CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

59d7b595-a229-4d02-9736-41dcd3bbf10d.pdf

Beeldvormende vergadering 13 april 2023, gemeente DrontenBij agendapunt: 4: Agenderingsverzoek Visie op een toekomstbestendig landelijk gebied (conform jaaragenda 2023)22.017 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bossenstrategie provincie Flevoland

Flevoland: ruimte voor de toekomst

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Introductie 

3

1.1.

Aanleiding – waarom een provinciale bossenstrategie?

3

1.2.

Samenhang met de landelijke bossenstrategie en rolverdeling

4

1.3.

Samenhang met andere beleidsvelden 

5

Kenschets van het Flevolandse bos anno 2020

7

2.1.

Kenmerken

7

2.2.

Vitaliteit van het Flevolandse bos

9

2.3.

Overzicht van functies 

12

Ambities – inkadering en hoofdlijnen 

14

3.1.

14

3.2.

Inkadering aan de hand van negen opgaven Ambities op hoofdlijnen

16

3.2.1.

De ambitie in hectares 

16

3.2.2. De prioriteringsladder 

17

3.2.3. Overige ambities

20

4.

Boskwaliteit - vitaler bos

21

5.

Bosomvang – behoud en uitbreiding

24

5.1.

Behoud van het huidige bosareaal

24

5.2.

Bosuitbreiding binnen het Natuurnetwerk Nederland

26

5.3.

Overige bosuitbreiding (vlakdekkend)

27

5.3.1.

Bos en wonen

27

5.3.2. Klimaatbos

29

6.

Bomen buiten het bos

31

6.1.

In het landelijk gebied

31

6.1.1.

Landschapsherstel & ontwikkeling

31

6.1.2.

Landschappelijke inpassing van grote ruimtelijke ontwikkelingen

33

6.1.3.

Bos en landbouw

34

6.2. 7.

8.

In dorpen en steden

36

Duurzame benutting en beleving

38

7.1.

Grondstofvoorziening

38

7.2.

Bosbeleving en bereikbaarheid

40

Naar realisatie

42

8.1.

Overzicht van onze eigen inzet

42

8.2.

Inzet van anderen 

44

8.3.

Van strategie naar uitvoering

46

8.3.1.

46

Bijlage 1

Overkoepelende samenwerking

8.3.2. Het Programma Flevoland Natuurinclusief 

47

8.3.3. Monitoring, evaluatie en bijsturing

47

Kaarten van het Flevolandse bos

48

1. Introductie In dit eerste hoofdstuk introduceren we de

is gebleken na het begin van de Corona pandemie –

Flevolandse bossenstrategie en bakenen we die

en zijn onder de verzamelnaam agroforestry nieuwe

verder af. Daarbij gaan we achtereenvolgens in op

vormen van landbouw in opkomst waarbij akker-

de aanleiding tot het opstellen van deze strategie

bouw of veeteelt gecombineerd wordt met het telen

(paragraaf 1.1), de samenhang met de landelijke bos-

van bomen en / of houtige gewassen.

senstrategie (paragraaf 1.2) en de relatie met aangrenzende beleidsvelden (paragraaf 1.3). In hoofd-

Bovendien zijn er ook maatschappelijke zorgen

stuk 2 presenteren we een korte kenschets van de

zichtbaar. Het kappen van bos ligt gevoelig. Waar

Flevolandse bossen en de functies die ze hebben. In

dat voorheen vaak een lokale kwestie was, wordt

hoofdstuk 3 tot en met 7 staan de ambities centraal.

er steeds vaker breder aandacht voor gevraagd2.

Hoofdstuk 8 biedt een doorkijkje naar het vervolg:

Dergelijke houtkap heeft ervoor gezorgd dat totale

de uitvoering van de bossenstrategie.

oppervlakte aan bos in Nederland afneemt. Wet- en regelgeving3 heeft deze afname niet kunnen voorkomen, onder andere doordat het lange tijd is toege-

1.1. Aanleiding – waarom een provinciale bossenstrategie?

staan dat bos werd vervangen door andere natuurtypes als heide. Bovendien zijn er zorgen over de bestendigheid van ons bos; door droogte, klimaatverandering en ziektes zijn de Nederlandse bossen

De maatschappelijke belangstelling voor bos is ja-

kwetsbaar gebleken. In Flevoland is dit met name

renlang stabiel geweest, zonder noemenswaardige

zichtbaar in het afsterven van de essen, veroorzaakt

discussie over de omvang en het gebruik ervan.

door de ziekte essentaksterfte.

Beleidsmatig werd het onderwerp op landelijk niveau in het jaar 2000 ondergebracht bij het natuur-

Samen hebben deze ontwikkelingen er toe geleid

beleid. Vanaf dat moment is er van een eigenstandig

dat de Nederlandse bossen in de belangstelling

bosbeleid geen sprake meer geweest . Voor de

staan. In het Klimaatakkoord is aangekondigd dat

provincie Flevoland was er daarom geen aanleiding

Rijk en provincies een gezamenlijke bossenstrategie

specifiek beleid voor onze bossen te formuleren.

opstellen. Deze strategie is inmiddels afgerond (zie

Ook in onze provincie is het bos tot nu toe onder-

paragraaf 1.2). Hoofddoelen hiervan zijn a) te komen

deel van het natuurbeleid. Daarbij maken beheer-

tot het aanleggen van nieuwe bosgebieden en b) het

ders onderscheid tussen bossen waarin houtpro-

behouden en versterken van de bestaande bossen.

ductie een (neven)doelstelling is en bossen waarbij

Daarnaast zijn er een aantal andere beleidsvelden

dat niet het geval is.

die met bos te maken hebben (zie paragraaf 1.3).

Sinds enkele jaren begint het dominante beeld ech-

De provincie is politiek bestuurlijk verantwoordelijk

ter te veranderen. Belangrijkste oorzaak hiervan is

voor de (ruimtelijke) kwaliteit van het buitengebied

dat het maatschappelijk belang van een aantal bos-

en voor het behoud van het areaal van de hou-

functies is toegenomen door de agendering van het

topstanden die zich in dit buitengebied bevinden.

klimaatprobleem. Zo kunnen bossen een rol spelen

Daarom is besloten de landelijke strategie verder uit

bij het vastleggen van koolstof en kunnen hout en

te werken in een Flevolandse strategie. Dit besluit

houtige reststromen gebruikt worden als duurzame

is bekrachtigd door het instemmen van Provinciale

grondstof binnen een meer circulaire economie.

Staten met de beslispunten van de startnotitie bos-

Daarnaast wordt recreatief groen in en om de stad

senstrategie (op 21 oktober 2020). In het restant van

steeds meer gewaardeerd – wat recent bijvoorbeeld

dit document zal de Flevolandse bossenstrategie

1

1 Zie bijvoorbeeld “Waar is het bosbeleid gebleven? (En wie zit er eigenlijk op te wachten)?” pp. 29-31 in Vakblad Natuur Bos en Landschap (2016) https://edepot.wur.nl/393241 2 Zie bijvoorbeeld de brief van de Bomenstichting Achterhoek die in week 49 van 2019 op de lijst met ingekomen stukken van uw Staten heeft gestaan. 3 Zoals de herplantplicht en boscompensatie (voorheen via de Boswet, inmiddels opgenomen in de Wet natuurbescherming)

3

verder worden uiteengezet. Ze zal fungeren als het

bestaande bos te verhogen, onder andere door

beleidskader voor het Flevolandse bos. Dat betekent

het verbeteren van omgevingsfactoren en ge-

dat we hebben beschreven wat de visie en ambities

richte aanpassing van het beheer. Dit moet lei-

van de provincie zijn en wat onze rol is in de realisa-

den tot meer diversiteit, meer ontwikkelstadia,

tie hiervan. Ook gaan we in op de mogelijke rol van

betere condities, en een klimaatbestendig bos.

andere partijen en gebruiken we de bossenstrategie

•

als afwegingskader bij besluitvorming.

Bomen buiten het bos; herstel en ontwikkeling van houtige landschapselementen in het landelijk gebied, meer groen in en om steden en

Tot slot nog de volgende overweging: een poli-

dorpen.

tiek-bestuurlijke omgeving en bosbeleid zijn geen

•

Duurzaam gebruik van bomen en bos; door

makkelijke combinatie. Het gezegde “boompje

bosuitbreiding en vitalisering is een lichte

groot, plantertje dood” verwijst naar de lange ont-

toename van de houtoogst verantwoord. Daarbij

wikkeltijd van bossen. Veranderingen in bossen

dient er aandacht te zijn voor hoogwaardige

zijn slechts zeer geleidelijk door te voeren en de

toepassingen van hout. Daarnaast is het vergro-

effecten worden pas op lange termijn zichtbaar.

ten van de toegankelijkheid en belevingswaarde

Het ‘afdwingen’ van snelle veranderingen leidt er

van belang, alsmede meer transparantie over de

toe dat bossen vrijwel nooit een volgroeid stadium

maatschappelijke doelen die een bos herbergt,

bereiken. Dit betekent dat sommige ambities (bij-

en betrokkenheid van omwonenden bij het

voorbeeld over vitalisering, zie hoofdstuk 4) pas op

beheer.

langere termijn effect hebben. De bossenstrategie wordt gepresenteerd als een gezamenlijk beleidsvoornemen waarmee de doelen uit

1.2. Samenhang met de landelijke bossenstrategie en rolverdeling

het Klimaatakkoord – onderdeel bomen, bos en natuur – binnen handbereik komen. Ook kan de strategie bijdragen aan verhoging van het doelbereik van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen.

