CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Actualisering Afvalstoffenverordening VNG ledenbrief 000B00B1.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 10 oktober 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 6: Vaststellen van de Afvalstoffenverordening Dordrecht - Raadsvoorstel20.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

cMo

(VNG

Aan de leden

(Xj|

Datum

25 maart 2021 Kenmerk

TLE/U202100235 Lbr. 21/021 Telefoonnummer

070 373 83 93 Bijlage(n)

Onderwerp

Actualisatie VNG Model Afvalstoffenverordening

Geachte leden van college en gemeenteraad,

Hierbij ontvangt u de actualisering van de VNG Model Afvalstoffenverordening,

1. Aanleiding

Afval wordt steeds vaker gezien als grondstof. Deze uitspraak is kenmerkend voor de beweging die in gang is gezet; een beweging die moet leiden tot een meer circulaire economie. Van belang

hiervoor is dat duurzaam wordt omgegaan met natuurlijke bronnen en zuinig met grondstoffen, dat voorwerpen langer en meerdere keren worden gebruikt en dat reststromen optimaal worden

verwerkt. De kern van deze kijk op afval is slimmer, efficiënter en zorgvuldiger omgaan met grondstoffen en streven naar zoveel mogelijk sluiten van grondstofketens. Verbetering van de

afvalscheiding en recycling en terugdringing van de hoeveelheid te verbranden afvalstoffen zien we

om die reden terug als belangrijke operationele doelen binnen het Programma Van Afval Naar Grondstof (VANG).

Sinds 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna: Besluit

GIHA) van kracht. Gemeenten zijn nu wettelijk verplicht om gft, papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Voor textiel en gevaarlijke afvalstoffen gaat

deze verplichting in per 1 januari 2025. Het Besluit GIHA bevat de mogelijkheid om in bepaalde gevallen af te wijken van gescheiden inzameling. Als hiervan wordt afgeweken moet dit in de Afvalstoffenverordening zijn opgenomen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag

070 - 373 83 93 | info@vng.nl

vng.nl

Daarnaast speelden (al langere tijd) beleidsmatige wensen om in het model te voorzien in regelgeving voor een ja-ja sticker bij ongeadresseerd drukwerk en is aandacht gevraagd voor de

wettelijke plicht om bij verordening regels te stellen over de aangifte, het bewaren en inzamelen van dode gezelschapsdieren.

Bovenstaande ontwikkelingen vormden voldoende aanleiding om de Model Afvalstoffenverordening te actualiseren. De herziene modelverordening bevat ook bepalingen over implementatie van de Omgevingswet. Naast de inhoudelijke wijzigingen zijn wetgevingstechnische en redactionele

verbeteringen aangebracht. In de citeertitel van de modelverordening vervalt het jaartal ‘2015' om verwarring over de geldigheid te voorkomen.

2. Belangrijkste nieuwe elementen modelverordening

De belangrijkste actualiseringen van de modelverordening zijn:

•

Implementatie artikelen 2 en 3 van het Besluit GIHA (gescheiden afvalinzameling)

•

Vertaling artikel 3.5 van de Wet dieren (kadavers van gezelschapsdieren)

•

Anticipatie op de inwerkingtreding van de Omgevingswet

De nieuwe of inhoudelijk gewijzigde artikelen in de modelverordening zijn:

•

Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling (wijziging)

•

Artikel 8. Gescheiden aanbieding (wijziging)

•

Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk (nieuw)

•

Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren (nieuw)

•

Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht (nieuw)

3. Totstandkoming van de modelverordening De Model Afvalstoffenverordening is geactualiseerd in nauwe samenwerking met een hiervoor

ingestelde klankbordgroep van vertegenwoordigers van gemeenten en de Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (hierna: NVRD).

4. Nadere inspraak en implementatie De VNG adviseert inspraak op deze nieuwe verordening te houden. Dit in verband met artikel 10.26

van de Wet milieubeheer. In de implementatiehandleiding (zie bijlage 4) zijn andere belangrijke

aandachtspunten opgenomen die van belang zijn bij de implementatie van de verordening.

5. Bijlagen

Deze ledenbrief bevat 4 bijlagen: Bijlage 1 -

Was-wordt-tabel wijziging Model Afvalstoffenverordening met artikelsgewijze

toelichting: Deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging

van de verordening.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/3

Bijlage 2 -

Model Raadsbesluit wijziging Afvalstoffenverordening: Opgemaakt in Word 2.0 format (DROP) voor publicatie, zonder toelichting.

Bijlage 3 -

Geconsolideerde tekst Model Afvalstoffenverordening, met wijzigingen bijgehouden.

Bijlage 4 -

Implementatiehandleiding bij de Model Afvalstoffenverordening:

Nadere toelichting van de te maken keuzes.

6. Meer informatie

De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelqevinq.nl). De VNG-

modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/). Verder is de Model Afvalstoffenverordening te vinden op de website van de NVRD (www.nvrd.nl). Inhoudelijke vragen over de modelverordening kunt u stellen via het

Informatiecentrum van de VNG en de NVRD.

Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Informatiecentrum van de VNG (070-373 8393 of e-mail: info@vnq.nl).

Met vriendelijke groet,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/3

(vng) Implementatiehandleiding bij de Model Afvalstoffenverordening (gewijzigd model, maart 2021)

Algemeen De Model Afvalstoffenverordening kent diverse artikelen die facultatieve of nader door de gemeente in te vullen onderdelen of keuzemogelijkheden bevatten. In de tekst van de

modelverordening en de daarbij behorende toelichting worden deze onderdelen weergegeven met behulp van de VNG Leeswijzer modelbepalingen. Uiteraard is het gehele model in zekere zin facultatief. Facultatief zoals cursief aangeduid in het model betekent echter dat de keuze

om deze onderdelen in het model op te nemen een bewuste keuze van een individuele gemeente dient te zijn. Uiteraard kan onafhankelijk van de keuzes die specifiek worden aangegeven in de modelverordening, ook op andere punten worden gekozen voor lokaal

maatwerk en kunnen bepalingen worden aangepast of toegevoegd. Gemeenten die ervoor

kiezen om andere bepalingen dan de facultatieve bepalingen niet over te nemen, deze in gewijzigde vorm over te nemen of deze aan te vullen, moeten er zelf scherp op zijn dat deze

keuzes in lijn zijn met de relevante regelgeving én dat deze stroken met de systematiek van de bepalingen die wel overgenomen worden.

