CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

394ff433-0dc5-4e11-a528-8a8b2c592be2.pdf

Raadsvergadering 16 september 2021, gemeente DrontenBij agendapunt: 5: Afdoening van ingekomen stukken aan de raad22.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

200

Ruim 200 grote commerciële datacenters in NL.

15%

ficient) norm als maat voor duurzame gebouwen vervangen door BENG (Bijna Enerigie Neutraal Gebouw), gebaseerd op EU-regelgeving. De restwarmte van de met groene stroom opgewekte energie telt dan niet mee als hernieuwbare energie. En dat is een rem op hergebruik van restwarmte van datacenters. Op 9 november 2018 heeft een grote meerderheid van de Tweede Kamer een motie aangenomen (TK vergaderjaar 2018-2019, 35000 XIII, nr 42, motie Sienot c.s.) om hiervoor in Europees verband aandacht te vragen.

Dat is een groei van 15% in de laatste 7 jaar.

1.300 MW

Ze verbruiken 1.300 MW aan stroom ( die wordt bijna geheel omgezet in restwarmte).

1.000.000

Dat is genoeg om 1 miljoen huishoudens te verwarmen.

Warmtelevering via datacenters is al realiteit Op kleine schaal vindt al uitkoppeling van (rest)warmte van datacenters plaats in Nederland. Op de High Tech Campus van Eindhoven levert NLDC warmte voor de verwarming van alle gebouwen op de Campus. In Aalsmeer experimenteert de gemeente samen met NLDC in de warmtevoorziening van een zwembad, een sporthal en woningen. Het kan dus allang maar vergt inzet van meerdere partijen. Voor een succesvolle opschaling helpt een gezamenlijke ruimtelijke benadering van locaties voor datacenters en de aanleg van warmtenetwerken.

600 KT

Als die geen gas gebruiken, dan besparen we 600 KT CO2 uitstoot.

64%

Bron: Greenvis / DDA.

64% van de DDA deelnemers hergebruikt restwarmte.

25

rekening wordt gehouden met zuinigere en kleinere computers/servers op lange termijn, blijft de datacentersector een belangrijke bron van warmte door de gelijktijdig verwachte toename van het aantal servers in deze datacenters. Het is mogelijk om de lage temperatuur restwarmte met warmtepompen op te waarderen, maar dit kost extra stroom. Andere mogelijkheid is om te onderzoeken hoe datacenters hoge temperatuur restwarmte kunnen leveren (bv. naar Zweeds model) waardoor het een hoogwaardig product wordt. Datacenters hebben koeling nodig. Hiervoor worden meerdere technieken gebruikt. Het gebruik van grondwater (bodemenergie) of oppervlaktewater (aquathermie) is mogelijk. Dit kan van invloed zijn op de locatiekeuze. Verder moet er rekening mee worden gehouden dat warmtenetten energie gebruiken en daardoor invloed hebben op de belastbaarheid van energiekabels. Als we in Nederland het potentieel warmte uit de datacentersector willen benutten zullen we de drempels hiervoor moeten wegnemen (zie figuur 9 ). Hiertoe hoort ook het nieuwe energielabel voor duurzame gebouwen vanaf 2020, BENG (Bijna Enerigie Neutraal Gebouw), dat is gebaseerd op EU-regelgeving. Nu nog telt de met groene stroom gecreëerde restwarmte voor datacenters niet mee als hernieuwbare energie. En dat is een rem op hergebruik van restwarmte van datacenters.

Op 9 november 2018 heeft een grote meerderheid van de Tweede Kamer een motie aangenomen, die de regering oproept in Europees perspectief aandacht te vragen voor deze hiaat in de regelgeving.

26

Conclusie: • Lokale en regionale warmtenetwerken gaan een steeds grotere rol spelen in de energie/warmtebehoefte in de energietransitie en regionale plannen (RES). Voor een goede ruimtelijke strategie is een goede onderlegger van het warmtenet nu en in de toekomst (groeipad 2030) noodzakelijk. Datacenters leveren nu al op kleine schaal warmte aan warmtenetwerken. De potentie van de gehele sector is groot. Hiervoor is het noodzakelijk dat met groene energie opgewekte warmte door datacenters meetelt als duurzaam in de BENG-norm.

3.7 Resilience Als Nederland als datacenterland op de kaart wil blijven staan moet de basis stabiel en veerkrachtig zijn. Belangrijke factoren voor Nederland zijn het stabiele politiek-sociale klimaat en financieel-bestuurlijk kader. Op vragen waar (de) Nederland(se overheid) aandacht aan moet besteden om competitief te blijven worden vooral kennis/vaardigheden en innovatie genoemd (zie figuur…). Bij een gunstig ecosysteem voor datacenters hoort dus ook de beschikbaarheid van geschikt personeel. De huidige en toekomstige regionale arbeidsmarkt moet daarom meegenomen worden als ruimtelijke component. Voor datacenters is de veiligheid eveneens essentieel, zowel fysiek als digitaal. Ook daar zullen het bedrijfsleven en de overheden de handen ineen moeten slaan. De clustering van datacenters zou in theorie kwetsbaar kunnen zijn. Naast de toekomstige edge computing, zou een drijvende kracht

achter regionale centra replicatie zijn, aldus een woordvoerder uit de sector. Bedrijven zouden bij grote applicaties voor klanten meerdere systemen willen laten draaien. Een derde intelligent systeem op afstand geldt dan als fall back om te monitoren en zo nodig bij te sturen als een subsysteem faalt. Daarnaast gaan steeds meer bedrijven hun dataverkeer outsourcen maar willen zij hun essentiële bedrijfsdata en IT niet neerzetten bij een grote partij op

Figuur 10: Belangrijkste factoren voor Nederland om concurrerend te blijven.

2015 22%

2015 19%

42%

41%

ontwikkel kennis en vaardigheden

2015 --%

Conclusie: • Het verdient aanbeveling om de vorming van een nieuw cluster elders in overweging te nemen (mits marktpartijen willen investeren) naast het inzetten op lange termijn op nieuwe locaties in de MRA met bijbehorende infrastructuur. In een resilience-strategie zou voor een deel van de datacenters ook ruimte gevonden kunnen worden in Flevoland, Zuid-Holland (en wellicht de kop van Noord-Holland en de oostflank van Utrecht).

2015 22%

31%

25%

ondesteun innovatie

verlaag arbeidskosten

verlaag belastingen

2015 13%

2015 20%

2015 9%

afstand (maximaal 30 minuten aanrijtijd). Om als datacenterland veerkrachtig te blijven zou een backup strategie denkbaar kunnen zijn. In Zuid-Holland wordt daarvoor door Innovation Quarter een propositie ontwikkeld. De gedachte is dat daar de energie-infrastructuur beschikbaar is en nieuwe datacenters hier goed aangetakt kunnen worden op digitale netwerken en warmtenetwerken. Zoals eerder geschetst kan voor bedrijven die minder hoge eisen stellen aan de latency naar internetknooppunten, hoeft deze grotere afstand tot AMS-IX geen probleem te zijn. Gedacht wordt aan afstanden van circa 50 km, waarmee in navolging van Flevoland, ook Zuid-Holland (en wellicht Middenmeer en de oostflank van Utrecht) als resilience-locaties in aanmerking komen.

2015 21%

€

24%

22%

21%

16%

investeer in digitale infrastructuur

verhoog incentives voor buitenlandse investeerders

investeer in infrastructurele en stedelijke projecten

ondesteun MKB

Bron: EY, Barometer Nederlands vestigingsklimaat 2016.

27

4

Richting geven aan een ruimtelijke strategie In hoofdstuk drie zijn de meest relevante ontwikkelingen voor een ruimtelijke strategie beschreven. Al naar gelang welk gewicht wordt toegekend aan welke invalshoek, ontstaat een ander ruimtelijk toekomstperspectief met een daarbij passende verdeling van de groei van Hyperscales, multi-tenant datacenters en regionale datacenters in Nederland. Drie ruimtelijke scenario’s worden onderscheiden om het speelveld in beeld te brengen (zie figuur 11). Het zijn mogelijke oplossingsrichtingen waarbij een set aan de hierboven geïdentificeerde ingrediënten meer of minder nadruk krijgen.

28

4.1 Geconcentreerd vooruit

4.2 Resilience strategie

In dit scenario wegen clustervorming, low latency, schaalvoordelen en digitale connectiviteit het zwaarst.

