394ff433-0dc5-4e11-a528-8a8b2c592be2.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad van Dronten
Datum Kenmerk Contactpersoon
27 juli 2021 29520 Geert Gielen
Onderwerp
Raadsinformatiebrief Datacenters
Leden van de raad Aanleiding Tijdens de behandeling van de Regionale Energie Strategie 1.0 Flevoland heeft de wethouder duurzaamheid desgevraagd aangeboden de Raad middels een raadsinformatiebrief te informeren omtrent datacenters. Inleiding Bijna iedereen in Nederland gebruikt wel een mobiele telefoon, internet of iets anders waarbij data wordt opgeslagen. De datacentersector wordt daardoor meer en meer van vitaal economisch belang gezien. Elke twee jaar ondergaat het gebruik en de opslag van data een verdubbeling. Vanuit het Rijk, de Metropoolregio Amsterdam en de provincie Flevoland wordt gewerkt aan een ruimtelijke strategie datacenters. In Flevoland zijn daarbij vooral Almere en Zeewolde en in mindere mate Lelystad in beeld. In de huidige documenten en onderzoeken is voor Dronten geen gunstige positie geconcludeerd. Wel raakt de buitengrens van ruimtelijke strategie Dronten. Derhalve is het zaak om deze ontwikkelingen goed te volgen. Ruimtelijke Economische Ontwikkelstrategie De door het Rijk ontwikkelde Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (zie bijlage 1) heeft het economisch belang ook onderkend en ziet juist voor Flevoland een belangrijke rol. Dit vanwege de nabije ligging bij Amsterdam (hét internetknooppunt), nog beschikbare ruimte en de aanwezigheid van duurzame energie.
Nederland heeft een hoog kwaliteitsniveau met betrekking tot internetcapaciteit en dataverwerking. De Nationale Ruimtelijke Strategie stelt dat om op korte termijn tegemoet te komen aan de vraag naar grote datacenters dienen de bestaande mogelijkheden in groot Amsterdam maximaal (en intensief) benut te worden met bijzondere aandacht voor mogelijkheden in de zone Almere – Zeewolde – Lelystad - Dronten. Deze Strategie datacenters kent een toekomstbeeld voor de korte, middellange en langere termijn, en bestaat uit een routekaart van 10 stappen met standpunten en inrichtingsprincipes. De buitengrens van de Routekaart (middellange termijn) raakt Dronten.
Bijlage(n): 3
De Rede 1 8251 ER Dronten
Postbus 100 8250 AC Dronten
Telefoon 14 0321
www.dronten.nl
Kenmerk Bladnummer
29520
Metropoolregio Amsterdam De Metropoolregio Amsterdam (MRA) huisvest momenteel één van de grootste bundeling van datacenters in Europa (nummer 7 van de wereld). Deze datacenters staan vaak ook onderling weer in verbinding met elkaar. De ruimte binnen de bestaande clusters is bijna op. Het Rijk, het bedrijfsleven en de MRA zoeken naar nieuwe clusters. De hoge eisen aan stroom, data-connectiviteit en de noodzaak tot onderlinge nauwe verbondenheid van de clusters maakt dat aan deze vraag alleen op relatief korte afstand van de al aanwezige vestigingen voldaan kan worden. De overheden in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) staan samen met het Rijk en de netbeheerders voor belangrijke keuzes over datacenters. Enerzijds spelen datacenters een belangrijke rol bij het digitaliseren van de regionale en nationale economie, anderzijds zorgen datacenters voor een groeiend beroep op de toch al schaarse ruimte en netcapaciteit in de MRA. Om tot gefundeerde keuzes te kunnen komen, heeft de MRA Buck Consultants International en CE Delft gevraagd een adviesrapport op te stellen voor een MRA Datacenter Strategie. Dit rapport is een bouwsteen voor een dergelijke strategie.
Het adviesrapport (zie bijlage 2) geeft de ontwikkeling weer van de digitale infrastructuur met datacenters in de MRA, de meerwaarde voor Nederland, de MRA en Flevoland met Almere en Zeewolde, het belang van deze infrastructuur voor digitalisering van Nederland en schetst de impact van de groei van datacenters op de leefomgeving (ruimte, energie- en watergebruik, milieu- en duurzaamheidseffecten). De inhoud van dit rapport wordt niet per se volledig onderschreven door de MRA en MRA-overheden.
Kenmerk Bladnummer
29520
Conclusies adviesrapport • De marktvraag naar datacenters in de MRA regio is momenteel fors en groeit naar verwachting versneld door in de periode tot 2030. BCI/CE Delft heeft in drie scenario's een prognose opgesteld tot 2030. • Het aanbod dat de MRA regio tegenover de marktvraag kan stellen (op basis van huidige beschikbaarheid) blijft fors achter: zowel in elektriciteitsaanbod als in beschikbare ruimte, met name in de geografische gebieden waar hyperconnectiviteit (de ontwikkeling dat een grote groep mensen een steeds groter aantal relaties heeft met anderen via de apparaten die zij gebruiken) beschikbaar is. • Voor behoud van de MRA positie als internationaal leidend datacentercluster, is vooral aanbod van hyperconnectiviteit relevant. • Er is geconstateerd dat er momenteel binnen de MRA regio onvoldoende vestigingsmogelijkheden beschikbaar zijn om de groei van de datacenterindustrie op te vangen. • Almere/Zeewolde beschikt over de meest gunstige uitgangspositie voor een deelnetwerk van het landelijke 150 kV-netwerk en bijbehorende ruimtelijke concentratie van datacentervestigingen. Geredeneerd vanuit aansluitmogelijkheden op het 380 kV-netwerk (landelijk hoogspanningsnetwerk) en ontwikkelingsruimte, is het aan te bevelen om voor mogelijke toekomstige uitbreiding ook Lelystad in de vergelijking te betrekken.
Datapark Gemeente Zeewolde In het najaar van 2019 heeft de gemeente Zeewolde de vraag gekregen van een Amerikaans hightechbedrijf naar de mogelijkheid om een campus met datacenter in Zeewolde te vestigen. De gemeente is met deze aanvraag aan de slag gegaan en heeft samen met de initiatiefnemer de mogelijkheden onderzocht om het bestaande bedrijventerrein (Trekkersveld) uit te breiden en ruimte te bieden aan een datapark van ca. 160 hectare. De planning is dat de ontwerpplannen medio oktober 2021 worden vastgesteld door de gemeenteraad van Zeewolde. Het datapark Zeewolde zal jaarlijks ongeveer 1,38 Twh aan elektriciteit gebruiken. Om dit cijfer enigszins te kunnen duiden het volgende. Het windpark Groen levert jaarlijks ongeveer 1,9 Twh aan elektriciteit (dit is evenveel als het jaarlijkse elektriciteit gebruik in Flevoland). Het jaarlijkse elektriciteit gebruik in de gemeente Dronten is ongeveer 0,22 Twh (Klimaatmonitor; cijfers 2019). Voor meer informatie omtrent dit datapark verwijzen wij u gaarne naar: https://www.zeewolde.nl/projecten-in-zeewolde/uitbreiding-trekkersveld-4 Gemeente Almere De gemeente Almere heeft het onderwerp ‘Onderzoek naar datacenter hyperconnectiviteitshub in Almere/Zeewolde’ recent ook besproken.
De gemeenteraad van Almere heeft onlangs een technische toelichting gehad over de MRA datacenterstrategie met de voorkeurslocatie Oosterwold voor het 4e datacenter hyperconnectiviteitscluster in de MRA. Tevens heeft de raad het gesprek gevoerd over diverse aspecten van het te verrichten onderzoek naar een hyperconnectiviteitscluster in Almere/Zeewolde.
