CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3b Rapport betaalbaarheid warmteoplossingen 99_ Dordrecht.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 3 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 26: Raadsinformatiebrief over Warmteprogramma en nieuwe bevoegdheden warmtetransitie - Raadsinformatiebrief25.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Huur (n=92)

Koop (n=541) Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6,5

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,7

7,4 6,4

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten*

4,7

5,0

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4,5

4,8

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

5,1

3,7

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

4,0

3,8

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

3,4

3,9

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen kopers en 39 huurders significant

• Overeenkomsten. Deelnemers prioriteren dezelfde top 2, ongeacht of zij in een huur-of koopwoning wonen: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. • Significante verschillen. Alleen voor de dikgedrukte doelen in de figuur hiernaast geldt dat er significante verschillen zijn tussen huurders of kopers. • Huurders geven iets meer prioriteit aan het doel dat de prijzen voor duurzame warmte zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten en aan het doel dat de prijzen zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners. • Conclusie. Het significante verschil tussen de prioriteiten van kopers en huurders is erg klein; het verschil is kleiner dan 1 punt. We concluderen daarom dat er geen substantiële significante verschillen zijn. Er zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen.

Deelnemers stellen vergelijkbare prioriteiten, ongeacht hun financiële situatie

Figuur 3.9. Prioritering doelen – Gemiddelde naar financiële situatie

• Overeenkomsten. Deelnemers prioriteren dezelfde top 2, ongeacht hun financiële situatie: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven.

(Zeer) moeilijk (n=22)

• Significante verschillen. Alleen voor de dikgedrukte doelen in de figuur hiernaast geldt dat er significante verschillen zijn tussen groepen. • Inwoners die (zeer) makkelijk rondkomen geven meer prioriteit aan het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt dan inwoners die niet makkelijk maar ook niet moeilijk rondkomen.

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

Conclusie. Het enige significante verschil tussen de prioriteiten van is erg klein; het verschil is kleiner dan 1 punt. We concluderen daarom dat er geen substantiële significante verschillen zijn.

(Zeer) makkelijk (n=386)

7,1

6,6

6,8

6,5

8,4

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

5,6

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,8

4,4

5,0

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4,1

5,2

4,6

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

3,8

4,3

4,5

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3,8

4,2

3,9

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

4,4

3,0

3,8

0 tot 2,5 punten

40

Niet makkelijk, niet moeilijk (n=168)

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige financiële situaties significant (zie tekstuitleg links)

Deelnemers geven méér prioriteit aan dezelfde twee doelen, ongeacht of zij wel of geen zorgen hebben over het klimaat. Verdeelde meningen over twee andere doelen.

Figuur 3.9. Prioritering doelen – Gemiddelde naar zorgen over het klimaat Ja, ik maak mij zorgen (n=453)

Nee, ik maak mij geen zorgen (n=122)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

7,0

6,8

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,1

7,3

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

5,2

4,7

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,0

4,0

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,7

3,6

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas*

3,1

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

3,9

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

6,4 2,1

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen verschillende 41 zorgen significant (zie tekstuitleg links)

• Overeenkomsten. Deelnemers geven méér prioriteit aan twee doelen: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. Ongeacht de mate waarin zij zich wel of niet zorgen maken over het klimaat. • Significante verschillen. De substantiële significante verschillen zitten op twee doelen: • Inwoners die geen klimaatzorgen hebben geven meer prioriteit aan dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas. • Inwoners die wel klimaatzorgen hebben geven meer prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt en dat zoveel mogelijk mensen de kosten terugverdienen. • Conclusie. Of inwoners zich zorgen maken om het klimaat lijkt een verklarende factor in wat zij belangrijk vinden bij de betaalbaarheid van warmte. Inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) goed idee vinden geven substantieel meer prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt. En inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) slecht idee vinden geven substantieel veel meer prioriteit aan het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas.

Deelnemers geven méér prioriteit aan dezelfde twee doelen, ongeacht of zij het stoppen met gas een goed idee vinden. Verdeelde meningen over twee andere doelen.

Figuur 3.10. Prioritering doelen – Gemiddelde naar houding deelnemers t.o.v. het stoppen met aardgas

• Overeenkomsten. Deelnemers geven ongeacht hun houding ten aanzien van het stoppen met aardgas veel prioriteit aan twee doelen: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. • Significante verschillen. De grootste significante verschillen zitten op twee doelen: • de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden • Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt te kiezen om te stoppen met gas • Conclusie. Of inwoners het stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken wel of niet een goed idee vinden lijkt een verklarende factor in wat zij belangrijk vinden bij de betaalbaarheid van warmte. Inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) goed idee vinden geven substantieel meer prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt. En inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) slecht idee vinden geven substantieel veel meer prioriteit aan het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas. 42

(Heel) goed idee (n=387) Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder*

6,2

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,3

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten*

5,5

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners*

4,9

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,8

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas* De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

(Heel) slecht idee (n=130)

8,3

8,1

6,8 3,5

7,3 3,6

5,3 4,1

2,7

3,0 3,8

4,6

4,6

7,5 tot 10 punten

Neutraal (n=117)

2,4

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige houdingen significant (zie tekstuitleg links)

7,7 1,4

3B

• We werken profielen uit van de volgende perspectieven op het thema betaalbaarheid van duurzame warmte

Profielen van 5 groepen

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Badge 4 with solid fill

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Aanleiding Opzet

43

Deelnemers

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Figuur 3.11. Voorbeeld uitkomsten met uitleg

De LKCA-analyse • Met de statistische techniek Latente Klasse Clusteranalyse (LKCA) onderzoeken we de representatieve uitkomsten van het gesloten onderzoek. • De methode kijkt naar de manier waarop deelnemers punten toekennen in de PWE-keuzetaak. • De LKCA-methode identificeert verschillende groepen. • Iedere groep is maximaal homogeen; deelnemers binnen één groep stellen grotendeels vergelijkbare prioriteiten. • En iedere groep verschilt van andere groepen; deelnemers binnen de ene groep stellen andere prioriteiten dan deelnemers binnen een andere groep.

