CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Locatiestudie en tuinhistorische waardestelling.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 27 februari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Aangaan van een koopovereenkomst voor Van Baerleplantsoen 26 en beschikbaar stellen van een krediet voor de aankoop, verplaatsing en restauratie van de oranjerie/washuis - Raadsvoorstel21.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

A in Bijlage 2.) Daaruit kan worden afgeleid dat op de plek aan de Spuiweg, ten zuiden van de Boerenkil waar eerder nog sprake was van meerdere tuintjes inmiddels een buitenplaats was gerealiseerd. Het niet bij naam genoemde bezit, is weergegeven als een (aanzienlijk) hoofdhuis omgeven door een formele tuinaanleg, zich uitstrekkend tot aan de overzijde van de Boerenkil. Gezien de merkwaardige vorm van het huis, de wijze waarop de rechtlijnig ingedeelde tuin doorsneden is door de slingerende Boerenkil en de tekenwijze van de kaart als totaal, wordt verondersteld dat het hier geen werkelijke plattegrond betreft, maar een symbolische weergave van een zekere formele aanleg. 2.2. Periode van uitbreiding en verfraaiing (1771-1866) De naam van de buitenplaats wordt voor het eerst vermeld wanneer Johan van der Burgh in 1771 zijn 8 9 ‘thuyn of buytenplaatsje, vanouds genaamt ‘Weysigt' nalaat aan zijn nichtje Sophia Adriana Hoeufft (1745-1822). Zij was gehuwd met mr. Hendrik Onderwater (1747-1822), die na hun huwelijk de titel 10 Ambachtsheer van Niemandsvriend mocht dragen. De naam Weizigt zal verwijzen naar het uitzicht vanaf het huis over de Watermolenweide ten westen van de Spuiweg. Een prent van Gregoor Smak, uit omstreeks 1830, geeft een goede indruk van het open landschap dat zich vanaf de Spuiweg uitstrekte tot aan de Weeskinderendijk. (Afb.

2.6.) Het echtpaar Onderwater-Hoeufft breidde hun bezit in de jaren 1771 en 1775 uit door verwerving van aan Weizigt grenzende weidegronden en in 1779 met een ‘hegt, sterk en wel doortimmert dubbelt huys en erve, waarinne onder ander een vertrek met goudleer behangen’. In het Oud-rechterlijk Archief Dubbeldam blijkt dat in 1782, als zij hun bezit verkopen, sprake is van ‘een buyteplaats genaamt Weyzigt met alle desselfs timmeragie en plantagie, als een heere huyzinghe, een koepel, koetshuys en stalling, thuysmanshuys, druyve- en persikekassen, loots, regenbak, visrijke vijvers, moesthuyn, boomgaarden etc. Groot omtrent drie mergen, gelegen aan het begin van de Spuyweg […] alsmede drie mergen weyland en de helft van de Merquettenweg daaraan 11 gelegen'. 6

Drie generaties Van Neurenberg, allen Johan genaamd, waren achtereenvolgens eigenaar van de buitenplaats Wielborg (locatie Zuidendijk 270) , in het kohier 1731 de hoogst aangeslagen buitenplaats op het eiland van Dordrecht. Deze familie bezat vele landerijen verspreid over het eiland. In 1793 verloor het zijn aanzien en kreeg het goed een agrarische herbestemming. Later werd het terrein in gebruik genomen als begraafplaats. (Bron: www.buitenplaatseninnederland.nl.) 7 Mattheus van den Broucke Eliasz. (1652-1720), Schepen, Schout, Veertigraad, Burgemeester en Bewindhebber bij de V.O.C.kamer. Dubbelsteyn lag verder zuidoostelijk aan de Dubbeldamsche dijk. 8 Deze omschrijving komt uit een taxatierapport van goederen dat is opgemaakt na het overlijden van Johan van der Burgh. 9 Zij was de dochter van Johans overleden halfzuster Adriana van den Broucke (1705-1747), echtgenote van mr. Pieter Hoeufft (1708-1778). 10 Telg van een Dordts regentengeslacht en zelf schepen, veertigraad en burgemeester van zijn stad (1808-1811). Had zitting in de Notabelenvergadering van 1814 in Amsterdam en, als buitengewoon lid, in de Staten-Generaal in augustus 1815. Het enige kind dat hij met zijn echtgenote kreeg, overleed op jonge leeftijd.(Bron: www.parlement.com.) 11 E. van Heiningen verwijst hierbij als bron naart: SAD ORA-Dubbeldam 4, fol 302v, 1782.

Ze noemt ook haar merkwaardige vondst van een tweede handgeschreven notitie in het De Roo-archief dat vermeldt dat Boudewijn de Roo Weizigt erft via zijn eerste huwelijk met Adriana Diederika van den Santheuvel (SAD, toegangsnr. 409 Collectie van bescheiden met betrekking tot de familie De Roo (van Capelle), doos 48). Dit lijkt op een misvatting te berusten.

15

Afb. 2.5: Kaart van het 'Buitenverblyf van den Heere A B. van den Brandeler [aan de Singel tussen Boerenkil en Beeltjeshaven] in den Zomer van 1804.' De vele waterpartijen zijn voor het contrast in blauw weergegeven. (Herkomst: RAD, inv.nr.551_40070; bewerking SB4.)

Afb. 2.6: Prent van de Watermolenweide met links Weizigt, vervaardigd door Gregoor Smak, vermoedelijk omstreeks 1830. (Herkomst: RAD, inv.nr.551_35322.)

16

Weizigt te Dordrecht

Daarom wordt wel verondersteld dat Hendrik en Sophia op hun buitenplaats aan de Spuiweg een nieuw huis hebben laten bouwen. De drie morgen, omvattende bebouwing, tuin en park (1 morgen = circa 0,85 hectare) komt globaal overeen met het westelijk deel van de buitenplaats, vanaf Spuiweg tot de oostzijde van de huidige vijver. Oostelijk daarvan lag dan nog 3 morgen weiland. Weizigt, zo blijkt ook wel uit bovenstaande omschrijving, inmiddels uitgegroeid tot een complete buitenplaats, werd in 1782 verworven door mr. Boudewijn de Roo (1739-1785), heer van Wulverhorst, Cromwijk en Linschoterhaar (drie heerlijkheden in de provincie Utrecht). Hij was via zijn moeder 12 verwant aan de familie Onderwater. De familie De Roo bezat vele huizen en landerijen op het eiland van Dordrecht. 13 De Roo schafte nieuwe 'druyve- en persikkekassen' aan en liet een nieuw stalgebouw bouwen. In 1785 kwam Boudewijn te overlijden. Zijn weduwe Anna Sophia van den Brandeler (1752-1807) bleef met hun twee jonge kinderen op Weizigt wonen. Enige tijd later hertrouwde ze met Mattheus Gillis 14 Rees (1753-1817). Het echtpaar Rees-van den Brandeler liet in 1794 ‘een geheel nieuw voorhuis’ bouwen, het jaartal dat 15 in Romeinse cijfers staat afgebeeld op de voorgevel. De eerste steen werd gelegd door François de Roo (1780-1826), Anna's oudste zoon.

Het huis wordt, zo meldt een notitie, zeer solide en tegen hoge 16 kosten gebouwd. Oorspronkelijk was het de bedoeling het oude (achter)huis af te laten breken, maar dat plan werd later bijgesteld. Opvallend detail aan het pand is de sterk voorover hellende 17 voorgevel, wat in de architectuur wel wordt aangeduid als 'op vlucht' gebouwd. Twee jaar later werd op de buitenplaats nog een tuinmanswoning gebouwd, in de zuidwesthoek, aan de Spuiweg. Ook verfraaiden Anna en Mattheus de tuinaanleg met onder andere een lange rechte laan met iepen ‘tot aan de hooge brug’ (vermoedelijk over de Boerenkil) en een laan met beuken en 18 eiken, evenals aanplant van een nieuw bos (vermoedelijk aan de oostzijde). Anna's oudste zoon François de Roo erfde Weizigt na het overlijden van zijn moeder en stiefvader in 19 1817. In 1818 weet François zijn bezit aanzienlijk te vergroten door de aangrenzende buitenplaats 20 van zijn oom Anthony Balthazar van den Brandeler (1740-1818) toe te voegen. Dit terrein lag direct ten noorden van de 'Grond van Weijzight', ten noorden van de 'Boerenkille'. De Roo's bezit bestond daarna uit ruim 10 bunders (1 bunder = circa 1 hectare). De kaart van het 'Buitenverblyf van den Heere A B. van den Brandeler in den Zomer van 1804.' betreft een gedetailleerde weergave van het terrein dat François wist te verwerven. (Afb. 2.5 en zie afb.

