Bijlage 2 90_ Regionale Investeringsagenda Drechtsteden.pdf
Tekst van het document
Sluit bovendien direct aan bij de inzet van werkgeversorganisaties en ondernemersfondsen, die zich actief inzetten voor de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en economische toplocaties. • Provinciaal: Sluit direct aan bij de ambities van het programma Zuid-Holland Bereikbaar en de provinciale inzet op knooppuntontwikkeling en OV-verbetering. • Nationaal: Draagt bij aan het MIRT, NOVEX en het Toekomstbeeld OV 2040, en aan de nationale doelstellingen voor duurzame mobiliteit en het Nationaal Toekomstbeeld Fiets. De Drechtstedenring kan als voorbeeldproject dienen voor multimodale bereikbaarheid in middelgrote regionale netwerken. 10 Dit doorbraakproject versterkt direct de spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7): betere bereikbaarheid maakt verdichting rond stations haalbaar. Het werkt ook samen met de snelfietspaden (doorbraakproject 4): hubs zijn de knooppunten waar fietsroutes en OV-lijnen samenkomen. En het ondersteunt de maritieme clusters (doorbraakproject 8): betere bereikbaarheid helpt bedrijven om personeel aan te trekken en vast te houden. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 20 • Europees: Past in de Green Deal en ontlast de TEN-T-corridor North Sea–Rhine–Mediterranean doordat verkeer verschuift naar OV en fiets.
6 Doorbraakproject 4: Realiseren van snelfietspaden F15 en F16 als volwaardig regionaal alternatief voor de auto Kern van het doorbraakproject Steeds meer inwoners willen fietsen: naar werk, naar school, naar het station. Maar in de Drechtsteden ontbreekt een aaneengesloten, veilige en comfortabele regionale fietsroute. Ontbrekende schakels, onveilige kruisingen met op- en afritten en doodlopende trajecten maken de fiets nog geen serieus alternatief voor de auto op regionale afstanden. Dat knelt nu extra: de regio slibt dicht met autoverkeer en de verbreding van de A15 is gepauzeerd. De doorbraak bestaat uit het compleet maken van de snelfietspaden F15 en F16 (de Metropolitane Fietsroute), zodat een hoogwaardige verbinding ontstaat die alle acht Drechtstedengemeenten met elkaar verbindt én aansluit op Rotterdam. Geen luxeproject, maar een basisvoorziening voor een regio die minder afhankelijk wil zijn van overbelaste snelwegen.11 Wat dit doorbraakproject oplevert • Een volwaardig regionaal fietsnetwerk. Twee doorlopende snelfietsroutes die alle gemeenten verbinden. De F15 van oost naar west en de F16 van zuid naar noord, met aansluiting op Rotterdam. • Minder auto’s op de weg en dus betere luchtkwaliteit. Elke forens die overstapt van auto naar fiets verlicht de druk op de A15 en A16 en verbetert de lucht voor iedereen. • Goedkoper en gezonder.
Fietsen bespaart huishoudens reiskosten en draagt direct bij aan gezondheid en welzijn. Bij nog geen 45% voldoende bewegende inwoners is dat geen bijzaak. • Woningbouw met lagere parkeernormen. Goede fietsverbindingen naar stations en voorzieningen maken het mogelijk om nieuwe woningbouwlocaties met minder parkeerplaatsen te realiseren. Dat maakt bouwen goedkoper en wijken leefbaarder. • Verbinding tussen gemeenten. De snelfietspaden zijn fysieke verbinders: ze maken van acht losse gemeenten één samenhangende regio op fietsafstand Hoe en met wie we het aanpakken We werken aan twee routes tegelijk, met focus op de ontbrekende schakels. a. F15 (van oost naar west) Het gaat om de oversteek Zandkade bij Gorinchem, de ontbrekende schakels Sluisweg– Kanaaldijk-noord en Rivierdijk–Nieuweweg in Hardinxveld-Giessendam, de kruispunten bij de A15 (Nieuweweg) en het veilig ontvlechten van auto- en fietsverkeer bij de N915/Edisonweg in Alblasserdam. b. Voor de F16 (zuid-noord richting Rotterdam) Het gaat om de MFR tussen Dordrecht, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht richting Rotterdam, inclusief verkenningen naar een zelfstandige fietsbrug over de Noord en een doorfietsroute tussen Papendrecht en Dordrecht (F3), parallel aan de Merwedebrug (N3). Partners zijn de gemeenten, provincie Zuid-Holland, Waterschap Rivierenland, het Rijk, met de MRDH, ZHB en Rijkswaterstaat als adviseurs.
Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s • Lokaal: Ondersteunt gemeentelijke fietsplannen en verkeersveiligheidsambities. Inwoners krijgen een veilige fietsroute door de regio naar werk en station, en nieuwe wijken kunnen met minder parkeerplaatsen worden gebouwd. • Provinciaal: Past in het provinciale fietsnetwerk en de ambitie om de fiets als volwaardig vervoermiddel op regionale afstanden te positioneren. • Nationaal: Draagt bij aan het MIRT en het Nationaal Toekomstbeeld Fiets en aan de nationale doelstellingen voor gezondheid en luchtkwaliteit. De F15 en F16 kunnen als voorbeeld dienen voor snelfietsroutes in andere middelgrote regio's. • Europees: Past in de Green Deal door de verschuiving van auto naar fiets. 11 De snelfietspaden hangen direct samen met doorbraakproject 3 (hubs en OV): de fietsroutes voeden de hubs en stations, en de hubs maken de fiets aantrekkelijker door goede stallingen en overstapvoorzieningen. Ze versterken ook het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5): fietsroutes langs de rivieren en door het groen combineren mobiliteit met recreatie en leefkwaliteit. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 21
C. OPGAVE: HET REGIONAAL LANDSCHAPSPARK ALBERT CUYP Hoe gezond je bent, hangt niet alleen af van je leefstijl. Het hangt af van de lucht die je inademt, het groen om de hoek, de schaduw in je straat op een hete zomerdag, de plek waar je kind buiten speelt. Een gezonde leefomgeving is geen luxe, het is de bodem waarop alles rust. Op die bodem bouwen we woningen, laten we kinderen opgroeien, worden we oud. Als die bodem niet deugt, merkt iedereen dat. Huidige situatie | Doorbraakprojecten | Gewenste situatie Het rivierenlandschap van de Drechtsteden is uniek maar kwaliteit van | Doorbraakproject 5: | Het creëren van | Een samenhangend, klimaatbestendig en openbaar toegankelijk de leefomgeving staat zwaar onder druk. Vier | een klimaatbestendig, gezond en | doorlopend groenblauw netwerk dat de oevers via steden en dorpen Drechtstedengemeenten staan in de landelijke top-20 van meest | verbonden groenblauw netwerk | verbindt met de omringende nationale landschappen en parken, vervuilde gemeenten, met Papendrecht op plek 6, | waaronder De Biesbosch, Kinderdijk, de Hollandse Waterlinie en het Hendrik-Ido-Ambacht op plek 10, Alblasserdam op plek 12 en | Groene Hart. Waterveiligheid, bodemdaling en getijdennatuur worden Gorinchem op plek 20. In Dordrecht liggen de stikstof- en | gecombineerd met groene dooradering in de bebouwde omgeving.
fijnstofconcentraties bijna twee keer zo hoog als de WHO-norm. | Meer groen in wijken verbetert de luchtkwaliteit, vermindert hittestress Kinderen die opgroeien in lucht met meer stikstofdioxide ontwikkelen | en nodigt uit tot bewegen, wat direct bijdraagt aan de gezondheid van 10 tot 20% vaker astma. In Dordrecht heeft ruim de helft van de | inwoners. Nieuwe ontwikkelingen dragen actief bij aan inwoners overgewicht en beweegt slechts 45% van de volwassenen | klimaatadaptatie via de 3-30-300 regel: drie bomen zichtbaar vanuit voldoende. Groene structuren zijn versnipperd en sluiten slecht aan op | elk pand, 30% schaduw in de straat en maximaal 300 meter tot het woongebieden, terwijl barrières als de A15, A16, A27, de Betuwelijn en | dichtstbijzijnde park. Daarnaast zorgt het blauw voor waterberging, het rangeerterrein Kijfhoek de verbinding tussen steden en omliggend | vertraagde afvoer en buffering bij piekbuien, waardoor landschap blokkeren. Een groot deel van de wijken kent weinig groen | overstromingsrisico’s in stedelijke gebieden worden verkleind. Ook en is gevoelig voor hittestress en wateroverlast. De | verbetert blauw de stedelijke leefkwaliteit door verkoeling, versterking PFAS-verontreiniging van Chemours zet natuur en oevers extra onder | van biodiversiteit en het creëren van aantrekkelijke verblijfs- en druk. | recreatieplekken.