Vijf groepen • De LKCA geeft aan dat deelnemers van het onderzoek in vijf groepen kunnen worden opgedeeld die de doelen ten aanzien van de betaalbaarheid van warmte waarderen. • Acht demografische kenmerken zijn gebruikt om de groepen te beschrijven: leeftijd, gender, opleiding, woonsituatie, wijk, financiële situatie, houding ten opzichte van klimaatverandering en houding ten opzichte van het doel om aardgasvrij te worden.

Legenda: hogere en lagere prioriteit • Als een optie meer dan de uitgangswaarde van 5 punten krijgt, dan krijgt die optie prioriteit van (een groep) deelnemers. Als een thema meer dan 7,5 punten krijgt, dan heeft het hoge prioriteit ten opzichte van de andere doelen. Minder dan 2,5 punten is lage prioriteit ten opzichte van de andere doelen. • Meer dan 10 punten wijst op een principekwestie 44

Figuur 3.12. Prioritering van doelen – Resultaten van LKCA

Groep A

Groep B

Groep C

Groep D

Gemiddelde

(15%)

(11%)

Groep E

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

5,7

6,3

10,3

7,6

10,9

6,9

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,2

7,2

8,3

6,9

1,2

6,6

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,9

4,9

7,1

2,5

1,5

4,8

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,5

4,5

4,9

0,1

6,7

4,6

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,8

5,3

0,0

5,0

12,1

4,5

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

4,5

0,5

4,5

8,7

1,8

3,9

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

3,5

6,4

0,0

4,2

0,8

3,6

(47%)

0 tot 2,5 punten

45

(23%)

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

(4%)

Uitwerking per groep op de volgende pagina’s

Groep A is echt een middengroep; ze verdelen hun punten vrij gelijkmatig

Figuur 3.13. Prioriteiten van Groep A

• Inwoners in Groep A geven de meeste prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen ook het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen).

Groep A (47%)

• Van de vijf groepen verdelen de inwoners van Groep A hun punten het meest gelijkmatig: nergens boven 6, nergens onder de 3,5. Dit noemen we dan vaak de middengroep. Dit is tevens de grootste groep, die 47% van de inwoners vertegenwoordigt.

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

5,7

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,2

• In deze groep zitten mensen met diverse kenmerken. Niets opvallends.

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,9

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,5

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,8

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

4,5

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

3,5

"Het terug verdienen hoeft niet in helemaal tijd . Maar voor het finacieren van zou het fijn zijn om goedkoop te kunnen lenen."

46

"De overheid kan richting geven. En gelijke kosten voor iedereen is wel zo eerlijk. Maar de overheid kan ook niet altijd het afdwingen."

Groep B geeft nagenoeg geen prioriteit aan zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas en relatief veel aan de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt

Figuur 3.14. Prioriteiten van Groep B

Groep B (23%)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6,3

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

7,2

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,9

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4,5

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

5,3

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

0,5

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

6,4

• Inwoners in Groep B geven veel prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen ook het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen). • Daarnaast geven zij vergeleken met het gemiddelde en de meeste andere groepen de meeste prioriteit aan het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden. • Groep B maakt een uitgesproken keuze als het gaat om inwoners zo lang mogelijk de tijd geven om over te stappen; zij geven hier nagenoeg geen prioriteit aan. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Vaker mensen jonger dan 35 jaar dan andere groepen • Minder vaak een basisonderwijs, onderbouw voortgezet onderwijs opleiding dan andere groepen • Makkelijker rondkomen dan andere groepen • Vaker zorgen over klimaatverandering dan gemiddeld • Meer eens met het doel om aardgasvrij te worden dan gemiddeld

"Ik denk als men geen limiet krijgt qua tijd wanneer men moet stoppen met gebruik van gas dat er dan mensen zijn die dat helemaal niet doen." 47

"Energiebedrijven maken teveel winst en zijn daar niet open over. Eigenlijk zou alle winst geïnvesteerd moeten worden in de benodigde investeringen voor de energietransitie en uitbreiding van het elektriciteitsnet, zodat de burger hier vooral van profiteert en de prijzen betaalbaar blijven."

Groep C maakt uitgesproken keuzes en geeft geen enkele prioriteit aan twee doelen

Figuur 3.15. Prioriteiten van Groep C

• Inwoners in Groep C geven de meeste prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen ook het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen). • Daarnaast geven inwoners in groep C relatief veel prioriteit aan het doel dat de prijzen voor duurzame warmte zoveel mogelijk hetzelfde moeten zijn in alle Nederlandse gemeenten. • Groep C maakt een uitgesproken keuze als het gaat om de kosten terugverdienen en het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt: aan beide doelen geven zij geen enkele prioriteit. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Meer vrouwen in deze groep dan in andere groepen • Minder vaak een hbo, wo opleiding dan gemiddeld • Vaker moeite met rondkomen dan andere groepen • Vaker geen zorgen over klimaatverandering dan andere groepen • Iets vaker oneens met het doel om aardgasvrij te worden dan gemiddeld • Iets vaker uit Dordrecht-West dan gemiddeld

"de kosten voor warmte zijn al hoog. Het is onredelijk om die te verhogen."

