CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Gemeenteraad 9 november 2021 - getekend.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 9 november 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 27: Vastgestelde besluitenlijst en notulen51.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

64

Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, dank en dank ook aan mijnheer Veldman. Ik word altijd heel blij van zijn, ja, betoog. Ook met name in het begin van, hoe betrouwbaar zijn wij nou als overheid. Maar dat even terzijde, voorzitter. Voorzitter, de begroting 2022, de laatste begroting van een uiteengevallen rechtse coalitie. Ik herhaal hem speciaal even voor mijn collega de heer Den Heijer. In vier jaar verandert er veel in deze steeds snellere wereld, de coronacrisis, de stikstof, CO2 en PFOA's en de snel toenemende woningnood onder studenten, starters, jonge gezinnen en geschikte woningen voor ouderen. Ook de door de woningnood oplopende huren en extreem stijgende woningprijzen zijn voor deze coalitie geen aanleiding geweest om haar beleid voor 2022 aan te passen. Van doorstroming in de woningmarkt is al helemaal geen sprake meer, de stagnatie is een feit met als consequenties dat inwoners van Dordrecht wachttijden hebben van tenminste zeven a acht jaar op een betaalbare woning. Wat de VSP opvalt is de dissonant tussen het woningbouwbeleid en het economisch beleid van dit college. Zowel het woningbouwbeleid dat gericht is op hoogopgeleide en welvarende inwoners, past niet op de marktvraag naar betaalbare woningen voor sociaal zwakkere huurders, jongeren, starters en doorstroming van ouderen naar ouderen aangepaste woningen.

Ook de banen die worden gecreeerd in Dordrecht zijn over het algemeen lage lonenbanen, die weer niet passen op het duurdere De heer Merx: Voorzitter? Mevrouw Stolk:

woningsegment dat dit college in Dordrecht voorstaat.

De voorzitter: Bij interruptie, mijnheer Merx. De heer Merx: Ja, hoor ik nou goed dat mevrouw Stolk iedereen zo ongeveer over een kam schuurt als, scheert, sorry, als sociaal zwakkere huurder? Jongeren, starters en de hele riedel die ze opnoemde. Hoor ik dat nou goed of was dat weer de akoestiek die muj hier in de steek liet? Mevrouw Stolk: Dat is de akoestiek die u hoort, mijnheer Merx. Voorzitter, ik ga verder, ook de landelijke kerncijfers De heer Merx: Maar wat bedoelde u dan wel? Voorzitter, ja, maar dan wil ik het graag even nog een keer De voorzitter: Mijnheer Merx. De heer Merx: dat u mij de kans geeft dat u die zin nog even opleest, dat ik het wel goed hoor dan. Mevrouw Stolk: Ja. Welke wilde u horen? De heer Merx: Nou ja, die zin waar u het over de sociaal zwakkere huurders heeft, en u noemde een hele riedel op van partijen die u daaronder schaart. Mevrouw Stolk: Nou, zowel het woningbouwbeleid, en dan speciaal voor u, ik zal hem langzaam oplezen, dat gericht is op hoog opgeleid en welvarende inwoners, past niet op

65

de marktvraag naar betaalbare woningen voor bijvoorbeeld sociaal zwakkere huurders, kopers, jongeren, starters en het bevorderen van doorstroming van ouderen naar aangepaste woningen. De heer Merx: Helder, dank u wel. Mevrouw Stolk: Ook de banen die worden gecreeerd ... Had ik die al genoemd? Ja, die had ik al genoemd. Ook de landelijke kerncijfers van het CBS geven aan dat Dordrecht helemaal niet zo dramatisch achterblijft in inkomen, WOZ-waarde of bevolkingsopbouw. Hier en daar moet er wel iets gebeuren, maar woningbouwbeleid gericht op jong, hoogopgeleid en welvarend is een overdreven antwoord op relatief kleine landelijke verschillen. Een mismatch is ingevoerd beleid van jewelste dus, en dan gewoon doorgaan met het woningbouwbeleid dat in 2018 is opgesteld. De heer Merx: Voorzitter? Mevrouw Stolk: Ongelooflijk en zeer kwalijk te nemen aan dit college en de oppositiepartijen die dit beleid hebben ondersteund. De voorzitter: Bij interruptie, mijnheer Merx. De heer Merx: Ja, nou dan vraag ik toch wel af welk beleid u voor ogen heeft als u het heeft over alleen maar voor hoogopgeleiden, duur, enzovoorts, enzovoort, terwijI 50 procent van de plannen gaat het, want ik heb het daarstraks ook al genoemd, over sociale huur, sociale koop, goedkope huur, goedkope koop. De heer Van der Kruijff meldde al dat in de plannen 16 procent sociaal zit, sociale huur.

Dat is eigenlijk 18 procent, dat gaat over 2000 van de 11.000. Waar heeft u het over, over welk beleid heeft u het wat ik nog niet ken? Mevrouw Stolk: Nou, ik heb het gewoon over uw eigen beleid, uw eigen coalitieakkoord. Waar u gewoon de afgelopen jaren gewoon mee door bent gegaan. En ik zou zeggen, een goed bestuurder. En je nnerkt laat maar zeggen in de loop van de jaren dat met de coronacrisis, de stikstof waardoor de woningbouw wat minder is. Minder, waardoor de woningbouw gewoon is stilgelegd, is dit college gewoon doorgegaan met hun rampkoers. Want ik heb weleens eerder gezegd, de begroting voor de komende jaren die komen in de min. En als je dan kijkt dat nnede de oppositiepartijen, en ik kijk ook even naar mijn buurman hier rechts die ook gepleit heeft voor sociale woningbouw, ja dat daar eigenlijk heel weinig van terecht is gekomen. En wat ik net zeg, zeven a acht jaar staan mensen op de wachtlijst en die vertrekken gewoon uit Dordrecht. En waar dit college op ingezet heeft is juist voor de nieuwkomers in Dordrecht, want u wil groeien, dat is een doel op zich, naar 140.000 inwoners. TerwijI wij ervoor zitten voor de Dordtse inwoners. En dat we daar eerst eens voor huizen gaan kijken. De voorzitter: Oke. Mevrouw Stolk: Dus dat is even, maar fijn dat u mij even die gelegenheid geeft om wat meer spreektijd te nemen.

66

De heer Merx: Ja voorzitter, ja ik ga u toch weer. De voorzitter: Dat was een uitzending in de zendtijd voor politieke partijen. De heer Merx: Sponsorde de VSP, maar ik zou toch nog eens een keer dan die, dat over goed bestuurder, nou dat zijn we hier alle 39. Althans, dat behoren we te zijn. Dat ook even de stukken er gewoon nog eens een keer op naslaan, wat nou precies de plannen zijn, hoe die er zijn. Dat die eerste 4000 woningen echt vooral voor de Dordtenaren zijn die hier komen wonen. Dat ook in heel veel van die nieuwbouwplannen heel veel Dordtenaren komen, heel veel Dordtenaren. En gelukkig maar, want die mensen willen wij allemaal aan de stad binden. Dus ik zou u dan toch adviseren om nog eens een keertje goed de stukken erbij te halen en uw pleidooi hier en daar wat scherpe randjes eraf te halen, want ik denk dat u hier en daar een klein beetje overdrijft. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, dat is altijd, als ik even mag reageren op de heer Merx. Dat is altijd leuk van de heer Merx, die draait het altijd zo dat wij de stukken niet kennen. Maar u kunt me overal van betichten, maar niet dat ik inhoudelijk me er niet in verdiept heb. En mijn hele fractie trouwens niet. Dus dat laat ik vooral lekker bij u. Gaat u vooral door met dit beleid. En dan gaan wij gewoon dalijk de verkiezingen in met een ander beleid.

