CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B2.Toelichting BP Venhuizen Centrum-West (2024-37)

Gemeenteraad 25 november 2024, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West (2024-37)22.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

24

ding naar de Twijver, nu nog niet vanzelfsprekend. Er zijn nog geen plekken waar met een nieuwe paden op aan kan worden gesloten. Een potentieel punt om de gebieden te koppelen is de Sint Lucasstraat. Via deze straat is een koppeling voor voetgangers en fietsers tussen het toekomstige woongebied en de winkels, buurthuis, kerk en horeca voorstelbaar. Momenteel wordt de westzijde van de Sint Lucasstraat afgesloten door de Jozefschool met schoolpleinen en een trapveld. Hier zijn twee scenario's denkbaar die de bereikbaarheid van de voorzieningen mogelijk maakt. Ten eerste kan de school, vanwege behoefte om uit te breiden (en dit zal toenemen met de nieuwe inwoners), uitkijken naar een andere locatie waarmee er ruimte voor een doorsteek ontstaat. Een ander scenario is dat de school blijft maar er met een herschikking van buitenruimtes een mogelijkheid ontstaat voor (langzaam) verkeer om van oost naar west te bewegen. De plannen hiervoor dienen nog te worden uitgewerkt. Hiervoor is overleg noodzakelijk met de betrokken grondeigenaren rond het plangebied. Omdat die gesprekken nog niet zijn afgerond, maakt de verbinding tussen de nieuwe woonwijk en de dorpskern geen onderdeel uit van onderhavig bestemmingsplan. Afbeelding 8: Toekomstige situatie: indicatieve proefverkaveling.

3.3.2. Bebouwingsstructuur In de proefverkaveling die voor het plangebied gemaakt is, is de bestaande landschappelijke structuur met sloten min of meer haaks op de linten aan de noord- en zuidzijde van het plangebied, als structurerend element voor de verkaveling van de nieuwe woonwijk gebruikt. Om die noord-zuid structuur ruimtelijk te versterken worden de waterlopen in het openbaar gebied be-

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

25

geleid door boomstructuren. Ten slotte benadrukt de verkeersstructuur het orthogonale karakter van de polder. De linten in dit deel van West-Friesland zijn kenmerkend in opzet met hoofdbebouwing en nevengebouwen, kavelbeplanting en doorzichten naar achtergelegen gebieden. Hieraan wordt gerefereerd door de lintbebouwing langs de Westerkerkweg met (half)vrijstaande woningen aan te vullen. Achter het lint is binnen het stramien van noord-zuidlopende wegen, waterlopen en bomenrijen ook ruimte voor andere woningtypologieën. De westrand van het plangebied krijgt een relatief groene invulling. Zodoende ontstaat een geleidelijke overgang naar het agrarische gebied. Die groene overgang bestaat zowel uit tuinen van de woning langs die westelijke rand, als uit openbare plekken, zodat niet alleen de bewoners van die woningen, maar alle bewoners hiervan kunnen profiteren. Op een aantal van die plekken wordt de watergang ook verbreed. In de zuidoosthoek van het plangebied, nabij de voorzieningen is de bebouwingsdichtheid het hoogst. Hier kunnen ook gestapelde woningen in maximaal 4 bouwlagen worden gebouwd. Dit worden woningen die niet alleen geschikt zijn voor senioren, maar ook voor jongeren. De bebouwing zal aansluiten bij de dorpskarakteristiek. Eengezinswoningen bestaan uit maximaal twee bouwlagen met een kap.

Door de diversiteit in kaprichtingen, oriëntatie van woningen, verspringingen in voorgevelrooilijnen krijgt de bebouwing een dorps karakter. In het beeldkwaliteitplan zal dit, door het kleur- en materiaalgebruik en de architectuur, verder worden versterkt. 3.3.3. Verkeer en parkeren Het plangebied zal voor autoverkeer worden ontsloten via de Hemmerbuurt en de Westerkerkweg. Er is een verkeerskundig onderzoek1 uitgevoerd om te bepalen hoeveel verkeer er wordt gegenereerd door de realisatie van de nieuwbouwwijk Venhuizen Centrum-West en wat de gevolgen zijn voor de doorstroming op het omliggende wegennet. De verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling bedraagt circa 1.800 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Een vertaling naar de spitsperiode leidt tot circa 150 mvt/uur in het drukste ochtendspitsuur en 169 mvt/uur in het drukste avondspitsuur. Indien een deel van het verkeer van/naar bestaande functies wordt afgewikkeld via de aansluiting van de toekomstige woningen zullen de verkeersintensiteiten in de spitsperioden hoger zijn. Uit het onderzoek blijkt dat het omliggende wegennet voldoende capaciteit heeft om deze verkeerstoename te verwerken.

1

Goudappel, Verkeersonderzoek Ontwikkeling Venhuizen Centrum West, 014274.20230523.R1.03, Deventer, 22 juni 2023

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

26

Het primaat bij de inrichting van het verkeersysteem ligt bij de kwetsbare groepen: wandelaars en fietsers. De inrichting is gericht op een veilige en aantrekkelijke openbare ruimte (30kilometer/uur zone). Voor autoverkeer wordt het verkeerssysteem van de nieuwe woonwijk aangesloten op de bestaande wegen in het dorp. De woonwijk op wordt één plek ontsloten via de Hemmerbuurt. Aan de zuidkant van de woonwijk, achter de Hemmerbuurt, vertakt die ontsluiting zich naar twee aansluitingen op de Westerkerkweg. Ook het langzaam verkeer kan van deze wegen gebruik maken. Deze doorgaande weg krijgt een rijloper in twee richtingen en minimaal één vrijliggend wandelpad en groen. Op enkele plekken kunnen langsparkeervakken worden vrijgehouden, het is echter de wens om zo min mogelijk parkeren langs de hoofdroutes aan te leggen. De belangrijkste functie van deze weg is de ontsluiting van het nieuwe woongebied. Daarnaast kan deze weg bijdragen aan het verminderen van de verkeersdruk op de Twijver. Overeenkomstig de Dorpsvisie 2017 kan bij de kerk te zijner tijd een autoluw dorpsplein worden ingericht en kan de verkeersveiligheid op de Twijver worden bevorderd. Voor het autoverkeer is het niet mogelijk om vanuit het ontwikkelgebied direct naar de Twijver te rijden. Nader onderzoek zal uitwijzen of een directe auto ontsluiting op de parkeerplaats van de supermarkt mogelijk is.