48

"Ik wil niet gedwongen worden aangesloten te worden op het warmtenet"

Groep C (15%)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

10,3

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

8,3

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

7,1

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4,9

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

0,0

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

4,5

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

0,0

Groep D maakt uitgesproken keuzes en geeft van alle groepen de meeste prioriteit aan zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas

Figuur 3.16. Prioriteiten van Groep D

Groep D (11%)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

7,6

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,9

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

2,5

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

0,1

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

5,0

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

8,7

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

4,2

• Inwoners in Groep D geven veel prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen ook het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen). • Van alle groepen geeft deze groep de meeste punten aan zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas; inwoners in groep D geven dit doel de meeste prioriteit. En ook is groep D de enige groep die nagenoeg geen prioriteit geeft aan het doel dat de prijzen van duurzame warmte zo lang mogelijk gelijk moeten blijven. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Meer mannen in deze groep dan in andere groepen • Iets vaker een hbo, wo opleiding dan andere groepen • Minder zorgen over het klimaat dan gemiddeld • Vaker oneens met het doel om aardgasvrij te worden dan andere groepen • Vaker uit Dordrecht-Oost dan gemiddeld

"Het is duur, soms ingewikkeld en er is nog veel onduidelijkheid, dus ja, mensen moeten veel tijd krijgen om los te komen van het gas. En dus informatie van de gemeente over de plannen voor iedere wijk." 49

"Als vanzelfsprekend, waarom moeten we meer betalen voor iets wat ons opgedrongen wordt"

Groep E maakt de meest uitgesproken keuzes en geeft bijna alle prioriteit aan drie doelen. • Inwoners in Groep E geven veruit het meeste prioriteit aan twee doelen: 1. Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder 2. Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte 3. De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners • Van de vijf groepen maken de inwoners van Groep E de meest uitgesproken keuzes. Voor de overige vier doelen geven zij nauwelijks prioriteit. Dit is tevens de kleinste groep, met 4% van de inwoners. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Vaker tussen de 35 en de 65 jaar dan gemiddeld • Meer mannen in deze groep dan gemiddeld • Vaker een basisonderwijs, onderbouw voortgezet onderwijs opleiding dan andere groepen • Komt vaker niet makkelijk en niet moeilijk rond dan gemiddeld • Vaker eens met het doel om aardgasvrij te worden dan gemiddeld "Ik denk dat het de draagkracht helpt bij deze verandering als mensen er ook nog iets op kunnen terugverdienen." 50

"Het zou vreemd zijn dat je meer moet betalen dan dat je voor gas deed. Zoveel duurzame keuzes in het leven zijn nu al duurder dan de niet duurzamere opties. Denk aan duurzaam gemaakte producten en biologisch voedsel. Zou fijn zijn als er een keer iets duurzaams goedkoper werd."

Figuur 3.17. Prioriteiten van Groep E

Groep E (4%)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

10,9

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

1,2

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

1,5

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

6,7

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

12,1

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

1,8

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

0,8

• De volgende analyses zijn gebaseerd op motivaties van deelnemers uit de representatieve groep en deelnemers van het open onderzoek. De scores per doel zijn de gemiddelden van de representatieve groep.

Uitwerking zeven doelen

3C

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Badge 4 with solid fill

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Aanleiding Opzet

51

Deelnemers

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Uitleg argumenten-analyse: hoe analyseren we de motivaties van deelnemers? • Motivatie. Nadat deelnemers hun punten hadden verdeeld over de zeven doelen, konden zij hun mening uitleggen. Daarbij noemen zij – in verschillende persoonlijke bewoordingen – vaak vergelijkbare argumenten. • Automatische groepering argumenten. Alle motivaties van deelnemers werden vervolgens automatisch gegroepeerd met een clustering-model. Dit model maakt automatisch groepjes van dezelfde argumenten: bijvoorbeeld een groepje van argumenten die vinden dat duurzame warmte een basisvoorziening is. • Codeboek. We hebben handmatig gekeken naar de automatisch gegroepeerde clusters van argumenten. Clusters die sterk met elkaar samenhangen hebben we samengevoegd tot één categorie van argumenten. • Rapportage. We laten per doel de meest genoemde categorieën van argumenten zien. Met sterren geven we aan hoe vaak een argument wordt genoemd. • ★★★ betekent dat dit de hoofdmoot vormt van de argumenten die bij een optie gegeven worden; dit argument springt er duidelijk uit. • ★★ betekent dat dit argument vaak wordt genoemd. • ★ betekent dat dit argument minder vaak maar wel een aantal keer wordt genoemd. We laten het vooral zien om de veelzijdigheid van de argumenten weer te geven.

52

Figuur 3.18. Deelnemers konden na de puntenverdeling hun mening uitleggen

Uitwerking: ‘Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder’ "Er moet wel een financiële prikkel zijn om over te stappen."

"de prijzen van eerste levensbehoeften moeten zo laag mogelijk blijven"

"Het liefst minder. Het is al duur genoeg."

6,9 punten

53

"Niet realistisch"

"mensen moeten er niet op achteruit gaan als ze verplicht moeten overstappen op duurzame warmte. Het geeft toch al veel gedoe (bouw, overlast) als ze moeten overstappen"

"Dit lijkt mij het meest eerlijke en draagvlakverhogend"

"Dit zorgt voor meer draagkracht"

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Duurzame warmte moet niet duurder zijn dan gas, dat is een principekwestie

★★★

Het is goed als er een financiële prikkel is om over te stappen, dat motiveert mensen om over te stappen

★★★

Energie is duur, het zou fijn zijn als het überhaupt goedkoper zou worden

★★

Dat is eerlijk en zorgt voor gelijkheid en draagvlak

★

Geen vaakgenoemde tegenargumenten

Verder genoemd: • Het gaat sowieso duurder worden, dat is onvermijdelijk • Andere opties zijn belangrijker

Uitwerking: ‘Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst’ "Waarom moeten deze bedrijven winst maken?"

"Ik denk dat dit een wensdenken is"

"Energie moet weer door overheid geregeld worden."

6,6 punten

54

"Zijn nuts bedrijven en geen op maximale winst maken gebaseerde bedrijven"

"Absoluut, basisbehoefte hoort niet speelbal van de commercie te worden"

"Sowieso openheid is ‘n must , maar winstbejag en shareholders-value is in deze absoluut ongewenst. We hebben het over zo ongeveer een 1e levensbehoefte van de burgerconsument."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Energie is een eerste levensbehoefte. Energiebedrijven zouden nutsbedrijven moeten zijn, zonder winstoogmerk

★★★

Energiebedrijven zouden niet heel veel moeten verdienen aan (de) energie(transitie)

★★

Energiebedrijven verdienen erg veel geld, het zou de kosten voor inwoners verlagen als ze dat niet/minder zouden doen

★

Vooral openheid van energiebedrijven is belangrijk

★

Geen vaakgenoemde tegenargumenten

Verder genoemd: • Het is niet realistisch dat energiebedrijven weinig winst maken • Andere opties zijn belangrijker

Uitwerking: ‘De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten’ "Waarom verschillen? Leven toch in het zelfde land."

