3.6 2023.03.21 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Daar heeft de heer Wittkamp ook al eigenlijk antwoord op gegeven over dat meer vertrouwen, blijkt dat nu ook echt daadwerkelijk dat dat komt door het Burgerberaad? Nou eigenlijk de heer Wittkamp heeft een goed antwoord gegeven. Het blijkt wel degelijk uit onderzoek dat dat inderdaad helpt en het geeft burgers ook meer democratisch zelfvertrouwen. Dus je ziet ook juist dat die afhakers in die zin echt weer aanhaken, en echt het idee hebben waar ze eerst daarvoor het idee hadden ‘ik heb geen verstand van politiek’, en, ‘ja, waarom mijn mening, wat doet het ertoe’, krijgen ze daarna dat idee wel: dit doet ertoe. En dat is natuurlijk heel mooi om te zien. Daarnaast is er heel recent onderzoek geweest. Is op een maart uitgekomen van het SCP, echt een burgerperspectief op burgerberaden specifiek van wat vindt de burger zelf er nu van, want we praten er als politici wel over maar wat vindt de burger zelf? En dan blijkt dat gewoon een hele ruime steun is voor het concept burgerberaden. Nou, ik weet even de prestatie niet uit mijn hoofd, maar in ieder geval een groot gedeelte van de mensen steunt het idee en zien het ook als een correctie op onze huidige democratische rechtsstaat, in die zin, om juist meer het beeld van burgers zelf mee te nemen. Dan heb ik er nog … Nee, dat dat waren ze.
De heer De Heer: Voorzitter, ik denk dat ik nog een vraag heb gemist, misschien zou ik die nog kunnen beantwoorden? De voorzitter: Zegt u het maar. De heer De Heer: Dat is een vraag van de heer Van Ballegooijen die volgens mij stelde: wordt zo'n uitkomst van een Burgerberaad door niet deelnemers nu beter ontvangen wanneer de uitkomst niet jouw uitkomst was dan wanneer dat je dat zonder een Burgerberaad had gedaan? Wat we daarvan leren, in ieder geval wat we lezen, is dat het wel het geval is. Ik vond het wel een heel mooi treffend voorbeeld ook hoe … In Ierland was er een Burgerberaad over abortus. Nou, een gigantisch gevoelig onderwerp, ook wat dat land enorm in tweeën verdeeld, heel veel felheid. Er was een burgerraad over. Iedereen hield een beetje zijn hart vast. Uiteindelijk was er een bepaalde consensus waarvan ook mensen die misschien heel erg tegen waren toen veel meer voor werden, en mensen die voor waren toch ook hun bezwaren ook wel kregen. Uiteindelijk was er een bepaalde consensus, en was er ook echt van mensen die zeiden, ja, dit is niet mijn uitkomst, maar ik heb wel gezien en geleerd, of als deelnemer of als toeschouwer, hoe we bij deze uitkomst zijn gekomen, en dat zegt mij dat dit een zorgvuldig proces is geweest waarbij we ook echt als burgers zelf met elkaar hebben mogen meebeslissen,
17
in plaats van dat we die keuze over dit gevoelige onderwerp puur vooral uiteindelijk bij de politici neerleggen. Dus wat dat betreft, vond het daarom zelf een treffend voorbeeld, leren we dat dat inderdaad het geval is. De voorzitter: Goed. Even stiekem, het mag als voorzitter niet, maar dat van in Ierland vond ik zelf wel een mooi voorbeeld van hoe het kan. Ik wil nu even kijken of vragen beantwoord zijn, of dat er misschien nog aanvullende vragen zijn naar aanleiding van. Nou, dan ga ik nu van rechts naar links. Zo direct komt ook nog de wethouder even maar ik hoorde niet zoveel vragen. Eentje. Nou, weet je wat, dan geef ik daarvoor nog even de gelegenheid, en dan ga ik zo direct van rechts naar links nog kijken of er nog… Zijn. Mevrouw De Jonge: Ja dank u wel, voorzitter. Inderdaad één vraag van de heer Kleinpaste van Gewoon Dordt of wij hetzelfde onder begeleidingscommissies verstaan? Het lijkt me goed inderdaad dat we daar wel even nog met elkaar over spreken. Wij we hebben hier ook best wel even over zitten brainstormen van hoe zit dat in elkaar, wat is dat eigenlijk precies? Dan kwamen er twee belangrijke kenmerken naar voren, onafhankelijkheid en continuïteit.
En eigenlijk maken deze bij dat we goed met elkaar moeten nadenken wat is een begeleidingscommissie, is die voor slechts eenmalig voor één Burgerberaad, of is het een commissie die sowieso misschien langer bestaat? Vandaar dat we zeiden van onafhankelijk: nou, misschien moet je niet een collegelid maar een ambtenaar erin zetten, misschien geen raadsleden maar een griffier, en ook degenen die je erbij zet moet onafhankelijk zijn van welk onderwerp er ook mogelijk voorbij gaat komen. Dus elke inwoner is in die zin wat ons betreft een deelnemer. Maar kijk uit met maatschappelijke organisaties, want vaak hebben die weer een belang. En die continuïteit zit hem daar ook in. Laten we wat ons betreft niet afhankelijk zijn van bestuurders en politiek die toch enige regelmaat wel eens wisselen. Maar als je het gaat doen, haal dan de kennis binnen, dus maak gebruik van de medewerkers die hopelijk straks in het team mogen van de participatie, en bij de griffie waar ook continuïteit is. Dus dat dat wilden wij nog wel graag met jullie verder bespreken om te kijken van wie en wat is nu precies de begeleidingscommissie? De voorzitter: Goed, ook weer een mooi stukje voor de oordelende sessie. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja dank u wel, voorzitter. Dat sluit naadloos op aan, want ik zit inderdaad heel erg met dat begeleidingsproces.
Ik kan mij heel goed een onafhankelijke begeleidingscommissie die het verschijnsel Burgerberaad begeleid en daar advies aan geeft, dat kan ik me prima voorstellen. Maar als het gaat over de keuze en de formulering van een vraagstelling dan hoor ik eigenlijk twee verschillende dingen in de discussie. Aan de ene kant zijn er mensen die zeggen dat moet je goed als raad accorderen, de kaders aangeven, want als je dat niet doet dan is de raad ook niet gecommitteerd, kan niet gecommitteerd zijn wat daaruit komt. En aan de andere kant hoor ik de suggestie van het onderwerp voor een Burgerberaad moet uit de samenleving komen. Nu kunnen er natuurlijk best vanuit de samenleving allerlei goede ideeën komen, alleen moeten we natuurlijk inzamelen. Maar daar moet toch een moment zijn, vraag ik me af, en dat is een vraag aan zowel de indieners als de wethouder, waarop je dan als raad zegt we willen het zo, of er wordt iets gesuggereerd vanuit de samenleving, maar dat vinden wij niet de goeie vraag, en daar kunnen wij niet mee uit de voeten. Dat moet toch mogelijk zijn of niet? De voorzitter: Ik meende dat de initiatiefnemers daar al iets over zeiden, maar we gaan eerst even verder kijken. Mevrouw Schnabel.
18
Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wat ik me nog afvroeg was er net aangegeven dan zijn er verschillende momenten waarop contact opgenomen wordt met mensen om hun bij het Burgerberaad te vragen. En er gaat een brief aan vooraf, en telefoontjes en allerlei stappen daarvoor. Maar wat als de mensen de brief niet kunnen lezen, als mensen de telefoon niet opnemen als ze niet achter de computer zich aan kunnen melden? Lijkt me handig ook inderdaad om dat mee te nemen, omdat we dat nu ook veel terugkrijgen. De voorzitter: Oké, dan zag ik nog de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja voorzitter, ik heb nog de volgende vraag. ChristenUnie/SGP gaf aan te denken aan een initieel budget van 200.000 euro. In het collegeadvies lezen we dat ze dat wat te krap inschatten. Ik ben ook benieuwd of de heer Wittkamp wellicht wat ervaring heeft hoe in andere gemeenten wat voor prijskaartje hier nu aanhing. En het detail waar ik dan ook wel benieuwd ook over een financiële vergoeding voor de deelnemers voor een dag. Aan wat voor dagvergoedingen dan gebruikelijk zijn daarbij? De voorzitter: Lijkt me duidelijk. De laatste vraag is dan voor de heer Safranti want anders komen we … Nou oké, de heer Van Ballegooijen dan ook nog, en dan zijn we echt klaar. Vragen... De heer Safranti: Mijn vraag is al gesteld door mijnheer Van der Kruijff, want die vraag had ik eigenlijk ook willen stellen.
