CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

3e1a678e-8563-4409-bdd9-56084d96f1d1.pdf

Raadsvergadering 16 september 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 5: Afdoening van ingekomen stukken aan de raad27.633 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De provincie is samen met de toekomstige gebruikers gestart met onderzoek naar de mogelijkheden voor duurzame energievoorziening.

Deel D Lijst van ambtshalve wijzigingen Ambtelijk zijn zaken geconstateerd die wijzigingen in het Inpassingsplan wenselijk maken. Deze ambtshalve wijzigingen worden hieronder benoemd. Voor wat betreft de aanpassingen aan de MER geldt dat deze niet in het MER-rapport zijn verwerkt, maar dat de aanpassingen die in deze Nota van Beantwoording zijn beschreven als aanvulling op het MER-rapport moeten worden beschouwd. In de ambtshalve aanpassingen zijn ook informele opmerkingen van Rijkswaterstaat, het waterschap Zuiderzeeland en gemeente Dronten opgenomen. In onderstaande tekst is per onderdeel tussen haakjes aangegeven welke partij de informele opmerking heeft gemaakt. Toelichting (Provincie) De ontheffing Barro is 4 mei 20201 verleend en als bijlage 24 toegevoegd. Deze komt in de plaats van de aanvraag ontheffing Barro die bij het ontwerp PIP als bijlage was opgenomen. (Dronten) In paragraaf 1.2 was in figuur 1.2 de eigendomssituatie van de gronden van de verschillende gemeenten niet juist verbeeld. De figuur en de begeleidende tekst zijn aangepast. (Waterschap) De benodigde ontheffing van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is inmiddels verleend, dus dat wordt beschreven in paragraaf 3.1.3 (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) van de Toelichting. Het besluit wordt als bijlage bij de toelichting gevoegd.

Paragraaf 3.2.2, tweede en derde zin van onderdeel Waterveiligheid zijn in beperkte mate aangepast. Het Rijk stelt de normering voor de Zuidermeerdijk vast. Daarom is geschrapt ‘naast het bieden van bescherming’ uit de tweede zin. Niet voor alle primaire keringen geldt dat ze versterkt hoeven te worden. Daarom wordt de derde zin veranderd in: ‘Flevoland wil zijn dijken veilig houden en in de toekomst, indien benodigd, kunnen versterken.’ Paragraaf 3.2.2. Onderdeel Waterveiligheid, de zinnen: ‘De waterkering wordt bij voorliggend plan niet aangetast. Deze blijft ongewijzigd.’ wordt vervangen door: ‘De waterkerende functie wordt bij voorliggend plan niet aangetast. De waterveiligheid wordt bij voorliggend plan door maatregelen geborgd. De oorspronkelijke waterkering blijft ongewijzigd. De aan te leggen golfbrekers bij de haven hebben een functie voor het verminderen van de golfslag. De golfbrekers hebben een positief effect op de waterkering en polder achter de golfbrekers.’ Paragraaf 3.2.2. Onderdeel Waterveiligheid, laatste zin wordt voor de duidelijkheid aangevuld. “In dat kader is een watervergunning aan de orde, die door de private partij apart wordt aangevraagd bij het waterschap, waarbij afstemming zal plaatsvinden met RWS en waarmee de bescherming van de veiligheid van de primaire waterkering wordt geborgd.” Paragraaf 3.2.4.

Deze paragraaf is op kleine onderdelen verbeterd. Zo bleek in het kader van de buitendijkse waterveiligheid voor 14 gebieden geen sprake van een provinciaal belang, in plaats van 15 en is het woord overstromingskans aangepast in overschrijdingskans. Tot slot is verduidelijkt dat in de alinea waar wordt gesteld dat terrein in geval van overstroming goed bereikbaar voor hulpdiensten blijft, omdat de ontsluitingsweg op NAP + 2,5 m ligt, dat dit gaat om de toekomstige ontsluitingsweg. Paragraaf 3.3.1. De tekst “Vandaar dat Waterschap Zuiderzeeland terughoudend is met het toelaten van activiteiten op of nabij primaire waterkeringen. Van geval tot geval beoordelen ze of de voorgenomen activiteit verenigbaar is met het belang van waterveiligheid.” is vervangen door “Middels beleidsregels probeert het waterschap te sturen op welke initiatieven wel en niet mogelijk zijn en waar eventueel maatwerk kan worden toegepast. De opmerking dat het waterschap reeds heeft ingestemd met het inpassingsplan uit 2017 is geschrapt. Toegevoegd is dat het eigendom en het toekomstig beheer en onderhoud van de golfbrekers bij de provincie ligt en dat dit is vastgelegd in een overeenkomst tussen de provincie en het waterschap.

Paragraaf 3.3.2. Over de Keur Waterschap Zuiderzeeland 2017 is de tekst “Zo zijn in artikel 4.3 van de Keur handelingen in, op, boven, over of onder waterstaatswerken, beschermingszones en/of beschermd buitendijks gebied opgenomen die vergunningsplichtig zijn.” vervangen door de volgende tekst “Zo zijn in de Keur handelingen in, op, boven, over of onder waterstaatswerken, beschermingszones en/of beschermd buitendijks gebied opgenomen die vergunningsplichtig zijn.” Paragraaf 3.3.3, onderdeel legger. De paragraaf wordt aangevuld met de volgende zin: ‘De wijzigingen aan de primaire kering als gevolg van de aanleg van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland worden in de legger primaire keringen verwerkt, waarna de gewijzigde legger wordt vastgesteld.’ Daarnaast wordt de tekst “De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen.” wordt vervangen door “De legger bevat ook een register waarin staat wie waar eigenaar van is en wie waar verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud.” Paragraaf 3.3.4, in de eerste alinea, worden de laatste twee zinnen vervangen door: ‘De Zuidermeerdijk is een primaire waterkering, een waterkering die het IJsselmeer- en Markermeerwater rechtstreeks keert. In de keur en legger zijn beschermingszones opgenomen.’ Paragraaf 4.4, onder uitgangspunten, punt 8.

Dit was naar aanleiding van de vooroverlegreactie van het waterschap in het MER reeds aangepast, maar abusievelijk nog niet in het PIP. Punt wordt als volgt aangepast: ‘de dijk wordt niet aangepast en behoudt zijn huidige hoogte. Doordat de golfbreker deel uit gaat maken van de primaire waterkering, om de toekomstige waterveiligheidsopgave op te lossen, telt het oppervlak van de golfbreker niet mee in de Barro ruimte. De golfbreker moet voldoen aan de op dat moment geldende en vastgestelde normering en de opgestelde KES (Klant Eisen Specificatie).’ Paragraaf 5.6.2: Onderzoek, onderdeel Waterkwaliteit binnendijks, p. 85 (pdf p. 82): Dit onderdeel gaat over de buitendijkse oppervlaktewaterkwaliteit. De titel is aangepast in Waterkwaliteit buitendijks. In de eerste alinea wordt verwezen naar criteria voor lozen in het IJsselmeer. Deze zijn echter niet relevant binnendijks. De 4e en 5e zin zijn daarom vervangen door: ‘Het schone of gezuiverde hemelwater wordt direct in het oppervlaktewater geloosd. Hemelwater dat afstroomt van de ontsluitingsweg wordt op grond van het Waterkader van Waterschap Zuiderzeeland aangemerkt als verontreinigd. Zuivering vóór lozing in oppervlaktewater is noodzakelijk.’ Bij de alinea ‘Baggerwerkzaamheden’ in paragraaf 5.6.2 is voor de volledigheid het volgende ingevoegd: “In het geohydrologische rapport zijn alleen de L- en U-variant getoetst.

