(Z)onderdak onderzoek naar beleid van dak- en thuisloze jongeren.pdf
Tekst van het document
Ook werd door een betrokkene bij de ontwikkeling van de Toegangspoort aangegeven dat het streefdoel van één jaar al snel werd losgelaten.136 In de opzet van de Toegangspoort omvatte de monitoring en regietaak van de GGD ook het opmerken van knelpunten in de uitstroom naar passende woonvormen en deze tijdig op te merken en te bespreken in het kernteam. Deze taak is (nog) niet opgepakt door de GGD. Jongeren die kunnen uitstromen naar een woning krijgen daar begeleiding bij, veelal van de casemanagers die hen op dat moment begeleiden, bijvoorbeeld de casemanager van de organisatie die de opvang verzorgt of de begeleider bij de tussenplek. Indien daklozen toegang krijgen tot de opvang, is een van de eisen die de begeleider stelt, dat ze intensief op zoek gaan naar huisvesting en zich breed inschrijven voor een woning, dus ook buiten Dordrecht. Maar de wachtlijsten voor geschikte, betaalbare woningen zijn erg lang. Daarom zou vaak moeten worden uitgeweken naar tijdelijke huur of huisvesting in regio’s waar minder druk is op de woningmarkt.137 Iedereen die we hebben gesproken gaf aan dat het aanbod aan zelfstandige woningen of woonvormen kwantitatief niet toereikend is voor de doelgroep van dak- en thuisloze jongeren. Er is een groot tekort is aan passende sociale huurwoningen voor kwetsbare groepen, inclusief dak- en thuisloze jongeren.
Dat komt ook omdat geplande bouwprojecten later worden opgeleverd. Zo is de opleveringsdatum van woningen in het Leerpark in Dordrecht al een paar keer verschoven (de planning is nu dat ze in december 2022 worden opgeleverd). Daar komen 33 studio’s beschikbaar voor jongeren met een hulpvraag, die lichte begeleiding nodig hebben.138 Als er geen geschikte zelfstandige woonvormen beschikbaar zijn, worden oplossingen vooral gezocht in tijdelijke woningen of flexwoningen in leegstaande panden, via leegstandsbeheerders als Trivere en Livable, die leegstaande panden ombouwen naar woningen. De gemeente heeft afspraken gemaakt met dergelijke tijdelijke verhuurders voor huisvesting van jongeren. Voor een bijzondere doelgroep, namelijk langdurige daklozen die vaak nergens terecht kunnen (van136 Interview SDD 13 mei 2022 137 Interview JOR 20 april 2022 138 Zie Movisie, De basis op orde voor dak- en thuisloze jongeren, 2021, p. 86-87, initiatief 34: Woonunits met lichtere woonbegeleiding voor jongeren (Leerpark)
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
65
Rekenkamercommissie
wege hun complexe problematiek) zijn er Housing-First woningen. Ze krijgen een woning aangeboden en van daaruit wordt (intensieve) begeleiding opgebouwd.139 Leger des Heils biedt dit aan voor volwassenen. Sinds kort biedt Timon ook Housing First aan voor langdurig dakloze jongeren, maar dit project bevindt zich nog in de opstartfase. Woningcorporaties hebben toegezegd 25 woningen hiervoor beschikbaar te willen stellen. In het kader van de Agenda HKG zijn er (proces)afspraken gemaakt om uitstroom naar een zelfstandige woonruimte te bevorderen. Het gaat om contingentafspraken voor de verdeling van het contingent dak- en thuislozen over de negen deelnemende gemeenten (dus niet specifiek voor jongeren). Ieder jaar stellen zij 50 woningen beschikbaar voor deze specifieke doelgroep (kwetsbare groepen).140 Daarnaast wordt de voorrangsregeling (uit de huisvestingsverordening) soepeler toegepast. Er zijn een aantal voorrangsroutes, op basis waarvan mensen die uitstromen uit instellingen dan wel uit de opvang voorrang krijgen boven andere woningzoekenden. 141 Jongeren in de opvang blijken hier niet altijd voor te worden aangemeld. Daarnaast moet door de krappe woningmarkt vaak toch lang gewacht worden op een woning. Voor degenen zonder maatschappelijke binding zijn er extra obstakels, omdat maatschappelijke binding een voorwaarde is voor de voorrangsregeling.
