CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimte voor sport - Onderzoek naar beleid rond sportaccomodatiesDEF.pdf

Commissie Sociale Leefomgeving Dordrecht 18 mei 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Raadsinformatiebrief over (Juridisch) Eigendom en geldende afspraken onderhoud Verenigingshallenplan - Raadsinformatiebrief30.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Vervolgens was het de bedoeling dat er gesprekstafels zouden plaatsvinden met sportaanbieders en -verenigingen in september 2020. De gesprekstafels sportparken zijn geannuleerd, omdat er strengere coronamaatregelen waren afgekondigd. Tijdens de gesprektafels zouden er 4 verschillende thematafels zijn, waar raadsleden in gesprek konden gaan met vertegenwoordigers van sportverenigingen. Om toch de planning aan te houden is er door een formele werkgroep gekeken of er nog een andere manier is om gesprektafels met verenigingen te organiseren (eventueel digitaal); en zo niet, hoe er dan toch input kan komen vanuit de sportverenigingen op de kaders uit de startnotitie. Het was de verwachting dat op basis van de uitkomsten van de gesprektafels het Programma Sportparken kon worden opgesteld en uiteindelijk worden vastgesteld in december 2020. Momenteel is niet duidelijk wanneer het Programma Sportparken zal worden vastgesteld of wat de status is. Toch worden er nu een aantal langer lopende dossiers afgewikkeld, zoals de kredietstelling van de verhuizing van v.v. Dubbeldam (zie tekstvak 1). Twee respondenten geven aan dat het de strategie is van de gemeente om nu door middel van kleine succesjes weer energie terug te krijgen in het participatieproces. De Sportraad geeft in haar advies op de kredietstelling voor de verhuizing van v.v.

Dubbeldam aan dat, “deze aanpak kan leiden tot een precedentwerking, waarbij andere verenigingen gaan vragen om bijdragen vanuit de gemeente bij verbouw- of nieuwbouwplannen” (Sportraad, 2020:1). Een dergelijke precedentwerking kan, volgens een respondent, het principe van participatie “…verder ondermijnen.”

6.5

Normenevaluatie

Op basis van de stakeholderparticipatie-analyse kan antwoord worden gegeven over de mate van uitnodigend bestuur van de gemeente in de periode 2008 tot en met 2018. Hiervoor worden de volgende twee subnormen (en bijbehorende vragen) uit het normenkader gebruikt: stakeholderparticipatie en maatschappelijke terugkoppeling.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

52

Stakeholderparticipatie Heeft de gemeente sinds 2008 op een structurele wijze Dordtse sportverenigingen (en andere sportstakeholders) betrokken bij de ontwikkeling en evaluatie van het sportaccommodatiebeleid? In de periode 2008-2018 heeft de gemeente een hele open houding gehad ten aanzien van het betrekken van sportstakeholders. Bij meerdere grote beleidskaders zijn sportverenigingen, stichtingen of andere sportstakeholders gevraagd om een terugkoppeling te geven op de opgestelde beleidskaders en waar nodig eventueel met verbeteringen te komen. Het is wel opvallend dat stakeholderparticipatie bij het Uitvoeringsprogramma ‘de Demarrage’ 2008-2011 pas na het opstellen van het beleidskader startte. Hetzelfde gebeurde in het proces van de ‘Agenda van de Stad’ waar vooraf al een hele duidelijke boodschap van bezuinigingen en het doorbreken van ‘traditionele denkbeelden’ werd meegegeven aan de deelnemers in de participatietrajecten. Dit heeft de invloed op de ontwikkeling van beleid beperkt voor sportstakeholders en heeft weinig ruimte gelaten voor evaluatie van vorig beleid. Bovendien geeft het te veel sturing aan het participatieproces; terwijl normaliter vooral het streven is om in participatietrajecten deelnemers ook eigenaarschap te laten voelen. Zeker wanneer er zo’n grote transitie wordt ingezet als het plan was met de Toekomstvisie Sportparken 2015.

Ten aanzien van Toekomstvisie sportparken zijn er voorafgaande aan het proces te veel verwachtingen gecreëerd en te weinig verwachtingen nagekomen, wat heeft geleid tot langslepende dossiers en weinig vertrouwen in de capaciteit van de gemeente, ondanks de goede intenties van de gemeente. Ook voelen sportverenigingen dat tijdens het participatieproces te veel plannen van boven zijn opgelegd in plaats van dat deze van onderaf ‘opbloeien’. Met kleine stapjes en het doorpakken op dossiers is de gemeente hopelijk in staat het vertrouwen van de sportverenigingen op dit dossier te herwinnen.

Maatschappelijke terugkoppeling Heeft de gemeente op een structurele wijze verslag gelegd van of een terugkoppeling gegeven over wat zij met de input van sportverenigingen (en andere sportstakeholders) uit participatieprocessen heeft gedaan? De wijze van terugkoppeling is zeer transparant en professioneel verlopen. Zeker in de trajecten rondom het Uitvoeringsprogramma ‘de Demarrage’ en de gesprekstafels rondom de totstandkoming van de Toekomstvisie Sportparken. In het Raadsinformatiesysteem zijn de gedetailleerde gespreksverslagen nog steeds te raadplegen. De gespreksverslagen geven inzicht in wat de discussies zijn geweest, wie aanwezig was, wat de gemeente met de input doet, en waar mogelijk wordt zelfs een actiepuntenlijst met vervolgafspraken opgesteld. Ook wordt er regelmatig richting de gemeenteraad op een adequate wijze, via een raadsinformatiebrief, een terugkoppeling gegeven over de stand van zaken van het participatieproces; ook wanneer er weer vertraging is aan de kant van de gemeente. Ondanks de gedetailleerde terugkoppeling – en misschien juist vanwege de gedetailleerdheid – in combinatie met het niet nakomen van verwachtingen en deadlines door de gemeente bestaat er momenteel in het dossier ‘Programma Sportparken’ veel participatiemoeheid en aversie richting de gemeente onder de verenigingen.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

53

7.

Toekomstbestendigheid

In dit hoofdstuk wordt nader gekeken naar de toekomstbestendigheid van het sportaccommodatiebeleid van de gemeente Dordrecht. Met toekomstbestendig beleid wordt beleid bedoeld dat is voorbereid op maatschappelijke veranderingen. De toekomstbestendigheid wordt aan de hand van twee graadmeters in beeld gebracht. Ten eerste wordt het sportaccommodatiebeleid van de gemeente Dordrecht gespiegeld aan nationale beleidstrends en beleidsprogramma’s. Ten tweede wordt een beknopte capaciteitsstudie uitgevoerd, die inzichten geeft in de verhouding tussen het aanbod aan sportaccommodaties in Dordrecht en de (toekomstige) behoefte hieraan. Op het einde van het hoofdstuk gaan we nader in op het algemene beeld dat volgt uit de analyse over de toekomstbestendigheid van het beleid.

7.1

Beleidsrelevantie en -actualisatie

Op het moment spelen een aantal beleidstrends en lopen (nationale) beleidsprogramma’s die relevant zijn voor het lokale sportaccommodatiebeleid. Dit betreffen het Nationaal Sportakkoord (VWS, 2018a), het Nationaal Preventieakkoord (VWS, 2018b) en de transitie naar de Omgevingswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2012). Aan deze nationale beleidsteksten wordt het lokale sportaccommodatiebeleid van de gemeente Dordrecht gespiegeld om een indruk te krijgen hoe actueel het huidige beleid op dit gebied is. Zoals ook waargenomen door de gemeenteraad van de gemeente Dordrecht (Gemeente Dordrecht, 2020f), betreft 2020 een belangrijk beleidsmatig jaar omtrent het toekomstige sportaccommodatiebeleid van de gemeente Dordrecht. Dit als gevolg van het vaststellen van het Integraal huisvestingsplan Gymzalen Gemeente Dordrecht (Gemeente Dordrecht, 2020d) en de behandelde startnotities Programma Sportparken (Gemeente Dordrecht, 2020a) en Toekomst Verenigingshallenplan (Gemeente Dordrecht, 2020e). Deze drie beleidsthema’s hebben betrekking op het overgrote deel van het (gemeentelijke) sportvastgoed, en de uitwerking hiervan zal in grote mate de toekomstbestendigheid van het sportaccommodatiebeleid van de gemeente Dordrecht bepalen. Deze beleidsdocumenten zitten nog enkel in de ontwerpfase.

Het is dan ook onzuiver om op basis van deze documenten een oordeel te vellen over de toekomstbestendigheid van het beleid. Er zal daarom op hoofdlijnen worden gekeken of belangrijke aspecten van actuele beleidstrends en (nationale) -programma’s een plek hebben in deze drie beleidsdocumenten.

