CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3b Rapport betaalbaarheid warmteoplossingen 99_ Dordrecht.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 3 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 26: Raadsinformatiebrief over Warmteprogramma en nieuwe bevoegdheden warmtetransitie - Raadsinformatiebrief25.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Resultaten van een inwonersonderzoek in Dordrecht over de betaalbaarheid van duurzame warmteoplossingen CONCEPT 99% VERTROUWELIJK

Mei 2025

Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd door Populytics, een onderzoeksbureau dat voortkomt uit de TU Delft. In samenwerking met MSG Sustainable Strategies en in opdracht van gemeente Dordrecht.

2

Auteurs

Shira Hollanders (shira@populytics.nl) George Wurpel (george@msgstrategies.nl) Ivo de Klerk Rosa Vroom Michiel Tilstra Aylin Munyasya Mark Beumer Niek Mouter

Datum

Mei ’25

Versie

Concept 99%

Contact

Populytics b.v. Strawinskylaan 339 1077 XX Amsterdam info@populytics.nl www.populytics.nl

Samenvatting

3

Aanleiding, onderzoeksvragen, opzet, respons, waardering en representativiteit • Aanleiding. Gemeenten werken nu aan hun warmteprogramma, dat zij eind 2026 moeten vaststellen. Een betaalbaar alternatief voor aardgas is een voorwaarde voor de warmtetransitie. En om in een wijk volledig aardgasvrij te worden is het aantonen van ‘betaalbaarheid’ zelfs wettelijk verplicht. Het onderzoek is geïnitieerd en uitgevoerd door Populytics in samenwerking met MSG Sustainable Strategies. En in opdracht van de gemeente Dordrecht. • Doel en onderzoeksvragen. Het doel van het onderzoek is om concreet te maken wat het begrip ‘betaalbaarheid’ voor inwoners betekent. Het onderzoek adresseert 3 onderzoeksvragen: 1. Welke doelen en uitgangspunten zijn voor verschillende groepen inwoners belangrijk bij betaalbaarheid van een alternatieve warmteoplossing? 2. Welke factoren beïnvloeden de mate waarin inwoners eventuele hogere kosten voor mensen in de wijk voor duurzame warmte acceptabel vinden? 3. Binnen welke bandbreedte mogen kosten voor duurzame warmte vallen om te onderbouwen dat het betaalbaarder is dan aardgas?

• Onderzoeksopzet. Dit onderzoek past twee wetenschappelijke methodes toe: de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) en het Discrete Keuze Experiment (Discrete Choice Experiment, ofwel DCE). Voor meer uitleg over de methodes, zie kaders 1 en 2 op pagina 17. Bij het ontwerpproces zijn veel verschillende belanghebbenden betrokken geweest.

4

• Steekproef. Deelnemers voor het onderzoek zijn geworven door een willekeurige groep van 1.400 huishoudens een brief met uitnodiging te sturen. Deelnemers konden meedoen met een unieke code. Daarnaast werd het bewonerspanel van de gemeente Dordrecht gevraagd mee te doen. Zij kregen een uitnodiging per mail met daarin een unieke code. • Respons. 638 inwoners hebben meegedaan aan het onderzoek. • Waardering. Deelnemers uit de reprensentatieve steekproef gaven het onderzoek gemiddeld het rapportcijfer 7,1. • Representativiteit. De deelnemers aan het gesloten onderzoek zijn wat betreft hun kenmerken niet representatief voor alle inwoners van Dordrecht. Jongeren tot 35 jaar, vrouwen, huurders en mensen die praktisch geschoold zijn ondervertegenwoordigd. Om ervoor te zorgen dat we op basis van het onderzoek representatieve uitspraken kunnen doen over alle inwoners van Dordrecht op deze kenmerken hebben we de data gewogen. We hebben bijvoorbeeld meer waarde toegekend aan de antwoorden van de groepen die ondervertegenwoordigd waren. Zo kunnen we op basis van dit onderzoek stellen dat de hoofdconclusies representatief zijn voor alle inwoners van Dordrecht op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en woonsituatie.

Figuur 0.1. Resultaten van gemiddelde punten die zijn toegekend aan de zeven beleidsdoelen.

Representatief

5

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6,9

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,6

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,8

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4,6

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,5

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3,9

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

3,6

Voor een brede groep deelnemers zijn de belangrijkste doelen bij betaalbare warmte dat energiebedrijven zo weinig mogelijk winst maken en dat zoveel mogelijk inwoners hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder. • Keuzevraagstuk. Deelnemers zagen de volgende hoofdvraag: “De overheid wil dat duurzame warmte betaalbaar is. Wat is daarbij volgens u belangrijk?”. Vervolgens moesten deelnemers 35 punten verdelen over zeven beleidsdoelen waar de overheid meer of minder prioriteit aan kan geven. • Gemiddeld genomen worden twee doelen het meest geprioriteerd: 1. Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder. Het vaakst geven deelnemers het argument hierbij dat duurzame warmte uit principe niet duurder moet zijn dan gas. En dat het goed is als er een financiële prikkel is om over te stappen. 2. Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst. Dit lijkt meer een principiële kwestie te zijn; het vaakst geven deelnemers het argument hierbij dat energie een eerste levensbehoefte is en dat energiebedrijven nutsbedrijven zouden moeten zijn, zonder winstoogmerk. • Brede steun. De twee belangrijkste doelen krijgen niet alleen gemiddeld de hoogste prioriteit.

Ook als we specifiek kijken naar de voorkeuren van mannen en vrouwen, verschillende leeftijdsgroepen, opleiding, huurders of kopers, de mate van klimaatzorgen en financiële situatie dan zien we dat deze twee doelen in al deze groepen veel prioriteit krijgen. Deze twee doelen wijzen op een gedeelde basis voor een gedragen narratief over betaalbare warmte. • Andere prioriteiten. Verdiepende analyses laten zien dat er kleinere groepen zijn die andere prioriteiten stellen dan de gemiddeld gestelde prioriteiten, zie pagina 42 voor de resultaten van deze verdiepende analyse. Zo is er een groep van 11% die relatief veel prioriteit geeft aan het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen en minder prioriteit geeft aan het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte. Deze groep lijkt de nadruk te leggen op individuele keuzevrijheid en weinig ingrijpen van de overheid. En juist een andere groep van ongeveer 23% geeft relatief veel prioriteit dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt en nagenoeg geen enkele prioriteit aan dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen. Deze groep lijkt juist de nadruk te leggen op regie vanuit de overheid en haast maken met de overstap naar duurzame warmte.

Betrouwbaarheidsintervallen: als iedereen in Dordrecht mee zou doen, dan bevinden de uitkomsten zich met 95% zekerheid in het lichtblauwe bereik. We kunnen dus met 95% zekerheid zeggen dat inwoners de bovenste twee doelen meer prioriteit geven dan alle andere doelen. We kunnen echter niet met dezelfde zekerheid iets zeggen over de volgorde van prioriteit van doelen 3 t/m 7.

Ruime meerderheid beargumenteert dat lage vaste kosten belangrijker zijn dan lage verbruikskosten, maar begrippen erg complex. • Keuze. In het tweede inhoudelijke gedeelte kregen deelnemers een keuze voorgelegd. Ze moesten aangeven voor welke keuze ze een voorkeur hadden: 1. Moeten de verbruikskosten laag zijn en de vaste kosten hoog? 2. Moeten de vaste kosten laag zijn en de verbruikskosten hoog? Deelnemers konden ook lezen wat vaste en verbruikskosten zijn en wat de voordelen van beide keuzes zijn. Daarna konden ze hun keuze toelichten. • Begrijpelijkheid. Uit de argumenten-analyse blijkt dat veel deelnemers de begrippen ‘vaste kosten’ en ‘verbruikskosten’ niet goed begrijpen. We zien namelijk dat de voorkeur die veel deelnemers aangeven te hebben niet overeenkomt met de argumenten die zij gebruiken om die voorkeur te onderbouwen. Ter illustratie een quote van een deelnemer die aangeeft een voorkeur te hebben voor lage verbruikskosten: “Dat stimuleert je eigen verbruik, het is direct meetbaar in je portemonnee.”