In dit scenario wegen resilience voordelen, gebundelde deconcentratie, medium latency en energiebeschikbaarheid zwaar mee.

Door de nabijheid bij AMS-IX, Amsterdam als ICT-hoofdstad van Nederland en meerdere datacenter-clusters zet de clus-

Door de grote energievraag, de druk op de ruimte en de wens om de kwetsbaarheid te verkleinen, wordt een extra

tering van grote multitenant datacenters in de MRA door. Om deze clustering te faciliteren moet er ruimte gezocht worden voor uitbreiding. Op korte termijn bieden Almere - Lelystad – Zeewolde - Dronten hiervoor goede mogelijkheden, op lange termijn wordt aan de westflank van Amsterdam en de aanlandingslocatie voor wind op zee een nieuw cluster gevormd. Om dit mogelijk te maken bouwen TenneT en Liander de benodigde energievoorziening op voorhand, met de nieuwe regelgeving n.a.v. het Klimaatakkoord. In provinciale en gemeentelijke omgevingsplannen wordt de benodigde ruimte voor deze datacenters en bijbehorende energie- en warmte-infrastructuur gereserveerd, inclusief uitbreidingsmogelijkheden in breedte en hoogte. Om optimaal gebruik te maken van de restwarmte wordt een lage temperatuur regionaal warmtenet aangelegd naar nieuwbouwlocaties en bedrijventerreinen waarmee een groot deel van de MRA kan worden bediend. De locaties Middenmeer en Eemshaven groeien uit tot grote hyper-scale campussen.

clusterlocatie voor datacenters buiten de MRA gezocht waar energie van zee aanlandt. De Metropoolregio RotterdamDen Haag (MRDH) is hiervoor geschikt op 40/50 km afstand van AMS-IX. De groei van hyper-scales in Middenmeer en Eemshaven gaat door en Noord/Midden Limburg komt in beeld voor een nieuwe grote hyper-scale vanwege lage grondprijzen en het schakelpunt tussen data- en energienetwerken Nederland-Duitsland. De inzet op een resiliencelocatie biedt naast het ruimtelijke vraagstuk ook voordelen voor resilience in brede zin. Het nieuwe cluster is namelijk aangesloten op een ander energiecluster, ligt in een andere dijkring, aangesloten op DE-IX en door de fysieke afstand is de kans verkleind dat beide clusters getroffen worden door externe bedreigingen. Voor de ruimtelijke reserveringen in de provinciale en gemeentelijke omgevingsplannen zal kennisuitwisseling tussen de MRA en MRDH gestimuleerd worden. Beide regio’s werken hierbij samen en in internationaal verband blijft de merknaam AMS (Amsterdam) leidend. Voor het gebruik van restwarmte kunnen de provincie NoordHolland en Zuid-Holland een gezamenlijk plan ontwikkelen voor een warmterotonde voor lage temperatuur warmte waarvan ook de greenports profiteren.

29

4.3 Regio’s op eigen kracht | spreiding | on the edge

Figuur 11. Drie mogelijke ruimtelijke scenario’s

In dit scenario wegen edge computing, digitaal vertrouwen, spreiding en (regionaal) restwarmtegebruik zwaar mee. Om de verwachtingen rondom edge computing voor te zijn,

Geconcentreerd vooruit

Resilience

Regio’s op eigen kracht

30

tegemoet te komen aan digitaal vertrouwen (ons kent ons) en de duurzame energie- en ruimtevraag te spreiden, wordt op nationaal niveau een ruimtelijke spreiding van datacenters afgesproken waar decentraal invulling aan wordt gegeven. Grote steden als Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Utrecht, Zwolle, Arnhem-Nijmegen, Enschede en Groningen worden via de Nationale Omgevingsvisie geattendeerd op het belang om ruimte vrij te houden in de provinciale en gemeentelijke omgevingsplannen voor multi-tenant datacenters. Kosten worden gedrukt door zoveel mogelijk graafwerkzaamheden voor nieuwe energievoorzieningen te combineren met de uitrol van toekomstvaste datainfrastructuur. Er wordt fors ingezet op een marketingstrategie voor de vestiging van datacenters in ‘groot Amsterdam’, heel Nederland dus. Regionale energie opwek en restwarmte gebruik worden in de ontwikkeling van de RESsen optimaal geïntegreerd met datacenters. Ook in dit scenario komt naast Middenmeer en Eemshaven Midden/Noord Limburg in zicht voor een nieuwe hyper-scale door de goedkopere grond, het Duitse achterland en de ligging binnen het bestaande energienet.

5

Routekaart 2030 in 10 stappen De drie ruimtelijke scenario’s zijn gebruikt als instrument om de haalbaarheid en waarschijnlijkheid van de oplossingsrichtingen te toetsen bij stakeholders uit het bedrijfsleven, netbeheerders en overheden. Middels verschillende schriftelijke reacties en een werksessie op 10 oktober 2018 (zie proces in de bijlage) werd duidelijk dat het regionale scenario niet realistisch is en tegen de huidige ontwikkelingen in gaat. De ruimtelijke strategie voor 2030 komt dan ook uit op een aangescherpte combinatie van de eerste twee scenario's, clustering in combinatie met een resilience oplossing.

31

De ruimtelijke strategie datacenters kent een toekomstbeeld voor de korte, middellange en lange termijn, en bestaat uit een routekaart van 10 stappen met standpunten en inrichtingsprincipes (zie illustratie op pagina 33).

1.

(en Middenmeer) of en hoe er kan worden voldaan aan vestigingseisen ten aanzien van latency, arbeidsmarkt, restwarmte en het ICTecosysteem. Een nadere toets bij (internationale) co-locatie marktpartijen maakt hiervan onderdeel uit.

Clustervorming rond de internationale internetknooppunten in de MRA vormt het fundament voor datasectorland Nederland. Deze verworvenheid mag niet versjteerd worden. De internationale co-locatiemarkt is de hub die de datahub Nederland doet draaien en moet blijvend gefaciliteerd worden.

4.

5. 2.

3.

32

Voor het faciliteren van datacenters op de korte termijn (2019-2022) kan het ‘energietekort’ ten dele opgelost worden door de mogelijkheden in het gebied Almere – Zeewolde – Lelystad – Dronten te benutten. Zowel in (groot) Amsterdam als Almere zal op korte termijn een aanpassing van de energie-infrastructuur nodig zijn. Voor het faciliteren van de middellange termijn (2022-2030) wordt een nadere studie uitgevoerd naar de ontwikkeling van een resiliencecluster in de zuidelijke Randstad

6.

Voor de lange termijn (2030 en later) dienen de mogelijkheden voor een nieuw datacluster aan de west- en zuidflank van Amsterdam bij de aanlandingslocatie van wind op zee verkend en uitgewerkt te worden. De ontwikkeling van datacenters (groei, type, techniek, oriëntatie, nieuwe specialisaties zoals bv. automotive in Eindhoven/Helmond, food in Ede/Veenendaal en gezonde verstedelijking in Utrecht) en de economische effecten dienen 2-jaarlijks gemonitord te worden mede in relatie tot de huidige aannames en de opkomst van regionale datacenters bv. als gevolg van edge computing. De bestaande Hyper-scale locaties Middenmeer en Eemshaven dienen verder gefaciliteerd te worden in hun uitbreiding en opgenomen in

data-, energie- en warmtenetwerken. 7

Nederland bevordert de aanpassing van de BENG-norm zodanig dat uit groene stroom opgewekte warmte door datacenters als duurzaam wordt aangemerkt.

8.

De datacenters van Nederland stellen hun warmte beschikbaar en faciliteren de uitkoppeling aan warmtenetwerken.

9.

De warmtenetwerken dienen op regionale schaal ontwikkeld te worden rond bestaande (stadswarmte)netwerken waarbij datacenters als warmtebronnen worden meegenomen.

10

De ontwikkeling van regionale datacenters van omvang (> 5.000 m2, > 2 MW) dient bij voorkeur in de nabijheid van stedelijke centra van het stedennetwerk G40 (of de G4) plaats te vinden of gekoppeld aan een (regionaal) warmtenetwerk. De G4 wordt gevormd door de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Het stedennetwerk G40 bestaat uit de 40 (middel)grote steden in ons land.

Routekaart

Nationale Ruimtelijke Strategie voor de groei van de datacentersector.

