3.3 2023.03.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
En ik heb net even tijdens de vergadering, zal ik bekennen, zitten googelen en er staat geen datum op maar ik had de indruk een heel recent verhaal van vorig jaar – zegt mijn buurman Uysal - van de VNG: handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid met een expertisecentrum van de VNG. We hoeven ook niet zelf het Wiel uit te vinden. Wellicht kunnen we eens op basis van dat document ook met elkaar eens beeldvormend praten: welke elementen zien we daar nu in wat wij hier in Dordrecht zouden kunnen willen toepassen? Dank u wel. De voorzitter: Oké. U bedankt. Wie mag ik voor de tweede termijn? De heer Uysal. De heer Uysal: Dank voor de toelichting ook van de wethouder. En wij zien natuurlijk ook wel in dat de situatie nu anders is dan 20 jaar geleden, omdat samenwerking nu wel iets kan veranderen, namelijk deelname aan de landelijke financiering. Dus we staan er wel positief in. We willen ook RTV Dordrecht het voordeel van de twijfel geven. En nou, wij hopen dan ook dat de samenwerking nu dan wel op gang komt, maar voor de toekomst van de lokale omroep is het wel echt noodzakelijk dat we even met elkaar om de tafel zitten, wat mijn collega net dus ook aangaf, om even te kijken van hoe gaan we dat mediabeleid vormgeven? En kijk, we hebben wel een eigen communicatiebeleid.
De rekenkamercommissie heeft daar zelfs onderzoek naar gedaan in 2019, en ik ben best wel benieuwd hoe dat zich verhoudt, het budget wat we uitgeven aan onze eigen communicatie, hoe de gemeente communiceert met de inwoners, hoe dat budget zich verhoudt tot de budgetten die we dan verstrekken aan de lokale omroep? En dat zijn allemaal van die essentiële vragen waar we gewoon wat langer bij stil moeten staan en wat we ook moeten gaan plaatsen een brede geheel van wat voor stad zijn we, wat voor stad willen we zijn, waar willen we naartoe en wat voor lokale omroep past daarbij? E ik hoor de wethouder zeggen, de portefeuillehouder: ja, dat is aan de raad zélf of ze nu een mediabeleid willen of niet. Maar volgens mij is dat ook heel simpel, op het moment dat de portefeuillehouder een toezegging doet dan zijn we ook heel snel klaar, en dan kunnen we ook een startnotitie verwachten. Zo niet, dan ben ik heel erg benieuwd naar mijn collega's wat zij hiervan vinden, zodat we eventueel met een ander instrument komen kunnen komen om dat dan toch te bewerkstelligen. Mevrouw Koene: Voorzitter?
20
De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, dan hoor ik de heer Uysal weer zeggen dat hij ervan uitgaat dat die wethouder met iets gaat komen. Dat is natuurlijk hartstikke leuk. Maar wat willen wij nu? Wat vinden wij nu belangrijk aan een lokale omroep? Vandaar dat ik al even spottend zei over een werkgroepje. Ik bedoel maar ga nu niet zitten wachten totdat er weer iets land van boven vandaan waar we dan op moeten gaan schieten. Laten we nu met elkaar gewoon echt heel duidelijk gaan aangeven: dit verwachten we. En dat kan van alles en nog wat bij halen. We moeten natuurlijk altijd wel uitkijken dat het wel zo is dat een omroep moet natuurlijk wel onafhankelijk zijn. Dus dat is wat anders dan de communicatie bij de gemeente Dordrecht. Dus laten we nu gewoon met mekaar ook kijken in plaats van alleen maar wachten totdat er iets land. De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter. Ja, daar ben ik het eenmaal met u eens. Maar volgens mij hebben wij ook de afspraak gemaakt dat we wel eerst de stukken moeten hebben voordat we iets willen agenderen. Dus ja, volgens mij moet er wel eerst een stuk liggen voordat we iets willen agenderen. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik dacht dat mijnheer Uysal zelf in de agendacommissie heeft gezeten, en dus weet dat je alles kan agenderen als raadslid. De voorzitter: De heer Van der Kruijff.
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, daar wil ik toch op inhaken, want volgens mij zijn we aardig dit keer op dit punt met mevrouw Koene eens, en ik deed ook een handreiking. Misschien kunnen we als commissie met elkaar op basis van dat VNG-handvat wat gegeven wordt eens kijken wat staan er nu voor elementen in wat wij daarvan vinden? Wat overigens een heel andere vraag is van hoeveel subsidie geef jij je lokale omroep? Dat gaat over professionalisering en activering - of een ander woord, werd er geloof ik gebruikt - van de lokale journalistiek. Dat gaat ook over papieren media, en dat gaat ook over social media, dat gaat dat gaat breed. Vandaar dat ik ook zeg: ga nu door met je lokale omroep en voor deze discussie parallel daaraan, breed, maar niet over 100.000 euro alleen voor je omroep, want dat is een veel smallere discussie. De voorzitter: Oké. Mag ik nog iemand het woord geven? Tweede termijn, de heer Van der Net. De heer van der Net: Nou ja kijk, veel wat er hier gezegd wordt daar ben ik het eigenlijk ook wel mee eens dat we toch wel wat beter moeten gaan bepalen van wat we eigenlijk ook wel verwachten vanuit een lokale omroep. Alleen het punt waar ik nu al tegen aanhik is dat we bezig zijn om hier eigenlijk een regionale omroep op te richten.
En ja, dan zit je natuurlijk ook wel weer een discussie van wat geven wij als Dordt natuurlijk inderdaad aan die omroep, en wat geven dan andere gemeentes aan die omroep? Ja, kan je dat dan weer lostrekken, of dat je zegt: nou, we gaan uit van een lokale omroep en dan bepalen wij het zelf wel. Dus ja, ik zit een beetje in dubio op dit moment van hoe
21
we daar vorm aan moeten geven. Ik steun wel dat we daar toch eens een keer wat beter over moeten nadenken. En ja, vooralsnog nog zullen wij dit voorstel opnieuw steunen. De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Nou wat ik ervan heb begrepen, stel dat zij het wel gaan redden, RTV Dordrecht, en dat ze via landelijk gesubsidieerd worden dan is het een hele andere discussie alweer toch, omdat we dan heel … Dan hebben ze een regionale functie, maar dan kunnen wij als Dordrecht toch gaan inkopen? Dus dan moeten we dat sowieso afwachten. Maar waar ik … Mevrouw Koene: Voorzitter, wat wil de heer Van der Spoel inkopen? De heer Van der Spoel: Nee, wat ik heb begrepen is dat als zij de subsidie vanuit landelijk krijgen dan wordt dat vanuit het landelijk potje gegeven, en daarmee moet ze het gaan doen. Als wij dan als Dordrecht programma's, weet ik veel, dat er meer ingezet moet worden op jeugd - ik noem maar wat - en dat we daar iets willen dat een lokale omroep dat doet, dan ga je daar een specifieke subsidie voor verstrekken. Het is niet zo dat je dan zegt: oké, wij geven een pot met geld en dan moet Zwijndrecht voor bediend worden, en dan moet Papendrecht voor bediend worden.
Mevrouw Koene: Nee maar, voorzitter, dat wil ik dan toch even corrigeren, want dan heb je het niet over subsidie, dan heb je het gewoon over een opdracht die je verstrekt waar je een factuur voor krijgt. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Maar waar ik me nog steeds wel een beetje zorgen om maak, en dan kom ik toch weer terug bij alles of niets, ik hoor nog niemand duidelijk zeggen van … Ik hoor het de partijen niet zeggen. Ik interpreteer het van het college als van: nou ja, dan is die optie weer open, dan gaan we het dan wel weer bespreken of ze dan nog een tonnetje of anderhalf ertegenaan moeten gooien als ze het niet redden voor 2024, dan gaan we kijken naar 2025. Maar ik ben toch wel geneigd om te zeggen: ja luister beste RTV Dordrecht, het is alles of niets voor het komende 2024. En ik ben toch wel benieuwd hoe andere partijen daarin staan dat als zij het niet redden of we dan deze discussie in het najaar nog een keer hebben over 2025? De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ja, ik bedoel van ik begrijp wat dat betreft de opmerking wel van de heer Van der Spoel, maar dat ligt er weer aan natuurlijk op grond waarvan het dan weer niet gelukt is.
