de schoolbesturen in de gemeente Dronten ten gunste van het onderwijs, de leerling en de medewerkers, rekening houdend met de diversiteit aan identiteit tussen de besturen. De kwaliteit van het onderwijs en ‘de keten’ of doorlopende leerlijn staat daarbij centraal. Samenwerking kan zowel inhoudelijk (kennis) als gebouwelijk (faciliteiten) worden vormgegeven, waarbij gebouwelijke samenwerking volgt op de inhoudelijke samenwerking: ‘samenwerking is meer dan muren en een dak.’ Indien er reeds sprake is van gebouwelijke samenwerking, dan is het streven om verder te gaan dan enkel het ‘gedeeld gebruik maken van een gebouw’. Per situatie dient te worden verkend hoe vorm en inhoud kan worden gegeven aan deze samenwerking (casus specifiek). Belangrijk is dat de samenwerking zowel inhoudelijk als gebouwelijk ‘in de keten’ plaatsvindt. Ook de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs wordt als een belangrijk moment beschouwd. De doorlopende leerlijn loopt hier idealiter zo soepel mogelijk over waarbij het ontstaan van een ‘knip’ in deze leerlijn zoveel als mogelijk voorkomen wordt. Er zijn reeds initiatieven binnen de gemeente Dronten waarbij de overgang tussen het PO en het VO ‘versoepeld’ wordt.

Een visie op de doorlopende leerlijnen, bijvoorbeeld tienercolleges (10-14-jarigen) etc., dient nader uitgewerkt en besproken te worden in het OOGO. Aan de oprichting van een

Pagina 18 van 59

termijn wellicht benodigd om zo toch de zogenaamde ‘nichevakken’ aan te kunnen (blijven) bieden binnen de gemeente Dronten. De precieze inhoud van deze mogelijke samenwerking dient door de scholen verder onderzocht te worden. Het Almere College en het Ichthus College werken samen op Het Perron. Dit betreft een vmbo-afdeling met praktijklokalen. In Het Perron is tevens een mbo gehuisvest. In samenwerking met de ROC’s is een ‘plus-voorziening’ gecreëerd om de 16-plussers, die dreigen uit te vallen, op te vangen en te begeleiden.

nieuwe fysieke tussenschool is op dit moment geen concrete behoefte. Huidige initiatieven krijgen idealiter vorm binnen bestaande huisvesting, maar in de toekomst kan het interessant zijn om te verkennen of er fysiek een verbinding kan worden gemaakt tussen PO en VO. 2.

3.

Samenwerking tussen schoolbesturen en kinderopvang Schoolbesturen en kinderopvang zetten in op het behouden, versterken en, waar nodig, uitbreiden van samenwerking tussen het PO en kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang. Het onderwijs begint voor kinderen vanaf 2-jarige leeftijd; het creëren van vloeiende leerlijnen is daarbij het uitgangspunt. Dit komt tot uiting in de volgende aandachtspunten: a. De samenwerking richt zich op de afstemming van de pedagogiek en didactiek van alle partijen; ‘aandacht voor de keten’. b. De samenwerking tussen onderwijs- en kindpartners kan verschillende vormen aannemen. Er zijn verschillende manieren van integratie tussen onderwijs en kinderopvang. Het IHP formuleert uitgangspunten, maar biedt ruimte om per project maatwerk te leveren, passend bij de specifieke situatie. Gezamenlijke huisvesting is in sommige situaties een pre maar geen voorwaarde. c. Het vormen of in stand houden van IKC’s is een belangrijk uitgangspunt in het IHP van de gemeente Dronten. IKC-vorming begint daarbij op de inhoud en kan vervolgens een fysieke uitwerking hebben. d. Momenteel is er geen vastgesteld IKC-beleid aanwezig binnen de gemeente Dronten. Wel zijn er eerder met schoolbesturen stappen gezet om dit op te stellen.

In navolging van het IHP zal de gemeente, in samenwerking met de schoolbesturen, starten met het opstellen en vervolgens in het OOGO vaststellen van een IKC-beleid. Dit op te stellen beleid zou in ieder geval moeten bestaan uit een visie op IKC’s, beleidsmatige keuzes, definities, uitgangspunten etc. Samenwerking VO-scholen onderling Het onderwijsveld in de gemeente Dronten is van voldoende omvang om het voortbestaan van twee VO-scholen met een eigen identiteit te kunnen waarborgen. Wel zien beide scholen de mogelijkheden van samenwerking; op inhoudelijk en mogelijk fysiek gebied. Samenwerking tussen beide VO-scholen is

Referentie: 1697601-0190.1.0.

