59d7b595-a229-4d02-9736-41dcd3bbf10d.pdf
Tekst van het document
Samen met Nederlandse instanties als Holland Houtbouw ontwikkelen we in 2021 een programma van eisen voor de Flevolandse proeftuin. Op basis hiervan selecteren we in de eerste helft van 2022 een ontwikkelaar. In het najaar van 2022 organiseren we tijdens de Floriade een internationale conferentie waar de ontwikkelaar zijn ontwerp presenteert. De opschaalbaarheid van de proeftuin is een belangrijk item. Kennis delen is een uitgangspunt. Om de proeftuin tot stand te brengen zijn we van plan om begin 2021 een subsidieaanvraag in te dienen voor het React-EU programma. Indien nodig kunnen we zelf voor cofinanciering zorgen. Tekstbox 7 Proeftuin houtbouw
7.2. Bosbeleving en bereikbaarheid
waardoor overbelasting kan ontstaan. Ook is het Flevolandse bos relatief onbekend bij mensen buiten de provincie, terwijl er veel te beleven is.
Wat willen we bereiken? De toegankelijkheid en beleefbaarheid van onze
Hoe willen we dit bereiken?
bossen vergroten, zowel voor onze inwoners als
We onderzoeken hoe we de toegankelijkheid en
voor bezoekers van buiten de provincie.
belevingswaarde van onze bossen kunnen blijven vergroten, waarbij we aansluiten op Het Verhaal van
Waarom willen we dit?
Flevoland zoals weergegeven in de Omgevingsvisie.
De Flevolandse bossen hebben veel moois te bie-
Hierbij stemmen we af met de inzet van onze
den. Bovendien is tijd doorbrengen in het bos goed
partners, zoals Visit Flevoland en IVN en zorgen
voor het welbevinden van onze inwoners. Recent
we ervoor dat het wordt opgenomen in ons recre-
zijn er toeristische overstappunten (TOPs) ontwik-
atiebeleid. Aandachtsgebieden zijn het Nationaal
keld waarvandaan wandel- en fietsroutes gecreëerd
Park Nieuw Land, de bosgebieden langs de oost-
worden in samenwerking met de gemeenten en Visit
flank (zoals het Horsterwold) en het Kuinderbos en
Flevoland. Desalniettemin blijft verbetering van
Waterloopbos. Waar sprake is van recreatieve over-
de toegankelijkheid en beleefbaarheid een aan-
belasting zetten we ons in voor een betere spreiding
dachtspunt. Vaak is er bijvoorbeeld nog een auto
en / of zonering of voor aanpassing van het beheer.
nodig om in het bos te kunnen komen. Op andere
Daarnaast dienen bestaande bosgebieden ontslo-
plekken neemt de recreatieve druk daarentegen toe,
ten te worden vanuit nieuwe woonwijken, zoals 40
momenteel al gebeurd nabij Almere Pampushout.
Perspectief Bestemming Flevoland 2030 en de
Het verbinden van bosgebieden via fietsroutes en
storyline Nieuwe Natuur, samen met het pro-
wandelpaden heeft onze aandacht. We onderzoeken
grammateam (provincie, gemeenten en Visit
verder hoe de toegankelijkheid van ons bos is voor
Flevoland) en de kernpartners (iconen, terrein-
mensen met een beperking; ook zij moeten van ons
beheerders en belanghebbenden uit de sector).
bos kunnen genieten.
Inzet van anderen Eigen inzet • •
•
Faciliteren van ondernemers in de toeristische
ners in het vergroten van de toegankelijkheid
sector en van bosbeheerders
van onze bossen. We sluiten zo veel mogelijk aan
Versterken van de recreatieve voorzieningen en
bij gemeentelijk beleid.
de bereikbaarheid en bekendheid, onder andere •
•
en promotie van onze bosgebieden. Ook groene
In kaart brengen van de recreatieve gebruiksin-
organisaties en hun vrijwilligers kunnen een
tensiteit van het bos en aandragen en uitvoeren
belangrijke bijdrage leveren.
