CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

(Z)onderdak onderzoek naar beleid van dak- en thuisloze jongeren.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 18 oktober 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 20: Onderzoek Rekenkamercommissie. '(Z)onderdak, onderzoek naar beleid dak- en thuisloze jongeren' - Raadsvoorstel32.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Een andere geïnterviewde wees erop dat er een spanning kan optreden tussen het streven om daklozen zo snel mogelijk door te laten stromen enerzijds en het aanspreken op en bevorderen van hun zelfredzaamheid en eigen regie anderzijds.94 Indien dak- en thuislozen meer eigen regie wordt gelaten, kan dat meer tijd kosten. Vooral de gemeente voelt zich al snel verplicht met spoed iets te regelen als het om jongeren of gezinnen gaat. Dan wordt de eigen regie van de daklozen uit handen genomen.95 De (crisis)opvang voor jongeren blijkt in het algemeen niet goed geregeld, wordt door alle geïnterviewde betrokkenen, inclusief de gemeente, bevestigd. De voorkeur heeft opvang in het eigen netwerk of meteen plaatsing in een tussenplek of woning met begeleiding. Professionals van JOR die thuisloze jongeren begeleiden, zetten zich in om hen in het eigen netwerk te laten opvangen. Doorstromen naar tussenplekken of een zelfstandige woning met begeleiding lukt vaak niet op korte termijn, vanwege wachtlijsten. Dan is tijdelijke crisis- en 24-uursopvang nodig. Daarnaast zijn er jongeren met zeer complexe problematiek, die (nog) niet klaar zijn om door te stromen naar een tussenplek. Dit zijn re92 93 94 95

In eerste instantie een indicatie voor 3 maanden om in die tijd de brede intake uit te voeren Interview beleidsadviseur (20 mei 2022) en GGD (1 april 2022) Interview GGD 1 april 2022 Interview GGD 1 april 2022

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

48

Rekenkamercommissie

denen waarom een kleinschalige opvang voor jongeren wenselijk wordt geacht door verschillende geïnterviewden. Nu is er voor jongeren een gat in de keten tussen de aanmelding bij de toegang en de doorstroom. Verschillende respondenten verwezen naar Rotterdam als voorbeeld waar wel een aparte jongerenopvang is. De gemeente is zich bewust van knelpunten in de opvang. Momenteel loopt er onderzoek naar daklozenopvang bij de gemeente (Evaluatie kleinschalige opvang en Onderzoek extra opvanglocatie(s)). Plannen voor jongerenopvang zijn er (nog) niet.

5.4 Vervolg van de toegang: brede intake en integraal plan Opzet De brede intake wordt volgens de opzet (beschreven in de eerdergenoemde folder) binnen drie weken na melding uitgevoerd. Voor daklozen wordt dat gedaan door het Leger des Heils en voor thuislozen door het Sociaal Wijkteam. In de intake worden de knelpunten op de leefgebieden van de zelfredzaamheidsmatrix in beeld gebracht, worden die knelpunten doorgegeven aan de GGD en wordt indien nodig acute ondersteuning verleend, zoals het regelen van een briefadres en het opstarten van een uitkering. Op grond van de brede intake wordt bepaald wat nodig is voor een duurzame oplossing (herstel) en welke partijen hiervoor nodig zijn. Op basis daarvan wordt een integraal plan opgesteld.

Uitvoeringspraktijk De brede intake wordt in de praktijk in grote lijnen uitgevoerd zoals de opzet aangeeft. Het Leger des Heils en het sociaal wijkteam/Jongeren op de Rit hebben elk hun eigen procedure voor de intake, die in grote lijnen overeenkomt met die in de opzet van de Toegangspoort wordt aangeduid. Wel kan de procedure bij het Leger des Heils langer duren dan in de opzet beoogd. Als iemand bij hen wordt geplaatst, worden deze een aantal weken geobserveerd, voeren begeleiders een aantal gesprekken, en ontwikkelen ze geleidelijk aan samen met de dakloze een plan voor zijn toekomst en welke stappen daarvoor nodig zijn. Het bureau Trajectmanagement (BTM) van Leger des Heils doet de intake, ondersteunt bij het aanvragen van (her-)indicaties en de trajectmanagers van BTM volgen het traject van de cliënten op afstand. De persoonlijke begeleiders op de werkvloer staan veel dichter bij de cliënt en die doen dagelijkse en inhoudelijke begeleiding en ondersteunen bij het aanvragen van een uitkering. Leger des Heils gaf aan dat het soms lang kan duren voordat er een plan ligt en gestart kan worden met de uitvoering ervan, doordat er vaak van alles geregeld moet worden, zoals een ID, een briefadres, uitkering, schuldhulpverlening, een baan zoeken, een verzekering, inschrijving voor een woning.

We hebben van Leger des Heils geen cijfers gekregen over hoelang het duurt voordat een integraal plan is opgesteld en de hiervoor nodige indicaties zijn aangevraagd. Ook de GGD heeft daar geen zicht op. Wel gaf die aan dat het de brede intake langer kan duren bij het Leger des Heils omdat het soms een tijd duurt voordat een trajectmanager aan een cliënt wordt toegewezen.96 Het Sociaal wijkteam doet altijd een brede intake bij jongeren die zich bij hen aanmelden. De professionals van Jongeren op de Rit begeleiden jongeren met meervoudige problematiek, waaronder thuisloze jongeren. De brede intake wordt naar eigen zeggen vaak door twee professionals van JOR uitgevoerd. Daarbij wordt gekeken naar verschillende leefgebieden, wat de huidige situatie is, hoe het leven hiervoor is geweest, wat gemaakt heeft dat hij of zij tot dit punt is gekomen, en het toekomstperspectief 96

Interview GGD 1 april 2022

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

49

Rekenkamercommissie

van de jongere. Vervolgens wordt met de jongere een plan ontwikkeld dat hierbij aansluit. De jongeren met multiproblematiek die professionals van JOR begeleiden hebben niet altijd huisvestingsproblemen. Huisvestingsproblemen kunnen zich ook pas in een later stadium voordoen; daardoor kan de brede intake al eerder zijn gedaan voordat een jongeren bij de Toegangspoort wordt gemeld.97

Knelpunt De gemeente laat de Toegangspoort en opvang momenteel evalueren. Een van de punten die daarbij opviel is dat sommige daklozen die in de opvang van het Leger des Heils zaten en waarbij de professional had vastgesteld dat beschermd wonen de meest passende vervolgstap zou zijn, het aanvragen van een BW-indicatie lang op zich liet wachten. Sommigen zouden vele maanden of zelfs meer dan een jaar in de opvang zitten zonder dat een BW-indicatie voor hen was aangevraagd.98 Weliswaar is er voor Beschermd Wonen een lange wachtlijst, maar indien daar geen indicatie voor wordt aangevraagd, duurt het alleen maar langer. Dit kan een van de redenen zijn waardoor de uitstroom uit de opvang stokt. Betere regie en monitoring van de trajecten door het Leger des Heils, maar ook door de GGD, zou ervoor zorgen dat er in ieder geval aandacht is voor dit soort knelpunten en gezocht wordt naar tussenoplossingen.99

6. Ervaringen van dakloze jongeren in de opvang Bevindingen uit interviews met jongeren Door het voeren van gesprekken met vijf jongeren zijn ervaringen verzameld over hun verblijf in de eerste opvang en in de privékamers (‘Herstart’) van het Leger des Heils en wat hun behoeften zijn. Uit de gesprekken met de jongeren in de crisisopvang (zonder eigen kamer) ontstaat het beeld dat ze redelijk tevreden zijn over deze opvang. Ze noemen geen belemmeringen met betrekking tot de toegang tot de opvangketen. Wel noemen ze het onduidelijke perspectief qua doorstroom. Ze hebben slechts een vaag idee over hoelang ze in deze opvang kunnen blijven en waar ze naar kunnen doorstromen. Ook ontstaat het beeld dat jongeren die in deze opvang verblijven lang wachten op bepaalde vervolgstappen. Dit valt ook op in de gesprekken met de jongeren die in eigen eenpersoonskamer (Herstart) verblijven. Eén jongere geeft aan dat er in anderhalf jaar tijd niet veel grote stappen zijn gezet en een ander noemt dat ze een jaar bezig zijn geweest om een bankrekening voor hem te regelen.100 De behoeften van de jongeren hebben vooral betrekking op het vinden van een eigen woning en werk. Het perspectief op een eigen woning is voor alle jongeren onduidelijk. Ze geven aan dat het een groot probleem is dat er zo weinig woningen beschikbaar zijn.