De gezamenlijke bossenstrategie van Rijk en pro-

Om dit voor elkaar te krijgen is een goede uitvoering

vincies is in november 2020 vastgesteld door een

noodzakelijk. Daarom staan in de bossenstrategie

besluit van de gezamenlijke Gedeputeerden en van

acties geformuleerd, waarvoor de verschillende

de Minister van LNV. Op 18 november 2020 is de

overheidslagen (Rijk, provincies, Waterschappen en

strategie gepubliceerd . De hoofdambitie is om het

gemeenten) als trekkers aan de lat staan. Zij werken

Nederlandse bos met al zijn functies goed door te

samen met tal van andere partijen. De grote uitda-

geven aan toekomstige generaties. De betreffende

ging hierbij is het vinden van financiering; de lande-

functies worden daarbij in samenhang bekeken, wat

lijke bossenstrategie voorziet hier namelijk maar in

een integrale aanpak met zich meebrengt.

zeer beperkte mate in. Qua uitvoering richt de bos-

4

senstrategie zich op de komende tien jaar, maar de De bovengenoemde hoofdambitie wordt uitgewerkt

doorwerking ervan reikt verder, richting 2100.

aan de hand van vier thema’s: •

•

Meer bos; verkenning van de mogelijkheden om

Met deze Flevolandse bossenstrategie werken wij

10% (37.000 ha) nieuw bos aan te leggen, zowel

de doelen en de ambities van de landelijke bos-

binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN)

senstrategie verder uit voor onze eigen provincie,

als daarbuiten. Of dit lukt zal afhangen van de

waarbij we onze eigen accenten leggen en onze

beschikbaarheid van grond, van beschikbare

eigen rol verder uitwerken; ook geven we aan welke

financieringsconstructies in combinatie met

rol we voor onze partners – zoals terreinbeheerders,

andere functies en van de inspanningen van

gemeenten, agrariërs, het Rijk, en het waterschap -

de verschillende overheidslagen en hun maat-

zien weggelegd en welke financieringsconstructies

schappelijke partners.

kansrijk zijn (voor een overzicht hiervan zie de para-

Vitaal bos; een impuls om de kwaliteit van het

grafen 8.1 en 8.2). De gezamenlijke bossenstrategie

4 Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/11/18/uitwerking-ambities-en-doelen-landelijke-bossenstrategie-enbeleidsagenda-2030

4

is daarbij richtinggevend. Dit wordt onder andere

van beplanting die landschappelijk gezien belang-

weerspiegeld in de structuur van de Flevolandse

rijk is. De ambities aangaande bomen buiten het

strategie en de aandachtsvelden die aan bod ko-

bos in het landelijk gebied (paragrafen 6.1.1 en 6.1.2)

men. Op een aantal punten wijken we af van de lan-

zijn in samenhang met de Landschapsvisie opge-

delijke strategie, bijvoorbeeld over wat voor soort

steld. Ook bij de realisatie van zowel bossenstra-

beplanting we meetellen in de kwantitatieve ambi-

tegie als Landschapsvisie zal continue afstemming

tie (zie verder paragraaf 3.2.1).

blijven plaatsvinden.

Ook hanteren we eenzelfde perspectief op de uit-

Milieu, bodem en water

voering van de strategie. Een deel van de ambities

We brengen in kaart wat de geambieerde kwaliteit-

willen we binnen 10 jaar realiseren. Halverwege dit

simpuls voor ons bos (hoofdstuk 4) betekent voor

traject volgt een midterm review om te kijken hoe

relevante water- bodem en milieucondities. We

de realisatie van de ambities ervoor staat. Als daar

nemen daarbij de toekomstige Watervisie van het

aanleiding toe is, kunnen we het realisatieproces

waterschap Zuiderzeeland en ons eigen Actieplan

bijsturen (zie paragraaf 8.3). Een ander deel van de

Bodem in ogenschouw. Ook bij de situering van

ambitie tot het realiseren van nieuw bos willen we

nieuwe bossen houden we rekening met bodem- en

na 2030 voltooien, met een doorlooptijd tot 2050

watercondities. We onderzoeken verder of land-

(zie paragraaf 3.2.1).

schapselementen stik- en fijnstof kunnen afvangen. Is dat het geval, dan is dat een extra argument om in te zetten op herstel en ontwikkeling ervan (zie

1.3. Samenhang met andere beleidsvelden

paragraaf 6.1.1).

Landbouw De ambities die raken aan de combinatie van

De onderwerpen die in de bossenstrategie aan bod

bosaanleg met voedselproductie (agroforestry,

komen raken aan een aantal andere beleidsvelden.

voedselbossen) zijn afgestemd met het Programma

Hieronder presenteren we een kort overzicht van

Landbouw Meerdere Smaken (LMS) en met de acties

die velden en geven we aan hoe de samenhang eruit

en maatregelen uit de landelijke bossenstrategie

ziet. De uitvoering van de bossenstrategie wordt in-

(zie paragraaf 6.1.3). Ook raken ze aan de visie op

tegraal opgepakt in het nog op te zetten Programma

kringlooplandbouw van het Ministerie van LNV. Bij

Flevoland Natuurinclusief (zie hoofdstuk 8).

het opstellen van de bossenstrategie zijn tevens de belangen van de agrarische sector als geheel mee-

Natuur en biodiversiteit

genomen. In de uitvoering zullen ook de ambities

Bij onze ambities op het gebied van kwaliteitsim-

van deze sector, met name aangaande agroforestry,

puls voor het bestaande bos, bosuitbreiding en

een uitgangspunt vormen.

landschapsherstel zetten we in op biodiversiteitsherstel- en versterking. We hebben gezorgd voor

Circulaire economie

goede afstemming met het Actieplan biodiversiteit,

De ambities voor hoog- en laagwaardige toepassing

met het Programma Natuur en de Gebiedsgerichte

van hout (paragraaf 7.1) zijn in lijn met de activi-

Aanpak Stikstof. In de uitvoering van de bos-

teiten en doelen van het provinciale Programma

senstrategie zorgen we voor verdere integratie met

Circulaire Economie (CE). Daarmee is de bossenstra-

deze onderwerpen in het Programma Flevoland

tegie een versterking van dit programma.

Natuurinclusief (zie paragraaf 8.3.2).

Wonen en recreatie Landschap

Verbeteren van de toegankelijkheid van onze

De ambities uit de bossenstrategie zijn afge-

bossen koppelen we aan de leefbaarheid van het

stemd op de kernkwaliteiten en ambities van de

platteland en de woon- en recreatiewensen van

Landschapsvisie5. Geen bomen op plekken waar dat

de Flevolanders, onder andere verwoord in het

landschappelijk gezien onwenselijk is, en herstel

provinciale beleid. Bijzondere aandacht gaat uit

5 op het moment van schrijven is deze visie nog in ontwikkeling.

5

naar de aanzienlijke nieuwbouwopgave; momen-

Ruimtelijk beleid

teel wordt onderzocht of realisatie van tenminste

Een flink deel van bovengenoemde beleidsvelden

100.000 woningen realistisch is. In dit traject leggen

heeft invloed op de Flevolandse ruimte. Van be-

we de koppeling met het gelijktijdig realiseren van

lang voor het ruimtelijk beleid is de op handen

voldoende groen, een afspraak die voortkomt uit

zijnde invoering van de Omgevingswet. De provin-

het Klimaatakkoord. Dit wordt afgestemd met de

ciale Omgevingsvisie anticipeert op de komst van

gemeenten en met ons eigen ruimtelijke beleid (zie

deze wet. Momenteel zijn de gemeenten, ook ter

paragraaf 5.3.1). Ook stimuleren we het bouwen met

voorbereiding op de komst van de Omgevinsgwet,

hout (zie paragraaf 7.1).

bezig met het uitwerken van de gemeentelijke Omgevingsvisies, die gaan over de hele fysieke leef-

Klimaat en energie

omgeving en een integraal karakter hebben.