30 km

Amsterdam Utrecht Amsterdam

50 km

Den Haag Utrecht Rotterdam

Den Haag Rotterdam

Eindhoven Eindhoven Amsterdam

2022-2030

Utrecht Den Haag

2019-2022

Rotterdam

Eindhoven

2030 en later

33

Bijlage – Proces Het nadenken over een ruimtelijke strategie datacenters komt voort uit de

Tijdspad

gesprekken over datacenters tijdens de events van de DDA/REOS, onderzoek

REOS Masterclass datacenters 1 i.s.m. de DDA

30 november 2017

over de toekomst van de sector in de MRA en berichten in de media over

REOS Masterclass datacenters 2 i.s.m. de DDA

17 mei 2018

(vermeende) knelpunten in de energie-infrastructuur.

Bestuurlijk overleg REOS

14 juni 2018

Het onderwerp is vervolgens geagendeerd op het bestuurlijk overleg REOS van 14 juni 2018 waar de afspraak is gemaakt te komen tot een ruimtelijke

(Discussie)paper v1 Verspreiding en verzoek om feedback

4 september 2018

strategie datacenters en hierbij ‘gezamenlijk strategisch met de groei van datacenters om te gaan en de verbinding te zoeken met de energietransitie inclusief het benutten van restwarmte’.

Na een gespreksronde met een aantal belanghebbenden is in de vorm van een discussiepaper (v1) de situatie rond datacenters neergezet, in de vorm van discussiepunten. Het denken over mogelijke ruimtelijke scenario’s is voor de eerste keer afgetast. Deze versie is uitgezet voor een eerste consultatieronde. Van zeventien partijen is een schriftelijke reactie ontvangen. De reacties zijn verwerkt en hebben geleid tot een versie 2 van de discussie-

(Discussie)paper v2 Verspreiding en verzoek om feedback

3 oktober 2018

Break out sessie en discussie op DDA event

10 oktober 2018

Terugkoppeling

22 oktober 2018

(Position)paper v3 Verspreiding en verzoek om feedback (Position)paper v4

21 november 2018 29 november 2018

Bespreking Directeurenoverleg REOS

5 december 2018

Bespreking Directeurenoverleg REOS-actie 6

25 februari 2019

paper. Deze tweede versie met de drie ruimtelijke scenario’s was onderdeel van de discussie tijdens de goed bezochte REOS-breakout sessie op het Datacenter Restwarmte & Innovatie congres van 10 oktober 2018. De bevindingen zijn op 22 oktober gedeeld met alle betrokkenen en belanghebbenden en hebben in november een plek gekregen in versie 3, dit keer zonder discussiepunten en gepositioneerd als ‘positionpaper’ waarbij de scenario’s zijn verlaten en de ruimtelijke strategie is opgebouwd. Deze versie is wederom teruggelegd bij de stakeholders en vervolgens vastgesteld door het Directeurenoverleg REOS op 5 december 2018. De bestuurlijke vaststelling en besluitvorming is op 15 maart 2019. Daarna kan de strategie tot uitvoering worden gebracht en landen in relevante beleidstrajecten.

34

Ruimtelijke strategie Bespreking en besluitvorming BO REOS-actie 6

15 maart 2019

Stakeholders In samenwerking met de volgende stakeholders

De netbeheerders: Tennet, Alliander/Liander, Stedin, Enexis/Enpuls, ECW Netwerk. De gemeenten: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Almere, Haarlemmermeer, Haarlem, Hollands

amsterdam economic board

Kroon, Groningen, Zwolle, Delft, Veenendaal, Zeewolde, Westland. De economic boards en ontwikkelbedrijven: Economic Board Amsterdam, Economic Board Utrecht, Economic Board Zuid-Holland, Brainport Development, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, Innovation Quarter Zuid-Holland, Schiphol Area Development Company, Groningen Seaports. De provincies: Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland, Noord-Brabant, Groningen. De branche-organisaties, marktpartijen: Dutch Data Center Association, AMS-IX, Fiber Carrier Association, Equinix, Relined, NLDC, Taurus. Rijk: Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur en Water, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Rijksdienst voor Ondernemerschap/Netherlands Foreign Investment Agency, Rijkswaterstaat. Regio’s: Metropool Regio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Diverse: Meerlanden, Crossyn, Engie, Interconnect, TNO, Universiteit Delft, Warmtebedrijf Rotterdam, Warmtenetwerk Nederland, Greenvis, Stratix, Minkels, Vos de Boer & partners, EnNatuurlijk.

35

Ruimtelijk Economische On t w i k k e l Strategie

MRA-brede Strategie Datacenters Eindrapport

Uitgevoerd in opdracht van: Metropoolregio Amsterdam

Nijmegen/Delft, 17 januari 2020

Inhoudsopgave Pagina

1

Inleiding

2

2

Beeld van de datacentermarkt

9

3

Economische meerwaarde van datacenters

19

4

Datacentermarkt MRA-regio

30

5

Conclusies & regionale strategie

51

Bijlage

I

Ruimtelijke verkenning MRA-regio

63

II

Instrumenten

74

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

1

1

Inleiding

De markt van datacenters groeit sterk en deze groei zet zich naar verwachting verder voort. Binnen Nederland is de regio Amsterdam van oudsher dé hotspot locatie voor vestiging van datacenters, mede vanwege de aanwezigheid van het internetknooppunt AMS-IX; 72% van de colocatie datacenters bevindt zich in de MRA

Ook binnen Europa speelt Amsterdam (samen met Frankfurt, London en Parijs) een leidende rol. Stabiele energielevering, hoge mate van connectiviteit en het gunstige, stabiele, politieke klimaat in Nederland hebben hiervoor gezorgd

Amsterdam, incl. de hyperscale campus bij Middenmeer, is de nr. 1 data center hub van Europa volgens de meest recente data Figuur 1: Aanbod aan datacentercapaciteit en marktaandeel in Europese hotspots Locatie

Totaal aanbod in MW, 2019

Amsterdam

605

Londen

559

Frankfurt

315

Parijs

183

Totaal

1.662

11%

Amsterdam 36%

19%

Londen Frankfurt Parijs

34%

Bronnen: CBRE, PB7 & Dutch Datacenter Association, 2019

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

2

Figuur 2: Knelpunten elektriciteitsnet in Noord-Holland

Momenteel is in de Metropoolregio Amsterdam de beschikbaarheid van elektriciteit die vereist is voor vestiging van additionele datacenters zeer beperkt (m.u.v. het poldergebied). Uitbreiding vergt bovendien forse investeringen en een behoorlijke doorlooptijd. De knelpunten voor Noord-Holland zijn in een ‘Rapportage systeemstudie energie-infrastructuur Noord-Holland 2020-2050’ in kaart gebracht door CE Delft, ECN en TNO in 2019 (zie figuur 2)

Om meer regie te krijgen op de vestiging van datacenters hebben de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer daarom allebei in juli 2019 een voorbereidingsbesluit genomen, waarmee - in afwachting van nieuw regionaal beleid - de vestiging van datacenters tijdelijk wordt stopgezet

Tegelijkertijd wordt gewerkt aan Actie 2.4 van de Ruimtelijk-economische Actie Agenda 2016-2020 van de MRA-regio die beoogt: ‘Locaties aanwijzen in de nabijheid van de internetknooppunten in de MRA waar datacentra zich kunnen vestigen met aandacht voor energievoorziening en een optimale benutting van restwarmte’

Noord-Holland

Bronnen: CE Delft & Studio Marco Vermeulen, 2019  Buck Consultants International / CE Delft 2020

3

Ruimtelijke Strategie Datacenters REOS 

In maart 2019 is de Ruimtelijke strategie datacenters opgeleverd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als ambtelijke en bestuurlijke trekker van de REOS-actie ‘Ruim baan voor digitale infrastructuur’, in samenwerking met de regio's. In de strategie wordt het volgende gesteld: • Om tegemoet te komen aan de vraag naar grote colocatie datacenters dienen de bestaande mogelijkheden in groot Amsterdam maximaal (en intensief) benut te worden met bijzondere aandacht voor mogelijkheden in de zone Almere – Zeewolde – Lelystad – Dronten Enkele belangrijke constateringen/aanbevelingen in de ruimtelijke strategie zijn: • De internationale colocatiemarkt moet blijvend gefaciliteerd worden • Zowel in (groot) Amsterdam als Almere zal op korte termijn een aanpassing in de energie-infrastructuur nodig zijn • De ontwikkeling van de datacentermarkt dient 2-jaarlijks gemonitord te worden • Datacenters stellen hun restwarmte beschikbaar voor warmtenetten; warmtenetten worden verder ontwikkeld en opgeschaald (bijvoorbeeld Rotterdam Greenport-Mainport) • De ontwikkeling van een resilience cluster in Zuid-Holland (en Middenmeer) dient nader te worden verkend voor de middellange termijn