Er is voor enkele jongeren urgentie aangevraagd, maar het lijkt waarschijnlijker dat ze doorstromen naar een andere locatie van het Leger des Heils. Ook hun behoefte aan passend werk is groot. Ondanks de vele vacatures lukt het deze jongeren niet goed om aan werk te komen. De geboden ondersteuning hierbij lijkt niet voor alle jongeren ade97

Interview JOR-professionals 20 april 2022. Overigens kunnen jongeren die dakloos worden ook door andere professionals begeleid worden, namelijk door jeugdhulporganisaties die hen al daarvoor begeleidden, zoals En-ver of Humanitas. 98 Ambtelijk gesprek 20 mei 2022 99 Ambtelijk gesprek 20 mei 2022 100 We geven hier alleen de ervaring van de jongere weer, zonder dat we de casus nader hebben onderzocht. De problemen hoeven niet noodzakelijk bij de begeleiding te liggen, maar kunnen evenzeer te maken hebben met belemmeringen in de regelgeving. Wanneer iemand bijvoorbeeld zijn bankrekening heeft gebruikt (of uit-geleend) voor criminele activiteiten, en daardoor op een zwarte lijst staat, is dit obstakel voor betrokken par-tijen moeilijk te doorbreken en kan het hierdoor voor een cliënt lang duren voor hij bijvoorbeeld weer een bankrekening kan openen.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

50

Rekenkamercommissie

quaat, waarbij communicatieproblemen en een gebrek aan eigen regie als belemmeringen worden ervaren. We hebben vijf jongeren in de opvang geïnterviewd om een indruk te krijgen van ervaringen van daken thuislozen jongeren. De jongeren in de leeftijd van 19 tot 27 jaar zijn met hulp van het Leger des Heils geselecteerd en benaderd.101 De interviews moesten met name antwoord geven op de volgende vragen: (1) Hoe beleven dakloze jongeren in Dordrecht de (toegang tot) opvang, de geboden zorg/ begeleiding en het uitzicht op andere huisvesting? (2) Wat zijn hun behoeften qua zorg, begeleiding en wonen en sluit het huidige aanbod daar voldoende bij aan? De inzichten zijn vooral relevant om knelpunten op het spoor te komen. De bevindingen vatten we hieronder samen, waarbij we een onderscheid maken tussen jongeren in de eerste opvang (crisis- of nachtopvang) en jongeren in ‘Herstart’ (Fase 3), met een eigen kamer.102 Van twee jongeren zijn in dit verslag zogenoemde ‘portretten’ opgenomen. Deze dienen ter illustratie. We geven in dit hoofdstuk louter de ervaringen van de jongeren weer, zonder een poging deze te duiden vanuit onze kennis over de context. Ons onderzoek bevat geen deelvragen naar de ervaringen van betrokken jongeren. Wel worden hun ervaringen meegenomen bij de beantwoording van de deelvragen als deze antwoorden van andere geïnterviewde betrokkenen ondersteunen of illustreren.

6.1 Ervaringen van jongeren in de eerste opvang Twee van de vijf geïnterviewde jongeren verblijven sinds ruim een maand in de eerste opvang (crisisopvang, gesubsidieerde opvang; fase 1). Daar zijn 10 plekken voor mensen die (nog) geen kamer hebben. Ze delen hun kamer met 2 of 3 andere personen. Deze jongeren moeten zich elke ochtend om 10 uur melden voor een slaapplek. Voor ontbijt, lunch en diner wordt gezorgd. Ze voelen zich er beiden wel prima. Eén jongere geeft aan dat hij er alleen komt om te slapen en te eten. Overdag hangt hij rond met vrienden. Hij krijgt wel een beetje begeleiding en heeft een gesprek gehad. Een trajectmanager heeft hij niet. Hij heeft het idee dat hij nog wel een tijdje bij het Leger des Heils kan blijven en hopelijk kan doorstromen naar een privékamer. Hij wil graag werk zoeken in de horeca en wil ook graag hulp bij het vinden van een woning. Op de vraag of het aanbod van het Leger des Heils aansluit bij zijn behoeften antwoordt hij dat alles prima gaat. Hij is moe en heeft eigenlijk geen zin om het gesprek hierover aan te gaan. De andere jongere uit de eerste opvang wacht op de gemeente voor een inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie. Hij heeft over drie weken een afspraak. Na die afspraak kan er een DigiD voor hem worden geregeld en een bankrekening. Dan kan hij zijn leven gaan opbouwen en op zoek gaan naar werk en een woning.

Alles moet voor hem vanaf het begin worden opgebouwd. Daar heeft hij hulp bij nodig. Als je niks hebt is het leven moeilijk, zegt hij. “Het is moeilijk om werk te zoeken, want je moet een cv maken en dat kan niet zonder spullen. Je kunt ook niet alles in één keer regelen, je moet telkens wachten.” Hij is wel tevreden over hoe het nu gaat, maar het duurt wel lang. Hoe langer het duurt voordat hij bij de gemeente langs kan gaan, hoe langer hij in de opvang zit. Hij heeft zich al een maand geleden voor die afspraak aangemeld. Tot hij die afspraak heeft, moet hij wachten en is het enige wat hij kan doen 101 Zie bijlage 4 voor de aanpak van de interviews. 102 De indeling in fasen wordt alleen door het Leger des Heils gehanteerd. Fase 1 wordt niet meer gebruikt; dat is de nacht- of crisisopvang. Vanuit de opvang (fase 1) kunnen daklozen doorstromen naar fase 2 of fase 3. Fase 2 is voor daklozen met een Beschermd Wonen-profiel, die geen perspectief hebben op zelfstandig wonen. Fase 3 is voor daklozen die dat perspectief wel hebben. Gebruikelijker is de naam Herstart voor deze voorzie-ning. Daklozen krijgen een eigen kamer en een leefbudget, begeleiding en in leren zich zelfstandig te ontwik-kelen.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

51

Rekenkamercommissie

een beetje buiten rondlopen en slapen. Hij vindt het wel gezellig in de opvang. Hij wandelt veel buiten met zijn kamergenoot, om de tijd te doden. Ze eten ’s avonds samen en na het eten gaat hij slapen. Hij heeft nu geen geld of inkomen. Soms krijgt hij wat geld van zijn broertje. Het eten in de opvang vindt hij goed. Het is halal, dat vindt hij belangrijk. Hij vindt de opvang wel een goede plek, maar ook een beetje een rare plek met oude mensen die roken. Hij voelt zich er wel veilig. Soms slaapt hij goed, maar soms ook niet. Hij heeft nog niet echt zijn toekomstplannen besproken met de begeleiders, want ze wachten op de gemeente. Hij heeft wel een brief gekregen dat hij geld kan krijgen van de sociale dienst, maar aangezien hij geen bankrekening heeft weet hij niet hoe hij dat geld kan krijgen. Iemand gaat voor hem nu checken hoe hij toch dat geld kan krijgen. Hij hoopt binnen 2 tot 3 maanden wel weg te kunnen uit de opvang. Hij heeft geen idee hoelang hij hier kan blijven en of hij kan doorstromen naar een volgende fase. De andere voorzieningen (‘Herstart’) vindt hij wel beter, want in de eerste opvang moet hij zich aan bepaalde tijden houden, zoals om 9 uur ‘s ochtends weg zijn en vervolgens weer aanmelden voor een slaapplaats. Hij maakt zich wel wat zorgen over zijn toekomst, want hij wil niet ‘slecht’ worden. Hij wil gewoon een goed leven hebben met werk.

Zodra het kan, wil hij weg uit de opvang. Deze jongere geeft verder aan dat de toegang tot de opvang goed was maar dat de kamer wel wat veiliger kan. “Ze moeten de security verbeteren, want er zijn nu weer ramen kapot en dan kunnen ze naar binnen komen.” Belangrijke spullen legt hij in zijn locker, maar toch draagt hij altijd zijn paspoort bij zich en hij kan niks in de kamer achterlaten. Ook vindt hij het jammer dat hij zo weinig contact met zijn vader kan hebben, want hij heeft geen beltegoed. Soms gaat hij op de computer en kan hij via Instagram contact hebben. De toegang tot de computers in de opvang is echter beperkt.

