CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

3e1a678e-8563-4409-bdd9-56084d96f1d1.pdf

Raadsvergadering 16 september 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 5: Afdoening van ingekomen stukken aan de raad27.633 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Van [naam] Verzonden: dinsdag 13 juli 2021 13:57 CC: Onderwerp: vaststelling Inpassingsplan MSNF Geachte heer / mevrouw, Op 30 juni 2021 heeft Provinciale Staten het Inpassingsplan Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland 2021 vastgesteld. Aangezien u op het ontwerpplan heeft gereageerd middels een formele zienswijze of een informele reactie stuur ik u hierbij de Antwoordnota toe. Hierin kunt u terugvinden hoe uw zienswijze / reactie is verwerkt in het vastgestelde plan. Het vastgestelde plan wordt vanaf 16 juli tot en met 26 augustus 2021 ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kunt u beroep indienen bij de Raad van State. Zie bijgevoegde kennisgeving.

Met vriendelijke groet, [naam] Provincie Flevoland W www.flevoland.nl

Vaststelling gewijzigd provinciaal inpassingsplan “Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland” Algemeen Gedeputeerde Staten van Flevoland maken bekend dat Provinciale Staten op 30 juni 2021 het provinciaal inpassingsplan “Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland” gewijzigd hebben vastgesteld. De wijzigingen zijn opgenomen in de “Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp inpassingsplan en milieueffectrapport Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland”. De minister van Infrastructuur en Milieu heeft ten behoeve van de realisatie van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland in het IJsselmeer in de gemeente Noordoostpolder ontheffing verleend op grond van artikel 3.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Om Noordelijk Flevoland een krachtige economische impuls te geven en te voorkomen dat vitale bedrijven zich vanwege ruimtegebrek buiten de provincie gaan vestigen, wordt door de provincie Flevoland de nieuwe buitendijkse haven ‘Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland’ ten zuiden van Urk ontwikkeld. Het betreft een 'maakhaven', waar men terecht kan voor scheepsbouw (inclusief grote jachtbouw), scheepsreparatie en refits. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is een provinciaal inpassingsplan met bijbehorend milieueffectrapport opgesteld. Afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet zijn op dit besluit van toepassing.

Terinzagelegging Gegeven de huidige maatregelen en de risico’s ten aanzien van het COVID-19 virus wordt op dit moment afgezien van de gebruikelijke fysieke terinzagelegging van de ontwerpstukken op het provinciehuis en de gemeentehuizen. Het Statenvoorstel en besluit en het gewijzigd vastgestelde inpassingsplan ‘Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland’ - inclusief het bijbehorende Milieueffectrapport, de Nota van beantwoording op de ingediende zienswijzen en de door de minister verleende ontheffing van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening - zijn vanaf vrijdag 16 juli 2021 tot en met donderdag 26 augustus 2021 voor een ieder toegankelijk via de website https://www.flevoland.nl/loket/ter-inzage en in de viewer van www.ruimtelijkeplannen.nl op plannummer NL.IMRO.9924.IPservicehavenFL20-VG01. Kunt u de ontwerpstukken niet digitaal raadplagen, dan kunt u een papieren versie op afspraak inzien op het Provinciehuis van de provincie Flevoland, Visarenddreef 1 te Lelystad. Voor het maken van deze afspraak of bij vragen over de procedure of het plan kunt u contact opnemen met het secretariaat van de afdeling Gebiedsprogramma’s en Europa (telefoonnummer 0320-265776).

Beroep Gedurende de periode van terinzagelegging kan tegen het besluit tot vaststelling van het provinciaal inpassingsplan én de ontheffing van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening beroep worden ingesteld. Het beroep kan worden ingesteld bij: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA ’s-Gravenhage Het beroepschrift moet worden ondertekend en dient tenminste te bevatten: • Naam en adres; • De dagtekening; • Een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht; • De redenen waarom de belanghebbende zich niet met het besluit kan verenigen. Voorlopige voorziening Degene die beroep heeft ingesteld kan tevens de voorzieningenrechter verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Bij het verzoek moet een afschrift van het beroepschrift worden overlegd. Het verzoek om voorlopige voorziening kan worden gericht aan:

Raad van State t.a.v. de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA ’s-Gravenhage Griffierecht Voor de behandeling van het beroepschrift en een eventueel verzoek om een voorlopige voorziening bent u griffierecht verschuldigd. Over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling kunt u contact opnemen met de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Crisis- en herstelwet Op het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan zijn afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent voor het indienen van het beroepschrift dat: • de beroepsgronden in het beroepschrift moeten worden opgenomen; • het beroep niet ontvankelijk wordt verklaard, indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend; en • deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Ontheffing Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De minister van Infrastructuur en Milieu heeft ten behoeve van de realisatie van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland in het IJsselmeer in de gemeente Noordoostpolder ontheffing verleend op grond van artikel 3.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

Dit besluit tot ontheffingverlening en het besluit tot vaststelling van het Inpassingsplan “Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland” worden voor de mogelijkheid van beroep aangemerkt als één besluit, vastgesteld door Provinciale Staten. Inwerkingtreding Het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan treedt in werking op 27 augustus 2021, de dag na het aflopen van de genoemde beroepstermijn. Het instellen van beroep schorst de inwerkingtreding van het besluit niet. Als binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend, dan treedt het besluit niet in werking totdat op het verzoek is beslist.

NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ONTWERP INPASSINGSPLAN EN MILIEUEFFECTRAPPORT Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland

Documentnummer : 2786512 Ambtelijk : concept, 5 mei 2021 GS : definitief, 18 mei 2021 PS : definitief, 30 juni 2021 Periode ter inzage stukken : 12 maart t/m 22 april 2021

1.

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding, de informatieverstrekking in het kader van de planologischjuridische procedure van het Provinciaal Inpassingsplan (PIP), de behandeling van de op het ontwerpplan ontvangen zienswijzen en adviezen en de opbouw van deze Nota van Beantwoording Zienswijzen. 1.1. Aanleiding Bij de ondernemers op Urk die actief zijn in het maritieme servicecluster, gesteund door de gemeenten Urk en Noordoostpolder, bestaat al een aantal jaren de wens om bij Urk een nieuwe buitendijkse haven in het IJsselmeer te realiseren. De nieuwe haven moet, in aanvulling op de bestaande haven van Urk, gaan functioneren als servicehaven: een haven waar met name servicegerichte activiteiten ten behoeve van de scheepvaart worden uitgevoerd: scheepsbouw (incl. de bouw van grote jachten), -afbouw, -reparatie, re-fits en aanverwante maritieme dienstverlening. Waarom een nieuwe haven? Ondernemers De wens om te komen tot een nieuwe buitendijkse haven komt in eerste instantie vanuit een aantal ondernemers die momenteel actief zijn in de oude werkhaven van Urk en aan de Urkervaart. Zij hebben zich een aantal jaren geleden verenigd, met als voornaamste doel om een nieuwe haven in de buurt van Urk te realiseren waar zij hun groeiende bedrijfsactiviteiten beter en meer toekomstgericht kunnen voortzetten.

De beperkte kaderuimte en de milieuruimte van de bestaande werkhaven van Urk worden als een belemmering ervaren om aan de marktvraag naar steeds grotere jachten en werkschepen te kunnen voldoen. Gemeenten Urk en Noordoostpolder Een nieuwe haven is ook aantrekkelijk voor de gemeente Urk, eigenaar van de oude werkhaven. Met het verplaatsen van de veelal zware industriële activiteiten naar een locatie buiten het oude centrum komt aan de rand van het oude dorp ruimte vrij voor andere ontwikkelingen. Verkenning Op basis van de wens van de ondernemers hebben de gezamenlijke overheden (provincie, gemeenten Urk en Noordoostpolder en Dronten, Waterschap Zuiderzeeland en Rijkswaterstaat) in 2012 besloten samen met de ondernemers een verkenning te starten naar de haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van een nieuwe haven. Uitkomst van dit onderzoek in 2013-2014 was dat een nieuwe haven bij Urk onder voorwaarden mogelijk is. Toen de ondernemers bij de uitwerking van de plannen in 2015 concludeerden dat het (qua grondpositie en financiën) niet haalbaar is om zelfstandig een nieuwe haven te ontwikkelen, verzochten de ondernemers de overheden om samen met hen een nieuwe haven te ontwikkelen. Zowel de gemeente Urk als de gemeenten Noordoostpolder en Dronten stonden welwillend tegenover dit verzoek, met name vanuit economisch perspectief.