De definitieve beoordeling van de binnendijkse geohydrologische effecten vindt plaats in de procedure om een ontgrondingsvergunning. In het kader van de ontgrondingenvergunning zal de definitieve variant getoetst moeten worden. Het waterschap adviseert Rijkswaterstaat in dit kader over de binnendijkse geohydrologische gevolgen. In paragraaf 5.6.2 was een verwijzing naar bijlage 12 abusievelijk opgenomen als een verwijzing naar bijlage 17. Dat wordt aangepast. In paragraaf 6.5.2 staat in de toelichting op het artikel Waterstaat-Waterkering dat deze dubbelbestemming ook op de binnenbeschermingszone is opgenomen. Dat is niet juist. Hij ligt op de waterkering (kernzone). (RWS) Paragraaf 5.6.2. De tekst “Het IJsselmeer heeft een zomerpeil, dat fluctueert binnen een bandbreedte van NAP -0,10 m en NAP -0,30 m een winterstreefpeil van NAP -0,40 m.” is aangepast in “Het IJsselmeer heeft een zomerpeil, dat fluctueert binnen een bandbreedte van NAP -0,10 m en NAP -0,30 m, en een winterpeil met een bandbreedte voor het winterstreefpeil van NAP -0,40 m tot NAP -0,05 m. (zie peilbesluit IJsselmeergebied.” Paragraaf 3.1.7 over de deltabeslissing IJsselmeer is geactualiseerd in “In het Deltaprogramma is ook een deltabeslissing IJsselmeergebied opgenomen: Belangrijk onderdeel van de voorgestelde deltabeslissing is dat het gemiddelde winterpeil in het IJsselmeer tot 2050 gelijk blijft.

De voorgestelde deltabeslissing voorziet ook in flexibeler beheer van de streefpeilen. Daarmee kan de waterbeheerder beter inspelen op de verwachte weersomstandigheden en een grotere zoetwatervoorraad in de zomer creëren. Met de eerste stap van flexibel peilbeheer neemt de voorraad in het zomerseizoen toe met 20 cm in het IJsselmeer, Markermeer en de Zuidelijke Randmeren. Als de vraag naar zoetwater toeneemt, is de buffer verder te vergroten tot een waterschijf van 40-50 cm. De eerste stap van flexibel peilbeheer is inmiddels uitgewerkt in het Peilbesluit van juni 2018.”

Regels (Provincie) In het PIP is een geluidzone opgenomen voor het industrielawaai. Die ligt deels over de gronden van gemeente Noordoostpolder, die onderdeel zijn van een beheersverordening. We hebben geconstateerd dat in artikel 3.39 Wro is bepaald dat op één gebied niet gelijktijdig een bestemmingsplan en een beheersverordening kunnen gelden. Dit houdt in, dat bij een strikte uitleg van dit artikel na vaststelling van het provinciaal inpassingsplan de beheersverordening ter plaatse van de aanduiding voor de geluidzone komt te vervallen. Daarom is de agrarische bestemming die voor die gronden geldt overgenomen in artikel 3 van in het inpassingsplan. Artikel 3 luidt als volgt:

Daarnaast ligt er nog een deel van de waterkering in de beheersverordening. Aan die gronden is conform het PIP de bestemming Verkeer gegeven met dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Daarnaast is de contour ‘veiligheidszone - windturbine’ van de windturbine doorgetrokken. Deze wijze van bestemmen is in concept voorgelegd aan gemeente Noordoostpolder, die één opmerking heeft gemaakt over de bestemming Agrarisch, die is verwerkt en leidt tot de hierboven weergegeven wijze van bestemmen. (Waterschap) Aan de bestemmingsomschrijving van het artikel Waterstaat-Waterkering wordt in het eerste lid onder a toegevoegd: ‘en de daarbij behorende voorzieningen’. Het lid onder a komt daarmee als volgt te luiden: “De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de inrichting, het beheer en onderhoud van de primaire waterkering en waterstaatkundige werken en de daarbij behorende voorzieningen, waarbij voor wat betreft bouwen en gebruik de Keur van het Waterschap Zuiderzeeland van toepassing is”. Artikel 7.5.3 onder b (Water) en artikel 3.7.3 onder b (Bedrijventerrein) zijn aangevuld zodat deze geldt voor respectievelijk 7.5.1 onder a tot en met e en 3.7.1.

onder a tot en met e, en toegevoegd is ‘en hiervoor vooraf schriftelijk positief advies is ingewonnen bij de bevoegde waterbeheerder, danwel een watervergunning is verleend’. Artikel 11 (Waterstaat - Waterkering) is aangepast. Aan de bestemmingsomschrijving van het artikel Waterstaat - Waterkering wordt in het eerste lid onder a toegevoegd: ‘en de daarbij behorende voorzieningen’. Artikel 18 is toegevoegd ten behoeve van een voorrangsregeling met betrekking tot dubbelbestemmingen. Opgenomen is ten eerste dat in het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, het belang van de dubbelbestemming voor gaat. Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt, dat de dubbelbestemming gericht op de inrichting, het beheer en

onderhoud van de primaire waterkering en waterstaatkundige werken en de daarbij behorende voorzieningen voorgaat boven dubbelbestemmingen gericht op de bescherming en veiligstelling van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: 1. Waterstaat - Waterkering; 2. Waarde – Archeologie 5; Waarde – Archeologie 7 en Waarde – Archeologie 8 Verbeelding (Provincie) De verbeelding is aan de zuidoostkant aangepast voor zover het de gronden van gemeente Noordoostpolder betreft die binnen de aanduiding ‘geluidzone – industrie’ liggen en waarvoor de beheersverordening Landelijk gebied van toepassing is. Deze gronden zijn deels bestemd als Agrarisch gebied waarbij de bestemming inhoudelijk één op één is overgenomen uit de geldende beheersverordening. De bestemmingen Verkeer en Waterstaat - Waterkering zijn net als de aanduiding veiligheidszone - windturbine hierdoor ook aangepast. MER (waterschap) In paragraaf 3.4 ‘Ruimtelijke uitgangspunten haven’ was de vierde bullit niet aangepast. Via deze nota van beantwoording wordt deze aangepast zoals ook in het PIP is aangepast, daar staat: ‘Het haventerrein (maximaal 10 hectare) wordt gerealiseerd vanaf de buitendijkse grens kernzone-binnenbeschermingszone.

In de kernzone van de dijk is een eigen ontsluiting van het haventerrein voorzien.’ Paragraaf 5.2.1 Waterveiligheid. De volgende tekst betreft een inhoudelijk volledige/correcte tekst ter vervanging van de twee eerste alinea’s: ‘De belangrijkste waterkering in het plangebied is de Zuidermeerdijk. De Zuidermeerdijk is een primaire waterkering van een hoogte die varieert van ca. NAP + 4,50 m tot NAP + 4,80 m en is in Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland 2021 beheer bij Waterschap Zuiderzeeland. De huidige norm voor de overstromingskans in de Noordoostpolder bedraagt 1:1000 voor de primaire waterkeringen. Met het Wettelijk beoordeling instrumentarium is vastgesteld dat de primaire waterkering waar de ontwikkeling van MSNF is beoogd niet aan de waterveiligheidsnorm voldoet. Na de conformiteitstoets van het ILT is dit deel van het normtraject 7-2 als meekoppelkans aangemeld bij het HWBP. De kering is op grond van de Keur van het waterschap beschermd tegen ongewenste ontwikkelingen en handelingen, die de functie van de kering aantasten. De kernzone is de eigenlijke, fysieke kering en zorgt ervoor dat de Noordoostpolder droog is en blijft. Via de keur kennen dijken een kern-, binnen-, tussen- en buitenbeschermingszone. Deze zones zijn bedoeld om aantasting van de dijk te voorkomen, zodat de dijk zijn waterkerende functie behoudt.