betere zonering) Onderzoeken hoe de toegankelijkheid is voor mensen met een beperking en eventueel verbeteringen ontwikkelen. •
Visit Flevoland speelt een rol in de marketing
via het verbeteren van het fietsroutenetwerk.
van mogelijke oplossingen (bijvoorbeeld door •
Gemeenten en terreinbeheerders zijn onze part-
Aanpak van de ontwikkelopgaven via het
41
8. Naar realisatie In dit slothoofdstuk blikken we vooruit naar de
Bij bosontwikkeling via woningbouw en landschap-
uitvoering van de in deze strategie geformuleerde
pelijke inpassing verwachten we dat dergelijke bos-
ambities. We beginnen met een overzicht van onze
aanleg in ieder geval voor een belangrijk gedeelte
eigen inzet, waarbij we speciale aandacht besteden
via de grondexploitatie van de betreffende initiatie-
aan het Programma Flevoland Natuurinclusief - een
ven bekostigd kan worden. Indien nodig kunnen we
nieuwe brede en integrale uitvoeringsaanpak waarin
overwegen financieel bij te springen. De realisatie
we de financiering van de aan bos en natuur ge-
van klimaatbos kunnen we eventueel steunen via de
relateerde opgaven integraal oppakken (paragraaf
compensatiebank (zie onder)
8.1). Daarna volgt een overzicht van wat we andere partijen verzoeken om te doen (paragraaf 8.2). We
De precieze inzet van provinciale middelen ten
sluiten dit hoofdstuk af met een korte schets van
behoeve van de realisatie van de ambities uit deze
hoe we van strategie naar uitvoering gaan (para-
bossenstrategie zal nader worden gespecificeerd
graaf 8.3).
in het nieuw in te richten Programma Flevoland Natuurinclusief (zie verder paragraaf 8.3.2)
8.1. Overzicht van onze eigen inzet
Cofinanciering
Om de realisatie van de ambities uit deze bos-
externe fondsen aan te boren, bijvoorbeeld via co-
senstrategie kracht bij te zetten, zetten verschillen-
financieringsconstructies. Te denken valt aan een
de middelen in. Hieronder volgt een eerste globaal
Europese LIFE Climate subsidie om bosvitalisering
overzicht.
mee te bekostigen, of de inzet van GLB middelen
We gaan inventariseren op welke manier we onze eigen middelen kunnen gebruiken om aanvullende
bij de aanleg van landschapselementen en agrofo-
Financiële middelen
restry. De opties die in het kader van de landelijke
We zetten bestaande natuurgelden in om delen van
bossenstrategie verder verkend worden volgen
de ambitie te verwezenlijken. Het gaat met name
wij op de voet. Tekstbox 8 geeft een overzicht van
om de te realiseren vitaliseringsslag (hoofdstuk 4)
financieringsmogelijkheden en aanvullende be-
en omvorming van bestaande natuur naar bos. We
leidsinstrumenten zoals opgetekend in de landelijke
overleggen met de bosbeheerders om te kijken of de
bossenstrategie.
reguliere beheergelden kunnen worden ingezet. Ook kunnen we middelen beschikbaar voor kwaliteitsont-
Kennisagenda
wikkeling natuur benutten voor bosverbetering.
Een deel van onze inzet bij het realiseren van de ambities uit deze bossenstrategie bestaat uit de
Daarnaast investeren we in het herstel en de aan-
ontwikkeling van kennis. Prominent is het uitwer-
leg van landschapselementen. Dit geld is bedoeld
ken van de maatregelen voor vitalisering waar we
om de kosten die huidige grondeigenaren moeten
opdracht voor gegeven hebben (zie hoofdstuk 4).
maken om tot aanleg over te gaan te vergoeden.