Zij kunnen nog moeilijker aan een woning komen. Tijdelijke huur via organisaties als Livable en Villex biedt voor hen soms nog mogelijkheden. En soms kan een sociaal pontonnier hier voor een doorbraak zorgen. Passende nazorg Het voorkomen van terugval is een van de doelen van de visie van Opvang naar wonen. Verschillende zorgaanbieders en de SDD gaven aan dat er allerlei mogelijkheden zijn om indicaties te verkrijgen voor nazorg van cliënten die uitstromen naar zelfstandige woonvormen. Zowel Leger des Heils, professionals van JOR, Stichting Timon en Enver gaven aan dat ze jongeren begeleiden die zelfstandig zijn gaan wonen. Het gaat hier om een maatwerkvoorziening. Als een jongere uitstroomt naar een zelfstandige woning, is er regelmatig nog andere problematiek waarvoor begeleiding nodig is, zoals soms ambulante specialistische zorg.142 In de oorspronkelijke opzet van de Toegangspoort zou de GGD ook de nazorg monitoren: of deze goed geregeld is na elk traject. Dit is een taak die de GGD (nog) niet op zich heeft genomen. Ook in het dashboard in ontwikkeling van de gemeente lijkt nazorg niet gemonitord de worden. Het is niet te beoordelen of er in voldoende mate nazorg wordt geboden aan dak- en thuisloze jongeren die uitstromen naar wonen. Knelpunten en oplossingsrichtingen Het grootste knelpunt bij door- en uitstroom is het tekort aan woon(zorg)vormen en zelfstandige woningen.
Een medewerker van de sociale dienst betrokken bij de ontwikkeling van de Toegangspoort gaf aan dat de kernpartijen van de Toegangspoort samen twee doelen hadden gesteld bij de ontwikkeling van de Toegangspoort. Allereerst moest de toegang makkelijker en soepeler verlopen. Daar zijn grote stappen mee gemaakt. Maar het andere doel, hoe realiseren we met elkaar een snellere doorstroom, uitstroom en nazorg, en hoe realiseren we de monitoring van dit proces, daaraan moet nog hard worden gewerkt.143
139 Volgens Leger des Heils zaten daar vorig jaar 3 jongeren; interview Leger des Heils 3 maart 2022. 140 Dordrecht heeft volgens deze afspraken een contingent van 15 woningen. ‘Contingentafspraak voor regio van Beschermd wonen en opvang’, peildatum 30 september 2021. 141 Ambtelijk gesprek 19 mei 2022 142 Interview JOR 20 april 2022 143 Interview SDD 13 mei 2022
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
66
Rekenkamercommissie
Er zijn allerlei obstakels bij de bevordering van een tijdige uitstroom. Het grootste obstakel vormt het tekort aan betaalbare en passende huurwoningen. Wat ook meespeelt, is dat grote bouwprojecten vaak uitlopen. Zo wordt al lange tijd gewacht op de opleverring van studio’s voor jongeren met lichte begeleiding in het Leerpark. Daarnaast spelen soms belemmerende regels een rol, zoals die van regiobinding.144 Een geïnterviewde merkte op dat het criterium van regiobinding misschien strikter gehanteerd zou moeten worden bij de toegang tot de opvang, omdat degenen zonder regiobinding in de opvang later niet of moeilijk blijken te kunnen uitstromen.145 Dat trajecten van opvang naar wonen vaak langer duren dan bij de aanvang van de Toegangspoort werd verwacht komt ook doordat dak- en thuisloze jongeren over het algemeen meer tijd nodig blijken te hebben om tot rust te komen en te herstellen. Met name zorgprofessionals wijzen regelmatig op het de complexe problematiek van dak- en thuislozen die ervoor zorgt dat trajecten langer duren dan voorzien. Een geïnterviewde stelde de vraag of de visie Van opvang naar wonen niet uitgaat te optimistische verwachtingen over de (te ontwikkelen) zelfredzaamheid van dak- en thuislozen.
Bij een behoorlijk aandeel dak- en thuislozen zou het proces naar zelfstandig wonen veel langer duren dan wordt verondersteld, en bij deel zou volgens haar geen perspectief zijn op zelfstandig wonen, ook niet op de langere termijn.146 Het gaat hier om algemene indrukken van de betreffende medewerker. Onderzoek en een goed functionerend systeem van monitoring en een dashboard van de gemeente zouden zicht moeten geven op dergelijke trends en oorzaken achter knelpunten binnen trajecten.
