CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage GRP Drechterland 2016-2021 (2021-63)

Gemeenteraad 20 december 2021, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Verlengen gemeentelijk rioleringsplan (2021-63)30.614 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.2.3 Samenwerking Er is met het hoogheemraadschap samengewerkt om de taken van beide organisaties bij de inzameling, het transport en de zuivering van afvalwater af te stemmen. Hiernaast is samengewerkt met de regiogemeenten in West-Friesland, het hoogheemraadschap en het drinkwaterbedrijf om kosten te verlagen, kwaliteit te verbeteren en kwetsbaarheid van organisaties te verminderen. 4.2.4 Personele middelen De beschikbare personele middelen waren niet voldoende om het maatregelenpakket uit het GRP uit te voeren. Om deze reden is een deel van de beschikbare financiële middelen niet ingezet. 4.2.5 Doelbereik De uitgevoerde maatregelen hebben bijgedragen aan de doelstelling. Vanwege de achterstand in de uitvoering van activiteiten is de doelstelling niet bereikt. 4.2.6 Benchmark rioleringszorg Uit de in 2013 gehouden Nationale benchmark rioleringszorg blijkt dat de gemeente Drechterland een gemeente is met een groot areaal mechanisch riool. De gemeente heeft een relatief lage rioolheffing. Dit is met name mogelijk omdat de gemeente nog weinig investerings- en kapitaallasten heeft. 21

De Benchmark geeft ook aan dat de gemeente Drechterland gezien het areaal ten opzichte van andere gemeenten een lage personele inspanning levert. De inspanning is meer dan een factor 2 lager dan het landelijke gemiddelde. 4.2.7 Aandachtspunten vanuit GRP 2011-2015 Vanuit de evaluatie zijn de volgende aandachtspunten voor het GRP 2016-2021 naar voren gekomen. 1. 2.

4.3

Opnemen van de nieuw gerealiseerde lozingspunten op het oppervlaktewater. Opnemen van financiën voor het verbeteren van de afwatering van de Hemmerbuurt.

Inwoners en bedrijven

De gemeente Drechterland telt 19.404 inwoners (bron: CBS, per 1 januari 2016). In Tabel 4-1 is het aantal woningen en bedrijven opgesomd, conform de indeling van de belastingen (situatie 6 april 2016). Tabel 4-1: woningen en bedrijven

Tariefkode 1 2 3 4 5 totaal

4.4

Omschrijving Woning Bedrijf 6 pers Bedrijf 6 t/m 10 pers Bedrijf 10 pers. Instelling ed

Totaal 7.619 349 77 36 5 8.086

Afvoer en behandeling van afvalwater

De inzameling van afvalwater vindt plaats met vrijvervalriolen (gemengd stelsel en droogweerafvoerstelsel). Het afvalwater wordt via stelsels van druk-, vacuüm- en vrijvervalriolen en tussengemalen afgevoerd naar de rioolgemalen (overnamepunten) van het hoogheemraadschap. Van daaruit wordt het afvalwater verder getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Wervershoof.

4.5

Aanwezige voorzieningen

De gemeente Drechterland houdt de vaste gegevens met betrekking tot de riolering bij in het digitale beheersysteem Kikker. Hieronder is in Tabel 4-2 een opsomming gegeven van de aanwezige voorzieningen. In Figuur 4-1 is de leeftijdsopbouw van de vrijvervalriolering weergegeven met daarbij de inspectiegraad. Tabel 4-2 aanwezige voorzieningen.

Objecten Lengte vrijverval riolering - Gemengd - RWA - DWA Lengte persleidingen Lengte drukleidingen Lengte drainage Lengte duikers Aantal rioolgemalen Aantal vacuümstations Aantal drukrioolunits Aantal bufferputten (vacuümstelsel) Aantal bergbezinkleidingen (BBL’s) Aantal kolken Aantal IBA’s

Aantal (stuks) of lengte (m) 110.688 41.616 41.081 27.991 6.797 62.426 niet bekend 227 44 1 395 102 2 7.817 42

22

Vrijvervalriolering Objectinformatie over vrijverval rioolleidingen en duikers is verkregen uit het beheersysteem Kikker (peildatum 24 februari 2016). De beheergegevens worden als ‘voldoende bruikbaar’ beoordeeld voor het opstellen van een GRP. Van de in Tabel 4-2 genoemde leidinglengten is bij in totaal 1,4 km leidingen geen aanlegjaar bekend. Voor het opstellen van het GRP is aangenomen dat dit riool in 1980 is aangelegd. Figuur 4-1 geeft een overzicht van de aanleg- en inspectiehistorie van de vrijverval rioolleidingen.

Aanleghistorie vrijvervalriool

Lengte [m]

20.000 18.000

gemengd riool

16.000

regenwaterriool

14.000

vuilwaterriool

12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0

Aanlegjaar Figuur 4-1 Jaar van aanleg areaal vrijvervalriolering per periode.

Mechanische riolering Rioolgemalen, drukrioolunits en pers- en drukleidingen zijn op basis van binnen de gemeente beschikbare informatie geïnventariseerd, waarbij separate lijsten zijn opgesteld. De oudste gemalen dateren uit 1968 en de meest recente zijn in 2014 aangelegd. Drukriolering is aangelegd tussen 1982 en 2009. De rioolgemalen hebben meestal een beperkte capaciteit die varieert van een paar kubieke meter per uur tot 65 m³/uur. Het rioolgemaal 3.04 Burg J. Zijpweg 24 is met een capaciteit van 130 m³/uur iets groter. Het vacuümstation heeft een afvoercapaciteit van 428 m³/uur. In de minigemalen is geen telemetrie aanwezig. Storingen worden ‘gemeld’ met een rode lamp. Lozingswerken De gemeente Drechterland heeft in 2014 een Basisrioleringsplan opgesteld (Basisrioleringsplan gemeente Drechterland d.d. 16 januari 2014 met kenmerk R002-4733450BTM-efm-V01-NL). In het BRP is een overzicht opgenomen van alle (gemengde) riooloverstorten, nooduitlaten en regenwateruitlaten. Drainage In Drechterland is in de regel geen drainage aanwezig. Eventueel aanwezige drainage is bouwdrainage. De gemeente beheert bouwdrainage niet actief.

IBA’s 23

Hoewel de gemeente Drechterland de smalle zorgplicht toepast, is de gemeente vanuit een eenmalige saneringsactie uit het verleden eigenaar van 42 IBA’s in het buitengebied. In bijlage 4 zijn de locaties op een kaart aangegeven.

4.6

Toestand van de objecten

In Figuur 4-2 is de aanleg- en inspectiehistorie van de vrijverval rioolleidingen weergegeven.

Aanleg- en inspectiehistorie vrijvervalriool 25.000 20.000

niet geïnspecteerd < 2006

Lengte [m]

2006-2011 15.000

2012-2015

10.000 5.000 0

Aanlegjaar Figuur 4-2: Aanleg- en inspectiehistorie vrijverval rioolleidingen

Uit de inventarisatie van het areaal blijkt dat er in totaal ca. 30 % van vrijvervalriolering is geïnspecteerd. Van de rioolleidingen aangelegd voor 1985 is 48 % geïnspecteerd. De rioolstrengen waarvan de inspectieresultaten zijn geregistreerd in het beheersysteem zijn globaal beoordeeld op technische staat. Door middel van een beoordelingstabel is bepaald of er sprake is van een geringe schade of van meer dan geringe schade. Deze tabel is in bijlage 5 weergegeven. Het resultaat van de beoordeling is in Figuur 4-3 weergegeven. De uitgevoerde beoordeling is een strategische beoordeling en geldt niet als functionele eis. Visuele beoordeling van de inspectieresultaten en inschatting van het risico door de rioolbeheerder is noodzakelijk om te oordelen over de staat van het object en om een maatregel voor te schrijven.