We streven ernaar een koppeling te leggen tussen de ambities in deze bossenstrategie en de ambitie

We hebben deze bossenstrategie uitgewerkt in

tot het CO2 neutraal maken van het Flevolandse

samenhang met de provinciale Omgevingsvisie en

landgebruik (zoals geformuleerd in het coalitieak-

streven ernaar om bij de uitvoering van de ambities

koord als uitwerking van het Klimaatakkoord). Dit

nadrukkelijk de samenwerking te zoeken met de

krijgt zijn beslag in de ambitie om extra bomen aan

gemeenten om tot een goede afstemming te komen.

te planten binnen onze provincie (zie paragraaf

Bij de uitvoering van de bossenstrategie nemen we

3.2.1). Ook zetten we in op het realiseren van kli-

ook andere ontwikkelingen die gepaard gaan aan de

maatbos (paragraaf 5.3.2).

invoering van de Omgevingswet in ogenschouw.

2. Kenschets van het Flevolandse bos anno 2020 Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen het Flevo­

Bij de inrichting van de provincie is op verschillende

landse bos anno 2021. Eerst presenteren we een

manieren met bosaanplant omgegaan. De ontwikkeling

aantal kenmerken, zoals omvang, ligging, eigendom,

van de Noordoostpolder was gericht op het creëren van

beheer en samenstelling. Daarna delen we enkele

een zo groot mogelijke oppervlakte aan landbouwgrond.

inzichten over de vitaliteit van het bos. Tenslotte

Afgezien van een bos voor Emmeloord kwamen daarom

lichten we een aantal functies toe die het bos ver-

alleen voor landbouw minder geschikte (zand)grond aan

vult (natuur, recreatie, grondstof, milieu en klimaat,

de oostzijde van de provincie in aanmerking voor bos.

leefomgeving).

Bij de latere inrichting van Zuidelijk Flevoland vormden ook aantrekkelijke woongebieden in aanvulling op de volle Randstad een deel van de opgave. Met het oog op

2.1. Kenmerken

recreatieve mogelijkheden is daarom toen ook bos op rijke kleigrond aangeplant, waaronder het Horsterwold.

Flevoland heeft ongeveer 17.000 hectare bos. Dit is

Bij de inrichting van Oostelijk Flevoland werd gekozen

ongeveer 12% van het provinciale landoppervlak en

voor een tussenpositie. Langs de randmeren werden

4,6% van het landelijke bosareaal. In onze provincie

bossen aangelegd, onder meer om zo een aantrekkelijk

bestaat meer dan de helft van de totale hoeveelheid

gebied voor recreatie en toerisme te maken.

natuur op land uit bos. Deze bosgebieden staan voor circa tweederde op klei en circa éénderde op zand,

Door de bijzondere ontstaansgeschiedenis – ont-

veen of keileemgrond. Daarmee is het Flevolandse

wikkeling als Rijksproject - kent Flevoland weinig

bos relatief bijzonder binnen Nederland – de ove-

particulier beheerd bos. Het Flevolandse bos wordt

rige bossen staan vooral op zandgrond. Omdat de

beheerd door Staatsbosbeheer, Stichting het Flevo-

Flevolandse grond bovendien erg vruchtbaar is,

Landschap, Natuurmonumenten en gemeenten. Qua

groeit het Flevolandse bos relatief snel.

bosbeheer is bij grofweg éénderde van het bos de natuurlijke ontwikkeling leidend. Tweederde van het

Het Flevolandse bos bevindt zich vooral langs de

bos wordt multifunctioneel beheerd, wat betekent

oost- en zuidrand van de provincie en bij steden en

dat het beheer zich richt op een combinatie van na-

dorpen. Uitzonderingen hierop zijn het Schokkerbos

tuurwaarde, houtproductie en recreatief gebruik.

bij Schokland, het Knarbos op een voormalige

Vereniging Natuurmonumenten en stichting het Flevo-

zandplaat in de Zuiderzee en het Larserbos. Op de

Landschap kiezen vooral voor natuurbos, terwijl bij

plek van het Larserbos was oorspronkelijk het dorp

Staatsbosbeheer vaak sprake is van multifunctioneel

Larsen gepland. Dit dorp is echter nooit verder geko-

bos. Bij gemeentebossen ligt de nadruk meer op het

men dan de tekentafel. Zowel deze bossen als die bij

recreatieve gebruik.

de kernen liggen tamelijk geïsoleerd in het agrarisch gebied. Flevolandse bossen zijn redelijk robuust qua

Het beheer wordt gesubsidieerd door de provincie. De

omvang. Bosjes kleiner dan 25 hectare komen in

beheerder krijgt hiervoor jaarlijks een vast bedrag per

Flevoland nauwelijks voor.

hectare. Hierbij gelden voor verschillende typen bos verschillende standaardbedragen. De houtopbrengsten

De bossen in Flevoland zijn niet ouder dan 75

zijn hierbij in mindering gebracht en verrekend. Deze

jaar, wat jong is in vergelijking met andere bos-

manier van werken, inclusief bostypen en normkos-

sen in Nederland. De aanplant van bos is in de

ten, is opgenomen in het Subsidiestelsel Natuur- en

Noordoostpolder begonnen in 1944 (Voorsterbos)

Landschapsbeheer (SNL). Voor een kaart van de

en dit liep door tot eind jaren tachtig bij Almere.

Flevolandse bossen zie figuur 1 (meer gedetailleerde

Het Flevolandse bos bestaat vooral uit loofhout. De

kaarten zijn opgenomen in bijlage 11).

belangrijkste boomsoorten zijn Populier, Es, Eik en Esdoorn.

1 De kaarten zijn ook te raadplegen via https://kaart.flevoland.nl/

7

natuurbeheerplan

Figuur 1: kaart van de Flevolandse bossen 8

2.2. Vitaliteit van het Flevolandse bos

uitvallen van boomsoorten, bosbrand of (lokaal) verdwijnen van soorten) •

De bossen in staat zijn zich aan te passen aan

Wat is vitaal bos?

onzekere toekomstige omstandigheden (bijvoor-

Om te beoordelen of de verschillende bosobjecten

beeld minder neerslag en hogere temperatuur,

vitaal zijn wordt gebruik gemaakt van de definitie

vestiging van nieuwe soorten, toename van ziek-

van vitaal bos van Thomassen et al. (2020) : ”Vitaal

tes en plagen, of een veranderende houtmarkt).

bos is bos dat nu én in de toekomst duurzaam

•

Dat bossen, wanneer het beheer gestaakt wordt,

zoveel mogelijk in staat is de door ons gewenste

zich onder het veranderende klimaat ontwikke-

ecosysteemdiensten kan leveren, ook wanneer het

len naar zelfregulerende natuurbossen.

2

klimaat verandert. Hiervoor moeten onze bosecosystemen weerbaar en veerkrachtig ingericht wor-

De meest relevante aspecten van vitaal, veerkrach-

den”.

tig bos zijn: (1.) diversiteit aan boomsoorten, (2.) Boomsoortensamenstelling die past bij de groei-

Dit betekent:

plaats, ook onder een veranderend klimaat, (3.)

•

Dat de bossen weerbaar zijn tegen extreme

Gevarieerde bosstructuur, (4.) Bodems met voldoen-

omstandigheden (zoals droogte, storm, nieu-

de buffercapaciteit en beschikbaarheid van nutriën-

we boomziekten of massaal voorkomen van

ten, (5.) Gezonde waterhuishouding, (6.) Voldoende

plaaginsecten).

aanwezigheid van habitats voor bosgebonden soor-

De bossen in staat zijn te herstellen na het

ten en een (7.) Passende wilddruk.

•

plaatsvinden van catastrofes (bijvoorbeeld

2 Ecosysteemdiensten zijn de diensten die ecosystemen leveren aan de mens. Dit is bijvoorbeeld ruimte om te recreëren, klimaatregulering, koolstofvastlegging, productie van hout en esthetiek. Naast deze directe diensten zijn er ondersteunende diensten die er voor zorgen dat ecosystemen deze diensten duurzaam kunnen blijven leveren, zoals biodiversiteit en kringlopen van nutriënten in ecosystemen.