144 Interview Enver. Bijv. jongeren die in aanmerking komen om met urgentie een woning te krijgen, krijgen bijvoorbeeld op bepaalde urgentie-locaties te maken met een screening op o.a. of ze in het verleden in contact zijn geweest met justitie. 145 Interview Leger des Heils 3 maart 2022 146 Interview GGD 1 april 2022. Het gaat dan om de OGGZ-doelgroep, met meervoudige problematiek.
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
67
Rekenkamercommissie
Bijlagen B.1. Normenkader Subvragen
Norm
1.
Welk beleid voert de gemeente Dor-drecht Geen norm (want alleen beschrijving) ten aanzien van dak- en thuis-loze jongeren en welke prestaties en effecten worden met dit beleid be-oogd?
2.
Welke preventieve maatregelen heeft de gemeente genomen om dak- en thuisloosheid onder jongeren te voor-komen en welke resultaten worden hiermee bereikt?
Geen norm (want alleen beschrijving)
3.
Heeft de gemeente inzicht in (de ont-wikkeling in) de omvang en samen-stelling van de groep dak- en thuis-loze jongeren? En sluit het beleid hierop aan?
• De doelgroep is naar omvang goed in beeld bij de gemeente. • De doelgroep is naar samenstelling goed in beeld bij de gemeente. • Het beleid ten aanzien van dak- en thuisloze jongeren sluit aan op het inzicht van de ge-meente in kenmerken van de doelgroep die ri-sico loopt op dak- en thuisloosheid.
4.
a. In hoeverre is voor dak- en thuis-loze jongeren in opzet en in praktijk sprake van een adequate toegang tot de nacht- en crisisopvang?
De toegang tot de nacht- en crisisopvang is in op-zet adequaat geregeld en georganiseerd: • De toegangscriteria die de gemeente hanteert zijn in lijn met de Wmo 2015 en het convenant landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang • De capaciteit van voorzieningen in de nacht- en crisisopvang is afgestemd op inzicht in de omvang van de vraag vanuit de doelgroep • De samenwerking in de toegang is georgani-seerd en er is een vaste werkwijze ontwikkeld voor de uitvoering van de toegang. De toegang tot de nacht- en crisisopvang is in praktijk adequaat: • De toegang tot de nacht- en crisisopvang wordt uitgevoerd volgens de toegangscriteria • Het aanbod aan voorzieningen in de nacht- en crisisopvang is toereikend voor de omvang van de doelgroep • Het aanbod van voorzieningen in de nacht- en crisisopvang is toereikend gezien de samen-stelling van de doelgroep
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
68
Rekenkamercommissie
b. In hoeverre is voor dak- en thuis-loze jongeren in opzet en in praktijk sprake van een adequate doorstroom naar tussenvoorzieningen?
De doorstroom naar tussenvoorzieningen is in op-zet adequaat: • De gemeente heeft inzicht in het aanbod en de behoefte aan zelfstandige woningen en woon-vormen • Er zijn (proces)afspraken om een adequate doorstroom vanuit de opvang naar een ver-volgplek te bevorderen De doorstroom naar tussenvoorzieningen is in praktijk adequaat: • de doorstroom naar tussenvoorzieningen vindt plaats binnen de termijnen zoals vastgelegd in beleid • Het aanbod aan doorstroomvoorzieningen is kwantitatief toereikend voor deze doelgroep
c. In hoeverre is voor dak- en thuis-loze jongeren in opzet en in praktijk sprake van
De uitstroom naar een zelfstandige woonvorm of woning is in opzet adequaat:
een adequate uitstroom naar een zelfstandige woonvorm of woning, waar nodig met begeleiding?
• De gemeente heeft inzicht in het aanbod en de behoefte aan zelfstandige woningen en woon-vormen. • Er zijn (proces)afspraken om een adequate uitstroom naar een zelfstandige woonruimte te bevorderen De uitstroom naar een zelfstandig woonvorm of woning is in praktijk adequaat: • de uitstroom vindt plaats zoals beoogd door het beleid • Het aanbod aan zelfstandige woonvormen en begeleiding is kwantitatief toereikend voor deze doelgroep • Er wordt passende zorg geboden bij zelfstan-dig wonenden
5.
Welke belemmeringen worden door betrokkenen ervaren voor een ade-quate toegang tot de eerste opvang en tijdige doorstroming in de keten van maatschappelijke opvang?