8 Doorbraakproject 5: Het creëren van een klimaatbestendig, gezond en verbonden groenblauw netwerk Kern van het doorbraakproject De Drechtsteden liggen in een van de mooiste rivierenlandschappen van Nederland, met de Biesbosch, Kinderdijk en het Groene Hart op fietsafstand. Maar voor veel inwoners is dat landschap onbereikbaar. Snelwegen, spoorlijnen en industrieterreinen blokkeren de verbinding tussen wijk en natuur. Groene plekken liggen als eilandjes in een zee van verharding. En de groene ruimte die er is, is te vaak niet ingericht op de toekomst: te weinig waterberging, te weinig schaduw, te weinig biodiversiteit. De doorbraak bestaat uit het verbinden van die eilandjes tot één samenhangend netwerk. Niet door overal nieuw groen aan te leggen, maar door bestaande structuren slim te koppelen, barrières te doorbreken en vanuit concrete projecten het landschap de wijken in te trekken. Zo ontstaat het raamwerk van het Landschapspark Albert Cuyp: een regionaal park dat geen hek heeft, maar een netwerk is: van oever tot wijk, van dijk tot binnenstad.12 Wat dit doorbraakproject oplevert • Groenere en gezondere wijken. Meer bomen, meer schaduw, meer plekken om te bewegen en te ontspannen. Direct voelbaar voor inwoners die nu in wijken wonen met te weinig groen en te veel hitte. • Betere luchtkwaliteit. Groenstructuren filteren fijnstof en verkoelen de lucht.
In een regio die tot de meest vervuilde van Nederland behoort, is elke groene verbinding een investering in gezondheid. • Klimaatbestendigheid. Het groenblauwe netwerk is tegelijk een watermachine: het vangt regenwater op bij hoosbuien, bergt water bij hoog rivierwater en koelt wijken bij hitte. Dat beschermt woningen, bedrijven en infrastructuur, nu en in de toekomst. • Toegankelijk landschap. De rivieroevers, dijken en polders worden beter bereikbaar voor wandelen, fietsen, sporten en recreëren. Het unieke landschap van de Drechtsteden wordt een dagelijkse beleving in plaats van een vergezicht achter een vangrail. • Aantrekkingskracht. Een groene, gezonde en klimaatbestendige regio trekt bewoners, werknemers en bezoekers aan. Het Landschapspark Albert Cuyp wordt een visitekaartje dat laat zien wat deze regio te bieden heeft: vergelijkbaar met wat de Biesbosch, de Hollandse waterlinie en Kinderdijk nu al betekenen, maar dan verweven met het dagelijks leven. Hoe en met wie we het aanpakken We bouwen het raamwerk van het Regionaal Landschapspark Albert Cuyp op via drie samenhangende deelprojecten: a. Uitwerking Landschapspark.
We stellen samen een Landschapsvisie en ruimtelijke hoofdstructuur voor het park op, met een programmatische aanpak richting 2050: één gedeeld beeld, heldere governance via een Taskforce Landschapspark, en koppeling aan geplande activiteiten zoals dijkonderhoud. Zo brengen we de nu versnipperde groenblauwe initiatieven samen en kunnen we weloverwogen regionale investeringskeuzes maken. b. Groenblauwe vingers. De eerste tastbare schakels die stedelijk groen verbinden met het omliggende landschap: het Stadspark Dordrecht (van de Nieuwe Dordtse Biesbosch naar het Wantij), Vleugels van de Stad in Gorinchem (langs de Linge en het Kanaal van Steenenhoek), de Develzone in de Zwijndrechtse Waard, de Noord-zuidverbinding in Sliedrecht (een parkverbinding over de A15) en de Hoofdgroenstructuur in Papendrecht. Elk project maakt lokaal verschil én versterkt de regionale structuur. c. Getijdenpark. We vormen de Noordoevers, De Staart en Nationaal Park De Biesbosch om tot één samenhangend, toegankelijk getijdenlandschap: harde kades maken plaats voor natuurvriendelijke oevers met slikken, schorren en riet, aangevuld met routes en recreatieve voorzieningen. Dat brengt groen en water dichter bij de inwoners en maakt het watersysteem robuuster.
Om dit te realiseren werken we samen met de gemeenten, provincie Zuid-Holland, de waterschappen, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, het Biesboschnetwerk en Nationaal Park De Biesbosch, UNESCO Kinderdijk, natuur- en recreatiepartners, grondeigenaren en anderen. 12 Dit doorbraakproject hangt direct samen met de spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7): verdichting rond stations vraagt om groen en klimaatadaptatie in diezelfde gebieden. Het versterkt de Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4): groene routes langs rivieren en door het landschap combineren recreatie met fiets- en wandelverbindingen. En het ondersteunt de maritieme clusters (doorbraakproject 8): vergroening van oevers en bedrijventerreinen verbetert het vestigingsklimaat en de gezondheid van werknemers. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 23
Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s • Lokaal: Ondersteunt gemeentelijke groenvisies, klimaatadaptatieplannen en gezondheidsbeleid. Elk uitvoeringsproject is tegelijk een lokaal project dat raadsleden direct kunnen koppelen aan hun eigen ambities voor gezondheid, groen en leefbaarheid. • Provinciaal: Sluit aan bij de provinciale inzet op een sterker groenblauw netwerk, het Zuid-Hollandse klimaatadaptatieprogramma en de ambitie om natuur en verstedelijking beter te combineren. Sluit ook aan bij het gebiedsprogramma Groene Hart. • Nationaal: Draagt bij aan de Nationale Adaptatiestrategie (NAS), het Deltaprogramma (ruimtelijke adaptatie en zoetwater), het Nationaal Programma Groene Hart en de nationale doelstellingen voor luchtkwaliteit en biodiversiteit. Daarnaast draagt het bij aan de NOVEX Zuidelijke Randstad en het Groene Hart. Het Landschapspark Albert Cuyp kan als voorbeeldproject dienen voor hoe verstedelijkingsregio's groen en klimaat structureel kunnen verankeren. Daarnaast sluit het aan bij de ambities uit de NOVEX Zuidelijke Randstad en Groene Hart. • Europees: Past in de Europese Green Deal en de EU-strategie voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 24
D. OPGAVE: REGIONALE SPOORZONES De Drechtsteden hebben woningen nodig. Minstens 16.000 tot 2035 om te voorzien in de behoefte Dat zijn geen plancijfers: het zijn de jongeren die geen betaalbare woning vinden, de gezinnen die gedwongen de regio verlaten, de starters die noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen. De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn zijn de logische plek om die puzzel op te lossen. Hier komen wonen, werken en bereikbaarheid samen. Maar dan moeten we het wel goed doen: we bouwen met de urgentie die nodig is, aan een toekomstbestendig woningbestand. Huidige situatie Doorbraakprojecten Gewenste situatie Doorbraakproject 6: Gebiedsontwikkeling MerwedeLingeLijn Doorbraakproject 7: Gebiedsontwikkeling Oude Lijn De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn functioneren als ruggengraat van de regionale verstedelijking. Dit gaat hand in hand met de ontwikkeling van een klimaatbestendig, gezond en verbonden groen-blauw netwerk richting de Biesbosch en het Groene Hart. Stationsgebieden groeien uit tot complete stadsdelen waarbij de eerste 300 meter rondom elk station maximaal wordt benut voor woningen, werkplekken en voorzieningen. De Spoorzone Dordrecht-Zwijndrecht ontwikkelt zich als onderdeel van de Verstedelijkingsalliantie voor de Oude Lijn, met een nieuw station bij het Leerpark.