"Energieprijzen behoren tot de algemene nutsvoorzieningen. Daar moeten geen grote verschillen tussen gemeenten bestaan."

"Geen ongelijkheid waar je woont"

4,8 punten

55

"Blaricum is geen Vlaardingen. Andere gemeente is een andere keuze."

"Zodat het niet uitmaakt in welke gemeente men woonachtig is. Duidelijk voor iedereen"

"Dat zou wel zo eerlijk zijn, maar kleine verschillen kunnen door verschillend infrastructuur per gemeente ontstaan."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Het is eerlijk als de prijzen in elke gemeente (redelijk) hetzelfde zijn

★★★

Gemeenten verschillen van elkaar, het is daarom logisch/niet erg als de tarieven ook verschillen

★★

Iedereen moet hetzelfde (tarief) betalen, dat is een principekwestie

★★

Andere opties zijn belangrijker

★

Dat zorgt voor meer gelijkheid, dat is goed

★

Uitwerking: ‘De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners’ "Is toch niet te handhaven. De bedrijven doen toch wat ze zelf willen. Probeer de bewoners meer te laten kiezen goor zelf energie opslaan."

"Zeker niet hoger worden"

"om duidelijkheid en zekerheid te geven in dure tijden"

4,6 punten

56

"Mensen willen graag weten waar ze aan toe zijn."

"dit vind ik minder belangrijk"

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Het is belangrijk dat de prijzen niet te hoog zijn en niet te onzeker zijn

★★★

De prijs voor energie moet vooral niet duurder worden

★

Andere opties zijn belangrijker

★

Dat is niet realistisch

★

De prijzen zouden juist moeten dalen

★

"Energie is al duur genoeg"

"Voelt als een steek in de rug als je over zou stappen en ineens gooit men de prijzen omhoog. Je moet de kans krijgen om je uitgaven terug te verdienen"

Verder genoemd: • Dat zorgt voor draagvlak en een stimulans voor de transitie • Anders is het niet meer betaalbaar • Dat is eerlijk en logisch

Uitwerking: ‘Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte’ "Overstappen moet een financieel voordeel hebben."

"Als mensen zelf investeren in maatregelen, moeten zij ook de kans krijgen dit (deels) terug te verdienen."

"Dit geldt alleen voor koopwoningen en je mag geen onderscheid maken."

4,5 punten

57

"Dit maakt de bereikbaarheid om aanpassingen te maken groter."

"MOET KOSTEN NEUTRAAL ZIJN"

"Kosten moeten worden terugverdiend anders heeft het geen zin"

"De overheid besluit over te stappen, daardoor mogen mensen niet op kosten gejaagd worden"

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven De transitie gaat veel geld van huishoudens kosten, het zou goed zijn om die kosten te drukken of terug te verdienen maken

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven ★★

Dat is goed voor het draagvlak van de transitie

★★

Zulke grote investeringen moeten zoveel mogelijk rendabel zijn

★★

Als de overheid verplicht dat je overstapt, moet dat terug te verdienen zijn

★

Duurzame keuzes (zoals overstappen op duurzame warmte) zouden financieel aantrekkelijk moeten zijn

★

Er zouden geen extra kosten moeten zijn

Verder genoemd: • Terugverdienen is vooral voor woningeigenaren, die hoeven niet te verdienen aan de transitie • Andere opties zijn belangrijker • De energietransitie is belangrijk, dat mag wel wat kosten • Geen vertrouwen dat het ook echt terugverdiend wordt • Terugverdienen is niet mogelijk

★

Uitwerking: ‘Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas’ "Keuzevrijheid zorgt voor betere acceptatie. Zorg dat het interessant genoeg is en mensen gaan vanzelf om"

"Dingen opleggen of verplichten draagt niet bij aan acceptatie door de burgers."

"Overheid mag inwoners niet dwingen om uitgaven te doen die ze niet kunnen betalen"

3,9 punten

58

"Anders gebeurt er niets"

"Heel belangrijk, als je net een nieuwe ketel hebt (dit is een investering) dan is het prettig als je hier gebruik van kan maken. Ook ben ik geen voorstander van verspilling."

"De meeste mensen kunnen zich een gedwongen overstapmoment financieel niet veroorloven. Dit kan dus niet zomaar opgelegd worden, zonder mensen financiële problemen in te dwingen."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Het is belangrijk voor (financieel) draagvlak dat mensen zelf een moment kunnen kiezen

★★

Dan zou de transitie te lang duren

★★

Vooral als mensen net al investeringen hebben gedaan (nieuwe cv-ketel, verbouwing) moeten ze niet meteen hoeven over te stappen

★

Als mensen de tijd krijgen stappen (sommige) mensen nooit over

★

Niet iedereen heeft nu al geld om de transitie te kunnen betalen, daar moet rekening mee gehouden worden

★

De overheid moet de transitie er niet te veel doorheen drukken

★

Het is fijn als mensen tijd krijgen, maar niet onbeperkt Verder genoemd: • Ik wil niet overstappen • Mensen moeten dingen goed uitzoeken en regelen, daar is tijd voor nodig • Mensen moeten keuzevrijheid hebben

★

Verder genoemd: • Klimaatverandering is zo’n groot probleem, we kunnen niet wachten met de energietransitie • Als iedereen zo lang mogelijk de tijd krijgt, duurt de transitie langer en wordt het uiteindleijk duurder voor iedereen • We moeten snel van het gas af • Andere opties zijn belangrijker

Uitwerking: ‘De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden’ "de overheid moet zich niet met mijn beslissingen bemoeien!"

"Anders wordt het een rommeltje en uiteindelijk voor iedereen duurder."

"Vrije keuze is belangrijker."

3,6 punten

59

"ja - anders zullen 1-2 weigeraars met rechtszaken een hele wijk gaan tegenhouden. Wel zsm communiceren zodat mensen weten waar ze aan toe zijn."