B in Bijlage 2.) Te zien is een rijk versierde landschappelijke tuin- en parkaanleg met een veelheid aan slingerende paden, watergangen en een bergje waarin volgens de legenda stonden: A. Het Heerenhuis. B. het Tuinmanshuis, C. de Broeijerij en Tuinderij, d. de Oranjerie, E. de [?] Boomgaard, f. de Menagerie, G. de Schapenstal, H. Het Jachthondenhok, I. Het Landhuisje [gesitueerd ten zuiden van de waterloop, aan 'het Boonepad']. Het is onbekend of het terrein er omstreeks 1818 nog op dezelfde wijze bijlag. In 1832 was in elk geval nagenoeg alle bebouwing, (moes)tuinaanleg en het noordelijke deel van de park-aanleg verdwenen en had plaatsgemaakt voor weidegrond. Alleen de versierde aanleg direct langs de Boerenkil was gehandhaafd, als uitbreiding van de rondwandeling vanuit Weizigt. Via twee bruggen was het mogelijk de Boerenkil over te steken. 12

Boudewijn de Roo, was in Dordrecht Schepen, Raad en Veertigraad. Na het overlijden van zijn eerste echtgenote Adriana Diederica van den Santheuvel hertrouwde hij in 1778 met Anna Sophia van den Brandeler (1752-1807). 13 Remers, M., 'Weizigt te Dordrecht' in: Stöver, J. (e.a.), Kastelen en buitenplaatsen in Zuid-Holland, Zutphen, 2000. 14 Rees had permanent zitting in de hoogheemraad van de Zwijndrechtse Waard vanaf 1786, Vroedschap de Stad Dordrecht 1779, Thesaurier 1781, Secretaris 1786. (Bron: www.museum-online.nl.) Het echtpaar Rees kreeg in 1789 een zoon. 15 Naar verluid terug te vinden links van het bordes. 16 E. van Heiningen verwijst hierbij als bron naar een handgeschreven notitie SAD-409, doos 48. 17 Het bouwen 'op vlucht' houdt het doelbewust voorover laten hellen van de (voor)gevel van een bouwwerk in. (Bron: Remers, M., 'Weizigt te Dordrecht' in: Stöver, J.

(e.a.), Kastelen en buitenplaatsen in Zuid-Holland, Zutphen, 2000.) 18 In 1807 vond plaats een 'Publieke verkoping, op morgen woensdag den 2 December 1807, des morgens ten 9 uren, op de Buitenplaats Weyzigt, even buiten de Stad, aan den Spuyweg, van Koetsen, Wagens, Paarden, Koets- en andere Tuigen, Beesten, Melk Gereedschappen, en 't geene verder te Koop zal worden gepresenteerd.' (Bron:1807-12-01 De Dordrechtse Courant; www.archieven.nl; historische kranten.) 19 François de Roo (1780-1826), Heer van Westmaas en Greup, schepen van Dordrecht, dijkheemraad van Alblasserwaard (1803), raad aldaar (1811), adjunct-maire (1811-1813), lid prov. staten van Holland (1825), in 1807 gehuwd met Hester van Poelien (1783-1815), hertrouwd in 1817 met Johanna Antoinette van der Kaa (1795-1832). (Bron: www.geldersarchief.nl.) 20 François was één van zes erfgenamen, waarna hij de anderen uitkocht.

17

water als lustplaats

weiland

vijver van vermaak

tuin

wetering

lustplaats bosch als lustplaats

tuin boomgaard vijver als lustplaats

Afb. 2.7: Grond in eigendom van de 'Erven François de Roo van Westmaas', uitsnede van het Kadastraal Minuutplan, verkend in 1826, van kracht gegaan in 1832. (Bron: RCE, Gemeente Dordrecht Sectie D genaamd Zuid Buiten Tweede Blad, Gemeente Dubbeldam Sectie A genaamd De Kerk Eerste Blad, bewerking SB4.) Zie afb. D in bijlage 2 voor een vergrote weergave met de verklarende lijst per kadastraal nummer.

B

Afb. 2.8: Plaat XXXIX in het Magazijn van Tuin-sieraaden (1802[-1809]) van Gijsbert van Laar (1768-1820), katern 5 dat in augustus 1803 verscheen. De plaat is gedraaid afgebeeld, zodat de oriëntatie gelijk is aan de weergegeven situatie van de aanleg op Weizigt zoals afgebeeld op de Kadastraal Minuutplan. (Bron: http://groenverleden.nl/gijsbert-van-laar-17681820/.)

C

A

18

Weizigt te Dordrecht

Een en ander kan worden afgeleid uit het Kadastraal Minuutplan, opgemeten circa 1826 en in 1832 van kracht gegaan. (Afb. 2.7) De bijbehorende Oorspronkelijke Aanwijzende Tafelen geeft informatie over het eigendom en landgebruik van Weizigt, dan in het bezit van 'De Erven Francois de Roo van 21 Westmaas'. De meermaals voorkomende beschrijvingen van 'vijver als lustplaats', 'bosch als lustplaats', 'vijver tot vermaak' duiden op een versierde park- en tuinaanleg die in de belastingen hoog werden aangeslagen. (Zie toelichting bij afb. D in Bijlage 2.) Het is niet met zekerheid te zeggen door wie en wanneer precies de landschappelijke parkaanleg op Weizigt (ten zuiden van de Boerenkil) werd gerealiseerd. Volgens de (anonieme) aantekeningen in het archief De Roo zou Mattheus Gillis Rees moeten worden beschouwd als grondlegger van de tot stand gekomen buitenplaats. Wel is duidelijk dat het park in 1803 (in ieder geval gedeeltelijk) aanwezig was en daarom waarschijnlijk door het echtpaar Rees-van den Brandeler is aangelegd omstreeks dezelfde periode dat zij een nieuw huis (1794) liet bouwen.

Onderzoek uit 2016 van Jan Holwerda heeft namelijk aangetoond dat de slingervijver met eiland in de parkaanleg van Weizigt, zoals weergegeven op het Kadastraal Minuutplan, is opgenomen als Plaat XXXIX in het in augustus 1803 verschenen 5e 22 katern van het Magazijn van Tuin-sieraaden (1802[-1809]) van Gijsbert van Laar (1768-1820). (Afb. 2.8 en zie afb. C in Bijlage 2.) De tekst bij deze plaat spreekt over een ‘Gedeelte van een Aanleg’. Verondersteld wordt dat dit gedeelte van de parkaanleg van Weizigt in 1803 reeds bestond en niet 23 door tuinarchitect Van Laar zelf was ontworpen. Van Laar geeft in de legenda behalve een beschrijving ook een punt ter verbetering: “A. Grootste hoogte van het geboogen eiland, ’t welk met twee bruggen aan ’t vaste land verbonden is. Een tempeltjen van eene rijzige gedaante zal op deze hoogte wel voegen; dit hier geheel of gedeeltelijk zig boven het groen van byzondere Pynen, en andere boomen te zien verheffen, zal op de wandeling ons deze partij bevallig tekenen. B. Kleene Verhevenheid, van waar het water, de brug, en het tempeltje in het oog vallen. De grond is om het water met ongelijke hellingen en hoogten geboogen en met onderscheide soorten van Pijnen, Populieren, Treurwilligen, bontbladige en andere boomen beplant. Bij C.

loopt de wandeling over eene hoogte, welker helling zig langsaam in ’t water verliest.” François de Roo overleed in januari 1826 en liet zijn bezittingen na aan zijn vrouw Johanna Antonetta van der Kaa (1795-1832). Zij besloot met haar vier jonge kinderen elders te gaan wonen en verhuurde de buitenplaats aan de Spuiweg aan achtereenvolgens baron van Zuylen van Nyeveld en de heer Van der Dussen. Opmerkelijk is dat eind 1826 een grote hoeveelheid gekapte bomen, hakhout en hagen op Weizigt te koop werd aangeboden: 'Openbare verkooping [...] op Woensdag den 15 November 1826, 's voormiddags ten 9 ure, op de Buitenplaats Weizigt, onder Dubbeldam en Dordrecht, van circa 1100 stuks extra zware, gave en uitmuntend regt gewassen IJpen, eiken, Essen, Beuken, Masten, Populieren, Willigen, Kastanjen, Elzen, Peren, Appelen en andere BOOMEN, waaronder velen van 40 tot 50 duim Nederlandsch over kruis, alsmede eenige aanzienlijke partijen Elzen, Beuken, Willigen en ander KREUPEL-BOSCH, en verscheidene plat geschorene zoo hoogere als lagere DIGTE HEGGEN, alles om te rooijen; staande op de Buitenplaats genaamd Weizigt, gelegen onder Dubbeldam en de stad Dordrecht, zoo aan den Spuiweg als aan den Zandweg, lilggende langs de Beentjes-haven, en kunnende alzoo gemakkelijk en onkostbaar, zoo te water als te land, vervoerd worden.' Dit kan er op wijzen dat weduwe De Roo-van der Kaa verantwoordelijk is

voor de eerder genoemde vereenvoudiging van het park ten noorden van de Boerenkil (omvorming naar weiland) zoals volgt uit de vergelijking van de kaart uit 1804 en in het kadaster in 1832.

