CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Gemeenteraad 9 november 2021 - getekend.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 9 november 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 27: Vastgestelde besluitenlijst en notulen51.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Want de begroting is sluitend tot en met 2024, waarbij er ook echt vooruitzicht is dat er vanuit Den Haag ook voor die langere termijn ook echt nog wel stappen gezet gaan worden. En we kunnen terugkijken op een flinke reservepot van ruim 20 miljoen incidenteel extra investeringsvermogen, om inderdaad de volgende periode weer nieuwe beleidskeuzes te kunnen nnaken. En daar is bewust de keuze gennaakt om een aantal zaken in deze

84

periode niet al voor de volgende periode te reserveren, zodat de volgende samenstelling, de volgende, ja politieke verhoudingen ook, die focus voor die komende bestuursperiode van vier jaar kunnen bepalen. En om dan in te gaan op de inkomsten van de gemeente, waar ook wat discussie over is geweest. Ja dan deel ik toch wel het beeld wat vanuit BvD werd geschetst, dat we een periode hebben gehad waarin we de lasten laag hebben kunnen houden, waarbij de lasten ook in de tred zijn geweest met de inflatie. Sterker nog, daar op heel veel bewoners zelfs een positief tegenover is afgestoken. Dus ik herken het beeld wat de VSP schetst van een woonlastenplaatje die fors gestegen is, die herken ik totaal niet. We hebben deze periode de rioollasten die nog met 4% per jaar stegen naar 2% weten te verlagen. We hebben de Ozb altijd op inflatie laten stijgen. En nu de precario's op kabels en leidingen worden afgeschaft, geeft dat een voordeel bij de inwoners van € 36 per jaar. En daar staat tot een WOZ-waarde van een miljoen een Ozb-verhoging tegenover die lager is dan het voordeel wat eruit verschijnt. Dus als ik dan kijk naar het woonlastenplaatje in 2018 en het woonlastenplaatje van dit jaar, dan kan ik niet anders vaststellen dan dat die woonlasten op hetzelfde niveau zijn gebleven als in 2018.

En sterker nog, voor eenpersoons huishoudens is dankzij de differentiatie op de Afvalstoffenheffing en voor Hondenbelasting, voor hondeneigenaren, met de Hondenbelasting die fors gehalveerd is met 60 euro, hebben we zelfs een koopplaatje die gunstiger is dan toen we deze periode begonnen. Dus volgens mu j hebben we het op beide vlakken heel goed gedaan. In dat licht, dat zie je overigens ook terug als je kijkt naar de plek, we staan innniddels op de 53ste plek waar we begin van de periode op de 70ste plek stonden van de woonlasten in Nederland.

De voorzitter: Bij interruptie, de heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik maak even bezwaar tegen de manier waarop over de effecten van de precario gesproken wordt. Want toen die ingevoerd werd heeft u niet de hogere energierekening en de koopkrachtenplaatjes verwerkt, of uw voorganger niet. Maar bij de afschaffing wordt die er wel in verwerkt. Ja dat is toch een soort vorm van dubbel boekhouden zal ik nnaar zeggen. Kunt u daar commentaar op geven? De heer Burggraaf: Ja voorzitter, ik heb het koopkrachtplaatje van deze afgelopen bestuursperiode geschetst. Dat is waar wij als college verantwoordelijk voor zijn. In dat kader wilde ik zeggen, het amendement van de SP waarbij wordt voorgesteld om de lasten voor bedrijven te verhogen, ja die willen wij toch echt ontraden. Er is nu een goed inzicht in wat de areaaluitbreiding is en dat kunnen we nu jaarlijks zo bijhouden dat ook volumestijging, zowel bij het aantal woningen als aantal bedrijven, ook leidt tot extra inkomsten voor de gemeentekas. Zonder dat dat voor de individuele bedrijf of inwoner leidt tot een lastenverhoging. Dan, voorzitter, het blokje ondernemers. Ja, dat was voor deze periode natuurlijk door alle corona omstandigheden en ook voor de komende periode spannend.

En tegelijkertijd, u refereerde er al aan, hebben we in deze raad een goede snel, met de crisis- en herstelfonds onder andere, instrumentarium weten op te bouwen om daar snel op te acteren. Dus de motie die hier nu voorligt voor steun in de rug van onze Dordtse ondernemers om ook in de komende corona maanden die nog komen, en daar waar flexibiliteit wordt gevraagd om bijvoorbeeld buiten random winkels of kleine evenementjes wat te doen, die lijn zullen we doorzetten. Uiteraard binnen de

85

richtlijnen die er landelijk ook zijn. En ook met in ogenschouw het programma wat we voor de Dordtse decemberdagen hebben staan, want dat vraagt ook echt voor de ruimtelijke inrichting van de stad, vraagt dat ook focus am te zorgen dat we binnen de mogelijkheden die er zijn ook maximaal voor onze middenstand in onze stad daar gebruik van kunnen maken. Maar de lijn die daar wordt geschetst, langs die lijn zullen wij handelen.

De heer Veldman: Voorzitter? De voorzitter: Een interruptie. De heer Veldman. De heer Veldman: Ja, voorzitter. Ik hoar wel een mooi betoog, alleen de vraag die wel bij mu j bovenkomt: wat geeft deze motie u nu meer dan wat u al had? De heer Burggraaf: Ja, het geeft meer Het geeft het meer in de zin dat we weer even op scherp warden gesteld dat er nu echt weer een nieuwe periode is. Dat was weer even schakelen nnoet ik zeggen. We waren vol bezig met die Dordtse decemberdagen en de afgelopen twee weken zijn de ontwikkelingen zo snel gegaan dat dit wel weer even ons op scherp zet dat we echt weer even met een versie van vorig jaar toen we met corona en met scherpere maatregelen kwa men te ma ken krijgen en dat we dus echt onszelf weer moeten terugschakelen naar die stand, zal ik maar zeggen, in de organisatie. Dus het brengt ons vooral alertheid. Dan voor de lange termijnagenda: terecht vraagt D66 am de roadmaps op innovatie. Ik zorg dat u die, ik hoop voor het einde van het jaar, maar in ieder geval heel kort aan het begin van het nieuwe jaar, nog deze bestuursperiode uw kant opkomen, want daar zijn we echt heel ver mee.

Voor wat betreft de banenmatch, tot slot: ja, ik deel echt niet het beeld wat door de VSP wordt geschetst dat we eenzijdig banen creeren, want op Distripark doen we er veel, heel belangrijk voor de Dordtenaren die in onze stad wonen, maar we doen ook voor ander type banen, zoals bijvoorbeeld de kantoorbanen op Amstelwijk, het bedrijf Basics nog deze periode binnengehaald, zorgen we ook voor de banengroei. Dus aan beide kanten van het spectrum zetten we ons in en levert het resultaten op waardoor we die 4000 banen deze periode ook echt realiseren. Dan, voorzitter

Mevrouw Stolk: Voorzitter? De heer Burggraaf: Tot slot. Mevrouw Stolk: Ja, als De voorzitter: Mevrouw Stalk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Als de VSP twee keer genoemd wordt, dan ben ik wel Moet ik wel even reageren. Ja, het is maar net natuurlijk hoe je rekent. Ja, het is natuurlijk ook een beetje selectief rekenen. Als je kijkt naar de ambitie van dit college, zijn er inderdaad banen gecreeerd, maar wat, en daar hebben we het de laatste keer ook over gehad, en daar was u het zelfs daar met ons over eens, dat de banen die nu gecreeerd warden op

86

het Distripark dat dat met name de lage lonen zijn die hier binnen onze stad komen. Dat zei u zelf, want dat hebben we met de kadernota nog besproken. Dan even terugkomend over de lokale lasten: die zijn wel degelijk gestegen, want als je 2021 daarbij meeneemt, ja, dan kom je wel op hogere lasten ult. Maar ja, dat is maar net het selectief rekenen, en dat is natuurlijk bij een wethouder van financien die kan dat uiternnate goed. Maar daar wil ik het even bij laten, voorzitter.

