CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

05F B3 Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud (2024-17)

Gemeenteraad 22 april 2024, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Bestemmingsplan De Wouden II Westwoud (2024-17)26.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

• Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van het onderzoek, geen risico’s voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen met tuin.

5.5

Cultureel erfgoed

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische monumenten. Archeologie is sinds 1 juli 2016 geregeld in de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die op termijn naar de Omgevingswet over gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Er staat geen monumentale bebouwing of beplanting op de planlocatie.

5.5.1

Cultuurhistorie

De omgeving van het plangebied kent een rijke ontwikkelingsgeschiedenis. De Dr. Wijtemalaan is evenals de Dr. Nuijensstraat historisch gezien een oud bebouwingslint. De landschappelijke en cultuurhistorische waarden komen uitgebreid aan bod in hoofdstuk 4 en zijn als uitgangspunt gehanteerd bij de planvorming. Op deze manier wordt op een verantwoorde manier met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de omgeving omgegaan. Cultuurhistorische verantwoording Met het bouwplan worden de cultuurhistorische waarden niet onevenredig aangetast. In het plan wordt het karakteristieke bebouwingslint langs de Dr. Wijtemalaan doorgezet. De achterliggende woonbuurt vormt geen belemmering voor de ruimtelijke kwaliteit van de structuur van de karakteristieke lintbebouwing. Bestaand uitzicht en openheid op het landschap wordt in dit plan geborgd.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

50

5.5.2

Archeologie

Het Verdrag van Malta (1992), beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Voor de ruimtelijke ordening is het van belang dat de Wamz uitgaat van de koppeling van archeologische waarden aan de ruimtelijke ordening. Voor bestemmingswijzigingen betekent dit dat de verplichting is neergelegd om bij de vaststelling van de wijziging rekening te houden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Zo nodig dient door de initiatiefnemer, voorafgaand aan bodemingrepen, archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De gemeente Drechterland heeft gebieden van archeologische waarde vastgelegd middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ in bestemmingsplannen. In deze dubbelbestemming worden nadere eisen gesteld aan het verrichten van bodemingrepen.

Voor de overige gebieden geldt dat er, vanwege de lage archeologische verwachtingswaarde, geen sprake is van een onderzoeksplicht. Het plangebied is in het geldende bestemmingsplan van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, waardoor er een onderzoeksplicht geldt voor ontwikkelingen die betrekking hebben een oppervlakte van meer dan 500 m² en dieper dan 40 cm. Archeologie West-Friesland heeft voor de gemeente Drechterland een archeologische beleidskaart ontwikkeld. De beleidskaart archeologie met toelichting is op 16 december 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. Op de beleidskaart archeologie is aangegeven waar de bekende archeologische waarden zich bevinden en welke archeologische verwachtingen er zijn. De waarden en verwachtingen zijn gecombineerd met een beleidsadvies per zone. Voor de beleidskaart zijn onder andere bodemkaarten gebruikt om de archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie nader te specificeren. De waarde en de begrenzing van de historische dorpslinten is onder andere aan de hand van verschillende historische kaarten nader gespecificeerd. Volgens de beleidskaart archeologie van de gemeente Drechterland ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie. Hier is een vrijstellingsgrens van 1.000 m2 aan verbonden De geplande ingrepen overschrijden beide vrijstellingsgrenzen.

Op verzoek van de gemeente Drechterland is door Archeologie West-Friesland gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot woningbouw op de planlocatie (zie bijlage 4).

afb.25 Uitsnede uit Beleidskaart Archeologie van de gemeente Drechterland. Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

51

Archeologische verwachting Voor het gehele plangebied geldt op basis van en archeologische en geologische bronnen een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Bronstijd. Dit wordt ondersteund door paleogeografisch kaartmateriaal, de bodemkaart, luchtfoto’s, onderzoeken en vondsten. De eventueel aanwezige vindplaatsen bevinden zich direct onder de bouwvoor. Op basis van de ligging van de bewoningslinten op het historisch kaartmateriaal geldt voor huisplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd een lage archeologische verwachting binnen het plangebied. Adviezen archeologische quickscan De archeologische quickscan kent de volgende conclusies / adviezen: Bestemmingsplan Om de eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen kunnen dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie worden opgenomen. Indien een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld, dient de omgang met de eventueel aanwezige archeologische waarden te worden geborgd. Geadviseerd wordt in dat geval om de vrijstellingsgrenzen uit de vastgestelde beleidskaart archeologie over te nemen in de vorm van dubbelbestemmingen WaardeArcheologie. Nader archeologisch onderzoek Op basis van de geplande nieuwbouw en de hoge archeologische verwachting is een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist.

Dit archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven (BRL SIKB 4003). Als leidraad voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (BRL SIKB 4001) te worden opgesteld dat vervolgens aan het bevoegd gezag ter goedkeuring wordt voorgelegd. In de archeologische quickscan is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting geformuleerd. Deze gespecificeerde verwachting wordt tijdens het proefsleuvenonderzoek getoetst. Een bureauonderzoek zal in dit geval geen nieuwe gegevens betreffende de verwachting binnen het plangebied genereren. Geadviseerd wordt om in dit geval een bureauonderzoek achterwege te laten en de gespecificeerde verwachting uit de quickscan te hanteren. Op basis van het proefsleuvenonderzoek wordt een waardestelling van het terrein gegeven. Het archeologisch onderzoek beperkt zich tot een aantal thema’s die voortkomen uit het promotieonderzoek naar Westfriese bronstijdnederzettingen binnen het project ‘Farmers of the Coast’ van de Universiteit Leiden7. Om de nederzettingsorganisatie in de midden- en late Bronstijd te onderzoeken is het onderzoek gericht op huisplaatsen, erven, het nederzettingsterrein (omvang en fasering), grafstructuren en akkers. Archeologisch vervolgonderzoek Op de planlocatie heeft een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden.