Binnendijks geldt een binnen-beschermingszone van 20 meter en een buitenbeschermingszone van 80 meter aansluitend op de binnen-beschermingszone (zie respectievelijk oranje en groene lijn in figuur 5-7). Buitendijks bedraagt de binnen-beschermingszone 20 meter en de buitenbeschermingszone 155 m. Aan de binnendijkse zijde bedraagt de tussenbeschermingszone 30 m en aan de buitenzijde 80 m (zie ook figuur 5-8). De tussenbeschermingszone is niet overal aanwezig, op de legger staan de exacte afmetingen en ligging.’ Paragraaf 6.2.2, onderdeel Mogelijkheden voor nieuwbouw in de binnenbeschermingszone, de eerste zin wordt veranderd in: ‘Nieuwbouw in de binnenbeschermingszone is zonder watervergunning niet toegestaan.’ Paragraaf 6.2.2, onderdeel Invloed van de aanleg van het haventerrein op de stabiliteit van de waterkering, tweede zin. Het gaat niet zozeer om de dijkhoogte maar om het effect op de bekleding van de primaire kering. De volgende aanvulling is van toepassing ‘Om het effect van de golfoploop op de bekleding van de Zuidermeerdijk mee te kunnen nemen dienen de golfbrekers echter ook in de legger van het waterschap te worden opgenomen.’ (RWS) In paragraaf 5.2.1 wordt de alinea “Waterkwantiteit Een groot deel van het plangebied maakt onderdeel uit van het IJsselmeer.

Dit waterlichaam heeft een functie voor zowel drinkwater en waterberging als voor transport, recreatie en natuur. Het IJsselmeer heeft sinds 2019 een fluctuerend zomerpeil met een bandbreedte van NAP -0,10 m/-0,30 m en een winterstreefpeil van NAP -

0,40 m. In figuur 5-9 zijn de peilgebieden in de Flevopolder in de omgeving van het plangebied weergegeven. De omgeving van het plangebied is onderdeel van de lage afdeling (laag peilgebied) van de Noordoostpolder. Hier wordt een vast waterpeil van NAP -5,70 m gehandhaafd” vervangen door: “Waterkwantiteit Een groot deel van het plangebied maakt onderdeel uit van het IJsselmeer. Dit waterlichaam heeft een functie voor zowel drinkwater en waterberging als voor transport, recreatie en natuur. Het IJsselmeer heeft een zomerpeil, dat fluctueert binnen een bandbreedte van NAP -0,10 m en NAP -0,30 m een winterstreefpeil van NAP -0,40 m.” is aangepast in “Het IJsselmeer heeft een zomerpeil, dat fluctueert binnen een bandbreedte van NAP -0,10 m en NAP -0,30 m, en een winterpeil met een bandbreedte voor het winterstreefpeil van NAP -0,40 m tot NAP -0,05 m. (zie peilbesluit IJsselmeergebied. In figuur 5-9 zijn de peilgebieden in de Flevopolder in de omgeving van het plangebied weergegeven. De omgeving van het plangebied is onderdeel van de lage afdeling (laag peilgebied) van de Noordoostpolder. Hier wordt een vast waterpeil van NAP -5,70 m gehandhaafd.” Paragraaf 5.6.2.

De tekst “Het IJsselmeer heeft een zomerpeil, dat fluctueert binnen een bandbreedte van NAP -0,10 m en NAP -0,30 m een winterstreefpeil van NAP -0,40 m.” is aangepast in “Het IJsselmeer heeft een zomerpeil, dat fluctueert binnen een bandbreedte van NAP -0,10 m en NAP -0,30 m, en een winterpeil met een bandbreedte voor het winterstreefpeil van NAP -0,40 m tot NAP -0,05 m. (zie peilbesluit IJsselmeergebied.” Geohydrologisch onderzoek (Waterschap) In het geohydrologisch onderzoek (bijlage 12) wordt gesproken over de IJsselmeerdijk, maar dit moet zijn Zuidermeerdijk. Figuur 2-14 en tekst spreekt over de regionale waterkeringen, dit moet zijn primaire waterkeringen. Dit is aangepast als volgt: ‘Langs een deel van de Noordoostpolder ligt een primaire waterkering. Ter hoogte van voorliggend project ligt de Zuidermeerdijk. In figuur 2-14 is een uitsnede van de Legger primaire waterkeringen van Waterschap Zuiderzeeland weergegeven. De werkzaamheden mogen geen negatief effect hebben op de stabiliteit van de waterkering.’ Natuur (Provincie) In het rapport Effectbeoordeling vleermuizen havenontwikkeling MSNF, Urk (Ecogroen) is in de soorttekst over Meervleermuizen in hoofdstuk 3 nu vermeld, dat in 2020 een kolonie meervleermuizen is ontdekt in de bebouwde kom van Urk (aan de Munnikplaat).

In eerdere versies van het rapport stond dat de meervleermuizen rond Urk vermoedelijk van het oude land kwamen, bijvoorbeeld uit Kuinre. Dat blijkt dus niet zo te zijn. De constatering volgt uit het rapport van Regelink met de melding van de gevonden kolonieplaats. Het heeft voor de effectbeoordelingen geen gevolgen. De effectbeoordeling is hierop aangepast en het rapport van Regelink is als bijlage aan de effectbeoordeling toegevoegd.

Deel E Lijst van wijzigingen Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen, het advies van de Commissie m.e.r. en de ambtshalve wijzigingen wordt het Inpassingsplan gewijzigd vastgesteld. De wijzigingen worden hierna weergegeven. Toelichting In paragraaf 1.2 ‘Ligging en begrenzing plangebied’ is de tweede alinea en figuur 1.2. als volgt gewijzigd: De servicehaven, de ontsluitingsweg en het waterdeel met de golfbreker(s) die voor de haven worden gerealiseerd zijn gelegen in de gemeente Urk. Een deel van de geluidzone - industrielawaai en een strook langs de waterkering liggen op gronden van gemeente Noordoostpolder. De resterende gronden (i.c. water) in het plangebied behoren bij gemeente Dronten. In figuur 1.2 zijn per gemeente de gronden weergegeven voor zover gelegen in het plangebied.

Figuur 1.2: groen = Noordoostpolder, blauw met plustekens = Dronten, oranje = Urk, weergegeven op de verbeelding van dit inpassingsplan. In paragraaf 2.1 ‘Huidige situatie plangebied en omgeving’ is de vierde alinea als volgt aangepast

Aan de noordzijde van de Domineesweg ligt het bedrijventerrein Zwolsche Hoek. Aan de randen van dit bedrijventerrein zijn conform het bestemmingsplan maximaal categorie 3-bedrijven toegestaan. Meer in het midden gebied hebben categorie 4-bedrijven ontwikkelruimte gekregen. Op het bedrijventerrein Zwolsche Hoek zijn er (nagenoeg) geen bedrijfskavels meer beschikbaar. In paragraaf 3.1.3 ‘Besluit algemene regels ruimtelijke ordening’ is de een na laatste alinea als volgt aangepast: Aangegeven is dat de ontheffing Barro op 4 mei 2021 is verleend. In paragraaf 3.1.7 ‘Deltaprogramma’ is de derde alinea als volgt aangepast: In het Deltaprogramma is ook een deltabeslissing IJsselmeergebied opgenomen: Belangrijk onderdeel van de voorgestelde deltabeslissing is dat het gemiddelde winterpeil in het IJsselmeer tot 2050 gelijk blijft. De voorgestelde deltabeslissing voorziet ook in flexibeler beheer van de streefpeilen. Daarmee kan de waterbeheerder beter inspelen op de verwachte weersomstandigheden en een grotere zoetwatervoorraad in de zomer creëren. Met de eerste stap van flexibel peilbeheer neemt de voorraad in het zomerseizoen toe met 20 cm in het IJsselmeer, Markermeer en de Zuidelijke Randmeren. Als de vraag naar zoetwater toeneemt, is de buffer verder te vergroten tot een waterschijf van 40-50 cm.

De eerste stap van flexibel peilbeheer is inmiddels uitgewerkt in het Peilbesluit van juni 2018. Het plan heeft geen effect op het Deltaprogramma.