Laten we het daar even op houden, want daar vinden wij elkaar namelijk niet. De voorzitter: Oke, dat is dan ook duidelijk. Ik stel voor dat u verder gaat met uw betoog. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. Ik zou hier graag ook nog interrumperen. De voorzitter: Interruptie. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Mevrouw Stolk die, nou ja die heeft het erover dat er natuurlijk niet voldoende gebouwd wordt. En we willen natuurlijk allemaal dat er sneller gebouwd wordt. Maar mevrouw Stolk die geeft ook aan dat we vooral bouwen voor mensen van buiten Dordt. En dat moet ik toch echt van zeggen dat dat niet waar is, want ik ben zelf bekend met een van de nieuwbouwprojecten. En volgens mij zeker 60 tot 70% van de huizen is daar gewoon verkocht aan mensen van binnen Dordrecht die er daarmee voor zorgen dat er ook weer andere huizen vrijkomen waarin andere Dordtenaren kunnen gaan wonen. Dus dat is echt niet waar. En wellicht moet ik daar straks bij geholpen worden door iemand vanuit het college, want er is bijvoorbeeld bij Valkhorst 2 in het Leerpark is daar ook expliciet onderzoek naar gedaan. Waarvan echt werd aangegeven dat er heel veel Dordtenaren daar een nieuw huis hebben, zijn gaan bewonen. De voorzitter: Dank. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter. Dank voor die aanvulling. Dan nnis ik nog steeds 30% waar u het over heeft. Maar goed, dat terzijde.

En dan spreek ik u even persoonlijk aan als Beter voor Dordt. Ook u als lokale partij wil groeien near 140.000 inwoners. Dat is

67

een doel op zich. Wij willen op een normale manier groeien. En ten eerste zitten wij, en vanuit de VSP voor onze inwoners van Dordrecht. Daar hebben we al geen huizen voor. En wat u vooral wil doen is de rijkere mensen naar de stad halen om daarvoor te bouwen. En sociale woningbouw blijft daardoor gewoon achterwege. Wat wij dit college ook kwalijk nemen, en gelukkig heeft wethouder Stam nu aangegeven dat hij bijvoorbeeld Prefab-woningen wil gaan bouwen. Dat roepen wij al de afgelopen jaren. Ga nou eens kijken naar mogelijkheden. Maar nu komen.

De voorzitter: Bij interruptie. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Ja voorzitter, even in reactie op wat mevrouw Stolk aangeeft. Volgens mij hebben wij iedere keer heel nadrukkelijk gezegd dat er de ambitie ligt om te bouwen tot 140.000 inwoners, maar dat wij voorlopig vooral ook ieder plan wat er komt gaan toetsen aan de hand van de leefbaarheid. Waarbij wij, wanneer wij zien dat de leefbaarheid met de bouw van bepaalde woningen onder druk komt te staan, dan moeten we dat niet doen. En vooralsnog met de planvoorraad die er nu ligt, zitten we zeker nog niet aan die 140.000, maar kunnen we wel ervoor zorgen dat er meer huizen worden gebouwd voor mensen die dat heel hard nodig hebben. De voorzitter: Oke, dank u wel. Mevrouw Stolk, gaat u verder met uw betoog. Mevrouw Stolk: Dus u zegt tegen de Dordtenaren die hier wonen, die zeven a acht jaar op de woning, op een woning wachten en huizen die nu 3,5 ton zijn, waar starters niet, die kunnen ze gewoon niet betalen, daar zegt u gewoon tegen joh blijf lekker wachten. Wij bouwen nog gewoon lekker door, Beter voor Dordt, voor de rijkere om naar de stad te halen? De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, een laatste interruptie. Mevrouw Stolk: Maar voorzitter, hier komen wij niet uit. De voorzitter: Gaat uw gang mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Een laatste interruptie.

Volgens mu j heb ik in mijn woordvoering ook nadrukkelijk aangegeven dat wij het van belang vinden om gedifferentieerd te bouwen voor de verschillende segmenten, dus ook voor de mensen met een kleinere beurs. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, daar worden wij het niet over eens. Ik denk dat we, dat u uw kiezers de lokale. De voorzitter: Mevrouw Stolk, volgens mu j is het duidelijk dat u op dit punt van mening verschilt. Mevrouw Stolk: Ja maar, voorzitter. De voorzitter: Ja maar dit debatje moet ergens eindigen.

68

Mevrouw Stolk: U gaat toch niet, ja maar u gaat. Maar als de heer Schalken blijft interrumperen mag ik toch gewoon reageren? Of niet? De voorzitter: Jawel, dat klopt. Maar uw punt is duidelijk en uw punt ook. Mevrouw Stolk: Ja ik zeg toch, we worden het hier niet, we komen hier niet uit. Dus ik wil gewoon doorgaan. De voorzitter: Nou, dat wou ik u net, die gelegenheid wou ik u graag geven. Mevrouw Stolk: Voorzitter, kijkt de VSP naar de financiele begroting, dan valt het op dat de structurele begrotingsruimte dramatisch is afgenomen tijdens deze coalitieperiode. Gevolg is dat een nieuwe coalitie na de verkiezingen in 2022 geen of zeer beperkt financiele bewegingsruimte heeft om haar beleid vornn te geven. De begroting van 2022 laat een positief resultaat zien. Knap werk van het zittende college. Maar bij nadere bestudering leert het de VSP dat de begroting 2022 gered wordt door een hogere eenmalige inkomsten uit het gemeentefonds. Zonder deze rijksbijdrage konnt Dordrecht structureel tekort, zoals ook blijkt uit de prognose 2024 en 2025. En dan Stedin. De VSP heeft nadrukkelijk afstand genomen van investeren in Stedin. Uit de begroting blijkt dat de dividenduitkering van 4 miljoen per jaar in de konnende jaren niet wordt uitgekeerd. Een investering die een provinciestad vanuit haar marginale invloed op het energiebeleid nooit had mogen doen.

In deze investering was, als deze investering niet was gedaan en deze gelden beter waren besteed, dan heeft Dordrecht geen structurele budgetoverschrijding en zou er meer ruimte zijn om deze gemiste 4 miljoen aan dividend zinvol te besteden aan de inwoners van Dordrecht. En dan nog de lokale lasten. De lokale lasten zijn in de afgelopen vier met 12,5% gestegen. TerwijI de lonen en uitkeringen in deze periode nauwelijks zijn geIndexeerd. Veel pensioenen zijn in deze periode zelfs gekort. Een college dat het dus belangrijker vindt dat de gemeentelijke inkomsten op peil blijven, dan het te besteden inkomsten van haar burgers. Met de Eneco nneevaller van 390 miljoen was een tegemoetkoming in lagere gemeentelijke lasten een welkome geste geweest voor de inwoners van Dordrecht. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de Partij van de Arbeid, de heer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u voorzitter. Vier jaar geleden hebben wij onze steun aan het collegeprogrannma uitgesproken vanwege de ambitie om 4000 banen, en vooral vanwege 4000 woningen die zich in de periode gerealiseerd zouden worden. Deze steun heeft zich de afgelopen jaren vertaald in steun aan verschillende begrotingen en vooral in steun aan de visie op het wonen van de afgelopen jaren.

Tot onze teleurstelling moeten wij vaststellen dat het college er niet in geslaagd is om de ambities op het gebied van wonen waar te ma ken. Nog geen 700 woningen zijn er in de afgelopen vier jaar toegevoegd aan de woningnnarkt. De ambitie om de komende jaren vervolgens 1000 woningen per jaar eraan toe te voegen komt ons niet realistisch over en is onvoldoende om de oude ambitie van vier jaar geleden waar te maken. Feitelijk zouden bijna 1500 woningen per jaar moeten worden toegevoegd. Een ambitie die zonder

69

wijziging van beleid te hoog gegrepen zal zijn. Kan het college aangeven welke mogelijkheden zij heeft om dit beleid te wijzigen en in de toekomende jaren wel de ambitie waar te maken? Voorzitter, het gaat hier om het probleem waarover de mensen in Nederland, dus ook in deze stad, zich de grootste zorgen maken. Namelijk, de woningmarkt. Op deze markt spelen feitelijk twee problemen. Namelijk, te weinig woningen en te veel geld. Voor het eerste probleem, te weinig woningen, wordt mede veroorzaakt door ruimtegebrek om snel te kunnen bouwen. Binnenstedelijk bouwen is een keuze die vertragend werkt en duurder is in zijn uitvoering. Wanneer we vervolgens onze ruimte nog ernstig beperken leidt dit automatisch tot nog hogere grondprijzen, waardoor de stichtingskosten voor woningen nog verder zullen stijgen. Het college heeft de afgelopen jaren een aantal bouwlocaties aangewezen, waarbij wij twijfelen aan de realiteitswaarde van die locaties. Weeskinderendijk en Thureborgh zijn locaties die bij een toename van het treinverkeer met gevaarlijke stoffen onder druk komen te staan. Wij constateren dan ook dat het college alleen oog heeft voor de papieren werkelijkheid van de plannen. Bestaat er dan ook een plan B wanneer grote locaties niet van de grond komen door deze tegenvallende ontwikkelingen? Wij horen het graag van het college.