"Individueel kiezen is soms lastig. De gemeente heeft in sommige gebieden het beste zicht op het beste alternatief."

"Laat de regie niet teveel bij individuele burgers. Zij overzien vaak onvoldoende de mogelijkheden bij zulke grote ingewikkelde keuzes, maar laat dan wel zien dat je een betrouwbare overheid bent!"

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

De overheid is het beste in staat om de kosten laag te houden

★★

De overheid moet dit niet bepalen voor mensen

★★

De overheid moet regie pakken

★★

De overheid kan dit niet goed regelen

★

De overheid heeft de beste middelen om de transitie te regelen

★

Geen vertrouwen in de overheid

★

De overgang van een wijk moet niet geblokkeerd (kunnen) worden door enkele huishoudens

★

Verder genoemd: • De gemeente moet beslissen over de transitie, niet de landelijke overheid • Mensen moeten zelf de vrijheid hebben om over te stappen of niet • Andere opties zijn belangrijker • De overheid moet geen keuzes maken die (grote) invloed hebben op kosten die inwoners moeten maken

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

• Vinden inwoners lage vaste kosten het belangrijkst of lage verbruikskosten?

Vaste en verbruikskosten

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

• Wat zijn redenen van inwoners om lage vaste dan wel lage verbruikskosten het belangrijkst te vinden?

Badge 4 with solid fill

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Vaste en verbruikskosten Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

60

Deelnemers

Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Vraag over vaste en verbruikskosten • Doel. Inzicht krijgen in hoe deelnemers lage vaste kosten en lage variabele kosten afwegen. • Keuzesituatie. Deelnemers kregen een keuze voorgelegd: 1. Moeten de verbruikskosten laag zijn en de vaste kosten hoog? 2. Of moeten de vaste kosten laag zijn en de verbruikskosten hoog?

• Extra informatie. Deelnemers konden via een uitklapvenster extra informatie lezen over wat ‘verbruikskosten’ zijn en wat ‘vaste kosten’ zijn. • Voordelen van iedere keuze. Deelnemers konden van iedere keuze de voordelen lezen. • Vraag. Deelnemers konden aangeven of zij een sterke of lichte voorkeur hadden voor keuze 1 of keuze 2. Zij konden ook aangeven: ‘weet ik niet / zeg ik liever niet’. • Motivatie: Vervolgens konden ze hun keuze toelichten. • Analyse: We analyseren hoe vaak deelnemers aangeven een (lichte of sterke) voorkeur te hebben voor keuze 1 of 2. En we analyseren de argumenten die deelnemers geven in de motivatie van hun voorkeur.

61

Figuur 4.1. Schermafbeelding van een keuze die deelnemers moesten maken

Begrippen ‘vaste- en verbruikskosten’ vinden veel deelnemers complex.

Uitleg data-analyse van dit onderdeel

• Complex. Een groot aantal argumenten die deelnemers gaven om hun voorkeur voor ofwel ‘lage verbruikskosten’ ofwel ‘lage vaste kosten’ komen niet overeen met de voorkeur die zij aangaven. Met andere woorden: het lijkt erop alsof een substantiële groep deelnemers de begrippen niet goed heeft begrepen. Zie onderstaande voorbeelden.

• Betrouwbaarheid. We analyseerden hoe vaak deelnemers aangeven een (lichte of sterke) voorkeur te hebben voor lage vaste kosten dan wel lage verbruikskosten. We hebben ervoor gekozen deze resultaten niet op te nemen in de rapportage omdat de kans groot is dat de uitkomsten niet voldoende betrouwbaar zijn. Die conclusie trekken we op basis van het grote aantal argumenten dat niet overeenkomt met de voorkeur die zij hebben aangegeven.

• Toelichting. Stel een inwoner verbruikt weinig warmte. En stel de verbruikskosten zijn laag en de vaste kosten hoog. Dan geldt dat een inwoner relatief veel betaalt, ongeacht het verbruik. En relatief weinig per eenheid die de inwoner verbruikt. Lage verbruikskosten en hoge vaste kosten betekent daarom dat de hoogte van de energierekening niet veel daalt of stijgt als je verbruik wel veel stijgt of daalt. Voorbeelden van argumenten voor ‘lage verbruikskosten’ zijn het belangrijkst, die juist wijzen op een argument voor ‘lage vaste kosten’.

"Vaste kosten zijn logisch maar niet iedereen verbruikt even veel. Het moet niet zijn dat je meer betaald terwijl je weinig verbruikt."

62

"Minder verbruik moet gesimuleerd worden."

• Alternatieve analyse. We analyseerden het aantal argumenten dat duidelijk pleiten voor ofwel lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. Als een deelnemer aangeeft dat het belangrijk is om zelf invloed te hebben op de energierekening dan is dat duidelijk een argument voor lage vaste kosten. • Rapportage. We laten de meest genoemde categorieën van argumenten zien die horen bij lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. Ook geven we aan hoeveel procent van de argumenten hoort bij een voorkeur voor ofwel lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. • ★★★ betekent dat dit de hoofdmoot vormt van de argumenten die bij een optie gegeven worden; dit argument springt er duidelijk uit. • ★★ betekent dat dit argument vaak wordt genoemd. • ★ betekent dat dit argument minder vaak maar wel een aantal keer wordt genoemd. We laten het vooral zien om de veelzijdigheid van de argumenten weer te geven.

Ruime meerderheid beargumenteert dat lage vaste kosten belangrijker zijn dan lage verbruikskosten. • Motivaties. 57% van de deelnemers motiveert zijn of haar keuze. • Voorkeur voor lage vaste kosten. Op basis van de argumenten die deelnemers geven concluderen we dat een ruime meerderheid (70-90%) van de deelnemers die haar keuze motiveert een voorkeur heeft voor lage vaste kosten.

Welke argumenten geven deelnemers als het gaat om lage vaste kosten of lage verbruikskosten? Meer sterretjes is vaker genoemd

Keuze 1: Zo laag mogelijke verbruikskosten is het belangrijkst

10-30%

Genoemde argumenten die horen bij lage verbruikskosten belangrijkst

Niet iedereen kan energie besparen, met name kwetsbare mensen. Die moeten ook tegemoet worden gekomen.