• Aanvullende analyse. We analyseerden het aantal argumenten dat duidelijk pleit voor ofwel lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. We zien dat 8095% van de argumenten pleit voor lage vaste kosten. In de figuur hiernaast zijn de belangrijkste 6 argumenten weergegeven.

Figuur 0.2. Welke argumenten geven deelnemers als het gaat om lage vaste kosten of lage verbruikskosten? (Meer sterretjes is vaker genoemd) Keuze 1: Zo laag mogelijke verbruikskosten is het belangrijkst

5-20%

Genoemde argumenten die horen bij lage verbruikskosten belangrijkst

Niet iedereen kan energie besparen, met name kwetsbare mensen. Die moeten ook tegemoet worden gekomen.

Keuze 2: Zo laag mogelijke vaste kosten is het belangrijkst

80-95%

Genoemde argumenten die horen bij lage vaste kosten belangrijkst ★

Energiebesparing is goed, dat zou gestimuleerd moeten worden

★★★

Mensen krijgen meer grip op hun kosten als de vaste kosten laag zijn

★

‘De gebruiker betaalt’-principe zou toegepast moeten worden

★

Verder genoemd: • In principe zou energiebesparing gestimuleerd moeten worden, maar sommige mensen kunnen niet besparen (o.a. door slechte isolatie). Daar moet rekening mee gehouden worden.

Methode: in het Discrete Choice Experiment (DCE) vroegen we deelnemers welke aanpak zij adviseren. • Doel. Het doel van een DCE is om te kwantificeren welke waarde deelnemers toekennen aan bepaalde kenmerken van een warmteoplossing en hoe zij die kenmerken afruilen. • Keuzesituatie. Deelnemers moesten zes keer kiezen of zij aanpak 1 of aanpak 2 adviseren als de gemeente moet kiezen tussen deze aanpakken. • Elke keer zagen zij de effecten van aanpak 1 en aanpak 2, zonder te weten wat aanpak 1 of 2 is. De warmtetechniek is niet benoemd; ze zagen bijvoorbeeld niet dat aanpak 1 hoorde bij een warmtenet en aanpak 2 bij het verwarmen op basis van aardgas of warmtepomp. Of andersom. • Ze moesten de aanpakken beoordelen op hun kenmerken (zie Figuur 0.3). • De niveaus van de kenmerken verschilden steeds in de zes keuzesituaties. • Doordat mensen meerdere keren keuzes maken is vast te stellen hoe zij kenmerken van een warmteoplossing tegen elkaar afruilen. Wat vinden mensen acceptabele eenmalige kosten voor alle woningeigenaren als iedereen in de wijk een prettigere woning heeft? • Collectieve acceptabele kosten en een langetermijnperspectief. We hebben deelnemers gevraagd welke aanpak ze de gemeente adviseren voor een wijk als ze tussen nu en 2040 moeten kiezen tussen twee aanpakken voor de wijk. En niet welke aanpak ze voor hun eigen huis zouden willen.

De reden hiervoor is dat overheden in het kader van de warmtetransitie moeten onderbouwen waarom een alternatieve warmteoplossing betaalbaar is wanneer zij een wijk van het aardgas af gaan halen. Wat we dus meten in dit onderzoek zijn collectieve voorkeuren voor effecten van beslissingen tussen nu en 2040. Deze voorkeuren kunnen anders zijn dan wat inwoners als individu bereid zijn te betalen voor een warmteoplossing als ze wordt gevraagd om binnen een maand een keuze te maken.

7

Figuur 0.3. Een schermafbeelding van het DCE-gedeelte voor woningeigenaren van het onderzoek.

Figuur 0.4. Gemiddeld nut per kenmerk voor woningeigenaren als de warmteoplossing met deze kenmerken in de hele wijk wordt toegepast. Uitgedrukt in extra acceptabele kosten.

€ 9.681

€ 130

Als er 50% CO2 bespaard kan worden, dan zijn extra eenmalige kosten van €9.681,acceptabel. Óf €130,- hogere maandelijkse kosten.

Als het beter warm blijft in huis én je kunt koelen, dan zijn extra eenmalige kosten van €9.821,acceptabel. Óf €131,- hogere maandelijkse kosten.

€ 9.821

€ 3.358

8

€ 131

Als het beter warm blijft in huis, dan zijn extra eenmalige kosten van €3.358,- acceptabel. Óf € 45,hogere maandelijkse kosten.

€ 45

€ 3.768

€ 50

Eenmalige investering tot 2040 (€)

Terugkerend (€/maand)

Als de energieleverancier in publieke handen is, dan zijn extra eenmalige kosten van €3.768,- acceptabel. Óf € 50,hogere maandelijkse kosten.

Voor extra wooncomfort, publiek eigenaarschap en met name CO2-besparing zijn hogere kosten voor warmte tussen nu en 2040 voor woningeigenaren in de wijk gemiddeld genomen acceptabel. • Voorkeuren voor kenmerken. Uit dit onderzoek kunnen we afleiden wat de voorkeuren zijn van mensen voor de kenmerken van een warmteoplossing als deze in de hele wijk wordt toegepast. Hoe deze bedragen berekend zijn is uitgelegd op pagina 78. We zien dat de gemiddelde woningeigenaar CO2-besparingen en toegenomen wooncomfort positief waardeert en hogere kosten negatief. Deelnemers hebben een verschillende waardering voor wie de energieleverancier is. Per saldo is niet te zeggen of de gemiddelde woningeigenaar het positief of negatief vindt als het eigendom van de energieleverancier in publieke handen is. • Acceptabele hogere kosten voor woningeigenaren in de wijk. Door de voorkeuren voor de kenmerken met elkaar te vergelijken kunnen we vaststellen wat woningeigenaren gemiddeld genomen acceptabele kosten vinden voor woningeigenaren in de wijk als het gaat om CO2-besparing en toegenomen wooncomfort, zie figuur 0.4. Maar let op; de hier genoemde bedragen gaan over kosten die de gemiddelde woningeigenaar acceptabel vindt. Dat betekent dat evenveel woningeigenaren dit acceptabel als onacceptabel vinden. • Veel gestelde vraag.

Hoe kunnen we deze bedragen interpreteren in relatie tot verschillende praktijkvoorbeelden waarbij inwoners niet zijn ingegaan op aanbiedingen om over te stappen op bijvoorbeeld een warmtenet zónder deze extra kosten? Zie voor een interpretatie van deze getallen de volgende pagina.

