CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025 Drechterland - Definitief (2024-48)

Gemeenteraad 4 november 2024, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststelling Programmabegroting 2025 (2024-48)26.142 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Met wie werken wij samen? Voor het programma Samenleving werken we samen met de volgende verbonden partijen, deze verbonden partijen worden verder toegelicht in de paragraaf verbonden partijen: • •

WerkSaam Westfriesland Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hollands Noorden (GGD)

Deze verbonden partijen worden verder toegelicht in de paragraaf verbonden partijen. Verplichte indicatoren Naam indicator

Eenheid

Bron

2021

2022

2023

2024

Banen

Aantal per 1.000 inwoners LISA 15-74 jaar

482,4

490,4

498,9

n.b.

Jongeren met een delict voor de rechter Kinderen in uitkeringsgezin

% 12 t/m 21 jarigen

CBS

1

0

n.b.

n.b.

% kinderen tot 18 jaar

CBS

4

3

n.b.

n.b.

Netto arbeidsparticipatie

% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking

CBS

72,7

73,7

74,3

n.b.

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie

% deelnemers aan het VO DUO en MBO onderwijs

1,3

2

1,3

n.b.

Werkloze jongeren

% 16 t/m 22 jarigen

1

n.b.

n.b.

n.b.

Personen met een bijstandsuitkering

Aantal per 10.000 inwoners CBS

176,1

136,8

127,5

n.b.

Lopende reintegratievoorzieningen

Aantal per 10.000 inwoners CBS van 15-64 jaar

259

250,5

262,2

n.b.

CBS

36

Jongeren met jeugdhulp Jongeren met jeugdbescherming Jongeren met jeugdreclassering Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo

% van alle jongeren t/m 18 CBS jaar % van alle jongeren t/m 18 CBS jaar % van alle jongeren van 12 CBS tot 23 jaar

8,2

10,6

10

n.b.

1,3

1,2

0,8

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

Aantal per 10.000 inwoners GMSD

640

670

690

n.b.

Absoluut verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen DUO

-

-

-

n.b.

Relatief verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen DUO

15

19

16

n.b.

Niet-sporters

% inwoners dat niet wekelijks gesport (vanaf 12 RIVM, CBS jaar)

n.b.

44,8

n.b.

n.b.

Wat mag het kosten? Werkelijk 2023 Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

-28.551

-28.754

-28.772

Totaal baten

8.923

4.494

4.438

Saldo van baten en lasten

-19.628

-24.260

-24.334

Toevoeging aan reserves

-294

-3

-3

Onttrekking aan reserves

231

175

160

-19.691

-23.633

-24.177

Resultaat

37

Toelichting op afwijkingen (baten en lasten) Toelichting afwijkingen B2025 t.o.v. B2024 (>€ 20.000)

Bedrag

V/N

Lasten: Bijdrage SED

-414 N

Kapitaallasten

101 V

Kadernota 2024-2028 en overhevelingsbesluit 2024

1.681 V

Indexatie

-389 N

Kosten BUIG

-560 N

Bijdrage GGD

-51 N

Cliëntgebonden kosten Jeugd

-387 N

Cliëntgebonden kosten WMO

305 V

Triageteam

-29 N

Participatie

-173 N

Bibliotheken

-100 N

Overige verschillen

-2 N

Totaal lasten:

-18 N

Baten: Kadernota 2024-2028

-474 N

Rijksbijdrage BUIG

391 V

Overige verschillen

27 V

Totaal baten

-56 N

Totaal verschil

-74

N

Lasten Bijdrage SED (€ 414.000 nadeel) De bijdrage SED betreft de bijstelling naar de bijdrage SED 2025 conform de begroting van de SED. Kapitaallasten (€ 101.000 voordeel) De kapitaallasten zijn geactualiseerd. Kadernota 2024-2028 en Overhevelingsbesluit 2024 (€ 1.681.000 voordeel) In de kadernota 2024 en het overhevelingsbesluit is besloten om de volgende budgetten op te nemen: - SPUK Onderwijsachterstanden beleid - Aanpak laaggeletterdheid 2024 - MJOP - SPUK versterken bibliotheeknetwerk en zorgplicht 38

- SPUK Informatiepunt IDO's/bibliotheekwerk - CUP inkoop jeugd en WMO - Visie leertraject Toegang - Cliëntgebonden kosten - SED Preventie sociaal domein - Leges MFA Schellinkhout 2024 - Project- en voorbereidingskosten onderwijshuisvesting (OVH) - CUP opstellen financiële doorvertaling IHP (OVH) - CUP talentontwikkeling en jeugdwerk (OVH) - Padlandbos (OVH) - CUP Integrale samenwerking woonzorg concepten (OVH) - Uitvoeringskosten Wet inburgering (OVH) - Taalonderwijs Oekraïne (OVH) - Energietoeslag (OVH) Indexatie (€ 389.000 nadeel) Alle budgetten zijn geïndexeerd conform de BBP prijs. Kosten BUIG (€ 560.000 nadeel) De te verwachte uitkering is aangepast naar de aangeleverde cijfers. Bijdrage GGD (€ 51.000 nadeel) Aangepast conform de begroting van de GGD. Cliëntgebonden kosten Jeugd (€ 387.000 nadeel) Bij de Voorjaarsnota 2024/Kadernota 2025 is de begroting bijgesteld op basis van cijfers vanuit de jaarrekening 2023. Bij de najaarsnota is een nieuwe prognose gemaakt op basis van de eerste 8 maanden van 2024, hieruit blijkt dat bijstelling noodzakelijk is. De afwijkingen binnen de Jeugdwet zijn te verklaren door vijf belangrijke factoren: 1. Inlopen van de achterstanden in aanvragen en indicaties: De voornaamste reden hiervoor is het inlopen van de wachtenlijst. Er zijn meer indicaties - met terugwerkende kracht - afgegeven.

Zodra een beschikking afgegeven wordt start de zorgaanbieder met factureren. De zorg is vaak eerder gestart wat een factuurstroom oplevert vanaf het moment dat de zorg gestart is. Aanbieders hebben deze kosten in juni en juli van 2024 gedeclareerd. Positief is dat de wachtlijsten al met een derde zijn teruggedrongen, maar dit resulteert wel in een grotere instroom van cliënten in zorg. 2. Resterende rekeningen uit voorgaande jaren: Nog steeds worden rekeningen ontvangen voor zorg die in eerdere jaren is ingezet. Dit is deels het gevolg van de achterstanden (zoals bij punt 1), maar ook vanwege het woonplaatsbeginsel, waarbij zorgkosten door gemeenten worden doorbelast. 3. Toename aantal jeugdigen in zorg: Er is een groei van ongeveer 4% in het totaal aantal jeugdigen dat gebruik maakt van zorg binnen de Jeugdwet. Dit leidt tot hogere totale kosten. 4. Stijging gemiddelde zorgkosten per cliënt: De gemiddelde zorgkosten per cliënt nemen toe. Dit komt vooral door een verschuiving naar duurdere arrangementen, deze trend uit de vorige rapportage zet zich door. 5. Toename kosten bij duurste cliënten: In de categorie van de duurste zorgafnemers (top 10) zijn de kosten verder toegenomen. Cliëntgebonden kosten WMO (€ 305.000 voordeel) Bij de Voorjaarsnota 2024/Kadernota 2025 is de begroting bijgesteld op basis van cijfers vanuit de jaarrekening 2023.