Nationaal Sportakkoord In juni 2018 hebben een groot aantal organisaties, van binnen en buiten de sport, het Nationaal Sportakkoord ondertekend. Doel van het sportakkoord is om de organisatie en financiën van de sport toekomstbestendig te maken. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is vanuit het regeerakkoord initiatiefnemer, de sport zelf (vertegenwoordigd door NOC*NSF), de gemeenten en de rijksoverheid zijn kernpartner in het akkoord. Binnen het Sportakkoord zijn zes ambities geformuleerd. Vijf ambities zijn uitgewerkt in een deelakkoord. Twee daarvan zijn geïdentificeerd als relevant voor het bepalen van de toekomstbestendigheid van het sportaccommodatiebeleid van de gemeente Dordrecht.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

54

Het eerste relevante deelakkoord betreft het deelakkoord duurzame sportinfrastructuur. De ambitie centraal in dit deelakkoord is om Nederland te voorzien van een functionele, goede en duurzame sportinfrastructuur. Deze ambitie is doorvertaald in drie programmalijnen: • Verduurzaming sport • Kwaliteit sportaccommodaties • Bewegen in de openbare ruimte Grote pijlers binnen de verduurzaming van de sport betreffen CO2-reductie en het uitbannen van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen. Binnen de kwaliteitslijn is, naast de instandhouding en totstandkoming van accommodaties die voldoen aan de gevraagde kwaliteit, het komen tot meer open sportaccommodaties de belangrijkste pijler. Met open sportaccommodaties worden zowel accommodaties bedoeld die openbaar toegankelijk zijn, als sportaccommodaties waar meerdere sportactiviteiten en andere economische activiteiten geprogrammeerd staan, beiden met als doel het verbeteren van de exploitatie en bezettingsgraad van sportaccommodaties. Om het bewegen in de openbare ruimte te faciliteren en te stimuleren worden binnen deze pijler maatregelen verwacht die de openbare ruimte meer beweegvriendelijk maken. Het tweede relevante deelakkoord betreft het deelakkoord vitale sport- en beweegaanbieders. De ambitie centraal in dit deelakkoord is om alle typen aanbieders van sport en bewegen toekomstbestendig te maken.

Dit door het in orde brengen van de financiële en organisatorische basis zodat de aanbieders hun kerntaak goed kunnen uitvoeren, namelijk het bieden van een passend aanbod en passende bindingsvormen. De doelen binnen dit deelakkoord betreffen: • Groei van (geschoold) verenigingskader • Meer toekomstbestendige sport- en beweegaanbieders • Groei en grotere diversiteit van het aantal vrijwilligers • Groei in- en externe samenwerkingsverbanden • Innovatie van aanbod en lidmaatschapsvormen • Hogere kwaliteit verenigingsondersteuning • Versnellen transitie bonden Naast de deelakkoorden die van invloed (kunnen) zijn op de het gemeentelijke sportaccommodatiebeleid, is de vervolgstap tot doorvertaling van de afspraken uit het Nationale Sportakkoord naar regionale of lokale aanpakken. Het ministerie van VWS heeft de oproep gedaan regionale of lokale sportakkoorden te sluiten, en heeft hiervoor budget beschikbaar gesteld waarmee gemeenten tot een regionaal of lokaal sportakkoord kunnen komen.

Thema: duurzame sportinfrastructuur De strategische doelstellingen van de gemeente Dordrecht op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het Opgaveplan Duurzaamheid 2015-2018 (Gemeente Dordrecht, 2015b). Het uiteindelijke doel is een energieneutraal Dordrecht in 2050. In het Integraal Huisvestingsplan Gymzalen (Gemeente Dordrecht, 2020d) wordt benoemd dat alle investeringen in gymzalen als doel hebben ‘energieneutraal en aardgasvrij worden’ (p. 5). De startnotitie Herijking Toekomstvisie Sportparken (Gemeente Dordrecht, 2020a:2) besteedt aandacht aan concrete duurzaamheidsmaatregelen op sportparken, zoals het stimuleren van het gebruik van zonnepanelen en Ledverlichting. Over het uitbannen van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen op sportparken staat niets geschreven in de startnotitie. In de startnotitie Toekomst Verenigingshallenplan (Gemeente Dordrecht, 2020e) wordt geen aandacht besteed aan duurzaamheid of het verduurzamen van de sporthallen. In de evaluatie van het Verenigingshallenplan Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

55

worden wel (potentiële) dwarsverbanden met de verduurzamingsopgave aangehaald. Uit het interview met een respondent, blijkt dat verduurzaming een taak is voor de stichtingen van de Verenigingshallen, “…terwijl een verdere ondersteuning vanuit de gemeente op dit terrein wel gewenst is.” Het verhogen of het in stand houden van de kwaliteit van de gymzalen wordt in het Integraal Huisvestingsplan Gymzalen (Gemeente Dordrecht, 2020d) uitsluitend gerelateerd aan het benodigde uit te voeren onderhoud. Eén van de aanleidingen voor de herijking van het Verenigingshallenplan (Gemeente Dordrecht, 2020e) is het achterstallige onderhoud dat moet worden uitgevoerd aan de sporthallen. De kwaliteit van de sporthallen voldoet op het moment niet altijd aan de gevraagde kwaliteit (idem:3). In de startnotitie Herijking Toekomstvisie Sportparken (Gemeente Dordrecht, 2020a) wordt geen expliciete aandacht besteed aan de kwaliteit van de sportvoorzieningen of opstallen op de sportparken. Wel wordt aandacht besteed aan de integratie van de sportparken in de ruimtelijke omgeving. De sportparken dienen in de toekomst toegankelijk en openbaar te zijn, zodat meer openbare ruimte ter beschikking komt voor wandelaars, fietsers en zelforganiserende sporters (idem: 4).

In het Integraal Huisvestingsplan Gymzalen (Gemeente Dordrecht, 2020d) en de startnotities Herijking Toekomstvisie Sportparken (Gemeente Dordrecht, 2020a) en Toekomst Verenigingshallenplan (Gemeente Dordrecht, 2020e) wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden tot breder en intensiever gebruik van het sportvastgoed. Dit door een integrale benadering van sport, het openstellen van de accommodaties voor andere maatschappelijke activiteiten en functionele aanpassingen. In het traject Toekomst Verenigingshallenplan (Gemeente Dordrecht, 2020e) wordt nadrukkelijk een gezonde exploitatie nagestreefd.

Thema: vitale sport- en beweegaanbieders De gemeente stelt in de Startnotitie Toekomst Verenigingshallenplan (Gemeente Dordrecht, 2020e) voor om het VHP te continueren. Bij de exploitatie van de VHP-hallen zijn de stichtingen sterk afhankelijk van het aantal structurele vrijwilligers. De gemeente heeft waargenomen dat (enkele) stichtingen kwetsbaar zijn qua inzet van het aantal vrijwilligers, en formuleert actiepunten om de kwetsbaarheid van het VHP-beleid op dit gebied te verminderen (p. 3). Eveneens in de Startnotitie Toekomst Verenigingshallenplan worden zes punten genoemd waarop de gemeente meer regie op zich wil nemen. Eén van de punten betreft de noodzaak tot maatwerk om criteria en kaders te bepalen voor toekomstige gemeentelijke bijdragen. Hieronder schaart de gemeente ook de ‘levensvatbaarheid/vitaliteit’ van de aan de stichtingen gelieerde verenigingen (p. 4). Het Integraal huisvestingsplan Gymzalen Gemeente Dordrecht (Gemeente Dordrecht, 2020d) richt zich primair op het gebruik van de gymzalen door scholen. In het IHP wordt geen aandacht besteed aan de vitaliteit van sportverenigingen of andere sportaanbieders. In 2015 zijn door de gemeente Dordrecht meerdere kernelementen, opgaven en ontwikkelingen benoemd die aan de basis dienen te staan voor de Toekomstvisie Sportparken (Gemeente Dordrecht, 2020a: 2).

Eén van deze opgaven betreft het ‘stimuleren van vitale verenigingen’. In de Startnotitie herijking Toekomstvisie Sportparken stelt de gemeente voornemens te zijn ‘verder te werken aan het toekomstbestendig krijgen/houden van de Dordtse sport- en beweegaanbieders’ (Gemeente Dordrecht, 2020b: 1).