Het is daarbij belangrijk voor welke doelgroepen je bouwt. Deze doelgroepen hangen nauw samen met wat voor stad je wil zijn. Wanneer je de subdoelstellingen bij de Agenda Dordrecht 2030 kritisch en goed leest, wil het college vooral jongere hoogopgeleide mensen die werkzaann zijn aantrekken. Daarnaast wil het college de werkende en rentenierende mens behouden voor deze stad. Daarbij is het hoofddoel dat de huidige voorzieningen minimaal in stand moeten blijven. Vrij vertaald betekent dit bouwen voor de afgestudeerde mens met een goede baan tot ongeveer 35 jaar en de ouderen met een goed inkomen uit kapitaal en werk vanaf ongeveer 45-50 jaar. Het huidige bouwprogrannma richt zich daarop. Daarbij moet echter niet vergeten worden dat een jong en startend gezin qua inkomen veelal afhankelijk is van huisvesting in het goedkopere segment van de markt. Dat zijn koop- maar in veel gevallen ook huurwoningen in de sociale huursector. Doorstroming naar het midden en duurdere segment vindt pas op latere leeftijd plaats. De vraag aan het college is of zij deze deelt? En op welke wijze het college denkt te zorgen voor voldoende woningen in het goedkopere segment, voor zowel huur als koop, voor onder andere startende gezinnen? Voorzitter, nu bouw vindt dus binnenstedelijk plaats.

Daarbij constateren wij dat telkens opnieuw de leefbaarheid van de stad, maar ook de directe omgeving, ter discussie staat. Natuurlijk nnoeten we zorgdragen voor de leefbaarheid gewaarborgd wordt. We zijn ervan overtuigd dat een leefbaarheidseffectrapportage voor in ieder geval een positieve bijdrage kan leveren. Het nnaakt duidelijk wat de gevolgen voor de leefbaarheid zijn. Dat gebeurt overigens op grond van vigerende wet- en regelgeving. Zowel rijks als lokaal. Een dergelijke toetsing kan veel discussie in de toekonnst voorkonnen, uitgaande van de gedachte dat dit bij ons natuurlijk allemaal dik in orde is.

De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Van Benschop. GroenLinks. Mag de microfoon van de middenruinnte aan alstublieft. Mevrouw Van Benschop: Volgens mu j is die aan. 3a. De voorzitter: Hij doet het.

70

Mevrouw Van Benschop: Dank u wel voorzitter. Nou, mijn vraag is eigenlijk aan de PvdA. Wij hebben die motie gezien. En het lijkt ons een heel goed idee, zo'n leefbaarheidseffectrapportage bij de plannen. Maar wij hebben ook met een amendement een verdichtingsparagraaf in de Omgevingsvisie erin gezet. Dat beoogt eigenlijk breder, maar ook dit deel. Dus mijn vraag is eigenlijk, stelt u dit voor als, nou, overbruggingsperiode zeg maar, totdat we die Onngevingsvisie ook daadwerkelijk gaan gebruiken en de Omgevingswet in werking wordt gesteld? Of ziet u dit als iets wat daarnaast zou moeten bestaan? De heer Van Verk: Wij zien het prima als iets wat ernaast zou moeten bestaan, waarbij de leefbaarheidseffectrapportage allerlei wet- en regelgeving toetst die zowel landelijk is gemaakt als lokaal. En zegt van op grond van wat zij zien in het plan op een gegeven moment vaststellen van nou aan die regels van leefbaarheid voldoet het plan. Daar zit twijfel, oranje. En dat is niet op orde, dat zou je moeten verbeteren. Daarmee kan je voorkomen dat er allerlei discussies worden gevoerd met en door bewoners over de leefbaarheid. Voorbeeld, als je de parkeernorm een stuk kleiner maakt dan de vigerende parkeernorm, ja dan kan je er natuurlijk vergif op innemen dat die zo'n effectrapportage op zijn nninst oranje, dan wel rood komt te staan. Want dat gaat op de langere duur problemen opleveren.

Nou, die komen we al tegen regelnnatig. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter. De heer Veldnnan: Voorzitter. Mevrouw Van Benschoo: Mag ik daar nog op reageren? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Ja gaat u eerst. Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschoo: Nou, ik begrijp het helennaal. Ik zit alleen een beetje te zoeken naar hoe dat dan naast elkaar zou moeten bestaan met dat verdichtingsprogrannma, omdat we daar wel op dit deels mee hebben beoogd. Dus ik ben dan eigenlijk, nou misschien moet ik gewoon de reactie van het college afwachten, of zij daar misschien een samenvoeging in zien ofzo. Dat dit opgenomen kan worden in. Maar oke, dat is mijn vraag. Dank u. De voorzitter: Ik zie de heer Van Verk knikken. Dan is er een vraag van de heer Veldman. Gaat uw gang. De heer Veldnnan: Ja voorzitter, dank. Precies over dit punt ook. Voorzitter, deze motie leidde bij ons op zich zeg maar tot een sympathieke reactie, alleen wel tot twee belangrijke vragen. De heer Van Verk heeft volgens mu j bij het debat over de Omgevingsvisie, of in ieder geval in relatie tot wonen, op een gegeven moment een stelling betrokken, alles wat leidt tot extra regels steun ik niet meer, want het gaat om tempo. De heer Van Verk: Ja.

71

De heer Veldman: En in die zin, bevreemde mij dus, deze motie. Want dit leidt toch tot, in mijn optiek, een extra toets of extra regels. Dus een. En twee, vanuit mijn fractie is juist bij de Omgevingsvisie een amendement ingediend en dat is door deze raad gelukkig ook aangenomen, om extra aandacht te gaan besteden aan nnenselijke maat, leefbaarheid, sociale samenhang naar zeg maar hoe je bebouwde omgeving ervaart en die ook veilig is in de breedste zin van het woord. En in die zin hadden wij dus zoiets van ja, is dat niet gewoon geborgd via, nou ja de opdracht van de raad om dat met de Omgevingsvisie verder plek te geven en uit te werken. De heer Van Verk: Voor wat betreft het eerste, het hoeft geen vertraging op te lopen. Een leefbaarheidseffectrapportage kan binnen enkele weken worden gedaan op de plannen die er liggen. Dus dat is het plan voor de Spoorzone zou je al kunnen laten toetsen. En daar komen dan een aantal aanbevelingen uitrollen. En daar doe je iets mee of niet. Maar je kan er vergif op innemen dat die dingen die op rood springen, dat daar bewoners in ieder geval ook op gaan ageren. En hoe ga je dat dan oplossen? Daar kan je dan wel van tevoren op gaan voorsorteren, zodat je ook de antwoorden hebt op het moment dat die discussie gaat spelen.

Voor wat betreft uw opnnerking dat u een aantal zaken heeft laten opnemen in de Omgevingsvisie voor wat betreft de menselijke maat, dat is mooi. Moeten we ook vooral doen. Maar dan is het toch altijd nog goed om het te toetsen of het ook daadwerkelijk of de regels die u heeft laten vastleggen ook daadwerkelijk in de plannen weer terugkomen. Dat is namelijk wat een effectrapportage doet. Toetsen wat je hebt afgesproken aan de plannen die er liggen. Voorzitter, ik ga verder. De voorzitter: Ja gaat u verder. De heer Van Verk: Kan het college toezeggen dat ze een onderzoek doet naar de bereikbaarheid van de leefbaarheidseffectrapportage en hierover voor de Kadernota 2023 rapporteren? Bij dit onderzoek kunnen de ervaringen in bijvoorbeeld Den Haag betrokken worden. Voorzitter, het tweede probleem, en misschien wel groter dan het eerste, namelijk geld. Daarbij spelen twee problemen namelijk een rol, namelijk een overschot en een tekort. Het overschot aan geld bevindt zich vooral op de particuliere markt. In een markt waarbij het aanbod klein is wordt de prijs hierdoor enorm opgejaagd. Stimuleringsmaatregelen van de overheid, zoals een starterslening, bevorderen dit proces van prijsopdrijving.