De voorzitter: Wunderbar! Dan de heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Nou, wel fijn dat ik dan toch nog die laatste vraag mag stellen, voorzitter. Ik maak er twee van, maar ik zal het heel kort houden. Aansluitend op wat de heer Van der Meer al als mogelijke zorg uitte, die kaders die van tevoren gesteld zouden moeten worden door de raad, ook om juist te zorgen dat het beleid wat daar mogelijk uitkomt ook geaccepteerd wordt. En dat geldt eigenlijk ook misschien wel voor de basis van de loting. Daarbij is de afspiegeling van die … Nee, die worden samengesteld door de raad, als ik het goed begrijp uiteindelijk. Ik vroeg me af, eigenlijk een vaag aan de heer Wittkamp, is daarvoor een simpele meerderheid afdoende, of zou dat eigenlijk nog breder gesteund moeten worden binnen de raad om te zorgen dat dat van tevoren eigenlijk goed afgedekt is? En het tweede is eigenlijk, had ik in de eerste ronde ook al gevraagd maar misschien niet helemaal duidelijk genoeg, wat nu als op basis van de kaders voor de loting die afspiegeling van de samenleving die beoogd wordt niet behaald wordt op basis van de aanmeldingen, wat gebeurt er dan met het Burgerberaad? De voorzitter: Lijkt mij duidelijk. Ik wil eerst de heer Wittkamp vragen om deze vraag nog te beantwoorden. De heer Wittkamp: Ja dank u wel voor de vragen. Sorry, dat ik die vraag vergeten was.
Eerst de vraag van u mevrouw: wat als mensen niet kunnen lezen of geen computer kunnen gebruiken? Bij de loting gaat het meestal zo dat er een brede groep van de inwoners een brief krijgt. Daar zit al enige afspiegeling in. Je hebt bijvoorbeeld per postcodes, stuur je zoveel brieven naar zoveel adressen, en in die brieven zit een code en als mensen zich aan willen melden moeten ze die code invoeren. Weet dus welke adressen niet hebben gereageerd, en dan kan je dus besluiten om bij die adressen langs te gaan en te vragen: waarom heeft u die brief niet gelezen of niet geopend, kunnen wij u misschien overhalen om toch u in te schrijven? U kunt misschien geen computer gebruiken, u kunt misschien niet schrijven, daar gaan we u bij
19
helpen. Dus je probeert daar echt een inspanning voor te doen. Dus je laat als gemeente zien dat je echt die afspiegeling die je beoogt dat je die wil hebben, dat je daar moeite voor doet. Is ook een beetje antwoord op de vraag van mijnheer Van Ballegooijen, het belangrijkste is denk ik dat je laat zien dat je het echt geprobeerd hebt. En ik ken eigenlijk geen burgerberaden waar dat niet gelukt is. Dus die afspiegeling die komt er wel. Wat hierbij heel belangrijk is dat er eigenlijk twee processen spelen bij het begin van zo’n Burgerberaad, namelijk het eerste is dat het Burgerberaad, als dat begint, heb je eigenlijk al geen afspiegeling van de bevolking meer. Want dat zijn dan mensen die in dit proces zitten die leren over dit onderwerp en daardoor al een bepaalde andere afspiegeling zijn. Dus dat is iets waar je rekening mee moet houden, wat overigens geen probleem hoeft te zijn, want de bijeenkomst die is openbaar maar niet iedereen kijkt ernaar, maar dat kennisniveau wordt het al snel anders. Mensen leren niet alleen over het onderwerp, maar ze leren ook over hoe ze op een goede manier met elkaar moeten overleggen, dus dat is ook winst. Het tweede is dat er bij het Burgerberaad eigenlijk rekening moet worden gehouden dat er wat mensen afvallen.
Soms al na de eerste bijeenkomst want dan komen ze erachter wat er nu echt misschien gevraagd wordt, en dat ze dan denken: nou, toch maar niet. En dan zorg je dat er een paar reserve leden zijn, zo mogelijk vanzelf het profiel die dan in kunnen springen. Er zijn wat middelen die je moet inzetten om te zorgen dat je echt moeite doet om die afspiegeling goed te houden. Nou, dan wordt er gesproken … Overal waar ik kom vragen over de vergoeding. Dat ligt heel ingewikkeld. Hoe ga je mensen een vergoeding geven die misschien toeslagen krijgen? Nou, er is een manier voor. Je geeft onder het mom van een vrijwilligersvergoeding mag je vijf euro per uur verstrekken, tot een maximum per jaar. Gemeentes die gaan op die manier zorgen dat dat veilig kan, veilig voor de deelnemers. Daar zijn manieren voor ook afgestemd met de belastingdienst. En ja, meestal komt het erop neer van dat dat dan tachtig tot honderd euro per dag is voor de deelnemers. De voorzitter: En dan heel kort nog even van wat kost het een gemeente, want we moeten nu echt naar een afronding. De heer Wittkamp: Precies. Nou, er zijn burgerberaden vanaf 50.000 euro, maar dat zijn hele kleine burgerberaden. Rotterdam reserveert 300.000 euro. Haarlem heeft ruim 200.000 euro gereserveerd. Dus dat zijn bedragen waar je snel aan moet denken. De voorzitter: Dank u wel. Nog even de indieners, de heer De Heer.
De heer De Heer: Ja voorzitter, heel kort. Misschien op de vraag van de heer Van der Meer. We staan op dit moment gewoon nog ook open om het gesprek aan te gaan met college en raad over hoe moet die beleidscommissie eruit gaan zien? En hoe moet de betrokkenheid van de raad zijn, omdat die aan de ene kant op afstand moet zijn, omdat het niet te veel bemoeienis van de raad vooral moet krijgen, want anders zijn we dezelfde dingen aan het doen in een nieuw jasje, en aan de andere kant ook niet te ver op afstand want anders zegt de raad ook: hallo, we zitten hier ook niet voor niks. Dus wel met een bepaalde bemoeienis aan de voorkant om de juiste kaders te stellen om ook te zeggen: wat hebben wij te zeggen uiteindelijk over het onderwerp? Bijvoorbeeld we halen het onderwerp wel op uit de stad maar uiteindelijk maken we als politiek als college en raad een besluit over wat het moet worden, zodat we daar ook echt achter kunnen gaan staan. Zodat ook in, wat volgens mij de heer Van Ballegooijen ook vroeg, hoeveel steun van de raad is er nodig? Ja, een hele ruime steun misschien wel unaniem van raad en college om erachter te gaan staan, want dan heb je echt iets te pakken, en dan kan de stad ook echt ergens op rekenen.
20
De voorzitter: Misschien dat we daar dan, want dat zou mijn voorstel zijn … Ik weet niet of de wet… Nee. Ik stel voor dat we gaan besluiten wat we hiermee gaan doen. Het lijkt mij in de lijn der verwachtingen te liggen ook omdat het een initiatiefvoorstel is, dat we gewoon overgaan tot een beoordelende bespreking. Heeft iemand daar commentaar op of iets of te zeggen? Vergeet ik iets? Oordeelsvormende vergadering. Uiteraard komen dan de politieke vragen en meningen et cetera aan de orde. Oh ja, oké. Wat wordt de politieke vraag? Ja, ik kan er zo wel één verzinnen, maar wil iemand een voorzet doen? De heer Kleinpaste: Voorzitter? De primaire politieke vraag lijkt mij of de raad dit instrument zou willen gaan toepassen en een kans wil gaan geven? De voorzitter: De heer Van der Meer heeft nog een aanvulling. De heer Van der Meer: Als je ja of nee vraagt, maar ook onder welke voorwaarden? En daarnaast vind ik het nogmaals heel belangrijk, maar daar zijn we het over eens, ook de politieke vraag wat de rol van de raad en eventueel van het college in het proces moet zijn? Dat hoort er wel bij, denk ik. De voorzitter: De heer De Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja voorzitter, ik sluit me aan.
