59d7b595-a229-4d02-9736-41dcd3bbf10d.pdf
Tekst van het document
(bijvoorbeeld door meer kwalitatief hoogstaan-
neren we deze opgaven, als dat niet kan worden
dere bostypen op te nemen).
keuzes gemaakt.
•
De functie natuurbos kunnen we doelgericht toekennen aan bijzondere groeiplaatsen en natuurboskernen (vanaf ca. 50 ha) in de grotere bosgebieden. We bezien tevens hoe we hier tot ouder bos kunnen komen. De functie multifunctioneel bos kunnen we toekennen aan bossen
1 De onderzoeksresultaten en de te treffen maatregelen zijn be-
die een dergelijk label nog niet hebben. Het is
schikbaar via een apart document dat geldt als achtergrondrapport bij deze bossenstrategie
22
de verwachting dat deze maatregel én meer na-
•
De Aeres hogeschool ondersteunt de uitvoering van eventuele maatregelen vanuit het
het opgestelde achtergrondrapport).
Onderzoeksprogramma duurzaam bosbeheer
Indien noodzakelijk laten we aanvullend onder-
(tenminste lopend van 2021 t/m 2024; bij even-
zoek doen naar de te treffen maatregelen. De
tuele verlenging van het programma zetten we
hierboven genoemde rapportage dient daarbij
in op blijvende verbinding met de Flevolandse
als referentie. In dit kader zoeken we de samen-
bossenstrategie).
werking met de Aeres hogeschool in Dronten,
•
•
tuur én meer houtoogst op kan leveren (zie ook
•
Het Rijk stelt extra middelen beschikbaar via
die een onderzoeksprogramma naar duurzaam
de SNL regeling de beheersubsidies voor onder
bosbeheer hebben opgestart waaraan de provin-
andere bos op te hogen2. Deze middelen kunnen
cie een financiële bijdrage levert.
worden ingezet om via het bosbeheer voor kwa-
Bestrijding van exotische plant- en diersoorten
liteitsverbetering te zorgen.
die het Flevolandse bos beschadigen of een
•
We onderzoeken of we eventueel een beroep
bedreiging vormen voor de biodiversiteit, zoals
kunnen doen op Europese (co)financiering voor
de berenklauw.
het versterken van bosgebieden. Kansrijke voorbeelden hiervan zijn de middelen verbonden
Inzet van anderen •
De Flevolandse boseigenaren zijn betrokken bij het hierboven genoemde onderzoek en voeren
•
aan de Europese Biodiversiteitsstrategie en het LIFE Climate programma. •
De Stichting Nationale Koolstofmarkt werkt aan
de uiteindelijke maatregelen uit. Ze brengen
manieren om in ruil voor maatregelen die kool-
daarbij hun eigen kennis, capaciteit en (eventu-
stof vastleggen certificaten uit te delen. Een van
eel aanvullend beschikbare) financiële middelen
de manieren betreft een aanpak essentaksterfte.
in.
Wij volgen dit proces om te kijken of op deze
We betrekken het Waterschap Zuiderzeeland als
manier de kosten van de Flevolandse essen-
blijkt dat voor vitalisering een verandering in de
taksterfte opgevangen kunnen worden. Hiertoe
waterhuishouding nodig zou zijn of als vitalise-
trekken we samen op met de terreinbeheerders.
ring andere gevolgen heeft voor het waterhuis-
Eventueel kunnen we de stichting ondersteunen.
houdkundige systeem of de waterkwaliteit van Flevoland.
2 Dit is het voornemen, maar is op het moment van schrijven nog niet vastgesteld.
5. Bosomvang – behoud en uitbreiding In dit hoofdstuk gaan we in op de omvang van het
zelfde oppervlakte maar kan ook minimaal een ver-
Flevolandse bos. Enerzijds besteden we aandacht
gelijkbare kwaliteit ontwikkelen. Hierbij is het onder
aan het behoud van het huidige bos. Anderzijds
andere van belang om voor een goede verbinding
gaan we in op de mogelijkheid om tot nieuw bos te
met ander bosgebied te zorgen.
komen, zowel binnen het NNN als daarbuiten. We willen ook tot het realiseren van lijnvormige bosele-
Dit compensatiebeleid is niet nieuw; we zijn er al
menten komen, maar dit komt aan bod in een apar-
geruime tijd verantwoordelijk voor. Sinds de in-
te paragraaf (6.1).
werkingtreding van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017 zijn wij als provincie bevoegd gezag geworden voor zowel bos- als NNN compensatie (zie
5.1. Behoud van het huidige bosareaal
tekstbox 4). In 2017 heeft de Randstedelijke Rekenkamer het
Wat willen we bereiken?
Flevolandse compensatiebeleid onder de loep ge-
Borgen dat het totale areaal aan bos (grofweg
nomen. De aanbevelingen uit dit onderzoek zijn in
17.000 ha, zie hoofdstuk 2) behouden blijft. Als er
grote lijnen door het college omarmd1.
onverhoopt bos moet verdwijnen (bijvoorbeeld vanwege ruimtelijke ontwikkelingen zoals wegaanleg of woningbouw) zorgen we ervoor dat er bos terug
1 Het betreffende rapport, waarin de reactie van GS is opgeno-
geplant wordt. Dit nieuwe bos heeft niet alleen de-
men, is terug te vinden onder EDOCS nummer #232070467
Boscompensatie in vogelvlucht In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat het bosareaal in Nederland niet mag afnemen. Een boseigenaar mag, net als een boer, beschikken over de opbrengst van zijn grond. Hij is echter verplicht om de grond opnieuw in te planten met bomen als hij bos of bomen kapt. Als de grond een andere functie krijgt, moet de betreffende grondeigenaar het bos compenseren op een andere plek. De eerste stap is dat er melding wordt gemaakt van het voornemen bos te kappen. Voor bossen en bomenrijen buiten de bebouwde kom is de provincie het aanspreekpunt. De provincie bevestigt de ontvangst van de kapmelding. Op dit moment kan de provincie besluiten om de kap te verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. De provincie Flevoland heeft tot nu toe nog geen aanleiding gezien dat te doen, vanwege de relatief grote inbreuk die de inzet van dit instrument pleegt op het gebruikersrecht van de betreffende boseigenaren. In principe moet binnen 3 jaar na kap van de bomen op dezelfde locatie teruggeplant worden. Als dat niet kan (bijvoorbeeld vanwege de aanleg van een weg) moet de initiatiefnemer een alternatieve locatie aandragen en een plan opstellen over hoe de herplant eruit zal gaan zien. De provincie beoordeelt dit plan aan de hand van criteria opgenomen in de Omgevingsverordening (Artikelen 8.24 – 8.29).
Als het gemaakte plan als voldoende is beoordeeld, geven Gedeputeerde Staten een ontheffing af waarmee ze aangeven dat herplant op een andere locatie plaats mag vinden. Uiterlijk drie jaar na het kappen van het bos dient aan de compensatieverplichting voldaan te zijn. De OFGV houdt toezicht op het nakomen van deze verplichting. Tekstbox 4 Boscompensatie in vogelvlucht
24
Als volgende stap in ons compensatiebeleid willen
gerealiseerde compensatie laag is, omdat een ster-
we een meer sturende rol gaan innemen bij de com-
ke versnippering kan ontstaan (grote bosgebieden
pensatie van bos. Dit doen we door het instellen
worden kleiner ten koste van kleine plukjes bos die
van een compensatiebank: het aankopen van strate-
op verschillende willekeurige locaties worden terug-
gisch gelegen gronden waarop initiatiefnemers een
geplant). Gezien de grote ruimtelijke dynamiek in
beroep kunnen doen als ze geconfronteerd worden
onze provincie is het te verwachten dat boscompen-
met een compensatieverplichting. We bouwen daar-
satie aandacht zal blijven vragen. Met het oprichten
bij voort op de ervaringen die andere provincies
van een compensatiebank spelen we hier op in; de
met een dergelijke bank hebben opgedaan. We kie-
besluitvorming zal sneller plaats kunnen vinden
zen ervoor om deze compensatiebank uitsluitend
omdat er locaties beschikbaar zijn. Ook kan er een
voor boscompensatie in te richten; andere typen
hogere kwaliteit gerealiseerd worden door compen-
natuur nemen we niet mee.
satieverplichtingen te bundelen.