Bij de najaarsnota is een nieuwe prognose gemaakt op basis van de eerste 8 maanden van 2024, hieruit blijkt dat het budget naar beneden kan worden bijgesteld.

39

De grootste afwijking betreft een bijstelling van het Wmo-voorspelmodel. Communiceerde de VNG vorige rapportage nog geen procentuele afwijking is deze nu bijgesteld naar -2%. Triage team (€ 29.000 nadeel) De cliëntgebonden kosten Jeugdzorg stijgen. Om deze kosten te beheersen zijn maatregelen nodig. Een van de oplossingen is het toevoegen van een triage team Jeugdzorg. Een triage team ondersteunt Jeugdconsulenten bij de financiële inzet van toekenningen Jeugdzorg. Wij beogen hiermee een financiële beheersing op de cliëntgebonden kosten terwijl de benodigde Jeugdzorg voor inwoners beschikbaar blijft. Het betreft een nieuwe functie en hiervoor is structureel budget nodig. Voor de SED-organisatie wordt geadviseerd om met twee fte triage medewerkers te starten. De verwachting is dat er een besparing gerealiseerd kan worden van 50% van de kosten voor het triage team in 2025 en 100% in 2026. Participatiebijdrage WSW (€ 173.000 nadeel) Bijstellen n.a.v. halfjaarrapportage WerkSaam. De WSW lasten zijn gestegen door de loonstijgingen per 1 januari 2024 en door de toename van het aantal WSW’ers. Bibliotheken (€ 100.000 nadeel) In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek.

Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen heeft de gemeente een decentralisatie-uitkering ontvangen, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Bijstelling kapitaallast investering: MFA Schellinkhout (2027 e.v. € 34.000 nadeel) Bij de controle van de jaarrekening 2023 heeft de accountant geconstateerd dat volgens de wettelijke regelgeving een deel van de kosten gemaakt in de grondexploitatie Dorpshuis locatie Schellinkhout toegerekend moet worden aan de MFA Schellinkhout. Dit betreft een bedrag van € 1.200.000. De grondexploitatie is begroot met een verlies ook van € 1.200.000 en dit is gedekt door een onttrekking vanuit de Algemene reserve. Door deze interne levering krijgt de grondexploitatie een extra opbrengst van € 1.200.000 en komt het resultaat uit op € 0. De voorziening van € 1.200.000 is in 2023 vrijgevallen ten gunste van het resultaat. Deze interne levering is niet meegenomen bij de investeringsaanvraag voor de MFA Schellinkhout. Vanwege het fiscale regime van de MFA kan de BTW van € 127.000 niet gecompenseerd worden en levert een nadeel op. Het aangevraagde investeringsbudget wordt hiermee € 1.317.000. De afschrijvingslasten bedragen € 33.000 per jaar.

De omslagrente is van toepassing en is op dit moment 0. Baten Kadernota 2024-2028 (€ 474.000 nadeel) In de kadernota zijn de volgende mutaties opgenomen: - SPUK Onderwijsachterstanden beleid - SPUK versterken bibliotheeknetwerk en zorgplicht - SPUK Informatiepunt IDO's/bibliotheekwerk Rijksbijdrage BUIG (€ 391.000 voordeel) De rijksbijdrage voor de BUIG neemt in 2025 toe.

40

Toelichting op afwijkingen reserves Toelichting afwijkingen B2025 t.o.v. B2024 (>€ 20.000)

Bedrag

V/N

Baten: Onttrekking reserve sociaal domein Overige verschillen

-15 N 0 N

Totaal baten

-15 N

Totaal verschil

-15

N

Baten: Onttrekking reserve sociaal domein (€ 15.000 nadeel) In 2024 stond er een dekking vanuit de reserve sociaal domein voor het incidentele budget "aanpak wachttijden jeugdzorg".

41

Lokale heffingen Inleiding In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. De raad bepaalt welke van die heffingen daadwerkelijk worden geheven. De gemeente Drechterland kent de volgende lokale heffingen: • Belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Hiertoe behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB), forensenbelasting en toeristenbelasting. • Belastingen om kosten mee te verhalen: de heffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar maar is gerelateerd aan de betreffende gemeentelijke zorgplicht of specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, secretarieleges, leges omgevingsvergunningen, begrafenisrechten, marktgelden en pachtsommen kermissen.

De paragraaf lokale heffingen bevat op grond van artikel 10 BBV ten minste: • de geraamde inkomsten; • het beleid ten aanzien van lokale heffingen; • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; • een aanduiding van de lokale lastendruk; • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Geraamde inkomsten In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de verwachte opbrengsten van de lokale heffingen in de begroting 2025 en de daadwerkelijke inkomsten. Het totaal aan opbrengsten bedraagt ruim € 10,3 miljoen in 2025. Belastingen Onroerendezaakbelastingen op woningen (eigenaren)

Begroting 2024 Begroting 2025 3.157 3.230

Onroerendezaakbelastingen op niet-woningen (eigenaren) Onroerendezaakbelastingen op niet-woningen (gebruikers)

563 361

575 368

Forensenbelasting Toeristenbelasting

20 65

20 126

4.166

4.319

Totaal Heffingen Secretarieleges Leges omgevingsvergunningen Begrafenisrechten

Begroting 2024 Begroting 2025 334 375 476 79

405 80

1.595 3.289

1.631 3.367

Staangelden markten Pachtsommen kermissen

7 20

7 20

Overige heffingen

84

85

5.883

5.970

Rioolheffing Afvalstoffenheffing

42

Beleid ten aanzien van lokale heffingen Het beleid ten aanzien van lokale heffingen De gemeentelijke heffingen zijn geïndexeerd met de inflatiecorrectie van 2,3 %. Het uitgangspunt voor de tarieven van de rioolheffing en afvalstoffenheffing is 100% kostendekkendheid. Een overzicht op hoofdlijnen van de algemene belastingen Onroerendezaakbelasting (OZB) De OZB wordt geheven van onroerende zaken, die binnen de gemeente zijn gelegen, te weten een gebruikersbelasting en eigenarenbelasting op niet-woningen (dit zijn vooral kantoor- en bedrijfspanden) en een eigenarenbelasting op woningen. Op basis van de wet Waardering onroerende zaken (WOZ) wordt van elke onroerende zaak de waarde vastgesteld. De tarieven worden geheven als percentage van de WOZ-waarde. Bij de bepaling van het tarief wordt rekening gehouden met de totale waardeontwikkeling van het onroerend goed in de gemeente. De waarderingsgrondslag voor de OZB-aanslagen van 2025 is de WOZ-peildatum 1-1-2024. Op basis van de voorlopige WOZ-waardes is de verwachting dat de waardeontwikkeling van woningen 2,4% bedraagt. Ook voor nietwoningen is de waardeontwikkeling 1%. Voor het bepalen van de inkomsten wordt uitgegaan van de inflatiecorrectie.

Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven van degene die voor zichzelf of voor zijn gezin meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning beschikbaar houdt zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben. Onder gemeubileerde woningen vallen ook zomerhuisjes, chalets en caravans. Als uitgangspunt geldt dat de opbrengsten in 2025 met de inflatiecorrectie stijgen. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is bedoeld om mensen die wel gebruik maken van de gemeente maar geen inwoner zijn, mee te laten betalen aan de gemeentelijke voorzieningen. De inkomsten die gegenereerd worden uit de heffing komen ten gunste van de algemene middelen. De belasting wordt geheven van degene die verblijf biedt. De aanbieder kan dit bij degene die overnacht in rekening brengen. Door het uitvoeren van controles worden de aanbieders in de gemeente in de toeristenbelasting betrokken. Zo zijn wij afnemers van het boekje Vrienden op de fiets, wordt de plaatselijke krant doorgenomen, zoeken we op internet en wordt er regelmatig een rondje door de gemeente gefietst. Als uitgangspunt geldt dat de opbrengsten in 2025 met de inflatiecorrectie stijgen. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

De uitgangspunten voor de heffing zijn het PSWR (Programma stedelijk water en riolering) en volledige kostendekking. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen met betrekking tot de kostendekkendheid van de rioolheffing:

43

Bedragen * 1.000 Euro 2025

Kosten riolering Onttrekking voorziening Inkomsten riolering excl. heffingen Netto kosten riolering

1.416 246 1.170

Toe te rekenen kosten: Overhead BTW

140 321

Totale kosten

1.631

Opbrengsten heffingen

1.631

Dekking

100%

Afvalstoffenheffing De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn afhankelijk van de kosten die voortkomen uit de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met HVC en de overige activiteiten, zoals beleidsontwikkeling en inningskosten, die geheel of gedeeltelijk zijn toe te wijzen aan de zorgplicht voor de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Tevens wordt rekening gehouden met de doorwerking van het BTW-compensatiefonds. Er wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid. Er is een besluit om in 2025 over te gaan naar gedifferentieerd tarief (DIFTAR). Financiële gevolgen zullen meegenomen worden in de najaarsnota 2025. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen met betrekking tot de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing. Bedragen * 1.000 Euro 2025 Kosten afvalinzameling Inkomsten afvalinzameling excl. heffingen

3.064 308

Netto kosten afvalinzameling

2.756

Toe te rekenen kosten: Overhead BTW

72 442

Overige toe te rekenen kosten

98

Totale kosten

3.367

Opbrengsten heffingen

3.367

Dekking

100%

44

Marktgelden Voor het innemen van een standplaats om daarop zaken of voorwerpen te plaatsen, uit te stallen of te verkopen tijdens de weekmarkt, jaarmarkten, braderieën, themamarkten of andere evenementen worden onder de naam 'marktgelden' rechten geheven. De opbrengst mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Begraaf- en grafrechten Deze rechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor door de gemeente verleende diensten in verband met de begraafplaats. Daarbij mogen de baten niet hoger zijn dan de kosten. De opbrengst mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Bedragen * 1.000 Euro 2025 Kosten begraafplaats Inkomsten begraafplaats excl. heffingen

231 0

Netto kosten begraafplaats

231

Toe te rekenen kosten: Overhead Overige toe te rekenen kosten

57 0

Totale kosten

288

Opbrengsten heffingen

80

Dekking

28%

45

Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Leges Leges zijn betalingen aan de gemeente waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die gemeente tegenover staat. Het gaat om een bedrag dat betaald moet worden aan de gemeente voor het gebruik van hun diensten of producten. De leges worden geheven van de aanvrager van de dienst dan wel van degene ten behoeve van wie de dienst is verleend. De leges mogen per titel maximaal 100% kostendekkend zijn. In onderstaande tabellen zijn overzichten opgenomen met betrekking tot de kostendekkendheid van de leges: Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

Lasten

Paragraaf 1 Paragraaf 2

Burgerlijke stand Reisdocumenten

€ 26.330 € 24.409 € 268.928 € 220.828

93% 82%

Paragraaf 3 Paragraaf 4

Rijbewijs € 122.498 € 97.350 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen € 10.913 € 5.662

79% 52%

Paragraaf 7 Paragraaf 9

Overige publiekszaken Bijzondere wetten

€ 3.107 € 2.410 78% € 151.260 € 151.575 100%

Paragraaf 20

Diversen

€ 51.330 €

Kostendekking Hoofdstuk 1

Baten

Dekking

1.759

0%

€ 634.366 € 503.993

79%

Hoofdstuk 2 Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning

Lasten

Baten

Paragraaf 2 Paragraaf 3

Voorfase Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

€ 886 € 4.964 € 407.432 € 368.375

0% 90%

Paragraaf 7 Paragraaf 8

Aanlegactiviteiten Overige activiteiten

€ 30.645 € 24.633 € 1.595 € 1.035

80% 65%

Paragraaf 13

Modaliteiten

€

- € 11.000

0%

Kostendekking Hoofdstuk 2

€ 440.558 € 410.007

93%

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn

Lasten

Baten

Dekking

Paragraaf 1

Horeca

€ 21.497

€ 7.163

33%

Paragraaf 4 Paragraaf 5

Organiseren evenementen of markten Standplaatsen

€ 70.907 € 1.662

€ 9.051 € 1.469

13% 88%

Kostendekking Hoofdstuk 3

€ 94.066 € 17.683

19%

Recapitulatie Hoofdstuk 1,2 en 3

Lasten

Kostendekkendheid Hoofdstuk 1

€ 634.366 € 503.993

79%

Kostendekkendheid Hoofdstuk 2 Kostendekkendheid Hoofdstuk 3

€ 440.558 € 410.007 € 94.066 € 17.683

93% 19%

Kostendekkendheid totale tarieventabel

€ 1.168.990 € 931.683

80%

Baten

Dekking

Dekking

46

Een aanduiding van de lokale lastendruk Een aanduiding van de lokale lastendruk Het Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) heeft de cijfers van de gemeentelijke belastingdruk voor 2024 bekendgemaakt. Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de bedragen die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een huurwoning in Nederland bedragen € 457 en voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning € 944. Onderstaande tabel laat zien wat de gemiddelde bruto woonlasten van de omringende gemeenten zijn. De gemeente met de hoogste gemiddelde lastendruk staat bovenaan. Woonlasten per huishouden Gemeente

Bruto Woonlasten

Bruto Woonlasten

één persoonshuishouden 2024 2023

meer persoonshuishouden 2024 2023

Opmeer

€ 1.178

€ 1.105

€ 1.300

€ 1.218

Stede Broec Medemblik

€ 1.039 € 1.004

€ 990 € 967

€ 1.172 € 1.105

€ 1.122 € 1.067

Drechterland Enkhuizen

€ 913 € 912

€ 884 € 889

€ 1.034 € 996

€ 1.004 € 975

Hoorn Koggenland

€ 836 € 817

€ 813 € 785

€ 940 € 921

€ 914 € 886

Bron: Atlas Coelo - atlas van de lokale lasten, bijlage 3 woonlasten per gemeente

Conclusie Uit deze cijfers blijkt dat de gemeente voor deze regio een gemiddelde lastendruk kent en net boven het Nederlands gemiddelde zit van een meerpersoonshuishouden met een eigen woning.

Kwijtschelding Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid Als een belastingschuldige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen kan onder bepaalde voorwaarden aan deze belastingschuldige kwijtschelding worden verleend. Systematiek kwijtscheldingsberekening Voor beantwoording van de vraag of een belastingschuldige voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komt, vindt een vermogens- en een inkomenstoets plaats. Met de vermogenstoets wordt bekeken of er op het moment van de aanvraag voldoende middelen (bezittingen) aanwezig zijn om de openstaande belastingschuld te betalen. Zijn deze middelen aanwezig, dan wordt geen kwijtschelding verleend. Ontbreken deze middelen of zijn deze onvoldoende, dan wordt met de inkomenstoets gekeken of er in de nabije toekomst alsnog betalingscapaciteit zal ontstaan waaruit de belastingschuld kan worden voldaan.