21

OAT kadastrale gemeenten Dordrecht en Dubbeldam. (Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl.) Holwerda, J., Gijsbert van Laar: van vier nieuw geïdentificeerde platen tot een netwerk van opdrachtgevers. In: Cascade bulletin voor tuinhistorie, Jaargang 2016 (25) nummer 2. Zie ook: W.G.J.M. Meulenkamp, 'G. van Laars Magazijn van tuinsieraden als een voorbeeldenboek voor Nederlandse tuingebouwen', in: Bulletin KNOB. Tijdschrift van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond 82 (1983), p. 124-141; http://groenverleden.nl/magazijn-van-tuin-sieraaden/ 23 De samensteller van het modellenboek was tuinarchitect Gijsbert van Laar. Van hem zijn geen gesigneerde ontwerptekeningen bekend. Naast ontwerpen uit andere voorbeeldenboeken en werk van andere Nederlandse tuinontwerpers, nam hij ook eigen ontwerpen in zijn boek op. Deze werden veelal aangemerkt als van 'oorspronglijke vinding'. Aangezien die aanduiding niet vermeld staat bij Plaat XXXIX, wordt verondersteld dat de vijver met eilandje op Weizigt niet door Van Laar zelf is ontworpen. (Bron: Holwerda, J., Gijsbert van Laar: van vier nieuw geïdentificeerde platen tot een netwerk van opdrachtgevers. In: Cascade bulletin voor tuinhistorie, Jaargang 2016 (25) nummer 2.) 22

19

Afb. 2.9: 'Weizigt', weergegeven als één van twaalf gezichten op het Eiland van Dordrecht, lithografie van J.H. van der Heyden, 1854. (Herkomst: RAD, inv.nr.551_15070.)

Afb. 2.10: Gezicht vanuit de Watermolenweide, rechts op de achtergrond huis Weizigt. Foto uit circa 1870, kort voor de aanleg van de spoorlijn en het station in 1872. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_406046.)

Afb. 2.11: Kaartuitsnede van een topografisch militaire kaart, ongedateerd [circa 1840]. (Herkomst: NA, 4.TOPO, inv.nr. 844I.)

20

Weizigt te Dordrecht

In 1832 overleed ook weduwe Johanna Antonetta op jonge leeftijd. Haar zwager Engelbert Willemszen ontfermde zich daarna als voogd over haar vier minderjarige zonen en betrok de 24 buitenplaats Weizigt. Na vier jaar besloot hij met de kinderen zijn eigen woning aan de Wijnstraat te betrekken. Weizigt werd na 1836 opnieuw verhuurd. Ditmaal aan een familielid, Adriana Crena (1772-1842), de kinderloze weduwe van oud-burgemeester David van Poeliën van Nuland. Volgens de huurovereenkomst betaalde ze ƒ800 per jaar en was daarnaast verantwoordelijk voor het betalen van de belastingen. Maar daarvoor in ruil kreeg ze de vrije hand om alle verbeteringen en veranderingen uit te voeren die zij nodig achtte op de buitenplaats. Alleen de grote bomen mochten niet worden geveld. Daarop benaderde Adriana Crena de bekende tuinarchitect Jan David Zocher jr.. Deze ‘heeft in het jaar 1837 en volgende jaren […] het geheele bosch opnieuw doen aanleggen, verfraayen en 25 verbeteren. In dit jaar is ook door haar een oranjerie gebouwd’. Het bouwbestek van de oranjerie op 26 Weizigt dateert inderdaad uit 1837/1838. De oudste afbeelding waarop de oranjerie te zien is, betreft een lithografie uit 1854 van J.H. van der Heyden met daarop 'Weizigt' als één van de twaalf gezichten op het Eiland van Dordrecht. (Afb.

2.9.) Het neoclassicistische gebouw vertoont opvallende overeenkomsten met de oranjerie op buitenplaats De Hartekamp te Heemstede. (Zie afb. F in bijlage 2.) Deze werd eveneens in 1838 gebouwd naar 27 ontwerp van Zocher jr.. Weduwe Poeliën-Crena wordt ook verantwoordelijk gehouden voor de bouw van de vier arbeiderswoningen-onder-één-dak aan de zuidoostkant van het Bonenpad. (Zie afb. 2.24.) Na overlijden van Adriana Crena in 1842 nam haar erfgename en schoonzus Geertruy van Poeliën (1770-1846), weduwe van Adriaan Everwijn Onderwater, de huur van Weizigt onder dezelfde condities over. In de vier jaar dat zij de buitenplaats huurde, vonden er voor zover bekend geen veranderingen plaats op het terrein. In 1846 waren de broers De Roo inmiddels alle vier volwassen. Bij de scheiding van de nalatenschap werd Weizigt toebedeeld aan de jongste, Gerardus Johannes Hermanus de Roo van Westmaas (1826-1886). Het lijkt erop dat hij het buiten in eerste instantie verhuurde aan Jan Edouard 28 Bortholomeus Lodewijk Maritz van Crayestein (1817-1901), advocaat te Dordrecht. 29

Maritz van Crayestein, 'président de la Société 'Dordrechtsche Flora' à Dordrecht' gaf in 1847 opdracht een ijzeren brug op Weizigt te plaatsen. Dit werd als iets bijzonders beschouwd en een grote verbetering op de bestaande bruggen die tot dan toe veelal werden geplaatst, zo blijkt uit de: 'Beschrijving van eene vaste ijzeren loopbrug, naar het stelsel van den architekt Louis Laves. Overgenomen uit het Maandschrift voor tuinbouw, 3de jaargang, no. 3. In den zomer van het jaar 1847 is door den heer Mr. J.E.B.L. Maritz, op het buitengoed Weizigt nabij de stad Dordrecht, eene ijzeren loopbrug over eenen vijver gelegd, waarbij het stelsel van gespouwen balken van den 30 hannoverschen architekt L. Laves in toepassing is gebragt [...]. Het is niet bekend over welke vijver of waterloop deze brug heeft gelegen.

24

E. Willemszen (1768-1839) was in 1832 zelf weduwnaar geworden van Antonetta van der Kaa, de oudere zuster van Johanna. 25 E. van Heiningen verwijst opnieuw naar de anonieme handgeschreven notities in het archief De Roo. In een andere bundel aantekeningen die dezelfde periode behandeld, staat het als volgt geformuleerd: 'Zij [Crena] heeft een oranjerie doen bouwen, alsmede de geheele plaats door den heer Zocher laten aanleggen.' 26 Geabstraheerd uit het familiearchief van De Roo. Als opleveringsdatum van de oranjerie wordt 1 oktober 1838 vermeld. 27 Voor details over de historie en architectuur van de oranjerie wordt verwezen naar: Weijs, C., Bouwhistorische verkenning van de Oranjerie Weizigt, Gemeente Dordrecht, oktober 2009. 28 J.E.B.L. Maritz van Crayestein huwde in 1854 met Henriette Wilhelmina Bernardine Vrijthoff (1823-1899) en liet in 1867 de villa 'Beukenheim' in Tubbergen bouwen. 29 Morren, E., La Belgique horticole: Annales de botanique et d'horticulture, p. 69. Hierin staat J.E.B.L. Maritz van G[C]rayestein genoemd als deelnemer aan een 'Exposition et congres d'Amsterdam' op 7 april 1865. (Bron: digitaal beschikbaar via https://archive.org.) 30 Bouwkundige bijdragen, Amsterdam, 1849, p. 211. (Bron: www.delpher.nl.)

21

Afb. 2.12: Kadastrale kaart van de buitenplaats Weizigt, 'Afgegeven op verzoek van Mr. H. V. Maritz Notaris te Dordrecht, Dordrecht den 29. Augustus 1866.' (Herkomst: RAD, inv.nr.552_260069.)

Afb. 2.13: Ontwerp voor de parkaanleg bij huis Weizigt, toegeschreven aan F.W.H. Maritz van Crayestein, gedateerd op 1866. Zie afb. H in bijlage 4 voor een ingekleurde tekening op groter formaat. (Herkomst: Speciale Collecties WUR, inv.nr. 09.026.06, betreft een fotokopie op A4-formaat, het origineel van 46 x 116,5 cm bevindt zich in het familiearchief De Roo in het RAD.)

22

Weizigt te Dordrecht

Het is niet geheel duidelijk vanaf wanneer en in welke perioden Gerardus de Roo van Westmaas 31 Weizigt zelf bewoonde. Uit de aantekeningen in het archief De Roo zou blijken dat hij naast vele verbeteringen (herstelwerkzaamheden) aan het huis ook in het park een en ander liet uitvoeren, waaronder in 1851 het plaatsen van een nieuw koepeltje ‘op de berg’ voor ƒ319,50. Mogelijk het advies van Van Laar volgend?