6.2 Ervaringen van jongeren in Herstart (Fase 3) Drie van de vijf jongeren die we spraken verblijven op een privékamer in ‘Herstart’ (Fase 3, met een Wmo-indicatie 24-uursopvang). De jongeren hebben verschillende paden bewandeld voordat ze in ‘Herstart’ terecht zijn gekomen. Een jongere verbleef hiervoor in het hotel, een ander in de winteropvang op locatie Z en een derde verbleef voornamelijk op straat.

Ervaringen met slaapzalen De drie jongeren die nu op een privékamer wonen hebben alle drie nare ervaringen met de ‘oude slaapzaal’ waar ze eerder verbleven. Deze bestaat nu niet meer, daarvoor in de plaats zijn privékamers gekomen, waar ook jongeren sinds anderhalf jaar kunnen verblijven. Aan de slaapzalen hebben de jongeren allemaal vervelende herinneringen: het was er te druk, niet veilig, ze hadden geen privacy en ze konden er geen rust vinden. Soms moesten ze een paar uur wachten voordat ze wisten of ze een bed zouden hebben. Een jongere vond de situatie erg onduidelijk. Ze aten met een grote groep samen en mochten daarna niet meer naar buiten. “Dan had je zoiets van, je zit gewoon voor de rest van de avond opgesloten”. Eén jongere heeft er maar liefst 2,5 maand geslapen en kreeg er geen begeleiding. Hij noemt dat er erg weinig aandacht was voor mensen. Hij vond het lastig om zoveel mensen om zich heen te hebben en sliep daarom enkel doordeweeks in de opvang, nooit in het weekend. Tijdens corona was het bij de opvanglocatie X erg druk, waardoor hij er wel kon eten en zijn post op kon halen, maar hij moest slapen in de winteropvanglocatie Z. Daar heeft hij veel nare dingen meegemaakt. Het was voor hem geen prettige tijd.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

52

Rekenkamercommissie

Verblijf De jongeren zijn blij dat ze nu een privékamer hebben. Ze krijgen 45 euro leefgeld per week om hun eigen eten en drinken van te kopen. Dit leefbudget is voor de jongeren net voldoende, hoewel ze ook aangeven dat het met de stijgende prijzen wel steeds lastiger wordt. Iedereen kookt zijn eigen eten in de gezamenlijke keuken en er is een gezamenlijke woonkamer. Veel jongeren die daar verblijven koken overigens niet en halen regelmatig iets kant en klaars, waardoor het eigenlijk altijd rustig is in de keuken.

Begeleiding De jongeren hebben allemaal wekelijks een gesprek met hun persoonlijk begeleider. Die helpt hun met de zoektocht naar een woning en naar werk. De jongeren zijn zeer tevreden met deze ondersteuning. Ze geven aan dat het belangrijk is om iemand te hebben om op terug te kunnen vallen, die je begrijpt en waar je altijd bij terecht kunt met vragen of om even te klankborden. Een jongere heeft naast deze begeleiding sinds kort ook schuldhulpverlening via Budgetbeheer. Hierdoor heeft hij nu wat meer rust en kan hij beter slapen, want hij werd erg nerveus van alle brieven. Voor het vinden van werk zijn er via de persoonlijk begeleiders contacten met het Werkplein of de Werkshop. Uit de gesprekken ontstaat echter de indruk dat de contacten hiermee tamelijk oppervlakkig zijn. Er is ook de mogelijkheid tot het doen van simpele dagbesteding, om op die manier te werken aan ritme en structuur. Een jongere geeft aan dat het simpel werk is, maar dat het goed voor hem is om een ritme te krijgen zodat hij straks gelijk aan de slag kan.

Groepsleiding De jongeren zijn allemaal enigszins negatief over de groepsleiding. Een jongere vraagt zich af of ‘op de deur kloppen’, ‘eten geven’ en ‘een beetje op kantoor schrijven wat er gebeurt op de groep’ een afdoende takenpakket van de groepsleiding is. Een andere jongere ervaart veel problemen rondom de communicatie. Hij heeft het gevoel dat er vaak niets met zijn input of klachten wordt gedaan. Een andere ervaring was dat een jongere ziek op bed lag en een medewerker zijn kamer kwam controleren. De hele kamer was netjes, maar er lagen twee papiertjes op de grond. Toen werd hem dringend gezegd dat hij zijn kamer op moest ruimen, het licht werd aan gedaan en er werd niet gevraagd hoe het met hem ging. De jongere vond dit een erg vervelende ervaring. Twee keer per dag komen ze langs bij de kamers: “Daar schrik je soms van als ze hard aankloppen”. De wekelijkse controles zijn voor een jongere onprettig: “Elke medewerker werkt op een andere manier en soms trekken ze de hele koelkast open, dan voel je je niet prettig”.

Wat kan beter Er worden door de jongeren verschillende aspecten genoemd die beter kunnen, waaronder communicatie, veiligheid, het gedrag van de werkers en de doorstroom. Eén jongere geeft aan dat als je twee weken niet komt opdagen om je post op te halen dat je dan automatisch wordt uitgeschreven. Dan moet je vervolgens weer naar de gemeente om je opnieuw in te laten schrijven en een postadres aan te vragen. Dat is hem een keer overkomen. Verder wordt als belemmering genoemd dat alle afspraken met begeleiders en instanties overdag zijn, waardoor het eigenlijk onmogelijk is om een fulltime baan aan te nemen. Onderstaande twee portretten dienen ter illustratie van de hierboven opgetekende bevindingen; hun namen zijn gefingeerd.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

53

Rekenkamercommissie

Niels Niels stond na zijn 18e vanuit de Jeugdzorg op straat. Zijn vertrouwen in de Jeugdzorg was dermate beschadigd dat hij de eerste paar jaar daarna niks meer met zorg te maken wilde hebben. Hij dacht dat hij het zelf allemaal wel kon regelen, maar dat bleek niet te werken. Vanaf zijn 18e heeft hij eerst 5 maanden lang op straat geleefd. Daarna sliep hij op regelmatige basis in het ‘oude slaaphuis’ bij het Leger des Heils, met 16 personen op een zaal. Dat vond hij vreselijk. Hij hield dit geen 4 dagen per week vol, waardoor hij geen postadres kon krijgen, niet ingeschreven stond en geen stappen kon maken. Hij leefde voornamelijk op straat, kwam overdag wel bij het Leger des Heils langs om te douchen, te eten en wat op te warmen en ging dan ’s avonds weer de deur uit om buiten te slapen. Anderhalf jaar geleden kreeg hij een privékamer aangeboden op locatie X, toen heeft hij de keuze gemaakt om te blijven. Sindsdien gaat het beter. Niels heeft dagbesteding en kan aardig voor zichzelf zorgen. Hij is erg tevreden over zijn begeleiding. Behoeften Hij heeft vooral iemand nodig om op terug te vallen als het even niet zo lekker gaat, iemand om mee te praten. In deze behoefte wordt door zijn begeleidster nu heel goed voorzien. Niels vindt het belangrijk om een goede band te hebben met een begeleider, want daar heeft hij altijd erg veel moeite mee gehad.

Bij aanvang van de begeleiding mocht hij daarom met drie verschillende mensen een gesprek hebben en daar heeft hij uit mogen kiezen wie hij zelf als begeleider wilde hebben. Dat vond hij erg prettig. Hij wil nu heel graag doorstromen naar een eigen woning, er is urgentie voor hem aangevraagd. Als dat niet lukt is zijn perspectief dat hij doorstroomt naar een andere kamer bij een andere locatie van het Leger des Heils. Als hij straks weg is hoopt hij dat hij toch nog af en toe bij iemand terecht kan. Hij wil ook heel graag weer aan het werk. Het is volgens hem belangrijk dat een werkgever zijn situatie kent en begrijpt, zodat hij zijn situatie niet hoeft uit te leggen op het moment dat hij wegens omstandigheden een keer niet kan komen werken. Belemmeringen en oplossingen Niels geeft aan dat het niet goed mogelijk is om overdag te werken en daarnaast afspraken met je begeleiding te hebben en alle zaken te regelen die moeten gebeuren, zoals het zoeken naar een woning. Het zou een bepaalde groep erg helpen als persoonlijk begeleiders ook vaker buiten kantooruren beschikbaar zijn. Waar hij ook tegenaan loopt is dat hij vaak bij instanties te horen krijgt “bel maar met je begeleider”, terwijl hij dingen graag zelf wil regelen en de regie wil hebben over zijn eigen leven. Hij heeft het gevoel dat mensen hierdoor wellicht minder actief worden om zelf bepaalde zaken te regelen.