Geen norm (want alleen beschrijving)
6.
Welke oplossingen voor de genoemde belemmeringen zijn hiervoor in beeld bij betrokkenen?
Geen norm (want alleen beschrijving)
7.
Welke belemmeringen kunnen door het gemeentebestuur worden wegge-nomen en in hoeverre wordt er ge-werkt aan het oplossen van de be-lemmeringen?
Aan het oplossen van belemmeringen wordt ge-werkt indien deze erkend zijn door de gemeente, een voornemen is geformuleerd om deze aan te pakken en/of al beleid is ontwikkeld of afspraken zijn gemaakt om ze aan te pakken.
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
69
Rekenkamercommissie
B.2 Schets van de bredere beleidscontext Het Dordtse beleid ten aanzien van dak- en thuisloze jongeren heeft een basis in de deelname van Dordrecht aan het landelijke programma Dak- en thuisloze jongeren. Dordrecht is een van de 14 gemeenten die binnen dit programma uitvoering geven aan de pilot 100% terugdringing (zie kader 1.1). De Dordtse deelname is ingebed in de visie Van opvang naar wonen (december 2019). Deze visie richt zich op maatschappelijke opvang. De Transformatieagenda Beschermd Wonen en Opvang 2017-2020 (2017) vormt het inhoudelijke kader waarop de visie aansluit. De visie Van opvang naar wonen en bijbehorend uitvoeringsprogramma preciseren wat in de periode 2020-2025 op het gebied van maatschappelijke opvang wordt ondernomen147, zowel lokaal als in regionaal verband. De voorgenomen acties betreffen zowel regionale activiteiten voor de regio Drechtsteden /Alblasserwaard (onder regie van centrumgemeente Dordrecht) als lokale activiteiten in Dordrecht en andere gemeenten in de Drechtsteden en Alblasserwaard.148
Kader B2.1 Pilot 100% terugdringing vanuit Actieprogramma Dak- en thuisloze jongeren
Het landelijke Actieprogramma Dak- en thuisloze jongeren wordt gewerkt aan continue ver-betering op vijf actielijnen: 1. Preventie, nazorg en regie; gemeenten gaan (in afstemming met betrokken partijen) actief op zoek naar (potentiële) dak- en thuisloze jongeren om passende ondersteuning te bieden. Zij laten pas los als er op alle levensgebieden sprake is van een voldoende duurzame situatie. 2. Financiële bestaanszekerheid; jongeren zijn in staat om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, waar mogelijk via een baan (al dan niet met extra begeleiding). 3. Persoonlijke ontwikkeling en scholing; jongeren zijn in staat om een opleiding te volgen of zich op een andere passende manier persoonlijk te ontwikkelen. 4. Opvang en wonen; jongeren hebben recht op huisvesting of opvang. Er is geen wachtlijst om in gespecialiseerde jongerenopvang of beschermd wonen te komen en binnen uiterlijk 3 maanden is er sprake van een duurzame woonplek. 5. Helpende regels; jongeren worden niet dak- en thuisloos als gevolg van tekortschietende (uitvoering) van regels. Onderdeel van de aanpak is dat 14 gemeenten in lokale pilots het aantal dak- en thuisloze jongeren in de eigen gemeente met 100% te verminderen door middel van een aanpak op alle levensgebieden. Dat komt erop neer dat geen enkele jongere langer dan drie maanden in de opvang verblijft.
De pilots hebben een looptijd van juli 2019 tot eind 2021.
147 Groepsinterview 27 januari 2022. 148 RIB over uitvoeringsprogramma visie Van opvang naar wonen 2020-2025, 0089577, 14 juli 2020.
