CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 2e bestuursrapportage 2022.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 7 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 5: Bespreken van Zienswijze Begrotingswijziging 2022 GR Dienst Gezondheid & Jeugd19.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Augustus

April

©

©

De landelijke instructies zullen leidend blijven. Daarnaast is de verwachting dat we voor heel 2022 onder de 1% MIC (Melding Incidenten Cliënten) meldingen zullen blijven.

©

©

Bijna alle positief geteste inwoners worden gebeld om uit te vragen of zij behoefte hebben aan informatie en/of adviezen. Zeker een derde van de gebelde mensen geeft aan behoefte te hebben aan informatie. En meer dan de helft van alle gebelde inwoners vindt het gesprek nuttig.____________ Door het lage aantal besmettingen is het niet nodig om de landelijke capaciteit in te zetten.

©

©

©

©

©

©

Er is blijvende aandacht voor kwaliteit binnen BCO.

Kwaliteit BCO (broncontactonderzoek) /Clusters

Minder dan 1% MIC-meldingen en/of klachten ten opzichte van het aantal positief geteste inwoners

Kwantiteit vaccinaties: gemiddeld aantal vaccinaties per dag

De vaccinatiecapaciteit (middelen en personeel) in ZHZ zijn conform de afspraken tussen VWS en GGD GHOR Nederland. Daarmee kunnen we aan het aandeel ZHZ van de landelijke vaccinatieopdracht voldoen. Alle werkprocessen zijn geborgd in het interne kwaliteitssysteem en voldoen aan landelijke instructies en eisen gesteld vanuit de Inspectie Gezondheid en Jeugd.

Kwaliteit vaccinaties

26

In de periode tot en met augustus zijn geen MIC-meldingen en klachten geweest. De verwachting is dat aan de norm wordt voldaan.___________ De verwachting is dat hieraan wordt voldaan.

©

©

©

©

De verwachting is dat aan de norm wordt voldaan.

©

©

Regionale ambulance voorziening Met ingang van 1 januari 2021 is de vergunning voor de ambulancezorg in de regio ZuidHolland Zuid overgegaan naar de Coöperatie Ambulancezorg Zuid-Holland Zuid (CAZZHZ), een zelfstandige coöperatie met DGJ en de ziekenhuizen Erasmus Medisch Centrum (EMC) en Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ) als leden.

Daarmee bestaat het onderdeel RAV binnen DGJ alleen nog uit de medewerkers die vanuit DGJ worden gedetacheerd aan de CAZ-ZHZ. Per 1 januari 2023 komen deze medewerkers in dienst bij de CAZ ZHZ. Dit is vanaf 2023 zonder frictiekosten mogelijk. In 2022 worden de nodige besluiten gevraagd om de definitieve overgang van de medewerkers en het opheffen van het onderdeel RAV te regelen. In de begroting van DGJ zijn alleen de loonkosten van de gedetacheerde medewerkers meegenomen. Daarbij is het resultaat altijd nihil, omdat de loonkosten volledig worden doorbelast aan de coöperatie.

Financiële prognose 2022

Lasten (Ambulancezorg) Baten (Ambulancezorg)

27

Prognose

11.800

11.800

Wijziging

0 —ö

11.800

11.800

Geraamd saldo van baten en lasten

o

o

o

Mutaties reserves

o

o

o

Geraamd resultaat

o

o

o

Serviceorganisatie Jeugd Inleiding De tweede vier maanden van 2022 hebben in het teken gestaan van de verdere implementatie van het nieuwe Inkoopkader 2022. Belangrijke thema 's hierbij waren onder meer het normenkader en de vertaling van de oude producten naar de nieuwe diensten in 2022.

Ook de continuïteit van de JeugdzorgPlus is nog steeds een dominant thema. Voor de JeugdzorgPlus is een goede en wenselijke beweging in gang gezet, waarbij veel minder kinderen in de gesloten jeugdzorg worden opgenomen en er tegelijkertijd alternatieven worden ontwikkeld om passende zorg te kunnen bieden. Tegelijkertijd komt de continuïteit van een aantal JeugdzorgPlus aanbieders onder druk te staan door deze sterke daling.

Voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering geldt, dat de investeringen die zijn gedaan in onze Gecertificeerde Instellingen, met name gericht op caseload verlaging van de jeugdbeschermers, nu langzaam hun vruchten beginnen af te werpen, waardoor de situatie bij de jeugdbescherming in onze regio voorzichtig aan het verbeteren is.

Gemeenten, de Stichting Jeugdteams, zorgaanbieders en de SOJ staan gezamenlijk midden in een transformatieproces, dat moet leiden tot passende zorg voor jeugdigen en beheersing van de kosten. Hiervoor zullen, zoals blijkt uit deze 2t1e bestuursrapportage (burap), nog steeds stappen moeten worden gezet op het gebied van monitoring, sturing en aanscherping van het aanbod om de beoogde doelen te behalen. Gemeenten investeren fors in het lokale voorveld van de jeugdhulp en hebben de lokale verordeningen Jeugdhulp aangescherpt. Naar verwachting gaat dat op termijn profijt opleveren, maar de effecten daarvan zijn op dit moment nog niet goed meetbaar.

Daarnaast springt de nog achterblijvende implementatie van het normenkader in het oog, als belangrijk instrument om de toegang tot jeugdhulp beter te reguleren. Het normenkader is een praktisch middel om de kwaliteit van jeugdhulp te borgen en tevens een betere beheersing van kosten te bewerkstelligen. Hierin hebben alle betrokken partijen de komende periode gezamenlijk nog extra werk te verrichten. Vooruitkijkend, biedt de landelijke Hervormingsagenda Jeugd, met input van gemeenten, de mogelijkheid tot het maken van nieuwe beleidsmatige keuzes die gaan helpen in het borgen van betere en tijdige jeugdhulp voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen en dat alles binnen een duurzaam houdbaar financieel stelsel.

Samenvatting financieel beeld

Verwachte kostenoverschrijding 2022 is verlaagd met 1,3 mln. Ten opzichte van de lste burap nemen de verwachte kosten voor het jaar 2022 af met € 1,3 mln. (1,0%). De verwachte overschrijding van de begroting 2022 is daarmee verlaagd van € 10,3 mln. naar € 9 mln. Er is sprake van stabilisatie van de kostenontwikkeling. Dat is een positieve ontwikkeling na een jarenlange stijging van het kostenniveau. Rijksbijdrage 2022 is hoger dan verwachte kosten In de lste burap is aangegeven dat de rijksbijdragen voor jeugdhulp voor 2022 zijn verhoogd. De totale rijksbijdragen (o.b.v. meicirculaire) die de gemeenten in deze regio ontvangen voor jeugdhulp, bedragen € 164,9 mln. Na aftrek van de benodigde bijdragen

28

voor gemeenten voor de jeugdteams, Veilig Thuis en Jeugdhulp naar Voren, resteert een rijksbijdrage van € 143,1 mln. voor de kosten van de resterende jeugdhulp. De totale geraamde uitgaven van de Serviceorganisatie Jeugd voor 2022 zijn fors lager dan de rijksbijdrage en bedragen € 131,4 mln. (na aftrek onttrekking reserve uittreding van € 0,1 mln). Uiteraard is het aan gemeenten zelf om te bepalen waar zij de Rijksbijdrage voor inzetten. Wij begrijpen dat gemeenten de Rijksbijdrage ook voor andere doelen dan jeugdhulp kunnen inzetten, afhankelijk van o.a. de lokale financiële situatie en inhoudelijke prioriteiten. Overigens wordt de rijksbijdragen voor 2023 gebaseerd op een nieuw verdeelmodel en stijgt voor onze regio iets naar € 168,9 mln. We zien daarbij voor- en nadelige verschillen per gemeente. Indexatie, hogere tarieven en Jeugdzorg plus zijn de belangrijkste kostenverhogers Ten opzichte van 2021 stijgen de kosten met € 8,8 mln. (7,2%). Hierbij hebben we kosten voor jeugdteams en Jeugdhulp naar Voren buiten beschouwing gelaten, omdat deze nu rechtstreeks door de gemeenten worden betaald. In onderstaande figuur is de kostenstijging in 2022 ten opzichte van 2021 uitgesplitst naar de verschillende oorzaken.