24

Kwaliteitsoordeel vrijvervalriool leidingen 20.000 18.000

Lengte [m]

16.000

geen inspectie kwaliteit okee

14.000

geringe schade

12.000

meer dan geringe schade

10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0

Aanlegjaar Figuur 4-3: Kwaliteitsoordeel vrijverval rioolleidingen

34 km, oftewel 30 % van de vrijverval rioolleidingen, is beoordeeld. Van de beoordeelde leidingen is bij 39 % van de leidingen minimaal 1 keer een ‘meer dan geringe’ schade waargenomen. Bij leidingen aangelegd voor 1976 heeft het merendeel van de leidingen het oordeel ‘meer dan geringe schade’. Bij jongere leidingen is het beeld beter. De toestand van mechanische rioolleidingen is niet bekend. Het merendeel van de leidingen is nog relatief jong, dus aangenomen wordt dat deze in redelijke staat verkeren. De bouwkundige toestand van rioolgemalen en pompunits is niet bekend. Ook hiervoor geldt dat het merendeel nog relatief jong is en aangenomen wordt dat de putten in redelijke staat verkeren. In 2013 is de gemeente Drechterland gestart met grootschalige vervanging van elektromechanische installaties van gemalen en minigemalen. Omdat het merendeel van de vervangingsgolf is uitgevoerd, verkeren de installaties over het algemeen in goede staat.

4.7

Functioneren van de voorzieningen

Over het functioneren van de stelsels is in 2013-2014 een BRP opgesteld. Hierbij is geconcludeerd dat de rioolstelsels in Drechterland voor wat betreft de vuilemissie aan de basisinspanning voldoen. In een aantal kernen wordt op enkele locaties water-op-straat berekend bij bui 08. Klachten met betrekking tot wateroverlast zijn niet bekend. In de gemeente Drechterland is geen structurele grondwaterlast bekend.

25

5

De opgave

5.1

Inleiding

De gemeente Drechterland moet een inspanning leveren om aan de gewenste situatie te voldoen en te blijven voldoen. Aan de hand van de gewenste situatie (hoofdstuk 3) en de inventarisatie (hoofdstuk 4) is deze inspanning bepaald en in dit hoofdstuk beschreven. De activiteiten zijn te categoriseren in een drietal typen: jaarlijkse activiteiten, eenmalige activiteiten en het wegwerken van de actuele opgave. jaarlijkse activiteiten De gemeente voert deze activiteiten jaarlijks uit en verwacht geen veranderingen in de inspanning die de gemeente moet gaan leveren in de loop der jaren. eenmalige activiteiten of activiteiten met ongelijkmatige spreiding Dit zijn activiteiten die eenmalig uitgevoerd moeten worden, zoals het opstellen van een BRP of activiteiten waarbij de gemeente met pieken en dalen te maken heeft, zoals rioolvervanging. wegwerken van actuele opgave De gemeente voldoet niet aan de gewenste situatie en moet gedurende een periode een meer dan gemiddelde inspanning leveren om hier aan te gaan voldoen. In dit GRP geldt dit voor onder andere het uitvoeren van rioolinspecties. Programmaplan Met het ondertekenen van het Programmaplan regionale samenwerking in 2014 heeft de gemeente Drechterland zich geconformeerd aan de opgave bij te dragen aan de besparingsopgave van in totaal 12,5 % van de kosten voor de totale afvalwaterketen.

Doorvertaald naar de Drechterlandse situatie betekent dit dat de in 2010 geraamde jaarlijkse uitgaven vanaf 2020 voor de rioleringszorg met 12,5 % moeten worden verminderd. Bij het opstellen van het GRP 2011-2015 is nog geen rekening gehouden met kostenbesparing in het kader van het Bestuursakkoord Water. Dit geldt ook voor de kostenherberekening die de gemeente Drechterland in 2013 uit heeft laten voeren. Als uitgangspunt voor de kostenbesparing zijn de geraamde uitgaven voor scenario 3 uit het GRP uit 2011 gehanteerd. De reden dat scenario 3 en niet scenario 4 (wat het gekozen scenario is) als uitgangspunt is gekozen, is dat bij scenario 4 al besparing wordt gerealiseerd. Hiernaast is uitgegaan van de geraamde uitgaven en niet van de kosten die ontstaan door het kapitaliseren van investeringsuitgaven. Dit geldt ook voor de BTW die in (de berekening van) 2011 nog direct werd afgeschreven. In bijlage 6 is gepresenteerd welke besparing jaarlijks vanaf 2020 moet worden behaald en wat de jaarlijkse maximale uitgaven mogen zijn. Vanwege het grillige verloop van de verwachte uitgaven, wordt bij het toetsen van de behaalde besparing uitgegaan van de gemiddelde besparing en uitgaven. Over de periode 2020 – 2070 dient een gemiddelde jaarlijkse besparing van € 370.000,- te worden gerealiseerd, waarbij de gemiddelde jaarlijkse uitgaven worden teruggebracht tot € 2.600.000,-.

5.2

Aanleg voorzieningen voor stedelijk afval, hemel- en grondwater

5.2.1 Aanleg bij bestaande bebouwing Wanneer voorzieningen bij bestaande bebouwing worden aangelegd en dit geen vervanging betreft, wordt dit als verbetering aangemerkt. De vervangingsopgave is in § 5.3.4 beschreven. 26

In 2016 wordt het project Pennekamplaan e.o. uitgevoerd. Hierbij wordt bestaande riolering gerenoveerd en hemelwater afgekoppeld. Dit volgt uit het GRP 2011-2015 en is het laatste project waarin op het verbeteren van de prestaties wordt gestuurd. De geraamde kosten bedragen € 200.000,-. De gemeente gaat werken aan het klimaatbestendig maken van de stedelijke omgeving. Dit voornemen vormt geen aanleidingen voor nieuwe investeringen, maar is een aandachtspunt bij geprojecteerde investeringen. Naar verwachting zal de invulling hiervan beperkt ten laste komen van de rioleringszorg en voornamelijk ten uitwerking komen bij de inrichting van de bovengrondse ruimte. Het nieuwe beleidskader en de beoordeling van het huidige functioneren van de systemen geven geen aanleiding om nieuwe verbeterprojecten te initiëren. 5.2.2 Aanleg bij nieuwbouw Bij aanleg bij nieuwbouw komen de kosten voor riolering e.d. ten laste van de grondexploitatie. De (eventuele) opgave wordt niet in de GRP opgenomen.

5.3

Beheer van de bestaande voorzieningen voor stedelijk afvalwater, hemel- en grondwater

5.3.1 Gegevensbeheer De gemeente registreert objectgegevens in het beheersysteem. Hierbij wordt volledigheid en actualiteit nagestreefd. Resultaten van visuele inspectie van vrijvervalriool worden ook in het beheersysteem verwerkt. 5.3.2 Onderzoek Technische staat vrijverval riolering Jaarlijks wordt een deel van de vrijverval rioolleidingen door middel van visuele inspectie met rijdende camera geïnspecteerd. Zoals in § 4.6 is geschetst, is de technische staat van de rioolleidingen slechts beperkt in beeld. Het beleidskader schrijft een inspectiefrequentie voor op basis van ouderdom en stelseltype van de leidingen. Vervolgens classificeert de gemeente bij de beoordeling van rioolinspecties de leidingen en waar nodig schrijft de gemeente een hogere inspectiefrequentie voor om risico’s te monitoren. Met de kennis van nu wordt grofweg geraamd dat deze extra inspanning ongeveer neerkomt op 10 % van het areaal twee maal zo vaak inspecteren. Deze aanname is doorvertaald naar 10 % extra inspanning bovenop de opgave zoals deze op basis van ouderdom en stelseltype is bepaald. De gemeente wil aan het einde van deze planperiode (eind 2021) over de gewenste inspectiehistorie beschikken. Gegeven de gewenste situatie betekent dit: • • •

dat alle rioolleidingen die voor 2002 zijn aangelegd aan het eind van 2021 zijn geïnspecteerd; aan het eind van 2021 alle HWA-rioolleidingen die voor 2002 zijn aangelegd, in 2002 of later zijn geïnspecteerd; aan het eind van 2021 alle gemengde en DWA-rioolleidingen die voor 2002 zijn aangelegd, in 2012 of later zijn geïnspecteerd.

Hierbij wordt aangenomen dat rioolleidingen jonger dan 20 jaar niet hoeven te worden geïnspecteerd, ook al is geen opleverinspectie beschikbaar. Bij meldingen die aanleiding geven over de technische staat te twijfelen, worden deze leidingen wel geïnspecteerd. De opgave voor de komende planperiode is berekend en weergegeven in Tabel 5-1. In totaal moet 81 km rioolleiding, oftewel 66 % van het areaal in de planperiode 2016-2021 worden geïnspecteerd.