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

56

Lokaal Sportakkoord Dordrecht De gemeente Dordrecht heeft gehoor gegeven aan de oproep van het ministerie van VWS om de afspraken uit het Nationale Sportakkoord door te vertalen naar een lokale aanpak. In juni 2019 is in Dordrecht gestart met de ontwikkeling van een lokaal sportakkoord. Onder leiding van een onafhankelijke sportformateur is uiteindelijk het Dordtse Sportakkoord tot stand gekomen (Gemeente Dordrecht, 2019f). Deze is ondertekend in december 2019. Het Dordtse Sportakkoord heeft een omvang van vijf pagina’s. Uit een landelijke analyse blijkt dat de lokale sportakkoorden sterk in vorm en omvang variëren. Zo zijn er sportakkoorden met vier of vijf pagina’s, maar is er ook een exemplaar met bijna honderd pagina’s. Gemiddeld telt een sportakkoord negentien pagina’s (Reitsma et al., 2020a). Het Dordtse sportakkoord met vijf pagina’s, valt in de categorie van lokale sportakkoorden met de kleinste omvang. Het Dordtse Sportakkoord (Gemeente Dordrecht, 2019f) bestaat uit drie ambities met drie afgeleide doelstellingen en diverse acties daaraan verbonden om de doelstelling te behalen. Onduidelijk is welke afspraken zijn gemaakt over de uitvoering (financiën, monitoring en evaluatie) en wie verantwoordelijk is voor de sturing of bewaking van de uitvoering van het sportakkoord. Daarnaast is uit het akkoord niet op te maken wie de ondertekenaars zijn.

Van bijna alle andere lokale sportakkoorden is dit wel te herleiden (Reitsma et al., 2020b). In het Dordtse Sportakkoord (Gemeente Dordrecht, 2019f) komen vier van de zes thema’s uit het Nationaal Sportakkoord terug: ‘van jongs af aan vaardig in bewegen’, ‘inclusief sporten en bewegen’ en ‘vitale sportaanbieders’ i.c.m. ‘positieve sportcultuur’. De thema’s ‘duurzame sportinfrastructuur’ en ‘topsport en evenementen’ komen niet aan bod. In 63 procent van alle lokale sportakkoorden wordt wél aandacht besteed aan het thema duurzame sportinfrastructuur; in 10 procent aan het thema topsport en evenementen (Reitsma et al., 2020a).

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

57

Nationaal Preventieakkoord Eveneens in 2018 is het Nationaal Preventieakkoord getekend. Hierin staan afspraken over doelstellingen, maatregelen en acties die een bijdrage moeten leveren aan ‘een gezonder Nederland’. Het akkoord focust op drie thema’s: roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht. Het akkoord stelt dat organisaties een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het ontmoedigen van ongezond gedrag en daarmee het realiseren van een gezonde generatie. Hierbij worden ook sportverenigingen en -accommodaties als belangrijke omgeving gezien. Expliciet worden de volgende gewenste maatregelen bij sportverenigingen en sportaccommodaties genoemd: • In 2025 zijn (nagenoeg) alle sportaccommodaties rookvrij. • Vanaf 2020 bieden minimaal 2.500 sportclubs hun leden en bezoekers gezondere voeding aan in de kantine. • Sportclubs en sportscholen willen hun aanbod nog beter toegankelijk maken voor mensen die niet genoeg sporten of bewegen. • De koppeling tussen sport en alcohol moet veranderen. Vanaf 2019 sluiten amateursportclubs bijvoorbeeld geen nieuwe contracten met drankfabrikanten meer voor alcoholreclame langs •

•

sportvelden. Medewerkers en vrijwilligers die alcohol schenken in sportkantines moeten uiterlijk in 2025 een cursus doen. Zodat ze zich kunnen houden aan de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop. En dat ze weten hoe ze om moeten gaan met dronken mensen. In 2040 bieden sportkantines geen happy hours of meters bier meer aan.

Dordrecht In het Integraal Huisvestingsplan Gymzalen en de startnotities Herijking Toekomstvisie Sportparken en Toekomst Verenigingshallenplan worden geen dwarsverbanden met de ambities van het Nationale Preventieakkoord gemaakt op het gebied van het rookvrij maken van het sportvastgoed, gezonde voeding in de sportkantine of het alcoholbeleid.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

58

Omgevingswet Sporten en bewegen in de openbare ruimte krijgt, naast groeiende aandacht van sporters en bewegers, ook steeds meer beleidsaandacht (Poet et al., 2018; Hoekman et al., 2020). Een sport- en beweegvriendelijke omgeving is een ruimtelijk thema dat aansluit bij de ambitie van de omgevingsvisie om te komen tot een gezondheid bevorderende leefomgeving. De (nationale) Omgevingswet, waar de lokale omgevingsvisies uit voortkomen, roept overheden op om in de beleidsvoorbereiding en -uitvoering, een omslag te maken van ‘toelatingsplanologie’ naar ‘uitnodigingsplanologie’ (Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2012). Hiermee wordt verondersteld dat gemeenten actief, en uitnodigend, met belanghebbenden aan de slag gaan om gezamenlijk ruimtelijke plannen ten behoeve van een gezondheid bevorderende leefomgeving uit te werken, zoals bijvoorbeeld het ontwikkelen van nieuwe playgrounds of een trimpark in het bos (Van Buuren, 2018).

Dordrecht In de Startnotitie Herijking Toekomstvisie Sportparken (Gemeente Dordrecht, 2020a) wordt voorgesorteerd op het opstellen van een Programma Sportparken in lijn met de vereisten uit de Omgevingswet en de ontwikkeling van de lokale omgevingsvisie (p. 2). Sportparken zullen hierin worden neergezet als voorzieningen die bijdragen aan een gezonde stad, waar bewoners verleid worden tot meer beweging en sociale interactie in de buitenruimte maar ook in de sportaccommodaties en -verenigingen. Het wordt niet geheel duidelijk op welke manier dit vorm gaat krijgen. Uit de interviews met verschillende respondenten blijkt wel dat het lastig is voor sportambtenaren om een positie te verwerven aan de ruimtelijke beleidstafel. Een van de dossiers die hierbij wordt genoemd is de Dordtse Spoorzone. In de plannen wordt de ruimtelijke dimensie van sport en bewegen wel genoemd, maar doordat in de ambtelijke afstemming Team Sport hier weinig bij wordt betrokken, bestaat de kans dat onderwerpen als de beweegvriendelijke omgeving of sporten in het openbaar naar de achtergrond verdwijnen in de realisatie van de plannen.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

59

7.2

Capaciteitsstudie

In deze paragraaf worden de resultaten van een beknopte capaciteitsstudie uiteengezet. Het benodigde aantal binnen- en buitensportaccommodaties is bepaald aan de hand van vastgelegde en algemeen geaccepteerde richtlijnen11. De richtlijnen zijn objectieve maatstaven waarmee inzichtelijk wordt welke capaciteit (bv. aantal velden) nodig is voor een vereniging om haar normale verenigingsactiviteiten, namelijk het aanbieden van trainingen en het spelen van wedstrijden, te kunnen laten plaatsvinden. Het is van belang te realiseren dat het beeld in dit hoofdstuk een momentopname is, en slechts een indicatie van de werkelijke behoefte weergeeft. De verenigingen zijn niet benaderd voor het leveren van aanvullende inzichten over bijvoorbeeld wachtlijsten of het nevengebruik van de accommodaties. Aan de hand van bevolkingsprognoses en demografiecijfers wordt de ontwikkeling van de behoefte van de verenigingen geraamd. (Verwachte) ontwikkelingen in sportdeelname en accommodatiegebruik zijn niet meegenomen. Het college heeft in haar coalitieakkoord ‘Dordrecht: Een stad waar je bij wilt horen!’ (2018-2022) de ambitie vastgelegd te willen groeien naar een gemeente met 140.000 inwoners in 2030. Om deze bevolkingsomvang te bereiken, zal het aantal inwoners met ruim 20.000 moeten toenemen, waar in 2020 Dordrecht circa 119.400 inwoners telt.

Bestaande prognoses, opgesteld door Primos in 2016 met de op dat moment voor handen woningbouwplannen, gaan uit van een bevolkingsomvang van circa 123.000 inwoners in 2030. Om de groeiambitie van het college mee te nemen in de capaciteitsstudie worden in dit hoofdstuk twee scenario’s gepresenteerd. Een scenario waarin de gemeente zich ontwikkelt conform de bestaande bevolkingsprognoses en demografiecijfers en een scenario waarin de prognoses zijn opgehoogd tot 140.000 inwoners, waarbij de door Primos verwachte bevolkingssamenstelling in 2030 is aangehouden. In bijlage 3 zijn deze demografiecijfers opgenomen.

Binnensportaccommodaties Onder binnensportaccommodaties worden in dit rapport sporthallen en sportzalen verstaan. Deze accommodaties worden benut, of kunnen worden benut, voor de beoefening van meerdere zaalsporten. Dat onderscheidt deze accommodaties van andere overdekte accommodaties, zoals tafeltenniszalen en turnhallen, die alleen voor één tak van sport kunnen worden gebruikt. Dordrecht kent acht sporthallen en vier sportzalen in 2020, allen beschikbaar voor de (georganiseerde) zaalsport. Er zijn geen concrete plannen voor mutaties in dit aanbod. In bijlage 3 is een overzicht van de binnensportaccommodaties opgenomen. De behoefte aan sporthallen en sportzalen voor de (georganiseerde) sport in 2020 is vastgesteld op minimaal zes sporthallen en negen sportzalen, en maximaal zeven sporthallen en elf sportzalen. Het aanbod aan sporthallen overstijgt zodoende de theoretisch behoefte, terwijl een tekort aan sportzalen bestaat. De verwachting is dat door de bevolkingstoename de behoefte aan binnensportaccommodaties binnen de gemeente zal toenemen. In het scenario dat Dordrecht groeit naar een omvang van 140.000 inwoners, ontstaat een tekort aan sporthallen, wanneer wordt uitgegaan van de maximale behoefte; deze betreft negen sporthallen. Het tekort aan sportzalen zal in beide scenario’s verder oplopen (tabel 7.1).