Kenmerk Bladnummer
29520
Provincie Flevoland In de Regionale Energiestrategie 1.0 Flevoland is opgenomen dat de regio zich nog moet uitspreken over de vraag of het wenselijk is om datacenters en andere grootgebruikers van elektriciteit in de provincie te huisvesten. Het effect op de energie-infrastructuur voor Flevoland moet hierin betrokken worden. Tevens kan de komst van een groot datacenter naar Flevoland mogelijk leiden tot een restwarmtebron van zodanige omvang dat die benut kan worden in de regio’s Flevoland en Noord-Veluwe. Provinciale Staten van Flevoland hebben 9 juni jl. ingestemd met de startnotitie ‘Kaderdocument voor datacenters in Flevoland’ (zie bijlage 3). Deze startnotitie schetst een gewenst plan van aanpak om tot een kaderdocument voor datacenters in Flevoland te komen. Deze aanpak houdt in dat er niet alleen op de randvoorwaarden wordt gestuurd, maar er wordt ook rekening gehouden met de gebied specifieke aspecten. Naar verwachting is oordeelsvorming door Provinciale Staten in het voorjaar van 2022 aan de orde. De onderzoeken richten zich op de beschreven vraagstukken met betrekking tot beschikbaarheid van energie, watergebruik, restwarmte, ruimtelijke inpassing en economisch ecosysteem. Bij de ruimtelijke inpassing zal onder meer de beleidsontwikkeling op het vlak van landbouw, landschap (programma landschap van de toekomst) en bossen (bossenstrategie) worden betrokken.
Bij het watervraagstuk zal het watergebruik van datacenters ten opzichte van andere watergebrulkers onderzocht worden. Het al dan niet samen kunnen gaan van het watergebruik van verschillende gebruikers en de positie van datacenters op de verdringingsreeks worden nader onderzocht. De wens om drinkwater voor hoogwaardige doeleinden te reserveren en uit te sluiten van Industriële processen wordt ook nadrukkelijk in de onderzoeken meegenomen. In het kader van de maatschappelijk toegevoegde waarde worden de mogelijkheden om koppelingen te maken met onderwijs en de arbeidsmarkt onderzocht. Tijdens de behandeling in de Staten is het volgende amendement aangenomen: “Om te voorkomen dat een goede ruimtelijke ordening in Flevoland in het geding komt door de komst van (clusters van) datacenters op locaties die een optimale ontwikkeling van Flevoland kunnen verstoren, wordt gedurende de periode dat er nog geen datacenterstrategie is vastgesteld, geen medewerking verleend aan nieuwe datacenters. Het gaat om datacenters die niet in de nu geldende bestemmingsplannen passen en/of waarvoor nog geen planologische procedure loopt.” De provincie heeft aangegeven dat o.a. gemeenten bij het proces tot totstandkoming van dit Kaderdocument worden betrokken. Gemeente Dronten De gemeente Dronten kent geen specifiek beleid met betrekking tot datacenters.
In de bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen zijn datacenters mogelijk (categorie-2; lichtere bedrijven). Op het bedrijventerrein Business zone Delta is het enige datacenter in onze gemeente gevestigd. Dit datacenter biedt lokale bedrijven en overheden een platform om hun bedrijfskritische systemen op te laten draaien, hun gegevens op te slaan en hun diensten te faciliteren. In de bestemmingsplannen voor het landelijk gebied is de vestiging van een (grootschalig) datacenter niet mogelijk. In de integrale visie op de leefomgeving zullen diverse maatschappelijke effecten en ambities worden vastgesteld. Deze effecten en ambities kunnen vervolgens als afwegingskader worden gebruikt bij het beleid omtrent de vestiging van grootschalige datacenters.
Kenmerk Bladnummer
29520
Wij zullen aan het proces tot de totstandkoming van het provinciale ‘Kaderdocument voor datacenters in Flevoland’ pro-actief deelnemen. Dit Kaderdocument zal met u worden gedeeld. Hoogachtend,
het college van Dronten
drs. T. van Lenthe Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
Ruimtelijke Strategie Datacenters Routekaart 2030 voor de groei van datacenters in Nederland
Ruimtelijk Economische On t w i k k e l Strategie
Colofon Franc Weerwind, bestuurlijk ambassadeur REOS-actie ‘Ruim baan voor digitale infrastructuur’, bestuurslid Amsterdam Economic Board Stijn Steenbakkers, bestuurlijk ambassadeur REOS-actie ‘Ruim baan voor digitale infrastructuur’, wethouder gemeente Eindhoven Tekst Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als ambtelijk trekker van REOS-actie ‘Ruim baan voor digitale infrastructuur’ Illustraties: studio Ronald van der Heide, Utrecht Vormgeving: WAT ontwerpers, Utrecht Contact: PostbusREOS@minbzk.nl Maart 2019
Inhoud 4
Management samenvatting
8
1. Aanleiding
11
2. Basisinformatie
12
2.1 Datacenters
15
2.2 Maatschappelijke en economische impact
15
2.3 Beleidsambities
17
3. Ontwikkelingen
18
3.1 Positie en rol datacenters
18
3.2 Groei datagebruik en datacenters
19
3.3 Digitale connectiviteit
21
3.4 Energiegebruik datacenters
22
3.5 Energienetwerk
24
3.6 Warmte
26
3.7 Resilience
28
4. Richting geven aan een ruimtelijke strategie
29
4.1 Geconcentreerd vooruit
29
4.2 Resilience strategie
30
4.3 Regio’s op eigen kracht/spreiding/on the edge
31
5. Routekaart in 10 stappen
34
Bijlage – Proces, Stakeholders
Ruimtelijke Strategie Datacenters Routekaart 2030 voor de groei van datacenters in Nederland
Management samenvatting Proces
Redeneerlijn
Het nadenken over een ruimtelijke strategie datacenters komt voort uit de gesprekken over datacenters tijdens de events van de Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS) i.s.m. de Dutch Data Center Association (DDA), onderzoek over de toekomst van de sector in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en berichten in de media over (vermeende) knelpunten in de energie-infrastructuur.
Voor een goed begrip van de datacentersector is een onderscheid in (grote) co-locatie (veel klanten), Hyper-scale (zeer groot, eigen beheer) en regionale datacenters (klein, regionaal) van belang. Het CBS publiceerde al in 2016 over de groei van de digitale economie in Nederland1. Dit wordt mogelijk gemaakt door de datacenters, die samen staan voor 1,3 GW aan opgesteld vermogen en circa 3% van het stroomverbruik in Nederland. Er bestaat brede consensus over een strategie die voortbouwt op het ecosysteem van datacenters dat in de MRA, rond internetknopen als de Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX) en Nederland Internet Exchange (NL-IX), is ontstaan en voor Hyper-scales rond Middenmeer en Eemshaven. Tegelijkertijd wordt erkend dat de energievoorziening in de MRA zijn grenzen nadert, c.q. forse investeringen vergt. Voorkomen moet worden dat de internationale co-locatie partijen Nederland links laten liggen vanwege een tekort aan superieure vestigingslocaties. Mede in het licht van de energietransitie is een strategie nodig waar deze grote stroomverbruikers nabij (aanlanding van) duurzame energiebronnen worden gevestigd. Daarnaast bezitten datacenters een groot potentieel aan restwarmte die maximaal benut moet worden.
Dit vraagt om passende regelgeving, uitkoppeling van warmte door datacenters, investeren in warmtenetwerken en een vestigingsbeleid dat rekening houdt met deze voorwaarden.
Het onderwerp is geagendeerd op het Bestuurlijk Overleg REOS van 14 juni 2018 waar is afgesproken te komen tot een ruimtelijke strategie datacenters en hierbij ‘gezamenlijk strategisch om te gaan met de groei van datacenters en de verbinding te zoeken met de energietransitie incl. het benutten van restwarmte’.
1. Measuring the internet economy in the Netherlands: a big data analysis.
4
Om te komen tot een strategie is eerst een serie gesprekken gevoerd met stakeholders zoals: de datacentersector, de netwerkbeheerders, Economic Boards, experts en de meest betrokken overheden. De bevindingen zijn vastgelegd in een discussiepaper die in meerdere rondes is uitgezet bij 60 organisaties. Tijdens het DDA Datacenter restwarmte & innovatie congres op 10 oktober 2018 in de Johan Cruijff Arena is een werksessie gehouden rond drie mogelijke ruimtelijke scenario’s. Het resultaat, een position paper, is na consultatie uitgewerkt in een strategie die nu voorligt.