Tot slot, er is amper doorstroom op dit moment. Er moeten meer woningen komen. Hij denkt dat het goed zou zijn als de gemeente flats zou bouwen voor de doelgroep die nu bij het Leger des Heils verblijft en klaar is voor doorstroom naar een eigen woning.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

54

Rekenkamercommissie

Khalid Khalid kwam op straat te staan na problemen met de woningcorporatie. Na een maand bij een kennis te hebben verbleven kwam hij bij het Leger des Heils terecht, op de oude slaapzaal. Hij moest toen wel een paar uur wachten voor hij een bed op de slaapzaal kreeg toegewezen en veel was erg onduidelijk voor hem. Daar heeft hij anderhalve week gezeten waarna hij vanwege de verbouwing van opvanglocatie X naar het hotel werd verplaatst. In die anderhalve week is hij nog een keer van zaal gewisseld omdat hij zich niet goed voelde. Hij voelde zich totaal niet op zijn gemak in de slaapzaal, hij had er geen privacy. Daarna heeft hij een half jaar in het hotel gezeten en toen kon hij terecht op een privékamer in opvanglocatie X. Daar verblijft hij nu zo’n anderhalf jaar. Hij is blij dat hij nu een eigen kamer heeft. Khalid heeft geen werk of dagbesteding. Inmiddels heeft hij al drie begeleiders gehad, hij heeft inmiddels een vierde begeleider. Met de vorige begeleiders liep het contact niet zo lekker. Met zijn huidige begeleider loopt het wel aardig, omdat zij doorpakt. Hij kan haar ook bereiken als hij haar nodig heeft tussen de afspraken door, dat vindt hij prettig. Als hij iets nodig heeft, moet hij er wel van op aan kunnen dat hij dan terecht kan, dat kon hij bij de anderen niet. Hele grote stappen zijn er echter nog niet gezet.

Behoeften Hij heeft een woning en werk nodig, verder redt hij zich aardig, naar eigen zeggen. Hij staat al lang ingeschreven voor een woning en reageert ook zelf op woningen, want dat is verplicht. Ze willen nu urgentie voor hem aanvragen. Hij heeft veel behoefte aan duidelijkheid en wil graag weten waar hij aan toe is. Hij staat op de wachtlijst voor een vervolgplek in Sterrenburg en zou graag eens willen kijken waar hij dan terecht komt, maar hij heeft er nog niks over gehoord. Hij weet niet precies hoelang hij nog in de opvang op locatie X kan blijven en wanneer hij kan doorstromen naar Sterrenburg (‘Doorstart’ van Leger des Heils; een tussenplek). De informatievoorziening vindt Khalid over het algemeen slecht en dat wekt de nodige frustratie bij hem op. Zo had de sociale dienst toegezegd om hem te helpen bij het vinden van werk, maar daar hoort hij niks van. Ook de communicatie vanuit de Werkshop in Wielwijk is onduidelijk voor hem. Khalid heeft daar een jobcoach, maar daar heeft hij amper contact mee. Het is blijkbaar lastig om een afspraak te plannen. Hij heeft momenteel eigenlijk alleen contact met zijn begeleidster. Hij heeft het gevoel dat er niet goed naar hem wordt geluisterd. Hij wil graag vooruit maar hij heeft het gevoel dat hij daarin wordt tegengehouden. Voor hem telt dat hij straks zijn eigen plekje heeft. Hij is hier niet voor de gezelligheid.

Belemmeringen en oplossingen Qua verblijf heeft Khalid wel een aantal verbeterpunten. De communicatie moet sowieso beter. En hij stoort zich aan de slechte wifi. Daar loopt hij al een jaar over te klagen, maar dat wordt maar niet opgepakt. Hij vindt het belangrijk dat als hij iets aan geeft dat het dan ook daadwerkelijk gedaan wordt. Ook vindt hij het een probleem dat mensen niet doorstromen omdat er geen woningen zijn.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

55

Rekenkamercommissie

7. Doorstroom en uitstroom in opzet en praktijk Dit laatste hoofdstuk gaat in op de doorstroom naar tussenvoorzieningen (of tussenplekken, zoals ze in Dordrecht worden genoemd) en de uitstroom naar een zelfstandige woon-vorm of woning met eventuele begeleiding. Bij de behandeling hiervan gaan we ook in op de knelpunten en mogelijke oplossingen die naar voren zijn gebracht door geïnterviewden (deelvragen 5 en 6). Deelvragen en bevindingen

Deelvraag 4b en 4c: In hoeverre is voor dak- en thuisloze jongeren in opzet en praktijk sprake van een adequate doorstroom naar tussenvoorzieningen en uitstroom naar een zelfstandige woonvorm of woning, waar nodig met begeleiding? De organisatie van de doorstroom en uitstroom in opzet: • Er zijn (proces)afspraken voor de huisvesting van doelgroepen met een zorgvraag. De huisvestingsverordening regelt de voorrangsregeling en contingentafspraken. Jaarlijks bepalen gemeenten en woningcorporaties in overleg de aantallen en verdeling. Er zijn regionale afspraken over Housing First (voor volwassenen en jongeren). • De Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen (HKG) is gebaseerd op twee onderzoeken die samen inzicht geven in het aanbod en de behoefte aan tussenplekken en zelfstandige woningen. De twee onderzoeken dateren van de eerste helft van 2020. Door ontwikkelingen als de coronacrisis en toenemende druk op de woningmarkt wordt nieuw onderzoek naar de benodigde aantallen en type woon(zorg)producten nodig geacht voor een actueel inzicht. De doorstroom in de beleidspraktijk: • Het is niet vast te stellen of de doorstroom naar tussenplekken plaatsvindt binnen de termijnen zoals vastgelegd in beleid. In eerste instantie waren er streeftermijnen (jongeren niet langer dan 3 maanden in de opvang, in een jaar een traject afronden met uitstroom naar een woning of bijv.

een vervolgplek), maar deze zijn al snel losgelaten, omdat de vraag naar tussen- en vervolgplekken en woningen groter is dan het aanbod en omdat jongeren meer tijd nodig bleken te hebben. Nu zijn er geen streeftermijnen. Ook is er geen inzicht in de doorstroomtermijnen. • Het aanbod aan doorstroomvoorzieningen lijkt kwantitatief niet toereikend te zijn voor deze doelgroep. Er zijn wachtlijsten voor verschillende doorstroomvoorzieningen. De realisatie van deze voorzieningen loopt achter op de planning. De uitstroom in de beleidspraktijk: • Het is niet vast te stellen of de uitstroom plaats vindt zoals beoogd door het beleid, omdat er geen gegevens beschikbaar zijn en omdat er geen meetbaar doel voor is vastgesteld. • Het aanbod aan zelfstandige woonvormen en begeleiding is kwantitatief ontoereikend voor deze doelgroep.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

56

Rekenkamercommissie

• De gemeente heeft geen zicht erop of passende nazorg wordt geboden bij zelfstandig wonenden. Door diverse organisaties wordt begeleiding gegeven aan jongeren en andere voormalig daklozen die zelfstandig wonen, maar hierop is geen regie of monitoring vanuit de Toegangspoort (zoals werd beoogd in de opzet).

Deelvraag 5: Welke belemmeringen worden door betrokkenen ervaren voor een adequate toegang tot de eerste opvang en tijdige doorstroming in de keten van maatschappelijke opvang? • Er wordt vooral een tekort aan woon(zorg)voorzieningen en woningen ervaren en dat de realisatie van tussenplekken en woningen voor deze doelgroep achterloopt op de planning. Ook schiet de centrale regie schiet te kort; maar trajecten kunnen ook langer duren door de problematiek van sommige jongeren.

Deelvraag 6: Welke oplossingen voor de genoemde belemmeringen zijn hiervoor in beeld bij betrokkenen? • Meer tussenplekken voor jongeren, meer woningen en tijdelijke woningen, meer centrale regie, nieuw toekomstonderzoek naar behoefte aan tussenplekken en woningen.