Ook wordt onderzocht hoe de nieuwe woonwijk nabij de Jozefschool optimaal verbonden kan worden met omliggende wegen en paden zodat het bestaande dorp en de nieuwe uitleg naadloos met elkaar worden verweven. Bewoners en bezoekers moeten zich eenvoudig door het dorp kunnen bewegen en de aanwezige voorzieningen zijn daarbij optimaal bereikbaar. Het gaat daarbij niet alleen om de winkels en het dorpshuis, maar ook om opstappunten voor het openbaar vervoer. De bereikbaarheid van de voorzieningen zal voor wandelaars en fietsers optimaal en aantrekkelijk worden vormgegeven. Met de auto zal af en toe iets om moeten worden gereden. Dat heeft met name te maken met de gemeentelijke ambitie om nabij de kerk (kruising de Twijver, Tuinstraat, Westeinde) te zijner tijd een autoluw dorpsplein vorm te geven. Door Venhuizen loopt via Westeinde en de Twijver een route van het provinciale wandelnetwerk. Door de aanleg van de Ommetjesroute door het plangebied wordt dit netwerk uitgebreid en aangetakt op wandelroutes door het gebied. Het parkeren wordt primair op eigen terrein opgelost. Parkeerplaatsen in het openbaar gebied worden door middel van groene omzooming uit het zicht van de doorgaande routes geplaatst. De te hanteren parkeernormen in het plangebied uit het verkeersonderszoek (Goudappel, 1 juni 2023) zijn gebaseerd op de gemiddelde CROW-kengetallen.

Het plan dient minimaal aan deze normen te voldoen. De parkeernormen verschillen per woningtypologie.

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

27

Afbeelding 9: Parkeernormering.

Afbeelding 10: Schema berekeningsaantal parkeerplaatsen. Parkeervoorziening Enkele oprit zonder garage Lange oprit zonder garage of carport Dubbele oprit zonder garage of carport Garage zonder oprit Garagebox (niet bij woning) Garage met enkele oprit Garage met lange oprit Garage met dubbele oprit

Berekeningsaantal 1 (oprit minimaal 5,00 diep en 2,50 breed) 1 (oprit minimaal 10,00 diep en 2,50 breed) 2 (auto's moeten onafhankelijk van elkaar van het terrein af kunnen) 0 (garage minimaal 5,00 diep en 2,50 breed) 0 (garage minimaal 5,00 diep en 2,50 breed) 1 (oprit minimaal 5,00 diep en 2,50 breed) 1 (oprit minimaal 10,00 diep en 2,50 breed) 2 (oprit minimaal 5,00 breed)

Afbeelding 11: Te hanteren aanwezigheidspercentages conform CROW-publicatie 381.

Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt uitsluitend voor het openbaar gebied gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages. Parkeerplaatsen op een eigen oprit zijn uitsluitend te gebruiken door de bewoners van de bijbehorende woning en zijn niet vrij beschikbaar voor bezoekers van andere omwonenden. Voor het openbaar gebied geldt wel dat bij meerdere functies er namelijk sprake kan zijn van een verschillend patroon van tijden waarop bewoners en bezoekers aanwezig zijn. Bewoners en bezoekers zijn als van elkaar te onderscheiden functies aangemerkt conform de CROW. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld 's nachts groot, terwijl er dan geen bezoek is. Op zaterdagavond is er het meeste bezoek, terwijl dan een deel van de bewoners niet thuis is. Dit biedt mogelijkheden om op dat moment het bezoek deze ruimte te laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden. De aanwezigheidspercentages zijn ontleend aan de CROW-publicatie 381. De parkeereis wordt in dergelijke gevallen gebaseerd op de berekende parkeerbehoefte van verschillende functies op het geldende maatgevende (drukste) moment zoals deze gedurende een dagdeel in de week optreedt. Voor het berekenen van het benodigd aantal parkeerplaatsen is de behoefte aan parkeerplaatsen zonder dubbelgebruik berekend.

Daarop is het aantal op eigen erf te realiseren parkeerplaatsen overeenkomstig afbeelding 9 in mindering gebracht en resteert het benodigd aantal parkeerplaatsen in het openbaar gebied zonder dubbelgebruik. Omdat uit het onderzoek blijkt

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

28

dat werkdagavond maatgevend is, mag voor het benodigde aantal parkeerplaatsen worden uitgegaan van een factor van 90% voor bewoners en 80% voor bezoekers. 3.3.4. Groen- en water Het landschappelijk raamwerk zorgt ervoor dat in de toekomst groen en water nabij de woningen ligt. Dit zal een bijdrage leveren aan een gezonde leefomgeving. De openbare ruimte krijgt daarom een groen karakter. Dit wordt gerealiseerd door middel van minimaal verharden, natuurlijke oevers, plantvakken, bomen, grasperkjes en dergelijke. Deze groene buitenruimte is van belang voor het voortbestaan van de huidige flora en fauna. Ook in het openbaar groen is het nodig ruimte te bieden voor het versterken van de biodiversiteit. Met soortkeuze en beheermethoden wordt bijdragen aan het versterken van de insectenpopulaties van bijvoorbeeld bijen, libellen en vlinders, want deze insecten zijn belangrijke indicatoren voor de kwaliteit van het gehele ecosysteem. Nabijheid van speelruimte en groen kan kinderen stimuleren naar buiten te gaan om te spelen en te sporten. Daarom wordt 3% van de beschikbare openbare ruimte gereserveerd worden voor een formele speelruimte. De inrichting van de speelplekken wordt onder meer in samenspraak met de toekomstige bewoners uitgewerkt. De openbare ruimte zal een bijdrage aan de sociale cohesie in de buurt leveren. Water kan een dubbelfunctie krijgen.

Naast de opvang en afvoer van regenwater kan het ook worden gebruikt voor bootje varen en vissen. Voor de uitwerking van het groenontwerp zullen het Omgevingsplan Bomen, de Beheerparagraaf biodiversiteit en het Uitvoeringsplan Speelruimte worden toegepast. Met de opzet van het groenontwerp wordt optimaal gezocht naar koppelingen in de directe omgeving. Een concreet voorbeeld is het koppelen met de Vliegende Faam en de Ommetjesroute. Belangrijkste eisen uit Omgevingsplan Bomen: ▪ Handboek bomen van Norminstituut bomen is van toepassing voor zowel ontwerp als voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden; ▪ kroonbedekking van 30% van de openbare buitenruimte; ▪ 10% van de bomen krijgt een ambitieleeftijd van 80 jaar (vereist voldoende ondergrondse en bovengrondse ruimte); ▪ zorg voor voldoende (bio)diversiteit in beplanting; ▪ boomeffectrapportage voor eventueel aanwezige bomen; ▪ een goede groeiplaats voldoet aan voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte, voldoende voedingsstoffen en is niet te nat of te droog. Groeiplaatsen worden ingericht conform de normen van Handboek Bomen, waarbij de boom zijn ambitieleeftijd met gemak in goede conditie kan bereiken; ▪ afstand van de boom tot de woning moet minimaal 1,5x de straal van de kroon zijn; ▪ onderlinge afstand tussen bomen in woonstraten is minimaal 3x de straal van de kronen.