Daarnaast doen we onder andere kennis op op het
Daarnaast onderzoeken we of we ook budget vanuit
gebied van financieringsmodellen, agroforestry,
de gebiedsgerichte aanpak stikstof kunnen benut-
ruimtelijke ordening en houtbouw. Het is van belang
ten; dit is opportuun als blijkt dat landschapsele-
dat we ons op dit punt blijven ontwikkelen. We ha-
menten stikstofemissie afvangen.
ken daarbij aan bij de gezamenlijke kennisagenda die we met Rijk en provincies opzetten in het kader
Verder kunnen we provinciale middelen inzetten om
van de uitvoering van de landelijke bossenstrategie.
ontwikkelingen die we reeds steunen intensiever te
Voor een overzicht van de gesignaleerde kennishia-
stimuleren. Te denken valt aan agroforestry en de
ten zie tekstbox 9.
ontwikkeling van groen in dorpen en steden.
42
De nieuwe Europese Biodiversiteitsstrategie zet fors in op herstel van de biodiversiteit in Europa. Volgend jaar verschijnt de Europese Bossenstrategie. Extra middelen worden hiervoor vrijgemaakt op de EU-begroting. De kaders moeten hiervoor nog worden uitgewerkt, dus het is nog niet zeker in welke mate Nederland hiervan gebruik kan maken. De middelen zouden in beginsel breed ingezet kunnen worden. Instellen van een nieuwe landelijke subsidieregeling voor bosaanleg, inclusief agroforestry, waarvan de helft door medefinanciering door EU. Deze regeling wordt opgenomen in het NSP als de herziening van het GLB. Koppeling met de gebiedsgerichte aanpak stikstof en de daarvoor beschikbare middelen om stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te verminderen. Dit biedt met name kansen voor bosuitbreiding in overgangsgebieden. Koppeling kan gezocht worden met maatregelen die stikstof reduceren. Koppeling met klimaatadaptatie en Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie; om omgevingscondities, met name van hydrologie, op orde te brengen. Koppeling met bestaande programma’s zoals DPRA en KRW ligt voor de hand. Dit geldt ook voor de riviersystemen. Koppeling met PAGW is dan noodzakelijk. Uitgifte koolstofcertificaten. Binnen de Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK) wordt gewerkt aan methodebeschrijvingen voor “Nieuw Bos”, “Gewijzigd Bosbeheer” en “Aanpak Essentaksterfte”.
Naar verwachting zullen eind 2020 deze documenten worden vastgesteld. Daarna kunnen projecteigenaren aan de hand van de methodebeschrijving een projectplan opstellen en indienen bij de stichting. Daarna kunnen door de stichting koolstofcertificaten worden uitgegeven, die door de projecteigenaar kunnen worden verkocht aan partijen die willen bijdragen aan de vastlegging van broeikasgassen (of de verminderde uitstoot) door projecten in Nederland. Koppeling met woningbouw. Belangrijk is dat in een zo vroeg mogelijk stadium van de woning¬bouwplannen wordt nagedacht over inpassing van bosontwikkeling. Herziening van omgevingsvisies kan hierbij helpen. Nieuwe financieringsconstructies kunnen hierbij helpen, zoals bij de ontwikkeling van tiny houses en landgoederen. Verdienmodel van bestaand bos versterken door stimulering houtoogst voor hoogwaardige toepassingen, bijvoorbeeld in woningbouw, GWW-sector en chemie BZK stelt met LNV een beleidsprogramma biobased bouwen op in 2021. Financiering van bos en houtige elementen in Nederland wordt daar een onderdeel van. Instrument 1: landelijke ondersteuning om aanbieders van grond en middelen bij elkaar te brengen in aansluiting op gebiedsprocessen We richten een projectorganisatie in die de markt van functiecombinaties verkent en partijen bij elkaar brengt.
Deze organisatie staat ten dienste van de overheden en private partijen, en stimuleert bosontwikkeling. De organisatie krijgt als taakstelling om de ontwikkeling van 19.000 hectare bos buiten het NNN te faciliteren met goede afspraken over financiering. Daarmee faciliteert de landelijke organisatie regionale en lokale gebiedsprocessen en fungeert als ‘makelaar’ tussen partijen. De organisatie zoekt naar additionele publieke middelen (zie boven) om het verdienmodel sluitend te krijgen. Daarbij kan worden verkend of beschikbare middelen voor boscompensatie als hefboom kunnen worden ingezet. De organisatie brengt publiek-private samenwerking tot stand om daarmee private investeringen te stimuleren. De organisatie koopt zelf geen gronden aan en intervenieert niet in gebiedsprocessen. De uitvoering (aankoop van gronden etc.) vindt mogelijk plaats via gebiedsprocessen. De landelijke organisatie is niet bedoeld om extra drukte te creëren maar om te faciliteren. Instrument 2: inzet gronden Rijk en provincies De rijksoverheid en provincies hebben gronden in eigen bezit, onder andere bij het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat en ProRail. Met deze partijen spreken we af om hun grondbezit strategisch in te zetten om bij te dragen in de gebiedsontwikkeling.