Om op korte termijn tegemoet te komen aan de vraag naar grote co-locatie datacenters dienen de bestaande mogelijkheden in groot Amsterdam maximaal (en intensief) benut te worden met bijzondere aandacht voor mogelijkheden in de zone Almere – Zeewolde – Lelystad - Dronten. Voor Hyperscales dienen Middenmeer en Eemshaven verder benut en uitgebouwd te worden. Als de kritieke afstand van 50 km tot de internetknopen geen beletsel is voor de hoge eisen aan latency (vertraging op internetverkeer), moet de ontwikkeling van een resilience cluster voor de middellange termijn (2022-2030) in Zuid-Holland (en Middenmeer) nader verkend worden. Dat maakt de digitale basis breder, voorziet in een backup en geeft de datahub NL nog meer veerkracht. Onderdeel van de verkenning is de bereidheid bij het bedrijfsleven tot investeringen en de realiseerbaarheid van een resilience locatie. Voor de lange termijn (2030 en verder) liggen er kansen voor een nieuw datacentercluster in de MRA, bv. aan de westflank van Amsterdam bij de aanlanding van wind op zee. Hiervoor zijn grote investeringen in het energienetwerk nodig. De ontwikkeling van minder geclusterde, decentrale dataopslag en –verwerking is zo onzeker dat hierop nog geen ruimtelijke planning mogelijk is.
Aanbevolen worden om de ontwikkelingen in de datacentersector 2-jaarlijks te monitoren en zo nodig (niet eerder dan over 5 jaar) het beleid bij te stellen. Kleine regionale datacenters zullen blijven ontstaan, en de middelgrote regionale datacenters dienen bij voorkeur gekoppeld te worden aan een stedelijke omgeving en/of gekoppeld aan een warmtenet.
Kleine regionale datacenters zullen blijven ontstaan, maar de middelgrote regionale datacenters dienen bij voorkeur gekoppeld te worden aan een stedelijke omgeving en/of gekoppeld aan een warmtenet.
5
Routekaart in 10 stappen
3
De ruimtelijke strategie datacenters 2030 bevat een routekaart in 10 stappen met standpunten en inrichtingsprincipes die parallel in gang gezet moeten worden om de strategie te realiseren (zie illustratie van de korte, middellange en lange termijn op pagina 21).
1
Clustervorming rond de internationale internetknooppunten in de MRA vormt het fundament voor datasectorland Nederland. Deze verworvenheid mag niet versjteerd worden. De internationale co-locatiemarkt is de hub die de datahub Nederland doet draaien en moet blijvend gefaciliteerd worden.
2 Voor het faciliteren van datacenters op de korte termijn (2019-2022) kan het ‘energietekort’ ten dele opgelost worden door de mogelijkheden in het gebied Almere – Zeewolde – Lelystad – Dronten te benutten. Zowel in (groot) Amsterdam als Almere zal op korte termijn een aanpassing van de energie-infrastructuur nodig zijn.
6
Voor het faciliteren van de middellange termijn (2022-2030) wordt een nadere studie uitgevoerd naar de ontwikkeling van een resilience-cluster in de zuidelijke Randstad (en Middenmeer) of en hoe er kan worden voldaan aan vestigingseisen ten aanzien van latency, arbeidsmarkt, restwarmte en het ICT-ecosysteem. Een nadere toets bij (internationale) co-locatie marktpartijen maakt hiervan onderdeel uit.
4 Voor de lange termijn (2030 en later) dienen de mogelijkheden voor een nieuw datacluster aan de west- en zuidflank van Amsterdam bij de aanlandingslocatie van wind op zee verkend en uitgewerkt te worden.
5 De ontwikkeling van datacenters (groei, type, techniek, oriëntatie, nieuwe specialisaties zoals bv. automotive in Eindhoven/Helmond, food in Ede/Veenendaal en gezonde verstedelijking in Utrecht) en de economische effecten dienen 2-jaarlijks gemonitord te worden mede in relatie tot de huidige aannames en de opkomst van regionale datacenters bv. als gevolg van edge computing.
7
Nederland bevordert de aanpassing van de BENG-norm zodanig dat uit groene stroom opgewekte warmte door datacenters als duurzaam wordt aangemerkt.
6 De bestaande Hyper-scale locaties Middenmeer en Eemshaven dienen verder gefaciliteerd te worden in hun uitbreiding en opgenomen in data-, energie- en warmtenetwerken.
8 De datacenters van Nederland stellen hun warmte beschikbaar en faciliteren de uitkoppeling aan warmtenetwerken.
9
De warmtenetwerken dienen op regionale schaal ontwikkeld te worden rond bestaande (stadswarmte)netwerken waarbij datacenters als warmtebronnen worden meegenomen.
10 De ontwikkeling van regionale datacenters van omvang (> 5.000 m2, > 2 MW) dient bij voorkeur in de nabijheid van stedelijke centra van het stedennetwerk G40 (of de G4) plaats te vinden of gekoppeld aan een (regionaal) warmtenetwerk.
7
1
Aanleiding De vijf grote steden, vijf provincies en vier economic boards hebben samen met het Rijk in het Uitvoeringsprogramma van REOS het belang onderstreept om de internationale concurrentiekracht van het economisch kerngebied van Nederland verder te versterken. Een adequate digitale infrastructuur is daarbij geïdentificeerd als een belangrijke randvoorwaarde voor deze concurrentiekracht en daarom opgenomen als een van de zes acties in het Uitvoeringsprogramma. Datacenters zijn cruciaal binnen deze digitale infrastructuur en daarom binnen deze actie benoemd tot een belangrijk aandachtsveld.
8
Digitalisering transformeert wereldwijd economieën en maatschappijen in een razendsnel tempo. De impact die digitalisering de komende jaren heeft in zorg, mobiliteit, energiebeheer, agrifood, onderwijs en overheidsdiensten zal enorm zijn. Iedereen krijgt ermee te maken op een dagelijkse basis. Om deze explosieve stroom aan informatie te faciliteren hebben we meer datacenters nodig. Zoals we luchthavens nodig hebben om te reizen, hebben we datacenters nodig om te internetten. Datacenters zijn het fundament van de digitale werkelijkheid voor wat betreft wonen, werken, leren en welzijn, vandaag en morgen. De geografische ligging van Nederland in Europa, de vele zeekabels die hier landen en AMS-IX zijn gunstige en belangrijke vestigingsplaatsfactoren waardoor in de MRA een grote clustervorming van datacenters is ontstaan. Met de beperkt beschikbare ruimte, de grote vraag naar woningbouwlocaties en de druk op de energie infrastructuur in de MRA is het de vraag of deze clustervorming hier moet en kán doorzetten. Hiermee dreigt Nederland de koploperspositie te verliezen aan de andere FLAP-steden (Frankfurt, Londen, Amsterdam en Parijs), Noord-Ierland en Zweden. Om de concurrentiekracht van Nederland te versterken en digitaal koploper van Europa te worden zal Nederland de datacenter hub moeten behouden, laten groeien en (op een nieuwe wijze) moeten faciliteren.
Daarnaast blijkt in de praktijk de groei van datacenters veel sneller te gaan dan waar de netbeheerders op kunnen acteren door de lange ontwikkeltijden van onderstations e.d. en de beperkingen op het proactief aanleggen van de energie infrastructuur. Bovendien dreigen er kansen gemist te worden op de warmtelevering van restwarmte aan stedelijk gebied. Optimale benutting van restwarmte voor de verwarming van woningen, kassen en kantoren leidt tot een minder grote energievraag die duurzaam opgewekt moet worden.
Tijdens het Bestuurlijk Overleg REOS van 14 juni 2018 is daarom afgesproken: 1 gezamenlijk strategisch om te gaan met de groei van datacenters als belangrijke pijler voor de Nederlandse digitale economie; 2 dat het noodzakelijk is om voor een duurzame strategie betere afstemming te zoeken met de beschikbaarheid van huidige (en toekomstige) energienetwerken en eventuele warmtenetwerken voor het stedelijk gebied. De ‘Netherlands Foreign Investment Agency’ (NFIA) geeft aan dat ‘marktpartijen behoefte hebben aan voorkeurslocaties waar infrastructuren worden gebundeld gericht op het faciliteren van een groeiend data infrastructuurcluster’. Dit vraagt om richtinggevend beleid met een goede integrale ruimtelijke afweging en afstemming, waarin voor 2030 meerdere ruimte claims slim worden gecombineerd en de digitalisering voldoende en verstandig wordt gefaciliteerd in samenhang met de afspraken in het Klimaatakkoord en de ontwikkeling van de Nationale omgevingsvisie. Belangrijk hierbij is dat deze toekomstige strategie adaptief is, aangezien de technische mogelijkheden en toepassingen (met ruimtelijke consequenties) snel gaan in deze sector. Het streven is een handelingsperspectief voor de periode tot 2030 met een doorkijk richting 2050.