4.

Speciaal onderwijs in relatie tot regulier onderwijs en SBO Binnen de gemeente Dronten worden opvallend veel kinderen verwezen naar het speciaal onderwijs en het SBO. Ondanks onderzoek is de exacte oorzaak hiervan niet bekend. In het veld wordt vermoed dat veel signalen bij kinderen ‘ongewoon’ worden gevonden, waardoor sneller wordt geëscaleerd. Schoolbesturen hebben gemeend om de samenwerking onderling en met de jeugdhulppartners te versterken, waarbij de gemeente een faciliterende rol heeft. Voorheen werden vanuit SBO de Driemaster de experts langs de diverse scholen gestuurd, waardoor bepaalde kinderen in het regulier onderwijs konden blijven. Schoolbesturen stellen voor om ook in Dronten de expertise te bundelen in een expertisecentrum; dit zou kunnen worden gehuisvest in een IKC, waarbij andere scholen van daaruit worden bediend. Het Almere College en het Ichthus College werken samen om middels een tussenstap leerlingen weer terug te laten stromen naar het reguliere onderwijs. Zij proberen met dit samenwerkingsverband zoveel mogelijk leerlingen vanuit het SBO weer terug te leiden naar het regulier onderwijs en leerlingen die dreigen terug te vallen te ondersteunen. De leerlingen in het VSO worden bekostigd door het Almere College en het Ichthus College; beide hebben er belang bij om de toestroom naar het VSO te beperken.

Deze ‘tussenvoorziening’ is momenteel nog gehuisvest binnen het Ichthus College.

5.

Samenwerking schoolbesturen en overige partners Schoolbesturen en gemeente streven naar samenwerking tussen scholen en overige maatschappelijke partners (GGD, Icare, bibliotheek, jeugdzorg, sportorganisaties, dorpshuis etc.), om de volgende redenen:

Pagina 19 van 59

a.

b. c. d.

e.

Er wordt tegemoetgekomen aan de sociaal-maatschappelijke rol van een school voor de kern. Deze functie kan per kern en per school anders worden ingevuld. Het IHP formuleert uitgangspunten, maar biedt ruimte om per project maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie. Scholen en partners dragen bij aan de dorpskernontwikkeling. Andersom kan de school ook gebruik maken van de maatschappelijke voorzieningen die in de kern aanwezig zijn. Indien ruimten in schoolgebouwen in gebruik worden gegeven aan partijen anders dan het onderwijs (kinderopvang en/of andere maatschappelijke partijen), wordt ofwel ‘verhuur’ ofwel ‘medegebruik’ toegepast. Voorwaarde voor medegebruik is dat het gaat om het gebruik door (uit de openbare kas bekostigd) onderwijs of voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. In het geval van verhuur geldt een marktconforme huur.

De marktconforme huur sluit aan bij de Wet Markt en Overheid en bestaat in basis uit een gebruiksvergoeding: de extra kosten die de verantwoordelijke voor onderhoud en exploitatie maakt als gevolg van de verhuur (ofwel exploitatiekosten) en een vergoeding voor investeringslasten: de jaarlijkse lasten die het gevolg zijn van het realiseren van de voorziening, bestaande uit rente en afschrijving, die kunnen worden verhoogd met een deel van de kosten van verzekering van het gebouw en de kosten van onroerendezaakbelasting. De vergoeding voor de investeringslasten gaat naar de investerende partij (tenzij dit uiteraard de kinderopvang zelf is). Wanneer er sprake is van een gebouw met meerdere gebruikers en/of huurders is het van belang dat er vooraf duidelijke afspraken gemaakt worden over het eigendom en beheer. In de definitiefase van een project dienen alle betrokken partijen hier een actieve bijdrage aan te leveren. De output van deze bijdrage zal projectafhankelijk zijn, idealiter resulteert dit in een overeenkomst van medegebruik en/of verhuur met daarin heldere afspraken over het eigendom en beheer en eventuele vergoedingen die daarbij van toepassing zijn. Bij ‘scholeneilanden’ waar meerdere scholen en andere gebruikers onder één dak zijn gehuisvest is het beleid dat de gemeente het eigendom op zich neemt.

Echter ook in deze situatie is het advies om afspraken op te nemen in overeenkomsten.

Referentie: 1697601-0190.1.0.

6.