Minimaal twee derde van alle nieuwe woningen is betaalbaar waarvan 30% sociaal. De regio staat voor een woningbouwopgave van minimaal 16.000 woningen tot 2035, oplopend naar circa 18.000 in 2035 als ook de acute tekorten worden meegerekend. Er is plancapaciteit voor circa 12.000 woningen, maar uitvoering stokt door onvoldoende OV-capaciteit en ontbrekende ruimtelijke en financiële randvoorwaarden. De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn zijn belangrijke schakels voor woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Tegelijk is verbetering van de juiste randvoorwaarden zoals goede verbindingen voor fiets en OV nodig. 11 Doorbraakproject 6: Gebiedsontwikkeling MerwedeLingelijn Kern van het doorbraakproject De MerwedeLingelijn verbindt de Drechtsteden van west naar oost, van Dordrecht via Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam en Gorinchem naar Geldermalsen. Langs deze lijn liggen kansen voor nieuwe stadsdelen die wonen, werken en bereikbaarheid combineren. De ambitie reikt ver: op termijn moet de hele lijn stap voor stap uitgroeien tot een ketting van leefbare, goed bereikbare woon-werkgebieden met bijbehorende voorzieningen en een goede verbinding (langzaam verkeer) tussen stations, huidige centra en woon- en werkgebieden. Grote ambities beginnen met concrete eerste stappen.
In deze eerste RIA zetten we op meerdere locaties de eerste stappen, daar waar planruimte beschikbaar is, draagvlak bestaat en de ontwikkeling past in het regionaal woningbouwprogramma van de provincie. Deze locaties zijn geen losstaande bouwplaatsen: ze leggen samen het fundament voor de bredere ontwikkeling van de MerwedeLingelijn, waar we ons als regio op de verschillende tafels hard voor maken.12 Wat dit doorbraakproject oplevert • Woningen waar ze nodig zijn in een aantrekkelijke omgeving. Betaalbare woningen op goed bereikbare locaties, direct gekoppeld aan het OV-netwerk. Elke ontwikkeling omvat voorzieningen, werkplekken, openbare ruimte en groen. We bouwen plekken waar je wilt wonen en verblijven, niet alleen waar je een dak boven je hoofd hebt. • Een fundament voor verdere groei. De eerste projecten gaan bewijzen dat gebiedsontwikkeling langs de MerwedeLingelijn werkt. Dat versterkt het draagvlak bij provincie, Rijk en investeerders voor de volgende fase na 2030. • Versterking van het OV-systeem. Meer woningen rond stations betekent meer reizigers, en meer reizigers rechtvaardigen hogere frequenties en betere verbindingen. Dat is het vliegwiel: bouwen bij het spoor maakt het spoor sterker. Hoe en met wie we het aanpakken We starten op drie locaties waar concrete stappen mogelijk zijn, in overeenstemming met het regionaal woningbouwprogramma van de provincie: a.
Vleugels van de Stad (Gorinchem). Vier inbreidingslocaties (Arkelsedijk, Stationsgebied, Linge II en Schelluinsestraat) waar verouderde bedrijvigheid plaatsmaakt voor circa 2.000 woningen, met toegankelijke oevers langs de Linge en het Kanaal van Steenenhoek. De eerste woningen worden de komende jaren gebouwd aan de Arkelsedijk/LingeOever, aan de Schelluinsestraat en in Linge II Zuid. b. 't Oog en Middenwetering (Hardinxveld-Giessendam). Binnen de RIA realiseren we fase 1 van dit nieuwe woongebied langs de MerwedeLingelijn: circa 170 woningen, gebouwd tussen 2027 en 2030, passend binnen het vigerende omgevingsbeleid. Het versterkt het economisch ecosysteem rond de maritieme maakindustrie en het MKB. De doorontwikkeling naar 1.500–2.000 woningen richting 2045 staat op de provinciale groslijst, maar past nu nog niet in het provinciale omgevingsbeleid; die vervolgfases brengen we in bij een volgende herijking. c. Sliedrecht-Noord. Een gebiedsontwikkeling van circa 1.900 woningen (twee derde betaalbaar) vanaf 2031. Binnen de RIA-periode leggen we het fundament met de bovenwijkse infrastructuur: een Noord-Zuidverbinding over de A15 (nieuw viaduct), een tunnel bij station Sliedrecht en de herontwikkeling van het stationsgebied.
Naast deze drie locaties werkt de regio gezamenlijk aan de transformatie van Vinkenwaard-Noord in Alblasserdam naar een gemengd woon-werkgebied met circa 1.100–1.400 woningen. Woningbouw op deze locatie past nu niet in het provinciale omgevingsbeleid; realisatie valt daarom buiten deze RIA. Wel werken we binnen de RIA-periode de ontwikkelstrategie uit, inclusief compensatie van bedrijfsruimte elders in de regio, en agenderen we de ambitie via de gebiedstafel voor een volgende herijking. Bij alle locaties hanteren we ontwerpprincipes die kwaliteit voor de lange termijn borgen: klimaatadaptatie (waterberging, schaduw, hittewering), de 3-30-300 groennorm en een mix van woningtypen die past bij de lokale behoefte. Om dit doorbraakproject te realiseren werken we samen met de gemeenten, provincie Zuid-Holland, Smart Delta Drechtsteden, ProRail/NS, Rijkswaterstaat, woningcorporaties, het waterschap, de omgevingsdienst, ontwikkelaars en bouwers en Stedin. 13 Dit doorbraakproject hangt direct samen met de Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4): betere bereikbaarheid maakt verdichting rond stations haalbaar en aantrekkelijk. Het bouwt voort op het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): zonder energiecapaciteit geen nieuwe aansluitingen voor woningen en voorzieningen.
En het versterkt het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5): de projecten Vleugels van de Stad en Middenwetering combineren woningbouw met vergroening en klimaatadaptatie, en dragen zo bij aan het regionale groenblauwe netwerk. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 26 Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s • Lokaal: Voegt woningen toe aan de gemeenten en de regio. Sluit aan bij lokale woonvisies, omgevingsvisies en omgevingsplannen. • Provinciaal: puzzelstukjes uit deze RIA passen in het regionaal woningbouwprogramma van de provincie en de Zuid-Hollandse verstedelijkingsstrategie. Versterkt de positie van de Drechtsteden als betrouwbare partner in de verstedelijkingsalliantie. • Nationaal: Draagt bij aan de nationale woningbouwopgave en belang ontwikkelingen langs OV. Laat zien dat middelgrote regio's substantieel kunnen bijdragen aan de woningnood als de randvoorwaarden (OV, energie, groen) op orde zijn. Doorbraakproject 7: Gebiedsontwikkeling Oude Lijn Kern van het doorbraakproject De Oude Lijn (de spoorverbinding van Dordrecht via Zwijndrecht naar Rotterdam) is de belangrijkste schakel tussen de Drechtsteden en de Randstad. De stationsgebieden langs deze lijn hebben alles in zich om uit te groeien tot aantrekkelijke, complete stadsdelen.
De ontwikkeling is gestart, maar mag niet stokken: voldoende ruimtelijke en financiële randvoorwaarden ontbreken en de kwaliteit van de openbare ruimte is versnipperd. Daarom zetten we in op verdichting en een kwaliteitsimpuls voor de fysieke leefomgeving. De doorbraak zit in het koppelen van gebiedsontwikkeling aan de versterking van de Oude Lijn tot een betrouwbare, frequente en snelle verbinding. Door gelijktijdig te investeren in woningen, voorzieningen én een beter spoorsysteem, inclusief een nieuw station Campus Leerpark, ontstaat een ontwikkeling die zichzelf versterkt: meer woningen genereren meer reizigers, meer reizigers rechtvaardigen betere verbindingen, en betere verbindingen maken de locaties aantrekkelijker voor verdere ontwikkeling. Daarnaast worden bestaande regionale voorzieningen beter benut.14 Wat dit doorbraakproject oplevert • Woningen op strategische plekken. Gebiedsontwikkeling rond de stationsgebieden Campus Leerpark / Gezondheidspark en circa 950 woningen in Walburg nabij station Zwijndrecht. Betaalbaar, goed bereikbaar en ingericht voor de lange termijn, door te verdichten met oog voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving • Een nieuw station Campus Leerpark.