Er geldt een hoge archeologische verwachting. Als leidraad voor de opgraving is een Programma van Eisen opgesteld, dat door het bevoegd gezag is goedgekeurd. De resultaten van het proefsleuvenonderzoek zijn opgenomen in bijlage 14. Tijdens het onderzoek zijn slechts twee zeer ondiepe greppels (ca. 6 cm -vlak) met vermoedelijke datering in de Bronstijd ontdekt. Deze greppels lagen in een van de meest zandige en hoge delen van het plangebied. Het vermoeden is dat oorspronkelijk een zandrug in het midden en zuiden van het plangebied heeft gelegen, maar dat deze tientallen centimeters is afgetopt waardoor overige Bronstijdsporen daar niet meer aanwezig zijn. In de kleiige lage delen van het plangebied zijn geen Prehistorische sporen aangetroffen, terwijl hier de bodemopbouw wel grotendeels intact

7 Roessingh 2018

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

52

is. Deze delen van het landschap zijn daarom vermoedelijk niet intensief gebruikt tijdens de Bronstijd. Uit latere perioden zijn wel meer sporen aangetroffen. Vooral in het westen van het plangebied zijn kuilen, sloten en greppels uit de Late Middeleeuwen aanwezig. Een aantal sloten uit de Nieuwe tijd concentreert zich meer in het noorden van het plangebied. Vanwege het grotendeels ontbreken van (diepe) Bronstijdsporen is nagenoeg geen Prehistorisch vondstmateriaal gevonden. De enige vondst uit Prehistorische context is een stukje botmateriaal. Bij het selectief couperen van sporen uit de Late Middeleeuwen is wel aardewerk aangetroffen. Dit materiaal bestaat vooral uit kogelpotaardewerk en Pingsdorfaardewerk en dateert in de Late Middeleeuwen A (1050-1250 n.Chr.). In het noorden van het plangebied bevindt zich op een diepte van ongeveer 60 cm onder maaiveld (-1,70 m NAP) een vegetatiehorizont met vermoedelijke datering in de Vroege Bronstijd of het Laat-Neolithicum. Deze vegetatiehorizont was ook meer naar het zuiden nog aanwezig maar dook daar steeds dieper naar beneden. Halverwege het plangebied lag deze vegetatiehorizont nog op ongeveer 130 cm onder maaiveld (-2,40 m NAP) en helemaal in het zuiden is de vegetatiehorizont in de diepe profielkolommen helemaal niet meer aangetroffen.

Een dergelijke vegetatiehorizont zou in sommige gevallen op bewoning kunnen wijzen, echter zijn aanwijzingen voor dergelijke bewoningssporen gedurende dit onderzoek niet aangetroffen. Het is aan de hand van de proefsleuven duidelijk geworden dat zich binnen het plangebied geen intact nederzettingsterrein uit de Bronstijd bevindt. Daarom adviseert ADC ArcheoProjecten het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Dit selectieadvies is overgenomen door Archeologie West-Friesland. Archeologische vrijgave Archeologie West-Friesland neemt het advies van ADC over en adviseert het plangebied vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie (zie bijlage 15). De bijbehorende vrijgavekaart (afb.26) is verwerkt in het bestemmingsplan: in het ontwikkelgebied is de archeologische dubbelbestemming komen te vervallen.

afb.26 Vrijgavekaart plangebied De Wouden II in Westwoud

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

53

Betekenis voor dit project: Het aspect erfgoed staat de ontwikkeling vooralsnog niet in de weg: • Er staat geen monumentale bebouwing of beplanting op de planlocatie. • De beoogde herontwikkeling past binnen de cultuurhistorische identiteit van de Westwoud als historische route en drager van ontwikkelingen. • Op de planlocatie heeft een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. Het is aan de hand van de proefsleuven duidelijk geworden dat zich binnen het plangebied geen intact nederzettingsterrein uit de Bronstijd bevindt. Daarom adviseert ADC ArcheoProjecten het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. De planlocatie is ondertussen vrijgegeven. • Indien bij bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht.

5.6

Natuur

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming).

5.6.1

Toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming

Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Groot Eco Advies heeft in april 2023, ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie tot woningbouwlocatie, een quickscan opgemaakt van de aanwezige natuurwaarden op de planlocatie. De op de planlocatie aanwezige natuurwaarden zijn tijdens de quickscan als volgt beoordeeld (zie bijlage 5): Soortenbescherming Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat er potenties voor beschermde soorten aanwezig zijn, namelijk de Rugstreeppad en weidevogels. Voor overige beschermde soorten kent de planlocatie géén potenties. Gebiedsbescherming De locatie ligt op afstand van Natura 2000-gebied(en) en NatuurNetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Externe effecten op de Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten gezien de aard van de werkzaamheden en de grote afstand tot het Natura 2000-gebied.Het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Gebiedsbescherming is met betrekking tot de voorgenomen ruimtelijke ingreep m.b.t. bovengenoemde aspecten niet aan de orde.

5.6.2

Aanvullend onderzoek beschermde soorten

De weidevogels zullen hoogstens met een enkel paar aanwezig zijn. Tijdens de bouwwerkzaamheden is het noodzakelijk rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van weidevogels in het broedseizoen. Naar de aanwezigheid van de Rugstreeppad is onderzoek uitgevoerd door middel van 3 bezoeken in de periode april-augustus (Groot Eco Advies, zie bijlage 6) Tijdens de inventarisatie zijn geen exemplaren van de Rugstreeppad aangetroffen. Er behoeft geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming te worden aangevraagd.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

54

5.6.3

Aanvullend onderzoek stikstofdepositie

In de quickscan worden effecten op Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten. Desalniettemin dient de stikstofdepositie van het project op omliggend Natura 2000-gebied beoordeeld te worden. Om vast te stellen of het project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof is een stikstofberekening gemaakt met behulp van het rekenprogramma AERIUS 2023. AERIUS 2023 berekent de stikstofdepositie als gevolg van plannen en projecten op Natura 2000-gebieden. Op basis van verkeersaantrekkende werking en activiteiten, bouwfase en gebruiksfase van het initiatief is de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden beoordeeld (zie bijlage 7, 8, 9). 8 De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekening met Aerius 2023 blijkt dat er als gevolg van het plan De Wouden II zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebied plaatsvindt, die hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. Hieruit volgend kan geconcludeerd worden dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van het plan. Betekenis voor dit project • Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. De ontwikkeling is verantwoord.

Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. • Het beoogde bouwplan veroorzaakt geen conflict met de Wet natuurbescherming. Er is onderzoek gedaan naar de beschermde soort Rugstreeppad. Deze is niet aangetroffen. De planlocatie herbergt verder geen potenties voor beschermde soorten. • Een ontheffing of vergunning Wnb is niet nodig. • Daarnaast is een belangrijk aspect van de flora- en faunawet de algemene zorgplicht. Van grondeigenaren en gebruikers mag worden verwacht dat ingrepen en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op planten- of diersoorten, zodanig worden uitgevoerd dat schade tot een minimum beperkt blijft. Tijdens de bouwwerkzaamheden is het noodzakelijk rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van weidevogels in het broedseizoen.