Verder is de toelichting bij de Model Afvalstoffenverordening grotendeels zo opgesteld dat gemeenten deze kunnen overnemen als ze ook de bepaling waar deze bij hoort (ongewijzigd) overnemen. Afhankelijk van de gemaakte keuzes zullen dus ook bepaalde onderdelen van de

toelichting wel of juist niet geschikt zijn voor overname. Voor een goed beeld dient de toelichting in samenhang met de VNG ledenbrief en de implementatiehandleiding gelezen te

worden.

Hieronder wordt in aanvulling daarop ingegaan op de keuzemogelijkheden die gemeenten hebben. Aanhef

De grondslag artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren wordt in de aanhef vermeld als de

facultatieve paragraaf 4a inzake de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren wordt opgenomen in de Afvalstoffenverordening.

Artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna: Besluit GIHA) biedt een grondslag voor het niet gescheiden inzamelen van bioafval en/of kunststoffen, metaal of glas. Deze grondslag wordt opgenomen in de aanhef als het

facultatieve artikel 7, [zesde lid (variant A) OF derde lid (variant B)] wordt geregeld in de verordening.

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst Inleiding

De raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) dragen

ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) zorg voor het

beheer van huishoudelijke afvalstoffen, al dan niet in samenwerking met anderen gemeenten. Voor de uitvoering van deze taak wordt in artikel 3 een inzameldienst aangewezen. Daarbij moet worden gekozen of de inzameldienst een gemeentelijk organisatieonderdeel of een

externe partij zal zijn. Deze keuze kent de nodige nuances die van belang zijn voor de vraag Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

naar de voorbereiding, gelet op Europese eisen van het aanbestedingsrecht, het mededingingsrecht en de Dienstenrichtlijn. Verhouding aanwijzingsbesluit tot aanbestedingsrecht

Veelal zal de aanwijzing van de inzameldienst gepaard gaan met het sluiten van een overeenkomst met deze inzameldienst. Het aanbestedingsrecht kan eisen stellen aan de voorbereiding van die overeenkomst. Het gaat het bestek van deze implementatiehandleiding

te buiten om daarvan alle mogelijkheden te schetsen. Het zal sterk afhangen van de concrete lokale keuzes, zowel ten aanzien van de aan te wijzen organisatie, de afspraken die daarmee

worden gemaakt en de aanwijzing. Daarom kan op deze plaats geen uitputtend overzicht van de (on)mogelijkheden worden gegeven. Wel zijn enkele algemene aandachtspunten geformuleerd in verband met de mogelijke betekenis van het aanbestedingsrecht en de voorbereiding, vormgeving en inhoud van een aanwijzingsbesluit, die bij de concrete

toepassing behulpzaam kunnen zijn. Inbesteden, quasi-inbesteden, aanbesteden

Wanneer de opdracht betrekking heeft op een dienstonderdeel van de gemeentelijke organisatie, dan is sprake van zuiver inbesteden en zijn de regels van het aanbestedingsrecht niet van toepassing. Het blijft dan eenvoudigweg de gemeente zelf die ter uitvoering van de

aan haar opgedragen zorg voor de inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen een inzameldienst voert. Ook in gevallen van quasi-inbesteden kan sprake zijn van een

uitzondering op de aanbestedingsregels (zie daarvoor de zogenoemde Teckal-doctrine). Vaak zal er dan sprake zijn van enige juridische zelfstandigheid of samenwerking met andere gemeenten, zonder dat beoogd is dat de inzameldienst actief wordt in het economische verkeer. Vaststaat dat in gevallen waarin sprake is van aanbesteding van de opdracht aan

een private partij, een onderneming, bij de voorbereiding van het aanwijzingsbesluit wel vaak

met de te volgen aanbestedingsprocedure rekening gehouden moeten worden.

Uitsluitend recht

Een aanwijzingsbesluit overeenkomstig artikel 3 van de modelverordening kan in de praktijk worden gekwalificeerd als een uitsluitend recht, in de zin van artikel 1.1 van de Aanbestedingswet. Dat is in de gemeentelijke praktijk ook niet ongebruikelijk. De aanbestedingsprocedures zijn dan niet van

toepassing op de totstandkoming van de overeenkomst. Wel dient dan rekening te worden gehouden met vergelijkbare Europeesrechtelijke eisen (non-discriminatie, transparantie en objectiviteit) die op grond van het Europese recht kunnen gelden bij de voorbereiding van het aanwijzingsbesluit. Of dat

het geval is, ligt aan de omstandigheden van het geval. Wanneer het gaat om de aanwijzing van een overheidsbedrijf zal een aanwijzing zonder voorafgaande oproep tot mededing niet per se

onevenredig hoeven te zijn (zie Hoge Raad 18 november 2011, LJN B44900 (AVR/Westland)). Wanneer het aanwijzingsbesluit een uitsluitend recht verleent aan een private onderneming, is dat evenwel minder vanzelfsprekend. Het is dus goed om ook wanneer niet met een aanbesteding of

voorafgaande oproep tot mededingen wordt gewerkt, aandacht te besteden aan de verenigbaarheid daarvan met het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna: VWEU), in het bijzonder het ingevolge artikel 106 van het VWEU geldende verbod op discriminatie. Vorm voor toekenning uitsluitend recht Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Een uitsluitend recht kan op grond van artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012 bij of krachtens wettelijk voorschrift of besluit van een bestuursorgaan worden verleend. Let echter op dat dit begrip mogelijk richtlijnconform moet worden geïnterpreteerd, zodat sprake moet zijn van algemeen verbindende voorschriften (Rechtbank Gelderland 29 juli 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:5490). Vast lijkt

te staan dat een uitsluitend recht niet slechts bij voorbereidingsbesluit voor privaatrechtelijk handelen kan worden verleend. Om twijfel te vermijden, kan ervoor gekozen worden de aanwijzing van een inzameldienst op te nemen in artikel 3 zelf (variant A) of in het uitvoeringsbesluit met nadere regels op basis van de Afvalstoffenverordening (variant B).