27

Tabel 5-1: Opgave inspectie 2016-2021

Stelseltype

Lengte

gemengd riool regenwaterriool vuilwaterriool totaal

[m] 41.616 41.081 27.991 110.688

Opgave reiniging en inspectie 2016 2021 [m] 35.207 27.149 18.376 80.732

Vanaf 2022 voldoet de gemeente aan de gewenste situatie als het gaat om inzicht in de technische staat van de rioolleidingen en kan op reguliere wijze worden vervolgd met inspecteren. In Tabel 5-2 is de berekening van de opgave gepresenteerd. Op basis van de ambitie bedraagt de jaarlijkse opgave ongeveer 10 km. Tabel 5-2: Jaarlijkse opgave rioolreiniging en -inspectie

Stelseltype

Lengte

gemengd riool regenwaterriool vuilwaterriool totaal

[m] 41.616 41.081 27.991 110.688

Jaarlijkse opgave reiniging en inspectie na 2021 [m] 4.578 2.259 3.079 9.916

Een concrete beoordeling van de rioolinspecties is niet uitgevoerd of geregistreerd. Ten behoeve van dit GRP is alleen een strategische beoordeling uitgevoerd. Komende planperiode moet aan de hand van de reeds verkregen en nieuwe inspectieresultaten beoordeling worden uitgevoerd, met het oog op tactische en operationele planning. Het beoordelen wordt in regionaal verband uitgevoerd, waarbij de gemeente de regionale systematiek hanteert. Indien nodig draagt de gemeente bij aan de totstandkoming en/of verdere ontwikkeling van deze systematiek. Technische staat rioolgemalen en minigemalen Alle gemalen en pompunits worden eenmaal per jaar geïnspecteerd (en gereinigd), wat neerkomt op jaarlijks 45 gemaalinspecties en 395 pompunitinspecties. Meten Het opstellen en uitvoeren van een meetprogramma is gezien de ambitie en de resultaten van het BRP 2014 niet nodig. Functioneren (berekeningen) Omdat de gemeente nog over een recent opgesteld BRP beschikt, wordt het opstellen van een BRP in deze planperiode niet in de opgave meegenomen. 5.3.3 Planvorming Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Hoewel met de verwachte komst van de Omgevingswet, die naar verwachting vanaf 2019 van kracht zal zijn, de verplichting tot het opstellen van een GRP waarschijnlijk zal vervallen, is de gemeente nog wel voornemens het 28

beleidsplan periodiek te blijven opstellen. Het opstellen van het volgende GRP, of gelijkwaardige plan, is gepland in 2021. Afstemming (Nadere) afstemming van de voorgenomen plannen vindt doorlopend plaats met andere beheerders. Hiernaast wordt afgestemd met andere afdelingen, het management en het bestuur en extern met HHNK en de samenwerkende gemeenten. Jaarprogramma’s De gemeente is doorlopend bezig met het plannen van concrete activiteiten op de korte termijn, zoals onderzoeks- of maatregelprogramma’s. Ook het beoordelen van inspectieresultaten en het opstellen van de jaarbegroting vallen onder jaarprogramma’s. De komende jaren moet met name worden gewerkt aan het concretiseren van de tactische en operationele opgave en planning van groot onderhoud en vervanging van vrijvervalriolering. 5.3.4 Onderhoud Wanneer de technische staat van de voorzieningen (leidingen, putten, e.d.) niet meer functioneert moeten voorzieningen worden gerepareerd of vervangen. Bij repareren wordt onderscheid gemaakt in klein en groot onderhoud. Onderstaand zijn deze begrippen nader beschreven. Klein onderhoud Het dagelijkse cyclische onderhoud (klein onderhoud) heeft een directe invloed op de kwaliteit die zichtbaar is en door de inwoners wordt ervaren. Het gewenste kwaliteitsniveau wordt dus grotendeels beïnvloed door de omvang en intensiteit van het klein onderhoud.

Hier kan dan ook op gestuurd worden vanuit de politiek. Groot onderhoud Groot onderhoud heeft primair als doel om de kapitaalgoederen in stand te houden. Dit betreffen maatregelen t.b.v. een doelmatig en veilig gebruik, maar ook om de levensduur te behouden. Op basis van inspecties en cyclische maatregelen kan berekend worden wat de kosten zijn om noodzakelijk groot onderhoud uit te voeren. Groot onderhoud kan prima in beheerplannen worden verwerkt om inzicht te krijgen in de kosten over meerdere jaren. Vervanging Als (groot) onderhoud niet meer rendabel is en het kapitaalgoed aan het eind van de levensduur is, spreken we over noodzakelijke vervangingsinvesteringen. De noodzaak van vervanging wordt hoofdzakelijk bepaald op basis van de theoretische levensduur in combinatie met actuele inspecties.. Wanneer vervanging aan de orde is, gaat het om hoge kosten en zijn er voor de politiek keuzemogelijkheden. Bijvoorbeeld de keuze of het betreffende kapitaalgoed terug moet komen en ook in welke vorm (functiewijziging). Daarbij kan ook bewust gekozen worden om vervanging uit te stellen door toch extra groot onderhoud uit te voeren. Klein onderhoud en reiniging Vrijvervalriool Klein onderhoud vindt incidenteel en ad hoc plaats. Reiniging van vrijverval rioolleidingen vindt alleen voorafgaand aan inspectie plaats (zie § 5.3.2). Duikers Duikers worden niet planmatig gereinigd.

29

Kolken Straat en –trottoirkolken worden jaarlijks gereinigd, waarbij gebreken worden gemeld. Alleen bij calamiteiten of meldingen worden reparaties uitgevoerd. Mechanisch riool Gemalen en pompunits worden jaarlijks gereinigd (voorafgaand aan de inspectie). Grondwater Het aantal klachten met betrekking tot de grondwaterzorgplicht is beperkt. Om aan de gestelde doelen te voldoen wordt verwacht met een reactieve strategie te kunnen volstaan. Dit houdt in dat de gemeente niet structureel investeert in inventarisatie en onderzoek, maar wel incidenteel ingrijpt om plaatselijke problemen te verhelpen. Op basis van ervaring uit het verleden wordt geschat dat de gemiddelde jaarlijkse kosten voor ‘incidentele maatregelen’ € 50.000,- bedragen. IBA’s Het onderhoud van IBA’s wordt in opdracht van de gemeente, uitgevoerd door HHNK. Gezien de hoge kosten voor het onderhoud van de IBA’s neem HHNK geen nieuwe IBA’s meer in beheer. De samenwerkingsregio is hiernaast met het programma ‘Beheer-op-maat’ bezig om de onderhoudskosten te beperken. Hierbij is het voornemen om bij zeer hoge kosten de doelmatigheid van het hebben en houden van een IBA te heroverwegen en de mogelijkheid te hebben te kiezen voor een eenvoudiger en goedkoper systeem. Groot onderhoud Vrijvervalriool Groot onderhoud wordt planmatig uitgevoerd. Maatregelen worden ingepland wanneer rioolinspecties daar aanleiding toe geven.

De grootonderhoudsopgave voor de korte termijn is aan de hand van het kwaliteitsbeeld (zie § 4.6) bepaald. Rioolleidingen die zijn aangemerkt voor groot onderhoud voldoen aan de kenmerken: • • •

er is één overschrijding van de ingrijpmaatstaf waargenomen en niet meer dan twee overschrijdingen van de waarschuwingsmaatstaf, of; er is één overschrijding van de ingrijpmaatstaf waargenomen en meer dan twee overschrijdingen van de waarschuwingsmaatstaf, maar de rioolleiding is nog niet ouder dan 40 jaar, of; er zijn twee overschrijding van de ingrijpmaatstaf waargenomen, maar niet meer dan twee overschrijdingen van de waarschuwingsmaatstaf én de rioolleiding is nog niet ouder dan 40 jaar.