5.7

Geluidhinder

Ten aanzien van de geluidhinder is de Wet geluidhinder van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. De Wet geluidhinder kent drie geluidsbronnen: wegverkeer, spoorweg- en industrielawaai. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het realiseren van geluidsgevoelige objecten onderzocht worden of aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Voor beoogde ontwikkeling is akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Andere geluidsbronnen zijn niet van toepassing.

5.7.1

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai

Het akoestisch onderzoek uitgevoerd door HGO advies omvat het inzichtelijk maken van de geluidsbelasting op de te realiseren woningen op het perceel ten gevolge alle relevante wegen (alle wegen incl. 30 km/h) en spoorlijn in de omgeving (zie bijlage 10). Onderzoeksresultaten Door middel van het akoestisch onderzoek zijn de maximale gevelbelastingen ten gevolge van Dr. Wijtemalaan vastgesteld. Gelet op de geluidsbelasting ten gevolge van de Dr. Wijtemalaan, is het vaststellen van hogere grenswaarden hierbij aan de orde. De hoogst berekende geluidsbelasting incl. Art. 110 Wgh bedraagt voor deze situatie 54 dB op de gevels van de woningen. •

8

Door het onderzoekbureau is gebruik gemaakt van de kencijfers verkeersgeneratie uit de CROW module Toekomstbestendig parkeren. De planlocatie wordt beschouwd als ‘weinig stedelijk gebied’ en ‘rest bebouwde kom’. Voor de AERIUS-berekening is gebruik gemaakt van het hoogste kencijfer (worst-case).

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

55

Uit de berekeningen blijken de volgende maximale geluidsbelastingen wegverkeer ten gevolge van de Dr. Wijtemalaan (incl. Art 110g):

tabel 5. Maximale geluidsbelastingen wegverkeer

Uit de berekeningen blijkt de volgende maximale geluidsbelasting railverkeer ten gevolge van het spoortraject Enkhuizen - Hoorn:

tabel 6. Maximale geluidsbelasting railverkeer

Cumulatie De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van de Dr. Wijtemalaan (excl. Art 110g Wgh) en het spoorweglawaai bedraagt maximaal 59 dB Lden. Gelet op het feit dat de geluidsbelasting van het spoorweglawaai de voorkeursgrenswaarde voor deze geluidsbron niet overschrijdt, draagt deze echter niet bij aan het gecumuleerde geluidsniveau. Alleen de bijdrage wegverkeerslawaai is in dit geval bepalend. Maatregelenonderzoek Bij overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting dienen in eerste instantie mogelijke (aanvullende) geluidreducerende maatregelen te worden onderzocht. In de wet wordt een voorkeur uitgesproken voor de volgorde waarin de haalbaarheid van de diverse categorieën maatregelen onderzocht moet worden. Deze volgorde is: 1. Bronmaatregelen (bijvoorbeeld stiller wegdek, lagere intensiteit, wijziging vormgeving). 2. Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld schermen/wallen/afstand tussen weg en bebouwing vergroten). 3. Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld gevelisolatie). Toepassing van deze maatregel is alleen mogelijk indien via een ontheffingsverzoek aan het College van burgemeester en wethouders een hogere waarde dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting wordt vastgesteld. Na afweging van bron- en overdrachtsmaatregelen blijkt dat het verlagen van de maximumsnelheid van 50 km/uur naar 30 km/uur op de Dr.

Wijtemalaan de meest eenvoudige oplossing is. Dit omdat de Dr. Wijtemalaan voor direct langs het plangebied reeds deels een 30 km/uur weg is. Als de gemeente Drechterland een verkeersbesluit neemt en de Dr. Nuijensstraat ter hoogte van de planlocatie aangemerkt als 30km-zone (conform het verkeersadvies, zie bijlage 11), worden er geen normen wegverkeerslawaai overschreden. Afweging De gemeente Drechterland is voornemens om na vaststelling van dit bestemmingsplan en wanneer zicht is op (bouw)werkzaamheden een verkeersbesluit te nemen waarin de snelheid op de hele Dr. Wijtemalaan ter hoogte van de planlocatie wordt verlaagd naar 30 km/uur. Er hoeft dan niet meer getoetst te worden aan het gestelde in de Wet geluidhinder.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

56

Na verlaging van de rijsnelheid is de optredende geluidbelasting nog steeds hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. Bij de aanvraag om Omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen dient aangetoond te worden dat wordt voldaan aan het gestelde in afdeling 3.1 Bescherming tegen geluid van buiten van het Bouwbesluit. Op basis van een geluidbelasting van ten hoogste 63 dB kunnen met nog vrij standaard bouwkundige voorzieningen aan de eis betreffende het gestelde binnenniveau van ten hoogste 33 dB worden voldaan. Wel dient voor een deel van de woningen rekening gehouden te worden met akoestische beglazing (de beide glasbladen kunnen dikker zijn dan bij standaard glas), met geluiddempende regelbare ventilatievoorzieningen (zogenaamde susroosters c.q. suskasten), de panelen en het dak dienen een betere geluidwering dan de standaard uitvoering te hebben. Betekenis voor dit project • Bij de uitvoering van dit project is wegverkeerslawaai een aandachtspunt. Gezien de gevelbelasting moeten maatregelen toegepast worden om realisatie van de woningen mogelijk te maken. Gemeente Drechterland heeft geen apart geluidbeleid, gehandeld moet worden volgens de Wet geluidhinder. • Als de gemeente Drechterland een verkeersbesluit neemt en de Dr.

Wijtemalaan ter hoogte van de planlocatie aangemerkt als 30km-zone (conform het verkeersadvies, zie bijlage 11), worden er geen normen wegverkeerslawaai overschreden en is een besluit hogere waarden Wet geluidshinder niet noodzakelijk. • Bij de aanvraag om Omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen dient aangetoond te worden dat wordt voldaan aan het gestelde in afdeling 3.1 Bescherming tegen geluid van buiten van het Bouwbesluit.