9

Vitaliteitsonderzoek bossen provincie Flevoland3

sen nog vrij jong zijn en over het algemeen als

Om de vitaliteit van de bossen in Flevoland te be-

kwetsbaar omdat wanneer vitaliteitsproblemen

oordelen aan de hand van deze factoren is zo veel

ontstaan met de hoofdboomsoort de gehele op-

mogelijk gebruik gemaakt van de beoordelingssyste-

stand grootschalig problemen krijgt en mogelijk

matiek van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap

afsterft. Bijvoorbeeld de problemen met essen-

(SNL). In onderstaande tabel 1 is weergegeven hoe

taksterfte illustreren deze kwetsbaarheid.

monocultuur zijn aangeplant. Monoculturen zijn

de SNL-criteria zijn gebruikt om de belangrijkste

•

Revitaliseringsmaatregelen in deze bossen zijn

aspecten van vitaal bos te beoordelen. Op basis

gericht op het aanplanten van aanvullende

van deze systematiek monitoren alle boseigenaren

boomsoorten in de ongemengde bosopstanden.

die SNL beheersubsidie ontvangen hun terreinen

•

De huidige boomsoortensamenstelling is redelijk

Waardoor de gegevens op vergelijkbare wijze ver-

toekomstbestendig. De afgelopen jaren is veel

zameld zijn en grote hoeveelheden gegevens reeds

werk verzet voor het omvormen van bosopstan-

beschikbaar zijn.

den met gewone es en fijnspar. Nog altijd is de categorie ‘midden’ vrij groot. In deze eerste ana-

De staat van het bos in Flevoland

lyses is gekeken naar het relatieve aandeel van

Onderstaande figuur 2 geeft een overzicht van de

deze opstanden per bosobject. Deze objecten zijn

huidige staat van de aspecten die belangrijk zijn

in sommige gevallen enkele honderden hectares

voor vitaal bos. De criteria krijgen een score van

groot, waardoor het absolute aandeel opstanden

hoog, midden of laag. Wanneer een bosobject laag

met es en fijnspar alsnog vrij hoog kan liggen.

scoort op één van deze aspecten, geeft dit vitaliteit-

Hier wordt in een latere analyse nog beter naar gekeken.

sproblemen. Wanneer een object ‘midden’ scoort spelen deze problemen ook, maar in mindere mate

•

Revitaliseringsmaatregelen in bossen met een

en zullen er ook minder ingrijpende maatregelen

hoog aandeel fijnspar en gewone es zijn in feite

nodig zijn om de problemen op te lossen.

vergelijkbaar met maatregelen in de ongemengde opstanden. •

Op basis van de eerste resultaten kan het volgende

Aspecten verbonden aan de bosstructuur -zoals

geconcludeerd worden:

het aandeel gelaagd bos en het aandeel open

•

Hoewel natuurlijke bossen op rijke gronden

fase- zijn behoorlijk op orde. Dat komt waar-

van nature de meest boomsoortenrijke bossen

schijnlijk voort uit enerzijds het grootschalig

van Nederland zijn, zijn de bossen in Flevoland

omvormen van essenopstanden wat nu voor een

relatief ongemengd. Dat komt omdat de bos-

behoorlijk aandeel open fase zorgt. Daarnaast zijn er veel behoorlijk open populierenopstanden

3 Parallel aan deze bossenstrategie wordt een achtergrondrapport

aanwezig. Onder deze bossen ontwikkelt zich

opgesteld met daarin onder andere aandacht voor de vitaliteit van de Flevolandse bossen. De hoofdlijnen uit deze paragraaf

snel een dichte struiklaag. Zowel de gelaagdheid

zijn afkomstig uit de conceptversie van dit achtergrondrapport.

als de openheid komt hierdoor in beide gevallen

Publicatie ervan is voorzien voor eind maart 2021

Nr.

Aspect

Parameter

1.

Boomsoortenmenging

Aandeel bosopstanden met een aandeel van >20% mengboomsoorten

2.

Toekomstbestendige boomsoortensamenstelling

Oppervlakte-aandeel opstanden waar de hoofdboomsoort Gewone es of Fijnspar is.

3.

Gevarieerde bosstructuur

Oppervlakte-aandeel gelaagde boomfase én open fase en struweel.

4.

Gezonde bosbodem

Oppervlakte-aandeel verzuringsgevoelige zandbodems

5.

Gezonde waterhuishouding

Aanwezigheid van droogteknelpunten gedurende de zomer.

6.

Aanwezigheid van habitats voor bosgebonden soorten

Aanwezigheid van dikke en dode bomen.

7.

Passende wildstand

Aanwezigheid van knelpunten bij vestiging en overleving van natuurlijke verjonging

Tabel 1 SNL criteria voor een vitaal bos 10

•

•

waarschijnlijk vrij grootschalig (opstandsgewijs)

zijn bij uitstek structuurelementen verbonden

voor. In beginsel is het positief dat deze struc-

aan oud bos. Het is daarom niet verrassend dat

turen in zulke hoge mate aanwezig zijn. Echter

deze nog niet erg aanwezig zijn in de bossen

is het ‘structuurmozaïek’ in natuurlijke bossen

in Flevoland. Met name aftakelende populie-

op rijke gronden zoals in Flevoland juist zeer

renopstanden kunnen deze rol op korte termijn

kleinschalig.

vervullen. Ruimte geven voor aftakeling in de

Er zijn weinig directe revitaliseringsmaatregelen

bossen kan zorgen voor een hoger aandeel van

noodzakelijk gericht op de variatie in de bos-

deze structuurelementen. Dit zorgt tevens voor

structuur. Hier is echter wel blijvende aandacht

een differentiatie van de bosstructuur en het

voor nodig in het regulier beheer.

fijnmaziger worden van het structuurmozaïek.

De bossen in Flevoland zijn relatief ongemengd.

•

geanalyseerd worden. Het is echter niet de

over het algemeen als monocultuur zijn aan-

verwachting dat dit grootschalige problemen zal

geplant. Monoculturen zijn kwetsbaar omdat

blootleggen. De bossen in Flevoland liggen op

wanneer vitaliteitsproblemen ontstaan met

voedselrijke kleigronden waar bodemverzuring

de hoofdboomsoort de gehele opstand groot-

nauwelijks een rol zal spelen.

schalig problemen krijgt en mogelijk afsterft.

•

•

De gegevens over de bosbodem moeten nog

Dat komt omdat de bossen relatief jong zijn en

•

De criteria ten aanzien van de waterhuishou-

Bijvoorbeeld de problemen met essentaksterfte

ding en wildstand worden in een later stadium

illustreren deze kwetsbaarheid.

met de verschillende beheerders besproken.

Revitaliseringsmaatregelen in deze bossen zijn

De wildstand vraagt extra aandacht vanwege de

gericht op het aanplanten van aanvullende

grote opgave om nieuw bos aan te planten ter

boomsoorten in de ongemengde bosopstanden.

vervanging van afgestorven essen.

Het aandeel dikke, dode (en aftakelende) bomen

1. Menging 2. Toekomstbestendige boomsoortensamenstelling 3a. Bosstructuur ‐ Gelaagd bos 3b. Bosstructuur ‐ Open fase 4. Gezonde bosbodem 5. Gezonde waterhuishouding 6a. Habitats ‐ Dikke bomen 6b. Habitats ‐ Dode bomen 7. Passende wildstand 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Oppervlakte aandeel bossen Flevoland

Laag

Midden

Hoog

Geen gegevens*

Figuur 2: Vitaliteit van het Flevolandse bos. * Het onderzoek loopt nog, de gegevens worden verder aangevuld.

11

2.3. Overzicht van functies

latief weinig mogelijkheden om een fietstocht of wandeling te combineren met een aanvullende

Onze bossen vervullen verschillende functies. In

beleving, zoals horecabezoek. Daarom zijn recent

deze paragraaf volgt een beknopt overzicht.

dertien toeristische overstappunten (TOPs) ontwikkeld, onder andere bij verschillende bosgebieden

Biodiversiteit

zoals bij Schokland (Schokkerbos), Harderbos,

Vele diersoorten zijn voor hun voortbestaan afhan-

Bremerbergbos, Waterloopbos en de Kemphaan

kelijk van bos. Omvang en samenhang van de bos-

(Almeerderhout).

gebieden alsmede de aansluiting op andere typen natuur dragen bij aan de betekenis van deze gebie-

Grondstofvoorziening

den voor de betreffende soorten. Het Horsterwold is

Bossen dragen op verschillende manieren bij aan

één van de grootste aaneengesloten loofbossen in

de economie. Allereerst zijn er directe opbrengsten

Noordwest Europa. De bossen herbergen grote aan-

uit de verkoop van bosproducten; enerzijds hout en

tallen broedvogels, waaronder ‘ icoonsoorten’ als de

anderzijds reststromen die bijvoorbeeld worden in-

zeearend, maar ook diverse soorten die op lande-

gezet voor bodemverbetering of energieopwekking.

lijke schaal achteruitgaan, zoals de zomertortel en

Zo levert het Flevolandse bos jaarlijks 28.000 m3

zanglijster. Daarnaast zijn de bossen leefgebied van

aan hout op en wordt er 17.500 ton aan biomassa

bijzondere insecten, varens en paddenstoelen .

geoogst. Mits goed beheerd is dit een duurzaam

4

product, omdat er nieuw hout groeit in het bos. Het

Beleving

Flevolandse bos is op dit punt extra aantrekkelijk

Stadsbossen als Almeerderhout, Pampushout,

omdat de productiviteit hoog is. Flevolandse bomen

Natuurpark, Gelderse Hout en Emmelerbos wor-

groeien zeer snel door de vruchtbare bodem.

den veelvuldig gebruikt. Bos dichtbij stad en dorp

Daarnaast zijn er indirecte opbrengsten doordat het

wordt door burgers gewaardeerd. Ook zijn bossen

bos werkgelegenheid oplevert voor bosbouwbedrij-

leerzaam, bijvoorbeeld door excursies te doen met

ven en houtverwerkende bedrijven. Naast de terrein-

kinderen.

beheerders zijn er in Flevoland bijvoorbeeld zeven bedrijven gevestigd die actief zijn in de bosbouw.

