Inspectierapport Incidenteel Onderzoek KDV Happy4kids november 2025.pdf
Tekst van het document
Als het kind in de stoel zit, praat zij op boze toon tegen hem en zegt onder andere: "Je bent hier net een uur binnen. Een uur ben je binnen." En: "Zolang je niet luistert, [onverstaanbaar]." De beroepskrachten geven geen of verkeerde informatie aan kinderen; de situatie is voor kinderen onduidelijk en onvoorspelbaar. De beroepskrachten zijn onvoldoende gevoelig voor de signalen die een kind geeft en reageren niet of te laat op de signalen of vragen van een kind. Hun reactie sluit vaak niet aan op de vraag of behoefte van het kind. Het kind voelt zich genegeerd of afgewezen. De toezichthouders zien op de camerabeelden van 12 november 2025 het volgende: • De uitzendkracht is klaar met voorlezen. De kinderen lopen richting de speelhoek met foamblokken. Ze lopen langs beroepskracht B die op een stoel zit. Beroepskracht B zegt dat de kinderen niet meer in de speelhoek mogen spelen. Zij zegt dat de kinderen mogen spelen in de keuken of met de auto's. Een paar minuten later spelen de kinderen toch in de speelhoek met foamblokken. • Een peuter speelt in de speelhoek met foamblokken. Hij maakt het hekje open en stapt de speelhoek uit. Beroepskracht B zit op een stoel met een kind op schoot. Ze zegt: "Als je d'r uit gaat, blijf je d'r uit. Als je d'r uit gaat, ga je niet meer d'r in. Maak die hek dicht" De jongen zegt iets tegen de beroepskracht.
Zij antwoord: "Nee, je gaat nu niet naar die toilet." De jongen doet het hekje dicht. De beroepskracht zegt opnieuw: "Je kan nu niet naar het toilet. Zie je niet dat we bezig zijn? Je moet even wachten." Kinderen hebben onvoldoende de mogelijkheid om (leer)ervaringen op te doen dankzij de groep, spelmateriaal, activiteiten en inrichting De meeste kinderen zijn een aanzienlijk deel van de tijd niet echt met iets bezig. Dit geldt voor vrij spel en gestructureerde activiteiten. De kinderen zijn snel afgeleid, niet geconcentreerd; er is geen echte aandacht voor waar zij mee bezig zijn.
21 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
De buitenruimte is niet stimulerend en uitdagend voor kinderen. De beroepskrachten helpen de kinderen niet bij het aangaan van gezamenlijke spelvormen. De beroepskrachten maken weinig tot geen gebruik van leermomenten voor de baby's. Baby's brengen relatief veel tijd op passieve wijze door of hebben speelgoed waar zijzelf betekenis aan moeten geven. Er is geen evenwichtig programma. Er is nauwelijks gelegenheid voor vrij spel of juist vooral/alleen maar vrij spel. De activiteiten zijn eenzijdig en stimuleren weinig ontwikkelingsgebieden. Veel kinderen vervelen zich; zij lopen doelloos rond, komen niet tot gericht spel, zijn niet geconcentreerd. De toezichthouders zien op de camerabeelden van 12 november 2025 het volgende: • Er is vooral sprake van vrij spel. De meeste peuters spelen alleen in de speelhoek met foamblokken. Zij spelen luidruchtig met de foamblokken en lopen heen en weer door het hekje dat de speelhoek afsluit. • De dreumesen lopen met name door de groepsruimte. Enkele dreumesen zijn veel bezig met het witte hekje bij de ingang van de groepsruimte. • Er is weinig spelmateriaal zichtbaar. De kinderen spelen met een mandje, een balletje en een vliegtuig. • De beroepskrachten bieden geen spelmateriaal aan en geven de kinderen geen ideeën voor spel met de foamblokken of spel buiten de speelhoek. • Baby's en dreumesen zitten veel en lang in kinderstoelen.
Zij krijgen geen spelmateriaal aangeboden. • Er wordt alleen gebruik gemaakt van de babyhoek om baby's de fles te geven. 1 baby wordt door een beroepskracht in de box op haar buik gelegd. De toezichthouders zien tijdens het inspectiebezoek op 17 november 2025 het volgende:
•
De kinderen zitten verplicht lang aan tafel of in een hoge stoel. Tijdens deze momenten wordt er geen spel of speelgoed aangeboden.
• •
Tijdens het vrij spel is er weinig speelgoed zichtbaar op de groep.
•
In de groepsruimte is een autohoek, een keukenhoek en een ruimte met foamblokken. Er is weinig los speelgoed zichtbaar. In de babyhoek staat een bak met blokken. Deze is niet bereikbaar voor de kinderen.
De babyhoek wordt alleen gebruikt om een baby in de box te leggen. De baby krijgt een babygym aangeboden in de box. Er hangt ook een boxmobiel met knuffeldiertje in de box.
Basisdoel 3. Het stimuleren van de ontwikkeling van de sociale competentie De houder draagt er zorg voor dat kinderen worden begeleid in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden. (bron: Besluit Kwaliteit kinderopvang) De kinderen zijn geen deel van de groep De beroepskrachten hebben geen actieve rol in het realiseren van een positieve groep. Zij houden voornamelijk toezicht, voeren zorgtaken uit en regelen de activiteiten. Bij verzorgende of organisatorische activiteiten is er geen of nauwelijks inbreng mogelijk van kinderen. Kinderen 'ondergaan' de sturing door de beroepskracht. 22 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
De toezichthouders zien op de camerabeelden van 12 november 2025 het volgende: • De beroepskrachten zitten veel bij de tafel, waar zij met elkaar praten, op een telefoon bezig zijn of op de iPad kijken. Zij hebben dan geen aandacht voor de kinderen. Of zij zitten op een stoel en kijken naar de kinderen, waarbij zij op afstand kinderen corrigeren. • De beroepskrachten hebben geen actieve houding en ondernemen nauwelijks activiteiten met de kinderen. • De beroepskrachten hebben geen positieve interactie met de kinderen. Zij commanderen de kinderen, schreeuwen tegen de kinderen, laten kinderen huilen en lang aan tafel zitten. De beroepskrachten maken geen grapjes, geven geen complimentjes aan de kinderen en zorgen op geen enkele manier voor een fijne sfeer. • De beroepskrachten hebben alleen contact met de kinderen om hen te corrigeren of te sturen, bijvoorbeeld om aan tafel te gaan zitten. • Een beroepskracht maakt brood klaar voor de kinderen. Ze laat de kinderen beleg kiezen door 2 soorten beleg voor hen te houden. Ze zegt daarbij niets. • De beroepskrachten betrekken de kinderen niet bij organisatorische taakjes, zoals het dekken van de tafel of het vegen van de vloer. De beroepskrachten weten weinig over de sociale ontwikkeling van baby's. Zij sluiten niet aan op de belangstelling en leerbehoefte van baby's. Bijv. weinig tegen baby's praten.