Opbouw stijging kosten 2022 t.o.v. 2021 9M •.0*

0,2%

7OK

■O.TU

iJD*

Xjon

Ct

KottwKM Gi

Alhoewel de kostenstijging in totaal fors is, is de verwachte (autonome) groei van het jeugdhulpgebruik minimaal en daarmee duidelijk lager dan voorgaande jaren. Dit is een positieve ontwikkeling. De groei is overigens een netto groei die resteert na gerealiseerde besparingen. Hierna wordt in een afzonderlijke paragraaf een toelichting op de besparingen gegeven. Omdat het effect van de totale besparingen als gevolg van de inspanningen van gemeenten en SOJ samen nog niet goed zijn te bepalen, is het gezamenlijk effect opgenomen. Dit noemen we de netto groei na gerealiseerde besparingen. De kostenstijgingen zijn in onderstaande tabel kort toegelicht. Een uitgebreidere toelichting vindt u in het hoofdstuk financiën. Oorzaak kostenstijging

Indexatie

29

Stijging Toelichting 2,5% Indexatie van tarieven _______________________________________________

Hogere tarieven nieuwe diensten

2,5% De tarieven van de nieuwe diensten per 1-1-2022 zijn gemiddeld 2,5% hoger

Kleinere groepen Jeugzorgplus

0,9% Bovenregionaal is afgesproken met kleinere groepen te werken

Conti nuiteitsteun Jeugzorgplus

0,3% De transformatie noodzaakt tot continuiteitsteun

Crisisbedden

0,3% Om de crisisjeugdhulp te verbeteren is beschikbaarheid van aisisbedden ingekocht

Kosten SOJ

0,5% Begrotings wij zing le burap en vorig jaar geen detailcontrolles PGB

Caseloadreductie GI

0,7% De GI's (jeugdbescherming) hebben extra geld gekregen om de werkdruk (caseload) te verlichten

Woonplaatsbeginsel

-0,7% De administratieve verhuizing van jeugdigen wegens nieuwe woonplaatsbeginsel brengt klein voordeel

Groei jeugdhulpgebruik

0,2% Deel van kostenstijging verklaard door groei Jeugdhulpverbruik na besparingen

Totaal

7,2%

Ontwikkelingen in 2022 - mutatie t.o.v. lste burap Ten opzichte van de lste burap nemen de kosten af met € 1,3 mln. Bij de analyse van de data en de ervaringen over de eerste acht maanden van 2022 vallen drie hoofdlijnen op: 1. Er is een teruggang in kosten van zowel ambulante en verblijfszorg van de duurste jeugdigen, mede als gevolg van gerichte maatregelen. 2. Aanbieders zetten op onderdelen duurdere producten in. De contractadviseurs van de SOJ spreken de betreffende aanbieders hierop aan. 3. Het normenkader en de inkoopafspraken vergroten de bewustwording over de benodigde inzet van jeugdhulp. Dit begint effect te sorteren. Over het geheel genomen, ontwikkelen het aantal jeugdigen en de kosten zich stabiel in 2022. Daarmee is de groei afgezwakt en lijkt er stabilisatie op te treden.

Kostenstijging meerjarig bezien De afgelopen jaren zijn de jeugdhulpuitgaven fors gegroeid. Niet alleen regionaal, maar ook landelijk. Over de landelijke groei zijn geen nieuwe onderzoeksrapporten beschikbaar. Uit eerdere rapporten bleek consequent dat de tekorten in onze regio substantieel lager waren dan gemiddeld in het land. In onderstaande grafiek is de groei van de kosten in onze regio opgenomen. Voor een goede vergelijking zijn de kosten voor jeugdteams en Jeugdhulp naar Voren die per 2022 direct door gemeenten worden betaald, uitgezonderd.

Ontwikkeling kosten * € 1 mln. 140 120 100 80 60 40 20 0

2018

1

2019

'Totate kosten exclusief JT en JNV

2020

2021

2022 P

——Totale kosten exclusief indexatie

Het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt, is stabiel. Wel verandert de samenstelling van de populatie die jeugdhulp ontvangt. De groep jeugdigen die langer dan 1 jaar jeugdhulp ontvangt (met gemiddeld hoge kosten) neemt toe, terwijl de groep jeugdigen die korter dan 1 jaar jeugdhulp ontvangt (met gemiddeld lagere kosten) afneemt. De kostenstijging in 2022 wordt, naast reguliere indexatie, vooral veroorzaakt door tariefsverhoging van de nieuwe diensten in 2022 en bovenregionale ontwikkelingen voor de zogenoemde JeugdzorgPlus voorzieningen.

30

Voortgang besparingen De in de begroting 2022 opgenomen besparingen bestaan uit twee onderdelen:

1. besparingen als gevolg van lokale maatregelen van gemeenten. 2. besparingen als gevolg van de nieuwe inkoopstrategie, waar gemeenten en SOJ gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn.

Besparingen als gevolg van gemeentelijke maatregelen Van de gemeentelijke maatregelen kan in deze burap geen voortgang worden gerapporteerd. Het Netwerk MT Jeugd komt later dit jaar met een eigen voortgangsrapportage. Besparingen als gevolg van nieuwe inkoopstrategie Deze besparingen moeten vooral worden gerealiseerd door het toepassen van het normenkader door verwijzers en het naleven ervan door aanbieders. Gemeenten sturen op toepassing van het normenkader door lokale teams en medisch verwijzers. De SOJ stuurt op toepassing van het normenkader door gecertificeerde instellingen en op het naleven ervan door aanbieders. Vanwege deze afhankelijkheid van elkaar, werken gemeenten en SOJ samen aan het implementeren van deze nieuwe manier van werken. Vanwege de vertraging in de implementatie van de kwalitatieve toets op het normenkader wordt de begrote besparing van € 1,9 mln. gedeeltelijk gerealiseerd. De kwalitatieve toets is de toets die het lokale team uitvoert bij een verzoek tot afwijking van het normenkader. De totale overschrijding van het normenkader tot en met augustus 2022 bedraagt € 1,3 mln. voor 467 jeugdigen. Bij de bepaling van de in de begroting opgenomen besparing is echter rekening gehouden met de verwachting dat voor de jeugdigen met de hoogste inzet (top 15%) de normen uit het normenkader niet toegepast kunnen worden vanwege complexe problematiek.

Wanneer we de jeugdigen met deze duurste casuïstiek uitzonderen, resteert een overschrijding van € 0,4 mln. voor 330 jeugdigen. Doordat er nog veel gedeclareerd moet worden, zal de overschrijding nog verder oplopen. Verwacht wordt een overschrijding van circa € 0,8 mln. voor de groep exclusief duurste jeugdigen. Hiervan afgeleid is de voor dit jaar verwachte te realiseren besparing berekend als de begrote besparing van € 1,9 mln. minus de verwachte overschrijding van het normenkader van € 0,8 mln. Per saldo dus € 1,1 mln. De registratie van de aanvragen tot afwijking van het normenkader en de goed- en afkeuring ervan, is nog verre van volledig ingericht door de lokale teams en de gecertificeerde instellingen. Er kan dus nog zeer beperkt worden vastgesteld of de overschrijding op het normenkader is toegestaan. Op basis van monitoring, bespreekt de SOJ de vastgestelde en dreigende afwijkingen van de normen wel al met aanbieders. In die gemeenten waar het lokale team voortvarend aan de slag is gegaan met het vormgeven en uitvoeren van het bij het normenkader behorende werkproces, neemt de samenwerking tussen het lokale team en de contractadviseurs van de SOJ toe. Ervaringen met jeugdhulpaanbieders worden actiever gedeeld met elkaar. Hierdoor kunnen de contractadviseurs van de SOJ het contractmanagement beter uitvoeren en is de informatiepositie van de lokale teams versterkt.

Wanneer een lokaal team of gecertificeerde instelling vaak of zo goed als altijd toestemming geeft voor het afwijken van het normenkader, neemt het financiële effect af. Aanbieders zullen de in de contracten gestelde norm dan als minder dwingend en belangrijk ervaren. Het systeem gaat zich verhouden tot de manier waarop het uitgevoerd wordt. Alleen door optimale sturing door zowel gemeenten als SOJ, kan dit effect bereikt worden.

31

Eventueel lager vaststellen begrotingswijziging 2022 Het Algemeen Bestuur behandelt in de vergadering van 17 november 2022 zowel deze 2de burap, als de door de gemeenteraden ingediende zienswijzen op de voorgestelde begrotingswijziging bij de lste burap.

