Actualisering Afvalstoffenverordening VNG ledenbrief 000B00B1.pdf
Tekst van het document
gezelschapsdieren (zie parooraaf 4a).]
Grondslag Pe verordening geeft uitvoering aan de verplichting
artikel 10.23
de Wm, waarin de
gemeenteraad wordt ela ng van de bescherming van het milieu een dt opgedragen om in hot b bo lang afvalstoffi
jning vast te stollen. Oe regels over het zwerfafval houden verbond met de regels va
de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderworp van de
Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening. [Het gemeentelijke milieubeleidsplan
Bij de vaststelling van deze verordening is rekening gehouden met het gemeentelijke milieubeleidsplan. [... (tfoelichteingn op welke wijze,)]]
3. Wettelijke begrippen In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond
van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van
deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities voorin de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening worden gebruikt zijn afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen. Ton tweede is door de-tekst van de verordening consistent in overeenstemming met deze begrippen te formuleren, de behoefte aan
bepaalde definities die in hot utt-2009 daterende VN6 model voor de Afvalstoffenvorordoning zijn opgenomen komen te vervallen.
Dit geldt bijvoorbeeld voor het begrip inzomelen dat in die oud e modelverorde oude i ning werd gebruikt. In de onderhavige verordening is slechts sproke van het begrip inzameling. Het begrip inzameling is door de
Wm gedefinieerd en daarom zonder begripsbepaling opgenomen in deze verordening. Artikel 1.1 van de
wet-Wm verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een
afvalverwerkingsinstallatie. Dit begrip is letterlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn aAfvalstoffen. Inzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer. Onder afvalstoffenbeheer verstaat de richtlijn
immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars.
In de oudo modelverordening werd hot begrip inzamelen gebruikt
ruimte te laten voor de
verschillende middelen en voorzieningen waarmee de inzameling plaatsvindt bij gemeenten en om duidelijk te mak
■dat het gaat
inzameling van afvalstoffen die ook ter inzameling zijn aangeboden. In
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Met opmaak: Inspringing: Links: -0,03 cm, Verkeerd-om: 0,02 cm, Rechts: 0,01 cm, Afstand Na: 0,15 pt Regelafstand: Meerdere 1,35 rg
deze verordening kon dit begrip achterwege blijven omdat het begrip imomeling zoals het hier wordt
geregeld eveneens deze ruime praktijk omvat en ten tweede omdat in de verordening zelf geen ruimte is
gelaten voor inzameling van afvalstoffen zonder dat die worden aangeboden via deze middelen of
voorzieningen.
Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten. -em-aAnderziids regelt de verordening, dat door gebruikers van de percelen waar huishoudelijke afvalstoffen ontstaan, dat_deze afvalstoffen slechts
mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan
inzamelaars, of achterlaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling door of het
aanbieden ter inzameling door of aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze dat-de aanbieding plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruit- en tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton, over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In onderstaand schema is de
terminologie van artikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt trapten
aanzien van de huishoudelijke afvalstoffen:
De gebruiker van een perceel
De inzameldienst of inzamelaar
Overdragen (aan een inzamelaar)
Innemen (door een inzamelaar)
Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)
Inzameling (via de betreffende middelen of voorzieningen) door de inzameldienst
Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats
Inzamelplaats
Het is in deze opzet niet nodig om «egnog een afzonderlijk
'inzamelen' op te nemen,
zoals in de oude modelverordening het geval was.
Met opmaak: Afstand Na: 3,1 pt De begrippen iniamelmiMel of tmomel wfvvooniening behoeven geen definitie nu 4t de tekst
voldoende duidelijk is waarom het kan gaan. Voorbeelden zoals huisvuilzakken
■artikel 10 • containers.
afvalemmers (inzamelmiddelen) of wijkcontainers, brengdepots, vcrzamelcontaine
(inzamelvoorzieningen) zijn genoegzaam bekend en lenen zich niet voor opname in de tekst van de verordening.
De begrippen inzameldienst en inzamelaar behoeven geen zelfstandige definitie nu uit artikelen 3 en 4 genoegzaam volgt om wie het gaat. Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een definitie overbodig was en in de artikeltekst zelf uitsluitsel kon worden gegeven. Een voorbeeld is het
begrip weg in artikel 17.
4.