En ik vind het al wel complex om nu al uitspraken daarover te gaan doen, dus ik wil wel eerst inderdaad gewoon weten als het, als het weer niet lukt, waarom het niet gelukt is voordat ik ga zeggen van: nou, en dan is het in één keer over ook. Dus vandaar dat ik niet denk dat dat op dit moment de juiste afweging is. De voorzitter: De heer Uysal.
22
De heer Uysal: Ja, ik heb de Partij van de Arbeid nog niet gehoord om het verzoek om te komen tot een structurele oplossing, juist om te voorkomen dat we elke keer hapsnap bij een verzoek om de tafel weer moet gaan zitten om ons te buigen van moeten we nu wel een incidentele uitgave doen of niet, stellen wij voor om gewoon met een structurele oplossing te komen en met een mediabeleid te komen waarin we eigenlijk gewoon zelf bepalen van wat voor lokale omroep willen wij? En hoe staat de Partij van de Arbeid daarin, want daar heb ik nog niks over gehoord.
De heer Van der Spoel: Omdat ik daar ook nog redelijk open in sta. Maar ik weet het, als ik er nu over nadenk, natuurlijk het is een prachtig voorstel wat GroenLinks doet: nou, dan gaan we daar met een clubje voor zitten en dan gaan we daar eisen aanstellen. Dus daar gaan we in mee. De voorzitter: Nou helder. Dat is snel overdacht. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik heb ook nog een oplossing namelijk voor … Nou, niet zozeer mijn oplossing, maar in het raadsvoorstel daar staat letterlijk dat 2023 het laatste jaar is waarop RTV Dordt een beroep kan doen op aanvullende middelen ter overbrugging. Dus het probleem lost zich vanzelf op, zeg maar. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koene. De heer De Boer. De heer De Boer: Ja aansluitend, voorzitter, op mevrouw Koene, staat er volgens mij ook in het stuk als we niet halen volgend jaar dan gaan we toch nog afpellen. Staat er volgens mij letterlijk in ook. De voorzitter: Oké. Ik wil even voor de duidelijkheid zeggen het is kwart voor negen, dus we hebben nog een kwartier. Dus als iemand nog een tweede termijn kort wil aangeven, als er nog dingen gezegd moeten worden die nog niet gezegd zijn, graag, en anders wil ik toch even naar de wethouder voor de tweede termijn om zo meteen tot een conclusie te kunnen komen. De heer Wringer. De heer Wringer: Ja dank, voorzitter, ik zal het kort houden. Er is al veel gezegd. Dat was ook één van onze.
Mocht het niet lukken, ook met de samenwerking in juni, dan wordt er inderdaad teruggevallen naar een basis. Maar wat ook een belangrijk is, die externe inkomsten. De club is gewoon veel te afhankelijk van de gemeente, dus daar moet een plan van aanpak komen. Daar had denk wel 20 jaar geleden al moeten gebeuren, maar ik hoop dat dat er nu wel van komt. De voorzitter: Dank u. Nog iemand kort iets aanvullend wat nog niet gezegd is voor een tweede termijn? Dan geef ik graag het woord aan de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel. Ik kan het kort houden want het tweede termijntje ging eigenlijk vooral over de behoefte aan mediabeleid of iets anders. Dat was ook even de reden dat ik eventueel zei toen de voorzitter opperde om hier een hamerstuk of een bespreekstuk van te maken omdat ik uit de eerste termijn niet voldoende geluid dacht op te vangen over wat ik van de suggestie vond van de heer Uysal. En als ik hem nu zo
23
nog een keer een beetje hoor dan hoor ik GroenLinks zeggen: er moet beleid komen. Een aantal van u zegt: ja, we moeten in ieder geval een opvatting over ontwikkelen. En dan vind ik het heel moeilijk om nu te zeggen we gaan een beleidsstuk schrijven. En dat vind ik het wel heel logisch om een toezegging te doen, een duidelijke toezegging aan de hand van de vraag van de heer Uysal, dat we vanuit college met een opvatting komen over hoe we met mediabeleid zouden willen omgaan. En of dat daarna in bespreking leidt tot een beleidsstuk, of tot twee A4tjes met: nou, zo willen we het ongeveer zien. Dat vind ik dan echt iets waar we in het college even over moeten hebben, en met een stuk gaan komen. Een raadsinformatiebrief zal dat denk ik qua vorm zijn, waarna u zelf kunt beslissen hoe u daar verder richting aan wil geven. Daarmee hoop ik de toezegging waar de heer Uysal om vraagt genoeg body te hebben kunnen geven, maar ook u nog even de gelegenheid te geven de komende maanden om, nadat we dat stuk hebben gepubliceerd, of uw raad hebben aangeboden, er zelf ook eens over na te gaan denken, want het is natuurlijk wel iets waar we nu een beetje over peinzen, en er is een VNGstandpunt of een VNG-stuk enzovoorts, en er zijn vast gemeentes die hier wel een vorm van beleid op hebben, maar wij niet. En daar moeten we eventjes onze mind over opmaken. Tot zover.
De voorzitter: Ja, de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ja, ik zelf kan wel even met het voorstel zoals de wethouder dat doet, voorzitter. Alleen de heer Uysal die hoor ik heel vaak de omroep noemen. En mediabeleid is breder dan omroep, dus volgens mij moeten we nog even heel strak met elkaar de scope bepalen: gaat het nu over de omroep of gaat het breder over de media waar een stuk over komt? De voorzitter: De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ik kijk twee kanten uit. De heer Uysal kan ook een opvatting hebben natuurlijk, en dat gaat hij vast zo zeggen. Wat mij betreft, want mevrouw Koene vroeg er ook naar van wat vindt het college? Kijk, we hebben daar niet een heel uitgebreide discussie over gehad, maar ik vind dat we als we steeds, nu al 20 jaar of nog langer want je weet het niet, met pleisters plakken bezig zijn en incidentele middel - en zeker in de veranderende samenleving waarin zoveel mensen zich nauwelijks mee laten informeren of alleen maar in hun eigen bubbeltje informatie zoeken – vind ik het heel zinvol om als gemeente een opvatting te hebben over hoe je vanuit je eigen verantwoordelijkheid met media om wil gaan, om ook de samenleving in staat te stellen goed kennis te nemen van wat we in de gemeente doen, maar daar ook iets over terug te praten. Dus het is iets breder dan de omroep.
De omroep is een middel om je beleid mede vorm door te geven of juist niet. Misschien zeggen we wel alles moet op een hele andere manier. Wie weet. De voorzitter: Oké. Heel kort. De heer Uysal: Nee, dat is ook precies wat ik bedoelde. We moeten gewoon samen met zijn allen kijken naar het medialandschap, welke partijen daar zijn en wat de ontwikkelingen daarin zijn. Je hebt kranten, je hebt regionale dagbladen, je hebt omroepen. Nou, we moeten even alles gewoon op elkaar even in beeld brengen: wat is
24
er nu, wat voor rol, wat is de behoefte en hoe kan hoe kunnen we daarop gaan inspelen? Dat is eigenlijk wat we voor onszelf helder moeten hebben. De voorzitter: Oké. Hoe gaan we hier verder mee om? Ik heb in ieder geval de wethouder wat toezeggingen horen zeggen. In ieder geval uit te zoeken wat de criteria zijn voor de regionale samenwerking. Ik zie de ambtelijke ondersteuning, mevrouw De Prie al zeggen: doen we morgen even. Dus ik denk dat dat heel snel onze kant opkomt. Of praat ik nu mijn beurt voorbij? Oké. En verder, ja, voor de toekomst van wat willen we nu eigenlijk met een omroep? Het college kan met een opvatting komen hoe we daar kunnen komen, hoe om te gaan met de media. Ik hoor ook fracties zeggen: we kunnen ook zelf al proactief met elkaar eens om de tafel gaan zitten en uitzoeken hoe staan wij ertegenover, wat vinden wij wat Dordrecht voor mediabeleid verdient, een omroep, geen omroep? Weet ik veel wat allemaal. Dus dat zijn twee dingen die nu zijn toegezegd. Nu de vraag ook aan u allen: hoe gaan we met dit voorstel om? We hebben volgende week een raadsvergadering. Is dit voorstel en de bespreking daartoe voldoende geweest, of het door te laten gaan als een hamerstuk? Ik gooi hem toch maar even in de groep. Of dat u zegt we kunnen dat inderdaad als een bespreekstuk volgende week in de raad doen.