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
70
Rekenkamercommissie
Met de Transformatieagenda Beschermd Wonen en Opvang geven de twaalf gemeenten van de regio’s Drechtsteden en Alblasserwaard-Vijfheerenlanden regionaal vorm aan de landelijk ingezette beweging van beschermd wonen naar een ‘beschermd thuis’ (zie kader 1.2). De regiogemeenten spreken af om toe te werken naar een sluitende aanpak voor de doelgroep van beschermd wonen en opvang. Met een sluitende ondersteuningsaanpak wordt bedoeld dat de nodige ondersteuning en voorzieningen aanwezig en toegankelijk zijn, zowel aan de preventieve kant als wanneer intensieve ondersteuning (tijdelijk) nodig is. Lokaal is het voorzieningenniveau op orde en werken lokale partners samen. Wanneer zwaardere ondersteuning nodig is, zijn regionale voorzieningen beschikbaar en is er af-stemming tussen lokale en regionale partners. Daartoe moet worden gewerkt aan drie speerpunten149: 1. Er zijn voldoende betaalbare en geschikte woonvoorzieningen. 2. Iedereen kan meedoen: cliënten hebben een zinvolle daginvulling. 3. Er wordt herstelgericht ondersteund. De gemeente Dordrecht is een van de 21 centrumgemeenten die incidentele rijksmiddelen heeft ontvangen om vanaf medio 2020 extra te investeren in regionale plannen, gericht op een brede aanpak van dak- thuisloosheid. De financiële impuls is toegekend in het kader van het landelijke plan Een (t) huis, een toekomst (zie kader 1.2).
Onder regie van centrumgemeente Dordrecht worden de middelen gebruikt om de acties uit het uitvoe-ringsprogramma Van opvang naar wonen een extra impuls te geven.150 Meer specifiek wordt ingezet op het in de regio realiseren van het benodigde aanbod woon(zorg)pro-ducten (actie 2.4 ‘Uitbreiding van tussen-/vervolgvoorzieningen’).151 Om als regiogemeen-ten gezamenlijk te voorzien in de benodigde woon(zorg)producten voor kwetsbare groe-pen zijn in de Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 (2021) (proces)afspra-ken vastgelegd. Tot de kwetsbare groepen worden dak- en thuisloze jongeren gerekend, evenals jongeren die na hun 18e een instelling verlaten (uit jeugdzorg/detentie komen).
149 Transformatieagenda beschermd wonen en opvang 2017-2020 (2020); Raadinformatiebrief over Transformatieagenda beschermd wonen (19 december 2017). 150 Raadsinformatiebrief Uitvoeringsprogramma visie Van opvang naar wonen, 14 juli 2020, zaaknummer 0089577. 151 Brief ‘Aanpak dak- en thuisloosheid 2020-2021’ aan colleges in de regio Drechtsteden en Alblasserwaard, 24 juni 2020, zaaknummer 2480184.
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
71
Rekenkamercommissie
Kader B2.2 Beweging naar een ‘beschermd thuis’
In november 2015 is in opdracht van de VNG het advies Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’ uitgebracht. De commissie Dannenberg heeft een visie ontwikkeld op het beschermd wonen in relatie tot de maatschappelijke opvang en andere gemeentelijke taken. Deze visie vormt het uitgangspunt van de Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang (2018-2022). Kern daarvan is dat kwetsbare mensen zoveel mogelijk in ‘gewone’ woningen in de wijk wonen en daar worden begeleid en ondersteund bij hun herstel en zelfredzaamheid. Het verblijf in een instelling moet worden beperkt tot de mensen voor wie dat echt noodzakelijk is. Deze agenda geeft een impuls aan de aanpak van dak- en thuisloosheid. Het landelijke Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren is een verbijzondering van de Meerjarenagenda Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Met het plan Een (t)huis, een toekomst geeft het vorige kabinet de ingezette lijn een extra impuls. Gemeenten en andere partijen worden (financieel) gefaciliteerd om doelstellingen te realiseren voortvloeiend uit regionaal vormgegeven plannen. De nadruk in de aanpak ligt op drie thema’s: 1.
Preventie; gemeenten moeten bijvoorbeeld beleid formuleren op gebied van preventie en vroegsignalering van schulden om huisuitzetting te voorkomen en gemeenten moeten voorkomen dat dak- en thuisloosheid ontstaat na uitstroom van iemand uit de jeugdzorg, een GGZ-instelling of detentie. 2. Vernieuwing van de opvangvoorzieningen; bijvoorbeeld: waar mogelijk van grootschalige naar kleinschalige opvang, van slaapzalen naar 1 (of 2)-persoonskamers en uiteindelijk zoveel mogelijk afbouw van opvangvoorzieningen. En ook: gemeenten moeten passende maatwerktrajecten aanbieden aan dakloze mensen (succesvolle uitstroom naar een passende woonplek) inclusief voldoende ambulante nazorg. 3. Wonen met begeleiding; de gemeentelijke aanpak van dak- en thuisloosheid gaat uit het van principe ‘wonen eerst’. Dit vraagt onder andere dat gemeenten gezamenlijk eind 2021 10.000 extra tijdelijke of permanente woonplekken realiseren met benodigde begeleiding. De Transformatieagenda Beschermd Wonen en Opvang 2017-2020 is aanvullend op het regionale en lokale beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning.152 De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) verplicht gemeenten om hiervoor elke vier jaar een beleidsplan opstellen.