Doorstroming naar vervolgonderwijs Naast de aandacht voor de doorstroming van het PO naar het VO is er binnen de gemeente Dronten expliciet aandacht voor de doorstroming van het VO naar het vervolgonderwijs. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting bij Het Perron waar het mbo gehuisvest is, samen met afdelingen van beide VO-scholen. De samenwerking tussen het VO en het vervolgonderwijs is veelal een onderlinge taak tussen de schoolbesturen, waarbij de gemeente met name een faciliterende rol heeft. De ambitie koppelen aan de gemeentelijke begroting is hierbij nog een spannend vraagstuk. De gemeente heeft immers geen wettelijke taak als het gaat om de huisvesting voor het mbo, hbo en universiteiten.

3.2.3 Bouwsteen 3: regie Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. 1.

De gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie op schoolgebouwen. De gemeente is onder andere verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud, aanpassingen en de exploitatie van schoolgebouwen. De schoolbesturen zijn daarnaast verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod. In het OOGO vindt de afstemming van deze verantwoordelijkheden plaats door middel van gezamenlijk overleg (minimaal halfjaarlijks). Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de verordening onderwijshuisvesting. Voor het onderwijshuisvestingsbeleid wordt daarom in eerste instantie voor alle betrokken partijen het IHP leidend, voordat er wordt teruggevallen op de verordening. Deze wijze van samenwerking dient, in afwachting van de wettelijke regeling, juridisch vastgelegd te worden. In het geval dat huisvestingsvraagstukken een regionaal karakter hebben vindt, indien noodzakelijk, afstemming plaats met het regionale OOGO en/of het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs. Momenteel is er geen formeel OOGO georganiseerd binnen de gemeente Dronten. Het OOGO is vanuit de wetgeving een formeel vastgelegd overleg. Daarom is het dan ook het advies om dit specifieke overleg ook in Dronten weer in te voeren.

Pagina 20 van 59

2.

Het IHP is in lijn met het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Met het vaststellen van het IHP worden tevens de financiële middelen voor de komende 0-4 jaar vastgesteld. Met de gemeenteraad wordt verkend op welke wijze hij betrokken is bij de monitoring van de budgettaire kaders (programma- of projectniveau). Het IHP heeft een reikwijdte van c.q. doorkijk voor een periode van 20 jaar en wordt om de 4 jaar geactualiseerd op basis van onder andere leerlingenprognose en nieuwe inzichten vanuit (landelijk) beleid. Ieder halfjaar wordt in het OOGO de voortgang van het IHP besproken. Wanneer er tussentijds grote veranderingen zijn in de leerlingenprognoses, bijvoorbeeld door grootschalige woningbouw, kan overwogen worden om het IHP tussentijds te ‘updaten’ op basis van nieuwe leerlingenprognoses.

3.

Schoolbesturen en gemeente hebben tijdens het IHP-traject de principes van Total Cost of Ownership (TCO) verkend. Bij TCO dragen schoolbesturen mogelijk bij aan een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave. Deze investering komt de duurzaamheid van het gebouw op het gebied van onderhoud en exploitatie ten goede, oftewel: een investering aan de voorkant levert een besparing op tijdens het gebruik van het gebouw. De potentiële besparingen op de onderhouds- en exploitatiekosten door medebekostiging van de schoolbesturen zijn daarbij integraal in kaart gebracht. Het is van belang dat hiervoor voorafgaand aan een project een volledige businesscase wordt opgesteld waarin bijvoorbeeld ook rekening gehouden wordt met mogelijke onderhoudskostenverhogende componenten zoals grotere en meer installaties. Schoolbesturen maken voor hun bijdrage gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding (MI) die zij, als onderdeel van de lumpsumvergoeding, ontvangen vanuit het rijk. Per project dienen de mogelijkheden voor een bijdrage vanuit de schoolbesturen nader verkend te worden. Ook het samenwerken met ander partijen die een gedeelte van de bekostiging voor hun rekening nemen is hierbij een mogelijkheid.

Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn bij het technisch onderwijs, waar een derde partij een samenwerking aangaat met de school en bereid is daarvoor te investeren. Hierbij is het van belang dat vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt en dat deze worden vastgelegd in overeenkomsten.