Rioolleidingen die gegeven het aantal schades, of de ouderdom van de leidingen in slechtere staat verkeren, zijn niet meer aangemerkt voor reparatie, maar voor vervanging. Naast het beoordelen van de schade dient ook het risico te worden beoordeeld voordat een maatregel wordt voorgesteld. Om een inschatting te maken van de opgave en vervolgens de kosten is de aanname gedaan dat de helft van de rioolleidingen die op basis van de waargenomen schades in beginsel in aanmerking komt voor groot onderhoud kan worden beoordeeld als ‘acceptabel risico’. Dit betekent dat schades niet worden 30

hersteld, tot het moment dat bij een reguliere inspectie wel schades worden waargenomen die leiden tot het oordeel ‘onacceptabel risico’. Het gestelde criterium leidt tot een opgave van 2,7 km riool(-leiding), oftewel 2,4 % van het areaal in aanmerking voor groot onderhoud. De gemeente is voornemens om deze opgave in deze planperiode weg te werken. Naast de onderhoudsopgave die volgt uit de inspecties uit het verleden, zal ook de noodzaak tot het uitvoeren van groot onderhoud volgen uit toekomstige inspecties. Voor de lange termijnplanning wordt aangenomen dat per 30 m rioolleiding gedurende de levensduur van het riool één grootonderhoudsmaatregel moet worden uitgevoerd. Dit komt neer op circa 61 reparaties per jaar. Duikers Bij duikers vindt geen planmatig groot onderhoud plaats. Mechanisch riool Bij mechanisch riool vindt geen planmatig groot onderhoud plaats. Drainage Bij drainage vindt geen planmatig groot onderhoud plaats. Kolken Bij kolken vindt geen planmatig groot onderhoud plaats. Watergangen (baggeren) Het beheer van watergangen is op basis van het gekozen beleid niet meegenomen in het bepalen van de benodigde opgaven. Omdat vanuit het Baggerplan 2010 nog een opgave resteert (tot en met 2020) wordt in het GRP nog wel rekening gehouden met de kosten die hier uit volgen.

Vervangen Vrijvervalriool Riolen waar dusdanig veel schades zijn waargenomen dat reparatie geen doelmatige oplossing meer is komen in beginsel in aanmerking voor vervanging. Net als bij het plannen van groot onderhoud zullen niet alle schades direct tot een onacceptabel risico leiden. Aangenomen is dat bij de helft van de rioolleidingen de maatregelen enige tijd kunnen worden uitgesteld tot het moment dat het risico niet meer acceptabel is. In de vervangingsplanning is dit geïmplementeerd door de helft van de vervangingen door te schuiven naar de periode 2022-2036. In totaal komt 7,8 km vrijvervalriool op basis van het kwaliteitsbeeld in aanmerking voor vervanging. Hiervan is dus 3,9 km vervanging in deze planperiode, 2017-2021, gepland en 3,9 km in de daaropvolgende jaren. In 2013 heeft de gemeente Drechterland de levensduurverwachting van vrijvervalriool bijgesteld van 55 naar 60 jaar. Dit betekent dat riool 60 jaar na aanleg moet worden vervangen. Wanneer bij een rioolinspectie geen geringe of meer dan geringe schades worden waargenomen, wordt aangenomen dat het riool minimaal nog 7 jaar kan blijven functioneren, ongeacht de ouderdom. Wanneer een groot onderhoudsmaatregel wordt uitgevoerd, wordt aangenomen dat riool nog minimaal 10 jaar kan blijven functioneren, ongeacht de ouderdom.

31

Omdat de oudste riolen in Drechterland uit 1961 dateren, zou op basis van de levensduurverwachting pas in 2021 met vervanging moeten worden gestart. Omdat het om een ‘gemiddelde’ levensduurverwachting gaat is bij het opstellen van de kostendekkingsberekening spreiding van kosten over de tijd toegepast. Hierbij is aangenomen dat de geplande kosten voor vervanging zich over 11 jaar (5 jaar voor en 5 jaar na het berekende planjaar) spreiden. Hierdoor ontstaat en gelijkmatiger beeld. Duikers Omdat duikers niet worden geïnspecteerd is de technische staat niet bekend. De technische levensduurverwachting is gesteld op 60 jaar. Ook de ouderdom van de duikers is niet bekend. Verondersteld wordt dat vervanging voorlopig nog niet aan de orde. Voor de volledigheid van de kostendekkingsberekening is vervanging van de duikers in 2040 gepland. Drainage Omdat drainage niet wordt geïnspecteerd is de technische staat niet bekend. Aangenomen wordt dat vervanging gelijktijdig wordt uitgevoerd met de vervanging van riolering. De kosten voor vervanging van drainage zijn dan marginaal. Mechanisch riool De technische levensduurverwachting van pompputten (bouwkundig) en persleidingen is gesteld op 45 jaar. De technische levensduurverwachting van elektromechanische installaties is gesteld op 15 jaar.

De gemeente Drechterland heeft een grote opgave in het vervangen van elektromechanische installaties achter de rug. De opgave in de komende planperiode is daardoor relatief beperkt. In 2016 wordt vervanging of renovatie van 4 installaties van rioolgemalen afgerond. In de periode 2017-2021 zijn nog eens 13 vervangingen gepland. Bij minigemalen zijn in de periode 2017-2021 76 vervangingen van installaties gepland. Gezien de gestelde levensduurverwachting wordt verwacht dat mechanisch riool, aangelegd voor 1977, in deze planperiode moet worden vervangen. Omdat het mechanische riool, ten opzichte van het vrijvervalriool, nog relatief jong, is er slechts een beperkte opgave. In totaal gaat het om 4 rioolgemalen en 70 m leiding. IBA’s De levensduurverwachting van IBA’s (bouwkundig) is gesteld op 30 jaar. Omdat IBA’s relatief jong zijn, is vervanging voorlopig niet aan de orde.

5.4

Vergunningverlening en handhaving

Om te borgen dat de riolering op een juiste wijze wordt gebruikt door de gebruikers is vergunningverlening en handhaving noodzakelijk.

5.5

Communicatie

Bewoners worden met publicaties in week- en wijkbladen en het huis-aan-huis verspreiden van brochures geïnformeerd over de werking en het gebruik van de riolering. Vragen worden telefonisch en schriftelijk beantwoord en klachten worden afgehandeld via het KCC. Op de website van de gemeente Drechterland wordt informatie gegeven over (het aanvragen van) rioolaansluitingen, (hoe te handelen bij) rioolverstoppingen, meldingen (openbare ruimte) en wordt verwezen naar de website www.riool.info van de Stichting Rioned die bedoeld is om een breed publiek van informatie te voorzien over riolering en water in de stad.

32

6

Organisatie en financiën

Om de voorgenomen opgave te realiseren zijn personele inzet en financiële middelen benodigd. Dit hoofdstuk beschrijft de nodige inzet en middelen. Aan de hand van een kostendekkingsberekening is beschreven hoe de kosten door middel van rioolheffing kunnen worden gedekt.

6.1

Inleiding

6.2

Financiële middelen

Deze paragraaf beschrijft de verwachte uitgaven om de opgave te kunnen realiseren. Uitgaven worden onderscheden in jaarlijks terugkerende uitgaven, eenmalige uitgaven of uitgaven gedurende een periode of planmatige uitgaven. De planmatige uitgaven zijn geraamd voor de periode 2016 – 2075. Deze periode van 60 jaar is gelijk aan de gehanteerde technische levensduurverwachting van objecten (bouwkundig), zodat vervangingspieken zichtbaar zijn en hier tijdig op kan worden ingespeeld. Omdat uitgaven zich ongelijkmatig over de tijd voordoen, zijn de gepresenteerde uitgaven in de tabellen in deze paragraaf niet optelbaar. Alle kosten zijn geraamd op het huidige prijspeil, dus zonder rekening te houden met inflatie. 6.2.1 Aanleg Aanleg van riolering wordt gefinancierd uit de grondexploitatie. In het GRP is geen rekening gehouden met uitgaven voor nieuwe aanleg van riolering. 6.2.2 Onderzoek De geraamde kosten voor onderzoek zijn beschreven in Tabel 6-1. Omdat de gemeente aan het einde van deze planperiode bij wil zijn, zijn de kosten voor rioolinspectie in deze periode ietsjes hoger dan gemiddeld genomen op de lange termijn. Tabel 6-1 toont het gemiddelde. Naast de uitgaven voor rioolinspectie is nog eens jaarlijks € 20.000,- opgenomen voor nader te bepalen onderzoek.