Deze strategie start met basisinformatie rond datacenters (2), ontwikkelingen conform de laatste inzichten uit de onderzoekswereld en de feedback uit het bedrijfsleven (3), richting geven aan een ruimtelijke strategie (4) en sluit af met een routekaart voor 2030 in 10 stappen (5).
9
Urgentie nader in beeld Casus
Figuur 1. Bericht E-commerce, 6 april 2017
Een buitenlandse investeerder in datacenters heeft het oog laten vallen op een kavel van 3 ha op een nieuw te ontwikkelen hoogwaardig bedrijventerrein. De bouw dient uiterlijk over 2 jaar te starten. Met de ontwikkelaar wordt een voorlopige koopovereenkomst gesloten; het bestemmingsplan staat dergelijke activiteiten toe. Voor de stroomvoorziening van 50 MW wordt door de investeerder een voorlopige overeenkomst getekend met de regionale netbeheerder. De huidige energieinfrastructuur is niet toereikend. De netbeheerder dient hiertoe een transportleiding door te trekken en een 150 KV onderstation te bouwen. Dit laatste lukt alleen in overeenstemming met de gemeente die hiervoor een nieuw bestemmingsplan dient op te stellen. Het overlegtraject over een locatie blijkt tijdrovend, zodat nog geen aanstalten wordt gemaakt met het nieuwe bestemmingsplan, laat staan de bouw van het onderstation. De investeerder dreigt af te haken en neemt – bij gebrek aan een passende oplossing - een locatie in Duitsland in overweging. Een investering van 300 mln. euro in NL wordt dan misgelopen. NL lijdt imagoschade als Dataport Europa waar het gaat om de vestiging van datacenters. Dit schaadt de economie in termen van binnenlands product en werkgelegenheid.
Figuur 2. Datahub Nederland
Fictief bericht gebaseerd op werkelijke casuïstiek 01000101 00010111 11010110
0
No.2 Amsterdam Internet Exschange op een na grootste knooppunt ter wereld.
11
001110010100 01
0 101
6 Trans-atlantische verbindingen. 750Netwerken verbonden.
10
01000101 00010111 11010110
10
11
00
11
10
01
10 00 101 111 101 0100 1110 010100 0101000 01000101
0 00010111 11010110
Bron: RLI Mainports voorbij, juli 2016
10
10
00111001 01001101
0 01 10 01 11 00 00 101 1 000 001110010
00010111110 0101000101111101010 0 0100 001 10001010001011111010100111001010001010001 1 0 111 011 0010100010 1 00 01 1111 101 0 0 010 001 010 1 0 10 11 0 0 100 11 11 10 01 11 10 010 01 11 1 01 011 1110 0 10 1 1 10 00 01 00 10 01 010 10 00 001 010000101 0 0 1 010 0 1 0 10
111 1 01 000 01
0 010 001 111 100
0 00 01 01
1 11
259.000 m2 Oppervlakte aan vrij verhuurbare datacentra in Nederland. 96% van de Nederlanders heeft snel internet, dankzij goede kwaliteit van netwerk.
AMSTERDAM - De Nederlandse digitale economie stevent af op een groot probleem door acute capaciteitsproblemen in onze stroominfrastructuur omdat simpelweg deze energie niet kan worden afgeleverd. Rond Amsterdam is op dit moment de nood het hoogst. Op verschillende plaatsen is uitbreiding van het stroomnetwerk niet meer mogelijk, volgens de Dutch Data Center Association. Grootse veranderingen Onze samenleving zit in een van de grootste veranderingen ooit. Door de sterk groeiende digitalisering verdwijnen, veranderen of ontstaan gehele industrieën. Alles wat online gebeurt, loopt via datacenters. Nederland is als datacenterland daarin uitstekend voorgesorteerd. Tegelijkertijd schakelen we versneld over van een fossiele naar een duurzame energievoorziening. Beide veranderingen hebben met elkaar gemeen dat ze zich in een heel hoog tempo voltrekken. Cruciaal is, volgens de DDA, daarin een robuuste stroominfrastructuur die meegroeit in hetzelfde tempo.
Feitelijk bericht: NH nieuws, 3 mei 2018
2
Basisinformatie Datacenters vormen het hart van de digitale infrastructuur. Zonder datacenters staat alles op de digitale snelweg stil. Sterker nog. Datacenters faciliteren het internetverkeer en daarmee de gehele moderne samenleving. Datacenters zijn gebouwen waar (grootschalige) dataopslag en dataverwerking plaatsvindt. Zij leveren ruimte voor servers, energie (betrouwbare stroomvoorziening), connectiviteit (routers, switches en transmissieapparatuur), koeling, beveiliging en desgewenst servers en services.
11
tot 10.000 m2
2.1 Datacenters Nederland telt meer dan 6.000 datacenters waarvan 400 met een oppervlak van meer dan 100 m2. Deze 400 datacenters leveren gezamenlijk bijna 600.000 m2 datavloeroppervlak (meer dan 85% van het totaal). Van deze 400 zijn 70 datacenters van het type multi-tenant met een gezamenlijk datavloeroppervlak van ruim 300.000 m2. Er zijn twee Hyper-scales in Nederland met een gezamenlijk datavloeroppervlak van rond de 100.000 m2. Het vermogen van alle 6.000 datacenters telt op tot boven de 1,3 GW. Het stroomverbruik is ongeveer 3% van het stroomverbruik in Nederland. Nederland is een vooraanstaande speler in de Europese datacentermarkt. De regio Amsterdam concurreert in Europa direct met de andere toplocaties Frankfurt, Londen en Parijs (FLAP). Uit gegevens van CBRE Research (Q4 2017) heeft Amsterdam een marktaandeel van ruim 20% in de top-4 (zie figuur 4). De sector groeit sterk, van 75.000 kW marktomvang in 2010 tot bijna 250.000 kW in 2017 (zie figuur 5). Deze gegevens gaan vooral over co-locatie en/of multitenant datacenters. Datacenters zijn er in alle vormen en maten: internationaal, nationaal, regionaal, single tenant, multi-tenant, whole sale, retail, Hyper-scale etc. De grootte van een datacenter kan worden uitgedrukt in m2 vloeroppervlak, MW vermogen, servers of aantal racks.
Het is voor deze ruimtelijke analyse van belang onderscheid aan te brengen in de drie meest onderscheidende typen, met elk hun eigen karakteristieken en vestigingseisen.
12
25 MW tot 10.000 servers
Typologie I: Hyper-scale Karakteristiek: zeer groot (> 10.000m2, > 10.000 servers), groot stroomverbruik (> 25 MW), single tenant (een gebruiker) dus voor eigen gebruik bv. van een grote speler in ICT. Grondprijs is door het ruimtegebruik vaak een factor, aanwezigheid van een ICT/datacentermilieu meestal niet. De aansluiting op het data(glasvezel)net met voldoende up- en download snelheid is essentieel. De latency (responstijd/vertraging) van het datanet is van belang maar luistert minder nauw waardoor de afstand tot het internationale internet exchange punt (bv. AMS-IX of DE-CIX) groter kan zijn. In steeds mindere mate is een directe en redundante stroomvoorziening (nabijheid opwekking, hoofdnet, aanlanding wind op zee) nodig omdat er noodstroom aanwezig is in de datacenters zelf. Wereldwijd zijn er ca. 400 Hyper-scales waarvan maar een klein deel in Europa. Gedacht kan worden aan bedrijven als Microsoft, Apple, Google, Amazone/AWS, IBM, Twitter, Facebook, Yahoo, LinkedIn, Ebay, Oracle, Salesforce, Baidu en Tencent. De twee laatstgenoemde Chinese bedrijven hebben nog geen eigen datacenters in Europa. In Nederland zijn Google (vestiging in Eemshaven en grondbezit in Middenmeer) en Microsoft (Middenmeer) aanwezig.