Onze inzet is hierbij dat bosontwikkeling onderdeel wordt van breder strategisch grondbeleid van overheden, zodat het deel uitmaakt van integrale afwegingen bij ruimtelijke ontwikkelingen en in gebiedsprocessen. Het kan bijvoorbeeld gaan om agroforestry mogelijk te maken op agrarische gronden die door RVB in pacht zijn uitgegeven. Ook kan gedacht worden aan grondruil. Voor inrichting van Rijksgronden is 14,5 miljoen euro beschikbaar gesteld in het Klimaatakkoord. Tekstbox 8 Mogelijkheden voor financiering uit de landelijke bossenstrategie (ingekort; p. 17 & 18)
43
Meer Bos - Financieringsmodellen ontwikkelen voor bosuitbreiding - De kansenrijkdom van bosuitbreiding - Het effect van bosuitbreiding met andere ruimtelijke functies Vitaal Bos - Ontwikkeling van klimaatslim bosbeheer - Het effect van revitaliseringsmaatregelen - De effectiviteit van bosreservaten op de biodiversiteit Bomen buiten het bos - De bijdragen van agroforestry aan de ambities en doelen van de Bossenstrategie en andere doelen - Doorontwikkeling beslissingsondersteunende instrumenten - Stimulering bosuitbreiding via ruimtelijke ordening - De mogelijke bijdrage van landschapselementen aan andere functies Gebruik van Bos - Monitoring van recreatie - Ontwikkeling voor hoogwaardige toepassing van (loof)hout Doorkruisende thema’s zijn mogelijke financieringsmodellen en monitoring van de voortgang van de Bossenstrategie. Tekstbox 9 Kennishiaten geconstateerd in de landelijke bossenstrategie (p. 52)
Aanscherping compensatie: de compensatiebank
bij het waarmaken van de ambities van deze bos-
Verder stellen we voor om het beleid aangaan-
senstrategie een centrale rol weggelegd voor onze
de boscompensatie een stap verder te brengen.
bosbeheerders; enerzijds de terreinbeheerders
Hiertoe stellen we een compensatiebank in: een
Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Stichting
provinciale grondpositie waar partijen tegen beta-
Flevolandschap, anderzijds de Bosgroep (die na-
ling een beroep op kunnen doen als ze een com-
mens enkele gemeenten het beheer doet). We ver-
pensatieverplichting hebben. Om de benodigde
zoeken hen de volgende acties te ondernemen:
grondpositie op te bouwen is een nog nader te
•
bepalen eenmalige investering noodzakelijk. Het
Uitwerken en uitvoeren van de vitaliseringsmaatregelen (hoofdstuk 4).
toezicht op de realisatie van de boscompensatie
•
stemmen we af met de OFGV.
Omvormen van andere natuurtypen naar bos (paragraaf 5.2).
•
Ruimtelijk beleid: systematiek voor inpassing
In beheer nemen van het klimaatbos (paragraaf 5.3.2).
Om ervoor te zorgen dat de grootschalige woning-
•
bouwopgave en andere grote ruimtelijke ontwik-
Uitvoeren van landschapsherstel- en ontwikkeling (paragraaf 6.1.1).
kelingen goed worden ingepast in het Flevolandse
•
landschap kiezen we ervoor een dergelijke inpas-
Vergroten van de toegankelijkheid van de bossen (paragraaf 7.2).
sing te borgen in ons ruimtelijk beleid. Alleen op deze manier kunnen we verzekeren dat grote ruim-
Andere groene organisaties zoals IVN, Stichting
telijke ontwikkelingen niet ten koste gaan van de
Landschapsbeheer en de Natuur- en Milieufederatie
landschappelijke kwaliteit in onze mooie provincie.
