B2.Toelichting BP Venhuizen Centrum-West (2024-37)
Tekst van het document
▪ Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. ▪ Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd. Volgens de risicokaart is aan de Twijver 24 een benzineservicestation aanwezig, waar LPG wordt verkocht. Hier vindt onder andere de opslag van LPG plaats (de zogenoemde doorzet van LPG is ten hoogste 500 m³ per jaar).
De initiatiefnemers hebben een overeenkomst met de eigenaar van het benzineservicestation, waarin is vastgelegd dat de verkoop van LPG per 1 juni 2024 zal worden beëindigd voorafgaand aan het moment dat de eerste nieuwe bewoners zich in het zogenoemde invloedsgebied van 150 meter vestigen. De veiligheidszones rondom het LPG-vulpunt zijn - na het beëindigen van de verkoop van LPG - niet meer relevant voor de planontwikkeling.
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
47
Afbeelding 13: Fragment risicokaart.
Conclusie Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling van Venhuizen Centrum-West. 4.2.5. Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Omdat in het plangebied het aantal woningen met lager is dan 1.500, kan worden geconcludeerd dat uit het oogpunt van het 'Wet luchtkwaliteit' er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.
4.3.
Ecologie De natuur in Nederland wordt door de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Om te bepalen of aan de Wnb kan worden voldaan is een natuurtoets 8 uitgevoerd.
8
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau, Toetsing in het kader van de natuurwetgeving Centrum West te Venhuizen, G&G-advies QS2023-226, 4 augustus 2023Alkmaar, 4 augustus 2023
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
48
Gebiedsbescherming Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) opgenomen. Het Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en aangemeld onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. De overkoepelende naam voor deze gebieden is "Natura 2000gebied". Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: ▪ bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; ▪ landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee).
Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied dat valt onder de werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer op 2,5 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de grote afstand, afscherming door groengebieden en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Het dichtst bij het plangebied voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebied Eilandspolder ligt op ongeveer 24,4 kilometer afstand van het plangebied. Uit een Aeriusberekening9, waarbij tevens een berekening is gemaakt voor een worstcasevariant met 1.000 woningen, blijkt dat er in de aanleg- en de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/hectare/jaar. Significant negatieve effecten op de stikstofgevoelige habitats als gevolg van dit plan zijn daarmee uitgesloten. Voor dit project geldt geen vergunningsplicht voor het onderdeel stikstof vanwege de Wet natuurbescherming. De afstand tot het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bedraagt ongeveer 1,5 kilometer. Bij het NNN is er geen sprake van externe werking.
9
Soundforceone B.V., Stikstofdepositieonderzoek Realisatie 250 woningen Venhuizen centrum Westerkerkweg, Venhuizen, Venh202375 v3.0, Deventer, 23 november 2023
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
49
Soortenbescherming Het onderzoeksgebied is in potentie mogelijk geschikt voor beschermde soorten vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieen alleen 'vrijgestelde' soorten verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte 'vrijgestelde' soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt grofweg van half maart tot half juli. In het plangebied kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van de huismus voorkomen. Dit geldt eveneens voor beschermde grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn of als 'andere soort', zoals kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) en voor voortplantingsplaatsen en rustplaatsen vleermuizen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar deze soorten noodzakelijk.
Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen enzovoort gevonden, dan dient voor de desbetreffende soort een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (sperwer, ransuil en steenuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. Ook voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.
Conclusie Er is nader onderzoek nodig naar huismussen, kleine marterachtigen en naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen vleermuizen. Indien voor deze soorten een Wnb-ontheffing noodzakelijk is, dan kan deze naar verwachting worden verleend. Voor overig soorten zijn er vanuit het oogpunt van de soortenbescherming geen belemmeringen voor de planontwikkeling. Ook vanuit de gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling. Daarmee zijn er vanuit de Wnb geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
50
4.4.
Archeologie en monumenten
4.4.1. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Hiermee zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Derhalve is archeologisch onderzoek10 uitgevoerd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in het Pleistoceen vermoedelijk lange tijd op de overgang van een dekzandgebied naar het vlechtende rivierdal van de Rijn lag. In het Laat-Glaciaal heeft de Rijn deze loop verlaten, waarna alleen nog kleinere beken en riviertjes via deze route naar zee afwaterden. Deze afzettingen bevinden zich tegenwoordig op grote diepte (circa 15 à 16 m -NAP oftewel circa 13,7 à 15,5 m -mv). Het is niet duidelijk of deze afzettingen ter hoogte van het plangebied later geërodeerd zijn.