Daarnaast zoeken we samen met de betreffende
Hoe willen we dit bereiken?
terreineigenaren naar een goede oplossing voor de
We scherpen onze bevoegdheden op grond van het
herplant van essenbeplantingen die zijn getroffen
onderdeel houtopstanden (hoofdstuk 4) uit de Wet
door de essentaksterfte. Deze ambitie werken we uit
natuurbescherming verder aan en breiden dit uit
in hoofdstuk 4 (over boskwaliteit).
met een compensatiebank. Het gaat om: •
Het verder formaliseren van procedures (bij-
Waarom willen we dit?
voorbeeld aangaande ontheffingverlening bij
Hoewel in de Wet natuurbescherming er vanuit
herplant op een alternatieve locatie)
wordt gegaan dat het Nederlandse bosareaal niet
•
Implementeren van de resultaten van een on-
afneemt, is dit in de praktijk anders. Landelijk ge-
derzoek van het Rijk naar het beter beschermen
zien is er vanaf 2000 in een relatief hoog tempo bos
van solitaire bomen en landschapselementen
verdwenen , onder andere doordat bos heeft moe-
via de Wet natuurbescherming (zie onder).
2
ten wijken voor andere typen natuur (bijvoorbeeld
•
Strenger zijn bij het toepassen van het instru-
heide) 3. Ook is er niet altijd voldoende op toegezien
mentarium, bijvoorbeeld bij de te stellen eisen
dat bos afdoende gecompenseerd wordt. Hoewel in
aan herplantvoorstellen, bij het al dan niet toe-
onze provincie geen bos heeft moeten wijken voor
staan van herplant op een andere locatie of bij
andere natuurtypen vanwege Natura 2000 doelstel-
het houden van toezicht op de realisatie.
lingen, is ook in Flevoland het bosareaal terugge-
•
Het uitwerken van een compensatiebank. Enkele
lopen – de precieze omvang daarvan is lastig in te
uitgangspunten daarbij:
schatten . Het aanscherpen van het instrumentari-
-
4
De provincie brengt een aantal locaties in
um moet bijdragen aan het in de toekomst voorko-
kaart die geschikt zijn voor bosontwikkeling
men van een verdere afname. De kwantitatieve am-
(zie ook paragraaf 5.3.2). Uiteindelijk worden
bities van deze bossenstrategie zorgen er daarnaast
deze locaties verworven en in de bank ge-
voor dat dat wat in het verleden verloren is gegaan,
plaatst. We zoeken op dit punt de samenwer-
gecompenseerd wordt.
king met het Rijksvastgoedbedrijf (zie onder). -
Een initiatiefnemer met een compensatie-
Verder blijkt steeds vaker dat boscompensa-
plicht kan vervolgens tegen betaling een
tie binnen onze provincie moeizaam verloopt.
beroep doen op de gronden in de compen-
Besluitvorming over compensatie duurt vaak lang
satiebank. Dit is niet verplicht, een com-
omdat het voor betrokken partijen steeds lastiger
pensatieplichtige kan ook zelf op zoek gaan
is om geschikte compensatielocaties te vinden. Het
naar een geschikte locatie. Die moet dan wel
risico daarvan is bovendien dat de kwaliteit van de
voldoen aan de voorwaarden zoals geformuleerd in de Omgevingsverordening.
2 Zie bijvoorbeeld Ontbost Nederland inderdaad even snel als het
-
Amazonegebied? | De Volkskrant.
We onderzoeken of we initiatiefnemers die met een relatief kleine compensatieverplich-
3 Deze mogelijkheid wordt via een aanpassing van de Wet natuur-
ting geconfronteerd worden de mogelijkheid
bescherming buiten werking gesteld. 4 Voor meer informatie zie bijvoorbeeld StatLine - Bodemgebruik;
kunnen bieden deze verplichting af te kopen.
uitgebreide gebruiksvorm, per gemeente (cbs.nl). Op basis van
-
deze gegevens lijkt het te gaan om enkele honderden hectaren.
25
Met de middelen die vrijkomen doordat initi-
atiefnemers een beroep op de compensatie-
of, en op welke manier, we de gronden van deze
bank doen, kan opnieuw grond aangekocht
organisatie kunnen betrekken bij ons grondbe-
worden.
leid. Een mogelijkheid is dat we gronden van het RVB als strategisch aanmerken, waardoor het
Nadere uitwerking van de compensatiebank zal
mogelijk wordt ze te verwerven.
plaatsvinden als onderdeel van de realisatie van de bossenstrategie. Daarbij zal ook bepaald wor-
5.2. Bosuitbreiding binnen het Natuurnetwerk Nederland
den hoeveel grond er gekocht zal gaan worden, wat het beschikbare budget zal zijn en in hoeverre de compensatiebank ook kan worden ingezet voor de realisatie van klimaatbos (zie paragraaf 5.3.2). Als in de toekomst wordt besloten dat de provincie een
Wat willen we bereiken?
nieuw grondbeleid gaat ontwikkelen, zal het uitwer-
Onderzoeken waar er binnen het NNN ruimte is voor
ken van de compensatiebank in samenhang hier-
het aanplanten van extra bos. Het is daarbij zaak
mee gerealiseerd worden.
dat dit niet ten koste gaat van waardevolle andere natuur of andere kwaliteiten zoals open landschap
Eigen inzet
of cultuurhistorische waarden. Wij denken dat het
•
Compensatie-instrumentarium toepassen en de
mogelijk is om met name binnen het kruiden- en
inzet ervan aanscherpen. Indien nodig passen
faunarijk grasland en ruigteveld tot bosaanleg te
we daartoe de Omgevingsverordening aan.
komen. Verder kan er soms nog naar andere gebie-
Hieruit eventueel voortvloeiende extra capaci-
den gekeken worden, bijvoorbeeld vochtig weidevo-
teitsvraag ter beschikking stellen (onder andere
gelgrasland.
•
bij de Omgevingsdienst) •
•
Extra budget reserveren voor benodigde gron-
Samen met de terreinbeheerders en de Bosgroep
daankopen die bedoeld zijn om de compensatie-
is ingeschat dat er binnen het NNN 135 ha extra
bank te vullen.
bosaanleg gerealiseerd kan worden. Ongeveer 70
Het eventueel te ontwikkelen provinciale grond-
ha gebeurt via omvorming van andere typen natuur,
beleid verder uitwerken in samenhang met de
met name op gronden van Staatsbosbeheer (en in
te ontwikkelen compensatiebank. Dit tevens
beperkte mate bij Stichting Het Flevolandschap en
inbedden in het ruimtelijke beleid.
Natuurmonumenten).
Inzet van anderen
Daarnaast heeft Flevoland binnen het NNN nog
•
Het Rijk onderzoekt of solitaire bomen en
een beperkte inrichtingsopgave van circa 40 ha. Dit
landschapselementen beter beschermd kunnen
betreft open plekken waar nog bos moet ontstaan,
worden onder de Wet natuurbescherming (zie de
ofwel natuurlijk, ofwel via aanplant. Ook kan binnen
landelijke bossenstrategie). Wij volgen de resul-
het nog lopende natuurrealisatieproject Eemvallei
taten van dit onderzoek en kunnen deze indien
(onderdeel van het Programma Nieuwe Natuur) voor
wenselijk implementeren.
maximaal 25 ha aan nieuw bos worden ingericht.
•
• •
Partners die vaak te maken krijgen met boscompensatie (gemeenten, Rijkswaterstaat) denken
Waarom willen we dit?
mee over het aangescherpte instrumentarium,
Om de opgave op het gebied van koolstofvastleg-
en over de consequenties voor het ruimtelijke
ging die voortvloeit uit het klimaatakkoord te rea-
beleid. We vragen hen ook hun eigen beleid op
liseren en om de huidige boskernen te versterken
dit punt in lijn te brengen met dat van ons (bv
- iets dat naar verwachting een gunstig effect heeft
de compensatiebank van de gemeente Almere).
op de biodiversiteit.
We stemmen de werkzaamheden aangaande het toezicht op de boscompensatie af met de OFGV
Hoe willen we dit bereiken?
Bij het inrichten van de compensatiebank en het
Na de vaststelling van de bossenstrategie zullen de
eventueel in de toekomst uit te werken provin-
terreinbeheerders uitwerken op welke manier ze
ciale grondbeleid zoeken we de samenwerking
de extra hectares bos zullen realiseren. Uiteindelijk
met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). We bekijken
brengen ze in kaart welke gronden daadwerkelijk 26
5.3.1. Bos en wonen
zullen worden omgevormd en tegen welke kosten. Het is de verwachting dat deze kosten opgevangen kunnen worden met nieuwe verdienmodellen (zoals
Wat willen we bereiken?
de uitgifte van koolstofcertificaten). We verwachten
Het aanleggen van bosgebieden in dorpen en
dat de omvorming binnen enkele jaren plaats kan
steden en nabij of te midden van nieuw te reali-
vinden. Het beheer daarna kan worden betaald uit
seren woongebieden. Hiermee zorgen we ervoor
de huidige budgetten.
dat de reeds bestaande groene omgeving van de Flevolandse kernen verder versterkt wordt en dat
Eigen inzet
nieuwe woonplekken in onze provincie een groen en
•
Ondersteuning van de terreinbeheerders.
natuurlijk karakter krijgen.