Flevoland kunnen vooral een rol spelen bij de rea-
Hiertoe trekken we samen op met de gemeenten.
lisatie van extra bomen en bosschages binnen de bebouwde kom (paragraaf 6.2), het herstel en de
8.2. Inzet van anderen
ontwikkeling van landschapselementen (paragraaf 6.1.1), en bosbeleving en bereikbaarheid (paragraaf
Bij het realiseren van onze ambities zijn we afhan-
7.2). Ook hebben zij bijvoorbeeld kennis over voed-
kelijk van onze partners. Hieronder vatten we samen
selbossen en agroforestry (paragraaf 6.1.3).
welke rol er voor hen is weggelegd. Ten eerste is 44
Daarnaast doen we een beroep op de Flevolandse
bosaanleg (paragraaf 5.3.1) en de realisatie van
agrariërs. Zij kunnen een belangrijke bijdrage leve-
klimaatbos (paragraaf 5.3.2).
ren door: •
•
•
Met Rijkswaterstaat overleggen over de inrich-
Zelf de aanleg van landschapselementen ter
ting van de compensatiebank (paragraaf 5.1) en
hand te nemen, waarbij wij een faciliterende rol
het herstel van landschapselementen (paragraaf
hebben (paragraaf 6.1.1).
6.1.1).
Voor een gedeelte van hun grond een omscha-
•
We werken samen in het programma “biobased
keling naar agroforestry in overweging te nemen,
bouwen”, waarbij we kijken of we in Flevoland
daarbij geholpen door Rijk, gemeenten en pro-
een pilot kunnen realiseren (paragraaf 7.1).
vincie en door verschillende kennisinstellingen
•
(zie paragraaf 6.1.3).
Daarnaast werken we samen aan een gezamenlijke kennisagenda (zie paragraaf 8.1) en blijven we samen optrekken bij de realisatie van de
Ook de Flevolandse gemeenten staan centraal bij
doelen van de landelijke bossenstrategie (zie
de realisatie van onze ambities. We willen met hen
paragraaf 8.2.1).
samenwerken op de volgende punten: •
• •
Het aanscherpen en afstemmen van het instru-
Ook voor kennisinstellingen zien we een rol wegge-
mentarium voor boscompensatie en het opzet-
legd in de uitvoering van de bossenstrategie:
ten van een compensatiebank (paragraaf 5.1).
•
maatregelen via het onderzoeksprogramma
nieuwe woningen (paragraaf 5.3.1).
duurzaam bosbeheer (hoofdstuk 4).
Het participeren in het herstel en de ontwikke-
•
lab Floriade 2022 kunnen bijdragen bij aan de
wegnemen van planologische belemmeringen
ontwikkeling van agroforestry (paragraaf 6.1.3). •
Het gezamenlijk uitwerken van een systematiek
aan onze pilot houtbouw (paragraaf 7.1).
ruimtelijke ontwikkelingen (paragraaf 6.1.3).
•
De proeftuin houtbouw op de Floriade 2022 en partijen als Holland Houtbouw kunnen bijdragen
voor de landschappelijke inpassing van grote •
De proeftuin van de WUR in Lelystad en het living
ling van landschapselementen en het eventueel (paragraaf 6.1.1) •
Aeres hogeschool ondersteunt de vitaliserings-
Het combineren van bosaanleg met de bouw van
•
De Stichting Nationale Koolstofmarkt werkt
Het gezamenlijk wegnemen van belemmeringen
aan een systeem waarmee certificaten worden
voor agroforestry (paragraaf 6.1.3).
uitgedeeld in ruil voor koolstofvastlegging. Een
Het stimuleren van de ontwikkeling van extra
aanpak essentaksterfte maakt hier deel van uit
bomen en bosschages binnen de bebouwde
(hoofdstuk 4). Ook werken we eventueel samen
kom, samen met hun inwoners (paragraaf 6.2).
aan een onderzoekspilot klimaatbosaanleg (paragraaf 5.3.2).