De toezichthouders zien op de camerabeelden van 12 november 2025 het volgende: • Beroepskracht A en B zitten beiden een met een baby op schoot. Zij praten met elkaar en hebben geen aandacht voor de baby's op hun schoot. De melder heeft het volgende gezien op 12 november 2025: • Beroepskracht A tilt een baby op en 'slaat' met het armpje van de baby een andere baby. De beroepskrachten moedigen door de kinderen geïnitieerde gesprekjes niet aan. Vragen, reacties of opmerkingen van kinderen worden genegeerd; het wordt niet of zeer slecht benut om een dialoog of groepsgesprek te starten. De toezichthouders zien op de camerabeelden van 12 november 2025 het volgende: • De kinderen spelen voornamelijk vrij in de groepsruimte en speelhoek met foamblokken. Ze zoeken tijdens hun spel geen contact met de beroepskrachten. Wanneer er kinderen aan tafel zitten, reageren de beroepskrachten niet of alleen in negatieve vorm op de kinderen. • De kinderen zitten rustig aan tafel met een soepstengel. Een jong kind brabbelt 'mama'. Een ouder kind zegt het 2x na. Het jonge kind zegt weer 'mama'. Beroepskracht A zegt: "Kunnen jullie alsjeblieft je mond houden?" • Tijdens tafelmomenten voeren de beroepskrachten geen gesprekjes met de kinderen.
De beroepskrachten ondersteunen de kinderen onvoldoende in hun onderlinge interactie De beroepskrachten grijpen niet of nauwelijks in bij negatieve interacties tussen kinderen (plagen/ pesten, kibbelen, schelden, slaan, vechten). Kinderen worden nauwelijks terechtgewezen. Of: De beroepskrachten grijpen niet adequaat in (bv dreigen, irritatie, straf zonder uitleg). Kinderen krijgen geen kans om aanleiding en verloop van het conflict uit te leggen. Kinderen begrijpen niet wat wèl passend is in de situatie. De toezichthouders zien op de camerabeelden van 12 november 2025 het volgende: • De kinderen zitten aan tafel. Beroepskracht A zit bij de tafel en praat met de andere 2 beroepskrachten die verder bij de tafel vandaan zitten. Een kind aan tafel jammert. Beroepskracht A kijkt opzij naar de kinderen en schreeuwt opeens hard: "Waarom? Waarom?" 23 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
•
De kinderen kijken haar beduusd aan. "Begin te pakken!" schreeuwt beroepskracht A tegen een kind. De uitzendkracht zegt rustig tegen het kind dat er 3 stukken soepstengel op de grond liggen en wijst 2 van de stukken aan. Enkele peuters spelen in de speelhoek met foamblokken. Beroepskracht A rijdt op een bureaustoel naar de speelhoek en zegt: "Niet doen! Hallo! Wat ben jij allemaal aan het doen! Laat hen gewoon naar binnen."
De toezichthouders zien tijdens het inspectiebezoek op 17 november 2025 het volgende: • Een beroepskracht zegt buiten tegen een kind: "Hé joh, we gaan niet duwen. Ga de bal maar schoppen." • Tijdens het aandoen van de jassen en schoenen zegt een beroepskracht: "Zullen we van elkaar afblijven?" Later pakt zij de hand van een kind vast en zegt: "We gaan geen kindjes duwen." Weer later pakt zij een kind ruw vast bij de bovenarmen en zegt: "We gaan niet duwen!"
Basisdoel 4. Het overdragen van waarden en normen De houder draagt er zorg voor dat kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij. (bron: Besluit Kwaliteit kinderopvang) Beroepskrachten vervullen geen voorbeeldfunctie in spreken en handelen Er is nauwelijks sprake van professioneel handelen door de beroepskrachten. Zij hanteren persoonlijke waarden en normen in de omgang met anderen en/of de fysieke omgeving die afwijken van de normen en waarden van de organisatie/ kindcentrum of pedagogisch beleid. Dit kan bijvoorbeeld ook blijken uit de wijze hoe gesproken wordt over ouders of kinderen. Er is geen open aanspreekcultuur. De toezichthouders zien op de camerabeelden van 12 november 2025 het volgende: • Terwijl de kinderen een soepstengel eten, praten de beroepskrachten over de ouders van de kinderen. Zij vinden de ouders respectloos naar hen toe. Beroepskracht A zegt: "Who the fuck weet ik wanneer het gegeven wordt. Het boeit hun niet wat ons schema is. Het boeit voor hun niet wat wij doen. Ze droppen hun kind en klaar." • Een meisje pakt grote knuffelaap uit de baby hoek. Ze speelt loopt ermee in de groepsruimte, gaat op de knuffel liggen en lacht.
Ze tilt de knuffel op en laat hem zien aan beroepskracht A. De beroepskracht slaat de knuffel uit de handen van kind, pakt de knuffel op en slaat ermee tegen beide kanten van het gezicht van het meisje. Beroepskracht A loopt met de knuffel naar de babyhoek waar 2 dreumesen zijn en schreeuwt uit het niets: "Weg! Weg!" En dan schreeuwt zij nog harder: "Weg!" Ze wijst hierbij de groepsruimte in. De 2 dreumesen lopen de groepsruimte in. De beroepskracht legt de knuffel in de babyhoek en sluit het hekje van de babyhoek. • Beroepskracht A heeft een grote baby op schoot. De baby slaat met het handje tegen de nek en schouder van beroepskracht A. De beroepskracht zegt: "Moet je me mishandelen? Moet je mishandelen?" En dan luider: "Moet je me mishandelen?" Daarna gaat zij met haar gezicht naar het gezicht van het kind en zegt "Whoeh!". Dan legt ze haar hand met de vingers gespreid op het gezicht van de baby en zegt: "Moet ik jóu eens slaan? Moet ik jóu eens slaan?" Ze haalt haar hand 5 keer over het gezicht van het kind, van boven naar beneden.
24 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
De melder heeft het volgende gezien op 12 november 2025: • De uitzendkracht haalt een kruimel uit het haar van een kind. De eigenaresse is op de groep en vraagt met stemverheffing aan de uitzendkracht wat zij doet. De uitzendkracht vertelt dat zij een kruimel uit de haren van het kind haalde. De eigenaresse zegt hard dat zij dacht dat het luizen waren. Interacties tussen beroepskrachten en kind zijn schaars en onvriendelijk. Uit het handelen van de beroepskrachten blijkt irritatie/ergernis of stress. Gedragssignalen van kinderen worden genegeerd of verkeerd geïnterpreteerd. De toezichthouders zien op de camerabeelden van 12 november 2025 het volgende: • Om 10.01 uur geeft beroepskracht A in de babyhoek een baby de fles. Een peuter loopt in de groepsruimte met een mandje. Hij loopt naar de speelhoek met foamblokken naast de babyhoek. Hij hurkt en doet iets in zijn mandje. Beroepskracht A roept opeens hard: "Ga maar aan tafel zitten. Nu!" De jongen kijkt op naar beroepskracht A. De beroepskracht schreeuwt: "Ga aan tafel zitten, want je loopt met eieren te gooien, toch. Ga aan tafel zitten!" De jongen kijkt haar vragend aan en loopt rustig de speelhoek uit richting de tafel. Hij blijft de beroepskracht vragend aankijken. De beroepskracht schreeuwt nog harder: "Ga aan tafel zitten!" De jongen gaat aan tafel zitten. De jongen zit een half uur aan tafel zonder spelmateriaal.