Keuze 2: Zo laag mogelijke vaste kosten is het belangrijkst Genoemde argumenten die horen bij lage vaste kosten belangrijkst

★

Energiebesparing is goed, dat zou gestimuleerd moeten worden

★★★

Mensen krijgen meer grip op hun kosten als de vaste kosten laag zijn

★

‘De gebruiker betaalt’-principe zou toegepast moeten worden

★

Verder genoemd: • In principe zou energiebesparing gestimuleerd moeten worden, maar sommige mensen kunnen niet besparen (o.a. door slechte isolatie). Daar moet rekening mee gehouden worden. 63

70-90%

Uitwerking: ‘Lage vaste kosten of lage verbruikskosten’ Wat schrijven deelnemers als reden om voor lage vaste kosten dan wel lage verbruikskosten te kiezen? "de vaste kosten zijn gelijk voor iedereen. de verbruikskosten heb je gedeeltelijk zelf in de hand"

"Stimuleren om bewust te gebruiken. Trek een trui aan."

"Ik denk dat dit mensen aanspoort om actiever hun energiegebruik te verminderen en hun huis te verduurzamen . Misschien dat voor huur- en/of corporatiewoningen andere regels gehanteerd moeten worden omdat deze mensen simpelweg minder invloed hebben op de duurzaamheid van hun woning. Dit zou ook opgelost kunnen worden met een sterkere verduurzamingsplicht voor corporaties" "Vaste kosten zijn logisch maar niet iedereen verbruikt even veel. Het moet niet zijn dat je meer betaald terwijl je weinig verbruikt."

64

"Gemeentelijk monument en daardoor te weinig mogelijkheden om Huis goed te laten isoleren. Wij hadden het huis echter heel graag goed willen isoleren."

"Bij deze keuze heb je meer de regie over de kosten van je eigen gebruik. Loopt meer parallel met het uitgangspunt dat de gebruiker betaalt."

"hoge variabele kosten zal leiden tot minder (onnodig) verbruik"

"Als je door zuinigheid zelf je energierekening kunt verlagen vind ik dat een goed idee. Minder energieverbruik is sowieso beter voor het klimaat."

"verbruik belasten stimuleert zuinig zijn"

"Verbruik is iets waar je zelf invloed op hebt."

"Keuze 1 omdat ik warmte en warm water belangrijk vinden dit ook beter is voor de gezondheid."

"Ik vind onverwachte energiekosten niet fijn."

"Een goed principe is: de vervuiler betaalt, dus hoe meer je verbruikt, hoe meer je betaalt. Wel een nuancering: bijv. oude huizen met slechte isolatie geven hogere koste dan: er moet aan gewerkt worden, dat isolatie verbeterd wordt etc."

"Oud huis, ondanks isolatiemaatregelen toch relatief veel verbruik" "Verbruikskosten niet zo laag mogelijk houden kan leiden tot het bewuster omgaan met de duurzame warmte. Goede prikkel om mensen bewuster te maken van wat ze verbruiken, want je betaalt voor wat je verbruikt."

"Om burgers ten alle tijde ook zelf verantwoordelijk te houden voor energie verbruik. Door inzicht en inzet te belonen vind er een stimulans plaats om bewust energie te gebruiken. Iedere vorm van verspilling, ook duurzaam opgewekte energie, draagt bij aan impact op het milieu."

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Resultaten van een aantal voorgelegde keuzesituaties

Resultaten van een aantal voorgelegde keuzesituaties

5A

Hoe ruilt de gemiddelde deelnemer verschillende kenmerken af?

Hoe ruilt de gemiddelde deelnemer verschillende kenmerken af?

5B

Kenmerken van warmteoplossingen

Effecteninschattingen

Effecteninschattingen

5C

Argumenten-analyse

Argumenten-analyse

5D

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

65

Deelnemers

Badge 4 with solid fill

Vaste en verbruikskosten

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Kenmerken van warmteoplossingen

Kenmerken van warmteoplossingen

Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

De hoofdvraag van het Discrete Choice Experiment (DCE) was welke aanpak deelnemers adviseren.

Figuur 5.1. Een schermafbeelding van het DCE-gedeelte voor woningeigenaren van het onderzoek.

• Doel. Het doel van een DCE is om te kwantificeren welke waarde deelnemers toekennen aan bepaalde kenmerken van een warmteoplossing en hoe zij die kenmerken afruilen. • Keuzesituatie. In totaal zijn er 48 keuzesituaties voorgelegd. Iedere deelnemer kreeg hier steeds zes* van te zien: zij moesten dus zes keer kiezen of zij aanpak 1 of aanpak 2 adviseren. Elke keer zagen zij de effecten van aanpak 1 en aanpak 2, zonder te weten wat aanpak 1 of 2 is. Ze zagen bijvoorbeeld niet dat aanpak 1 hoorde bij een warmtenet en aanpak 2 bij het verwarmen op basis van aardgas. Of andersom. Steeds zagen deelnemers de effecten op een aantal kenmerken waarbij de waarden van deze kenmerken varieerden tussen keuzesituaties: • Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040. • Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu? • Wie is de energieleverancier? • Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu? • Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu? • Waardering van kenmerken: Doordat mensen meerdere keren keuzes maken is vast te stellen hoe zij kenmerken tegen elkaar afruilen. In dit geval bijvoorbeeld: hoeveel euro zijn mensen eenmalig bereid te betalen voor een maandelijkse besparing? • Huurders en kopers: huurders kregen een aangepaste DCE te zien.

Het bovenste kenmerk kregen zij niet te zien. • Extra informatie: Onder de roze informatieknoppen konden deelnemers aanvullende informatie lezen over ieder kenmerk. 66

* Iedere deelnemer kreeg 6 van de 48 keuzesituaties te zien. Er waren 8 varianten van het onderzoek. Dat betekent dat verschillende deelnemers verschillende keuzes voorgelegd kregen.