Interpretatie: gemiddelde collectieve acceptatie is niet hetzelfde als individuele betalingsbereidheid • Collectieve acceptabele kosten en een langetermijnperspectief. Deelnemers is gevraagd welke aanpak ze de gemeente adviseren voor een wijk als de gemeente tussen nu en 2040 moet kiezen tussen twee aanpakken voor de wijk. En niet welke aanpak ze voor hun eigen huis zouden willen. De reden hiervoor is dat overheden in het kader van de warmtetransitie moeten onderbouwen waarom een alternatieve warmteoplossing betaalbaar is wanneer zij een wijk van het aardgas af gaan halen. Dit onderzoek meet dus voorkeuren voor collectieve effecten van beslissingen tussen nu en 2040. Deze voorkeuren kunnen anders zijn dan wat inwoners als individu bereid zijn te betalen voor een warmteoplossing als ze wordt gevraagd om binnen een maand een keuze te maken. • Wetenschappelijk onderzoek. Ter illustratie, zie figuur 5.2 hiernaast met een bekend voorbeeld waarin de individuele voorkeuren van mensen niet overeen kwamen met hun collectieve voorkeuren. In Californië was er een referendum om de verkoop van eieren van legbatterij kippen te verbieden. Een meerderheid van de inwoners stemde vóór dit verbod. Dit terwijl 99% van de verkochte eieren op dat moment kwam van legbatterij kippen.

Onderzoekers hebben uitgezocht waarom mensen zulke andere keuzes maken in een individuele setting en een collectieve setting. Een belangrijke reden is dat mensen niet zo snel bereid zijn om als enige voor iets te betalen (in dit geval voor biologische eieren) omdat de impact van hun eigen keuze voor hun gevoel klein is, maar diezelfde mensen kunnen wel bereid zijn om bij te dragen wanneer de hele gemeenschap hiertoe verplicht wordt via een beslissing van de overheid, omdat dan de collectieve impact groot is. In dit onderzoek hebben we een collectief vraagstuk voorgelegd. • Individueel overstappen. Op basis van de gemiddelde acceptabele collectieve kosten is níet te voorspellen hoeveel mensen zullen overstappen wanneer zij op een specifiek moment een aanbod krijgen met bepaalde kenmerken. En wat ze individueel zelf bereid zijn om te betalen. Als het gaat om deze individuele beslissing kunnen er andere overwegingen meespelen. Bijvoorbeeld de mate van ontzorging, de details van het aanbod en hoe de gemiddelde kosten precies verdeeld worden tussen inwoners van de wijk. Om te onderzoeken onder welke voorwaarden een individuele inwoner de overstap maakt naar een duurzame warmteoplossing is aanvullend onderzoek nodig. 9

Figuur 0.5 “The California Egg Paradox”

Aandeel legbatterij-eieren in jaarlijkse verkoop

Referendum: Bent u voor of tegen een verbod op verkoop legbatterij-eieren?

1% 40% 60% 99% Biologisch

Legbatterij

Voor

Tegen

Toepassing: we leiden uit voorkeuren af dat een meerderheid van de inwoners aanpakken voor warmtenetten en warmtepompen zou adviseren boven aardgas • Relatieve betaalbaarheid. Met de resultaten van de DCE kunnen we achteraf berekenen welk percentage deelnemers de voorkeur heeft voor een warmteoplossing met bepaalde kenmerken, vergeleken met aardgas of vergeleken met een andere warmteoplossing.

Indicatief voorspeld warmtenet

Aardgas nu

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 3.900

€ 2.579

• Voorkeur voor warmtepompen, zeker bij goede isolatie. Vergelijken we de kenmerken van overstappen op een (all-electric) warmtepomp met aardgas, dan adviseert circa 85 procent de warmtepomp voor een goed geïsoleerde woning. Bij een slecht geïsoleerde woning is dit aandeel lager, circa 70 procent.

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

€ 4 minder

Zelfde als nu

• Geen duidelijke voorkeur voor warmtenet ten opzichte van warmtepomp. Voor een goed geïsoleerde woning adviseert bijna 65 procent van de woningeigenaren de kenmerken van een warmtepomp boven die van een warmtenet. Voor een slecht geïsoleerde woning is dit ongeveer het spiegelbeeld.

Wie is de energieleverancier?

Er is 1 energiebedrijf. In handen van de overheid.

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Zelfde als nu

Zelfde als nu

Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

78% besparing

Geen besparing

79%

21%

• Warmtenet betaalbaarder dan aardgas. We leiden af dat 79 procent van de woningeigenaren een voorkeur heeft voor de kenmerken van een indicatief voorspeld warmtenet ten opzichte van het huidige aardgas, zie figuur 0.6 hiernaast. Met name het verschil in CO -besparing leidt ertoe dat woningeigenaren een voorkeur hebben voor het warmtenet. 2

• Vergroten betaalbaarheid warmtenetten. Het percentage inwoners dat de voorkeur heeft voor een specifiek warmtenet ten opzichte van aardgas, hangt af van de kenmerken daarvan. De uitkomsten laten zien dat het percentage dat de voorkeur voor een warmtenet heeft op verschillende manieren kan worden vergroot, zoals met lagere tarieven, met meer CO2-besparing en door koeling aan te bieden.

10

Figuur 0.6. Berekend percentage woningeigenaren dat de aanpak adviseert.

Percentage woningeigenaren dat de aanpak zou adviseren

Huurders, en met name huurders die financieel moeilijk rondkomen, stellen vergelijkbare prioriteiten. Maar hogere kosten zijn minder acceptabel. • Speciale aandacht. Bij het maken van beleid over duurzame warmte wordt vaak extra aandacht gegeven aan huurders, en met name de groep huurders die financieel moeilijk rondkomt. Daarom kijken we in dit onderzoek specifiek naar de resultaten van deze groepen. • Zowel huurders als woningeigenaren die moeilijk rondkomen vinden stoppen met gas vaker een slecht idee. Mensen die financieel moeilijk rondkomen vinden het vaker dan gemiddeld een heel slecht idee om van aardgas over te stappen op duurzame warmte. Het vaakst noemen deelnemers die het oneens zijn met het stoppen met aardgas hun twijfels over de noodzaak of duurzaamheid van andere warmteoplossingen. Ook geven sommige deelnemers hun zorgen over de technische haalbaarheid van de warmtetransitie aan. • Zowel huurders als woningeigenaren die moeilijk rondkomen stellen vergelijkbare prioriteiten. Mensen die moeilijk rondkomen stellen vergelijkbare prioriteiten als het gaat om wat belangrijk is bij de betaalbaarheid van duurzame warmte.

Zij geven, net als andere groepen, de meeste prioriteit aan de twee doelen: 1) dat energiebedrijven zo weinig mogelijk winst moeten maken en hier open over moeten zijn en 2) dat zoveel mogelijk inwoners hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder. Het belangrijkste verschil in prioriteiten is dat mensen die moeilijk rondkomen minder prioriteit geven aan het doel dat de overheid bepaalt hoe een wijk overstapt op duurzame warmte om zo de maatschappelijke kosten te beperken, vergeleken met mensen die financieel ruim zitten.

11

• Vergelijkbare kosten en baten voor huurders als voor woningeigenaren. Huurders waarderen net als de woningeigenaar CO2-besparing en wooncomfort positief. En hogere kosten negatief. Dit geldt ook voor de huurder die financieel moeilijk rondkomt. Het verschil met woningeigenaren is dat huurders CO -besparing en wooncomfort minder sterk waarderen dan woningeigenaren en de kosten juist sterker. Ofwel: het is voor huurders minder acceptabel dan voor woningeigenaren dat CO -besparing en wooncomfort leiden tot hogere kosten. En dat geldt nog meer voor huurders die financieel moeilijk rondkomen. Zie pagina 81 voor een gedetailleerde uitwerking. 2

2

• Voorkeur huurders warmtetechniek. Welke warmtetechniek is aantrekkelijker volgens huurders? Op basis van hoe zwaar huurders de baten en kosten waarderen, leiden we af dat een meerderheid van de huurders een voorkeur heeft voor de kenmerken van een gemiddeld indicatief voorspeldwarmtenet boven aardgas. Voor een warmtepomp geldt dat deze in een doorsnee situatie voor huurders op alle bestudeerde kenmerken aantrekkelijker is dan aardgas. Dat komt omdat de huurder - in elk geval in de sociale huur – beperkt meebetaalt aan de kosten en wel de baten geniet.