Dan wil ik wel graag ook een politieke vraag hebben of een belofte, een toezegging om met een motie of amendement te komen, of u zegt, nee, dat geen van beiden, we willen eerst nog even afwachten wat de criteria zijn en we gaan gewoon nog een keer een oordeelsvormende commissie hebben. roept u maar. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, ja, ik overweeg toch denk ik om eventueel een amendement of zo te maken of een motie. Ik weet het ook nog niet, moet ik nog over nadenken, en dan met name zeg maar om zwart op wit te verankeren wat we eventueel afspreken, dus hoe we het gaan vormgeven. Of dat we als raad een raadsinitiatief van maken of wat dan ook, maar daar moet ik gewoon even over nadenken. Maar dat is niet iets als je wel of niet instemt met het raadsvoorstel wat je daarmee geborgd hebt, dus dat is puur dus om te borgen dat we aan een visie gaan werken. De voorzitter: Ja, het maakt niet … Als u met een motie amendement komt dan wordt dit raadsvoorstel automatisch een bespreekstuk. Tenminste, niet. Ik zie mensen nee schudden. De heer Van der Poel: Nee, het kan alleen over moties of amendementen worden gesproken. De voorzitter: Ja, dat klopt, maar er zal ook nog een beslissing moeten plaatsvinden dan over het raadsvoorstel ten aanzien van de 150.000 euro. En volgens mij hangt dat ook nog even in de lucht in verband met de criteria die gesteld ...
De heer Van der Net: Ik luister altijd heel goed naar mevrouw Koene, maar dat heeft ze volgens mij niet gezegd. Dus met andere woorden van dit voorstel kan gewoon worden gehamerd, en als zij met een motie komt …
25
Mevrouw Koene: Voorzitter, ik kom sowieso met een motie of een amendement. Ik weet alleen nog niet welke van de twee. Ik zoek een manier om te borgen dat wij met elkaar afspreken hoe we aan een visie gaan werken De heer Van der Net: Voorzitter, dat staat los van dit stuk. De voorzitter: Nou, dat is een onderdeel van het stuk want een onderdeel van het stuk is de toekomstbestendige omroep. Alleen, er is nog één onderdeel en dat is de toezegging of de vraag: gaan we akkoord met het laatste maal ter beschikking stellen van die 150.000 euro? En daar heb ik ook nog niet echt heel duidelijk zijn er partijen die zeggen: ja oké, alles of niets, laten we dan maar dat doen. Er zijn ook partijen die zeggen: nou, ik wil nog even afwachten wat het antwoord is op het uitzoeken van welke criteria er zijn voor die regionale samenwerking? Als we weten wat die criteria zijn, is dat haalbaar of niet, en dan te kunnen toestemmen, toezeggen of die 150.000 euro haalbaar is. Dus ik kijk nu even rond. We hebben in ieder geval van mevrouw Koene die zegt: ik kom met een motie of een amendement. Dan wordt in ieder geval dit stuk besproken naar aanleiding van die motie of amendement. De heer Van der Net: Ja, maar goed, dan kunnen we met zijn allen roepen dat de rest zal vinden dat het een hamerstuk hoort, maar dan komt het sowieso op de agenda. De voorzitter: Nee, exact.
De heer Van der Net: Dus met andere woorden dan zijn we op dat punt dan klaar, en kunnen we op dat moment stemmen ook over het stuk. De voorzitter: Ja, volgende week in de raad. Mevrouw Koene: Het is eigenlijk een beetje ook ontstaan omdat nu het stuk begeleid staat van twee politieke vragen, en dit is één ervan, dus ik vind dat het gewoon zo moet kunnen. De voorzitter: Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Ja, in elk geval aarzelt ChristenUnie/SGP nog wel over dus of we wel of niet voor die 150.000 euro hebben. Maar wat ons betreft hoeft dat denk ik niet apart besproken te worden, want volgens mij kunnen we het gewoon hebben over het voorstel wat mevrouw Koene gaat doen. Dat is in elk geval op de tweede politieke vraag, en die eerste politieke vraag of we wel of niet akkoord gaan, dan kunnen we altijd met een stemverklaring nog erbij geven dat we geacht worden tegengestemd te hebben omdat we het niet eens zijn met de besteding van dat geld. Volgens mij hebben we daar dus geen losse bespreking nog bij nodig. De voorzitter: Helemaal goed. Zullen we dat zo maar doen dan? Ik zie iedereen ja knikken. Dan volgende week in de raad wordt het stuk besproken naar aanleiding van een motie of amendement. En de eerste vraag de 150.000 euro, daar hebben we het niet meer over. Nou, dat kan nog wel eens meevallen dat iemand met een bepaalde stemverklaring komt. Oké.
Ik wil u allen hartelijk danken voor uw inzet en aanwezigheid. En tot de volgende sessie.
26
4. Agenderingsverzoek college over nieuw evenementenbeleid Voorzitter: De heer Groenewege Raadsgriffier: De heer Boom Boom Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. Droog (CU/SGP) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. In ’t Veld (VSP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Van der Spoel (PvdA) Dhr. Stolk (VSP) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Ambtelijke ondersteuning: mevr. De Prie Insprekers: dhr. Baaij, dhr. Kruijver Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf De voorzitter: Welkom iedereen. Gaat u alstublieft zitten. Welkom aan het publiek in de zaal, digitaal. Iedereen is van harte welkom. Commissieleden, raadsleden, griffie, ambtelijke ondersteuning, wethouders. Het is echt van alles wat vanavond, hartstikke gezellig. En om daar een beetje orde en duidelijkheid in te scheppen, gaan we onszelf eerst allemaal voorstellen, en dan begin ik aan mijn rechterkant. Ja, dank u wel en welkom met name aan de insprekers. We gaan het vanavond hebben over de start, over het actualiseren van de ambities, doelen en het beleid voor evenementen in Dordrecht. We hebben het eerder in de commissie al gehad over een startnotitie daarover in een oordeelsvormende vergadering.
Die is toen doorgeschoven naar een besluitvormende vergadering, namelijk de raadsvergadering van volgende week. Maar parallel daaraan loopt dit consultatieproces. Het is vanavond dus die consulterende vergadering. In de agenda stond het als een beeldvormende vergadering, maar u moet het ook een beetje zien als een hybride concept, want u wordt ook om een oordeel gevraagd over zes stellingen die er vanavond aan u voorgelegd gaan worden. En u mag daar als partij een oordeel over geven. Maar het is geen oordeelsvormende vergadering, dus we gaan er niet over in debat, en het leek me wel nuttig om dat even van tevoren duidelijk te benadrukken. En mijn eigen rol is zeer beperkt, dus ik geef graag nu het woord aan de gespreksleider. Dank u wel.
27
De heer Burggraaf: Ja dank u wel, voorzitter. Ja, ik ben niet de gespreksleider denk ik. Ik moet hierna naar de buren, zeg maar, want daar gaat het over het toekomstbeeld van de binnenstad. En dat is een politieke discussie dus ik doe wel graag even de introductie maar daarna geef ik het woord aan Lex, en dan is het in goede handen bij hem. Nee, jullie hebben de vorige commissie de startnotitie besproken, en het is een traject naar de evaluatie van het evenementenbeleid, en dit is dus een stap daarin om even in perspectief te zetten: oké, wat zien we dan landelijk aan trends en ontwikkelingen op evenementengebied? En tegen welke dilemma's loop je nu aan? In dat kader liggen ook die stellingen er, niet zozeer om daar al richtinggevende uitspraken van u over te hebben, maar wel om eens even met elkaar het proeven: oké, we willen heel veel voor evenementen, veel diversiteit inclusief, noem het maar op. En tegelijkertijd willen we ook dat organisatoren het steeds makkelijker wordt om het te organiseren. Nou, dat bijt elkaar. Nou ja, dat soort dilemma's, dat willen we graag vanavond ook even met elkaar eens even doorleven zodat je zo meteen, later in het traject als we de keuzes in moeten maken, dat we daarover wat soort gevoel we met elkaar bij hebben.