7.1 De doorstroom en uitstroom in opzet 7.1.1 Vier routes naar passende huisvesting Dak- en thuislozen die zijn aangemeld bij de Toegangspoort Nieuwe Start kunnen op hoofdlijnen volgens vier routes doorstromen en uitstromen naar wonen, zoals figuur 7.1 laat zien.

HELAAS NU

A

Basiscapaciteit opvang

B

Kromhout

Tijdelijk meer capaciteit • • • •

49+24

Marconiweg vakantieparken hotels etc.

+10

Incidentele tussenplek: (max 2 a 3 jaar beschikbaar)

• • • • •

Oudendijk Particulieren woningen Portocabins De Hoop Weeskinderendijk etc.

(Beschermd) Thuis in de Wijk

BW

Tussenplek

•

Housing First

Structurele tussenplek: • • • • • • •

SSF Keizerstraat Weeskinderdijk Pelserstraat Kamers met aandacht IB4MO etc.

Route 1: vanuit opvang eerst tussenplek

wonen

Route 2: opvang eerst BW

wonen

tussenplek

Route 3: vanuit opvang direct naar wonen Route 4: direct naar wonen

Figuur 7.1: vier routes naar passende huisvesting

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

57

Rekenkamercommissie

Bron: presentatie Wmo Adviesraden Beschermd Wonen en Opvang, 30 november 2021 Daklozen, inclusief jongeren, kunnen uit de opvang doorstromen naar Beschermd Wonen of een tussenplek, indien ze niet of nog niet de stap kunnen maken naar zelfstandig wonen. Indien ze daar wel klaar voor zijn, kunnen ze direct uit de opvang naar wonen uitstromen, of – indien ze niet acuut dakloos zijn – direct via de Toegangspoort naar een woning worden toegeleid (zonder opvang als tussenstap). In de huidige situatie zijn er vanwege een tekort aan tussenplekken – omdat het tijd kost om die te realiseren - ook incidentele tussenplekken op locaties die daarvoor tijdelijk in gebruik worden genomen, zoals panden met een sloopbestemming of die tijdelijk leegstaan. De gemeente heeft op het moment van dit onderzoek geen totaaloverzicht van welke woon(zorg)voorzieningen binnen de mogelijke routes voor jongeren worden ingezet.103

7.1.2 Inzicht in behoefte aan voorzieningen en procesafspraken Een in opzet adequate aanpak of beleid van doorstroom en uitstroom begint met inzicht in de vraag naar en aanbod van woon(zorg)producten. Daarnaast zijn (proces)afspraken voor de toegang tot de woningmarkt nodig. Capaciteitsonderzoek en onderzoek ‘Wonen voor iedereen’ In het voorjaar van 2020 is voor de regio Drechtsteden en Alblasserwaard met het capaciteitsonderzoek Beschermd Wonen en Opvang de toenmalige en verwachte toekomstige benodigde capaciteit (fysieke plekken) in beeld gebracht.104 Het overzicht van benodigde aantallen van verschillende opvangvoorzieningen is op 3 juli 2020 regionaal bestuurlijk besproken. In oktober 2020 kwam het opdrachtonderzoek Wonen voor iedereen uit. Het onderzoek heeft voor zes doelgroepen met een zorgvraag de geschatte vraag en het gewenste aanbod - een zelfstandige woning of tussenplek - in beeld gebracht en welke (proces)afspraken er (nodig) zijn voor de huisvesting van huishoudens met een zorgvraag.105 Tot de onderzochte doelgroepen behoren dak- en thuisloze jongeren en jongeren die uitstromen uit de jeugdhulp.106 Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 Op basis van de genoemde twee onderzoeken is in de Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 20212022 aangegeven hoeveel tussenplekken en zelfstandige woningen nodig zijn voor verschillende doelgroepen.

Negen gemeenten hebben een lokaal ‘bod’ gedaan om op korte termijn (2 jaar) een deel van het benodigde aanbod te ontwikkelen. Daarmee is de samenwerking rond de regionale opgave voor uitbreiding van tussen- en vervolgplekken vanuit onderbouwd inzicht gestart. Met als kanttekening dat in de agenda geen schatting is opgenomen van het aantal voorzieningen dat nodig is voor jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg. Processen voor toegang tot woningmarkt In het opdrachtonderzoek Wonen voor iedereen is inzichtelijk gemaakt welke (proces)afspraken nodig

103 Ambtelijk groepsgesprek 27 januari 2022. 104 CQ Procesmanagement, Capaciteitsonderzoek Beschermd Wonen & Opvang Regio Drechtsteden en Alblas-serwaard. PowerPoint t.b.v. bestuurlijk overleg op 3 juli 2020. 105 Onderzoeksopdracht ‘Wonen voor Iedereen’, 28 september 2020, p. 3. 106 Onderzoeksopdracht ‘Wonen voor Iedereen’, 28 september 2020, p. 4-5.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

58

Rekenkamercommissie

zijn voor huisvesting van huishoudens met een zorgvraag.107 In de Huisvestingverordening gemeente Dordrecht 2019, 1e wijziging108 is de voorrangregeling op een aantal punten gewijzigd en is een nieuw artikel opgenomen over contingentafspraken (artikel 2.1.19). Een van de wijzigingen in de voorrangsregeling is dat aan jongeren tot 27 jaar die een beschermd woneninstelling verlaten, niet meer de eis wordt gesteld dat zij in het verleden over een zelfstandige woonruimte moeten hebben beschikt. Het artikel over contingentafspraken biedt een aanvulling op de voorrangsregeling en is bedoeld voor doelgroepen met een zorgvraag die dringend woonruimte nodig hebben maar geen aanspraak kunnen maken op de voorrangsregeling. De gemeenten en woningcorporaties bepalen jaarlijks in overleg de hoeveelheid en verdeling van woningen die op die manier door de corporaties beschikbaar worden gesteld.

Deze contingentafspraken worden geborgd in de lokale prestatieafspraken.109 Daarnaast is door een nieuwe regionale overeenkomst Afsprakenkader Housing First (eind 2021) sprake van uitbreiding van Housing First naar alle gemeenten in de regio Drechtsteden/Alblasserwaard en is naast het Leger des Heils ook Timon aanbieder van ambulante ondersteuning voor dit woonzorgproduct.110 In opzet lijkt zo te zijn voorzien in een adequate aanpak, door een aanbod dat aansluit op de vraag en genoemde aanpassingen van de voorrangsregeling en contingentafspraken en procedures voor de huisvesting van doelgroepen met een zorgvraag. In de feitencheck werd terecht opgemerkt dat vanwege de complexiteit van de praktijk dit onvoldoende is om in opzet een adequate door- en uitstroom van dak- en thuisloze jongeren mogelijk te maken. Dat komt niet alleen doordat het bij deze doelgroep niet altijd op voorhand duidelijk is wat zij precies nodig hebben (inhoudelijke complexiteit), maar vooral door de organisatorische complexiteit van een passende aanpak.

Vele partijen zijn eigenaar van dit vraagstuk - de negen gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders – en voor een adequaat aanbod moeten deze partijen hun acties op verschillende niveaus afstemmen: op casusniveau (bij de begeleiding van de jongeren), op management- of procesniveau (de woningen daadwerkelijk realiseren, werkinstructies voor medewerkers, gevoel van urgentie, enz.) en op strategisch niveau (bestuurlijke afspraken in het kader van de Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen en toezien op naleving ervan). Er moeten dus ook zaken op management/proces- en op strategisch niveau zijn geregeld. Deze voorwaarden hebben we niet nader onderzocht, maar kunnen wel een reden zijn waarom de doorstroom en uitstroom niet adequaat verloopt.