47

Samenwerking De gemeente heeft voor de behandeling van kwijtscheldingsverzoeken een samenwerkingsverband gesloten met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Als iemand in aanmerking wil komen of denkt te komen voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen of waterschapsbelasting, kan volstaan worden met het indienen van een kwijtscheldingsverzoek bij een van deze twee organisaties. De organisatie waar het verzoek wordt ingediend, zorgt ervoor dat het verzoek tevens bij de andere organisatie wordt behandeld. Wat kan worden kwijtgescholden? De gemeenteraad heeft bepaald dat voor de belastingen waar vrijwel ieder huishouden mee in aanraking komt, kwijtschelding mogelijk is. Dat zijn de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Dit is vastgelegd in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Drechterland 2025. Hieraan verwante kosten, zoals aanmanings- en dwangbevelkosten, worden niet kwijtgescholden. Op het moment dat iemand in aanmerking komt voor volledige kwijtschelding, worden deze kosten niet in rekening gebracht. Raming hoogte kwijtschelding In 2025 wordt rekening gehouden met € 63.000 aan kwijtschelding afvalstoffenheffing.

48

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn er nodig om alle risico’s op te kunnen vangen). Beide komen in het vervolg van deze paragraaf aan de orde. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat op grond van artikel 11 BBV ten minste: • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico's; • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; • een kengetal voor de: - netto schuldquote - netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen - solvabiliteitsratio - grondexploitatie - structurele exploitatieruimte en - belastingcapaciteit. • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel middelen beschikbaar zijn om eventuele risico’s op te kunnen vangen. De volgende onderdelen maken deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit: • de onbenutte belastingcapaciteit; • onvoorzien; • de vrij aanwendbare reserves;

Berekening weerstandscapaciteit

Onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien

2.369 20

Totale weerstandscapaciteit (exploitatie)

2.389

Weerstandsvermogen Algemene reserve Stille reserves

10.689 544

Subtotaal

11.233

Totale weerstandscapaciteit

13.622

49

Onbenutte belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij een financiële tegenvaller deze in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Wanneer het berekende gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente lager is dan het percentage voor toelating tot artikel 12 is er in principe sprake van een onbenutte belastingcapaciteit. In de navolgende berekening is bij benadering aangegeven welke opbrengst deze verhoging genereert. Er is voor gekozen het verschil in percentages te vermenigvuldigen met de WOZwaarde van de woningen + de WOZ-waarde van de niet-woningen.

OZB-percentage van de Woz-waarde voor toelating art.12 Werkelijk gewogen % Woz-waarde gemeente

0,1595 0,1025

Verschil

0,0570

Onbenutte belastingcapaciteit

2.369

Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 20.000. Vrij aanwendbare reserves Onder de vrij aanwendbare reserves vallen de algemene reserve en de bestemmingsreserves waarvan de bestemming kan worden gewijzigd zodat deze kunnen worden ingezet voor onverwachte financiële tegenvallers. De stand van de vrij aanwendbare reserves bedraagt per 31 december 2025 € 10.689.000. . Algemene reserve

10.689

Totaal

10.689

Stille reserves Stille reserves hebben te maken met activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd. De stille reserves maken alleen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit als de betrokken activa op korte termijn (binnen 1 jaar) verkoopbaar zijn, verkoop van de stille reserves niet leidt tot een gat in de gemeentebegroting en verkoop de taakuitoefening van de gemeente niet aantast.

- Garagebox aan de Dahliastraat te Hoogkarspel

13

- Woning Dorpsweg 104 te Schellinkhout

531 544

50

Risicomanagement Aanleiding en achtergrond De risico’s voor de gemeente Drechterland zijn in kaart gebracht. Door inzicht in de risico’s is de gemeente in staat om op verantwoorde wijze besluiten te nemen zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige ontwikkelingen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de gemeente. Niet alle risico’s laten zich financieel vertalen. Er zijn diverse risico’s die geen directe financiële gevolgen hebben, bijvoorbeeld imagoschade. In deze paragraaf ligt de nadruk op de financiële risico’s omdat aan de hand daarvan het weerstandsvermogen wordt bepaald. Risico´s Volgens de toelichting op artikel 11 BBV zijn de risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen de risico’s die niet anderszins te ondervangen zijn. Reguliere risico’s, risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn, maken geen deel uit van de risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Hiervoor zijn immers verzekeringen afgesloten of voorzieningen voor gevormd. De risico’s worden tweemaal per jaar geïnventariseerd met alle verantwoordelijke afdelingshoofden, teamleiders en specialisten. In de gemeentelijke begroting van 2025 zijn 17 risico’s opgenomen. De bedrijfsvoering risico’s zijn risico’s voor de SED organisatie.

Om een risico te kunnen analyseren en beoordelen bepalen we de kans op het risico (percentage waarschijnlijkheid) en de gevolgen van het risico (impact) voor de organisatie. De kansberekening wordt onderverdeeld in vijf niveaus. Deze kunnen als volgt worden uitgelegd: Klasse 1 2 3 4 5

Kans < of 1x per 10 jaar 1x per 5-10 jaar 1x per 2-5 jaar 1x per 1-2 jaar 1x per jaar of >

Percentage 10% 30% 50% 70% 90%

De klassen van impact zijn als volgt: Klasse impact 5 = > € 500.000 4 = > € 100.000 < € 500.000 3 = > € 50.000 < € 100.000 2 = > € 25.000 < € 50.000 1 = < € 25.000 0 = Geen geldgevolgen Door de kans en impact in klassen te verdelen wordt aan beide een score toebedeeld. Op basis van deze scores wordt een statistische berekening gemaakt van de benodigde weerstandscapaciteit. In de beleidsnota is bepaald dat alleen de risico’s met een score van 15 of hoger (score =kans*impact) worden gepresenteerd. Risico’s met een score lager dan 15 zijn onderaan in de tabel opgenomen onder ‘overige risico’s’. De onderstaande tabel bevat een overzicht van de risico’s die na toepassing van de beheersmaatregelen een financieel risico laten zien en waarvoor geen voorziening of reserve

51

voor is opgenomen. Alleen risico’s met een score van 15 of hoger worden apart genoemd in de tabel om focus te houden op de risico’s die substantieel van aard zijn.

De bedrijfsvoering risico’s, opgenomen onder de SED organisatie, zijn financieel door de verdeelsleutel (begroting 2025) bepaald en opgenomen onder het weerstandsvermogen van de gemeente Drechterland voor € 316.470 Voor de SED organisatie is onderstaand risico opgenomen : Datalekken en Cybercrime De beschikbare weerstandscapaciteit is € 13.139.000 en de benodigde weerstandscapaciteit is € 2.054.776 (= 90% * € 2.283.084). Het ratio weerstandsvermogen is 6,4. Om het weerstandsvermogen te beoordelen heeft het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de universiteit Twente een normtabel ontwikkeld. Ons weerstandsvermogen krijgt als waardering ‘uitstekend’.