Een extra halte die niet alleen de woningbouw ontsluit maar ook de Smart Campus Leerpark, het opleidingshart van de maakindustrie, direct verbindt met de Randstad en het Gezondheidspark, voor patiënten en zorgpersoneel van het Albert Schweitzerziekenhuis. • Leefbare stadsdelen met kwaliteit. Niet alleen woningen, maar complete wijken: voorzieningen, werkplekken, groen en openbare ruimte. Klimaatadaptatie als ontwerpprincipe: waterberging, schaduw, hittewering. Plekken waar je over twintig jaar trots op bent. • Versterking van het kennisecosysteem. Het station Leerpark koppelt het Da Vinci College, Hoger Onderwijs Drechtsteden en de Smart Campus direct aan het spoornetwerk. Dat maakt de regio aantrekkelijker voor studenten, docenten en kenniswerkers. Het versterkt het netwerk tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. • De Drechtsteden op de kaart in de Zuidelijke Randstad. Een versterkte Oude Lijn met hogere frequenties, meer stations en een verbeterd station Dordrecht positioneert Dordrecht en Zwijndrecht als serieuze woon-werkalternatieven voor Rotterdam en Den Haag. En versterkt de lijn west-oost richting Gorinchem en Geldermalsen. Dat is goed voor inwoners die meer keuzevrijheid krijgen, en voor ondernemers die een grotere arbeidsmarkt kunnen aanspreken.
Hoe en met wie we het aanpakken We richten ons op twee samenhangende ankers langs de spoorzone Dordrecht–Zwijndrecht: a. Leerpark (Dordrecht). Gebiedsontwikkeling rond een nieuw station Campus Leerpark, met circa 600–1.000 woningen in samenhang met de Smart Campus, het Gezondheidspark en sport. De opgave is om barrières te slechten (waaronder de N3), een vervoershub te realiseren en groenverbindingen te maken, zodat onderwijs, zorg en innovatie bereikbaar worden vanuit de hele Randstad b. Walburg (Zwijndrecht). Transformatie van een introvert winkelcentrum tot een gemengd centrumgebied nabij station Zwijndrecht, met circa 950 woningen (ongeveer 60% betaalbaar), versterkte voorzieningen en een kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte (vergroening, waterberging, hittestressreductie). Het mobiliteitsconcept volgt STOMP en Transit Oriented Development. 14 Dit doorbraakproject hangt onlosmakelijk samen met doorbraakproject 6 (MerwedeLingelijn): samen vormen ze de verstedelijkingsstrategie van de regio, met de Oude Lijn als schakel naar de Randstad en de MerwedeLingelijn als ruggengraat binnen de regio. Het bouwt voort op het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): de woningbouw is alleen mogelijk als de energiecapaciteit meegroeit. De Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4) zorgt voor de bereikbaarheid van de stationsgebieden met fiets en bus.
En het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5) waarborgt dat verdichting gepaard gaat met vergroening en klimaatbestendigheid. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 27 Bij beide ankers gelden dezelfde kwaliteitsprincipes als bij de MerwedeLingelijn: klimaatadaptatie als integraal onderdeel, de 3-30-300 groennorm, een mix van betaalbare en sociale woningen, en openbare ruimte die uitnodigt tot verblijf en ontmoeting. Om dit doorbraakproject te realiseren werken we samen met de gemeenten Dordrecht en Zwijndrecht, provincie Zuid-Holland, Smart Delta Drechtsteden, ProRail/NS, Rijkswaterstaat, de ministeries van I&W en VRO, de MRDH, Da Vinci College, het Albert Schweitzerziekenhuis en de Smart Campus, woningcorporaties, ontwikkelaars en bouwers, Stedin, HVC, het waterschap en de omgevingsdienst. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s • Lokaal: Levert ruim 1.500 woningen op in Dordrecht en Zwijndrecht, direct voelbaar voor inwoners die een betaalbare woning zoeken. Het nieuwe station Campus Leerpark versterkt de positie van het onderwijs, de Smart Campus en het Gezondheidspark, wat doorwerkt in lokale economische programma's. • Provinciaal: Kern van de Verstedelijkingsalliantie voor de Oude Lijn. Past in het provinciale woningbouwprogramma en de ambitie om de Zuidelijke Randstad te versterken als woon-werkregio.
• Nationaal: Draagt bij aan de nationale woningbouwopgave in de Zuidelijke Randstad, de NOVEX-verstedelijkingsafspraken en het Toekomstbeeld OV 2020. Het nieuwe station Campus Leerpark verbindt de nationale investering in onderwijs en innovatie met de regionale economie. E. OPGAVE: REGIONALE MARITIEME CLUSTERS De maritieme sector speelt een grote rol in de Drechtsteden. De maritieme maakindustrie van de Drechtsteden wordt (landelijk) erkend als een regionaal cluster dat op wereldschaal actief is. Vrijwel alle facetten van de maritieme maakindustrie zijn in onze regio te vinden (zoals werven, toeleveranciers, dienstverleners, luxe jachtbouw, baggerscheepsbouw en onderhoud). Het is hiermee een van onze economisch fundamenten en onze bijdrage aan de veiligheid, autonomie en verduurzaming van Nederland en Europa. De maritieme maakindustrie heeft ook te maken met uitdagingen. Bijvoorbeeld op het gebied van aantrekken en behouden van personeel, ruimte voor (duurzaam) innoveren, en het behouden van fysieke ruimte voor groei op watergebonden bedrijventerreinen. Door hier gericht in te investeren, behouden we de maritieme sector voor de Drechtsteden. Naast fysieke ruimte en energie vraagt de sector ook om een betrouwbare en veilige digitale infrastructuur.
De digitalisering van economie, overheid en samenleving maakt dat steeds urgenter, en dat is óók een fysieke opgave: ze vraagt om voldoende regionale datacentra. Het gaat daarbij om colocatiedatacentra op regionale schaal, en nadrukkelijk niet om hyperscale-datacenters (zoals van internationale techbedrijven als Microsoft of Google), die door hun ruimtelijke en energie-impact niet passen in een dichtbebouwde regio als de Drechtsteden. Het waarborgen van die digitale infrastructuur is een van de randvoorwaarden bij het herontwikkelen van bedrijventerreinen. Voor een regio met een sterke maritieme, logistieke en maakindustrie kan dit een strategische impuls geven aan (maritieme) innovatie, cybersecurity en daarmee aan economische groei. 15 Volgens de voortgangsrapportage van de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie (april 2025), bedraagt de totale omzet van de maritieme maakindustrie in Nederland circa €20 miljard per jaar. Huidige situatie Doorbraakprojecten Gewenste situatie Doobraakproject 8: Clusterontwikkeling (maritieme) maakindustrie Een innovatieve maritieme topregio die vooroploopt in verduurzaming en hightech maakindustrie en daarmee een voortrekkersrol vervult binnen Europa. De vier clusters zijn regionaal verbonden en gespecialiseerd op eigen profiel. Oeverlocaties zijn vrijgespeeld voor watergebonden bedrijvigheid.
Campussen als het Smart Campus Leerpark vormen een netwerk voor kennis, startups en toegepaste innovatie. Emissieloze scheepstechnologie, autonoom varen en waterstofinfrastructuur worden in de Drechtsteden ontwikkeld. De gezamenlijke investering in het ecosysteem van de maritieme sector bedraagt 1 tot 2 miljard euro in de komende tien jaar, waarvan minimaal 5% bestemd is voor R&D en innovatie. De maritieme maakindustrie, inclusief dual-use en defensietoepassingen, draagt bij aan de strategische autonomie en veiligheid van Nederland en Europa. De vier maritieme clusters langs de rivieren, Oude Maas/Kil, De Noord, De Merwede en Hardinxveld-Werkendam-Gorinchem, vormen samen het industriële hart van de regio. Met meer dan 1.200 gespecialiseerde maritieme bedrijven, een regionale sectoromzet van €6 miljard, circa 30%15 van de nationale maritieme omzet, en werk voor één op de vijf regionale werknemers is de regio een Europees innovatiedistrict voor de maakindustrie. Maar de clusters staan op een kantelpunt. Ruimte aan de oevers is schaars, bedrijven binnen dezelfde waardeketen zitten verspreid en de energie-infrastructuur voor walstroom, waterstof en elektriciteit blijft achter. De arbeidsmarkt kampt met structurele tekorten en een mismatch met het onderwijsaanbod.