Wel of geen dienst volgens de Dienstenrichtlijn Het inzamelen van huishoudelijk afval is als publieke taak bij de gemeente belegd (op grond van

artikel 10.21 van de Wm). Op grond van artikel 2, tweede lid, is daarom het inzamelen van afval een ‘(niet-economische) dienst van algemeen belang', uitgezonderd van de werking van de Dienstenrichtlijn. Het inzamelen van ander afval, zoals bedrijfsafval, is een dienst van algemeen economisch belang. Dit vallen wel onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn.

Beperkingen aan de duur van uitsluitend recht voor diensten Wat betreft de inhoud van het aanwijzingsbesluit waarbij een uitsluitend recht wordt toegekend aan een commerciële partij is recente jurisprudentie van belang. Ingevolge Hof van Justitie van de

Europese Unie 1 oktober 2015, gevoegde zaken C-340/14 en C-341/14, ECLI:EU:C:2015:641

(Amstelboats) is het op grond van de Dienstenrichtlijn niet toegestaan om schaarse vergunningen,

zoals een vergunning voor het varen met een rondvaartboot door de grachten van Amsterdam, toe te kennen voor onbepaalde tijd. Dit kan tevens relevant zijn voor aanwijzingsbesluiten waarin uitsluitende rechten worden toegekend aan anderen dan een eigen gemeentelijke inzameldienst. Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars

Het voorgaande is mogelijk ook van overeenkomstige toepassing op de regulering van andere

inzamelaars. Voor deze geldt dat hun aanwijzing het karakter heeft van een vergunning of toestemming. Voor het uitoefenen van hun dienst zijn de overige inzamelaars van deze aanwijzing afhankelijk. Deze dienst - het inzamelen van afvalstoffen - wordt in veel gevallen tegen vergoeding verricht. De aanwijzing als inzamelaar kan daarom gelden als vergunning in de zin van de Dienstenrichtlijn (artikel 4 van de Dienstenrichtlijn). Uit jurisprudentie inzake schaarse vergunningen (Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van

State (hierna: ABRvS) 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927 (Speelautomatenhal Vlaardingen) en ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1847 (Rijksinpassingsplan Windpark

Zeewolde)) volgt dat de vergunning niet voor een buitensporig lange termijn mag worden verleend en dat door een passende mate van bekendmaking andere geïnteresseerde partijen in staat moeten

worden gesteld om mee te dingen naar de vergunning. Hoewel concrete uitspraken hierover op dit moment nog niet bekend zijn, is er een kans dat de jurisprudentie inzake schaarse vergunningen ook

toegepast moet worden bij de aanwijzing van andere inzamelaars. Dit zou tot gevolg hebben dat de

aanwijzing in de tijd begrensd moet zijn. Dit geldt ook voor aanwijzingsbesluiten die al zijn genomen. Wanneer de gemeente ervoor kiest om het aantal aanwijzingen te beperken, wordt de aanwijzing

schaars. Deze beperking moet gerechtvaardigd worden, ook als het aantal andere inzamelaars tot nul beperkt zou worden, bijvoorbeeld met een beroep op de doelmatigheid van het beheer (artikel 10.14

van de Wm). Zie onder andere r.o. 2.5.2 en 2.5.3 van ABRvS 8 november 2006,

ECLI:NL:RVS:2006:AZ1755 (Gemeente Meerssen), opgenomen in Gst. 2007, 132 m.nt. Teunissen en Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

r.o. 5.1 en 5.2 van ABRvS 20 februari 2019 (TIS/AVRI), ECLI:NL:RVS:2019:543). Tweede lid

Artikel 4 regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie

categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen (eerste lid). Als een inzamelaar is aangewezen, gaat het om een beschikking waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en

beperkingen kunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend

als sprake zou zijn van niet tijdig beslissen (variant 1). Gemeenten kunnen ook ervoor kiezen

om artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing te verklaren, als artikel 3, variant B, is overgenomen (variant 2).

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Dit artikel laat een keuzemogelijkheid, afhankelijk van de vraag of de gemeente een eigen milieustraat heeft of dat deze in samenwerking met een naastgelegen gemeente ter

beschikking is gesteld. Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling

In dit artikel worden de bestanddelen aangewezen die gescheiden worden ingezameld door

de inzameldienst en die ook gescheiden ter inzameling aangeboden dienen te worden. Artikel 1 van het Besluit GIHA geeft aan welke bestanddelen ten minste gescheiden moeten worden ingezameld. Indien van artikel 1 van het Besluit GIHA wordt afgeweken, moet dat opgenomen

worden in de verordening. De mogelijkheid om af te wijken van het Besluit GIHA is beperkt tot bioafval, kunststoffen, metaal en glas. Indien gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid om

af te wijken, dan is de (Inspraak)verordening op grond van artikel 150 van de Gemeentewet van toepassing (artikel 2, tweede lid, van het Besluit GIHA). Bij nadere regels kan daarom

niet afgeweken worden van de gescheiden inzameling, zoals die voorgeschreven is in artikel 1 van het Besluit GIHA. Daarom is bij beide varianten een laatste lid (facultatief) opgenomen waarbij bepaald kan worden welke bestanddelen gezamenlijk met elkaar of met het restafval

worden ingezameld. Variant A regelt het aanwijzen van bestanddelen die gescheiden worden ingezameld zo veel

mogelijk op het niveau van de verordening zelf. In deze variant worden de bestanddelen die

gescheiden ingezameld worden, met de frequentie en de locatiekeuze (bij of nabij elk perceel)

gekozen. In het tweede lid kunnen gedeelten van de gemeente daarvan uitgezonderd worden. Bijvoorbeeld vanwege bepaalde bebouwingstypen, of omdat het een centrumgebied betreft

waarvoor een ander inzamelregime wordt gehanteerd. Het eerste lid wijst voor een bepaald bestanddeel zowel de frequentie als de locatie aan. Als er andere bestanddelen zijn met een andere frequentie of locatie, bijvoorbeeld in verband met het omgekeerd inzamelen, dan kan

dat geregeld worden voor dat bestanddeel.