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

29

In het landschappelijk raamwerk (water-groenstructuur) wordt expliciet ruimte voor wateropvang, geleidelijke waterafvoer en verkoeling opgenomen. Naast de bijdrage aan het verminderen van hittestress en wateroverlast zal dit ook een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit leveren. Het nieuwe water wordt een doorgaand watersysteem. Dit bevordert de waterkwaliteit en maakt het onderhoud vanaf het water mogelijk. Water langs oevers wordt conform de keur van HHNK ingericht met een minimale breedte van 6 meter en een keermogelijkheid voor een maaiboot, van 8 meter. Openbare oevers en oevers langs particuliere kavels worden onder een hellingshoek van 1:2 aangelegd. Daar waar het plangebied grenst aan bestaande particuliere achtertuinen, zijn hoge beschoeiingen mogelijk. Het robuuste en duurzame watersysteem draagt bij aan een duurzame leefomgeving. De ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor het (bestaande) watersysteem. Er mag geen verslechtering van de huidige situatie plaatsvinden en er moet rekening worden gehouden met de toekomst. Een concreet uitgangspunt is het voorkomen van hoge beschoeiingen langs de waterzijde. Uit een watersysteemanalyse is gebleken dat bij een flinke regenbui er in de huidige situatie, door de slecht waterdoorlatende laag van circa 3 meter klei, binnen het plangebied regenwater op het maaiveld blijft staan.

Het terrein heeft daardoor in de huidige situatie een waterbergende functie. Om achteruitgang in het watersysteem te voorkomen dient hiermee in de planontwikkeling rekening te worden gehouden. Daarnaast dient gedempt water 1-op-1 gecompenseerd te worden en geldt er een compensatie-eis voor een toename van verhard oppervlak. De daadwerkelijke omvang van het oppervlaktewater is maatwerk. Dit is mede afhankelijk van de inrichting en (technische) voorzieningen (opvangen, vasthouden, vertraagd afvoeren) zowel op de kavels als in de openbare ruimte. De huidige waterkwaliteit in het plangebied is niet zo goed, hieraan is met de nieuwe ontwikkeling weinig aan te doen. Uitgangspunt is dat de waterkwaliteit niet mag verslechteren en waar mogelijk kan verbeteren. Bij de planontwikkeling dient aandacht te zijn op het voorkomen van doodlopende sloten. Daarom is een watersysteem ontworpen waarbij het water in de nieuwe situatie binnen het plangebied kan rondstromen.

3.4.

Beeldkwaliteit Er zal een beeldkwaliteitplan worden vervaardigd. Dit beeldkwaliteitplan zal voor het gehele plan een duidelijk beeld scheppen van de relatie tussen de nieuwe ontwikkeling en het bestaande dorp, de gehele identiteit van het plan, de sferen die daarbinnen mogelijk zijn en de architectuurstijlen die daarbij passen. In het beeldkwaliteitplan zullen in ieder geval de eerdergenoemde proefverkaveling en de bebouwingskenmerken worden toegelicht. Daarnaast bevat het beeldkwaliteitplan richtlijnen voor de openbare ruimte. Bij de materialisatie van de openbare ruimte wordt uitgegaan van elementenverharding en verlichtingsarmaturen die aansluiten bij het

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

30

karakter van het dorp. Het beeldkwaliteitplan zal als onderdeel van de Welstandsnota worden vastgesteld.

3.5.

Duurzaamheid - Klimaatadaptatie De gemeente Drechterland ambieert om samen met de Westfriese gemeentes in 2040 energieen klimaatneutraal en aardgasvrij te zijn en in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om investeringen, ruimtelijke ingrepen, en draagvlak en eigenaarschap onder inwoners en ondernemers (Uit het pact van WF). De gemeente Drechterland hanteert daarbij als uitgangspunt dat de ontwikkelaar bij nieuwbouwplannen de mogelijkheden verkent om verdergaande duurzaamheidsambities te realiseren dan wettelijk vereist. In dat kader wordt bij de totstandkoming van nieuwbouwplannen (door de ontwikkelaars) een duurzaamheidsadvies opgesteld waarin een inventarisatie wordt gedaan naar de meest geschikte duurzame energievoorzieningen voor het gebied. Collectieve energievoorzieningen genieten hierbij de voorkeur van de gemeente. Er wordt onderzoek uitgevoerd in hoeverre in het onderhavige plangebied die collectieve energievoorzieningen technisch realiseerbaar en financieel-economisch haalbaar zijn. Ook wordt in het advies gekeken welke duurzaamheidsthema's meer aandacht verdienen in de verdere ontwikkeling. In het plangebied worden openbare laadpalen geplaatst. Hoeveelheid en exacte positie wordt in de uitwerkingsfase, na overleg tussen de gemeente en de initiatiefnemers, vastgelegd.

Om hierop voor te sorteren moet er voldoende ruimte worden gereserveerd voor de benodigde kabels. In het gebied wordt uitgegaan van een minimale verharding als bijdrage aan optimale mogelijkheden voor wateropvang, -afvoer, verdamping en vergroening.

3.6.

Programmatische beschrijving van het plan In het plangebied worden in totaal ongeveer 200-250 woningen gebouwd, waarbij het Woonprogramma 2021-2025 (zie paragraaf 2.4.2) als uitgangspunt is gehanteerd. De bouw van nieuwe woningen zal zodoende aansluiten op de vraag vanuit de markt. Er wordt uitgegaan van een gedifferentieerd plan met verschillende woningtypen in verschillende prijsklassen. Om een gevarieerde opbouw van de wijk te kunnen realiseren, wordt door de ontwikkelaar per fase aanvullend onderzocht welke vraag er vanuit de verschillende doelgroepen actueel aanwezig is. Daar zal het programma en de woningen op worden afgestemd. Het uitgangspunt is minimaal 25% sociale huur te realiseren. De wens is om meer betaalbare koop te realiseren. Dit kan worden ingepast door verschuivingen in onderstaande streefpercentages: ▪ middeldure huur 10% (prijspeil 2023: € 808,06 - € 1.000); ▪ betaalbare koop 10% tot 0,85* NHG (€ 344.250, prijspeil 2023) ▪ middeldure koop 20% tot 1,2* NHG grens (€ 486.000, prijspeil 2023); ▪ dure koop 35% vanaf 1,2* NHG grens (486.000, prijspeil 2023).

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

31

Deze bedragen zijn gebaseerd op NHG peil 2023: € 405.000. Het realiseren van meer betaalbare koopwoningen lijkt ruimtelijk en financieel haalbaar lijkt, mits het aantal te realiseren woningen wordt verhoogd (circa 10%). In de uitwerking van de plannen wordt hier door ontwikkelaars, in overleg met de gemeente nader invulling aan gegeven. Het bestemmingsplan biedt ruimte om in overleg met de gemeente het maximaal aantal te realiseren woningen te verhogen van 250 naar maximaal 280 woningen. Senioren zijn samen met starters benoemd als belangrijkste doelgroep voor het project Venhuizen Centrum West. De gemeente wil gezien de demografische ontwikkelingen en het beleid ten aanzien van het langer zelfstandig thuis blijven wonen inzetten op passende woonvormen voor senioren en woonzorgconcepten. De ligging van de nieuw te bouwen wijk Venhuizen Centrum West ten opzichte van de bestaande voorzieningen geeft hier kansen voor. De initiatiefnemers gaan in gesprek met stakeholders (inwoners, senioren: 65 jaar en ouder uit Venhuizen en omgeving, zorgaanbieders, woningcorporaties) welzijnsorganisaties en bijvoorbeeld (para)medici. Hiermee krijgen de stakeholders invloed op het woon(zorg)programma en invulling van de openbare ruimte van de nieuwe wijk.