5.8

Verkeer en parkeren

5.8.1

Verkeer

Ontsluiting van het terrein vindt plaats vanaf de Dr. Wijtemalaan. Het woningbouwplan brengt een toename van het aantal verkeersbewegingen op de Dr. Wijtemalaan en de omliggende wegen met zich mee. Om de consequenties hiervan te onderzoeken is er door Goudappel een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 11). Verkeersgeneratie De resultaten van het verkeersonderzoek zijn als volgt: • Er wordt gebruik gemaakt van de kencijfers verkeersgeneratie uit de CROW module Toekomstbestendig parkeren. De planlocatie wordt beschouwd als ‘weinig stedelijk gebied’ en ‘rest bebouwde kom’. Er wordt gebruik gemaakt van het gemiddelde van de kencijfers, conform het verkeersbeleid van de gemeente Drechterland. • De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt circa 400 motorvoertuigen (mvt) per etmaal op een gemiddelde werkdag. • De wegvakken in de omgeving kunnen de verkeersgeneratie, zelfs in een maximale verkeersbelasting (volledige verkeersgeneratie) faciliteren in de bestaande vormgeving. Hierin sluit echter de vormgeving op de Dr. Wijtemalaan en het Laantje niet volledig aan op de functie van de weg. • De ontsluiting van de beoogde woningen met twee aansluitingen op de Doctor Wijtemalaan geeft directe logische routes naar de verschillende parkeervoorzieningen in de nieuwe wijk. De maatvoering van de wegvakken en het trottoir voldoen aan de maatvoering in de ASVV.

• Om het doorgaande verkeer op de Dr. Wijtemalaan te attenderen op de aansluitingen wordt geadviseerd de kruispunten uit te voeren met een kruispuntplateau. Tevens wordt geadviseerd de snelheid terug te brengen tot 30 km/uur. De functie als een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom past beter bij de huidige vormgeving. Hierdoor is het ook mogelijk om de erven van de woningen aan de Dr. Wijtemalaan veilig aan te sluiten. De kruispunten vanuit de beoogde woningbouw dienen gelijkwaardig te zijn (rechts gaat voor).

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

57

5.8.2

Parkeren

Het parkeerbeleid van de gemeente Drechterland is opgenomen in de LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte). Op basis van de LIOR dienen de gemiddelde parkeerkencijfers uit de CROW kennismodule Toekomstbestendig parkeren gebruikt te worden om de parkeerbehoefte in een (nieuw) gebied te bepalen. Qua dichtheid kan gebruik worden gemaakt van de normen voor ‘weinig stedelijk gebied’ en ‘rest bebouwde kom’. Het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de planlocatie is op basis van de richtlijnen 92 plaatsen. De berekening van het benodigd aantal parkeerplaatsen is als volgt:

Woningtypologie

Aantal woningen

Aangehouden parkeernorm

Parkeerplaatsen

Vrijstaande woning 2^1-kapwoning 2^1-kapwoning geschakeld Hoek- en tussen woning BeBo's

8 4 6 6 28

2,30 2,20 2,20 2,00 1,40

18 9 13 12 39

Totaal

52

tabel 8.

91,60

Benodigd aantal autoparkeerplaatsen

Verantwoording mobiliteit en benodigd aantal parkeerplaatsen Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid moet in elk nieuwbouwplan rekening worden gehouden met voldoende parkeerplaatsen. Op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid zijn in De Wouden II 92 parkeerplaatsen noodzakelijk. Gezien lokale omstandigheden zijn waarschijnlijk in werkelijkheid minder parkeerplaatsen noodzakelijk. De locatie De Wouden II wordt als volgt ook voor fietsers en voor OV goed ontsloten: • De locatie wordt ontsloten via de Dr. Wijtemalaan. De Dr. Wijtemalaan is van oudsher de ontsluitingsroute door dit gebied en voorzien van fietsstroken. Daarnaast is er een doorfietsroute via het Dr. Singelenbergpark mogelijk, richting De Schalm en de Dr. Nuijensstraat. • Er lopen buslijnen direct langs het dorp. De planlocatie ligt op 5 to 10 minuten lopen naar de bushalte aan de Dr. Nuijensstraat. • Station Hoorn-Kersenboogerd ligt als OV-knooppunt op fietsafstand van de nieuwe woningen (18 minuten fietsen). Station Hoogkarspel ligt op 10 minuten fietsen. Dit betekent dat voor een deel van de inwoners van De Wouden II het OV een reëel alternatief is. Binnen de locatie De Wouden II wordt een groot aantal woningen voor eenpersoons huishoudens gerealiseerd. Veel van de bewoners van deze woningen beschikken op basis van opgave van de woningbouwvereniging niet over een auto.

Dit betekent dat de parkeerbehoefte van de benedenboven-woningen mogelijk in de telling te hoog is ingeschat. Parkeerbalans Er is sprake van een gesloten parkeerbalans. Het plan biedt ruimte voor 92 parkeerplaatsen, deze worden echter bij de start van het plan nog niet allemaal gerealiseerd. In het plan worden 92 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan 87 bij de oplevering van het plan. Parkeren vindt zoveel mogelijk op eigen erf plaats bij de vrijstaande woningen en twee-ondereen-kap woningen langs de Dr. Wijtemalaan (2 plaatsen per woning) en de overige twee-ondereen-kap woningen (1 plaats per woning). Daarnaast wordt er geconcentreerd geparkeerd op haaksparkeerplaatsen in de buurt (50 plaatsen). Langs de weg is ruimte voor informeel parkeren voor ca. 7 auto’s. In het park is een reservering opgenomen voor de realisatie van de resterende 5 plaatsen, indien deze na de ingebruikname van het gebied mogelijk mochten blijken.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

58

Betekenis voor het project: • De woningbouwontwikkeling zal extra bestemmingsverkeer op de Dr. Wijtemalaan en andere aansluitingswegen genereren. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat deze wegen voldoende capaciteit hebben om het extra verkeer op een goede wijze af te wikkelen. • Het parkeren wordt op eigen erf of in openbaar gebied opgelost, er is sprake van een sluitende parkeerbalans. In dit bestemmingsplan is geborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen.

5.9

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, geldt deze Wet en de verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder ten gevolge van deze bedrijven. In bestemmingsplannen wordt gebruik gemaakt van milieuzonering: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies.