De heer Burggraaf: Ja dank u wel, voorzitter. Ja, op de woonlasten heb ik echt niet selectief gerekend, nnaar dat kan ik u ook nog eens een keertje buiten de vergadering even laten zien. Voor wat betreft de banen: ja, het klopt. We zijn als eerste in gaan zetten op de banen voor de Dordtenaren die het het hardste nodig hebben, en we zijn nu aan het bouwen onder andere met die roadmaps op innovatie om ook de banen voor de toekomst te creeren voor ook de hogere inkomens die we naar onze stad halen, zodat de balans goed is in onze stad. Voorzitter, op bouwen. Ja, ook daar stonden we voor een enorme opgave aan deze periode om die planvoorraad flink op te schroeven en veel woningen te creeren. Daar zijn we ook met u heel intensief mee bezig geweest in het traject. Ikzelf kan mij herinneren nog van het begin van de periode als de wethouder verantwoordelijk voor de Omgevingswet en voor bijvoorbeeld Amstelwijk, dat we daarin ook echt trajecten, inclusief de connmissie Grote projecten die deze periode voor het eerst is ingevoerd, echt gezamenlijk in op te trekken. Dan herken ik de urgentie die u nu voelt en schetst voor een woningmarkt waarin we in Nederland zitten wat zich typeert door grote krapte.

Maar om u even een beeld te geven: aan de start van deze periode hebben we een taskforce opgericht om te kijken naar de processen en te kijken naar verbetervoorstellen om ons te versnellen in die bouwopgave. Wij kijken echt heel trots terug op hoe onze organisatie daarmee om is gegaan, hoe scherp er nu gemonitord wordt, hoe scherp er nu gestuurd wordt en hoe goed er nu inzicht is. Dat laat zich ook vertalen in het onderzoek wat door STEK is gedaan, wat laat zien dat de plan- en besluitvornningsternnijn in Dordrecht twee jaar kost waar dat in Nederland gemiddeld vijf jaar of langer is. Als ik terugkijk naar het project Amstelwijk, hebben we in deze periode tot de eerste paal gebracht waarbij zo'n traject nornnaal gesproken ruim zeven jaar kost. Voor vergunningsprocedures wordt twee derde binnen acht weken verwerkt en een derde zijn cornplexer en vraagt veertien weken. Daarvoor worden ook echt de disciplines aan de voorkant betrokken. Dus ik zie daarin echt dat er enorme slagen gennaakt zijn en tegelijkertijd herken ik ook dat je denkt: ja, sommige projecten, kunnen ze niet sneller? Ja, dat zit toch ook deels in de bouwfase. Bij Amstelwijk werken we nu bijvoorbeeld met Plecht-Vos als een partij die industrieel gaat bouwen en waarmee je ook wat versnelling kan bereiken.

Dan, voorzitter, ja, waar kan je dan die snelheid bereiken? Om dan even op die motie van de taskforce in te gaat, of motie Vaart met woningbouw. Ik denk dus dat we heel veel daarvan al op orde hebben gebracht en dat we met het traject Spoorzone, met het Maasterras waar we nu mee aan de slag gaan, waarbij u onlangs het voorbereidingskrediet heeft vastgesteld, met een projectorganisatie dat ook zo in kunnen richten dat we daar met diezelfde snelheid aan de slag gaan. Ik denk dat het gewoon goed is om even deze motie vertalend daarover in een eerstvolgende commissie Grote projecten eens even in mee te nemen en toe te lichten hoe die projectorganisatie wordt ingericht en hoe we die beetpakken, want de annbitie die de heer Van Verk schetst daar ben ik het ook met u eens, dat u zegt: ja, dat nnoet je met de regio oppakken en

87

met elkaar profiteren, maar daar moeten we ook voor zorgen dat we het in huis ook zo goed ruim hebben ingericht, dat we het zo goed thuis op orde hebben dat we vervolgens een vetrandje hebben am dat ook op de andere plekken in de regio in te zetten. Ik zou echt u willen oproepen am ons de tijd te geven am het in die volgorde te doen. Daar profiteert Dordrecht van, maar daar zal ook de regio het meest mee gediend zijn, want dan kan je structureel op de lange ternnijn ook echt bijdragen aan die versnelling.

De heer Merx: Voorzitter? De voorzitter: Per interruptie de heer Merx. De heer Merx: Ja. Dank u wel, voorzitter. Nou, ik probeer even te begrijpen wat de wethouder zegt. Hij zegt eigenlijk: we hebben het al, we doen het al. Tegelijkertijd moeten we toch nog wel verder werken zodat er een vetrandje aankomt, dus we zijn er eigenlijk nog niet helemaal. Wet vindt u nou van deze motie? Ondersteunt dat uw gedachte, de manier waarop gewerkt moet gaan warden? Of is die totaal overbodig? Zegt u: ja, dit is echt mosterd na de maaltijd waar u nou mee bezig bent? Wat is het nou eigenlijk?

De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, zoals ik geschetst heb, hebben we echt heel veel zaken gedaan die hiermee voldoen aan de wensen die u uit. Tegelijkertijd heb ik ook geadresseerd: we hebben een heel ingewikkelde, en dat deel ik, dat hoorde ik ook in uw woordvoering, traject staan op het Maasterras waarbij inderdaad heel veel aspecten spelen als veiligheidscontouren, binnenstedelijk bouwen, et cetera, en dat het daar extra aandacht vraagt am daar ook een goede projectorganisatie op te zetten, daar in het voorbereidingskrediet wel de eerste vooraankondiging van is gedaan, maar dat ook op dat project volgens deze wijze moet worden ingevoerd. Daarvan zeg ik: nou, daarvoor is deze motie niet overbodig, maar zou ik zeggen: laten we dat dan toelichten in de commissie Grote projecten, want ik ben wel huiverig voor het optuigen van allerlei nieuwe structuren bovenop de structuur die we in gang aan het zetten zijn am, zoals de woorden van de heer Veldman ook heb gehoord vanavond: ja, pas op dat we niet met elkaar stapelen in wensen en handelswijzen, want dan gaan we uiteindelijk hetgeen wat we willen, die versnelling, in de weg zitten.