2000- 5000 m2 500- 5000 m2
1-15 MW 1-25 MW
Typologie II: Colocatie of multi-tenant Karakteristiek: middelgroot tot groot (2.000 – 50.000 m2), middelgroot stroomverbruik (1 – 25 MW), multi-tenant (meerdere klanten). Er is een trend zichtbaar waarbij deze datacenters tegenwoordig vaak groter zijn met een stroomverbruik van 40-60 MW, vergelijkbaar met een plaats van 30.000-50.000 woningen (Diemen). Vaak zijn er diverse niveaus van service, beheer, beveiliging etc. mogelijk. Deze datacenters zijn vrijwel zonder uitzondering gevestigd in een grootstedelijke omgeving, in nabijheid van vele klanten, ICT-service bedrijven en vaak geclusterd bij elkaar. De nabijheid van de stedelijke omgeving biedt aanknopingspunten voor warmtelevering. Vanzelfsprekend is voor bijvoorbeeld financiële data de aantakking op het data(glasvezel)net met voldoende up- en download snelheid cruciaal maar ook eisen ten aanzien van de nabijheid van een internationaal internet exchange punt (AMS-IX) zijn hoog. Afstanden van minder dan 10 km naar de belangrijkste ‘peer’ datacenters verlagen de kosten van onderlinge verbindingen aanzienlijk en verlaagt de latency. Dit zorgt daarmee voor klontereffecten. Men gaat nieuwe datacenters in elkaars nabijheid bouwen. Voor sommige klanten geldt een latency kleiner dan 1 ms. De grote meerderheid (> 60%) van multi-tenant datacenters in NL is gevestigd in de regio Amsterdam (zie figuur 6) geclusterd
op de locaties Watergraafsmeer, Westelijk Havengebied, Amsterdam Science Park, Zuid-Oost en Schiphol Rijk. Typologie III: Regionale datacenters Karakteristiek: klein tot middelgroot (500 – 5.000 m2), gering stroomverbruik (< 2 MW), meerdere zakelijke gebruikers uit de regio, klein verzorgingsgebied. Huidige trends laten een verhoging zien naar een stroomverbruik van 2-15 MW. Vaak zijn ook hier meerdere vormen van service en beheer, maar ook specialisatie komt voor. Aantakking op een snel datanetwerk, betrouwbaar stroomnet en aansluiting in de middenspanningsring is nodig, maar de specificaties zijn minder complex. Een energienet is opgebouwd uit Middenspanningskabels (10 kV of 20 kV). Elke grote klantaansluiting of voedingspunt krijgt van 2 kanten voeding. Door de Middenspanningskabels in een ring te leggen en hierin de voedingspunten en grote afnemers op te nemen, creëer je in feite een situatie dat je altijd, via een andere route, de stroom om kunt leiden binnen deze ring. In heel Nederland komen dergelijke regionale datacenters voor, te meer daar steeds meer organisaties afhankelijk zijn van internet/online dienstverlening en hun kritische bedrijfsprocessen laten draaien bij (externe) datacenters. Meestal zijn de regionale datacenters gelegen in (kleine) steden of regionale centra. 13
Figuur 4. Figuur. Marktaandeel in MW van de top 4 in Europa (FLAP)
Figuur 3. Datacenters en Colocation hubs in Nederland
Datacenters in Nederland, grootste clustering in de MRA.
Parijs
Colocation hubs
156 Amsterdam
482
244
279 Frankfurt
Bron: DDA, Pb7, Stratix, CBRE, Dialogic, ICT Nederland. Bewerking: REOS.
Figuur 5. Marktomvang datacenters in regio Amsterdam (in kW)
Figuur 6. Multitenant datacentra vloeroppervlak (netto, % van NL totaal oppervlak)
300.000
100
250.000
80 68%
200.000
60
150.000
40
100.000
20
50.000
0
0
6%
5%
4%
3%
2%
1%
1%
1%
1%
0%
0%
MRA NB GR ZH
OV
UT
LI
NH GE
FL
DR
ZE
FR
2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Bron: CBRE Research 14
7%
Bron: uit Stratix / samengesteld door Pb7 Research, in opdracht van Dutch Data Center Association.
Londen
2.2 Maatschappelijke en economische impact
Volgens het CBS3 vertegenwoordigt de ICT-sector 4,4% van de Nederlandse economie.
Voor de digitalisering van de maatschappij en ons dagelijks leven, en de digitale economie is een goede digitale infrastructuur noodzakelijk. Essentieel onderdeel van deze digitale infrastructuur zijn de datacenters. Datacenters hebben daarmee niet alleen een maatschappelijk belang
Stratix4 stelt dat de economische impact is gerelateerd aan de secundaire werkgelegenheid (agglomeratiekracht draaipunt van de digitale economie) en daarmee het in huis hebben van capabilities die een randvoorwaarde zijn voor een banenmotor. Door andere partijen wordt er gesproken
maar hebben ook een directe en indirecte economische impact op hun omgeving. De grootte van deze economische impact is echter moeilijk aan te tonen omdat de sector nog relatief jong is.
over een multipliereffect van banen omdat het gaat om een innovatierijke sector. De economische impact van de investeringen van Google in de Eemshaven is berekend op 200 mln. per jaar in de periode 2014-2017 en 700 directe banen en 2.200 banen in totaal per jaar. Hier komt het effect van de naamsbekendheid van Google op investeringen van andere bedrijven nog bovenop.
Directe effecten zijn de uitgaven in de regio, te denken valt aan het bouwen van de faciliteiten, installatie en bekabeling. Indirecte effecten zijn effecten in de waardeketen, zoals uitgaven van de leveranciers en inhuur van werknemers tijdens de bouw en exploitatie. Inducerende effecten waaronder de uitgaven van werknemers die hun salaris gebruiken voor woonruimte en services.2 In 2014 raamde Deloitte het economisch belang van het hart van de digitale sector in Nederland: de housing en hosting sector. Het ging om een directe werkgelegenheid van 7.600 fte, een omzet van €1,2 mld. en een jaarlijkse investering van bijna €400 mln. Het indirecte effect van de sector werd geschat op 5.200 fte en het inductie effect op nog eens 6.500 fte. De totale werkgelegenheid komt dan op bijna 20.000 fte met een jaarlijkse groeiprognose van 8%. Hetzelfde Deloitte probeert ook het economisch belang van de gehele ICT-sector te duiden. Indien alle internetactiviteiten, telecom en toeleverende bedrijven worden meegerekend, komt men op €39 mld. voor heel NL met een jaarlijkse groei van 9%.
2.3 Beleidsambities Nederlandse Digitaliseringsstrategie Juni 2018 publiceerde het kabinet de kabinetsbrede Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Hierin staat de ambitie dat Nederland digitaal koploper wordt van Europa. Nederland wordt benoemd als digitale toegangspoort tot Europa en een belangrijke datahub, waar de aanwezigheid van datacenters voor aan de basis ligt. Actieplan Digitale connectiviteit Het Actieplan Digitale connectiviteit dat werd gepubliceerd als uitwerking van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie constateert dat de digitale transformatie hoogwaardige digitale connectiviteit vereist, die meegroeit met de behoeften van de samenleving en de economie. Voor de verwachte
2) Economic Impact Study, Digital Gateway to Europe. 3) ICT, kennis en economie, CBS 2016 4) Toekomstscenario’s datacentra MRA, juni 2018.