5.9.1

Milieuzonering

Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals geluid, geur, gevaar en stof. Richtlijnen voor afstanden zijn opgenomen in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. De afstanden in de tabel van de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” geven slechts indicatieve informatie en zijn niet als standaard-norm bedoeld. De adviesafstanden hangen samen met gebiedskenmerken. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

Tabel 9. Gewenste afstand tot milieuhinderlijke situaties (VNG)

In de directe omgeving van de planlocatie liggen agrarische gronden en enkele agrarische bedrijven. Agrarische bouwpercelen Er zijn binnen een straal van 50 meter van de woningen geen agrarische bouwblokken met emissiepunten aanwezig. Dr. Wijtemalaan 31A De woning Dr. Wijtemalaan heeft géén (agrarisch) bouwblok. De nieuwe zuidelijke randsloot van de planlocatie wordt op een afstand van 5 m binnen de huidige kavelsgrens gegraven, waardoor er extra ruimte ontstaat tussen planlocatie en deze woning. De nieuwe sloot ligt met het talud tegen de nieuwe kavelgrens. Bedrijventerrein Industrieweg Op het bedrijventerrein Industrieweg zijn bedrijven t/m categorie 3.2 toegestaan. Deze bedrijven hebben op basis van de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 100 m (geur en geluid). Tegen het terrein staan woningen, die in dit geval maatgevend zijn. De afstand van het bouwplan tot het bedrijventerrein is zeker 150 meter, waardoor specifiek milieuzoneringsonderzoek achterwege kan blijven.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

59

Agrarische gronden ten oosten en westen van de Dr. Wijtemalaan Ten westen van de Dr. Wijtemalaan liggen agrarische gronden die op dit moment in gebruik zijn als weidegrond. Bij de zuidelijkste bedrijfsschuur van de woning Dr. Wijtemalaan 31A staan enkele rijen fruitbomen. De fruitbomen worden afgeschermd van de planlocatie door de bestaande bebouwing op Dr. Wijtemalaan 31A. De afstand van de boomgaard tot de planologische grens van de woonbestemmingen in het plan is minimaal 50 meter. Het is de wens om ter vervanging van de bestaande opstallen woningen op deze locatie te bouwen. Voor de gronden ten westen van de Dr. Wijtemalaan dient de huidige planologische ruimte in het bestemmingsplan in overweging te worden genomen. Op basis van het geldende bestemmingsplan is op de planlocatie agrarische bedrijfsvoering mogelijk, met uitzondering van houtteelt en bosbouw. Dit betekent dat (potentieel) een ander type agrarisch bedrijf op deze locatie mogelijk is, waaronder fruittuinen. Om de gevolgen van een dergelijk gebruik voor de planlocatie te onderzoeken is een spuitzoneringsonderzoek noodzakelijk. Initiatiefnemer van het plan De Wouden II is met de gemeente en de eigenaren van de gronden ten westen van de Dr. Wijtemalaan in overleg over de spuitzonering.

5.9.2

Spuitzonering

De woningen worden aan west- en zuidzijde begrensd door bestaande agrarische gronden. Naast het garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen (met een spuitvrije zone), is het van belang dat de agrariërs hun bedrijfsactiviteiten kunnen uitvoeren zonder dat zij in hun bedrijfsvoering door de realisatie van de nieuwe woningen worden beperkt. Op basis van het vigerende bestemmingsplan Drechterland Noord 2011 is op de beoogde landerijen de realisatie van boomgaarden mogelijk. Omdat bij fruitteelt overwegend zijwaarts en opwaarts gespoten zijn woningen in de buurt van boomgaarden het meest gevoelig voor spuitdrift. Ligging woningen ten opzichte van de agrarische percelen De afstand van de woningen en tuinen in het plan tot agrarische percelen ten westen van de Dr. Wijtemalaan is minimaal omliggende agrarische percelen is minimaal 15 m.9 Dit is vergelijkbaar met omliggende woningen langs de Dr. Wijtemalaan. Voor bestaande woningen geldt echter geen spuitzonering. Gebruik van bestrijdingsmiddelen Op de gronden ten westen van de Dr. Wijtemalaan wordt nauwelijks gesproeid omdat het perceel in gebruik is als grasland. Incidenteel wordt het 1 jaar gebruikt voor bollenteelt. Bollenteelt kent een neerwaartse sproei. De agrariër geeft aan dit gebruik de komende jaren te willen handhaven.

Tussen het nieuwe woongebied en de agrarische gronden aan de westzijde ligt een sloot. Volgens het Activiteitenbesluit mag er geen gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater terecht komen. Op grond hiervan kan er vanuit gegaan worden dat de drift van de middelen niet bij het woonperceel kan komen en de agrarische bedrijfsvoering als gevolg van het bouwplan niet wordt beperkt. Op de locatie Dr. Wijtemalaan 31A functioneert geen agrarisch bedrijf meer. Er wordt vanuit gegaan dat de aanwezige boomgaard hobbymatige fruitteelt betreft. Ten behoeve van dit bestemmingsplan heeft er een notitie opgesteld over het blootstellingsrisico voor gewasbeschermingsmiddelen (zie bijlage 13). Dit enerzijds om na te gaan of de nieuwe woningen zouden kunnen leiden tot beperkingen bij de exploitatie van de omliggende agrarische gronden en anderzijds om na te gaan of in en om de betrokken woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden geboden.

9 Voor het beoordelen van de spuitzones worden de planologische grenzen aangehouden.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

60

Kaders Alhoewel er op dit moment geen door de Afdeling bestuursrechtspraak geaccepteerd blootstellingsmodel voorhanden is, kan in kwalitatieve zin een uitspraak worden gedaan over de mate van blootstelling door de 50 meter zone welke de Afdeling bestuursrechtspraak hanteert als aandachtzone te extrapoleren naar actuele wet- en regelgeving en naar teeltscenario’s waarbij uitsluitend neerwaarts gespoten wordt. Dit betekent dat voor opwaarts en zijwaarts spuiten een aandachtsafstand van 25 meter kan worden gehanteerd en voor uitsluitend neerwaarts spuiten een afstand van 12,5 meter kan worden aangehouden. Afweging Op basis van gemaakte afspraken kan neerwaarts spuiten als representatieve maximale planologische situatie worden beschouwd voor de agrarische gronden gelegen ten westen en ten zuiden. Vanwege gemaakte afspraken alsook vanwege tussengelegen wegen en watergangen wordt ruim voldaan aan een onderlinge afstand van 12,5 meter.