Gezamenlijk concludeerden de gemeenten echter dat de ontwikkeling van een nieuwe haven een te grote opgave is voor de gemeenten alleen. Daarom hebben zij in december 2015 de provincie Flevoland verzocht een actieve rol op zich te nemen en een Provinciaal Inpassingsplan voor een nieuwe maritieme servicehaven op te stellen. Provincie Flevoland In februari 2016 hebben Provinciale Staten van Flevoland de ontwikkeling van de servicehaven van provinciaal belang verklaard vanuit de overweging, dat deze ontwikkeling belangrijk is voor de economie van heel Noordelijk Flevoland. Flevoland wil een aantrekkelijk vestigingsgebied voor bedrijven zijn, met economische structuurversterking als uiteindelijk doel. De aanleg van de nieuwe maritieme servicehaven past in dit streven. De haven geeft een krachtige economische impuls en voorkomt dat vitale bedrijven zich, vanwege ruimtegebrek, buiten de provincie vestigen. Het belang van de ontwikkeling van de buitendijkse maritieme servicehaven is ook door het rijk erkend. Op 24 juni 2015 is in de Staatscourant de “Voorpublicatie van het besluit tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet en van bijlage II bij de Crisis- en herstelwet (elfde tranche)” gepubliceerd.

Hieruit blijkt, dat de haven in de 11e tranche van de Crisis- en herstelwet (Chw) is geplaatst op de lijst van projecten waarop de procedurele bepalingen van de Chw van toepassing zijn. Het Rijk is van mening, dat de

nieuwe haven een directe en aantoonbare bijdrage levert aan het verbeteren van het bedrijfsvestigingsklimaat en de arbeidsmarkt in noordelijk Flevoland. Het rijksbelang wordt bevestigd met de zogenaamde Regio Deal Noordelijk Flevoland, die het rijk, provincie Flevoland en de gemeenten Urk en Noordoostpolder 12 december 2019 samen met het bedrijfsleven hebben ondertekend. Noordelijk Flevoland heeft van oudsher een krachtige economie, mede als gevolg van een sterk maritiem cluster rondom Urk en de visserijsector rondom het IJsselmeer. Tegelijkertijd komt er veel op dit gebied af, zoals de Brexit en de noodzaak tot verduurzaming. Met de Regio Deal investeren Rijk en regio € 30 miljoen om hiermee een antwoord op deze uitdagingen te geven en zo het gebied krachtig en toekomstbestendig te maken Proces In de periode na februari 2016 heeft de provincie de ruimtelijke opgave voortvarend aangepakt en bij besluit van 19 juli 2017 door Provinciale Staten van Flevoland is het inpassingsplan "Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland" vastgesteld. Na de besluitvorming is beroep ingesteld bij de Raad van State.

Op 11 december 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) uitspraak gedaan en het besluit van Provinciale Staten van 19 juli 2017 tot vaststelling van het inpassingsplan "Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland vernietigd vanwege de rechtsgevolgen van de zogenaamde PAS-uitspraak van 29 mei 2019 (ABRvS, ECLI:NL:RVS:2019:1603). Naar aanleiding van de uitspraak van 11 december 2019 heeft de provincie besloten het PIP en MER aan te passen en te actualiseren en opnieuw in procedure te brengen. In de peridode 11 mei tot en met 22 juni 2020 zijn de Nota van Uitgangspunten en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau ter inzage gelegd. Het ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) en de Milieueffectrapportage (MER) hebben vervolgens van 12 maart 2021 tot en met 22 april 2021 ter inzage gelegen. De voorliggende Nota van beantwoording, bevat de reactie op de ingediende zienswijzen en is onderdeel van het gewijzigde PIP en MER dat vervolgens ter inzage zal worden gelegd. Gedurende de periode van terinzagelegging kan tegen het besluit tot vaststelling van het provinciaal inpassingsplan beroep worden ingesteld bij de Raad van State. Complementaire maritieme profielen De provincie heeft in de Uitgangspuntennotitie en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau duidelijk Aangegeven, wat het profiel van de nieuwe servicehaven is.

Dit om van meet af aan duidelijkheid te geven over mogelijke concurrentie met de andere havens in de directe nabijheid van de servicehaven. Flevokust, de multimodale overslaghaven die in ontwikkeling is ten noorden van Lelystad, is gericht op logistieke bedrijvigheid en heeft als laad-, los- en containerhaven een complementair profiel. De locatie van Flevokust bij Lelystad is juist gekozen voor logistieke activiteiten vanwege de goede multimodale ontsluiting. De nieuwe servicehaven is een maakhaven voor scheepsbouw, -afbouw, -reparatie, re-fits en aanverwante maritieme dienstverlening. De locatie van de servicehaven bij Urk sluit aan bij de maritieme activiteiten die juist daar worden uitgevoerd. Onder het motto “One port, two locations” vullen beide havens elkaar aan, maar zijn zij geen concurrent van elkaar. Dit betekent dat in de nieuwe Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland geen laad- en losactiviteiten worden uitgevoerd, anders dan aanlanden van materiaal en onderdelen die direct benodigd zijn voor maritieme serviceactiviteiten.

Bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst In september 2016 hebben de drie betrokken gemeenten – Urk, Noordoostpolder en Dronten – en provincie Flevoland een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin het profiel van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland als maakhaven door de betrokken colleges van Burgermeester en Wethouders en het college van Gedeputeerde Staten is onderschreven.

1.2 Informatieverstrekking over het ontwerp-inpassingsplan De terinzagelegging van het ontwerp-inpassingsplan en bijbehorende bijlagen waaronder het Milieueffectrapport is op verschillende manieren bekend gemaakt: • kennisgeving in de Staatscourant, de regionale huis-aan-huisbladen en op de website van de provincie Flevoland; • toezending kennisgeving aan de wettelijke adviseurs en vooroverleg partners; • toezending kennisgeving aan degenen die een reactie hebben ingediend op de Uitgangspuntennotitie en/of Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Vanaf 12 maart 2021 tot en met 22 april 2021 hebben de navolgende stukken ter inzage gelegen: • het ontwerp-inpassingsplan “Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland 2021” inclusief bijlagen, waaronder het Milieueffectrapport (MER); • het ontwerp-vaststellingsbesluit; • de Nota van beantwoording op de reacties op de Uitgangspuntennotitie en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De stukken waren digitaal in te zien op de website van de provincie (www.flevoland.nl/loket/ter-inzage). In afwijking van gebruikelijk hebben de stukken niet fysiek ter inzage gelegen bij de diverse openbare overheidsinstellingen (gemeentehuis e.d.) vanwege de maatregelen en de risico’s ten aanzien van het COVID19 virus.