Dit kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor boorkernonderzoek, onderzoek naar rioolvreemd water, afvoercapaciteitstoets, metingen, etc. Tabel 6-1: Uitgaven op onderdeel onderzoek

activiteit

planning

uitvoering

BTW

Onderzoek inspectie/controle (uitbesteed) jaarlijks* onderzoek overig jaarlijks * gemiddelde jaarlijkse kosten op de lange termijn

uitbesteden uitbesteden

ja ja

kosten € €

30.000 20.000

6.2.3 Planvorming De geraamde kosten voor planvorming zijn beschreven in Tabel 6-2. Wanneer het GRP wordt opgesteld heeft de gemeente hogere uitgaven. Voor uitbestede werkzaamheden die onder planvorming kunnen worden geschaard is jaarlijks € 10.000,- opgenomen. Hieronder valt ook de tussentijdse evaluatie van het GRP. De gemeente voert het opstellen van het Operationele Plan zelf uit. Tabel 6-2: Uitgaven op onderdeel planvorming

activiteit

planning

uitvoering

BTW

Planvorming GRP (uitbesteed) evaluatie GRP / review

elke 6 jaar jaarlijks

uitbesteden uitbesteden

ja ja

kosten € €

23.000 10.000

33

6.2.4 Facilitair De geraamde kosten voor facilitaire activiteiten zijn beschreven in Tabel 6-3. Omdat in de toekomst geen grote veranderingen worden voorzien, zijn de verwachte kosten grotendeels gelijkgesteld aan de werkelijke uitgaven in voorgaande jaren. Tabel 6-3: Uitgaven op onderdeel facilitair

activiteit

planning

uitvoering

BTW

Facilitair energie telemetrie aankoop materiaal contributies

jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks

inkoop inkoop inkoop inkoop

ja ja ja ja

kosten € € € €

46.000 17.000 6.000 2.000

6.2.5 Onderhoud riolering De geraamde kosten voor onderhoudsactiviteiten zijn beschreven in Tabel 6-4. De grootste uitgavenpost is voor ‘onderhoud mechanisch riool’ wat samenhangt met het grote areaal drukriool in de gemeente Drechterland. Bij het bepalen van de jaarlijkse uitgaven is het uitgangspunt gehanteerd dat de gemeente 1 fte bijdraagt aan de uitvoering. Tabel 6-4: Uitgaven op onderdeel onderhoud

activiteit

planning

Onderhoud kolkreiniging jaarlijks onderhoud mechanisch riool jaarlijks onderhoud IBA's jaarlijks straatvegen en afvalverwerking jaarlijks baggeren 2016-2020* groot onderhoud vrijvervalriool planmatig** * gemiddelde jaarlijkse kosten 2016-2020 ** gemiddelde jaarlijkse kosten op de lange termijn

uitvoering

BTW

uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden

ja ja ja ja ja ja

kosten € € € € € €

15.000 155.000 10.000 46.000 61.000 65.000

6.2.6 Personeel en overhead De geraamde kosten voor personeel en overhead zijn beschreven in Tabel 6-5. In § 6.3 is de benodigde personele inzet nader beschreven. Om de kosten inzichtelijk te maken, is de inzet gewaardeerd tegen het gangbare tarieven. Deze tarieven omvatten de directe kosten van de personele inzet én de overhead. Met het voorgenomen Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV wordt vanaf 2017 vereist dat overhead, en het deel hiervan dat ten laste komt van de rioleringszorg, apart inzichtelijk wordt gemaakt in gemeentebegrotingen. Dit betekent dat kosten, zoals deze in deze paragraaf worden gepresenteerd, bij het opstellen van toekomstige begrotingen nog verder zullen moeten worden uitgesplitst. Inzet van personeel op investeringsprojecten is apart genoemd. Deze inzet maakt onderdeel uit van de investering en de ‘gewaardeerde kosten’ worden gekapitaliseerd.

34

Tabel 6-5: Uitgaven op onderdeel personeel en overhead

activiteit

planning

uitvoering

BTW

Personeel en overhead binnendienst (excl. projecten) buitendienst binnendienst op projecten perceptiekosten

jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks

eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst

nee nee nee nee

kosten € € € €

176.000 84.000 88.000 30.000

6.2.7 Investeringen De geraamde kosten voor investeringen zijn beschreven in Tabel 6-6. De gemeente heeft op dit moment geen operationele of tactische planning, waardoor de meeste geprognotiseerde uitgaven strategische ramingen betreffen. Tabel 6-6: Uitgaven op onderdeel investeringen

activiteit

planning

Investeringen Pennekamplaan e.o. eenmalig 2016 debietmeters hoofdgemalen eenmalig vervangen vrijverval riool planmatig * vervangen duikers planmatig * vervangen persleidingen planmatig * vervangen drukleidingen planmatig * vervangen rioolgemalen elektromechanisch planmatig * vervangen rioolgemalen bouwkundig planmatig * vervangen minigemalen elektromechanisch planmatig * vervangen minigemalen bouwkundig planmatig * vervangen IBA's planmatig * * gemiddelde jaarlijkse kosten op de lange termijn

uitvoering

BTW

uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden

ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja

kosten € € € € € € € € € € €

200.000 50.000 958.000 2.000 16.000 110.000 112.000 31.000 123.000 54.000 10.000

6.2.8 Kapitaallasten De gemeente Drechterland heeft kapitaallasten van investeringen uit het verleden. Hiernaast zullen nieuwe kapitaallasten ontstaan door nieuwe investering in 2016 en volgende jaren. Per 1 januari 2016 bedraagt totale de boekwaarde van investeringen uit het verleden (projecten die voor 2016 zijn afgerond) € 4.790.812,-. Met de gehanteerde rekenrente bedragen de totale kapitaallasten uit het verleden € 8.111.013,- (afschrijving + rente). Volgens de gehanteerde aflossingsschema’s lost de gemeente deze lasten tot en met 2070 af. Vanaf 2016 bedragen de kosten hiervoor aanvankelijk jaarlijks € 341.164,- waarbij deze vanaf 2020 langzaam afnemen. Vanaf 2017 zullen ook weer nieuwe kapitaallasten ontstaan door investeringsprojecten die in 2016 en latere jaren worden afgerond. Dit is in § 6.4 nader beschreven. 6.2.9 Dotatie voorziening riolering Afhankelijk van de inkomsten en uitgaven in een bepaald jaar voegt de gemeente geld aan de voorziening toe, of onttrekt de gemeente geld uit de voorziening. De dotatie aan de voorziening is afhankelijk van de keuze die de gemeente maakt in het kapitaliseren van investeringen en de wijze waarop kosten worden gedekt. In § 6.4 is dit nader beschreven. 6.2.10 BTW Compensabele BTW van uitgaven voor de rioleringszorg komt ten laste van de rioleringszorg.

Bij investeringen worden de kosten berekend over de afschrijvingen met een percentage van 21%. Compensabele BTW komt ten 35

laste van de rioleringszorg door afschrijvingen van zowel investeringen uit het verleden, als te maken investeringen vanaf 2016. In § 6.4 is meer beschreven over de BTW in de kostendekkingsberekening. 6.2.11 Samenvatting van de uitgaven In Figuur 6-1 zijn de geprojecteerde uitgaven van de gemeente Drechterland voor de gemeentelijke watertaken weergegeven voor de komende 60 jaar. De uitgaven zijn inclusief de inzet van de eigen organisatie en exclusief BTW. De uitgaven zijn onderverdeeld in exploitatie en investeringen. Uitgaven die onder exploitatie vallen, komen direct ten laste van de begroting. Investeringsuitgaven worden gekapitaliseerd en afgelost volgens een voorgeschreven schema, waarover meer volgt in § 6.4.. De gemiddelde jaarlijkse uitgaven bedragen circa € 2.300.000,-. uitgaven gemeentelijke watertaken exploitatie

investeringen

4.500.000 4.000.000

uitgave (euro)

3.500.000 3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 -

jaar Figuur 6-1: Totaaloverzicht uitgaven gemeentelijke watertaken

Besparingsambitie Wanneer de geprognotiseerde uitgaven tegen de gewenste uitgaven in de besparingsambitie worden weggezet ontstaat het beeld dat in Figuur 6-2 is weergegeven. Op de lange termijn zijn de op dit moment geprognotiseerde uitgaven iets lager dan de ambitie, wat betekent dat de gewenste besparing wordt behaald. Wat opvalt is dat de geraamde uitgaven in de periode 2028-2045 wel hoger zijn dan de ambitie. De verklaring hiervoor kan worden gevonden in de spreidingsmodellen die zijn toegepast om de grote toekomstige vervangsopgaven mee te voorspellen. Vanwege het grote onzekersheidsgehalte in de toekomstige uitgaven en het gebruik van de spreidingsmodellen wordt geoordeeld dat het uitgavenverloop niet afdoet aan de conclusie dat de besparingsambitie op de lange termijn wordt gehaald.