Wettelijk is bepaald dat dit beleidsplan er mede op gericht is dat mensen die beschermd wonen of opvang ontvangen, een veilige woonomgeving hebben en, indien mogelijk, weer in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.153 Zowel regionaal als in het lokale beleid van de gemeente Dordrecht zijn speerpunten opgenomen gericht op de beweging van beschermd wonen naar een beschermd thuis. Daarbij is regionaal specifieke aandacht voor jongeren die uit een jeugdinstelling uitstromen (zie kader 1.3). De gemeente Dordrecht heeft lokaal beleid voor jongeren die na hun 18e verjaardag uit een instelling 152 Transformatieagenda beschermd wonen en opvang 2017-2020 (2020), p. 3. 153 Wmo 2015, artikel 2.1.2, lid 1 en 3.b.
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
72
Rekenkamercommissie
uitstromen om te voorkomen dat deze kwetsbare groep dak- of thuisloos raakt. De basis hiervoor is gelegd in het Investeringsplan sociaal domein (2019). Het Plan van aanpak Van Jeugdwet naar Wmo (2020) geeft daaraan verdere opvolging (zie hierover paragraaf 1.3). Versnellingsmaatregelen van het vorige kabinet Rutte hebben geleid tot de zogenaamde ‘Halsema-pilot’, waaraan Dordrecht en Groningen vanuit het Actieprogramma Dak- en thuisloze jongeren uitvoering geven (zie kader 1.4). Kader B2.3 Speerpunten in het regionale en lokale Wmo-beleid gericht op een beschermd thuis
Een van de speerpunten van de Regionale visie sociaal domein (2019) luidt: “We bieden goed afgestemde ondersteuning aan inwoners met een gecombineerde hulpvraag”. Dit speerpunt richt zich op inwoners van de Drechtsteden die met enige ambulante onder-steuning zelfstandig kunnen wonen, maar daarin worden belemmerd door vragen op het gebied van in inkomen, woonruimte en soms ook schulden. Als voorbeelden worden genoemd: mensen die doorstromen uit beschermd wonen, opvang of (residentiële) jeugdhulp. Voor deze groep onderzoeken de regiogemeenten hoe zij de gecombineerde ondersteuning aan deze inwoners kunnen optimaliseren. Voor jongeren die doorstro-men uit de (residentiële) jeugdhulp investeren de regiogemeente daarnaast in zwaar-dere vormen van individuele begeleiding en kamertrainingcentra. Het meerjarenbeleidsplan Wmo Gemeente Dordrecht 2020-2023 (2019) heeft het ver-sterken van de ondersteuning voor een beschermd thuis als een van de speerpunten. Dit richt zich op: Het verbeteren van de ondersteuning bij het opbouwen en onderhouden van sociale netwerken en bevorderen van inclusieve wijken. • Het voorkomen van terugval door: - Verbeteren en versterken van de begeleiding aan inwoners bij wonen, dagelijks leven en meedoen in de wijk en, vanuit de herstelbenadering, ondersteunen bij zaken als een zinvolle dagbesteding, inkomen en financiële zelfredzaamheid.
- Het verbeteren van het signaleren van een mogelijke terugval bij kwetsbare inwoners (‘waakvlam’). • Het ontwikkelen van nieuwe tussenvoorzieningen: tussenvormen van wonen met begeleiding voor inwoners die geen gebruik (meer) hoeven te maken van een be-schermende woonvorm, maar die ook nog niet voldoende in staat zijn om zelfstan-dig te wonen. Bronnen: Regionale visie sociaal domein (2019) en Meerjarenbeleidsplan Wmo Gemeente Dordrecht 2020-2023 (2019).