•
Financiering van het beheer na omvorming.
•
Wijziging van het Natuurbeheerplan naar aanlei-
We vullen deze ambitie op drie manieren in. Ten
ding van de omvorming.
eerste koppelen we deze ambitie aan gemeentelijke initiatieven om binnen hun steden en dorpen tot
Inzet van anderen
nieuwe bosaanleg te komen. Ten tweede realiseren
•
De terreinbeheerders zijn de trekkers van de
we nabij nieuwe woonwijken extra bos. We gaan hier-
uitwerking en implementatie van de omvorming.
bij uit van gemiddeld 100 m2 bosaanleg per woning. Ten derde kunnen we een gedeelte van de nog te bouwen huizen aanmerken als boswoning. Daarbij
5.3. Overige bosuitbreiding (vlakdekkend)
worden de huizen midden in het nieuw aangeplante bos geplaatst. Woonwijken die op deze manier worden aangelegd, hebben een groter ruimtebeslag (cir-
In deze paragraaf komen verschillende opties aan
ca 100 ha voor 1.000 woningen, dus 10 woningen per
bod waarmee nieuwe bossen gerealiseerd kunnen
ha), maar kunnen een verrijking voor het Flevolandse
worden. Het gaat om bosaanleg gecombineerd met
woningaanbod zijn. Dit levert een extra bosaanleg
wonen (paragraaf 5.3.1) en het aanleggen van kli-
van 600 m2 per woning op (er vanuit gaande dat 60%
maatbos (paragraaf 5.3.2). De eerste optie is in de
van het gerealiseerde bos openbaar toegankelijk is).
prioriteringsladder “groen” gemarkeerd, de tweede
We bekijken tegelijkertijd of we deze woningen kun-
“geel” (zie paragraaf 3.2.2).
nen realiseren met houtbouw (zie paragraaf 7.1).
27
Bij de laatste twee manieren haken we aan bij de
afspraken hiertoe vast in ons ruimtelijke beleid,
woningbouwopgave waar we de komende jaren mee
afgestemd met de betreffende gemeenten. Hiertoe
te maken krijgen. Hoe groot deze opgave precies
kunnen we een systematiek voor ruimtelijke inpas-
is, is nog niet duidelijk. We hanteren daarom het
sing ontwikkelen die ook bij andere ruimtelijke ont-
aantal van 100.000 nieuwe woningen. Ongeveer
wikkelingen ingezet kan worden (zie paragraaf 6.1.2).
tweederde van deze opgave (betreffende 63.000
Het is van belang hierbij goed te kijken naar andere
woningen) is reeds concreet uitgewerkt in plannen
ruimteclaims aan rand van onze kernen; waar moge-
en / of locaties. Het is de bedoeling dat een groot
lijk willen we functies combineren.
deel van deze woningen voor 2030 gebouwd wordt. Voor de rest van de nieuw te bouwen huizen (circa
We onderzoeken daarbij tegelijkertijd hoe de aanleg
37.000) bevindt de planvorming zich nog in de beg-
van het extra bosgebied gefinancierd kan worden.
infase. Het gaat daarbij om woningen in Oosterwold
We willen hierbij een voorkeur uitspreken voor het
(Almere / Zeewolde, circa 10.000), Warande
integreren van de “groene” en “rode” ambities in
(Lelystad, ook circa 10.000), Emmeloord (circa 5.000)
één integraal plan voor de grondexploitatie, waarbij
en Dronten (circa 12.000).
het extra bos gefinancierd wordt met de opbrengsten van de woningbouwontwikkeling. Het is de
Op de middellange termijn willen we zowel binnen
verwachting dat dit in ieder geval deels (en wellicht
het huidige stedelijke gebied als nabij de reeds in-
in zijn geheel) mogelijk is. Woningen in een groene
getekende 63.000 woningen extra bos realiseren. We
omgeving zijn immers waardevoller dan vergelijkba-
gaan hierbij zorgvuldig te werk en respecteren reeds
re woningen die niet in het groen liggen .
gemaakte afspraken. Het is ons streven om op deze manier tot en met 2030 grofweg 370 ha extra bos
We stellen tenslotte voor te onderzoeken of er bij de
aan te leggen. Op de lange termijn willen we, gekop-
hierboven genoemde gemeenten draagvlak is voor
peld aan de 37.000 woningen die na 2030 gebouwd
boswoonwijken, waarbij huizen in het nieuw aan te
worden, nog eens 200 ha extra bos realiseren. Dit
leggen bosgebied gesitueerd worden. Kanttekening
brengt de bandbreedte van deze ambitie op 370 tot
hierbij is dat tenminste 60% van het te realiseren
570 ha. Het is overigens van belang dat we bij het
bosgebied openbaar toegankelijk is.
aanleggen van deze bossen oog hebben voor zowel de ecologische als landschappelijke inpasbaarheid
Eigen inzet
van de nieuwe bossen.
•
In overleggen met gemeenten en het Rijk benadrukken we het belang van de aanleg van
Waarom willen we dit?
extra bos binnen bestaande en rondom nieuwe
Omdat we het van belang vinden dat de bewoners
woonwijken. We leggen dit eventueel vast in
van de nieuwe woonwijken in een groene leefom-
een inpassingssystematiek als onderdeel van
geving terecht komen, vergelijkbaar met de rest van
het ruimtelijk beleid (Omgevingsvisie en / of
onze provincie. Wonen in het groen heeft immers een
Omgevingsverordening; zie ook paragraaf 6.1.2).
positieve invloed op het welbevinden. Bovendien kan
•
Ook denken we met de gemeenten na over even-
een groen woningaanbod een wervend perspectief
tuele financieringsconstructies en over moge-
zijn voor mensen die overwegen zich in onze provin-
lijke locaties voor zowel woning- als bosaanleg.
cie te vestigen. Verder leggen de nieuw aan te leggen
Daarbij houden we rekening met andere func-
bosgebieden koolstof vast en dragen ze bij aan de
ties, zoals landbouw en natuur.
versterking van de biodiversiteit.
•
Bij de aanleg van het nieuwe bos zorgen we voor een goede landschappelijke en ecologische
Hoe willen we dit bereiken?
onderbouwing.
We bekijken met de betrokken gemeenten – Almere, Zeewolde, Lelystad, Dronten, Noordoostpolder - op
Inzet van anderen
welke manier bosaanleg binnen het bestaande ste-
•
We vragen de gemeenten om samen met ons in
delijke gebied gestimuleerd kan worden. Daarnaast
te zetten op het combineren van bosaanleg en
inventariseren we hoe de realisatie van de resteren-
wonen. Overigens hebben gemeenten net als wij
de woningbouwopgave gecombineerd kan worden
een opgave hiertoe via het Klimaatakkoord. Dit
met extra bosaanleg. Indien nodig leggen we de
dienen ze te regelen via hun Omgevingsvisies. 28
•
We treden in overleg met het Rijk over de inzet
Verder houden we de ontwikkeling van het klimaat-
van gronden van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).
bos scherp in de gaten; dit om te voorkomen dat de
Het Rijk heeft aangegeven dat gronden van het
compensatiebank overvraagd wordt waardoor het
RVB een bijdrage te leveren aan maatschappe-
realiseren van de compensatieopgave in de knel kan
lijke doelen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door
komen. Indien nodig remmen we de ontwikkeling
via de grondexploitatie bij te dragen aan extra
van het klimaatbos af.
bosaanleg in het kader van het klimaatbeleid . Met de geschatte hectares kunnen de bossen aan
5.3.2. Klimaatbos
de oostrand van de provincie versterkt worden en ontstaat er een verbinding tussen een aantal be-
Wat willen we bereiken?
staande bosgebieden door het aanleggen van “step-
De aanleg van nieuwe bossen op locaties die vanuit
ping stones”. Ook kan het klimaatbos nabij stedelijk
het biodiversiteits-, landschaps- en recreatiebelang
gebied gerealiseerd worden, om te voorzien in de
beredeneerd gewenst zijn. Het aanplanten van der-
recreatiebehoefte van de inwoners. Tenslotte willen
gelijk bos wordt bekostigd en gerealiseerd door par-
we ook onderzoeken of er mogelijkheden zijn om
tijen die hun CO2 uitstoot willen compenseren. In
buitendijks tot bosontwikkeling te komen.
ruil daarvoor ontvangen zij dan koolstofcertificaten.