Er zal echter altijd een bepaling moeten worden gebruikt zoals het vijfde lid, waarin voor het resterende afval een regeling wordt gegeven. Bepaalde locaties of bebouwingstypen kunnen daarvan

worden uitgezonderd. Variant A gaat dus uit van een volledige regeling op het niveau van de verordening. Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

In variant B wordt de regeling van de aanwijzing van te onderscheiden bestanddelen afvalstoffen, inclusief de frequentie en locatie daarvan, overgelaten aan regeling van het college, volgens de

hoofdlijnen die in het tweede lid door de raad wordt gesteld. Dat wil zeggen dat de raad kan aanwijzen welke bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen in ieder geval gescheiden worden aangeboden. Artikel 8. Gescheiden aanbieding

Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Voor het deel dat niet gescheiden wordt ingezameld, kunnen gemeenten volgens het facultatieve

tweede lid regelen dat de niet-afzonderlijke aanbieding van de huishoudelijke afvalstoffen is toegestaan. Op grond van het facultatieve derde lid kan het college nadere regels stellen. Er kunnen

concrete omschrijvingen van de bestanddelen worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden (welles/nieteslijst). Ook kan van de

vrijstellingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen.

Zo zal het niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het groente-, fruit- en

tuinafval (GFT-afval) voorkomt. Het is niet mogelijk om bij nadere regels af te wijken van de

verplichting om gescheiden in te zamelen en aan te bieden, voor zover die verplichting voortvloeit uit artikel 1 van het Besluit GIHA. Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding

Op grond van het eerste lid kan het college regels stellen over de verschillende inzamelmiddelen en

inzamelvoorzieningen. Deze regels kunnen zien op de manier waarop huishoudens en personen

gebruik kunnen maken van die middelen en voorzieningen. Daarbij moet de gemeente speciale

aandacht houden voor de regels die gelden voor de verwerking van persoonsgegevens, met name de Algemene Verordening Gegevensbescherming (2016/679/EU) (hierna: AVG). Als de gemeente

gegevens registreert, bijvoorbeeld bij de aanvraag van een bioafvalemmer, klikobak of afvalpas, is aannemelijk dat hetgeen geregistreerd wordt, een persoonsgegeven is waarop de AVG van

toepassing is. Het gaat dan bijvoorbeeld om het gegeven dat voor een bepaald adres een afvalpas is verstrekt, of hoeveel en wanneer met die afvalpas afval wordt aangeboden. De AVG schrijft dan onder

meer voor dat de persoonsgegevens alleen rechtmatig verwerkt kunnen worden voor zover deze

noodzakelijk zijn met het oog op het publieke belang (artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG). De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft vastgesteld dat verwerking van persoonsgegevens bij de

afvalpas van de Gemeente Arnhem niet aan die eisen van noodzakelijkheid voldeed (zie autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/ap-gemeente-arnhem-past-afvalsysteem-aan). Het advies is

om deze opvatting te betrekken bij de wijze waarop de gemeente persoonsgegevens verwerkt voor

afvalpassen. De Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (hierna: NVRD) heeft bruikbare factsheets, stappenplannen en modellen beschikbaar op nvrd.nl/paginas/openbaar/dossier-actueel/privacy. Naast het noodzakelijkheidscriterium heeft een gemeente die persoonsgegevens verwerkt onder meer te zorgen voor een adequate beveiliging en

geldt de verplichting om een privacyverklaring op te stellen.

Voor inzamelvoorzieningen geldt dat de gemeente hierover regels kan stellen op grond van artikel 10. De gemeente moet voor inzamelvoorzieningen ook een besluit nemen over de locaties waar deze inzamelvoorzieningen geplaatst worden (zie ABRvS 2 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2061 en Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

tevens de factsheet van de NVRD op: https://www.nvrd.nl/nieuwsberichten/2020/factsheet-overplaatsing-ondergrondse-afvalcontainers-gereed). Het besluit over de locaties kan een onderdeel zijn

van een nadere regeling op grond van dit artikel of bijvoorbeeld een los locatiebesluit. In beide

gevallen is het besluit (of onderdeel ervan) appellabel. Onder de Omgevingswet (Ow) is het ook

mogelijk om dit op te nemen in het omgevingsplan. Het tweede en derde lid bieden een facultatieve bepaling om een afzonderlijke regel op te nemen die een grondslag biedt om handhavend op te treden tegen niet binnengehaalde inzamelmiddelen. De

mogelijkheid van een uitzondering daarop, door middel van een vrijstelling, zal zich vooral voordoen

als er bebouwingstypen in de gemeente zijn waar het fysiek niet mogelijk is om de gehanteerde inzamelmiddelen, zoals een minicontainer, op het eigen perceel binnen te halen. Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte

In het derde lid wordt de mogelijkheid gegeven waarmee morgensterren of stadsjuffers rechtmatig

ter inzameling gereedstaande afvalstoffen kunnen doorzoeken als zij daardoor geen zwerfafval

veroorzaken. Als het facultatieve deel in het derde lid niet wordt overgenomen, ontstaat een striktere regel die alle doorzoeken verbiedt. Het is dus een beleidskeuze op welke wijze hiermee wordt

omgegaan.

Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk Het facultatieve artikel 15a heeft als doel de verspreiding van ongewenst drukwerk, en

daarmee uiteindelijk afval, te voorkomen. De grondslag voor dit artikel is artikel 10.23 van de Wm. Bladen en drukwerk met ‘redactionele' inhoud onderscheiden zich van reclamedrukwerk

zonder redactionele inhoud. De hoeveel redactionele inhoud (van nieuws en informatie uit het

verspreidingsgebied) van een huis-aan-huisblad ten opzichte van de reclame wordt uitgedrukt in een percentage (eerste lid). Het percentage van 10% is naar verwachting toereikend om het te onderscheiden van reclamedrukwerk. Een hoger percentage beperkt de

verspreidingsmogelijkheden van partijen die afhankelijk zijn van reclame-inkomsten voor het

rendabel exploiteren van een nieuwsmedium. Daarmee zou het de bestaansmogelijkheid van dat nieuwsmedium kunnen beperken. Een dergelijke beperking zou in strijd kunnen zijn met

de persvrijheid (artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)). In het derde lid is bepaald dat de gemeente bezorging van ongeadresseerd reclamedrukwerk uitsluitend toestaat als de ontvangende bewoner of gebruiker van een perceel (een woning,

bedrijf of woonschip) onmiskenbaar - met een ja-ja sticker - duidelijk heeft gemaakt dat hij

het ongeadresseerde reclamedrukwerk wil ontvangen. Daarbij gaat het niet alleen om de bezorging maar ook om het laten bezorgen. De adverteerders dienen zich ook aan dit

zogenoemde opt-in systeem te houden (zie Gerechtshof Amsterdam 24 september 2019,

ECLI:NL:GHAMS:2019:3423). Voor de formulering van het derde lid dient een keuze gemaakt te worden.

Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren De wetgever heeft gemeenten bevoegd gemaakt om regels te stellen over het aangeven,

bewaren, ophalen en overdragen van kadavers van gezelschapsdieren (zie artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren). Bijlage 4/4 bij VNG leden brief, maart 2021

Hierbij geldt dat Rendac Son B.V. onder alle omstandigheden het eindstation is van de

kadavers (zie artikel 3.21, tweede lid, van de Regeling dierlijke producten. De gemeente regelt op welke wijze de kadavers aan Rendac Son B.V. worden overgedragen. Daarom zal

de gemeente moeten regelen welke partij belast wordt met het inzamelen, bewaren en overdragen van de kadavers aan Rendac Son B.V.

Inzamelen via milieustraat/inzamelplaats

Voor de gemeente is het een optie om mogelijk te maken dat kadavers van gezelschapsdieren via de inzamelplaats/milieustraat aan Rendac Son B.V. worden

overgedragen. De inzamelplaats/milieustraat bewaart de kadavers op de wettelijk

voorgeschreven wijze. Bij of krachtens de verordening wordt de inzameling op de milieustraat mogelijk gemaakt. De

gemeente moet dan wel afspraken maken met Rendac Son B.V. Artikel 3.5, tweede en derde

lid, van de Wet dieren, ziet op deze overeenkomst.

Afgeven bij dierenartsen of andere ondernemer Een alternatief voor inzameling op de inzamelplaats/milieustraat is dat de gemeente een andere ondernemer het bewaren, ophalen en overdragen aan Rendac Son B.V. kan laten

verzorgen. Dierenartsen en dierenklinieken zouden dat kunnen en misschien willen doen. De

ondernemer die aangewezen wordt, moet net als de milieustraat voldoen aan de voorwaarden die de wet stelt aan de opslag en verzameling van deze zgn. cat. 1 kadavers. Deze ondernemer kan een tarief rekenen voor deze dienst. Dit tarief zal naar verwachting het wettelijke tarief van Rendac Son B.V. omvatten en daarbovenop nog een vergoeding voor de

kosten die de ondernemer maakt. Dit maakt deze wijze van afgeven van het kadaver van het gezelschapsdier potentieel duur voor de eigenaar. Dat houdt het risico in zich dat de eigenaar, als deze geen betaalbare of kosteloze alternatieven heeft, zijn overleden huisdier

op een andere, mogelijk illegale, manier verwijdert. Het verdient daarom niet de aanbeveling om commerciële ondernemers als enigen aan te wijzen voor de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren, maar deze mogelijkheid te

benutten in aanvulling op inzameling op een inzamelplaats/milieustraat. Inzamelen door de inzameldienst

Inzamelen door een inzameldienst is theoretisch mogelijk, maar ligt niet voor de hand. De inzameldienst heeft, naar verwachting, niet de capaciteit om de kadavers op te halen binnen

een verantwoorde termijn. In het tweede lid worden twee keuzes gegeven voor de aanwijzing. De gemeente kan ervoor

kiezen om de gemeentelijke verzamelplaats aan te wijzen, maar het mag ook een ondernemer zijn, ook beide mag. Het is van belang om ook bij de aanwijzing van deze inzamelaar

aandacht te besteden aan ontwikkelingen in de jurisprudentie met betrekking tot schaarse vergunningen, zie daarvoor ook de opmerkingen bij de artikelen 3 en 4 van deze implementatiehandleiding. Het derde lid bevat de verplichting voor de inzamelaar om de

kadavers aan te geven bij Rendac Son B.V. en deze aan die partij over te dragen. Het vierde

lid bevat de verplichting voor de houder om het kadaver af te geven aan degene die de inzameling daarvan doet. De gemeente maakt hier een keuze. Bijlage 4/4 bij VNG leden brief, maart 2021

Artikel 20. Strafbare feiten Als de gemeente het facultatieve artikel 19a in de verordening opneemt, wordt dit artikel hier

toegevoegd aan de opsomming van strafbare feiten,

Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Model -Afvalstoffenverordening-iOK (gewijzigd model, maart 2021)

Leeswijzer modelbepalingen

-

(...) of (bijvoorbeeld) [aantal] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 7, eerste lid, variant A. (iets£N/OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 5.