Kan het college toezeggen dat bij de volgende evaluatie er ook gekeken wordt naar het effect op de markt van startersleningen? Voorzitter, het overschot aan kapitaal veroorzaakt nog een probleem, namelijk dat mensen met veel kapitaal ook in de vorm van overwaarde dit geld willen laten renderen. Spaarrente is nihil, aandelen zijn duur, dus blijft vastgoed over. Een veilige belegging met vrij zeker rendement en relatief lage kosten. Hierdoor verdwijnen er gewilde en relatief goedkope woningen van de markt door particuliere beleggers. Wij waarschuwden al een aantal jaren geleden voor dit fenomeen en pleitten toentertijd voor maatregelen. Wij zijn dan ook verheugd dat het CDA dit initiatief heeft overgenomen, maar zijn nu wel benieuwd naar de stand van zaken waar en welke woningen tot welke prijs het college gaan beschermen tegen deze vornnen van speculatie. Tot zover het overschot van particulier geld. Het publieke geld klotst eveneens tegen de plinten op. Niet lokaal, maar

72

bij het Rijk kan het niet op en de BNG is de rijkste bank van het land. Dit geld zou enorm kunnen helpen bij het vlottrekken van een aantal maatschappelijke problemen, waaronder de woningnnarkt. Zou het college actie kunnen en willen ondernemen om dit geld te investeren in maatschappelijke problemen zoals de woningbouw, in plaats van het op de bank te laten staan? Alleen al het voldoen aan de afspraak om het aantal woningen in 2016 te gaan herstellen gaat vele nniljoenen kosten. Dan hebben we het nog niet over de tientallen, maar over honderden miljoenen. Dat, naast alle andere maatschappelijke opgaven, betekent een vrijwel onmogelijke opgave voor de corporaties. De overheid kan hierbij helpen, niet alleen met plannen maken, maar ook met daadwerkelijke hulp bieden. Wij kunnen een actieve grondpolitiek voeren, waarbij de genneentelijke bouwgrond tegen een zeer laag tarief ter beschikking wordt gesteld aan de corporaties voor het bouwen van woningen in de sociale huursector. Op deze nnanier willen wij het mogelijk maken om aan de gestelde nieuwbouw te voldoen. De voorzitter: Mijnheer Van Verk, even een vraagje. Bent u al bijna bij het eind van uw betoog? De heer Van Verk: Nog zo'n klein stukje. De voorzitter: Gaat uw gang.

De heer Van Verk: Wij vragen het college om deze mogelijkheden samen met de corporaties te onderzoeken en de raad hierover voor de Kadernota 2023 te rapporteren. Overigens biedt deze actieve grondpolitiek nog een kans. Door de grond aan te kopen en deze in erfpacht uit te geven, kunnen de stichtingskosten voor een woning gedrukt worden waardoor een deel van de nieuwbouw bereikbaar kan worden voor jonge starters. De grondkosten maken innmers een substantieel onderdeel uit van de stichtingskosten voor een woning. Ook dit onderdeel zouden wij graag onderzocht zien. Kan het college dat toezeggen? Dat was het voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de fractie Gewoon Dordt. Mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: Dank voorzitter. De voorzitter: 0 wacht even, excuus. Sorry. Er zijn drie moties. Die hebben we al, of niet? De heer Van Verk: Nee voorzitter, en die krijgt u pas als het college beantwoord heeft, want wellicht zeggen ze een aantal zaken toe en dan hoeven de moties niet in stemming te worden gebracht. De voorzitter: Dus de moties zijn nog niet ingediend. Nee, precies. Dan geef ik het woord aan mevrouw Koene, gaat uw gang. Mevrouw Koene: Fijn, dank. Voorzitter, de laatste begroting van deze periode. En waar de Kadernota 2022 al niet spannend was, is deze begroting, ofwel de uitwerking van die

73

Kadernota, dat ook niet. Het ziet er allemaal netjes uit en we hebben waardering voor het dashboard waardoor een aantal cijfers overzichtelijker is. Maar onndat er nog geen nieuw kabinet zit, hebben we te maken met een aantal onzekerheden. Hoeveel we vanuit het Gemeentefonds krijgen bijvoorbeeld. En of dat meer, of alsnog minder is dan nu. Er is door dit college niet bezuinigd, onder andere vanwege de focus op de Agenda Dordrecht 2030. In 2022 en 2023 is het saldo positief. En als de bijdragen vanuit het Rijk wel hoger wordt, valt het voor de jaren erna die in deze begroting in de min komen misschien wel mee. Het college spreekt over het herstel van de economie na de enorme dreun die we met elkaar hebben gehad vanwege de COVID-19. Helemaal lekker gaat het op dit moment weer niet en we vragen ons af welk effect dat zal hebben. Niet alleen op de financien van zowel de gemeente als de ondernemers, maar zeker de sociale en maatschappelijke effecten voor onze inwoners. Voor Gewoon Dordt is het belangrijk dat iedereen mee kan doen en dus moeten we alle zeilen bijzetten. We zijn in ieder geval blij dat het college erkent dat er meer inzet moet komen op kansenongelijkheid. We zien dat graag in combinatie met dat iedere Dordtenaar die verantwoordelijkheid pakt die hij kan pakken. Jongeren doen het best goed, hoewel ook op hen de coronacrisis een flink negatieve invloed heeft gehad.

Bijna 90% van onze jongeren redt het zonder Jeugdhulp. Voor degenen die dit wel nodig hebben om op de rit te komen of te blijven, zou het wat betreft Gewoon Dordt best anders geregeld mogen worden. Nog steeds is het systeem leidend, niet de jongeren zelf, die voor een klein deel nnisschien al voldoende zouden hebben aan een spreekwoordelijke schop onder de kont. We mogen best kritischer zijn op hoe er met onze budgetten door aanbieders wordt omgegaan, zoals alleen betalen voor afgenomen hulp. Gewoon Dordt heeft daar de werktitel Jeugd Ontzorg aan meegegeven, waar we mee aan de slag gaan in de volgende periode. Een onderwerp wat we daarbij betrekken is laaggeletterdheid, onndat die in Dordrecht, ook onder jongeren, fors hoger ligt dan gemiddeld in Nederland. Op initiatief van Gewoon Dordt, samen met de Stichting Lezen en Schrijven en Sagenn loopt er op dit moment weer een taalmaatjesproject. Of zoals een aantal deelnemers zegt: taalmatties. Omdat wij vinden dat je wel kan roepen dat iets beter moet, maar er dan ook zelf wat aan moet bijdragen, hebben we dit dus georganiseerd. Waar we nog te weinig beeld van hebben is hoe de problematiek van laaggeletterdheid zich verhoudt tot de nieuwe Omgevingswet, die gelukkig tot nu toe steeds is uitgesteld. Maar deze wet heeft als doel inwoners meer invloed te geven op hun directe leefomgeving.

En tot nu toe is het ook voor mensen die veel taalbegrip hebben best lastige materie. Dus hoe kan het college garanderen dat als die ingevoerd wordt er voor alle inwoners een gelijkwaardige uitgangspositie is op dit punt? Een gelijkwaardige positie moet er wat betreft Gewoon Dordt ook zijn waar het sportvoorzieningen en accommodaties in de stad betreft. Nou ja, zoals at eerder gemeld, er is een Program ma Sportparken afgedaald. En een eerste blik erop leert ons dat er onder meer ingezet gaat worden op een goede subsidieregeling voor de ontwikkeling van sportaccommodaties. Als dit de eerder door Gewoon Dordt genoennde een derde regeling is, waar wij ambtelijk destijds over geinformeerd zijn, dan sluiten we deze periode toch nog aardig af op het sportdossier. Doen we dat ook met de zogenaamde gif terreinen? Naast ons heeft bijvoorbeeld ook de PVV hier meermaals aandacht voor gevraagd. En ik denk dat de hele raad deze terreinen llever kwijt dan rijk is. Maar hoewel we dit allemaal roepen verandert er niks. Lobbyen op de economie in de regio is waarschijnlijk meer sexy, maar Gewoon Dordt zou toch graag zien dat ook op deze

74

lelijke eend veel meer actie wordt ondernomen. Voorzitter, er zijn nog twee punten die wij willen noemen. De eerste is gekoppeld aan het Bouwdossier. We hebben begrepen uit de begroting dat het college best tevreden is over wat er tot nu toe is gebouwd en over de komende jaren waarin er 1000 woningen bijgebouwd worden tot aan 2030. Een goede inventarisatie van vraag en aanbod is er nog niet, maar we bouwen nog steeds, een beetje vanuit wensdenken, vooral dure huizen. Dat mag, maar Gewoon Dordt blijft herhalen dat als een ontwikkelaar duur bouwt je best mag vragen ook iets maatschappelijks te bouwen. En willen graag dat het college dit toch weer bij gesprekken met bouwbedrijven meeneemt. Waarmee we bij ons laatste punt zijn gekomen voorzitter. En dat is de kwaliteit van de openbare ruimte. Het onderhoudsniveau hebben we al eerder aandacht voor gevraagd, omdat er niet in alle wijken naar hetzelfde niveau wordt gestreefd. Prima als voor het centrum vanwege het toerisme een hoog niveau wordt nagestreefd, maar voor ons is het heel gewoon dat dit niveau voor de hele stad geldt. Dank u wel. Met dank aan Antoinette voor het '...' zeg maar. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Ook voor de bijbehorende presentatie. Dat zijn we inmiddels ook een beetje gewend van u. Dus we zaten al klaar en hij was weer fraai om te zien. Dank daarvoor. Dan gaan we naar Fractie Jager.