Waarom willen we dit? Een eerste inschatting wijst uit dat tussen de 80 ha
Omdat we andere partijen de ruimte willen bieden
en 215 ha aan klimaatbos wenselijk is. De variatie in
om hun impact op het klimaat te compenseren via
de bandbreedte komt voort uit de omvang van de te
het aanleggen van nieuwe bossen. Deze bossentra-
realiseren bospercelen (minimale versus maximale
tegie is immers bedoeld om de opgave op dat vlak
varianten). We gaan er hierbij vanuit dat den minste
te concretiseren; door andere partijen de moge-
180 ha en maximaal 315 ha aan bosontwikkeling
lijkheid te bieden klimaatbos aan te leggen bieden
gewenst is, en dat in 10 jaar tijd ongeveer 100 ha
we hen de kans om ook een steentje bij te dragen,
hiervan nodig is voor boscompensatie (zie paragraaf
terwijl ze tegelijkertijd een bijdrage leveren aan het
5.1). Als blijkt dat de compensatiebehoefte hiervan
realiseren van de Flevolandse opgave. De nieuwe
afwijkt kan het beschikbare areaal aan klimaatbos
bossen die op deze manier aangelegd worden kun-
aangepast worden.
nen bovendien bijdragen aan de versterking van de biodiversiteit, het Flevolandse landschap en de recreatiebehoefte van de Flevolanders.
Hoe willen we dit bereiken?
onderzoekspilot op te zetten waarmee geëxperi-
We bepalen op welke plek het aanleggen van extra
menteerd wordt met bosaanleg in ruil voor deze
bos wenselijk is, waarbij we versterking van de bio-
certificaten .
diversiteit, landschappelijke wenselijkheid en be-
•
We onderzoeken of het budget dat via het
reikbaarheid voor recreanten als criteria gebruiken.
Programma Natuur beschikbaar is voor de
Ook houden we rekening met de landbouwkundige
compensatie van bos dat verdwenen is vanwege
situatie: gronden die bijvoorbeeld (op termijn) min-
Natura 2000 herstelmaatregelen in onze provin-
der geschikt zijn voor landbouw komen eerder in
cie besteed kan worden .
aanmerking.
•
We kunnen de aanleg van klimaatbos faciliteren via onze nog op te zetten compensatiebank. Dit
Vervolgens zien we twee manieren om tot realisatie
betekent dat we de aankoop van de benodigde
over te gaan:
gronden kunnen voorfinancieren.
•
We faciliteren de realisatie van klimaatbos door
•
de betreffende grondeigenaren in contact te
ren die zelf bos willen aanleggen op eigen grond
brengen met partijen die hun CO2 uitstoot willen
kunnen faciliteren.
compenseren. Het ligt voor de hand om hier ook
•
We onderzoeken op welke manier we particulie-
•
Indien blijkt dat aanleg van klimaatbos bijdraagt
een partij bij te betrekken die als intermediair
aan het oplossen van de stikstofproblematiek
op kan treden.
leggen we een koppeling met de gebiedsgerichte
We schaffen zelf de beoogde gronden aan om
aanpak stikstof; de aanleg van het klimaatbos
die vervolgens weer te verkopen aan geïnteres-
kan in dat geval wellicht deels bekostigd worden
seerde partijen. Dit proces kan georganiseerd
met middelen uit deze aanpak.
worden via de nog op te zetten compensatiebank (die daarmee zowel voor bos- en natuur-
Inzet van anderen
compensatie als voor klimaatcompensatie gaat
•
functioneren).
We vragen partijen die werken aan het opzetten van een nationale koolstofmarkt om een trekkersrol te vervullen bij het realiseren van
Vooralsnog zijn we niet voornemens om zelf te in-
klimaatbos. Een voorbeeld van een dergelijke
vesteren in de aanleg van klimaatbos. Als blijkt dat
partij is de Stichting Nationale Koolstofmarkt.
er alsnog aanvullende middelen beschikbaar ko-
Eventueel kan dit samenvallen met het opzetten
men – bijvoorbeeld via de boscompensatieopgave
van een onderzoekspilot.
die onderdeel is van het Programma Natuur of via
•
de gebiedsgerichte aanpak stikstof – kunnen we
We roepen Flevolandse bedrijven die koolstofcertificaten willen verkrijgen op om te participe-
overwegen de ontwikkeling van klimaatbos te (co)
ren in de aanleg van het Flevolandse klimaatbos.
financieren.
•
We roepen grondeigenaren die interesse hebben in het aanleggen van bos op om samen met ons
Wat we tenslotte nader willen onderzoeken is of we
te onderzoeken op welke manier de provincie
particulieren die op eigen grond bos willen realise-
het betreffende initiatief kan ondersteunen.
ren kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door indien
•
We treden in overleg met het
wenselijk de afwaardering van de grond (deels) te
Rijksvastgoedbedrijf, om te kijken of zij ons
compenseren.
kunnen helpen met het beschikbaar krijgen van de benodigde gronden. Ook bekijken we of zij
Eigen inzet
daarmee een deel van de eigen maatschappelij-
•
ke opgave kunnen invullen.
We bepalen via ons ruimtelijk beleid op welke plekken bosaanleg wenselijk is, waarbij we de
•
•
klimaatbos eventueel een beroep kunnen doen
We brengen de partijen die tot realisatie over
op Europese subsidies, bijvoorbeeld via de
kunnen gaan bij elkaar (zie onder) •
We bekijken of we bij de financiering van het
eerste inschatting verder uitwerken.
Biodiversiteitsstrategie of het LIFE Climate fonds.
We ondersteunen de Stichting Nationale
•
We vragen de terreinbeheerders of zij als de
Koolstofmarkt in hun streven om een syste-
uiteindelijke beheerders van de klimaatbossen
matiek voor koolstofcertificaten uit te werken.
willen optreden.
Ook streven we ernaar om in Flevoland een 30
6. Bomen buiten het bos Waar het in de voorgaande hoofdstukken ging
6.1.1. Landschapsherstel & ontwikkeling
over bossen, gaat dit hoofdstuk in op bomen en bosschages buiten het bos, zowel in het landelijk
Wat willen we bereiken?
gebied (paragraaf 6.1), als in dorpen en steden (pa-
Herstel en ontwikkeling van houtige landschap-
ragraaf 6.2).
selementen binnen onze provincie; enerzijds ter vervanging van beplanting die in de loop van de
6.1. In het landelijk gebied
tijd verdwenen is (zodat de oorspronkelijke beplantingsstructuur van Flevoland terugkeert) en anderzijds aanplanten op nieuwe kansrijke locaties.
In deze paragraaf gaan we in op houtige landschap-
Deze ambitie stemmen we af met het nieuwe pro-
selementen als lanen, singels, erfsingels en hout-
vinciale landschapsbeleid zoals geschetst in onze
wallen. Deze elementen maken deel uit van het ken-
Landschapsvisie.
merkende raamwerk van het Flevolandse landschap (zie ook het handboek kernkwaliteiten als bijlage bij
Het is onze inschatting dat we op deze manier tus-
de Landschapsvisie). Eerst gaan we in op herstel en
sen de 165 ha en 280 ha aan nieuwe bosschages
ontwikkeling van deze elementen (paragraaf 6.1.1),
kunnen realiseren. Hiermee dragen we bij aan de
daarna op de rol die landschapselementen kunnen
ambitie van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, dat
spelen bij de ruimtelijke inpassing van grote ruim-
streeft naar 10% groenblauwe dooradering in het
telijke ontwikkelingen (paragraaf 6.1.2). Tenslotte be-
landelijk gebied, waarvan 5% via houtige elementen.
steden we aandacht aan bosaanleg gecombineerd
Dit areaal is bepaald door een inventarisatie van
met landbouw (paragraaf 6.1.3).
mogelijke aanplant binnen bestaande landschappelijke structuren. Enerzijds gaat het daarbij om provinciale en lokale wegen, anderzijds om erfsingels en waterlopen. Ook kunnen we overhoeken, taluds en agrarische bouwpercelen waar mogelijk benutten.
Waarom willen we dit?
Om tot realisatie te komen is het ten eerste van
Mooie en vitale landschapselementen horen bij het
belang om te inventariseren of, en zo ja waar, er bo-
karakter van onze provincie; ze worden zeer gewaar-
men aangeplant kunnen worden op grond in eigen-
deerd door onze inwoners. Bovendien leggen land-
dom van de provincie. Daarnaast is het essentieel
schapselementen koolstof vast en versterken ze de
om andere grondeigenaren mee te krijgen. We doen
biodiversiteit doordat ze enerzijds zorgen voor groe-
daarom een beroep op deze partijen om de aanleg
ne dooradering van het landelijk gebied en doordat
van elementen ter hand te nemen. Om het draag-
ze anderzijds natuurgebieden met elkaar verbinden.
vlak te stimuleren zorgen we voor zo veel mogelijk
Ook dragen ze bij aan het bestrijden van plagen in
ondersteuning, waarbij we eventueel de aanleg en
agrarische gebieden omdat ze (aanvullend) leefge-
het beheer van de elementen kunnen bekostigen.
bied vormen voor bij voorbeeld insecten en vogels.