Op deze wijze wordt voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarbij niet behoeft te worden gevreesd voor mogelijk andere beperkingen aan de agrarische bedrijfsvoering In het bestemmingsplan zijn ten behoeve van deze conclusie de aanduiding ‘milieuzone – neerwaarts spuiten’ (op agrarische gronden waarop alleen neerwaartse gewasbescherming is toegestaan) en de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ (waar gewasbescherming niet is toegestaan) opgenomen. Betekenis voor dit project: • Bestaande bedrijven in de ruime omgeving van de planlocatie worden door de huidige bedrijfsvoering niet belemmerd in het functioneren. Er is voor de woningen sprake van een aantoonbaar aanvaardbaar woon- en leefklimaat en er bestaat vanuit milieuhygiënische overwegingen geen bezwaar tegen het plan. • Wel moet rekening gehouden worden met spuitzonering door eventuele fruittuinen die ten westen en zuiden van de Dr. Wijtemalaan mogen worden aangelegd. In het bestemmingsplan zijn ten behoeve van deze planologische mogelijkheid de aanduiding ‘milieuzone – neerwaarts spuiten’ (op agrarische gronden ten westen en ten zuiden van de planlocatie) en de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ (op agrarische gronden ten zuiden van de planlocatie), waarbinnen respectievelijk niet of alleen neerwaarts gewasbeschermingsmiddelen mogen gebruikt.

Op deze wijze wordt voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarbij niet behoeft te worden gevreesd voor mogelijke beperkingen aan de agrarische bedrijfsvoering.

5.10 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5 titel 2) bedoeld. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. De wetgever noemt ‘gevoelige bestemmingen’ (zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende mate” van de Wet luchtkwaliteit is in de NSL rekening gehouden. In de NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met 1 ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De planontwikkeling beoogt de ontwikkeling van 52 nieuwe woningen waardoor het ver onder de getalsmatige grens van de Regeling NIBM blijft.

Huidige luchtkwaliteit De huidige luchtkwaliteit ter plaatse / in de omgeving van het plangebied is op basis van de meeste recente lokale gegevens zoals te vinden op de site www.nsl-monitoring.nl goed. De toetspunten in de omgeving (bij de Westfrisiaweg, N307 en de Provincialeweg N205 blijven onder Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

61

de 35 μg/m3. Dit ligt ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3. Samengevat kan worden gesteld dat de huidige lokale luchtkwaliteit (ruim) voldoet aan de wettelijke normen. Niet in betekende mate (NIBM-tool) Met het voorgenomen plan is er in beperkte mate sprake van extra personenverkeer. Het personenverkeer heeft gezien de beperkte omvang geen significante werking op de luchtkwaliteit. Er vinden enkel verkeersbewegingen ten behoeve van zwaarder verkeer plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vinden alleen verkeersbewegingen plaats die samenhangen met de woonfunctie. Het voorgenomen plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Deze conclusie wordt door het invoeren van de basisgegevens in het project in onderstaande tabel volgens de NIBM-tool bevestigd:

tabel 10. Worst-case berekening NIBM-tool

Betekenis voor dit project: Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het wijzigen van het bestemmingsplan.

5.11 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Het beleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het transport van gevaarlijke stoffen geldt de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. De locaties van risicobronnen en risicocontouren zijn terug te vinden op www.risicokaart.nl:

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

62

afb.27 Uitsnede uit de risicokaart.nl

Met het plan worden geen nieuwe risicovolle activiteiten in het plangebied geïntroduceerd. De locatie en activiteiten zijn getoetst op het aspect externe veiligheid. Het plangebied bevindt zich buiten de risicocontouren en invloedsgebieden van transportroutes, inrichtingen, windturbines en hoogspanningslijnen. Deze aspecten zijn daarom niet aan de orde. Op de Risicokaart Noord-Holland zijn in de omgeving geen risicovolle objecten waar te nemen. Er hoeft derhalve niet aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen te worden getoetst. Daarnaast is het plangebied niet gelegen in een gebied waar wegen of spoorwegen met een PR-contour of GR-knelpunt voorkomen. Buisleidingen langs spoorlijn Het plangebied bevindt zich op ca. 380 meter van buisleidingen langs het spoor. Een verantwoording van het groepsrisico is derhalve niet noodzakelijk. Overige inrichtingen Overige inrichtingen liggen op zodanige afstand van de planlocatie dat deze geen veiligheidsrisico vormen. Advies Veiligheidsregio De Veiligheidsregio heeft advies uitgebracht overp de aspecten externe veiligheid, bereikbaarheid en de bluswatervoorziening in het plan. Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van risicobronnen. Het aspect externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.

De bereikbaarheid en de bluswatervoorziening dienen aan de eisen te voldoen zoals opgenomen in de handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid VRNHN 2021. Met betrekking tot de bluswatervoorziening wordt de veiligheidsregio graag betrokken bij een verdere uitwerking van de plannen, zodat eventuele (on)mogelijkheden inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Conclusie De normen voor externe veiligheid vormen geen belemmering voor deze ontwikkeling. Betekenis voor dit project • De planlocatie valt buiten de werkingsgebieden van externe veiligheid. • Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de wijziging van het bestemmingsplan.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

63

5.12 Kabels en Leidingen Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. In de bodem van het plangebied liggen voor zover bekend geen primaire hoofdleidingen die beperkingen kunnen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Betekenis voor dit project: In en rondom de planlocatie zijn geen kabels en leidingen bekend die de ontwikkeling belemmeren.

5.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.- beoordelingsbesluit moet worden genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (C-lijst). Voor elke activiteit zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onderdeel D.11.2 bijlage bij het Besluit m.e.r. noemt de activiteit “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject“. De ontwikkeling aan de Dr. Wijtemalaan tussen nr.31 en 31A met ca. 1,8 ha woongebied voor 52 woningen blijft ruim binnen deze drempelwaarden, maar een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ is wel verplicht. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld (zie bijlage 12). Uit de resultaten van de Natuurtoets (zie hoofdstuk 5.5) blijkt dat een passende beoordeling in het kader van de natuurbeschermingswet voor zover op dit moment bekend niet noodzakelijk is. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht. Gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten treden er geen belangrijke negatieve milieugevolgen op. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in dit hoofdstuk zijn opgenomen.

Aandachtspunt is wel de geluidhinder wegverkeer aan binnen de woningen. De gemeente neemt binnen 2 jaar na vaststelling van dit plan een verkeersbesluit om de snelheid op de Dr. Wijtemalaan langs de planlocatie terug te brengen naar 30 km/uur. Op basis van de toets op Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn, op basis van de milieubeoordelingen en op basis van de aanmeldnotitie zullen zich, op basis van de aard van de activiteiten en de gebiedskenmerken, voor zover bekend, geen aanzienlijke potentiële milieugevolgen als gevolg van de beoogde (gedeeltelijke) functiewijziging van de planlocatie De Wouden II voordoen. De aanmeldnotitie is bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd (zie bijlage 12), zodat deze procedureel wordt verankerd. Betekenis voor dit project: Er is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in categorie D 11.2 van het bijlage bij het Besluit m.e.r. Uit de doorlopen vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat op voorhand kan worden geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkeling geen significant negatieve effecten op het milieu aan de orde zijn die een m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapportage rechtvaardigen.