Daarnaast zijn er verschillende voorzieningen in de Flevolandse bossen die het leuk maken om naar het

Milieu & klimaat

bos te gaan. Zo zijn er bezoekerscentra, speelbossen

Bossen zijn van belang bij het tegengaan van kli-

en enkele outdoorcentra. Het Waterloopbos is recre-

maatverandering omdat ze C02 opnemen. Daarbij

atief aantrekkelijk vanwege de historische schaal-

komt zuurstof vrij en wordt koolstof opgeslagen in

modellen van waterstaatswerken en de aanwezig-

de boom. Bossen beslaan in Nederland slechts 10%

heid van veel stromend water. In het Horsterwold

van het landoppervlak, maar zijn goed voor 60% van

bevindt zich een uitkijktoren. Voor gezinnen met

de koolstofvastlegging in biomassa. De landbouw

jonge kinderen zijn het Grote Kabouterbos in het

beslaat iets minder dan 60% van ons landoppervlak

Roggebotbos en Hans & Grietje tegen het Harderbos

en draagt 21% bij aan de koolstofvastlegging (zie

leuke attracties. Tenslotte is de combinatie van bos

figuur 3).

en meren in Flevoland uit toeristisch-recreatief oogpunt aantrekkelijk. In de oostrand van Flevoland

Ook heeft bos een positief effect op de luchtkwa-

bevinden zich meer dan twintig accommodaties

liteit. Bossen nemen namelijk fijnstof op uit de

voor verblijfsrecreatie, variërend van eenvoudige

lucht (landelijk 13 – 36 miljoen kilo fijnstof per jaar).

natuurkampeerterreinen tot vakantievilla’s. Ook

Bovendien verhogen bossen de bodemkwaliteit,

bevindt zich hier een nationaal scoutingterrein

waardoor de bodem langer meer water vast kan

“Scoutinglandgoed Zeewolde”.

houden. Dit is van belang bij het tegengaan van wateroverlast, onder andere als gevolg van klimaat-

Er waren tot voor kort weinig punten in of nabij

verandering.

de bossen die fungeerden als een ijkpunt voor een wandeling of fietstocht. Daardoor zijn er re-

4 Voor meer informatie zie https://nnn.flevoland.nl

12

CBS, koolstofvastlegging naar ecosysteem, 2017 - de grootte van de bollen is recht evenredig met het aandeel in de totale vastlegging in Nederland.

Figuur 3 Koolstofvastlegging naar ecosysteem

Kwaliteit van de leefomgeving Bomen en bos spelen een belangrijke rol bij het verbeteren van de gezondheid en het welbevinden van onze inwoners5. Bomen geven bijvoorbeeld schaduw en kunnen door verdamping in stedelijke gebieden de temperatuurstijging beperken. Onderzoek toont aan dat in extreem warme periodes de temperatuurverschillen tussen het verstedelijkt gebied en de landelijke omgeving tot 10°C kunnen oplopen. Bovendien zorgt een groenere omgeving ervoor dat huizen meer waard zijn, wat bijvoorbeeld terug te zien is in de WOZ waarde. In het landelijk gebied bieden bossen tenslotte beschutting bij harde wind. Met dit in gedachten zijn in het verleden in de Flevopolder de bomen langs de wegen en langs erfgrenzen aangeplant. Daarnaast profiteert ook het vee van de schaduwwerking die landschapselementen (en zelfs solitaire bomen) bieden.

5 Zie bijvoorbeeld https://www.greenkeeper.nl/upload/artikelen/ sg214groenestad.pdf

13

3. Ambities – inkadering en hoofdlijnen In dit hoofdstuk staan de ambities ten aanzien van bomen en bos. In de eerste paragraaf (3.1) kaderen we de ambities verder in door in te gaan op een

3.1. Inkadering aan de hand van negen opgaven

aantal opgaven waar het Flevolandse bos mee ge-

Het Flevolandse bos wordt geconfronteerd met een

confronteerd wordt. Ook formuleren we randvoor-

aantal opgaven die kunnen worden afgeleid uit de

waarden, gebaseerd op de verschillende aangren-

landelijke bossenstrategie en verschillende andere

zende beleidsvelden (zie paragraaf 1.3), het huidige

landelijke en / of provinciale beleidsstukken en wet-

coalitieakkoord en de Omgevingsvisie.

telijke verplichtingen. Deze opgaven nemen we mee bij het formuleren van onze ambities. Het gaat om:

Daarna komen de ambities zelf op hoofdlijnen

1. Geen verdere afname van het bosareaal; deze

aan de orde (paragraaf 3.2). We beginnen met het

opgave is opgenomen in de Wet natuurbescher-

bepalen van een kwantitatieve ambitie waarbij we

ming (Wnb). Deze wet biedt tevens handvatten

aangeven welke ruimteclaim aan de bossenstrategie

om deze opgave te realiseren, zoals herplant-

verbonden is, en waar deze claim op gebaseerd is

plicht en het gericht inzetten van een kapverbod

(paragraaf 3.2.1). Ook schetsen we hoe deze claim

na kapmelding.

wordt opgebouwd, waarbij we gebruik maken van

2. Meer koolstofvastlegging door extra bos te plan-

een “prioriteringsladder” (paragraaf 3.2.2). Tenslotte

ten, als mogelijke oplossing om het Flevolandse

komen ook de ambities die geen beslag op de ruim-

landgebruik CO2 neutraal te maken. Deze opgave

te leggen aan bod (paragraaf 3.2.3).

volgt uit het klimaatakkoord en is opgenomen in het Flevolandse coalitieakkoord.

3. Behoud en versterking van de biodiversiteit,

7. Het vergroten van de hoogwaardige houtpro-

onder andere van soorten die leven in het bos,

ductie en de benutting van reststromen, vanuit

door verbetering van de condities waar deze

het belang om een deel van het Nederlandse

soorten van afhankelijk zijn. Deze opgave uit

houtgebruik in eigen land op te vangen. Deze

de Wet natuurbescherming wordt momenteel

opgave hangt samen met de strategische

geconcretiseerd in het provinciale Actieplan bio-

opgave “Circulaire Economie”, onderdeel van

diversiteit. Ook staat deze opgave centraal in het

de Omgevingsvisie. Hierin is opgenomen dat

landelijke Programma Natuur waar momenteel

Flevoland in 2030 bekend staat als leverancier

aan gewerkt wordt. Doel van dit programma is

van grondstoffen voor de nieuwe circulaire eco-

behoud en versterking van Europees bescherm-

nomie. Hout, en houtige reststromen, behoren

de soorten, zowel binnen als buiten de Natura

tot deze grondstoffen. Ook inlandse houtsoor-

2000 gebieden. Ook moet het Programma Natuur

ten zijn goed toepasbaar als constructiema-

de stikstofproblematiek opvangen die is veroor-

teriaal bijvoorbeeld via het concept van Cross

zaakt door het buiten werking stellen van het

Laminated Timber (CLT).

Programma Aanpak Stikstof door de Raad van

8. Het inpassen van grote ruimtelijke ontwikkelin-

State (d.d. 29 mei 2019).

gen, waaronder een aanzienlijke woningbouw-

4. Behoud en versterking van de landschappelijke

opgave. In Flevoland is veel vraag naar ruimte

identiteit. Deze opgave is verwoord in de kern-

voor bijvoorbeeld datacentra, zonnevelden,

opgave “Het Verhaal van Flevoland”, onderdeel

windmolens en bedrijventerrein. Momenteel

van de Omgevingsvisie. Momenteel wordt ze

wordt bovendien onderzocht of er tenminste

verder uitgewerkt in de Landschapsvisie. Een

100.000 nieuwbouwwoningen gerealiseerd kun-

belangrijk kenmerk van het Flevolandse land-

nen worden op Flevolands grondgebied. Aanleg

schap is de robuuste indeling in grote eenheden,

van recreatief groen in en om de woonwijken,

in samenhang met landbouwkundig gebruik.

waaronder bos, is van belang voor het welbe-

Daarnaast zijn erfsingels en wegbeplantingen

vinden van de nieuwe inwoners, zorgt voor een

landschappelijk gezien belangrijk. Eventuele

gezonde leefomgeving en legt koolstof vast. In

aanleg van nieuw bos sluit bij voorkeur aan op

het Klimaatakkoord is afgesproken dat bij nieu-

de bestaande landschapsstructuren en zorgt

we woonwijken ook nieuw bos wordt aangeplant.

idealiter voor onderlinge verbinding van onze

Bovendien kunnen we onderzoeken of er in de

bossen.

toekomst Flevolands hout gebruikt kan worden

5. Het stimuleren van de recreatieve aantrekke-

bij de bouw van deze woningen. Verder is het

lijkheid van het bos voor verschillende doel-

van belang dat grootschalige ruimtelijke ingre-

groepen. Deze opgave is gerelateerd aan de

pen goed in het Flevolandse landschap worden

strategische opgave “Regionale Kracht”, onder-

ingepast. Bosaanleg kan hier een rol bij spelen.