De beroepskrachten negeren hem. Om 10.29 uur laat de uitzendkracht de jongen van tafel gaan. • Een dreumes speelt met het witte hekje bij de deur. Beroepskracht A ziet dit en roept: "Neehee!" Ze loopt naar de dreumes toe, grijpt hem vast, brengt haar gezicht dicht bij zijn gezicht en schreeuwt: "(Naam kind), nee! (Naam kind), klaar nu!" Ze houdt haar gezicht dicht bij het gezicht van de dreumes en kijkt hem aan. Dan zet zij hem op de grond en loopt weg. • Beroepskracht A loopt naar de tafel. Ze tilt een kind op en zegt: "Hou op en luister. Mijn oren!" • De kinderen zitten aan tafel, beroepskracht A zit bij de kinderen aan tafel. Achter beroepskracht A staan een kinderwagen en een buggy. In de buggy zit een dreumes die zacht brabbelt. Beroepskracht A draait zich om en zegt: "Luister, slaap verder. Slaap verder. Want niemand vraagt." • Een kind verschuift het hekje dat voor de speelhoek met foamblokken staat. Beroepskracht A rent eropaf, trekt aan de arm van het kind, zet hem op de grond en zegt: "Doe die dingen niet!" Aanvullende opmerking pedagogisch klimaat Op 17 november 2025 hebben de toezichthouders ook een pedagogische observatie uitgevoerd op groep 2. Uit deze observatie blijkt dat de beroepskrachten de 4 pedagogische basisdoelen op deze groep wel waarborgen.
De positieve observatie op groep 2 weegt echter niet op tegen de beschreven voorbeelden van het pedagogisch klimaat op groep 1.
Gebruikte bronnen • • • • • • • • •
Gesprek met de houder (op 17 november 2025) Gesprek met de beleidsmedewerker (op 17 november 2025 en 19 november 2025) Gesprek met de adviseur van de houder (op 17 november 2025 en 19 november 2025) Gesprek met de beroepskrachten (17 november 2025) Telefonisch en e-mailcontact met de melder (13 november 2025 en 27 november 2025) Telefonisch contact met de pedagogisch coach VE (op 27 november 2025) Telefonisch contact met de pedagogisch coach IKK (op 27 november 2025) Observatie (17 november 2025) Veldinstrument observatie pedagogische praktijk (0-4 jaar) 25 van 46
Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
• • • •
Pedagogisch beleidsplan Happy4Kids versie 2025 (ontvangen op 24 november 2025) Notulen teamvergadering 21 oktober 2025 (ontvangen op 17 november 2025) Verslag pedagogische coaching op 4 en 7 augustus 2025, 26 september 2025 en 31 oktober 2025 (ontvangen op 17 november 2025) Camerabeelden groepsruimte groep 1 (opgenomen door de houder op 12 november 2025, bekeken door de toezichthouders op 19 november 2025)
Informatie over het gebruik van camerabeelden als bron Artikel 5:17 lid 1 Awb bepaalt dat een toezichthouder bevoegd is inzage te vorderen van zakelijke gegevens en deze zo nodig te kopiëren, voor zover noodzakelijk in het kader van de redelijke uitoefening van zijn taak (art 5:13 Awb). Algemeen wordt aangenomen dat met ‘gegevens en bescheiden’ elke drager van gegevens wordt bedoeld. Beeld- en geluidsopnames vallen hier ook onder. Indien de toezichthouder in dit geval van oordeel is dat het opvragen van de beeld- en geluidsopnames noodzakelijk is in het kader van de redelijke uitoefening van zijn taak - het toezien op verantwoorde kinderopvang op grond van artikel 1.61 Wko –, dan is hij bevoegd inzage van die beeld- en geluidsopnames te vorderen en is ingevolge art 5:20 Awb een ieder, dus ook de houder van het kindercentrum, verplicht gevolg te geven aan deze vordering tot medewerking aan een toezichtbevoegdheid. Ingevolge artikel 5:18 lid 1 is de toezichthouder bevoegd zaken te onderzoeken en aan opneming te onderwerpen. De bevoegdheid tot het bekijken en beluisteren van de opnames is in deze hierop gebaseerd. De melding bevat signalen van grensoverschrijdend gedrag door medewerkers, waaronder verbale vormen (spreken met stemverheffing).
Om deze gemelde vormen van grensoverschrijdend gedrag te kunnen onderzoeken en te beoordelen heeft de toezichthouder het bekijken van de camerabeelden en het beluisteren van geluidsfragmenten die horen bij de camerabeelden redelijkerwijs noodzakelijk kunnen achten. Het bekijken en beluisteren van videobeelden valt onder de AVG, omdat het gaat om de verwerking van persoonsgegevens (herkenbare beelden en geluiden van personen). De algemene grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens is artikel 6 lid 1 onder e AVG: taak van algemeen belang of taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen. De specifieke grondslag is gelegen in de Wet kinderopvang (Wko). Naleving van de Wko is een taak van de gemeente (college): Artikel 1.61 Wko. Het college wijst de GGD aan als toezichthouder (artikel 1.61 lid 2). Het onderzoek staat beschreven in artikel 1.62 Wko: de inspecteur beoordeelt of de kinderopvang eisen van de wet naleeft. De toezichthouder voert het onderzoek uit in lijn met Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang en handelt conform de Landelijke richtlijn inrichting signalenproces. De Wko geeft geen beschrijving van specifieke persoonsgegevens die verwerkt kunnen worden tijdens het onderzoek. Dit is ook niet vereist.
De Wko en specifiek de bepalingen over het onderzoek door de toezichthouder kan als basis fungeren voor verscheidene verwerkingen die noodzakelijk bij het verrichten van wettelijke taken (overweging 45 AVG). Het bekijken én beluisteren van camerabeelden wordt in het huidige onderzoek als redelijkerwijs noodzakelijk gezien voor de vervulling van de taak van de toezichthouder. De toezichthouder was daarmee bevoegd om de beeld- en geluidsopnames te vorderen en te gebruiken. Relevante artikelen: artikel 5:13, 5:17, 5:18 Awb, artikel 1.61 en 1.62 Wko.