Mevrouw Jager: Laat ik er even een microfoon bij pakken. Voorzitter. Wat kun je nog zeggen over een beleidsarme begroting, de laatste van een raadsperiode in een uiterst onzekere tijd? Je leest positieve financiele verwachtingen of in elk geval geen negatieve voor 2022, zo die er vorig jaar wel degelijk waren. En die er nu voor de jaren na 2022 ook weer lijken te zijn. Volgens de begroting voor 2019 gingen we tot 2022 ruim een half miljoen euro overhouden. Volgens de begroting voor 2020 gingen we in 2021 nog met bijna anderhalf miljoen euro positief eindigen, maar doken we in 2022 bijna 3 miljoen euro de min in. Om het vervolgens weer wat omhoog te gaan in 2023 om toch nog altijd 6 ton in de min te eindigen. En zo gaan we door. En uiteindelijk komen we dan bij 2022 aan die een eindsaldo laat zien van 3,2 miljoen positief. Vorig jaar nog op de rol voor 2,5 miljoen negatief. En dat scheelt dus ongeveer 5,5 miljoen. Over de jaren daarna spreken we maar niet meer. En vanzelfsprekend weet ik dat er op begrotingen allerlei corrigerende nnaatregelen worden toegepast en er altijd mutaties verwerkt moeten worden. En u hoort mij dan ook niet zeggen dat het misschien anders gekund had. Maar zoveel is wel duidelijk, dat goed kunnen rekenen en boekhouden nog niet maakt dat je deze kermis van cijfers kunt doorgronden.

Niet alle raadsleden zijn econonnen en accountants en dat is naar mijn idee ook helemaal de bedoeling niet van een lekenbestuur als de genneenteraad. Met goed kunnen boekhouden kom je er niet in de magische wereld van de getallen bij de gemeentelijke financien. We blijven inzetten op een lobby richting het Rijk om een beter financieel kader te verkrijgen. Dus meer zicht op de opbrengst van eventuele bezuinigingen lijkt nnij nog steeds een goed plan. Maar waar ik desondanks toch wat op aansla is de mededeling dat de Dordrecht een belastingcapaciteit heeft van 93%. Mooi dat we dan 7% onder het landelijk gemiddelde zitten zou je denken, tot je je realiseert dat hier al enigszins gesuggereerd wordt dat die 70/c ingezet kan worden voor hogere gemeentelijke aanslagen en belastingen als de gemeente geldtekort zou gaan komen. Het past niet in het huidige beleid, maar toch. En

75

voor we eventueel denkt dat dat moet kunnen, realiseer je dan dat Dordrecht minder banen heeft dan gemiddeld in Nederland. Nog steeds. Dat Dordrecht meer huishoudens met bijstandsuitkering heeft dan gemiddeld. Nog steeds. En dat de werkeloosheid hier hoger ligt dan gemiddeld. Nog steeds. Plus dat het gemiddeld inkomen hier lager ligt dan in de rest van het land. En dat alleen het inkomen van zelfstandige ondernemers hier vrijwel gelijk is aan dat van de rest van Nederlandse ondernemers. Voor wie mij niet gelooft, pak het CBS er maar bij. Dus om alvast te denken aan speelruimte tot aan het gemiddelde van Nederland bij het verhogen van de gemeentelijke lasten voor inwoners, lijkt mij persoonlijk een slecht plan. Ik roep zowel het huidige als toekomstige colleges dan ook op om in ieder geval dit schip niet te gaan laten varen. Voorzitter, vanaf 2014 heb ik me altijd ingezet voor de betaalbare woningvoorraad. Wat vaak neerkwam op sociale woningvoorraad, want daar werd het meest gesloopt en het minst teruggebouwd. De niet sociale voorraad liep steeds verder uit, maar er kwamen alleen maar meer mensen die alleen sociale huur konden betalen. Soms zelfs dat niet eens als het om het duurdere segment van de sociale huur ging, 752 euro is dit jaar officieel nog steeds sociaal. Maar realiteit is dat voor de lagere inkomens het natuurlijk niet.

Ook niet voor tweeverdieners en bijvoorbeeld de zorg of het onderwijs. Gelukkig zijn er inmiddels heel wat meer fracties die het opnemen voor mensen die geen 1.100 tot 1.500 euro per maand neer kunnen tellen voor huur of hypotheek. Dus bij hen kan ik aansluiten. En dat doe ik deze keer bij de twee moties van het CDA. Duidelijke compacte moties met een duidelijke vraag en opdracht, daar sluit ik me graag bij aan en teken ik graag voor mee. En dat brengt me dan bij de motie die ik sannen met Beter voor Dordt, de VSP, Fractie Nijhof en D66 indien. De motie Motie Park Merwestein is er voor iedereen. Met daarin een verzoek waar je volgens sonnmigen geen motie voor in hoeft te dienen, maar waarvoor een simpel verzoek aan het college voldoende zou moeten zijn. Echter, op alle plaatsen waar het in deze begroting gaat over participatie, aandacht voor de burger, betrekken van de burger bij allerlei beslissingen, welzijn en veiligheid, gaat het over van alles, maar nooit om betrokken zijn bij de mogelijkheden en het bieden van kansen op een zo'n normaal nnogelijk leven voor mensen die niet op hun benen kunnen wandelen, maar dat op wielen moeten doen. Die voortdurend tegenkonnen dat je een stoep wel op, maar nooit meer af kunt. Omdat het ondoenlijk is om een nieuwe brug op te komen. Dat je een park niet in kunt.

Dat je niet naar het Museum voor Onderwijs kunt met je rolstoel, want binnen is er wel een lift, maar hoe kom je binnen? Dat je niet naar de Aelbert Cuyp tentoonstelling kunt, omdat de helling van de tijdelijke ingang te steil is en er nergens staat aangegeven of en waar je dan wel naar binnen kunt. Omdat nergens in de hele begroting inclusiviteit betrokken wordt op bewegingsbeperkten. Daarom, en alleen al daarom, om iedereen zich ervan bewust te laten worden wat echte inclusiviteit inhoudt, daarom dienen we een motie in en geen verzoek. Voorzitter, uit mijn eerste stukje bleek wel dat je alles. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. Mevrouw Jager: Alle cijfers kun je vloeibaar maken. De voorzitter: Even voordat u verdergaat mevrouw Jager, interruptie van de heer Van der Kruijff. Gaat uw gang.

76

De heer Van der Kruijff: Ja dank voorzitter. Een vraag. Ik onderschrijf volledig overigens het pleidooi wat mevrouw Jager houdt over toegankelijkheid en inclusiviteit. De motie gaat heel specifiek over het plaatsen van bordjes voor de ingang van Park Merwestein naar het Werfje, waar je niet door `...' of draaideur hoeft. Ik zal iets dichter bij de nnicrofoon praten voor U. Uw motie gaat over het plaatsen van bordjes en toegankelijkheid van het Park Merwestein. En daar kunnen wij best mee instemmen. Wij hebben laatst ook meegelopen met een ronde door Dordt over toegankelijkheid. En bij Park Merwestein blijkt het issue ook vooral te zijn dat de paden daar grindpaden zijn. Dus we kunnen mensen wel met een bordje verwijzen naar de ingang bij het Werfje, maar als ze vervolgens daar naar binnen rijden en na den meter vastrijden in het grind en niet meer met hun wielen vooruitkomen door het grind, hebben we nog weinig opgelost. Dus volgens, even los of je daar nog andere dingen moet gaan doen, maar wij denken wel als je echt de toegankelijkheid van Park Merwestein wil verbeteren, dat je meer moet doen dan alleen een bordje zetten naar de ingang waar je jezelf vastrijdt in het grind. Mevrouw Jager: Ja dat is dan de grap mijnheer Van der Kruijff, doordat ze er nooit naar binnen gekund hebben weten ze dat niet eens.