5.14 Conclusie toets van de omgevingsaspecten Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Er zijn wel de volgende aandachtspunten: • Omdat de gemeente Drechterland een verkeersbesluit neemt en de Dr. Wijtemalaan ter hoogte van de planlocatie aangemerkt als 30 km-zone (conform het verkeersadvies, zie bijlage 11), worden er geen normen wegverkeerslawaai overschreden en is een besluit hogere waarden Wet geluidshinder niet noodzakelijk.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

64

•

•

Er geldt een hoge archeologische verwachting. Op basis van deze verwachting heeft op de planlocatie een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. Het is aan de hand van de proefsleuven duidelijk geworden dat zich binnen het plangebied geen intact nederzettingsterrein uit de Bronstijd bevindt. Daarom adviseert ADC ArcheoProjecten het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Archeologie Westfriesland heeft ondertussen dit advies overgenomen, waardoor de archeologische bescherming op de planlocatie in dit bestemmingsplan is komen te vervallen. Er moet rekening gehouden worden met spuitzonering door eventuele fruittuinen die ten westen en zuiden van de Dr. Wijtemalaan mogen worden aangelegd. In het bestemmingsplan zijn ten behoeve van deze planologische mogelijkheid de aanduiding ‘milieuzone – neerwaarts spuiten’ (op agrarische gronden ten westen en ten zuiden van de planlocatie) en de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ (op agrarische gronden ten zuiden van de planlocatie), waarbinnen respectievelijk niet of alleen neerwaarts gewasbeschermingsmiddelen mogen gebruikt. Op deze wijze wordt voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarbij niet behoeft te worden gevreesd voor mogelijke beperkingen aan de agrarische bedrijfsvoering.

Geconcludeerd wordt dat in onderhavige situatie sprake is van een zorgvuldige, duurzame stedelijke ontwikkeling.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

65

6.

JURIDISCHE PLANOPZET

6.1

Planmethodiek

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het plan. Het bestemmingsplan zoekt zoveel mogelijk aansluiting bij de regels van het bestemmingsplan Drechterland Noord 2011 en recente bestemmingsplannen in de gemeente Drechterland.

6.2

Juridische vormgeving

6.2.1

Wettelijke vereisten

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Bij eventuele verschillen tussen de digitale en analoge verbeelding is de digitale verbeelding juridisch bindend.

6.2.2

Opzet planregels

De hoofdfunctie op de locatie is wonen. De planregels van het bestemmingsplan kennen de volgende hoofdstuk indeling: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk begint met de begripsbepalingen, waarin - om misverstanden bij de toepassing van het bestemmingsplan te voorkomen - een aantal in het bestemmingsplan gehanteerde begrippen wordt toegelicht. In het daarop volgende artikel, de wijze van meten, wordt aangegeven op welke wijze de in het bestemmingsplan opgenomen maatvoering moet worden berekend. Ook dit artikel dient om interpretatieproblemen te vermijden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de voorschriften opgenomen die behoren bij de verschillende op de plankaart opgenomen bestemmingen die aan de gronden zijn toegekend. Ieder artikel begint met een bestemmingsomschrijving, waarin duidelijk de bestemmingen zijn weergegeven, waarvoor de gronden met de betreffende bestemming gebruikt mogen worden. Vervolgens wordt door middel van de bouwregels aangegeven wat en in welke mate op de gronden met deze bestemming mag worden bebouwd. In de ontheffing van de bouwregels staat onder welke voorwaarde van welk

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

66

bouwvoorschrift mag worden afgeweken. De gebruiksregels geven aan wat verboden gebruik is en tenslotte wordt in de strafbepaling beschreven wat strafbaar is in dit kader. Onder voorwaarden mag soms ook van de gebruiksregels worden afgeweken. Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelbepaling, de algemene gebruiksregels en de algemene afwijkingsregel opgenomen. Dit zijn regels die in hun algemeenheid voor het gehele bestemmingsplan gelden en min of meer losstaan van de bestemmingsbepalingen. In de Algemene gebruiksregels zijn een aantal vormen van gebruik opgesomd, die strijdig zijn met de bestemming. In de Algemene afwijkingsregels zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de verschillende maatvoeringen in het plan. Deze afwijkingen zijn uitdrukkelijk bedoeld om op onvoorziene ontwikkelingen te kunnen inspelen, zoals aanpassing van het Bouwbesluit. In de Overige regels zijn de parkeernormen geborgd. Voor parkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd en in stand wordt gehouden. In dit artikel is ook bepaald dat, indien van toepassing, moet worden voorzien in voldoende laad- en losmogelijkheden. Het bestemmingsplan wordt afgesloten met de Overgangs- en slotregels, hoofdstuk 4.

6.2.3

Verbeelding

Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Plaatsbepaling Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend Bestemmingsvlak en bouwvlak Op de verbeelding zijn bestemmingsvlakken opgenomen. Een bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Daarnaast zijn er ook bouwvlakken opgenomen. Een bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeduid waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Het bouwvlak is op de verbeelding voorzien van aanduidingen.

6.3

Verantwoording keuze van de bestemmingen

Enkelbestemmingen voor agrarisch, groen, tuin, verkeer, water en wonen In het voorliggende bestemmingsplan is de hoofdstructuur van de openbare ruimte en van de bebouwing vastgelegd. Voor de verkeersstructuur is de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ opgenomen. De te verbreden waterloop is als Water bestemd. De toekomstige hoofdgroenstructuur heeft de bestemming ‘Groen’ gekregen. Voor de uitgeefbare gronden zijn diverse woonbestemmingen opgenomen. Ten behoeve van spuitzonering is tevens de agrarische bestemming opgenomen. Het betreft een gedetailleerd bestemmingsplan waarbij de ambities en gewenste ruimtelijke kwaliteit van het stedenbouwkundig plan zoveel mogelijk zijn vastgelegd, zonder de architectonische uitwerking en flexibiliteit te belemmeren.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