[/ets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 408, tweede lid. ((iets)] = een duiding ter Illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid, variant A. 2

Combinaties zijn ook mogelijk, zoals in zie bijvoorbeeld artikel 7.

Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden, zie bijvoorbeeld varianten A en B bil de artikelen 3 en 47.

Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief (zie ook de Imolementatiehandleiding. -bijlage bij de VNG ledenbrief).

Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeentel tot vaststelling van de Afvalstoffenverordening

[naam gemeente en eventueel jaartal) (Afvalstoffenverordening [naam gemeente en eventueel jaartal))

De raad van de gemeente [naam gemeente);

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van (datum en nummer); gelet op de artikelenen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de

Wet milieubeheerlZ, OF en] [artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren]] )en artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen]:

{rekening houdend met het gemeentelijk milieubeleidsplan;] [gezien het advies van de [naam commissie] en het verslag van de inspraakprocedure].;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Afvalstoffenverordening [naam gemeente en eventueel jaartal).

S1. Algemeen

Artikel 1. Begrippen Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

- inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden;

- inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats;

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Met opmaak: lettertype: Vet

- inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats

ten behoeve van meerdere huishoudens:

_perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.

§ 2. Huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst Variant A

1. De Jfgemeentelijke inzameldienst)] is als inzameldienst belast met de Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

Met opmaak: Lettertype: Niet Vet

2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.

Variant B

1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan -die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissenbeslissine) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de voorbereiding van de

wijzing

Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars

1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:

a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of

c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. [2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissenbeslissine) is niet van toepassing)

QF Artikel 4 Regulering

andere

'amelaor

1. Het is anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Met opmaak: Niet Markeren

a-

daartoe is-aangewezen door burgemeester

b-

bij nadere regels van burgemeester en wethouder;

ethoudcn het verbod is vrijgesteld; of

verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef

onderdeel b, of vierde lid,

j2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld In het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, .(variant B) van overeenkomstige toepassing.]

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats [binnen de gemeente OF binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt), waar in voldoende mate

gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval,

achter te laten.

Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of

c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.

VariantA

Variant A

1. De inzameldienst zamelt [... (bestanddeel of bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld groente-, fruit' en tuinafvalbioafvalj] ten minste eenmaal per (week OF [aantal, weken] afzonderlijk, [bij OF nabij] elk perceel in. [2. In afwijking van het eerste lid, wordt [bestanddeel van huishoudelijke afvalstoffen genoemd in het eerste lid] in [[(aanduiding van delen-bepaalde locatiesvan de gemeenten/1 OF ([aanduiding van

[i (zo nodig model eerste lid en tweede lid herhalen voor andere bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen waarvoor een andere frequentie van afzonderlijke inzameling moet gelden of die niet 'bij' maar 'nabij' elk perceel afzonderlijk worden ingezameld.)]]

I

(zo nodig model tweede lid opnieuw gebruiken om voor bepaald gebied af te wijken van het derde lid.)]] 5. De resterende huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van grof huishoudelijk afval, worden ten minste eenmaal per (week OF [aantal] weken] ingezameld [bij elk perceel OF bij inzamelvoorzieningen nabij elk perceel], [met uitzondering van [aanduiding van (bepaalde locatiesj of-OF -[aanduiding van bepaalde bebouwingstypenl bouwtypen binnen de gemeentel],

16. [Bioafval wordt inaezameld met [andere afvalstroom (bijvoorbeeld restafvalll [in de [aanduiding van bepaalde locaties]! OF I... (bijvoorbeeld plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartonsjl worden gezamenlijk inaezameld. J]

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Met opmaak: Niet Markeren Met opmaak: Niet Markeren

Variant B 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.

2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld:

J- -groente-, fruit

tuinafvolbioafval;

Met opmaak: Niet Markeren

- papier en karton; - metaal:

- glas; - textiel;

- kunststof verpakkingsmateriaal;

-elektrische of elektronische apparatuur;

klein chemisch ofval; -fandere omschrijving].]

Met opmaak: Niet Markeren

[3. IBioofvol wordt ingezameld met [andere afvalstroom /bijvoorbeeld restafval)] [in de [aanduiding van bepaalde locaties]]. OF [... /bijvoorbeeld plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons» worden gezamenlijk inaezameld.ï]]

Met opmaak: Niet Markeren

In het belang vai >en doelmatig afvalstoffenbeheer kunnen burgemeester en wethouders de van afzonderlijk -te-zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het b fractii daarvan, achterwege laten.]

Met opmaak: Niet Markeren

r lid, of

Artikel 8. Gescheiden aanbieding (J.j Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk:

a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaatSr_als_bedoeld in artikel 5. [2. In afwijking van het eerste lid is het verboden de [bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen

waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artikel 71 anders aan te bieden dan

afzonderlijk of gezamenlijk met de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, genoemd in artikel 7, Izesde /variant Al OF derde /variant B)l lid.]

Met opmaak: Niet Markeren

^Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van

Met opmaak: Niet Markeren

gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.].

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door

burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende

bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding [1.1 Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in

overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van:

a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzleningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.

[2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.]. 13. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels

kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.]

$ 3. Bedrijfsafvalstoffen

Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst

Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van krachtens artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling krachtens [citeertitel verordening Verordening Ggemeenteliike reinigingsheffingen] verschuldigde heffing is voldaan.

Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door

de inzameldienst aan te bled^n; aan de inzameidienstof over te dragen, of bij de-een inzamelplaatSr- als

bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.

2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, efoverdragen of

achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het tweede lid, inhouden.