Wanneer belangstellenden de ontwerpstukken niet digitaal konden raadplagen, dan konden ze een papieren versie op afspraak inzien op het Provinciehuis van de provincie Flevoland. Het ontwerp-inpassingsplan kon ten slotte ook geraadpleegd worden via www.ruimtelijkeplannen.nl onder NL.IMRO.9924.IPservicehavenFL20-ON01 Gedurende de periode van terinzagelegging konden bij de provincie zienswijzen op het ontwerpinpassingsplan, het bijbehorende MER en het ontwerp-vaststellingsbesluit naar voren worden gebracht. 1.3 Ontvangen zienswijzen en adviezen Zienswijzen Gedurende de periode van de terinzagelegging zijn door de provincie drie schriftelijke zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn in deel A van deze Nota van beantwoording per adressant beantwoord. Horen gemeenteraden Noordoostpolder, Urk en Dronten Het Inpassingsplan is een provinciaal bestemmingsplan dat voor het plangebied de huidige bestemmingen van de vigerende bestemmingsplannen van de gemeenten vervangt. De provincie moet daarom de betreffende gemeenteraden horen (artikel 3.26 Wet ruimtelijke ordening). De gemeenteraad is immers het orgaan dat in eerste instantie bevoegd is om een bestemmingsplan op te stellen. De gemeenteraad verliest als gevolg van het Inpassingsplan deze bevoegdheid voor een door Provinciale Staten vast te stellen termijn van maximaal 10 jaar.

De betreffende gemeenteraden hebben schriftelijk de gelegenheid gekregen om te reageren op het ontwerpinpassingsplan met bijbehorende bijlagen -waaronder het MER- en het ontwerp-vaststellingsbesluit waarin het voornemen staat om de bevoegdheden tot uitvoering van het Inpassingsplan bij de gemeenten te laten en de looptijd te stellen op 10 jaar. De gemeenteraden van Dronten en Noordoostpolder hebben hier geen gebruik van gemaakt. De gemeenteraad van Urk heeft ervoor gekozen haar waardering uit te spreken voor het inpassingsplan. De schriftelijke reacties van de gemeenteraden zijn verwerkt in deel B van deze Nota van beantwoording. Advies van de Commissie m.e.r. De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft op 26 april 2021 haar toetsingsadvies over het MER uitgebracht. In deel C van deze Nota van beantwoording wordt aangegeven hoe met de inhoud van dit advies is omgegaan.

1.4 Wijzigingen Inpassingsplan en MER Ambtshalve wijzigingen Ambtelijk zijn zaken geconstateerd die wijzigingen in het Inpassingsplan wenselijk maken. Deze ambtshalve wijzigingen worden in deel D van deze Nota van Beantwoording benoemd. Samenvatting wijzigingen Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen, het advies van de Commissie m.e.r. en de ambtshalve wijzigingen wordt het Inpassingsplan gewijzigd vastgesteld. De wijzigingen worden in deel E van deze Nota van beantwoording weergegeven. 1.5 Opbouw Nota van beantwoording zienswijzen Deze nota heeft de volgende indeling: Deel A Zienswijzen A1. Beantwoording per adressant Deel B Het horen van de gemeenteraden Deel C Advies Commissie m.e.r. C 1 Inhoud van het advies Deel D Ambtshalve wijzigingen Deel E Samenvatting wijzigingen Deel F Bijlagen F1 Ingediende zienswijzen F2 Beantwoording zienswijze IJsselmeervereniging en advies Commissie m.e.r. ten aanzien van Stikstof F3 Toetsingsadvies Commissie m.e.r.

Deel A

Zienswijzen

Er zijn drie schriftelijke zienswijzen naar voren gebracht door (op volgorde van ontvangst): Naam Adres en woonplaats Indiener 1 Gemeente Urk Postbus 77, 8320 AB, College B&W URK 2 SwifterwinT b.v. De Maalstroom 2, 8255 Stephan de Clerck, RN SWIFTERBAND Directeur Operations SwifterwinT op Land BV 3 IJsselmeervereniging Jachthavenstraat 24, A. Wouda, 8603 CJ SNEEK penningmeester Ontvankelijkheid De hierboven bedoelde zienswijzen zijn op tijd ontvangen. Voor zover de zienswijzen betrekking hebben op het provinciale inpassingsplan en het MER kunnen de zienswijzen door provincie in behandeling worden genomen. Inhoudelijke beoordeling van de zienswijzen In een tabel wordt per adressant de inhoud van de zienswijzen weergegeven en volgt onze reactie daarop. In kolom 1 van de tabel worden de in een zienswijze geuite bezwaren genummerd. In kolom 2 is de inhoud van de bezwaren weergegeven en in kolom 3 onze inhoudelijke reactie daarop. In kolom 4 ten slotte geven wij aan of de zienswijze heeft geleid tot wijziging van het Inpassingsplan en/of MER. In bijlage F1 zijn alle ingediende zienswijzen integraal opgenomen.

A1. Zienswijzen per adressant 1 1.1

1.2

Inhoud zienswijze 1 (gemeente Urk) In het provinciaal inpassingsplan (hierna PIP) is een (brede) bestemming ‘Verkeer’ opgenomen aan de oostzijde van het plangebied en over de bestemming ‘Bedrijventerrein’ in het onlangs vastgestelde bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein. De bestemming ‘Verkeer’ snoept mede door haar omvang een aanzienlijk deel van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ in het bestemmingsplan Port of Urk Binnendijks bedrijventerrein af en daarmee circa 0,6 hectare van de uitgeefbare gronden van de gemeente Urk. Wij verzoeken u dan ook de bestemming ‘Verkeer’ tussen de waterkering en de Domineesweg te laten vervallen. Temeer omdat reeds op 18 februari 2021 het bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein is vastgesteld, waarmee de ontsluiting van de MSNF reeds is verzekerd. Bijna de gehele waterkering is bestemd als ‘Verkeer’. Met een breedte van bijna 90 meter zou dat de suggestie kunnen wekken dat er een hele brede weg aangelegd kan worden. De planregeling lezende mogen er binnen de bestemming ‘Verkeer’ echter helemaal geen wegen gerealiseerd worden of mag er althans maar één ontsluitingsweg worden gerealiseerd. De planregeling in artikel 5.1 onder a is hieromtrent onduidelijk. Wordt hier bedoeld met ‘de gronden met de bestemming Bedrijventerrein’ (1) de aangrenzende bestemming

Reactie

Wijziging

De bestemming Verkeer tussen de waterkering en de Domineesweg wordt geschrapt van de verbeelding.

Schrappen bestemming Verkeer op de verbeelding tussen de waterkering en de Domineesweg.

De bestemming Verkeer ligt op de waterkering en is bestemd als Verkeer en omvat de bestaande langzaam verkeerverbinding en de geprojecteerde ontsluiting van de MSNF die over de dijk naar Port of Urk loopt. Naar aanleiding van zienswijze is artikel 5.1 aangepast en zijn ook voet- en fietspaden toegestaan en wordt duidelijk gemaakt welke gronden met ‘gronden met de bestemming Bedrijventerrein’ wordt bedoeld. Sub a is aangepast en sub b is toegevoegd, op de wijze waarop in de kolom hiernaast is weergegeven.

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal één hoofdontsluitingsweg ten behoeve van de maritieme servicehaven zoals bestemd op de gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein' in dit plan; b. voet- en fietspaden;

1.3

1.4

1.5

‘Bedrijventerrein’ binnen dit PIP of (2) de onderliggende bestemming ‘Bedrijventerrein’ in het bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein? De gemeente Urk vraagt zich af of ter plaatse een bestemming ‘Verkeer’ wel geschikt is. Is bijvoorbeeld een bestemming ‘Agrarisch’ met een beperkte mogelijkheid tot het aanleggen van wegen en (fiets- en voet)paden niet geschikter? Het hoofdgebruik is en blijft immers agrarisch. In paragraaf 5.11 Verkeer in de toelichting wordt opgemerkt dat een capaciteit van 12.000 mvt/u op de Domineesweg niet meer te handhaven is. Er worden twee oplossingen geboden: de oostelijke randweg en een rotonde bij de door de provincie opnieuw geïntroduceerde ontsluiting op de Domineesweg. Het realiseren van een ontsluiting met rotonde ter plaatse is allerminst zeker en kan derhalve niet opgenomen worden als mitigerende maatregel. Derhalve hebben wij u hiervoor verzocht de bestemming ‘Verkeer’ tussen de waterkering en de Domineesweg te laten vervallen. De oostelijke randweg kan gerealiseerd worden op basis van de gemaakte afspraken welke wij met u en de gemeente Noordoostpolder maken in een bestuursovereenkomst. Wij zien graag dat de passage aangaande de oostelijke randweg in lijn wordt gebracht met de toelichting in het bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein. Zie hiervoor paragraaf 5.4 in de toelichting op het

Het hoofdgebruik is een waterkering die ligt tussen het Bedrijventerrein Port of Urk en de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland. Deze gronden een agrarische bestemming geven is niet in lijn met het gebruik. De bestemming Verkeer t.b.v. de ontsluitingsweg en fiets- en voetpaden is de juiste bestemming.