Uitgangspunt 1: Acceptabele kosten als warmteoplossing voor hele wijk wordt toegepast • Collectieve acceptabele kosten en een lange termijn perspectief. Deelnemers is gevraagd welke aanpak ze de gemeente adviseren voor een wijk als de gemeente tussen nu en 2040 moeten kiezen tussen twee aanpakken voor de wijk. En niet welke aanpak ze voor hun eigen huis zouden willen. De reden hiervoor is dat overheden in het kader van het Warmteprogramma moeten onderbouwen waarom een alternatieve warmteoplossing betaalbaar is wanneer zij een wijk van het aardgas af gaan halen. Dit onderzoek meet dus voorkeuren voor collectieve effecten van beslissingen tussen nu en 2040. Deze voorkeuren kunnen anders zijn dan wat inwoners op als individu bereid zijn te betalen voor een warmteoplossing als ze wordt gevraagd om binnen een maand een keuze te maken. • Wetenschappelijk onderzoek. Ter illustratie, zie figuur 5.2 hiernaast met een bekend voorbeeld waarin mensen hun individuele voorkeuren en collectieve voorkeuren niet overeen kwamen. In Californië was er een referendum om de verkoop van eieren van legbatterij kippen te verbieden. Een meerderheid van de inwoners stemde vóór dit verbod. Dit terwijl 99% van de verkochte eieren op dat moment kwam van legbatterij kippen. Onderzoekers hebben uitgezocht waarom mensen zulke andere keuzes maken in een individuele setting en een collectieve setting.

Een belangrijke reden is dat mensen niet zo snel bereid zijn om als enige voor iets te betalen (in dit geval voor biologische eieren) omdat de impact van hun eigen keuze voor hun gevoel klein is, maar diezelfde mensen kunnen wel bereid zijn om bij te dragen wanneer de hele gemeenschap hiertoe verplicht wordt via een beslissing van de overheid, omdat de collectieve impact groot is. In dit onderzoek hebben we een collectief vraagstuk voorgelegd. • Individueel overstappen. Op basis van de gemiddelde acceptabele collectieve kosten is níet te voorspellen hoeveel mensen zullen overstappen wanneer zij op een specifiek moment een aanbod krijgen met bepaalde kenmerken. En wat ze individueel zelf bereid zijn om te betalen. Als het gaat om deze individuele beslissing kunnen er andere overwegingen meespelen. Bijvoorbeeld de mate van ontzorging, de details van het aanbod en hoe de gemiddelde kosten precies verdeeld worden tussen inwoners van de wijk. Om te onderzoeken onder welke voorwaarden een individuele inwoner de overstap maakt naar een duurzame warmteoplossing is aanvullend onderzoek nodig.

67

Figuur 5.2. “The California Egg Paradox”

Aandeel legbatterijeieren in jaarlijkse verkoop

Referendum: Bent u voor of tegen een verbod op verkoop legbatterij-eieren?

1% 40% 60% 99%

Biologisch

Legbatterij

Voor

Tegen

“Why are consumers seemingly so compassionate in the voting booth and yet so indifferent in the grocery store?” Hestermann et al., 2018

Uitgangspunt 2: Voorkeur ten opzichte van aardgas • Relatieve voorkeur. Of mensen een voorkeur hebben voor een warmteoplossing staat niet op zichzelf. Het niet hebben van een warmtevoorziening in huis is voor nagenoeg niemand een realistische optie. Daarom wordt de beoordeling ervan door inwoners altijd gedaan ten opzichte van iets anders. Vaak is dat gas omdat dat nog steeds bijna altijd beschikbaar is. Daarom onderzoeken we in dit onderzoek de voorkeur van duurzame warmte ten opzichte van gas of een andere warmteoplossing. In deze vergelijking nemen we steeds de belangrijkste financiële kenmerken mee.

Stel dat dit onderzoek aantoont onder welke voorwaarden voor 75% van de inwoners een voorkeur heeft voor een warmteoplossing met de kenmerken van een warmtenet, inclusief de belangrijkste financiële kenmerken. En stel dat dit is gebaseerd op de verwachting dat de prijzen van aardgas in de toekomst stijgen. Dan kan het zo zijn dat 75% van de inwoners een voorkeur heeft voor het warmtenet boven aardgas, maar dat het nog steeds niet als betaalbaar ervaren wordt omdat gas als nóg minder betaalbaar ervaren wordt.

68

5A

Resultaten van een aantal voorgelegde keuzesituaties

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

69

Deelnemers

Badge 4 with solid fill

Vaste en verbruikskosten

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Kenmerken van warmteoplossingen

Kenmerken van warmteoplossingen

Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Een voorgelegde keuzesituatie (1) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Ruim een derde van de deelnemende woningeigenaren in Dordrecht koos voor een aanpak met veel hogere CO2 besparing en de mogelijkheid tot koelen ondanks dat de eenmalige kosten veel hoger waren dan bij de andere aanpak en er tevens geen maandelijkse besparing tegenover stond zoals bij de andere aanpak. • Interpretatie. We leren hieruit dat een substantieel deel van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 forse eenmalige kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

70

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 20.000,-

€ 1.000,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

Zelfde als nu

€ 25 minder

Wie is de energieleverancier?

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder.

Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

90% besparing

10% besparing

Percentage dat de aanpak adviseert

36%

64%

Een voorgelegde keuzesituatie (2) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Bijna de helft van de deelnemende woningeigenaren in Dordrecht koos voor een aanpak met hoge CO2 besparing ondanks dat de eenmalige kosten veel hoger waren dan bij de andere aanpak en tevens ook de maandelijkse kosten hoger werden in plaats van lager. • Interpretatie. We leren hieruit dat een meerderheid van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 forse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 4.000,-

€ 15.000,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

€ 50,- minder

€ 75,- meer

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Zelfde als nu

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder.

Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

0% besparing

90% besparing

Wie is de energieleverancier?