2.3. Verkleining en reorganisatie buitenplaats (1866-1942) e

Halverwege de 19 eeuw werden de eerste plannen gemaakt om Dordrecht aan te sluiten op het spoorwegennet. (Zie afb. G in bijlage 2.) Gerardus de Roo van Westmaas verzette zich, evenals zijn naburige buitenplaatseigenaren, tegen het voorstel om de spoorlijn met station aan te leggen ter 32 hoogte van de Boerenkil en de daarvoor noodzakelijke onteigening van hun gronden. Uiteindelijk kon de realisatie niet worden tegengehouden en in 1872 werden spoorlijn Rotterdam-Breda en station Dordrecht aangelegd. De bijgewerkte Veldminuut voor de Topografisch Militaire Kaart laat duidelijk zien hoeveel impact dit had op Weizigt: ongeveer een halvering in oppervlakte, waarbij de in 1818 toegevoegde gronden ten noorden van de Boerenkil geheel werden getransformeerd tot stationsterrein. (Afb. 2.14.) In 1866 werd een kadastrale opmeting van de buitenplaats Weizigt vervaardigd. (Afb. 2.12.) Het onderschrift vermeldt: 'Afgegeven op verzoek van Mr. H.V. Maritz Notaris te Dordrecht, Dordrecht den 29. Augustus 1866.' Mr. Hendrik Verhoeff Maritz (1815-1888) was een broer van de hierboven 33 genoemde J.E.B.L. Maritz van Crayestein. De kadastrale kaart uit 1866 vertoont veel overeenkomsten met het Kadastraal Minuutplan uit 1826. Wel lijkt het terrein van vermaak direct ten noorden van De Boerenkil tussentijds te zijn vereenvoudigd (de slingerende waterpartijen zijn verdwenen).

Ook blijken er nog een aantal percelen te zijn toegevoegd aan het bezit van De Roo van Westmaas, 34 waaronder het rechter tuinperceel gesitueerd op de hoek van de Spuiweg en het Bonenpad. Het linker perceel met het langgerekte gebouw met vooruitspringend middendeel aan de waterloop langs de Spuiweg werd later ook eigendom van De Roo. Het staat op verschillende prentbriefkaarten en foto's uit de periode 1890-1946 afgebeeld en werd ook wel aangeduid als de 'koepel' van Weizigt. (Afb. 2.19.) De twee door het kadaster in 1832 als 'tuinhuis' omschreven bouwwerkjes waren in 1866 nog aanwezig. De opmetingskaart uit 1866 is mogelijk gebruikt door Frederik Willem Helenus Maritz van Crayestein (1827-1910) toen hij een ontwerp, of reorganisatieplan, voor Weizigt vervaardigde. (Afb. 2.13 en zie afb. H in Bijlage 2.) Hij was een derde broer uit de familie Maritz. Daaruit zou opgemaakt kunnen worden dat De Roo van Westmaas zijn buitenplaats op dat moment (nog steeds) verhuurde aan deze familie. 35 In de tekening zijn de contouren aangehouden van het in 1872 geopende spoor. Uit vergelijking met de door het kadaster ingemeten situatie, blijkt dat in het voorstel van Maritz met name de omgeving van het huis en de moestuin (onder andere het laten verdwijnen van diverse kleine vijvers) en de oostzijde van het terrein werden gereorganiseerd.

In het ruimere park bleven belangrijke elementen behouden waaronder het eiland en de cirkelvormige boomgaard ten oosten hiervan. De grote vijver zou worden uitgebreid met een noordelijke arm en daarnaast in verbinding gebracht met de brede sloot evenwijdig aan het Bonenpad. Aan de noordzijde van de buitenplaats zou de loop van de Boerenkil worden recht getrokken en vergraven tot brede grenssloot langs het spoor.

31

Hij huwde in 1854 met Françoise Cornelia Christine Cuniera Cluysenaer (1833-1859) uit Velp. Nadat hun eerste zoontje in 1856 bij of kort na de geboorte was overleden, stierf Francoise tijdens of kort na de geboorte van hun tweede zoon. 32 'In handen uwer Commissie voor de Verzoekschriften is gesteld een adres van de heeren [...] en G.J.U. de Roo [...] dat zij gewigtige bezwaren hebben tegen de rigting van den ontworpen spoorweg van Willemsdorp naar Dordrecht, waardoor de aan hen in eigendom toebehoorende en door hen bewoond wordende buitenplaatsen Rozenhof, Kilwijk en Weizigt geheel of gedeeltelijk zouden moeten worden onteigend. [...] uit: Verslag der Handelingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. (Bron:www.delpher.nl.) 33 Bron: www.genealogieonline.nl. 34 Van het linker tuinperceel is geen kadastraal nummer vermeldt, dat er op kan duiden dat het nog geen bezit is. Zie ook de ontwerptekening uit 1866. 35 Een fotokopie van dit ontwerp of situatietekening, waarvan het origineel zich bevindt in het niet ontsloten familiearchief De Roo, is te vinden in de Speciale Collecties van de WUR. Hierin is deze tekening toegeschreven aan F.W.H. de Maritz van Crayestein en gedateerd op 1866. De weergave houdt in elk geval rekening met de aanleg van het in 1872 geopende spoor.

23

Afb. 2.14: Kaartuitsnede van de Veldminuut voor de Topografisch Militaire Kaart, blad 44A Dordrecht, verkend in 1847 door L.S.J. von Motz, bijgewerkt tot 1872. (Herkomst: NA, 4.TOPO.)

Afb. 2.15: Kaartuitsnede van de Chromotopografische Kaart, uitgave 1874. (Herkomst: www.topotijdreis.nl.) NB. de topografische kaarten zijn ten aanzien van Weizigt, na de aanleg van het spoor en station in 1872, niet volledig bijgewerkt.

24

Weizigt te Dordrecht

In de uiterste noordoosthoek lijkt een tuingebouwtje ingetekend. Het is goed mogelijk dat dit de achtzijdige theekoepel of tuinpaviljoen is, die in 1985 op het terrein van Weizigt in de nabijheid van het spoor stond. (Zie afb. 2.45.) Tot nog toe werd in de literatuur verondersteld dat deze tekening een niet uitgevoerde situatie 36 betreft. Op basis van een vergelijking met loodrechte luchtfoto's uit de jaren 1944 en 1945 lijkt die aanname niet juist. (Zie afb. 2.27 en 2.28.) Op de foto's, genomen door de Royal Air Force, is ten noorden en oosten van het herenhuis duidelijk een lange smalle vijverarm zichtbaar die sterke overeenkomsten vertoont met de waterpartij op de tekening van F.W.H. Maritz van Crayestein. Dat zou betekenen dat deze vijver met eiland omstreeks 1866-1872 wel degelijk is vergraven. Ook de ligging en loop van de grenssloot tussen buitenplaats en spoorlijn lijkt overeen te komen. Een tweede vijver, die Maritz tekende op het oostelijke deel van het terrein, lijkt echter niet op de luchtfoto's aanwezig. Het is niet met zekerheid te zeggen of de door Maritz getekende padenloop ook is uitgevoerd. Opvallend verschil tussen de tekening van Maritz en de situatie, zoals te zien op de luchtfoto's, is dat de oostelijke grens van de buitenplaats is opgeschoven tot aan de Markettenweg. Kennelijk zijn de aldaar gelegen tuinen naderhand aan de buitenplaats toegevoegd.

De veronderstelde uitvoering van het tuinplan sluit aan op een advertentie in de plaatselijke krant in de zomer van 1867 voor een aantal 'overbodig' geworden parkelementen en houtopstanden: '[...]Openbaar Verkoopen: Den OPSTAND tot Afbraak, [...] o 2 Op het Buitengoed Weizigt, naast vorig Perceel gelegen, zijnde een zoo goed als nieuwe IJZEREN BRUG, een Dito Houten, een KOEPEL, een KIOSKE, een STEENEN BEER, een HEINING, lang 36 El en 330 stuks OPGAANDE BOOMEN van alle soorten, waaronder eene aanzienlijke hoeveelheid EIKEN-, ESSEN-, BEUKEN-, IJPEN-, DENNEN-, LINDEN-, WILGEN-, SPARREN- en 37 VRUCHTBOOMEN; benevens 2800 vierkanten Ellen HAKHOUT.' De ijzeren brug uit 1847 ging dus in de verkoop. De koepel kan slaan op het rechter 'tuinhuis' aan de zijde van het Bonenpad, die moest wijken vanwege de nieuwe waterloop tussen de vijver en brede sloot langs het Bonenpad. Dat Gerardus de Roo van Westmaas nadien Weizigt ook zelf bewoonde én interesse had in exotische planten blijkt uit krantenberichten uit 1880: 'Op de buitenplaats Weizigt van den heer G.J.H. de Roo te Dordrecht, bevindt zich eene Agave Americana, of 100-jarige Aloë, welke dezen zomer belooft te bloeien. Uit het midden der plant verheft zich de zware bloemstengel, die nu reeds een hoogte van circa 4 meter bereikt heeft en rondom met knoppen bezet is.