Aan het einde van het Pleistoceen en in het Holoceen werd het klimaat een stuk milder en steeg onder invloed van de zeespiegelstijging de grondwaterstand, waardoor veenvorming plaatsvond. Vanwege de doorgaande zeespiegelstijging kon de zee zich vanaf het Atlanticum tot het Vroeg-Subboreaal steeds verder in oostelijke richting uitbreiden. Het veen werd hierbij op veel plaatsen door getijdenkreken geërodeerd en/of afgedekt door mariene kleien. Het plangebied ligt op de rand van een groot krekensysteem en werd vermoedelijk doorsneden door kleinere kreken. Bekend is dat West-Friesland en meer specifiek de omgeving van het plangebied bewoning aanwezig was in de bronstijd en vermoedelijk ook het laat-neolithicum. In dit dynamische landschap kunnen op verschillende stratigrafische niveaus resten van bewoning aanwezig zijn. Met de sluiting van het Zeegat van Bergen omstreeks 1100 voor Chr. (late bronstijd) vernatte het gebied, raakte het overdekt met veen en werd het geleidelijk niet of minder geschikt voor bewoning. Pas in de middeleeuwen is het gebied opnieuw ontgonnen. Hierbij is het gebied in smalle, langgerekte percelen opgedeeld en is langs de zuidgrens van het plangebied een kade aangelegd, waarlangs een bewoningslint is ontstaan. Voor zover bekend is het plangebied zelf
10
BAAC, Gemeente Drechterland Plangebied Centrum West te Venhuizen, Archeologisch bureauonderzoek, BAACrapport V-23.0503, 's-Hertogenbosch, 8 september 2023
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
51
niet bebouwd geweest, maar grenst het gebied wel aan een erf dat in ieder geval in het midden van de 17e eeuw, maar mogelijk al veel eerder, in gebruik is geweest. In de zone langs de Hemmerbuurt en de Twijver zijn archeologische vondsten bekend uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Als gevolg van de ontginning is het veen verdwenen (oxidatie) en kwamen de mariene afzettingen weer aan het oppervlak te liggen. De top van de mariene afzettingen zal door het agrarische gebruik zijn verploegd. In de jaren '60 van de vorige eeuw heeft bovendien een ruilverkaveling plaatsgevonden in het gebied, waarbij de oude sloten zijn gedempt en het terrein is geëgaliseerd. Mogelijk is de bodem hierdoor in (een deel van) het plangebied verstoord geraakt. De aanleg van een hoogspanningsmast, de bouw van bedrijfspanden en het gebruik als boomkwekerij zal de bodem lokaal verstoord hebben. Het is onbekend in welke mate de bodem verstoord is. Voor het plangebied geldt een onbekende verwachting voor het laat-paleolithicum -vroege bronstijd, een (middel)hoge verwachting voor de midden-/late bronstijd, geen verwachting voor de Romeinse tijd - vroege middeleeuwen en een lage tot hoge verwachting voor de volle middeleeuwen - nieuwe tijd.
Op basis van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om een proefsleuvenonderzoek (dekkingsgraad circa 6-8%) uit te voeren om de archeologische verwachting te toetsen en zo nodig aan te vullen. Conclusie Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. De bestaande archeologische bestemmingen zijn daarom gehandhaafd en borgen de bij uitvoering van de plannen het vervolgonderzoek. De uitkomsten van dit onderzoek en eventuele aanbevelingen of verplichtingen die dit met zich meebrengt staan de uitvoerbaarheid van het plan overigens niet in de weg. 4.4.2. Monumenten In het plangebied zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig.
4.5.
Kabels en leidingen Uit het vigerende bestemmingsplan blijkt dat in/nabij het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig zijn.
4.6.
Vormvrije mer-beoordeling Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dien het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit (tot vaststelling van het bestemmingsplan) de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene Wet Bestuursrecht). Het Besluit m.e.r. maakt onderscheid in verschillende lijsten voor verschillende categorieën van activiteiten. Op de C-lijst staan activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan het ma-
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
52
ken van een milieueffectrapportage verplicht is. In de D-lijst staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. Deze regeling houdt in dat elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt erop neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze toets wordt de vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: ▪ belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. Indien er daarnaast vanuit de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opgesteld dient te worden (omdat significante effecten op Natura 2000 gebieden niet zijn uit te sluiten), geldt ook de verplichting tot het opstellen van een MER.