Aanbevelingen (1/2) • Als de gemeente met haar beleid zo goed mogelijk aan wil sluiten op breed gedragen voorkeuren van de meerderheid van de inwoners, bevelen we aan om twee uitgangspunten te hanteren in beleid over betaalbaarheid van duurzame warmte: 1. Zorg dat energiebedrijven zo weinig mogelijk winst maken en bevorder dat ze transparant zijn over hun winst. Concreet: • Communiceer over de landelijke regels die dit uitgangspunt onderschrijven (bv kosten-plus methode uit de Wcw). • Zorg dat het warmtebedrijf op een begrijpelijke manier communiceert over de opbouw van tarieven als de gemeente deelneemt in een warmtenet. • Overweeg bij deelname van de gemeente in het warmtebedrijf om hierover uitgangspunten op te nemen in de statuten van het warmtebedrijf.

• Als de gemeente met haar beleid aan wil sluiten op de voorkeuren van inwoners met andere voorkeuren dan de gemiddelde voorkeuren, bevelen we aan om in de participatiestrategie rekening te houden met groepen inwoners die hele andere prioriteiten stellen dan het gemiddelde. Aandacht voor deze groepen is vooral van belang bij het maken van concrete wijk- en buurtplannen. Het is goed om er rekening mee te houden dat deze groepen in het participatietraject hun standpunt naar voren zullen brengen. • Een groep representeert 11% van de inwoners. Deze groep lijkt sterk de nadruk te leggen op individuele keuzevrijheid en weinig ingrijpen van de overheid. • Een andere groep representeert 23% van de inwoners. Deze groep lijkt juist sterk de nadruk te leggen op regie vanuit de overheid en haast daarbij te maken.

2. Streef ernaar dat zoveel mogelijk inwoners hetzelfde, of minder, betalen voor duurzame warmte als voor aardgas. En concreet: • Kies voor het narratief van woonlastenneutraliteit in de keuzes voor alternatieven voor aardgas. En werk dit uit op basis van verwachte eindgebruikerskosten bij het voornemen tot de inzet van de aanwijsbevoegdheid in het warmteprogramma. • In de uitwerking van wijk- of buurtplannen (uitvoeringsplan) kan in meer detail worden becijferd hoe de vergelijking tussen aardgas en de gekozen warmtetechniek uitvalt. • Overweeg om de landelijk vastgestelde, uniforme rekenregels*, aan te scherpen of uit te breiden op basis van de inzichten uit dit onderzoek . 12

* De rekenregels zijn op het moment van publiceren van dit rapport nog niet vastgesteld. Het is de verwachting dat deze in de loop van 2025 worden vastgesteld.

Aanbevelingen (2/2) • Maak in warmtebeleid duidelijk hoe, en in welke mate, het beleid is gebaseerd op de individuele voorkeuren en in welke mate op de collectieve voorkeuren. Concreet bevelen we aan: • Erken in het warmtebeleid de twee type voorkeuren: 1. Individuele voorkeuren als het gaat om de betaalbaarheid van duurzame warmte: individuele betalingsbereidheid voor duurzame warmte 2. Collectieve voorkeuren: voorkeuren van inwoners voor collectieve beslissingen van de overheid. • Maak in het warmtebeleid expliciet hoe, en in welke mate, de gemeente haar beleid baseert op ieder type voorkeur. En onderbouw dit. • Zorg dat een toekomstige aanbieder van duurzame warmte de voorwaarden onderzoekt waaronder inwoners individueel willen overstappen. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de meerderheid van de inwoners de voorkeur hebben voor duurzame warmte ten opzichte van aardgas, mits deze duurzame warmte in de hele wijk wordt toegepast. Concreet bevelen we aan: • Zorg dat wordt onderzocht onder welke voorwaarden inwoners individueel willen overstappen in een situatie dat de gemeente haar aanwijsbevoegdheid gebruikt. Aspecten zoals ontzorging, timing, verdeling van lusten en lasten in de wijk kunnen hierin een rol spelen. • Draag bij aan eenduidige communicatie richting inwoners over de verwachtingen van kosten van warmtetechnieken én die van aardgas en elektriciteit.

13

• Indien het niet mogelijk is dat inwoners hetzelfde, of minder, betalen voor duurzame warmte als voor gas, dan zijn extra kosten voor de meerderheid van inwoners acceptabel als dat betekent dat de hele wijk er meer voor terugkrijgt. Dit is met name het geval als de extra kosten het gevolg zijn van een keuze die zorgen voor sterke CO2-besparing en extra wooncomfort. Wel is deze acceptatie een stuk lager voor inwoners die moeilijk kunnen rondkomen. Concreet bevelen we aan: • Communiceer welke voordelen het overstappen op duurzame warmte in huis oplevert. Beperk dit niet tot de installatie, maar ga hierbij ook in op isolatie, ventilatie en zonwering. Maak hiervan een belangrijk onderdeel in de participatie en communicatie bij uitvoeringsplannen. • Communiceer over de duurzaamheid van de warmtetechniek. En de bijdrage aan CO2-besparing en het voorkomen van klimaatverandering. • Communiceer op het niveau van de wijk. Een argument op wijkniveau (“Als wijk stoten we dan veel minder CO2 uit”) is voor veel mensen aantrekkelijker dan het argument op individueel niveau (“Uw huis stoot dan veel minder CO2 uit). • Stuur op landelijk flankerend beleid voor huurders en de groep woningeigenaren die moeilijk rondkomt. Deze groepen kennen minder waarde toe aan kenmerken zoals CO2-besparing, wooncomfort en publiek eigenaarschap. En juist meer aan maandelijkse of eenmalige kosten.

Overweeg extra financiële hulp voor deze groep.

Aanleiding Opzet

Aanleiding & Opzet

Wat was de aanleiding voor dit onderzoek? Hoe zag het onderzoek er globaal uit?

Deelnemers

Wie hebben er meegedaan aan het onderzoek? In wat voor huizen wonen zij? Wat vinden zij van de warmtetransitie?

Deelnemers

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Welke van de zeven beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?

Vaste en verbruikskosten

Wat vinden inwoners het belangrijkste: lage vaste of lage variabele kosten?

Kenmerken van warmteoplossingen

Hoe belangrijk vinden inwoners verschillende kenmerken van warmteoplossingen? Hoe wegen zij die tegen elkaar af?

Vaste en verbruikskosten

Inhoudsopgave

Kenmerken van warmteoplossingen

Extra vraag

Extra vraag

Over het onderzoek

Hoe hebben deelnemers het onderzoek ervaren? Welk rapportcijfer geven zij?

Methodologie

Hoe is het onderzoek tot stand gekomen? Hoe zijn de data geanalyseerd?

Over het onderzoek

Methodologie

14

Hoe willen deelnemers meedenken in de warmtetransitie?

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

• Wat was de aanleiding voor dit onderzoek?

Aanleiding & Opzet

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

15

Aanleiding & Opzet

Deelnemers

• Hoe zag het onderzoek er globaal uit?