Waardering A B C D E F

Ratio >2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 <0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

52

Financiële kengetallen en toelichting kengetallen Om de financiële positie van de gemeente inzichtelijker te maken schrijft het rijk een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen voor. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De opgenomen kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële wend- en weerbaarheid. De kengetallen moeten daarbij in samenhang en in onderlinge verhouding beoordeeld worden. Onderstaande tabel geeft de berekende kengetallen van Drechterland weer.

Begroting jaar 2025

Verloop van de kentallen

Kengetallen:

Versl. (t-2) Begr. (t-1) 2023 2024

Begr. 2025

mrj (t+1) 2026

mjr (t+2) mjr (t+3) 2027 2028

1. Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden

-5%

24%

49%

59%

70%

79%

b. met correctie doorgeleende gelden 2. Solvabiliteitsratio

-15% 54%

14% 53%

39% 43%

49% 39%

60% 34%

70% 29%

3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte

-1% 8%

2% -7%

7% 0%

1% -2%

-3% -2%

0% -4%

106%

104%

104%

105%

105%

106%

5. Belastingcapaciteit

Het ministerie van BZK heeft onderstaande signaleringswaarden opgesteld. Hierbij is A het minst risicovol, B gemiddeld en C het meest risicovol.

Specificering kengetal naar categorie 1.

Cat. A

Cat. B

Cat. C

a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130 %

> 130 %

Netto schuldquote:

b. met correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130 %

> 130 %

2. 3.

Solvabiliteitsratio Grondexploitatie

> 50% < 20%

20 - 50 % 20 - 35 %

< 20% > 35%

4. 5.

Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

> 0% < 95 %

0 95 - 105 %

<0% > 105 %

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Het kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden weer te geven als percentage van de totale baten. Hoe lager het percentage des te gunstiger en minder risicovol.

53

Toelichting percentages De netto schuldquote van een gemeente ligt meestal tussen de 0% en 90% (bron: ministerie van BZK). Bij een hogere netto schuldquote is de gemeenteschuld relatief hoog. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente zich in de gevarenzone. De genoemde percentages zijn grove vuistregels. Drechterland heeft begroot voor 2025 een netto schuldquote van 49%. Dit impliceert dat de gemeente een lage schuldenlast heeft. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Toelichting percentages De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor 2025 begroot op 39%. Drechterland zit onder de signaleringswaarde van categorie A. De solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.

Het gemiddelde voor alle gemeenten is circa 40% (bron: CBS). Hoe hoger dit percentage is, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Toelichting percentages De solvabiliteitsratio van Drechterland begroot voor 2025 ligt, met een percentage van 43%, nabij het gemiddelde van 50% en is dan ook goed te noemen. Kengetal grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat de grondexploitatie forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden is van belang, omdat deze moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant beoordeelt ieder jaar of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten en is een indicatie van het risico. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 35% of hoger wordt als zeer risicovol beschouwd (bron: ministerie van BZK). Hoe lager het percentage des te geringer het risico. Toelichting percentages Drechterland zit met haar kengetal op 7% in 2025 en dat houdt in een laag financieel risico.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Wanneer het percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

54

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Toelichting percentages Dit percentage is in Drechterland voor 2025 begroot op 0%. Het percentage loopt meerjarig verder af wat een verhoogd risico met zich mee brengt. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishoudens De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Een belastingcapaciteit van 100% is gelijk aan het landelijk gemiddelde. Een lage belastingcapaciteit houdt in dat de gemeente nog ruimte heeft om structurele baten te genereren. Toelichting percentages De gemeentelijke tarieven zijn begroot hoger dan de landelijke tarieven. Dit betekent dat de mogelijkheid om extra baten te genereren door de belastingen te verhogen beperkter zijn dan gemiddeld. Samenhang kengetallen De gemeente Drechterland heeft ten opzichte van de VNG-norm een lage schuldpositie.

Dit komt doordat Drechterland weinig leningen heeft. De solvabiliteitsratio is goed en blijft stabiel in de komende jaren Het weerstandsvermogen van de gemeente Drechterland is voldoende om financiële tegenvallers op te vangen. Op basis van de vijf kengetallen afgezet tegen de signaleringswaarden van BZK kan de conclusie getrokken worden dat er geen maatregelen genomen hoeven te worden, behalve om te komen tot een reëel en structureel begrotingsevenwicht

55

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente heeft het eigendom en het beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte is voor een ieder toegankelijk en speelt een belangrijke rol in het publieke leven. In de openbare ruimte zijn voorzieningen aanwezig zoals verhardingen, groen en civiele kunstwerken. Deze voorzieningen worden kapitaalgoederen genoemd. De kapitaalgoederen hebben een grote invloed op de leefbaarheid en belevingskwaliteit van de openbare ruimte. Ze zijn van groot belang voor de verschillende gebruikers: inwoners, ondernemers en bezoekers. De instandhouding van de kapitaalgoederen is een van de kerntaken van de gemeente. Deze paragraaf gaat over het in stand houden van de bestaande Kapitaalgoederen door het uitvoeren van (klein en groot) onderhoud. De kapitaalgoederen dragen bij aan het realiseren van doelstellingen van diverse programma’s uit de begroting en zijn terug te vinden in de programma's Ruimte en Samenleving.

Beleidsuitgangspunten Het onderhoud aan de kapitaalgoederen in de gemeente Drechterland vindt plaats op basis van nut en noodzaak. Veiligheid en functionaliteit zijn daarbij belangrijke aspecten. Algemene beleidskaders In de ’Kadernotitie beheer openbare ruimte’ (2011) en de uitwerking ervan in de rapportage ’Beheren op beeldkwaliteit’ (2012) zijn algemene kaders beschreven voor het beheer van de openbare ruimte (domeinen openbaar groen, verharding, straatmeubilair en reiniging). Als ambitie voor het beheer van deze domeinen is gekozen voor beeldkwaliteitsniveau B: Veilig en functioneel beheer. De openbare ruimte wordt degelijk en voldoende onderhouden; over het algemeen is het heel, veilig en redelijk schoon. De prijzen van bouwstoffen zijn de afgelopen jaren explosief gestegen. De kosten voor de fabricatie van bouwstoffen hebben een relatie met de olie en gasprijzen. Hiermee is de indexatie van de begroting niet voldoende toereikend om de indexatie conform de CBS voor de grond- weg- en waterbouw (12% gemiddeld per jaar) te dekken. Hierbij bestaat de kans dat werken niet kunnen worden uitgevoerd omdat de huidige middelen niet toereik Ook het onderhoud van rioleringen en gebouwen gebeurt aan de hand van beheerplannen (respectievelijk het PSWR (Programma Stedelijk Water en Riolering 2023-2024) en het MJOgebouwen.

Hierdoor zijn ook hiervan de onderhoudsmaatregelen meerjarig inzichtelijk.