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

32

4.

Randvoorwaarden

4.1.

Waterhuishouding

4.1.1. Inleiding Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder. 4.1.2.

Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor onderhavige ontwikkeling relevante nota's. Europa - Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk - Nationaal Waterprogramma 2022-2027 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op 18 maart 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan.

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

33

Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Klimaatverandering, milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier - Algemeen Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). HHNK heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van HHNK opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer.

Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier - Keur Als er werkzaamheden in, op, onder of naast oppervlaktewater en waterkeringen (dijken) worden uitgevoerd, is er een watervergunning nodig. Door het stellen van regels wordt wateroverlast en watervervuiling voorkomen. In de Keur staan de regels die het HHNK hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Samen met de Waterwet, nationale en Europese wetgeving en beleidsregels van HHNK vormt dit de basis voor de watervergunning. De regels in de Keur zijn onderverdeeld in: ▪ gebodsbepalingen, waarin staat wie welk onderhoud aan waterstaatswerken, zoals sloten of dijken, moet uitvoeren. Bijvoorbeeld sloten schoonhouden of walkanten onderhouden; ▪ verbodsbepalingen, die moeten voorkomen dat iedereen wijzigingen aanbrengt in de waterstaatswerken, waardoor ze niet (goed) meer functioneren.

Zo is het verboden om zonder toestemming een steiger aan te leggen; ▪ gedoogplichten, die beschrijven dat eigenaren van land met of in de buurt van een waterstaatswerk HHNK medewerkers en machines moeten toelaten voor onderhoudswerkzaamheden. Soms zijn landeigenaren ook verplicht om tijdelijk water op hun land te bergen.

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

34

4.1.3. Watertoets Algemeen Ten behoeve van de planontwikkeling is een waterstructuurplan2 vervaardigd. Dit plan is gebruikt als onderlegger voor deze watertoets. Grondwater Het deel van het plangebied dat in agrarisch gebruik is ligt gemiddeld op ongeveer 1,15 m -NAP. De Westerkerkweg ligt aan de westkant op circa 0,75 m -NAP en aan de oostkant op 0,95 m -NAP. Ter hoogte van de aansluiting van het plangebied op de Hemmerbuurt, ligt het maaiveld op circa 0,60 m -NAP. Op basis van de uitgevoerde grondwatermonitoring om een gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) van 2,10 m -NAP te hanteren en een gemiddelde laagste grondwaterstand van 2,40 m -NAP. De grondwaterfluctuatie bedraagt in dit geval 0,30 m. Oppervlaktewater In of aan de randen van het plangebied liggen verschillende watergangen. Het overgrote deel van de plangebieden voert water af naar de watergang aan de noordzijde van het plangebied, parallel aan de Westerkerkweg. Ten westen van de Jozefschool ligt een watergang die via een duiker Ø 600 mm afvoert naar de zuidzijde van het Westeinde. Straat- en vloerpeilen Voor het bepalen van de straat- en vloerpeilen zijn de volgende eisen uit de LIOR van de SED organisatie van toepassing: ▪ een ontwateringsdiepte voor de wegen van minimaal 0,70 meter; ▪ een ontwateringsdiepte voor woningen met kruipruimte van 1,10 meter; ▪ een drooglegging van minimaal 1,40 m en maximaal 1,60 m.

Indien bij drains de uitmonding van de drain onder water plaatsvindt, kan worden volstaan met een drooglegging van 1,20 meter. De ontwateringsdiepte is het verschil tussen het maaiveld en het grondwater. De drooglegging is het verschil tussen het maaiveld en het peil in het waterlichaam. Het overgrote deel van het plangebied ligt in een peilgebied met een vast peil van 2,10 m -NAP jaarrond. De grondwaterstanden worden beïnvloed door het peil in de waterlichamen. De neerslag die op maaiveld valt, infiltreert slecht. Geadviseerd wordt om een GHG van 2,10 m -NAP te hanteren. Omdat de GHG en het oppervlaktewaterpeil gelijk zijn aan elkaar is de minimale drooglegging volgens de gemeente 1,20 meter bij de aanleg van drainage doorslaggevend. Indien er geen drainage wordt toegepast geldt een minimale drooglegging van 1,40 meter. Omdat het plangebied in dat geval verder opgehoogd dient te worden en de bodemopbouw bestaat

2

Roelofs Groep B.V., Waterstructuurplan Venhuizen Centrum-West, R01-D03-21070223-lwf Definitief/03, Den Ham, 26 september 2023

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

35

uit slecht waterdoorlatende lagen, wordt geadviseerd om op deze locatie drainage toe te passen. Bij een drooglegging van 1,20 m bedraagt het straatpeil minimaal 0,90 m -NAP. Dat betekent dat ter plaatse van de wegen, het plangebied 0,20 tot 0,30 meter opgehoogd moet worden. Geadviseerd wordt om de vloerpeilen minimaal 0,20 meter (minimale eis MRA) boven de straatpeilen (as weg) aan te leggen op 0,70 m -NAP. Het afwerkniveau van de kruipruimte ligt in dat geval op 1,70 m -NAP. Hiermee wordt voldaan aan de richtlijnen die gesteld zijn met betrekking tot drooglegging. Kavels die grenzen aan oppervlaktewater lozen het regenwater rechtstreeks in de watergang en sluiten niet aan op het riool. Wegen langs oppervlaktewater worden op één oor gelegd richting de berm, zodat regenwater via de berm naar het oppervlaktewater kan stromen. Geadviseerd wordt om in het wegcunet drainage-transport-riolen (DIT-riolen) aan te leggen die een drainerende functie hebben. Deze DIT-riolen liggen volledig onder het streefpeil in de watergangen en de GHG. De DIT-riolen voeren af naar het dichtstbijzijnde oppervlaktewater met een streefpeil van 2,10 m -NAP. Tijdens de civieltechnische uitwerking van het plan dienen de maatvoering en de diepteligging van deze DIT-riolen bepaald te worden.