Ook kunnen we onderzoeken welke mogelijkheden
Die zijn belangrijk voor de bestrijding van plagen. In
er zijn een gedeeltelijke afwaardering van de grond
tegenstelling tot veel akkers blijven landschapsele-
te realiseren, en hoe dit gefinancierd zou kunnen
menten bijvoorbeeld ’s winters begroeid en is de
worden. Tenslotte willen we in kaart brengen of er
bodem bedekt met organisch materiaal. Hierin kun-
belemmeringen zijn – bijvoorbeeld in wet- en regel-
nen (roof)insecten overleven en daardoor sneller
geving – die de aanleg van landschapselementen
reageren als zich een plaag dreigt te ontwikkelen.
in de weg staan. Is dit het geval, dan zullen we ons inspannen om deze belemmeringen weg te nemen,
Hoe willen we dit bereiken?
waarbij we de samenwerking zoeken met de ge-
Zoals gezegd is al in kaart gebracht op welke plek-
meenten.
ken de realisatie van landschapselementen idealiter mogelijk is. Dit op basis van de oorspronkelijke
Cofinanciering kan wellicht komen uit de Structurele
Flevolandse situatie, aangevuld met enkele kans-
Aanpak Stikstof en het GLB, en daarnaast stelt het
rijke aanvullende locaties. Deze stap is bespro-
Rijk een regeling open waarmee de aanplant van
ken met enkele partners en is afgestemd met de
landschapselementen gestimuleerd kan worden.
Landschapsvisie.
Deze laatste twee mogelijkheden worden verder verkend in het kader van de landelijke bossenstrategie.
Een volgende stap is het opstellen van een realisa-
Wij volgen en ondersteunen deze ontwikkelingen en
tieplan houtige landschapselementen, afgestemd
passen de oplossingen toe in onze provincie.
op het draagvlak van onze partners, van grondeigenaren, op de uitgangspunten van de uiteindelijke
Eigen inzet
Landschapsvisie en op eventuele financieringsmo-
•
gelijkheden. De gemaakte inventarisatie zal daarbij
We zorgen voor goede blijvende afstemming met de Landschapsvisie, ook in de uitvoering.
als uitgangspunt dienen.
•
We stellen een integrale uitvoeringsagenda op, verbonden aan het Programma Flevoland
Dit betekent dat we de bovengenoemde ambitie
Natuurinclusief (zie paragraaf 8.1).
verder zullen concretiseren en “afpellen”, afhanke-
•
We kunnen een financiële bijdrage leveren aan
lijk van de uiteindelijke haalbaarheid van de voor-
de uiteindelijke aanleg en beheer van land-
stellen. Zo moeten we onder andere bekijken of het
schapselementen
aanleggen van landschapselementen overal wen-
•
We onderzoeken of er belemmeringen zijn bij
selijk is. Hierbij gaat het om integrale benadering
het realiseren van landschapselementen en be-
van vraagstukken. Zo moet een wens om tot laan-
kijken – indien dat zo blijkt te zijn – hoe we die
beplanting over te gaan worden afgewogen tegen
weg kunnen nemen.
zaken als verkeersveiligheid en het voorkomen van
•
We kijken of we extra landschapselementen
schade aan het wegdek, en eventuele gevolgen voor
langs provinciale infrastructuur kunnen realise-
de landbouw. Dit alles zal in een apart uitvoering-
ren, indien daar ruimte voor is of gemaakt kan
straject in nauwe samenhang met de ontwikkeling
worden. Dit wordt momenteel onderzocht.
van de Landschapsvisie plaatsvinden. Ook zorgen we voor goede afstemming met het actieplan biodi-
Inzet van anderen
versiteit.
•
We zijn afhankelijk van het draagvlak onder grondeigenaren, met name agrariërs. We ver-
32
•
• •
wachten dat deze partijen samen met ons aan
Hoe willen we dit bereiken?
de slag zullen gaan, ook omdat naarmate we
In ons ruimtelijk beleid willen we een systematiek
meer landschapselementen realiseren, er min-
ontwikkelen waarmee we inzichtelijk maken op
der vlakdekkend bos hoeft worden aangelegd
welke manier een ruimtelijke ontwikkeling land-
ten koste van landbouwgrond.
schappelijk ingepast kan worden. We trekken hierbij
We werken daarnaast samen met par-
samen op met de gemeenten . Vervolgens vragen
tijen als gemeenten, terreinbeheerders,
we initiatiefnemers om de opgave in te passen in
Stichting Landschapsbeheer, de Natuur- en
de omgeving. Deze plannen worden vervolgens be-
Milieufederatie Flevoland en Rijkswaterstaat en
oordeeld aan de hand van de nieuwe systematiek.
stimuleren hen om landschapsherstel- en ont-
De Landschapsvisie vormt daarbij het inhoudelijke
wikkeling op te pakken.
afwegingskader.
Met de gemeenten onderzoeken we of er belemmeringen zijn die we weg kunnen nemen.
Dit betekent ook dat het niet per definitie overal
We doen indien opportuun een beroep op
wenselijk is om rondom ruimtelijke ontwikkelin-
financiële middelen vanuit de Gebiedsgerichte
gen bos aan te planten (bijvoorbeeld wanneer het
Aanpak Stikstof, het GLB en de open te stellen
omringende landschap vooral open is). In dat geval
regeling van het Rijk (zie hierboven).
kunnen we kiezen voor andere vormen van inpassing, of kunnen we de initiatiefnemer elders in de
6.1.2. Landschappelijke inpassing van grote ruimtelijke ontwikkelingen
provincie een bijdrage laten leveren aan de versterking van het landschap (bijvoorbeeld via participatie in de realisatie van klimaatbos, zie paragraaf
Wat willen we bereiken?
5.3.2).
Een goede en significante landschappelijke inpassing van grote ruimtelijke ontwikkelingen als
In situaties als deze kan verder worden uitgegaan
zonnevelden, windmolens, datacentra of bedrij-
van alleen het inpassen, maar als “plus” daarop
venterreinen. We hebben een inschatting gemaakt
ook het verrijken van een stuk landschap met extra
van de ontwikkelingen die zich de komende 10 jaar
groen, vanuit bestaande en potentiële kwaliteiten
voor kunnen gaan doen, en wat het mogelijke ruim-
van de plek, inclusief het vergroten van de bele-
tebeslag daarvan is. De inschatting is dat dit zo’n
vingswaarde. We streven ernaar dat de financiering
3000 ha bedraagt voor zonnevelden, datacentra en
van de landschappelijke inpassing wordt meegeno-
bedrijventerreinen . Dit betekent dat we afhankelijk
men in de exploitatie van het initiatief. Bij het reali-
van de daadwerkelijke ontwikkelingen en de in-
seren van een eventuele “plus” kunnen we overwe-
passing daarvan op deze manier naar verwachting
gen mee te financieren.
tenminste 150 ha en maximaal 200 ha aan extra bosschages kunnen realiseren.
We verkennen of er een koppeling gelegd kan worden met de reeds bestaande gebiedsfondsen, be-
Waarom willen we dit?
heerd door de gemeenten. Het geld in deze fondsen
Wij zijn een ondernemende provincie en bie-
komt van de bouw van de windmolens en is be-
den graag ruimte aan dergelijke ontwikkelingen.
doeld voor kwaliteitsverbeteringen in de omgeving.
Tegelijkertijd willen we dat Flevoland er aantrek-
Uitgangspunt is dat de gemeenten en initiatiefne-
kelijk uit blijft zien. Daarom gebruiken we deze
mers in onderling overleg afspraken maken over de
grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen om, waar
besteding ervan. Het voorstel is om te onderzoeken
mogelijk, het landschap te verrijken en te verster-
of de fondsen ook gevuld kunnen worden vanuit
ken. Hiermee draagt de ontwikkeling in positieve
de exploitatie van andere grootschalige ruimtelijke
zin bij aan het landschap van Flevoland en aan het
ontwikkelingen (dus niet alleen windmolens, maar
draagvlak voor dergelijke ontwikkelingen bij de
ook zonnevelden, datacentra, bedrijventerreinen,
Flevolanders. Daarnaast dragen de landschapsele-
industriegebied etc).
menten die op deze manier gerealiseerd worden bij aan verschillende maatschappelijke doelen (zie
De nieuwe systematiek wordt niet toegepast op
paragraaf 6.1.1).
ontwikkelingen die reeds gerealiseerd zijn, of zich al in een vergevorderd stadium bevinden. Wel kunnen 33
we in overleg treden met exploitanten en / of eige-
Agroforestry als concept is met name bedoeld
naren om te kijken of zij op vrijwillige basis bereid
als alternatief voor akkerbouwers en veetelers;
zijn om tot landschappelijke inpassing over te gaan.
het richt zich dan ook op de agrarische sector.