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

4

Centrale vraagstelling MRA De MRA-regio heeft aan Buck Consultants International (BCI) en CE Delft gevraagd om in te gaan op de volgende vraagstelling: Met welke regionale strategie en met inzet van welke instrumenten geeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) de beste sturing aan ontwikkelingen met betrekking tot datacenters? Voor het opstellen van deze strategie dienen de verschillende aspecten afgewogen te worden, die een rol spelen bij de vestiging of uitbreiding van datacenters in de MRA-regio: 

marktvraag naar datacenters

vestigingsvoorwaarden

noodzaak tot vestiging in MRA-regio

ruimtegebruik door datacenters

aanbod van zowel elektrische netcapaciteit als grond voor nieuwe datacenters

economische effecten

energie- en watervraagstukken, duurzaamheid

Figuur 3: Overzicht meest dominante datacenterlocaties in de MRA-regio en Noord Holland

Bron: DDA, 2019

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

5

Projectopzet De volgende aanpak is gehanteerd om de centrale vraag te beantwoorden. Als bron dienen literatuuronderzoek en een serie van interviews met diverse stakeholders en experts op dit gebied. Werksessies met de begeleidersgroep van de MRA-regio vonden plaats als tussenstappen en feedback-momenten tijdens het proces. Het projectteam bestond uit specialisten met diverse achtergronden Figuur 4: Projectopzet

Beeld datacentermarkt • Analyse en toedeling naar typen colocatie datacenters met verschillende vestigingsvoorwaarden

Economische meerwaarde • Werkgelegenheid • Bruto regionaal product • Spin-off: magneetwerking op additionele (IT) bedrijven • Digitalisering

MRA datacentermarkt: vraag en –aanbod • Analyse input marktpartijen, overheid, netbeheerders, onderzoeksbureaus • Onderverdeling typen vraag • Marktvraagscenario’s • Bepalend voor aanbodcapaciteit

Conclusies & Regionale strategie • Accommodatiestrategieën • Prioritering: voor-en nadelen keuzes • Advies strategie • Instrumenten ter implementatie • Kansenkaarten

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

6

Interviews (1) Met de volgende partijen zijn interviews afgenomen. Inzichten en uitspraken zijn anoniem verwerkt in het rapport Organisatie

Contactpersoon

Datacenters Jasper Lankhorst, Managing Director Amsterdam Michel van den Assem, Managing Director Netherlands Rick Pijpers, Corporate & Public Affairs Michiel Eielts, Managing Director Benelux Andrew van der Haar, Directeur Stijn Grove, Directeur en Judith de Lange, Policy Officer Data Hub & Digital Economy Regio's Frankfurt

Sibylle Yaakov, Head of Global Marketing

Noord-Nederland

Wubbo Everts, Projectmanager IT

Gemeenten Jalal Loutfi en Joost Molenaar, Economische Zaken Gerben Enserink et al., Economische Zaken

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

7

Interviews en werksessies (2) Organisatie

Contactpersoon

Overige interviews

Jesse Robbers, CCO Patrick Teunissen, Strategisch adviseur Marjolein Bot, Challenge Lead Energie NFIA Holland

Olaf Bartelds, Senior Advisor Energy

Werksessies Netbeheerders

Bert Ross (Liander) Roelof Potters (Liander)

Peter Kwakman (TenneT) Chantal ter Braak (TenneT) Shiromani Goerdin (TenneT)

Begeleidende projectgroep

Geert-Jan Put, trekker (Plabeka, Gemeente Almere) Edwin Rem (Provincie Noord Holland) Joanna van Es (Provincie Flevoland) Edwin Oskam (MRA) Joost Molenaar (Gemeente Amsterdam) Gerben Enserink (Gemeente Haarlemmermeer) Frank Halsema (Gemeente Almere) Simon Brester (Gemeente Almere) Carolien Gase (Gemeente Lelystad) Marjolein Bot (Amsterdam Economic Board)

Bert Ross (Liander) Peter Kwakman (TenneT) Chantal ter Braak (TenneT) Frans Rooijers (CE Delft) Katja Kruit (CE Delft) Maurice Kuipers (BCI) Cecília van der Last-Kardos (BCI)

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

8

2 Beeld van de datacentermarkt Definitie datacenter 

Een faciliteit waar bedrijfskritische ICT-apparatuur kan worden ondergebracht en waar de apparatuur (bijv. servers) en data non-stop verbonden zijn met het Internet. De mate van connectiviteit is zeer onderscheidend voor de typen datacenters (zie volgende pagina’s)

Om 24/7 beschikbaarheid te garanderen zijn datacenters met diverse voorzieningen redundant uitgerust. Daarom kent een datacenter naast de datavloeroppervlakte (white space) ook een behoorlijk facilitair gebied (grey space). De mate van dubbele uitvoering van deze technische voorzieningen is ook een onderscheidende factor • Voldoende stroomvoorziening van het net en back-up voorzieningen • Koeling van de servers (lucht- en/of waterkoeling) • Geavanceerde automatische brandblussystemen • Voldoende glasvezelaansluiting • Fysieke veiligheidsmaatregelen

Regels bestemmingsplan 

Milieucategorie 2

30 meter afstand tot woonbebouwing

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

9

Connectiviteit – een onderscheidende factor Wereldwijde connectiviteit via glasvezelkabels 

In het internetverkeer tussen continenten en over grote afstanden, zijn onderzeekabels belangrijke schakels. Kabels kunnen meer en sneller data versturen dan satellieten; ook draadloze internetverbindingen sluiten daarom aan op kabelverbindingen De aanlandingslocaties van zeekabels op de Nederlandse kust hebben een rol gespeeld in de ontwikkeling van de Nederlandse datacentersector; zowel bij Amsterdam als bij de Eemshaven komen intercontinentale kabelverbindingen aan land Onderzeekabels (transatlantisch en lange afstand) hebben signaalversterking nodig. Dit geldt voor de transatlantische kabel TAT-14 (aanlanding Katwijk aan Zee) en TGN North Europe kabel (Eemshaven), die het einde van hun economische levensduur van 25 jaar in 2026 zullen bereiken. Voor de periode daarna is het van belang dat vervangende kabels opnieuw in Nederland aan land komen. Hoewel deskundigen geen helder beeld geven van de directe invloed van het bereiken van de economische levensduur van onderzeekabels, wordt wel gewezen op het belang van blijvende directe uitstekende intercontinentale connectiviteit van het Nederlandse datacentercluster De COBRA-kabel is onlangs gereed gekomen en vormt een verbinding tussen Eemshaven en Denemarken (hoogspanningsgelijkstroom en glasvezel) Figuur 5: Intercontinentale glasvezelverbindingen

Figuur 6: Internationale glasvezelverbindingen Nederland

Bronnen: Submarine Cable Map 2019, Fiber Carrier Association 2017, Stratix, 2019  Buck Consultants International / CE Delft 2020

10

Hyperconnectiviteit in Nederland Nederland biedt uitstekende connectiviteit en beschikt over één van de dichtste glasvezelnetten in Europa. Core-netwerken zijn glasvezelverbindingen die door het hele land lopen en grote hoeveelheden data aankunnen. Op drie plekken in Amsterdam en Haarlemmermeer is hyperconnectiviteit ontstaan. Verschillende netwerken komen hier bij elkaar, verbonden door AMS-IX en andere internet exchanges (zie volgende pagina):  Amsterdam Zuidoost  Schiphol-Rijk  Amsterdam Science Park

Figuur 7: Netwerk glasvezelverbindingen Nederland

Voorbeelden aanbieders core-netwerken in Nederland

Bron: Europese Commissie, Broadband coverage Europe 2015

Figuur 8: Hyperconnectiviteit in Nederland

Dit digitale ecosysteem met hyperconnectiviteit is in de loop van circa 20 jaar ontstaan. Verschillende internationale colocatiepartijen hebben directe aansluiting op AMS-IX in hun eigen datacenters met als voordelen hoge efficiëntie en lage latency voor hun klanten. Voor internationale colocatiepartijen die dergelijke hyperconnectiviteit zoeken zijn er in Europa 4 locaties die dit kunnen bieden, de FLAP steden: Frankfurt – Londen – Amsterdam – Parijs