Voorgesteld wordt om de financiële prognose van de 2de burap voor 2022 vast te stellen en de begroting hierop aan te passen. Aangezien de financiële prognose in totaliteit een verlaging van de kosten laat zien wordt de begrotingswijziging niet opnieuw voorgelegd aan de deelnemende gemeenten voor een zienswijze. Wel wordt hierbij aangetekend dat de financiële effecten per individuele gemeente verschillen.

32

Financiën DGJ Prognose 2022 Bij de lste burap 2022 werd een tekort verwacht over 2022 van € 905.000. Destijds hebben wij aangegeven dat door het treffen van maatregelen wij de verwachting hadden dat we het tekort in 2022 terug zouden kunnen brengen naar € 495.000. Door het treffen van specifiek gerelateerde maatregelen per product en generieke maatregelen is het verwachte tekort verlaagd naar € 216.000. We stellen voor om dit bedrag ten laste van de reserve te brengen. Hierdoor kan de onttrekking aan de reserve verlaagd worden met € 279.000. ^^(bedragenxtlMO) Product

Prognose lste burap 2022

Lasten

Baten

Prognose 2de burap 2022

Lasten

Saldo

|

Baten

Mutatie t.o.v. lste burap 2022 Lasten

Saldo

Baten

Saldo

PI Publieke gt rondheid

44.257

43.624

-632

50 825

50.433

■393

-6.569

6 808

___240

P2 VeiligThuis___________

7.367

7.367

______ 0

7.225

7.203

-22 _____ 142

-164

___-22

P3 Onderwijs____________

2.346

2.346

______ 0

2.368

2.266

-102 ______-22

-80

-102

P4 Jeugdgezondheidszorg

12.508

12.508

12.477

12.508

31 ______ 31

___ 0

_____ 31

1.081

1.055

-26 ______ -2

■24

____ -26

73.977

73.466

-511

-6.420

6.541

121

P5 Kennisprogramma

1.079

1.079

____o ____o

Saldo van baten en lasten

67.557

66.925

-632

Algemene dekkingsmiddelen

11.025

10.941

-84

11.247

11.322

74

■222

380

158

Saldo van baten en lasten

11.025

10.941

-84

1L247

11.322

74

222

380

158

Mutatie reserve________________________

__ 0

__ 716

716

_____ 0

___437

437

___ 0

-279

-279

Geraamd resultaat alg, dekkingsmiddelen

11.025

11.657

632

1L247

11.759

511

-222

101

-121

Geraamd resultaat totaal

78.582

78.582

0

85.224

85.224

0

-6.642

6.642

0

Bijstellingen Hieronder wordt op hoofdlijnen een toelichting gegeven op de positief bijgestelde verwachting ten opzichte van de lste burap 2022.

Programma 1 Publieke gezondheid Bij de lste burap was het verwachte tekort op dit programma € 1.042.000. We hebben toen aangegeven dat wij de verwachting hadden dat wij het tekort, door het treffen van maatregelen, terug konden brengen naar € 632.000 (€ 410.000 bedroegen de maatregelen). Bij de 2de burap 2022 kunnen we constateren, dat we erin geslaagd zijn om het bedrag van € 410.000 aan maatregelen te realiseren. De maatregelen hebben zelfs geleid tot een hoger positief effect. In totaal is er sprake van een verbetering van € 650.000, hieronder wordt per onderdeel een toelichting gegeven. Infectieziekten bestrijding Ten opzichte van de lste burap 2022 is er een positieve bijstelling van € 285.000. Enerzijds stijgen de baten door een detachering van een medewerkster wat in de lste burap nog niet was meegenomen (€ 65.000), anderzijds is er sprake van een daling van de lasten (€ 220.000). Het voordeel is voornamelijk ontstaan doordat kritisch is gekeken naar kosten die ten laste van COVID-19 kunnen worden gebracht. Een bedrag van

33

€ 218.000 is een aanzienlijk bedrag, maar het betreffen voornamelijk de kosten van enkele artsen en epidemiologen die naar verhouding relatief "duur" zijn.

Reizigers Door voornamelijk een stijging van de inkomsten, doordat burgers weer meer zijn gaan reizen, is de verwachte maatregel van € 100.000 gerealiseerd.

Toezicht kinderopvang Door kritisch naar de kosten te kijken is een voordeel gerealiseerd van € 115.000. Hiermee wordt de voorgenomen maatregel van € 85.000 gerealiseerd. OGGZ De toegezegde ombuiging voor 2022 (€ 150.000) is gerealiseerd. Dit is voornamelijk gerealiseerd door een verlaging van de personele lasten, door vacatures die zijn ontstaan niet in te vullen. COVID-19 De verwachte kosten voor COVID-19 hebben we met € 7 miljoen (€ 300.000 bij de algemene dekkingsmiddelen) naar boven bij moeten stellen. Deze kosten worden vergoed door het Ministerie van VWS waardoor e.e.a. geen invloed heeft op het verwachte resultaat over 2022. De totaal te verwachten kosten voor 2022 bedragen € 48 miljoen. De stijging van de kosten ten opzichte van de lste burap kent een aantal oorzaken: ■ de kosten na de afschaling in het eerste kwartaal bleven langer op een relatief hoog niveau dan bij de lste burap 2022 was voorzien. ■ op advies van het Ministerie is voor de campagne die in september is gestart, gelet op de krapte op de arbeidsmarkt, eerder personeel geworven. ■ de verhuizing naar andere locaties heeft extra incidentele kosten met zich meegebracht. De nieuwe locaties zijn daarentegen wel goedkoper. ■ de tarieven voor de ingehuurde medewerkers zijn gestegen. ■ meer kosten zijn doorbelast vanuit de andere organisatieonderdelen.

Programma 3 Onderwijs De inzet van personeel voor Leerplicht en RMC wordt verdeeld op basis van verantwoorde uren. De inzet voor Leerplicht is, door de toename van het aantal meldingen, hoger dan in de begroting was voorzien, waardoor er een nadeel ontstaat (€ 102.000). De kosten voor RMC nemen af, maar doordat hier een subsidierelatie aan ten grondslag ligt, komen deze lagere kosten niet ten gunste van het resultaat. Algemene dekkingsmiddelen Het voordelig resultaat (€ 158.000) betreffen enerzijds lagere lasten omdat centraal geraamde budgetten o.a. voor inhuur hier niet worden ingezet anderzijds zijn er meer kosten ten laste van COVID-19 gebracht. Deze laatste kosten worden gedeclareerd bij het Ministerie.

Voorziening Bovenformatieven Bovenformatieven per 2013 Vanuit de reorganisatie 2013 zijn medewerkers bovenformatief geplaatst. Grotendeels zijn deze medewerkers inmiddels elders werkzaam. Niet voor alle medewerkers was het van werk naar werk traject echter succesvol. Een aantal van deze medewerkers zijn ontslagen en hebben een WW-uitkering aangevraagd. DGJ is risicodrager voor wat betreft de WW. Dit betekent dat de WW-lasten door het UWV (en eventuele aanvulling door APG) bij DGJ in rekening worden gebracht. Voor deze lasten is een berekening gemaakt en overeenkomstig met de BBV-voorschriften is een voorziening hiervoor getroffen.

34

Begin 2022 was nog één medewerkers waar DGJ de ww-lasten van draagt. De voorziening die samenhangt met deze ww-lasten is toereikend, en hoeft derhalve niet aangepast te worden. Bovenformatieven per 2015 Onderdeel van het dekkingsplan was de wijziging van de topstructuur. Het betrof het boventallig verklaren van diverse medewerkers. De meeste oud medewerkers hebben elders een baan gevonden. Waar dat dit oud-medewerkers (nog) niet is gelukt, zijn zitten zij in de ww. De lasten die hiermee samenhangen worden gedekt uit de voorziening bovenformatieven per 2015. De omvang van de voorziening is toereikend en hoeft dan ook niet te worden bijgesteld. De verwachte jaarlasten voor 2022 bedragen circa € 66.000 en zal, conform de afspraken die zijn gemaakt rondom deze voorziening, bij de vaststelling van de jaarrekening bij de gemeenten in rekening worden gebracht. Op deze wijze wordt de vordering die richting de gemeenten is ingesteld om de voorziening te vormen in te lopen.