Geadviseerd wordt om op de kavelgrens een erfscheidingsput te plaatsen waar het hemelwater en eventueel de drainage afkomstig van de kavel op aangesloten kunnen worden. Indien de ontwikkelaar ervoor kiest om geen drainage toe te passen op de kavel dan biedt de erfscheidingsput in ieder geval de mogelijkheid om dit in de toekomst alsnog te kunnen doen. Indien ervoor gekozen wordt om geen DIT-riolen (of drainage) toe te passen, dient het straatpeil conform de uitgangspunten op minimaal 0,70 m -NAP te liggen. De vloerpeilen liggen hier minimaal 0,20 meter boven op 0,50 m -NAP. Compensatie Er geldt beleid van HHNK om watercompensatie te realiseren bij toename verharding. In de huidige situatie is er sprake van 0,69 hectare verhard oppervlak. HHNK heeft aangeven dat 17,6% van de verhardingstoename dient te worden gecompenseerd. Op basis van de eerdergenoemde proefverkaveling neemt het verhard oppervlak in de toekomstige situatie met 4,79 hectare toe. Op basis van deze verhardingstoename van 4,79 hectare bedraagt de compensatie 8.406 m² (17,6%). Daarnaast dienen te dempen watergangen voor 100% gecompenseerd te worden door de aanleg van oppervlaktewater. Ten westen van de Jozefschool wordt een deel van de watergang met een oppervlak van 286 m² op waterpeil gedempt. Er is in dit geval dus sprake van een compensatie van 8.692 m² over het totale plangebied.

In het Waterstructuurplan is op basis van de proefverkaveling bepaald hoeveel extra wateroppervlak en hoeveel waterberging gerealiseerd kan worden Hieruit blijkt dat de berekende compensatie ruimschoots gehaald kan worden binnen het plangebied, namelijk 8.800 m² extra op-

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

36

pervlaktewater en 13.500 m³ waterberging. Hierbij wordt opgemerkt dat de waterberging ook al zonder berging in groen en op de rijbaan gehaald wordt. Oppervlaktewater Het nieuw te graven water, voor zowel de demping als de verhardingstoename, moet aan de volgende randvoorwaarden van HHNK voldoen bij varend onderhoud: ▪ de watergangen worden tenminste zes meter breed op de waterlijn. Ook bestaande, te handhaven watergangen binnen of langs het plangebied krijgen een breedte van ten minst zes meter op de waterlijn; ▪ de watergangen krijgen een waterdiepte van tenminste één meter; ▪ bruggen of dammen met duikers krijgen tenminste 1,10 meter doorvaarthoogte, 0,9 meter waterdiepte en hebben een doorvaartbreedte van 2,5 meter; ▪ bij scherpe bochten van watergangen moeten deze draaicirkels krijgen van ten minste acht meter; ▪ per doorvaarbaar tracé moet tenminste één maaiboottewaterlaatplaats worden gerealiseerd. Ter plaatse van maaiboottewaterlaatplaatsen moet de watergang ten minste acht meter breed zijn; ▪ om de +/- 200 meter zal een laad-/losplaats voor uitkomend slootvuil en maaisel gerealiseerd moeten worden; ▪ er worden geen doodlopende watergangen gegraven of gehandhaafd; ▪ watergangen worden waar mogelijk natuurvriendelijk ingericht, in samenspraak met het hoogheemraadschap.

Daarnaast zijn in het Waterstructuurplan richtlijnen voor het onderhoud van oppervlaktewater met een kraan en voor maaiboottewaterlaatplaats opgenomen. Het onderhoud van de watergangen gebeurt bij voorkeur door middel van een maaiboot. Daar waar het niet mogelijk is om een tewaterlaatplaats voor de maaiboot te realiseren, zal het onderhoud vanaf de kant plaatsvinden. In dat geval dient er een onderhoudspad aangelegd te worden aan één of beide kanten van de watergang. Onderhoud vanaf de kant zal waarschijnlijk nodig zijn aan de noordoostkant van het plangebied, waar een watergang ligt die afvoert richting de Westerkerkweg 99. De watergang aan de zuidkant die west-oost georiënteerd is en binnen het peilgebied met een streefpeil van 1,95 m -NAP ligt, zal ook onderhouden moeten worden vanaf de kant. Afvalwater In het plangebied wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Voor de ontwikkeling van het plangebied en een eventuele uitbreiding op dit plan is het uitgangspunt dat de afvoer van het vuilwatersysteem via een persleiding rechtstreeks op het gemaal van HHNK ter hoogte van de Markerwaardweg 73-87 plaatsvindt.

Klimaatmaatregelen Naast het waterrobuust ontwerpen van hemelwatersystemen, van waterberging, het zorgen voor voldoende drooglegging en ontwatering en het zorgen voor voldoende hoogteverschil tussen het straatpeil en het vloerpeil van de woningen kunnen nog verdergaande klimaatmaatregelen worden genomen voor het verkleinen van de kans op wateroverlast, het vasthouden van

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

37

hemelwater in het gebied en het tegengaan van hittestress. De kans op hittestress kan verminderd worden door het toepassen van de volgende ontwerprichtlijnen: ▪ afstand tot koelte (m); ▪ beschaduwing loopgebied (%); ▪ groen per wijk (%). Bomen zorgen voor schaduw en zorgen aantoonbaar voor verkoeling. Groen- en grasvakken resulteren in minder verharding en daardoor in meer verdamping. Dit resulteert lokaal in een verlaging van de gevoelstemperatuur. Daarnaast kunnen verkoelende principes zoals ventilatie (oriëntering van panden) en reflectie (materieelkeuze) gehanteerd worden. Het Waterstructuurplan bevat een aantal voorstellen met betrekking tot waterberging waardoor de kans op wateroverlast wordt verkleind. Er worden suggesties gedaan voor de aanleg van waterweides, het tijdelijk bergen van water op straat, het inrichten van plantvakken als raingarden en de aanleg van wadi's. Gezien de slechte doorlatendheid van de bodem in het plangebied dient onder raingardens of wadi's grondverbetering te worden toegepast en een drain te worden aangelegd richting oppervlaktewater. In hoeverre deze suggesties worden geïmplementeerd, zal bij de civieltechnische uitwerking van de planontwikkeling in overleg met medewerkers van de gemeente Drechterland worden bepaald. De initiatiefnemers hebben met HHNK overleg gevoerd over de uitgangspunten van de uitgangspunten van het waterstructuurplan.

In een e-mail van 5 oktober 2023 heeft HHNK bevestigd akkoord te gaan met deze uitgangspunten.

4.2.