Bron: BCI, 2019

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

11

Internet Exchange Voor het verbinden van de verschillende netwerken van de carriers en datacenters spelen Internet Exchanges (IX’s) een cruciale rol. Via IX’s krijgen leden (of klanten in geval van een commerciële exchange) toegang tot een netwerk-platform waarop de aangesloten partijen IP-verkeer met elkaar kunnen uitwisselen

Nederland is momenteel de thuisbasis van drie van de grootste internet exchanges ter wereld: 

AMS-IX staat in de wereldwijde top 3 in termen van dataverkeer en aantal leden. Het is een van de eerste Internet Exchanges ter wereld en bestaat al bijna 25 jaar. Het is een non-profit en onafhankelijk platform (carrier neutraal) op 14 datacenterlocaties in Amsterdam en bovendien in het buitenland. Op drie locaties (zie vorige slide) kan AMS-IX hyperconnectiviteit aanbieden

NL-ix, is na AMS-IX de grootste IX in Nederland en staat in de top 10 wereldwijd. NL-ix is o.a. ook in veel datacenters van de MRA aanwezig

Equinix IBX (International Business Exchange) staat ook in de top 10 wereldwijd en is aanwezig op verschillende Equinix datacenterlocaties in Nederland (allemaal in Amsterdam)

Naast Internet Exchanges zijn er in datacenters ook andere exchanges te vinden. Denk bijvoorbeeld aan advertising exchanges, mobiele exchanges en cloud exchanges

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

12

Typen datacenters en karakteristieken Omdat excellente connectiviteit de drager is van de datacenterpositie van de MRA-regio, dient onderscheid te worden gemaakt tussen de typen datacenters en hun behoefte aan mate van connectiviteit. Onderstaande typen worden meegenomen voor dit rapport Figuur 9: Typen datacenters

A Colocatie/multi-tenant – internationale markt

B Colocatie/multi-tenant – nationale en regionale markt

C Hyperscale datacenters

D Edge datacenters E Corporate/ Enterprise datacenters1) 1) Corporate / Enterprise datacenters zijn (vaak inpandige) datacenters van zelfstandige bedrijven/ organisaties. De trend is dat steeds meer data en rekencapaciteit naar de cloud verschuift en dat bedrijven (en overige organisaties) niet langer zelf investeren in aankoop en onderhoud van servers. Aangezien dit een krimpend segment is met een relatief bescheiden omvang wordt dit segment in deze rapportage niet verder besproken. Bron: BCI, 2019

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

13

A Colocatie – Internationale markt Figuur 10: Colocatie – internationale markt

Colocatie – Internationale markt Multi-tenant, carrier neutrale datacenters Gebruikers (niet altijd gelijk aan klanten)  Bedrijven in de MRA, Nederland en (voor een groot deel) overig Europa en wereldwijd  Specifieke klanten die zeer snelle connectiviteit (minimale latency) vragen als eHealth, FINtech, AGtech, Adtech  Consumenten in Nederland, Europa en wereldwijd  Overheden, vooral in Nederland  Hyperscale datacenters die toegang zoeken tot snelle en betrouwbare (inter)nationale ontsluiting

Legenda Colocatie datacenterinternationaal

Hyperconnectivity ecosysteem

(Internet) Exchange Bron: BCI, 2019 Toelichting: Bovenstaande figuur betreft een conceptuele weergave. (Internet) exchanges zijn toegankelijk vanaf verschillende datacenterlocaties, bijv. AMS-IX vanaf 14 colocatie datacenters in de Amsterdam-regio  Buck Consultants International / CE Delft 2020

Rol  Faciliteren Internet of Things en 5G  Ondersteunen digitalisering van bedrijven (inclusief clouddiensten)  Faciliteren connectiviteit van Hyperscalers buiten de MRAregio  Knooppunt van exchanges, hosting & cloud providers en andere sector specifieke ecosystemen van bedrijven Eisen aan connectiviteit  Hyperconnectiviteit  AMS-IX en andere exchanges, knooppunten aanbieders in het datacenter aanwezig  Dichtbij andere colocatie datacenters  Centraal in digitale ecosysteem 14

B Colocatie – Nationale en regionale markt Figuur 11: Colocatie – nationale/regionale markt

Colocatie – Nationale en regionale markt Multi-tenant, niet noodzakelijk carrier neutraal Gebruikers (niet altijd gelijk aan klanten)  Overheden  Gezondheidszorginstellingen  Onderwijs  Lokale IT-dienstverleners  Lokale bedrijven  Regionale consumenten en bedrijven Rol  Ondersteunen digitalisering van bedrijven (inclusief clouddiensten)  Faciliteren Internet of Things, 5G & real time toepassingen  Regionale scope

Legenda Colocatie datacenterinternationaal

Colocatie datacenternationaal/regionaal

Hyperconnectivity ecosysteem

Connectivity ecosysteem

Toelichting: Bovenstaande figuur betreft een conceptuele weergave  Buck Consultants International / CE Delft 2020

Eisen aan connectiviteit  Uitstekende connectiviteit  Connectiviteit met AMS-IX en andere knooppunten, onderdeel digitale ecosysteem  Hoeft niet dichtbij andere datacenters

Bron: BCI, 2019

15

C Hyperscale datacenter Figuur 12: Hyperscaler

Hyperscale datacenter Single-tenant, carrier neutraal Gebruikers (niet altijd gelijk aan klanten)  Bedrijven in de MRA, Nederland en (voor een groot deel) overig Europa en wereldwijd  Consumenten in Nederland, Europa en wereldwijd  Overheden, vooral in Nederland  Eigen behoefte van eigenaar hyperscale datacenter Rol  Faciliteren efficiëntie met economy of scale  Ondersteunen digitalisering van bedrijven met Cloud diensten, Big Data opslag en analyse  Faciliteren Internet of Things & 5G Eisen aan connectiviteit  Uitstekende connectiviteit, bereid om erin te investeren  Connectiviteit tot AMS-IX en andere knooppunten  Hoeft niet dichtbij andere datacenters  Onderdeel digitale ecosysteem

Legenda Hyperconnectivity ecosysteem

Hyperscale datacenter

Connectivity ecosysteem

Colocatie datacenternationaal/regionaal

Toelichting: Bovenstaande figuur betreft een conceptuele weergave  Buck Consultants International / CE Delft 2020

Overig  Genereert additionele vraag bij colocatie internationaal voor hyperconnectiviteit

Bron: BCI, 2019

16

D Edge datacenters Figuur 13: Edge datacenters

Edge datacenters Single/multi-tenant, carrier neutraal datacenters Gebruikers (niet altijd gelijk aan klanten)  Dichtbij bron data: apparaten van bedrijven, consumenten en overheden (’’machine-to-machine’’ in het kader van IoT) Rol  Snelle dataverwerking en dataopslag dichtbij de gebruiker (waar de data ontstaat) ter faciliteren Internet of Things / real time toepassingen bijv. driverless cars  Faciliteren 5G  Ondersteunen digitalisering van bedrijven

Legenda Hyperconnectivity ecosysteem

Edge datacenter

Regionaal/nationaal datacenter

Connectivity ecosysteem

Toelichting: Bovenstaande figuur betreft een conceptuele weergave  Buck Consultants International / CE Delft 2020

Hyperscale datacenter Bron: BCI, 2019

Eisen aan connectiviteit  Uitstekende connectiviteit  Connectiviteit tot AMS-IX en andere knooppunten, met kabel of wireless verbonden met een groter colo datacenter  Hoeft niet dichtbij andere datacenters, wel dichtbij gebruikers  Onderdeel digitale ecosysteem  Binnen de Nederlandse dimensies beperkte noodzakelijkheid voor edge datacenters in de nabije toekomst 17

Connectiviteitsvraag en typen datacenters Wat

Type connectiviteit Hyperconnectiviteit

Uitstekende connectiviteit

X

X

Hyperconnectiviteit betekent meerwaarde en aantrekkingskracht op internationaal niveau voor colocatiepartijen met een internationaal marktbereik

X

Bijna overal in Nederland is voldoende connectiviteit beschikbaar voor dit type datacenter; hyperconnectiviteit heeft voor deze groep nauwelijks meerwaarde

X

Zeer grote schaal; zorgt zelf voor toegang goede connectiviteit (via internationale colocatiepartijen); goedkopere grond buiten de MRA belangrijk vestigingsargument

X

Schaal (heel) klein; meerwaarde komt van dichtbij gebruikers te zijn (Internet of Things)

A Colocatie – internationaal1)