7.2 De doorstroom en uitstroom in de uitvoeringspraktijk In hoeverre is voor dak- en thuisloze jongeren in de beleidspraktijk sprake van een adequate doorstroom naar tussenplekken en uitstroom naar een zelfstandige woonvorm of woning, waar nodig met begeleiding? Door- en uitstroom blijken in de praktijk grilliger te verlopen dan de 4 routes uit figuur 7.1, vooral doordat er allerlei tussenstappen worden gemaakt omdat er wachtlijsten zijn voor tussenplekken of zelfstandige woningen (en beschermd wonen). Daardoor kunnen jongeren bijvoorbeeld langer in de opvang blijven, of in tijdelijk woning met begeleiding, totdat ze aan de beurt zijn voor de voorziening waarvoor ze een indicatie hebben gekregen. Ook kunnen jongeren langer in de opvang blijven, omdat

107 Raadsinformatiebrief Beantwoording moties 19121/M4 ‘Een plek voor iedereen’ en motie 200310/M4 ‘Vol-doende woningen voor de visie opvang’, 24 november 2020. 108 Raadsbesluit ‘Vaststellen wijzigingsverordening Huisvestingsverordening gemeente Dordrecht 2019’, zaak-nummer 0001922, 8 februari 2022. 109 Raadsvoorstel ‘Vaststellen wijzigingsverordening Huisvestingsverordening gemeente Dordrecht 2019’, zaak-nummer 0001922, 8 februari 2022. 110 Gemeente Dordrecht, Uitvoeringsprogramma Van opvang naar wonen, versie januari 2022, p. 10.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

59

Rekenkamercommissie

blijkt dat niet altijd worden aangemeld voor een van de voorrangsroutes naar een woning.111 De routes zijn in praktijk ook grilliger vanuit het streven naar maatwerk. De routes voor thuisloze jongeren (bankslapers) gaan volgens deze figuur direct via de Toegangspoort naar wonen. In praktijk lukt dat vaak niet, door het gebrek aan woningen, doordat jongeren daar nog niet klaar voor zijn. In dat geval worden de jongeren doorgeleid naar een tussenplek of een tijdelijke woning met begeleiding. In de volgende paragrafen gaan we in op de door- en uitstroom in de praktijk. De route via Beschermd Wonen (BW) laten we buiten beschouwing, zoals aangegeven in de afbakening van het onderzoek in het inleidende hoofdstuk.

7.2.1 Doorstroom naar tussenplekken in de praktijk Termijnen voor doorstroom naar tussenplekken Een van de doelen van het beleid voor dak- en thuisloze jongeren zoals neergelegd in de visie is om het verblijf in de opvang tot maximaal drie maanden te beperken. Met dit oogmerk werd de vernieuwing van de nachtopvang op locatie X naar eenpersoonskamers gerealiseerd: zodat daklozen beter tot rust kunnen komen en beginnen aan hun herstel, wat de kans vergroot “om binnen 3 maanden door te kunnen stromen naar een passende vervolgplek”112, een tussenplek, beschermd wonen of een zelfstandige woning. Op dit moment zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om te kunnen beoordelen of dit doel wordt gehaald. De GGD heeft volgens de opzet als een van zijn taken de voortgang van trajecten te monitoren en er centrale regie op te voeren. Dat gebeurt echter in onvoldoende mate. Uit aangeleverde gegevens van de Toegangspoort via de gemeente113 konden we niet opmaken hoelang de jongeren hebben moeten wachten op doorstroom of uitstroom uit de opvang. Zoals eerder vermeld kregen we op verzoek ambtelijke informatie aangeleverd over de 100 dak- en thuisloze jongeren die in 2021 zijn aangemeld bij de Toegangspoort. Van die 100 casussen zouden er ‘inmiddels 35 zijn afgesloten’.

De afsluitreden is: • 9 zijn verhuisd naar buiten de regio; • 15 zijn toegeleid naar een beschermde of begeleide (zelfstandige) woonvorm (dit kan ook een tussenplek zijn). De Toegangspoort heeft geen exact overzicht wie met welke indicatie waarnaar is doorgestoomd; • voor 4 is zelfstandige huisvesting gevonden binnen de regio; • 3 cliënten wilden geen begeleiding meer (en er was geen aannemelijk risico op gevaar); • bij 4 is de reden van afsluiting onbekend, of zijn ze vertrokken zonder toelichting. Deze 100 casussen betreffen zowel dakloze jongeren in de opvang als thuisloze jongeren die worden begeleid terwijl ze niet in de opvang zitten. Van de 100 jongeren waren er 43 opgevangen in de crisisopvang (hotel of die van het Leger des Heils) en 57 hebben alleen een briefadres gekregen en werden 111 In de feitencheck werd opgemerkt dat uit casusonderzoek was gebleken dat een van de knelpunten bij uit-stroming naar zelfstandige woningen was dat het grootste deel van de jongeren in de opvang niet bleek te zijn aangemeld voor een van de voorrangsroutes voor huisvesting. 112 Visie van opvang naar wonen, p. 19 113 Ontvangen 8 maart 2022

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

60

Rekenkamercommissie

waarschijnlijk door JOR-professionals begeleid. Ook bij deze thuisloze jongeren kan sprake zijn van afsluiting van de casus. Kortom, het gaat bij de 35 gevallen niet alleen om uitstroom uit de opvang. We weten bovendien niet wanneer de jongeren zijn aangemeld bij de Toegangspoort en hoelang het duurde voor de casus als dan niet werd afgesloten. Daardoor kunnen we op grond van deze gegevens geen conclusies trekken over hoelang de jongeren in de opvang zaten. Meer gedetailleerde data over jongeren in de opvang van het Leger des Heils, die we hebben ontvangen via de gemeente, lijken erop te duiden dat jongeren regelmatig langer dan drie maanden in de opvang zitten. In 2021 waren er 23 jongeren in de crisisopvang van het Leger des Heils ingestroomd (algemeen gesubsidieerde voorziening), waarbij 6 van deze 23 jongeren meer dan drie maanden in de crisisopvang zaten (soms zelfs zeven maanden). 114 Een gemiddeld verblijf van drie maanden lijkt voor de crisisopvang wel te worden gehaald. Indien het verblijf in de 24-uursopvan (Herstart) er bij wordt betrokken – en die hoort ook bij de basiscapaciteit van de opvang – dan wordt de termijn van drie maanden ruim overschreden.115 De streeftermijn van drie maanden in de opvang voor jongeren lijkt door geen van de betrokken organisaties nog als streefdoel te worden ervaren, bleek uit de interviews.

Wel wordt het van belang geacht het verblijf in de crisisopvang zo kort mogelijk te houden. Een van de betrokkenen bij de ontwikkeling van de Toegangspoort gaf aan dat aanvankelijk het streven was dat daklozen (dus niet specifieke jongeren) binnen een jaar uitgestroomd zouden moeten zijn uit de opvang naar op z’n minst een passende vervolgplek (zorginstelling, BW, tussenplek) of een zelfstandige woning. Dit streefdoel werd volgens de geïnterviewde al tijdens de ontwikkeling van de Toegangspoort losgelaten, vanwege twee redenen: de krappe woningmarkt en omdat een behoorlijk aantal daklozen een zware, complexe problematiek hebben, zodat trajecten langer duren. Hiervoor zijn geen nieuwe concrete streefdoelen in de plaats gekomen.116 In de gesprekken met ketenpartners en de gemeente werd aangegeven dat dak- en thuis-lozen, en ook jongeren onder hen, lang in de opvang kunnen verblijven.

De belangrijkste redenen die hiervoor werden genoemd zijn: • Wachtlijsten voor geschikte tussenplekken voor jongeren; • Wachtlijsten voor beschermd wonen (zo’n 1,5 jaar); • Tekortschietende begeleiding en trajectregie, waardoor cliënten onvoldoende begeleid worden, en het lang kan duren voor een indicatie voor een vervolg plek of urgentie voor een woning wordt aangevraagd; • Tekort aan geschikte, betaalbare woningen of woonvormen om naar uit te stromen; • Wachtlijsten voor verslavings-, psychische en psychiatrische zorg (extra- of intramuraal). Deze zijn in de routes van opvang naar wonen niet meegenomen. 114 Eigen berekeningen op basis van een via de gemeente ontvangen Excel-bestand van het Leger des Heils. 115 Dat een casus in de opvang is afgesloten, betekent lang niet altijd doorstroom te zijn naar een tussenplek of een woning. Volgens de aangeleverde gegevens waren 9 van de 23 jongeren uit beeld verdwenen of (weer) zwervend. Verder zijn er 2 jongeren zelfstandig gaan wonen. De rest is doorgestroomd naar een ander product van het Leger des Heils: 8 jongeren naar een product op opvanglocatie X/Y (waarschijnlijk ‘Herstart’ met een Wmo-indicatie) en de overige 4 naar een ander product van Leger des Heils Rijnmond Zuidwest, mogelijk bui-ten Dordrecht.