De voorzitter: Zodra die bordjes er staan wordt dat duidelijk zegt mevrouw Jager. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. Mevrouw Jager: Nee maar dat is wel een punt van aandacht. Als dat zo is, dan is dat een extra punt van aandacht. De voorzitter: De heer Van der Kruijff, gaat uw gang. De heer Van der Kruiiff: Voorzitter, ja het is niet zo dat ik dat zelf verzin, maar dat is bij die ronde gebleken. Vandaar dat ik het kan inbrengen. Mevrouw Jager: Nee, ik neem het zomaar aan van u hoor, dat, maar de groep waarmee ik op pad geweest ben wist dat niet en heeft dat ook nooit gezien. De voorzitter: Ik ga ervan uit dat u elkaar op dit punt weet te vinden schat ik zo in. Mevrouw Jager: Ja hoor. De voorzitter: Gaat u verder mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Nou, ik was eigenlijk klaar. Ik heb alleen gezegd van ik wil alleen nog zeggen van het eerste stukje bewijst al dat je alles aan cijfers vloeibaar kunt maken als je dat wilt. Maar dat dat natuurlijk ons niet echt veel verder helpt op het moment. En ik dien de motie in die we hadden en daar blijft het, daar laat ik het bij. De voorzitter: Hartelijk dank. Dat is een motie sannen met? Samen met Beter voor Dordt. En die wordt nu ingediend. En dat is motie Mu. Ja en die heet Park Merwestein is er voor iedereen. Die is sannen met de Fractie Nijhof, Beter voor Dordt, VSP en D66

77

ingediend. Hartelijk dank. Dan hebben we nog een fractie over, dat is de Fractie Nijhof. Gaat uw gang, mevrouw Nijhof.

Mevrouw Nijhof: We zijn weer aan het einde van een raadsperiode van vier jaar. De helft van onze fractie zit al voor de derde periode in deze raad, wat ons de gelegenheid geeft om over een langere periode terug te kijken naar de staat van onze stad. De staat van onze inwoners, de staat van het leven in onze stad. We beschouwen vandaag een begroting van 2022. We zien opnieuw een structureel tekort op een aantal donneinen. Alle hekkensluiter in deze rij zullen wij de begroting de stand van de stad op een lets andere wijze beschouwen. Wij kunnen praten over de zaken die goed gegaan zijn. En die zijn er. Maar om deze stad nog meer tot bloei te laten komen is het nodig dat we het ook hebben over de zaken die niet goed gaan en waar we al jaren tegenaan lopen, zodat we uiteindelijk bij kunnen sturen. Opvallend is dat er een tiental moties en amendementen zijn die alleen gaan over wonen en bouwen. Wonen raakt de bestaanszekerheid van mensen. Het is het fundament van het leven, het hebben van een dak boven je hoofd. Het is een recht. Warmte, schoon drinkwater en voldoende eten. Schijnbaar lukt het ons geen van alien om de huidige kaders van dit belangrijke onderwerp te steunen. Iedereen kent in zijn omgeving wel een persoon die achter het net vist of moet overbieden om een woning te kunnen kopen. In de Drechtsteden wort inmiddels bij 80°/0 van de verkochte woningen overboden.

Starters komen moeilijk aan een woning. Jongeren staan jaren ingeschreven en moeten thuis blijven wonen. Als woningzoekenden en senioren die verhuisplannen hebben stellen deze vanwege een niet geschikte woning uit. De woningnood is enorm. En de aanpak daarvan zeer urgent. Dordrecht moet goed zorgen voor haar inwoners. Dit komt steeds meer in het gedrang en er zijn onorthodoxe maatregelen nodig. We staan voor een grote opgave. Hoe houden wij het leven leefbaar in een tijd waarin een grote onzekerheid is over de financien voor volgend jaar? Over het leven de komende jaren? We doen steeds meer aan wensdenken, willen graag een grotere stad. Het liefst met mensen die zichzelf kunnen redden. En vergeten te veel de huidige inwoners. Het onderwerp wonen en woningbouw zou niet onderwerp moeten zijn van politiek gesteggel. We hebben met zijn alien de verantwoordelijkheid om deze grote opgave voor al onze inwoners goed te sturen. Inwoners zitten hier niet te wachten op politiek gesteggel en hebben het vertrouwen in de politiek inmiddels verloren. Wij zouden ons dit aan moeten trekken. Wij behoren tot deze politiek. En dat doen wij dus ook. Wij dienen twee moties in waarbij wij scherpe voorstellen doen om op korte termijn echt lets te doen in deze opgave.

De ene gaat over het voeren van een actiever grondbeleid, de andere over beweging brengen in de doorstroom door juist sneller in de woonbehoeften van senioren te voorzien. Eventueel kan mijn fractiegenoot, de heer Gundogdu deze moties toelichten. We willen de kanttekening maken dat we een begroting bespreken, maar dat deze bespreking eigenlijk pas hout snijdt als de begroting realistisch is. En als de cijfers kloppen. En de cijfers te duiden zijn. De heer Merx: Voorzitter. De voorzitter: De heer Merx, bij interruptie.

78

De heer Merx: Ja, ik begrijp dat mevrouw Nijhof nu naar een ander onderwerp gaat en ik bleef ook even hangen op het woordje realistisch. Mevrouw Nijhof: Ja. De heer Merx: Ik heb de moties uiteraard met veel interesse gelezen. En daarin roept u het college op in ongeveer een weekje of vijf om een plan van aanpak te produceren. Waarbij ze niet alleen zelf aan de slag moeten, maar ook nog daar allerlei externen bij moeten betrekken. Hoe realistisch is dat dan? Mevrouw Nijhof: Het is, ja goed, wij willen gewoon graag dat dit bekeken wordt. En wij willen ook graag dat het college hierop reageert, in hoeverre ze in staat zijn om dit te onderzoeken. De heer Merx: Nou ja, u vraagt om een plan van aanpak op 1 januari op tafel te leggen. En nou ja goed, u gebruikt zelf het woord realistisch. En daar ben ik zelf ook wel erg voorstander van. En ik denk dat het niet zo realistisch is om deze vraag in deze vorm neer te leggen. En ja, dus dat vind ik, dat vind ik nogal bijzonder. Maar ik begrijp dat de heer Gundogdu daarop gaat reageren. Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: Ik zie dat de heer Giindogdu antwoord gaat geven op uw interruptie. Gaat uw gang. De heer Gundogdu: 3a voorzitter, dank u wel. Om te beginnen mijnheer Merx, die datum van 1 januari dat is veranderd naar 1 februari. Dus dan hebben we nog wat meer ruimte.

En het tweede is, denk ik nog belangrijker, aangezien het college de urgentie ook inziet van dit dossier, en iedereen heeft daar een mening over, dat hebben we zeg maar vanmiddag allemaal gehoord, gaan wij er zomaar vanuit dat er al voorwerk is gedaan door het college om hier echt wel een bepaald breekijzer in te gebruiken. Dus dit zal ook niet zeg maar zo uit de losse pols bij het college komen. Dat, wij gaan ervan uit dat er wel heel wat informatie is die heel snel aan elkaar gekoppeld kan worden. De heer Merx: Nou, het doet me in ieder geval al deugd dat we een maandje respijt hebben gekregen. Maar dan nog, u vraagt gewoon om een plan van aanpak met de diverse externe partijen. En denkt u echt dat ze dat op 1 februari voor mekaar krijgen. En als ze het, wat gebeurt er nou dalijk als het college zegt nou een leuk plan, maar dat gaan we niet redden. Dat gaat het niet worden, sorry mijnheer Gundogdu. De heer Gundogdu: Voorzitter, als ik even mag? Wederom, voorzitter, dan ga ik echt even in herhaling vallen. Aangezien het belang van dit dossier, wonen in de breedste zin van het woord, zo belangrijk is en zo ook speelt in deze raad, gaan wij er zondermeer vanuit dat het college al die netwerken heeft. Al in gesprek is met partners. Het zal echt niet zomaar, nou ja, op het bordje van het college komen. Die hebben die netwerken al.