Milieuaspecten

4.2.1. Bedrijven en milieuzonering In het kader van de Wet milieubeheer dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten 'milieubelastende activiteiten' aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van 'milieugevoelige activiteiten'. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Benadrukt moet worden dat de richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype) en dat de richtafstanden bij een omgevingstype gemengd gebied (een gebied met een matige tot sterke functiemenging) met 1 stap kunnen worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

38

Het waar nodig scheiden van milieubelastende activiteiten en milieugevoelige gebieden en functies bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: ▪ het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; ▪ het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Afbeelding 12: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter 500 meter 300 meter 700 meter 500 meter

Het bestemmingsplan en de milieuregelgeving vormen elkaars complement. Voor zover met behulp van een zonering eventuele overlast voor de omgeving niet voldoende kan worden beperkt, kan de toepassing van milieuregelgeving uitkomst bieden. Situatie plangebied Het plangebied grenst aan de bebouwde kom van Venhuizen. Aan de (zuid)oostkant ligt het plangebied tegen het dorpscentrum. Het dorpscentrum is te kenschetsen als 'gemengd gebied'. Doordat het plangebied hier grenst aan gemengd gebied zijn hier richtafstanden van 10 tot 30 meter acceptabel. Voor het overige deel kan het plangebied gekarakteriseerd worden als rustige woonwijk. Het dorpscentrum heeft de bestemming "Maatschappelijk". De activiteiten die hier mogen worden uitgevoerd behoren in het algemeen tot milieucategorie 1 en 2 en hebben in 'gemengd gebied' een richtafstand van om 0 of 10 meter. Gelet op de afstand tussen de geprojecteerde woningen en de bestemmingsgrens van de bestemming "Maatschappelijk' vormen deze activiteiten vormen geen belemmering voor de planontwikkeling. Ter hoogte van de Jozefschool is een watergang geprojecteerd, die tezamen met de taluds een breedte heeft van 11 meter. Ten noorden daarvan is langs het speelveld achter de school een groenstrook met de ontsluitingsweg geprojecteerd van ruim 12 meter. Voor basisschool is geluid het bepalende hinderaspect.

De bijdrage hieraan van het schoolgebouw zelf is marginaal. Eventuele overlast zal ontstaan door spelende kinderen en als gevolg van autoverkeer dat verband houdt met halen en brengen. Zowel het schoolplein als de parkeervoorzieningen liggen aan de andere kant van het schoolgebouw op meer dan 30 meter afstand van de dichtstbijzijnde woningen in de nieuwe woonwijk. Bovendien vormt het schoolgebouw een buffer tussen die woningen en de geluidveroorzakende activiteiten. Gelet hierop is de afstand tussen de school en de nieuwe woonwijk aanvaardbaar.

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

39

Op het perceel Twijver 24 is een benzineservicestation aanwezig. Dit is een bedrijfsactiviteit die behoort tot milieucategorie 4.1 en een richtafstand heeft van 200 meter. De grootte van deze richtafstand is uitsluitend gebaseerd op het aspect gevaar. Voor de overige aspecten geldt een richtafstand van 30 meter. In paragraaf 4.2.4 is aangetoond dat er vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de functiewijziging. Het benzineservicepunt vormt daarmee geen belemmering voor de functiewijziging. Daarnaast zijn bedrijven toegestaan die behoren tot de categorieën 1 en 2 van Staat van bedrijfsactiviteiten. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. De afstand vanaf de rand van de bedrijfsbestemming tot de woning bedraagt ruim 30 meter. Gelet hierop vormen de andere toegelaten bedrijfsactiviteiten geen belemmering voor de realisatie van de nieuwe woonwijk in het plangebied. Ook aan de noordkant van het plangebied, op het perceel Westerkerkweg 101, ligt nog een 'veiligheidszone LPG'. De initiatiefnemer heeft met de eigenaar van het benzineservicestation een overeenkomst afgesloten om de verkoop van LPG per 1 juni 2024 te beëindigen. De aanduidingen 'veiligheidszone LPG' op- de verbeelding zijn (vooralsnog) gehandhaafd.

In de planregels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen, waardoor ter plaatse toch kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogen worden gebouwd, mits de betreffende risicovolle inrichting ter plaatse is beëindigd. De gronden aan de westzijde van het plangebied behouden hun agrarische bestemming. Bij de bepaling van het risico op milieuhinder te worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische situatie. Op basis van dat uitgangspunt zouden gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast. Uit jurisprudentie blijkt verder dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Indien een kortere afstand wordt aangehouden tussen een gevoelige functie en gronden waar sprake kan zijn van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, dan dient een planologisch besluit te voorzien in een deugdelijke motivering door middel van een zogenaamd 'locatiespecifiek onderzoek'. De afstand tussen het nieuwe woongebied en de aangrenzende agrarisch bestemming is kleiner. Gelet hierop is een spuithinderonderzoek3 uitgevoerd. Voor een indicatie van de blootstelling die zou kunnen optreden is gebruik gemaakt van het Efsa-model. Het Efsa-model kan worden beschouwd als de stand der wetenschap.

Het model is robuust in die zin dat eerder een overschatting (worst case) dan een onderschatting van de driftblootstelling wordt geprognosticeerd. Rekening houdend met de bestemde situatie is uitgegaan van boomgaarden of boomteelt als representatief in die zin dat dit teelten zijn waarbij het risico op driftblootstelling het hoogste zal zijn. Voor een indruk van blootstelling bij de teelt van lagere gewassen is ook een doorrekening gemaakt voor neerwaarts spuiten.

3

Adromi BV, Spuitzone onderzoek Twijver Venhuizen, wil/R202309/2302b, Hendrik-Ido-Ambacht, 26 april 2023

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

40

Op deze grondslag wordt blijkens het EFSA-model geen te hoge blootstelling verwacht op een afstand vanaf 3 meter in geval van neerwaarts spuiten en vanaf 5 meter in geval van zijwaarts of opwaarts spuiten. Echter uit voorzorg wordt geadviseerd om aanvullende maatregelen te treffen. Aan de noordzijde wordt vooralsnog gelet op de onderlinge afstand van 23 meter (opwaarts / zijwaarts spuiten) danwel 21 meter (neerwaarts spuiten) het treffen van aanvullende maatregelen niet noodzakelijk geacht. Aan de westzijde is sprake van een minimale onderlinge afstand van 5,26 meter (opwaarts / zijwaarts) respectievelijk 3,26 meter (neerwaarts spuiten). De percelen 2801 (inmiddels 5445) en 1374 zijn daarom in het onderhavig plangebied opgenomen. In de bestemmingsregeling voor deze percelen is bepaald dat hier hoogstens teelt mag plaatsvinden met gebruikmaking van gewasbescherming op basis van laagrisico stoffen (biologische teelt). Ook aan de noordzijde van het plangebied (ten noorden van de Westerkerkweg) blijven de gronden in agrarisch gebruik. Op deze gronden worden geen gewassen geteeld, waarvoor gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt door middel van spuiten. Voor deze bedrijven zijn de bestaande woningen aan de Westerkerkweg bepalend als daar een teelt zou plaatsvinden waarvoor wel gewasbeschermingsmiddelen door middel van spuiten zouden worden toegepast.

Deze agrarische bedrijven worden daarom door de realisatie van de nieuwe woonwijk niet in hun uitbreidingsmogelijkheden beperkt. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er bij de nieuw te bouwen woningen sprake van een aanvaardbaar/goed woon- en leefklimaat. 4.2.2. Geluid Algemeen In het kader van de Wet geluidhinder is bij de vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai en weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. In de nabijheid van het plangebied is er geen spoorlijn of een gezoneerd industrieterrein aanwezig. Om te bepalen of er voldaan kan worden aan de eisen voor wat betreft wegverkeerslawaai is akoestisch onderzoek4 uitgevoerd.