Maar ik ben het ook met u eens dat het project Maasterras-Spoorzone dusdanig ingewikkeld en complex is dat het extra aandacht vraagt op alle disciplines bij elkaar brengen, doorzettingskracht en zeker niet als laatste ook oog houden voor de kwaliteit in het gebied en daar een goede Dordtse maat en consistentie en hoogwaardige kwaliteit ook krijgen. Vanaf het begin af aan, en ook in een gebiedsontwikkeling die altijd tien, vijftien, twintig jaar duurt, fases kent waar het even slecht gaat en zorg dat je proces het zo goed faseert dat je ook die moeilijke fases doorkomt zonder stil te vallen en zonder de uiteindelijke eindkwaliteit uit het oog te verliezen. Met die opdracht, zo lees ik deze motie, moeten wij aan de slag en zie ik dit als een ondersteuning daarvan en zeg ik u: laten we daar tijdens een commissie Grote projecten eens nader toelichten hoe we dat gaan inrichten, zodat we het ook met elkaar gaan doen. Want dat is echt noodzakelijk. Willen we al deze ambities waar kunnen maken, dan moeten we met elkaar daarin blijven optrekken.

De Merx: Nou, lijkt mij een prima voorstel, maar mijn buurman heeft nog een vraag.

88

De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Van Verk. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Maar ik hoor de wethouder inderdaad een antwoord geven op de motie van de VVD waarbij hij aandringt om zaken behapbaar te maken, ik vertaal het maar in nnijn woorden, zodat het Maasterras van de grond kan komen en op de juiste wijze kan worden uitgevoerd. Maar ik heb de motie zoals de VVD die heeft opgesteld heb ik wat breder gezien. We hebben meer te doen als alleen het Maasterras. We hebben nog een Spoorzone, we hebben nog andere projecten die gestart moeten worden. Hoe kijkt u daartegen aan? Is het dan ook niet zo dat als, voorzitter, uiteindelijk het middel wat het doel, nannelijk versnelling, zou kunnen bereiken?

De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Ik denk dat er in de bouw in de stad zijn er verschillende type projecten. Dan heb je echt met het Maasterras de meest complexe te pakken en dan heb je daarvanaf geleid een aantal andere gebiedsontwikkelingen waarvan je zegt: ja, daar kan je de manier waarop je dat hebt georganiseerd en die werkwijze die kan je doorzetten in je organisatie op die plekken, maar er zitten ook natuurlijk bouwplannen bij die gewoon, ja, misschien een postzegelplannetje wat weer wat anders fout is. Ik wil maar zeggen: alles wat je daar organiseert, de werkwijze die je daar leert, die nnoet je in de juiste proporties ook op die andere projecten toepassen.

De heer Van Verk: Voorzitter, nog een vraag. Als ik het goed begrijpt, zegt u eigenlijk: de projectgroep Maasterras daar zou je voor kunnen lezen of die zou je kunnen vergelijken met een taskforce zoals de VVD die bedoelt in haar motie en die zou je als lerende organisatie in kunnen zetten op andere Nou, dan is dat een mooi en bevredigend antwoord.

De heer ...: Correct, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel. Wethouder, was u bijna klaar? De heer Burggraaf: ja, ik doe mijn best, voorzitter. Want er is nogal veel over bouwen en wonen gezegd en ik wil dat wel ook graag goed adresseren. Dan een ander stuk over de snelheid. Dat is een motie van het CDA die ik ook heel goed begrijp. Die zegt: ja, kunnen we niet al die planvoorraad die u heeft en het bouwproces wat nog vraagt om in de tussentijd, de schatting is zo 2023-2024 waarbij je op het niveau zit, om dat tijdelijk te kunnen overbruggen? Ik kan in ieder geval vanuit RO-perspectief aangeven dat dat echt een hele moeilijke opgave is. Het lijkt sinnpel: bouw een tijdelijke woning. Bij het Leerpark 2F hebben we gezien dat het een traject van twee jaar kost. Als we naar onze stad kijken, dan hebben we heel veel waardes die we hooghouden: dat is het groen in onze stad. We willen niet elk voetbalveldje bebouwen. We vinden het buitengebied van heel grote waarde. Heeft u in de omgevingsvisie ook duidelijke kaders aan de stedelijke contouren gesteld. En we hebben bouwrijpe gronden of bijna-bouwrijpe gronden waarbij je, zoals ik net zei, in twee jaar tijd tot realisatie kan komen. Dan is tijdelijke bewoning op zo'n plek gaat dan eerder in de weg zitten voor je lange termijnoplossing dan dat het op de korte ternnijn wat oplost.

Dus bij voorbaat wil ik u zeggen: dit is eentje die ik ook graag in de commissie Grote projecten met u even toelicht welke dilemma's je dan tegenaan loopt. Ik geef de winstwaarschuwing dat, ja, ik voorzie dat er geen makkelijke

89

en misschien helemaal geen plekken of grote omvang in tijdelijke bewoning is te vinden en daarin ook meenemen welke RO-dilemma's je dan tegenaan loopt, zodat we met elkaar daar die verkenning in de commissie Grote projecten even kunnen doen zonder dat we nu op papier, want dat vraagt eigenlijk die motie, dus dat is wat ik u wil vragen, zonder dat allemaal op papier meteen uit te werken, want dat is, om maar weer eens de woorden van de ChristenUnie-SGP te gebruiken, weer een extra opdracht stapelen en dat leidt af van de focus die u ook zo graag wil, en dat is productie maken: bouwen, bouwen, bouwen.

De heer Van der Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik heb er een vraag over. Het lijkt me trouwens prima om het eerst eens mondeling met elkaar door te akkeren voordat u allemaal op papier gaat produceren. Dat geeft op zich wel nneer snelheid en daar zijn we allemaal voor. Aileen ik hoor u natuurlijk heel veel bezwaren en winstwaarschuwingen geven. Die snap ik wel, maar we zouden ook graag willen dat u probeert toch ook te denken in kansen en waar nnogelijkheden liggen en niet alleen maar waar problennen zijn en winstwaarschuwingen.

De heer Burggraaf: Nee, voorzitter. Wij denken het liefst alleen maar in kansen, maar ook in realistische kansen. Maar goed. Ja, ik denk nog even een ander aspect: de motie van de Partij van de Arbeid, want die vroeg daar eigenlijk ook. Die zei: ja, kunt u niet in het grondbeleid nog wat versnelling bewerkstelligen door te onderzoeken of je gronden niet ter beschikking kan stellen aan de corporaties of te onderzoeken wat het effect van uitgeven in erfpacht is? Ja, deze motie wil ik toch ontraden, want als je kijkt naar wat het ook vraagt: bouwtempo verhogen, ja dan constateer ik dat de corporaties al heel veel eigen grondbezit hebben, dat op die plekken, ja, het niet uitnnaakt wat je met de grondprijs doet, want daar is het vooral een kwestie van het ontwikkelen en het bouwperspectief, dat gronden nu al voor een lage prijs worden verkocht aan corporaties, namelijk 16.000 euro per woning en als je kijkt naar wat de prijsontwikkeling is, waar hier aan wordt gerefereerd, vaak een residuele waarde is, dus dat is de grondwaarde blijft over van hetgeen er op de markt aan prijzen. Dus dat effect is er niet. Voor wat betreft erfpacht: ja, enerzijds in het beleid is heel duidelijk meegegeven dat in uw huidige beleid dat we geen erfpacht bij woningen doen. Dat zou ik u ook echt willen ontraden, want dat geeft uiteindelijk richting banken en hypotheekverstrekkers geeft dat moeilijkheden.