Verhouding met ander hoger recht
Verwerking van persoonsgegevens
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Met opmaak: Inspringing: Links: 0 cm. Eerste regel: 0 cm, Rechts: 0 cm, Afstand Na: 3.1 pt. Regelafstand: Meerdere 1,08 rg
De gemeente verwerkt persoonsgegevens onder meer voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is een publieke taak, die de
verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk maakt. De grondslag voor de-verwerking van de persoonsgegevens is daarom artikel 6. eerste lid, onder e. van de Algemene verordening gegevensbescherming (2016/679/EU). (De gemeente heeft een privacyverklaring ooaesteld voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de inzameling en verwerking van afval. Deze is te
vinden via [website met privacwerklarinaf]
Omgevinaswet
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) kunnen de gemeentelijke regels, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, opgenomen worden in het omgevingsplan. Regels die opgenomen worden in het omgevingsplan, zullen wtin deze Afvalstoffenverordening vervallen. Voor
zwerfafval (artikel 16) is een bepaling opgenomen in het tijdeliik deel van het omgevingsplan. Die bepaling wordt om die reden aangepast op het moment dat de Ow in werking treedt (zie artikel 22).
5. Nadere regels
Uitvoeringsbesluit van het college van burgemeester en wethouders De Afvalstoffenverordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende
onderwerpen aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college):
•
^Nadere regels over de wijze van inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 3, {tweede
(variant A) OF derde (variant B)1 lid). • ---- [Nadere regels over de voorbereiding van de aanwijzing [artikel 3, derde lid, variant Sjf
•
Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4,
eerste lid). •
[Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), frequentie en locatie van inzameling (artikel 7, variant B)J
•
[Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 8, tweede lid), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke
afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan.,
•
[Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (artikel 10, derde lid).]
•
Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13, tweede lid).
Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door burgemeester on wothoudorshet college die strikt
genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhoudtee maar die samen met de hiervoor
genoemde regels opgenomen kunnenkan worden in het uitvoeringsbesluit van burgemeester en
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
[De aanwijzing van de inzameldienst (artikel 3, variant B)J
De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (artikel 9).
De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 21).
De aanwijzing van de specifieke locaties van inzamelvoorzieningen kan ook opgenomen worden in het uitvoeringsbesluit.
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven zijn hieronder nader toegelicht.
Artikel 1. Begrippen Definities
De begrippen inzamelmiddel, inzamelplaats en inzamelvoorziening zijn opgenomen om deze van elkaar te
onderscheiden. Een inzamelmiddel is bestemd vooreen enkel huishouden en is bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag. m in;
op grond van artikel 5. Meestal wordt de Inzamelplaats gemeentelijke
afvaldepot, brengdepot of milieustraat genoemd.
Een inzamelvoorziening is bestemd voor meerdere huishoudens. Een inzamelvoorziening is bijvoorbeeld een (ondergrondse) verzamelcontainer, wiikcontainer of brengdepot.
Uit artikel 10 wordt duidelijk dat inzamelmiddelen gebruikt worden voor het aanbieden ter inzameling bij
een
izamelii -nabij een
oerceel
afvaldepot, brengdepot of milieuntraat-
Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om
percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband
met de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen "bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan". Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet
goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van
18 september 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld
huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald
moeten worden. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
een woonruimte in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke
afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862).
Artikel 2. Doelstelling
In dit artikel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de wettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zullen derhalve telkens in dat kader moeten plaatsvinden. Doelmatig afvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van
het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is gedefinieerd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen als volgt: ^inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht
op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van
handelaars of makelaars".
Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst iFeeUchting als gekozen wordt voor vVoriant A
In het eerste lid wordt (... (aanduiding eigen gemeentelijke inzameldienstll aangewezen als inzameldienst die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. De zorg voor deze
collegeburgemeectors en wethouders. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven.
[... (toelichting op aanwijzing gemeentelijke inzameldienst; zie de implementatiehandleiding,)]
In het tweede lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over de wijze waarop de
Toelichting oh gekoien wordt voor vVoriant B
In het eerste lid geeft de gemeenteraad aan burgemeester on wethoudershet college de opdracht om [een onderdeel van de gemeentelijke inzameldienst OF een onderneming] aan te wijzen, die met de
inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is belast. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm op de gemeenteraad en burgemeesters en wethoudershet college.
De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven.
In het derde lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelthet inzamolon van huishoudelijke afvalstoffen.
Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van inzameldiensten zijn
gemoeid^ dwingen ertoe geen regeling op te nemen voor het van rechtswege nemen van
aanwijzingsbesluiten in gevallen waarin niet tijdig op een daartoe strekkende aanvraag zou worden beslist. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is daarom niet van toepassing. Zo nodig kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit alleen aan de orde is
wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere voorschriften of beperkingen moeten gelden. Nadere regels over de inzameling kunnen, indien noodzakelijk, door burgemeester en wethouder» op grond van het derde lid worden gestold.
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk is huishoudelijke
afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de Inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen Inzamelen. Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op
grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt
niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn van niet tijdig beslissen. Ten tweede kunne» burgemeester en wcthoudorskan het college bepaalde personen of organisaties vrijstellen bij nadere
regels. In het eerste lid, onder b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan worden gewerkt voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of personen die
bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van
bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid.
Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst. Het gaat bij de inzamelaars om personen of organisaties die om verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Deze
aanwijzing heeft-anders dan de aanwijzing van de inzameldienst-het karakter van een vergunningen gaat niet gepaard met een ultvoeringsplicht.
Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Op deze plaats wordt afzonderlijk geregeld dat op ten minste een plaats ook buiten kantooruren of in het weekend (In voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Hiertoe is het gemeentebestuur verplicht in verband met de in artikel 7 geboden mogelijkheid om
niet telkens per week en bij elk perceel in te zamelen. Ingevolge artikel 10.26, tweede lid, van de Wm is dit verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waar alle bestanddelen van
huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten. Het onderscheid zich dus als locatie waar huishoudelijke afvalstoffen in een inzamelmiddcl, zoals oen vuilniszak, een minicontainer of een afvalemmer naar toe-worden gebracht, van een inzamelvoorziening, zoals een boven of een ondergrondse container, waarin collectief huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten met het oog op de inzameling daarvan.
Artikel 6. Algemene verboden
Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen met ondorsalleen mag geschieden via de kanalen die daarvoor in de artikelen ^-4 en 5 zijn aangewezen. Dit
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
tot de gebruikers van percelen waar huishoudelijke afvalstoffen gerogold kunnen ontstaan gerichte
verbod is de keerzijde van de in-bii of krachtens die artikelen tot de inzameldienst en andere inzamelaars
gerichte verbodgebod om het afval in te zamelen en het in artikel 4, eerste lid, opgenomen verbod voor anderen om afval in te zamelen.
Artikel 7. Afvalscheiding Gescheiden afvalinzameling
Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk moeten worden
ingezameld, met welke frequentie en op welke locatie. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk
perceel of een van deze met uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente. Het Besluit GIHA bevat ook voorschriften over de gescheiden inzameling van afvalstoffen. Deze verordening vult de verplichting tot gescheiden inzameling aan door nader te bepalen welke
bestanddelen gescheiden worden ingezameld. Deze verordening maakt een fijnmaziger onderscheid dan artikel 1 van het Besluit GIHA, dat voorschrijft dat 'ten minste' bepaalde bestanddelen gescheiden
worden ingezameld. De raad kan volgens artikel 10.21. vierde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. De raad kan tevens een
onderscheid maken binnen de genoemde bestanddelen,
forM t»i
4 Artikel 10.21 van de Wm schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het
gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per week de
huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bil elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. GET afval moet volgens dit artikel verplicht afzonderlijk wordt ingezameld. De gemeenteraad kan volgens
artikel 10.21, derdevierde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Deze vrijheid is ingeperkt door artikel 3 van do Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Dat verplicht gemeenten ertoe om ofgodankto elektrische en elektronische apparatuur van particuliere huishoudens gescheiden in te zamelen.
Bij de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot afvalstoffen dient het gomccntobostuur bovendien rekening te houden mot het landelijk afvalbehcorsplan (hierna: LAP). In het LAP zijn bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen benoemd, die door de consument gescheiden dienen te
worden. In het Landelijke afvalbohcorplan 2 (hierna: LAP 2)wordcn do volgende bestanddelen van
huishoudelijk afval genoemd die gescheiden kunnen worden ingezameld. GFT afval;
paptenc
karton;
glasi
kunststof verpakkingsmateriaal
elektrische of elektronische apparatuur;—klein ch
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
;ch afval
Peze lijst i:
k
ergenomen uit LAP-2. Het derde lid
men geven, bijv, i.v
-nescheiding; de lijst is ir
igebracht of dat do
iso-werden aangevuld.
artikel 7 biedt mogelijkheid
megr maatwerk te
mrre facultatief, dat daarin variatie kan worden
[... (toelichting op de afzonderlijk In te zamelen bestanddelen))
Op grond van artikel 10.26 van de Wm kan de gemeeeteraad in het belang van een doelmatig beheer van
a.
van de inzameling bij elk perceel (bepaald mag worden nabij elk perceel);
b.
van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag worden met welke regelmaat bij de verordening);
c.
van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in een gedeelte van het
grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld);
Artikel 2, eerste lid, van het Besluit GIHA bepaalt verder dat onder voorwaarden voor de volgende bestanddelen afgezien kan worden van de gescheiden inzameling voor:
d.
bioafval (wanneer gescheiden inzameling technisch niet mogeliik is of buitensporig duur)?: ven-de afzonderlijke inzameling van GPT afval (bopoaldmag worden dat bestoedde/enGPT-afval afzonderlijk worden ingezameld),
e.
metaal, kunststof of glas (als de kwaliteit voor hergebruik of recycling gelijk blijft), en bepaald mag worden dat GPT afval met andere daarbij aangewezen bestanddelen van huishoudelijke
afvalstoffen afzonderlijk van het overige huishoudelijke afval wordt ld. dt ingezame nge
De frequentie waarmee deze gescheiden inzameling plaats vindt is [... {indien voor een lagere frequentie
wordt gekozen dan eenmaal per week, is de ilnspraakverordening van toepassing en dient artikel 5 verplicht In de verordening opgenomen te worden,)]. Indien de frequentie lager is dan eenmaal per
week, is de mspraakverordoning Inspraakverordening van toepassing en Is artikel 5 van de modelverordening verplicht. Dit vloeit voort uit artikel 10.26, tweede lid, en artikel 10.27 van de Wm.