In paragraaf 3.2.2. ‘Omgevingsprogramma Flevoland’ is de paragraaf waterveiligheid als volgt aangepast: Waterveiligheid De Zuidermeerdijk is aangeduid als primaire waterkering. De provincie wil ontwikkelingen op- en rond primaire waterkeringen mogelijk maken vanuit maatschappelijke wensen of opgaven. Flevoland wil zijn dijken veilig houden en in de toekomst, indien benodigd, versterken. Tegelijkertijd bestaat er een brede wens vanuit diverse belanghebbenden om de kustzone rondom de dijken ruimtelijk en economisch te ontwikkelen. De provincie Flevoland wil werken aan synergie bij dijkversterkingen. Het verbreden van de opgave door andere belangen aan deze projecten te koppelen is belangrijk voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Flevoland, waarbij de veiligheid uiteraard te allen tijde gegarandeerd moet blijven. Door samenwerking kunnen bestaande ideeën groeien naar reële projecten, en ontstaan win-win situaties waarin waterveiligheid en andere maatschappelijke doelen elkaar versterken. De provincie vindt het daarom belangrijk dat de initiatiefnemer afweegt of andere plannen, maatregelen of doelen in de regio meegenomen kunnen worden in een integrale oplossing voor een dijkversterking. De waterkerende functie wordt bij voorliggend plan niet aangetast. De waterveiligheid wordt bij voorliggend plan door maatregelen geborgd.

De oorspronkelijke waterkering blijft ongewijzigd. De aan te leggen golfbrekers bij de haven hebben een functie voor het verminderen van de golfslag. De golfbrekers hebben een positief effect op de waterkering en polder achter de golfbrekers. Met het waterschap is overeengekomen dat de golfbrekers onderdeel gaan uitmaken van de primaire waterkering van Noordelijk Flevoland. De golfbrekers worden nader uitgewerkt bij het ontwerp van de servicehaven en door de private partij die de servicehaven ontwikkelt en aanlegt gerealiseerd. In dat kader is een watervergunning aan de orde, die door de private partij apart wordt aangevraagd, bij het waterschap waarbij afstemming zal plaatsvinden met RWS en waarmee de bescherming van de veiligheid van de primaire waterkering wordt geborgd. In paragraaf 3.2.4 ‘Buitendijkse waterveiligheid’ zijn de laatste twee alinea’s als volgt aangepast: Aangezien in de ontwikkeling rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de opslag van diesel op het haventerrein valt de ontwikkeling onder het besluit risico's zware ongevallen 2015 (BRZO2015). Vanuit dit besluit is een maximale kans op overschrijden van 1/3000 per jaar toegestaan [bron risico beoordelingsinstrument 'Risicobeoordeling waterveiligheid Buitendijkse Gebieden Flevoland'].

In dat kader is in het PIP in de planregels opgenomen dat bedrijven die bij overstroming, wegens de aard van de aanwezige stoffen, milieuschade kunnen veroorzaken, zoals inrichtingen vallend onder het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO) slechts mogen worden opgericht, indien: • de begane grondvloer wordt gebouwd op een peil van minimaal 2,25 meter +NAP, dan wel; • wanneer een hiermee vergelijkbare bescherming tegen overstroming wordt bewerkstelligd. Op basis hiervan wordt aan de norm 1/3000 voldaan. Voor de rest van de servicehaven wordt uitgegaan van een aanleghoogte van ten minste NAP + 1,5 meter. Dit wordt door de provincie acceptabel geacht. Het terrein blijft in geval van overstroming goed bereikbaar voor hulpdiensten, omdat de toekomstige ontsluitingsweg op NAP + 2,5 m ligt. Daarnaast geldt dat de verantwoordelijkheid van de gevolgen vanwege het overstromingsrisico contractueel bij de gebruikers van het terrein wordt neergelegd. Paragraaf 3.3.1 Waterbeheerplan Zuiderzeeland 2016-2021 is als volgt aangepast: Het Waterbeheerplan Zuiderzeeland 2016-2021 (vastgesteld 27 oktober 2015) bevat het beleid van het waterschap Zuiderzeeland over de zorg voor waterveiligheid en voldoende en schoon water. In het plan staan de doelen en de maatregelen die het waterschap in de periode 2016-2021 neemt om die doelen te realiseren. Het waterschap is beheerder van de Zuidermeerdijk.

Dijken zijn bedoeld om water tegen te houden en bieden daarmee veiligheid tegen overstromingen. Steeds vaker ontvangt het waterschap verzoeken om waterkeringen te gebruiken voor andere doelen dan veiligheid. Hierdoor kan de stabiliteit van keringen verminderen. Middels beleidsregels probeert het waterschap te sturen op welke initiatieven wel en niet mogelijk zijn en waar eventueel maatwerk kan worden toegepast. Wat er wel en niet mag staat in de Keur, de Legger en in de beleidsregels van het waterschap, waaronder ‘Bouwen nabij primaire keringen’. Het waterschap werkt tevens mee aan het integreren van dijkversterking in het project, waardoor er golfbrekers worden aangelegd als onderdeel van primaire waterkering. Het eigendom en het toekomstig beheer en onderhoud van de golfbrekers ligt bij de provincie. Dit is vastgelegd in een overeenkomst tussen de provincie en het waterschap.

In paragraaf 3.3.2 ‘Keur waterschap Zuiderzeeland 2017’ is de derde alinea als volgt aangepast: De reglementaire bevoegdheid van de waterschappen om bij Keur regels te stellen, blijft bestaan. Zo zijn in de Keur handelingen in, op, boven, over of onder waterstaatswerken, beschermingszones en/of beschermd buitendijks gebied opgenomen die vergunningsplichtig zijn. Paragraaf 3.3.3 ‘De legger’ is als volgt aangepast: De legger is een uitwerking van de Keur en bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke dijken, vaarten, tochten, stedelijk water en kunstwerken (bruggen, stuwen, gemalen, sluizen) Waterschap Zuiderzeeland in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar eigenaar van is en wie waar verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. De wijzigingen aan de primaire kering als gevolg van de aanleg van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland worden in de legger primaire keringen verwerkt, waarna de gewijzigde legger wordt vastgesteld. In paragraaf 3.3.4 ‘Beleid bouwen nabij primaire waterkeringen (Waterschap Zuiderzeeland)’is de eerste alinea als volgt aangepast: De nota Beleid Bouwen nabij primaire waterkering geeft het beleid ten aanzien van bouwen nabij de primaire waterkeringen weer.

De veiligheid van de waterkeringen en de mogelijkheid voor toekomstige dijkversterkingen kan negatief worden beïnvloed door de aanwezigheid van elementen op of nabij de dijk, zoals bebouwing. De belangrijkste waterkering in het plangebied is de Zuidermeerdijk. De Zuidermeerdijk is een primaire waterkering, een waterkering die het IJsselmeer- en Markermeerwater rechtstreeks keert. In de keur en legger zijn beschermingszones opgenomen. In paragraaf 4.4 ‘(Ruimtelijke) uitgangspunten Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland’ is onder het kopje ’uitgangspunten’ punt 8 als volgt aangepast: 8. de dijk wordt niet aangepast en behoudt zijn huidige hoogte. Doordat de golfbreker deel uit gaat maken van de primaire waterkering, om de toekomstige waterveiligheidsopgave op te lossen, telt het oppervlak van de golfbreker niet mee in de Barro ruimte. De golfbreker moet voldoen aan de op dat moment geldende en vastgestelde normering en de opgestelde KES (Klant Eisen Specificatie). In paragraaf 5.6 ‘Water’ is onder 5.6.2 ‘Onderzoek’ de tweede alinea onder het kopje ‘oppervlaktewater’ als volgt aangepast: Het IJsselmeer heeft een zomerpeil, dat fluctueert binnen een bandbreedte van NAP -0,10 m en NAP -0,30 m, en een winterpeil met een bandbreedte voor het winterstreefpeil van NAP -0,40 m tot NAP -0,05 m (zie peilbesluit IJsselmeergebied).