26 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
Personeel en groepen In het hoofdstuk ‘Personeel en groepen’ beoordeelt de toezichthouder de volgende onderwerpen: • verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang; • opleidingseisen; • stabiliteit van de opvang voor kinderen. Hieronder staat per onderwerp de beoordeling en een toelichting van de toezichthouder. Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang De houder voldoet niet volledig aan de volgende 2 voorwaarden. In het bezit van een verklaring omtrent het gedrag zijn: a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum en de bestuurder, vennoot, maat of beheerder van dat kindercentrum; b. de participerende ouder; c. de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; d. de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waar kinderen worden opgevangen; e. de personen die uit hoofde van hun functie toegang hebben of zullen hebben tot informatie over de kinderen die worden opgevangen; f.
de personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op het kindercentrum, gevestigd op een woonadres. Voor zover het natuurlijke personen betreft is eenieder als bedoeld in de onderdelen a tot en met f ingeschreven in het personenregister kinderopvang en gekoppeld aan de houder. (art 1.50 lid 3 en 1.48d lid 3 Wet kinderopvang) Na inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen. (art 1.48d lid 3 en 1.50 lid 4 Wet kinderopvang)
De houder voldoet wel aan een deel van de beoordeelde voorwaarden voor de verklaringen omtrent het gedrag en het Personenregister kinderopvang. Hieronder staat eerst beschreven waar de houder niet aan voldoet. Daarna staat beschreven waar de houder wel aan voldoet. Voldoet niet - uitzendkracht Op 12 november 2025 heeft de houder een uitzendkracht ingezet die niet gekoppeld is aan organisatie in het Personenregister kinderopvang. De uitzendkracht staat ingeschreven in het Personenregister kinderopvang. De uitzendkracht heeft op 11 november 2025 zelf een koppelverzoek aan de houder gestuurd. De houder heeft de uitzendkracht niet gekoppeld aan de organisatie. Op 18 november 2025 heeft de uitzendkracht haar koppelverzoek weer ingetrokken.
27 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
Voldoet wel - vaste beroepskrachten, stagiaire en pedagogisch coaches De beroepskrachten en de stagiaire, die de houder heeft ingezet in de periode 1 tot en met 31 oktober 2025 en op 12 en 17 november 2025, staan ingeschreven in het Personenregister kinderopvang. De houder heeft hen gekoppeld aan de kinderopvangorganisatie. Ook de pedagogisch coaches staan ingeschreven in het Personenregister kinderopvang en zijn gekoppeld met de houder.
Opleidingseisen De houder voldoet aan de beoordeelde voorwaarden voor de opleidingseisen. Hieronder staat waaruit dit blijkt: Alle beroepskrachten, die ingezet zijn in de periode 1 tot en met 31 oktober 2025 en op 17 november 2025, hebben een passende opleiding volgens de geldende cao Kinderopvang. De houder heeft aangetoond dat de ingezette beroepskrachten voldoen aan de taaleis IKK. De beroepskrachten die werken met 0-jarigen hebben aanvullende scholing gevolgd gericht op het werken met baby's. Ook de pedagogisch coaches hebben een passende opleiding volgens de geldende cao Kinderopvang.
Stabiliteit van de opvang voor kinderen De houder voldoet aan de beoordeelde voorwaarde voor stabiliteit voor de opvang van kinderen. Hieronder staat beschreven waar dit uit blijkt: Vaste gezichtencriterium De houder heeft kinderen tot 1 jaar maximaal 2 vaste beroepskrachten gegeven. De houder heeft kinderen van 1 jaar en ouder maximaal 3 vaste beroepskrachten gegeven. In de periode 1 tot en met 31 oktober 2025 is op de meeste dagen, op de dag dat een kind aanwezig is, minimaal 1 van zijn of haar vaste beroepskrachten werkzaam op de stamgroep van het kind. De toezichthouder merkt op dat op 3 oktober 2025 op groep 1, van 4 kinderen van 0 jaar niet minimaal 1 van zijn of haar vaste beroepskrachten werkzaam is. Uit informatie op het rooster blijkt het volgende: • De vaste beroepskracht op groep 1 was afwezig in verband met ziekte, vakantie of verlof. • De vaste beroepskracht was afwezig voor een aansluitende periode korter dan vier weken. • De houder heeft in het pedagogisch beleidsplan opgeschreven hoe, bij het inzetten van een andere beroepskracht, de emotionele veiligheid van en stabiliteit voor het kind wordt geborgd. De houder handelt volgens dit beleid. Dit leidt in de praktijk naar het oordeel van de toezichthouder tot verantwoorde kinderopvang.
De houder mag, in afwijking van het vaste gezichtencriterium, tijdelijk een andere beroepskracht inzetten voor een vaste beroepskracht. Dit mag onder bepaalde voorwaarden als een vaste beroepskracht ziek is, verlof heeft of op vakantie is. Er moet dan sprake blijven van verantwoorde kinderopvang en de emotionele veiligheid en stabiliteit voor kinderen is geborgd. 28 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
Bovenstaande blijkt uit het personeelsrooster en de aanwezigheidsregistratie van 1 tot en met 31 oktober 2025.
Gebruikte bronnen • • • • • • • • • • • • • •
Gesprek met de beleidsmedewerker (op 17 november 2025 en 19 november 2025) Gesprek met de beroepskrachten (op 17 november 2025) Contact met de melder (op 27 november 2025) Observatie (17 november 2025) Camerabeelden groepsruimte groep 1 (opgenomen door de houder op 12 november 2025, bekeken door de toezichthouders op 19 november 2025) Pedagogisch beleidsplan Happy4Kids versie 2025 (ontvangen op 24 november 2025) Bewijs gevolgde babyscholing Diploma/kwalificatie beroepskrachten Diploma/kwalificatie pedagogisch beleidsmedewerkers Bewijs 3f taalniveau beroepskrachten Presentielijst (1 tot en met 31 oktober 2025) Personeelsrooster (1 tot en met 31 oktober 2025) Personenregister Kinderopvang VOG-verificatie houder
29 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
Veiligheid en gezondheid In het hoofdstuk ‘Veiligheid en gezondheid’ beoordeelt de toezichthouder de volgende onderwerpen: • veiligheids- en gezondheidsbeleid; • meld-, overleg- en aangifteplicht. Hieronder staat per onderwerp de beoordeling en een toelichting van de toezichthouder. Veiligheids- en gezondheidsbeleid De houder voldoet niet aan de volgende 3 voorwaarden: De houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang ) Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de risico’s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich brengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen; - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen; - het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen.
(art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 3 onder b Besluit kwaliteit kinderopvang) Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een plan van aanpak waarin in concrete termen is aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen, teneinde deze voornaamste risico’s met grote gevolgen betreffende veiligheid, gezondheid en het risico op grensoverschrijdend gedrag in te perken en de handelswijze indien deze risico’s zich verwezenlijken. De houder van een kindercentrum beschrijft bij de maatregelen die gericht zijn op het inperken van het risico op grensoverschrijdend gedrag, in ieder geval de wijze waarop hij de dagopvang zodanig organiseert dat een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. (art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 3 onder c en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang)
De houder voldoet wel aan de overige beoordeelde voorwaarden voor het veiligheids- en gezondheidsbeleid. Hieronder staat eerst beschreven waar de houder niet aan voldoet. Daarna staat beschreven waar de houder wel aan voldoet. Voldoet niet Uitvoering in praktijk De houder heeft een veiligheids- en gezondheidsbeleid. De houder zorgt er onvoldoende voor dat de beroepskrachten handelen volgens het veiligheids- en gezondheidsbeleid. 30 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
Tijdens het inspectiebezoek op 17 november 2025 werkten de beroepskrachten niet volgens het veiligheids- en gezondheidsbeleid op de volgende onderwerpen: • Handhygiëne/overdracht van ziektekiemen • Bewaren van flesvoeding • Vallen van hoogte • Gezond buiten milieu Dit blijkt uit de volgende 4 voorbeelden: 1. Handhygiëne/overdracht ziektekiemen In het veiligheids- en gezondheidsbeleid staat bij 'Het voorkomen van (de verspreiding van) ziektekiemen': 'Pedagogisch medewerkers wassen hun handen met zeep en water. We wassen onze handen altijd bij; • voor het (klaarmaken van) eten; • na een toiletbezoek; • na het verschonen van een kind; • na het aaien of knuffelen van (huis-)dieren; • na het buitenspelen; • na het schoonmaken. Dus ook nadat je een vaatdoekje hebt gebruikt; • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus. • na het verzorgen van wondjes • na het in contact komen met lichaamsvocht • bij zichtbaar vieze handen' De toezichthouders zien het volgende: Tijdens het inspectiebezoek wast een beroepskracht niet direct na het verschonen haar handen. Zij zet een baby in de kinderstoel. De baby stopt de hand van de beroepskracht in haar mond. De beroepskracht reageert: "Ga je in mijn handschoen bijten, lekker." Daarna loopt de beroepskracht terug naar de verschoonplek, doet haar handschoenen uit en wast haar handen. 2.