[Indien bioafval, metaal, kunststof of glas niet gescheiden worden ingezameld, is de Inspraakverordening tevensook van toepassing. Dit volgt uit artikel 2, tweede lid, van het Besluit GIHA io. artikel 10.26, tweede
lid, van de Wm.)
Een afvalstoffenverordening Afvalstoffenverordening die één-een van deze mogelijkheden benut, dient te
artikel 150 van de Gemeentewet is vastgesteld (artikel 10.26 van de Wm). Indien toepassing wordt gegeven aan de onderdelen b of c, dan moet de gemeente zorgen voor een daartoe ter beschikking
gestelde plaats voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen. Dat laatste is geregeld in artikel 5 van deze verordening.
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Nadere toelichting als gekoz
wordt
De raad bepaalt dat burgem
iter en wethoudorshet college regels steUen-stelt over de vraag welke
•Variant A
bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, met welke frequentie en waar (hele grondgebied of uitzonderingen daarop, of bij bepaalde bebouwingstypen) bij of nabij elk perceel gescheiden worden ingezameld.
[Volgens het zesde lid wordt in de gemeente bioafval niet gescheiden ingezameld [in [aanduiding van bepaalde locaties!L maar gelijk met het [andere afvalstroom (bijvoorbeeld restafval)!. Gescheiden inzameling van bioafval is [technisch niet mogelijk (artikel 10, derde lid, onder c, van de Kaderrichtlijn
afvalstoffen) OF buitensporig duur (artikel 10, derde lid, onder d, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen). Op
grond van onderdeel A.4.7 -van het LAP-3, kan van buitensporig hoge kosten sprake zijn als de meerkosten van gescheiden inzameling € 205,- per ton of meer bedragen. De kosten van gescheiden inzameling
zouden € [bedrag! per ton hoger zijn).
QF
Volgens het zesde lid wordt in de gemeente is-dt
[...)! niet gescheiden
ingezameld niet nodig, omdat voldaan is aan artikel 10, derde lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen:
"a. het inzamelen van bepaalde soorten afval is niet van invloed op het potentieel ervan om
overeenkomstig artikel 4 voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere behandelingen voor nuttige toepassing te ondergaan en levert een output van die handelingen op waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt bereikt."
Het gewenste effect wordt in de gemeente bereikt door middel van [... (toelichting maatregelen,
bijvoorbeeld nascheiding)]. ]
Nadere toelichting ais gekozen wordt voor vVariant B Het regelen van de frequentie en locatie van de inzameling wordt in beginsel overgelaten aan burgemeester on wothoudorshet college. De raad bepaalt wel welke bestanddelen in ieder geval
afzonderlijk ingezameld dienen te worden. [Tenzij het college m-het- belang van een doelmatig
afvalstoffenbeheer, zoals bijvoorbeeld een operationele nascheiding; bepaalde bestanddelen achterwege wenst te laten.] Dit is onder meer van belang omdat artikel 8 aan burgers het verbod oplegt om die
bestanddelen ongescheiden ter inzameling aan te bieden.
[Volgens het zesde lid wordt in de gemeente bioafval niet gescheiden ingezameld [in [aanduiding van bepaalde locaties]!, maar gelijk met het [andere afvalstroom (bijvoorbeeld restafval)]. Gescheiden
inzameling van bioafval is [technisch niet mogelijk (artikel 10, derde lid, onder c, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen) OF buitensporig duur (artikel 10, derde lid, onder d, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen). Op
grond van onderdeel A.4.7 -van het LAP-3t kan van buitensporig hoge kosten sprake zijn als de meerkosten van gescheiden inzameling € 205,- per ton of meer bedragen. De kosten van gescheiden inzameling
zouden € [bedrag] per ton hoger zijn].
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
QF
inaezameldnodig, omdat voldaan is aan artikel 10, derde lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen:
“o. het inzamelen van bepaalde soorten afval is niet van invloed op het potentieel ervan om
overeenkomstig artikel 4 voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere behandelingen voor nuttige
toepassing te ondergaan en levert een output van die handelingen op waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt bereikt."