Badge 4 with solid fill

Vaste en verbruikskosten

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

De gemeente Dordrecht wil onderzoeken wat het begrip ‘betaalbaar’ concreet voor inwoners betekent als het gaat om duurzame warmte • Aanleiding. Gemeenten werken nu aan hun warmteprogramma, dat zij eind 2026 moeten vaststellen. Een betaalbaar alternatief voor aardgas is een voorwaarde om over te stappen van aardgas op een ander alternatief. En om volledig aardgasvrij te worden is het voor een gemeente wettelijk verplicht om te onderbouwen dat het alternatief betaalbaar is. • Relatie tot lopende onderzoeken. Landelijk worden rekenregels opgesteld voor de manier waarop gemeenten kunnen onderbouwen dat een alternatief voor aardgas betaalbaar is. Die gelden alleen als de gemeente de aanwijsbevoegdheid inzet. Er lopen ook discussies over het instrumentarium voor warmtenetten: wat is er nodig om warmtenetten nu en in de toekomst aantrekkelijk te maken voor gebruikers in gebieden waar ze maatschappelijk gezien de beste optie zijn? • Doel en onderzoeksvragen. Het doel van het onderzoek is om concreet te maken wat het begrip ‘betaalbaarheid’ voor inwoners betekent. Het onderzoek adresseert 3 onderzoeksvragen: 1. Welke doelen en uitgangspunten zijn voor verschillende groepen inwoners belangrijk bij betaalbaarheid van een alternatieve warmteoplossing? 2.

Welke factoren beïnvloeden de mate waarin inwoners eventuele hogere kosten voor mensen in de wijk voor duurzame warmte acceptabel vinden? 3. Binnen welke bandbreedte mogen kosten voor duurzame warmte vallen om te onderbouwen dat het betaalbaarder is dan aardgas?

16

• Buiten scope. Dit onderzoek stelt vast wat inwoners betaalbaar vinden als een warmteoplossing voor de hele wijk wordt toegepast. Deze acceptabele kosten kunnen verschillen met wat inwoners voor zichzelf op individueel niveau, op een bepaald moment, betaalbaar vinden. Op basis van de gemiddelde acceptabele kosten kunnen we níet voorspellen hoeveel mensen zullen overstappen wanneer zij een aanbod krijgen met bepaalde kenmerken. En wat ze individueel zelf bereid zijn om te betalen. Om te onderzoeken onder welke voorwaarden een individuele inwoner de overstap maakt naar een duurzame warmteoplossing is aanvullend onderzoek nodig.

• Onderzoeksopzet. Het onderzoek is geïnitieerd en uitgevoerd door Populytics in samenwerking met MSG Sustainable Strategies. En in opdracht van de gemeente Dordrecht. Dit onderzoek past twee wetenschappelijke methodes toe: de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) en het Discrete Keuze Experiment (Discrete Choice Experiment, ofwel DCE). Voor meer uitleg, zie kaders 1 en 2 op de volgende pagina. Bij het ontwerpproces zijn veel verschillende belanghebbenden betrokken geweest. • Respons. 638 inwoners hebben meegedaan aan het onderzoek. Deelnemers gaven het onderzoek gemiddeld het rapportcijfer 7,1. • Looptijd. Het onderzoek stond online van 18 maart 2025 tot en met 2 april 2025. Mensen konden meedoen in het Nederlands.

Twee wetenschappelijke en in de praktijk getoetste methodes Kader 1. Over de methode PWE

17

Kader 2. Over de methode DCE

• Wetenschappelijk gevalideerd. De Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) is een participatiemethode die Populytics vaak inzet om mensen te betrekken bij beslissingen die hen gaan raken. De methode is ontwikkeld en gevalideerd door wetenschappers, onder andere van de TU Delft.

• Wetenschappelijk gevalideerd. Het Discrete Choice Experiment (Discrete Choice Experiment, ofwel DCE) is een techniek die werd ontwikkeld door Daniel McFadden, waarvoor hij in 2000 de Nobelprijs voor de Economie ontving. De DCE wordt gebruikt om

• Op de stoel van. De essentie van de PWE-methode is om deelnemers in een online omgeving 10 minuten op de stoel van een beleidsmaker of politicus te zetten. Deelnemers krijgen een zogeheten keuzetaak te zien. Deelnemers zien realistische aspecten die een rol kunnen spelen bij de betaalbaarheid van duurzame warmte. Deze aspecten zijn geformuleerd als doelen. Welke doelen zijn volgens deelnemers het belangrijkste? Deelnemers brengen een advies hierover uit door punten te verdelen over deze doelen. Daarna motiveren ze hun advies.

• Keuzes maken. Deelnemers maken zes keer een keuze tussen twee hypothetische aanpakken voor verwarmen, warm water en koken. De kenmerken van de aanpakken variëren tussen de keuzesituaties. Door mensen meerdere keuzes te laten maken kan je met econometrische modellen vaststellen hoe zij de kenmerken afruilen. En je kunt vervolgens uitrekenen hoeveel procent van de inwoners van Dordrecht een duurzame warmteoplossing betaalbaarder vindt dan aardgas. Na 6 keer een keuze gemaakt te hebben konden deelnemers hun keuzes toelichten.

• Begrip voor complexiteit. Door mee te doen aan een PWEonderzoek begrijpen deelnemers beter dat er verschillende perspectieven een rol spelen als het gaat om bepalen wat we verstaan onder ‘betaalbaarheid’. En de resultaten stellen beleidsmakers in staat om hun keuzes beter aan te laten sluiten op voorkeuren, waarden en zorgen van deelnemers.

• Keuzepijn. In het onderzoek leggen we nooit een keuze voor waarbij aanpak 1 in zijn geheel beter of slechter is dan aanpak 2. Deelnemers moeten dus kiezen welke kenmerken het zwaarst wegen. Soms vinden deelnemers het minder leuk om een DCE te doen. Er wordt immers van ze gevraagd om een aanpak te adviseren die op sommige kenmerken minder aantrekkelijk is.

Globale opzet

Een steekproef van de inwoners werd genomen en deze groep ontving een uitnodiging voor het onderzoek

Gesloten onderzoek Brief en panel

Totaal: 638 deelnemers

18

Aanleiding en doel

Wijze van benaderen

• Als inwoners zelf het initiatief nemen om deel te nemen aan een onderzoek kan selectiebias optreden: een oververtegenwoordiging van inwoners met een uitgesproken mening over het onderwerp en/of een ondervertegenwoordiging van deelnemers met een minder uitgesproken mening of die aan zelfselectie doen.

• Een willekeurige steekproef van 1.400 huishoudens heeft een uitnodiging ontvangen per brief. Op iedere brief stond een unieke code. Ook zijn 2.300 inwoners van het bewonerspanel uitgenodigd.

• Het doel van een gesloten onderzoek is om een gebalanceerde steekproef te trekken door proactief een willekeurig geselecteerde groep inwoners te benaderen. Op basis van deze steekproef kunnen onder voorwaarden representatieve uitspraken worden gedaan.

• Zie het hoofdstuk Methodologie voor meer details.