Structurele effecten Voor 2023 voorzien wij een aantal structurele effecten die wij op dit moment nog niet hebben voorzien in de begroting 2023. Het gaat hierbij om de volgende onderdelen: • OGGZ Het verwachte tekort ten opzichte van de oorspronkelijk begroting 2022 bedroeg bij de lste burap 2022 € 400.000. Voor 2022 hebben we dit tekort, door het treffen van maatregelen terug kunnen brengen naar € 250.000. Dit tekort heeft een structureel karakter op basis van de huidige uitvoering van de taak. In de DB vergadering van 1 december 2022 en de AB vergadering van 22 december 2022 komen wij met een voorstel voor 2023 en volgende jaren. • Toezicht WMO We verwachten hier een structureel tekort van € 150.000. Dit tekort was bij de lste burap 2022 al gesignaleerd. Bij de 2de burap 2022 moeten we vaststellen dat het tekort een structureel tekort heeft. Evenals voor OGGZ geldt ook hier dat we in de vergadercyclus van december met een voorstel komen voor 2023 en volgende jaren. ■ Loon- en prijsstijgingen De huidige CAO loopt tot en met 31 december 2022. In de begroting 2023 hebben wij rekening gehouden met een verhoging van 2%, gelet op de recente ontwikkelingen is het reëel om te veronderstellen dat dit percentage niet toereikend zal zijn.

Voor materiële budgetten zijn wij in de begroting 2023 uitgegaan van een verhoging van 1,5%, ook hier is het niet reëel om te veronderstellen dat dit percentage toereikend zal zijn.

35

SOJ

Financieel overzicht Bedragen • €1000,-

Begroting na

Realisatie

wijziging t/m t/m augustus

Begroting

Begroting

Begroting na

Prognose

heel jaar

wijziging

wijziigng

2de burap

lste burap

lste burap

op basis van

augustus

Realisatie 2021

exclusief JNVenJT

Regionale zorgmarkt

76.411

57.189

105.435

9.181

114.616

113.304

106.007

LTA

3.593

2.488

5.813

-424

5.389

5.523

5.059

RGB

4.833

3.309

5.949

1.301

7.250

7.150

6.905

Serviceorganisatie

3.688

2.843

5.306

227

5.533

5.533

4.762

Totaal lasten

88.525

65.829

122.503

10.284

132.788

131.510

122.734

Baten exclusief uittreding reserve Leerdam + Zederik

88.439

65.743

122.374

10.284

132.659

131.381

122.560

86

86

129

129

129

174

88.525

65.829

122.503

10.284

132.788

131.510

122.734

o

0

o

o

o

o

0

Ontrekking reserve frictiekosten uittreding Leerdam + Zederik Totaal baten baten -/- lasten

Toelichting Regionale zorgmarkt Bij de lste burap was het nog niet goed mogelijk een prognose op basis van eigen data af te geven. Dit kwam door ontbrekende declaratiedata in combinatie met de invoering van de nieuwe diensten in 2022 en het nieuwe woonplaatsbeginsel. Toen is voornamelijk gesteund op de productieopgaven en prognoses van zorgaanbieders. Inmiddels zijn de grootste declaratieachterstanden ingelopen. Bij deze 2de burap kan daarom, tot op zekere hoogte, wel een prognose worden afgegeven op basis van eigen data. Wel worden de prognose en een goede analyse van de cijfers bemoeilijkt door de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel en in het bijzonder de vertraging van de overdrachten naar andere gemeenten buiten onze regio. Ook de omzetting van de oude producten naar de nieuwe dienstenstructuur werkt belemmerend bij de analyse. Daarnaast zijn er nog steeds zorgen over de volledigheid van declaraties bij verschillende aanbieders. Zoals ook in de maandrapportages aan de gemeenten aangegeven, leiden deze omstandigheden tot meer onzekerheden in de prognose dan gebruikelijk. In aanvulling op de eigen data zijn ook de productieverantwoordingen en prognoses van aanbieders gebruikt. Geconstateerd wordt dat de groei niet verder doorzet en er een kentering in de kostenontwikkeling lijkt op te treden. De kostenprognose ten opzichte van de lste burap daalt met € 1,0 mln.

Dit beeld is op het totaal. Daarbinnen zijn er een aantal opvallende ontwikkelingen die hieronder worden toegelicht en indien van toepassing worden aangevuld met adviezen en acties van de SOJ.

Kosten duurste jeugdigen flink teruggebracht De kosten van de meest dure jeugdigen zijn mede door gerichte maatregelen fors naar beneden gebracht. Dit betreft zowel de kosten van verblijf als ingezette ambulante hulp. Kijkend naar een iets grotere groep (de top 50 duurste jeugdigen) zien we dat de kostenontwikkeling nog steeds zorgelijk is. Er is een tendens veel individuele één op éen begeleiding in te zetten, wat vaak tot hoge kosten leidt. Gemeenten wordt geadviseerd hier in hun sturing op de lokale teams aandacht voor te hebben. Jeugdigen met een langdurige zorgvraag zorgen voor kostentoename De toegang tot de Wet langdurige zorg (Wlz) voor jeugdigen met een langdurige zorgvraag (vooral jeugdigen met een beperking) is sinds 2015 fors ingeperkt. Als gevolg hiervan nemen de kosten voor deze groep jaarlijks toe omdat elk jaar een nieuwe groep van jonge jeugdigen instroomt. Deze groep stroomt dan vaak pas weer uit bij het 18de levensjaar. Als gevolg hiervan stijgen de kosten van jeugdhulp van verblijf en dagbesteding voor deze groep. Los van de Wlz doelgroep neemt het aandeel van

36

jeugdigen dat meerjarig zorg krijgt toe. Jeugdigen blijven langer in zorg. De groep jeugdigen die korter dan een jaar zorg krijgt neemt juist af. Dagbehandeling en dagbesteding inclusief vervoer stabiliseert na eerdere toename In de lste burap was geconstateerd dat de kosten van deze groep in 2021 sterk was toegenomen door ontbrekende uitstroom vanwege bovengenoemde oorzaak (Wlz) en ontbrekende uitstroom naar het onderwijs. In 2022 stabiliseren de kosten zich voor deze groep. Signalen vanuit het onderwijs en jeugdhulpaanbieders leren ons dat er extra inzet gepleegd wordt om uitstroom naar het onderwijs te realiseren. Facturatie hoogspecialistiche GGZ neemt toe en positieve effecten praktijkondersteuner Hier wordt met ingang van 2022 voor een grote groep jeugdigen hoogspecialistische GGZ gefactureerd, terwijl vorig jaar voor dezelfde jeugdigen reguliere specialistische GGZ werd gefactureerd. Dit heeft een kostenverhogend effect. Dit is onderwerp van gesprek met de betreffende aanbieders, waaronder de grootste aanbieder. Verder is opgevallen dat bij enkele gemeenten die investeren in de praktijkondersteuner bij de huisarts de instroom in de SGGZ (specialistisch geestelijke gezondheidszorg) afneemt.

Stabiele kosten pleeggezinnen en wonen De kosten zijn stabiel bij een afnemend aantal jeugdigen in pleeggezinnen. Mogelijk wordt dit (gedeeltelijk) verklaard door declaratieachterstand. Het aantal jeugdigen in gezinshuizen neemt toe. Het vinden, hebben en houden van pleegzorg- en gezinshuisouders is een landelijk probleem. Diverse jeugdhulpaanbieders en het Samen Sturen team van gemeenten en SOJ hebben hier aandacht voor. Met elkaar wordt nagedacht wat welke eventuele initiatieven langdurig effectief zijn om pleegouders te werven. Jeugdbescherming en jeugdreclassering (gecertificeerde instellingen) De werkdruk in de jeugdbescherming is hoog en volop in het nieuws. Evenals andere regio's in de provincie Zuid-Holland heeft onze regio de jeugdbescherming lucht gegeven door een significante financiële bijdrage (€ 0,8 mln.) voor verlaging van de caseload van de jeugdbeschermers. Hierdoor hebben de jeugdbeschermers meer en daarmee voldoende tijd om hun werkzaamheden op een verantwoorde manier uit te kunnen voeren. Door deze caseloadreductie hebben GI's (gecertifieerde instellingen) geen wachtlijst, worden er ondersteunende jeugdbeschermers opgeleid tot volwaardige jeugdbeschermers en worden jeugdbeschermers door ondersteunende jeugdbeschermers ontlast. Hierdoor is er meer tijd voor het gezin en wordt er eerder toegeleid naar passend zorgaanbod door de inzet van zorgcoördinatoren.