4

M+P raadgevende ingenieurs BV, BP Venhuizen Centrum West te Drechterland, M+P.VBM.23.01.1, revisie 1, Aalsmeer, 7 december 2023

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

41

Wegverkeerslawaai Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar (nieuwe) woningen die in een geluidszone vallen. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: ▪ woonerven; ▪ 30 km/uur-gebieden. De breedte van de geluidszone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). Voor de Westerkerkweg geldt 50 kilometer/uur. Voor deze weg zal een verkeersbesluit worden genomen, zodat deze bij realisatie van het plan eveneens 30 kilometer/uur wordt en geen geluidszone meer heeft. De overige wegen rondom het plangebied behoren tot een 30 kilometer/uurgebied en hebben nu al geen geluidszone. Ook in het plangebied zal een 30 kilometer/uur regime gaan gelden. Voor wegen die geen geluidszone hebben, kan geen hogere waarde worden verleend. De akoestische situatie van alle wegen is in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel in het onderzoek beoordeeld. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de Westerkerkerweg, Twijver en Tuinstraat – Westeinde – Hemmerbuurt op de woningen maximaal Lden = 52 dB bedraagt. Deze waarde is lager dan de voorkeursgrenswaarde op de gevels van de woningen van 53 dB (zonder aftrek) en wordt daarmee als een 'goede ruimtelijke ordening' beschouwd.

Conclusie Uit het oogpunt van geluidhinder zijn er geen belemmeringen voor woningbouw in het plangebied. 4.2.3. Bodem Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van het bestemmingsplan aandacht besteed te worden aan de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Derhalve is milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd voor het oostelijk deel van het plangebied5 en voor het westelijk deel van het plangebied6. Oostelijk deel plangebied In het oostelijk deel van het plangebied is het onderzoek onderverdeeld in een onderzoek van de gehele locatie en er is een viertal deellocaties onderzocht.

5

6

Ortageo Noordoost B.V., Verkennend (water)bodemonderzoek NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5720 Plangebied centrum west in Venhuizen, 217443/R01, Rolde, 30 november 2022 Milieu Advies Noord-Nederland, Verkennend bodemonderzoek Hemmerbuurt 2A te Hem, 2021.228, Menaam, 25 november 2021

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

42

Bij het onderzoek van de gehele locatie zijn visueel zijn bijmengingen met puin waargenomen. Daarnaast zijn in enkele boringen mogelijke oude slootbodems aangeboord, met daarin onder andere plantenresten. Van de boven- en ondergrond zijn representatieve mengmonsters samengesteld. In deze mengmonsters zijn (behoudens één mengmonster) lokaal geen of licht verhoogde gehalten OCB's en/of zware metalen gemeten. Deze grond is indicatief geclassificeerd als 'altijd toepasbaar' of 'klasse industrie'. In één ondergrondmonster zijn een licht verhoogd gehalte molybdeen en een matig verhoogd gehalte nikkel gemeten. Gezien er geen aanwijzingen zijn van antropogene invloed (bodemvreemde bijmengingen) en sprake is van een niet humeuze zandlaag met een sterke bijmenging met klei wordt gesteld dat het hier sprake is van een van nature verhoogd gehalte. Er zijn gehalten PFAS gemeten boven de detectiegrens, maar niet in dermate gehalten dat deze leiden tot toepassingsbeperkingen behoudens binnen grondwaterbeschermingsgebieden. In de peilbuizen in het freatisch grondwater zijn lokaal licht verhoogde concentraties naftaleen en molybdeen gemeten. De analyseresultaten zijn indicatief getoetst aan de CROW 400 en op basis hiervan is de indicatieve veiligheidsklasse 'basishygiene' van toepassing.

Op drie locaties werd asbesthoudend materiaal op het maaiveld aangetroffen In de onderliggende bodem is geen asbest aangetroffen. In alle gevallen waarbij asbesthoudend materiaal op het maaiveld is aangetroffen, is in de onderliggende bodem geen asbest aangetoond. Zodoende wordt geconcludeerd dat op locatie mogelijk asbestverdacht materiaal aanwezig kan zijn, maar dat geen sprake is van een bodemverontreiniging met asbest. Wel dient er aandacht te zijn voor het aangetroffen asbest op het maaiveld. Officieel is er een asbestinventarisatie nodig om hiervoor een risicoklasse te kunnen vaststellen. Naar verwachting is er sprake van risicoklasse 1 en dient het asbesthoudende materiaal middels handpicking te worden verwijderd. Alhoewel hiertoe geen verplichting bestaat bij risicoklasse 1 wordt aanbevolen om de handpicking door een erkend bedrijf te laten uitvoeren zodat de locatie nadien kan worden vrijgegeven in het landelijke asbestregistratiesysteem. Op de onderzochte deellocaties zijn onder meer nikkel, PCB's en bijmengingen met puin aangetroffen. Verder is in één monster asbesthoudend materiaal boven de halve interventiewaarde aangetroffen. In twee mengmonsters van de onderzochte waterbodem is een matig tot sterke verontreiniging aangetroffen.

Er zijn gehalten PFAS aangetoond in de waterbodem boven de detectiegrens, maar niet in dermate gehalten dat dit tot beperkingen leidt voor toepassing op land- en waterbodems, behoudens toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden. Conclusie oostelijk deel plangebied Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zijn ervan uit milieuhygiënisch oogpunt gezien belemmeringen op voor de beoogde herinrichtingswerkzaamheden. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepas-

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

43

sing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het 'meldpunt bodemkwaliteit'. In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken. Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden in het kader van de voorgenomen herinrichting, de lokaal aanwezige puinlaag/puinhoudende grond en licht tot matig verontreinigde grond gescheiden te ontgraven. Vermenging met schone(re) grond moet worden vermeden. De aangetoonde (lichte) bodemverontreiniging kan (op termijn) consequenties hebben voor de geplande eigendomsoverdracht vanwege mogelijke verwerkingskosten conform het Besluit bodemkwaliteit bij de afvoer van de grond naar elders. Geadviseerd wordt om hier aandacht aan te besteden. Omdat bij baggerwerkzaamheden altijd water vrijkomt, dient een melding Besluit lozen buiten inrichtingen gedaan te worden voor de werkzaamheden. De melding kan gedaan worden via www.omgevingsloket.nl. Westelijk deel plangebied Voor het westelijk deel van het plangebied is onderscheid gemaakt tussen het agrarisch bouwland, een deel van het agrarisch bouwland dat verdacht is op bodemverontreiniging en de bebouwing. Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt het volgende: ▪ Deellocatie 1: Uit de analyseresultaten blijkt dat hoofdzakelijk hooguit licht verhoogde gehalten zijn aangetroffen van zware metalen en OCB's.