Het is een kwestie van nu de urgentie inzien en daarnaar handelen. Maar volgens mij, ik

79

ga er zomaar vanuit dat die urgentie besef er wel degelijk is. Het is nu een kwestie van doorpakken. De heer Merx: Nou, dan is die motie dus kennelijk overbodig. Maar goed, dat gaan we dan horen. De heer Gundogdu: Gaan we horen. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord weer terug aan mevrouw Nijhof. Gaat u verder. Mevrouw Nijhof: We willen de kanttekening maken dat we een begroting bespreken, maar dat deze bespreking eigenlijk pas hout snijdt als de begroting realistisch is. En als de cijfers kloppen en de cijfers te duiden zijn. Als er voldaan wordt aan de opgave waar we in deze stad als gemeente voor horen te staan. De opgave de stad leefbaar te houden, levendig met gelukkige mensen die weten waar ze nnoeten zijn als ze iets willen vragen of even ondersteuning nodig hebben. Zoals wij zien worden budgetten jaar na jaar overschreden. Het werk wordt uitbesteed. En opvallend is dat er vaak zonder goed onderzoek of fundering bedragen worden begroot die uiteindelijk niet voldoen. Het laatste voorbeeld is het zwembadje bij het Wantij, wat ineens dubbel geld gaat kosten. We zien al jaren het gesteggel over een Sportvisie die er maar niet is, waar gegoocheld wordt met geldbedragen. Tijdens de Kadernota 20 miljoen en nu weer 10.

Maar waar is de visie, het fundament, van deze bedragen? Op welke wijze wordt er onderzocht, besloten en worden risico's geraamd met betrekking tot de kosten, maar ook met betrekking tot de impact die besluiten hebben op andere domeinen? In hoeverre is het samenhang, is er samenhang tussen de verschillende donneinen? In hoeverre is er een samenhangende visie op de stad? En wat het allerbelangrijkste is, dienen wij het algemeen belang van alle inwoners? Wordt er rekening gehouden met de impact die beleid heeft op de inwoners van Dordrecht? Wat nu in deze begrotingsbehandeling erg opvalt is dat er vooral gesproken wordt door iedereen over het fysieke domein. Dit terwijI nneer dan de helft van de begroting gaat over het sociale domein. We hebben meerdere wetten uit te voeren en die gaan over ondersteuning van inwoners. Alle inwoners die ondersteuning nodig hebben van 0 tot 100. Meer dan de helft van onze gemeentefinancien gaat over dienstverlening en ondersteuning aan inwoners. Afgelopen donderdag werden wij opgeschrikt door een misstand in een Dordtse zorginstelling voor dementerende ouderen. De wethouder en burgemeester konden niet snel genoeg zeggen dat zij vinden dat dit soort instellingen niet in onze stad en zelfs niet in ons land thuishoren. Dat zij het vreselijk vinden voor de gedupeerden, maar niet over het toezicht gaan.

En dat de bekostiging van de zorg niet vanuit de genneente komt, waardoor zij er niet verantwoordelijk voor zijn. Maar ho, ho. Zijn wethouders niet hoeders van wetgeving? En ook hoeders van alle wetgeving? Wij vragen ons af hoe de portefeuillehouder Veiligheid dit ziet, die toch gaat over de veiligheid van alle Dordtenaren. Wij vinden het schrijnend dat de familieleden uiteindelijk pas bij een landelijk televisieprogramma gehoor vonden om de situatie van deze inwoners, hun familieleden, aan de orde te stellen. En stellen ons de vraag waar mensen in hemelsnaam naartoe moeten om dit te melden? Zijn wij als bestuurders van deze stad niet verplicht om ons dit aan te trekken en in dit kader echt veel duidelijker te zijn over

80

waar mensen terecht kunnen met vragen en meldingen om dit in de toekomst te kunnen voorkomen? En als die hulp dan wel vanuit gemeentewetgeving bekostigd wordt, hoe zit het dan met de verantwoordelijkheid? Waar is dan het toezichtskader? Hoe handhaaf je de veiligheid in het sociale domein? Een jaar geleden gebeurde dit namelijk idem dito rondom problemen in een ingekochte jeugdhulpinstelling, waar wij zelf en ouders zich zorgen maakten over hun kinderen die daar geplaatst waren. Waar doden vielen door suIcide. En waar de Inspectie tot tweemaal toe een vernietigend rapport over schreef. Daar nam de portefeuillehouder geen verantwoordelijkheid, maar zei alleen op dit moment zijn er geen Dordtse kinderen geplaatst, wij kunnen daar niks mee. En wij hielden het contract gewoon in stand. Wanneer zijn we er dan wel van wethouders, hoeders van de wet? We besteden meer dan de helft van deze begroting aan wetsuitvoering die gericht hoort te zijn op de ondersteuning van de inwoner. Ook van het beschermen van de inwoner, zoals letterlijk bijvoorbeeld in de 3eugdwet het geval is. Ondertussen hebben wij een wethouder die 90% van zijn tijd in Den Haag aan de toeslagentafel zit om voor de gemeentes de toeslagenouders te helpen. Er ontvouwt zich een enorm drama dat zijn weerga niet kent. Onbeschrijfelijk leed wat zich in deze gezinnen heeft voorgedaan en nog steeds voordoet.

Armoede en financiele stress hebben een enorm impact op het functioneren.ie kunt niet meer goed nadenken en geen strategieen meer uitstippelen. Je neemt onlogische besluiten. Weet u nog, wethouder Heijkoop, dat wij er veelvuldig over spraken in het armoedebeleid? Inmiddels weten we dat het leed van deze ouders en kinderen, opa's en oma's, oneindig is en nooit meer goed te maken. Het lijkt erop dat de kinderen van hun ouders gescheiden zijn, omdat het gezin in arnnoede verviel. Hoe kan dit? Kun je dan zomaar je kind kwijtraken als je een probleenn hebt met je financien of met je bestaanszekerheid? Schijnbaar wel. De kranten staan er vol van. Inmiddels heeft een bekende recensente een andere groep genoemd die als het gaat om foutenduiding van problematiek en het in aanraking komen met het gedwongen jeugdkader gaat. Dit zijn nannelijk de thuiszitters, onderdeel van de Onderwijs portefeuille van de heer Heijkoop uit het sociaal domein. In een recent ADartikel zei portefeuillehouder Heijkoop dat er in Dordrecht geen kinderen zijn die uit huis zijn geplaatst in verband met de toeslagenaffaire. Hoe weet hij dat zo zeker? Vraagt dit in de basis niet om een onderzoek? Weet hij wat er speelt bij de thuiszitters die nu ook al genoennd worden. De voorzitter: Bij interruptie. De heer Van Verk, gaat uw gang. De heer Van Verk: Dank u voorzitter. Ik hoor mevrouw Nijhof aan.

En denk dan van, wat een klerestad wonen wij in als ik al die ellende hoor. TerwijI ik dat zelf niet zo ervaar. Daarbij constateer ik dat er een aantal zaken op het bordje van wethouders worden geschoven en die zijn zeker in deze stad niet onfeilbaar, dat weten we allemaal, maar volgens mu j zijn er ook een aantal zaken die gewoon op andere plekken thuishoren. Bijvoorbeeld de Inspectie Gezondheid en 3eugd. Dat hebben we gewoon goed georganiseerd in Nederland. Dus laten we daar nu even mee ophouden. En mijn vraag aan mevrouw Nijhof is nu eigenlijk gewoon simpel van, wat vindt u nou van de begroting?

81

De voorzitter: En daar heeft mevrouw Nijhof nog precies nul minuten voor, want haar tijd is op. Maar wellicht dat u deze vraag nog kunt gebruiken om het antwoord te geven. Gaat uw gang. Mevrouw Niihof: Nou goed, ik was nog niet helemaal klaar. Eerlijk gezegd. Ook niet over dat toezicht. De voorzitter: Maar uw tijd is wel op, maar gaat u even in op de vraag van de heer Van Verk. Mevrouw Nijhof: Nou ja goed, de begroting is niet sluitend. En wij vragen ons heel erg af, als je kijkt naar het enorme, ja laten we zeggen het ieder jaar weet te veel geld kosten van het sociale domein zeg maar he, waar helemaal geen duiding gegeven kan worden aan waar het nu vandaan komt. Vragen wij ons dus heel erg af, en dat zat in het volgende deel van mijn betoog, of de wet wel op de juiste manier wordt uitgevoerd. En of bijvoorbeeld laten we zeggen als je kijkt naar de wetsuitvoering, waar wij overigens de komende tijd over gaan spreken, als het gaat over de kaders van de Jeugdwet waar we het steeds over hebben bijvoorbeeld. Onndat wij uit wan hoop nu proberen om die kaders te gaan stellen, moeten wij eerst kijken wat er in die wet staat en of wij nu niet dingen aan het uitvoeren zijn die eigenlijk helemaal niet, laten we zeggen tot de Jeugdwet behoren. Bijvoorbeeld het uithuisplaatsen van kinderen.