Uiteraard moeten we zijn bij de vragen: wil je dit ja of nee? Maar ook gezien het collegeadvies zou ik er ook wel bij willen betrekken: willen we dat nu meteen doen of willen we toch ook wachten op de startnotitie en het invlechten daarin die van het college gaat komen? En dat we het daar wel over gaan hebben met elkaar. De voorzitter: Dat lijkt me ook een goede aanvulling. Ik zie mijnheer De Vries. De heer De Vries: Voorzitter, ik sluit me aan bij de heer Gert Jan Kleinpaste. De voorzitter: Oké. Ja alleen maar nieuwe dingen zijn er nodig, maar in ieder geval bedankt. Oké. Ik zie brede steun. Is er iemand die een politieke vraag af wil voeren? Nee, doen we nooit, hè. Dan denk ik dat we een vruchtbare bijeenkomst hebben gehad die ik dan bij deze sluit. Dank u wel voor uw aanwezigheid, aandacht, vragen et cetera. 5. In te stemmen met de Routekaart wonen - Raadsvoorstel 6. Raadsinformatiebrief over Realisatieagenda – Raadsinformatiebrief 7. Raadsinformatiebrief Bouwbrief en realisatiemonitor bouwende stad Raadsinformatiebrief Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: De heer Boom Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren)
21
Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Laban (CU/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schilt (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Ambtelijke ondersteuning: mevr. Smith Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. Met een kleine vertraging van vijf minuten - ja, maar vijf minuten, dat is best wel wat hoor - starten wij met deze oordeelsvormende commissie en die gaat over het raadsvoorstel om in te stemmen met de Routekaart wonen in combinatie met de raadsinformatiebrieven over Realisatieagenda en Bouwbrief. Een mondvol. Welkom dus allemaal. Goed, we moeten acht fracties minimaal hebben. Die hebben we, dus we kunnen beginnen. Toelichting waarom we deze vergadering hebben. Er is in deze Routekaart handelingsperspectief geschetst om meer regie te nemen op wonen door betaalbare kopen huurwoningen toe te voegen en meer bij te sturen bij de toewijzing van de huidige woningvoorraad. Er is een agenderingsverzoek gedaan door de fracties VVD, CDA en GroenLinks, om de samenhang in de ambities en de techniek van de cijfers - staat er tussen haakjes bij bij mij - nogmaals uit te zetten.
En de Routekaart geeft aan het college hoe de woningmarkt op dit moment functioneert en welke instrumenten er zijn om bij te sturen. Goed. De heer Noldus: Voorzitter, misschien als opmerking op uw introductie daarbij, want het agenderingsverzoek wat u dus aanhaalt was voor de beeldvormende sessie, dus de techniek en de samenhang uiteraard. Ik denk dat het daar vandaag voor de oordeelsvorming niet zozeer over hoeft te gaan, als aanvulling op wat u schetst. De voorzitter: Ik was toch helemaal niet uitgepraat. Sjonge jonge, zullen we ruilen?! Nou nee, ik hoef niet meer bij de VVD. Op dinsdag 7 maart - kijk, daar komen we vanzelf, hè – is het raadsvoorstel beeldvormend besproken in een technische sessie, en geconcludeerd werd daar dat het raadsvoorstel verder oordeelsvormend zou worden besproken, waarbij de volgende politieke vragen zijn geformuleerd: wat verstaat de raad onder het begrip betaalbare woningen? Hoe wil de raad regie houden, en is de voorgestelde visie adequaat en voorziet deze in voldoende woningen voor alle doelgroepen? Ik wil u vriendelijk vragen echt vanuit deze drie politieke vragen zo meteen uw eerste reactie te geven. En dat gaan we, als de ambtelijke organisatie en de wethouder het met mekaar eens zijn – ja, dank u wel - gaan wij daaraan beginnen.
Dus strak vanuit de politieke vragen aangeven hoe u daar tegenaan kijkt, en dan gaan we kijken hoe het zich verder ontwikkelt. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Hartmeijer. Zo, die was snel. Gaat uw gang.
22
De heer Hartmeijer: Super enthousiast. Ja voorzitter, één opmerking. Vanmiddag, als ik het goed heb, hebben wij nog een extra document toegemaild gekregen over de Realisatieagenda Zuid-Holland Zuid. Maar ja, we kunnen denk ik niet van elkaar verwachten dat we binnen een paar uurtjes dat allemaal gelezen en bestudeerd hebben, dus ik vraag me even af of dat betrekking heeft op Dordrecht of we dat niet misschien moeten verhuizen naar een aparte sessie? Dat is eventjes dan wat technische agenderingsachtig. Dus dat eventjes vooraf. De voorzitter: Even één moment. Het komt nog apart in de agendacommissie, dus u zou het nu eventueel mee kunnen nemen, maar dat hoeft dus niet. Dus u kunt het in principe negeren voor vanavond. De heer Hartmeijer: Oké, dan doen we het zo. Ja, dank u wel. Ja, we hebben dus een Routekaart ontvangen met daarin een planning van een aantal programma's per onderwerp. Dat in zichzelf is prima, maar de brieven met toelichting vinden wij echt onvoldoende. Als eerste die landelijke norm van drieënhalve ton wat dan betaalbaar zou zijn. Dat roept wel wat vragen op, bijvoorbeeld een jong stel waarvan één leerkracht is en de ander in de ouderenzorg werkt, beiden hele bescheiden inkomens, zijn op zoek naar een huis van tweeënhalf ton. Iets daarboven, en zeker niet drieënhalf ton want dat kunnen ze gewoon niet betalen.
Als ze dan zien dat verreweg de meeste koopwoningen in onze stad bijna 70 procent een prijs hebben van drie ton of lager, dan is volgens mij niet de conclusie dat we nu heel snel heel veel woningen van vijf ton nodig hebben, want de vraag is dan voor wie gaan we nu eigenlijk bouwen? Niet voor een heel groot deel van de woningzoekenden in ieder geval. Het argument wat vaak genoemd wordt is doorstroom, dat zien we ook weer terug. Alleen, er wordt heel makkelijk vanuit gegaan dat doorstroming altijd werkt, en dat het merendeel van de mensen een soort wooncarrière zou doorlopen. Twee nieuwbouwprojecten die genoemd worden in de brief zouden dat aantonen. Echter, een SER-rapport van december ‘22 concludeert dat de zo gewenste massale doorstroom gewoon niet van de grond komt. Dit uitgangspunt negeert namelijk twee grote groepen mensen, ouderen met een bescheiden inkomen, die als volgende stap een appartement willen huren maar dat niet kunnen vinden en dus in een groot geworden koopwoning blijven zitten. En jongeren die voor het eerst samen een huis willen kopen, nog geen vermogen hebben kunnen opbouwen en zien dat de prijzen voor hen te hoog gegrepen zijn en dus in hun huurhuis blijven. Dus ook die huurhuizen komen weer niet vrij. Ontwikkelaars zeggen dan vaak: ja, de kosten zijn zo hoog, we kunnen alleen maar hoge segmenten neerzetten.
Dat dreigt nu wel uit de pas te lopen met de vraag. Het Financieel Dagblad onlangs, afgelopen november, in een artikel: er zijn nog veel te veel plannen voor het hogere segment. Er moet gestopt worden met het bouwen van te dure woningen. Dit gaat fout. Duur wordt straks onverkoopbaar. En een maand geleden: ontwikkelaars kijken steeds vaker naar operaties voor projecten. Provincies hebben wel subsidies vrijgemaakt om betaalbaar te bouwen, maar gezien de opgave is dat wellicht niet genoeg. Vandaar dat mijn partij samen met drie andere partijen onlangs in de provincie een voorstel deden om ook als opdrachtgever te fungeren, dus zelf woningen te gaan bouwen, naast wat de markt en corporaties al doen. Dat haalde geen meerderheid, maar het zegt wel iets over hoe er tegen woningbouw aangekeken wordt ten opzichte van een aantal jaren geleden. Als het gaat corporaties laatste punt, voorzitter - vinden wij het wel wenselijk om concreet te formuleren hoe die regierol vorm krijgt, waar van rijk tot gemeente nu overgesproken wordt. We zien woningen gesloopt worden, maar zoals in het Witte Dorp ongeveer dezelfde aantal teruggebouwd, en moeten we niet samen met corporaties kijken naar meer slimmer terugbouwen. Hoe gaan we die regierol vormgeven? Voorheen had je vaak bovenwoningen, dezelfde oppervlakte, maar daardoor verdubbel je meteen het aantal.