11

Voor de binnensportaccommodaties betreffen dit de draagvlakcijfers uit de Planologische Kengetallen. Voor de handbal-, honk-/softbal- en korfbalvelden betreffen dit de normen uit het Handboek Sportaccommodaties van NOC*NSF. Voor de tennisbanen en hockey- en voetbalvelden betreffen dit de richtlijnen van de desbetreffende sportbonden.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

60

Tabel 7.1 Gemeentebrede vraag-aanbodanalyse sporthallen en sportzalen Dordrecht (o.b.v. Planologische Kengetallen) in 2020 en 2030 (in aantallen) Behoefte

Overschot (+)/ tekort (-)

Type

Jaar

Scenario

Aanbod

Min.

Sporthallen

2020

-

8

6

(5,3)

7

(3 zaaldelen)

2030

123.000 inwoners

8

6

(5,7)

2030

140.000 inwoners

8

7

Sportzalen

2020

-

4

(2 zaaldelen)

2030

123.000 inwoners

2030

140.000 inwoners

Max.

Min.

Max.

(7,1)

+2

+1

8

(7,6)

+2

-

(6,4)

9

(8,6)

+1

-1

9

(8,5)

11

(10,6)

-5

-7

4

9

(9,1)

12

(11,3)

-5

-8

4

11

(10,3)

13

(12,9)

-7

-9

Buitensportaccommodaties In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de buitensportaccommodaties en de teamaantallen van de Dordtse verenigingen waar aan de hand van de richtlijnen de theoretisch benodigde capaciteit hieronder mee is berekend.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

61

Handbal M.O.K. is de enige handbalvereniging gevestigd in Dordrecht. De verenging heeft de beschikking over één verhard veld op sportpark Reeweg. Dit ene veld is conform de theoretisch behoefte van de vereniging, nu en in de toekomst (tabel 7.2). Tabel 7.2 Vraag-aanbodanalyse handbalvelden M.O.K. in 2020 en 2030 (in aantallen) Sportpark

Reeweg

Vereniging

M.O.K.

Veldaanbod

1 verhard veld

Veldbehoefte Jaar

Scenario

Variant

Aantal

2020

-

Minimaal

1

(0,2)

Maximaal

1

(0,3)

Minimaal

1

(0,1)

Maximaal

1

(0,3)

Minimaal

1

(0,2)

Maximaal

1

(0,3)

2030

123.000 inwoners

140.000 inwoners

Toelichting: De minimale behoefte is van toepassing bij een evenredige verdeling van de teams over het weekend. De maximale behoefte is van toepassing indien alle teams op dezelfde weekenddag hun wedstrijden spelen.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

62

Hockey Op sportpark Schenkeldijk heeft de Dordrechtse Mixed Hockey Club, de enige hockeyvereniging gevestigd in Dordrecht, de beschikking over vier velden. Op basis van de geldende richtlijnen constateren we dat deze velden op het moment onvoldoende capaciteit bieden voor het aantal zaterdagteams. Dit tekort houdt stand tot en met 2030, dan wel neemt toe in het scenario dat de gemeente doorgroeit naar een omvang van 140.000 inwoners (tabel 7.3). Tabel 7.3 Vraag-aanbodanalyse hockeyvelden Dordrechtse Mixed Hockey Club in 2020 en 2030 (in aantallen) Sportpark

Schenkeldijk

Vereniging

Dordrechtse Mixed Hockey Club

Veldaanbod

1 zand ingestrooid kunstgrasveld; 3 (semi-)watervelden

Veldbehoefte Jaar

Scenario

Speeldag

Aantal

2020

-

Zaterdag

6

(6,0)

Zondag

2

(1,3)

Zaterdag

6

(5,8)

Zondag

2

(1,3)

Zaterdag

7

(6,6)

Zondag

2

(1,5)

2030

123.000 inwoners

140.000 inwoners

Toelichting: de veldbehoefte is weergegeven in het aantal (semi-)watervelden.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

63

Honk- en softbal The Hawks is de enige honk- en softbalvereniging gevestigd in Dordrecht. De vereniging heeft haar thuisbasis op sportpark Krommedijk met in totaal vier velden. De behoefte van de vereniging is vastgesteld op drie velden; nu en in de toekomst (tabel 7.4). Het tweede softbal-/jeugdhonkbalveld is niet nodig voor het (toekomstig) aantal softbal- en jeugdhonkbalteams. Tabel 7.4 Vraag-aanbodanalyse velden honk- en softbalvereniging The Hawks in 2020 en 2030 (in aantallen) Sportpark

Krommedijk

Vereniging

The Hawks

Veldaanbod

1 honkbalveld; 2 softbal-/jeugdhonkbalveldenA; 1 beeballveld

Veldbehoefte Jaar

Scenario

2020

2030

123.000 inwoners

140.000 inwoners

Type veld

Aantal

Honkbalveld

1

(0,5)

Softbal-/jeugdhonkbalveld

1

(0,6)

Beeballveld

1

(0,1)

Honkbalveld

1

(0,5)

Softbal-/jeugdhonkbalveld

1

(0,6)

Beeballveld

1

(0,1)

Honkbalveld

1

(0,6)

Softbal-/jeugdhonkbalveld

1

(0,7)

Beeballveld

1

(0,1)

A) Betreft een softbalveld en een combinatieveld (softbal + jeugdhonkbal). Het combinatieveld is gecombineerd met een natuurgrasvoetbalveld.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

64

Korfbal In Dordrecht zijn vier korfbalverenigingen gevestigd. De verenigingen hebben de beschikking over acht kunstgrasvelden. De velden waarover de korfbalverenigingen beschikken, bieden in theorie voldoende capaciteit voor het aantal teams (tabel 7.5). Hiervoor is wel een redelijk evenwichtige verdeling van de wedstrijden over het weekend noodzakelijk. Tabel 7.5 Vraag-aanbodanalyse velden korfbalverenigingen gemeente Dordrecht in 2020 (in aantallen) Veldbehoefte Sportpark

Vereniging

Veldaanbod

Minimaal

Stadspolders

CKV Oranje Wit

2

2

(1,5)

4

(3,1)

Vorrinklaan

DeetosSnel

A2

2

(1,9)

4

(3,8)

Patersweg

Movado

2

1

(0,8)

2

(1,6)

Gravensingel

Sporting Delta

2

2

(1,5)

4

(3,1)

8

-

(5,8)

-

(11,6)

Gemeente Dordrecht

Maximaal

A) Exclusief een natuurgrasveld van 30 bij 30 meter. Toelichting: De minimale behoefte is van toepassing bij een evenredige verdeling van de teams over het weekend. De maximale behoefte is van toepassing indien alle teams op dezelfde weekenddag hun wedstrijden spelen. De gemeentebrede behoefte aan korfbalvelden zal in het scenario dat de gemeente groeit naar een omvang van 123.000 inwoners afnemen. Dit als gevolg van de afname van het aantal jongeren, ondanks de bevolkingsgroei. In het scenario dat de gemeente in 2030 een omvang heeft van 140.000 inwoners, zal de behoefte zijn toegenomen. Het huidige aantal velden biedt in theorie voldoende capaciteit om deze groei te accommoderen (tabel 7.6). Een (nog) betere verdeling van de teams over het weekend is dan noodzakelijk. Bij specifieke verenigingen kunnen wel knelpunten ontstaan. Tabel 7.6 Gemeentebrede vraag-aanbodanalyse korfbalvelden gemeente Dordrecht in 2020 en 2030 (in aantallen) Veldbehoefte Jaar

Scenario

Veldaanbod

Minimaal

2020

-

8

6

(5,8)

12

(11,6)

2030

123.000 inwoners

8

6

(5,7)

12

(11,3)

140.000 inwoners

8

7

(6,4)

13

(12,9)

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

Maximaal

65

Tennis Zeven tennisverenigingen zijn gevestigd in Dordrecht. De verenigingen hebben in 2020 de beschikking over 47 tennisbanen in de buitenlucht. Alleen op sportpark Gravensingel zijn minder banen aanwezig dan de richtlijn voorschrijft. Op de overige sportparken is in de meeste gevallen sprake van een baanoverschot (tabel 7.7). Tabel 7.7 Vraag-aanbodanalyse buitenbanen tennisverenigingen gemeente Dordrecht in 2020 (in aantallen) Baanbehoefte Sportpark

Vereniging

Baanaanbod

Min.