Stand van zaken kapitaalgoederen Wegen Iedere twee jaar vindt er een weg inspectie plaats. De uitkomsten van de inspectie van 2023 worden verwerkt in een onderhoudsplanning voor de vijf opvolgende jaren. De planning voor 2025 zal in Q4 van 2024 bekend zijn en wordt de voorbereiding gestart. Binnen het wegenareaal zijn er achterstanden in het onderhoud. Deze worden de komende 4 jaar weggewerkt. Riolering Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) Er is sprake van achterstallig onderhoud met betrekking op de rioleringszorg en een goed beeld van de daadwerkelijke staat van het stelsel. Bij het vaststellen van het PSWR is gerekend op basis van de technische levensduur van het rioolstelsel. Maar in de praktijk kan dit zich anders voordoen en bestaat de kans dat de riolering langer stand houdt. Naast de 56

noodzakelijke vervangingen en verbetermaatregelen wordt er gestuurd op beleid en risicobeperking. Vanwege de achterstand is er gekozen om het PSWR voor een kortere periode vast te stellen dan gebruikelijk is. De looptijd van het huidige PSWR wordt gebruikt om een inhaalslag te maken om een duidelijk investeringsplan te formuleren voor het nieuwe PSWR dat medio Q3 2024 vastgesteld moet worden. Watergangen en beschoeiingen De gemeente Drechterland heeft het baggeren van de bermsloten/wegsloten uitbesteed aan HHNK (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) (2023-2029, cyclustijd 7 jaar). Daarnaast heeft de gemeente een meerjarig baggerplan (2024-2033, cyclustijd 10 jaar) op laten stellen voor de na de Overdracht Stedelijk Water nog te baggeren waterwegen, waarvoor de gemeente zelf verantwoordelijk voor is. De verwachting is dat het baggerplan in de eerste helft van 2025 kan worden voorgelegd aan de raad. Groen De afgelopen jaren is gebleken dat door het verlengen van het groeiseizoen de afgesproken beeldkwaliteit niet werd gehaald en feitelijk al op C niveau werd onderhouden. Het onderhoudsniveau van gazons en de onkruidbestrijding in beplanting wordt hiermee geconsolideerd. Dit zal op den duur leiden tot een achteruitgang van de technische kwaliteit van het openbaar groen.

In het kader van de klimaatambities zal meer aandacht geschonken moeten worden aan de vergroening van de buitenruimte. Vervangen en nieuwe aanplant van bomen zal meer aandacht en middelen vragen. Spelen De technische kwaliteit en daarmee de veiligheid van de speelvoorzieningen is op orde. Echter de functionaliteit en de speelwaarde laat op sommige locaties te wensen over. Gebouwen Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen: conditieniveau 3 (redelijk). We onderhouden en verduurzamen het gemeentelijk vastgoed. Het groot onderhoud gebouwen wordt uitgevoerd volgens het vastgestelde MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP). We starten met het onderzoek naar het verduurzamen van het gemeentelijke vastgoed. We werken effectief en transparant en maken werk met werk als het gaat om toegankelijkheid en duurzaamheid. Openbare verlichting Het areaal is voor een groot deel op orde en bestaat momenteel uit 5137 verlichtingsobjecten. Verouderde verlichtingsobjecten of onderdelen zijn in beeld en worden jaarlijks projectmatig en wijkgericht vervangen. Deze vervangingsmethode zorgt voor een tijdelijke afname van de verouderde verlichtingsobjecten of onderdelen, maar zal het niet helemaal wegnemen, omdat er jaarlijks te vervangen objecten bij komen. Circa zestig procent van de verlichtingsobjecten zijn voorzien van led lichtbronnen.

Om het veilig werken aan de elektrische installaties te waarborgen en de openbare verlichting te laten functioneren, worden voedingskasten en kabels planmatig vervangen. De vervangingen en onderhoud wordt in 2025 voortgezet. Bruggen Het areaal gemeentelijke bruggen is op orde. Ze zijn veilig en functioneel. De komende jaren zal worden ingezet op het vervangen van houten fiets/voetgangersbruggen door bruggen bestaande uit duurzamere materialen.

57

Verkeerskundig meubilair Het verkeerskundig meubilair bestaat uit verkeersborden en dragers, markeringen en overige zaken als komborden en schrikhekken. Jaarlijks wordt een deel van het areaal geïnspecteerd en gecontroleerd op juridische status (staan de juiste borden op de juiste plaats). Met deze aanpak worden alle verouderde borden en bijbehorende dragers vervangen. De vervangingen worden in 2025 voortgezet. Begraafplaatsen Het technisch beheer is op orde en voldoet aan het gestelde beeldkwaliteitsniveau.

Financiële consequenties Voor het klein onderhoud worden budgetten geraamd en voor het groot onderhoud zijn voorzieningen gevormd. Gebiedsuitbreiding of wijzigingen in de kwaliteit kunnen leiden tot stijging van de lasten. Onderstaande tabel laat zien welke middelen in 2025 gereserveerd zijn voor het klein- en groot onderhoud van de genoemde kapitaalgoederen.

Onderdeel

Omschrijving

Openbare verlichting

Dagelijks onderhoud

172

Speelterreinen

Dagelijks onderhoud

89

Waterwegen

Dagelijks onderhoud

186

Openbaar groen

Dagelijks onderhoud

1.235

Riolering

Dagelijks onderhoud

195

Wegen

Dagelijks onderhoud

525

Storting voorziening groot onderhoud Aanwending voorziening groot onderhoud

275 590

Dagelijks onderhoud

51

Storting voorziening groot onderhoud Aanwending voorziening groot onderhoud

32 31

Dagelijks onderhoud

34

Storting voorziening groot onderhoud Aanwending voorziening groot onderhoud

44 25

Dagelijks onderhoud

212

Storting voorziening groot onderhoud Aanwending voorziening groot onderhoud

179 304

Bruggen

Begraafplaatsen

Gebouwen

Begroting 2025

58

Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeheer van de gemeente. Het geeft ook inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Het wettelijk kader ligt besloten in: • de Gemeentewet, • de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen en • de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof). In de Gemeentewet staat dat de provincies het financieel toezicht op gemeenten uitvoeren. De taken van de toezichthouder op dit terrein vloeien voort uit de Wet fido. Het beleidskader binnen de gemeente is: • het Treasurystatuut 2017 en • het Leningen- en borgstellingenbeleid.

Financieringsfunctie De financieringsfunctie zorgt ervoor dat voldoende geld beschikbaar is, zodat aan alle financiële verplichtingen kan worden voldaan. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen en garanties en het beheersen van financiële risico’s. De Wet fido schrijft de decentrale overheden een aantal zaken voor op het gebied van financiering. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De belangrijkste verplichtingen die uit deze wet voortvloeien zijn: • het opstellen van een financieringsstatuut, • het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening, • het voldoen aan de kasgeldlimiet en • het voldoen aan de renterisiconorm. •

Financieringsbeleid Het aantrekken van geldleningen gebeurt overeenkomstig de kaders van het Treasurystatuut 2017. De financieringsportefeuille bestaat uit: • opgenomen langlopende leningen en • in beheer gekregen waarborgsommen Het beleid van de gemeente is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende schulden, omdat de rente op de kortlopende schulden in het algemeen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij is de gemeente gehouden aan de kasgeldlimiet. Die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld over drie maanden niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Overtollige middelen worden belegd bij de schatkist.