In Zwijndrecht heeft Trivire de Sterrenbuurt enorm verbetert een aantal jaar geleden. Oude
23
rijtjeswoningen voor een deel vervangen door kleinschalige appartementencomplexen van 20 à 25 woningen, gemixt met andere woonvormen. Dezelfde grond, maar netto dus behoorlijk toevoegen. En ik zeg helemaal niet dat dit soort projecten in het verleden niet plaatsvonden, zeker wel, maar misschien een stapje erbij zou ons helpen. Dank u voorzitter . De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja dank u wel, voorzitter. In het raadsvoorstel wordt de noodzaak om de situatie van de Dordtse woningmarkt te verbeteren benoemd, en de Partij voor de Dieren ziet deze noodzaak ook, vooral voor de woningzoekenden met een laag inkomen. In de routekaart wonen wordt aangegeven dat er een tekort is aan betaalbare nieuwbouw koopwoningen. Wij ondersteunen dan ook van harte de plannen om 1.500 betaalbare koopwoningen te realiseren. Wat een betaalbare koopwoning is kan in theorie verschillen van de praktijk. Er is een groeiende groep inwoners waarvan een koopwoning van 355.000 euro niet betaalbaar is. Wij als de Partij voor de Dieren hebben daarom een conceptmotie opgesteld - u zag het al bij de stukken zitten - waarin wij een extra categorie toevoegen en het college verzoekt om van die 1.500 geplande woningen 500 onder de 250.000 euro te programmeren.
In de beeldvormende vergadering van 7 maart hebben ook andere fracties aangegeven betaalbare woningen belangrijk te vinden, en ik hoop dan ook dat de andere fracties deze motie kunnen steunen, dan wel willen mee tekenen. En is er behoefte aan afstemming, dan hoor ik het ook graag. Dank u wel. De heer Van der Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik heb nog wel een vraag aan mevrouw Van Herwijnen, want ik vind het wel een heel sympathiek voorstel. Alleen in de praktijk zien we met elkaar vanuit ontwikkelaars, bouwers van woningen, dat zeggen: het lukt helemaal niet met de huidige cao’s, met de huidige bouwkosten en het huidige prijspeil - nou, u begrijp wel wat ik bedoel - om woningen van 250.000 euro te bouwen. Gelooft u hen niet, of zegt u: dat kan wel en daar hebben wij een oplossing bij. Want papier is geduldig met de motie natuurlijk, maar het moet ook kunnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ik denk zeker wel, voorzitter, dat die mogelijkheden er zijn. Als je creatief bent, en dat kan met bepaalde bouwmethodes. Dus als je richting prefabbouwen gaat, dat kan eventueel als je in constructieve zin met betrekking tot de grondprijs, dat je de grond pas in prijs brengt bij de tweede verkoop van de woning. Dus er zijn denk ik wel creatieve oplossingen om die betaalbaarheid wel mogelijk te maken. De voorzitter: Mijnheer Noldus.
De heer Noldus: Ja voor mijn woordvoering, voorzitter. Ik weet niet of ik aan de beurt was. Ja? Oké, dank. Om met het eerste punt te beginnen. We zijn blij met dit voorstel, want ik denk dat voor alle partijen hier in de raad geldt dat woningbouw en wonen in z’n algemeenheid een breed gedragen zorg is, een belangrijk uitgangspunt is. Dus de Woonbrief zoals we die zien, zien we ook als een duidelijk procesvoorstel om daar met elkaar kort op de bal te zitten in een veranderlijk en dynamiek speelveld. Vanuit het rijk komt er een wet op ons af die het nodige betekent. We hebben als gemeente een aantal instrumenten, dus daar zijn wij blij over dat we daarin gefaciliteerd worden om daar met elkaar kort op de bal te zitten. En als Dordtse VVD zijn we in ieder geval ook zeer bewust
24
dat er heel veel vraag is naar woningen, meer woning in onze stad. Dat gaat over nieuwbouw, en het gaat tegelijkertijd ook over hoe zorgen we nu dat de bestaande woningvoorraad die we heel veel hebben dat die ook goed en breed toegankelijk is voor juist die doelgroepen die net al even in de eerste paar sprekers naar voren kwam? En het is in ieder geval belangrijk dat we ons inzetten voor het echt realiseren van woningen en zorgen dat de bestaande woningen, zoals ik zei, toegankelijk zijn. En de heer Van der Kruijff stelde net een terechte vraag bij de motie. Ik denk sympathiek, maar laten we vooral zorgen - en dat is onze breedste zorg - dat we echt die realisatie op peil krijgen. En daar zit het denk ik de belangrijkste opgave. En voorzitter, voor ons als raad die geldt dat we een belangrijke rol hebben bij het maken van plannen en het aanjagen van diverse ontwikkelingen in onze stad. En we zien ook dat de categorie betaalbaar achterblijft. Ik denk dat dat ook terecht geagendeerd is. In het politiekakkoord hebben we ook opgenomen dat we het toevoegen van 1.500 betaalbare koopwoningen gaan toevoegen aan de planvoorraad in deze periode. En is het al genoeg en snel genoeg? Nou, dat ongetwijfeld niet, maar het draagt wel bij aan de doelstellingen die we in de woonvisie hebben en waarbinnen stadsbreed behoefte aan is.
De voorzitter: Gaat u even ademhalen, want ik zat te wachten op een soort cue, maar die kwam niet. Mijnheer Damen. De heer Damen: Ja voorzitter. Collega Noldus die gaat in op de toegankelijkheid. Wat ik mis in zijn verhaal is dan de toegankelijkheid van de huursector. De heer Noldus: Nee voorzitter, een terechte vraag, en dan kom ik zo meteen op terug. Kijk, ik denk … Nee, kom ik zo meteen op terug, als u het goedvindt. Want even nog over de prijscategorie. Ik denk dat dat een terechte zorg is. We zien dat de woningprijzen stijgen, we zien ook dat de indexering van die bouwprijzen dat we daar als raad steeds jaarlijks een nieuwe normen voor gaan bedenken dat het ingewikkeld is, maar tegelijkertijd dat het goed is om die marktendens te volgen daarin omdat we juist willen sturen op het type woningen en doelgroepen, en minder op sec een vaste prijs daarin. En dat is ingewikkeld, maar dat is wel, denk ik wat nodig is voor een breed gedragen bouwopgave. Ik denk dat stabiliteit belangrijk is. De voorzitter: U heeft een interruptie.
De heer Uysal: Ja, ik ben heel erg benieuwd hoe de VVD kijkt naar … Die definieert dus nu betaalbaarheid als drieënhalve ton, maar ik ben ook heel erg benieuwd hoe de VVD kijkt naar bouwen voor bepaalde doelgroepen zoals politieagenten, leraren en verpleegkundigen? En ondanks verzocht de Dordtse VVD om een gratis Dordtpas te verstrekken aan politieagenten, maar met een gratis Dordtpas kan je nog geen huis kopen. Dus hoe kijkt de VVD daarnaar? De heer Noldus: Nou voorzitter, ik denk dat GroenLinks met een voorstel komt om de huizen toe te voegen aan het Dordtpas-arrangement. Dat wordt ingewikkeld en leuk. Nee, ik denk een terechte vraag. En drieënhalve ton als betaalbaar, dat hangt natuurlijk nog net af wat je te besteden hebt. Ik denk dat we dat met elkaar daar snel mee eens zijn. Tegelijkertijd is dit nu eenmaal het label wat er ook vanuit het landelijk in de normen aan aangehangen wordt. En betekent dat het iedere woning in die categorie precies 355.000 euro moet kosten? Nee, wat ons betreft niet, want het aanbod zal ook moeten zijn waar uiteindelijk echt behoefte aan is. Maar we moeten met elkaar wel scherp zijn op het feit dat we niet met elkaar opschrijven dat een woning dat we minimaal 750 woningen tot anderhalve ton moeten gaan realiseren, terwijl wij met z’n
25
allen in deze zaal snappen dat er dan geen woning uit die categorie gebouwd gaat worden. Zo reëel moeten we met elkaar durven zijn. Tegelijkertijd, ik hoorde dat de heer Hartmeijer van de SP ook eigenlijk zeggen, we hebben met elkaar hier in de stad een redelijk grote voorraad met betaalbare koop. Die heeft zijn voordelen, ook zijn uitdaging, maar ook zeker zijn voordelen hierin. En ik denk dat we daar die doorstroming toch echt keihard nodig hebben om hier voor alle Dordtenaren een goede passende woning te vinden. Want je kan terecht zeggen die politieagent die wil een passende woning hebben, maar dat hoeft natuurlijk niet in alle gevallen per se een nieuwbouwwoning te zijn. Een hele goeie start voor mensen kan ook gewoon een betaalbare, goede koopwoning zijn uit de bestaande voorraad. Dan ga ik even verder, ook richting een sociale huursector. We hebben een aantal vragen gesteld, en daar zijn antwoorden opgekomen. Mag ik door? De voorzitter: We hadden net, mijnheer Noldus, in de andere vergaderkamer mijnheer Oostenrijk te gast als inspreker. Dat was ook een beetje zo van: gooi er vooral een kwartje in. Maar gaat uw gang. De heer Noldus: Sorry ja. Bedankt voor het vergelijk. Maar ik ben bijna over een kwart. Ik ga richting een afronding, voorzitter. Nee, we hebben technische vraag gesteld. Dank aan het college en de ambtelijke organisatie voor de beantwoording.