Zie wijziging onder 1.2. weergegeven.

De verbeelding is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast, zie ad 1.1.

Zie ad 1.1.

De toelichting van het PIP wordt afgestemd op paragraaf 5.4 van de toelichting van het bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein.

Paragraaf 5.11 is aangepast

Tevens wordt de paragraaf geactualiseerd. Vermeld wordt dat de verkenningsstudie naar de ontsluitingsweg is afgerond en is vastgesteld door Gedeputeerde Staten en het college van burgemeester en wethouders van Urk en voor kennisgeving is aangenomen door het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder. De studie geeft weer dat een ontsluitingsweg tussen A6 en Staartweg komende jaren voor

bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein

1.6

1.7

De plangrens van het PIP volgt gedeeltelijk de grens van de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. Deze gebiedsaanduiding is voor zover gelegen ter plaatse van Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein ruim 11 meter ruimer dan de geluidzone die de gemeente Urk heeft ontvangen van de provincie ten behoeve van het bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein en ligt derhalve verder over het bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein dan eerder door u gecommuniceerd. Wij ontvangen hierover graag duidelijkheid van u. Het valt ons op dat ter plaatse van de waterkering de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 8’ ontbreekt. Ter plaatse geldt immers een lage/middelhoge archeologische verwachtingswaarde die eveneens beschermingswaardig is. Wij verzoeken u derhalve ter plaatse van de waterkering de ‘Waarde – Archeologie 8’ op te nemen

een betere, evenwichtiger en robuustere ontsluiting van Urk en het zuidwestelijk deel van de Noordoostpolder zorgt en dat hiermee knelpunten ten gevolge van de komende ontwikkelingen (Haven, bedrijventerrein Poort of Urk, Zeeheldenwijk) op de Domineesweg en Urk komende jaren (tot 2040) worden opgelost. De bedoeling is dat de ondertekening van de bestuursovereenkomst (BOK) plaatsvindt vóór vaststelling van voorliggend Provinciaal inpassingsplan Maritieme Servicehaven door PS op 30 juni 2021. Volgens de BOK zou de ontsluitingsweg er tegen 2026 (intentie) moeten liggen. Onderdeel van de planstudie is dat er ook gekeken wordt naar maatregelen op de Domineesweg om de intensiteitsgroei op de Domineesweg in de fase tot realisatie van de nieuwe ontsluitingsweg mogelijk te maken. Door een aanpassing aan het akoestisch onderzoek is de geluidzone – industrielawaai inderdaad iets verschoven. De aanpassing van het geluidonderzoek is gedaan op 18 februari 2021. Het bestemmingsplan Port of Urk is door de gemeente Urk op die zelfde dag vastgesteld en kon dus niet meer worden aangepast. Omdat de geluidzone iets ruimer is en het inpassingsplan wordt vastgesteld nadat het bestemmingsplan Port of Urk is vastgesteld is de begrenzing van de zone op de juiste wijze opgenomen.

Ter plaatse van de waterkering wordt geen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 8’ opgenomen. De waterkering is immers een aangelegd kunstwerk, waar geen archeologische waarden zijn te verwachten.

Geen.

Geen.

1.8

1.9

1.10

1.11

In artikel 3.2.1 onder e worden golfbrekers genoemd, deze zijn echter niet toegevoegd aan de bestemmingsomschrijving onder artikel 3.1. Om een goede definitie te waarborgen raden wij aan om dit alsnog te doen. Wij willen u verzoeken om de term zijbassin genoemd in artikel 3.2.3 onder a te definiëren in de begripsbepalingen In artikel 4.2.1 onder b en in artikel 5.2 zijn grotere nutsvoorzieningen toegestaan dan binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ in het PIP en groter dan gebruikelijk is in de bestemmingsplannen van de gemeente Urk, waaronder ook het aangrenzende bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein. Wij verzoeken u de omvang van nutsvoorzieningen binnen de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Verkeer’ gelijk te trekken aan de omvang van de nutsvoorzieningen in de bestemming ‘Bedrijventerrein’ zijnde maximaal 3 meter hoog en een maximale inhoud van 90 m3. Bij de beantwoording in de Nota van Beantwoording over landschap in artikel 3.3 staat beschreven “De procedures voor het binnendijkse bedrijventerrein en de servicehaven lopen tegelijkertijd. De wijziging van het landschap door het binnendijkse bedrijventerrein is dus nog niet zeker.” Dit is niet meer correct, nu reeds op 18 februari 2021 het bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein is vastgesteld.

In artikel 3.1 was in het ontwerpplan in de bestemmingsomschrijving al het volgende opgenomen: de aanleg, het beheer en onderhoud van golfbrekers en daarbij behorende voorzieningen, waarbij de golfbrekers tevens onderdeel zijn van de primaire waterkering. Daarnaast was in artikel 1 reeds een definitie van golfbreker opgenomen. De term zijbassins is voldoende duidelijk.

Geen.

De maatvoeringsbepalingen zijn conform de zienswijze aangepast.

Artikel 5 en 6 (hernummerd) zijn aangepast in die zin dat gebouwen voor nutsvoorzieningen maximaal 3 meter hoog mogen zijn en de inhoud maximaal 90 m3.

Aangezien de Nota van Beantwoording (NvB) is opgesteld, voordat het bestemmingsplan Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein is vastgesteld is dat inderdaad inmiddels niet meer actueel. De NvB wordt niet aangepast. Bovendien geldt tijdens de behandeling van de zijnswijzen dat het bestemmingsplan Port of Urk nog niet onherroepelijk is. De wijziging van het landschap door het binnendijkse bedrijventerrein is dus nog niet zeker.

Geen.

Geen.

1.12

1.13

2 2.1

In paragraaf 2.1 ‘Huidige situatie plangebied en omgeving’ in de toelichting staat helaas nog steeds dat Zwolsehoek nog in ontwikkeling is, dit is niet meer het geval. In de Nota is aangegeven dat dit wordt aangepast. Wij hebben u verzocht om aan de nadere eisen ook het aspect duurzaamheid toe te voegen. Dit heeft u gedaan bij alle bestemmingen, met uitzondering van de bestemming ‘Water’. Wij verzoeken u dan ook aan artikel 6.3 alsnog een lid e toe te voegen, zijnde: e. duurzaamheid. Inhoud zienswijze 2 (SwifterwinT b.v.) Indiener wil dat Windplanblauw en de in het Rijksinpassingsplan vastgestelde ligging in de MER wordt meegenomen als autonome ontwikkeling en dat in de effectbeoordeling wordt aangetoond dat de nautische veiligheid gewaarborgd blijft en aanvaar- en aandrijfkansen acceptabel zijn. Indiener is van mening dat dit onvoldoende is gebeurd. Indiener wil inzicht in hoe een toename in de scheepsvaartbewegingen zich verhoudt ten opzichte van de nautische veiligheid voor het Windpark, aangezien één van de vaarroutes naar de servicehaven door het windpark loopt.

Dit was abusievelijk niet correct verwerkt. Dit wordt aangepast.

Opnemen: Op het bedrijventerrein Zwolsche Hoek zijn er (nagenoeg) geen bedrijfskavels meer beschikbaar.