Het Waterschap betrekken we indien nodig bij de inrichting van nieuwe bossen en de te treffen vitali-
Ook Flevolandse ondernemers kunnen een rol
seringsmaatregelen (hoofdstuk 4). Verder kan deze
spelen bij de uitvoering van de bossenstrategie, bij-
partij een rol spelen bij het wegnemen van belem-
voorbeeld via:
meringen voor- en het stimuleren van agroforestry
•
(paragraaf 6.1.3).
Participatie in de realisatie van vitaliseringsmaatregelen (hoofdstuk 4) of klimaatbos (paragraaf 5.3.2) in ruil voor koolstofcertificaten.
De Rijksoverheid is een belangrijke partner bij de
•
Landschappelijke inpassing van zowel nieuwe
uitvoering van deze strategie. Dit komt onder ande-
grote ruimtelijke ontwikkelingen als bestaande
re naar voren bij de volgende punten:
grote ruimtelijke projecten (paragraaf 6.1.2).
•
Extra middelen beschikbaar stellen voor beheer-
•
subsidies via de SNL regeling (hoofdstuk 4). • •
Investeringen in de Flevolandse houtketen (paragraaf 7.1).
Beter juridisch beschermen van solitaire bomen en landschapselementen (paragraaf 5.1).
Tenslotte achten we het van groot belang de
De inzet van de gronden van het
Flevolandse samenleving te betrekken bij ons bos-
Rijksvastgoedbedrijf bespreken, onder ande-
senbeleid. Enerzijds doen we dat door transparant
re voor het opzetten van de compensatiebank
te zijn over dit beleid. Met deze bossenstrategie ho-
(paragraaf 5.1), de combinatie van wonen en
pen we helder te hebben verwoord hoe wij naar ons 45
bos kijken. We vragen de beheerders van onze bos-
manier waarop we de samenwerking met het Rijk en
sen om ook zoveel mogelijk transparant te zijn over
de andere provincies vorm blijven geven (paragraaf
de manier waarop zij met hun eigendom omgaan.
8.3.1). Ook kijken we vooruit naar het Programma
Daarnaast nodigen we de samenleving van harte
Flevoland Natuurinclusief, dat een belangrijke rol
uit om zelf met initiatieven te komen om extra bos
zal krijgen in de uitvoering van de bossenstrategie
en bomen aan te planten. Burgerinitiatieven om
(paragraaf 8.3.2). Tenslotte gaan we in op monito-
autowegen te verrijken met bomen, bomen plan-
ring, evaluatie en bijsturing (paragraaf 8.3.3).
ten op daken van parkeergarages, bosaanleg op de
8.3.1. Overkoepelende samenwerking
Markerwadden; alle ideeën zijn welkom. Gekoppeld aan het Programma Flevoland Natuurinclusief komt er een faciliteit waarmee we dergelijke initiate-
De provincie Flevoland blijft betrokken bij de over-
ven kunnen ondersteunen; op deze manier blijven
koepelende samenwerking die vorm heeft gekregen
we onze inwoners betrekken. Daarmee heeft het
tijdens het opstellen van de gezamenlijke bos-
nieuw te vormen programma dezelfde statuur als
senstrategie van Rijk en provincies. Dit betekent dat
de voorganger - het Programma Nieuwe Natuur. Als
we parallel aan het uitvoeren van onze eigen pro-
de nieuwe initiateven bijdragen aan de door ons
vinciale strategie zullen bijdragen aan de realisatie
gestelde kwantitatieve ambitie nemen we dit mee in
van de gezamenlijke ambities.
onze monitoring. Dit betekent ten eerste dat we samen met de andere provincies verantwoordelijkheid dragen
8.3. Van strategie naar uitvoering
voor de acties die in de gezamenlijke strategie benoemd zijn. Deze acties hebben we ingebed in de
In deze slotparagraaf blikken we vooruit naar het
Flevolandse bossenstrategie. Ook zorgen we voor
uitvoeringsproces. Hiertoe gaan we eerst in op de
een goede afstemming met het Programma Natuur 46
en het overige natuurbeleid. Tegelijkertijd hebben we
aan de hand van een set aan nog vast te stellen in-
deze bossenstrategie verbonden aan een groot aan-
dicatoren. Hiertoe sluit men zo veel mogelijk aan bij
tal andere beleidsvelden (zie paragraaf 3.1).