Eventueel kunnen we deze partijen ondersteunen
2. Een voedselbos is een specifieke vorm van agro-
met kennis en (co)financiering.
forestry. Een dergelijk bos – zoals gedefinieerd door de Stichting Voedselbosbouw Nederland
Eigen inzet
– bestaat uit een vitaal ecosysteem dat door
•
Ontwikkeling van een systematiek om tot land-
mensen is ontworpen naar het voorbeeld van
schappelijke inpassing van grote ruimtelijke
een natuurlijk bos met het doel voedsel te
ontwikkelingen te komen.
produceren. Een voedselbos heeft minimaal vier
Borging van deze systematiek in het provinciale
vegetatielagen met veel verschillende soorten,
ruimtelijke beleid
waaronder een laag opgaande bomen en een rijk
Faciliteren van landschappelijke inpassing van
bosbodemleven. Het is dus een meer complexe
bestaande grote ruimtelijke projecten (met ken-
vorm van agroforestry die ook specifieke kennis
nis en / of (co)financiering).
vraagt van de beheerder. Afhankelijk van de
• •
locatie is een voedselbos minimaal een halve
Inzet van anderen
hectare groot. Na een opstartfase verschilt een
•
We vragen gemeenten om met ons samen te
voedselbos van gangbare landbouw doordat er
werken aan het ontwikkelen en borgen van een
een grotere spreiding in producten en oogst-
systematiek voor landschappelijke inpassing.
tijd is. De financiële opbrengsten zijn naar
Initiatiefnemers wordt gevraagd om de kosten
verwachting lager, maar dat geldt ook voor de
van de landschappelijke inpassing te dragen.
kosten, doordat traditionele agrarische activi-
Eigenaren en / of exploitanten van bestaande
teiten als grondbewerking, bemesting, inzaaien,
grote ruimtelijke projecten vragen we om op
onkruidbestrijding en gewasbescherming niet
vrijwillige basis tot landschappelijke inpassing
meer nodig zijn. Voedselbossen bevinden zich
over te gaan. We kunnen dit eventueel stimule-
in Nederland nog in een experimenteel stadi-
ren met kennis en / of (co)financiering.
um, waardoor veel initiatieven van particuliere
We betrekken (agrarische) grondeigenaren bij
grondeigenaren, natuurorganisaties en burger-
het zoeken naar ruimte voor inpassing. Te den-
groepen komen.
• •
•
ken valt onder andere aan ruimte op agrarische bouwpercelen.
Momenteel wordt er in onze provincie al druk geëxperimenteerd met dergelijke concepten. Zo is er
6.1.3. Bos en landbouw
een voedselbos van 6 ha in Emmeloord, wordt ca. 30 ha voedselbos aangeplant bij Almere en werkt
Wat willen we bereiken?
de WUR in het kader van een landelijk onderzoeks-
De ontwikkeling en toepassing van concepten waar-
programma (PPS Agroforestry) nabij Lelystad aan
bij bosaanleg en landbouw gecombineerd worden.
een proeftuin met agroforestry (de “boerderij van
Hierbij denken we aan twee varianten:
de toekomst”). Ook heeft de Stichting Weerwoud re-
1. Agroforestry. Hierbij wordt de teelt van gangbare
cent subsidie ontvangen om op het Utopia eiland in
éénjarige landbouwgewassen als aardappels en
Almere te experimenteren met agroforestry.
granen afgewisseld met stroken met meerjarige bomen en struiken. Deze vorm van landbouw
Tot nu toe is er echter nog geen concrete ambitie
maakt gebruik van natuurlijke gewasbescher-
geformuleerd betreffende het landbouwareaal dat
ming en heeft een positief effect op biodiversi-
gecombineerd wordt met bosaanleg. Met deze bos-
teit, waterkwaliteit en opbrengsten. Bovendien
senstrategie willen we een dergelijke ambitie wel
levert het vaak een aantrekkelijker landschap
formuleren. We streven ernaar dat in 2030 10 procent
op. Ook zijn er vormen van agroforestry die zich
van onze akkerbouwers op 10 procent van de grond
richten op extensieve veeteelt met veel aan-
voor agroforestry kiest. Dit betekent een areaal van
dacht voor dierenwelzijn. Zo zijn er voorbeelden
600 ha. Omdat we inschatten dat circa de helft daar-
van de aanleg van boomgaarden waarbij kippen
van bebost zal worden, rekenen we met een bijdrage
gehouden worden (silvopastoral systems).
aan de overkoepelende ambitie van 300 ha. 34
We kiezen voor het formuleren van een concrete
Hoe willen we dit bereiken?
ambitie omdat we vinden dat Flevoland een pro-
De ambities voor agroforestry willen we vooral rea-
vincie is die zich bij uitstek leent voor agroforestry.
liseren als onderdeel van agrarische bedrijven. We
Door het uitspreken van een kwantitatieve ambitie
integreren onze ambitie daarom met de realisatie
willen we de lat hoger leggen dan tot nu toe. Mocht
van het Programma Landbouw Meerdere Smaken.
op termijn blijken dat deze ambitie niet reëel is,
De kern van ons beleid is dat we ondernemers
dan kunnen we ervoor kiezen deze naar beneden
ondersteunen en stimuleren om de stap naar agro-
bij te stellen, waarbij we tegelijkertijd een andere
forestry te zetten, waarbij we de ambitie van de on-
deelambitie kunnen opschroeven (zie ook paragraaf
dernemer als uitgangspunt nemen. Het vinden van
8.3.3).
een solide verdienmodel is daarbij essentieel en een verantwoordelijkheid van de ondernemer.
In principe stimuleren we agroforestry in de hele provincie, maar speciale aandacht gaat uit naar
We onderzoeken verder samen met agrariërs, agrari-
het akkerbouwgebied nabij ons Natuurnetwerk; we
sche belangenorganisaties, gemeenten, Waterschap
verwachten namelijk dat agroforestry kan bijdra-
en Rijk welke belemmeringen agrariërs ervaren om
gen aan het creëren van overgangsgebieden tussen
de overstap te maken naar agroforestry en kijken
landbouw en natuur. Daarnaast stimuleren we de
of we kunnen helpen met het wegnemen hiervan.
ontwikkeling van agroforestry in Almere Oosterwold.
De inzichten en oplossingen van de taskforce “wet
Op plekken waar agroforestry niet gewenst is,
en regelgeving agroforestry” nemen we daarbij mee
bijvoorbeeld vanwege de openheid van het land-
(zie tabel 2).
schap, wordt de ontwikkeling niet gestimuleerd. De Landschapsvisie kan hierbij als inhoudelijk kader
Verder zoeken we naar middelen om ondernemers
dienen.
die willen omschakelen ook financieel te ondersteunen. Naast onze eigen middelen die reeds
Overigens hechten we eraan te vermelden dat als
beschikbaar zijn of komen bekijken we of stimu-
agroforestry op landbouwgrond gerealiseerd wordt
lering via het GLB mogelijk is. Ook kijken we of we
de bestemming niet gewijzigd hoeft te worden.
een beroep kunnen doen op het aangekondigde
Deze blijft in dat geval gewoon agrarisch. Verder is
Omschakelfonds Kringlooplandbouw en volgen we
het essentieel dat er een solide verdienmodel ten
de ontwikkelingen rondom een vergoedingssys-
grondslag ligt aan een eventuele omschakeling naar
tematiek voor geleverde ecosysteemdiensten (zie
agroforestry; als dit ontbreekt is een overstap voor
tabel 2).
een ondernemer niet reëel. We stimuleren daarnaast dat de ontwikkeling
Waarom willen we dit?
van de stadslandbouw in de nieuwe wijk Almere
Enerzijds omdat agroforestry en voedselbossen
Oosterwold (waar de helft van de 4300 ha aan op-
bijdragen aan de ambitie om extra koolstof vast te
pervlakte voor voedselproductie bedoeld is) die in
leggen. Anderzijds omdat agroforestry en voedsel-
ieder geval gedeeltelijk via agroforestry wordt inge-
bossen concepten zijn die kunnen zorgen voor een
vuld. In de toekomst verwezenlijkte hectares tellen
meer diverse manier van landbouw bedrijven. Het
we mee als onderdeel van de ambitierealisatie.
verhogen van deze diversiteit is één van de doel-
Ook stimuleren we maatschappelijke partijen om
stellingen van ons Programma Landbouw Meerdere
nieuwe voedselbossen te realiseren, niet alleen op
Smaken. Bovendien is agroforestry een vorm van
landbouwgrond maar bijvoorbeeld ook in (nog te
kringlooplandbouw. Stimulering hiervan is ook een
ontwikkelen) stedelijk gebied.
doel van Landbouw Meerdere Smaken, en van het
Tenslotte ondersteunen we de ontwikkeling van
ministerie van LNV. Tenslotte kan agroforestry een
relevante kennis over dit onderwerp, bijvoorbeeld
bijdrage leveren aan het verbeteren van de bodem-
door het steunen van een Community of Practice
kwaliteit, waterhuishouding, milieucondities en de
en een living lab agroforestry, gekoppeld aan de
biodiversiteit.