§ 4. Zwerfafval en overige

Artikel 14. Dumpingsverbod

1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

-ƒ Met opmaak: Niet Markeren

b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is

ontstaan;

c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwel of

het Besluit bodemkwaliteit.

3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend Is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld In strijd met dit artikel.

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte

1. Het Is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of

andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.

2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene

die het In de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden [zwerfafval te veroorzaken door\ ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze

anderszins te behandelen.

Variant B Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimt)

1. Het

verboden huishoudelijke afvalstoffc

perceel, achter te laten andere

ddelen ter

'an beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaon buiten

de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of

lameling van deze afvalstoffen.

2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in

ü van het eerste

lid in de openbare ruimte wordt woggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene

Met opmaak: Inspringing: Links: 0 cm, Eerste regel: 0

cm

die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.

3. Het is verboden ter inzameling gcrcedstaande-efvalstoffen of i

dmiddelon te dooriock

verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze ander;

4-te

te behandelen.

\Artikel 15o. Onaeadresseerd drukwerk 1. In dit artikel wordt verstaan onder: - huis-aan-huisblad: onaeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste loandeel (bijvoorbeeld 10%)l van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame:

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Met opmaak: Inspringing: Links: 0 cm, Verkeerd om: 0,02 cm. Rechts: 0,01 cm, Afstand Na: 0,15 pt. Regelafstand: Meerdere 1,35 rg

- ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a. een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten;

b. drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties.

2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een oerceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenboar heeft gemgokt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. [3. [Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend worden bezorgd bil een perceel als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan. OF Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen bij een oerceel, tenzij de bewoner kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.1]

Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen

worden genuttigd£ draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting; van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.

2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere

materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.

3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.

2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens

opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het

wegdek te verzekeren.

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht

Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of

overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Artikel 19. Ontdoen van autowrakken

Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door

afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.

[§ 4a. Kadavers van gezelschapsdieren

Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of

rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. f2. Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld.

EN/OF 2.

Burgemeester en wethouders kunnen een ondernemer aanwiizen die [tevens] belast is met de

inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. 1 3.

Van inaezomelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B. V. De kadavers worden bewaard en

overaedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bil of krachtens artikel 3.1 van

de Wet dieren.

4.

Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aonaetroffen.

geeft de houder van het kadaver dit af fop een aangewezen verzamelplaats OF aan de ondernemer.

bedoeld in het tweede lidl. 5.

Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dot er geen vermenging is met ander

materiaal. 6.

Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dot wordt begraven op een terrein dot ter

beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterllik de eerste werkdag na overlijden wordt

afaeaeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d. van de

Verordening 1069/2009/EG.]

$ 5. Handhaving en toezicht

Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van het bil of krachtens de artikelen 4, artikels^ of van artikel 8 tot en met artikel 10 en artikel

12 tot en met artikel 19lol bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel la, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 21. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en

wethouders aangewezen ambtenaren.

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Artikel 33. Intrekking

*

Met opmaak: Inspringing: links: -0.03 cm, Verkeerd-om: 0,02 cm, Afstand Na: 3,15 pt

erordening

Artikel 3322. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en oOvergangsrecht

Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt:

a. in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt "Waterwet" vervangen door "Omgevingswet"; b. in artikel 16 vervallen de aanduiding “1," voor het eerste lid, en het tweede en derde lid:

c. in artikel 18 vervalt "en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer" en na het slot van het artikel wordt toegevoegd "Het verbod geldt niet als voor de

opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunnine is afgegeven/':

d. in artikel 19 wordt "anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken" vervangen door "anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen";

e. in artikel 21 wordt na "Wet algemene bepalingen omgevingsrecht" ingevoegd "of artikel 18.6 van de Omgevingswet"

Artikel 233. Intrekking oude verordening De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken

Artikel 24. Inwerkingtreding en ^citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van [datum]-?

2^Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening [naam gemeente en eventueel jaartal].

Artikel 35. Inwerkingtreding

erordening ng treedt in werking met ingang Deze verorden

Idatum-

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]

De voorzitter, De griffier.

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

ƒ

Met opmaak: Niet Markeren

TOELICHTING

NB Deze toelichting is geschreven met de Imoaeliike) keuzes die in de Model Afvalstoffenverordenina gemaakt zijn in gedachten. Als een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting moaeliik niet aan. Wel kan ze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld dient deze toelichting in samenhana met de hierbij behorende

VNG ledenbrief en implementatiehandleiding gelezen te worden.

1. Inleiding öe

‘erordeningDe Afvalstoffenverordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met

inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In

een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het

afval gescheiden dienen te worden veranderd. Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheiding van

kunststof mogelijk. Gemeenten werken mee In het Programma Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval V.

Afval Naar Grondstof (VANG) om te komen tot minder huishoudelijk afval en tot

het beschikbaar krijgen van meer waardevolle grondstoffen van de juiste kwaliteit-eer»

lindoring van

hot restafval por persoon per jaar en om eon verbetering te bereiken van de kwaliteit van afvalscheiding

en inzameling. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein.

Grondslagen

De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm), waarin de raad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een

aAfvalstoffenverordening vast te stellen. De regels over het zwerfafval houden verband met de regels van

de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) -voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang

met het onderwerp van de Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening. De artikelen 10.24,

tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wm bevatten voorschriften waaraan de Afvalstoffenverordening moet voldoen.

[De opname van paragraaf 4a inzake de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren heeft als grondslag artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren.]

lArtikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna: Besluit GIHAIr biedt een grondslag voor het niet gescheiden inzamelen van bioafval of kunststoffen, metaal en

glas. Deze grondslag is gebruikt voor artikel 7, [zesde lid (variant Al OF derde lid (variant BJ/.l

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

2. Hoofdlijnen van de Afvalstoffenverordening Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (jcantoorew,

Met opmaak: Niet Markeren

winkel- en&; dienstvorlenorsdienstensector (hierna: KWD-sector)) waar die afvalstoffen ontstaan - of

Met opmerkingen [Al]: Waarom hier ook niet kantoren, winkels en diensten (KWDJ? Zie ook verderop

waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De Afvalstoffenverordening bevat regels over

huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte! en kadavers van gezelschapsdieren].