Bij de beginfase zit daar misschien een voordeeltje in, maar dat zie ja al verdampen op het moment dat je daarna de woning doorverkoopt. Dat geeft ook onzekerheid aan de eigenaren. Dus ik zou deze route die u voorstelt echt willen ontraden.

De heer

Voorzitter, dank voor het beantwoorden van niet de motie.

De voorzitter: Ja, ik gaf de wethouder een briefje waarop

90

De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, ik zie hem nu. U had het gezegd: ik verzoek het en daarvan laat ik afhangen of we de motie indienen. Dus ik zou willen zeggen Wij willen niet in uw verzoek om dit te onderzoeken meegaan. De heer

Ik begrijp het.

De heer Burggraaf: Goed, voorzitter. Dan echt, want ik begrijp ik mag niet te veel van de tijd snoepen meer. Want even kijken, we zijn ook bijna bij het einde. Er was nog een vraagstelling rondom de inhoud van het progrannma. Een was de vraag eigenlijk: bouwen we nou voor de Dordtenaren of bouwen we nou voor andere mensen? Nou, ik kan u verzekeren: we bouwen grotendeels voor de Dordtenaren, want wat ik zie als ik de ontwikkelaar spreek van Amstelwijk en Wilgenwende, dan zeggen ze mij: 80 procent van onze woningen gaan mensen uit Dordrecht wonen. In Wilgenwende zijn dat voornamelijk veel mensen uit Sterrenburg, bij Amstelwijk was het een gezin uit Nieuwkrispijn, volgens mij een gezin van verpleegkundigen, die daar een heel mooi huis weer achterlieten voor nieuwe starters in de markt en mooi konden doorgroeien eindelijk binnen Dordrecht. Als je dat overall bekijkt: twee derde minimaal van de woningen wordt op dit moment door nieuwbouw door Dordtenaren betrokken. Dan het vraagstuk over de sociale woningbouw waar GroenLinks onder andere met een amendement op komt. Ik deel in dit amendement de oproep om bij nieuwbouwprojecten de woningcorporaties te betrekken om bij voorkeur de sociale huurwoningen te realiseren en/of te beheren bij woningcorporaties. Dus dat deel van het amendement dat onnarmen wij.

Het aspect van het realiseren van die 30 procent van de te bouwen woningen, ja, die wil ik toch echt ontraden, en dat kan ik u nog even toelichten waarom. U vraagt eigenlijk als ik het goed in de toelichting hoor: ja, spreid nou zo goed mogelijk de sociale woningbouw. Dat is een, dat er een gezonde spreiding ontstaat over je projecten. De tweede oproep was: we willen graag die 1600 sociale woningen die willen we zo snel mogelijk gerealiseerd hebben. Nou, van die 1600 zit al 1400 harde planvoorraad aanwezig. Dat is op gronden van de woningcorporaties, dat is op projecten as houtland waar een stukje sociale woningbouw in zit, dat zit op de Middenzone waar een stuk sociale woningbouw in zit. Dus je hebt het dan nog maar over, ja, een klein aantal van waarschijnlijk ongeveer 200. Daarvan deel ik met u de oproep om die zo slim mogelijk over je nieuwe projecten te verdelen. Dat moet je op een slimme wijze doen zodat je in een project zoals bijvoorbeeld bij Maasterras zegt: ja, aan de start willen we een bepaald profiel neerzetten, goede kwaliteit bouwen, het moet ook een bepaalde opbrengst opleveren, want anders gaat een ontwikkelaar niet bouwen of krijg je woningen die uiteindelijk voor de markt een prijs hebben die niet te betalen is. Zoek nou daarin de balans om ook de sociale woningbouw mee te nemen, ook met inachtnenning de woonvisie die we hebben.

Met die opdracht voeren wij het verder uit en daarnnee wil ik echt het aspect van die 30 procent ontraden, voorzitter. De heer Gundogdu: Dank. De voorzitter: Nou even ... De heer Giindogdu: Voorzitter?

91

De voorzitter: Dat geldt voor alle wethouders. Zou u even duidelijk willen aangeven welke motie en ook met het nummer daarbij u ontraadt of juist niet ontraadt? Ik zie een paar vragen. Als eerste zag ik de heer Gundogdu en dan mevrouw Van Benschop.

De heer Giindogdu: Ja, voorzitter. Dank je wel. Even een verduidelijkende vraag. Ik heb uit een recent stuk gelezen dat het op dit moment de harde planvoorraad van het rivieren en woonberoep in ieder geval tot 2030 770 woningen zou treffen. U had het over 1600 woningen; kunt u dat wat meer duiden, alstublieft?

De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Ik had het over 1400 woningen. Nou, dat zijn projecten als Turenborg, Oudenland, Middenzone en, nou ja, openstaande plekken van bestaande gronden van de woningcorporaties.

De heer Giindogdu: Ja. Voorzitter, als ik even mag? Dat zijn dus niet alleen maar projecten van de corporaties? Turenborg is niet

De heer Burggraaf: Nee, correct. De heer Gundogdu: Niet van de corporaties. De heer Burggraaf: Correct. Ja. De heer Giindogdu: Duidelijk. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Van Benschop. U konnt even de microfoon ophalen bij de heer Gundogdu. Doe rustig aan. Straks struikelt u nog. Dat zouden we niet willen.

Mevrouw Van Benschop: Dat zal meevallen, denk ik. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Ja. Dank u wel, voorzitter. Dan moet je ineens schakelen, he. Dan moet je weer gaan zitten en dan je vraag stellen. Ik wilde vragen aan de wethouder, ik hoor dat hij het ontraadt om die 30 procent op te nemen, maar u geeft aan in hetzelfde verhaal dat het wel belangrijk is dat wat nog gebouwd moet worden wel goed gespreid moet worden over nieuwe projecten. Dat is nou precies waar wij bang voor zijn: dat dat dus niet gaat gebeuren. Dat het dus locaties gaan zijn die weer mooi zijn om dure woningen te realiseren waar geen sociaal wordt toegevoegd. Dus stel nou dat we dit zouden aanpassen of niet zouden indienen, hoe krijgen wij dan zeker dat wat er nog gerealiseerd moet worden aan sociale woningbouw dat ook de mensen die recht hebben op een sociale huurwoningen op een mooi plekje in Dordrecht kunnen wonen, omdat we namelijk die gewoon toevoegen aan nieuw te bouwen wijken?

De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Ik zie dat risico niet zoals u die schetst, want als ik kijk naar Annstelwijk, waar we de periode mee begonnen, hebben we bewust gezegd met elkaar in het ontwikkelperspectief dat wordt gebouwd in een buurt van Wielwijk waarbij het juist belangrijk voor de totale samenstelling van de wijk om daar een goede

92

spreiding te hebben. Daarom hebben we toen meer ingezet op de woningen die buiten het sociale segment zitten. Voor Oudenland, het project, dat is ook deze periode, hebben we nadrukkelijk sociale woningbouw toegevoegd in het project. Bij Maasterras, bij de eerste voor de woningbouwimpuls de plannen hebben ingediend, hebben we nadrukkelijk ook het sociale deel ingevoegd. Er zit meer dan de helft betaalbare woningen in. Dus ja, ik wil maar zeggen: we hebben een woonvisie, dat is leidend voor ons, dat heb ik u ook horen zeggen. Ja, geef ons het vertrouwen dat we per project dat op een verstandige manier inkleden, waarbij het kan zijn dat in projecten alleen woningbouwontwikkeling tot stand komt als je daar, ja, niet het sociale segment hebt zitten, omdat misschien bepaalde ontwikkelingen heel duur zijn op een bepaalde locatie en dat we het in die trajecten invoegen waarin het wel in een gezonde balans gerealiseerd kan worden met de hele duidelijke opdracht die er ligt, en dat is om uiteindelijk die 1600 sociale huurwoningen en uiteindelijk die 2000 die u al een keer als opdracht heeft meegegeven te gaan realiseren.