Dus dat is het doel van deze sessie, en ik vind het erg belangrijk om dat op dit thema te doen, want ik heb ook gezien aan het begin van deze nieuwe bestuursperiode, politieke periode, dat de betrokkenheid van de raad groot was bij de evenementen. We hebben met een grote groep toen op de verkiezingsborden de aankondiging van evenementen onthuld, en daar merkte ik dat ook in de nieuwe raad er een groot hart is voor onze evenementen. Dus ja goed om dan met elkaar ook zo'n proces wat nadrukkelijk te doorleven, zeg maar, in de tussenstappen, en dat is vandaag één van, dus ik geef het woord aan Lex. De heer Kruijver: Dank je wel, Maarten. Ik neem het graag over van je. Mooi onderwerp, evenementen, waarin we jullie vanavond meenemen. Maarten zei het al even. Natuurlijk een aantal weken geleden de startnotitie hier besproken. Tegelijkertijd hebben wij al een aantal zaken opgestart. Feitenonderzoek. We zijn we zijn met de stakeholders in gesprek gegaan, bewoners enquête. Een aantal van die aspecten die komen zo voorbij, en daar nemen jullie graag eventjes in mee. Eerst even over Respons. We zijn een onderzoek- en adviesbureau op het gebied van evenementen, citymarketing en toerisme, gevestigd in Amsterdam. We zijn al ruim 25 jaar bezig. Enerzijds houden we ons bezig met de monitoring van de markt van evenementen in Nederland.
Doen we al heel lang, dus we weten wat er speelt, we weten wat er speelt in Dordrecht en weten wat er speelt elders. Erg handig op het moment dat je ook daar onderzoek verder naar doet en partijen adviseert. Dat doen we zowel publiek privaat, overheden, gemeenten, provincies, rijk, maar daarnaast werken we ook voor verschillende, commerciële partijen, organisatoren, venues, sponsors, adverteerders. Een mooie mix van opdrachtgevers waar we ons gedurende het jaar met een aantal mensen mee bezighouden. Belangrijk om nu even mee te nemen. Evenementenbeleid, daar zijn we bezig, dat evalueren we. We zijn op weg naar een nieuw evenementenbeleid. Waarom doen we dat eigenlijk? Nou, hebben we een aantal redenen voor, ten eerste is het huidige beleid komt uit 2017 en is alweer toe aan herijking, aan een her evaluatie. Zoals je natuurlijk weet is Dordrecht een aantal keren in de afgelopen 10, 15 jaar Evenementenstad van het jaar geweest. Een vak prijs die jaarlijks wordt uitgereikt, waarbij eigenlijk echt al de beste evenementensteden in verschillende categorieën met elkaar wedijveren om die felbegeerde bokalen binnen te halen. Nu is Dordrecht drie keer gelukt. Is best goed, maar goed, dat wil je natuurlijk in de toekomst wel blijven doen. En
28
dan is het belangrijk om voorop te blijven lopen. Je hebt altijd een beetje het nadeel van de wet van de remmende voorsprong, op moment dat je een paar keer gewonnen hebt dan denk je: nou, dan zijn we goed bezig laten we vooral zo doorgaan en we hoeven niet meer zo heel erg hard te lopen. Nou ja, je weet wat er vroeger natuurlijk met Avis en Hertz is gebeurd. We try harder, had de nummer twee, en was met die slogan erg succesvol. Dus goed om strak te blijven. Nou ja, de evenementenkalender, daar kwam eigenlijk wel uit de evaluatie, die is niet helemaal meer toekomstbestendig. Daar kom ik zo meteen wel even op terug. Maar wel een reden om weer vol te gaan vernieuwen. Het mijlpalenprogramma is afgelopen, zoals jullie weten, en er zijn ook wel een aantal landelijke ontwikkelingen. Daar neem ik jullie zo even in mee. En als laatste, evenementen zijn ook heel belangrijk voor Dordrecht. Kom ik ook nog even op terug. Even over die landelijke ontwikkelingen. Maarten noemde het al even zo. Eigenlijk, je ziet hier verschillende plaatjes, maar eigenlijk zouden jullie vier letters moeten onthouden, en dat is DKSV. Dat is momenteel het grote probleem van de evenementensector, of dat zijn de problemen van de evenementensector. En het eerste punt, want ze staan in alfabetische volgorde, is Duurzaamheid.
Grote ontwikkelingen, grote uitdagingen komen allemaal momenteel op de evenementensector af. Je ziet daar al eventjes het wegwerpplastic wat natuurlijk vanaf januari volgend jaar gewoon verplicht is. Daar moet de sector echt stappen inzetten, maar de duurzaamheidsproblemen, of de duurzaamheidsuitdaging moet ik eigenlijk zeggen, zijn veel groter. Dat gaat over dieselgeneratoren, dat gaat over groenstroom, dat gaat natuurlijk ook over zaken als het niet meer hebben van plastic op evenemententerrein, of in ieder geval zorgen dat dat weer wordt ingewisseld. Nou veel. Het tweede punt zijn de Kosten, de prijzen. Momenteel natuurlijk een groot probleem, niet alleen bij de evenementen, maar we zien dat natuurlijk op meer terreinen, maar de hoge energielasten speelt evenementen parten. Inkoop van materialen, tekorten ook aan materialen, artiesten, groepen. Nou, eigenlijk op alle mogelijke terreinen heeft de sector te maken met echt enorme kostenverhogingen. En met name de vrij toegankelijke evenementen, de vrij toegankelijke festivals die dreigen in de problemen te komen. De financiële risico's worden dermate hoog dat meerdere organisatoren zich momenteel wel achter de oren aan het krabben zijn van kunnen we dit wel blijven doen? De S, want ik had het over DKSV, die staat voor Schaarste, en die schaarste, dat gaat eigenlijk over verschillende dingen.
Dat gaat over de schaarse ruimte, de steden verdichten. Dordrecht verdicht, levert problemen op, maar de schaarste gaat ook over vergunningen. Het aantal vergunningen wat gegeven kan worden met name op natuurlijk hele drukke weekenden wordt steeds krapper, en de vraag daarnaar wordt groter. Maar de schaarste gaat ook over vrijwilligers, tekorten aan vrijwilligers waar veel organisatoren ook weer met name die vrijwilligersorganisaties mee te maken hebben. En als laatste dat is die V die ik had, en die gaat over Veiligheid. De eisen ten aanzien van veiligheid die worden steeds groter. Ook een klein beetje een nalatenschap van de coronaperiode. Het wordt voor organisatoren steeds moeilijker, steeds kostbaarder om aan alle veiligheidseisen verkeersplannen, veiligheidsplannen te voldoen. Groot punt. Waarom dan toch evenementen in Dordrecht? Verschillende redenen. Ten eerste om onze doelgroepen de vier B’s, bewoners, bezoekers, bedrijven aan te trekken en te kunnen behouden onder andere vanwege levendigheid en leefbaarheid. Evenementen zorgen voor levendigheid en zorgen aan de andere kant ook dat steden leefbaar worden. Evenementen hebben een positieve invloed op de economische beweging. Ze zorgen
29
voor inkomen stromen of bezoekersstromen van buiten die portemonnees meenemen en die in Dordrecht besteden. En dat levert weer werkgelegenheid op. Weer belangrijk om als bijdragende economische groei van de stad. Evenementen zorgen voor trots en verbetering van het imago. Mensen kunnen trots zijn op steden. Het kan worden gebruikt in het goed vermarkten van de stad, heel belangrijk. Ze kunnen ook locaties op de kaart zetten. Dat geldt voor steden in zijn algemeenheid, gebieden in zijn algemeenheid, maar natuurlijk met name ook waar steden zich aan het ontwikkelen zijn, herontwikkelen zijn, daar kunnen evenementen een rol in spelen om bewoners, toekomstige bewoners, bezoekers, bedrijven al in een vroegtijdig stadium kennis te laten maken met de nieuw te ontwikkelen gebieden. En als laatste, evenementen zijn bij uitstek in staat om ook doelen op andere gebieden, andere beleidsterreinen te versterken. Dat gaat over sport, sportparticipatie, dat gaat over cultuur, aansluiting bij de doelstellingen op cultuurbeleid. Dat gaat uiteraard ook over citymarketing, maar ook over jeugdzorg en noem maar op, meerdere gebieden, binnenstad noem maar op, kunnen evenementen die doelen een bijdrage aan leveren. Goed om jullie even mee te nemen in waar we nu staan. Dit is eigenlijk het proces wat we ten aanzien van herijking van het evenementenbeleid momenteel aan het doorlopen zijn.