Dit was abusievelijk niet correct verwerkt. Dit wordt aangepast

Toevoegen lid e ‘de duurzaamheid’ aan nadere eisen

Reactie

Wijziging

In het MER is in paragraaf 6.8 aandacht besteed aan de mogelijke effecten van de ontwikkeling van de MSNF op de nautische veiligheid. De MSFN leidt tot een kleine toename van het aantal scheepvaartbewegingen. Het scheepvaartverkeer gerelateerd aan de MSNF zal aantakken op de doorgaande vaarroute het Botterrak en van daar richting de vaargeul Amsterdam-Lemmer of (in beperkte mate) richting Meppel. Het is daarbij aannemelijk dat de routes van MSNF slechts beperkt van het Molenrak (de route door Windplan Blauw) gebruik zullen maken De toename van het aantal vaarbewegingen op de scheepvaartroutes die langs of door (een deel van) Windplanblauw lopen is dus klein. Gezien deze geringe toename en ervan uitgaande dat de scheepvaartroutes voldoen aan de wettelijk eisen - dus ook de routes door en langs Windplanblauw – kan worden geconcludeerd dat de MSNF geen relevant effect heeft op de nautische veiligheid in relatie tot het windpark.

Geen.

Figuur: vaarwegen en Windplanblauw (bron: Aanvulling Nautische veiligheid Windplanblauw, 4 mei 2018), met aangevuld de locatie van de MSNF(rode stippellijn)

2.2

Indiener wil dat dat de effecten van Windplanblauw worden meegenomen in de cumulatieve beschouwing op geluid en ecologie.

Voor wat betreft geluid geldt, dat uit het MER MSNF blijkt, dat de effecten van de MSNF op de geluidbelasting relatief gering en lokaal is. Gezien de afstand tussen de MSNF en de locaties van de geplande windturbines van Windplanblauw is er geen reden op aan te nemen dat er een cumulatief effect op de geluidbelasting is door haven en windturbines gezamenlijk. Voor wat betreft ecologie geldt het volgende. In de Passende beoordeling windpark Blauw (Verbeek, R.G. & H.A.M. Prinsen, 2018. Passende beoordeling Windplan Blauw, provincie Flevoland. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapportnr. 17152, Bureau Waardenburg, Culemborg) is ook het cumulatief effect met de Maritieme Service Haven Noordelijk Flevoland (en een groot aantal andere plannen en projecten) beschreven, zie onderstaande uitsnede v.w.b. de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland.

In de Wnb-vergunning voor Windpark Blauw (Provincie Flevoland, 2018, kenmerk 2294998) is daarom ten aanzien van cumulatie opgenomen: “Uit de passende beoordeling voor het project Windplan Blauw blijkt dat ook cumulatief gezien significant negatieve effecten als gevolg van het project op de instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten.” Ook in de PB MSNF is op een dergelijke manier het cumulatieonderzoek uitgevoerd.

Geen.

3 3.1

IJsselmeervereniging De aanleg van de haven om de problematiek van gebrek aan ruimte in de bestaande werkhaven van Urk weegt niet op tegen de aantasting van en beslaglegging op het IJsselmeer. De aanleg is een aanslag op de openheid, rust en weidsheid. De aanleg gaat ook ten koste van de herkenbaarheid van het oorspronkelijke eiland Urk.

Reactie Helaas is in de bestaande haven onvoldoende ruimte om de groei van de maritieme bedrijven te kunnen faciliteren. De vraag naar kaderuimte is inmiddels zo groot dat de haven tegen zijn grenzen aanloopt. De haven ligt iedere week vol en er zijn wachtlijsten voor nieuwe schepen.

Wijziging Geen.

Ook is er vraag naar langere kaderuimte voor werkzaamheden aan grotere schepen. Naast de fysieke is ook de milieutechnische grens (geluid, geur en stof) bereikt, met name ten aanzien van het aspect geluid. Vooral de werkzaamheden aan stalen schepen groter dan 25 meter leveren een grote milieucontour op. Ten slotte heeft een openbare kaderuimte als gevolg dat bezoekers en havenactiviteiten niet van elkaar zijn gescheiden, waardoor veiligheidsrisico’s ontstaan. Voor Urk biedt de realisatie van deze nieuwe haven juist kansen. De gemeente Urk zet in op een verplaatsing van de grootschalige activiteiten, met name van de openbare kade naar de servicehaven. Deze verplaatsing zorgt voor meer ruimte in de bestaande haven, wat kansen biedt voor nieuwe kleine bedrijven die in niches opereren en te klein zijn om in eigen kaderuimte te investeren. Om zo min mogelijk impact op het aanzicht vanaf de Ketelbrug richting Urk te hebben is op basis van de Landschapsanalyse bij het MER ervoor gekozen om de Servicehaven parallel aan de dijk te realiseren. Er wordt rekening gehouden met de zichtlijnen over het IJsselmeer en het historisch silhouet van het voormalig eiland Urk wordt gerespecteerd. Het historisch dijktracé blijft ook onaangetast.

3.2

Is er afdoende gekeken naar alternatieven, zoals de haven en industrieterrein ten noorden van Lelystad of Kampen.

Uit de visualisaties van de Landschapsanalyse blijkt dat de Servicehaven vanaf de Ketelbrug nauwelijks zichtbaar is. Vanaf Urk is de Servicehaven alleen zichtbaar vanaf de uitkijktoren op de strekdam. Zowel bij de Ladder voor duurzame verstedelijking als de locatieafweging in het kader van het MER is er gekeken naar alternatieven. Er is gekeken naar alternatieven in Lelystad, Lemmer, Kampen, Harlingen en Meppel. Kampen en Lelystad zijn op basis van het programma van eisen van de doelgroepen mogelijke alternatieven, maar de beschikbare

Geen.

kademeters en fysieke ruimte zijn daar onvoldoende.

3.3

3.4

Het plan houdt geen rekening met eisen die de klimaatverandering stelt, zoals minimalisatie van uitstoot van CO2 en verwante broeikasstoffen. Indiener verzoekt bij de vaststelling maatregelen en voorschriften toe te voegen die ervoor zorg dat de aanleg van de haven, de realisatie van de bebouwing en het gebruik heen nieuwe bronnen van CO2 uitstoot veroorzaken.

Er wordt verwezen naar het Nationale Waterplannen 2009-2015 en 2016-2021. Er dient rekening te worden gehouden met het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022-2027 dat eind maart is gepubliceerd.

Het is van belang dat de nieuwe buitendijkse haven zoveel mogelijk in de nabijheid van Urk wordt gerealiseerd, omdat het merendeels Urker bedrijven zijn die op deze locatie hun bedrijfsactiviteiten verder willen uitbouwen. Hierbij is tevens aansluiting gezocht bij het maritieme service cluster op Urk om optimaal gebruik te kunnen maken van de kansen van de locatie en de ligging grenzend aan het binnendijkse bedrijventerrein Port of Urk, dat ruimte biedt aan de autonome groei van onder meer de visserijcluster en het maritieme cluster. Tot slot geldt vanuit de Regio Deal dat de provincie Flevoland samenwerkt met het Rijk aan onder meer het programma Cluster Urk Maritime. Dit programma draagt specifiek bij aan nationale en regionale ambities en vraagt om urgentie voor intensivering van de samenwerking. Zo wordt de toppositie van Nederland en de regio versterkt. Het programma is van groot belang voor evenwichtige economische groei en positieve ontwikkeling van welvaart en welzijn in Noordelijk Flevoland. De keuze voor de locatie van de servicehave sluit aan bij ambitie van de Regio Deal. Er worden maatregelen getroffen om bij de aanleg, inrichting en gebruik van de Maritieme Servicehaven te komen tot een beperking van het energiegebruik en/of de CO2-uitstoot. De uiteindelijke invulling wordt overgelaten aan de markt.