Uit de ecologische QuickScan (zie paragraaf 4.3) blijkt dat hier binnen dit project geen sprake van is. De realisatie van woningen betreft een activiteit die genoemd staat in onderdeel D van het Besluit-m.e.r.: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (categorie D12). Conform het Besluitm.e.r. is de activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen: 1) een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2) een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3) een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De voorgenomen activiteit omvat geen activiteiten die uitkomen boven voornoemde drempelwaarden. Met circa 280 woningen en een oppervlak van circa 10,4 hectare valt de voorgenomen activiteit onder de genoemde drempelwaarde voor de m.e.r.-beoordelingsplicht, maar geldt wel de verplichting tot een vormvrije-m.e.r.-beoordeling. Effect op gevoelige gebieden De realisatie van de nieuwe woningen leidt niet tot wezenlijk negatieve effecten op beschermde natuurgebieden (Natura2000, NNN) en/of beschermde soorten. Er is geen sprake van aantasting van de archeologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden.
Relatie met bestaande of autonome ontwikkelingen Er is geen sprake van cumulatie van effecten met andere projecten in de omgeving.
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
53
Conclusie: geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu De herontwikkeling van het plangebied Venhuizen Centrum-West leidt, onder genoemde voorwaarden, niet tot 'belangrijk negatieve milieueffecten'. Er bestaat daarom geen noodzaak tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure.
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
54
5.
Verklaring van de regels
5.1.
Algemeen Bij het opstellen van het bestemmingsplan is ervoor gekozen de planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan zoveel mogelijk aan te sluiten (met inachtneming van de Wro) bij recente bestemmingsplannen van de gemeente Drechterland. Het onderhavig bestemmingsplan gaat uit van de meest recente versie van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP-2012-v1.3.1).
5.2.
Bestemmingsplan Het digitale Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand (NL.IMRO.0498.BPVenhCentrumWestON01) met bijbehorende regels. Dit bestemmingsplan is via elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar. Het geeft de bestemming en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden aan. Het digitale bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand met bijbehorende regels. De verbeelding omvat één kaartblad (genummerd 0498-05-P01). Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de verbeelding opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.
5.3.
Plansystematiek Het nieuwe woongebied krijgt een plansystematiek met een rechtstreekse bouwtitel. Na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is het mogelijk een omgevingsvergunning te verlenen, zonder dat een aanvullende planologische procedure doorlopen dient te worden. In de regels zijn bouw- en gebruiksregels opgenomen die de bebouwings-, gebruiks- en inrichtingsmogelijkheden van het plangebied inkaderen. In het plan is zodoende niet meer geregeld dan noodzakelijk is voor het functioneren van het gebied. Dit betekent een flexibele regeling die enerzijds de individuele vrijheid van burgers waarborgt en er anderzijds voor zorgt dat algemene belangen, als de ruimtelijke kwaliteit, niet worden aangetast. Hierdoor wordt het aantal afwijkingen beperkt en wordt het ambtelijk apparaat in de toekomst ontlast.
5.4.
Specifieke verklaring van dit bestemmingsplan De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels Inleidende regels In de Inleidende regels worden de gebruikte begrippen beschreven (artikel 1) en worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop gemeten moet worden (artikel 2).
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
55
Bestemmingsregels De Bestemmingsregels bevatten twee enkelbestemmingen en twee dubbelbestemmingen: "Agrarisch" (artikel 3), "Water" (artikel 4), "Wonen" (artikel 5) en de dubbelbestemmingen "Waarde – Archeologie 2" (artikel 6) en "Waarde – Archeologie 3" (artikel 7). Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die in het plangebied voorkomen. Voor ieder bestemmingsvlak op de verbeelding, bevat hoofdstuk 2 een regeling. Bij de indeling van de bestemmingsregels is conform de SVBP 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: ▪ bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); ▪ bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); ▪ eventuele nadere eisen die het college van burgemeester en wethouders aan de bebouwing kan stellen; ▪ eventuele afwijking van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); ▪ eventuele specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); ▪ eventuele afwijking van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); De bestemming 'Agrarisch' is overgenomen uit het wijzigingsplan Westerkerweg 105 te Venhuizen.