Het begon natuurlijk met het feitenonderzoek. Die hebben we gehad. Vervolgens zijn we gaan benchmarken, kom ik zo meteen nog wel even op terug, hebben we ook gehad. Zoals ik net al zei we zijn met onze partners in de stad gaan praten, we zijn de bewoners gaan vragen naar hun mening. Ook dat hebben we gedaan, en vervolgens gaan we dan keuzes maken. Die gaan we toetsen, dat moeten we allemaal nog gaan doen, die dan uiteindelijk uitmonden in een nieuwe visie waaraan een uitvoeringsagenda wordt gekoppeld met een tijdspad en een kostenplaatje. En we zijn ongeveer hier. We zitten zo'n beetje tussen fase 3 en fase 4 in, halverwege zou je kunnen zeggen. Even over dat feitencijfers. Bekende plaatjes die ik jullie laat zien. Op jaarbasis zijn er in Dordrecht zo'n 100, 105 – ene jaar wat meer, ander jaar wat minder evenementen per jaar, en dat is van alles wat. Het grootste deel van die ruim 100 evenementen zijn kleiner dan 5.000, trekken minder dan 5.000 bezoekers. Grote of kleine evenementen, maar er zitten ook enkele grote tussen die zelfs meer dan 50.000 bezoekers trekken of daar in de categorieën zitten die ertussen zitten. Je kunt daar ook weer op een wat andere manier kijken naar dat evenementenaanbod.
Op wie zijn ze gericht, wat zijn de doelgroepen, wat doen ze qua uitstraling? Zijn ze landelijk, regionaal, lokaal? En dan kom je op een piramidevorm uit waarbij natuurlijk die basis, dat zijn natuurlijk met name die kleinere evenementen die ik net liet zien, maar natuurlijk niet allemaal, die zitten natuurlijk in die onderste basis met name gericht op je eigen inwoners om die basis reuring - levendigheid en leefbaarheid die ik net liet zien - om die in de hele stad te kunnen waarborgen. Daarbovenop programmeer je een aantal evenementen die een regionaal publiek aantrekken. En in de top van de piramide daar zitten natuurlijk je echte beeldbepalende evenementen die nationaal aansprekend zijn. Kijk je even naar de verdeling van de evenementenkalender naar genres, dan krijg je ongeveer dit beeld waarbij die dikke staven, dat zijn de bezoekersaantallen en het dunne lijntje dat zijn het aantal evenementen, en het percentage van het totaal. Nou, dan zie je dat traditionele evenementen zoals de kermis, circus, Sinterklaas, Koningsdag is bijna een kwart ruim een vijfde van het aanbod. Nou ja, verder andere evenementen zijn sportevenementen, cultuurevenementen, muziekfestivals eigenlijk best heel breed verdeeld, goed verdeeld, en dat sluit ook wel goed aan bij de ambitie van het evenementenbeleid dat jaarlijks in ieder geval voor iedere Dordtenaar één evenement
30
op de kalender moet staan waarvan hij denkt: daar ga ik naartoe, dat is een evenement voor mij. Nou, om ook even te denken: ja, wat zal nu die zes procent zijn? Dat zijn er niet precies zes, dat is toeval, maar dit zijn zeg maar even de grootste evenementen van Dordrecht. Dan hebben jullie dat alvast maar even gekregen. Welkom. Ook even, we hebben het natuurlijk wel gehad over die wet van de remmende voorsprong, dat we moeten vernieuwen, dat die evenementenkalender niet meer toekomstbestendig is. Dat betekent niet dat er natuurlijk helemaal geen nieuwe evenementen in Dordrecht bij zijn gekomen of bijkomen, dat is wel zo. Heb ik ook even een lijstje van gemaakt. Dit zijn evenementen die net na of net voor corona of zelfs tijdens corona de Dordtse evenementenkalender zijn komen versterken. Kijken we ook even naar spreiding. Dan zie jullie natuurlijk, en dat is natuurlijk niet zo gek, dat het merendeel van de evenementen in de binnenstad plaatsvindt, maar verder is er ook zeker sprake van verdeling over de stad. Daar is natuurlijk ook een vraag over gesteld in de stakeholders, dat komt zo meteen nog wel even terug maar dit is zeg maar even de feitelijke situatie. De voorzitter: Mag ik u onderbreken voor een technisch vraag vanuit de commissie? De heer Kruijver: Zeker. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Vugt, CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter.
Ja, het is eigenlijk een vraag aan deze commissie. Ik snap gauw niet wat we nu doen. De startnotitie, daar wordt nog over besloten volgende week, maar wat hier gebeurt gaat al verder alsof de startnotitie al is aangenomen, en alsof we het nu al over de inhoud gaan hebben, wat ook kan, maar wat mij vooraf in elk geval niet duidelijk was. Dus ik weet niet goed wat we hier precies zitten te doen, want al deze informatie hadden we ook al, dus vorige keer al. De voorzitter: Voor ik mevrouw Van Engelen het woord geef wil ik u de kans geven om daar een antwoord op te geven. U weet het beste wat wij hier doen nu. De heer Kruijver: Ik sta er nu toch, dan geef ik antwoord. Nou ja, kijk, u snapt het niet. Het lijkt mij goed … We delen zo meteen even wat resultaten met jullie van wat we uit de stakeholderssessie hebben opgehaald. Dat zijn meningen, het lijkt me goed om u ook even mee te nemen in wat de feiten en cijfers zijn zodat je wel even een goed afgewogen beeld hebt. Dus enerzijds wat zijn de echte feitencijfers van wat er in Dordrecht gebeurt en wat zijn de meningen erover in de stad. En die beide informatie hebben nodig om dat pad kunnen bewandelen richting herijking van het nieuwe evenementenbeleid. Mevrouw Van Vugt-Roose: Oké, maar het gaat nu dus vanavond niet over het wel of niet aannemen van de startnotitie? De heer Kruijver: Nee.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Want zo leek het wel namelijk. De voorzitter: Oké. Dan zag ik nog een vraag van mevrouw Van Engelen van GroenLinks.
31
Mevrouw Van Engelen: Dank u wel. Ja, het is niet helemaal een vraag, het is meer een aanvulling op mevrouw Van Vugt. Want ik ben blij dat u het eventjes onderbrak. We zijn natuurlijk erg blij met alle informatie die we nu krijgen in een presentatie, maar we hebben het de vorige keer gehad over uitgangspunten, en die gaan we besluiten in de raad al volgende week en we hebben net te horen gekregen we zitten eigenlijk tussen fase 3 en 4 in sessies en enquêtes, keuze maken en toetsen, en dan vraag ik me af dan: zijn we toch veel te vroeg met die uitgangspunten? Want uitgangspunten horen volgens mij tussen fase 4 keuzes maken, 6 toetsen, en de nieuwe integrale evenementenvisie in te zitten. Dus het voelt een beetje mosterd na de maaltijd. Lijkt mij ook dat dit eigenlijk het onderzoek is waar de uitgangspunten op gebaseerd zijn, dus het zorgt inderdaad bij mij ook een beetje voor verwarring waarom dit nu zo parallel loopt en niet bijvoorbeeld gewoon samen in één sessie. De voorzitter: De heer Baaij wil daar iets … De heer Baaij: Zal ik daar even op reageren? Het is niet zo dat de uitgangspunten in de startnotitie gebaseerd zijn op wat u nu hoort en de uitkomsten die u nu ziet. We hebben al een aantal partijen, zoals Lex ook net gezegd heeft, geraadpleegd met name de stakeholders.