15
exponentiële groei in de bandbreedte van 2016 tot 2026 worden naast de hoge eisen aan de beschikbaarheid en snelheid van internetaansluitingen, backbones, knooppunten en infrastructurele clouds, specifiek datacenters genoemd. Nationale omgevingsvisie (NOVI) In het Kabinetsperspectief NOVI van 5 oktober 2018 wordt ondermeer als nationaal belang genoemd: ‘ontwikkelruimte voor een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit’. In 2019 komt de NOVI uit, het nationale ruimtelijke kader voor onder andere de ontwikkeling van nieuwe datacenter(cluster)s. Klimaatakkoord De energietransitie heeft veel ruimte nodig en daarvoor zijn in het Ontwerp van het Klimaatakkoord5 ruimtelijke principes benoemd die voortkomen uit de Nationale Omgevingsvisie, of inrichtingsprincipes die hiervan zijn afgeleid. Zoals zuinig en meervoudig ruimtegebruik, vraag en aanbod dicht bij elkaar, aansluiten bij gebiedsspecifieke kenmerken en het meekoppelen en combineren van opgaven. Voor datacenters als grootverbruikers van energie, betekent het bij elkaar brengen van vraag en aanbod dat de vestiging van nieuwe datacenters in de nabijheid van opweklocaties van duurzame energie wordt gerealiseerd. Ook kan gedacht worden aan strengere duurzaamheidseisen voor nieuwe datacenters zoals het plaatsen van zonnepanelen op daken en gevels, verlaagd energieverbruik e.d.
5) December 2018
16
3
Ontwikkelingen ‘Voorspellen is moeilijk, vooral als het de toekomst betreft.’ Dit geldt des te sterker voor ICT en als afgeleide hiervan de ontwikkeling van datacenters. Nieuwe ontwikkelingen, trendbreuken en disruptie liggen altijd op de loer. Tot die tijd werken we met trends. De belangrijkste ontwikkelingen waarvan we nu verwachten dat ze van invloed kunnen zijn op de groei van datacenters, de positie van Nederland als vestigingsplaats en de ruimtelijke inpassing van deze groei, komen hieronder kort aan de orde. De scope is 2030, met een voorzichtige blik richting 2050.
17
3.1 Positie en rol datacenters De datacentersector is niet meer weg te denken uit de digitale economie. Het groeiend gebruik van de cloud staat garant voor een strategische positie in de keten van data- en informatieoverdracht. Er zijn nauwelijks ontwikkelingen die deze positie zouden kunnen ondermijnen. Wel zijn er verschillende opties denkbaar hoe de verdere groei en de technische lay-out gestalte zouden kunnen krijgen. Dan komen begrippen als edge computing, managed cloud services, gelijkstroomracks, 5G, immersion cooling, fotonica (optische geleiding) en zelfs quantum-internet voorbij. Bij de meeste van deze ontwikkelingen blijft het fenomeen van het datacenter fier overeind of is de ontwikkeling nog zo ongewis dat hierover geen uitspraak valt te doen. Al met al is het datacenter een blijvertje die we verstandig willen faciliteren. Conclusie: • Datacenters zijn de komende 20 jaar niet weg te denken uit het digitaal-economische straatbeeld.
3.2 Groei datagebruik en datacenters In de ICT zien we een exponentiële ontwikkeling als het gaat om dataopslag, -verwerking en -overdracht, zowel ten aanzien van prijs, snelheid als grootte. Dialogic en TNO6 veronderstellen dat toekomstige technologische ontwikkelingen (DNA-, optical- of quantumcomputing) zich zullen voegen naar dit patroon. 6) De toekomst van digitale connectiviteit in Nederland, 2016
18
De opname van nieuwe datacenter capaciteit is de afgelopen 10 jaar enorm geweest. Groeipercentages van 10% of meer
(met uitschieters in 2012 en 2016) waren eerder regel dan uitzondering. Ook nu zijn de verwachtingen nog steeds hooggespannen. Volgens de DDA houdt de groei de komende jaren zeker aan. Uit diverse studies blijkt dat de vraag naar digitale connectiviteit en de gemiddelde gevraagde bandbreedte bij consumenten exponentieel blijft toenemen, zowel downstream als upstream. De ontwikkeling in zakelijk gebruik houdt verband met clouddiensten, nieuwe businessmodellen en de algehele digitale transformatie in de verschillende economische sectoren. Uit de Dutch Datacenter Index (een initiatief van Pb7 en Datacenter works) blijkt de groei van datacenters in de periode 2015-2018 vooral toe te schrijven aan de multi-tenant datacenters. Equinix, een belangrijke marktpartij, zegt hierover: “Groei in datacenters en clustering is nog steeds enorm. De groten worden groter en professioneler en klanten kiezen tegenwoordig op basis van wereldwijde aanwezigheid en reputatie. De tijd dat je in een lege loods een datacenter kon beginnen is achter ons.” Zij verwachten een groei van 20-35% bij grote partijen. De kwestie van datasoevereiniteit is maatschappelijk relevant en kan van invloed zijn op de groei in Nederland. Datasoevereiniteit betekent dat data onderdeel is van de wetten en regelgeving van het land waarin de data wordt/is verzameld.
Dit raakt sterk aan data veiligheid, cloud computing en technische soevereiniteit. Wie is eigenaar, wie beheert en wie beslist over de data? In de EU geldt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) waarmee in Nederland (en andere EU-landen) gevestigde datacenters onder de werking van deze verordening vallen. Het bestaan van deze verordening bevordert transparantie en digitaal vertrouwen. In combinatie met het financieel-politiek stabiele klimaat in Nederland is dat een pullfactor die er
toedoet. Aan de andere kant zijn er ICT-bedrijven die weinig gecharmeerd zijn van overheidsregulering, zeker als dit tussen landen en continenten verschilt. Wat de impact van een eventuele (harde) Brexit op datacenters in Nederland zal zijn, is niet eenduidig. Datzelfde geldt voor het effect van de huidige situatie rond datasoevereiniteit. Mogelijk dat een (tijdelijk) effect ontstaat waarbij de voorkeur wordt gegeven aan bekende Nederlandse contractpartijen en/of regionaal
Stratix hanteert in het onderzoek voor de MRA als uitersten in het speelveld een groei van circa 250.000 m2 nu naar 350.000 (scenario ‘delete facebook’) tot circa 1 mln. m2 (scenario ‘Amsterdam datah(e)aven’) voor de MRA-regio, mede afhankelijk van de beschikbaarheid van stroom. Daarmee zou de groei tussen 40% en 300% komen te liggen. Uitgaande van een vloeroppervlak van bijna 600.000 m2 in Nederland betekent dit een volume van grofweg 0,8 tot 1,8 mln. m2 in 2030.
bekende datacenters. De kwantificering van de groei in volume datacenters in Nederland wordt sterk bepaald door deze Europese conjunctuur en het internationaal vertrouwen in Nederland. Globalisering en internationaal vertrouwen is doorgaans de combinatie om te komen tot een verdere groei van de internationale handel en de Nederlandse economie. Het WLO scenario7 ‘hoog’ gaat hier vanuit, resulterend in een jaarlijkse groei van 2%. De open economie van Nederland blijft – ondanks een Brexit in welke vorm dan ook - profiteren van het vrij verkeer van personen, goederen en data. In het WLO scenario ‘laag’ zijn er meer geopolitieke spanningen en is er minder internationaal vertrouwen. Het is moeilijker internationaal afspraken te maken en daar heeft Nederland als onderdeel van de EU mee te maken in relatie tot het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en China. Daarbij zou je in dit scenario ook kunnen denken aan een afnemend digitaal vertrouwen als gevolg van DDOS-aanvallen, oneigenlijk gebruik van (persoonlijke) data, bewuste manipulatie van sociale media en tekortschietende regelgeving ten aanzien van privacy. Het scenario ‘laag’ leidt tot circa 1% jaarlijkse economische groei maar heeft indien gepaard gaand met laag digitaal vertrouwen een significant effect op de groei van datacenters in Nederland.
Conclusie: • De vraag naar digitale connectiviteit bij consumenten en bedrijven neemt verder toe. De digitale transformatie moet in veel sectoren nog volwassen worden. Dit leidt tot exponentiele groei in dataverkeer en sterke groei in datacenters. • Meerdere scenario’s voor de groei van datacenters zijn denkbaar. In het meest pessimistische scenario (WLO laag, weinig digitaal vertrouwen, tekort aan energie) moet uitgegaan worden van een groei van circa 40% tot 2030. In het meest optimistische scenario (WLO hoog, digitaal vertrouwen, voldoende stroom ter plaatse) kan gedacht worden aan een groei tot 300% in 2030 verdeeld over alle typen van datacenters. Voor 2030 houden we rekening met een totaal volume van 0,8 tot 1,8 mln. m2.