Gravensingel

T.C. Dubbeldam

6

7

(6,5)

9

(8,4)

Amstelwijck

Thialf L.T.C.A

6

3

(2,8)

4

(3,6)

Monarda

Dash ‘35

10

8

(7,5)

10

(9,7)

Stadspolders

S.V. Oranje Wit

5

3

(2,3)

3

(2,9)

Nieuweweg

D.L.T.C.A

4

3

(2,3)

3

(2,9)

Krommedijk

R.C. Dordrecht

5

2

(2,0)

3

(2,5)

Schenkeldijk

Tennisvereniging CC

11

7

(7,4)

10

(9,5)

47

-

(30,7)

-

(39,5)

Gemeente Dordrecht

Max.

A) Thialf L.T.C. en D.L.T.C. zijn per 1-1-2021 gefuseerd tot DLTC-Thialf. De fusievereniging is gehuisvest op het sportpark Nieuweweg. Het baanaanbod is uitgebreid van vier naar vijf tennisbanen. De tennisbanen op sportpark Amstelwijck zullen plaatsmaken voor woningbouw. Als gevolg van de bevolkingstoename in Dordrecht zal de behoefte aan tennisbanen licht toenemen (tabel 7.8). In het scenario dat de gemeente in 2030 een omvang van 140.000 inwoners kent, is de druk op de tennisbanen mogelijk dusdanig opgelopen dat knelpunten (bij specifieke verenigingen) bestaan.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

66

Tabel 7.8 Gemeentebrede vraag-aanbodanalyse buitentennisbanen gemeente Dordrecht in 2020 en 2030 (in aantallen) Baanbehoefte Jaar

Scenario

Baanaanbod

Minimaal

2020

-

47

31

(30,7)

40

(39,5)

2030

123.000 inwoners

42

32

(31,3)

41

(40,2)

140.000 inwoners

42

36

(35,5)

46

(45,7)

Maximaal

Toelichting: Het aantal tennisbanen in de gemeente loopt terug als gevolg van de fusie tussen Thialf L.T.C. en D.L.T.C, en het verdwijnen van de tennisbanen op sportpark Amstelwijck.

Voetbal In Dordrecht zijn in 2020 tien voetbalverenigingen gevestigd. De verenigingen hebben de beschikking over 27,5 natuurgrasvelden en 12,5 kunstgrasveld (exclusief het natuurgrasveld in het Riwal Hoogwerkers Stadion). Natuurgrasvelden worden in beginsel alleen benut voor wedstrijden of voor trainingen en op kunstgrasvelden wordt in beginsel zowel getraind als wedstrijden op gespeeld. Op de sportparken Smitsweg en Krommedijk zijn volgens de richtlijnen te weinig velden aanwezig om aan de behoefte van de verenigingen te voldoen. Op sportparken Reeweg en Schenkeldijk worden daarentegen overschotten geconstateerd (tabel 7.9). In de berekening van tabel 7.9 is geen rekening gehouden met de aanvullende behoefte van FC Dordrecht als Betaald voetbalorganisatie (BVO).

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

67

Tabel 7.9 Vraag-aanbodanalyse velden voetbalverenigingen gemeente Dordrecht in 2020 (in aantallen) Sportpark

Vereniging

Veldaanbod

Veldbehoefte Wedstrijdvelden

Natuurgras

Kunstgras

Zaterdag

Zondag

Trainingsvelden

Reeweg

SC Emma

2

1

2

(1,2)

2

(1,1)

1,0

(1,1)

Smitsweg

Wieldrecht

2

A

1,5

4

(3,7)

-

(-)

2,0

(1,8)

Zeehavenlaan

SSW

-

1

1

(0,3)

1

(0,7)

1,0

(0,5)

Krommedijk

FC Dordrecht (amateurs)

-

-

-

(1,7)

-

(0,7)

-

(1,2)

DFC

-

-

-

(2,6)

-

(-)

-

(1,3)

RCD

-

-

-

(2,6)

-

(1,2)

-

(1,9)

Subtotaal

7

2

7

(6,9)

2

(1,9)

4,5

(4,4)

Dubbeldam

-

-

-

(4,5)

-

(0,9)

-

(2,7)

EBOH

-

-

-

(2,9)

-

(-)

-

(1,4)

Subtotaal

10,5

B

3

8

(7,4)

1

(0,9)

4,0

(4,1)

GSC/ODS

-

-

-

(2,1)

-

(0,3)

-

(1,2)

Oranje Wit

-

-

-

(6,7)

-

(-)

-

(3,4)

Subtotaal

6

B

4

9

(8,8)

1

(0,3)

4,5

(4,6)

27,5

12,5

-

(28,2)

-

(4,8)

-

(16,5)

Schenkeldijk

Stadspolders

Gemeente Dordrecht

A) Het halve kunstgrasveld is uitsluitend geschikt voor trainingen. B) Waarvan één een hybrideveld betreft. De behoefte aan voetbalvelden in 2030 zal lager zijn dan de behoefte in 2020 in het scenario van 123.000 inwoners in 2030. Indien de gemeente groeit richting 140.000 inwoners zal de gemeentebrede behoefte juist toenemen (tabel 7.10).

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

68

Tabel 7.10 Gemeentebrede vraag-aanbodanalyse voetbalvelden gemeente Dordrecht in 2020 en 2030 (in aantallen) Veldbehoefte Veldaanbod

Wedstrijdvelden

Jaar

Scenario

Natuurgras

Kunstgras

Zaterdag

Zondag

Trainingsvelden

2020

-

27,5

12,5

29

(28,2)

5

(4,8)

16,5

(16,5)

2030

123.000 inwoners

27,5

12,5

28

(27,4)

5

(4,8)

16,0

(16,1)

140.000 inwoners

27,5

12,5

32

(31,2)

6

(5,5)

18,5

(18,3)

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

69

7.3

Normenevaluatie

Op basis van het feitelijk relaas uit de voorgaande paragrafen, kan bepaald worden hoe toekomstbestendig het sportaccommodatiebeleid en -infrastructuur is in de gemeente Dordrecht. Hiervoor gebruiken we de twee subnormen die volgen uit het normenkader (en de daarbij horende normvragen): beleidsrelevantie en toekomstige sportaccommodatiebehoefte.

Beleidsrelevantie Sluiten de huidige beleidsnota’s en initiatieven rondom sportaccommodaties in Dordrecht aan bij de doelstellingen die volgen uit het Nationale Sportakkoord, de transitie van de Omgevingswet, of andere relevante beleidsontwikkelingen die van invloed zijn op het sportaccommodatiebeleid? Recent is het Integraal Huisvestingsplan Gymzalen Gemeente Dordrecht vastgesteld en zijn de startnotities Programma Sportparken en Toekomst Verenigingshallenplan in de gemeenteraad behandeld. De gemeente heeft hierin veelal een beleidsinhoudelijk lijn gekozen die beperkt inspeelt op de huidige beleidsmogelijkheden die nationale beleidstrends- en programma’s bieden. De operationele vertaling moet nog worden gemaakt, waardoor geen expliciete uitspraken kunnen worden gedaan over in hoeverre het beleid toekomstbestendig zal zijn.

Toekomstige sportaccommodatiebehoefte Zijn er voldoende sportaccommodaties in Dordrecht om aan de (toekomstige) sportbehoefte van de Dordtse bevolking te voldoen? Op meerdere sportparken in de gemeente Dordrecht worden in de huidige configuratie, op basis van de geldende richtlijnen, knelpunten geconstateerd; deze hebben veelal betrekking op de hockey- en voetbalsport. Bij de desbetreffende buitensportverenigingen schiet het aantal sportvelden tekort, waardoor verenigingen hun leden niet het gewenste aantal trainingen kunnen aanbieden, wedstrijden regelmatig verplaatst moeten worden en/of de velden overbelast worden. Het huidige aantal sporthallen is in lijn met het aantal dat richtlijnen voorschrijven. Het tekort aan sportzalen kan echter leiden tot een (te) hoge druk op de hallen, waardoor verenigingen niet het gewenste aantal uren kunnen afnemen. Het is de verwachting dat behoefte aan sportaccommodaties in Dordrecht constant zal blijven, dan wel zal toenemen, afhankelijk van de bevolkingstoename. Indien de groeiambitie tot 140.000 inwoners wordt gerealiseerd, zal dit volgens de geldende richtlijnen leiden tot meer knelpunten bij de Dordtse sportverenigingen. Een betere verdeling van de behoefte over de accommodaties en over het weekend zijn nodig, dan wel capaciteitsuitbreidingen.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

70

8.