Mevrouw Van Benschop: Voorzitter? De heer Merx: Voorzitter? Mevrouw Van Benschop: Dat was een heel lang verhaaltje. Ik moet even heel goed bedenken wat ik wilde zeggen. Ik wil eerst even zeggen dat ik hoorde u net zeggen dat ik heb bevestigd dat we een leidende woonvisie hebben. Ik heb eigenlijk alleen maar gezegd dat dit niet het moment was om daar iets aan te veranderen. Dus dat we nu werken met de cijfers die er liggen. Dat betekent niet dat wij daarmee tevreden zijn. Daarnaast wordt er gesproken over Amstelwijk. Daar zijn tachtig sociale huurwoningen toegevoegd door middel van een amendement dat van de raad kwam. Dan kun je zeggen: het is in Wielrijk, maar uiteindelijk is het een losstaand wijkje wat hangt aan Wielwijk. Het is natuurlijk niet in de wijk Wielwijk waar we het normaal gesproken over hebben als je het over Wielwijk hebt, tenminste zo zie ik dat niet. Dus ja, om er dan op te vertrouwen dat dat per definitie gaat gebeuren Voor in Amstelwijk was er ook een amendement nodig. Dus ja, ik vind het een heel moeilijk verhaal om dan te zeggen: we kunnen erop rekenen dat dit college dan ook daadwerkelijk die spreiding gaat zoeken. Maar goed, we gaan ons beraden op het amendement en we zullen het er met de andere indieners over hebben. De voorzitter: De heer Merx. De heer Merx: Ja. Dank u wel, voorzitter.

Ja, daarstraks was even een discussie waarbij het leek alsof in 2031 de eerste 1600 sociale woningen, om het zo maar even te noemen, worden opgeleverd. Dat is ook een beetje het beeld wat ik volgens mij zo proef in de raad bij een aantal partijen die zeggen: ja, maar het moet ook gewoon veel sneller, sneller, sneller. Kan de wethouder iets oplichten: wanneer gaat die grote bulk nou komen? Moeten we echt wachten tot 2031 of gaat dat al eerder gebeuren? De heer Burggraaf: Nee, voorzitter. Ik denk dat mijn collega Stam vanuit wonen daar ook nog nadere toelichting op kan geven. Kijk, ik denk dat het sowieso goed is vanuit diezelfde tasforce, een nnotie, zou ik maar even zeggen, die u heeft opgeroepen om daar

93

ook met de woningcorporaties nog een keer naar te kijken: hoe kunnen we daar nou ook hardere afspraken maken of op een bepaalde manier werken waardoor ook daar de ontwikkelsnelheid omhooggaat? Ik moet wet zeggen: daar zitten we met z'n alien lopen we denk ik in heel Nederland aan tegen schaarste in voldoende mensen, ontwikkelcapaciteit om dat ook te kunnen doen, maar dan is het beeld echt dat je vanaf 2023-2024, ja, inmiddels die sloop die erin zat hebt ingehaald met opgeleverde sociale huurwoningen. Dat is een. Het tweede, richting mevrouw Van Benschop nog, ja, zou ik echt willen benadrukken: op moment dat u de opdracht meegeeft: doe dan 30 procent per woningbouwproject, ja, dan zet je echt een rem op je ontwikkelsnelheid, waar u ook alien toe oproept om juist snel plannen te verwezenlijken. Daar haal je de flexibiliteit echt uit. Dan loop je echt het risico dat je gaat vastlopen en niet krijgt waar u allemaal toe oproept.

De voorzitter: la, maar mevrouw Van Benschop had al gezegd dat ze zich over het amendennent ging beraden. De heer Gundogdu nog een keer en dan

De heer Giindogdu: Ja, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Verk, Maar eerst de heer Giindogdu. De heer Van Verk: Meer een De heer Giindogdu: Ja, voorzitter. Dank u wel. Alsnog even een vraag aan de portefeuillehouder. U zegt: het zal niet zo zei dat in 2031 dat aantal van 2000 woningen die we als opdracht hebben nneegegeven aan de corporaties dat die er pas op dat moment staat. Wij hebben recent nog overleg gehad met bestuurders van de corporaties. Kijk, die opdracht van 2000 woningen om dat te realiseren dat wordt moeilijk. In die zin, ze hebben nu een planvoorraad van 770 woningen tot 2030. Een van de grootste redenen is dat zij dus geen grondpositie hebben, althans als ze die dan hebben dat daar zeg maar niet het aantal woningen op kunnen staan. Nu is zeg maar vanuit de motie of de niet-ingediende motie van de Partij van de Arbeid is gevraagd: joh, wat zou de gemeente in deze bij wijze van spreken kunnen betekenen? Ik wil toch daar even bij stilstaan. Wij hebben een opdracht meegegeven aan de corporaties. Die kunnen er niet aan voldoen. Grondpositie hebben ze niet. Wat zou dan het college in deze allicht kunnen betekenen om alsnog die realisatie te bewerkstelligen?

De heer Burggraaf: Nou goed, dan verwijs ik u toch terug naar het eerdere antwoord wat ik heb gegeven. Dat is: laten we eens kijken wat je daaraan, ja, ontwikkelkracht of met de taskforce benadering nog een stap in kan zetten, want dat is in ieder geval mijn beeld dat daar de grote bottelnek zit in de snelheid van ontwikkelen.

De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, voorzitter. Er wordt wederonn gegoocheld met cijfers hoeveel sociale huurwoningen er nu gebouwd zouden moeten worden in de komende jaren. Volgens mu j is de opdracht aan de corporaties of zouden 2000 sociale huurwoningen warden toegevoegd en zouden we in 2031 op 16.109 woningen terug moeten zijn. Dat is

94

het getal wat in het OCD staat als bezit. Als je dan bij elkaar gaat optellen wat erop en afgaat, dan zouden er 3546 woningen moeten worden gebouwd door de corporaties. Nou, 1100 daarvan zitten in de planvoorraad. Blijven er 2400 over. Dan vraag ik me wel af waar en wanneer en op welke wijze die gerealiseerd kunnen worden en welke steun de gemeente Dordrecht aan die ontwikkeling gaat geven, want we praten hier over vele, vele miljoenen. Dus kunt u daar een tipje van de sluiter over oplichten? De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Ik denk dat het verstandig is om dit aspect toch echt bij de portefeuillehouder Wonen te laten, want die heeft het dagelijks contact ook met de corporaties. Ik denk dat dat om te voorkomen dat er wat ruis op de lijn staat dat dat beter is. De voorzitter: Dank. Dan ronden we denk ik de termijn van de wethouder Burggraaf af. U was klaar ook, he, met uw De heer Burggraaf: Ja, ik was ... Voorzitter, ik was klaar. De voorzitter: Dan wil ik graag wethouder Heijkoop vragen naar boven te komen. Hij is er al, zie ik. Stond te popelen zelfs achter de deur. Dank, wethouder Burggraaf. Het woord is aan wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, leden van de raad, dank voor uw eerste termijn die op onderdelen zeer kritisch was, op onderdelen ook wat meer instemnnend.