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Kenmerken van deelnemers

Kenmerken van deelnemers

2A

Deelnemers Overstappen naar duurzame warmte

Overstappen naar duurzame warmte

2B

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

19

Badge 4 with solid fill

Vaste en verbruikskosten

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Deelnemers

Deelnemers

Badge 7 with solid fill

Over het onderzoek

Methodologie

• Gender, leeftijd, opleidingsniveau en woonsituatie

Kenmerken van deelnemers

2A

• Vertegenwoordiging in wijken • Samenstelling huishouden, financiële situatie en klimaatzorgen • Kenmerken van de woning

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

20

Badge 4 with solid fill

Vaste en verbruikskosten

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Deelnemers

Deelnemers

Badge 7 with solid fill

Over het onderzoek

Methodologie

In totaal hebben 638 inwoners deelgenomen. De uitkomsten van het gesloten onderzoek zijn door herweging representatief voor de hele gemeente. • Werving via brieven. 1.400 huishoudens van gemeente Dordrecht hadden een brief gekregen met een unieke code. Elke code mocht maximaal 2 keer gebruikt worden. In totaal hebben 74 mensen die een brief hebben gekregen meegedaan aan het gesloten onderzoek. • Werving via Bewonerspanel Dordrecht. Alle leden van het bewonerspanel van de gemeente Dordrecht hadden een mail gekregen met een unieke code. Elke code mocht maximaal 1 keer gebruikt worden. In totaal hebben 542 mensen die een brief hebben gekregen meegedaan aan het gesloten onderzoek. • Werving via panel. Op basis van de respons op de brief waren met name hbo en wo geschoolden oververtegenwoordigd. Ook waren mannen en mensen vanaf 35 jaar en ouder iets oververtegenwoordigd. Daarom is aanvullend geworven via een betaald panel. Hiervoor werden alleen deelnemers met een ander opleidingsniveau dan hbo of wo en deelnemers tot 35 jaar gevraagd mee te doen. In totaal werden er aanvullend 22 deelnemers via een panel geworven. • Representativiteit en herwegen. De deelnemers aan het gesloten onderzoek zijn wat betreft hun kenmerken niet representatief voor alle inwoners van Dordrecht.

Mensen tot 35 jaar, vrouwen, huurders en mensen met een basisonderwijs, onderbouw voortgezet onderwijs opleiding zijn ondervertegenwoordigd. Om ervoor te zorgen dat we op basis van het onderzoek representatieve uitspraken kunnen doen hebben we de data gewogen. We hebben bijvoorbeeld meer waarde toegekend aan de antwoorden van de groepen die ondervertegenwoordigd waren. Zo kunnen we op basis van dit onderzoek representatieve uitspraken doen over alle inwoners van Dordrecht op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en woonsituatie.

21

Figuur 2.1. Samenstelling van de deelnemers

Aandeel gemeente Dordrecht* 51,0% 49,0%

Deelnemers onderzoek** (n=638) 34,2% 64,4%

Leeftijd 18 tot 35 jaar 35 tot 65 jaar 65 jaar en ouder

27,0% 48,5% 24,5%

7,8% 55,0% 37,0%

Opleiding bo, vmbo, havo-, vwoonderbouw of mbo1 havo, vwo, mbo2-4 hbo, wo

30,0% 43,0% 27,0%

7,8% 24,8% 65,2%

Woonsituatie Koopwoning Huurwoning***

58,0% 42,0%

85,5% 14,5%

Gender Vrouw Man

* Bron: CBS

** Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’ *** Bestaat uit huurwoningen van een woningcorporatie of een particuliere verhuurder

Uit alle stadsdelen deden mensen mee aan het onderzoek

Figuur 2.2. Samenstelling van de deelnemers naar wijk

• Er hebben inwoners uit alle stadsdelen van Dordrecht meegedaan aan het onderzoek. De spreiding over de stadsdelen van deelnemers aan het gesloten onderzoek volgt in grote lijnen de bevolking van de gemeente.

Aandeel gemeente Dordrecht*

Deelnemers onderzoek** (n=638)

Dordrecht-Centrum Dordrecht-Oost

29,0% 44,5%

39,7% 37,0%

Dordrecht-West Dordrecht-Overig

25,4% 1,0%

16,1% 6,0%

Wijk

22

* Bron: CBS

** Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’

Uit alle segmenten deden mensen mee aan het onderzoek • Samenstelling huishouden. De grootste groep deelnemers woont met partner, zonder kinderen (41,9%). Meer dan een kwart van de deelnemers (26,6%) is onderdeel van een gezin met twee ouders. En 24,0% geeft aan alleen te wonen. En een kleinere groep geeft aan onderdeel te zijn van een één-oudergezin (3,2%) of met huisgenoten te wonen (0,5%). • Financiële situatie. Een meerderheid van de deelnemers (60,5%) kan (zeer) makkelijk rondkomen. Een kleine groep (26,3%) geeft aan (zeer) moeilijk rond te kunnen komen. De rest (3,4%) kan niet makkelijk, niet moeilijk rondkomen. • Woonsituatie. Meer dan vier vijfde deelnemers (84,8%) woont in een koopwoning. De rest huurt, waarvan het grootste deel via een woningcorporatie. • Zorgen over het klimaat. Een meerderheid (78,2%) maakt zich een beetje of erge zorgen over het klimaat. Dit aandeel is ongeveer gelijk aan wat eerder landelijk onderzoek naar klimaatzorgen heeft aangetoond**.

23

** Eerder landelijk onderzoek naar klimaatzorgen van het CBS in 2023 liet zien dat 76% van de inwoners uit de provincie Zuid-Holland zich enige of veel zorgen maakt om het klimaat.

Figuur 2.3. Samenstelling van de deelnemers

Samenstelling huishouden

Deelnemers gesloten onderzoek* (n=638)

Alleen

24,0%

Met partner, zonder kinderen

41,9%

Met partner, met kind(eren)

26,6%

Alleen met kind(eren)

3,2%

Met huisgenoten

0,5%

Financiële situatie (Zeer) makkelijk kunnen rondkomen Niet makkelijk, niet moeilijk kunnen rondkomen (Zeer) moeilijk kunnen rondkomen

60,5% 26,3% 3,4%

Woonsituatie Koopwoning Huurwoning, woningcorporatie Huurwoning, niet woningcorporatie

84,8% 11,4% 3,0%

Zorgen over het klimaat Ja, heel erg Ja, een beetje Nee, niet echt Nee, helemaal niet

38,7% 39,6% 13,3% 7,8%

* Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’

Figuur 2.4. Over deelnemers (N=638)

4% 68%

In wat voor soort woning woont u? 0%

20%

40%

28% 60%

80%

100%

Vrijstaand, twee-onder-een-kap- of eengezinswoning Appartement, flat, boven- of benedenwoning Anders

3% 78%

Hoe verwarmt u nu uw woning? 0%

20%

Cv-ketel Cv-ketel en hybride warmtepomp Anders

Hoe goed is uw woning geïsoleerd?

40%

Goed (energielabel A of B) Slecht (energielabel E, F of G)

60%

80%

100%

All-electric warmtepomp Warmtenet

34% 0%

24

6% 8% 4%

20%

39% 40%

60%

26% 80%

Redelijk (energielabel C of D)

100%

Er deden deelnemers mee van diverse soorten woningen • Twee derde (68%) woont in een appartement, flat, boven- of benedenwoning. En bijna een derde (28%) van de deelnemers woont in een vrijstaand, twee-ondereen-kap- of eengezinswoning. 4% woont in een ander soort woning. • De meeste deelnemers (78%) verwarmen hun huis op dit moment met een cvketel. Nog eens 4% heeft een cv-ketel met hybride warmtepomp. Een kleine groep van 2% verwarmt met een all-electric warmtepomp en 8% geeft aan hun woning met een warmtenet te verwarmen. • Een derde van de deelnemers geeft aan dat hun woning goed geïsoleerd is (34%). 39% geeft aan dat hun woning redelijk geïsoleerd is. En de kleinste groep van 26% geeft aan dat hun woning slecht geïsoleerd is.

Overstappen naar duurzame warmte

2B

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

25

• Vinden deelnemers het een goed idee dat de gemeente overstapt van aardgas naar duurzame warmte? • Hoe motiveren zij hun mening?