Mede door deze resultaten heeft de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd het interbestuurlijk toezicht in 2022 met vertrouwen afgesloten. Gezien de onveranderde kwetsbare positie van de GI's is continuering van de caseloadreductie voor 2023 onontkoombaar en opgenomen in de begroting 2023. In 2022 zijn (bovenregionaal) diverse gesprekken gevoerd met het Rijk om tot een langdurige oplossing te komen, zoals in ieder geval een hogere Rijksbijdrage. Eind 2022 wordt een reactie van het Rijk verwacht. Daarnaast zijn landelijke werkgroepen opgericht met als doel in 2023 nieuwe kwaliteitseisen en aangepaste tarieven voor de GI's op te leveren. Onlangs heeft het Rijk aangegeven extra middelen ter beschikking te stellen voor verlaging van de werkdruk, onder de voorwaarde dat gemeenten dit ook doen. Onze regio heeft dat, evenals de overige regio's in ZuidHolland, dus al gedaan. Jeugdhulp op school op meer locaties en meer jeugdigen Jeugdhulp op school is in 2022 op 27 schoollocaties actief. In vergelijking met 2021 betreft dit een groei van 4 schoollocaties. Hiermee groeit ook het aantal jeugdigen dat Jeugdhulp op School (JHOS) ontvangt en deel kan blijven nemen aan het onderwijsprogramma. In 2022 is de inzet van JHOS niet volledig geweest vanwege de

37

opstartfase en de schoolsluiting door Corona maatregelen. De verwachting is dat JHOS nog niet 'volgroeid' is. Er zijn nog speciaal onderwijsscholen waar nog geen Jeugdhulp op School plaatsvindt. Op deze scholen wordt jeugdhulp nog ingezet via de reguliere route middels een beschikking. Mogelijke upcoding wordt aangepakt In 2022 is een hele nieuwe set van diensten met nieuwe tarieven geïntroduceerd, inclusief een bijbehorend normenkader. Deze dienstencatalogus wijkt fors af de productdienstencatalogus van vóór 2022. Aanbieders moesten opnieuw bepalen welke diensten uit de dienstencatalogus het best bij de door hen geleverde jeugdhulp past. Contractmanagement heeft hier ook gesprekken over gevoerd met aanbieders. Desondanks komt het voor dat toch duurdere diensten worden gefactureerd (mogelijke upcoding) dan werd verwacht op grond van het zorgaanbod en declaraties uit voorgaande jaren van zorgaanbieders. De belangrijkste is hierboven al genoemd onder (hoog)specialistische GGZ. SOJ monitort dit en bespreekt mogelijke upcoding met aanbieders en treedt zo nodig corrigerend op. Buiten de eerdere genoemde verschuiving naar hoogspecialistische zorg met hoge impact is de overige gesignaleerde mogelijke upcoding beperkt in omvang. Er wordt gesproken over mogelijke upcoding omdat er een zorginhoudelijke grondslag kan zijn voor de inzet van duurdere diensten.

Bovenregionale ontwikkelingen JeugdzorgPlus leiden tot extra kosten

Continuïteitssteun nodig voor aanbieders van JeugdzorgPlus JeugdzorgPlus betreft jeugdhulp aan kinderen in een gesloten instelling. Landelijk en (boven)regionaal is beleid in gang gezet deze vorm van jeugdhulp af te bouwen. Mede als gevolg hiervan hebben aanbieders van Jeugzorgplus problemen om financieel gezond te blijven. Deze vorm van jeugdhulp is nog wel nodig en daarom is continuïteitssteun noodzakelijk. In de lste burap is al rekening gehouden met beperkte mate van continuïteitssteun (€ 0,4 mln.) voor de kleinste van de twee JeugdzorgPlus aanbieders. Ook bij de andere veel grotere aanbieder is steun nodig. Het proces van analyse en mogelijke maatregelen is in volle gang, maar kost tijd. Het benodigde bedrag aan continuïteitssteun kan nog (fors) oplopen. Hiermee is geen rekening gehouden in deze 2de burap, omdat het bedrag op dit moment onmogelijk goed is in te schatten. Ook is nog niet duidelijk wanneer continuïteitssteun betaald moet worden. Dit kan doorschuiven naar volgend jaar.

Stijgende kosten door het werken met kleinere groepen Los van continuïteitssteun is, in afstemming met de overige regio's in de provincie ZuidHolland, inhoudelijk ook een transformatie gemaakt naar kleinere groepen. Dit leidt, in ieder geval voor de korte termijn, tot hogere kosten. Voor 2022 € 1,1 mln. en structureel € 1,5 mln. De werkelijke kosten zijn sterk afhankelijk van het aantal jeugdigen met JeugdzorgPlus en van het mogelijk effect van de kleinere groepen op de looptijd van de zorg. Deze zou kunnen dalen. Kosten en contracten niet gecontracteerd aanbod nemen toe door het nieuwe woonplaa tsbeginsel De kosten voor niet gecontracteerd aanbod, ten dele buiten regionale zorg, neemt in 2022 toe met € 4,0 mln van € 4,3 mln. in 2021 naar 8,3 mln. in 2022 en betreft 166 aanbieders. Deze toename wordt voor ongeveer twee derde deel veroorzaakt door het nieuwe woonplaatsbeginsel (overdrachten van jeugdigen van buiten onze regio). Aangezien hier veelal sprake is van jeugdhulp met een wooncomponent zal deze groep langzaam en pas op termijn afnemen.

38

Daarnaast wordt een deel van de groei veroorzaakt door uitfasering van aanbieders die niet in aanmerking meer kwamen voor een overeenkomst, maar waar de zorg nog wel doorloopt. Als laatste valt op dat een deel van deze groei wordt veroorzaakt door hiaten in het zorglandschap. Voor deze laatste categorie geldt dat we dit met de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders onderzoeken en oppakken.

Inzet Jeugdhulp naar voren stabiel Gemeenten begroten en verantwoorden met ingang van 2022 zelf de kosten van Jeugdhulp naar voren. Dit betreft door de gemeenten zelf gecontracteerde inzet van jeugdhulpaanbieders of jeugdteam welke lokaal, meestal op fte basis worden ingezet. De kosten lopen nog wel mee in het laatste jaar van de afbouw van de solidariteit. In totaal hebben 8 gemeenten een opgave gedaan van hun verwachte kosten voor in totaal € 3,5 mln. Bij de lste burap was dat € 3,7 mln. Verlenging meerkostenregeling leidt ook in 2022 tot extra kosten De coronacrisis lijkt verminderd. Desondanks is landelijk afgesproken alsnog coronameerkosten te vergoeden aan zorgaanbieders in 2022. Verwacht wordt dat dit ongeveer € 0,3 mln. aan extra kosten met zich meebrengt.

Overdracht jeugdigen nieuw woonplaatsbeginsel komt op stoom en klein voordeel verwacht Het woonplaatsbeginsel wordt toegepast om de verantwoordelijke gemeente voor een jeugdige te bepalen. Het nieuwe woonplaatsbeginsel, ingevoerd per 1 januari 2022, stelt niet langer de woonplaats van het gezag over de jeugdige centraal, maar de woonplaats van die jeugdige. Voor jeugdigen met verblijf (jeugdigen met vaak hoge kosten) wordt de woonplaats geselecteerd van de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de eerste verblijfszorg van die jeugdige. Dit moet leiden tot meer duidelijkheid en lagere uitvoeringslasten. Daarnaast sluit het nieuwe woonplaatsbeginsel beter aan bij de preventieve insteek van de Jeugdwet om Jeugdzorg met verblijf te voorkomen en om noodzakelijke voorzieningen zo dichtbij als mogelijk te organiseren. De implementatie van het woonplaatsbeginsel heeft vertraging opgelopen wegens gebrek aan medewerking van gemeenten buiten onze regio. Inmiddels is het proces grotendeels vlot getrokken en kan naar verwachting het overgrote deel dit jaar worden afgerond. Het huidig beeld is dat onze regio € 0,8 mln. lagere kosten heeft als gevolg van verschuivingen van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Er zijn gemeenten die extra kosten krijgen en gemeenten die lagere kosten krijgen. Er moet nog wel voor circa € 1,6 mln.

gemaakte kosten aan andere gemeenten worden gefactureerd, omdat de overdracht met terugwerkende kracht per 1 januari 2022 verrekend moet worden. Met deze € 1,6 mln. is in de prognose rekening gehouden. Landelijk Transitie Arrangement (LTA) Het LTA is een set aan afspraken die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk wordt gemaakt met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, om er zeker van te zijn dat er een contractbasis is voor aanbieders met uitzonderlijk aanbod. Hierbij valt te denken aan aanbod voor transgender problematiek, gezinnen waar ernstige kindermishandeling of verwaarlozing plaatsvindt, jongeren met complexe problemen bij wie diagnostiek geen beeld geeft, etc. Het betreft een kleine groep jeugdigen met hoge kosten per jeugdige. De kosten kunnen sterk fluctueren. Ten opzichte van de eerste bestuursrapportage is de prognose toegenomen met € 0,1 mln.