Benchmark

In de voorgaande vier hoofdstukken is gekeken naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en toekomstbestendigheid van het sportaccommodatiebeleid, alsmede naar de mate van uitnodigend bestuur in het sportaccommodatiebeleid. In dit hoofdstuk wordt een vergelijking gemaakt van de effectiviteit van het beleid op grote lijnen. Dit wordt gedaan door de sportmonitor van de gemeente Dordrecht te benutten en de situatie in Dordrecht op een aantal indicatoren te vergelijken met gemiddeldes van de Drechtsteden (inclusief Gorinchem), gemiddeldes van referentiegemeenten en landelijke gemiddeldes. Hierbij is oog voor de sport- en beweegdeelname, het accommodatieaanbod en de gemeentelijke sportuitgaven. De referentiegemeenten zijn geselecteerd op basis van bevolkingsomvang en stedelijkheid, en zijn op deze aspecten vergelijkbaar met Dordrecht12. Binnen deze groep gemeenten (14) zitten gemeenten met een betaald voetbalclub (5) en gemeenten waar de vormgeving van de exploitatie van de gemeentelijke sportaccommodaties vergelijkbaar is met de situatie in Dordrecht (7). Waar relevant zullen eventuele verschillen binnen de groep referentiegemeenten naar een van deze kenmerken in de tekst worden aangehaald.

8.1

Sportmonitor Dordrecht

In ‘De Demarrage’, het eerste uitvoeringsprogramma van het beleidskader ‘Dordt Sport’, vastgesteld juni 2008, is opgenomen dat de gemeente eens in de twee jaar een sportmonitor gaat uitvoeren (Gemeente Dordrecht, 2008b). In de praktijk is in 2008, 2010, 2014 en 2018 de monitor afgenomen om inzicht te krijgen in het sportgedrag van de Dordtse bevolking en de ontwikkelingen daarin (Onderzoekcentrum Drechtsteden, 2008, 2010, 2014 & 2018). Ruim zes op de tien Dordtenaren voldeed in 2018 aan de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO, tabel 8.1). Dit aandeel ligt een paar procentpunten hoger dan in 2008, 2010 en 2014. Wordt gekeken naar de jongste leeftijdsklassen, dan is waar te nemen dat de sportdeelname in 2018 op hetzelfde niveau ligt als in 2008.

12

De referentiegemeenten betreffen Alkmaar, Alphen aan den Rijn, Amstelveen, Delft, Deventer, Ede, Helmond, Hilversum, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Venlo, Zoetermeer en Zwolle.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

71

Tabel 8.1 Sportdeelname volgens de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) in de afgelopen 12 maanden, naar leeftijdsklasse, 2008-2018 (in percentage van de bevolking) Leeftijdsklasse

2008

2010

2014

2018

4-12 jaar

86

83

83

86

13-17 jaar

87

83

80

87

18-34 jaar

60

57

72

77

35-54 jaar

56

53

60

58

55-64 jaar

45

54

48

55

65 jaar e.o.

39

39

43

50

Totaal

58

58

59

63

Toelichting: De Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) spreekt van een sporter wanneer iemand in de afgelopen 12 maanden 12 keer of meer heeft gesport. Bron: Onderzoekcentrum Drechtsteden, 2008, 2010, 2014 & 2018. In de edities 2008, 2010 en 2014 (Onderzoekcentrum Drechtsteden, 2008, 2010 & 2014) van de sportmonitor is een blok vragen over sportaccommodaties opgenomen, waarin wordt gevraagd naar de mening van de inwoners over het aantal accommodaties en de kwaliteit hiervan. In 2018 is dit vragenblok niet meer opgenomen (Onderzoekcentrum Drechtsteden, 2018). In 2014 was 64 procent van Dordtrechtenaren tevreden met het aantal binnensportaccommodaties, en 61 procent met het aantal buitensportaccommodaties. Ongeveer vergelijkbare aandelen van de inwoners is tevreden met de kwaliteit van de binnen- en buitensportaccommodaties.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

72

8.2

Sportvergelijking met andere gemeenten

Sport- en beweegdeelname De sport- en beweegdeelname in Dordrecht was lager dan het landelijk gemiddelde in 2016. Het percentage inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijnen was in Dordrecht 48 procent. Landelijk lag dat percentage op 52 procent. Het aandeel in Dordrecht ligt wel drie procentpunten hoger dan het gemiddelde van de Drechtsteden (tabel 8.2). De beweegrichtlijnen zijn vastgesteld en onderbouwd door het ministerie van VWS en zijn als volgt samen te vatten: • Kinderen (4 t/m 18 jaar): 1 uur per dag matig intensief bewegen en 3 keer per week spier- en botversterkende activiteiten • Volwassenen en ouderen: 2,5 uur per week matig intensief bewegen en 2 keer per week spieren botversterkende activiteiten Ruim vier op de tien volwassenen van 19 jaar en ouder woonachtig in Dordrecht sportte minimaal één keer per week in 2016. Ten opzichte van de referentiegroepen is de wekelijkse sportdeelname in Dordrecht laag (tabel 8.2). Tabel 8.2 Aantal inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijnen en wekelijks sport in 2016 (in percentages, volwassenen van 19 jaar en ouder) Beweegrichtlijnen

Wekelijkse sportdeelname

Dordrecht

48

42

Drechtsteden

45

44

Referentiegemeenten

55

52

Nederland

52

51

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD’s, CBS en RIVM.

Georganiseerde sport Wanneer wordt ingezoomd op de sportdeelname in Dordrecht in termen van lidmaatschappen van bij NOC*NSF aangesloten verenigingen, wordt duidelijk dat dit in Dordrecht (aanzienlijk) lager ligt dan de gemiddeldes van de referentiegroepen. Met uitzondering van de leeftijdscategorie 0- tot 10-jarigen ligt het percentage inwoners van Dordrecht dat lid is van een sportvereniging aanmerkelijk lager dan landelijk gemiddeld. Met name in de leeftijdscategorieën 25- tot 45 jaar en 45 tot 65 jaar hebben relatief weinig inwoners van Dordrecht een lidmaatschap (tabel 8.3). Kijkend naar de grootste takken van sport, valt op dat de voetbaldeelname in Dordrecht achterblijft. Relatief weinig inwoners van Dordrecht zijn lid van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB). Het tegenovergestelde is waar voor de gymnastiekdeelname en het aantal leden van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU, tabel 8.3).

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

73

Tabel 8.3 Aantal inwoners dat lid is van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond in 2019 (in percentages) Dordrecht

Drechtsteden

Referentiegemeenten

Nederland

Alle leeftijden

21,9

22,9

22,9

24,5

0- tot 10-jarigen

23,5

21,7

21,3

21,8

10- tot 25-jarigen

39,9

42,3

38,4

43,3

25- tot 45-jarigen

17,3

19,5

19,7

21,7

45- tot 65-jarigen

18,7

19,5

19,8

21,0

65-plussers

15,5

15,1

16,1

16,5

Atletiek (AU)

0,9

0,8

0,8

0,7

Golf (NGF)

1,3

1,4

1,9

2,1

Gymnastiek (KNGU)

2,5

2,4

1,5

1,5

Hockey (KNHB)

0,7

0,7

1,4

1,4

Paardensport (KNHS)

0,6

0,7

0,6

0,8

Sportvissen (SN)

3,0

3,4

2,5

2,8

Tennis (KNTLB)

2,4

2,1

2,6

3,0

Voetbal (KNVB)

5,1

5,6

5,8

6,8

Volleybal (Nevobo)

0,4

0,6

0,5

0,6

Zwemmen (KNZB)

0,8

0,8

0,9

0,8

Bron: Atletiekunie (AU), Koninklijke Nederlandse Golf Federatie (NGF), Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU), Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB), Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS), Sportvisserij Nederland (SN), Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB), Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB), Nederlandse Volleybalbond (Nevobo), Koninklijke Nederlandse Zwem Bond (KNZB), allen via NOC*NSF, 2019.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

74

Ongeorganiseerde sport Relatief weinig inwoners van Dordrecht wandelde in 2016 als sport, of deed aan wielrennen (tabel 8.4). Daarnaast is ook de fitnessdeelname in de gemeente Dordrecht relatief laag. Tabel 8.4 Percentage inwoners dat ongeorganiseerd sport in 2016, naar sporttak (in percentages, volwassenen van 19 jaar en ouder) Fitness

Hardlopen

Sportief wandelen

Wielrennen

Dordrecht

19,0

12,0

1,0

1,0

Drechtsteden

19,3

10,5

1,4

1,4

Referentiegemeenten

23,8

12,7

2,2

1,6

Nederland

22,2

11,9

2,4

1,5

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD’s, CBS en RIVM.