Floriade 2022.
35
Ambitie 2030
Actie
Trekker
Samen met
Financiële stimulering agroforestry
Het verkennen van het creëren van financiële prikkels voor agroforestry door middel van: a. Agroforestry te verankeren in het nieuwe GLB. Dit wordt onderzocht bij het Nationaal Strategisch Plan. b. Onderzoek naar mogelijkheden om bedrijven die willen omschakelen naar agroforestry te ondersteunen, bijvoorbeeld via voordelige fiscale regelingen en het aangekondigde Omschakelfonds Kringlooplandbouw. c. Onderzoeken naar mogelijkheden om ecosysteemdiensten (koolstofvastleggingkoolstofcertificaten, water vasthouden) te vergoeden.
LNV
Marktpartijen, partners van Deltaplan Biodiversiteitsherstel
Wegnemen van belemmeringen voor agroforestry
Het wegnemen belemmeringen voor agroforestry door middel van taskforce wet- en regelgeving.
LNV
Provincies, gemeenten en waterschappen, landbouwpartijen, en natuur- en landschapsorganisaties
Wegnemen van belemmeringen
Wegnemen knelpunten registratie agroforestry in percelenregister.
LNV
RVO
Tabel 2 Acties agroforestry in de landelijke bossenstrategie
6.2. In dorpen en steden
Eigen inzet •
•
• • •
We versterken het stimuleren van agroforestry via Landbouw Meerdere Smaken, waarbij we
Wat willen we bereiken?
rekening houden met locaties waar stimulering
Naast de ontwikkeling van extra bos binnen be-
onwenselijk is.
staande dorpen en steden (zie paragraaf 5.3.1) willen
We kijken of we nieuwe financieringsbronnen
we faciliteren dat er ook op andere manieren meer
voor het stimuleren van agroforestry kunnen
groen binnen de bebouwde kom gerealiseerd wordt
aanboren.
en dat bestaande bomen en bosschages zoveel mo-
We stimuleren agroforestry bij de ontwikkeling
gelijk behouden blijven. Daarbij valt bijvoorbeeld
van stadslandbouw in Almere Oosterwold.
ook te denken aan innovatieve manieren om bur-
We brengen in kaart welke belemmeringen agra-
gers te betrekken bij het aanplanten van bomen en
riërs ervaren en helpen hen deze op te lossen.
hen aan te moedigen hun eigen tuin te vergroenen,
We ondersteunen via Landbouw Meerdere
danwel niet te verstenen. Hierin willen we samen
Smaken de ontwikkeling van nieuwe voedselbos-
optrekken met de gemeenten.
sen door maatschappelijke partijen.
Waarom willen we dit? Inzet van anderen
Bij de aanleg van de Flevolandse kernen is reeds re-
•
We doen een beroep op de Flevolandse akker-
latief veel ruimte geboden aan groen. Deze kernkwa-
bouwers om een omschakeling naar agroforestry
liteit willen we behouden en kunnen we nog verder
in overweging te nemen en ondersteunen hen bij
versterken, vanuit de gedachte dat iedere boom
de zoektocht naar een geschikt verdienmodel.
erbij meerwaarde heeft. Voor biodiversiteit, voor
We zien een belangrijke rol weggelegd voor
verkoeling, voor afvang van fijnstof, voor het tegen-
de proeftuin van de WUR in Lelystad en van
gaan van wateroverlast en voor het algemeen wel-
het living lab verbonden aan de Floriade
bevinden van mensen. Het is zelfs zo dat groen in de
2022. De kennis die hier ontwikkeld wordt kan
buurt de waarde van de huizen doet toenemen. Ook
Flevolandbreed worden ingezet.
willen we huizen zo veel mogelijk verbinden met het
We vragen de gemeenten, Rijk en Waterschap
groen om de kernen heen.
•
•
samen met ons te kijken naar het wegnemen van
Hoe willen we dit bereiken?
eventuele belemmeringen in wet- en regelgeving.
Acties gerelateerd aan deze ambitie liggen vooral bij de gemeenten en organisaties als Stichting Landschapsbeheer, de Natuur- en Milieufederatie 36
Flevoland en IVN. De vergroeningsconcepten van het
Eigen inzet
IVN (zoals tiny forests, eettuintjes en buurtcampag-
•
Participatie in een actieplan, bij voorkeur
nes) passen hier reeds goed in. Met de verschillende
gekoppeld aan het Actieplan biodiversiteit en
projecten die onder het Plan Boom vallen is de
de vermaatschappelijking van het natuurbe-
Natuur- en Milieufederatie Flevoland reeds bezig
leid, en ingebed in het Programma Flevoland
met het aanplanten van nieuwe bomen. Ook be-
Natuurinclusief
drijven en welzijnsorganisaties kunnen hier een rol
•
Eventueel een stimuleringsregeling bieden voor
spelen. In het kader van het landelijke traject bos-
vergroeningsprojecten binnen de gemeenten
senstrategie wordt verder gewerkt aan het opzetten
(waarbij we de gemeenten cofinancieren)
van een leernetwerk vergroening steden en dorpen.
•
Met de gemeenten in gesprek gaan over de toe-
Ook komt er een expertgroep over bomen en ruim-
passing van het instrumentarium ter behoud van
telijke ordening (zie verder tekstbox 6).
bomen en bosschages.
Wij kunnen hier op aanhaken en de gemeenten
Inzet van anderen
stimuleren om hier aandacht aan te besteden.
•
Gemeenten, Stichting Landschapsbeheer, NMF
Daarnaast kunnen we deze ambitie meenemen in
Flevoland en IVN hebben een trekkende rol,
onze activiteiten in het kader van het Actieplan
eventueel aangevuld met bedrijven en welzijn-
biodiversiteit, waarbij we samen met de gemeenten
sorganisaties. We stimuleren hen om op dit vlak
optrekken. We kunnen gemeenten eventueel ook
initiatieven te ontwikkelen.
ondersteunen met cofinanciering, bijvoorbeeld voor
•
Samen met hierboven genoemde partners on-
vergroeningsprojecten. Ook ondersteunen we een
derzoeken we manieren om burgerparticipatie
initiatief als de landelijke Boomfeestdag.
op dit punt te versterken en er eventueel bij aan te haken.
Het instrumentarium dat we buiten de bebouwde
•
kom kunnen inzetten om bosschages te beschermen
Rijk en gemeenten werken aan een leernetwerk en een expertgroep.
(kapmelding, kapverbod, herplantplicht) geldt binnen de bebouwde kom niet. Wel kunnen gemeenten zelf een kapvergunningsstelsel inrichten, via een lokale verordening (zoals de APV). We kunnen met de gemeenten in gesprek gaan over de manier waarop zij dergelijk instrumentarium toepassen.
Meer bomen in en rond steden en dorpen •
Opzet van een leernetwerk over integrale vergroening van steden en dorpen, inclusief verkenning van financieringsmogelijkheden
•
Een jaarlijks congres over groen in steden en dorpen
•
Doorontwikkeling van beslissingsondersteunende instrumenten om de kosten en baten van groen goed in beeld te brengen (zoals de TEEB-stad tool en de Atlas Natuurlijk Kapitaal)
•
Instellen van een expertgroep bomen en groen in het ruimtelijke beleid. Deze groep gaat zich onder andere bezighouden met: -
Bosuitbreiding nabij woonwijken, bijvoorbeeld via bovenplans verevenen en het ontwerpbesluit “publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen”
-
Behoud van stedelijk groen via de Omgevingswet (bijvoorbeeld door te gaan werken met een groennorm)
•
Ondersteuning van de boomfeestdag; geen kind verlaat de basisschool zonder een boom te hebben geplant.
Tekstbox 6 Acties voor meer bomen in en rond steden en dorpen uit de landelijke bossenstrategie 37
7. Duurzame benutting en beleving Dit hoofdstuk gaat in op het gebruik van het
worden voor de houtige biomassa die in Flevoland
Flevolandse bos. Duurzame benutting is daarbij het
geoogst wordt (bijvoorbeeld als bodemverbeteraar).
uitgangspunt. We onderscheiden twee aspecten: grondstofvoorziening en recreatie .