Hieraan is alleen een gebruiksregel toegevoegd, die het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen verbiedt. Gelet op de situering tegen een woongebied zijn de afwijkingsmogelijk De sloten langs de rand van het plangebied hebben de bestemming "Water". De overige gronden zijn bestemd voor "Wonen". De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor de woonfunctie. Náást het eigenlijke wonen is ook de uitoefening van een aan-huis-verbonden-beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Verder is het mogelijk om een woonzorgcomplex/zorgwoningen in het plangebied te realiseren. Ook de functies parkeren, tuin, erf, wegen, fiets- en voetpaden, groen, nutsvoorzieningen en water zijn op de gronden toegestaan. In de bestemming "Wonen" is bepaald dat de woningdichtheid gemiddeld maximaal 30 woningen per hectare mag bedragen. Met 'gemiddeld' wordt beoogd dat er in delen van het plangebied een hogere dichtheid is toegestaan, maar dat er in dat geval ook plandelen zijn met een lagere dichtheid. In de proefverkaveling en in deze toelichting wordt uitgegaan van circa 280 woningen. Dit aantal is echter niet vastgelegd omdat dan bij een geringe herontwikkeling er geen flexibiliteit zou bestaan in het maximum woningaantal.
In deze bestemming is ten aanzien van de bouwregels een onderscheid gemaakt in 'hoofdgebouwen' (woningen in niet gestapelde vorm en woningen in gestapelde vorm), 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. Voor de verschillende woningtypologie-
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
56
en zijn de bouwdiepte en het oppervlak per woning gemaximeerd, zodat de toekomstige bewoners hun woningen niet ongebreideld kunnen uitbreiden. Voor de hoofdgebouwen is de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een gebouw voor gestapelde- en voor niet-gestapelde woningen. Op de verbeelding is centraal in het plangebied aangegeven waar gestapelde woningen mogen worden gerealiseerd. Tevens is de maximum oppervlakte voor grondgebonden woningen per hoofdgebouw opgenomen. Het type woning is niet vastgelegd, dit kunnen rijwoningen, tweeonder-één-kapwoningen, gestapelde of vrijstaande woningen worden. Binnen 1 meter vanaf de waterkant mogen geen hoofdgebouwen worden gebouwd. Ten opzichte van de voorste perceelsgrens geldt een afstand tussen 1 en 7 meter voor de voorgevel van een hoofdgebouw. De bouw van bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen, aan- en uitbouwen) in het achtererfgebied zijn vergunningvrij voor zo ver dit is geregeld in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Wel is opgenomen dat binnen 1 meter vanaf de waterkant niet gebouwd mag worden. De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in achtererfgebied mag ten hoogste 60 m² bedragen. Bijbehorende bouwwerken kennen een hoogtebeperking voor zowel de goothoogte (3,5 meter) als de bouwhoogte (7 meter).
Ook bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen niet binnen 1 meter vanaf de waterkant worden gebouwd. Tevens is voor de onderdoorgang van bruggen een minimumhoogte opgenomen. In de gebruiksregels binnen de bestemming wonen is opgenomen wat strijdig gebruik is in het kader van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. Tevens is opgenomen dat huisvesting van buitenlandse werknemers die samen geen huishouden vormen strijdig gebruik van de gronden oplevert. Ter bescherming van de archeologische waarden in het plangebied zijn de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 2" en "Waarde - Archeologie 3" opgenomen. Deze zijn gebaseerd op de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is slechts onder voorwaarden toegestaan. Voor diverse werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig. Algemene regels In artikel 8 is een antidubbeltelregel opgenomen. De antidubbeltelregel strekt ertoe dat gronden die al eens in aanmerking zijn genomen bij het verlenen van bouwvergunningen, niet nogmaals meegeteld kunnen worden. Artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omvat een verbod om gronden in strijd met hun bestemming te gebruiken. De algemene gebruiksregels in artikel 9 omvatten een aantal verboden om gronden en bouwwerken voor diverse activiteiten te gebrui-
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
57
ken die niet wenselijk zijn in een woongebied. Daarnaast zijn op grond van dit artikel alleen woningen toegestaan indien er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. In de Algemene aanduidingsregels in artikel 10 zijn regels opgenomen voor een aantal structurerende stedenbouwkundige elementen. Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - zoekgebied water-as' dient een water-as van minimaal 6 meter breed te worden gerealiseerd. Deze water-as vormt de centrale watergang met een minimale breedte van 6 meter met als oriëntatierichting noord-zuid. De watergang vormt een verbinding tussen het water aan de noordzijde en het water aan de zuidzijde van het plangebied. De plaatsen waar het plangebied voor autoverkeer wordt ontsloten op het bestaande wegennet zijn aangegeven met de aanduiding 'Overige zone - zoekgebied - ontsluiting'. Per aanduidingsvlak dient 1 ontsluiting te worden gerealiseerd. Deze beide aanduidingen voor de water-as en de ontsluitingen zijn opgenomen omdat de exacte locatie van zowel de ontsluitingen als de water-as nog niet vaststaat. Overgangs- en slotregels De verplichte overgangsregels voor bouwwerken en gebruik zijn conform het bepaalde in artikel 3.2.2 van het Bro opgenomen (artikel 11). Tenslotte bevat het plan een slotregel (artikel 12).