36

uitgavenverloop tov besparingsopgave € 6.000.000 € 4.000.000 € 2.000.000

2070

2068

2066

2064

2062

2060

2058

2056

2054

2052

2050

2048

2046

2044

2042

2040

2038

2036

2034

2032

2030

2028

2026

2024

2022

€ -2.000.000

2020

€-

€ -4.000.000 € -6.000.000 € -8.000.000 streefuitgaven (incl. besparingsopgave)

prognose 2016

verschil cumulatief

Figuur 6-2: verloop uitgaven ten opzichte van de besparingsopgave

6.3

Personele middelen

Om de opgave te realiseren heeft de gemeente Drechterland 3,1 fte personeelsinzet nodig. Het gaat hierbij om directe inzet op het product gemeentelijke watertaken door binnen- en buitendienst, exclusief overhead (belastingen, financiën e.d.). Tabel 6-7: Benodigde personele inzet

Planvorming, onderzoek en facilitair Onderhoud Maatregelen Totaal

tijdsbesteding fte (175 dagen/jaar) binnendienst buitendienst 1,1 0,3 1,0 0,7 2,1 1,0

totaal 1,1 1,3 0,7 3,1

Bij het bepalen van de inzet streeft de gemeente naar een verdeling tussen uitvoering door de eigen dienst en inkoop. Onderstaand is benodigde inzet nader beschreven. Planvorming, onderzoek en facilitair Activiteiten onder planvorming, onderzoek en facilitair worden voornamelijk door de gemeente zelf uitgevoerd. Het opstellen van het GRP wordt uitbesteed, waarbij de gemeente regie voert. Ook het uitvoeren van rioolinspecties wordt uitbesteed. De benodigde 1,1 fte inzet is dan volledig voor de binnendienst. Onderhoud Voor reiniging en klein onderhoud (correctief onderhoud) is de inzet benodigd van 1,3 fte. Hierbij is 0,3 fte benodigd voor voorbereiding en afwikkeling (binnendienst) en 1,0 fte voor uitvoering. Bij het bepalen van de omvang is het uitgangspunt gehanteerd dat het grootste deel van het werk wordt uitbesteed.

37

Maatregelen Het uitvoeren van maatregelen wordt uitbesteed. De gemeente is voornemens om 60 % van de werkzaamheden in voorbereiding, advies en toezicht (VAT) van groot onderhoud en vervanging met eigen inzet uit te voeren. Dit komt neer op 0,7 fte binnendienst. Toetsing De gemeente zet in de huidige situatie 0,9 fte binnendienst en 1,0 fte buitendienst in op de rioleringszorg. Omdat bij de inzet van de buitendienst op de taken van de gemeente is toegerekend naar de huidige bezetting, kan met de huidige formatie van de buitendienst worden voortgezet. Het tekort bij de binnendienst komt uit op 1,2 fte.

6.4

Kostendekking

6.4.1

Uitgangspunten kostendekkingsberekening

Scenario’s De uitgaven in de rioleringszorg moeten door inkomsten worden gedekt. Voor het kostendekkingsplan is een drietal scenario’s opgesteld: 1. 2. 3.

traditioneel afschrijven; groeien naar ideaalcomplex – maximaal 7 % jaarlijkse stijging; groeien naar ideaalcomplex – maximaal 12 % jaarlijkse stijging.

Het Regionaal Rioleringsplan West-Friesland schrijft het doorrekenen van scenario’s in een GRP voor, waarbij de voorkeur is uitgesproken, op termijn, bij het ideaalcomplex aan te sluiten. Ten tijde van dit schrijven werkt de commissie BBV aan regelgeving waarbij voorgeschreven wordt dat geactiveerde investeringen met een maatschappelijk nut moeten worden afgeschreven over de verwachte (technische) levensduur van de investeringen met ingang van 2017. De gemeente verwacht op termijn steeds hogere uitgaven door met name de noodzaak te investeren. Ondanks het feit dat de gemeente enig geld in de voorziening heeft, is direct overstappen naar ideaal-complex geen reële optie, omdat de rioolheffing dan op korte termijn jaarlijks 17 % zou moeten stijgen. Om deze reden is bij de alternatieve scenario’s 2 en 3 een maximale jaarlijkse stijging van de rioolheffing gehanteerd. Traditioneel afschrijven Bij traditioneel afschrijven hanteert de gemeente de gangbare financiële afschrijvingstermijnen. Groeien naar ideaalcomplex – maximaal 7 % jaarlijkse stijging De gemeente blijft in eerste instantie investeringen op de gangbare wijze afschrijven. Hiernaast creëert de gemeente ruimte door de rioolheffing jaarlijks te laten stijgen met 7 %. Deze ruimte wordt benut om daar waar mogelijk investeringen direct af te boeken.

Wanneer de baten een niveau bereiken, waarbij alle investeringen direct kunnen worden afgeboekt, kan de stijging worden omgezet in een focus op kostendekkendheid op de lange termijn. Groeien naar ideaalcomplex – maximaal 12 % jaarlijkse stijging Ook bij dit scenario groeit de gemeente naar het ideaalcomplex toe, alleen wordt een hogere maximale jaarlijkse stijging van de rioolheffing van 12 % geaccepteerd.

38

Uitganspunten Bij het uitvoeren van de kostendekkingsberekening zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd. tarief rioolheffing 2016

inkomsten rioolheffing 2016 aantal aanslagen 2016

heffingseenheid kostendekkendheid lopende investeringen 2016 kapitaallasten verleden - totale last incl. rente - compensabele BTW wijze activeren afschrijvingsmethode rentepercentage gangbare financiële afschrijvingstermijnen

compensabele BTW - exploitatie - investeringen - percentage voorziening - stand per 1-1-2016 - rente - stand inflatiecorrectie rekenperiode startjaar differentiatie uitgaven areaalwijzigingen - aanslagen - riolering

- woning: € 148,50; - bedrijf tot 6 personen: € 184,00; - bedrijf 6 tot 10 personen: € 367,50; - bedrijf > 10 personen: € 739,50; - instelling e.d.: € 987,00 € 1.239.000,- woning: 7.619; - bedrijf tot 6 personen: 349; - bedrijf 6 tot 10 personen: 77; - bedrijf > 10 personen: 36; - instelling e.d.: 5 woning (= 1 eenheid) 100 %, de kosten van de rioleringszorg moeten uit de heffing worden gedekt € 200.000,- (verwachte boekwaarde per 31-12-2016) € 8.111.013,- (op basis van afschrijvingsmethodiek begroting 2016) € 1.703.313,- (getotaliseerd over kap. lasten vanaf 2016) jaar na investering annuïtair 2,5 % investeringen: vrijverval riolering: 60 jaar; duikers: 60 jaar; mechanisch riool, bouwkundig: 45 jaar; mechanisch riool, elektromechanisch: 15 jaar; IBA’s: 30 jaar. direct ten laste van de rioleringszorg lasten meenemen op de kapitaallasten (afschrijving + rente) 21 % een voorziening wordt toegepast +€ 1.895.000,aan de voorziening wordt geen rente toegekend een negatieve stand is niet toegestaan niet toegepast (huidig prijspeil) 60 jaar 2016 niet toegepast niet doorgevoerd / niet van invloed niet doorgevoerd / niet van invloed