Het gewenste effect wordt in de gemeente bereikt door middel van ƒ... /toelichting maatregelen,
bijvoorbeeld nascheidina)].]
Artikel 8. Gescheiden aanbieding Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook
gescheiden worden aangeboden. fVoor de bestanddelen die niet gescheiden worden inaezameld, geldt
dat het tweede lid regelt dat niet-afzonderliike aanbieding is toeaestaan.] [Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door burgemeester en wethoudershet college in de
nadere regels op grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de
handhaving houvast te bieden f 'welles/nieteslijst'J. Ook kan van de vrijstellingsmogelijkheid gebruik
worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen
voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal het niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFT afval voorkomt. Het is niet moaelijk om bij nadere regels ofte wijken van de verplichting om gescheiden in te zamelen en aan te bieden, voor zover die verplichting voortvloeit uit artikel 1 van het Besluit GIHA. 1
Artikel 9. Tijdstip van aanbieding De tijdstippen voor de inzameling van huishoudelijk afval worden door bureemoester en wethoudershet college bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen
verbindend voorschrift. Het besluit is daarom vatbaar voor bezwaar en beroep.
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding
Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Inzamelmiddelen dienen het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak.
Inzamelvoorzieningen, dienen het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijkcontainer, voor het inzamelen daarvan. Op grond van dit artikel kunnen
inzamelmiddelen worden voorgeschreven. Ook kunnen hier regels worden gesteld over het gebruik van
inzamelvoorzieningen. De regels over het gebruik van de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zijn in beginsel algemeen verbindende voorschriften. Het college kan in deze regels ook concreet locaties
aanwijzen voor de inzamelvoorzieningen. Een dergelijk onderdeel van de regels is geen algemeen verbindend voorschrift ertdus daartegen det-ondordoel staat bezwaar en beroep open.
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
[Het tweede lid bevat een verbod om de inzamelmiddelen buiten het oerceel te laten staan bedtenna afloop de bepaalde dag en tilden. Gebruikers van een oerceel zijn gehouden de inzamelmiddelen binnen het perceel te bewaren. Het verbod geldt ook voor afval dat op de ophaaldag is buiten-aezet, maar om
wat voor reden dan ook, niet is opgehaold.]
[Het derde lid bevat scn arondsloa voor nadere regels over de wijze van gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen voor categorieën van percelen. Te denken valt aan een onderscheid dat gemaakt
kon worden tussen hoogbouw en laagbouw. De regels kunnen een vrijstelling van het verbod in het eerste
lid [of het verbod in het tweede lidl inhouden. Deze vrijstelling blijkt dan uit de nadere regels van het college.]
Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst
inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen geldt voor bedrijfsafvalstoffen echter geen
zorgplicht voor de gemeente. Inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst is daarom een
daarvan te onderscheiden activiteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval inzamelt bij bedrijven. In de praktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de KWD-sector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval).
Artikel 12. Aanbiedeingn ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Alleen die bedrijven die betalen voorde gemeentelijke inzamelvoorzieningen mogen hun
bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst.
Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de
bedrijfsafvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over
de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De memorie van toelichting zegt hierover: "Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieuregels worden
gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 van de Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen Inzameldienst en ten nadele van andere
aanbieders op de markt."(Kamerstukken II, 1998/99, 26 638, nr. 3, blz. 48). Het is dus mogelijk om in het
belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om
ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard kunnen deze regels gelden voor alle betrokken
Inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen.
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Artikel 14. Dumpingsverbod
Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten een instrument te
geven om Illegale dumpingen, voor zover er-geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of
in de bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is. In het eerste lid worden bewust de termen stof en voorwerp gebruikt en niet alleen de term afvalstof, omdat niet altijd duidelijk is of de
desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn, tn-aArtikel 10.25, onder a, van de Wm is de
grondslagmocoliikhoid voor het opnemen van een dergelijk artikel in de
Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte
Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gemeenten in hur^ade Afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind.
Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht.
Serste lid Dit-Het eerste lid gaat over straatafval. Dat Is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als
zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke te ontdoen (voor zover van zee^beperkte omvang en gewicht). Klein
chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de
daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet
worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2.
Derde H(j In het derde lid behoeft Hhet begrip zwerfafval zelf behoeft-geen verdere definitie. -rwUit de redactie
blijkt dat van zwerfafval sprake is wanneer ter inzameling gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, enzte. De redactie brengt ook mee dat doorzoeken op een manier die geen
zwerfafval veroorzaakt, bijvoorbeeld door morgensterren of stadsiutters, niet onder het verbod valt.
[Artikel 15a, Onaeadresseerd drukwerk Artikel 15a heeft als doel om de verspreiding van ongewenst drukwerk, en daarmee uiteindeliik afval, te
voorkomen. De grondslag voor dit artikel is artikel 10.23 van de Wm.