Al met al achten we, in lijn met de landelijke bossenstrategie, een lichte toename van de houtoogst
7.1. Grondstofvoorziening
op termijn verantwoord. Dit komt door de verwachte extra aangroei van hout binnen onze provinciegrenzen, enerzijds door de aangekondigde vitaliserings-
Wat willen we bereiken?
slag (zie hoofdstuk 4) en anderzijds door het extra
Versterken van de teelt en verwerking van hout en
bosareaal dat we willen realiseren (zie de paragra-
/ of houtvezels ten behoeve van toepassing in de
fen 5.2, 5.3 en 6.1).
circulaire economie, zo mogelijk binnen Flevoland, met name in de woningbouw. Hierbij hanteren we
Het duurt echter tenminste enkele decennia voordat
het cascadeprincipe, dat uitgaat van een zo hoog-
dit extra bosareaal tot hoogwaardige houtproductie
waardig mogelijke toepassing van de grondstoffen;
leidt. Daarom gaan we bij de versterking van de toe-
pas als hoogwaardige toepassing niet (meer) mo-
passing van hout binnen Flevoland in eerste instan-
gelijk is, kan worden overgegaan tot laagwaardiger
tie uit van het huidige niveau van houtproductie
toepassingen.
(zo’n 28.000 m3 per jaar). Dit betekent dat de ambitie op dit punt grenzen heeft. Het is bijvoorbeeld
Het is dus niet de bedoeling dat er grootschalig
niet mogelijk om de gehele woningbouwopgave met
biomassa geoogst gaat worden ten behoeve van
Flevolands hout te realiseren.
toepassing in energiecentrales. Dergelijk gebruik van biomassa zal de komende jaren sowieso worden af-
Waarom willen we dit?
geschaald, een ontwikkeling die ook in de landelijke
De provincie heeft als ambitie om in 2030 een be-
bossenstrategie wordt aangekondigd. We willen be-
langrijke grondstoffenleverancier voor de circulaire
kijken of er ook een andere toepassing gevonden kan
economie te zijn. Hout is een van deze grondstoffen,
bijvoorbeeld toepasbaar in de bouw. Ook houtvezels
modellen gebaseerd op het verbouwen en oogsten
kunnen daarvoor gebruikt worden. Bovendien is de
van hout en / of houtvezels. Op termijn kunnen
potentiële bijdrage van Flevoland op het gebied van
deze bijvoorbeeld worden benut in de Flevolandse
houtproductie substantieel De oogst van biomas-
woningbouw. Een concreet project waar we werk
sa (reststromen) bedraagt 17.500 ton . De teelt van
van willen maken is de proeftuin houtbouw (zie
houtvezels als hennep is daarentegen nog beperkt.
tekstbox 7). We sluiten tevens aan bij het nog op te stellen beleidsprogramma “biobased bouwen”
Het loont daarom de moeite om de Flevolandse pro-
van de Ministeries van BZK en LNV en de daarbij
ductieketen van hout, houtvezels en houtige rest-
behorende stimuleringsregeling hoogwaardige
stromen onder de loep te nemen. Groot voordeel
toepassing loofhout (de komst van dit programma
hierbij is dat deze ontwikkeling op verschillende
cq regeling is aangekondigd in de landelijke bos-
manieren bij kan dragen aan het terugdringen van
senstrategie).
de CO2 uitstoot. Enerzijds doordat op deze manier bij de bouw veel minder CO2 vrijkomt. Anderzijds
Op dit moment schatten we in dat dergelijke ver-
doordat met het toepassen van houtige biomassa in
dienmodellen vooralsnog niet zullen leiden tot een
woningbouw koolstof langdurig wordt vastgelegd.
significante toename van het Flevolandse bosareaal, bijvoorbeeld via de aanleg van nieuwe productie-
Hoe willen we dit bereiken?
bossen. Daarom is deze ambitie vooralsnog niet
We onderzoeken samen met het Programma
gekwantificeerd en maakt ze geen deel uit van onze
Circulaire Economie of we kunnen stimuleren
overkoepelende ambitie van 1200 ha aan bosuit-
dat Flevolands hout, Flevolandse houtvezels en
breiding. Als in de toekomst echter blijkt dat een
Flevolandse reststromen in onze eigen provincie
dergelijke toename wel reëel is, kunnen we alsnog
worden toegepast, op een zo hoogwaardig moge-
een aanvullende kwantitatieve ambitie formuleren.
lijke manier. Wellicht kunnen de reststromen bij-
Deze kan dan eventueel worden verrekend met de
voorbeeld worden toegepast als bodemverbeteraar
andere kwantitatieve deelambities.
en kan Flevolands hout meer dan nu het geval is gebruikt worden in de Flevolandse woningbouw-
Eigen inzet
opgave, waarbij we zoals gezegd rekening moeten
•
We onderzoeken de productieketen van hout,
houden met de huidige omvang van de Flevolandse
houtvezels en houtige biomassa en kijken of we
houtproductie als inkadering. Ook kunnen we on-
deze kunnen optimaliseren richting een circulai-
derzoeken of het verbouwen van houtvezels poten-
re toepassing. Hiertoe trekken we samen op met
tie heeft. Hierbij zoeken we de samenwerking met
het Programma Circulaire Economie.
Landbouw Meerdere Smaken.
Inzet van anderen In dit kader onderzoeken we ook in hoeverre inves-
•
We werken samen met Flevolandse ondernemers
teringen in kwalitatief hoogwaardig beheer kunnen
uit de houtproductiesector en met de houtpro-
bijdragen aan hoogwaardige afzetmogelijkheden.
ducenten, onder andere in ons onderzoek naar
Dit vraagt om investeringen in het bos in de vorm
investeringen in hoogwaardig beheer en bij het
van capaciteit en geld, maar deze investeren kun-
optimaliseren van de houtketen.
nen wellicht worden terugverdient door de verkoop
•
We onderzoeken of, en zo ja hoe, we kunnen
van hoogwaardige producten. We bekijken tevens
stimuleren dat Flevolandse houtproducten in
of hiervoor voldoende belangstelling is vanuit de
Flevoland gebruikt gaan worden. Hierbij kunnen
markt. Dit streven is gerelateerd aan de vitalise-
we partijen uit de vraag- en aanbodhoek bij
ringsslag die we in ons bos voor ogen hebben (zie
elkaar brengen. We kijken of dit bijvoorbeeld
hoofdstuk 4). In het onderzoek dat we in het kader
toegepast kan worden in de proeftuin houtbouw.
van deze vitaliseringsslag hebben laten uitvoeren
Daarbij zoeken we samenwerking met partijen
is een eerste aanzet gedaan om tot andere beheer-
als Holland Houtbouw.
vormen te komen. Indien gewenst kunnen we hier
•
vervolgonderzoek naar laten doen.
We zoeken aansluiting bij het beleidsprogramma “biobased bouwen” van de Ministeries van BZK en LNV en kijken of we een beroep kunnen doen
Verder bekijken we de potentie van nieuwe verdien-
op het React-EU programma 39
Proeftuin houtbouw Woningen bouwen met hout is in Nederland nog relatief ongewoon. De potentie ervan is echter groot. Niet alleen scoort houtbouw goed op klimaatimpact en circulariteit, het kan ook relatief snel gerealiseerd worden. Er is veel ervaring met houtbouw, met name in Scandinavië, maar dit betreft vooral individuele gebouwen: woningen, maar ook scholen en ziekenhuizen. Er zijn nog maar heel weinig complete woonwijken gebaseerd op houtbouw. De Floriade in Almere, met als thema Growing Green Cities, is een uitgelezen kans om niet alleen goede voorbeelden naar ons toe te halen en daarvan te leren, maar ook om in Flevoland aan de slag te gaan met de eerste Nederlandse houten woonwijk: de proeftuin houtbouw. Er zijn verschillende locaties in Flevoland denkbaar, maar een combinatie met een natuurproject in Oosterwold springt eruit. Daar zijn natuurorganisaties bezig om zo’n 200 hectare nieuwe natuur te ontwikkelen, maar vanwege de ‘kavelpaspoorten’ moet er dan ook ongeveer 12 hectare rood worden ontwikkeld. Op deze 12 hectaren kan dan de houten woonwijk verrijzen. Met de proeftuin houtbouw richten we ons niet op de bouw en de exploitatie van dat houtbouwproject zelf. Dat moet een nog te selecteren ontwikkelaar doen. In plaats daarvan denken we mee over het ontwerp, aan de hand van best practices uit Noord-Europa.