En met name, en dat zit iets verder op in deze presentatie ,ook aan die stakeholders gevraagd hoe zij tegen een aantal strategische punten aankijken. Als u zegt vindt u - en dan praat ik geheel als buitenstaander - het feit dat de startnotitie nog niet definitief is aangenomen in de planning - maar soms gaat dat zo met planningen - heel erg optimaal ten opzichte wat we hier met u nu doen vanavond? Dan wil ik best zeggen dat dat misschien niet optimaal is, maar dat heeft ook wel te maken met het tempo dat op enig moment in het proces nodig is waardoor we feitelijk nu op een aantal punten een klein voorschotje nemen op het feit dat u ook vermoedelijk die startnotitie gaat aannemen, om in ieder geval ook nu de peiling te kunnen doen op een aantal punten, en snel door te kunnen gaan daarna met de daadwerkelijke formulering van het evenementenbeleid. Het geeft wel een beetje context, want ik begrijp uw vraag heel goed. Ik snap het ook heel goed. Tegelijkertijd, dit is hoe die planning ook al enige tijd geleden gemaakt is. Als vervolgens de behandeling van de startnotitie iets doorschuift dan zijn de volgende zaken al gepland in uw commissie, en dan bereiden wij die voor en proberen daarin zo goed mogelijk mee te nemen. Dat is een beetje de lijn. Ik hoop dat u dat kunt begrijpen, en ik hoop ook dat u daarin mee wilt gaan. De voorzitter: Oké, mevrouw Van Engelen.
Mevrouw Van Engelen: Ik weet niet of dat heel veel zin heeft, en dat de twee heren die hier nu zitten daar ook niet heel veel mee kunnen, want het is gewoon … Nogmaals, wil ik zeggen, fijn dat jullie hier helemaal inhoud geven. Alleen ik vind het jammer dat dat dat de wethouder tot de tweede keer toe hier nu niet bij is, terwijl hij hele creatieve vormen heeft gekozen om dit te bespreken. En eigenlijk is dit gesprek denk ik ook toch meer richting hem gericht. Dus alleen ik gooi het er eventjes in. Ik vind het jammer dat hij er niet bij is, maar laten we vooral even verder gaan. De voorzitter: Zeker. Dan nemen we dat mee, en dan geven we die boodschap door aan het college, en ik denk dat die boodschap wel aankomt. Dan gaan we door met u.
32
De heer Kruijver: Ik pak het gewoon weer op. Spreiding door het jaar heen. Ook naar gekeken. Nou, het zal je niks verbazen, de meeste evenementen vinden plaats in Q2 en Q3. Dat is landelijk ook zo. Q1 en Q4 de eerste drie maanden en de laatste drie maanden van het jaar blijven achter. Het is wel zo, dat zien we landelijk, dat eigenlijk steeds meer gemeente aan het nadenken zijn over het spreiden van evenementen naar Q1 en Q4, en dat heeft natuurlijk onder andere ook te maken met die S die ik net aangaf, namelijk de S van schaarste. Dus het is ook nodig om naar andere jaargetijden te gaan met evenementen. Er is gewoon in de drukke maanden gewoonweg niet meer ruimte. De benchmark. We hebben ook naar een aantal andere gemeenten gekeken. Het is goed om Dordrecht zo nu en dan ook eens even in een wat ander perspectief te zetten. Nou, dat gaat natuurlijk onder andere over evenementen. We hebben natuurlijk wel op moment dat je gaat benchmarken - en dan kijk natuurlijk vooral naar boven, het is wel makkelijk om naar beneden te kijken - maar we kijken naar een aantal steden die wat groter zijn dan Dordrecht, ook wat meer budget hebben - niet allemaal maar sommige wel - om ons daartegen af te zetten.
En dat zijn ook allemaal gemeenten, dat is ook wel belangrijk om te zeggen, die op structurele basis bezig zijn met strategisch evenementenbeleid, iets wat we heel belangrijk vinden en wat in Dordrecht ook al jarenlang gebeurt. Nou, dan zie je op moment dat je … Want jullie zullen natuurlijk zeggen van hé net was het 105 en nu staat er 130, hoe kan dat nu? Dat komt omdat dit cijfers zijn die uit ons onderzoek komen, en daarin kijken we naar evenementen vooral groter dan 5.000 bezoekers. Vandaar dat het in Dordrecht en ook in de andere steden minder evenementen zijn. En dan kom je ongeveer in Dordrecht jaarlijks tussen de 30 en de 35 evenementen uit die zeg maar zo'n 900.000 bezoeken genereren, soms meer soms wat minder. En kijk je naar de subsidie per inwoner, dan zit Dordrecht net onder een tientje, 9,95, waarmee je toch ook wel kunt zien dat Dordrecht meedoet in de categorie Den Bosch. Uiteraard minder dan Rotterdam en Eindhoven, die hebben ook wat meer te besteden, maar er wordt hier serieus omgegaan met de ondersteuning van evenementen. De heer Noldus: Mag ik je een vraag over stellen? De heer Kruijver: Zeker. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Ja dank, voorzitter. Ik zag in één van de andere slides meer aan het begin, volgens mij zouden we 106 evenementen hebben.
Ik zie nu hier in de benchmark 31 terug, terwijl een gemeente als Den Bosch dan wel boven de 100 komt. Gaat het over dezelfde dingen, of kijken we dan naar andere gegevens? De heer Kruijver: Nee, jullie kijken niet naar andere gegevens, dat kan ik toelichten. Den Bosch heeft een hele grote evenementenhal. Want dit zijn niet alleen evenementen in de openbare ruimte, dit zijn binnen en buiten evenementen, dus hier zitten ook de publieksbeurzen die in de Brabanthallen plaatsvinden. En daarom zie je dat evenementen die dat hebben … Zwolle heeft er ook veel meer. Het is ook best gek, maar daar staan de IJsselhallen. Althans nu nog, want ze gaan binnenkort dicht, maar in de cijfers zitten daar nu nog de hal in. Ook Rotterdam heeft natuurlijk al meer, maar daar zitten natuurlijk ook de binnen evenementen en de binnen concerten van Ahoy in.
33
De heer Noldus: We hebben de eerste slide op slide 7 zie ik staan dat we ongeveer 105 evenementen per jaar hebben, waarvan dan zes procent hele grote evenementen. Hebben we het dan over … De heer Kruijver: Dat heb ik net uitgelegd. Nee, dit zijn cijfers die komen uit ons onderzoek en landelijke onderzoeken. Dat gaat alleen over evenementen groter dan 5.000 bezoekers, en het merendeel van de Dordtse evenementen heeft kleiner dan 5.000 bezoekers. Ja? Nou, niet om dit helemaal toe te lichten maar we hebben in de benchmark ook gekeken naar andere zaken dan alleen geld. Het gaat ook over ambtelijke ondersteuning. Het gaat ook over hoe je omgaat met je evenementenlocaties. Nou ja, daarin doen sommige steden meer en andere steden weer wat minder. Met al met al kunnen we concluderen dat Dordrecht zich goed kan meten met de benchmarkgemeenten, en dat is mooi want dat is een goed gezelschap. Er zijn uiteraard ook wel wat aandachtspunten, bijvoorbeeld evenementenonderzoek. Daarin zijn een aantal steden echt verder en ook consistent verder. Data-analyse hoort daarbij. Het delen van kennis, dat is iets wat je als leerpunt mee kan nemen. Evenement ook een vast onderdeel maken van de gebiedsontwikkeling, goed borgen in programmeertafels. Ook daarin zijn een aantal van de andere benchmarkgemeenten verder.
En het agenderen van schaarste dat gebeurt overal, maar ook daar zien we dat een aantal benchmarkgemeenten daar verder in is dan Dordrecht. Ik moet opschieten, krijg ik net door, dus dat ga ik doen. Die stakeholderenquêtes hebben we het over gehad. We hebben het eigenlijk in drie groepen gedaan. We hebben de organisatoren een enquête gestuurd, de niet-organisatoren en de bewoners. Dit zijn de aantal reacties wat we daarop hebben gekregen, en met name die duizend reacties, ruim duizend reacties van bewoners – we doen dit in meerdere steden - dit is echt heel veel. Betrokkenheid bij evenementen in Dordrecht is hoog. Stakeholdersgesprekken hebben we gevoerd met culturele instellingen, met de horeca, bewoners. Dus dit is on top of de enquêtes die we hebben gehouden, zijn we ook met de partijen gaan praten, met groen, met de Wmoraad niet te vergeten, met jeugd. Een aantal foto's van sessies die we die we hebben gedaan. Nou, wat zijn daar dan een aantal belangrijke conclusies uit? Als je kijkt naar het aanbod, dus men vindt eigenlijk dat er genoeg aanbod is. Niet iedereen vindt dat, maar dat wordt gevonden. Het rapportcijfer is hoog. Behouden wat goed is, kwam naar voren. Meer evenementen in de stille maanden. Ik had dat er net al even over hè, dat blijkt ook uit de feiten. Te weinig aanbod voor jongeren, en verrassend genoeg eigenlijk ook voor senioren.