In het eerste lid zijn de definities ooaenomen met het onderscheid tussen onaeadresseerd reclamedrukwerk voor commerciële doeleinden en huis-aan-huisbladen of drukwerk van niet commerciële organisaties, waaronder ook politieke portijen.
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Met ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt in deze verordening bedoeld al het reclamedrukwerk dat zonder adres wordt aangeboden. Onder deze definitie vallen alle aanduidingen zonder toevoeging van een
fettelijk adres, zoals bijvoorbeeld "aan de bewoners van dit pand of gebouw".
De gemeente kiest voor dit onderscheid omdat huis-aan-huisbladen en pamfletten een belangrijke functie
vervullen voor onder meer de nieuwsverspreiding op lokaal niveau en de sociale cohesie in de buurt.
Daarbij hebben deze bladen een lage frequentie. fln de definitie van de-huis-aan-huisblad is aangesloten bij de landelijke norm van de Stichting Reclamecode van 10% aan buurtgerichte redactionele inhoud.]
In het tweede lid is bepaald dat huis-aan-huisbladen bezorgd mogen worden bil een perceel (een woning bedrijf of woonschip), tenzij de ontvanger onmiskenbaar duidelijk heeft gemaakt deze bladen niet te
willen ontvangen. Met de komst van nee-nee-, ja-ja- en nee-ja-brievenbusstickers kunnen bewoners hun
voorkeur ten aanzien van de ontvangst van commercieel reclamedrukwerk en/of de huis-aan-huisbladen
kenbaar maken (zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1528).
Tabel 1: Overzicht wanneer bezorging gewenst is en dus mag geschieden
Overzicht stickers
Ongeadresseerd reclamedrukwerk gewenst Ongeadresseerde huis-aan-huisbladen gewenst
ia-ia sticker
Jo
geen sticker
Nee
Ja
Nee
Nee
of nee-ia sticker nee-nee sticker
(In het derde lid is bepaald dat de gemeente bezorging van ongeadresseerd reclamedrukwerk uitsluitend
toestaat als de ontvangende bewoner of gebruiker van een perceel (een woning, bedrijf of woonschip) onmiskenbaar
met een ja-ja sticker — duidelijk heeft gemaakt dat hij het ongeadresseerde
reclamedrukwerk wil ontvangen. Daarbij gaat het niet alleen om de bezorging maar ook om het laten
bezorgen. De adverteerders dienen zich ook aan dit zogenoemde opt—in systeem te houden (zie Gerechtshof Amsterdam 24 september 2019, ECU:NL:GHAMS:2019:3423).]]
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen
Dit sluit aan bij artikel 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, maar heeft het meer toegespitst op
is een toegestane aanvulling van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Na inwerkingtreding van de Ow vervalt het Activiteitenbesluit Milieubeheer. De in het tweede lid van dit
artikel geregelde materie is dan opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In artikel 22 is om die reden een wijziging van dit artikel opgenomen, die in werking -treedt als de Ow in werking treedt.
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg
Het gaat in dit artikel met name over laden-en, -lossen en vervoeren. H-en-het artikel bevat een gebod om
de veroorzaakte verontreiniging op te ruimen. Mocht aan dit gebod geen gehoor gegeven worden, dan is
sprake van een overtredingT die strafbaar is gesteld op grond van artikel 20. Daarnaast is er b+edt-de mogelijkheid om door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen. Dit kan inhouden dat de
gemeente de verontreiniging zelf opruimt en de kosten daarvoor op de overtreder verhaalt.
Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht
Kern van dit artikel is opslag van huishoudelijke afvalstoffen, het gaat niet op het bewaren van afvalstoffen voor aanbieding tijdens de eerstvolgende inzameling daarvan. Opslag-ts-fHet-het-bewaren voor de eerstvolgende aanbieding tor InzamelingJEr Is geen behoefte aan een mogelijkheid van
ontheffing, nu m-een vrijstelling kan worden verleend op grond van artikel 8, bijvoorbeeld voor artikel voor
gebieden waar vanwege de bouw uit de jaren 1970 geen ruimte heeft-is_voor het houden van minicontainersbijvoorbeeldi een vrijstelling kan worden verleend.j Waarneembaar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast kan sprake zijn van reukoverlast.
Artikel 19. Ontdoen van autowrakken
Hiewn-ln dit artikel-19 is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken (hierna: BBA) moeten gemeenten in hun afvalstoffenverordening
Afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). Op grond van
artikel 7 van het BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval.
\Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren Dit oArtikel-19e betreft de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. Het eerste lid regelt wat onder
gezelschapsdier moet worden verstaan. ITot de gezelschapsdieren worden gerekend onder meer honden, katten, knaagdieren, kooi- en voliéredieren, duiven en vissen. Konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels,
parelhoenders, eenden, gonzen en fazanten behoren eveneens tot deze categorie indien er geen commerciële opbrengst aan verbonden is, zoals de (commerciële] productie van vlees, wol, pels, eieren,
pluimen of huiden. Het artikel heeft geen betrekking op hobby- en landbouwhuisdieren zoals runderen. paarden, schapen, (dwera)aeiten, hanabuikzwiinen, varkens en herten.]
De gemeente draagt zorg voor de verwerking en verwijdering van kadavers van gezelschapsdieren. De kadavers zijn een bijzondere vorm van afvalstoffen, die op grond van de Wet dieren nadere regeling
behoeven. De grondslag voor deze nadere regeling is deels gelegen in artikel 10.23 van de Wet
milieubeheer, en voor het overige gelegen in artikel 3.5 van de Wet dieren. De Wet dieren verplicht de gemeente diegene aan te wijzen die met de inzameling van kadavers is belast (tweede lid). Deze draagt
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief. maart 2021
dan zorg voor de overdracht van de kadavers van gezelschapsdieren aan Rendac Son B.V, Deze verwerker
is door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen op grond van artikel 3.3 eerste lid, van de Wet dieren.
In het vierde tot en met zesde lid zijn de verantwoordelijkheden en plichten van de houder van een kadaver van een gezelschapsdier opgenomen. De houder-van het gezelschapsdier (meestal de eigenaar) is
ervoor verantwoordelijk dat het kadaver wordt verwijderd. Op grond van de Wet dieren kan de houder het dier op eigen terrein begraven, of afgeven aan een van de erkende dierencrematoria of
dierenbegraafplaatsen. In dat geval gelden de bepalingen in het vierde lid niet voor de houder op grond
van het zesde lid. Als de houder van die mogelijkheid geen gebruik maakt, dan moet de houder het kadaver afgeven aan degene die de inzameling daarvan doet. Deze afgifte vindt plaats uiterlijk op de eerste werkdag nadat de
houder het overlijden heeft geconstateerd. Tot het moment van afgifte wordt het kadaver zodanig bewaard dot er geen vermenging met ander materiaal kan plaatsvinden (vijfde lid).]
Artikel 21. Toezichthouders
Deze systematiek volgt uit artikel 18.1a van de Wm en artikel 5.10, derde lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo).
Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht
De inwerkingtreding van de Ow is voorzien op 1 januari 2022. Hierbij worden tevens wijzigingen in de Wm aangebracht die van invloed zijn op deze verordening.
In artikel 14, tweede lid, onder d, zijn wetten opgenomen die voorrang hebben op het verbod, genoemd in het eerste lid van dat artikel. Op grond van hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet blijft aan de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit enige werking toekomen. In het
onderdeel moet 'Waterwet* vervallen en 'Omgevingswet* worden toegevoegd.
Voor de materie geregeld in artikel 16, tweede lid, geldt dat deze is opgenomen als onderdeel van de zogenoemde bruidsschat (artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet) die een onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente (artikel 22.53 in paragraaf 22.3.3
Zwerfafval van de bruidsschat behorende bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet). Het tweede en derde lid kunnen om die reden vervallen. De verplichting om voor een afvalbak zorg te dragen, bedoeld in het
eerste lid, blijft wel bestaan.
Voor de artikelen 18 en 19 houdt de inwerkingtreding van de Ow in dat het begrip inrichting in de Wm vervalt. Dat vergt een beperkte aanpassing in deze verordening.
Voor artikel 21 geldt dat toezichthouders aangewezen kunnen worden op grond van artikel 18.6 van de Ow. De Wabo vervalt weliswaar, maar op het moment van de inwerkingtreding van de Ow zijn niet
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
meteen alle toezichthouders die op grond van die wet zijn aangewezen opnieuw aangewezen, De verwijzing naar de Wabo kan dus blijven staan.
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Was-wordt-tabel Wijziging Model Afvalstoffenverordening (gewijzigd model, maart 2021) Leeswijzer modelbepalingen - [...] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen. - [/ets] = facultatief. - [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk.
In de 'bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en - als het een facultatieve bepaling betreft - eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Artikel 1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1. Begrippen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel » ten behoeve van een huishouden; - inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; - inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaats ten behoeve van meerdere huishoudens; - perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Artikel 3 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst Variant A 1. De [(gemeentelijke inzameldienst)] is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst Variant A 1. De [gemeentelijke inzameldienst] is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.
Variant B 1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissing) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de voorbereiding van de aanwijzing en over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Variant B 1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.
Artikel 4 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. [2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissing) is niet van toepassing. OF 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3,
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. [2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. OF 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3,
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
tweede lid, (variant B) van overeenkomstige toepassing.]
tweede lid, (variant B) van overeenkomstige toepassing.]