Accommodatieaanbod Kernindicator Sportaccommodaties Het totale aanbod in het sportaccommodatielandschap kan worden weergegeven met de kernindicator Sportaccommodaties13. De kernindicator drukt het voorzieningenniveau per 10.000 inwoners uit, waarbij verschillen in diversiteit (geschikt voor meer of minder verschillende sportdisciplines) en capaciteit (hoeveel mensen kunnen er tegelijkertijd sporten) zijn verdisconteerd. De kernindicator sportaccommodaties laat zien dat er in Dordrecht 17,9 publiektoegankelijke accommodaties per 10.000 inwoners aanwezig zijn, waarvan de inwoners gebruik kunnen maken om te sporten en te bewegen. Ten opzichte van de referentiegroepen is het aanbod in Dordrecht laag (tabel 8.5). Tabel 8.5 Score kernindicator sportaccommodaties in 2020 (aantal voorzieningen per 10.000 inwoners) Score Dordrecht

17,9

Drechtsteden

18,0

Referentiegemeenten

20,3

Nederland

21,6

Bron: Database SportAanbod (DSA), Mulier Instituut.

13

De Kernindicator Sportaccommodaties is een van de kernindicatoren die in 2014 zijn benoemd door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de stand van zaken op dit terrein duurzaam in de tijd te kunnen volgen.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

75

Binnensportaccommodaties Onderdeel van het sportaccommodatielandschap zijn de binnensportaccommodaties. Het aanbod aan binnensportaccommodaties voor de georganiseerde zaalsport in Dordrecht bestaat uit acht sporthallen en vier sportzalen; ten opzichte van de bevolking betreft dit 1,7 sporthal en 0,8 sportzaal per 25.000 inwoners. Vergeleken met het landelijk gemiddelde is in Dordrecht weinig ruimte beschikbaar voor de zaalsport. Ten opzichte van de referentiegemeenten is het aanbod in Dordrecht vergelijkbaar (tabel 8.6). Tabel 8.6 Aanbod sporthallen en sportzalen in 2020 (in aantallen per 25.000 inwoners) Sporthallen

Sportzalen

Dordrecht

1,7

0,8

Drechtsteden

2,4

0,4

Referentiegemeenten

1,8

1,0

Nederland

2,4

1,0

Bron: Database SportAanbod (DSA), Mulier Instituut. Peildatum 1-11-2020. Het overige (sportspecifieke) aanbod aan binnensportaccommodaties in Dordrecht bestaat uit tennishal Schenkeldijk (met vier indoor tennisbanen) en het zwembad (met wedstrijd-, doelgroepen- en recreatiebad) en de kunstijsbaan (krabbelbaan, ijshockeyvloer en hardrijbaan) in Sportboulevard Dordrecht. In Nederland staan 316 tennishallen (verspreid over 195 gemeenten) met gemiddeld vier indoor tennisbanen (DSA, peildatum 1-11-2020). De meeste referentiegemeenten, alsmede twee andere Drechtsteden, beschikken net als Dordrecht over tenminste één tennishal. Verspreid over Nederland staan 1.740 (deels) overdekte zwembaden (DSA, peildatum 1-11-2020). In alle Drechtsteden evenals de referentiegemeenten staat tenminste één (deels) overdekt zwembad. Nederland kent 24 permanente (overdekte) kunstijsbanen (DSA, peildatum 1-11-2020). Vijf van deze ijsbanen liggen in de referentiegemeenten.

Buitensportaccommodaties Eveneens onderdeel van het sportaccommodatielandschap zijn de buitensportaccommodaties. In Dordrecht liggen 42 voetbalvelden (exclusief het veld in het Riwal Hoogwerkers Stadion), 49 outdoor tennisbanen en 4 hockeyvelden. Relatief gezien is in de gemeente weinig ruimte beschikbaar om hockey en tennis te beoefenen en veel ruimte voor voetbal (tabel 8.7). In de referentiegemeenten met een betaald voetbalorganisatie liggen gemiddeld meer voetbalvelden dan in de referentiegemeenten zonder een betaald voetbalorganisatie. Het overige aanbod aan buitensportaccommodaties in Dordrecht bestaat onder andere uit een volwaardige atletiekaccommodatie, 18 holesgolfbaan, een rugbyveld en een verhard wielerparcours van 1.700 meter.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

76

Nederland telt 191 atletiekaccommodaties, 276 golfaccommodaties, 82 rugbyvelden en 75 wielerparcoursen (DSA, peildatum 1-11-2020). De desbetreffende Dordtse sportaccommodaties zijn de enigste in de Drechtsteden. Alle referentiegemeenten beschikken over tenminste één atletiekaccommodatie; driekwart van de referentiegemeenten heeft een golfaccommodatie en/of een rugbyveld binnen de gemeentegrenzen; in twee derde van de referentiegemeenten ligt een wielerparcours. Tabel 8.7 Aanbod hockey- en voetbalvelden en tennisbanen in 2020 (in aantallen per 25.000 inwoners) Voetbalvelden

Tennisbanen

Hockeyvelden

Natuurgras

Kunstgras

Totaal

Outdoor

Kunstgras

Dordrecht

6,0 (68%)

2,8 (32%)

9,0

10,3

0,8

Drechtsteden

6,2 (78%)

1,8 (22%)

8,0

11,0

1,0

Referentiegemeenten

5,8 (72%)

2,2 (28%)

8,1

15,2

1,8

Nederland

8,2 (76%)

2,6 (24%)

10,8

17,5

1,4

Bron: Database SportAanbod (DSA), Mulier Instituut. Peildatum 1-11-2020. Aan de hand van de hockey-, tennis- en voetbaldeelname (tabel 8.3 op pagina 56) en het aanbod aan hockey- en voetbalvelden en tennisbanen (tabel 8.7) is de gemiddelde druk op de desbetreffende voorzieningen uit te rekenen (tabel 8.8). De druk op de Dordtse voetbalvelden is als gevolg van het hoge aanbod, relatief laag. Dit is ook het geval in de referentiegemeenten met een BVO. De druk op de Dordtse tennisbanen is daarentegen relatief hoog. De druk op de Dordtse hockeyvelden is hoger dan het gemiddelde van de Drechtsteden en referentiegemeenten maar aanmerkelijk lager dan het landelijke gemiddelde. Tabel 8.8 Gemiddelde baan/-velddruk in 2020 (aantal leden per baan) Voetbalvelden

Tennisbanen

Hockeyvelden

Dordrecht

141

51

209

Drechtsteden

173

43

189

Referentiegemeenten

179

38

192

Nederland

157

39

249

Bron: Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB), Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB), Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB), allen via NOC*NSF, 2019; Database SportAanbod (DSA), Mulier Instituut. Peildatum 1-11-2020.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

77

Gemeentelijke sportuitgaven Alle inkomsten en uitgaven van gemeenten worden geregistreerd in het systeem Informatie voor Derden (Iv3) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Gemeenten vullen daartoe een gestandaardiseerd formulier in. Op basis van dit systeem worden in deze paragraaf de gemeentelijke sportuitgaven in kaart gebracht en vergeleken. Volgens de Iv3 registratie gaf de gemeente Dordrecht in 2019 ongeveer elf miljoen euro uit aan sport (lasten; niet in figuur). Hiertegenover stond zo’n 3,5 miljoen euro aan inkomsten (baten). De resulterende netto sportuitgaven (lasten minus baten) van de gemeente bedroeg zodoende ruim zeven miljoen euro. Om de baten en lasten van de gemeente Dordrecht te kunnen vergelijken met andere gemeenten, worden deze in het vervolg uitgedrukt in aantal euro’s per inwoner. De netto lasten aan sport van de gemeente Dordrecht bedroegen in 2019 ongeveer 62 euro per inwoner. In 2019 lagen de netto lasten per inwoner aan sport van de gemeente Dordrecht iets lager dan het gemiddelde van de overige gemeenten in Drechtsteden en het landelijk gemiddelde (figuur 8.1). Ten opzichte van de rest van Drechtsteden kwamen deze lagere netto lasten voort uit lagere lasten in Dordrecht. Vergeleken met het landelijk gemiddelde waren de baten in Dordrecht hoger waardoor de netto lasten lager uitkwamen.

De gemiddelde netto lasten aan sport in de referentie gemeenten waren in 2019 lager dan in Dordrecht. Dit kwam met name voort uit aanzienlijk lagere lasten in de referentie gemeenten.