Zonder stevige investeringen dreigt industrieverlies dat ten koste gaat van het verdienvermogen en de werkgelegenheid voorduizenden inwoners in de Drechtsteden. Geopolitieke ontwikkelingen maken die kwetsbaarheid alleen maar groter. 15 Doorbraakproject 8: Clusterontwikkeling (maritieme) maakindustrie Kern van het doorbraakproject De vier maritieme clusters langs de Oude Maas/Kil, De Noord, De Merwede en Hardinxveld-Werkendam-Gorinchem vormen het maritieme hart van de regio. Deze clusters zijn nog niet optimaal ingericht. Bedrijven binnen dezelfde waardeketen zitten verspreid. Oeverlocaties (essentieel voor watergebonden bedrijvigheid) zijn soms bezet door functies die elders ook kunnen vestigen. De energie-infrastructuur voor duurzame vormen van aandrijving van schepen (zoals batterijtechnologie en waterstof) ontbreekt. En de arbeidsmarkt levert niet genoeg vakmensen op om de vraag bij te houden. De doorbraak bestaat uit drie samenhangende interventies: ruimte maken door oeverlocaties vrij te spelen voor watergebonden bedrijvigheid, kracht bundelen door bedrijven in sterkere clusters te concentreren, en vooruit investeren in het innovatie-ecosysteem dat de sector toekomstbestendig maakt.
We pakken dit op in samenhang met Toekomstpact De Witt, de bredere regionale beweging voor de toekomst van de maakindustrie.16 Wat dit doorbraakproject oplevert • Ruimte voor groei, verduurzaming en verdienvermogen. Bedrijven die nu klem zitten door ruimtegebrek krijgen perspectief. Oeverlocaties worden vrijgespeeld voor watergebonden functies en beter benut, mede door private investeringen van gevestigde bedrijven op hun eigen locaties. Het is van belang dat overheden hierin faciliterend optreden. • Een sterker innovatie-ecosysteem. De Smart Campus Leerpark wordt de plek waar onderwijs, bedrijven en innovatie dagelijks samenkomen. Hier ontwikkelen de vakmensen zich en de technologieën voor de werf en fabriek van de toekomst. • Strategische relevantie voor Nederland en Europa. De maritieme maakindustrie, inclusief dual-use en defensietoepassingen, is niet vervangbaar. Door hier te investeren versterken we niet alleen de regionale economie maar ook de Europese strategische autonomie. Hoe en met wie we het aanpakken We gaan aan de slag met elk van de vier clusters en zetten daarnaast in op de versterking van de binnenvaart en het innovatie-ecosysteem. • Strategische herstructurering (circa 50 ha).
We spelen oeverlocaties vrij voor watergebonden bedrijvigheid, bundelen bedrijven in sterkere clusters en creëren schuifruimte, met concrete stappen per cluster: o Cluster De Noord: Door Alblasserdam is het Nedstaalterrein verworven en de verplaatsing van twee milieubelastende bedrijven vanaf Vinkenwaard-Noord loopt. Hier liggen kansen voor maritieme bedrijven in combinatie met lokale schuifruimte voor bedrijven, waardoor ondernemerschap kan doorgroeien op een watergebonden locatie. o Cluster De Merwede: herstructurering van negen hectare watergebonden terrein dat de gemeente en ROM-D is aangekocht (de Merwedehavens). De uitgifte van Merwedehaven 3 is al gestart. o Cluster Hardinxveld-Werkendam-Gorinchem: Doorontwikkeling van Avelingen en versterking van de havencapaciteit van het cluster, waaronder een nieuwe insteekhaven in Werkendam. o Cluster Oude Maas/Kil: positionering van de Dordtse Zeehaven als draaischijf voor watergebonden bedrijvigheid en logistiek tussen de Rotterdamse haven, de regio en het achterland, met verkenning van locaties als PIER14 en schuifruimte op de Groote HaarHierin trekken we op met maritieme bedrijven, de betreffende gemeenten, de onderwijsinstellingen, de provincie Zuid-Holland, Havenbedrijf Rotterdam en andere partners. • Versterken binnenvaartinfrastructuur.
We stellen een regionaal dekkingsplan op voor nautische voorzieningen (ligplaatsen, walstroom, afval- en bunkervoorzieningen (ook waterstof) en realiseren dat gefaseerd. Zowel voor binnenvaartschepen, lokale bedrijven als bedrijven uit de riviercruisevaart. • Versterking innovatie-ecosysteem en Campus Leerpark. We verbinden de R&D-centra (waaronder het I_Lab in Gorinchem) en de Smart Campus Leerpark tot één ecosysteem, met de realisatie van de Maakfabriek naast de Duurzaamheidsfabriek als ontbrekende schakel tussen engineering, testen en productie. • Kantoormeters Maasterras en Campus Leerpark. We ontwikkelen kantoormeters op het Maasterras en Campus Leerpark tot (maritieme) design- en engineeringclusters, vooral via private investeringen, met de gemeente die de publieke randvoorwaarden op orde brengt. 16 Dit doorbraakproject hangt direct samen met het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): de maritieme sector heeft waterstof, walstroom en betrouwbare energie nodig om te verduurzamen. De bereikbaarheid (doorbraakprojecten 3 en 4) is cruciaal om personeel aan te trekken. De spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7) versterken de verbinding tussen wonen, onderwijs en werken — het nieuwe station bij Leerpark brengt de Smart Campus binnen bereik van de hele Randstad.
En het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5) zorgt ervoor dat de oevers die we vrijspelen niet alleen economisch maar ook landschappelijk en recreatief waarde krijgen. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 29
Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s • Lokaal: Behoud en groei van werkgelegenheid die direct voelbaar is in de gemeenten waar de clusters liggen. Dit vergroot de economische aantrekkingskracht van de regio. • Provinciaal: Sluit aan bij het Zuid-Hollandse economische beleid en de provinciale inzet op innovatieclusters en maritieme maakindustrie. • Nationaal: Draagt bij aan de sectoragenda maritieme maakindustrie 'No guts no Hollands Glorie', het nationale industriebeleid, het topsectorenbeleid, de defensie-industriestrategie en het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Via de binnenvaart ondersteunt het bovendien de modal shift van weg naar water en het Schone Lucht Akkoord. • Europees: Versterkt de Europese strategische autonomie op maritieme technologie, verduurzaming van scheepvaart en defensiecapaciteit. Past in de EU-industriestrategie en het Europees Defensiefonds. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 30 De investeringen De Drechtsteden investeren in een regio die er al staat. We hebben de bedrijvigheid, het landschap, de mensen en de ligging om de komende decennia het verschil te maken.
De Regionale Investeringsagenda bundelt die kracht in acht doorbraakprojecten die de komende vijf jaar vooruithelpen wat er werkelijk toe doet voor brede welvaart: betaalbare en beschikbare energie, bereikbare wijken, een gezonde leefomgeving, betaalbare woningen en een sterke maritieme economie. Zulke projecten kosten geld, tijd en samenwerking. Juist daarom laten we open en helder zien hoe we investeren, welke middelen al beschikbaar zijn en wat er nog nodig is. In deze eerste RIA laten we zien wat de komende vijf jaar nodig is, niet wat de volledige opgave richting 2050 vraagt. Die is veel groter en kent een stapsgewijze aanpak over de komende 25 jaar. We beginnen bij de stappen die nu het meeste opleveren en actualiseren de RIA elke vijf jaar. Twee principes sturen hoe we investeren. Elke euro is een investering in meerdere regionale opgaven We koppelen projecten bewust, zodat één investering meerdere doorbraakprojecten vooruithelpt. In de praktijk: elke euro in het warmtenet voorkomt een grotere capaciteitsvraag op het stroomnet, waardoor woningbouw en bedrijfsgroei elders mogelijk worden. Elke euro in een OV-knooppunt maakt woningbouw in meerdere gemeenten aantrekkelijker. Elke euro in watergebonden bedrijventerrein geeft maritieme bedrijven ruimte om te groeien. Dat is de kern van hoe de RIA werkt.