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
58
6.
Uitvoerbaarheid
6.1.
Financiële uitvoerbaarheid Conform artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan aangetoond te worden. Het plangebied is niet in eigendom van de gemeente. De beoogde herontwikkeling komt voor rekening en risico van de initiatiefnemers, waarbij de gemeente ambtelijke kosten en bijdragen zal verhalen op de initiatiefnemers. In het kader van de ontwikkeling van de woningbouwlocatie Venhuizen Centrum-West sluiten de grondeigenaren en de gemeente Drechterland een anterieure overeenkomst af. Op basis van deze overeenstemming is het kostenverhaal verzekerd en de financiële uitvoering van het plan geborgd.
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1. Participatie In het kader van de planvorming is een participatietraject doorlopen. Inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden konden hun ideeën en reacties inbrengen tijdens een informatiebijeenkomst op 8 maart 2022 en op de website Samen Drechterland. Daarna is het definitieve ambitiedocument vastgesteld. Na de informatiebijeenkomst konden inwoners zich aanmelden voor een klankbordgroep. Uit de aanmeldingen zijn 11 personen gekozen voor de klankbordgroep Centrum-West Venhuizen. Op 12 december 2022 was er vervolgens een informatiebijeenkomst over de globale ruimtelijk schets voor het plan. Ook werd er een toelichting gegeven op het uitgevoerde verkeersonderzoek voor Venhuizen. Op basis van deze informatie, de reacties van de klankbordgroep en de reacties op de website samen.drechterland.nl en het op 3 juli 2023 vastgestelde Programma van Uitgangspunten Venhuizen Centrum West hebben de ontwikkelaars daarna het ruimtelijk concept verder uitgewerkt. 6.2.2. Vooroverleg. Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro.
Op basis van het eerste lid van dit artikel is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan: ▪ provincie Noord-Holland; ▪ gemeente Hoorn, ▪ gemeente Stede Broec; ▪ gemeente Medemblik; ▪ Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN); ▪ Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN); ▪ Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK); ▪ Liander; ▪ Gasunie; ▪ N.V. PWN Waterleidingbedrijf. Liander heeft te kennen gegeven geen opmerkingen te hebben.
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West
59
De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord reageert dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het planvoornemen. De Veiligheidsregio wil daarom graag betrokken worden bij de verdere uitwerking van de inrichting van het plangebied. Hiervan zal bij de planuitwerking gebruik worden gemaakt. HHNK reageert dat dat dit plan extensief is besproken vanwege de klimaateisen. De verkaveling van het plan dient besproken te worden voordat er een watervergunning kan worden verleend. De uitgangspunten in de waterparagraaf zoals benoemd zijn akkoord voor HHNK. ODNHN heeft aangegeven dat er nader/aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk is. Dit onderzoek zal voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan worden uitgevoerd. De overige instanties hebben niet gereageerd.
6.3.
Ontwerp bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan "Venhuizen Centrum-West" inclusief bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage gelegd. Van het ter inzage leggen wordt vooraf een openbare kennisgeving gedaan. Na vaststelling door de gemeenteraad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ontwerp Gemeente Drechterland – Bestemmingsplan Venhuizen Centrum-West