Figuur 8.1 Lasten, baten en netto lasten gemeenten aan sport in 2019 (in euro’s per inwoner), gemeente Dordrecht, gemiddelde regiogemeenten, gemiddelde referentiegemeenten en gemiddelde Nederland 120 98

92

91 80

80

68

62

40

30

65 58

30 23

0

Dordrecht

Drechtsteden Lasten

Referentiegemeenten Baten

26

Nederland

Netto lasten

Bron: Iv3-data CBS, 2019. Bewerking: Mulier Instituut.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

78

In figuur 8.2 worden de netto lasten aan sport per gemeente weergegeven. In deze verdeling bevindt Dordrecht zich ongeveer in het midden. De netto lasten van Dordrecht liggen onder het gemiddelde van de andere gemeenten in Drechtsteden, zoals eerder is beschreven, en in de verdeling is terug te zien dat als het gaat om de gemeenten binnen de Drechtsteden, Dordrecht zich enigszins links in de verdeling bevindt. Vier gemeenten in de Drechtsteden (respectievelijk Hendrik-Ido-Ambacht, Zwijndrecht, Gorinchem en Alblasserdam) hadden hogere netto lasten waar drie andere juist lagere netto lasten hadden dan Dordrecht. Onder referentie gemeenten is de spreiding wat groter, minimaal wordt er 26 euro per inwoner uitgegeven en maximaal 91 euro per inwoner. Negen gemeenten hadden in 2019 lagere netto lasten dan de gemeenten Dordrecht, vijf andere juist hoger. Figuur 8.2 Netto lasten gemeente Dordrecht aan sport in 2019 (in euro’s per inwoner) vergeleken met gemeenten in Drechtsteden en referentiegemeenten 100

80

60

40

52 20 26

30

37

55

56

57

57

58

59

62

62

64

69

72

72

75

76

78

86

91

40

0 Dordrecht

Referentiegemeenten

Gemiddelde referentiegemeenten

Gemiddelde Drechtsteden

Drechtsteden

Bron: Iv3-data CBS, 2019. Bewerking: Mulier Instituut. Net zoals het landelijk gemiddelde zijn de netto lasten per inwoner aan sport van Dordrecht, volgens de Iv3 registratie, licht gestegen tussen 2017 en 2019 (figuur 8.3). In de andere gemeenten van de Drechtsteden is tussen 2017 en 2018 gemiddeld een lichte daling te zien in de netto lasten. Een jaar later stijgt deze echter weer. Onder de referentie gemeenten zijn de netto lasten in 2018 ook afgenomen en in 2019 weer gestegen. Deze stijging blijft in tegenstelling tot de Drechtsteden enigszins beperkt.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

79

Figuur 8.3 Netto lasten gemeenten aan sport 2017-2019 (in euro’s per inwoner), gemeente Dordrecht, gemiddelde referentiegemeenten, gemiddelde Drechtsteden en gemiddelde Nederland 80

60

59

60

62

65

68 62

61

56

58

62

64

65

40

20

0

Dordrecht

Drechtsteden 2017

Referentiegemeenten 2018

Nederland

2019

Bron: Iv3-data CBS, 2019. Bewerking: Mulier Instituut.

8.3

Waar staat de gemeente Dordrecht?

De benchmark geeft inzicht in waar de gemeente Dordrecht staat ten opzichte van andere gemeenten. Uit de Sportmonitor van de gemeente Dordrecht wordt duidelijk dat de sportdeelname gestaag toeneemt. Het aantal inwoners dat wekelijks sport, zowel in georganiseerde verband (bij verenigingen) als ongeorganiseerd verband (bv. fitness), is echter relatief laag. Het Dordtse sportaccommodatielandschap telt relatief weinig voorzieningen (voor de georganiseerde sport). Het aantal sporthallen, tennisbanen en hockeyvelden in de gemeente is relatief laag. Het aantal voetbalvelden is daarentegen hoog. De druk op de Dordtse tennisbanen en hockeyvelden (aantal sporters per baan/veld) is hoger dan in de meeste andere gemeenten. Daartegenover staat een relatief lage druk op de Dordtse voetbalvelden. De gemeentelijk sportuitgaven van de gemeente Dordrecht liggen, relatief gezien, enigszins in lijn met de uitgaven van andere gemeenten. De netto lasten aan sport per inwoner liggen in Dordrecht iets lager dan gemiddeld in de overige Drechtsteden, maar in de verdeling per gemeente bevindt Dordrecht zich ongeveer in het midden. Ook vergeleken met het landelijk gemiddelde liggen de netto uitgaven per inwoner in Dordrecht iets lager, maar het verschil is minder groot dan met Drechtsteden. Referentiegemeenten geven daarentegen minder uit per inwoner aan sport dan de gemeente Dordrecht.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

80

9.

Literatuurlijst

Algemeen Dagblad. (2019a). ‘Grote Onvrede’ bij voetbalclubs in Dordrecht. Te raadplegen op: https:// www.ad.nl/dordrecht/grote-onvrede-bij-voetbalclubs-in-dordrecht~ae782d91/. Algemeen Dagblad. (2019b). Movado en TTVD verrast over gang van zaken rond sportpark Schenkeldijk. Te raadplegen op: https://www.ad.nl/dordrecht/movado-en-ttvd-verrast-over-gang-van-zakenrond-sportpark-schenkeldijk~aa57ad7e/. De Waal, A.A., & Kerklaan, L.A.F.M.(2019). De resultaatgerichte overheid; op weg naar de prestatiegedreven overheidsorganisatie. Den Haag: SDU Uitgevers. Dool, R. van den, & Eldert, P. van. (2019). Monitor sportuitgaven gemeenten 2018: een overzicht van de uitgaven in 2018 en de uitbesteding van sporttaken. Utrecht: Mulier Instituut. Gemeente Dordrecht. (2007). Nota Zaalsportaccommodaties: de ontwikkelingen in de Dordtse zaalsport in relatie tot het verenigingshallenplan. Dossiernummer: 118399. Gemeente Dordrecht. (2008a). Beleidskader ‘Dordt Sport’. Dossiernummer: 134890. Gemeente Dordrecht. (2008b). ‘De Demarrage’, 2008-2011, Uitvoeringsprogramma van het beleidskader ‘Dordt Sport’. Dossiernummer: 136115. Gemeente Dordrecht. (2009a). Jaarverslag 2009. Dossiernummer: 369837. Gemeente Dordrecht. (2009b). Raadsinformatiebrief inzake gunning exploitatie Sportboulevard. Dossiernummer: 118717. Gemeente Dordrecht. (2010). Jaarverslag 2010. Dossiernummer: 709457. Gemeente Dordrecht (2011).

Jaarverslag 2011. Dossiernummer: 866087. Gemeente Dordrecht (2012). Jaarverslag 2012. Dossiernummer: 1059520. Gemeente Dordrecht. (2011). Spaken Spannen, Dordrecht naar ‘Olympisch’ niveau. Uitvoeringsprogramma 2011-2015 van het beleidskader ‘Dordt Sport’. Dossiernummer: 712520. Gemeente Dordrecht. (2007). Raadsbrief Uitkomsten Evaluatie en vervolgtraject Sportboulevard. Dossiernummer: 1977839. Gemeente Dordrecht. (2015a). Toekomstvisie Sportparken. Dossiernummer 1511208. Gemeente Dordrecht. (2015b). Opgaveplan Duurzaamheid. “Op weg naar een energieneutraal eiland in 2050”. Dossiernummer: 1440638. Gemeente Dordrecht. (2016). Raadsinformatiebrief Voortgangsbericht Agenda van de Stad. Dossiernummer: 1821578.

Rekenkameronderzoek Sportaccommodatiebeleid in Dordrecht | Mulier Instituut

81

Gemeente Dordrecht (2017). Het Dordtse Sportkompas. Dossiernummer 1933360. Gemeente Dordrecht. (2018a). Coalitieakkoord gemeente Dordrecht 2018-2022, ‘Onze Stad’. Te raadplegen op: https://www.magazinedordrecht.nl/coalitieakkoord2018/. Gemeente Dordrecht (2018b). Begroting 2018. Te raadplegen op: https://dordrecht.begroting-2018. nl/. Gemeente Dordrecht. (2019a). Allonge, Aanvullende overeenkomst behorende bij de Huur-en exploitatieovereenkomst Publieke deel Sportboulevard te Dordrecht. Dossiernummer: 2420074. Gemeente Dordrecht. (2019b). Evaluatie Verenigingshallenplan 2019, ‘Appels en peren, maar wel in één mand?’. Dossiernummer: 2408279. Gemeente Dordrecht. (2019c). B&W besluit 2316985. Dossiernummer: 2420074. Gemeente Dordrecht. (2019d). Kadernota 2020. Dossiernummer: 2291460. Gemeente Dordrecht. (2019f). Dordts Sportakkoord. Te raadplegen op: https://www.dordtsport.nl/ dordts-sportakkoord/. Gemeente Dordrecht. (2020a). Startnotitie Herijking Sportparken. Dossiernummer: 2575660. Gemeente Dordrecht. (2020b). Bijlage 1: opgaven: (eerste) stand van zaken uit Toekomstvisie Sportparken. Dossiernummer: 2575660. Gemeente Dordrecht. (2020c). Bijlage 2: ontwikkelingen: (eerste) stand van zaken uit Toekomstvisie Sportparken. Dossiernummer: 2575660. Gemeente Dordrecht. (2020d). Integraal Huisvestingsplan Gymzalen. Dossiernummer: 2576366. Gemeente Dordrecht (2020e).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/285/documents/9605