Wel wordt duurzaamheid gestimuleerd door de wijze van aanbesteding. Dit is uitgebreid beschreven in paragraaf 5.16 van de toelichting. Er worden geen regels met betrekking tot duurzaamheid opgenomen in het PIP, omdat in een PIP alleen regels kunnen worden opgenomen met een ruimtelijke relevantie. Er is daarom wettelijk gezien geen mogelijkheid voor het opnemen van milieueisen, zoals maximale uitstoot van CO2 en verwante broeikasstoffen. Het ontwerp Nationaal Water Programma 2022-2027 ligt ter inzage van maandag 22 maart 2021 tot en met dinsdag 21 september 2021. De planning is dat in maart 2022 het definitieve Nationaal Water Programma 2022-2027, inclusief alle onderdelen, wordt gepubliceerd. Het programma heeft als ontwerp nog geen status op grond waarvan

Geen.

Geen.

3.5

Er is geen aandacht aan maatschappelijke en economische gevolgen van de pandemie besteed in het ontwerpplan. In dat kader verdient de aanleg van de haven heroverweging.

3.6

Het IJsselmeer maakt onderdeel uit van de NNN. Door ervan uit te gaan dat het IJsselmeer geen onderdeel is van het NNN heeft er geen toetsing plaatsgevonden. Ondanks uitgebreide passende beoordeling zijn mogelijke significante effecten op vogelsoorten nog niet uitgesloten. Ten aanzien van vogelsoorten met een staat van instandhouding beneden het instandhoudingsdoel en een negatieve trend kunnen kleine effecten al tot significantie leiden. De resteffecten van andere plannen en projecten zoals Windpark Fryslân, Windpark Blauw en Port of Urk dienen als effecten van dit plan te worden meegenomen.

3.7

een toets van het PIP aan het programma verplicht is. Bovendien kunnen er nog zienswijzen worden ingediend tegen het ontwerpprogramma en onder andere ook tegen het bijbehorende milieueffectrapport en de passende beoordeling. Het is niet in te schatten in hoeverre zienswijzen tegen het ontwerpprogramma worden ingebracht en in hoeverre die leiden tot aanpassingen aan het programma. Er is derhalve geen toets uitgevoerd aan het ontwerp Nationaal Water Programma 2022-2027. De situatie rondom Corona speelt vanaf circa februari / maart 2020. Uit rechtspraak vloeit voort dat gevolgen van een crisis pas kunnen en hoeven te worden meegenomen in een behoefte onderzoek als de mogelijk structurele gevolgen voldoende duidelijk zijn (zie bijvoorbeeld ABRvS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1666). Gelet op het gegeven dat de planperiode zich uitstrekt over een periode van 10 jaar doen de mogelijke gevolgen van de coronacrisis niets af aan de conclusie uit het behoefteonderzoek dat in het kader van het PIP is uitgevoerd. Tijdens de voorbereiding zijn bovendien al langdurige afspraken over de uitgifte van gronden gemaakt met toekomstige gebruikers voor het volledige haventerrein. De ligging van de NNN is bepaald in de Omgevingsverordening Flevoland. Het IJsselmeer is ter plaatse van het plangebied geen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland.

In de Passende Beoordeling MSNF is nader ingegaan op de soorten waarvoor is geconcludeerd dat het plangebied een relevante functie heeft voor de soorten. Voor deze soorten is geconstateerd dat de MSNF geen wezenlijke effecten heeft op de betreffende soorten en dat het behalen van de instandhoudings-doelen geen negatieve gevolgen ondervindt van de MSNF. Het eventueel aanwezig zijn van een negatieve trend of lage aantallen t.o.v. het instandhoudingsdoel, is meegewogen in de beoordeling en daarbij als niet relevant voor de situatie rond de MSNF beoordeeld. Ook in cumulatie met andere vergunde maar nog niet gerealiseerde projecten is geconstateerd dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten. In de toetsing en de verleende vergunningen voor Windpark

Geen.

Geen.

Geen.

Fryslan en Windpark Blauw is eveneens in de cumulatietoets geconstateerd dat in de aanlegfase geen sprake is van wezenlijke effecten als gevolg van verstoring van watervogels. In de Passende beoordeling windpark Blauw (Verbeek, R.G. & H.A.M. Prinsen, 2018. Passende beoordeling Windplan Blauw, provincie Flevoland. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapportnr. 17152, Bureau Waardenburg, Culemborg) is ook het cumulatief effect met windpark Fryslân en met de Maritieme Service Haven Noordelijk Friesland (en een groot aantal andere plannen en projecten) beschreven, zie onderstaande uitsnede v.w.b. de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland.

In de Wnb-vergunning voor Windpark Blauw (Provincie Flevoland, 2018, kenmerk 2294998) is daarom ten aanzien van cumulatie opgenomen: “Uit de passende beoordeling voor het project Windplan Blauw blijkt dat ook cumulatief gezien significant negatieve effecten als gevolg van het project op de instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten.” Ook in de PB MSNF is op een dergelijke manier het cumulatieonderzoek uitgevoerd.

3.8

Bij de stikstofemissie is geen rekening gehouden met effecten van andere plannen en projecten. Zo zal de bouwfase van Windpark Blauw overlappen met de realisatie van de haven. De fases aanleg, bouw en gebruik van het project zijn geïsoleerd beschouwd, terwijl in het plan overlap niet is uitgesloten. Bovendien

Gelet op het voorgaande is in de PB terecht de conclusie getrokken dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied IJsselmeer niet zullen worden aangetast. Cumulatieve, significante gevolgen zijn uit te sluiten, ook voor zover dit vogelsoorten betreft met een staat van instandhouding beneden het instandhoudingsdoel en een negatieve trend. In bijlage F2 is deze zienswijze beantwoord.

Geen.

3.9

leidt voor de zwaar overbelaste habitat iedere toename van de depositie tot een verdere verslechtering. Voor de vleermuizen missen ondanks een scherm van 4 meter beperkingen ten aanzien van verlichting op het bedrijventerrein, zodat onvoldoende gewaarborgd is dat er geen te grote negatieve effecten zijn op vleermuizen.

3.10

De NOVI is per september 2020 in werking getreden, zodat het SVIR niet meer van toepassing is.

3.11

De in het plan toegestane bouwhoogtes zijn landschappelijk gezien een veel te grote aantasting. Bovendien kan er worden afgeweken van de bouwregels die geleding in de bebouwing moeten aanbrengen, waarbij de 7,5 m ruimte tussen de bebouwing verminderd kan worden tot zelf nul meter. Er kan een korte diepe kade worden gebouwd, zodat er slechts vier bouwblokken

In de bestemmingsregels is geregeld dat tot een gebruik, strijdig met de bestemming bedrijventerrein en verkeer wordt gerekend: het plaatsen van verlichting op gronden en/of aan bouwwerken waardoor de aanwezige migratieroute, vliegroute en het aanwezige foerageergebied van vleermuizen wezenlijk worden verstoord. Deze regels dekken de verplichting die volgt uit het vleermuizenonderzoek van Ecogroen (Effectbeoordeling vleermuizen havenontwikkeling MSNF, Urk) dat de migratieroute, de vliegroute (de donkere corridor tussen de dijk en de lichtafschermende voorziening) en het foerageergebied (van Meervleermuizen boven het aangrenzende water) gevrijwaard blijven van directe lichtinval en dat uitstraling zoveel mogelijk voorkomen wordt. In artikel 14 is bepaald onder welke voorwaarden gebruik van gronden en bouwwerken met het oog hierop wel is toegestaan. Dit is ondermeer een 4 meter hoge lichtafschermende voorziening en ook dynamische straatverlichting in de weg met vleermuisvriendelijke lichtkleuren die weer uitschakelt nadat voertuigen gepasseerd zijn, lage lichtbronnen die alleen heel lokaal de grond beschijnen en wegdekreflectoren. Volgens het vleermuizenonderzoek bieden deze regels voldoende waarborg. De NOVI is 11 september vastgesteld. De vastgestelde NOVI is op 11 september 2020 door de minister toegezonden aan de Tweede Kamer en is nog niet in werking getreden.