deel van de Omgevingsvisie en is primair gericht

9. Het stimuleren van de kruisbestuiving tussen

op het versterken van de economische struc-

bos en landbouw. Deze opgave hangt samen met

tuur aan de hand van een aantal Flevolandse

de strategische opgave “Landbouw Meerdere

kernkwaliteiten. Eén van die kernkwaliteiten is

Smaken”, onderdeel van onze Omgevingsvisie.

het blauwgroene waterrijk in de randmeren en

We streven hierbij naar een grotere diversiteit

kustgebieden. De provincie wil deze kwaliteit

aan bedrijfsstijlen en verdienmodellen. Hierbij

doorontwikkelen. Dit betekent onder andere het

is aandacht voor natuurinclusiever werken en

uitbreiden en verbeteren van de recreatief-toe-

het sluiten van kringlopen (raakvlak circulaire

ristische infrastructuur, waar onze bossen

economie) in lijn met de Rijksambitie om kring-

onderdeel van uitmaken.

looplandbouw te ontwikkelen. Een concept als

6. Het stimuleren van aantrekkelijke groene ste-

agroforestry kan hierbij kansen bieden. Ook is er

delijke milieus, waarin bomen en bosschages

aandacht voor voedselbossen. Zo participeren

een grote rol kunnen spelen. Deze opgave komt

we in een Greendeal over dit onderwerp.

uit het Klimaatakkoord (onderdeel gezonde leefomgeving) en hangt samen met de kernopgave “Krachtige Samenleving”, onderdeel van de Omgevingsvisie. 15

3.2. Ambities op hoofdlijnen

We willen verder opmerken dat het doel van 1200 ha bosuitbreiding in 2030 ambitieus is; we gaan

In deze paragraaf schetsen we de hoofdlijnen van

er bij het realiseren ervan vanuit dat we kunnen

onze ambitie. We beginnen met het definiëren van

samenwerken met andere partijen, met name ge-

een kwantitatieve ambitie: hoeveel hectares extra

meenten, agrariërs en het Rijksvastgoedbedrijf (zie

bosaanleg willen we realiseren in onze provincie

ook paragraaf 8.2). Deze samenwerking is onder

(subparagraaf 3.2.1)? Daarna geven we aan hoe deze

andere noodzakelijk omdat het Rijk vooralsnog

ambitie op hoofdlijnen is opgebouwd (subparagraaf

maar beperkt financiële middelen beschikbaar stelt,

3.2.2), waarbij we een “prioriteringsladder” hante-

waardoor we op zoek moeten naar alternatieve

ren: de meest kansrijke opties eerst, de meest con-

financieringsconstructies (zie ook paragraaf 8.1).

troversiële als laatste. We geven tevens aan welke

Daarom willen we benadrukken dat onze ambitie

deel van de ambitie we met de betreffende opties

een inspanningsverplichting is. Wij zijn procesver-

willen realiseren. We sluiten deze paragraaf af met

antwoordelijk en spannen ons maximaal in, we zien

een overzicht van de ambities waar geen ruimte-

kansen om nieuw bos te realiseren, maar hebben

claim aan verbonden is (paragraaf 3.2.3).

succesvolle uitvoering niet altijd in eigen hand.

3.2.1. De ambitie in hectares

Als gevolg hiervan willen we daarom een bijsturingsmechanisme instellen. We bekijken zowel tus-

We willen de komende tien jaar (tot en met 2030)

sentijds (na 5 jaar) als na afloop van de geschetste

tenminste 1200 ha extra bos realiseren. Deze ambitie

uitvoeringsperiode (na 10 jaar) hoe de realisatie

is gebaseerd op een inschatting van wat binnen die

vordert. Hiertoe stellen we een monitoringssyste-

termijn haalbaar en betaalbaar is binnen onze pro-

matiek in, met een nulmeting na inwerkingtreding

vinciegrenzen. Op de langere termijn, in 2050, willen

van de strategie (zie paragraaf 8.3.3). Indien nodig

we nog eens 500 ha extra bos realiseren, waarmee

kunnen we de manier waarop we de ambitie realise-

we in totaal tot 1700 ha aan nieuw bos komen.

ren aanpassen. Na 10 jaar onderzoeken we of, en zo

Hiermee nemen we de ambitie van de landelijke

ja op welke manier, we toe kunnen werken naar de

bossenstrategie van 10% bosuitbreiding over, zij het

dan nog resterende opgave. Deze aanpak is in lijn

met een realisatietermijn van 30 jaar in plaats van

met de landelijke bossenstrategie.

10; uit een eerste inschatting blijkt dat een bosuitbreiding met 1700 ha binnen 10 jaar niet haalbaar is.

Ook in de periode na 2030 kunnen we deze vijfjaarlijkse cyclus continueren. We kunnen bij ieder

Tegelijkertijd draagt de ambitie bij aan het reali-

bijsturingsmoment vanaf 2030 opnieuw inschatten

seren van de doelen van de Europese Vogel- en

of 1700 ha extra bos ten opzichte van 2021 de stip op

Habitatrichtlijnen en voldoen we aan de afspraken

de horizon blijft. Dit kan bijvoorbeeld afhangen van

uit het Klimaatakkoord. Daarin is afgesproken om in

de voortgang van de realisatie, de nieuwe politiek-

2050 CO2 neutraal te zijn, wat betekent dat er netto

maatschappelijke realiteit en de invulling de ver-

gezien geen C02 meer wordt uitgestoten. Daartoe

schillende provincies in onderlinge afstemming hun

zijn allerlei reductiedoelen benoemd. Omdat er uit-

respectievelijke bossenstrategieën geven; hier kan

eindelijk altijd een (beperkte) CO2 uitstoot zal over-

namelijk uit voortvloeien dat bepaalde provincies en

blijven, is afgesproken deze resterende uitstoot te

relatief kleiner aandeel van de gewenste 10 procent

compenseren. Extra bos aanplanten is een manier

bosuitbreiding realiseren terwijl anderen meer doen.

om dat te doen, omdat bossen koolstof vastleggen. Eerste grove berekeningen laten zien dat met de

Verder is het van belang om helderheid te ver-

groei van het huidige bos al een belangrijk deel van

schaffen over wat we binnen deze bossenstrategie

de in 2050 resterende CO2 uitstoot vastgelegd kan

precies verstaan onder bos, bijvoorbeeld om af te

worden. Als wordt uitgegaan van een gemiddelde

bakenen welke beplantingen we meetellen als het

groeisnelheid van het bos is 1.600 ha extra bos no-

gaat om bosuitbreiding. Als basis hanteren we de

dig om de resterende CO2 uitstoot te compenseren.

definitie van een houtopstand uit de Wet natuur-

Met onze doelstelling van 1.700 ha bosuitbreiding

bescherming, uitgebreid met enkele aanvullende

zitten we daar dus boven.

beplantingsvormen (zie tekstbox 1).

16

Wat tellen we als bos? Het aanplanten van extra bomen heeft veel voordelen, waarbij een grote variatie zichtbaar is. Sommige soorten leveren voedsel, anderen houden veel water vast. In grote bosgebieden kunnen oude bomen de ruimte krijgen, wat goed is voor de biodiversiteit, maar ook lijnvormige beplantingen zijn hiervoor essentieel. Omdat iedere levende boom CO2 opneemt en koolstofvastlegging een centrale doelstelling is van deze bossenstrategie, tellen we veel beplantingen mee voor het realiseren van deze ambitie. Daarbij is wel van belang dat nieuwe beplanting langdurig blijft bestaan. Allereerst tellen we alle houtopstanden zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming mee. Dat is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van meer dan 1000m2 of bomenrijen met meer dan 20 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom. Voor de kwantitatieve ambities genoemd in deze strategie tellen we daarnaast de volgende beplantingen mee: Publiek toegankelijke houtopstanden binnen de bebouwde kom; Erfbeplantingen Rijbeplantingen van populieren of wilgen Voedselbos en agroforestry, waarbij we de oppervlakte met bomen meetellen Niet meegenomen worden: Bomen in particuliere tuinen Fruit- en kerstbomenteelt Energieplantages Tekstbox 1 Definitie van bos zoals gehanteerd in deze bossenstrategie

We willen hierbij benadrukken dat hoewel het

Flevoland toegewezen zijn, zijn reeds gerealiseerd

grootste deel van de ambitie buiten de bebouw-

in het kader van het Programma Nieuwe Natuur; de

de kom gerealiseerd zal worden, we tegelijkertijd

restopgave daar is als zoekgebied opgenomen op de

bosuitbreiding binnen de bebouwde kom ook mee-

NNN-kaart in de Omgevingsverordening. Daarmee is

tellen. Dit omdat de nadruk dient te liggen op het

het NNN in onze provincie voltooid.

bijplanten van bomen, niet over waar ze precies ko-

3.2.2. De prioriteringsladder

men. We komen hier op terug in de paragrafen 5.3.1 (bos en wonen) en 6.2 (bomen in dorpen en steden).