Bewaren van flesvoeding In het beleid 'protocol flesbereiding Happy4kids' staat bij 'verantwoordelijkheid van het kinderdagverblijf': 'Het medewerksters van het kinderdagverblijf zorgen ervoor dat de datum van openen op de verpakking komt te staan. Een open pak voeding is 1 maand houdbaar en zal daarna weggegooid worden.' De toezichthouders zien het volgende: Tijdens het inspectiebezoek laat 1 van de beroepskrachten aan de toezichthouder zien waar de flesvoeding bewaard wordt. In de kast staan 4 verschillende verpakkingen. Op 1 van de open verpakkingen staat geen datum van meegeven en/of datum van openen. De beroepskracht weet niet hoe lang deze verpakking al open is. 3. Vallen van hoogte In het veiligheids- en gezondheidsbeleid staat bij het risico 'vallen van hoogte': '- Er wordt goed gelet op de combinatie kind-triptrap/bank, waarbij gekeken wordt in hoeverre het kind zelfstandig kan zitten (gebruik wel/geen stoelverkleiner/ beugel/tuigje) en in hoeverre het 31 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
kind rustig kan zitten (wel/ niet naast de pedagogisch medewerker plaatsen).' De toezichthouders zien het volgende: De kinderen zitten veel aan tafel. Tijdens deze tafelmomenten gaan verschillende kinderen meerdere keren staan op de hoge bank bij de tafel. Een dreumes klimt meerdere keren op de tafel. De beroepskrachten corrigeren de kinderen door te zeggen: "(Naam kind), blijf op je billen!" De kinderen gaan steeds weer staan op de bank. 4. Gezond buiten milieu In het veiligheids- en gezondheidsbeleid staat: 'Wanneer kinderen buiten spelen controleert de pedagogisch medewerker altijd eerst de buiten ruimte, op de aanwezigheid van ongedierte, uitwerpselen, afval en andere zaken die een risico vormen voor de veiligheid en daarmee ook de gezondheid van de kinderen.' Daarnaast staat er in het 'protocol buitenspelen': 'We leren de kinderen dat ze geen blaadjes van de heg mogen plukken en we vegen voor de kinderen naar buiten gaan de bladeren op het plein weg.' De toezichthouders zien het volgende: Tijdens het inspectiebezoek van 17 november 2025 zien de toezichthouders dat er veel bladeren op het buitenspeelplein liggen. De kinderen zijn dan buiten op het plein. Grote risico's In het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschrijft de houder niet volledig alle voornaamste risico's, met grote gevolgen voor de veiligheid en gezondheid van kinderen.
Ten tijde van het inspectiebezoek beschrijft de houder in het veiligheids- en gezondheidsbeleid niets over 4 risico's die de toezichthouders zien op de locatie. Het gaat om de volgende risico's: • Overdracht van ziektekiemen door het gebruik van kapotte verschoonkussens. • Verwondingen door kapotte spelmaterialen • Verstikking door het eten van stenen • Verstikking door het gebruik van een niet passend boxkleed De toezichthouders zien tijdens het bezoek aan de locatie het volgende: • Op groep 1 zijn 2 verschoonkussens aanwezig. Beide verschoonkussens zijn beschadigd. Er zitten scheuren in de toplaag van het aankleedkussen. Kapotte aankleedkussens zijn niet goed te reinigen waardoor een risico is op overdracht van ziektekiemen. In de hygiënerichtlijnen voor de kinderopvang van het RIVM staat: 'Vervang het verschoonkussen direct als het beschadigd is.' • Tijdens het buitenspelen zien de toezichthouders dat verschillende spelmaterialen kapot zijn. Twee metalen fietsen hebben geen trappers meer. Er steken nu metalen stangen uit. Het plastic van de schommelbankjes is op verschillende plekken kapot. Daardoor steken er scherpe punten plastic uit. • Een deel van het hek van het plein is vervangen door een nieuw metalen hek. Direct achter het hek ligt grind. De kinderen kunnen deze steentjes pakken. Uit gesprekken met de beroepskrachten blijkt dat dit een aantal keer gebeurd is.
• Tijdens het inspectiebezoek van 17 november 2025 zien de toezichthouders dat de beroepskrachten de 2 hoge boxen op groep 1 gebruiken om baby's in te leggen. In beide boxen ligt een boxkleed dat veel te klein is voor de boxen. Hierdoor is er een risico op
32 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
verstikking. Op veiligheid.nl staat bij tips voor een veilig gebruik van een box: 'Zorg voor een goed passend boxkleed'. Maatregelen om grote risico's te verkleinen De houder beschrijft bij het risico op vallen van hoogte niet voldoende maatregelen om het risico te verkleinen of weg te nemen. Bij het risico op wiegendood beschrijft de houder een maatregel die niet passend is. Hieronder staat per risico waar dit uit blijkt: Vallen van hoogte De houder beschrijft in het beleid het risico op vallen van hoogte. De houder beschrijft echter geen maatregelen om te voorkomen dat de kinderen van de trap vallen. De toezichthouders zien tijdens het inspectiebezoek dat verschillende kinderen op de trap in de hal bij de buitenruimte klimmen. Verstikking De houder beschrijft in het 'protocol veilig slapen en wiegendood' maatregelen om wiegendood te voorkomen. De houder beschrijft 1 maatregel die niet passend is. Als maatregel staat beschreven: 'Een baby die nog niet zelfstandig kan rollen, maar toch op de buik moet slapen, laten wij zoveel mogelijk op de groep (in de box) slapen. Zo hebben wij meer en beter zicht op het slapende kind.' In het 'Protocol veilig slapen in de Kinderopvang' staat: 'Een kinderwagenbak, een box of een hangmat is geen veilige slaapplaats.'