Persoonsgebonden budget (PGB) In de jaren 2015 tot en met 2018 daalden de kosten voor jeugdhulp in de vorm van PGB doordat deze hulp vaker werd omgezet naar de vorm van zorg in natura. Vanaf 2019 zijn

39

de kosten gaan stijgen. De stijging betreft zowel een sterke stijging van de hoogte van budgetten als van het gebruik van de budgetten (de uitnutting). In 2021 is ook het aantal jeugdigen met een PGB gestegen. De forse stijging (€ 0,8 mln.) van de kosten in 2021 wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door meer dagbesteding en begeleiding met dieren (onder andere paarden) aan jeugdigen, waaronder jeugdigen met een autismespectrum stoornis. Verder wordt er meer jeugdhulp geleverd gericht op problematiek bij hoogbegaafdheid.

In 2022 zijn de tarieven in PGB over het algemeen lager doordat er een (lager) nietinstellingstarief wordt toegepast. Toch stijgen de kosten verder door, maar minder hard dan bij de lste burap voorzien. De stijging betreft voornamelijk reguliere en specialistische begeleiding. De toename van de dienst specialistische begeleiding (hoger tarief) werkt kostenverhogend. Gemeenten wordt geadviseerd om bij de toekenning van jeugdhulpvoorzieningen het uitgangspunt te (blijven) hanteren dat de kwaliteitseisen bij de inzet van hulp in de vorm van een PGB gelijk zijn aan een voorziening in zorg in natura. Een aantal gemeenten stuurt hier al sterk op. Daarnaast zien wij dat er in onze regio budgetten met een hoge marge ten opzichte van de gedeclareerde waarde worden vastgesteld. Er wordt dus relatief veel speling voor de uitnutting van het budget geboden. Sturing op de inzet en de hoogte van het budget is dus belangrijk. Stichting Jeugdteams Met ingang van 2022 contracteren gemeenten de Stichting jeugdteams zelf. Op verzoek van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Hoeksche Waard heeft de SOJ de jeugdteams nog gecontracteerd voor deze gemeenten. De aansturing vindt plaats door gemeenten. Serviceorganisatie De specificatie van de Serviceorganisatie is in onderstaande tabel opgenomen. Begrotingspost

Begroot

Begroot

inclusief

inclusief

wijziging lste

wijziging t/m

I burap

augustus

Realisatie

Begroting

Personeelskosten eigen personeel

2.322.430

1.548.287

1.511.969

Personeel van derden

1.104.915

736.610

435.797

Uitbestede ICT Dienstverlening en overige ICT kosten

1.050.000

700.000

685.033

225.000

150.000

Dienstverlening SCD

Realisatie-

-36.318 -300.813 -14.967 -150.000

Overige kosten

830.392

553.595

210.397

-343.198

Totale kosten

5.532.737

3.688.491

2.843.195

-845.297

De post personeel van derden is lager vanwege nog te facturen bedragen en nog niet bestede inzet door het netwerk MT voor "Veilig opgroeien is Teamwerk". Daarnaast vindt in het laatste kwartaal nog intensivering plaats vanwege de implementatie van het nieuwe back office systeem. De post dienstverlening SGD (Service Gemeente Dordrecht) is nog niet gefactureerd. De overige kosten blijven achter, voornamelijk omdat (nog) geen inzet is gepleegd op detail controles PGB (begroot voor 270k per jaar, maar nog geen aanleiding voor detailcontroles) en doordat een aantal andere activiteiten later in het jaar plaatvinden of nog gefactureerd moeten worden.

40

Tabel bijdragen per gemeente Op basis van de prognose zijn in onderstaande tabel de geprognosticeerde bijdragen per gemeente opgenomen. De tabel is in overeenstemming met de methodiek in de maandrapportage opgebouwd vanuit de werkelijk verwachte kosten, met vervolgens een correctie op 20% solidariteit. Afhankelijk van de kostenontwikkelingen per gemeente kunnen de werkelijke uitkomsten per gemeente nog aan verandering onderhevig zijn. ö

rd>m Dortifcn_____________ Gonncham____________ Hrdntvtld-Stmndini

1 22 1 437

Hendr.k-Wo-AmDecht Hoek schew—rd

1 87 2 724

Moleneenden_______

1089 039

» kosten

rde nstellinfen

ind.jrr 3 926 158 31717 152 7 007 790

150 630 1145 481

233 835 2 126 663

426 901 3103 077

5 144 094

1176 379 387 512

469 907 138 436

7 213 863 14 620 395 7206 097

263 865 93S611 358 812

602 406 1232 601 488 925

1046 770 320 230 417 831 1450 277

P»t>en<>ecfH________ SeJ-echt__________

5826541 6 023 736

Zwijndrecht________

11356 851

166 180 383 344

355 104 373 334

1128 789

849 793

904 076 1286 164

aduMf JT

SOI 117 261 1050 068 371980

6 810 126 422 237 107 77118 471 1S7

273 189 1718178

5 1 27 973 40 860 618

474 389 188 751 329 827 685 151 404 902 343 032 371 943 614 376

11-76&653 6 179 023 8 8 64 SOS 20 796 799

10822 990 7386.258 7916 386

15 2 40 681

5 127 973 40 860.618 10 547 216 6 179 023 8 864 605 18 924 035

lebunp

wegens

•Mdusief

eadusiaf jeupikams

5 335 810 41109 379

5606 446 40.23 7 024

10 724.801 5 855 397

10 34 4 247 6 158 926

5 460968 38 644 058 9107 932 4 790817

8 660 980 18437 849 9 747 347

8.418 955 17 822 196 10 790 789 8 683 344 8 76 5 827

7 639 590 16 139 482 10 391 407

15 830 994

14 549 274

indurief

afbouw «obdanf it soiicUriWit 207 836 5 335 810 248 761 41109 379 11946 238 177 585 5 855 397 ■323 626 8 660 980 20 310 573 10 836 386

8101009 8 189 432

810100° 8189 402 15 218 773

-203 626 •486 186

9 733 951 7986 258 7 916 386

13 395

114-751 273 016 219OB

15 240 681

15 218 773

7 894 763 7 7S6112

Tüïi

Bezetting en ziekteverzuim Bezetting (eigen personeel en personeel van derden) Bezetting per 31-8-2022 dienstverband + inhuur (bron

Begroot

fte

Staf en ondersteuning (inclusief cliëntadministratie en functioneel beheer) Inkoop en contractbeheer Projectleider veilig opgroeien is teamwerk Netwerk MT

Informatievoorziening (data analisten en managere IV bij bedrijfsvoering DGJ)

Financiën (onderdeel bedrijfsvoering DGJ) Manager/directeur Gezond en veilig opgroeien Totaal

10,70 9,80 0,00 3,00

■

11,00 1 incidenteel 1,00 incidenteel 3,00

0,50

3,00 1,00

27,00

27,00

3,00

Toelichting

fte 8,00

De totale gerealiseerde bezetting van de SOJ is gelijk aan de begrote bezetting. Daarbinnen is de bezetting van staf en ondersteuning hoger, vanwege de inzet voor het nieuwe woonplaatsbeginsel, uitbreiding van het secretariaat (beide toegelicht in de lste burap) en aanname van personeel dat eerst elders werkzaam was en via een dienstverleningsovereenkomst in rekening werd gebracht. Verzuim Het ziekteverzuim over de eerste acht maanden is 2,12 procent (bron AFAS).