Maar dat is natuurlijk weer het mooie dat je die stakeholderssessies uitvoert, want daar kwam onder andere uit dat dat ook wel te maken heeft met informeren. De wat ouderen hebben toch wat meer behoefte aan informatie over evenementen. Dat kunnen ze niet altijd even makkelijk vinden, zo bleek. Ja. Toegankelijkheid, inclusiviteit, duurzaamheid. Dat zal je niet verbazen, daar wordt meer aandacht voor gevraagd. Dat is in heel het land zo, en dan moeten we wat mee. Daar moeten we mee aan de slag. Duidelijk. Door het aanbod, meer doorontwikkelen, goed op tijd mee beginnen is eigenlijk wat … Dan komt die wet van die remmende voorsprong weer even naar voren. Niet alleen focus op grote evenementen, maar denk ook aan de pareltjes, is iets wat uit de sessies naar voren kwam. Heb goed aandacht voor lokaal talent. Waar mogelijk, laat ze aansluiten bij de Dordtse evenementen, bij de organisatoren. Die behoefte is groot. En heb aandacht voor vergrijzing van besturen. Tekort aan vrijwilligers, ik zei het net ook al, het is een landelijk
34
probleem, ook in Dordrecht kwam dat naar voren. En er kan beter samengewerkt worden tussen de stakeholders. Laatste, als ik het goed heb. Dit gaat met name dan even over de rol van de gemeente. Beter faciliteren van ontmoetingen. Pak die regierol, en meer op, kregen we naar voren uit de Stakeholderssessies. Meer aandacht voor evaluaties. Ik zei het net al, onderzoek, datagegevens, en laat dat terugkomen. Samenwerking met ondernemers en horeca kan beter. Die kan natuurlijk altijd beter. Maar dat dat kwam naar voren. Samenwerking met evenementenbureau Dordrecht Marketing en partners, is over het algemeen goed beoordeeld uit stakeholdersgesprekken, waarbij wel als aandachtspunt de capaciteit van het bureau en het daar eigenlijk mee samenhangende kennisniveau is een aandachtspunt, zo bleek. Afstemming met gebiedsontwikkeling met betrekking tot evenementen, noemde ik net ook al, kan worden verbeterd. En ondanks natuurlijk altijd die focus op de integrale aanpak kan er toch nog meer integratie zijn op doelen en budgetten. En verbetering marketing en communicatie rond evenementen, en de kennisdeling verbeteren. De voorzitter: Ik zie een verhelderende vraag van mevrouw Van Vugt, CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja hoor, een verhelderende vraag. Dia 18, daar staan allemaal uitkomsten van enquêtes onder gewoon inwoners. Nog eentje terug.
Hoe vaak werd iets genoemd voordat het op dit lijstje terechtkomt? Want kijk, dit zijn conclusies. Maar wordt het dan een keer genoemd of tien keer of achthonderd? De heer Kruijver: Dit zijn niet alleen de enquêtes onder inwoners, dit zijn alle enquêtes. Dus dat betekent dat we dit … Want anders dan zou deze lijst vijf keer zolang zijn, dus we hebben hier met name de antwoorden meegenomen die vaker werden genoemd. Eigenlijk het vaakst. Mevrouw Van Vugt-Roose: Maar ik wil graag een indicatie van wat is vaak en vaker? Echt, het gaat om duizend mensen die hebben gereageerd, gaat het om tien keer of echt om honderden? De heer Baaij: Zal ik daar even op … Het ingewikkelde bij deze conclusie is dat er verschillende stakeholdersgroepen zijn geraadpleegd. Dus dit is een samenvatting van onder andere gesprekken die zijn gevoerd met ondernemers en horeca. Gesprekken die zijn gevoerd met de evenementenorganisatoren zélf, de enquêtes onder de inwoners van de stad. En dan zie je bij al die groepen een aantal lijnen naar boven komen die niet allemaal makkelijk kwantificeerbaar zijn waarvan je denkt oké, opmerkelijk is dat binnen die groepen die punten een aantal keren terugkomen. Dat betekent dat je daar aandacht aan moet besteden.
Dus het is niet zo dat er alleen maar naar die duizend antwoorden van de inwoners van Dordrecht is gekeken maar dat ook juist gekeken is naar wat komt nu naar voren in discussies met die ander stakeholdergroepen. En die andere stakeholdergroepen, daar zijn niet alleen enquêtes uitgezet, maar er zijn ook open gesprekken mee gevoerd. Dus je zit met elkaar in een zaal, één van de aanwezigen zegt: één van de zaken die mij zorgen baart is dit. En wat je op dat moment feitelijk ook doet, is ook peilen, is er draagvlak bij deze doelgroep in de zaal? Is dat herkend? Zijn er meerdere mensen die dat zeggen? Dus ik hoop dat dat u wat beeld geeft. Dus het is niet alleen maar op kwantitatieve het noemen van onderwerpen genoemd, maar het is een wat meer kwalitatieve samenvatting van wat je in de breedte tegenkomt in die stakeholderbijeenkomsten.
35
De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, voor de laatste keer stel ik voor. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, ja. Zijn er dan grote verschillen tussen wat bewoners vinden en wat de andere stakeholders vinden? Want we hebben natuurlijk vorige keer wel gevraagd om de uitkomsten van de diverse enquêtes en rondetafelgesprekken. Die zie ik niet afzonderlijk terug. De heer Baaij: Nee, die zitten hier nu niet als afzonderlijk in. Ik neem aan dat die in rapportages ook nog wel terugkomen. Interessante is dat er eigenlijk weinig licht zit tussen de aandachtspunten waar de verschillende stakeholdergroepen om vragen. Dus je ziet dat de beelden die u hier nu ziet ook als uitkomsten van die raadpleging, dat daar grote overeenkomsten zitten tussen de stakeholdergroepen. Dus is niet zo dat de ene groep roept wij willen linksaf en wij zien rechts een probleem, en dat de andere groep roept: nee, we moeten keihard recht door het midden. Dus is heel interessant om te zien dat die beelden in hoge mate overeen blijken te komen. Dus dat geeft ook aan dat dat de onderwerpen zijn waar we met elkaar dan toch ook wel iets meer moeten op de langere termijn. De voorzitter: Mevrouw De Prie heeft een aanvulling. Mevrouw De Prie: De specifieke lijsten per stakeholdergroep die zijn beschikbaar, dus die kan ik rondsturen. Dat is geen probleem. De voorzitter: Mevrouw Pichel, Forum voor Democratie.
Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde graag een verduidelijkende vraag stellen. Op de volgende pagina van de conclusies staat die inclusie van de doelstellingen en budgetten. Volgens mij een stukje verder, de één na laatste of de twee na laatste. Ja, te weinig integratie op doelen en budgetten. Kunt u die even toelichten, want ik snap niet helemaal wat daarmee wordt bedoeld in de context? De heer Kruijver: Wil jij het nemen? De heer Baaij: Er zijn, zoals u dat ook kent uit het onderwijs, veel doelen uit andere sectoren die worden meegegeven aan evenementen. Dat betekent dat je ook in evenementen aandacht moet besteden aan integratie, dat je ook binnen evenementen probeert om af en toe mensen in beweging te krijgen, dat je ook probeert om in evenementen af en toe iets doen aan duurzaamheid. En wat we zien is dat er wel in toenemende mate gekeken wordt naar een integrale aanpak en ook integrale verzoeken, want je kunt het niet altijd opleggen aan die evenementen, maar dat tegelijkertijd de budgetten die over die specifieke onderwerpen gaan nog redelijk van elkaar gesplitst zijn. Dus de doelen bijvoorbeeld in bewegen, daar is een potje voor bewegen.
Vervolgens willen we ook dat evenementen dat willen gaan doen, maar dan is het belangrijk om ook een relatie te maken tussen die budgetten en te zorgen dat evenementen die bijvoorbeeld aan bewegingsdoelen kunnen bijdragen, ook een beroep kunnen doen op het budget in kwestie. Is dat een verduidelijking op uw vraag? Oké. De voorzitter: Jazeker, vervolgt u de presentatie.