3.3 Digitale connectiviteit Hoe de groei van datacenters zich ruimtelijk zal voltrekken is nog niet zo zeker. Co-locatie datacenters vestigen zich vaak in clusters. Dat is duidelijk te zien in de MRA. De oriëntatie is duidelijk gericht op de nabijheid bij AMS-IX en de grootstedelijkheid van Amsterdam. Als kloppend hart van de datacen-
7) PBL/CPB, 2015, WLO Nederland in 2030 en 2050
19
tersector zal hier altijd de voorkeur naar uit blijven gaan. De latency luistert nauw en hoe verder van het epicentrum van het internetknooppunt, hoe minder aantrekkelijk voor het palet van internationaal opererende klanten. Op grotere afstand kunnen de connectiviteitskosten toenemen. De vraag is waar de grens van het invloedsgebied precies ligt. De beschikbaarheid van goede digitale connectiviteit bepaalt de mate waarin investeringen in backbones en glasvezel noodzakelijk zijn. Voor internationale datahubs bestaan een aantal gradaties voor samenwerking tussen digitale applicaties. Tot 10 km fiber lengte voor low latency verkeer, tot 40/50 km fiberlengte voor IT-verkeer, tot 80 km voor verkeer met medium latency. Hierbij wordt uitgegaan van de fiberlengte, wat een halvering van de absolute lengte kan betekenen, respectievelijk 5 km, 20/25 km en 40 km. De hyper-scales in Nederland vestigden zich aanvankelijk solitair, maar ook hier lijkt enige clustering gaande. Google en Microsoft breiden hun volume (in m2 grond en m2 datavloer) gestaag uit. Mogelijk dat Middenmeer en Eemshaven tot echte campussen zullen uitgroeien. Een partij als Apple is aan Nederland voorbijgegaan, maar het is niet ondenkbaar dat een Chinese partij stappen zet tot een Europese foothold in Nederland. De regionale datacenters richten zich op een andere deelmarkt en hanteren andere vestigingseisen.
Zo zijn op enkele plaatsen dedicated datacenters neergezet door grote regionale webhostingpartijen en bedrijven die zich op de regionale zakelijke markt specialiseren. Enkele datacenters zijn gebouwd door Europese backbone operators langs hun eigen netwerk (bijvoorbeeld COLT in Roosendaal). 20
Nederland beschikt met AMS-IX over een internet exchange van wereldklasse, gelegen onder groot Amsterdam. Het aantal verbonden leden bedraagt 825 en het (gemiddeld) dagelijks verkeer is 3,5 Tb/s en het dagelijks piekverkeer is meer dan 5 Tb/s. Daarmee bekleedt AMS-IX al jaren een toppositie in Europa en de wereld. De nabijheid van een dergelijke superrotonde voor data is een unique selling point van de MRA en zelfs van Nederland als geheel. Daarnaast beschikt Nederland over een alternatief in de vorm van NL-IX met 650 leden en een gemiddeld dagelijks verkeer van 1,7 Tb/s. Tot slot zijn er internet exchange points van meer regionaal belang zoals G-IX, R-IX, EFX en NDX. Door goede verbindingen over land en door zee is er connectiviteit met andere Europese exchange points als DE-CIX (Frankfurt) en LINX (Londen). De hoeveelheid data die door de IX-points gaat, groeit nog steeds, hoewel de groei lijkt af te vlakken. De grote IX-points versterken hun positie door uitbreiding van hun dienstenpakket, vorming van (virtuele) satellietpunten en bijzondere communities. Daar staan diverse regionale initiatieven tegenover die de drempel voor tal van bedrijven verlagen maar niet per se een internationale aantrekkingskracht vertegenwoordigen. Het effect van alternatieve IP-connect modellen mag niet onvermeld blijven.
Zo zien we dat grote spelers als Netflix, Google, Amazon en Youtube in toenemende mate gebruik maken van deep caching waarbij devices en servers dichter bij de klant (bv. wijkcentrales) geplaatst worden. Dit effect wordt versterkt door de sterke consolidatie in de Nederlandse telecommarkt voor consumenten, waar de dominante partijen in toenemende mate rechtstreeks zaken doen met deze grote verkeersbronnen. Daarbij gaat verkeer niet meer via de internet exchanges.
Andere partijen bevorderen een distributed internet exchange tussen eigen datacenters. Dit verklaart mede waarom de groei in dataverkeer via AMS-IX achterblijft bij de verwachting. Voor directe verbindingen en private peering geldt een afstand van 10 km vaak als maximum in verband met speciaal benodigde aansluitingen. Dit bevordert de cluster- en campusvorming. Voor datacenters in Nederland hoeft de achterblijvende groei van AMS-IX geen negatieve ontwikkeling te zijn. Het palet aan mogelijkheden wordt ruimer en aantrekkelijker, zeker als een nieuw datacentercluster op zowel AMS-IX als een andere internet exchange (zoals DE-DIX in Frankfurt) aangesloten is. Voor grote multi-tenant datacenters met low latency eisen zal AMS-IX echter een factor van belang blijven. Een vaak genoemde ontwikkeling is edge computing. De netwerkedge verwijst naar het uiterste punt van het netwerk, de klanten. Edge computing is de dataverwerking dat op de apparaten aan de rand van het netwerk (dichtbij de klant) wordt uitgevoerd. Specifiek gaat het dan tegenwoordig meestal over IoT-apparaten (Internet of Things) die sensorinformatie niet in ruwe vorm naar de cloud versturen, maar de telemetrie op het apparaat zelf verwerken. Dit kan grote netwerkgevolgen hebben. Dichter bij de bron verwerken betekent minder verkeer van ruwe data naar de centrale opslag, de cloud.
Bij Intelligente Transport Systemen (ITS) worden diverse technische mogelijkheden (meestal inclusief 5G) getest. Vanwege de hoge benodigde responstijd wordt verwacht dat meer verwerking zal plaatsvinden in het voertuig of in de devices langs het transportnetwerk. Dit zou de groei van meer regionale datacenters of zelfs lokale units dicht bij de klant kunnen betekenen. Deskundigen zijn het nog niet eens over welke ontwikkeling het meest waarschijn-
lijk is. Nu al zijn clusters datacenters voor onderzoek bij universiteitssteden in Groningen, Enschede, Eindhoven en Rotterdam zichtbaar, maar ze vallen in het niet bij het cluster rond Amsterdam. Signalen dat een (grotere) groei in regionale datacenters valt te verwachten, zijn nog niet terug te vinden in de statistieken. Hun aandeel is stabiel. Conclusie: • Zelfs bij afvlakkende groei van de hoeveelheid dataverkeer via AMS-IX blijven de aanwezigheid van AMS-IX, NL-IX, bestaande datacenterclusters en het ecosysteem van de MRA grote pullfactoren voor verdere clustervorming in de MRA. Ontwikkelingen als deep caching en distributed internet exchange bevorderen schaalvergroting en campusvorming in de MRA en de Hyper-scalelocaties. • Edge computing zou een verdere verschuiving in de richting van decentrale dataopslag en -verwerking kunnen betekenen en daarmee een impuls geven aan regionale datacenters of zelfs een nieuwe categorie ‘edge-datacenters’. Dit zou wellicht een kleine verschuiving van de groei van grote, centraal gelegen datacenters naar meer regionale en lokale units kunnen betekenen.