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
73
Rekenkamercommissie
Kader B2.4 Versnellingsmaatregel ‘de basis op orde’: Halsema-pilot
Het vorige kabinet Rutte heeft in oktober 2020 met versnellingsacties gereageerd op een rapport van de commissie Halsema over de sociale impact van COVID-19. Het gaat onder meer om versnellingen in huisvesting kwetsbare groepen: meer woonplekken op korte termijn, meer ruimte voor lokaal maatwerk en basis op orde bij jongeren die jeugdhulp verlaten. Inzet van de ‘Halsema-pilot’ is om jongeren die na hun 18e een jeugdhulpinstellingen verlaten niet eerder los te laten dan dat de basis op orde is op vijf leefdomeinen: wonen, zorg, inkomen/schulden, school/werk en werk. Bron: Kamerbrief Kabinetsreactie op het verslag van de werkgroep ‘Sociale impact van de Coronacrisis’ en het Manifest ‘Kom op voor de meest kwetsbare gebieden, (8 oktober 2020).
B.3 Toegangspoort Nieuwe Start in opzet Gemeenten hebben veel ruimte om de toegang tot ondersteuning vanuit de Wmo 2015 naar eigen inzicht in te richten. Dit betekent bijvoorbeeld dat gemeenten zelf bepalen waar en hoe inwoners zich kunnen melden. Ook beslissen gemeenten grotendeels zelf over de toelatingsprocedure, waardoor het per gemeente kan verschillen hoe het wettelijk vereiste onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte wordt vormgegeven, wie het gesprek (vroeger ook wel keukentafelgesprek genoemd) voert en wie over de toewijzing van voorzieningen beslist (SCP, 2015154). Vanaf januari 2021 is de toegang tot maatschappelijke opvang binnen de Toegangspoort Nieuwe Start (TNS) georganiseerd. De folder Toegangspoort Nieuwe Start beschrijft de beoogde inrichting van de toegang tot maatschappelijke opvang.155 In de folder visualiseert het onderstaande stroomdiagram de beoogde inrichting van het proces voor drie doelgroepen. Het toegangsproces kent per doelgroep een andere inrichting en bij de uitvoering betrokken organisaties. Voor dak- en thuisloze jongeren ziet de inrichting en organisatie als volgt uit.
Aanmelden In de aanmeldfase worden dak- en thuisloze jongeren gemeld bij de Toegangspoort Nieuwe Start. De melding doet de partij waar de jongere in beeld komt. • Acuut dakloze jongere: de GGD doet de intake in samenwerking met de meldende partij. De GGD toetst het recht op opvang volgens de Wmo en het Convenant landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang. Heeft een jongere recht op opvang, dan regelt de GGD dit dezelfde dag nog. Het kan gaan om opvang bij het Leger des Heils of om alternatieve opvang elders met zo nodig begeleiding. • Thuisloze jongeren: na de melding wordt binnen drie weken een compleet plan opge-steld (fase brede intake). 154 file:///Users/mirjan/Downloads/De+Wmo+2015+in+praktijk%20(4).pdf p. 63 155 Zie:https://www.dienstgezondheidjeugd.nl/assets/uploads/GGD/Documenten/Folder-Toegangspoort-Nieuwe-Start.pdf
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
74
Rekenkamercommissie
Figuur B3: Inrichting van het toegangsproces in op zet
Brede intake en integraal plan Bij de brede intake worden de knelpunten op de leefgebieden van de zelfredzaamheids-matrix in beeld gebracht. De knelpunten worden doorgegeven aan de Toegangspoort Nieuwe Start. Indien nodig wordt acute ondersteuning geboden, zoals een briefadres regelen en het opstarten van een uitkeringsaanvraag. In het integraal plan wordt vastge-legd welk traject nodig is voor een duurzame oplossing en welke partijen daarvoor nodig zijn.
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
75
Rekenkamercommissie
• Dakloze jongeren: de brede intake en het opstellen van een integraal plan gebeurt door het Leger des Heils dan wel door de organisatie die de begeleiding bij alternatieve opvang doet. • Thuisloze jongeren: de brede intake en het opstellen van een integraal plan gebeurt door het sociaal wijkteam. De jongere wordt ondersteund door een jongerenregisseur.
Monitoring In opzet werkt onder leiding van de GGD een kernteam samen, dat bestaat uit een aantal professionals van Sociale Dienst Drechtsteden, Leger des Heils en Sociale wijkteam Dor-drecht. Met andere betrokken organisaties wordt zo nodig afgestemd. Dit kernteam volgt in opzet elk traject, waarbij partijen minimaal eens per kwartaal de voortgang bespreken. De GGD kan zo ook ontwikkelingen en trends tijdig signaleren. Loopt een traject vast of is versnelling nodig dan kunnen partijen de GGD inschakelen voor hulp en advies. Het stre-ven is om ieder traject zo kort mogelijk te laten duren. In de opzet van het toegangsproces is de gewenste duur van aanmelding tot afronding maximaal een jaar en is bij afronding duidelijk hoe de nazorg is geregeld.