De uitbreidingsambitie kan op verschillende maOok willen we erop wijzen dat we bij de realisatie

nieren gerealiseerd worden. Omdat iedere manier

van nieuwe bossen een zorgvuldige afweging zullen

echter andere implicaties heeft (qua ruimteclaim,

maken als het gaat om de locatiekeuze. Zaken als

financieringsconstructie, mogelijkheden tot integra-

grondeigendom, verhouding met omliggende grond,

tie met ander ruimtegebruik) is het van belang hel-

bodemgesteldheid (waaronder bodemdaling) en wa-

der te prioriteren. Welke manier heeft in principe de

terhuishouding en beleid en / of belangen van onze

voorkeur, welke manier komt als laatste aan bod?

partners betrekken we in de afweging.

Deze prioritering staat centraal in deze subparagraaf. We rangschikken de verschillende manieren

Tot slot willen we benadrukken dat de hierboven

in twee categorieën (groen en geel), geven kort aan

geformuleerde ambitie van 1700 ha los staat van

wat elke manier inhoudt, hoeveel hectares extra bos

de discussie over het realiseren van een ontwik-

we er mee willen realiseren en op welke manier dat

kelopgave in het kader van de uitbreiding van het

op hoofdlijnen gaat. Nadere uitwerking volgt in de

Natuurnetwerk. De hectares die bij de decentrali-

hoofdstukken hierna.

satie van het natuurbeleid in het Natuurpact aan

17

Figuur 4 De prioriteringsladder

Bij het nader uitwerken van deze onderverdeling

groot belang voor de natuurlijke kwaliteit

hanteren we een aantal uitgangspunten:

van onze provincie. Herstel en ontwikkeling

•

Omdat de druk op de ruimte in onze provincie

ervan heeft daarom prioriteit (zie ook de

groot is zetten we zoveel mogelijk in op slimme

Landschapsvisie).

functiecombinaties. •

-

Door ook agroforestry mee te tellen geven

Omdat er vanuit het Rijk vooralsnog slechts zeer

we onze agrariërs de kans zelf bosaanleg

beperkt financiële dekking verbonden wordt aan

te realiseren. Bovendien voorkomen we

de bossenstrategie zetten we zoveel mogelijk in

hiermee een afname van het areaal aan

op financiering via meekoppeling met andere

landbouwgrond.

functies. Waar mogelijk zetten we eigen middelen in om dit te stimuleren. Ook zoeken we naar

Dit leidt tot de volgende prioriteringsladder:

cofinanciering. • •

•

Waar mogelijk stimuleren we grondeigenaren om

• Bosaanleg binnen het Natuurnetwerk door de

zelf bomen te planten.

terreinbeheerders, gefaciliteerd door de provin-

We houden rekening met de afspraak uit het

cie. We gaan hier terughoudend mee om, om te

coalitieakkoord dat nieuwe natuurprojecten die

voorkomen dat andere natuurtypen in kwaliteit

ten koste van landbouwgrond gaan voorkomen

achteruitgaan. We hebben samen met de ter-

moeten worden. We interpreteren deze afspraak

reinbeheerders ingeschat dat we op deze manier

als volgt: bosaanleg op landbouwgrond uitge-

135 ha extra bos kunnen realiseren. Zie verder

voerd door de provincie zelf, uitsluitend vanwe-

paragraaf 5.2.

ge het natuurbelang, heeft geen prioriteit. Als er

• Herstel en / of aanleg van landschapselementen

andere belangen meegekoppeld kunnen worden,

door huidige grondeigenaren, zoals boeren en

en als andere partijen de realisatie ter hand

gemeenten, in afstemming met de ambities uit

nemen sluiten we bosaanleg op landbouwgrond

de provinciale Landschapsvisie. We verwachten

niet uit. Daarbij is sowieso sprake van vrijwillige

om op deze manier te komen tot 165 tot 280 ha

medewerking van de huidige grondeigenaren.

bosaanleg. Zie verder paragraaf 6.1.1.

In tegenstelling tot de gezamenlijke bossenstrate-

• Bosaanleg gecombineerd met landbouw, bijvoor-

gie kiezen wij ervoor om de hectares die we rea-

beeld via agroforestry of voedselbos, door agra-

liseren via landschapselementen en agroforestry

rische ondernemers. Hierbij wordt nauw samen-

wel mee te rekenen in de kwantitatieve ambitie.

gewerkt met het Programma Landbouw Meerdere

-

Landschapselementen kenmerken bij uit-

Smaken. We willen hiermee circa 300 ha aan

stek het Flevolandse landschap en zijn van

extra bos realiseren. Zie verder paragraaf 6.1.3. 18

• Bosaanleg gecombineerd met wonen, in samen-

lijke dynamiek van respectievelijk de woningbouw-

werking met de gemeenten. Nieuwe woonkernen

opgave en andere grootschalige ruimtelijke ingrepen

krijgen een aantrekkelijk bosgebied om in de

waar we mee geconfronteerd worden, en de moge-

recreatiebehoefte te voorzien of worden gesitu-

lijkheid om hier via ruimtelijk beleid op in te spelen.

eerd in nieuw aan te planten bosgebied. Binnen het stedelijk gebied trekken we samen op met

Binnen deze vijf opties brengen we geen rangorde

de gemeenten, waarbij we een faciliterende rol

aan: we achten ze allen kansrijk en zetten in op

spelen. We verwachten op deze manier tussen

verdere ontwikkeling ervan. We verwachten wel dat

de 370 en 570 ha nieuw bos te realiseren. Zie

in de uitvoering de eerste twee opties (bos binnen

verder paragraaf 5.3.1.

het NNN en de aanleg van landschapselementen) en

• Aanleg van landschapselementen om grootscha-

het aanplanten van bos binnen het stedelijk gebied

lige ruimtelijke ingrepen landschappelijk in te

(onderdeel van optie vier) het snelst gerealiseerd

passen, in samenwerking met de gemeenten. Op

kunnen worden.

deze manier zorgen we dat grote bouwwerken, zoals datacentra, windmolens of zonnevelden,

De volgende optie bevindt zich in het midden van

aan het zicht onttrokken worden door bos en

de ladder:

/ of bosschages, dan wel meer harmonieus in het landschap passen. We verwachten hiermee

• Aanleg van klimaatbos. We selecteren een aantal

tussen de 150 en 200 ha aan nieuw bos te reali-

plekken waar bosaanleg vanuit biodiversiteits-,

seren. Zie paragraaf 6.1.2.

landschaps- en/of recreatiebelang gewenst is terwijl er tegelijkertijd zo veel mogelijk sprake

Deze vijf opties staan bovenaan de prioriteringslad-

is van landbouwkundig minder interessante

der omdat realisatie kansrijk geacht wordt. De eerste

percelen. Die plekken komen vervolgens in

optie betreft maatregelen die in bestaande natuur-

aanmerking als bedrijven of andere partijen hun

gebieden genomen worden. Opties 2 en 3 kunnen

CO2 uitstoot willen compenseren (zie paragraaf

worden gerealiseerd zonder grote beperking van

5.3.2). We kunnen hiermee 80 ha tot 215 ha extra

een eventuele agrarische functie van de benodigde

bos realiseren. Eventueel kunnen we de aanleg

grond (eventuele negatieve effecten die wel optre-

van deze bossen faciliteren vanuit de nog op te

den kunnen gecompenseerd worden). De vierde en

zetten compensatiebank (zie paragraaf 5.1).

vijfde optie achten we kansrijk vanwege de ruimte19

Deze optie is geel omdat bij de keuze voor de loca-

bos en wonen, zie ook paragraaf 5.3.1). Daarnaast

tie van deze vorm van bosaanleg ook geredeneerd

stimuleren we andere initiatieven zoals het ver-

kan worden vanuit het natuurbelang. Daar staat te-

groenen van bestaande buurten bij renovatie of

genover dat we ruimte bieden aan anderen om bos

het vervangen van tegels in tuinen door bomen.

te realiseren, we doen dit vooralsnog niet zelf. Onze

Zie verder paragraaf 6.2.

rol bestaat eruit dat we zorgen voor gestroomlijnde

•

Grondstofvoorziening. Hout en houtvezels zijn

en gebundelde afhandeling; we willen voorkomen

een belangrijke grondstof in de toekomstige cir-

dat allerlei partijen op eigen initiatief op willekeuri-

culaire economie. Daarom is het van belang om

ge verspreid liggende kleinere locaties bosjes gaan

de productie en toepassing ervan binnen onze

aanleggen.

provincie te stimuleren. We kiezen ervoor daar geen kwantificeerbare ambitie aan te verbinden,

Uiteindelijk tellen de geschetste deelambities op tot

hoewel dat in de toekomst kan veranderen. Zie

de beoogde overkoepelende ambitie van 1200 ha

verder paragraaf 7.1.

wanneer wordt uitgegaan van de ondergrenzen van

•

Bosbeleving en bereikbaarheid. We willen dat

de hierboven geschetste bandbreedtes (waarbij we

mensen van het Flevolandse bos kunnen genie-

ook uitgaan van de realisatie van klimaatbos). Als

ten. Daarom is het belangrijk dat de bossen toe-

wordt uitgegaan van de bovengrenzen, komt de 1700

gankelijk en aantrekkelijk zijn. Zie paragraaf 7.2.

ha aan bosuitbreiding in beeld die we in 2050 willen realiseren. Voor een visualisering van de ambitie zie figuur 4. Als tijdens de uitvoering van de ambities blijkt dat een bepaalde deelambitie in realisatie achterblijft, kunnen we ervoor kiezen één van de andere deelambities extra aan te zetten (zie verder paragraaf 8.3.3 over monitoring, evaluatie en bijsturing).