Artikel 7 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7. Afvalscheiding Variant A 1. De inzameldienst [... (bestanddeel of bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld groente- fruit- en tuinafval)] ten minste eenmaal per [week OF [aantal] weken] afzonderlijk, [bij OF nabij] elk perceel in. [2. In afwijking van het eerste lid, wordt [bestanddeel van huishoudelijke afvalstoffen genoemd in het eerste lid] in [[aanduiding van delen van de gemeenten) OF [aanduiding van bepaalde bouwtypes)] niet ingezameld.] [3. ... (zo nodig model eerste lid herhalen voor andere bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen waarvoor een andere frequentie van afzonderlijke inzameling moet gelden of die niet 'bij' maar 'nabij' elk perceel afzonderlijk worden ingezameld.)]]
Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling Variant A 1. De inzameldienst zamelt [... (bestanddeel of bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld bioafval)] ten minste eenmaal per [week OF [aantal] weken] afzonderlijk, [bij OF nabij] elk perceel in. [2. In afwijking van het eerste lid, wordt [bestanddeel van huishoudelijke afvalstoffen genoemd in het eerste lid] in [[aanduiding van bepaalde locaties] OF [aanduiding van bepaalde bebouwingstypen]] niet ingezameld.] [3. [... (zo nodig model eerste en tweede lid herhalen voor andere bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen waarvoor een andere frequentie van afzonderlijke inzameling moet gelden of die niet 'bij' maar ‘nabij’ elk perceel afzonderlijk worden ingezameld.)]] [4. [... (zo nodig model tweede lid opnieuw gebruiken om voor bepaald gebied af te wijken van het derde lid.)]] 5. De resterende huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van grof huishoudelijk afval, worden ten minste eenmaal per [week OF [aantal] weken] ingezameld [bij elk perceel OF bij inzamelvoorzieningen nabij elk perceel], [met uitzondering van [aanduiding van bepaalde locaties] OF [aanduiding van bepaalde bebouwingstypen]]. [6. [Bioafval wordt ingezameld met [andere afvalstroom (bijvoorbeeld restafval)] [in de [aanduiding van bepaalde locaties]]. OF[...
(bijvoorbeeld plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons)] worden gezamenlijk ingezameld.]]
[4. ... (zo nodig model tweede lid opnieuw gebruiken om voor bepaald gebied af te wijken van het derde lid.)]] 5. De resterende huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van grof huishoudelijk afval, worden ten minste eenmaal per [week OF [aantal] weken] ingezameld [bij elk perceel OF bij inzamelvoorzieningen nabij elk perceel], [met uitzondering van (bepaalde locaties of bouwtypen binnen de gemeente)].
Bijlage 1/4 bij VNG iedenbrief, maart 2021
Variant B 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: [- groente-, fruit- en tuinafval; - papier en karton; - glas; - textiel; - kunststof verpakkingsmateriaal; - elektrische of elektronische apparatuur; - klein chemisch afval; - [andere omschrijving].] [3. In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het tweede lid, of fracties daarvan, achterwege laten.]
Variant B 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: [- bioafval; - papier en karton; • metaal; - glas; - textiel; - kunststof verpakkingsmateriaal;
- [andere omschrijving].] [3. [Bioafval wordt ingezameld met [andere afvalstroom (bijvoorbeeld restafval)] [in de [aanduiding van bepaalde locaties]]. OF [... (bijvoorbeeld plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons)] worden gezamenlijk ingezameld.J]]
Artikel 8 (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.
Artikel 8. Gescheiden aanbieding [7.] Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. [2. In afwijking van het eerste lid is het verboden de [bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artikel 7] anders aan te bieden dan afzonderlijk of gezamenlijk met de
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, genoemd in artikel 7, [zesde (variant A) OF derde (variant B)] lid.] [3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.]
Artikel 10 (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. [2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.]
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding [f.J Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. [2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.] [3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.]
Artikel 11 (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen krachtens artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling
Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
krachtens [citeertitel verordening gemeentelijke reinigingsheffing] verschuldigde heffing is voldaan.
krachtens [citeertitel Verordening Gemeentelijke reinigingsheffingen] verschuldigde heffing is voldaan.
Artikel 12 (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 12. Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden, aan de inzameldienst over te dragen of bij de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5, achter te laten.
Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.
Artikel 13 (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het tweede lid, inhouden.
Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Na artikel 15 (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt een artikel ingevoegd, luidende: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk 1. In dit artikel wordt verstaan onder: - huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste [aandeel (bijvoorbeeld 10%)] van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; - ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a. een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; b. drukwerk van vrijwilligers of nietcommerciële organisaties. 2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. [3. [Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend worden bezorgd bij een perceel als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan. OF Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen bij een perceel, tenzij de bewoner kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.]]
Artikel 16 (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: | Bestaande tekst
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
| Nieuwe tekst
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.