Dat begrijp ik ook, want vanuit het college zien we dat de zaken goed zijn gegaan, maar dat er ook zeker op een aantal onderdelen een stap bij moet. Toen ik aantekenen maakte van uw bijdragen in de eerste termijn en dat op een rij zette, toen kwam ik uiteindelijk wel tot een reactie vanuit het college, in ieder geval vanuit mijn portefeuille met ook wel twee gezichten. In deze laatste begroting van deze periode wil ik in elk geval ook mijn waardering uitspreken over de goede samenwerking op belangrijke dossiers waarin u met uw bijdrage echt heeft bijgedragen aan successen voor de stad. Dat gaat over twee onderdelen, in ieder geval in mijn portefeuille. Ik wil even met u stilstaan bij de Leerpark ontwikkeling en ook armoedebestaanszekerheid. Allereerst het hoger onderwijs en de Leerpark ontwikkeling. De opleidingslicenties zijn binnen en de eerste paal van de nieuw te bouwen hogeschool is geslagen. De betrokken hogescholen tonen annbitie en deze ontwikkeling geeft ook een enorme impuls aan het MBO in onze stad. Uw betrokkenheid en steun op cruciale monnenten is echt essentieel geweest voor het slagen van dit project en heeft er ook echt aan bijgedragen dat alle betrokken partijen overtuigd waren van de brede commitment vanuit de lokale overheid. Hetzelfde geldt ook voor de bouw van 333 kleine woningen op het Leerpark.

Deze woningen staan vijftien jaar en, richting de heer Van Leeuwen zeg ik er ook bij, van een hele goede kwaliteit, duurzaam. Echt kwaliteit waar we denk ik ook mee vooruit kunnen. De voorbereiding loopt nu voorspoedig. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Deze week wordt ook de vergunning verleend en bij de volgende begrotingsbehandeling, een groot aantal van u zal daar wellicht nog bij zijn, dan zal zowel de hogeschool als dit wooncomplex zijn verrezen. Dus dat gaat al snel. Een wooncomplex voor studenten en starters. Voor beide projecten geldt overigens ook nadrukkelijk dat onze medeoverheden, een aantal van u refereerde daar ook al aan, provincie en Rijk, nniljoenen mee investeren, omdat zij ook geloven in

95

de potentie van dit gebied en de ontwikkelingen die we daar met elkaar hebben ingezet in deze periode en ook de periode daarvoor. De sannenwerking, kortom, heeft ons veel gebracht. Dat geldt ook voor ons programnna Samen tegen armoede. In het beeld springend is natuurlijk de Dordtpas die hieruit is voortgekomen, maar ook daar is gezamenlijk opgetrokken in uw raad en ook nadrukkelijk in de ambtelijke organisatie waar meerdere afdelingen de schouders eronder hebben gezet. De Dordtpas loopt nu al enige tijd en ook met hele positieve resultaten en draagt daarbij ook aan de bestaanszekerheid voor veel van onze inwoners. Want een aantal van u heeft daar terecht aan gerefereerd: dat vele inwoners van onze stad worstelen met hun bestaanszekerheid, en dat dat intensieve samenwerking vraagt vanuit ons als gemeente, maar nadrukkelijk ook maatschappelijke organisaties. Denk aan de kerken, maar denk ook aan wijkteams en natuurlijk ook de sociale dienst. Er is de afgelopen jaren ook veel gebeurd waarmee we denk ik ook wel resultaten hebben bereikt die uiteindelijk op de langere termijn effect zullen sorteren. Denk bijvoorbeeld ook aan het sneller in beeld krijgen van mensen met schuldenproblematiek en het nog gerichter ondersteunen van minima. Dat geeft mij ook een Brengt mu j ook tot een bruggetje near de motie M3 over het minimabeleid.

Want gisteren heeft u inderdaad de Nibud-rapportage ontvangen. Die ochtend heb ik hem met de sociale dienst besproken en van een brief voorzien en met de regio gedeeld. Want voor de goede orde: het minimabeleid is nog steeds regionaal beleid. U spreekt er vandaag over, omdat u eigenlijk at staat te trappelen om er in de toekomst ook een lokale invulling aan te geven. Het is wel goed om te zien dat in die rapportage dat daaruit blijkt dat de verschillende minimagroepen, de verschillende huishoudens dat het er beter voor staat dan in 2018. Dat is gewoon goed om waar te nemen. Tegelijkertijd onderstreep ik en ondersteun ik uw zorgen waar het gaat over de bestaanszekerheid. De stijgende voedselprijzen, de stijgende woningprijzen of woning Nou ja, eigenlijk om te wonen Liberhaupt, huren en koop, maar niet te vergeten ook de energieprijzen waar grote zorgen zitten. Er is een grote generieke maatregelen afgekondigd vanuit het kabinet, waar ik persoonlijk maar matig gelukkig mee ben, want het is een enornne koopkrachtimpuls, maar wel eentje die overal terechtkomt en misschien juist net niet precies op de plekken waarvan wij zeggen: daar is die koopkrachtverbetering het hardst nodig, namelijk bij de minima.

Op dit moment wordt er wel gewerkt aan nog een aanvullend pakket, de 150 miljoen is at genoemd, maar ook nog via een motie vanuit de Kamer om ook via gemeenten nog gerichter ook op het gebied van energiearmoede te ondersteunen. Ik zeg u ook toe naar de toekomst toe: waar armoede ook door ontstaat, als mensen echt door de bodem zakken, dan kunnen ze een beroep op ons doen en dan zullen wij ze ondersteunen. Of dat nou door de rekening van de energieleverancier komt of door de hoge huurrekening of uiteindelijk door andere omstandigheden. We zijn wel aan het puzzelen hoe we dat kunnen doen, want we hebben daar ook niet ongebreideld de ruimte voor. Daarmee wit ik de motie in die zin, ja, overnemen of in ieder geval aangeven dat de motie zoals die nu geformuleerd, ik neenn de aanbeveling over, dat klopt niet, er zitten meerdere aanbevelingen in en die moeten we ook echt met elkaar bespreken hoe we daar mee om willen gaan. Ook op het moment dat wij het minimabeleid willen verruinnen, dan heeft dat ook budgetta ire consequenties, dan moet uw raad daar met elkaar over spreken. Maar ik zeg u toe dat wij de aanbevelingen uit de Nibud-rapportage dat we die ook gaan kwantificeren en dan aan u voorleggen en dat we dan aan de hand daarvan het gesprek

96

kunnen voeren. Dus ik hoop met die toezegging in ieder geval de strekking van uw motie over te nemen en dat we er dan op een ordentelijke manier later over kunnen spreken en niet in de marge van deze begrotingsbespreking.