Vooral over de zoektijd en de inschrijftijd. Vorige keer in de beeldvorming was daar best wat onduidelijkheid over. We zien dat de opzoektijd oploopt in de sociale huursector. Tegelijk wat in lijn is met de rest van de van de regio. We vinden het verder belangrijk dat hebben we vorige keer gezien - dat er acht of negen procent – hou me even te goede sociale huurwoningen niet in corporatie handen zijn. Dus we willen graag dat dit verder in kaart gebracht wordt wat we hiermee kunnen, hoe deze toegankelijk zijn voor verschillende doelgroepen. Wie daar wonen is misschien een beetje deïstisch, maar we hopen op en toch nadere uitwerking erop, want dit is echt een belangrijk aanbod aan woningen in onze stad wat zeker onder sociale huur definitie valt waar we toch wat meer diepgang op zouden willen daarin. Dan voorzitter, over deze doelen te bereiken. We willen graag, en dat zien we gelukkig terug in de Woonbrief, dat er prestatieafspraken komen met de woningcoöperaties, provincie en het rijk, waar wij ook de sociaaleconomische schaalsprong, die we toch al stad voorstaan, en de huidige woonvisie leidend zijn of in ieder geval passend in zijn. En we zien dit terug in de in de Woonbrief, dus daar zijn we blij om. En voor de rest wat we niet per se helemaal terugzien en wel een belangrijke uitdaging gaat worden is… De voorzitter: Even een moment. Mijnheer De Feijter.
De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. De heer Noldus die benoemt net de sociaaleconomische schaalsprong die we willen maken als stad, en dat ze inderdaad één van de ambities en ook één van de ambitie is van de Smart Delta Drechtsteden. Tegelijkertijd zien we nu natuurlijk heel erg tekort aan bouwmateriaal aan bouwvakkers ook. En denkt de VVD dat dit ook effect heeft voor wat nu prioriteit moet gaan hebben binnen de ambities, want wij zeggen enerzijds we hebben een hele grote ambitie om betaalbare woningen te gaan bouwen. Anderzijds zeggen we: we willen die sociaaleconomische schaalsprong maken. Kan dat nu eigenlijk tegelijkertijd, of is er nu gewoon één ding wat we moeten gaan prioriteren? De heer Noldus: Nou voorzitter, wij denken dat dat allebei kan en allebei moet namelijk, want je ziet juist die ontwikkelingen, om betaalbaar te kunnen realiseren zal daar ook een mix moeten zijn met andere type woningen. Dus die mix maakt een plan uiteindelijk
26
realiseerbaar. En waar ik mee begon is de belangrijkste zorg die we als VVD hebben is de uitvoering en de realisatie van de echte plannen die er liggen. Ik bedoel, we hebben gezien in de Bouwbrief, de planvorming is groot. Dat zien we ook in het Brink-rapport terug. We hebben er redelijk wat plannen. Er moet nog wat bij, maar redelijk wat plannen, maar de uitdaging zit toch echt in de realisatie. En dat zit toch onder andere in die betaalbare groep, terecht heb ik genoemd. Maar het zit ook zeker nu in een aantal andere sectoren, segmenten. Voorzitter, met dat antwoord wil ik echt nog even een laatste punt verdergaan. We zien in het land in toenemende mate zorg over midden huur. En de heer Uysal van GroenLinks gaf aan hoe we kijken tegen de woning voor die politieagent en die zorgmedewerker et cetera. In de stukken van het rijk, en dan gaan we hier niet over, maar wordt daar middenhuur toch als echt sleutel in deze markt ook qua doorstroming, meer als huisvesting benoemd. En tegelijkertijd zien we altijd ook door landelijke instrumenten maar mogelijk ingewikkeld wordt. Dat moet allemaal nog maar blijken het komende half jaar.
En we vragen aan het college om kort op de bal te zitten wat dat aangaat, maar ook zeker de raad hierop in positie te brengen mochten er wijzigingen zijn vanuit landelijk die we hier als gemeenten op in kunnen springen om juist ook deze groep toegankelijk te houden, omdat die juist zo belangrijk zijn voor een adequate huisvesting hierin. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Ja mijnheer Noldus, dan moet ik toch even. Vier keer heeft u genoemd ‘kort op de bal’ te zitten. Welke sport is dat? De heer Noldus: Ja ik kom net uit de … De voorzitter: Want het zitten en bal, dat is op zich … De heer Noldus: Ik kom net uit het sportbeleid sessie, maar bij heel veel sporten kun je kort op de bal zitten, en dat geeft heel vaak voordelen, want dan ben je namelijk altijd in snelle positie en dat willen we graag. De voorzitter: Ik snap de bedoeling wel, hoor, maar ik denk: er zit voetbal of zo, is dat nieuw? Goed. Even kijken. Nee, ik ga mijnheer De Feijter het woord geven. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, allereerst dank aan het college voor het uitgewerkt stuk met duidelijk ook de instrumenten die we als gemeente kunnen inzetten.
En ook fijn natuurlijk om de hele analyse te zien van hoe ziet de huidige markt eruit en wat kunnen we gaan doen? Uit het stuk, daar schrikken we eigenlijk ook alweer van, want er is natuurlijk een duidelijke mismatch tussen wat we in een planvoorraad hebben zitten en wat we eigenlijk willen uiteindelijk, waar we naartoe moeten. Daarom ondersteunen we ook natuurlijk de ambitie om 1.500 betaalbare woningen te gaan bouwen. Ook wij hebben onze twijfels bij moeten we het überhaupt nog wel betaalbaar noemen, of moeten we gewoon eigenlijk met z’n allen concluderen we kunnen gewoon niet meer betaalbaar bouwen, punt? Dat hopen we natuurlijk niet, maar de definitie die nu natuurlijk gehanteerd wordt van maximaal drieënhalf ton. Ja, en de werkelijkheid is dat natuurlijk voor heel veel mensen niet betaalbaar. Als je kijkt naar wat de heer Hartmeijer ook al zei, een stel wat net begint, kan dat niet betalen, laat staan iemand die alleen is, starter is op de woningmarkt. Daarvoor is twee ton gewoon al prijzig. Dat is de realiteit waar we in leven. Nu snap ik tegelijkertijd ook heel goed dat we nu eenmaal gewoon niet meer woningen voor dat geld kunnen bouwen, maar er is wel een mismatch tussen de realiteit die we willen en die werkelijk is. Dat brengt ons ook tot het volgende punt, voorzitter.