3.2.3. Overige ambities Naast de ambities die samen binnen 10 jaar tot circa 1200 ha aan extra bos moeten leiden omvat deze bossenstrategie nog een aantal andere ambities die niet gekwantificeerd zijn. Het gaat om: •

Vitalisering van het bestaande bos door de huidige boseigenaren, gefaciliteerd door de provincie. Zie verder hoofdstuk 4.

•

Behoud van het huidige bosareaal. Deze ambitie gaat over het beschermen van het huidige bos en van de landschapselementen in ons buitengebied. Daartoe zetten we de regelgeving op het gebied van houtopstanden uit de Wet natuurbescherming in. Het gaat bijvoorbeeld om de verplichte kapmeldingen, de herplantplicht en het toezicht daarop (zie paragraaf 5.1).

•

Bomen in dorpen en steden. Bomen en bosschages zijn ook binnen de Flevolandse kernen van belang. Indien mogelijk nemen we de bosaanleg die de gemeenten binnen hun steden of dorpen realiseren mee in onze kwantitatieve ambitie (bij

20

4. Boskwaliteit - vitaler bos Dit hoofdstuk gaat in op de kwaliteit van de be-

Hoe willen we dit bereiken?

staande bosgebieden, en de eventuele manieren om

Deze bossenstrategie beoogt duurzame toekomst-

daar verbetering in aan te brengen.

bestendige bossen in Flevoland. Hoe dit te realiseren is op de eerste plaats een opgave voor de

Wat willen we bereiken?

bosbeheerder, waarbij de specifieke situatie van het

Een kwaliteitsimpuls voor het Flevolandse bos

bos steeds een rol zal spelen. Enkele algemene aan-

waarbij tegemoet wordt gekomen aan een zo breed

dachtspunten:

mogelijk scala van maatschappelijke opgaven.

•

Bos met verschillende boomsoorten (gemengd

Voor de provincie zijn behoud en versterking van

bos) loopt minder risico dan een bos dat uit één

biodiversiteit, koolstofopslag door houtaangroei

boomsoort bestaat. Gemengd bos is weerbaar-

en het weerbaar maken van het bos voor de gevol-

der tegen klimaatverandering en ziekten en

gen van klimaatverandering prioritaire opgaven.

plagen;

Beleefbaarheid en houtoogst wordt waar mogelijk

•

Ongestoorde bodem(vorming) is belangrijk voor

meegekoppeld. We willen deze impuls in 2030 af-

een vitaal en veerkrachtig bos. Verdichting van

gerond hebben. Na de beoogde impuls voor het

de bodem kan worden voorkomen door in het

Flevolandse bos moeten we ervoor zorgen dat de

beheer geen zware machines te gebruiken. Door

kwaliteit van onze bosgebieden op peil blijft via

een toename van organische stof in de bodem,

duurzaam bosbeheer.

komt er meer bodemleven en wordt de bodem luchtiger waardoor ze meer water kan bergen;

Waarom willen we dit?

•

Het bos(micro)klimaat moet zo veel mogelijk in

Omdat vitalere bossen beter functioneren, waar-

stand blijven. Dit betekent dat het kappen van

door de positieve effecten die bossen hebben ver-

een grotere aaneengesloten oppervlakte bos

sterkt worden. Zo zorgt vitaler bos voor meer biodi-

moet worden vermeden. Kleinschaliger beheer

versiteit en een robuustere natuur, slaat een vitaal

verdient de voorkeur.

bos meer koolstof op en is het watervasthoudend vermogen van de bodem groter. Verder is een vitali-

Om te weten welke specifieke maatregelen we kun-

seringsslag nodig om een aantal bedreigingen voor

nen treffen is het ten eerste noodzakelijk een goed

ons bos het hoofd te bieden. De belangrijkste daar-

beeld te hebben van de huidige kwaliteit van onze

van is de essentaksterfte (zie tekstbox 2). Vitaler

bossen. Op basis van dat beeld kan dan gekeken

bos kan tenslotte ook helpen om overlast door pla-

worden naar maatregelen die de kwaliteit verbe-

gen (zoals eikenprocessierups) te voorkomen.

teren. Daarom hebben we een achtergrondrapport laten opstellen waarin onder andere deze twee

Essentaksterfte Vanaf 2010 grijpt de boomziekte essentaksterfte in Nederland om zich heen. Een aanzienlijk deel – grofweg de helft - van het Nederlandse essenbos bevindt zich in onze provincie. Dit betekent dat binnen een periode van 10 jaar ongeveer 3000 hectare bos met essen zal worden gekapt en opnieuw moet worden aangeplant. Dit is een forse terugval voor de bosontwikkeling in Flevoland. Met name Staatsbosbeheer staat hiervoor aan de lat. Door de grote schaal waarop dit plaatsvindt heeft dit effect op de verschillende functies die de bossen vervullen. Deze situatie biedt echter ook kansen om versneld te werken aan weerbaarder (gemengd) bos. Tekstbox 2 Essentaksterfte 21

Aanpak vitaal bos •

•

•

Omgevingsfactoren -

Terugdringing stikstofneerslag in grote boscomplexen

-

Herstel watersystemen (prioriteit bij zandgronden)

-

Bosverjonging als doel van faunabeheer

-

Verbeteren van de verbinding van bossen

Kwaliteitsimpuls -

Versterken structuur en samenstelling

-

Gerichte aanplant van boomsoorten met rijk strooisel

-

Experimenten met steenmeel

-

Garanderen van voldoende geschikt plantmateriaal

Maatregelen in regulier beheer -

Aanpassingen in SNL gericht op een hoger aandeel oude, aftakelende bomen en dood hout

-

Stimuleren van kleinschalig bosbeheer

-

Meer natuurbos

-

Aandacht voor recreatiebossen buiten NNN

-

Opzetten van een kennisprogramma bomen en bos binnen het OBN kennisnetwerk

Tekstbox 3 Overzicht van de aanpak vitaal bos uit de landelijke bossenstrategie (pp. 24 – 32)

stappen zijn opgenomen1. Daarbij zijn ook de ver-

Eigen inzet

schillende maatregelen en acties zoals verwoord

•

We brengen de verschillende partijen (boseige-

in de landelijke bossenstrategie meegenomen (zie

naren, kennisinstellingen) bij elkaar en be-

tekstbox 3).

spreken met hen de maatregelen die getroffen kunnen worden om het bos te vitaliseren. De

Uit het achtergrondrapport is af te leiden dat revi-

opgestelde achtergrondrapportage geldt hierbij

taliseringsmaatregelen hoofdzakelijk zullen bestaan

als uitgangspunt.

uit het aanplanten van aanvullende boomsoorten in

•

Vanuit de provinciale middelen betalen we mee

de bossen en – waar mogelijk – het koesteren van

aan de te treffen maatregelen. Hiertoe gebrui-

oudbosstructuren. Een specifieke maatregel voor

ken we behalve de bestaande subsidiestromen

Flevoland, gericht op de variatie in de bosstructuur

voor beheer, ook subsidiemogelijkheden voor

kan zijn het ruimte geven voor aftakeling van po-

investeringen in onder meer vitaliteit. De te

pulierenbossen. Waar nodig is bescherming tegen

treffen maatregelen worden daarom toegevoegd

wildvraat ook een nuttige maatregel (zie ook para-

aan de kwaliteitsimpuls natuur die momenteel

graaf 2.2).

uitgewerkt wordt. •

Eventuele extra middelen die vanuit het

Op basis van dit rapport bekijken we samen met de

Programma Natuur vrijkomen aangaande SNL

bosbeheerders op welke manier de gewenste kwali-

subsidies kunnen worden ingezet om de kwali-

teitsimpuls vormgegeven kan worden, beredeneerd

teit van onze bossen te vergroten. Indien nodig

vanuit biodiversiteit, klimaatbestendigheid, beleef-

kunnen we het Natuurbeheerplan aanpassen

baarheid en houtproductie. Waar mogelijk combi-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/288/documents/2857