Badge 4 with solid fill

Vaste en verbruikskosten

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Deelnemers

Deelnemers

Badge 7 with solid fill

Over het onderzoek

Methodologie

De eerste vraag was of deelnemers overstappen van aardgas naar duurzame warmte een goed idee vinden • Drie doelen: 1. Inzicht krijgen in welke mate deelnemers het een goed dan wel slecht idee vinden dat de gemeente overstapt van aardgas naar duurzame warmte. 2. Onderzoeken of en hoe de voorkeuren van deelnemers afhangen van of deelnemers het overstappen van aardgas naar duurzame warmte een goed of slecht idee vinden. 3. Deelnemers die het overstappen van aardgas naar duurzame warmte een slecht idee vinden de kans geven om hun mening te geven. • De vraag. Deelnemers konden lezen wat het idee van de gemeente was. En ze konden aangeven in hoeverre ze dit een goed idee vonden. Vervolgens konden ze hun antwoord toelichten. • Wel deelnemen? Als deelnemers hadden aangegeven dat ze het een (heel) slecht idee vonden dan kregen zij op de volgende pagina een extra stuk tekst te zien. Hierin stond uitgelegd dat de rest van het onderzoek gaat over de overstap naar duurzame warmte en dat het misschien niet prettig is om daarover mee te denken. Deelnemers lazen dat de gemeente geïnteresseerd is in de mening van alle mensen en er werd hun gevraagd om toch hun mening te geven. • Rapportage. We laten per doel de meest genoemde categorieën van argumenten zien. Met sterren geven we aan hoe vaak een argument wordt genoemd.

• ★★★ betekent dat dit de hoofdmoot vormt van de argumenten die bij een optie gegeven worden; dit argument springt er duidelijk uit. • ★★ betekent dat dit argument vaak wordt genoemd. • ★ betekent dat dit argument minder vaak maar wel een aantal keer wordt genoemd. We laten het vooral zien om de veelzijdigheid van de argumenten weer te geven. 26 •

Figuur 2.5. De eerste inhoudelijke vraag

Figuur 2.6. Houding deelnemers t.o.v. het stoppen met aardgas (N=637)

• Een meerderheid (64%) vindt het een (heel) goed idee om te stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken. Deze groep motiveert hun mening weinig. Het argument dat het vaakst genoemd wordt is dat het duurzamer en beter voor het milieu is.

Vindt u dit een goed idee? 40% 36%

35% 30%

• Een minderheid van 18% vindt het een (heel) slecht idee om te stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken. Deze groep motiveert relatief vaker hun mening dan de groep die het stoppen met gas een goed idee vindt. Het vaakst delen deelnemers in hun motivaties hun twijfels over de noodzaak van de transitie en hun twijfels over de duurzaamheid van andere warmteoplossingen dan gas.

28%

25% 20%

18%

• Mensen die financieel moeilijk rondkomen vinden het relatief gezien vaker een heel slecht idee om te stoppen met aardgas. Deze groep geeft circa twee keer zo vaak aan het stoppen met aardgas een (heel) slecht idee te vinden.

15%

10%

10%

8%

5% 0% Ja, ik vind Ja, ik vind het een heel het een goed goed idee idee 27

De meerderheid van de deelnemers vindt het een (heel) goed idee om te stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken

Neutraal

Nee, ik vind Nee, ik vind het een slecht het een heel idee slecht idee

• Mensen die aangaven het een (heel) slecht idee te vinden stoppen niet eerder met het onderzoek dan mensen die het stoppen met aardgas een (heel) goed idee vinden. Mensen die het stoppen met aardgas een (heel) slecht idee vinden werden namelijk in het onderzoek gevraagd of ze toch hun mening wilden geven. Ongeveer 90% wilde zijn of haar mening over het onderwerp geven en heeft dat via het onderzoek gedaan. Dat is hetzelfde percentage als mensen die het stoppen met aardgas een (heel) goed idee vinden; hiervan is ook circa 90% verder gegaan met het invullen van het onderzoek.

Uitwerking: ‘Overstappen van aardgas naar duurzame warmte’ "Mijn appartement is absoluut niet geschikt voor een warmtepomp. Bij stadsverwarming/warmtenet blijken mensen veel meer te moeten betalen voor hun energiekosten." "Te vroeg, alternatieven voor aardgas nog onvoldoende beschikbaar of onbetaalbaar"

"Gas is op dit moment nog de meest duurzame vorm van verwarming. Punt. Alle alternatieven zorgen voor te grote verstoringen van alle levens! En de gevolgen van het (vaak verkeerde en ondoordachte) gebruik van alternatieven worden nu zwaar onderschat. Zoek dit eerst beter uit, voordat je van het gas af gaat!"

28

"Beter voor het klimaat."

"Alles wat beter voor de aarde is, is goed"

Waarom vinden deelnemers het een goed of slecht idee dat de gemeente overstapt van aardgas naar duurzame warmte? Door deelnemers genoemde argumenten om over te stappen op duurzame warmte

Door deelnemers genoemde argumenten om (nog) niet over te stappen op duurzame warmte

Het is duurzamer en beter voor het milieu

Twijfel over de noodzaak en/of duurzaamheid van andere warmteoplossingen ten opzichte van gas

★★

Zorgen over de technische haalbaarheid van de warmtetransitie (voor sommige huizen)

★

Zorgen over de betaalbaarheid van de transitie

★

★

"Veel te duur en zonder geranties"

"Niets is beter, schoner en goedkoper dan aardgas."

Verder genoemd: • Zorgen over de snelheid en doordachtheid van de transitie • Zorgen en twijfels over infrastructuur en de beschikbaarheid van elektriciteit

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Algemene uitkomsten

Algemene uitkomsten

3A

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Profielen van 5 groepen

Profielen van 5 groepen

3B

Uitwerking van zeven doelen

Uitwerking van zeven doelen

3C

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Badge 4 with solid fill

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Aanleiding Opzet

29

Deelnemers

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Vooraf: Hoe de resultaten te lezen?

Het oorspronkelijke onderzoek is nog steeds vindbaar op de website betaalbarewarmtedordrecht.raadpleging.net. Dit onderzoek is ook nog in te vullen, maar antwoorden worden niet meer geregistreerd. 30

•

Wat was de centrale onderzoeksvraag?

•

Uitleg van de figuren

De hoofdvraag van het PWE-gedeelte was welke doelen inwoners belangrijk vinden bij betaalbare warmte • Doel: Deze Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) in Figuur 3.1 heeft als doel inzicht te krijgen in welke doelen inwoners belangrijk vinden als het gaat om betaalbare warmte. • Keuzesituatie: Deelnemers verdeelden 35 punten over zeven beleidsdoelen waar de overheid meer of minder prioriteit aan kan geven. Elke deelnemer kreeg deze in willekeurige volgorde te zien. In Figuur X van links naar rechts, van boven naar beneden: • Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte • De prijzen van duurzame warmte moeten zo laag mogelijk gelijk blijven voor inwoners • De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden • Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst • Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas • De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten • Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder • Extra informatie: Onder de roze informatieknoppen konden deelnemers aanvullende informatie lezen over ieder doel. 31

Figuur 3.1. Het PWE-gedeelte van het onderzoek

Figuur 3.2. Voorbeeld uitkomsten met uitleg

Gemiddelden voor alle inwoners • We presenteren eerst de resultaten voor alle deelnemers die hun mening hebben gegeven: de gemiddelde punten per optie. Uitgangswaarde • Als deelnemers aan alle opties evenveel punten toekennen (alles evenveel prioriteit geven), dan zou elke optie vijf punten krijgen (35 gedeeld door 7). Dit noemen we ook wel de uitgangswaarde.