De heer Merx: Voorzitter? De voorzitter: De heer Merx. De heer Merx: Ik probeer even te begrijpen of we het over dezelfde motie hebben. M3. Wacht even, hoor. Sorry. Verruimen minimaregeling. Oh, wacht effen. Ja. Sorry. Ja, ik had de verkeerde. Check. De voorzitter: Gaat uw door. De heer Heijkoop: Voorzitter, nog twee andere punten. Dat gaat over Norma, Zuster Norma. Ik heb u vanochtend een brief gestuurd. Ik heb daar op zich niet zo heel veel aan toe te voegen, maar het kwann ook net in uw eerste termijn langs, maar ik wil er nog wel het volgende over zeggen: vanuit de gemeente hebben wij daar een verantwoordelijkheid waar het gaat over het sociaal domein. Die strekt zich vooral op de Wmo, maar bijvoorbeeld ook op de kinderopvang, waar wij ook toezicht houden en waar wij trouwens ook gaan intensiveren, omdat we ook extra middelen krijgen om dat extra toezicht goed uit te kunnen voeren. Wat er bij Zuster Norma zich heeft voorgedaan daar zijn we door geschokt en dat is verdrietig om te zien, maar het ligt wel primair bij de inspectie. Wij kunnen als gemeente daar niet zonnaar ingrijpen. Het is pgb-zorg via de Wet langdurige zorg. Wat ik wel belangrijk vind om aan te geven: het gaat over Dordtse inwoners.

Daarom hebben de burgemeester en ik ons ook hiertoe verhouden in de zin dat we met de zorgverzekeraar en ook met de inspectie contact op hebben genomen, maar ik vind het wel belangrijk om te benadrukken dat moet niet het handelingsperspectief zijn dat we acuut een instelling zoals Zuster Norma dicht kunnen gooien. Ik wil een punt echt nog benadrukken: onze eerste aandacht gaat uit naar deze kwetsbare bewoners van Zuster Norma die dementerend zijn. De tweede groep waar we echt ook ons rekenschap voor moeten geven, zijn de medewerkers. Ik wil vanaf deze plek echt heel stevig veroordelen dat het onacceptabel is dat medewerkers die ongelofelijk hard werken, soms ook in moeilijke omstandigheden, op dit moment soms worden bedreigd naar aanleiding van deze uitzending. Dat past niet en daar nemen we verre afstand van. Dat vind ik ook heel betreurenswaardig dat dit soort signalen ons bereiken. Tot de medewerkers zal ik mij ook op korte termijn verhouden, want ik vind dat ontzettend verdrietig om te horen. Voorzitter, tot slot een persoonlijk felt. Ik hoop dat u mij daar enigszins ruimte voor geeft. Ik doe dit voor het eerst in de tien jaar dat ik politiek actief ben. Politiek is persoonlijk, en soms wordt het ook persoonlijk gemaakt, en daarom hoop ik dat u mij daar even de gelegenheid voor wil geven.

Ik ben meerdere keren zojuist ook persoonlijk aangesproken, met name ook in relatie tot het toeslagen... Met name in relatie tot het toeslagenschandaal. Het klopt dat ik daarvoor heel veel in Den Haag ben. Ik probeer daar mijn steentje bij te dragen aan een oplossing voor gezinnen die ongelofelijk hard geraakt zijn, van wie levens blijvend ontwricht zijn. Ja, ik praatte nannens de Nederlandse gemeenten met leden van het kabinet, maar ik spreek ook veel met gedupeerden, gedupeerden die ook mijn 06 hebben en waarbij ik ook de

97

verschillende werkelijkheden wekelijks, dagelijks bij elkaar zie komen. Het is het meest ingrijpende wat ik heb meegemaakt en het vraagt inderdaad veel tijd, soms ook in de weekenden dat ik elders ben. Dat is niet altijd makkelijk, ook niet voor mijn nog jonge gezin thuis. Maar ik ben ook heel dankbaar voor het werk dat in onze stad wordt verricht, ook door onze fantastische medewerkers die dag in dag uit met gedupeerden proberen te werken aan herstel. Aan herstel van vertrouwen, aan herstel van het leven van deze gezinnen. Dat maakt dat ik ook vind dat je echt ontzettend terughoudend zou moeten zijn am dit te politiek te maken. Oak in Den Haag vraag ik juist ook am het te depolitiseren, omdat de politiek hier ook heel veel ellende heeft gebracht. Gaat ook over uithuisplaatsingen. Ik vind dat we daar echt terughoudend mee moeten zijn. Ik heb inderdaad enkele weken geleden aangegeven dat er ons geen uithuisplaatsingen in Dordrecht bekend zijn. Inmiddels is er in Dordrecht sprake ook van een situatie waarbij een kind uit huis is geplaatst. Dat is een heel delicaat, gevoelig geval en ik wil het daar eigenlijk niet met u over hebben, want, nognnaals, het zou juist minder politiek nnoeten warden gemaakt.

Met het kabinet, dat zeg ik u wel, proberen we tot een landelijk werkwijze te komen die ook recht doet aan de enornne verdrietige, maar ook enornne complexiteit van deze gebeurtenissen. Oak voor onze medewerkers op het stadskantoor, het toeslagenteam, is dit ennotioneel heel belastend. Oak door de enorme toeloop, ook van mensen die niet gedupeerd zijn en die wel een heel groat beroep doen ook op deze medewerkers. Dat brengt mij ook tot een laatste zin, waarmee ik ook positief wil afsluiten, waarin ik uw raad ook wil danken voor de vaak persoonlijke support, ook op dit dossier, die ik echt breed ervaar waardoor mijn ambtenaren en ik dit werk kunnen doen. Dank.

De voorzitter: Dank u wel, wethouder Heijkoop. Mevrouw Nijhof: Voorzitter? Mag ik wethouder De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Heijkoop nog een vraag stellen? De voorzitter: Zeker mag dat. Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Nijhof: Ik ben degene die u net persoonlijk aansprak. Het vervelende is dat de burgenneester mu j niet wilde laten uitpraten, omdat ik een veel te lenge woordvoering had. Wat ik eigenlijk wilde zeggen tegen u was, als het gaat am de uithuisplaatsingen en na het drama wat zich in Nederland afspeelt, dat ik, nou ja goed, eigenlijk u als een van de wethouders zie die een groat sociaal geweten heeft, we hebben vaak met elkaar daarover gesproken ook, en dat ik graag ook een reactie wil op wat ik zojuist gevraagd heb over de thuiszitters: zeg maar, zou je bereid zijn am in ieder geval te kijken of de kwestie met het, ja, eigenlijk in aanraking komen met civielrechtelijke maatregelen, OTS, uithuisplaatsing, of dat ook deze groep betreft? De minister heeft daar al een

98

uitspraak over gedaan, minister Dekker, afgelopen week dat dit wellicht het geval zou kunnen zijn. Nou ja goed, dat is wat dat betreft zeg maar. Ik Nou ja goed, ik vind het vervelend dat ik u zo geraakt heb, maar het was niet de bedoeling om u persoonlijk op deze manier aan te spreken omdat u het zo verkeerd doet. Helemaal niet zelfs. Als u wilt ingaan op mijn thuiszittersvraag en wat ik heel graag zou willen weten van u over de zorginstelling in Dordrecht waar het zo mis is gegaan: waar kunnen mensen nou Ik begrijp dat u niet over de WLZ gaat, maar waar kunnen mensen die in Dordrecht zien dat het niet goed gaat met hun medemens of die vragen hebben over zorg nou direct terecht zodat zij niet uiteindelijk aan hoeven te kloppen, want dat was eigenlijk ook mijn punt in dit geval, bij een landelijk programma waar het uiteindelijk op deze manier gepresenteerd wordt? Hoe kunnen wij daar als gemeente eerder bij zijn? Dus waar kunnen die mensen aankloppen? Dat is eigenlijk mijn vraag aan u. We hebben onafhankelijke clientenondersteuning bijvoorbeeld, we hebben een meldpunt. Nou ja goed, ik vraag me af bijvoorbeeld hoe het komt dat die mensen zich bijvoorbeeld niet hebben gemeld tot het meldpunt of ze zich misschien wel tot het stadskantoor gewend hebben, maar dat daar dus uiteindelijk geen gehoor aan is gegeven. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter.