Zowel het college als de Smart Delta Drechtsteden willen ook graag jongeren en starters behouden voor deze stad, en dat onderschrijven wij volledig. Daarom zijn we ook blij dat de wethouder binnenkort komt met een voorstel voor de
27
verlenging van de starterslening. Ook zijn we benieuwd, en dat is een vraag aan de wethouder, of er al eens gezocht is naar nieuwe instrumenten om starters toch mogelijk te maken om een huis te kopen? En dan denk ik aan dingen als Duokoop. Pardon, Duokoop of Koopgarant. Ik denk dat deze tijd het ons vraagt om creatief te zijn, zeker als we gewoon door hebben met z’n allen dat woningen gewoon niet meer onder een bepaalde prijs te bouwen zijn, dat vraagt dan om creativiteit en om andere oplossingen. We zijn benieuwd of het college zich daar al in verdiept heeft? Tot zover in eerste instantie, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb het even net zitten berekenen. Voor 355.000 euro moet je zo'n 75.000 euro verdienen. Goed, even kijken. Mijnheer Damen. De heer Damen: Ja voorzitter, over de betaalbaarheid van koopwoningen is wel het nodige gezegd. Ik denk dat het simpel is om wat de Partij van de Dieren zegt dat er gekeken wordt naar creatieve bouwmethoden. In Nieuw-Krispijn is een coöperatie op een hele goedkope manier aan het bouwen. Ik denk dat je dat soort voorbeelden moet bestuderen. Ik wil zelf wat verder ingaan op de sociale huurvoorraad. De heer Noldus, heeft al gewezen op het feit dat in de stukken staat dat negen procent van de Dordtse woningvoorraad particuliere woningen zijn, huurwoningen zijn die voor minder dan 750 euro zouden worden aangeboden.
Ik ben bang dat die voorraad er niet is, in ieder geval dat die voorraad niet beschikbaar komt, noch op het stadskantoor, noch bij het Regionaal Onderzoeksbureau weten ze waar dat cijfer vandaan komt. Daarom ben ik ook zeer benieuwd naar of die voorraad überhaupt bestaat, en als het bestaat, of die ook voor woningzoekenden met een relatief laag inkomen beschikbaar komen? Als je informeert naar een woning van 750 euro per maand dan wordt er meteen bij gezegd: ja, maar dan moet je drie keer die huurprijs aan inkomen hebben per maand. En dan zit je al snel in de buurt van een gemiddeld inkomen. Dus de vraag is of dat deel van de sociale voorraad een bijdrage levert aan de woonbehoefte van mensen met lage inkomens? Ten tweede. In het Rekenkamerrapport ‘Een goed huis voor iedereen?’ heeft de Dordtse Rekenkamer gezegd dat de gemeente bij het formuleren van beleid niet met bruto cijfers moet komen maar met netto cijfers. Wat bouw je aan goedkope voorraad en wat breek je af? Helaas, het college heeft met die aanbeveling ingestemd en gezegd dat ze dat zouden doen. Ik zie dat niet terug in de voorliggende stukken, in de Routekaart. Daar wordt nadrukkelijk over bruto cijfers gesproken. Daar wordt gewoon gekeken: wat bouwen we? Nu ben ik eigenwijs, dus ik ben allerlei stukken gaan lezen en in het Brink-rapport op pagina 61 staat dat wij 1.200 woningen gaan slopen.
Als ik goed om mij heen kijk in de stad, dan zie ik dat dat niet particuliere woningen zijn, maar dat dat vooral sociale huurwoningen zijn die er gesloopt worden. Als wij 1.500 sociale huurwoningen gaan bouwen en 1.200 slopen is het nettoresultaat 300 sociale huurwoningen die er bijkomen. Op moment dat er 7.000 mensen voor een sociale huurwoning ingeschreven staan is dat bitter weinig. En dat is ook mijn kritiek op de voorliggende Routekaart, het voldoet niet aan het voorzien in woningen voor mensen met een laag inkomen. Tegelijkertijd zeggen we in het kader van de sprong die we moeten maken, dat we 4 à 5.000 woningen voor niet-Dordtenaren willen bouwen met een hoog inkomen, zodat het gemiddelde inkomen in Dordrecht omhooggaat. Dan vraag ik me af waar we mee bezig zijn. Gaan we nu bouwen voor Dordtenaren of gaan we nu bouwen voor het omhoogtrekken van het gemiddelde inkomen in Dordrecht door mensen van buiten hier een woning te bieden? Dat is mijn belangrijkste kritiek op het stuk zoals het nu ligt. Er zijn nog wel punten waar ik veel zorgen over heb. In het hele verhaal zit onder andere dat de toekomst van het gebouw Thureborg dat vervangen moet gaan worden. Daar wonen honderden jongeren met een
28
zeer laag inkomen. In vervangende huisvesting wordt op geen enkele manier voorzien. Ik ben benieuwd hoe het college daar in de toekomst mee omgaat. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik had nog een vraag aan de heer Damen. Ik voel wel met hem mee met qua beeld, en voor een deel is het ook zo. Er zijn al heel veel sociale huurwoningen gesloopt en die moeten nog teruggebouwd worden. Als je naar landelijk kijkt is ook een doelstelling die nu in de aanstaande wet meegegeven wordt om als gemeente te streven naar ongeveer 30 procent sociale huur van de woningvoorraad. Als gemeente Dordrecht zitten we daar ongeveer op dit moment. Ja, we zitten er iets onder. En met de toevoeging die we gaan doen gaan we volgens mij richting de 30 procent, want we groeien wel iets, zoals je ook becijferde. Zegt u daarmee dat u de 30 procent sociale huur in Dordrecht te laag vindt, en 35 of 40 wil laten zijn? De heer Damen: Nee, 40 lijkt mij veel te ver gaan. Probleem is dat wij maar heel beperkt toevoegen aan de sociale voorraad, maar we voegen voortdurend veel toe aan de koopvoorraad, en met name de wat duurdere koopvoorraad. Dat betekent dat het percentage zich niet ontwikkelt van 28 naar 30, maar juist daalt. Als we het op 30 weten te houden ben ik heel tevreden.
En dan praat ik nadrukkelijk op de sociale woningvoorraad die in handen is van coöperaties en waarbij je ervan uit mag gaan dat die bestendig is. De sociale huur voorraad die in handen is van particulieren, dat zul je zien, zodra er beperking worden opgelegd aan huur hoogte, maar de koopprijzen nog steeds hoog zijn, verdwijnt die voorraad als sneeuw voor de zon. We hebben in het verleden premiehuurwoningen gehad, in grote mate, die zijn allemaal weg, die zijn allemaal uitgepompt door de beleggers die die woningen aanvankelijk verhuurden, en hetzelfde zal gebeuren met die negen procent sociale huur particulier. De voorzitter: Oké, mijnheer Uysal. Oh, mijnheer Noldus heeft nog een interruptie. De heer Noldus: Ja, nog een vraag richting de Partij van de Arbeid. U geeft aan de zorg te hebben over de sloop van de sociale huurwoningen. Op zich kan ik me daar van alles bij voorstellen. Tegelijkertijd ligt natuurlijk ook een grote opgave voor de verduurzaming van corporatiewoningen. Maar ik ben toch benieuwd hoe de Partij van de Arbeid daar dan in zit, want we hebben tegelijkertijd met elkaar - ik meen in de bespreking van de begroting denk ik dat dat was - de ambitie uitgesproken om die EFG-woningen juist versneld te gaan verduurzamen. De heer Damen: Ja voorzitter, een terechte vraag.