Wat de overige afmetingen der plant zelve betreft, deze kan men genoeg daaruit afleiden, dat sommige harer bladen eene dikte doorsnede van 14 centimeter hebben en twaalf arbeiders noodig waren om haar met den bak op een wagen te tillen, ten einde haar een eene 38 geschikte standplaats te brengen.' 'De Agave Americana of 100jarige Aloë op het buitenverblijft Weizigt van den heer G.J.H. de Roo alhier, blijft zich steeds sterk ontwikkelen. De bloemstengel heeft thans reeds eene lengte bereikt van 5¼ M., terwijl reeds 18 bloemarmen zijn ontsproten, waaronder een van 45 cM. lengte. Indien de plant zoo voortgaat als tot dusver, dan is het zeer waarschijnlijk dat de bloemstengel nog 1½ M. grooter 39 wordt, terwijl het nog wel 3 à 4 weken kan duren eer de bloemen zich vertoonen.' 'De agave americana of honderjarige aloë op de buitenplaats Weizigt van den heer G.J.H. de Roo, te Dordrecht, heeft eindelijk zijne eerste bloemknoppen geopend. Op den kolossalen bloemstengel, die eene lengte van plus minus 6½ meter, bij eene dikte van omstreeks 15 cM. heeft, zijn een 34tal bloemarmen ingeplant, waaronder enkele die 68 cM. lang zijn en 220 knoppen dragen. Het totaal getal der bloemknoppen bedraagt ruim vier duizend.

Het is te bejammeren dat deze plant, waaraan zooveel moeite en zorg besteed zijn, den bekwamen tuinman, die haar gekweekt heeft, zoo korten tijd 40 voldoening van zijn arbeid schenkt, daar het einde van den bloeitijd ook de dood der plant is.'

36

Waarschijnlijk is die veronderstelling gebaseerd op de weergave op de Topografische Kaarten (uitgegeven in 1874, 1881, 1892, 1898, 1910, 1920 en 1935.) Nu wordt vermoed dat deze kaarten ten aanzien van Weizigt niet volledig zijn bijgewerkt. 37 1867-07-25 De Dordrechtse Courant. (Bron: www.archieven.nl; historische kranten.) 38 1880-07-08 De Standaard. (Bron: www.delpher.nl.) 39 1880-07-24 De Dordrechtse Courant. (Bron: www.archieven.nl; historische kranten.) 40 1880-09-07 De Standaard. (Bron: www.delpher.nl.)

25

Afb. 2.16: Vooraanzicht huis Weizigt, foto uit circa 1890. (Herkomst: RAD, inv.nr.555_15635.)

Afb. 2.17: Pontonniers trekken voorbij aan het koetshuis, de tuinmanswoning en koepel van Weizigt, naast elkaar gelegen aan de Spuiweg. Foto uit circa 1895-1905. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_320085.)

Afb. 2.19: Zicht over de Spuiweg in noordelijke richting, foto uit circa 1895-1905. Rechts de 'koepel' van Weizigt, naast de ingang van het Bonenpad. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_401929.)

Afb. 2.18: Het Bonenpad, gezien vanaf de Spuiweg, foto uit circa 1900. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_314999.)

Afb. 2.20: Voorzijde van het hoofdhuis, foto uit circa 1920-1930. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_331478.)

26

Weizigt te Dordrecht

In 1886 vererfde Weizigt op Gerardus' zoon Henry Boudewijn de Roo (1859-1936), heer van Capelle en Greup. Hij was evenals zijn echtgenote, jonkvrouwe Wilhelmina Bartholomina Maria van den Santheuvel (1864-1949), een paardenliefhebber. Nog in datzelfde jaar liet het echtpaar ten zuiden van het herenhuis een imposant koetshuis bouwen. (Afb. 2.17.) Het blokvormige pand in de destijds gangbare stijl van het Eclecticisme, was voorzien van een luxe interieur en herbergde paardenstallen, een koetsenstalling, werkruimten en een dienstwoning. In 1885/1886 werd tegen de achterzijde (noordgevel) van de oranjerie een washuis, met zolderver41 dieping, in Chaletstijl opgetrokken. De ornamentiek van het washuis vertoont opmerkelijke overeenkomsten met de versierde voorgevel van de arbeiderswoningen aan het Bonenpad. Dat kan erop duiden dat de laatste mogelijk gelijkertijd werden verfraaid (of opnieuw opgetrokken). (Afb. 2.24 en afb. 2.46.)

Henry had eveneens liefde voor exotische planten en kweekte in een speciale broeikas orchideeën en een bijzondere nachtcactus, die slechts één avond per jaar bloeit. Naast planten werden in de kassen ook wijngaardslakken gehouden. In 1916 vond de aanplant van 'nieuw bos' plaats, waar in contrast met het 'oude bos' geen beuken werden aangeplant. Hoewel er geen gegevens over bekend zijn, moet het hoofdhuis op enig moment verbouwd zijn. Op de kadastrale kaart uit 1866 is te zien dat het pand een T-vormige plattegrond bezat (een rechthoekig voorhuis met een smaller achterhuis) met aan de westkant de uitwaaierende bordestrap. Op verschillende foto's uit de jaren 20 en 30 is te zien dat het achterhuis was gewijzigd, wat resulteerde in 42 een blokvormig pand. (Afb. 2.20 en 2.26.) Door bevolkingsgroei ontstond na de eerste wereldoorlog de behoefte om Dordrecht in zuidelijke richting uit te breiden. De eigenaar van Weizigt verzette zich tegen deze nieuwe ontwikkeling die wederom een grote impact zou hebben op de buitenplaats. Koste wat kost wilde Henry de Roo van Capelle het uitzicht over de Watermolenweide behouden. Dit had als resultaat dat de eerste stadsuitbreiding doorliep tot aan de noordzijde van het spoor en dan na een onderbreking van 500 43 meter weiland zich voortzette aan de westzijde van de Krispijnseweg. (Afb.

2.21.) De vroegere Spuiweg was van een landelijke zandweg verbreed tot belangrijke verbindingsweg en hernoemd naar de uitspanning Krispijn, gesitueerd aan de oostzijde bij de Brouwersdijk. De open zone bleef behouden tot 1937, toen de Krispijntunnel onder het spoor werd gegraven en het 'Tunnelplantsoen Krispijn' (later hernoemd in Van Baerleplantsoen) werd aangelegd. (Afb. 2.27.) 44

De familie De Roo van Capelle verkoos steeds vaker hun buitengoed Daalhuizen te Velp boven 45 Dordrecht, zeker na het overlijden van Henry in 1936. Hoewel huis Weizigt volledig gemeubileerd bleef, werd het huis vanaf medio jaren 30 alleen bewoond door een huisbewaarder. Het park werd zorgvuldig onderhouden door enkele tuinlieden.

41

Weijs, C., Bouwhistorische verkenning van de Oranjerie Weizigt, Gemeente Dordrecht, oktober 2009. De topografische kaarten geven hierover geen informatie. Het familiearchief De Roo of aanvullend kadastraal onderzoek zouden hierover wellicht meer duidelijkheid kunnen scheppen. 43 Voorgeschiedenis en aanleg van het park (tot 1960), opgemaakt in 1961 door de opzichter der afd. plantsoenen A. van Vugt (medewerker tijdens de aanleg). (Bron: Speciale Collecties Wageningen Universiteit & Research, Documentatie TUIN, projectnr. 09.026 Ontwerp park Weizigt door S.G.A. Doorenbos.) 44 H.B. de Roo van Capelle verwierf dit landgoed na het overlijden van zijn oom mr. Engelberg Antoine de Roo in 1902, die het in 1857 had verworven. (Bron: www.historievandaalhuizen.nl.) 45 [...] Te Dubbeldam is Zaterdagavond na een langdurige ongesteldheid in den ouderdom van 76 jaar overleden de heer H.B. de Roo van Capelle, ambachtsheer van Westmaas en Group, den vader van den huidigen burgemeester van Dubbeldam. De heer de Roo is in 1860 op de villa 'Weizicht', het statige heerenhuis aan den Spuiweg, die toen bij de gemeente Dubbeldam behoorde, geboren. Toen Dordt grondgebied van Dubbeldam geannexeerd had en de heer De Roo dus Dordtenaar werd is hij zich voor Dordtsche zaken gaan interesseeren.

Zoo was hij in het begin van deze eeuw lid van den Dordtschen gemeenteraad en bestuurslid der vereeniging Armenzorg. Voorts heeft de afd. Dordt van de Kon. Ned. Mij. voor Tuinbouw en Plantkunde, wier voorzitter hij geruimen tijd was, veel aan hem te danken. In de laatste 20 jaren leefde de heer De Roo, die zich volkomen uit het openbare leven had teruggetrokken, op zijn bezitting in Velp of op zijn buiten aan den Reeweg-Zuid te Dubbeldam en vertoefde hij slechts zelfden in zijn villa aan den Krispijnscheweg. De heer De Roo is ook nog Hoogheemraad van "De Vier Polders" geweest. De overledene was in zijn leven een goed mensch, die in stilte veel wel deed. [...]. (Bron: 1936-03-23 De Dordrechtse Courant, www.archieven.nl; historische kranten.) 42

27

Afb. 2.21: Kaartuitsnede van de Chromotopografische Kaart, uitgave 1920. (Herkomst: www.topotijdreis.nl.)

NB. de topografische kaarten zijn ten aanzien van Weizigt, na de aanleg van het spoor en station in 1872, niet volledig bijgewerkt.