Het SVIR is derhalve nog wel van toepassing. In de Landschapsanalyse zijn de concrete aandachtspunten voor verdere uitwerking en inpassing van de Servicehaven in het landschap op een rij gezet. Waar mogelijk zijn deze vertaald en geborgd in de planregels van het PIP. Zo is er een maximale bouwhoogte opgenomen, waarvan alleen afgeweken kan worden als dit landschappelijk inpasbaar is. Daarnaast is een minimale bouwafstand van 7,5 meter tot de zijdelingse perceelgrens opgenomen waar ook geen buitenopslag is toegestaan om doorzichten te borgen. Dit leidt tot doorzichten van 15 meter breed. Die 7,5 meter geldt alleen niet als de zijdelingse perceelsgrens grenst aan het water. In dat

Geen.

Geen.

Geen.

kunnen ontstaan van 200 meter.

3.12

Er is 3 ha toegevoegd voor drijvende bebouwing. Dit gaat de ontheffingsbevoegdheid (Barro) van de minister te buiten omdat ha worden ingezet van een verafgelegen gemeente.

3.13

De bepalingen over drijvende bebouwing zijn tegenstrijdig omdat enerzijds gebouwen worden verboden en anderzijds worden toegelaten.

3.14

Onduidelijk is of de bepalingen van artikel 6.2.2. over scheepsliften, dokken en steigers cumulatief zijn bedoeld. Deze bebouwing vergroot de negatieve effecten op het landschap. Het afgeven van omgevingsvergunning laat de provincie over aan de drie gemeenten. Er is niet voorzien in een bepaling dat de drie gemeente de vergunningen op elkaar afstemmen. Dit leidt tot een risico dat er een rommelig geheel ontstaat.

3.15

geval mag aan die zijde tot op de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd. Een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens kan worden toegestaan van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, mits onder meer geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke inpassing. Met deze bouwregels en afwijkingsbevoegheden is de bescherming van het landschap geborgd. De gemeente Lelystad heeft zich bereid verklaard 3 hectare beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling van de MSNF. Dit is vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Hiervoor is een ontheffing van het Barro verkregen. Deze ontheffing is door de Minister aan de criteria die daarvoor in het Barro gelden getoetst. De afstand van gemeente Lelystad tot het plangebied van het inpassingsplan is daarbij geen criterium. Er is in artikel 6 onderscheid gemaakt tussen gebouwen en overkappingen die niet in of op het water mogen worden gebouwd en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (geen overkappingen zijnde) die wel in of op het water mogen worden gebouwd. De bepalingen zijn derhalve niet tegenstrijdig, Uit de wijze waarop de bouwregels voor de scheepsliften, dokken en steigers zijn geredigeerd volgt dat die per bouwwerk gelden. Een scheepslift mag dus per scheepslift 60 meter lang zijn.

De hoofdregel (art. 2.4, lid 1 Wabo) is dat burgemeester en wethouders van de gemeente waar het betrokken project in hoofdzaak wordt of zal worden uitgevoerd beslissen op een aanvraag om omgevingsvergunning. In dit geval is het bevoegd gezag voor de haven / bouwwerken in de haven en de golfbrekers de gemeente Urk. De gemeente grenzen zijn weergegeven in de (aangepaste) figuur 1.2 in het PIP. Voor de vaargeul(en) is dat afhankelijk van de ligging ervan gemeente Urk of Dronten. Wat betreft de uiteindelijke vergunningverlening is de gemeente die niet het bevoegd gezag is maar op wiens gronden wel een deel van het bouwwerk is gelegen wel een adviseur van het bevoegd gezag op grond van artikel 6.1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De gemeente die de aanvraag afhandelt dient dus verplicht advies

Geen.

Geen.

Geen.

Geen.

3.16

De gemeentegrenzen in figuur 1.2 van de toelichting zijn niet correct weergegeven.

te vragen bij de andere gemeente. Daarmee wordt naast de eenduidigheid van de planregels het risico op verrommeling voorkomen. Dit is juist. Wij waren hier ambtshalve door gemeente Dronten ook op gewezen. Figuur 1.2 en de begeleidende tekst zijn daarom aangepast.

Aangepaste figuur 1.2 en begeleidende tekst.

Deel B Het horen van de gemeenteraden van Noordoostpolder, Urk en Dronten De gemeenteraden van Urk, Dronten en Noordoostpolder zijn schriftelijk uitgenodigd gebruik te maken van de mogelijkheid om op grond van het bepaalde in artikel 3.26, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening te worden gehoord over het voornemen van de provincie om voor de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland een inpassingsplan vast te stellen. De gemeenteraad van Dronten en Noordoostpolder hebben respectievelijk op 16 en 23 april 2021 te kennen gegeven daar geen gebruik van te maken. De gemeenteraad van Urk heeft schriftelijk aangegeven zich naast de door het college van burgemeester en wethouders ingediende zienswijze, waarin meer technische details worden behandeld, zich te beperken tot het uitspreken van hun waardering voor de volharding die de provincie tot nu toe heeft getoond in het proces om te komen tot de realisatie van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland. De gemeenteraad van Urk benadrukt tevens dat de toekomstige haven van groot belang is voor de Urker economie en dat de raad ziet dat de provincie dit belang erkent en ook daarnaar handelt. De gemeenteraad is erg blij dat er binnen een relatief korte tijd (opnieuw) een Provinciaal lnpassingsplan ligt voor de Maritieme Servicehaven.

De schriftelijke zienswijze van het college van burgemeester en wethouders van Urk is beantwoord in deel A. Naar aanleiding van bovenstaande is er geen zitting geweest.

Deel C Advies van de Commissie m.e.r. C 1 Inhoud van het advies Op 26 april 2021 heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage haar toetsingsadvies over het Milieueffectrapport (MER) uitgebracht onder projectnummer 3459. Dit advies is in de bijlage F3 opgenomen. Hieronder wordt een samenvatting van het advies weergegeven en geven we aan hoe hiermee omgegaan wordt. Voor wat betreft de aanpassingen aan de MER die volgen uit het advies van de Commissie m.e.r. geldt dat deze niet in het MER-rapport zijn verwerkt, maar dat de aanpassingen die in deze Nota van Beantwoording zijn beschreven als aanvulling op het MER-rapport moeten worden beschouwd 1

Stikstof De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER in een Passende beoordeling, voorafgaand aan besluitvorming, te laten zien dat de aanleg en het gebruik van de MSNF afzonderlijk en in cumulatie (waaronder Port of Urk) niet leiden tot negatieve effecten door stikstofdepositie op Natura 2000gebieden, door: te onderbouwen dat (per saldo) geen toename van stikstofdepositie plaats vindt op daarvoor gevoelige Natura 2000gebieden; of te onderbouwen dat de zeer geringe toename het halen van de instandhoudingsdoelstellingen niet in de weg staat. Het is essentieel dat duidelijk is hoe de uitgangspunten voor de stikstofberekeningen doorwerken in de regels van het PIP of anderszins zijn geborgd.