39

6.4.2 Resultaat kostendekkingsberekening Per scenario is onderstaand het resultaat van de kostendekkingsberekening gepresenteerd. In bijlage 7 is een uitgebreid overzicht opgenomen. Scenario 1: traditioneel afschrijven Het resultaat van de kostendekkingsberekening is in Figuur 6-3 weergegeven. De rioolheffing stijgt jaarlijks met 2,5 %. Vanwege de lange afschrijvingstermijnen, blijven de lasten gedurende de hele periode van de berekening stijgen. De heffing zal ook moeten blijven stijging om mee te kunnen komen. Op de lange termijn stijgt de jaarlijkse heffing tot boven de € 400,- per woning. De gemeentelijke kapitaallasten uit het verleden (inclusief BTW) stijgen over de berekende periode tot bijna € 100.000.000,- in 2075. Op jaarbasis is dit tegen die tijd meer dan € 3.000.000,-. 600

10.000 rioolheffing per eenheid ontwikkeling voorziening

9.000 8.000 7.000

400

6.000 300

5.000 4.000

200

3.000 2.000

100

stand voorziening [1000 €]

rioolheffing [€]

500

1.000 0

0 2016 2021 2026 2031 2036 2041 2046 2051 2056 2061 2066 2071 jaar

Figuur 6-3: kostendekkingsplan scenario 1: traditioneel afschrijven

40

Scenario 2: groeien naar ideaalcomplex – maximaal 7 % stijging Het resultaat van de kostendekkingsberekening is in Figuur 6-4 weergegeven. Om de jaarlijkse stijging van de heffing tot maximaal 7 % te beperken moet een deel van de investeringen de komende jaren nog worden gekapitaliseerd. In deze scenarioberekening worden de vervangingsinvesteringen van vrijverval riolering tot in 2030 gekapitaliseerd en afgeschreven over een (verkorte) termijn van 30 jaar. In 2031 is de piek voorlopig bereikt en kan worden volstaan met een zeer beperkte stijging van 0,3 %. Als is 2045 de vervangingspiek is verwerkt kan de heffing weer geleidelijk dalen met het doel een op de lange termijn kostendekkend niveau te bereiken. De kapitaallasten bereiken in 2030 een piek met € 561.000,- (exclusief BTW), waarna deze geleidelijk afnemen. 600

10.000 rioolheffing per eenheid

9.000 8.000 7.000

400

6.000 300

5.000 4.000

200

3.000 2.000

100

stand voorziening [1000 €]

rioolheffing [€]

500

ontwikkeling voorziening

1.000 0

0 2016 2021 2026 2031 2036 2041 2046 2051 2056 2061 2066 2071 jaar

Figuur 6-4: kostendekkingsplan scenario 2: groeien naar ideaalcomplex – maximaal 7 % stijging

41

Scenario 3: groeien naar ideaalcomplex – maximaal 12 % stijging Het resultaat van de kostendekkingsberekening is in Figuur 6-5 weergegeven. Om de jaarlijkse stijging van de heffing tot maximaal 12 % te beperken moet een klein deel van de investeringen de komende jaren nog worden gekapitaliseerd. In deze scenarioberekening worden vervangingsinvesteringen van vrijverval riolering in de periode 2017-2019, met een totale omvang van krap € 1.000.000,-, gekapitaliseerd en afgeschreven over een (verkorte) termijn van 30 jaar. In 2025 bereikt de heffing een hoogte van € 403,- en kan vanaf dat moment voorlopig gelijk blijven. Als in 2031 de piek is verwerkt, kan de heffing geleidelijk aan weer dalen met het doel een op de lange termijn kostendekkend niveau te bereiken. De kapitaallasten bereiken in 2020 een piek met € 361.000,- (exclusief BTW), waarna deze geleidelijk afnemen. 600

10.000 rioolheffing per eenheid

9.000 8.000 7.000

400

6.000 300

5.000 4.000

200

3.000 2.000

100

stand voorziening [1000 €]

rioolheffing [€]

500

ontwikkeling voorziening

1.000 0

0 2016 2021 2026 2031 2036 2041 2046 2051 2056 2061 2066 2071 jaar

Figuur 6-5: kostendekkingsplan scenario 3: groeien naar ideaalcomplex – maximaal 12 % stijging

42

Bijlage 1

Wet- en regelgeving in de rioleringszorg en het beleid van en afspraken met andere overheden (Relevante punten voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken)

Wet- en regelgeving afvalwater Algemeen Op de lozing van afvalwater zijn verschillende wetten van toepassing. Afhankelijk van de verwijderingswijze van het afvalwater wordt de lozing geregeld door de Wet milieubeheer (Wm), de Waterwet, de Wet bodembescherming (Wbb) of (voor indirecte lozingen) de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de hieraan gerelateerde besluiten en regelingen. Het bevoegd gezag voor de Wm , Wbb en de Wabo zijn gemeenten en provincies (en soms het ministerie van IenM of EZ). Voor de Waterwet is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag voor het hoofdwatersysteem en het hoogheemraadschap voor het regionale watersysteem. Voor grote grondwateronttrekkingen of infiltraties is de provincie het bevoegd gezag. Gemeenten hebben wettelijke zorgplichten ten aanzien van afvalwater. Deze zorg is opgedeeld in drie zorgplichten verdeeld over de Wm en de Waterwet. De afvalwaterregelgeving is geordend naar doelgroepen (industrie en diensten, agrarische bedrijven, huishoudens en overige niet-inrichtingen). In de bouwregelgeving worden regels gesteld aan gebouwen voor de afvoer van afvalwater, met name ten aanzien van huishoudelijk afvalwater en afstromend hemelwater. Her en der zijn ook in andere wetgeving bepalingen opgenomen die van belang zijn voor water in stedelijk gebied.

Ook Europese regelgeving is van belang voor de omgang met afvalwater, maar die regelgeving is in belangrijke mate geïmplementeerd in de nationale wetgeving.

Wet milieubeheer (Wm) Alle lozingen op rioolstelsels of andere gemeentelijke stelsels voor de inzameling en transport van afvalwater zijn geregeld op grond van de Wet milieubeheer (Wm). Bij vergunningplichtige inrichtingen (de meest risicovolle lozingen) regelt de Wabo de vergunningverleningsprocedure. Hieraan gekoppeld heeft de waterbeheerder een adviesrecht. Indien de waterbeheerder aangeeft dat door het verlenen van de vergunning de doelmatige werking van rioolwaterzuiveringsinstallatie zou worden belemmerd of het bereiken van de waterkwaliteitsdoelstellingen in het geding komt, wordt het bevoegd gezag voor de Wm-vergunning verplicht daaraan gevolg te geven. Met betrekking tot de handhaving is in de wetgeving bepaald, dat waterbeheerders toezicht houden op indirecte lozingen. De waterbeheerder kan het bevoegd gezag voor de Wm-vergunning verzoeken om sanctionerend op te treden. Wanneer dit nodig is, omdat als gevolg van het niet naleven van de vergunning de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt belemmerd of grenswaarden worden overschreden, moet het bevoegd gezag voor de Wm-vergunning aan het handhavingsverzoek gevolg geven.

44

Voorkeursvolgorde In het belang van de bescherming van het milieu is in de wet een voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater. De voorkeursvolgorde geeft de voorkeur aan om: • het ontstaan van afvalwater te voorkomen of te beperken; • verontreiniging van afvalwater te voorkomen of te beperken; • afvalwaterstromen gescheiden te houden, tenzij het niet-gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; • huishoudelijk afvalwater en daarmee, qua biologische afbreekbaarheid, vergelijkbaar afvalwater in te zamelen en af te voeren naar een rioolwaterzuivering; • afvalwater, anders dan huishoudelijk en daarmee vergelijkbaar afvalwater, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron her te gebruiken; • afvalwater, anders dan huishoudelijk en daarmee vergelijkbaar afvalwater, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, lokaal in het milieu terug te brengen; • afvalwater, anders dan huishoudelijk en daarmee vergelijkbaar afvalwater, in te zamelen en af te voeren naar de RWZI. De voorkeursvolgorde is bedoeld voor de lozer van het afvalwater. Gemeente en provincie gebruiken haar om voorschriften op te stellen aan de lozers. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan(GRP). Formeel is dit niet verplicht.