Afb. 2.22: Kaartuitsnede van de Chromotopografische Kaart, uitgave 1935. (Herkomst: www.topotijdreis.nl.)

NB. de topografische kaarten zijn ten aanzien van Weizigt, na de aanleg van het spoor en station in 1872, niet volledig bijgewerkt.

28

Weizigt te Dordrecht

Afb. 2.23: Huis Weizigt met links de oranjerie, foto uit circa 1930. (Herkomst: www.monumentenzorgdordrecht.)

Afb. 2.24: Dienstwoningen aan het Bonenpad, foto uit 1938. (Herkomst: RAD, inv.nr.555_10271.)

Afb. 2.25: Huis Weizigt (verborgen achter de bomen) met links de oranjerie en rechts het koetshuis, foto 5-10-1935. (Herkomst: RAD, inv.nr.555_15635.)

Afb. 2.26: Huis Weizigt, foto 6-2-1936. (Herkomst: RAD, inv.nr.555_15681.)

Afb. 2.27:'Dordrecht, Tunnelplantsoen Krispijn' met gebogen bank, prentbriefkaart, 1939. Rechts de oranjerie van Weizigt. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_400049.)

29

Afb. 2.28: Loodrechte luchtfoto van de Royal Air Force, 24-12-1944. (Herkomst: Speciale Collecties WUR, RAF flight 008, run 01, photo 4228.)

oranjerie vijverarm herenhuis koetshuis tuinmanswoning

eiland in vijver koepel ingang Bonenpad

Afb. 2.29: Loodrechte luchtfoto van de Royal Air Force, 19-03-1945. (Herkomst: Speciale Collecties WUR, RAF flight 012, run 08, photo 3225.)

30

Weizigt te Dordrecht

3.4. Opsplitsing in institutioneel gebruik en stadspark (1942 tot heden) Na jaren van onderhandelen werd door weduwe De Roo van Capelle op 28 augustus 1942 de verkoopovereenkomst gesloten met de gemeente Dordrecht: 'Besluiten van den Burgemeester. Verhuur, koop en verkoop. [...] aankoop van grond met opstallen, waartoe behooren de villa en het park Weizicht, tezamen groot plm. 42 h.a., alles gelegen ten oosten van den Krispijnschenweg, van mevrouw de weduwe H.B. de Roo van Capelle, tegen den prijs van ƒ 1.98 per m2, wat den grond betreft, vermeerderd met de waarde van het opgaande hout tot een bedrag van ƒ [?].278,38 en met 46 de waarde van de opstallen ten bedrage van ƒ 10.000,-' [...] In mei 1940 was de buitenplaats gevorderd door Duitse militairen die hier vrijwel de gehele Tweede Wereldoorlog verbleven. Desondanks schakelde de gemeente in 1943 de Haagse tuinarchitect en 47 dendroloog S.G.A. Doorenbos (1891-1980) in om een ontwerp te maken voor een nieuw stadspark. (Zie afb. V in bijlage 2.) Doorenbos kon onder meer putten uit zijn ervaring als Plantsoenmeester te 48 Utrecht in de jaren 20 bij de omvorming van voormalige buitenplaats Oog in Al tot stadspark. In het ontwerp voor het Weizigtpark zitten elementen die overeenkomsten vertonen met het ontwerp van Park Oog in Al, zoals de vormgeving van de entree en een uitzichtheuvel.

De oude buitenplaats Weizigt zou aanzienlijk uitgebreid worden met aangrenzende weilanden zuidelijk van het Bonenpad (in WOII verkaveld tot volkstuintjes) tot een totale oppervlakte van circa 13 hectare. Doorenbos behield het bestaande bos als achtergrond, tevens als historisch element en om zijn natuurlijke schoonheid. Hij wilde een rustige wandelplaats scheppen met enkele ruime doorkijken en een speelweide voor de jeugd. Het nieuwe gedeelte van het park werd rijkelijk voorzien van 49 bloemenborders en een grote variatie aan heesters en boomgroepen. Na WOII werd vrijwel direct gestart met de realisatie van het stadspark, dat werd opgezet als werkgelegenheidsproject. De inmiddels bouwvallige 'koepel van Weizigt' aan de Kris-pijnseweg werd 50 afgebroken en het karakteristieke laantje van het Bonenpad gekapt. (Afb. S. in bijlage 2.) De grote vijver werd vergraven, doch de contouren van het eilandje op hoofdlijnen intact gehouden. De aanleg van drainage, grondverbetering en paden gebeurde met de hand en aanplant geschiedde in de periode 1945-1948. (Afb. T en U. in bijlage 2.) Het oorspronkelijk gedachte theehuis met terras bovenop de geprojecteerde heuvel kwam er niet. Het resultaat is te zien op diverse prentbriefkaarten en luchtfoto's. De officiële opening van het Weizigtpark vond plaats op 5 mei 1948.

51 Enkele jaren later werd door de Engelse gemeente Seven Oaks een speeltuin aangeboden. Deze werd ondergebracht in het zogenaamde 'oude bos', op de zogenaamde 'schapenwei' oftewel de vroegere ronde boomgaard. In 1960 werd dwars door deze open plek een sloot gegraven om een 52 dierenweitje af te scheiden van de speeltuin. In datzelfde jaar werd het Weizigtpark verkleind door 53 de stichting van bejaardentehuis Thureborgh in de oosthoek van het terrein. De tot dan toe gespaard gebleven voormalige dienstwoningen (ten zuiden van het al eerder verdwenen Bonenpad) werden daarbij afgebroken. 46

1942-11-14 De Dordrechtse Courant. (Bron: www.archieven.nl; historische kranten.) Omdat Doorenbos als directeur Gemeente Plantsoenen van Den Haag geen medewerking wilde verlenen aan de totstandkoming van de Atlantikwall, werd hij in 1942 geschorst. Om in zijn onderhoud te voorzien keerde hij tijdelijk terug naar zijn oude werkgever de firma Copijn in Groenekan. Na de oorlog werd Doorenbos in zijn functie hersteld. Tijdens zijn werkzaamheden voor de wederopbouw volgde Doorenbos de gangbare stijl van zijn tijd; zijn kracht lag in zijn sortimentskeuze en de toepassing daarvan. (Bron: SB4, Analyse historische beplanting Park Oog in Al te Utrecht, Wageningen, 2015.) 48 Het ontwerp voor Park Oog in Al in Gemengde Stijl werd in 1921 vervaardigd door plantsoenmeester J.J. Denier van der Gon. Zijn opvolger S.G.A. Doorenbos voltooide de aanleg in de periode 1922-1927, waarna hij werd benoemd als directeur van de Dienst der Gemeente Plantsoenen in Den Haag. (Bron: SB4, Analyse historische beplanting Park Oog in Al te Utrecht, Wageningen, 2015.) 49 Voorgeschiedenis en aanleg van het park (tot 1960), opgemaakt in 1961 door de opzichter der afd. plantsoenen A. van Vugt (medewerker tijdens de aanleg). (Bron: Speciale Collecties Wageningen Universiteit & Research, Documentatie TUIN, projectnr. 09.026 Ontwerp park Weizigt door S.G.A.

Doorenbos.) 50 Het pad in het verlengde van de nieuwe parkingang, die kwam te liggen ter hoogte van de vroegere aansluiting van het Bonenpad op de Krispijnseweg, heet sinds 2012 het Charlotte van Praagpad. Charlotte van Praag (1910-2002) was lerares Duits en ereburgeres van Dordrecht. (Bron: www.dordrecht.net.) 51 Na WOII werd Dordrecht 'geadopteerd' door het Engelse dorp Seven Oaks, zuidoostelijk van Londen. Dankzij een inzameling onder de dorpsbewoners kon voor bijna ƒ4000 de speeltuin in het Weizigtpark worden aangelegd. (Bron: www.jaapbouman.nl.) 52 Voorgeschiedenis en aanleg van het park (tot 1960), opgemaakt in 1961 door de opzichter der afd. plantsoenen A. van Vugt (medewerker tijdens de aanleg). (Bron: Speciale Collecties Wageningen Universiteit & Research, Documentatie TUIN, projectnr. 09.026 Ontwerp park Weizigt door S.G.A. Doorenbos.) 53 Geopend in 1963. Na sluiting is het gebouwencomplex in 2015 verkocht aan Livable, een organisatie die woonruimte biedt aan studenten. Op dDe 'Thureborgh Campus' wonen tegenwoordig circa 150 studenten. (Bron:www.dordrecht.net.) 47

31

Afb. 2.30: Koetshuis, foto uit circa 1940-1950. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_317513.)

Afb. 2.32: Huis Weizigt in gebruik als sanatorium, foto 1950. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_307176.)

Afb. 2.31: Dienstwoningen aan het Bonenpad, foto uit circa 1930. (Herkomst: RAD, inv.nr.555_10270.)

Afb. 2.33: Weizigt als sanatorium, foto uit 1950-1960. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_761058.)