Opvolging bevindingen accountant De accountant heeft in haar management letter bij de interimcontrole 2021 een aantal aanbevelingen gedaan. Naar aanleiding van deze aanbevelingen heeft de SOJ een position paper opgesteld, inclusief een aanpak voor de maatregelen die worden opgevolgd. Twee van de drie belangrijkste maatregelen betreffen het controleren van de prestatielevering van PGB's en van aanbieders met een omzet in onze regio van minder dan € 100.000 die zijn vrijgesteld van een accountantsverklaring. Deze laatstgenoemde maatregel is al sinds de controle over het jaar 2020 opgepakt. Onze accountant voert hiervoor steekproefsgewijs een controle uit van de geleverde jeugdhulp. Met ingang van de controle over het boekjaar 2021 wordt ook de prestatielevering van PGB's gecontroleerd. Bij deze controle zijn nauwelijks afwijkingen geconstateerd. Het uitvoeren van de twee maatregelen heeft geleid tot een goedkeurende controleverklaring van de accountant over het boekjaar 2021.

41

De aanbevelingen aangaande het uitvoeren van het zogenoemde 4-ogen-principe, vastlegging en woonplaatsbeginsel worden niet overgenomen, vanwege de afweging op gelopen risico en kosten. Er worden hiervoor alternatieve instrumenten ingezet. Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel in 2022 en het nieuwe backoffice-pakket per 1 januari 2023, kunnen deze aanbevelingen mogelijk toch gedeeltelijk worden opgevolgd.

Risicoparagraaf Kaders In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 13 december 2018 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd.

Beleid omtrent weerstandsvermogen Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico's. De Dienst Gezondheid en Jeugd maakt gebruik van het volgende model om de risico's te rangschikken. Kans

Financiële impact

Dat het risico zich voordoet 4 x > € 2 mln

3 € 2 mln < x <

2 € 0,5 mln < x < €04. mln

1 x < € 0,1 mln

4 zeer grote kans >75%

16

3 grote kans 50-75%_____

12

9

2 middelgrote kans 25-50%

8

6

4

2

1 kleine kans < 25%

4

3

2

1

12

4_

8 6

2

In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde risico's weergegeven. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is en of er ten opzichte van de vorige rapportage wijzigingen zijn opgetreden (te weten de lste burap 2022). Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door de DGJ in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen (vermijden/verzekeren/voorzien).

DGJ Risico

Omschrijving

1 Batenraming________ 2 Bedrijfsvoering______ 2 Claims______________ £ Effecten uittreding L-Z Loon en prijsstijgingen £ Transitie SCD-SGD 7 Impact COVID-19

Kans

Omvang

I/S

4

2 2 2 2

S

3.

£ £ £

£

2 2

2. 2

I s s s s 5 Totaal

42

Risicobedrag

€ _€ _€

300.000 150.000 150.000 150.000 € € 1.200.000 € 75.000 € 200.000 € 2.225.000

Gewijzigd

Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee

Hieronder volgt een toelichting per risico.

1. Batenraming De producten van de DGJ worden hoofdzakelijk gefinancierd uit inwoner- en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten heeft echter een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis, de opbrengst van de polikliniek voor onder meer reizigersvaccinaties (ca. € 0,5 miljoen). Voor met name dit laatste onderdeel is inmiddels duidelijk dat COVID-19 een forse impact heeft in 2022 op de hier te realiseren opbrengsten. De kans dat dit 'risico' zich voordoet is derhalve aangepast van 2 naar 4. In de begroting zijn verder ramingen opgenomen voor onder meer OGGZ, WMO toezicht en kinderopvang waarvoorjaarlijks een traject met gemeenten wordt doorlopen over de omvang vergoeding van het takenpakket (in de vorm van een offerte/ Dienstverleningsovereenkomst). Hierdoor is er een risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming.

2. Bedrijfsvoering/primair proces Onder dit risico wordt verstaan de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening in brede zin (Veilig Thuis, GGD ZHZ, LVS ZHZ en hiermee samenhangende ondersteuning) van de DGJ.

Een voorbeeld hiervan is ook de (extra) inzet in crisissituaties. 3. Claims De DGJ kent een grote verscheidenheid aan producten. Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZcertificatie (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector). Risico's op fouten (miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten.

4. Uittreding L-Z (Leerdam-Zederik) Met de uittreding van de gemeenten Leerdam en Zederik uit de GR is de batenraming structureel neerwaarts bijgesteld. Voor het weer structureel in evenwicht brengen van de begroting vanaf 2023 zijn maatregelen genomen waarbij rekening is gehouden met de inzet van de overeengekomen uittredingssom (oorspronkelijk totaal € 4 mln., waarvan € 3 mln. voor de DGJ en € 1 mln. voor de SOJ).

Er wordt een beperkt risico gezien in het niet volledig kunnen realiseren van de maatregelen.

5. Loon- en prijsstijgingen Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt de DGJ rekening met een loon- en prijs indexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar. De hierin opgenomen prijs- en loonindexatie was respectievelijk 1,5% en 2%. Gelet op het gegeven dat de daadwerkelijke loonkosten afhankelijk zijn van de uiteindelijk in de CAO gemaakte afspraken is er een risico dat de daadwerkelijke stijgingen hoger uitvallen. De huidige inzet van de VNG is 4% die van de FNV 12%.

43

In de CAO is verder de mogelijkheid van verlofsparen opgenomen. Indien hier gebruik van wordt gemaakt dan stelt de commissie BBV dat hiervoor een voorziening voor moet worden getroffen. De kosten die hiermee gepaard gaan, zijn niet begroot en kunnen derhalve leiden tot een extra last. Verder is er in 2022 sprake van een fors inflatiecijfer hetgeen zich zal vertalen naar hogere materiele uitgaven.

In het nu gekwantificeerde risico is voor zowel de loonkosten als voor de materiële uitgaven gerekend met 5%, verminderd met de percentages waar in de begroting al rekening mee was gehouden (1,5% respectievelijk 2%)

6. Transitie SCD-Dordrecht Tot ultimo 2021 steunde de DGJ voor ICT, HRM, Juridische diensten en inkoop op het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Vanaf 2022 is het SCD ondergebracht bij de gemeente Dordrecht en is de gemeente Dordrecht als servicegemeente verantwoordelijk voor de taakuitvoering. Zij neemt in deze situatie de verantwoordelijkheid voor en de regie op de besturingsprocessen rondom producten en diensten op zich. Zowel voor het leveren en beheren als voor het (door)ontwikkelen van deze producten en diensten.

Met de servicegemeente Dordrecht (SGD) is hiervoor een overeenkomst tot en met 2025 gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over onder meer de omvang en prijs van de te leveren diensten. Daarin is zoveel mogelijk opgetrokken met de GR OZHZ die zich in dezelfde situatie bevindt.

Onder regie van de SGD wordt ook een vervolg gegeven aan het door het SCD ingezette traject ICT verandert waarmee een transitie naar een regie-organisatie op het gebied van ICT wordt beoogd en de uitvoering van operationele taken meer in de markt worden belegd. Deze transitie brengt kansen maar ook mogelijke (financiële) risico's met zich mee. Het privacygevoelige karakter van het takenpakket van de DGJ brengt namelijk met zich mee dat er hoge eisen (moeten worden) gesteld aan de informatiebeveiliging. Indien daarin niet kan worden voorzien door het SGD/leveranciers dan vraagt dit mogelijk aanvullende inspanningen en kosten.

7. Impact COVID-19 In het kader van de bestrijding van COVID-19 worden grote inspanningen verricht door de Dienst. De hiermee samenhangende kosten bedroegen in 2020 ca. € 9 mln. en zijn in 2021 opgelopen naar€ 63 mln. De minister van VWS heeft toegezegd dat de GGD-en de meerkosten over 2021 volledig vergoed krijgen. Ook voor 2022 is deze toezegging gedaan met daarbij de 'beperking' dat dit niet geldt voor gederfde inkomsten.

Over 2020 is inmiddels een eindafrekening bij VWS ingediend om het openstaande bedrag van € 4 mln. af te rekenen deze is inmiddels afgehandeld. Over 2021 is een voorschot van € 50 mln. ontvangen. Na het vaststellen van de jaarstukken 2021 in het Algemeen Bestuur van juli is een declaratie ingediend voor de resterende € 13 mln. Voor 2022 wordt voor de bevoorschotting uitgegaan van een begroting van € 50 mln. en zijn de eerste voorschotten hiervoor ook al gedaan en uitbetaald.