Voldoet wel Actueel beleid Het veiligheids- en gezondheidsbeleid is actueel. Het beleid beschrijft hoe de houder samen met de beroepskrachten het beleid opstelt, implementeert, evalueert en actualiseert. De beroepskrachten hebben hierin een actieve rol. Veiligheid en gezondheid vormen een vast agendapunt op de werkoverleggen. De locatiemanager bespreekt thema's en protocollen met de beroepskrachten. Waar nodig worden de protocollen aangepast. Kleine risico's Het beleid beschrijft hoe de beroepskrachten kinderen leren omgaan met kleine risico’s. Handelswijze indien een risico zich voordoet Het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschrijft hoe beroepskrachten moeten handelen wanneer een risico zich in de praktijk voordoet. EHBO Op de locatie is tijdens de opvang altijd iemand aanwezig met een geldige kwalificatie voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen. Dit blijkt uit het personeelsrooster en de EHBO-certificaten van de beroepskrachten.
33 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
Meld-, overleg- en aangifteplicht De houder voldoet niet aan de volgende voorwaarde: Overlegplicht houder Als het de houder bekend is geworden dat een bij de onderneming werkzaam persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling van een opgevangen kind, treedt hij onverwijld in overleg met de vertrouwensinspecteur kinderopvang. (art 1.51b lid 1 en 5 en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang)
De houder voldoet aan 1 andere voorwaarde voor de meld-, overleg- en aangifteplicht. De toezichthouder heeft 3 voorwaarden onvoldoende kunnen beoordelen. Hieronder staat eerst beschreven waar de houder niet aan voldoet. Daarna staat beschreven waar de houder wel aan voldoet. Tot slot beschrijven de toezichthouders wat zij niet hebben kunnen beoordelen en waarom niet. Voldoet niet Overlegplicht houder De houder voldoet niet aan de overlegplicht met de vertrouwensinspecteur kinderopvang. Nadat bij de houder bekend werd dat 2 bij de onderneming werkzame personen zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan mishandeling van opgevangen kinderen, heeft hij niet direct overleg gepleegd met de vertrouwensinspecteur kinderopvang. 8 dagen nadat de toezichthouders de houder op de hoogte stelden, van grensoverschrijdend gedrag door 2 beroepskrachten jegens kinderen die zij opvingen, pleegde de houder overleg met de vertrouwensinspecteur kinderopvang Hieronder staat waar dit uit blijkt: Op 17 november 2025 informeren de toezichthouders de beleidsmedewerker en adviseur van de houder tijdens het locatiebezoek over een signaal dat bij de GGD is binnengekomen. Zij vertellen dat het signaal gaat over een onveilig pedagogisch klimaat op de locatie op 12 november 2025. Tijdens het locatiebezoek observeren de toezichthouders het pedagogisch klimaat op de locatie.
Daarnaast vragen zij aan de beleidsmedewerker en adviseur van de houder of deze de camerabeelden van 12 november 2025 inzichtelijk willen maken voor de toezichthouders. De houder maakt namelijk camerabeelden in de groepsruimte van groep 1 in verband met het vierogenprincipe. De toezichthouders stellen voor om de camerabeelden gezamenlijk te bekijken. De beleidsmedewerker en adviseur van de houder gaan akkoord met het inzichtelijk maken van de camerabeelden. De beleidsmedewerker vraagt de camerabeelden op bij de leverancier van de offsite opslag. De leverancier geeft aan dat het niet mogelijk is om de camerabeelden diezelfde dag op te sturen. Op 19 november 2025 kunnen de toezichthouders de opgevraagde camerabeelden bekijken op de locatie. In verband met de aard van de melding, namelijk verbaal geweld, willen de toezichthouders de beelden inclusief het geluid bekijken. De beleidsmedewerker en adviseur van de houder geven aan dat zij in dat geval niet meekijken naar de beelden. De toezichthouders bekijken de camerabeelden van 12 november 2025. Daarna vertellen zij de beleidsmedewerker en adviseur van de houder dat zij zijn geschrokken van de beelden. 34 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
De toezichthouders geven daarbij enkele voorbeelden van gedragsuitingen van de beroepskrachten, zoals: • • • • •
het stelselmatig negeren van (huilende) kinderen; het meermalen hardhandig over het gezicht wrijven van een baby; het ruw vastpakken en neerzetten van kinderen; het schreeuwen en met stemverheffing praten tegen kinderen; en het intimideren van kinderen.
Tijdens het gesprek geven de beleidsmedewerker en adviseur van de houder aan dat zij de camerabeelden zelf niet hebben bekeken en ook niet het voornemen hebben om de beelden te gaan bekijken. Op 25 november 2025 sturen de toezichthouders de houder een brief, waarin zij extra informatie opvragen voor hun onderzoek. Daarbij vragen zij ook een overzicht op van alle maatregelen en acties die de houder heeft genomen na de terugkoppeling van de toezichthouders op 19 november 2025. In deze brief noemen de toezichthouders de term 'grensoverschrijdend gedrag'. De beleidsmedewerker stuurt dezelfde dag de opvraagde informatie. In de begeleidende e-mail geeft de beleidsmedewerker aan dat er met de betrokken beroepskrachten is gesproken en dat zij een officiële waarschuwing hebben gekregen. Voor verdere stappen wachten de beleidsmedewerker en adviseur van de houder het rapport van het onderzoek af. In een aparte e-mail geeft de beleidsmedewerker aan dat de toezichthouders bij de terugkoppeling van de camerabeelden op 19 november 2025 niets hebben verteld over grensoverschrijdend gedrag. Ook geeft de beleidsmedewerker opnieuw aan dat hij de camerabeelden niet heeft bekeken, daarom niets weet over grensoverschrijdend gedrag en alleen uit kan gaan van de bevindingen van de toezichthouders.
Op 26 november 2025 ontvangen de toezichthouders van de beleidsmedewerker het gevraagde overzicht met de genomen acties en maatregelen. Uit dit overzicht blijkt niet dat de houder contact heeft opgenomen met de vertrouwensinspecteur kinderopvang voor overleg. Ook ontvangen de toezichthouders een e-mail van de adviseur van de houder waarin hij bevestigt dat de toezichthouders de term 'grensoverschrijdend' gedrag' benoemen. Hij geeft aan dat hij, indien noodzakelijk, zo snel mogelijk verdere stappen wil ondernemen. Op 27 november 2025 verwijzen de toezichthouder de adviseur van de houder per e-mail naar het protocol 'Grensoverschrijdend' gedrag van Happy4kids. Daarin staat een duidelijke omschrijving van grensoverschrijdend gedrag. Diezelfde dag laat de adviseur van de houder per e-mail aan de toezichthouders weten dat het protocol 'Grensoverschrijdend gedrag' in werking is getreden en dat er overleg is geweest met de vertrouwensinspecteur kinderopvang. De adviseur van de houder vraagt in de e-mail welk grensoverschrijdend gedrag de toezichthouders hebben waargenomen op de camerabeelden en welke beroepskrachten zich hieraan schuldig hebben gemaakt.