Afb. 2.34: Weizigt als sanatorium, prentbriefkaart circa 1950. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_400053.)

32

Weizigt te Dordrecht

Afb. 2.35: Op de achtergrond het hoog opgaande 'oude bos' van Weizigt. Op de voorgrond de Mauritsweg, daarachter de dienstwoningen ten zuiden van het Bonenpad. Foto 1948. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_303238.)

Afb. 2.36: 'Dordrecht. Park Weizicht', prentbriefkaart, 1950. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_404997.)

Afb. 2.37: Gezicht in het Weizigtpark, foto 1951. Brug met rustieke stuw in watergang, ten oosten van het eiland. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_404997.)

Afb. 2.38: Kaartuitsnede van de Chromotopografische Kaart, uitgave 1959. (Herkomst: www.topotijdreis.nl.)

33

Afb. 2.39: Vogelvluchtopname van het net nieuw aangelegde Weizichtpark, gezien vanuit het zuiden, 1952. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_320817.)

Thureborgh

Afb. 2.40: Overzichtstekening (ontwerp?) van het 'Park Weizigt', situatie na de bouw van bejaardentehuis Thureborgh in 1960. (Herkomst: Speciale Collecties WUR, inv.nr. 09.026.04.)

34

Weizigt te Dordrecht

Huis Weizigt kreeg in 1946 een nieuwe bestemming als sanatorium voor tbc-patiënten (Stichting Sanatorium voor Tuberculose-lijders Dordrecht 'Sanatorium Weizigt'). (Afb. 2.32 t/m 2.34.) De noordwesthoek van de vroegere buitenplaats werd fysiek en visueel afgescheiden van het aangrenzende Weizigtpark. Het hoofdhuis werd ingrijpend verbouwd. Oranjerie, washuis, koetshuis en andere bijgebouwen stonden evenals de moestuin met kassen ten dienste van het sanatorium. In de jaren daarna verrezen er in de tuin direct rondom het hoofdhuis diverse bijgebouwen en paviljoens. Om daarvoor ruimte te creëren werd de noordelijke vijverarm achter het huis aanzienlijk ingekort tot de huidige afmeting. Na sluiting van het sanatorium in 1966, werd huis Weizigt in gebruik genomen als verpleegtehuis voor bejaarden. Toen het hoofdgebouw ondanks verbouwingen ongeschikt bleef, werden de bewoners in 1971 verplaatst naar het Parkhuis in Dubbeldam. Het huis werd daarna wisselend bewoond door huurders en krakers. In 1988 kreeg huis Weizigt een herbestemming als kantoor van woningbouwstichting Woondrecht, toen nog het Gemeentelijk Woningbedrijf. Sinds 2006 is Woondrecht gefuseerd en onderdeel van de Rotterdamse woningcorporatie Woonbron. Het achterhuis, in de loop der jaren meermaals verbouwd maar in de kern mogelijk de oorspronkelijke woning van de buitenplaats, werd afgebroken. (Afb.

2.41.) In plaats daarvan verrees de huidige nieuwbouw achter het monumentale voorhuis. Ook het oude 54 koetshuis/stalling ten zuidoosten van het hoofdhuis en een achtzijdig theekoepeltje werden afgebroken. (Afb. 2.45.) Nadien hebben zich op het terrein van Woonbron geen grote wijzingen voorgedaan. Het overige terrein heeft de afgelopen 50 jaar vele veranderingen ondergaan. In 1977 werd naast de 55 speeltuin Seven Oaks een kinderboerderij geopend. (Afb. 2.42.) Deze ontwikkelde zich tot 'Biologisch centrum' waarbij het koetshuis onder meer als educatie- en expositieruimte werd ingericht. Naar een plan van de afdeling groenvoorziening van Dordrecht, werd achter het koetshuis (in 1995 gerestaureerd) een kruidentuin, een leslokaal ('De Waterjuffer') en een tropische en subtropische kas aangelegd. Later volgden nog een cultuurtuin, watertuin, heemtuin en bijenstal. In 2000 werd de naam aangepast in 'Stadsboerderij en Natuur- en milieucentrum' gelijkertijd met de opening van het zogenoemde Aquarama. In dit educatieve gebouw, gesitueerd ten zuiden van het 56 koetshuis, bevindt zich een permanente tentoonstelling over diverse aspecten van water. In 2011 werd de oude kinderboerderij vervangen door het huidige moderne gebouw. Sindsdien is het koetshuis als kantoor in gebruik en te huur voor presentaties en workshops.

In 2014 werd op het eiland in de vijver een volière gebouwd, een gift van vogelvereniging 'de Volière'. In het najaar van 2017 is het leslokaal 'De Waterjuffer' van het NMC-terrein verplaatst naar een 57 nieuwe locatie in Dordrecht en door de vogelvereniging in gebruik genomen als clubgebouw. Het gehele complex draagt tegenwoordig de naam Natuur- en Milieucentrum (NMC) 'Weizigt 58 Duurzaamheidscentrum'.

54

De exacte locatie hiervan is niet bekend. Mogelijk stond het in de bosstrook langs de spoorlijn, die resteerde na de bouw van bejaardentehuis Thureborgh. Onderdelen van de gietijzeren balustrade liggen opgeslagen in het gemeentedepot. 55 De speeltuin is in 2004 geheel vernieuwd en in 2013 uitgebreid met nieuwe toestellen. (Bron: cms.dordrecht.nl.) 56 In 2015 werd het Aquarama vernieuwd en heropend. 57 'Eigen clubhuis voor De Voliere. Vogelvereniging De Voliere heeft sinds haar oprichting (1953) voor het eerst een eigen clubgebouw.', 28 oktober 2017. (Bron: www.rtvdordrecht.nl 58 Bron: www.weizigt.nl.

35

Afb. 2.41: De zuidgevel van de oranjerie. Foto uit 1961, G.Th. Delemarre. (Herkomst: RCE, obj.nr.64.229.)

Afb. 2.42: Kinderboerderij, foto uit circa 1964. (Herkomst: RAD, inv.nr.947_1546.)

Afb. 2.43: Loodrechte luchtopname, 1971. (Herkomst: RAD, inv.nr.552_360014.)

36

Weizigt te Dordrecht

Afb. 2.45: Achtzijdig theehuis of koepeltje, op een onbekende plek in het oude park van Weizigt. Op de achtergrond is het spoor zichtbaar. Foto uit 1985, G.J. Dukker. (Herkomst: RCE, obj.nr.258.985.)

Afb. 2.44: De zuidgevel van het hoofdhuis. Foto uit 1985, G.J. Dukker. (Herkomst: RCE, obj.nr.258.966.)

Afb. 2.46: De voorgevel (oost) van het washuis. Links de zijgevel van de oranjerie. Foto uit 1985, G.J. Dukker. (Herkomst: RCE, obj.nr.258.984.) Afb. 2.47: Kaartuitsnede van de Chromotopografische Kaart, uitgave 2012. (Herkomst: www.topotijdreis.nl.)

37

38

Weizigt te Dordrecht

3. RUIMTELIJKE ONTWIKKELING EN RELICTEN De tuin- en parkaanleg van Weizigt is in verschillende fasen ontstaan en er zijn van vrijwel elke periode thans nog restanten te herkennen. Middels onderstaande faseringskaarten (betreft schematische weergaven van de aanleg) is de ruimtelijke ontwikkeling van het terrein inzichtelijk gemaakt: - oranje = bebouwing - grijs = infrastructuur - blauw = water - groen = parkaanleg (nutstuin, sieraanleg) - donkergroen = lanen, bomenrijen - zwarte stippellijn = spoor De rode stippellijn geeft voor de fases na 1722 de begrenzing van het eigendom aan. Ter vergelijking is telkens de huidige situatie (in grijs) als onderlegger gebruikt.

3.1. Voor 1722: stadstuinen

Thans nog resterend uit die periode: - de watergang langs het Van Baerleplantsoen, aan de voorzijde van het hoofdhuis

39

3.2. 1722-1794: eenvoudige buitenplaats met moestuinen en formele parkaanleg

Thans nog resterend uit die periode: - locatie hoofdhuis

3.3. 1794-1818: buitenplaats met moestuinen en landschappelijke aanleg

Thans nog resterend uit die periode: - hoofdhuis - vijver met eiland

40

Weizigt te Dordrecht

3.4. 1818-1866: omvangrijke buitenplaats met moestuinen en landschappelijke aanleg

Thans nog resterend uit die periode: - oranjerie

3.5. 1866-1942: doorsneden buitenplaats met moestuinen en landschappelijke aanleg

Thans nog resterend uit die periode: - koetshuis, vijvercipres - washuis - uitbreiding vijver - watergang langs spoor

41

3.6. Na 1942: stadspark met openbare voorzieningen

Thans nog resterend uit die periode: - inrichting achter koetshuis met moestuin, kas, fruitbomen - aquarama, kinderboerderij, speeltuin - zuid-westelijke uitbreiding vijver - gebouwen Woonbron

3.7. Huidige situatie

42

Weizigt te Dordrecht

4. WAARDERING

4.1. Methode Voor cultuurhistorische waardestellingen van groen erfgoed wordt de waarderingsmethode gebruikt van de Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek, zoals opgesteld en voorgeschreven door onder meer 59 Rijksvastgoedbedrijf en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2012. Hierin wordt onder meer het belang benadrukt van goede doorgronding van de ontwikkelingsgeschiedenis van een plek en een heldere en verifieerbare methode om te komen tot een duidelijke representatie van de waarden in beschrijvingen en tekeningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een externe en een interne waardestelling. Bij de externe waardestelling wordt de tuin- en parkaanleg als geheel (o.a. periode van aanleg, tuinstijl) gerelateerd aan de nationale en/of regionale betekenis en de positie ten opzichte van vergelijkbare terreinen. Daarbij worden vergelijkbare projecten uit dezelfde tijd, van dezelfde initiator of architect, of van eenzelfde aard in beschouwing genomen. Bij de aanwijzing van de gebouwen als rijksmonument en als gemeentelijk monument heeft deze contextuele waardestelling reeds plaatsgevonden en zijn van monumentwaardig niveau bevonden. Dit geldt in geval van Weizigt enkel voor de gebouwen 60 (hoofdhuis, oranjerie en koetshuis) en bomen (vijvercipres, Weizigtparkcomplex).