59

Opgenomen langlopende leningen en waarborgsommen Het onderstaande overzicht is een raming van het verloop van de vaste financiering. Naar verwachting is er eind 2025 langlopende financiering noodzakelijk. 2025

2026

2027

2028

Stand langlopende leningen per 1 januari

10.425

19.625

23.425

27.025

Nieuwe leningen

10.000

5.000

5.000

5.000

800

1.200

1.400

1.600

19.625

23.425

27.025

30.425

Reguliere aflossingen Verwachte stand 31 december

Uitgezette leningen De gemeente verstrekt langlopende leningen aan lokale– en regionale instellingen en verenigingen. De basis voor verstrekking is het Leningen- en borgstellingenbeleid. Het onderstaande overzicht is een raming van het verloop van de langlopende uitgezette leningen. 2025 Stand uitgezette leningen per 1 januari Nieuwe leningen Reguliere aflossingen

2026

2027

2028

5.616

5.477

5.338

5.199

-

-

-

-

139

139

139

139

Extra of vervroegde aflossingen

-

-

-

-

Verwachte stand 31 december

5.477

5.338

5.199

5.060

Indicatoren De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van de financieringsfunctie zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder staat hoe deze risico’s worden beheerst. Koersrisico De gemeente beschikt niet over aandelen van beursgenoteerde ondernemingen en loopt als zodanig geen risico’s. Wel neemt de gemeente deel in het aandelenvermogen van de BNG Bank, Alliander en HVC Groep. Het risico op waardeverlies van deze aandelen is zeer beperkt. Renterisico Het renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s die gepaard gaan met een in de toekomst hoger dan gewenst niveau van de rentelasten van het vreemd vermogen of lagere rentebaten. Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de kasgeldlimiet en de renterisiconorm ingesteld. Renterisiconorm De norm voor het renterisico stelt een grens aan financiering op lange termijn (looptijd van één jaar of langer). Het voorkomt dat de gemeente gelijktijdig teveel leningen gaat herfinancieren. 60

Het doel is om overmatige renterisico’s op de vaste schuld te vermijden. De norm wordt berekend door het begrotingstotaal te vermenigvuldigen met een door het Rijk vastgesteld percentage van 20%.

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

Renterisico 1.

Renteherzieningen

2.

Te betalen aflossingen

800

1.200

1.400

1.600

3.

renterisico (1+2)

800

1.200

1.400

1.600

57.582

56.385

58.996

60.521

Renterisiconorm 4a.

Omvang begroting 1 januari

4b.

Vastgesteld percentage

20%

20%

20%

20%

4.

Renterisiconorm (4a x 4b)

11.516

11.277

11.799

12.104

800

1.200

1.400

1.600

Renterisiconorm (4)

11.516

11.277

11.799

12.104

Ruimte (3-4)

-10.716

-10.077

-10.399

-10.504

Toets renterisconorm Renterisico op vaste schuld (3)

(4 > 3) Ruimte onder renterisiconorm (3 > 4) Overschrijding renterisiconorm

De bedragen aan langlopende leningen waar de gemeente de komende jaren een renterisico over loopt blijven de komende periode binnen de norm.

61

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is door het Rijk ingevoerd om risico’s te beperken bij het aantrekken van geld. De limiet bepaalt in hoeverre we tekorten op de bank mogen aanvullen met kortlopend geld. De limiet is 8,5% van het begrotingstotaal (totaal lasten). Bij het financieringsbeleid wordt rekening gehouden met deze limiet. 2025 Omschrijving 1.

2.

Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting per 1 januari

57.582

Percentage kasgeldlimiet

8,50%

Omvang kasgeldlimiet

4.894

Omvang vlottende schuld (gemiddeld 2025) Opgenomen gelden < 1 jaar

2.438

Schuld in rekening courant

0

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

0

Overige geldleningen (geen vaste schuld)

0 2.438

3.

Vlottende middelen (gemiddeld 2025) Contante gelden in kas

369

Tegoeden in rekening courant

0

Overige uitstaande gelden < 1 jaar

0 369

4.

5.

Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet

4.894

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

2.070

Ruimte (4-5)

2.825

Bij het financieringsbeleid wordt rekening gehouden met deze limiet. Kredietrisico Kredietrisico's bestaan uit het risico dat uitgeleend geld niet wordt terug ontvangen. De gemeente verstrekt in beginsel geen leningen uit hoofde van de publieke taak en anders worden zoveel mogelijk zekerheden opgenomen. Door invoering van het schatkistbankieren kunnen overtollige middelen alleen nog worden aangehouden in de schatkist van het Rijk. Schatkistbankieren De gemeente is verplicht om de overtollige middelen aan te houden bij het Rijk.

62

Rentetoerekening Rentekosten moeten aan de taakvelden worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Dit geeft inzicht in de kosten per taakveld en de toerekening gebeurt op een gelijke wijze. Het gehanteerde renteomslagpercentage bedraagt 0,268%. In onderstaand schema staat hoe de rentetoerekening plaats vindt.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

239

De externe rentebaten (idem)

100 -/Totaal door te rekenen externe rente

139

De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend

5 -/-

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

1 -/-

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

10 +/+

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

4

Rente over eigen vermogen

0 +/+

Rente over voorzieningen

0 +/+ Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury

143 139 -/4

63

Bedrijfsvoering In deze paragraaf komen de beleidsvoornemens op het gebied van bedrijfsvoering aan de orde. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma’s te realiseren. Het gaat hierbij om de bedrijfsprocessen van de drie gemeenten die zijn ondergebracht bij de SED organisatie. In de begroting 2025 van de SED organisatie is uitgebreid ingegaan op wat we in 2025 willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en hoeveel dat kost. In deze paragraaf staan de belangrijkste ontwikkelingen en focus voor het jaar 2025. Hiermee zal uiteindelijk de dienstverlening verbeteren, zullen we medewerkers kunnen binden, boeien en aantrekken en werken we bevlogen en rechtmatig. In deze paragraaf gaat het over de inrichting van de bedrijfsvoering. Inspanningen voor de verbetering van onze dienstverlening aan inwoners en bedrijven zijn beschreven in programma Bestuur en Dienstverlening.

Digitalisering als katalysator We erkennen de groeiende rol van digitalisering in onze hedendaagse samenleving. Wij streven ernaar digitalisering te omarmen als een stimulans voor groei en innovatie binnen onze organisatie. Dit betekent investeren in geavanceerde technologieën, het verbeteren van dataanalyse en het optimaliseren van onze processen om efficiënter en klantgerichter te opereren. In situaties van arbeidskrapte, zoals een tekort aan gekwalificeerd personeel of een stijgende vraag naar bepaalde diensten, kan digitalisering dienen als een katalysator voor oplossingen. Voor ondernemers en inwoners van onze 3 gemeenten streven wij naar een verhoogde digitale toegankelijkheid in 2025. Wij zetten onder andere in op het digitaal ontvangen van belastingaanslagen, online betalen van leges en vergunningen, synchronisatie van de WOZadministratie, modernisering van taxatieverslagen, het gebruik van robots om administratieve processen te vereenvoudigen en te versnellen, en het vergroten van de digitale toegankelijkheid van informatiebronnen zodat deze voor iedereen bereikbaar zijn.

Mens in ontwikkeling Met een terugtrekkende rijksoverheid die steeds meer verantwoordelijkheden bij gemeenten en lokale overheden legt, ondergaat het landschap van openbare dienstverlening en ambtenarij aanzienlijke veranderingen. In deze context is 'Mens in ontwikkeling' een strategische benadering om ervoor te zorgen dat medewerkers van de SED-organisatie goed zijn voorbereid op de nieuwe uitdagingen en verantwoordelijkheden. Om medewerkers aan ons te blijven binden, stellen we een visie op over leren en ontwikkelen zodat we invulling gaan geven aan een ‘leven lang leren’ waarbij we samenwerken met regiopartners waaronder de Westfriesland Academy. Vitaliteit, arbeidsomstandigheden en duurzame inzetbaarheid moeten er voor zorgen dat we kunnen blijven inspelen op de behoeften van onze medewerkers. De SED organisatie is aangesloten bij de cao gemeenten. De cao gemeenten is op 13 februari 2024 gepubliceerd en loopt tot 31 maart 2025. Omdat ten tijde van het opstellen van de begroting 2025 de cao 2025 niet bekend is, is voor de loonontwikkeling uitgegaan van de loonindexering op basis van de regionale richtlijn voor gemeenschappelijke regelingen NoordHolland Noord. Zodra de cao voor de rest van 2025 is verwerken we de effecten in de overige P&C-producten.