B.4 Interviews Interviews met betrokkenen bij ontwikkeling en uitvoering van het beleid Er zijn een twaalftal interviews gehouden met 17 betrokkenen bij het beleid rond dak- en thuisloze jongeren: 5 ambtenaren van de gemeente, 4 medewerkers van de SDD, 2 me-dewerkers van het Sociaal Wijkteam Dordrecht en een van de GGD ZHZ. Daarnaast zijn medewerkers van het Leger des Heils (opvang) gesproken en van twee zorgaanbieders. De gesprekken werden gehouden aan de hand van een semigestructureerd vragenlijst. De gespreksduur varieerde van drie kwartier tot anderhalf uur. Van de gesprekken zijn audio-opnames gemaakt, op basis waarvan verslagen zijn opgesteld die zijn geaccordeerd door de geïnterviewden. 1.
Oriënterend interview met 2 beleidsadviseurs en projectleider, 27-01-2022
2.
Gesprek met beleidsadviseur over voorhanden gegevens over dak- en thuislozen in de opvang, 31-01-2022
3.
Interview Leger des Heils W&G Rijnmond Zuidwest, 03-03-2022
4.
Interview GGD ZHZ (DG&J), medewerker Toegangspoort Nieuwe Start, 01-04-2022
5.
Interview met 2 medewerkers van Jongeren op de Rit, Sociaal Wijkteam Dordrecht, 20-04-2022
6.
Interview met twee medewerkers van zorgaanbieder Stichting Timon, 21-04-2022
7.
Interview met 3 medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden, SDD, 25-04-2022
8.
Interview met 2 medewerkers van zorgaanbieder Enver, 10-05-2022
9.
Interview met medewerker SDD betrokken bij de ontwikkeling van de Toegangs-poort, 13-052022
10. Interview met medewerker Onderzoekscentrum Drechtsteden over dashboard, 16-05-2022
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
76
Rekenkamercommissie
11. Interview met lid programmateam huisvesting kwetsbare groepen (regionaal pro-jectleider huisvesting kwetsbare groepen), 19-05-2022 12. Interview met beleidsadviseur/ Programmamanager Beschermd Wonen & Opvang bij de centrumgemeente Dordrecht, 20-05-2022 & 24-05-2022
Interviews met 5 jongeren Voor dit onderzoek zijn op 27 mei 2022 gesprekken gevoerd met vijf jongeren, allen woon-achtig of verblijvend bij het Leger des Heils in opvanglocatie X. De respondenten zijn al-lemaal mannen in de leeftijd van 19 tot 27 jaar. De gesprekken vonden plaats op locatie. Werving vond plaats via de teamleider, die de jongeren zelf benaderde en een afspraak met hen inplande. Daarnaast is ook geprobeerd jongeren voor dit onderzoek te werven via Timon en Enver maar de benaderde jongeren waren daar niet bereid om mee te doen aan het onderzoek. De jongeren kregen vooraf mondeling uitleg over het onderzoek en werden in de gelegen-heid gesteld om vragen te stellen. Ze vulden vooraf een informed consent formulier in, met daarin aandacht voor vrijwilligheid, anonimiteit en vertrouwelijkheid. De interviews hadden een open structuur, waarbij gebruik werd gemaakt van een semigestructureerd topiclijst. De interviews duurden gemiddeld 45 minuten. De gesprekken werden opgeno-men. Aan de hand van de audio-opnamen zijn gespreksverslagen gemaakt en deze zijn vervolgens geanalyseerd.
B.5 Afkortingen BRP: Basisregistratie Personen BW: Beschermd Wonen HKG: Huisvesting Kwetsbare Groepen (Regionale agenda 2021-2022) JOR: Jongeren op de Rit KTC: Kamer Trainingscentrum MO: Maatschappelijke Opvang RIB: Raadsinformatiebrief SDD: Sociale Dienst Drechtsteden SJT: Stichting Jeugdteams Zuid-Holland Zuid SOJ is: Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Zuid-Holland Zuid SWT: Sociaal Wijkteam
ONDERZOEK NAAR BELEID VAN DAK- EN THUISLOZE JONGEREN | REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT
77