Een interne waardestelling vindt plaats op deelgebied- en elementsniveau, waarmee wordt bedoeld dat de waarden van deelgebieden en elementen op het terrein in relatie tot de tuin als geheel worden afgewogen, en dus in principe niet gerelateerd worden aan vergelijkbare elementen in andere terreinen. Een nadere waardering op deelgebied- of elementsniveau geeft inzicht in de specifiek aan een plek of element toe te kennen betekenis, waarbij oudere, meer gave en meer in samenhang verkerende zaken in principe een hogere waardering kennen. Welke elementen zijn in de loop der tijd ongewijzigd en behoren tot de kern van de aanleg? Of welke elementen zijn later ingevoegd, maar op zorgvuldige wijze zodat een nieuwe samenhang met de oudere situatie is ontstaan? Zo ontstaat ook een onderscheid tussen hoofdstructuren, bijzonderheden en bijzaken: wat kan zonder impact worden gewijzigd en wat draagt bij tot de essentie van deze tuinaanleg. In de afweging zijn de volgende aspecten in ogenschouw genomen:  ouderdom: de ouderdom is op zich niet bepalend voor de waarde, maar wel een belangrijke graadmeter voor de beleving, bijzonderheid (zeldzaamheid) en continuïteit in vorm en functie (gaafheid). Te meer omdat groen erfgoed een grotere vergankelijkheid kent (ten opzichte van ‘rode elementen’), zijn oudere elementen in de regel ook zeldzamer.

 gaafheid ten opzichte van de primaire vorm: in de loop der tijd kunnen vorm en functie gewijzigd zijn, waarbij de primaire vorm is aangetast in fysieke staat en/of herkenbaarheid. Soms heeft een functiewijziging grote impact op de vormgeving; soms is de functie wel gewijzigd maar qua vorm of uitvoering aangepast aan of ingepast in de historische situatie.  zeldzaamheid of bijzonderheid: de bijzonderheid of zeldzaamheid is aangeduid als de betekenis of relevantie voor de tuin, waarbij verschil kan worden gemaakt in wezenlijke elementen (systeemdelen of basisopzet) en minder cruciale elementen voor het onderscheidende vermogen van de tuin.  context of samenhang: een element kan onderdeel zijn van een structuur of patroon, dat fysiek of in betekenis met elkaar in verbinding staat. Een dergelijke relatie kan bijvoorbeeld bestaan uit een logisch en als geheel gerealiseerd ontwerp of een functionele samenhang tussen hoofdhuis, bijgebouwen en utilitaire terreinen.

De waardering is uitgedrukt in de volgende kwalificaties:  hoog (blauw): essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin;  positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin, bijvoorbeeld vanwege de instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis;  indifferent (okergeel): geen wezenlijk onderdeel van de cultuurhistorische waarde van de tuin. 59

Hendriks, L., R. van Immerseel, Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek, Voor waardestellingen van groen erfgoed, 2012. Zie bijlage 1 voor de beschrijving van rijksmonument nrs. 13513 en 522357. Voor de Bomenlijst 2016 met beschermde bomen, zie: https://cms.dordrecht.nl/inwoners/natuur-en-milieu/bomen-in-dordrecht. 60

43

Afb. 4.1: Huis Weizigt.

Afb. 4.2: Vijvercipres.

Afb. 4.3: Koetshuis.

Afb. 4.4: Vijver met eiland.

44

Weizigt te Dordrecht

Een waardestelling is geen absoluut gegeven, maar dient om een gewicht (of weging) toe te kennen en om met elkaar in gesprek te gaan over unieke of bijzondere kenmerken. Naarmate een hogere waarde is toegekend, zal een meer krachtig argument benodigd zijn om deze waarde aan te tasten. De hierna volgende waarderingskaarten en onderstaande toelichting zijn het resultaat van gevolgde methode. Aangezien voorliggend onderzoek specifiek gemaakt is met het oog op herlocatie van de oranjerie binnen het Weizigtpark/NMC, is dit toegespitst op het hierboven aangeduide onderzoeksgebied en worden de waarden van de buitenplaats Weizigt in het algemeen beknopt behandeld. Indien vanuit een ander, ruimer perspectief naar de buitenplaats Weizigt wordt gekeken, of bijvoorbeeld nieuwe archiefgegevens boven water komen, is het niet onmogelijk dat aanvullend inzicht ontstaat en aanvullende waarden worden aangetroffen.

4.2. Waardering Voor de tuinaanleg als geheel kunnen op het gebied van algemene historische waarden, ensemblewaarden, tuinhistorische waarden en gebruikshistorische waarden diverse specificaties worden gegeven. Algemene historische waarde: positief e - De huidige buitenplaats Weizigt vormt een restant van een in de kern 18 eeuws buitenverblijf van welgestelde, regionaal gevestigde families, bestaande uit een complex van hoofdhuis, koetshuizen, dienstwoningen, oranjerie, koepels, kassen en andere bijgebouwen, moestuinen, boomgaarden, vijvers, parkaanleg met lanen, slingerpaden en parkweides, weilanden en (hakhout)bossen. Een historische buitenplaats was een destijds gangbaar fenomeen, maar is thans zeldzaam geworden. Ook de buitenplaats Weizigt is sterk gewijzigd, waarbij de aantasting in belangrijke mate voortkomt e uit de aanleg van spoor en station omstreeks 1870, alsmede in de 20 eeuw gewijzigd eigendom en gebruik. - Van de buitenplaats zijn relatief weinig historische onderdelen nog aanwezig, waarvan de ouderdom wisselt en de wetenschappelijke waarde beperkt is. De belangrijkste oude onderdelen zijn als rijksmonument aangewezen: hoofdhuis (1794), oranjerie (1837/1838) en koetshuis (1886). De vijvercipres stamt mogelijk uit dezelfde periode (ca. 1886) of is ouder.

Washuis (1886) en vijver met eiland (in basis van vóór 1802, uitgebreid na 1866) zijn niet beschermd, doch te beschouwen als van gelijke historische waarde. - Er is in geval van Weizigt als complex nauwelijks sprake van herkenbare representatie van culturele, sociaaleconomische en/of geestelijke ontwikkeling, geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkeling, of van technische en/of typologische ontwikkeling. De historie wordt met name nog gerepresenteerd in de gebouwen en in mindere mate in de groenaanleg, hoewel de moderne moestuin en kas (doelbewust) aan historisch passend gebruik (en vorm) refereren. Ensemblewaarde: positief - Er is sprake van meerdere karakteristieke buitenplaatsonderdelen: zowel historische (hoofdhuis, oranjerie, koetshuis, park) als moderne die hieraan refereren (kas, tuin, menagerie). Hierdoor is een complex aanwezig dat herkenbaar is als (voormalige) historische buitenplaats. - De samenhang tussen hoofdhuis en park is uiterst gering geworden door verschil in eigendom en ontbreken van functionele en ruimtelijke relaties. - Er is samenhang met het Weizigtpark, doch niet direct gerelateerd aan de geschiedenis en parkaanleg van de buitenplaats. Enerzijds komt het Weizigtpark voort uit de locatie en aanwezigheid van de buitenplaats.

Anderzijds is de parkaanleg daarmee onderdeel geworden van het stadspark, zodat door een andere vorm van gebruik en uitstraling de herkenbaarheid als buitenplaats in afgenomen. Het stadspark, zoals na de oorlog naar ontwerp van S.G.A. Doorenbos is gerealiseerd, kent een eigen cultuurhistorische waarde (die binnen dit onderzoek niet verder wordt belicht). - Er is samenhang met de stedebouwkundige opzet van de wijk Krispijn (Van Baerleplantsoen, Krispijnseweg), doch niet direct gerelateerd aan de geschiedenis en parkaanleg van de buitenplaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/827/documents/30305