B Colocatie –nationaal/regionaal

C Hyperscale

D Edge

Toelichting

1) Datacenters die zich in het hyperconnectiviteitsgebied vestigen bedienden niet enkel klanten met behoefte aan hyperconnectiviteit maar de klanten met de hoogste eisen bepalen het connectiviteitsniveau waarnaar ze streven. Er ontstaan steeds meer grote colocatie datacenters waarvoor hyperconnectiviteit slechts voor een deel van hun klanten een vereiste is (hybride trend)

Conclusies 

Alle datacenters hebben uitstekende connectiviteit nodig, dit is op veel locaties in Nederland beschikbaar

Hyperconnectiviteit is een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor het segment internationale colocatie datacenters. In de praktijk wordt vaak een keuze gemaakt tussen Amsterdam, Londen, Frankfurt en Parijs

In de MRA is in de loop van 15-20 jaar op drie verschillende locaties hyperconnectiviteit ontwikkeld (Sciencepark, Schiphol Rijk en Amsterdam Zuidoost). Hyperconnectiviteit is in de regel het gevolg van een langjarig proces en niet in een kort tijdsbestek aan te bieden op alternatieve locaties

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

18

3 Economische meerwaarde van datacenters Voor het bepalen van economische meerwaarde van datacenters voor de MRA-regio, maakt BCI onderscheid in direct meetbare economische meerwaarde en afgeleide economische meerwaarde Figuur 14: Economisch belang datacenters voor de MRA-regio

Bron: BCI, 2019  Buck Consultants International / CE Delft 2020

19

Direct meetbare economische meerwaarde A Werkgelegenheid A1 Aandeel ICT in Nederlandse en MRA werkgelegenheid A2 Aandeel werkgelegenheid datacenters in MRA ICT-sector

B Bruto Regionaal Product B1 Aandeel ICT in Nederlands BNP en MRA BRP B2 Aandeel BRP datacenters in MRA ICT-sector

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

20

A Werkgelegenheid A2 Aandeel werkgelegenheid datacenters in MRA ICT-sector (figuur 16)

A1 Aandeel ICT in Nederlandse en MRA werkgelegenheid (figuur 15)

Datacenters - direct 3%

Nederland MRA-regio Bron: MRA-regio, 2019

3,8% / 6,9%

ICT sector overig 97% Bronnen: MRA-regio, 2019 en Pb7, 2019 

 

Aandeel ICT in de MRA-economie (6,9%) ligt fors boven landelijke gemiddelde (3,8%) Groei werkgelegenheid ICT-sector 2015-2017 in Nederland 7%, in MRA 11%

Binnen de MRA ICT sector is het aandeel van datacenters in werkgelegenheid beperkt (3%, 2.400 banen inclusief direct, indirect en afgeleid) De groeiprognose (1.300 banen in de komende 5 jaar in Nederland t.a.v. 3.330 in 2019; +38% van huidige totaal) is fors Een toename van banen in de installatietechniek t.b.v. restwarmte van datacenters wordt verwacht

Conclusies 

Groeiende werkgelegenheid in de (zeker in de MRA-regio) al stevige ICT sector. Vooralsnog is het aandeel van de werkgelegenheid in de datacenterindustrie (binnen de MRA ICT-sector) 3% en 2.400 FTE

Hoewel de groeiverwachting voor de datacenter industrie behoorlijk is, blijft de omvang van de gemeten werkgelegenheid beperkt

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

21

B Bruto Regionaal Product B1 Aandeel ICT in Nederlands en MRA BRP (figuur 17)

B2 Aandeel BRP datacenters in MRA ICT-sector (figuur 18)

Nederland MRA-regio

Datacenters - direct 5%

Bron: MRA-regio, 2019 4,8% / 8,5%

ICT sector overig 95% Bronnen: MRA-regio, 2019 en Pb7, 2019

 

Aandeel ICT in de MRA-economie (8,5%) ligt fors boven landelijke gemiddelde (4,8%) Groei werkgelegenheid ICT-sector 2015-2017 in Nederland 7%, in MRA 11%

Binnen de MRA ICT sector is het aandeel van datacenters in BRP beperkt (5%, 550 mln Euro direct effect) De groeiprognose ligt ruim boven die van de Nederlandse economie als geheel

Conclusie 

Beperkte bijdrage aan GDP vanuit de datacenter industrie, 5% aandeel in de MRA ICT-sector (550 mln Euro direct effect)

Behoorlijke groeiverwachting, maar afgezet tegen de hele MRA economie blijft het aandeel beperkt

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

22

Afgeleide economische meerwaarde C Magneet voor IT/Tech bedrijven D Faciliterende rol voor digitalisering van de economie

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

23

C Magneet voor IT/ Tech bedrijven Met magneetwerking bedoelt BCI eventuele aantrekkingskracht die de aanwezigheid van datacenters heeft op bedrijven anders dan datacenters – bijvoorbeeld IT of Tech bedrijven – in de vorm van (nieuwe) fysieke vestigingen in de regio 

Uit literatuur komt geen sterk verband tussen de aanwezigheid van datacenters en magneetkracht op IT/Tech bedrijven naar voren. De aanwezigheid van talent, een open, innovatief en ondernemend klimaat, belastingklimaat en goede internationale bereikbaarheid zijn veel meer onderscheidend. Twee interviews met datacenter regio's geven het volgende beeld •

•

Frankfurt ziet beperkte magneetwerking op IT-bedrijven, maar ziet wel kansen voor het aantrekken van meer banken (Brexit) door de combinatie die ze kunnen bieden als datacenter-hub en financieel centrum. Als het gaat om ICT bedrijven met regionaal hoofdkantoor heeft Frankfurt een bescheiden positie (wel een enkel bedrijf als Wipro Technologies uit India) Eemshaven ziet geen meetbaar effect in de vorm van het aantrekken van bedrijven na de vestiging van Google in de Eemshaven. De positie voor het aantrekken van additionele datacentercapaciteit is wel verbeterd

Het verband met optimale connectiviteit (glasvezel) is veel sterker, maar is nauwelijks locatiegebonden (kan op veel locaties in Nederland en internationaal worden geboden). Een beperkt aandeel van bedrijven zoekt hyperconnectiviteit waarvoor directe nabijheid van datacenters wel een factor is. Voorbeelden zijn content aanbieders (bijv. Netflix, Disney), sommige financial traders, FINtech bedrijven, advertisers (Adtech) en gaming bedrijven. In andere gevallen wordt nabijheid gewaardeerd, maar is geen kritische factor voor locatiekeuze

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

24

Het succes van de FLAP steden & Dublin als tech en datacenter hubs Het verband tussen de sterke positie als tech hub en het grote aantal datacenters wordt nauwelijks benoemd door steden als verklaring voor hun succes. Een goede digitale infrastructuur is een van de basisvoorwaarden die door bedrijven als een ‘given’ in bijna elke locatie wordt gezien. Het succes van de tech hubs wordt vooral gelinked aan:

Frankfurt •

Londen (grootste hub) •

Gunstige wetgeving voor aantrekken internationaal talent (wordt na Brexit mogelijk minder); ‘’kruisbestuiving’’ tussen industrieën en diverse sectoren in de publieke, private en onderwijssfeer; FINtech

Parijs (snelst groeiende hub) •

Bankensector (FINtech); hoger onderwijs en onderzoekscentra; aantrekkelijk klimaat werknemers [Berlijn is vaak eerder benoemd]

Centrale maatregelen (bijv. French Tech Visa, relocation aid, belastingvoordelen); kansen door Brexit en hoge vastgoedprijzen Berlijn

Dublin (upcoming hub) •

Sterk internationaal en multicultureel, kansen door Brexit, belastingvoordelen. Anders dan Frankfurt, Londen en Parijs is Dublin met name succesvol in het aantrekken van Cloud datacenters

Bronnen: Copenhagen Economics, Oxford Economics, Pb7, DDA, Eco.de, Conway Analytics, Atomico & Slush, diverse nieuws pagina’s  Buck Consultants International / CE Delft 2020

25

Vestigingsfactoren met magneetkracht voor IT / Tech / Kennisbedrijven (topsegment)

Sterke magneetkracht

Redelijke magneetkracht Cruciale randvoorwaarde

Vestigingsfactor

Regionaal onderscheidend vermogen1)