Doorstroom naar het product ‘Herstart’ op locatie X/Y betekent echter een uitstroom uit de cri-sis/nachtopvang naar 24-uursopvang met een Wmo-indicatie. Beide worden gerekend tot de basiscapaciteit ‘opvang’. In strikte zin is bij deze 8 jongeren dus geen sprake van uitstroom, maar doorstroom naar 24-uurs-opvang. 116 Interview SDD 13 mei 2022

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

61

Rekenkamercommissie

De Toegangspoort vervult maar in beperkte mate haar functie wat betreft monitoring van en regie op trajecten. De GGD vindt dat als een traject eenmaal van start is gegaan, regie en monitoring vooral de verantwoordelijkheid is van de instanties die de jongeren begeleiden. Het bureau trajectmanagement van het Leger des Heils lijkt deze functie niet goed te vervullen; zoals we zagen kunnen jongeren lange tij in de opvang verblijven zonder dat er een indicatie voor een vervolgplek wordt aangevraagd.117 Het blijkt dus om verschillende redenen moeilijk om gestelde termijnen te halen; en voor het verblijf in de opvang lijken geen concrete termijnen meer te worden gehanteerd. Doordat de monitoring nog in opbouw is, is niet goed vast te stellen hoe lang dakloze jongeren in de opvang zitten voordat ze doorstromen. Aanbod van tussenplekken De vraag of het aanbod aan doorstroom- of tussenplekken toereikend is voor de doelgroep van daken thuisloze jongeren, is niet te beantwoorden op grond van de beschikbare gegevens. Zoals eerder is aangegeven (paragraaf 1.2.2) is er wel onderzoek uitgevoerd naar het benodigde aanbod en de behoefte aan woon(zorg)vormen voor kwetsbare groepen, waaronder dak- en thuisloze jongeren, op grond waarvan is bepaald hoeveel tussenplekken en zelfstandige woningen nodig zijn voor verschillende doelgroepen.

Voor dak- en thuisloze jongeren zou er behoefte zijn aan 2 voorzieningen (tussenplekken) van 15 woonplekken in woontrainingsprojecten voor jongeren.118 Dordrecht heeft inmiddels de 15 woonplekken voor woontraining gerealiseerd, terwijl een woontrainingsproject met 15 plekken voor jongeren in ontwikkeling is in Papendrecht. De realisatie van dit project in Papendrecht hangt van allerlei zaken af (zo moet een woning nog vrijkomen), zodat nog niet duidelijk wanneer die gerealiseerd kan worden. Het is dus nog onduidelijk of de realisatie van de geplande tussenplekken voor jongeren in 2022 gerealiseerd wordt. Los daarvan kan geconstateerd worden dat de vraag ondertussen lijkt te zijn toegenomen, door de toenemende krapte op de woningmarkt en door de gevolgen van de coronacrisis, die gezinnen met meervoudige problematiek extra onder druk heeft gezet. De 15 plekken in een woontrainingsproject in Dordrecht (in Sterrenburg) zijn bedoeld voor jongeren uit de jeugdzorg of dak- en thuisloze jongeren met de potentie om zelfstandig te wonen, maar die daarvoor nog de nodige vaardigheden moeten eigen maken.119 Ze krijgen begeleiding op hun woonplek op de levensgebieden van inkomen, financiën op orde houden en wonen.

Hiervoor is een specifiek SDD-product ontwikkeld, de IB4 MO-indicatie, samen met de twee betrokken zorgaanbieders, Timon en Enver, en de woningcorporatie Trivire.120 In principe wordt door de SDD een IB4 MO-indicatie afgegeven voor een jaar, maar het blijkt nu dat jongeren over het algemeen meer tijd nodig hebben.121 Er is een wachtlijst voor IB4 MO bijgehouden door de SDD, en de wachttijd kan oplopen tot meer dan een

117 De sociale dienst heeft hier ook een rol, namelijk bij klanten waarvoor zij een Wmo-indicatie afgeeft. Zij geeft bij aanvragen voor indicaties voor opvangvoorzieningen (24-uurs opvang) op opvanglocatie X relatief korte indicaties af: eerst een indicatie voor 3 maanden (voor de brede intake en ondersteuningsplan), dan een indicatie van zo’n 6 maanden (om de voortgang van de ondersteuning op het herstel van de cliënt te volgen), en daarna vaak nog een indicatie voor 3 maanden en soms een verlenging van 3 maanden. De SDD heeft tus-sentijds contact met de klant en de persoonlijk begeleider en trajectmanager (bij het Leger des Heils) over de verlening van indicaties. Op die manier volgt de Wmo-consulent tussentijds het proces van de klant en stuurt daarin bij indien nodig, door in gesprek te gaan met de klant (Interview SDD 25 april 2022). Het gaat hier over indicaties voor opvang voor daklozen in het algemeen, niet specifiek voor jongeren. De genoemde termijnen voor de indicaties houden in dat daklozen gemiddeld zo’n jaar in de 24-uursopvang (‘Herstart’) kunnen verblij-ven. 118 Naast uitstroomplekken: Housing First-woningen en afspraken met tijdelijke verhuurders voor huisvesting jongeren 119 Zie Movisie, De basis op orde voor dak- en thuisloze jongeren, 2021, p. 88-89, initiatief 35: Zwaardere woonbegeleiding met woning voor jongeren (Dordrecht).

120 De jongeren wonen in een geclusterde woonsetting, verdeeld over twee aanbieders (7 plekken voor Timon, 8 voor Enver). De ondersteuning is dichtbij georganiseerd door een steunpunt in de buurt. 121 Interview SDD 25 april 2022. In een interview met Timon werd aangegeven dat het eerdere richting twee jaar gaat.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

62

Rekenkamercommissie

jaar.122 In de tussentijd slapen deze jongeren op de bank, in het hotel of op andere plekken, zoals in een instabiele thuissituatie bij de ouders. Gedurende de tijd dat jongeren bij het SDD op de wachtlijst staan kunnen ze een indicatie krijgen voor overbruggingsbegeleiding (individuele begeleiding) door JOR, om te kijken op welke terreinen al gewerkt kan worden aan herstel.123 Er zijn nog allerlei andere tussenplekken waar dak- en thuisloze jongeren ook gebruik van kunnen maken indien ze perspectief hebben om zelfstandig te wonen maar daar nog niet toe in staat zijn.124 Het gaat hier om tussenplekken die ook voor volwassenen open staan, en dus niet specifiek voor jongeren zijn. De gemeente maakt onderscheid tussen incidentele en structurele tussenplekken.125 Incidentele tussenplekken zijn voorzieningen in locaties die maximaal voor 2 à 3 jaar beschikbaar zijn. Tijdelijk woningen met een tijdelijke huurovereenkomst zijn bedoeld als tussenstap naar structurele tussenplekken of naar zelfstandige wonen, als die beschikbaar komen. Veel van de structurele tussenplekken voor dak- en thuislozen – waar ook jongeren gebruik van kunnen maken – worden aangeboden door het Leger des Heils.

Zo zijn er 23 plekken van het product ‘Doorstart’ in de Binnenstad en in Sterrenburg voor daklozen die doorstromen uit Herstart, maar nog niet zelfstandig kunnen wonen.126 Ook zijn er Skaeve Huse, met begeleiding vanuit het Leger des Heils, voor mensen die voor veel overlast zorgen. Leger des Heils begeleid ook daklozen in Short Stay Facility (SSF) Dordrecht. Stichting Timon begeleidt specifiek enkele jongeren in SSF Dordrecht. Daarnaast heeft De Hoop enkele tijdelijke tussenplekken (portocabins). Ook zijn er enkele woningen van Woonbron beschikbaar als tussen- of vervolgplek. In regiogemeenten zijn ook tussenplekken beschikbaar, voor dak- en thuislozen in het algemeen of voor jongeren. Zo zijn er in Gorinchem Kamers met Kansen (zo’n 15 plekken); deze zijn specifiek bedoeld voor jongeren, waarbij ze begeleiding krijgen van het Leger des Heils.127 Tussenplekken zijn geïndiceerde voorzieningen waarvoor een Wmo-indicatie nodig is. Naast die indicatie voor beschermd wonen (BW-indicatie; dit is geen tussenplek) en de IB4 MO-indicatie zijn er indicaties voor individuele begeleiding (IB MO). IB MO-indicaties worden gegeven voor producten van het Leger des Heils en sinds januari 2021 ook voor producten van zeven nieuwe partijen die hiervoor zijn gecontracteerd.