De toezichthouders laten diezelfde dag weten dat zij op de beelden van 12 november 2025 van beide beroepskrachten (in dienst van Happy4kids) gedrag hebben waargenomen dat volgens het 35 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
protocol 'Grensoverschrijdend gedrag' van Happy4kids valt onder de definitie van grensoverschrijdend gedrag. En dat dit grensoverschrijdend gedrag valt binnen de genoemde categorieën: 'lichamelijk geweld en verwaarlozing' en 'geestelijk geweld en verwaarlozing'. Voor meer details over de gedragingen van de beroepskrachten verwezen de toezichthouders in eerste instantie naar de camerabeelden en de desbetreffende beroepskrachten zelf. Op 1 december 2025 ontvangen de toezichthouders opnieuw een overzicht van de adviseur van de houder. In het overzicht staan de stappen die de houder heeft genomen sinds de terugkoppeling van de GGD over het grensoverschrijdend gedrag door de beroepskrachten. In dit overzicht staat onder andere: • dat de adviseur van de houder binnen 24 uur contact heeft gehad met de vertrouwensinspecteur voor de meld-, overleg- en aangifteplicht (stap 2); • dat de houder en de adviseur van de houder op 24 november 2025 de camerabeelden van de ochtend van 12 november 2025 hebben bekeken (stap 4); • dat de houder op 25 november 2025 de camerabeelden van de middag van 12 november 2025 heeft bekeken (stap 5); • dat de adviseur van de houder op 27 november 2025 contact heeft gehad met de vertrouwensinspecteur voor de meld-, overleg- en aangifteplicht (stap 6). Op 2 december 2025 heeft 1 van de toezichthouders telefonisch contact met de adviseur van de houder.
De adviseur van de houder geeft aan dat hij op 27 november 2025 overleg heeft gehad met de vertrouwensinspecteur kinderopvang. Op 3 december 2025 heeft 1 van de toezichthouders telefonisch contact met de vertrouwensinspecteur kindervang. Deze vertelt dat de houder op 27 november 2025 voor het eerst overleg heeft gepleegd met de vertrouwensinspecteur kinderopvang.
Voldoet wel Aangifteplicht houder De houder voldoet aan de aangifteplicht die gold toen, na overleg met de vertrouwensinspecteur kinderopvang, bleek dat er een redelijk vermoeden is dat 2 bij de onderneming werkzame personen zich schuldig hebben gemaakt aan mishandeling van opgevangen kinderen. Hieronder staat waar dit uit blijkt: Op 1 december 2025 ontvangen de toezichthouders een overzicht van de adviseur van de houder. In het overzicht staan de stappen die de houder heeft genomen sinds de terugkoppeling van de GGD over het grensoverschrijdend gedrag door de beroepskrachten. In dit overzicht staat dat de adviseur van de houder op 27 november 2025 overleg heeft gevoerd met de vertrouwensinspecteur kinderopvang. Daarbij staat dat de vertrouwensinspecteur kinderopvang de houder heeft geadviseerd om aangifte te doen. Op 2 december 2025 heeft 1 van de toezichthouders telefonisch contact met de adviseur van de houder. Deze geeft aan dat hij op 27 november 2025 telefonisch contact heeft gehad met de politie om aangifte te doen. Uit zijn gesprek met de politie bleek dat telefonische aangifte niet mogelijk was. De adviseur van de houder vertelt tegen de toezichthouder dat hij op 4 december 2025 een afspraak heeft om aangifte te doen.
36 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
Beoordeling niet mogelijk Meldplicht, overlegmogelijkheid en aangifteplicht van de beroepskrachten De houder moet ervoor zorgen dat alle beroepskrachten het volgende weten en doen: Als een werknemer vermoedt dat een collega zich schuldig maakt aan seksueel misbruik of mishandeling van een kind binnen de organisatie, dan moet de werknemer de houder hiervan direct op de hoogte stellen. Als een werknemer vermoedt dat de houder of de eindverantwoordelijke van de houder zich schuldig maakt aan seksueel misbruik of mishandeling van een kind binnen de organisatie, dan kan de werknemer contact opnemen met de vertrouwensinspecteur kinderopvang. Als een werknemer vermoedt dat de houder of de eindverantwoordelijke van de houder zich schuldig maakt aan seksueel misbruik of mishandeling van een kind binnen de organisatie, dan moet de werknemer direct aangifte doen bij de politie. De toezichthouders zien en horen tijdens het onderzoek het volgende: • Op de locatie hangt een stappenplan met de stappen die medewerkers moeten nemen als zij vermoeden dat een collega of de houder zich schuldig maakt aan seksueel misbruik of mishandeling van een kind dat wordt opgevangen. • Een toezichthouder stelt aan 2 beroepskrachten vragen over de meld- en aangifteplicht en de mogelijkheid om te overleggen met de vertrouwensinspecteur kinderopvang.
1 van deze beroepskrachten weet niet wat de meldplicht en aangifteplicht inhouden en is ook niet op de hoogte van de mogelijkheid om met de vertrouwensinspecteur kinderopvang te overleggen. De beroepskracht weet niet waar zij deze informatie kan vinden. Deze beroepskracht is 3 weken in dienst van de houder. De andere beroepskracht weet dat de informatie over de meld- en aangifteplicht en de mogelijkheid om te overleggen met de vertrouwensinspecteur in de groepsruimte hangt. Zij wijst op het stappenplan, loopt erheen, bekijkt de stappen die genoemd staan en leest de informatie voor aan de toezichthouder. • Medewerkers hebben bij de houder en de pedagogisch coach IKK gemeld dat collega's met stemverheffing tegen kinderen spraken, tegen kinderen schreeuwden en over de hoofden van de kinderen spraken. Het is voor de toezichthouders niet duidelijk of medewerkers dit benoemd hebben als mishandeling van kinderen. • Het is voor de toezichthouders onbekend of er medewerkers zijn die het gedrag van enkele collega's beoordeeld hebben als zijnde mishandeling van een kind. • Het is voor de toezichthouders onbekend of er medewerkers zijn die contact opgenomen hebben met de vertrouwensinspecteur kinderopvang voor overleg.
Bovenstaande blijkt uit gesprekken met de beroepskrachten, gesprek met de pedagogisch coach IKK, gesprek met de pedagogisch coach VE, gesprek met de beleidsmedewerker en adviseur van de houder en uit een verslag van een teamvergadering.