44

Gelet op de toezeggingen en de wijze waarop deze tot nu toe zijn nagekomen was er geen risico opgenomen in deze begroting ten aanzien van kosten van de uitvoering van onze taken bij de bestrijding van COVID-19.

Desalniettemin is het onzeker hoe de inzet en bekostiging hiervan na 2022 zich gaat ontwikkelen. Ook onzeker is welke impact COVID-19 heeft op het takenpakket en de daaraan gerelateerde en hiervoor genoemde risico's 1-4. Daarom is er nu wel voor gekozen om een eerste kwantificering van het risico op te nemen in deze paragraaf. Weerstandsvermogen De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR.DGJ. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. De GR DGJ heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves, ofwel € 2,3 miljoen (stand per 1.1.2022). Gezien de financiële omvang van de risico's, € 2.250.000, leidt dit tot een weerstandsratio van 1. Dit betekent dat de GR DGJ geen ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen. Hierbij moet tevens de kanttekening worden geplaatst, dat van de reserves (€ 2,3 miljoen) € 1,8 miljoen is bestemd voor het opvangen van de frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik. Als deze reserve buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedraagt de weerstandsratio 0,22. De risico's overtreffen dan ruimschoots het weerstandsvermogen.

Impact op risico-inventarisatie bij deelnemers aan de GR De deelnemers aan de GR benoemen in hun gemeentelijke begroting welke risico's er zijn ten aanzien van hun deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden verschillenden modellen en benaderingen gehanteerd. In dat kader worden de volgende aantekeningen geplaatst. Bij de lste en 2de Burap is geconstateerd dat een aantal risico's zich daadwerkelijke manifesteren, waardoor de verwachting is, dat de algemene reserve niet meer toereikend zal zijn om nadelen/risico's om te vangen.

SOJ Weerstandsvermogen De Serviceorganisatie heeft, met uitzondering van de reserve Frictiekosten uittreding Leerdam en Zederik, geen weerstandsvermogen/reserves. Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting, ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten.

Risicobeheersing Risico's gerelateerd aan jeugdhulpgebruik Deze financiële risico's richten zich vooral op de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp in relatie tot de begroting. De drie grootste financiële risico’s die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan zijn:

1. de sterke kostenstijging als gevolg van een gestegen inzet per jeugdige. 2. het niet realiseren van de in de begroting opgenomen kostenreductie. 3. de grote fluctuaties in de kosten per gemeente. Uit deze 2de burap blijkt dat de kosten van jeugdhulp zich lijken te stabiliseren ten opzichte van de verwachting in de lste burap. Dit varieert echter sterk per gemeente. De

45

komende jaren is een kostendaling noodzakelijk, omdat de rijksbijdragen worden afgebouwd. Risico vanwege hoge inflatie Een dit jaar opgetreden nieuw groot risico is de hoge inflatie. Zeer waarschijnlijk gaat de hoge inflatie leiden tot een hoge indexatie van tarieven voor jeugdhulp voor 2023. Daarbij moet ook de nacalculatie voor 2022 op worden geteld. De werkelijke prijsontwikkeling in 2022 is hoger dan de raming. Met deze hoge inflatie was in de primaire begroting geen rekening gehouden. Deze indexatie wordt landelijk door de VNG vastgesteld. Waarschijnlijk staan hier hogere bijdragen van het Rijk tegenover. Los van deze Rijksbijdragen moeten gemeenten rekening houden met fors hogere uitgaven voor jeugdhulp. Aangezien nu nog niet met zekerheid is aan te geven hoe hoog de indexatie zal uitpakken, is dit nog niet verwerkt in een begrotingswijziging. Op basis van de laatste publicatie van de VNG van 8 juni 2022 is de impact 2,9 procent hogere indexatie dan in de begroting aangenomen. Vorig jaar heeft de VNG nog aan het einde van het jaar een bijstelling gedaan. Dit zou gezien de oplopende inflatie dit jaar ook nog kunnen gebeuren. Gemeenten worden geadviseerd rekening te houden met een hogere indexatie van 3 tot 5 procent. Specifieke risico's Met terugwerkende kracht declareren van PGB-budgetten Van de verstrekte PGB-budgetten wordt circa 65% daadwerkelijk besteed.

In de huidige gemeentelijke verordeningen en beleidsregels zijn geen beperkingen opgelegd aan het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties. Wel geldt de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Over de jaren 2017-2021 zou nog een bedrag van € 16,3 mln. gedeclareerd kunnen worden. De ervaring leert dat hier beperkt gebruik van wordt gemaakt.

Inzet duurdere diensten als gevolg van nieuwe inkoop Vanaf 2022 is een geheel nieuwe set van diensten geïntroduceerd die fors afwijkt van de oude producten van vóór 2022. Het risico bestaat dat aanbieders hierdoor nu duurdere diensten inzetten dan vóór 2022. De SOJ heeft al verschillende afwijkingen geconstateerd die wijzen op de inzet van duurdere diensten en bespreekt deze met de betreffende aanbieders.

Continuïteitsproblemen van aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren Aanbieders van gesloten jeugdhulp hebben in toenemende mate problemen met hun bedrijfsvoering en het rond krijgen van hun exploitatie. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van het beleid om het aantal jeugdigen dat gesloten wordt geplaatst, terug te dringen. Bij de twee aanbieders in Zuid-Holland is de problematiek al zo groot, dat regio's en gemeenten in de provincie Zuid-Holland financieel moeten bijspringen. De omvang van de benodigde continuïteitssteun is nog onzeker. In de begrotingswijziging bij de lste burap is voor de kleinste van de twee aanbieders op basis van een herstelplan een bedrag van € 0,4 mln. aan continuïteitssteun (inclusief projectkosten) opgenomen. Er is echter nog geen sluitende businesscase voor deze aanbieder. Bij de andere, grotere aanbieder wordt de problematiek nu nader geanalyseerd. Wel heeft de accounthoudende regio Rotterdam al een groot bedrag aan liquiditeitssteun verleend en is er sprake van grote historische verliezen. Als gevolg hiervan is het risico op (fors) oplopende uitgaven voor continuïteitssteun voor de gesloten jeugdhulp reëel. De omvang is echter nog niet in te schatten. De twee aanbieders zijn gevraagd om een gezamenlijk en duurzaam plan te maken.

46

Vertraagde overdrachten aan onze regio als gevolg van nieuw woonplaatsbeginsel Al gevolg van het invoeren van het nieuwe woonplaatsbeginsel, moeten veel jeugdigen worden overgedragen van de ene gemeente aan de andere. Gemeenten buiten onze regio hebben veel vertraging opgelopen bij de afhandeling hiervan, met gevolgen voor onze regio. De overdracht van jeugdigen vanuit onze regio aan andere gemeenten, voor een groot deel Rotterdam, is onlangs vlot getrokken na de nodige interventies vanuit de SOJ. Inmiddels is duidelijk dat als gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel, € 1,6 mln. aan andere gemeenten moet worden gefactureerd. Mogelijke nagekomen (vertraagde) overdrachten van gemeenten buiten onze regio aan gemeenten in onze regio, zorgen voor een onzekerheid in de kosten.

Reguliere bedrijfsvoeringrisico’s Naast bovengenoemde specifieke risico's heeft de Serviceorganisatie de reguliere financiële en niet-financiële bedrijfsvoeringrisico’s voor alle processen in kaart gebracht. Dit heeft geleid tot een omvangrijke lijst. Op alle risico's zijn beheersmaatregelen geformuleerd. Deze worden periodiek geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. De risico's zijn geclassificeerd volgens onderstaand model. Kans

Financiële impact

Dat het risico zich voordoet 4 x > € 2 mln 4 zeer grote kans >75%

16 12 8 4

3 grote kans 50-75%

2 middelgrote kans 25-50%

1 kleine kans < 25%

3 € 2 mln < x< €0,5 mln

2 € 0,5 mln < x < < 0,1 mln

1 x <€0,1 mln

__9__ 6 3

8 6 4 2

_4 _3 _2 1

De oranje en rood gekleurde risico's zijn in onderstaand schema visueel weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/665/documents/22415