Zij bieden individuele begeleiding voor de MO-doelgroep gericht op bevorderen van zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval.128 Daarnaast zijn er tussenplekken voor jongeren die alleen bedoeld zijn voor jongeren met een indicatie verlengde jeugdzorg, zoals Kamer Trainingscentrum (KTC) voor begeleiding van jongeren uit de jeugdzorg bij zelfstandig wonen, onder meer aangeboden door Enver. Maar jongeren met een verlengde jeugdzorgindicatie kunnen ook in dezelfde tussenplekken terecht komen als dak- en thuisloze jongeren met een IB MO-indicatie. Dat er een tekort is aan tussenplekken voor jongeren die nog niet zelfstandig kunnen wonen, komt dus ook doordat er vraag is naar deze plekken vanuit zowel de uitstroom uit de (residentiele) jeugdzorg als vanuit de maatschappelijke opvang. Ook vanuit jeugdzorgaanbieders, zoals Enver, wordt gesteld dat er te weinig van dit soort plekken zijn.129 122 daar staan nu 18 jongeren op, en enkelen staan er 14 maanden op. Interview SDD 123 Interview SDD 25 april 2022 124 Uit de gesprekken kwam overigens naar voren dat er geen eenduidige definitie is van wat tussenvoorzienin-gen of tussenplekken zijn. Soms wordt tijdelijke huur in tijdelijke woning, ter overbrugging van de tijd dat ie-mand op een wachtlijst staat voor een tussenplek, zelf ook een tussenplek genoemd. Maar daar wordt dan bijv. geen woontraining gegeven.

Daarom zijn het volgens anderen geen tussenplekken. 125 Zie figuur 7.1. 126 Volgens Leger des Heils zitten hier momenteel geen jongeren. 127 Daarnaast zijn er vele aanbieders voor Beschermd Wonen en specifiek opvang en tussenplekken voor gezin-nen en vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld; maar die laten we hier buiten beschouwing. 128 RIB 8 december 2020. Het gaat om de zorgaanbieders Enver, Stichting Timon, Antes, Yulius, De Hoop, ASVZ en Syndion. Het betreft een pilot met een looptijd van 2 jaar. 129 Interview SDD 13 mei 2022; interview Enver 10 mei 2022.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

63

Rekenkamercommissie

Knelpunten en oplossingsrichtingen Uit gesprekken met diverse betrokkenen kwam naar voren dat er een tekort is aan geschikte tussenplekken voor dak- en thuisloze jongeren (maar ook andere doorstroomplekken, zoals in BW en verslavingszorg).130 Daardoor blijven jongeren langer in de opvang. Samen met de Toegangspoort wordt dan bekeken wat de mogelijkheden zijn. De gemeente – waaronder de interventiespecialisten - zetten zich geregeld in om op ad hoc basis bij urgente gevallen tijdelijke plekken te realiseren. Er wordt bijvoorbeeld gezocht naar tussenoplossingen, zoals huisvesting in tijdelijke woningen van Villex of Livable met begeleiding ter overbrugging. Er lijken structureel meer tussenplekken nodig te zijn. Data of onderzoek om dit te onderbouwen, is niet beschikbaar.131 Een nieuw onderzoek voor de benodigde capaciteit aan woon(zorg)vormen lijkt nodig te zijn. Het onderzoek waarop de Agenda HKG is gebaseerd, is niet meer actueel.132 Daarbij moet wel worden aangetekend dat niet alle geplande tussenplekken tijdig worden gerealiseerd. Diverse ontwikkelingen, zoals de coronacrisis en de grote druk op de woningmarkt, hebben ervoor gezorgd dat de doelgroep van de Agenda HKG groter is geworden en het aanbod (sociale huur e.d.) beperkter.

Ook lijken er andere producten (type voorzieningen) voor de doelgroepen nodig te zijn; nieuw onderzoek is nodig om te bepalen welke.133 Het vorige onderzoek maakte duidelijk dat het niet eenvoudig is om de vraag naar tussenplekken voor dak- en thuisloze jongeren inzichtelijk te krijgen. Dat komt mede doordat er geen goed zicht is op de uitstroom uit de (verlengde) jeugdhulp. Ten behoeve van een nieuw toekomstonderzoek is aan de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) gevraagd om voor de woonagenda inzichtelijk te maken hoe groot de behoefte is aan huisvesting voor jongeren die uitstromen vanuit de vanuit de jeugdhulp.134 Knelpunten in de doorstroming aanpakken vereist kennis van het verloop van trajecten, om knelpunten vervolgens te bespreken met de kernpartners in de Toegangspoort en naar oplossingen te zoeken. Monitoring door de Toegangspoort is echter nog in de fase van ontwikkeling, en lijkt zich vooral te focussen op de beginfase. De gemeente zou graag zicht krijgen op welke tussenplekken wanneer beschikbaar zijn, om zodoende de capaciteit aan tussenplekken beter te managen. Het realiseren van een dergelijk overzicht wordt nu belemmerd doordat tussenplekken gekoppeld zijn aan vele verschillende soorten indicaties: verschillende Wmo-indicaties, jeugdzorgindicaties en (voor BW) soms ook Wlz-indicaties. Van sommige Wmo-indicaties houdt de SDD wachtlijsten bij.

Maar Wmo-indicaties voor individuele begeleiding door verschillende aanbieders gebeurt op BSN-nummer, en dat mag de gemeente niet registreren. En beleidsmedewerkers op het terrein van maatschappelijke opvang hebben geen toegang tot gegevens over jeugdzorgindicaties. Een mogelijkheid om de capaciteit van tussenplekken te monitoren en te managen is dan het loskoppelen van die plekken van de indicaties. Capaciteitsmanagement zou bijvoorbeeld via een soort Booking.com-systeem mogelijk zijn. Dit wordt momenteel onderzocht, in het kader van het lopend onderzoek bij de gemeente.135 130 Zie ook AD, 07-02-2022, Honderden woningen en opvangplekken nodig voor stijgend aantal daklozen. 131 Wachtlijsten van woningcorporaties zouden hier een indicatie voor kunnen zijn. Maar de Toegangspoort had oorspronkelijk in de opzet ook de taak om de voortgang van trajecten te monitoren om tijdig knelpunten in de door- en uitstroming te kunnen opmerken. 132 Ambtelijke gesprek van 19 mei 2022 133 Ambtelijk gesprek van 19 mei 2022. 134 Ambtelijk gesprek van 19 mei 2022. In een ambtelijk groepsgesprek van 27 januari 2022 werd aangegeven dat voor jongeren die uit de jeugdhulp uitstromen en op de wachtlijst staan voor een voorziening voor be-schermd wonen de gemeente bezig is per jongere in kaart te brengen wie in een minder zware voorziening te-recht zou kunnen.

Hetzelfde gaat de gemeente samen met Enver doen voor jongeren waarvoor verlengde jeugdhulp is aangevraagd. 135 Ambtelijk gesprek 24 mei 2022.

ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

64

Rekenkamercommissie

7.2.2 Uitstroom naar woningen en nazorg in de praktijk Uitstroom naar zelfstandig woonvormen Er zijn geen concrete streefdoelen voor de uitstroom naar passende woonvormen in het beleid opgenomen, behalve het streven dat trajecten zo kort mogelijk dient te zijn. In de oorspronkelijke opzet (folder) van de Toegangspoort staat wel een concreet streefdoel genoemd: ‘de gewenste maximale duur van een traject (van aanmelding tot afronding) is 1 jaar’. Het hoeft hier echter niet altijd te gaan om uitstroom naar een zelfstandige woning; het kan bijvoorbeeld ook gaan om beëindiging van een traject omdat iemand in Beschermd Wonen wordt geplaatst of in een instelling voor ggz of verslavingszorg. Indien we ons beperken tot de uitstroom naar een zelfstandig woonvorm, lijkt dit vaak niet binnen een jaar gerealiseerd te worden. Eerder hebben we vermeld dat volgens de gegevens van de Toegangspoort 4 van de 100 jongeren die in 2021 zijn aangemeld bij de Toegangspoort zelfstandige huisvesting hebben gevonden binnen de regio. We weten niet wanneer deze jongeren zijn aangemeld, maar het is wel een aanwijzing dat maar een klein aantal jongeren binnen een jaar uitstromen naar een zelfstandige woning. Dat wordt bevestigd door interviews met verschillende partners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/471/documents/19174