67

Artikel 3: Agrarisch Ten behoeve van de ontwikkeling van de woningbouwlocatie hebben de omliggende agrarische gronden een spuitzonering gekregen. Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ mogen geen gebouwen worden gebouwd, conform het geldende bestemmingsplan. De spuitzonering is aangeduid als ‘milieuzone – spuitvrije zone’ voor de zone waarbinnen geen gewasbescherming is toegestaan, en ‘milieuzone – neerwaarts spuiten’ voor de zone waar alleen neerwaartse gewasbescherming is toegestaan. Artikel 4: Groen De hoofdgroenstructuur is als ‘Groen’ bestemd. Binnen deze bestemming zijn ook voetpaden toegestaan, en een tewaterlatingsplaats. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Artikel 5: Tuin Om het onbebouwde karakter van voortuinen en bepaalde delen van het erf voor de 12 woningen langs de Dr. Wijtemalaan te beschermen, is de bestemming ‘Tuin’ opgenomen. Bebouwing is binnen de bestemming in beperkte mate toegestaan. Het gaat dan om bebouwing die in samenhang met het woonhuis wordt gerealiseerd, zoals erker, balkons en dergelijke. Artikel 6: Verkeer De Dr. Wijtemalaan heeft een doorgaande verkeersfunctie. Voor dit plan gelden de regels conform het geldende bestemmingsplan. De bestemming sluit aan op de bestemming Agrarisch waar milieuzones zijn aangeduid. Artikel 7: Verkeer – Verblijf De verkeersruimte in het plangebied is als ‘Verkeer - Verblijf’ bestemd.

Er is een flexibele inrichting mogelijk met wegverharding, voetpaden, parkeerplaatsen en groen. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet binnen deze bestemming worden gebouwd. Artikel 8: Water De waterloop is bestemd als ‘Water’. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet binnen deze bestemming worden gebouwd. De toegangsdammen tot de percelen zijn aangeduid als ‘specifieke vorm van verkeer – dam’. Met het Hoogheemraadschap zijn afspraken gemaakt over de diameter van de duikers in de dam. Artikel 9 t/m 12 Binnen de bestemming ‘Wonen’, ‘Wonen – Lint 1’, ‘Wonen – Lint 2’ en ‘Woongebouw’ zijn maximaal 52 woningen toegestaan. Hoofdgebouwen dienen binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken te worden gebouwd. De maximale goothoogte en bouwhoogte zijn in de planregels weergegeven. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is aangesloten bij de regels uit het bestemmingsplan Drechterland Noord 2011. Dubbelbestemmingen archeologische verwachtingswaarden Voor de ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde - Archeologie 2’ is aansluiting gezocht met het archeologisch beleidsplan Drechterland. Deze bestemming ligt nu ook al op de percelen aanwezig. De planologische regeling uit het bestemmingsplan Drechterland Noord is overgenomen.

Artikel 13: Waarde – Archeologie 1 Bij alle bodemingrepen gekoppeld aan een diepte van meer dan 0,40 m én groter dan 100 m² is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Voor bepaalde werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig. Artikel 14: Waarde – Archeologie 2 Voor alle bodemingrepen gekoppeld aan een diepte van meer dan 0,40 m én een oppervlakte meer dan 1.000 m² moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Voor bepaalde werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

68

6.4

Handhaving

De Wet ruimtelijke ordening bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Een belangrijk juridisch aspect in de uitvoering van het plan is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen ‘vasthouden’. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: de grondeigenaren en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. In het bestemmingsplan is in dit verband gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van, in het bijzonder, de regels van het plan.

Toelichting bestemmingsplan De Wouden II Westwoud

69

7.

HAALBAARHEID

7.1

Algemeen

Wettelijk gezien bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidaspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Betrokkenheid bewoners Westwoud

Inloopavond woningbouwinitiatieven in Westwoud Voor de korte en middellange termijn heeft de gemeente Drechterland veel ambities op het gebied van woningbouw. In Westwoud hebben een drietal projecten en/of initiatieven een stadium bereikt, waarop het college van burgemeesters en wethouders eind april 2023 heeft besloten om in principe medewerking te verlenen. De initiatieven liggen alle drie rond het Dr Singelenbergpark: woningbouwinitiatief Nero Zero (ca. 52 woningen, achter de Dr. Nuijensstraat 22), De Wouden II (52 woningen, aan de Dr .Wijtemalaan, en 50 tijdelijke sociale huurwoningen naast de ijsbaan. Omwonenden van initiatieven Nero Zero en de Wouden II zijn begin mei 2023 door de ontwikkelaars op de hoogte gebracht van de plannen. Op dinsdagavond 16 mei 2023 was er een inloopavond in dorpshuis de Schalm. De initiatiefnemers van Nero Zero, De Wouden II waren samen met de woningbouwstichting Het Grootslag en de gemeente aanwezig om een toelichting te geven op de initiatieven en vragen te beantwoorden. Alle aanwezige partijen hadden een ‘informatiestand’ gecreëerd waar (concept)plannen gedeeld werden. De stands werden druk bezocht en de bezoekers stelden veel vragen. Ook werden er ideeën en op- of aanmerkingen achtergelaten. Tegengestelde ideeën en belangen werden zichtbaar. Ook jongeren lieten van zich horen.

Zij willen graag in het “mooie dorp waar ze zijn opgevoed en opgegroeid blijven wonen”. Maar zien weinig tot géén mogelijkheden om er een huis te kunnen huren of kopen. De belangstelling voor het inloopmoment was overweldigend. Er zijn meer dan 200 bezoekers geweest. Er zijn veel gesprekken gevoerd, vragen konden worden beantwoord en veel ideeën van de veelal positief kritische bezoekers verzameld. Zo heeft Ooms Wonen veel positieve reacties ontvangen over De Wouden II. Inloopavond De Wouden II Tijdens een tweede bewonersavond eind juli 2023 is het stedenbouwkundige plan voor De Wouden II aan belangstellenden gepresenteerd. De realisatie van 52 woningen lijkt haalbaar, met een grote betrokkenheid vanuit het dorp, de actuele vraag in het dorp en een ruimtelijk kwalitatief plan passend op de locatie. Naast de algemene bewonersavonden is initiatiefnemer ook in gesprek geweest met de directe buren over de vormgeving van het plan. Spuitzonering Met zowel de eigenaren van de agrarische gronden ten westen van de planlocatie, als de eigenaren van de agrarische gronden ten zuiden van de planlocatie zijn door initiatiefnemer afspraken gemaakt over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Deze afspraken zijn in het bestemmingsplan verwerkt (zie paragraaf 5.9.2).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13974218/1