Huishoudelijke afvalstoffen

Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe [bij OF krachtens] deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de

praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële

instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval

verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld.

Gescheiden inzameling van huishoudelijk afval Scheiden van de volgende bestanddelen van huishoudelijk afval is op grond van artikel 1 van het Besluit GIHA de norm:

a. bioafval;

c. metaal: d. kunststof: e.glas: f. textiel (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025);

g. gevaarlijke afvalstoffen (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025);

h. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

De Afvalstoffenverordening geeft uitvoering aan de opdracht van artikel 3 van het Besluit GIHA om de verordening aan te passen om te voldoen aan de artikelen 1 en 2 van het Besluit GIHA. [Afzien van scheiding van bioafval is, op grond van artikel 2, eerste lid, onder a, van het Besluit GIHA

mogelijk, indien daarbij voldaan is aan artikel 10, derde lid, onder c of d, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.

De scheiding van bioafval is [technisch niet haalbaar OF brengt hoge economische kosten met zich mee] (zie artikel 7). In artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen staat:

"c. gescheiden inzameling is technisch niet haalbaar wanneer rekening wordt gehouden met goede

praktijken op het gebied van afvalinzameling:

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Met opmaalc Niet Markeren

d. gescheiden inzameling zou buitensporig hoge economische kosten meebrengen, rekening houdend met

de kosten van negatieve milieu- en gezondheidseffecten van gemengde afvalinzameling en -verwerking. het potentieel voor efficiëntieverbeterincien op het gebied van afvalinzamelinQ en -verwerking, inkomsten

uit de verkoop van secundaire grondstoffen alsook de toepassing van het beginsel „de vervuiler betaalt"

en uitaebreide producentenverantwoordelijkheid.". Met opmaak: Inspringing: Links: -0,03 cm, Rechts: 0,01 cm___________________________________ Met opmaak: Onderstrepen

Met opmaak: Inspringing: Links: 0 cm, Eerste regel: 0 cm

Artikel 10, eerste lid, ondereen d, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen:

cj Q6!

-ifh

ordtgehouden

goede

rekening houdendmet deko

ki

gemengde-eb

in ofvolinzome

rkinp) inkomsten

■ng-

1

[Het is toeoestaan om af te zien van gescheiden inzameling van glas, metaal of kunststoffen als voldaan is aan artikel 10, eerste lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Voorde gemeente is van deze

mogelijkheid gebruik gemaakt voor wat betreft [plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en

drankkartons (hierna: PMD) OF [ander niet gescheiden ingezamelde bestanddelen van huishoudelijke

afvalstoffen] (zie artikel 7)]. De gezamenlijke inzameling van [PMD OF metaal en kunststoffen] is niet van invloed op het potentieel van

hergebruik, recycling of andere nuttige toepassing. [... (toelichting maatregelen, bijvoorbeeld nascheidingj] Artikel 10, eerste lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen regelt:

Artikel 10, eerste lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.

a. het inzamelen van bepaalde soorten afval is niet van invloed op het potentieel ervan om overeenkomstig artikel 4 fvan de Kaderrichtlijn afvalstoffen) voorbereiding voor hergebruik, recycling of

andere behandelingen voor nuttige toepassing te ondergaan en levert een output van die handelingen op waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt bereikt:

"a. het inzamelen van bepaalde soorten afval is niet van invloed op het potentieel ervan om

overeenkomstig artikel 4 fvan de Kaderrichtlijn afvalstoffen) voorbereiding voor hergebruik, recycling of

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

♦

Met opmaak: Inspringing: Links: -0,02 cm. Rechts: 0 cm

andere behandelingen voor nuttige toepassing te ondergaan en levert een output van die handelingen op waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt

bereikt;".

1 Met opmaak: Inspringing: Links: -0,02 cm, Rechts: 0 cm

In de nota van toelichting bij het Besluit GIHA wordt verwezen naar het Landelijk afvalbeheerplan (hierna: LAP). Daarin staat, met name voor bioafval, uitgebreid toegelicht in welke gevallen van de uitzondering

op de plicht tot gescheiden inzameling van de in artikel 1 van het Besluit GIHA genoemde huishoudelijke

afvalstoffen, gebruik kan worden gemaakt.

Als een uitzondering voor gescheiden inzameling wordt opgenomen in de Afvalstoffenverordening dient de gemeente met enige regelmaat de rechtmatigheid van deze bepaling(en) te bezien. Deze beoordeling vindt op zijn minst elke keer plaats op het moment dat in het LAP op dit punt nieuwe inzichten en beleid worden opgenomen.

Met ingang van 1 januari 2025 treden de onderdelen f en g van artikel 1 van het Besluit GIHA in werking.

Op grond daarvan moeten textiel en gevaarlijke afvalstoffen ook gescheiden worden ingezameld. De verordening hoeft, met het oog op de voorziene inwerkingtreding van deze onderdelen van het Besluit

GIHA niet aangepast te worden.

Bedrijfsafvalstoffen

Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door kantoren, winkels en diensten (hierna: KWB]-. sector binnen de gemeente van belang. De inzameling van dergedjk-bedrijfsafval kan plaatsvinden door

de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wm en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat

de orde is of die-de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte betreffen.

Afval in de openbare ruimte

Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping en bewuste ontdoening (weggooien of achterlaten)

maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt, verwaaid of aangevreten door

dieren. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor

het bestrijden van zwerfafval.

[Kadavers van gezelschapsdieren

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

De Afvalstoffenverordenina geeft eveneens uitvoering aan de verplichting van artikel 3.5 van de Wet dieren om regels op te nemen over het aanaeven, oohalen, overdraaen van kadavers van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/584/documents/26520