4.

afspraken zijn tussen gemeente en schoolbestuur dient het gesprek gevoerd te worden hoe om te gaan met deze afspraken in relatie tot een mogelijke (negatieve) wijziging in de MI-vergoeding. Dit met name ook omdat de MIvergoeding onderdeel is van de gehele lumpsumvergoeding van schoolbesturen. Een verlaging van de MI-vergoeding zou nooit ten koste mogen gaan van de onderwijskundige onderdelen van de lumpsumvergoeding. Het uitgangspunt dat een gedeelte van de MI-vergoeding door schoolbesturen gebruikt kan worden voor financiering in exploitatieverlagende maatregelen dient bij een herijking van het IHP opnieuw besproken te worden en te worden geüpdatet op basis van de laatste inzichten. 5.

In situaties waarbij meerdere scholen onder één dak gehuisvest worden is het van belang om vooraf goede afspraken te maken over de bijdragen vanuit schoolbesturen. Om ongelijke situaties te voorkomen is het wenselijk dat schoolbesturen, naar verhouding, gelijkwaardig mee-investeren. Op het moment dat bepaalde ruimten of vierkante meters later van het ene schoolbestuur naar het andere schoolbestuur overgegeven worden (bijvoorbeeld door krimp en groei) dienen er afspraken gemaakt te worden over deze gedane investering en/of de financieringsafspraken die het betreffende schoolbestuur heeft met de gemeente. Het advies is om deze thema’s voorafgaand met de partijen te bespreken en op te nemen in een samenwerkingsovereenkomst of anderszins. In het IHP wordt rekening gehouden met het op dit moment nog geldende investeringsverbod voor het PO en de (exploitatie)tekorten die het PO (net als de gemeente) ervaart in de bekostiging.

6.

De prognoses van Pronexus uit 2021 vormen het uitgangspunt voor de voorspelling van de ontwikkeling van de leerlingenaantallen voor dit IHP. De komende jaren vindt er mogelijk op grote schaal woningbouw plaats in de gemeente Dronten. Hoewel deze woningbouw, voor zover mogelijk, meegenomen wordt in de nieuwe prognoses, is hier vanzelfsprekend sprake van (aanzienlijke) onzekerheid. Voor de periode na vaststelling van het IHP is het dan ook van belang dat deze prognoses jaarlijks worden herijkt, teneinde een meer reële schatting van de ruimtebehoefte te verkrijgen.

Vanzelfsprekend bestaat de mogelijkheid dat de hoogte van de MI-vergoeding mettertijd (negatief) wijzigt. Op het moment dat er reeds lopende financierings-

Referentie: 1697601-0190.1.0.

Pagina 21 van 59

7.

8.

9.

Grootschalige woningbouw kan resulteren in de vraag naar nieuwe/extra scholen. Deze ontwikkelingen, en de mogelijke invloed hiervan op de uitvoering van de in het IHP opgenomen plannen, dienen structureel besproken te worden in het OOGO en meegenomen te worden bij de herijking van het IHP. Daarbij is het van belang om voorzieningen zoals onderwijs, maar ook sport, cultuur etc. integraal mee te nemen bij de ontwikkeling van grootschalige woningbouw. Vanwege veranderende omstandigheden in het onderwijsveld (met name ook op het gebied van leerlingenaantallen) is het advies om bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma en de realisatie van de in het IHP gedefinieerde projecten de uitgangspunten uit het IHP te toetsen aan de dan bekende randvoorwaarden en inzichten. Het herijken van de prognose is daar minimaal onderdeel van. Vanuit de wetgeving ligt het bouwheerschap ten aanzien van bouwopgaven in principe bij het schoolbestuur (bevoegd gezag). In solitaire bouwopgaven is dit meestal een werkbaar uitgangspunt voor betrokken schoolbesturen, als de benodigde expertise en ervaring aanwezig is in de organisatie. De gemeente Dronten en de schoolbesturen streven echter naar samenwerking, wat zich kan vertalen in scholeneilanden waarbij meerdere scholen en andere functies onder één dak zijn gevestigd.

Vanwege de complexiteit van dergelijke gezamenlijke bouwopgaven zal de gemeente daarbij in principe de rol van bouwheer en toekomstig eigenaar vervullen. Hoewel het ‘officiële’ bouwheerschap in dergelijke situaties wellicht bij de gemeente ligt, is het vanuit zowel gemeente als schoolbesturen nadrukkelijk de wens om gezamenlijk op te trekken en invulling te geven aan het project. In die zin wordt het bouwheerschap in zekere zin gezamenlijk opgepakt, waarbij de gemeente optreedt als penvoerder/formele opdrachtgever richting de te contracteren partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1014/documents/2182