Percentage dat de aanpak adviseert

71

53%

47%

Een voorgelegde keuzesituatie (3) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Een nipte meerderheid van de deelnemende woningeigenaren in Dordrecht koos voor een aanpak met hogere CO2 besparing ondanks dat de maandelijkse kosten hoger werden in plaats van de aanpak die veel minder CO2 besparing opleverde maar wel zorgde voor een maandelijkse financiële besparing. • Interpretatie. We leren hieruit dat een meerderheid van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 hogere maandelijkse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

72

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 2.500,-

€ 2.500,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

€ 50,- meer

€ 75,- minder

Wie is de energieleverancier?

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder.

Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

60% besparing

10% besparing

Percentage dat de aanpak adviseert

52%

48%

Een voorgelegde keuzesituatie (4) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Een nipte meerderheid van de deelnemende woningeigenaren in Dordrecht koos voor een aanpak met veel hogere CO2 besparing en lagere eenmalige kosten ondanks dat de maandelijkse kosten een stuk hoger werden in plaats van veel lager bij de andere aanpak. • Interpretatie. We leren hieruit dat een meerderheid van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 hogere maandelijkse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 4.000,-

€ 2.500,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

€ 100,- minder

€ 75,- meer

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Zelfde als nu

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.

Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

10% besparing

100% besparing

Wie is de energieleverancier?

Percentage dat de aanpak adviseert

73

45%

55%

Hoe ruilt de gemiddelde deelnemer verschillende kenmerken af?

5B

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

74

• Resultaten keuzemodel

Deelnemers

• Hoe ruilt de gemiddelde deelnemers verschillende kenmerken tegen elkaar af? • Wat zijn acceptabele terugverdientijden?

Badge 4 with solid fill

Vaste en verbruikskosten

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Kenmerken van warmteoplossingen

Kenmerken van warmteoplossingen

Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Figuur 5.3. Berekende coëfficiënten met uitleg Coëfficiënt • De coëfficiënt geeft weer hoe sterk de gemiddelde deelnemer een verandering van het kenmerk waardeert bij het beoordelen van de aanpak voor verwarmen, warm water en koken. • De coëfficiënt wordt uitgedrukt in zogenaamde nutspunten. Hoe groter het aantal nutspunten, hoe groter het effect van de verandering van een kenmerk op de beslissing van de deelnemers om voor de ene of de andere aanpak van de gemeente te kiezen.

Data-analyse model • Met keuzemodellen* kan worden bepaald wat voor de gemiddelde deelnemer het relatieve belang is van de verschillende kenmerken bij het maken van keuzes tussen verschillende aanpakken voor verwarming, warm water en koken.

Significantie • Alle kenmerken hebben een significante invloed op het keuzegedrag van de deelnemers. • We kunnen met een betrouwbaarheid van 95% aantonen dat de gemiddelde deelnemer de kenmerken meeweegt in het advies over een aanpak voor verwarmen, warm water en koken. * Lineaire-additieve Multinominal Logit (MNL) modellen 75

Relatieve waarde • Door coëfficiënten door elkaar te delen kan de relatieve waarde van ieder kenmerk bepaald worden. Hieruit leren we hoe deelnemers verschillende kenmerken tegen elkaar afruilen. Nvt • Huurders kregen de eenmalige investering van woningeigenaren niet te zien. Daarom is daar ook geen effect van te berekenen.

Resultaten keuzemodel van de gemiddelde deelnemer op een rij • Positief en negatief. We zien dat de gemiddelde deelnemer eenmalige kosten en hogere maandelijkse kosten negatief waardeert, geheel volgens verwachting. Ook zien we dat de gemiddelde deelnemer wooncomfort en CO2-besparing positief waardeert, ook geheel volgens verwachting. • Verschillende waardering voor eigenaar energieleverancier. Een aantal woningeigenaren beoordeelt de overheid als eigenaar van de energieleverancier als iets positiefs, en een aantal juist als iets negatiefs. Per saldo vindt de gemiddelde woningeigenaar het positief als het eigendom van de energieleverancier in publieke handen is. Voor huurders is dit niet te zeggen. Daarom is voor deze groep deze coëfficiënt niet significant. • Kosten en baten. Als de kosten (kenmerken met een negatieve coëfficiënt) voor de gemiddelde deelnemer opwegen tegen de baten (kenmerken met een positieve coëfficiënt), dan hebben we het ‘break-even’ punt gevonden. Dat wil zeggen: de kosten zijn acceptabel als dat gepaard gaat met de baten die horen bij het ‘breakeven’ punt.

76

Coëfficiënt

Koop (n=541)

Huur (n=92)

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040. Waardering per €1.000,-.

-0,075

n.v.t.

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu? Waardering per euro maandelijkse kosten.

-0,006

-0,009

Energieleverancier: er is 1 energiebedrijf, in handen van de overheid. Ten opzichte van de status quo voor gas: inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert

0,284

Niet significant

Wooncomfort: Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. Ten opzichte van: wooncomfort is hetzelfde als nu.

0,253

0,330

Wooncomfort: Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen. Ten opzichte van: wooncomfort is hetzelfde als nu.

0,741

0,651

Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen warm water en koken vergeleken met nu? Waardering per procent.

0,015

0,011

Van coëfficiënten naar acceptabele kosten. Enkele rekenvoorbeelden. • Waardering. De coëfficiënten op de vorige pagina geven weer hoe sterk de gemiddelde deelnemer een verandering van het kenmerk waardeert bij het beoordelen van de aanpak voor verwarmen, warm water en koken. • Nut. De coëfficiënten worden uitgedrukt in zogenaamde nutspunten. Hoe groter het aantal nutspunten, hoe groter het effect van de verandering van een kenmerk op de beslissing van de deelnemers om voor de ene of de andere aanpak van de gemeente te kiezen. • Relatieve waarde. Door coëfficiënten door elkaar te delen kan de relatieve waarde van ieder kenmerk bepaald worden. Hieruit leren we hoe deelnemers verschillende kenmerken tegen elkaar afruilen. • Break-even. Wanneer wegen de kosten op tegen de baten? Dat bepalen we met het break-even punt, zie rekenvoorbeelden hiernaast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1066/documents/45624