De uiteindelijke afweging over de omgang met afvalwater zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Gevolg hiervan is dat dit kan leiden tot zowel gemengde als gescheiden inzameling en afvoer van afvalwater. Zorgplicht1 stedelijk afvalwater Gemeenten hebben op grond van de Wm een zorgplicht ten aanzien van de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater2. In de praktijk wordt hier invulling aan gegeven door de aanleg en het beheer van een openbaar vuilwaterriool3. In plaats van aanleg en beheer van een openbaar vuilwaterriool kan ook gebruik gemaakt worden van afzonderlijke systemen of andere passende systemen (zoals IBA’s4), als daarmee eenzelfde graad van milieubescherming wordt bereikt. Dat laatste moet blijken uit het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In de Wm is de mogelijkheid van ontheffing van de zorgplicht opgenomen. De provincie is de bevoegde instantie voor het verlenen van deze ontheffing. Van de ontheffingsmogelijkheid wordt met name gebruik gemaakt voor de buiten de bebouwde kom gelegen gebieden (het buitengebied) waar de kosten voor aanleg van riolering aanzienlijk kunnen zijn. Maar ook vanwege specifieke locatieomstandigheden is aansluiting op de riolering in voorkomende gevallen niet mogelijk.

In de gebieden waar de gemeente ontheffing heeft gekregen van de zorgplicht moet de lozer zelf zorgen voor de verwijdering van het afvalwater. Bij een lozing op oppervlaktewater is de waterbeheerder bevoegd gezag, bij een lozing op de bodem de gemeente.

1 Zorgplicht: een wettelijke taak die zo veel mogelijk moet worden nagekomen. De woorden «zoveel mogelijk» duiden erop

dat sprake is van een inspanningsverplichting. Er is geen sprake van een klassiek in rechte afdwingbaar recht. Een zorgplicht geeft tevens aan dat gemeenten bij de uitvoering van hun taak de nodige beleidsvrijheid hebben die aanpak te kiezen die gelet op de lokale omstandigheden doelmatig is. 2 Stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. 3 Openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat in het algemeen loost op een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) 4 IBA: individueel systeem voor behandeling van afvalwater

45

Gemeentelijk rioleringsplan Op grond van de Wm is de gemeente verplicht een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) op te stellen voor een daarbij vast te stellen periode. Het GRP geeft op hoofdlijnen weer hoe de gemeente invulling geeft aan de haar toebedeelde zorgtaken voor stedelijk afvalwater, hemel- en grondwater, voor de planperiode én de langere termijn. In het GRP is vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat de rol van de particulier daarbij is. De hoofdlijnen worden jaarlijks verder uitgewerkt in een operationeel plan. Het (GRP) dient opgesteld te worden in samenspraak met de betrokken waterbeheerders. Bij het opstellen van het GRP dient rekening gehouden te worden met het rijks-, provinciaal en waterschapsbeleid Het GRP moet een overzicht bevatten van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en een aanduiding van de te verwachten vervangingsperioden. Ook moet het GRP inzicht geven in de in de planperiode aan te leggen riolering, de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. Het is op zich niet nodig dat al deze informatie daadwerkelijk in het GRP staat. Van belang is dat deze informatie direct gekoppeld wordt aan het GRP, of dat het GRP daarnaar verwijst.

Gemeentelijke verordening voor hemelwater en grondwater De gemeente heeft een verordeningsbevoegdheid voor de omgang met afvloeiend hemelwater en grondwater om daarmee het lozingenbeleid van hemelwater en grondwater in het GRP tot uitvoering te brengen. De verordeningsbevoegdheid omvat twee onderdelen: • het stellen van voorwaarden aan het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een riool, wanneer dat voor de bescherming van het milieu of de doelmatige werking van de riolering nodig is, en • het indien redelijkerwijs mogelijk (op termijn) beëindigen van lozingen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een vuilwaterriool, dit met het doel om afkoppelen van hemel- en grondwater te bevorderen.

Waterwet Lozingen op oppervlaktewater worden op basis van de Waterwet en de lozingenbesluiten geregeld. Planstelsel In de Waterwet is een planstelsel opgenomen bestaande uit waterplannen en waterbeheerplannen. De waterplannen van Rijk en provincies geven het landelijke, respectievelijk het regionale (strategische) waterbeleid weer. De waterbeheerplannen van de waterbeheerders (Rijkswaterstaat en waterschappen) zijn operationeel van aard. De waterplannen op Rijksniveau en op provinciaal niveau zijn ook ruimtelijke plannen (structuurvisies) op basis van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Hiermee wordt bewerkstelligd dat ruimtelijke gevolgen van de wateropgaven in ruimtelijke plannen worden uitgewerkt. De plannen van deze andere overheden kunnen van invloed zijn op het gemeentelijk rioleringsbeleid. Het Nationaal waterplan omvat ook een samenvatting van de in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) opgestelde stroomgebiedbeheerplannen en een samenvatting van het programma van maatregelen, zoals die zijn uitgewerkt in de plannen van provincies, waterschappen en gemeenten. De KRW richt zich op het verder beschermen en verbeteren van het oppervlakte- en grondwater. Daarnaast wordt het duurzaam gebruik van water bevorderd. Bedoeling is om de goede toestand van oppervlakte- en grondwater op 22 december 2015 te bereiken.

Deze datum kan met twee periodes van zes jaar worden verlengd. De uitwerking vindt plaats in een stroomgebiedsgerichte aanpak.

46

Zorgplichten hemel- en grondwater Gemeenten hebben naast de zorgplicht voor stedelijk afvalwater ook de zorgplichten voor hemel- en grondwater in het bebouwde of te bebouwen stedelijke gebied. Deze zorgplichten zijn opgenomen in de Waterwet. Zorgplicht hemelwater

Gemeenten hebben een zorgplicht voor de doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat de perceeleigenaar redelijkerwijs niet zelf kan verwerken. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de afvoer van hemelwater, bij voorkeur naar oppervlaktewater of in de bodem (infiltratie). Pas indien dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevraagd heeft de gemeente een taak om het afvloeiende hemelwater verder af te voeren vanaf de grens van het particuliere perceel. In het GRP zal door de gemeente duidelijk moeten worden gemaakt welke maatregelen in beginsel van de perceeleigenaar worden verwacht, respectievelijk door de gemeente zelf worden getroffen. De zorgplicht omvat het door de gemeente aanbieden van een voorziening waarin het hemelwater geloosd kan worden. Welke voorziening dit is maakt voor de zorgplicht niet uit, hoewel er een beleidsmatige voorkeur bestaat voor gescheiden rioleren voldoet een gemengd riool ook. Grondwaterzorgplicht

Deze zorgplicht ziet toe op het in openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. De zorgplicht beperkt zich tot het nemen van waterhuishoudkundige maatregelen op en in het openbaar terrein. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de omgang met grondwater. Van de perceeleigenaar wordt verwacht dat hij binnen de grenzen van het redelijke maatregelen treft tegen nadelige gevolgen van grondwaterstanden. Pas indien dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevraagd en afvoer van grondwater noodzakelijk is heeft de gemeente een taak om het grondwater vanaf de grens van het particuliere perceel verder af te voeren. Bouwkundige oplossingen en verzameling van grondwater op particuliere percelen zijn voor rekening van de perceeleigenaren. In het GRP moet opgenomen worden op welke locaties sprake is van structurele grondwateroverlast en wat wordt verstaan onder `structureel’. In het GRP legt de gemeente vast welke maatregelen zij verwacht van de perceeleigenaar. Samenwerking De afvalwaterketen en het watersysteem zijn een integraal systeem.

De taken van de riool- en oppervlaktewaterbeheerder zijn gerelateerd. De Waterwet bevat de wettelijke plicht om taken en bevoegdheden op elkaar af te stemmen. In plaats van voorschriften die zijn opgenomen in vergunningen dient er te worden gestreefd naar afstemming en samenwerking op basis van afspraken.

Wet bodembescherming Lozingen in of op de bodem worden op grond van de Wbb met lozingenbesluiten gereguleerd. Tevens zal lekkage van riolering naar de bodem voorkomen moeten worden op basis van het algemene zorgartikel in de Wbb.

47

Afvalwaterakkoord Op grond van de Waterwet stemmen gemeenten en waterschappen alle watertaken af om te komen tot integraal waterbeheer. Inzameling, transport en zuivering van afvalwater behoren in onderlinge samenhang gericht te zijn op een duurzame omgang met afvalwater, waarbij is afgestemd met de watersysteemambities, en dat bij elkaar tegen de laagst maatschappelijke kosten. In het afvalwaterakkoord maken de gemeente en het waterschap gezamenlijk afspraken over de wijze waarop deze doelstelling bereikt wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10833530/1