32

Betrouwbaarheidsinterval • Een steekproef heeft altijd een mate van onzekerheid. Als alle inwoners van de gemeente Dordrecht mee zouden doen, dan bevinden de uitkomsten zich met 95% zekerheid in het waardebereik van dit (lichtblauwe) betrouwbaarheidsinterval. Als er geen overlap zit in het waardebereik van twee doelen, dan is het verschil tussen deze doelen significant. In dit voorbeeld verschilt het doel ‘Winst energiebedrijven’ van ‘gelijke prijzen in alle gemeenten. Maar ‘gelijke prijzen in alle gemeenten’ verschilt echter niet significant van de twee doelen daaronder. Met andere woorden: de volgorde van deze drie doelen zou ook anders kunnen zijn.

Figuur 3.3. Voorbeeld uitkomsten met uitleg

Gemiddelden voor verschillende groepen • Om te onderzoeken of verschillende groepen deelnemers een doel anders prioriteren, laten we de gemiddelde punten per optie zien voor verschillende groepen. Bijvoorbeeld een uitsplitsing naar gender, zoals hiernaast weergegeven. • In dit voorbeeld krijgt het doel ‘gelijke prijzen in alle gemeenten’ gemiddeld meer punten van vrouwen dan van mannen. Dit gaat over het gemiddelde, niet over de spreiding. We kunnen niet concluderen dat alle vrouwen meer punten geven dan alle mannen.

33

Wanneer zijn verschillen significant? • Verschillende groepen deelnemers kunnen anders denken over hoeveel prioriteit een doel moeten krijgen. Als een doel dikgedrukt is, dan kunnen we 95% zekerheid zeggen dat de gemiddelde punten voor die optie tussen groepen deelnemers significant verschillen. Als een verschil niet significant is, moeten we concluderen dat de verschillende groepen geen andere prioriteit geven aan een doel. • Let op: bij grote groepen kan een klein verschil significant zijn. Het is dan geen substantieel significant verschil. Zo’n verschil is niet altijd relevant voor de interpretatie.

• Prioriteiten van de ‘gemiddelde’ inwoner van Dordrecht • Verschillen en overeenkomsten in prioriteiten tussen de representatieve groep (gesloten onderzoek) en open onderzoek

Algemene uitkomsten

3A

• Verschillen en overeenkomsten in prioriteiten tussen verschillende groepen

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Badge 4 with solid fill

Badge 5 with solid fill

Badge 6 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Aanleiding Opzet

34

Deelnemers

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Twee doelen krijgen de meeste prioriteit en andere doelen krijgen soortgelijke prioriteit. • Meeste prioriteit. Gemiddeld genomen wordt de meeste prioriteit gegeven aan: • Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder (6,9 punten). • Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst (6,6 punten) • Geen grote uitschieters. Het valt op dat er in het onderzoek geen doelen zijn die relatief heel veel (>7,5) of heel weinig (<2,5) punten krijgen. Dat betekent dat er geen doelen bij zijn die veel belangrijker zijn dan andere doelen. En ook geen doelen die juist veel minder belangrijk zijn dan andere doelen.

Figuur 3.4. Prioritering doelen – Gemiddeld

Representatief

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6,9

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,6

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,8

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4,6

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,5

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3,9

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

3,6

0 tot 2,5 punten

35

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

Betrouwbaarheidsintervallen: als iedereen in Dordrecht mee zou doen, dan bevinden de uitkomsten zich met 95% zekerheid in het lichtblauwe bereik. We kunnen dus met 95% zekerheid zeggen dat inwoners de bovenste twee doelen meer prioriteit geven dan alle andere doelen. We kunnen echter niet met dezelfde zekerheid iets zeggen over de volgorde van prioriteit van doelen 3 t/m 7.

Mannen stellen vergelijkbare prioriteiten als vrouwen, maar leggen andere nuances

Figuur 3.5. Prioritering doelen – Gemiddelde naar gender

• Overeenkomsten. Mannen en vrouwen prioriteren dezelfde top 2: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. Beiden geven de minste prioriteit aan dat de overheid bepaalt hoe een wijk overstapt op duurzame warmte. • Significante verschillen. Alleen voor de dikgedrukte doelen in de figuur hiernaast geldt dat er significante verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. • Vrouwen geven meer prioriteit aan het doel om de prijzen zoveel mogelijk hetzelfde te houden onder alle Nederlandse gemeenten dan mannen. • Mannen geven meer prioriteit te geven aan het doel dat zoveel mogelijk mensen de kosten moeten terugverdienen. • Conclusie. Mannen en vrouwen prioriteren dezelfde top 2. Maar mannen geven daarnaast meer prioriteit aan de kosten terugverdienen en vrouwen geven juist meer prioriteit aan dat de prijzen zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle gemeenten. Over het algemeen zijn er meer overeenkomsten dan verschillen.

Vrouw (n=218)

Man (n=411)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

7,2

6,7

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,9

6,2

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten* De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4,5

4,8

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte*

3,6

5,4

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3,7

4,0

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

3,5

3,7

0 tot 2,5 punten

36

4,1

5,5

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen mannen en vrouwen significant

Deelnemers stellen vergelijkbare prioriteiten, ongeacht hun leeftijd

Figuur 3.6. Prioritering doelen – Gemiddelde naar leeftijd

• Overeenkomsten. Deelnemers prioriteren dezelfde top 2, ongeacht hun leeftijd: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. • Significante verschillen. Alleen voor de dikgedrukte doelen in de figuur hiernaast geldt dat er significante verschillen zijn tussen leeftijdsgroepen. • Inwoners >65 zijn geven iets meer prioriteit aan het doel dat de prijzen zo lang mogelijk gelijk blijven dan inwoners tussen de 35 en 65 jaar. • Conclusie. Het significante verschil tussen de prioriteiten is klein; het verschil is kleiner dan 1 punt. We concluderen daarom dat er geen substantiële significante verschillen zijn. Mensen uit verschillende leeftijdsgroepen prioriteren dezelfde top 2. Er zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen.

Jonger dan 35 jaar (n=50) Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6,1

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,8

Ouder dan 65 jaar (n=236)

Tussen de 35 en 65 (n=351)

7,4

6,7

6,3

7,0

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

5,0

4,9

4,5

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners*

4,6

4,5

5,0

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,5

4,5

4,5

4,2

3,6

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

3,6 4,4

3,2

3,6

0 2 4 6 8 10 0 tot 2,5 punten

37

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige leeftijdsgroepen significant (zie tekstuitleg links)

Deelnemers stellen vergelijkbare prioriteiten, ongeacht hun opleiding

Figuur 3.7. Prioritering doelen – Gemiddelde naar opleiding

• Overeenkomsten. Er zijn twee doelen die door alle opleidingsgroepen meer worden geprioriteerd: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven.

Laag (bo, vmbo, havo-, vwo-onderbouw of mbo1) (n=50)

Midden (havo, vwo, mbo2-4) (n=158)

Hoog (hbo, wo) (n=416)

• Significante verschillen. Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen opleidingsgroepen.

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6,9

7,1

6,7

• Conclusie. We zien dat er geen significante verschillen zijn.

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,6

6,6

6,5

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

5,1

4,6

4,9

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4,6

4,9

4,3

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,5

4,3

4,7

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

4,2

4,0

3,1

3,5

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

0 tot 2,5 punten

38

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

3,4 4,5

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige opleidingsniveaus significant (zie tekstuitleg links)

Woningeigenaren plaatsen vergelijkbare prioriteiten als huurders

Figuur 3.8. Prioritering doelen – Gemiddelde naar huur of koop

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1066/documents/45624