Er zijn een behoorlijk aantal corporatiewoningen die nu gesloopt worden of binnenkort gesloopt worden, zoals het Witte Dorp in de Oudenhovenstraat, zijn net een forse aantal woningen gesloopt, die waren compleet op. Het duurzame van die woningen zelf was absoluut geen rendabele opgave. Maar wat er dan gebeurt is dat er nieuwe woningen worden gebouwd op een, naar mijn idee, slimme manier. Alleen in de stukken staat die woningen als bruto productie vermeld, als netto is er geen productie omdat zowel in het Witte Dorp, als in de aanliggende stuk van Trivire, als in de Oudenhovenstraat, als in Wielwijk-Zuid worden er vrijwel evenveel sociale woningen teruggebouwd als er stonden. Dus er wordt niet toegevoegd terwijl er wel 7.000 mensen in de rij staan. Dat vind ik een probleem. De heer Noldus: Ja voorzitter nog als laatste, want die zorg die snap ik, en we hebben denk ik in de woonvisie ook met elkaar het nodig over afgesproken. Tegelijkertijd zien we dat nu in de technische vragen die volgens mij vandaag gedeeld zijn daar ook wat het
29
nodige over uitgewerkt is hoe die netto ontwikkeling zich dan verhoudt. Dus daar denk ik een belangrijke toevoeging om daar nog op af te sluiten. De voorzitter: En eventueel een aanvulling, bedoelt u de Oudelandstraat in plaats van de Oudenhovenstraat? De Oudenhovenstraat, denk ik niet dat ze blij zijn als daar gesloopt wordt. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ja dank. Ik was het bijna volledig eens met de heer Damen. Alleen, hij zegt net er wordt slim teruggebouwd in het Witte Dorp, maar hij zegt ook tegelijkertijd: ja, je moet dat netto cijfer omhoog krikken. Dus dat begrijp ik niet hoe dat samengaat, want volgens mij wordt precies hetzelfde aantal woningen weer teruggebouwd. De heer Damen: Niet helemaal. Er worden evenveel sociale huurwoningen teruggebouwd, en er worden ook koopwoningen, goedkope koopwoningen, toegevoegd. Dus er worden meer woningen teruggebouwd. Dat leidt tot een menging, vind ik hartstikke goed. We moeten mengen, niet alleen in wijken met veel sociale woningbouw, ook in wijken met vrijwel alleen koopwoningen. Maar dat vind ik slim. En de koopwoningen worden als financieringsbron gebruikt voor de sociale woningen. Hartstikke goed. De voorzitter: Oké, mijnheer Uysal. De heer Uysal: Ja dank, voorzitter. Ja, we staan voor een enorme woningbouwopgave, en onze provincie gaat daar een aanzienlijke bijdrage aanleveren om dat woningtekort op te lossen.
En vorige week heeft wethouder Heijkoop ook namens onze gemeente de Realisatieagenda ondertekend die we dus ook vanochtend toegestuurd hebben gekregen. En voor ons is het wel belangrijk dat ons woningbouwprogramma in lijn is met de regionale woondeal, die op zijn beurt weer aansluit op de Wet versterking regie op de Volkshuisvesting die nu in consultatie is gegaan. Maar het roer moet dus om, voorzitter en we zien ook in het raadsvoorstel dat de koers wordt verlegd. Na jarenlang, wat de collega Damen al aangaf, van alleen maar sloop van sociale huurwoningen zien we dus nu ook een groot gedeelte van de sociale huurwoningen in de harde planvoorraad en die waarschijnlijk ook nog eens deze periode gerealiseerd gaan worden. En we weten dat we er daarmee nog niet zijn. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even een vraag. U zegt we gaan dit wel realiseren, maar vindt u dat deze ambitie die er nu ligt ook realistisch is? Want u zegt we gaan hem nu wel halen, maar ik hoor toch heel veel mensen die hun zorgen geuit hebben, en volgens mij gaf de heer Damen dat aan, mijnheer Hartmeijer en mevrouw van de Partij voor de Dieren, en volgens mij nog meer mensen. Maar hoe denkt u dan dat we dit gaan realiseren als we niet creatief omgaan met de woningbouw? Want u zegt: ja de provincie die komt dadelijk maar die gaat ons helpen. Maar ik ben benieuwd.
De heer Uysal: Maar hoe bedoelt u precies? Ik snap de vraag niet van mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Nou u zegt … Ik zal het even kort doen. De voorzitter: ‘Mijnheer Uysal zegt’.
30
Mevrouw Stolk: Mijnheer zegt, via de voorzitter, we gaan dit wel realiseren. Maar hoe reëel is dat? De heer Uysal: Ik denk dat het allereerst belangrijk is om de ambitie uit te spreken. We moeten een forse inhaalslag maken op het gebied van sociale huurwoningen. We hebben de afgelopen jaren alleen maar sociale huurwoningen afgebroken, en daarvoor in de plaats is er niet zo heel veel teruggekomen. Dus is het wel belangrijk om in ieder geval het voornemen te hebben van we gaan ook in plaats van alleen maar afbreken ook nieuwe woningen bouwen. En het wordt inderdaad een uitdaging. Maar tijdens de beeldvormende sessie hebben we wel begrepen dat het streven is om in ieder geval 1.000 sociale huurwoningen deze periode al te realiseren, en dat het ook grotendeels gehaald gaat worden. Dus dat stemt ons in ieder geval positief. De voorzitter: Goed. Mijnheer Damen. De heer Damen: Als ik het goed begrijp, gaat het in dit stuk alleen maar om vervanging of hoofdzakelijk vervanging. De toevoeging van sociale huur aan de voorraad is buitengewoon gering, in honderdtallen, niet in de duizendtallen wat je zou wensen. En dus vraag ik me af of de ambitie die in dit stuk zit wel voldoende is. De heer Uysal: Ja, ik weet niet of dat de vraag richting mij is. Dat is een opmerking van de heer Damen, die zichzelf afvraagt of de ambitie voldoende is of niet.
Dat laat ik graag aan de heer Damen over, aan de Partij van de Arbeid, dus ik wil graag verder gaan met de woordvoering, voorzitter. Want ik wilde ook net zeggen van we weten dat we daar nog niet mee zijn, en daarom vinden wij het ook een positieve ontwikkeling dat deze periode dus 150 sociale huurwoningen extra geprogrammeerd worden, en dat er ook 100 corporatiewoningen aan de voorraad toegevoegd worden. En daarnaast vinden wij het ook belangrijk dat sociale huurwoningen duurzaam beschikbaar zijn, dus dat woningen niet na een bepaalde tijd kunnen worden onttrokken aan de sociale voorraad, en daarom hechten wij er belang aan de sociale huurwoningen zoveel als mogelijk in het bezit zijn van corporaties. En in andere gevallen zien wij ook graag een instandhoudingstermijn van 25 jaar, dus graag een verzoek aan de wethouder of er een toezegging gedaan kan worden of er ook in Dordrecht bij nieuwbouwplannen voor sociale huurwoningen een instandhoudingstermijn van 25 jaar geregeld kan worden, wat nu dus op 15 jaar staat. En tot slot, ja, er is al heel veel gezegd… De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Vraag daarover richting de Partij van de Arbeid. GroenLinks, sorry. De roze wolk en de fusie. Ik ben in de war. Ja, in de vorige commissies waren er hartjes heen weer en vrijerij. Voorzitter, richting GroenLinks. Excuus. Ja, toch de vraag.
Ik ben mijn vraag vergeten. Nee. Oh ja, over die 25-jaarstermijn, want ik snap waar u aan refereert want dat zit ook in die in die nieuwe Wet Volkshuisvesting die nu ter inzage ligt, ter consultatie ligt landelijk. Maar ik snap uw oproep, maar ik zou toch ook tegelijk willen zeggen laten we ook kijken hoe dat dadelijk ook in die wet terechtkomt, en daar dan ook naar kijken. En volgens mij in het stuk wordt er ook verwezen naar die definitie die het rijk gaat hanteren, en het voegt ook niet heel veel toe om daar nu alvast een voorsortering op een andere definitie te gaan gebruiken, want ik denk dat dat helemaal niet bijdraagt aan een breed gedragen ontwikkeling. Ik ben benieuwd hoe GroenLinks dat ziet of dat wel iets zou kunnen bijdragen dan?
31
De heer Uysal: Nou ja, het is belangrijk dat ons woningbouwprogramma aansluit op de Realisatieagenda. Die vorige week ondertekend, en daarin worden ook definities overgenomen die dus in de landelijke wetgeving staan. Onder andere is daar dus ook in opgenomen, in die Realisatieagenda, dat er een instandhoudingstermijn geldt van 25 jaar. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, het is natuurlijk heel mooi wat GroenLinks nu doet, dat ze meer sociale woningbouw willen, maar ik kan me nog herinneren dat u tegen het voorstel stemde om 30 procent sociale huurwoningen op de Spuiboulevard. De heer Uysal: Volgens mij worden een aantal dingen nu door elkaar heen gehaald. We zijn juist zelfs met een amendement en een motie gekomen om te onderzoeken hoeveel procent de sociale huurwoningen gebouwd kunnen worden aan de Spuiboulevard. Die is ook zelfs aangenomen, dus dat is niet waar, voorzitter. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is even de wereld op z’n kop. De voorzitter: Jongens, geen fittie, hè? Mevrouw Stolk: Nee, maar dat is een onderzoek. Dat is heel wat anders.