Conform de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond aan de bodemkwaliteitsklasse 'Industrie', de ondergrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse 'Altijd toepasbaar'. Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater, na herbemonstering van het grondwater in één peilbuis, hooguit licht verhoogd gehalten zijn aangetroffen van zware metalen, som xylenen en naftaleen. ▪ Deellocatie 2: Uit de analyseresultaten blijkt dat hoofdzakelijk hooguit licht verhoogde gehalten zijn aangetroffen van zware metalen en OCB's. Conform de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond afwisselend aan de bodemkwaliteitsklasse 'altijd toepasbaar' tot 'Industrie'. Uit de analyseresultaten van de meer recent gebruikte bestrijdingsmiddelen die niet zijn opgenomen in het OCB-analysepakket blijkt in de onderzochte bodem het gehalte van de niet-genormeerde parameter Tebucanozool boven de bepalingsgrens van het laboratorium is aangetroffen. Uit de analyseresultaten van de meer recent gebruikte bestrijdingsmiddelen blijkt dat in het grondwater in één peilbuis gehalten boven de normwaarde c.q. bepalingsgrens zijn aangetroffen van de parameters Carbendazim en Pyraclostrobin en in een andere PB2-2 gehalten boven de normwaarde c.q. bepalingsgrens van de parameters Tebucanozool, Carbendazim en Pyraclostrobin.

Van alle overige geanalyseerde parameters zijn geen gehalten aangetroffen boven de betreffende bepalingsgrenzen. ▪ Deellocatie 3: Uit de analyseresultaten blijkt dat hoofdzakelijk hooguit licht verhoogde gehalten zijn aangetroffen van zware metalen en OCB's. Binnen één mengmonster van de bovengrond, is in

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

44

eerste instantie echter een interventiewaarde-overschrijding aangetroffen voor de parameter koper. Bij de boorwerkzaamheden bleek echter in het beton door een oude koperen waterleiding te zijn geboord, waarbij mogelijk slijpsel terecht is gekomen in een deelmonster. Om dit uit te sluiten zijn aanvullend twee boringen direct naast de eerder verrichte boring verricht. De eerder aangetroffen interventiewaarde-overschrijding is niet reproduceerbaar waardoor wordt aangenomen dat deze is veroorzaakt door het meegenomen boorslijpsel binnen het deelmonster van de bodem. Ter plaatse van één boring is een zwakke olie-water reactie aangetroffen in de bovengrond, uit de afzonderlijke analyses blijkt dat sprake is van een matig verhoogd gehalte aan minerale olie van 0,12 tot 0,50 meter beneden maaiveld. Conform de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond aan de bodemkwaliteitsklasse 'Industrie', de ondergrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse 'Altijd toepasbaar'. Grondwater Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater, na herbemonstering van het grondwater in één peilbuis, hooguit licht verhoogd gehalten zijn aangetroffen van zware metalen, som xylenen en naftaleen.

Conclusie westelijk deel plangebied Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de deellocaties 2 en 3 opgestelde hypothese 'verdachte locatie', formeel juist is en de hypothese 'grootschalig onverdacht' voor deellocatie 1 formeel onjuist is. Echter gezien de hooguit licht verhoogde gehalten is er geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek. Enkel ter plaatse van één boring in deellocatie 3 is in de bovengrond, tot 0,5 meter beneden maaiveld, sprake van een matig verhoogd gehalte aan minerale olie. Tijdens de vervolgstappen en eventuele graafwerkzaamheden dient hiermee rekening te worden gehouden. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek, met name vanwege het aantreffen van gehalten van de niet-genormeerde aanvullend onderzochte bestrijdingsmiddelen, dient in overleg met bevoegd gezag te worden besproken of ervan uit milieuhygiënisch oogpunt beperkingen dienen te worden gesteld aan de inrichting of het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie of delen ervan. Second opinion westelijk deel plangebied Omdat in het onderzoek voor het westelijk deel van het plangebied de (boven)grond is gekwalificeerd als bodemkwaliteitsklasse 'industrie', is een second opinion7 uitgevoerd. Daarin is nader onderzocht de aanwezige grond, zonder afgraven, geschikt is voor de bestemming wonen en

7

Landview Bodemonderzoek, Second Opinion bodemonderzoek door Mann op Hemmerbuurt 2a te Hem, 2021668PP, Hoorn, 14 december 2021

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

45

indien dat niet zo is, welke maatregelen dienen dan genomen te worden om de grond geschikt te maken voor wonen. Uit de second opinion blijkt dat de aangetroffen verhogingen dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren zijn, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. De gehalten van PFOS en PFAS zijn dermate gering, dat de locatie als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS kan worden beschouwd. Op deze deellocatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen. Ter plaatse van deellocatie 2 zijn in de grond maximaal lichte verhogingen van de onderzochte standaardstoffen aangetroffen. De gehalten van PFOS en PFAS zijn dermate gering, dat de locatie als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS kan worden beschouwd. Wel blijkt in één mengmonster het recent gebruikte bestrijdingsmiddel Tebucanozool boven detectielimiet van het laboratorium aanwezig te zijn. Ook in het grondwater zijn maximaal lichte verhogingen van de onderzochte standaardstoffen aangetroffen. Wel blijken de recent gebruikte bestrijdingsmiddelen Tebucanozool, Carbendazim en of Pyraclostrobin boven de detectielimieten van het laboratorium of bekende normwaarden gemeten te zijn in beide peilbuizen.

Wegens de gemeten verhoogde gehalten van enkele recent gebruikte bestrijdingsmiddelen, die van nature niet in de bodem aanwezig zijn, is de bodem ten (noord)oosten van het pand op deze deellocatie niet direct geschikt voor het beoogde gebruik, wonen. In overleg met het bevoegd gezag zal besproken moeten worden of hier vervolgonderzoek naar ingesteld dient te worden of dat er eventueel beperkingen aan toekomstige gebruik gesteld dienen te worden. Verontreinigingen die geheel of grotendeels na 1 januari 1987 zijn ontstaan, vallen namelijk onder de zorgplicht in de Wbb en dienen in principe zo spoedig mogelijk, ongeacht de ernst van de verontreiniging, te worden verwijderd. Ter plaatse van deellocatie 3 zijn in de grond overwegend maximaal lichte verhogingen van de onderzochte standaardstoffen aangetroffen. De gehalten van PFOS en PFAS zijn dermate gering, dat de locatie als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS kan worden beschouwd. De in deellocatie 3 aangetroffen verhogingen zijn overwegend dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op deze deellocatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen.

Gezien de geconstateerde verontreiniging met minerale olie in de bovengrond ter plaatse van één boring zullen graafwerkzaamheden aldaar op last van de ARBO moeten gebeuren onder extra veiligheidsmaatregelen. Conform de CROW400 wordt werk alhier voorlopig ingedeeld in klasse 'oranje vluchtig'. De uiteindelijke klasse dient bepaald te worden door een veiligheidsdeskundige. 4.2.4. Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoen-

Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West

46

de afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen. Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14687787/1