Regionaal investeren trekt extern geld aan Door als regio één overtuigend pakket neer te leggen, met onderbouwde projecten, heldere cofinanciering en bestuurlijk commitment, maken we het voor provincie, Rijk, Europa en private partners aantrekkelijk om mee te investeren. Dat vergroot onze slagkracht ver voorbij wat gemeenten afzonderlijk kunnen mobiliseren. Zo leidt een investering in de regio niet alleen tot direct impact maar zorgt het indirect voor een bredere beweging waardoor we als regio een stap vooruit zetten. Het financieel overzicht Onderstaand overzicht geeft een goed beeld van de verwachte kosten van de acht doorbraakprojecten en van wat daarvan al gedekt is. Het is het beeld van nu, opgebouwd vanuit de projecten zelf. Samen komt het uit op een bedrag van bijna €1,5 miljard om de komende jaren te investeren in de regio. Hiervan is al ruim €660 miljoen gedekt. Het overige bedrag zal de komende periode bij elkaar verzameld moeten worden aan de hand van inleg van partners, extra financiering uit de gemeenten en de lobby bij de Provincie, het Rijk én Europa. De exacte bedragen kunnen op termijn nog iets anders uitvallen, bijvoorbeeld nadat lopende verkenningen zijn afgerond of wanneer de uitvoering anders loopt dan voorzien.
Voor sommige doorbraakprojecten is al veel financiering beschikbaar, voor andere minder, bijvoorbeeld omdat de gesprekken met Rijk en provincie nog lopen. Daarmee is dit overzicht een mooi beeld van wat we allemaal al hebben verzameld én een opdracht om als regio aan de slag te gaan om het financieringstekort te overbruggen. Wat we investeren en waarom Doorbraakproject | Totale | Totale | Financieringstekort (€) benodigde (€) | beschikbare (€) 1. Regionaal warmtenet | 655 miljoen | 387 mln | 268 mln (60 aansluitingen) 2. Bouwstenen decentraal | 3 mln | 50,9 mln | 159,4 mln energiesysteem | 210, 3. Mobiliteitshubs, | mln | 3,4 mln | 9,9 mln fietsketens en OV | 13,3 4. Snelfietspaden F15 en | 25,5 mln | 13,8 mln | 11,7 mln F16 5. Groenblauw netwerk | 84,2 mln | 66,8 mln | 17,4 mln 6. Gebiedsontwikkeling | mln | 112 mln | 209 mln Merwedelingelijn | 321 7. Gebiedsontwikkeling | mln | 12 mln | 80 mln Oude Lijn | 92 8. Clusterontwikkeling | mln | ~17 mln | ~56 mln (afhankelijk van maritieme maakindustrie | ~73,1 | definitieve investeringsomvang) Totaal | 1.474 mln | 663 mln | 811 mln 18 Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem | 32 19 Hoe we het financieringstekort willen dichten Het financieringstekort is aanzienlijk, maar het is geen open gat.
Het is een gerichte investeringsopgave die we in twee stappen organiseren: bij de vaststelling van de RIA leggen we het fundament, tijdens de uitvoering vergroten we de financieringsruimte. Onze eigen inleg is daarbij de hefboom om provinciale, nationale, Europese en private middelen aan te trekken. Bij vaststelling: het fundament De eigen inleg van gemeenten en regionale partners vormt de basis. Ze laat zien dat de regio zelf investeert en risico neemt, en dat is de voorwaarde om anderen mee te krijgen: wie zelf niet investeert, kan niet verwachten dat anderen dat wel doen. Daarom regelen de trekkende gemeenten en partners bij vaststelling de basisfinanciering van hun doorbraakproject en verwerken die in hun eigen begroting. Per project ligt er een compleet kostenoverzicht, inclusief proces- en uitvoeringskosten. SDD faciliteert het totaaloverzicht, zodat elke gemeente één duidelijke lijst heeft van wat er speelt en wat dat vraagt. Tijdens de uitvoering: de financieringsruimte vergroten In de uitvoering werken we, gefaciliteerd door SDD, actief aan het aantrekken van aanvullende middelen. We bewandelen daarvoor meerdere routes tegelijk. • Provincie en Rijk. De RIA is bewust zo opgezet dat onze doorbraakprojecten aansluiten bij bestaande financieringsstromen: het Klimaatfonds, de Woningbouwimpuls, MIRT-middelen en regelingen voor netcongestieverzachting.
De komende maanden leggen we per doorbraakproject de concrete verbinding met deze programma's en voeren we de gesprekken die nodig zijn om cofinanciering te realiseren. We brengen resterende tekorten in op de relevante bestuurlijke tafels (BOL, BO-MIRT en andere), om aanvullende middelen te mobiliseren en regionale prioriteiten te laten meewegen. • Europa. De Drechtsteden hebben een sterk Europees verhaal. De maritieme maakindustrie raakt aan strategische autonomie en de verduurzaming van de scheepvaart, thema's waar Europese fondsen op inzetten. Het Landschapspark Albert Cuyp past in de Green Deal en de EU-strategie voor klimaatadaptatie. De energiehubs en waterstofprojecten sluiten aan bij Europese programma's voor de energietransitie. We benutten de komende periode om te bepalen waarop we aanvragen kunnen inzetten. Dat is een traject van de lange adem. • Private partners. Bij meerdere doorbraakprojecten is private investering een wezenlijk onderdeel van de financiering. Bij de opbouw van een robuust regionaal energiesysteem gaat het om energiebedrijven, private financiers, ondernemers en woningcorporaties. Bij de maritieme clusters investeren bedrijven zelf in uitbreiding en innovatie samen met de Rom-D. Bij de spoorzones zijn ontwikkelaars en bouwers partners in de gebiedsontwikkeling.
De RIA maakt het voor deze partijen aantrekkelijker om in te stappen, omdat het regionale kader zekerheid biedt over de samenhang met energie, bereikbaarheid en leefomgeving. • Aanhaken op aangrenzende agenda's. We trekken op met de RIA Groene Hart en de NOVEX Zuidelijke Randstad, zodat we richting Rijk en Europa gezamenlijke prioriteiten agenderen in plaats van elkaar te beconcurreren om dezelfde middelen. Binnen die trajecten lopen eigen financieringsstromen waar Drechtstedelijke doorbraakprojecten op kunnen aanhaken. SDD bewaakt die verbinding en agendeert kansen actief. • Slim stapelen en koppelen. De grootste winst zit in het combineren van bronnen: één doorbraakproject bundelt gemeentelijke middelen, provinciale cofinanciering, een rijksregeling en private investering. Daarnaast verkennen we koppelingen tussen opgaven, bijvoorbeeld tussen woningbouw en landschap. Dat is het multipliereffect: niet één partij die alles betaalt, maar meerdere partijen die samen investeren omdat het regionale pakket hen overtuigt. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 33
20 Hoe we de RIA uitvoeren We kiezen voor een uitvoering die licht is in organisatie en zwaar op resultaat: we bouwen voort op wat er al is, beleggen helder wie waarvoor aan de lat staat, en houden de agenda wendbaar genoeg om mee te bewegen met de ontwikkelingen om ons heen. De volgende principes staan centraal in hoe we samenwerken, de manier waarop we voortgang volgen en hoe we de agenda actueel houden. Zo werken we samen Om de uitvoering soepel en herkenbaar te houden, maken we met elkaar de volgende afspraken. A. We voeren de RIA uit binnen het bestaande werk. De uitvoering organiseren we niet als apart traject met eigen structuren, maar als onderdeel van het reguliere werk van gemeenten, regio en partners. Doorbraakprojecten landen in bestaande programma's en jaarplannen en worden uitgevoerd door mensen in hun gewone rol. Ook qua overleg bouwen we voort op wat er staat. Voor partners en raden betekent dit: geen extra gremia om bij te houden, wél duidelijke plekken waar de regie ligt. B. Elk project heeft een eigenaar, met zowel de sturing als het geld. Elk doorbraakproject krijgt één herkenbare eigenaar: de gemeente of partner die het project heeft ingebracht, of die door de betrokken partijen als trekker is aangewezen. Die eigenaar is aanspreekbaar op uitvoering, voortgang en afstemming.