In paragraaf 5.6 ‘Water’ is onder 5.6.2 ‘Onderzoek’ het kopje ‘waterkwaliteit binnendijks’ aangepast in: Het kopje ‘waterkwaliteit buitendijks’ In paragraaf 5.6 ‘Water’ is onder 5.6.2 ‘Onderzoek’ de tekst onder het kopje ‘Baggerwerkzaamheden’ aangepast in: Baggerwerkzaamheden Bij het baggeren van de haven en de vaargeul wordt een deel van de deklaag verwijderd. Dit houdt in dat ter plaatse van de ontgraving een deel van weerstand wordt weggenomen. Hierdoor ontstaat er meer inzijging naar het watervoerend pakket wat mogelijk kan leiden tot wateroverlast. De wateroverlast manifesteert zich in de vorm van extra kwel, het opbarsten van slootbodems of het negatief beïnvloeden van de waterkwaliteit. In het geohydrologisch onderzoek in bijlage 17 is beoordeeld wat het effect van het verdiepen van de haven en de vaargeul door middel van baggeren is. Door middel van een modelberekeningen (AZURE) is de omvang van de te verwachten veranderingen van de waterhuishouding in beeld gebracht. Omdat het effect voornamelijk afhankelijk is van de weerstand van de deklaag tussen het IJsselmeer en het watervoerend pakket is er een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de weerstandsfactor van de deklaag. Op basis van de analyse van de berekeningsresultaten zijn er nauwelijks effecten geconstateerd.

Het wegnemen van een deel van de weerstand door middel van ontgraving leidt niet tot het kortsluiten van het IJsselmeer en het watervoerend pakket. Ter plaatse van de ontgraving komt de stijghoogte van het watervoerend pakket omhoog met maximaal 0,01 m.

Een dergelijke verandering is niet noemenswaardig. Mocht in de toekomst het IJsselmeerpeil worden verhoogd zal ook dit niet leiden tot extra noemenswaardige effecten. Geconcludeerd kan worden dat de ontgronding geen effect heeft op de waterhuishouding in en nabij de Noordoostpolder. Uit de gevoeligheidsanalyse is gebleken dat een forse verlaging van de weerstand (verlaging met circa factor 10) tussen het IJsselmeer en het watervoerend pakket nog steeds niet leidt tot wezenlijke effecten. In dat geval neemt de stijghoogte ter plaatse van de Noordoostpolder toe met minder dan 0,05 m. Ook dit effect is aan te duiden als niet noemenswaardig. In het geohydrologische rapport zijn alleen de L- en U-variant getoetst. De definitieve beoordeling van de binnendijkse geohydrologische effecten vindt plaats in de procedure om een ontgrondingsvergunning. In het kader van de ontgrondingenvergunning zal de definitieve variant getoetst moeten worden. Het waterschap adviseert Rijkswaterstaat in dit kader over de binnendijkse geohydrologische gevolgen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar bijlage 12. In paragraaf 5.11.2.1 ‘Verkeersafwikkeling’ is de tekst onder het kopje ‘Autonoom plus MSNF en Port of Urk 2031’ als volgt aangepast: In het scenario "2031 volledige plansituatie" is ten opzichte van het vorige scenario ook Port of Urk meegenomen.

Voor dit scenario is op basis van het exploitatieplan van Port of Urk ervan uitgegaan, dat in 2031 de helft van Port of Urk (30 hectare) is ontwikkeld. Port of Urk wordt via dezelfde wegen als voor MSNF ontsloten. Ten opzichte van MSNF heeft Port of Urk een veel grotere impact op de verkeersafwikkeling. Desondanks zijn ook in dit scenario in 2031 nog geen knelpunten aanwezig. De rotonde Domineesweg – Ensgat komt echter in de buurt van de grenswaarde, waardoor er weinig buffer is. De mogelijke aansluiting van de MSNF direct op de Domineesweg is na de vaststelling van het bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein uit voorliggend inpassingsplan geschrapt. Uitgangspunt is dat de MSNF via het bedrijventerrein Port of Urk aansluit op de Domineesweg. De maximale intensiteit van de provinciale weg N352; Domineesweg, is door de provincie Flevoland in haar verkeersbeleid bepaald op 12.000 motorvoertuigen per etmaal. Deze intensiteit zal in de toekomst overschreden worden, mede als gevolg van ontwikkeling van Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein, de autonome groei van Urk, de ontwikkeling van de Zeeheldenwijk door de gemeente Urk en de ontwikkeling van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland. Derhalve dient er een robuuste oplossing te komen voor de toename van de verkeersintensiteit op de Domineesweg en mede daarmee de bereikbaarheid van Urk.

Deze oplossing zal vorm krijgen in een randweg om Urk. Hiertoe is onderzoek uitgevoerd naar de gewenste uitvoering van de randweg. De gemeenten Urk en Noordoostpolder en de provincie Flevoland erkennen allen de noodzaak van een randweg en de uitkomsten van het onderzoek. Om er zeker van te zijn dat de randweg daadwerkelijk aangelegd zal worden, sluiten de gemeenten Urk en Noordoostpolder tezamen met de provincie Flevoland een bestuursovereenkomst waarin alle relevante afspraken worden vastgelegd om te komen tot de robuuste oplossing in de vorm van een randweg. De verkenningsstudie naar de ontsluitingsweg is afgerond en is vastgesteld door Gedeputeerde Staten en het college van burgemeester en wethouders van Urk en is voor kennisgeving aangenomen door het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder. De studie geeft weer dat een ontsluitingsweg tussen A6 en Staartweg komende jaren voor een betere, evenwichtiger en robuustere ontsluiting van Urk en het zuidwestelijk deel van de Noordoostpolder zorgt en dat hiermee knelpunten ten gevolge van de komende ontwikkelingen (Haven, bedrijventerrein Poort of Urk, Zeeheldenwijk) op de Domineesweg en Urk komende jaren (tot 2040) worden opgelost.

De bedoeling is dat de ondertekening van de bestuursovereenkomst plaatsvindt vóór vaststelling van voorliggend Provinciaal inpassingsplan Maritieme servicehaven door PS op 30 juni 2021. Volgens de BOK zou de ontsluitingsweg er tegen 2026 (intentie) moeten liggen. Onderdeel van de planstudie is dat er ook gekeken wordt naar maatregelen op de Domineesweg om de intensiteitsgroei op de Domineesweg in de fase tot realisatie van de nieuwe ontsluitingsweg mogelijk te maken.

In paragraaf 5.11.2.2 ‘Verkeersveiligheid’ is de laatste alinea onder kopje toekomstige situatie als volgt aangepast: Zoals in de vorige paragraaf reeds is aangegeven is de mogelijke aansluiting van de MSNF direct op de Domineesweg na de vaststelling van het bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein uit voorliggend inpassingsplan geschrapt. Uitgangspunt is dat de MSNF via het bedrijventerrein Port of Urk aansluit op de Domineesweg. In paragraaf 6.5.2 ‘Bestemmingen’ is een toelichting op artikel 3 uit de planregels toegevoegd, die als volgt luidt: Artikel 3 Agrarisch De gronden met de aanduiding 'geluidzone - industrie' die zijn gelegen op gronden van gemeente Noordoostpolder liggen in de beheersverordening Landelijk gebied. Voor zover deze gronden zijn bestemd als Agrarisch gebied is de bestemming inhoudelijk één op één overgenomen uit de beheersverordening. In paragaaf 6.5.3 ‘Algemene regels’ is een toelichting op artikel 18 uit de planregels toegevoegd, die als volgt luidt: Artikel 18 Overige regels In dit artikel is een voorrangsregeling opgenomen met betrekking tot de dubbelbestemmingen. Paragraaf 7.1.2. is als volgt aangepast: Zienswijzen Het Inpassingplan met bijbehorende stukken heeft als ontwerpplan vanaf 12 maart 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij een ieder een zienswijze kon indienen tegen het plan.