Primaire beïnvloedingssfeer

Talent pool

+++++

Regionaal

Kenniscluster

++++

Regionaal

Internationale bereikbaarheid

+++

Nationaal

Belastingklimaat

++++

Nationaal

Beleid rond kenniswerkers

++++

Nationaal

Vastgoedprijzen

++

Regionaal

Loonkosten

+++

Nationaal

Digitale infrastructuur

++++

Regionaal/Nationaal

Beschikbaarheid huisvesting

++/+++

Nationaal

Legenda regionaal onderscheidend vermogen +++++ ++++ +++ ++ +

Sterk onderscheidend vermogen

Geen onderscheidend vermogen Hoogste scores

1) In vergelijking met FLAP-D en andere tech-steden zoals Barcelona, Berlijn, Stockholm

Conclusie:  

De aanwezigheid van datacenters als zodanig heeft beperkte aantrekkingskracht op vestiging van overige bedrijven Digitale infrastructuur is weliswaar een noodzakelijke randvoorwaarde maar op zichzelf onvoldoende voor het aantrekken van bedrijven. Als element in het vestigingsklimaat van de MRA en Nederland voor IT, tech- & kennisbedrijven, is optimale connectiviteit echter wel degelijk een belangrijke factor, die ook in de toekomst van hoge kwaliteit moet zijn – minimaal op het niveau van concurrerende landen/regio’s

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

26

D Digitalisering 

Digitalisering is de drijvende kracht achter de 4e industriële revolutie. Onder invloed van innovatie in nieuwe producten en diensten, veranderende kostenstructuren en lagere drempels bij het betreden van nieuwe markten, vindt disruptie plaats van industriële structuren en business modellen. Bedrijven moeten heroverwegen hoe ze in dit nieuwe speelveld waarde kunnen creëren. Niet digitaliseren zal voor veel bedrijven het einde van hun concurrerend vermogen betekenen Inschatting van het World Economic Forum (WEF) is dat in 2022 meer dan 60% van het wereldwijde GDP toe te schrijven is aan digitalisering. Ook de MRA-regio onderstreept het belang van digitalisering in de concept agenda 20202024, waarin de MRA benoemt dat het ‘een koploper op het gebied van digitalisering wil zijn/blijven om het economisch succes van de regio in stand te houden’. De MRA acht verdere groei van de digitale infrastructuur (zoals datacenters en digitale netwerken) hiervoor noodzakelijk De rol van datacenters is het faciliteren van optimale connectiviteit in combinatie met cloud(services), opslagcapaciteit en rekenkracht. Generatie, verzameling, opslag, verwerking, distributie, analyse, transport en exploitatie van data wordt mogelijk gemaakt door digitale technologieën.

BCI onderscheidt 4 elementen waar digitalisering invloed uitoefent op regionale concurrentiekracht en economische ontwikkeling: Figuur 19: Invloed van digitalisering op regionale concurrentiekracht

Digitalisering

A Productiviteit

B Werkgelegenheid

C Innovatie

D Kosten efficiëntie

Verbeterde concurrentiekracht / economische groei Bron: BCI, 2019  Buck Consultants International / CE Delft 2020

27

Elementen in digitalisering

Toelichting

A Productiviteit

Digitalisering verhoogt de productiviteit (output per werknemer), minder menskracht nodig in bedrijfsprocessen Digitalisering verhoogt de efficiëntie van organisaties, onder andere door: • geautomatiseerde processen, bijvoorbeeld digitale loonstroken leidt tot vermindering van fouten • remote work, applicaties zijn 24/7 overal voor iedereen (alle werknemers) beschikbaar

B Werkgelegenheid

Digitalisering vermindert werkgelegenheid maar levert ook banen op • Als digitalisering (toegang tot) de markt vergroot, kan de werkgelegenheid stijgen. Online webwinkels zijn hier een voorbeeld van; ook internationale markten liggen binnen het bereik waarmee de distributieketen meer complex wordt. Dit vergt meer inzet van werknemers • Als digitalisering enkel productiviteit en efficiëntie verhoogt maar het marktbereik niet vergoot, zal de werkgelegenheid dalen. Automatisering in productie-omgevingen is hiervan een voorbeeld • Het totaaleffect is positief (meer banen) volgens het World Economic Forum: een toename van 10% in de digitaliseringsscore van een land wordt geassocieerd met een afname van 1,02% in werkloosheid

C Innovatie

Digitalisering maakt introductie van meer geavanceerde processen en/of producten mogelijk. Voorbeelden zijn: • Big data analyses vergroten inzichten in business processen. Dit geeft mogelijkheden voor de introductie van innovatieve oplossingen • Toepassing van innovatieve software biedt organisaties mogelijkheden tot procesverbeteringen • Cloud Computing (CC) biedt mogelijkheden voor bedrijven om toegang te krijgen tot ‘business intelligence’ oplossingen zonder zelf in software, hardware of personeel te hoeven investeren

D Kosten efficiëntie

Organisaties kunnen kosten beperken door: • Minder personeel(skosten) • Lagere eigen investeringen in hardware

Resultaat: digitalisering leidt tot economische groei Digitalisering heeft een positief effect op economische ontwikkeling, vooral in kenniseconomieën. Volgens de WEF wordt een toename van 10% in de digitaliseringsscore van een land geassocieerd met een toename van 0,75% in het groeicijfer van het BNP per hoofd  Buck Consultants International / CE Delft 2020

28

Conclusie Economische meerwaarde De economische meerwaarde van datacenters wordt in onderstaande tabel samengevat Voor MRA-regio

Voor Nederland

A Werkgelegenheid

+

+

B Bruto Regionaal Product

+

+

C Magneet voor IT en kennisbedrijven

+/++

+

D Faciliterende rol in digitalisering economie

+++

+++

Voor Europa

Legenda Positieve impact is

++

+ Beperkt ++ Redelijk sterk +++ Sterk

Conclusies  De meerwaarde van datacenters voor de MRA-economie ligt beperkt in direct meetbare effecten als werkgelegenheid en Bruto Regionaal Product. Ook een afgeleid effect als aantrekkingskracht op IT of kennisbedrijven is beperkt. De meerwaarde komt uit element D Faciliterende rol voor digitalisering economie. Datacenters zijn een kritisch onderdeel van hoogwaardige digitale infrastructuur die bedrijven faciliteert in hun (in de komende jaren sterk groeiende) digitaliseringsbehoefte  Digitale infrastructuur is weliswaar een noodzakelijke randvoorwaarde maar op zichzelf onvoldoende voor het aantrekken van bedrijven. Als element in het vestigingsklimaat van de MRA en Nederland voor IT, tech- & kennisbedrijven, is optimale connectiviteit echter wel degelijk een belangrijke factor, die ook in de toekomst van hoge kwaliteit moet zijn – minimaal op het niveau van concurrerende landen/regio’s  Faciliteren van digitalisering heeft landsbrede positieve effecten, de MRA-regio profiteert niet significant meer dan overig Nederland

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

29

4 MRA Datacentermarkt

4.1 Marktvraag naar datacenters in de MRA-regio tot 2030 BCI/CE Delft hanteren de volgende vraagdefinitie: De vraagomvang van marktpartijen om in de MRA-regio additionele datacentercapaciteit te realiseren, gemeten in MVA

Toelichting op de definitie  In de BCI/CE Delft definitie van marktvraag wordt geen rekening gehouden met de huidige beperkingen in de MRA-regio vanuit beschikbaarheid van grond of (elektrische) netcapaciteit. Het gaat dus om een inschatting van vraag die zich zou vestigen in een situatie waar netcapaciteit en grond vrijelijk beschikbaar is. In hoeverre vraag daadwerkelijk geaccommodeerd kan worden staat hier los van  De vraag die zich op een bepaald moment aandient, wordt in de praktijk in de loop van minimaal 2 tot soms 5-7 jaar gerealiseerd, mede onder invloed van strategisch/speculatief marktgedrag van datacenterpartijen  De vraag in MVA is te vertalen als netcapaciteit die datacenters willen contracteren. Het betreft piek elektrisch vermogen bedoeld voor maximale benutting van het datacenter (vol met klanten; na een aantal jaren in bedrijf) en met reservecapaciteit voor extreme situaties. Feitelijk verbruik in MW ligt lager maar netbeheerders zijn contractueel verplicht om het volledige gecontracteerde vermogen vanaf dag 1 te kunnen leveren

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

30

Elementen marktvraagprognose Aangezien er geen eenduidige vraagprognose beschikbaar is, heeft BCI/CE Delft in twee stappen een marktvraagprognose tot 2030 opgesteld: Figuur 20: Elementen marktvraagprognose