En het, laten we zeggen, niet in het fundament aan de wens voldoen, of in ieder geval aan het recht te voldoen dat kinderen thuis moeten kunnen opgroeien. Met laagdrempelige begeleiding. De voorzitter: Oke. Mevrouw Nijhof: En niet dat er uiteindelijk gewoon dat ze in dure instellingen geplaatst worden. De voorzitter: Oke mevrouw Nijhof. De heer Merx: Voorzitter. De voorzitter: Is dit een beetje het antwoord wat u zocht mijnheer Van Verk? De heer Van Verk: Nou voorzitter, ik hoor een soort van antwoord. Laten we het daar maar even bij houden gezien de tijd. De voorzitter: Oke. Ik wit mevrouw Nijhof nog een halve minuut geven, ondanks dat haar tijd erop zit, om het betoog af te ronden. Gaat uw gang. De heer Merx: Nou voorzitter, ik had ook nog graag een vraagje willen stellen. De voorzitter: U heeft nog een vraag. Mijnheer Merx, gaat uw gang. De heer Merx: Ja, want de woorden die de heer Van Verk gebruikte zojuist die schoten mij ook door mijn hoofd. Wat een vervelende stad. Ik doe hem iets vriendelijker, maar een vervelende stad !even we eigenlijk. En u komt met een hele hoop, nou ja kritiek

82

eigenlijk, zo mag ik het wel noemen. Eerst over bouwen, nou op het sociaal domein, u noemt daar wethouders bij. Terwijl, ja en ik kan het dan toch echt niet laten, u vele jaren met uw collega's deel heeft uitgemaakt van de grootste coalitiepartij die eerst drie wethouders heeft geleverd, waarvan eentje het sociaal domein en de laatste periode twee wethouders heeft geleverd. Dus een hele belangrijke stem ook hebben in het college waar at deze vragen die u zojuist gesteld heeft volgens mij prima aan bod zijn kunnen konnen. Waarom nu op het laatste moment? Mevrouw Nijhof: Nou, mijnheer Merx, als u mij goed kent, ook al heb ik tot de coalitie behoord, dan ben ik denk ik, laten we zeggen, een van de eersten die op 1 januari 2015 heel duidelijk heeft gemaakt dat wij bezig waren het sociale domein niet goed te organiseren. Daar bent, daar zijn ook de coalitiepartijen een tijd niet, laten we zeggen, het daarmee eens geweest. Dus, laten we zeggen, die beschuldiging van op het laatste moment dit soort vragen stellen, nou die trek ik mij helemaal niet aan want ik stel al zeven jaar deze vragen. De voorzitter: Nou, die geef ik u dan. Maar dan, mijnheer Merx, ik zeg alleen het is nu 18.00 uur. Ik wit eigenlijk gaan schorsen, dus als u het kort houdt. De heer Merx: Ja, maar ja prima. Maar, ja ik hou hem heel kort.

Maar wat heeft u dan binnen de coalitie en binnen het college de afgelopen jaren voor mekaar kunnen krijgen? En dan als u zo, ja het zo'n vervelende stad vindt waar zoveel mis is, dan moet ik constateren heel weinig tot niets. Mevrouw Nijhof: Ik heb het hier over de overschrijdingen in het sociaal domein. We hebben daar, jaren praten wij hierover, dat de, laten we zeggen de kosten uitlopen. Dat we, iedereen heeft er last van. Ik hoor daar vandaag niets over. Helemaal niks. Ik hoor het ook alleen maar over, als het gaat over bouwen en wonen. En dat zijn ook belangrijke zaken, maar waar we volgens mij at jaren mee bezig zijn is hoe maken we dat sociaal domein behapbaar, hoe brengen we de financien terug, de overschrijdingen terug. Nou, en ik denk zelf dat ik daar wel een aantal oplossingen voor heb. De voorzitter: Oke, dank u wel. Wilt u nog die 30 seconden gebruiken om uw betoog af te ronden? Dan gaan we daarna ook echt schorsen. Gaat uw gang. Mevrouw Nijhof: Misschien zouden wij onszelf een quotum moeten opleggen, van een maximaal aantal kinderen dat uit huis geplaatst mag worden. In Denemarken doen zij dit. Net als bij statushouders, maar dan andersom. Dat gaat de kosten namelijk enorm naar beneden brengen. Daar durf ik nnijn arm voor in het vuur te steken. En we voldoen dan tevens aan het wettelijk kader, want iedereen heeft recht om thuis op te groeien.

En het is nog goedkoper ook. In het belang van alle Dordtse inwoners van 0 tot 100 en een toekomstige Dordtse sluitende begroting vragen wij het huidige, en ook het toekomstige college en raad een koers in te zetten. De voorzitter: Oke.

83

Mevrouw Nijhof: Die ervoor zorgt dat alle inwoners van Dordrecht de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. De voorzitter: Mevrouw Nijhof, ik ga u onderbreken. Dit was het? Ja. Dank u zeer. Dan wil ik de vergadering nu schorsen. Dan zien we elkaar om 20.00 uur terug. En dan beginnen we met de eerste termijn van het college. De vergadering is geschorst. Schorsing

De voorzitter: Goed, dames en heren, de vergadering is heropend. Welkonn terug na deze schorsing. Ik hoop dat u allemaal een goede maaltijd hebt gehad. Welkom ook terug mensen die met ons nneekijken, thuis of beneden in het gebouw. We zijn aanbeland bij de eerste termijn van het college in het kader van de Begroting 2022. En clan geef ik zoals te doen gebruikelijk als eerste het woord aan de wethouder Financien, wethouder Burggraaf. Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Ja dank u wel voorzitter. Ik ga proberen deze 10 minuten langs drie blokken aan u te presenteren. En dat is als we terugkijkend op de afgelopen periode, in ieder geval voor mijn portefeuille relevant, de financien van de stad, de opgave op economie en ondernemen waar het ging om de banengroei. En sinds kort ook het bouwprogramma waar ook wel grote ambities met de stad hebben en u ook al veel over gesproken heeft vandaag. Om te beginnen met de financien. Ik weet nog heel goed dat we, er waren eigenlijk twee momenten in deze periode die heel belangrijk waren. Dat was vanaf het begin af van de periode heel duidelijk, de Eneco-middelen. De verkoopopbrengst eraan zat te komen, dat we een hele goede investeringsagenda met elkaar moesten neerzetten die ook breed gedragen wordt en ook voor de lange termijn op een continu investeringsagenda kan rekenen. Nou, die discussie hebben we vlak voor de zonner gehad.

Ik ben blij dat we dat met een brede meerderheid hier in de raad is vastgesteld. Het andere was in de kadernota van ik meen de Begroting 2021, waarbij we de discussie hebben gehad in heel gemeenteland zullen we maar zeggen, in heel Nederland bij alle gemeentes, de enorme krapte op de financien. Het felt dat de Gemeentefonds niet toereikend is om de sluitende begroting te krijgen en dat we hier met elkaar de discussie hebben gehad waar ik vanuit nnijn rol als wethouder Financien het echt wel spannend vond. Van ja, we kijken nu tegen niet sluitende jaarreeksen aan, hoe gaan we dat oplossen? Gaan we nu bezuinigen terwijI dat we deze periode juist zijn begonnen om te investeren en in die stad juist nieuwe dingen in beweging te zetten. En gaan we daar nu al de rem opzetten? Of, zoals u uiteindelijk heeft besloten en daar ben ik erg blij mee, als we nu naar de huidige begroting kijken, gaan we met elkaar vooral doorzetten op die investering en op die actieagenda. In de verwachting dat dat uiteindelijk vanuit het Rijk middelen zouden komen en de begroting sluitend zou worden. Nou, en als we dan naar de huidige begroting kijken dan denk ik dat we echt met een goed, goede begroting de volgende bestuursperiode in kunnen gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/344/documents/14762