64

Inspelen op de veranderende opgave Het vermogen om in te spelen op veranderende opgaven is van groot belang in een dynamische en complexe wereld. Het stelt ons in staat om veerkrachtig te blijven en om ons aan te passen aan nieuwe uitdagingen en kansen. Dit vraagt om proactieve planning, communicatie en (persoonlijk) leiderschap om ervoor te zorgen dat we als organisatie wendbaar blijven en onze doelen blijven nastreven, zelfs in een steeds veranderende omgeving. De maatschappelijke opgaven worden steeds complexer. Dat vraagt ook van de SED medewerkers om een andere benadering en werkwijze. Veel opgaven beperken zich niet tot één afdeling of domein maar vragen om een integrale aanpak die zich niets aantrekt van onze organisatiestructuur. En het gaat verder dan onze eigen organisatie. Steeds meer opgaven vereisen een brede samenwerking met allerlei andere betrokkenen: met inwoners via participatie, met andere overheden (andere West-Friese gemeenten, provincie, waterschappen, gemeenschappelijke regelingen, met samenwerkingspartners uit bedrijfsleven en het maatschappelijk veld. Voorbeelden daarvan zijn het ontwikkelen van een nieuwe wijk, de energietransitie, de opvang van ontheemden, zorg en veiligheidsvraagstukken. Dit vraagt om andere competenties en een andere manier van sturing dan via de traditionele afdelingsgrenzen.

Dat betekent investeren in opleiden en trainen en het ontwikkelen van een visie op (persoonlijk) leiderschap. In combinatie met de pijler mens in ontwikkeling vormen, onder andere, deze veranderende competenties uitgangspunten voor de strategische personeelsontwikkeling (SPO). Hiermee krijgen we meer zicht op het aantrekken van nieuw talent en op welke wijze we dit doen. Invulling geven aan een gerichte arbeidsmarktcommunicatie ondersteunt hierin. Tevens krijgen we zicht op het talent dat we in huis hebben en waar we ons nog op kunnen ontwikkelen. Hiermee worden we een aantrekkelijke werkgever om voor te werken.

Betrouwbaarheid versterken Een belangrijk maatschappelijk thema waar we ons bewust van moeten zijn, is het afnemende vertrouwen van inwoners in de overheid. Betrouwbaarheid is de kern van ons succes. We zullen blijven werken aan het versterken van ons imago en het opbouwen van vertrouwen bij onze inwoners en stakeholders. Om onze betrouwbaarheid te vergroten, implementeren we een effectief risicobeheerbeleid dat risico's identificeert, beoordeelt en beheert. We delen actief relevante informatie met belanghebbenden en streven naar een transparant klimaat binnen onze gemeente, waarbij wetgeving zoals de Wet Open Overheid (WOO) ons ondersteunt. We evalueren en verbeteren onze planning & control cyclus, investeren in passende ICT-applicaties en ontwikkelen een datagerichte cultuur om onze essentiële processen te versterken.

65

Verbonden partijen Verbonden partijen stellen beleid op en/of voeren beleid uit dat de gemeente in principe ook in eigen beheer kan doen. De gemeente mandateert als het ware de verbonden partijen, maar houdt wel de eindverantwoordelijkheid voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Van belang is te controleren of de doelstellingen van de verbonden partijen nog steeds corresponderen met die van de gemeente en of de doelstellingen van de gemeente via de verbonden partijen zijn gerealiseerd. Een ander belang is het kostenbeslag en de financiële risico’s die de gemeente met verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen. Voor het adequaat invullen van de toezichthoudende rol door de gemeenteraad is het belangrijk dat de begroting en de jaarrekening inzicht geven in de verbonden partijen waarin de gemeente deelneemt, het belang dat de gemeente hierin heeft en de financiële positie van de verbonden partijen. In deze paragraaf wordt enkel gerapporteerd over de partijen waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Gekozen is voor de indeling: gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen.

Ontwikkelingen De gemeenschappelijke regeling Afvalbeheer Westfriesland (ABWF) is de voortzetting van de gemeenschappelijke regeling Centraal afvalverwijderingsbedrijf Westfriesland (CAW), waarbinnen tot 2020 het afvalbeleid binnen de regio West-Friesland werd uitgevoerd. Door de wijzigingen binnen de regeling hebben de gemeenten de, voorheen aan de CAW gedelegeerde, verordende- en beleidsbevoegdheden terug en zijn de aandelen overgedragen aan de individuele gemeenten. Nu kent de GR nog maar een klein aantal verantwoordelijkheden. Het ABWF heeft geen eigen huisvesting en geen eigen personeel. De ondersteuning is ondergebracht bij de SED organisatie.

66

Verbonden partijen In onderstaande tabel staan de verbonden partijen en, indien van toepassing, de gemeentelijke bijdrage. Drechterland rekening 2023

begroting 2024

begroting 2025

SED organisatie

12.501

13.009

13.978

SSC DeSom Westfries Archief Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking WestFriesland Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

1.019

971

1.134

181

194

213

69

70

68

1.254

1.320

1.450

Recreatieschap Westfriesland Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Hollands Noorden WerkSaam Westfriesland Afvalbeheer Westfriesland Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Archeologie Westfriese gemeenten

125

137

145

1.251

1.361

804

822

7

7

628

585

Gemeenschappelijke regelingen:

932 653 6 506 32

30

Deelnemingen:

HVC Groep BNG Bank Alliander NV

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

17.278

18.421

19.763

67

Gemeenschappelijke regelingen SED organisatie Gerelateerd aan programma: Bestuur en dienstverlening Vertegenwoordiging: Lid van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. Doel en openbaar belang: De SED organisatie werkt aan een prettige woon- werk- en leefomgeving. Zij staat voor goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers, en krachtige en deskundige ondersteuning aan de besturen van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Activiteiten en ontwikkelingen: We bouwen aan een stevige organisatie en zijn goed in contact met onze medewerkers. Daarbij zijn de volgende succesbepalende factoren opgesteld: 1. Focus op dienstverlening “Dienstverlening aan de inwoners, bedrijven, verenigingen en collega’s voldoet aan de overeengekomen kwaliteit” 2. Opgave integraal centraal stellen “Integrale aanpak van maatschappelijke opgaven” 3. Aantrekkelijk werkgeverschap “We zijn een aantrekkelijke werkgever voor huidige en nieuwe medewerkers” 4. SED in control “De interne processen zijn op orde zodat we in de toekomst goed kunnen (bij)sturen” 5. Balans tussen bevlogenheid, beheersing en bedoeling “Uitkomst en het evenwicht van de vorderingen die we maken op de vier succesbepalende factoren” In de kaderbrief 2025 SED hebben we de leidraad vastgesteld om langs de lijn van vier centrale pijlers onze inzet en acties te bepalen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14658111/2