bestaande monitoringsprogramma’s, onder andere verbonden aan de Voortgangsrapportage Natuur, het
Ten tweede is in de landelijke bossenstrategie
Klimaatakkoord, de evaluatie van het Natuurpact en
afgesproken dat we samen met de andere pro-
van de NOVI.
vincies participeren in een nieuw op te zetten projectorganisatie die de opvolger zal zijn van het
Het is de bedoeling dat de voortgang jaarlijks gerap-
interbestuurlijke projectteam dat de gezamenlijke
porteerd wordt. Na vijf jaar volgt een zogenoemde
bossenstrategie heeft opgesteld. Deze projector-
“mid term review” waarbij de ambities kunnen wor-
ganisatie zal de voortgang van de realisatie van de
den bijgestuurd. Na 10 jaar volgt een eindevaluatie
gezamenlijke ambities bewaken (zie ook paragraaf
waarbij bekeken wordt in hoeverre de ambities ge-
8.3.3). Ze rapporteert daarbij aan de Werkgroep
haald zijn en of aanvullende acties nodig zijn.
Bomen, Bos en Natuur. Deze werkgroep, verbonden aan het Klimaatakkoord, wordt gevormd door de vier
We stellen voor om bij de monitoring, evaluatie en
overheidslagen, de terreinbeheerders, LTO, particu-
bijsturing van de Flevolandse bossenstrategie bij
liere grondeigenaren en de houtsector, bewaakt de
deze systematiek aan te haken. Daarnaast rapporte-
samenhang en de doorwerking van de bossenstra-
ren we over de realisatie van de kwantitatieve ambi-
tegie. Ook zal de projectorganisatie verantwoording
tie (de uitbreidingsdoelstelling van 1200 ha tot 2030)
afleggen aan het bestuurlijke overleg Natuur tussen
via de jaarlijkse P&C cyclus.
Rijk en provincies. Om het realisatietempo van deze ambitie goed in
8.3.2. Het Programma Flevoland Natuurinclusief
de gaten te kunnen houden voeren we na vaststelling van de bossenstrategie een nulmeting uit; als het ware een momentopname waarbij we het
Om tot een slagvaardige realisatie te komen bun-
Flevolandse bosareaal bepalen. De realisatie van de
delen we de uitvoering van een aantal beleids-
uitbreidingsambitie zal worden afgezet tegen deze
voornemens (naast deze bossenstrategie ook de
nulmeting.
Landschapsvisie, het Actieplan biodiversiteit, de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof, het Programma Natuur en het Programma Nieuwe Natuur) in een nieuw op te zetten Programma Flevoland Natuurinclusief. In dit programma zit ook de capaciteit om de uitvoering van de verschillende ambities in onderlinge samenhang te organiseren. Het programma wordt zo ingericht dat initiatiefnemers op een heldere manier zicht krijgen op de mogelijkheden die er zijn om bosaanleg te realiseren en op welke manieren ze daarbij ondersteund kunnen worden. Daarnaast willen we nadrukkelijk de samenwerking zoeken met andere decentrale overheden (gemeenten en Waterschap) en onze overige partners (opgesomd in paragraaf 8.2).
8.3.3. Monitoring, evaluatie en bijsturing In de gezamenlijke bossenstrategie van Rijk en provincies is afgesproken dat de nieuw op te zetten projectorganisatie (zie paragraaf 8.3.1) ook verantwoordelijk is voor de monitoring van de voortgang, 47
Bijlage 1 Kaarten van het Flevolandse bos
48
49
50
Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Strategie en Beleid Provincie Flevoland Visarenddreef 1 Postbus 55 8200 AB Lelystad Contact: T 0320 - 265 213 E info@flevoland.nl W www.flevoland.nl Februari 2021
51