We houden sturing en financiën bij elkaar: de eigenaar beheert in beginsel ook het budget, en nieuwe middelen die voor een project worden binnengehaald gaan rechtstreeks naar de eigenaar (bij niet-overheidspartijen via aparte afspraken). C. De vorm volgt de opgave. We beleggen niet elk project regionaal. Per doorbraakproject kiezen we de vorm die het beste werkt: regionaal waar dat logisch is (denk aan een warmtenet of het energiesysteem), lokaal bij gebiedsontwikkeling, of met twee à drie gemeenten samen, eventueel in coalitie met partners. Dat houdt de uitvoering wendbaar en voorkomt dat we zaken zwaarder optuigen dan nodig. D. We zijn samen verantwoordelijk voor voortgang. De stuurgroep RIA bewaakt de voortgang en besluit over bijsturing, zodat de regio steeds beschikt over een gedeeld en actueel beeld. Smart Delta Drechtsteden ondersteunt en verbindt: coördinatie, monitoring en rapportage, lobby richting Rijk, provincie, EU en fondsen, en de voorbereiding van besluitvorming. Dat is een vast onderdeel van het werkprogramma van SDD en het herkenbare aanspreekpunt voor de RIA als geheel. E. Naar buiten treden we op als één regio. Richting de provincie is de stuurgroep RIA de gesprekspartner als het gaat om voortgang en realisatie; de provincie kan deelnemen aan doorbraakprojecten en daarin middelen inbrengen.
Deelprojecten passen binnen het vigerende beleid van gemeenten, provincie en Rijk. Dat is de voorwaarde voor realisatie op korte termijn én voor de steun en cofinanciering van onze partners. Waar ambities (nog) niet passen, brengen we die in via de provinciale gebiedstafel en agenderen we ze voor de volgende herijking. En ook daar trekken we als regio gezamenlijk op. Dezelfde lijn geldt richting Rijk, EU en fondsen: één verhaal, één regio. Deze afspraken zijn het vertrekpunt, geen keurslijf. Leidend is dat we de uitvoering zo efficiënt en effectief mogelijk houden. Werkt een andere aanpak in een concreet geval beter, dan kan daarvan (in overleg) worden afgeweken. De agenda actueel houden: stabiliteit én wendbaarheid De RIA biedt houvast en ruimte tegelijk. De projectenportefeuille ligt in beginsel vast voor de bestuursperiode. Dat geeft partners en raden de zekerheid die meerjarige investeringen nodig hebben. Tegelijk is de wereld niet statisch. Daarom passen we de agenda aan op vaste, voorspelbare momenten, zodat bijstelling nooit een verrassing is. We hanteren daarvoor drie ritmes naast elkaar. • De vierjaarlijkse herijking is het hoofdmoment. In het tweede jaar van elke bestuursperiode wegen we de volledige portefeuille opnieuw: lopende én nieuwe voorstellen, tegen de opgaven, de regionale prioriteiten en de actuele ontwikkelingen.
Dit ritme past bij de meerjarige looptijd van de meeste projecten en geeft rust en richting. • Daarnaast is er halfjaarlijkse monitoring. Twee keer per jaar bespreekt de stuurgroep de voortgang, en op basis daarvan kan een lichte actualisatie plaatsvinden. Bijvoorbeeld bij financieringsvraagstukken, vertraging of nieuwe kansen. De raden worden na elk overleg geïnformeerd, en eventuele bijstellingen landen in de P&C-cyclus van de betrokken gemeenten. Zo houden raden zicht en grip, zonder dat de uitvoering stilvalt. • Er is ruimte om tussentijds bij te sturen: de uitzondering, geen regel. Soms is vier jaar te lang: bij ingrijpende veranderingen, urgente nieuwe kansen of projecten die niet van de grond komen, grijpen we eerder in. Voor nieuwe projecten geldt een aanloopperiode; blijft voortgang daarna uit, dan kan een project stoppen zonder te wachten op de volgende herijking. De stuurgroep besluit hierover. Bij herijking en monitoring kan de stuurgroep besluiten projecten: • toe te voegen: bij nieuwe opgaven, urgente kansen of relevante landelijke of provinciale programma's; • aan te scherpen: bij voortschrijdend inzicht, een gewijzigde scope, andere fasering of nieuwe financiële kaders; • te beëindigen: bij onvoldoende regionale meerwaarde, beperkte haalbaarheid of gebrek aan capaciteit.
Zo combineren we koersvastheid met de mogelijkheid om bij te sturen wanneer dat echt nodig is, en blijft de RIA een agenda die meebeweegt met de regio, in plaats van een momentopname. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem 34
Daarnaast levert het project een belangrijke bijdrage aan het Projectenboek | beperken van netcongestie en het versterken van energiezekerheid op regionale en nationale schaal. In dit projectenboek maken we de doorbraakprojecten concreet: Per | 3. | Betrokken partijen: doorbraakproject laten we zien welke deelprojecten de komende vijf jaar worden gerealiseerd. Elk deelproject volgt dezelfde vijf vragen: | De warmtetransitie is een gezamenlijke opgave van publieke en wat we beogen, aan welke doelen het bijdraagt, wie erbij betrokken | private partners. Sinds 2018 werken partijen samen binnen de is, hoe de fasering loopt en wat het kost. Waarbij de financiële | projectorganisatie aardgasvrij en het Versnellingsprogramma beelden een eerste inschatting zijn die we de komende maanden | Drechtsteden 100% aardgasvrij. Belangrijke partners zijn HVC, verder uitwerken. | gemeenten, woningcorporaties, Provincie Zuid-Holland, Stedin en het Rijk. OPGAVE: ROBUUST REGIONAAL | 4. | Fasering: ENERGIESYSTEEM | De uitvoering is reeds gestart met 13.000 gerealiseerde aansluitingen. De opschaling vindt plaats via de nationale Doorbraakproject (1) Versneld realiseren van een regionaal | clusteraanpak collectieve warmte.
Belangrijke mijlpalen: warmtenet • | 2026: Oplevering eindrapport Clusteraanpak collectieve DEELPROJECT 1: REGIONAAL WARMTENET | warmte; circa 16.000 aansluitingen gerealiseerd DRECHTSTEDEN | • | 2027: Verkenning en beoogde sluiting clusterdeal 1. | Wat we beogen: | Drechtsteden; start opschaling De Drechtsteden werken aan een energieneutrale regio in 2050, | • | 2028–2030: Verdere uitvoering en uitbreiding waarbij het aardgasvrij maken van gebouwen essentieel is. Tegelijk | • | 2030: (Gewenste) mijlpaal van circa 22.600 regionale belemmert netcongestie woningbouw, bedrijfsontwikkeling en | aansluitingen verduurzaming. Het regionale warmtenet biedt een structurele oplossing door collectieve warmtevoorziening, waardoor elektrificatie | Indien een omvangrijke clusterdeal uitblijft, wordt de uitbreiding van de warmtevraag en druk op het stroomnet afnemen. Dit verlaagt | voortgezet via andere regelingen (zoals WIS en SAH), maar op maatschappelijke kosten, beperkt de ruimtelijke impact van | kleinere schaal en lager tempo. energie-infrastructuur en vergroot de leveringszekerheid. Er zijn circa 13.000 aansluitingen gerealiseerd. Volgens het Grand Design wordt toegewerkt naar 60.000 aansluitingen in Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; in | 5. | Investering: Alblasserdam en Hardinxveld-Giessendam loopt een haalbaarheidsonderzoek.