Tegelijkertijd met het ontwerp inpassingsplan is ook het MER ter inzage gelegd. Er zijn drie zienswijzen ontvangen, die in de Nota van Beantwoording zienswijzen van een antwoord zijn voorzien. De zienswijzen hebben geleid tot wijziging van het ontwerp PIP. De wijzigingen zijn beschreven in de Nota van Beantwoording zienswijzen, die als bijlage is bijgevoegd. Bijlagen bij toelichting Bijlage 8: Passende Beoordeling Stikstofdepositie: De Passende Beoordeling Stikstofdepositie is naar aanleiding van de zienswijze van de IJsselmeervereniging en het advies van de Commissie MER aangepast (zie bijlage F2) Bijlage 10: Effectbeoordeling vleermuizen: In het rapport Effectbeoordeling vleermuizen havenontwikkeling MSNF, Urk (Ecogroen) is in de soorttekst over Meervleermuizen in hoofdstuk 3 nu vermeld, dat in 2020 een kolonie meervleermuizen is ontdekt in de bebouwde kom van Urk (aan de Munnikplaat). In eerdere versies van het rapport stond dat de meervleermuizen rond Urk vermoedelijk van het oude land kwamen, bijvoorbeeld uit Kuinre. Dat blijkt dus niet zo te zijn. Dit volgt uit het rapport van Regelink met de melding van de gevonden kolonieplaats. Het heeft voor de effectbeoordelingen geen gevolgen. De effectbeoordeling is hierop aangepast en het rapport van Regelink is als bijlage aan de effectbeoordeling toegevoegd.

Bijlage 12: Geohydrologie: In het geohydrologisch onderzoek wordt gesproken over de IJsselmeerdijk, maar dit moet zijn Zuidermeerdijk. Figuur 2-14 en tekst spreekt over de regionale waterkeringen, dit moet zijn primaire waterkeringen. Dit is aangepast als volgt: ‘Langs een deel van de Noordoostpolder ligt een primaire waterkering. Ter hoogte van voorliggend project ligt de Zuidermeerdijk. In figuur 2-14 is een uitsnede van de Legger primaire waterkeringen van Waterschap Zuiderzeeland weergegeven. De werkzaamheden mogen geen negatief effect hebben op de stabiliteit van de waterkering.’ Bijlage 24: Ontheffing Barro: In bijlage 24 was de aanvraag om ontheffing Barro opgenomen. Deze is 4 mei 2021 verleend en vervangt de aanvraag. Bijlage 27: Nota van Beantwoording zienswijzen Deze Nota van Beantwoording wordt als bijlage 27 toegevoegd aan de PIP.

Regels Artikel 3: Agrarisch Dit artikel is toegevoegd en luidt als volgt: Artikel 3 Agrarisch 3.1

Bestemmingsomschrijving De op de plankaart als 'Agrarisch' aangewezen gronden, zijn bestemd voor: a. b. c. d.

3.2

agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf; instandhouding van het aanwezige cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatroon; extensieve openluchtrecreatie, zoals kavelpaden; sloten en andere watergangen.

Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerkengelden de volgende regels: a.

b. c. d. 3.3

er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd. Hieronder zijn niet begrepen bouwwerken voor mestopslag, sleufsilo’s en andere silo’s en boogkassen; de bouwhoogte van erf- en terrein afscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter; de bouwhoogte van hagelnetten mag niet meer bedragen dan 4,5 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijn mag niet meer bedragen dan 1,5 meter.

Specifieke gebruiksregels a. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: 1. het ophogen van gronden ten behoeve van het gebruik van gronden voor permanente bollenteelt.

Vernummerd: Alle artikelen vanaf artikel 3 ‘Bedrijventerrein’ zijn door het toevoegen van artikel 3 doorgenummerd. Het is nu bijvoorbeeld artikel 4 Bedrijventerrein. Lid 4.7.3 Toetscriteria Dit lid is aangepast en luidt als volgt: 4.7.3

Toetsingscriteria a.

b.

de omgevingsvergunning voor het bepaalde in lid 4.7.1 onder a tot en met d kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden. de omgevingsvergunning voor het bepaalde in lid 4.7.1 onder a tot en met e kan slechts worden verleend, indien: 1. door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterkerende functie van de waterkering en de waterhuishouding dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 2. hiervoor vooraf schriftelijk positief advies is ingewonnen bij de bevoegde waterbeheerder, danwel een watervergunning is verleend.

Lid 5.2 Bouwregels Dit lid is als volgt aangepast: 5.2.1 Gebouwen Op deze gronden zijn uitsluitend gebouwen voor nutsvoorzieningen toegestaan; Voor het bouwen van gebouwen voor nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:

a. b.

de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,00 m; de inhoud van gebouwen bedraagt ten hoogste 90 m3.

Lid 6.1 Bestemmingsomschrijving Dit lid is als volgt aangepast De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal één hoofdontsluitingsweg ten behoeve van de maritieme servicehaven zoals bestemd op de gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein' in dit plan; b. voet- en fietspaden; c. verkeers- en parkeervoorzieningen d. groenvoorzieningen; e. water; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; g. straatmeubilair; h. nutsvoorzieningen; met de daarbijbehorende: i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstobjecten en kunstwerken; 6.2 Bouwregels Dit lid is al volgt aangepast: 6.2.1 Gebouwen voor nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen voor nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,00 m; b. de inhoud van gebouwen bedraagt ten hoogste 90 m3.

Lid 7.3 Nadere eisen Dit lid is aangepast en luidt als volgt: Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de natuurlijke en landschappelijke waarden; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. de duurzaamheid f. Lid 7.5.3 Toetscriteria Dit lid is aangepast en luidt als volgt: 7.5.3

Toetsingscriteria a.

b.

de omgevingsvergunning voor het bepaalde in lid 7.5.1 onder a tot en met d kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden. de omgevingsvergunning voor het bepaalde in lid 7.5.3 onder a tot en met e kan slechts worden verleend, indien: 1. door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterkerende functie van de waterkering en de waterhuishouding dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 2. hiervoor vooraf schriftelijk positief advies is ingewonnen bij de bevoegde waterbeheerder, danwel een watervergunning is verleend.

Artikel 11 Waterstaat – Waterkering Lid 11.1 onder a is aangepast en luidt als volgt: 11.1

Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de inrichting, het beheer en onderhoud van de primaire waterkering en waterstaatkundige werken en de daarbij behorende voorzieningen, waarbij voor wat betreft bouwen en gebruik de Keur van het Waterschap Zuiderzeeland van toepassing is.

Artikel 18 Overige regels is toegevoegd en luidt als volgt 18.1

Voorrangsregels a. In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, gaat het belang van de dubbelbestemming voor. b. Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat de dubbelbestemming gericht op de inrichting, het beheer en onderhoud van de primaire waterkering en waterstaatkundige werken en de daarbij behorende voorzieningen voorgaat boven dubbelbestemmingen gericht op de bescherming en veiligstelling van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: 1. Waterstaat - Waterkering; 2. Waarde – Archeologie 5; Waarde – Archeologie 7 en Waarde – Archeologie 8.

Verbeelding Verbeelding is aan de zuidoostkant aangepast: De verbeelding is aan de zuidoostkant aangepast. De bestemming Agrarisch is toegevoegd net als de bestemmingen Verkeer en Waterstaat – Waterkering en de aanduiding veiligheidszone – windturbine. De verbeelding ziet er nu als volgt uit:

De bestemming Verkeer waarmee de noordelijke ontsluiting van de MSNF op de Domineesweg was geregeld is verwijderd: De verbeelding ziet er nu als volgt uit:

Deel F Bijlagen

F1 Ingediende zienswijzen

provincie Flevoland t.a.v. afdeling Gebiedsprogramma's en Europa Postbus 55

8200 AB LELYSTAD

Onderwerp

Datum

Bijlage

2 0APR 071

Zienswijze ontwerp PIP MSNF Ons kenmerk

Uw kenmerk

018421580

Doorkiesnummer

Inlichtingen

R&B

0527689868

Geachte heer/mevrouw, Vanaf 12 maart 2021 ligt het ontwerp inpassingsplan Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland (hierna: ontwerp inpassingsplan MSNF) met bijbehorende milieueffectrapport ter inzage. Middels dit inpassingsplan zal de realisatie van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland op Urk planologisch mogelijk worden gemaakt. Een ontwikkeling waar wij als gemeente Urk zeer content mee zijn. Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen zienswijzen kenbaar worden gemaakt. Na bestudering van het ontwerp inpassingsplan MSNF willen wij graag van deze gelegenheid gebruik maken. Provinciaal lnpassingsplan Ontsluiting MSNF In het oog springt onmiddellijk de wijze waarop de provincie wenst te voorzien in de ontsluiting en verkeersafwikkeling van de MSNF. In het provinciaal inpassingsplan (hierna PIP} is toch weer een (brede) bestemming 'Verkeer' opgenomen aan de oostzijde van het plangebied en over de bestemming 'Bedrijventerrein' in het onlangs vastgestelde bestemmingsplan Port of Urk -- Binnendijks bedrijventerrein. De bestemming 'Verkeer' snoept mede door haar omvang een aanzienlijk deel van de bestemming 'Bedrijventerrein' in het bestemmingsplan Port of Urk Binnendijks bedrijventerrein af en daarmee circa 0,6 hectare van de uitgeefbare gronden van de gemeente Urk.