Stap 1: Trendgegevens en beschikbare regionale studies1 A Extrapolatie groei datacentermarkt MRA t/m 2030

B Scenariostudie datacenters MRA 2018-2030 (Stratix)

Stap 2 (Inter)nationale ontwikkelingen en beeld marktpartijen2

C Wereldwijde groei dataverkeer t/m 2030

D Beeld marktpartijen

E Ingediende capaciteitsaanvragen bij netbeheerders

Resultaat: trendscenario op basis van regionale marktontwikkeling t/m 2018

Marktvraagprognose CE Delft en BCI t/m 2030

Resultaat: input voor vertaling trendscenario naar marktvraagprognose

1) De elementen A en B leiden tot een trendscenario gebaseerd op in de periode 2013-2018 gerealiseerde marktgroei en een scenariostudie door Stratix in 2018 2) De elementen C, D en E bestaan uit recente prognoses over groei van dataverkeer, het marktbeeld van in de regio actieve partijen en bij netbeheerders ingediende capaciteitsaanvragen door datacenters. Deze elementen nuanceren het resultaat uit stap 1 en verfijnen de prognose van marktvraag tot 2030  Buck Consultants International / CE Delft 2020

31

Trendgegevens en beschikbare regionale studies A Extrapolatie groei datacentermarkt MRA t/m 2030 Figuur 21: extrapolatie groei van de MRA- datacentermarkt in MW, met als basis de periode 2013-2018 MW

Extrapolatie; 19% 2019 - 2030

19% gerealiseerde groei 2013-2018

Bron: BCI, bewerking van CBRE data, 2019

Marktomvang in MW: gerealiseerd opgesteld vermogen MRA Extrapolatie marktomvang gebaseerd op 19% jaarlijkse groei

Methodiek extrapolatie  Marktomvang MRA in 2013 is 125 MW, in 2018 is deze gegroeid naar 294 MW; de gemiddelde jaarlijkse groei van de totale voorraad in de periode 2013 – 2018 is 19%  Uitgangspunten extrapolatie: • Gemiddelde groei marktomvang (opgesteld vermogen = aanbod vanuit datacenterpartijen) blijft in de periode tot 2030 groeien in hetzelfde tempo van 19% jaarlijkse groei (van de op dat moment geïnstalleerde capaciteit) • De extrapolatie is een indicatie voor marktvraag en houdt daarom geen rekening met de praktische (en feitelijke) belemmeringen als tekort aan stroom en bouwgrond Uitkomst extrapolatie In 2030 is de omvang van de markt 2.300 MW (6,6 x groter dan begin 2020; 2,000 MW bijgebouwd vermogen)

Let op definities CBRE rekent met het opgestelde elektrisch vermogen gemeten in MW om de groei van de datacentermarkt te monitoren. In de statistieken voor de MRA marktomvang gaat het om al gerealiseerd datacenter vermogen, dat wil zeggen: hetgeen de datacenters hun klanten aanbieden (=aanbod vanuit datacenterpartijen). De marktomvang van ‘Amsterdam’ verschilt soms per statistiek. De 2019 Q2 data van de DDA bijvoorbeeld telt 605 MW voor Amsterdam omdat daar de hyperscaler ontwikkeling in Noord-Holland ook is inbegrepen. BCI/CE Delft houdt rekening met deze verschillen  Buck Consultants International / CE Delft 2020

32

Trendgegevens en beschikbare regionale studies B Scenariostudie datacenters MRA 2018-2030 (Stratix) Begin 2018 is een scenariostudie gepubliceerd getiteld ‘Toekomstbeelden datacentra in de Metropoolregio Amsterdam t/m 2030’ (Stratix)   

Stratix heeft vier toekomstscenario’s uitgewerkt, variërend van 200 tot 2.000 MW bijgebouwde datacentercapaciteit in 2030 Voor de scenariostudie heeft Stratix samengewerkt met een brede stakeholdergroep, die gedeeltelijk ook door BCI/CE Delft zijn geïnterviewd Vanwege de destijds lagere gemiddelde vraag naar MW per te realiseren datacenter vergeleken met de huidige aanvragen, is in 2018 de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet TenneT niet meegenomen als interviewpartij. Aanvragen van datacenters vielen grotendeels nog in het bedieningsbereik van de regionale netbeheerder Liander

Scenario’s

Tot 2030 bij te bouwen in de MRA (MW)

Amsterdam datah(e)aven 2.000 Hoog maatschappelijk draagvlak voor centrale gegevensopslag en verwerking verondersteld, alsmede een voorspelbare en hoge beschikbaarheid van energie (elektrische aansluitcapaciteit). Het vloeroppervlak van de datacenter-sector in de MRA gegroeid met 1 miljoen vierkante meter ten opzichte van 2018 # delete Facebook 200 Laag maatschappelijk draagvlak voor centrale gegevensopslag en verwerking en een onvoorspelbare en lage beschikbaarheid van energie, waardoor planning van het bouwen van nieuwe datacentra moeilijk is Vastlopen op elektriciteitsnet Hoog draagvlak voor digitale infrastructuur, echter de beschikbaarheid van energiecapaciteit in de MRA is onvoorspelbaar en blijft laag, doordat er op dat vlak geen grote coördinatie mogelijk lijkt

200 in MRA, 500 buiten MRA

Overaanbod Laag maatschappelijk draagvlak voor centrale gegevensopslag en verwerking en een voorspelbare en hoge beschikbaarheid van energie, waardoor planning van het bouwen van nieuwe datacentra aantrekkelijk is

1.000

Bron: Stratix, 2018  Buck Consultants International / CE Delft 2020

33

Opmerking bij Stratix studie In de ‘’Toekomstbeelden datacentra in de MRA’’ scenariostudie van Stratix van 2018 gaat het om de behoeftes van bedrijven, consumenten en overheden om gebruik te maken van opgestelde datacentercapaciteit. Voor de vier scenario’s is de Stratix studie uitgegaan van de internationale MRA gegevens voor Q4 2017: 244 MW beschikbaar en 199 MW effectief in gebruik in de MRA (CBRE).

Conclusie De uitgangspunten die zijn gebruikt in het scenario ‘Amsterdam datah(e)aven’ komen het meest overeen met de door BCI/CE Delft gehanteerde vraagdefinitie: geen belemmeringen, marktvraag kan bediend worden. In het Stratix scenario levert dit een behoefte aan additionele capaciteit op van 2.000 MW tot 2030

Conclusies trendgegevens en beschikbare regionale studies  Gebaseerd op extrapolatie van CBRE data over de periode 2013-2018, is in 2030 de omvang van de markt gegroeid naar 2.331 MW (6,6 x groter dan begin 2020; 1,980 MW bijgebouwd vermogen)  De uitgangspunten die zijn gebruikt in het scenario ‘Amsterdam datah(e)aven’ van de Stratix scenariostudie ‘Toekomstbeelden datacentra in de Metropoolregio Amsterdam t/m 2030’ (2018) komen het meest overeen met de door BCI/CE Delft gehanteerde vraagdefinitie: geen belemmeringen, marktvraag kan bediend worden. In het Stratix scenario levert dit een behoefte aan additionele capaciteit op van 2.000 MW tot 2030

 Buck Consultants International / CE Delft 2020

34

Elementen met invloed op marktvraagprognose C Wereldwijde groei dataverkeer t/m 2030 Redenen voor snelle groei  Video streaming  Mobiele apparaten  Opslag  Internet of Things (IoT)

Figuur 22: Wereldwijde groei in Cloud dataverkeer (prognose 2010-2030) 250

200

  

Big data & data analytics Cloud computing 5G

150 100 50 0 2010

2014

2018

2022

2026

2030

Bron: BCI o.b.v ING Economics en Cisco (2019)

Nuancering in vertaling naar vraag datacenters  Energievraag stijgt niet evenredig mee met groei dataverkeer vanwege het besparingspotentieel dat behaald kan worden • Vanwege het besparingspotentieel is relatief steeds minder datacenteroppervlakte nodig per MW • Concentratie van dataopslag en verwerking leidt tot efficiëntieverbetering (economies of scale)  De groei in dataverkeer zal echter sneller gaan dan de ontwikkeling van het besparingspotentieel. T/m 2030 is wereldwijd een ver 20-voudiging in dataverkeer verwacht en tegelijkertijd een ver 7-voudiging van de energieefficiëntie van datacenters (bron: ING Economics 2019)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/990/documents/14685