3.4 Energiegebruik datacenters Toekomstige technologische ontwikkelingen als gelijkstroomracks, immersion cooling, fotonica en quantuminternet zijn al genoemd. Fotonica en quantumcomputing kunnen vergaande effecten hebben in het stroomverbruik van computers. Deze technologische ontwikkelingen in de 21
ICT gaan snel maar niet zo snel dat het grote en toenemende energieverbruik binnen 20 jaar ingrijpend zal wijzigen. Hoewel fotonica binnen computers nu al (partieel) mogelijk is (en hierdoor tot 90% energiebesparing gerealiseerd kan worden), zal de grootschalige commerciële toepassing nog minimaal 15-20 jaar duren. In de ruimtelijke strategie voor 2030 kan daarom geen rekening gehouden worden met deze ontwikkeling. Voor 2050 ligt dit anders. Kleinere effecten in
3.5 Energienetwerk
het energieverbruik zijn wel te verwachten. Ook de datacenters werken aan terugdringing van het stroomverbruik, dit is immers een kostenpost voor de sector. Dat gebeurt vooral door efficiency te zoeken in koeling, verlichting, ontwerp en randapparatuur. De power usage effectiveness (PUE) is een indicatie hoe een datacenter met zijn stroomverbruik omgaat. De PUE vergelijkt het totale stroomgebruik met het stroomgebruik voor de serverapparatuur. Hoe dichter bij de 1, hoe beter. Inmiddels is de PUE van een modern datacenter gedaald richting de 1,15 of lager. Ondanks deze besparing is de verwachting voor de komende jaren dat het totale stroomverbruik zal groeien omdat de groei van de sector groter is dan de energiebesparing die logischerwijs in het verschiet ligt.
netbeheerders met de energietransitie (duurzame opwekking, gasloos, all electric, etc.) voor een grote opgave gesteld. De verwachting is dat in ieder geval in de MRA, maar wellicht ook elders, hierdoor knelpunten zullen ontstaan. Aan de andere kant zijn er delen van Nederland waar de opwekking van duurzame energie (bv. wind op land) de vestiging van een middelgroot datacenter per direct mogelijk maakt. Een structurele ruimtelijke planning waarbij de duurzame opwekking en de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnetwerk in ogenschouw wordt genomen, zorgt voor snellere en efficiëntere dienstverlening ten aanzien van datacenters.
Conclusie: • Datacenters zijn grootverbruikers van energie (stroom), rigoureuze wijziging hierin valt de komende 20 jaar niet te verwachten. Het totaal benodigd vermogen van 1,3 GW zou kunnen groeien naar 1,8 tot meer dan 3,5 GW in 2030, afhankelijk van de verwachte groei in datavloeroppervlak.
De netbeheerders hebben de afgelopen jaren de vestiging en groei van datacenters goed gefaciliteerd. Niettemin is er een tempoverschil waarin marktpartijen willen ontwikkelen en netbeheerders hierin kunnen faciliteren (zie BOX 1). Ook worden de
Onder de noemer van het Klimaatakkoord worden afspraken voorbereid over de opwekking en het gebruik van duurzame energie. Om de verplaatsing van energie over grote afstanden te voorkomen, waarmee grote investeringen, grote ruimtelijke impact en energieverliezen worden voorkomen, is het beter om datacenters zo dicht mogelijk bij de bron te faciliteren en dus bijvoorbeeld bij de aanlandingspunten van windenergie op zee, wind op land of grote ‘zonlocaties’. Naast het bij elkaar brengen van vraag en aanbod is er voldoende capaciteit nodig op het netwerk en moet er fysieke ruimte zijn om een onderstation te bouwen. Hiervoor zou er een koppeling moeten komen bij gemeenten bij het maken
22
van omgevingsplannen. Als men gebieden bestemmingstechnisch geschikt wil maken voor vestiging van datacenters, moet hier ook voldoende ruimte gereserveerd worden voor de energie-infrastructuur. Ter illustratie: Kabels/circuits moeten een halve meter uit elkaar liggen. Voor transport van elke 10 MW op 10 kV is 1 circuit van 3 kabels nodig. Een onderstation van 400 MW heeft een ruimtebeslag van 6 ha. In de huidige wetgeving lopen netbeheerders er daarnaast tegenaan dat zij pas investeringen in het net en in onderstations mogen doen wanneer zij voldoende zekerheid hebben dat de gecreëerde capaciteit daadwerkelijk wordt afgenomen. Daarbij komt dat TenneT voor dergelijke ontwikkelingen 12 jaar moet rekenen en regionale netbeheerders als Alliander en Stedin 7 jaar, t.o.v. de ontwikkeling van datacenters die slechts enkele jaren vraagt. Voor dit laatste lijkt een oplossing gezocht te worden in het Klimaatakkoord: “De Rijksoverheid doet samen met de netbeheerders en marktpartijen een voorstel voor het aanpassen van het wettelijk kader voor de termijnen van het realiseren van een aansluiting.”8 De Regionale Energiestrategieën (RES) is een instrument om te komen tot regionaal gedragen keuzen voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie-infrastructuur.
Daarmee geeft de regio, bestaande uit gemeenten, provincie en waterschap(pen) invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord zoals deze gemaakt zijn aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. De RESsen die in 30 gebieden opgesteld gaan worden, brengen enerzijds de behoefte aan elektriciteit en warmte in beeld (nu, in 2030 en in 2050) en anderzijds de wijze waarop
in deze behoefte aan elektriciteit en warmte kan worden voorzien. Vestiging van een datacenter (of meerdere datacenters) heeft tot gevolg dat de behoefte aan elektriciteit in de regio toeneemt en er (wellicht) meer opwekeenheden voor elektriciteit moeten komen. En mogelijk moet het elektriciteitsnetwerk worden uitgebreid of versterkt, moeten er meer mogelijkheden voor opslag komen en biedt het kansen voor een lage temperatuur warmtenet. Conclusie: • Het energienetwerk is een kritische succesfactor voor de verdere groei van datacenters. Voor een goede ruimtelijke strategie is een onderlegger van het energienetwerk nu en in de toekomst (groeipad naar 2030) noodzakelijk. In de uitwerking van het Klimaatakkoord en de RESsen moet rekening gehouden worden met de datacentersector zodat vraag en aanbod naar duurzame energie op elkaar kan worden afgestemd. De effecten van de energietransitie op het elektriciteitsnetwerk mogen niet onderschat worden. • Netbeheerders willen anticiperen op een voor de toekomst gewenst energienet. Met de Autoriteit Consument & Markt en de netbeheerders wordt overlegd welke oplossing passend is voor tijdig investeren en of de regelgeving daarvoor gewijzigd moet worden.
8) Ontwerp van het Klimaatakkoord, december 2018
23
3.6 Warmte Datacenters verbruiken stroom die grotendeels wordt omgezet in warmte. Deze warmte blijft nu nog vaak onbenut. De datacentersector heeft haar restwarmte gratis aangeboden. Deze lage temperatuur restwarmte is uitermate geschikt voor het verwarmen van zwembaden, kassen, huizen en kantoren. Figuur 7. Warmtenette Amsterdam en Almere..
Een van de opgaven uit het klimaatakkoord is ervoor zorgen dat de gebouwde omgeving van het aardgas af gaat c.q. woningen en andere gebouwen worden voorzien van andere vormen van warmte dan via het aardgas. Het benutten van restwarmte wordt daarmee steeds relevanter.
Bron: NUON.
Figuur 8. Huidig en gepland warmtenetwerk Mainport Greenport.
Bron: ZAUD, Zandbelt Architecture Urbanism & Design.
24
In Nederland zijn op verschillende schaalniveaus warmtenetwerken in bedrijf (zie figuren 7 en 8). Zo is in Rotterdam (Zuid) een netwerk stadsverwarming actief dat in samenwerking met andere partijen opgeschaald kan worden naar een regionaal (Greenport-Mainport) warmtenet. Hiervoor zijn nog forse investeringen in het netwerk nodig. Ook in grote steden als Amsterdam, Almere, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en vele andere steden bestaan netwerken stadsverwarming (in ontwikkeling). Warmtenetten voor lage temperatuur warmte komen echter nog niet zoveel voor en vragen om investeringen. Restwarmte van datacenters kan samen met restwarmte uit andere bronnen (bv. industrie) zorgen voor stabiele warmtelevering en kan de exploitatie van een warmtenet helpen rendabel te maken. Voor de locatiekeuze van nieuwe datacenter(cluster)s kan op restwarmte gebruik worden voorgesorteerd door de vestiging nabij stedelijk gebied. Zelfs als
Het potentieel is enorm
Figuur 9: datacenter als leverancier van (duurzame) warmte
De potentie van datacenters als leverancier van warmte aan het stedelijk gebied is groot. In theorie kunnen 1 miljoen huishoudens van warmte worden voorzien. Hiervoor is nog veel nodig, zoals de ontwikkeling van warmtenetwerken waar meerdere bronnen – zoals datacenters - op worden aangesloten. Maar ook de regelgeving kan een obstakel zijn. In 2020 wordt de EPC (energie prestatie coef-