De heer Uysal: Nou ja, volgens mij horen we juist ook van de partijen die tegenover mij zitten dat we realistisch moeten zijn, dus we moeten juist ook eerst gaan kijken op voorhand of het realistisch en of het ook betaalbaar is om te kijken of sociale huurwoningen ook te realiseren zijn in plaats van op voorhand meteen een percentage daaraan te koppelen. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, je moet eerst wat willen voordat je na gaat kijken of het wel kan. Je moet eerst iets willen. En dat mis ik een beetje in het betoog van GroenLinks. De voorzitter: Waarvan akte. Gaat u verder, mijnheer Uysal. De heer Uysal: Ja, over de intentie, voorzitter. Daar wilde ik nu juist opgaan komen, want betaalbaar, daar hebben we het al over gehad. Drieënhalve ton is uiteraard niet betaalbaar. En weliswaar kunnen we dan wel voldoen op papier aan de betaalbaarheidsvereisten, maar daarmee laten we wel een hele grote groep Dordtenaren echt buitenspel, want het is gewoon niet ... Je komt niet zomaar aan een lening tot drieënhalve ton. Dus we zouden ook graag het college willen zoeken om bij die 1.500 koopwoningen die dus aan de harde planvoorraad toegevoegd gaat worden, om daar dus ook rekening te houden met verschillende prijscategorieën waaronder dus sowieso ook bouwen onder drie ton.
En sterker nog, daar is vorig jaar een amendement raadsbreed aangenomen waarin is opgenomen om substantieel aantal woningen onder de drie ton te bouwen. En dat amendement is dus door alle partijen aangenomen. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen die vindt daar wat van. Mevrouw Van Herwijnen: Nou, ik vind er niet van, de vraag is eigenlijk: hoe staat GroenLinks dan tegenover de motie die wij in concept hebben voorgelegd?
32
De heer Uysal: Ja, het is allereerst een sympathieke motie, om maar zo te beginnen. En het is ook een terechte motie en ook een terechte oproep, maar het amendement wat wij vorig jaar hebben ingediend en wat raadsbreed is aangenomen heeft dezelfde strekking, dus ik ben ook heel erg benieuwd naar de reactie van de wethouder zo meteen op dat verzoek. Maar het is wel een terechte opmerking, en ook een terechte motie. De heer Van der Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik herinner me dat amendement ook nog wel. Tegelijkertijd weten we dat het in de gemeentelijke begroting en dergelijke het allemaal wel gebruikelijk is om prijzen te indexeren, en we weten ook allemaal dat de woningprijzen de afgelopen jaren ongeveer met 15 à 20 en sommige meer stijgen. Dus als je even 17 procent op drie ton loslaat zit je ook weer zo op de drieënhalve ton die er nu staat. En u bent het toch wel met me eens dat we niet prijzen uit het verleden allemaal ongeïndexeerd kunnen laten voortbestaan? Hoe graag ik het ook zo wil hoor, want ik voel wel met u mee, maar dit lijkt me toch wat kort door de bocht. De heer Uysal: Nee, dat ja absoluut.
En het ging net over die intentie maar volgens mij moeten we ook met z’n allen de intentie uitspreken dat we ook wel degelijk willen bouwen in verschillende prijscategorieën onder de drieënhalve ton, en niet alleen maar willen bouwen tegen die prijs van drieënhalve ton aan. En dat vraagt inderdaad wel om vormen van innovatie en creativiteit en om ervoor te zorgen om die bouwproductie op een slimme manier te realiseren. En ja, er is onlangs dus een initiatiefvoorstel aangenomen, Knarrenhof bijvoorbeeld. Nou, dat soort alternatieve woonvormen. We moeten gewoon daarmee meer rekening houden en ook meer naar kijken. Ook kleinere woningen bijvoorbeeld. Nou, dat zijn allemaal vormen die ervoor kunnen zorgen dat ook de woningprijs misschien omlaag kan. En tot slot voorzitter, over de doorstromingsstrategie waar we dus nu vooral heel erg op inzetten, of waar in het raadsvoorstel heel erg voor inzet is, duurdere huizen bouwen om die sociaaleconomische schaalsprong te maken, en hierbij sluit ik me ook wel aan op mijn collega van ChristenUnie/SGP. Het lijken communicerende vaten, dus op het moment dat we duurdere huizen bouwen willen we volgens mij ook mensen buiten Dordrecht aantrekken. Maar dat zorgt dan niet voor dat er woningen vrijkomen die dan voor de Dordtenaren weer beschikbaar zijn.
En aan de andere kant als er dus woningen vrijkomen is het de vraag of dat ook voldoende is om tegemoet te komen aan de woonbehoefte van starters. En daarom vinden wij het ook heel erg belangrijk dat er dus ook vooral wordt ingezet op betaalbare koopwoningen onder drie ton, en onder verschillende prijscategorieën om tegemoet te komen aan de voorzieningen of aan de woonbehoefte van starters. De heer Noldus: Voorzitter, dan toch de vraag… De voorzitter: Ho even. Mijnheer Gündogdu was eerst. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor mijnheer Uysal een heel mooi pleidooi houden vanuit GroenLinks over de wenselijkheid van de woningbouwambitie in onze stad. En u heeft het college een Routekaart wonen voorgelegd aan de raad waarbij een groot deel van uw pleidooi niet in terugkomt. Ik ben benieuwd wat u in dat kader gaat voorstellen, want ik verwacht niet dat het college zich maar tot andere inzichten gaat
33
komen vanavond op basis van wat u heeft aangegeven, dus ik ben benieuwd wat u concreet gaat doen? De heer Uysal: In algemene zin zijn we tevreden met de koers die verlegd wordt. We zien, wat ik aan het begin van mijn betoog ook aangaf, dat in plaats van alleen maar afbreken van sociale huurwoningen dus ook nu meer de nadruk wordt gelegd om een inhaalslag te maken, om het been echt bij te trekken op het gebied van sociale huurwoningen. We hopen ook graag dat de extra sociale huurwoningen die geprogrammeerd gaan worden ook dit jaar nog geprogrammeerd worden, en aan de andere kant is er nog een uitdaging te gaan met betrekking tot die 1.500 betaalbare woningen, koopwoningen, die dus toegevoegd moeten worden aan de harde planvoorraad. Ja, daarvan willen wij wel dat ook een substantieel aantal onder de drie ton wordt gebouwd. En we wachten voor nu eerst even de reacties af van de wethouder, en vervolgens kunnen we op basis daarvan weer besluiten hoe en wat. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, als laatste de vraag daarop precies. Kijk, op zich het toevoegen van betaalbare woningen van onder die drieënhalve ton, of drie ton of iets anders, dat dat snap ik allemaal. Dat is denk ik logisch, daar is ook behoefte aan.
Tegelijkertijd ben ik wel benieuwd hoe GroenLinks dan ook de weging doet over de haalbaarheid? We hebben de vorige keer in de technische sessie het antwoord gehad op de stichtingskosten van een tussenwoning – ik meen uit mijn hoofd tweeënhalve ton zonder grond, doe ik even uit mijn hoofd. En ik ben benieuwd naar wat voor instrumenten dan ook GroenLinks voor ziet om dat te doen wetende ook dat we het nu niet alleen over de bouwmonitor hebben? Maar waar ik juist zo blij mee ben is dat we in bredere zin even kijken naar woningbouw, ook in de bestaande voorraad. Dus dat we juist zien dat er een hoop betaalbaardere – moet ik misschien zeggen - bestaande woningen zijn. Ik ben benieuwd hoe GroenLinks dan naar die samenhang kijkt, want het lijkt wel alsof GroenLinks alleen nieuwbouw voor starters ziet en niet de rest van de woningen in de stad. De heer Uysal: Nou, volgens mij is het en-en. Ik denk dat dat loshangt van elkaar. Aan de ene kant kan je niet alleen maar nieuwbouwwoningen bouwen om te voorzien in de woonbehoefte van starters. Je moet dus ook ervoor zorgen dat er doorstroming plaatsvindt, zodat zo dus ook andere doelgroepen in aanmerking komen voor woningen. Ja, en over de vraag, want de andere vraag ging over of het haalbaar en realistisch is.