Dank u wel, nnevrouw Nijhof, voor deze vragen. Ik zal er proberen kort op in te gaan. Allereerst de thuiszitters. U refereert ook aan de koppeling ook met wat er gebeurd is rondom die uithuisplaatsingen. Minister Dekker heeft daar inderdaad het een en ander over gezegd. Ik heb daar in die zin niet zo heel veel aan toe te voegen. Wel heb ik met u en met de raad afgesproken om thuiszitters echt nog even een tandje dieper met elkaar te bespreken aan de hand van een themavond die we ook goed voorbereiden, u vanuit uw raad en vanzelfsprekend ook met de ambtelijke inzet vanuit de organisatie, en dan kunnen we dit punt ook wel even erbij pakken. Op dit moment is nog heel veel onduidelijk. Het kabinet is ook heel terughoudend om hier mededelingen over te doen, omdat de toeslagenaffaire loopt als een rode draad door heel veel problematiek heen. Uithuisplaatsingen hebben we het nu over, maar ook schuldenproblematiek, huisuitzettingen, soms echt hele, hele zware zorg Nou ja, goed. Dat voert te ver. Dat maakt het zo ongelofelijk complex. Maar laten we er over doorspreken tijdens die thuiszittersavond, want dan kunnen we het ook in die zin recht doen.

Wear het gaat over uw oproep over: waar kunnen mensen terecht? Nu concreet waar het gaat over Zuster Norma heb ik ook met zorgbestuurders gesproken, die zich ook zelf meldden overigens, waarin zij aangeven: wij nemen verantwoordelijkheid als mensen zich daar niet meer prettig voelen, familie besluit om hun ouders ergens toch op een andere plek onder te willen brengen. Dat is zo concreet dat ik daar gewoon een naam en een telefoonnumnner heb waar mensen eventueel bij terecht kunnen. Heb ik ook met de burgemeester gedeeld, omdat hij ook veel reacties krijgt vanuit de Dordtse sannenleving, ook in zijn rol als burgervader. Dus dat is voor deze casus die ... Kijk, waar het gaat over: waar kunnen mensen sowieso terecht? Ik krijg zelf ook wel eens mails van mensen. Ik probeer er altijd serieus mee om te gaan en dat ook uit te zoeken en ook contact op te nennen met zorgaanbieders. Soms zit er heel veel emotie bij, soms is het ook moeilijk om te doorgronden wat er aan de hand is, of er echt sprake is van fouten in de zorgverlening of dat er soms ook iets is met de persoon zelf of met het familielid. Er kunnen ook allerlei, ja, dat hoef ik u niet te vertellen, maar ingewikkelde achtergronden in nneespelen. We proberen dat echt

99

zorgvuldig te doen. Uiteindelijk nnoet men zich wel eerst primair wenden ook tot bijvoorbeeld de klachtencommissie binnen een zorginstelling. Als dat niet lukt, zijn er nog andere gremia. De Wmo-adviesrecht zou daar wellicht ook een rol in kunnen spelen, maar dat blijft heel ingewikkeld, en natuurlijk altijd de inspectie die hier toch echt voor aan de lat zou nnoeten staan. Daar vinden we allemaal wat van, ook hoe er soms wordt opgetreden, maar ik ken mijn verantwoordelijkheden, maar ook mijn beperkingen in die zin. Dus ik ben altijd aanspreekbaar op onze inzet, dat doet de burgemeester in dit geval ook, maar wij kunnen geen ijzer met handen breken.

De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie nog een vraag van de heer Veldnnan. Gaat uw gang.

De heer Veldman: Ja, voorzitter. Wet van een iets andere orde, maar ik stel hem toch. Ik heb heel kort in mijn betoog het gehad over COVID en de kracht en de veerkracht die we vorig jaar in de samenleving hebben laten zien, onder andere Licht voor Dordt, maar ook andere dingen. Nou kent de wethouder mu j allicht dat ik absoluut niet wil dat de stad of het gemeentebestuur die initiatieven overneemt, maar ik zou wel een warm pleidooi willen hebben voor stel dat het weer, nou ja, richting verdere maatregelen rond COVID gaat en dat type activiteiten zijn nodig dan wel ontstaan vanuit het grondvlak van onze stad, dan zou ik graag uw toezegging hebben dat dat vanuit de genneente waar mogelijk wordt ondersteund.

De heer Heijkoop: la, voorzitter. U heeft een volledige toezegging vanuit het hele college. We staan in die zin echt gesteld. Ik ben het helemaal met u eens. Het was indrukwekkend wat we hebben gezien vorig jaar wat er vanuit de samenleving tot stand is gekomen. We hebben daar intensief contact mee, eigenlijk nog steeds. Sterker nog, we proberen dat ook echt te borgen naar de toekomst toe om ook die kracht vanuit de samenleving, nou ja, actief te houden. Ook door misschien op onderdelen zelfs een soort van subsidierelatie aan te gaan om als een soort aanjager, dus niet zozeer om hun bestaan te legitimeren, maar meer om het mogelijk te maken en ook andere organisaties, bijvoorbeeld Stichting Maatschappelijk Betrokken Ondernemen die tijdens die crisis zich heeft getoond, die zijn ook nog steeds nadrukkelijk betrokken bij bijvoorbeeld afgelopen zaterdag het ronddelen van mantelzorgpakketten, wat direct ook voortkomt uit de COVID-crisis waardoor mensen niet bij elkaar kunnen komen. Dus die toezegging doe ik u van harte, ja.

De voorzitter: Hartelijk dank, wethouder Heijkoop. Ook voor uw persoonlijke noot. Dank ook voor de opmerkingen die u maakte, want dat zorgde ervoor dat deze persoonlijke noot hier plaatsvond. Dank. Dan gaan we door met de volgende uit het college. Dat is wethouder Van der Linden. Die is ook al paraat. Het woord is aan wethouder Van der Linden.

De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik hoor een aantal collega's en ik hoor ook een aantal woordvoeringen al een beetje voorsorteren op: nou, het was een nnooie vier jaar en bedankt voor de samenwerking. Dat is ook wel terecht, want we zitten in de fase van een laatste begroting van een lange periode. Vier jaar is heel kort, maar eigenlijk ook heel lang, want als je gaat optellen wat we allemaal hebben

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/344/documents/14762