Omdat het ter plaatse een integrale herziening betreft, vervalt bij vaststelling van het PIP ter plaatse het bestemmingsplan Port of Urk -- Binnendijks bedrijventerrein. Nu u een ontwerp PIP ter visie heeft gelegd, is de gemeenteraad van Urk op grond van artikel 3.26 lid 5 Wro niet meer bevoegd ter plaatse een bestemmingsplan vast te stellen tot tien jaren na vaststelling van het PIP met als gevolg dat de betreffende gronden de komende tien jaren niet meer uitgegeven kunnen worden als bedrijventerrein. Wij verzoeken u dan ook de bestemming 'Verkeer' tussen de waterkering en de Domineesweg te laten vervallen. Temeer omdat reeds op 18 februari 2021 het bestemmingsplan Port of Urk- Binnendijks bedrijventerrein is vastgesteld, waarmee de ontsluiting van de MSNF reeds is verzekerd. Eveneens valt op te merken dat bijna de gehele waterkering is bestemd als 'Verkeer'. Met een breedte van bijna 90 meter zou dat de suggestie kunnen wekken dat er een hele brede weg aangelegd kan worden. De planregeling lezende mogen er binnen de bestemming 'Verkeer' echter helemaal geen wegen gerealiseerd worden of mag er althans maar één ontsluitingsweg worden gerealiseerd. De planregeling in artikel 5.1 onder ais hieromtrent onduidelijk. Wordt hier bedoeld met 'de gronden met de bestemming

Gemeentehuis

Postadres

Telefoon

E-mail

Website

Singel 9 8321 GT Urk

Postbus 77 8320 AB Urk

(0527) 68 98 68

gemeente@urk.nl

www.urk.nl

2

'Bedrijventerrein" de aangrenzende bestemming 'Bedrijventerrein' binnen dit PIP of de onderliggende bestemming 'Bedrijventerrein' in het bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein? Wij merken eveneens op dat onder artikel 5.1 (fiets- en voet)paden niet zijn toegestaan. Daarmee wordt het bestaande fietspad aan de buitenzijde van de waterkering onder het overgangsrecht gebracht. Dit acht de gemeente Urk niet wenselijk. Daarnaast zouden wij graag de mogelijkheid behouden op of aan de binnenzijde van de waterkering in de toekomst nog een (fiets- of voet)pad mogelijk te maken. Wij verzoeken u dan ook om (fiets- en voet)paden toe te voegen aan de bestemmingsomschrijving in artikel 5.1. De gemeente Urk vraagt zich af of ter plaatse een bestemming 'Verkeer' wel geschikt is. Is bijvoorbeeld een bestemming 'Agrarisch' met een beperkte mogelijkheid tot het aanleggen van wegen en (fiets- en voet)paden niet geschikter? Het hoofdgebruik is en blijft immers agrarisch. In paragraaf 5.11 Verkeer in de toelichting wordt opgemerkt dat een capaciteit van 12.000 mvt/u op de Domineesweg niet meer te handhaven is. Er worden twee oplossingen geboden: de oostelijke randweg en een rotonde bij de door de provincie opnieuw geïntroduceerde ontsluiting op de Domineesweg.

Het realiseren van een ontsluiting met rotonde ter plaatse is allerminst zeker en kan derhalve niet opgenomen worden als mitigerende maatregel. Derhalve hebben wij u hiervoor verzocht de bestemming 'Verkeer' tussen de waterkering en de Domineesweg te laten vervallen. De oostelijke randweg kan gerealiseerd worden op basis van de gemaakte afspraken welke wij met u en de gemeente Noordoostpolder maken in een bestuursovereenkomst. Wij zien graag dat de passage aangaande de oostelijke randweg in lijn wordt gebracht met de toelichting in het bestemmingsplan Port of Urk Binnendijks bedrijventerrein. Zie hiervoor paragraaf 5.4 in de toelichting op het bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein. Plangrens De plangrens van het PIP volgt gedeeltelijk de grens van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. Deze gebiedsaanduiding is voor zover gelegen ter plaatse van Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein ruim 11 meter ruimer dan de geluidzone die de gemeente Urk heeft ontvangen van de provincie ten behoeve van het bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein en ligt derhalve verder over het bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein dan eerder door u gecommuniceerd. Wij ontvangen hierover graag duidelijkheid van u. Archeologie Het valt ons op dat ter plaatse van de waterkering de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 8' ontbreekt.

Ter plaatse geldt immers een lage/middelhoge archeologische verwachtingswaarde die eveneens beschermingswaardig is. Wij verzoeken u derhalve ter plaatse van de waterkering de 'Waarde - Archeologie 8' op te nemen. Algemene opmerkingen planregels Over de planregels hebben wij nog een drietal opmerkingen/verzoeken: 1. In artikel 3.2.1 onder e worden golfbrekers genoemd, deze zijn echter niet toegevoegd aan de bestemmingsomschrijving onder artikel 3.1. Om een goede definitie te waarborgen raden wij aan om dit alsnog te doen. 2. Wij willen u verzoeken om de term zijbassin genoemd in artikel 3.2.3 onder a te definiëren in de begripsbepalingen. 3. In artikel 4.2.1 onder b en in artikel 5.2 zijn grotere nutsvoorzieningen toegestaan dan binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' in het PIP en groter dan gebruikelijk is in de bestemmingsplannen van de gemeente Urk, waaronder ook het aangrenzende bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein. Wij verzoeken u de omvang van nutsvoorzieningen binnen de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer' gelijk te trekken aan de omvang van de nutsvoorzieningen in de bestemming 'Bedrijventerrein' zijnde maximaal 3 meter hoog en een maximale inhoud van 90 m3.

3

Nota van beantwoording overlegreacties PIP en MER In de Nota van beantwoording overlegreacties PIP en MER (hierna Nota) waarin u onder meer onze overlegreactie op het PIP beantwoordt valt ons een drietal dingen op: 1. Bij de beantwoording over landschap in artikel 3.3 staat beschreven "De procedures voor het binnendijkse bedrijventerrein en de servicehaven lopen tegelijkertijd. De wijziging van het landschap door het binnendijkse bedrijventerrein is dus nog niet zeker." Dit is niet meer correct, nu reeds op 18 februari 2021 het bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein is vastgesteld. 2. In paragraaf 2.1 'Huidige situatie plangebied en omgeving' in de toelichting staat helaas nog steeds dat Zwolsehoek nog in ontwikkeling is, dit is niet meer het geval. In de Nota is aangegeven dat dit wordt aangepast. 3. Wij hebben u verzocht om aan de nadere eisen ook het aspect duurzaamheid toe te voegen. Dit heeft u gedaan bij alle bestemmingen, met uitzondering van de bestemming 'Water'. Wij verzoeken u dan ook aan artikel 6.3 alsnog een lid e toe te voegen, zijnde: e. duurzaamheid.

Milieueffectrapport Over het Milieueffectrapport hebben wij geen opmerkingen meer.

Wij vertrouwen erop dat u de voorgaande op- en aanmerkingen zult overnemen zodat wij verder kunnen werken aan de ruimtelijke ordening en ontwikkeling van deze unieke provincie. Wij wensen u veel succes met de verder procedure. Daarbij merken wij op dat wij van harte bereid zijn om deze zienswijze nader toe te lichten middels een (ambtelijk) overleg waarbij wij graag met u in gesprek gaan.