Reactie In bijlage F2 wordt nader onderbouwd dat het gebruik van de MSNF afzonderlijk en in cumulatie niet leidt tot negatieve effecten door stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden. Als uitgangspunt voor de aanlegfase is aangenomen dat alle werktuigen in stageklasse IV en alle vrachtwagens in Euroklasse 6 vallen. De inzet van deze soort werktuigen en vrachtwagens zouden we in de regels van het PIP kunnen borgen. Echter, op 24 maart 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (“Stikstofwet”) na goedkeuring door de Eerste Kamer op 9 maart 2021 gepubliceerd in het Staatsblad. Het streven is dat de Stikstofwet op 1 juli 2021 in werking treedt. De Stikstofwet kent een partiele vrijstelling die geldt voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (hierna: bouwfase). Het beperken van stikstofemissie tijdens de bouwfase is derhalve niet nodig. In het PIP worden daarom hiervoor geen regels opgenomen. Indien toch nodig kunnen in de aanbesteding eisen worden gesteld aan het toepassen van het materiaal en materieel in relatie tot beperking van de emissie van stikstof. Voor de gebruiksfase geldt dat er emissies van stikstof zijn ten gevolge van transport (wegverkeer en scheepvaart) en ten gevolge van industriële emissies. Uit de AERIUSberekening blijkt dat MSNF geen stikstofeffect heeft op

Wijziging Geen.

stikstofgevoelige leefgebieden binnen de onderzochte Natura 2000gebieden. Wanneer een bedrijf een omgevingsvergunning aanvraagt zal op grond van de Wet natuurbescherming een stikstofdepositie onderzoek moeten worden aangeleverd waaruit volgt dat aan de eisen van de Wet natuurbescherming wordt voldaan.

2

Prehistorisch landschap Voorkom onvoorziene aantasting van prehistorisch landschap. De Commissie beveelt daarom aan ervoor te zorgen dat passend onderzoek plaats vindt bij werkzaamheden die tot roering van de diepe bodem kunnen leiden. Omdat het om een onderwaterlocatie gaat, kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) advies worden ingewonnen over wat bij het te realiseren technisch ontwerp als passend kan worden beschouwd. Laat ook zien hoe tijdens de uitvoering wordt gehandeld bij eventuele archeologische (toevals-)vondsten. Suggesties hoe met (toevals)vondsten om te gaan zijn te vinden op de website van de RCE.

3

Capaciteit Domineesweg naar A6 mogelijk knelpunt Uit het verkeersonderzoek blijkt dat reeds in de referentiesituatie en in de drie planscenario’s de wegbelasting op de Domineesweg de norm van 12.000 mvt/etmaal aanzienlijk overschrijdt. Dit kan tot verkeersonveiligheid leiden. Het MER gaat hier nu niet op in, en ook niet op de gevolgen hiervan voor de doorstroming van de MSNF in samenhang met de nabijgelegen ontwikkelingen Zeeheldenwijk en Port of Urk. Het MER benoemt wel dat de gemeente Urk en de provincie Flevoland al mogelijke oplossingen voor dit huidige verkeersknelpunt laten onderzoeken. Er is

Extra regels opnemen in het PIP zijn derhalve niet nodig. Reactie Er zijn meerdere archeologische dubbelbestemmingen opgenomen op de gronden voor het behoud en de bescherming van mogelijk te verwachten archeologische waarden van de (water)bodems. In dat kader wordt passend onderzoek vereist bij het roeren van de boden bij bouwen of bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Er is een omgevingsvergunning verbonden aan het mogen uitvoeren van de werkzaamheden. De wijze waarop met (toevals)vondsten wordt omgegaan is aan de gemeente. De vinder is verplicht om een toevalsvondst te melden via Archis dan wel het vondstmeldingsformulier en de vondst zes maanden beschikbaar te houden voor wetenschappelijk onderzoek. Dit advies van de commissie leidt niet tot een aanvulling op het MER Reactie De verkenningsstudie naar de ontsluitingsweg is inmiddels afgerond en vastgesteld door Gedeputeerde Staten en het college van burgemeester en wethouders van Urk en is voor kennisgeving aangenomen door het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder. De studie geeft weer dat een ontsluitingsweg tussen A6 en Staartweg komende jaren voor een betere, evenwichtiger en robuustere ontsluiting van Urk en het zuidwestelijk deel van de Noordoostpolder zorgt en dat hiermee knelpunten ten gevolge van

Wijziging Geen.

Wijziging Paragraaf 5.11 in het PIP is aangepast

een verkenning uitgevoerd naar een nieuwe ontsluitingsweg of randweg voor Urk, maar hier zijn nog geen concrete afspraken over gemaakt. Om deze reden is hier in de modellen nog geen rekening mee gehouden. De Commissie beveelt daarom aan om te laten zien hoe een dergelijke randweg kan bijdragen aan het oplossen van de verwachte verkeersknelpunten en wat dit betekent voor de (cumulatieve) effecten van de haven.

4

5.

Aansluiting op Domineesweg nabij Westwal Voor het kruispunt dat de MSNF ontsluit op Domineesweg nabij de Westwal is nog geen kruispunttype bepaald. De toelichting in het PIP geeft aan dat een voorrangskruispunt niet de voorkeur verdient in verband met de verkeersveiligheid. Het MER geeft geen antwoord op de vraag is of het mogelijk is om de ontsluitingsweg voor de MSNF te combineren met het huidige T-kruispunt Domineesweg – Westwal, bijvoorbeeld via een kort stuk parallelweg naar een rotondeoplossing. Op deze manier is het niet nodig om een extra kruispunt aan te leggen. De Commissie beveelt aan om bij verdere uitwerking van het PIP te onderzoeken hoe de aansluiting op de Domineesweg het beste vorm kan krijgen. Duurzaamheid Het aspect duurzaamheid krijgt weinig aandacht in het MER. Het MER beperkt zich tot de bijdrage van de haven aan de (duurzame) werkgelegenheid in de regio. Daarnaast worden suggesties gedaan over een meer duurzame aanleg, inrichting en gebruik. De uiteindelijk invulling hiervan wordt overgelaten aan de markt waarbij de provincie zich beperkt tot een stimulerende of faciliterende rol.

de komende ontwikkelingen (Haven, bedrijventerrein Poort of Urk, Zeeheldenwijk) op de Domineesweg en Urk komende jaren (tot 2040) worden opgelost. De bedoeling is dat de ondertekening van de bestuursovereenkomst plaatsvindt vóór vaststelling van voorliggend Provinciaal inpassingsplan MSNF door PS op 30 juni 2021. Volgens de BOK zou de ontsluitingsweg er tegen 2026 (intentie) moeten liggen. Onderdeel van de planstudie is dat er ook gekeken wordt naar maatregelen op de Domineesweg om de intensiteitsgroei op de Domineesweg in de fase tot realisatie van de nieuwe ontsluitingsweg mogelijk te maken. Dit zal worden beschreven in het PIP. Dit advies van de commissie leidt niet tot een aanvulling op het MER. Reactie Het bestemmingsplan Port of Urk – binnendijks bedrijventerrein is inmiddels in werking getreden. Op basis hiervan en met inachtneming van de ingediende zienswijzen is het voldoende aannemelijk dat de ontsluiting van de MSNF via het binnendijkse bedrijventerrein zal plaatsvinden. De noordelijke ontsluiting nabij Westwal komt daarmee te vervallen en wordt in het PIP niet meer mogelijk gemaakt.

Wijziging Bestemming Verkeer tussen MSNF en Domineesweg wordt in het PIP geschrapt.

Dit advies van de commissie leidt niet tot een aanvulling op het MER.

Reactie De uiteindelijke invulling wordt overgelaten aan de markt. Wel wordt duurzaamheid gestimuleerd door de wijze van aanbesteding. De provincie zal overwegen op welke wijze het advies van de commissie daarbij wordt meegenomen. Dit advies van de commissie leidt niet tot een aanvulling op het MER.

Wijziging Geen.

De Commissie beveelt aan om de duurzaamheidambities voorafgaand aan de realisatie van de haven verder uit werken. Ga daarbij ook in op afspraken of doelen die uit landelijk, regionaal of gemeentelijk beleid volgen en een plek moeten krijgen, zoals de Duurzaamheidsvisie Urk 2030 en de Regionale Energiestrategie voor Flevoland. Door de ambities tijdig concreet te maken kan hier bij de voorbereiding van de realisatie al rekening mee gehouden worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/990/documents/14676