Doel is minimaal 14.340 extra | Financiering aansluitingen in 2035, goed voor ruim 27.000 in totaal. Op termijn worden de netten gekoppeld tot één regionaal systeem met | Totaal duurzame, lokale bronnen. Het project ontlast het elektriciteitsnet, | benodigd | • | € 375 miljoen voor het warmtenet• | € 280 miljoen voor aanpassingen in versnelt woningbouw, versterkt economie en houdt warmte | woningen betaalbaar en beschikbaar. Beschikbaar | • | HVC – circa € 247 miljoen 2. | Aan welke landelijke, provinciale of regionale | • | Woningcorporaties en overige doelen draagt dit project bij: | gebouweigenaren – circa € 140 miljoen Het regionaal warmtenet sluit direct aan op: • | Gemeentelijke warmteprogramma’s en de inzet op | Aanvullend | De totale bekostigingshulpvraag bedraagt € 268 miljoen. aardgasvrij wonen • | De Regionale Energiestrategie Drechtsteden | De ambitie is om de bekostigingshulpvraag • | De Zuid-Hollandse warmtestrategie en het provinciaal | grotendeels in te vullen via een clusterdeal met pMIEK | het Rijk, met besluitvorming uiterlijk in de eerste • | Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie | helft van 2027. • | Het Nationaal Programma Versnelling Verduurzaming | De RIA ondersteunt de inzet op een clusterdeal Gebouwde Omgeving | en de regionale coördinatie.
De omvang van de • | Nationale klimaatdoelstellingen en Europese ambities | uiteindelijke rijksbijdrage is bepalend voor tempo en schaal van uitvoering. (Parijs, Green Deal, RepowerEU) Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem | 35 Doorbraakproject (2) Ontwikkelen van | 4. | Fasering: bouwstenen voor een decentraal energiesysteem | De voorbereidingsfase is gestart en omvat technische uitwerking, actualisatie van de businesscase en organisatorische voorbereiding. DEELPROJECT 2: SLIBSTRATEGIE WSHD - | • | 2026 – Start voorbereidingsfase SLIBGISTING RWZI DORDRECHT (GROENGAS + CO2 | • | 2027 – Ontwerp en actualisatie businesscase en valuecase AFVANG | • | Medio 2027 – Besluit over ontwerpkeuzes CO₂-afvanginstallatie 1. | Wat we beogen: | • | 2028–2029 – Validatie en (her)bevestiging businesscase De rioolwaterzuiveringsinstallatie van Waterschap Hollandse Delta | • | 2030–2032 – Realisatiefase aan de Baanhoekweg in Dordrecht wordt uitgebreid met een slibgistingsinstallatie voor de productie van groengas en de afvang | 5. | Investering: en opwerking van CO₂. Hiermee wordt zuiveringsslib benut als bron | De totale investering bedraagt circa € 50 miljoen, inclusief € 7,5 voor duurzame energie en circulaire grondstoffen. Na inbedrijfname | miljoen voor de voorbereidingsfase.
produceert de installatie circa 2,0 miljoen m³ groengas per jaar, oplopend tot 2,5 miljoen m³ in 2050. Dit vervangt jaarlijks tot 2,5 miljoen m³ fossiel aardgas en reduceert circa 3.200 ton | Financiering CO₂-equivalenten. De aanvullende CO₂-afvang levert circa 1.200 ton extra emissiereductie op en maakt 2.200 ton vloeibare CO₂ | Totaal | De totale investering bedraagt circa € 50 beschikbaar voor hergebruik. Het project versterkt het regionale | benodigd | miljoen: energiesysteem, stimuleert de circulaire economie, draagt bij aan | • | Voorbereidingsfase: € 7,5 miljoen verduurzaming van woningen, industrie en drinkwaterproductie en | • | Uitvoeringskrediet: € 42,5 miljoen positioneert de Drechtsteden als innovatieve deltaregio. Samenwerking met HVC en aansluiting op ontwikkelingen in Hardinxveld-Giessendam versterken bestaande energie- en | Beschikbaar | • | Waterschap Hollandse Delta: € 7.500.000 grondstofketens. | — | status: toegezegd • | Waterschap Hollandse Delta: € 4 — status: 2. | Aan welke landelijke, provinciale of regionale | Komt na voorbereidingsfase in aanvraag doelen draagt dit project bij: Het project sluit aan bij meerdere beleidsagenda’s: • | Lokaal en regionaal: duurzaamheidsdoelen WSHD | Aanvullend | Alle benodigde middelen komen na de voorbereidingsfase in aanvraag.
Het (energieneutraal 2030, klimaatneutraal 2035), RES | besluitvormingsproces binnen het waterschap Drechtsteden, Dordrecht Klimaatneutraal 2040 | is vergelijkbaar met de besluitvorming binnen de gemeente. Op voorspraak van het college • | Provinciaal: Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur | zal het dagelijks bestuur een besluit nemen. Energie en Klimaat (pMIEK) | Voor de sector waterschappen is de CO₂ • | Nationaal: NP Circulaire Economie, NP Lokale Warmte, | afvang een nieuwe ontwikkeling en innovatief, Nationaal en Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en | met bijbehorende risico’s en onzekerheden. Klimaat (nMIEK), Routekaart Groengas, bijmengverplichting | Aanvullende subsidies kunnen een positieve bijdrage leveren ten behoeve van de groen gas (vanaf 2027), Nationale Klimaatadaptatiestrategie | besluitvorming. • | Europees: Klimaatakkoord van Parijs, Green Deal, RepowerEU 3. | Betrokken partijen: Waterschap Hollandse Delta is trekker, beslisser en financier van | DEELPROJECT 3: ACTIVERING het project. De betrokken partijen zijn: | ENERGIECOÖPERATIES • | Waterschap Hollandse Delta • | HVC | 1. | Wat we beogen: • | AquaMinerals | De regio Drechtsteden kampt met structurele netcongestie: het • | Gemeente Dordrecht | elektriciteitsnet bereikt zijn grenzen.
Dit belemmert woningbouw, Met HVC is een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor | mobiliteit, verduurzaming van bedrijventerreinen, de warmtetransitie duurzame projecten op de locatie. Tevens wordt toegewerkt naar | en raakt inwoners en ondernemers. Daarom kiezen we voor een een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Dordrecht. Met | regionale, samenhangende aanpak met energiecoöperaties en netbeheerder Stedin is in de haalbaarheidsfase overleg gevoerd | energiehubs als kern. Er zijn ruim twintig coöperaties (in oprichting) over invoeding van groengas op het aardgasnet; hieruit zijn geen | die werken aan hubs waarin lokale vraag en aanbod worden showstoppers gebleken. | afgestemd via opslag, slimme sturing (EMS/EHP) en collectieve laadpleinen. Om dit te versnellen is de Energiefabriek Drechtsteden opgericht als onafhankelijk kennis- en ondersteuningspunt. Zij ontzorgt coöperaties, bundelt technische en financiële expertise, standaardiseert processen, ondersteunt bij groepstransportovereenkomsten, ontwikkelt een regionale projectpijplijn en voert gezamenlijke lobby. Regionale Investeringsagenda Drechtsteden - Gorinchem | 36 23 Met Stedin worden toekomstscenario’s ontwikkeld voor een multi-level en multi-commodity energiesysteem. Doel is een robuust, decentraal systeem dat met lokale opwek, opslag en flexibiliteit het centrale net ontlast. 2.
Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: Dit project draagt bij aan meerdere beleidsagenda’s: • Lokaal en regionaal: RES 1.0, Energieakkoord Drechtsteden, Lokale Warmteprogramma’s, Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij, Groeiagenda, Bestuurlijke Taskforce Netcongestie Drechtsteden • Provinciaal: Energieagenda Zuid-Holland, Provinciale Omgevingsvisie Zuid-Holland, Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) • Nationaal: Nationaal Klimaatakkoord, Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN), Nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (NMIEK), NP verduurzaming industrie, Maritiem Masterplan • Europees: EU-richtlijn Energy Communities (RED III), Green Deal, EU Cybersecurity Act / NIS2 3. Betrokken partijen: • Werkgevers Drechtsteden en Lokale Federaties • Duurzaamheidsfabriek / Da Vinci • Gemeenten Drechtsteden • Provincie Zuid-Holland • Energiecoöperaties • Stedin 4.