Gebruikte bronnen • • • • •
Gesprek met de beleidsmedewerker (op 17 november 2025 en 19 november 2025) Gesprek met de beroepskrachten (op 17 november 2025) Contact met de vertrouwensinspecteur kinderopvang (op 13 november 2025, 27 november 2025 en 3 december 2025) Telefonisch contact met de melder (op 13 november 2025 en 27 november 2025) Telefonisch contact met de pedagogisch coach VE (op 27 november 2025) 37 van 46
Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
• • • •
• • • • • • • • • • • • • • • • • •
Telefonisch contact met de pedagogisch coach IKK (op 27 november 2025) Telefonisch contact met de adviseur van houder (op 2 december 2025) E-mail van de melder (ontvangen op 13 november 2025) E-mail van de beleidsmedewerker en/of adviseur van de houder (ontvangen op 17 november 2025, 24 november 2025, 25 november 2025, 26 november 2025, 27 november 2025 en 3 december 2025) Stappenplan melding inspecteur GGD (ontvangen op 26 november 2025) Stappenplan naar aanleiding van constatering grensoverschrijdend gedrag door GGD (ontvangen op 1 december 2025) Stappenplan naar aanleiding van constatering grensoverschrijdend gedrag door GGD datums kloppend (ontvangen op 1 december 2025) Observatie (op 17 november 2025) Camerabeelden van de houder (opgenomen op 12 november 2025, bekeken door de toezichthouders op 19 november 2025) EHBO-certificaten Personeelsrooster (1 tot en met 31 oktober 2025) Beleid veiligheid en gezondheid (versie juli 2025, ontvangen op 24 november 2025) Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (gezien op locatie op 17 november 2025) Notulen teamvergadering 21 oktober 2025 (ontvangen op 17 november 2025) Protocol flesbereiding Happy4kids (ontvangen op 24 november 2025) Protocol Grensoverschrijdend gedrag (ontvangen op 24 november 2025) Protocol Hygiëne Happy4kids (ontvangen op 24 november 2025) Protocol voeding Happy4kids (ontvangen op 24 november 2025)
Protocol buitenspelen Happy4kids (ontvangen op 24 november 2025) Protocol veilig slapen en wiegendood Happy4kids (ontvangen op 24 november 2025) Protocol Veilig Slapen in de Kinderopvang (veiligheid.nl, versie 1.0, versiedatum: september 2025, ontvangen op 24 november 2025) www.veiligheid.nl (geraadpleegd op 2 december 2025)
38 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
Overzicht getoetste inspectie-items Pedagogisch klimaat Pedagogisch beleid Het kindercentrum beschikt over een pedagogisch beleidsplan. De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat in de dagopvang conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld. (art 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang ) Pedagogische praktijk In het kader van het bieden van verantwoorde dagopvang, draagt de houder van een kindercentrum er in ieder geval zorg voor dat, rekening houdend met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden: a. op een sensitieve en responsieve manier met kinderen wordt omgegaan, respect voor de autonomie van kinderen wordt getoond en grenzen worden gesteld aan en structuur wordt geboden voor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen; b. kinderen spelenderwijs worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving; c. kinderen worden begeleid in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden; d.
kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij. (art 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 2 Besluit kwaliteit kinderopvang ) Personeel en groepen Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang In het bezit van een verklaring omtrent het gedrag zijn: a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum en de bestuurder, vennoot, maat of beheerder van dat kindercentrum; b. de participerende ouder; c. de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; d. de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waar kinderen worden opgevangen; e. de personen die uit hoofde van hun functie toegang hebben of zullen hebben tot informatie over de kinderen die worden opgevangen; f.
de personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op het kindercentrum, gevestigd op een woonadres. Voor zover het natuurlijke personen betreft is eenieder als bedoeld in de onderdelen a tot en met f ingeschreven in het personenregister kinderopvang en gekoppeld aan de houder. 39 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
(art 1.50 lid 3 en 1.48d lid 3 Wet kinderopvang) Na inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen. (art 1.48d lid 3 en 1.50 lid 4 Wet kinderopvang) Opleidingseisen Beroepskrachten beschikken over een passende opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang. (art 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 2 Wet kinderopvang; art 6 lid 1, 2 en 19a Besluit kwaliteit kinderopvang; art 7 lid 1 Regeling Wet kinderopvang) De houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat een Nederlandssprekende beroepskracht voldoet aan de taaleis IKK. (art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; ; art 6 lid 1, 2 en 19a Besluit kwaliteit kinderopvang; art 7 lid 3 Regeling Wet kinderopvang) Stabiliteit van de opvang voor kinderen Aan een kind in de leeftijd tot één jaar worden ten hoogste twee vaste beroepskrachten toegewezen, waarvan per dag ten minste één beroepskracht werkzaam is in de stamgroep van dat kind, tenzij de houder hiervan onder de voorwaarden van het Besluit kwaliteit kinderopvang artikel 9a rechtmatig is afgeweken.
Indien er vanwege de grootte van de stamgroep met drie of meer beroepskrachten tegelijkertijd gewerkt wordt dan worden er ten hoogste drie vaste beroepskrachten toegewezen aan een kind in de leeftijd tot één jaar. Een binnen de formatie ingezette beroepskracht in opleiding kan na afronding van het eerste leerjaar van de opleiding op basis van een opgesteld begeleidingsplan gelden als vaste beroepskracht. (art 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 2 Wet kinderopvang; art 9 lid 4, 9a, 9b en 19a Besluit kwaliteit kinderopvang ) Aan een kind van één jaar of ouder worden ten hoogste drie vaste beroepskrachten toegewezen, waarvan per dag ten minste één beroepskracht werkzaam is in de stamgroep van dat kind, tenzij de houder hiervan onder de voorwaarden van het Besluit kwaliteit kinderopvang artikel 9a rechtmatig is afgeweken. Indien er vanwege de grootte van de stamgroep met drie of meer beroepskrachten tegelijkertijd gewerkt wordt dan worden er ten hoogste vier vaste beroepskrachten toegewezen aan een kind van één jaar of ouder. Een binnen de formatie ingezette beroepskracht in opleiding kan na het eerste jaar van de opleiding op basis van een vastgesteld begeleidingsplan gelden als vaste kracht.
(art 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 2 Wet kinderopvang; art 9 lid 5, 9a, 9b en 19a Besluit kwaliteit kinderopvang ) Veiligheid en gezondheid Veiligheids- en gezondheidsbeleid De houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld. 40 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang ) Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de risico’s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich brengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen; - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen; - het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen. (art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 3 onder b Besluit kwaliteit kinderopvang) Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een plan van aanpak waarin in concrete termen is aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen, teneinde deze voornaamste risico’s met grote gevolgen betreffende veiligheid, gezondheid en het risico op grensoverschrijdend gedrag in te perken en de handelswijze indien deze risico’s zich verwezenlijken.
De houder van een kindercentrum beschrijft bij de maatregelen die gericht zijn op het inperken van het risico op grensoverschrijdend gedrag, in ieder geval de wijze waarop hij de dagopvang zodanig organiseert dat een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. (art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 3 onder c en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang) De houder of voorgenomen houder van een kindercentrum stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid schriftelijk vast en verstrekt dit bij de aanvraag tot exploitatie. De houder evalueert, en indien nodig actualiseert, het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen drie maanden na opening van het kindercentrum. Daarna houdt de houder het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang ) Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder van een kindercentrum er zorg voor draagt dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid samen met de beroepskrachten een continu proces is van het vormen van beleid, implementeren, evalueren en actualiseren.
(art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 3 onder a Besluit kwaliteit kinderopvang) Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een beschrijving in algemene zin van de wijze waarop kinderen wordt geleerd om te gaan met risico’s waarvan de gevolgen voor de veiligheid en gezondheid van kinderen beperkt zijn en welke derhalve niet zijn aan te merken als voornaamste risico’s met grote gevolgen betreffende veiligheid en gezondheid en als risico op grensoverschrijdend gedrag. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 3 onder d Besluit kwaliteit kinderopvang ) De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat er gedurende de dagopvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen conform de in de Regeling Wet kinderopvang aan deze kwalificatie gestelde nadere regels. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 5 Besluit kwaliteit kinderopvang; art 8 Regeling Wet kinderopvang) 41 van 46 Inspectierapport dagopvang incidenteel onderzoek 17-11-2025 Happy4kids te Dordrecht