Kopie aan:

IJsselmeervereniging Jachthavenstraat 24 8603 CJ SNEEK

Provincie Flevoland ONTVANGEN

Provinciale Staten van Flevoland p/a Provincie Flevoland afdeling Gebiedsprogramma’s en Europa Postbus 55 8200 AB LELYSTAD

22 APR. 2021

20210421 Zienswijze ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland (MSNF II)

Geachte leden van Provinciale Staten, De IJsselmeervereniging dient hierbij een zienswijze in naar aanleiding van het ontwerp voor het inpassingsplan voor de MSN F II, zoals die van 12 maart tot en met 22 april 2021 ter inzage is gelegd.

De IJsselmeervereniging is van mening, dat MSNF II een te grote aanslag doet op het landschep en de natuur van het IJsselmeer en IJsselmeergebied. Zij adviseert u om dit plan niet vast te stellen en op zoek te gaan naar oplossingen voor de werkgelegenheid van Urk die een minder grote aanslag doen op de natuur en het landschep. De IJsselmeervereniging ligt dit hierna toe. 1.

Algemeen Door de aanleg van deze haven wordt een lange kade van maximaal 1500 m gerealiseerd langs de zuidelijke oever van de Noordoostpolder met dammen ten behoeve van een haven en vaargeulen daamaartoe. De IJsselmeervereniging vindt, dat het probleem dat zou moeten worden opgelosteventueel gebrek aan ruimte in de huidige werkhaven van Urk - niet opweegt tegen de aantasting van en beslaglegging op het IJsselmeer. Door de te verwachten bebouwing zal — na de enorme aantasting van het gebied door de aanleg van de windparken — opnieuw een aanslag gedaan worden op de openheid, rust en weidsheid. Zij vragen zich af, of er afdoende ik gekeken naar alternatieven voor dit plan, bijvoorbeeld een combinatie met andere initiatieven en havens, zoals de haven en het industrieterrein ten noorden van Lelystad (Flevokust) of Kampen. De realisatie van de voorgestelde haven doet ook een aanslag op de herkenbaarheid van het oorspronkelijke eiland Urk in relatie tot de inmiddels omringende polder.

2.

Klimaat en nieuwe ontwikkelingen Uit een gesprek met de gedeputeerde had de IJsselmeervereniging de indruk over gehouden, dat in het nieuwe ontwerp voor de Servicehaven rekening gehouden zou worden met de eisen die de klimaatverandering stelt, zoals minimalisatie van de uitstoot van CO2 en verwant broeikasstoffen. Helaas moeten we nu constateren, dat in dit ontwerp

www.ijsselmeervereniging.nl - info@ijsselmeervereniging.nl - IBAN:NL57RABO0138365164 - KvK 40624019

daar niet of nauwelijks rekening mee is gehouden. Noch in het ontwerp, noch In de voorschriften voor de realisatie van de bebouwing of voor het latere gebruik is Iets terug te vinden ten aanzien van het verminderen van de uitstoot van CO2 en dergelijke. De IJsselmeervereniging adviseert uw Staten om bij de vaststelling van dit plan daar maatregelen en voorschriften aan toe te voegen die er voor zorgen, dat de aanleg van de haven, de realisatie van de bebouwing en het gebruik geen nieuwe bronnen van CO2uitstoot veroorzaken.

In de toelichting bij het plan (biz. 27 e.v.) wordt verwezen naar de Nationale Waterplannen voor de periodes 2009-2015 en 2016-2021. Inmiddels is eind maart het ontwerp voor het Nationaal Waterprogramma 2022—2027 gepubliceerd. Het is gewenst om bij de vaststelling van het plan rekening te houden met dit programma. In het ontwerp mist de IJsselmeervereniging enige notie, dat we inmiddels al ruim een jaar te maken hebben met een pandemie van ongekende omvang. De maatschappelijke en economische gevolgen zijn en blijven groot. In dit kader verdient de aanleg van deze servicehaven heroverweging.

3.

Natuur In tegenstelling tot hetgeen op verschillende plaatsen in de stukken vermeld is, maakt het Ijsselmeer wel deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Door er van uit te gaan, dat het Ijsselmeer geen onderdeel is van het NNN heeft de toetsing ook niet plaatsgevonden. Mogelijke significante effecten op vogelsoorten zijn - ondanks de uitgebreide passende beoordeling - nog niet uitgesloten. Ten aanzien van vogelsoorten met een staat van instandhouding beneden het instandhoudingsdoel en vooral als daarnaast de trend ook negatief is en er een verbeter of uitbreidingsdoel geldt, kunnen zeer kleine effecten mogelijk al tot significantie leiden. Bijvoorbeeld bij de fuut, de zaagbokken, kuifeend, wilde eend en dwergmeeuw. Bovendien is de cumulatie met andere plannen en projecten niet altijd juist uitgevoerd. De ‘resteffecten’ van die andere plannen en projecten, zoals Windpark Fryslan, Windpark Blauw, Port of Urk, dienen als effecten van dit plan meegenomen te worden.

Ook bij de stikstofemissie is geen rekening gehouden met de effecten van andere plannen en projecten. Zo zal de bouwfase van Windpark Blauw overlappen met de realisatie van de haven. De drie fases, aanleg, bouw en gebruik, van het project zij geïsoleerd beschouwd, terwijl in het plan overlap tussen deze fases niet is uitgesloten. Bovendien leidt voor zwaar overbelast habitat iedere - ook al is het een kleine - toename van de depositie tot een verdere verslechtering. Voor de vliegroute van vleermuizen worden weliswaar een scherm van 4 meter hoogte verplicht gesteld en beperkingen gesteld ten aanzien van de verlichting bij de bestemming verkeer. Er missen echter beperkingen ten aanzien van de verlichting op het bedrijventerrein, zodat onvoldoende gewaarborgd is. dat er geen te grote negatieve effecten zijn op vleermuizen.

Het NOVI is inmiddels In werking getreden per september 2020, zodat het SVIR niet meer van toepassing is. 4.

Hoogte en geleding bebouwing Het plan staat een hoogte voor gebouwen toe van 24 m boven het peil (artikel 3.2.1) van het industrieterrein met - in artikel 15 - een afwijkingsmogelijkheid van 10%. Dit peil zal ruim 2 m boven het waterpeil van het Ijsselmeer liggen. Dit betekent, dat de bebouwing bijna 30 m boven het wateroppervlak zal liggen. Een bouwhoogte die op grond van artikel 3.3. ook nog eens verhoogd kan worden tot 30 m. Daarnaast kunnen kranen (45 m), tanks en silo’s (35 m), palen en masten (30 m) veel hoger zijn. Deze hoogte van de bebouwing detoneert met de omgeving. Ook kan er een scheepslift van 45 m hoogte worden

www.ijsselmeervereniging.nl - info@ijsselmeervereniging.nl - IBAN;NL57RABO0138365164 - KvK 40624019

gerealiseerd. Zowel ten opzichte van de dijk, die ter plekke een hoogte heeft van ongeveer 4 .m boven het water als ten opzichte van de nabije eiland Urk. Landschappelijk is dat een veel te grote aantasting. De IJsselmeervereniging waardeert de poging om enige geleding aan te brengen in het plan door in de regels, dat een bouwperceel maximaal 200 m breedte mag hebben (artikel 3.5, onder d.). Echter, dit is onvoldoende om de massaliteit van het complex te mitigeren, zeker nu in artikel 3.6 hiervan afgeweken kan worden en de ruimte tussen de bebouwing van 7,5 per bouwperceel ook nog eens verminderd kan worden (zelfs tot nul meter op grond’van artikel 3.3). En als de kade zo kort en zo diep mogelijk wordt gebouwd, namelijk een diepte van 135 m en een kadelengte van ruim 800 m zoals volgens het plan mogelijk is, kunnen zelfs bij toepassing van die 200 m slechts vier bouwblokken ontstaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/990/documents/14676