36
De heer Kruijver: Volgens mij gaan wij … Ik had net vragen, die hebben we al gehad, dus volgens mij gaan we … Ja mooi hè? Voordat we verdergaan, zijn er nog anderen? Gaan nu wel heel snel door. Nog andere vragen? Zijn er niet. De voorzitter: Oh, mevrouw Van Engelen, GroenLinks. De heer Kruijver: Ja, als je erom vraagt kan je het krijgen. Mevrouw Van Engelen: Ik was blij dat het inderdaad ook langskwam dat er meer evenementen in Q1 georganiseerd moeten worden, en dat … Oh, sorry, dat is een oordeel als ik zeg ik denk dat het de stad ten goede gaat komen. Maar hebben we het dan over de grote evenementen boven in de piramide, of hebben we het dan ook over de kleine evenementen onder in de piramide? De heer Kruijver: Dan hebben we het ook over de kleine piramide, ja. Als je naar die 105 evenementen kijkt die ik eerder liet zien, die verdeling, die percentages die daarbij stonden die gaan over alle evenementen. Dus ook de kleinere evenementen vinden voornamelijk in Q2 en 3 plaats, en dus een stuk minder in 1 en 4. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, dankjewel. En voor die evenementen die naar Q1 zouden gaan, gaat het dan om extra evenementen of verplaatsing van evenementen? De heer Kruijver: Nou, het gaat om extra evenementen, zou ik zeggen.
Even los van het feit dat we zover natuurlijk nog niet zijn, maar ik zou niet willen zeggen dat het per definitie om verplaatsing gaat. De heer Baaij: Mag ik die aanvullen, Lex? De heer Kruijver: Ja, natuurlijk. De heer Baaij: Wat we ook zien is dat op sommige momenten het drukker wordt op de evenementenkalender. Dus wat ook best zou kunnen is dat we op de nu drukke momenten constateren dat sommige dingen misschien niet meer kunnen doorgaan. Laat ik een voorbeeld noemen, het zit eigenlijk bij de stellingen, maar dan noem ik het alvast even. Een van de dingen die je ziet is dat er in toenemende mate ook kleine en middelgrote evenementen van buiten de stad komen waarvan je je soms kunt afvragen of die in toegevoegde waarde hebben voor Dordrecht. Het eerste Foodfestival is hartstikke interessant. De tweede is: ja, er komt iemand van buiten die ook in zekere mate concurrentie kan zijn voor je eigen binnenstad, en hoe ga je daarmee om? Dus wat ook kan, is dat je zegt: nou, we gaan wel voor kwaliteit, niet per se voor kwantiteit, maar we gaan ook op dat soort criteria met elkaar een oordeel vormen. Waar zit nu bij evenementen, vooral ook als ze van buiten de stad komen, de toegevoegde waarde voor Dordrecht? En dat zou ook tot minder evenementen in de drukke periode kunnen leiden.
Dat hoeft niet, maar dat is één van de lijnen die bewandeld zou kunnen worden als je een afweging gemaakt gaat maken over schaarste van ruimte, schaarste van geld, en schaarste in de ruimte op de evenementenkalender.
37
De heer Kruijver: Precies. Dan gaan we nu naar een stelling. Volgens mij zou jij de eerste doen, Gerben. Alhoewel je al een beetje begonnen bent. Ho. Hij komt al in beeld. Je moet dus je intro nog doen, en dan klikken. De heer Baaij: Ja, er is ons gevraagd om u wat stellingen voor te leggen. En ik weet na de intro die u net gegeven hebt dat u zegt: wij zijn eigenlijk nog niet bezig met meningsvorming. Maar er is ons wel gevraagd om dat te doen en die even met u door te nemen en ook aan te geven wat nu de dilemma's zijn die ook voortkomen uit dat raadplegen van die stakeholdersgroepen? Waar lopen we tegenaan? Wat zijn lijnen waar je over zou kunnen denken? En één van de dingen die we daarbij zien is de verhouding tussen levendigheid en leefbaarheid. Het wordt in toenemende mate een thema waarbij we aan de ene kant zien dat evenementen een belangrijke toegevoegde waarde hebben voor de stad. Lex heeft dat uitgelegd. Waar we ook weten dat Dordrecht in het verleden, altijd in vergelijking met onder steden, veel aandacht heeft gehad, ook voor die leefbaarheid en dat evenwicht, maar tegelijkertijd je ook ziet dat burgers kritischer worden. De stelling die daarbij bedacht was, was evenementen zorgen voor reuring en maken Dordrecht levendig. Daarom moeten we evenementen zoveel mogelijk faciliteren. Maar daar zitten ook sub vragen bij.
Vinden wij dat de openbare ruimte vrij te gebruiken is voor evenementen zonder beperkingen? Hoe ga je om met, het onderwerp wat ik net al even aanraakte, de evenementen van binnen en van buiten de stad? Gaat het vooral om het aantrekken van bezoekers, of hoe belangrijk vind je het leveren van juist de aantrekkelijke evenementen voor je bewoners? En ik zie u kijken, want ik merk naar aanleiding van de vorige discussie, dat u zegt: ja, eigenlijk zijn wij nog helemaal niet toe aan die meningsvorming. Dus ik sta hier ook - zeg ik, voorzitter, na het voorgaande maar even eerlijk op basis van wat we met elkaar hebben voorbereid- enigszins ongemakkelijk. De voorzitter: Oké. Ik wil dit eigenlijk, gezien het ongemak, aan de commissie voorleggen: is de commissie nu al klaar om een oordeel te vormen over de zes stellingen die in de presentatie staan, of hebben we daar nu nog geen zin in en wachten we eerst tot die startnotitie wordt aangenomen? Mevrouw Van Engelen, GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel. Ja, het is 2023, het kan allemaal. Nou, ik vind het helemaal niet ongemakkelijk om nu de zes stellingen te beantwoorden. Ik had ze ook doorgelezen en ik vind het goede stellingen om met elkaar te bespreken. En daarin snap ik wel dat het dus parallel aan elkaar loopt. Alleen, u stelt net een hele hoop sub vragen die ook weer heel veel een soort van kaders geven aan de hoofdstelling.
En ik zag mijn collega hier al ijverig meeschrijven, dus één vraag is: is het de bedoeling dat we al die sub vragen ook al stellingen gaan behandelen? En anders het, antwoord op de vraag van de voorzitter, ja, wat mij betreft kunnen we in ieder geval de hoofdstellingen bespreken. Maar ik kijk ook even naar mijn collega's van de commissie. De voorzitter: Mag ik daar meer geknik als u daarmee instemt? Ja ik zie geknik. Anders opmerkingen? Nee, daar wordt mee ingestemd. Oké, dan kan u misschien de vraag van mevrouw van Engelen beantwoorden. De heer Baaij: Dan zal ik de vraag van mevrouw Van Engelen beantwoorden. Nee, het is niet de bedoeling dat u al die vragen beantwoord. Ik stel een aantal vragen omdat zo'n stelling is, dat is nu eenmaal de aard van een stelling, tamelijk ongenuanceerd. En dat
38
betekent dat u al snel dan uitkomt bij ja of nee. Ook al ben ik een groot liefhebber van evenementen, ik denk zelfs dat ik bij deze vraag ook nee zou antwoorden, omdat ik denk ongebreideld faciliteren kan niet. Dus die sub vragen die ik nu net even met u deelde zijn meer om een context aan te geven over waar hebben we het dan over als we praten over deze stelling? Beantwoord ik daarmee uw vraag? De voorzitter: Mevrouw Van Engelen? Mevrouw Van Engelen: Ja, daarmee beantwoordt u mijn vraag, en maakt u zich maar geen zorgen want wij zijn natuurlijk allemaal politici. Dus als u een stelling aan ons voorlegt dan komt natuurlijk een ja of een nee komma, een heel verhaal. Dus al die kaders die zullen er zeker bij zitten. De heer Baaij: Nou, misschien is dat juist wel waar ik mij zorgen over maakte, maar dat gaan we dan vanzelf zien. Nou, wat dit betreft denk ik even deze stelling, en ook over de context die ik daar zelf even bij wilde geven om u daarop te kunnen laten reageren. Mocht u er vragen over hebben, ook feitelijke vragen over hoe zit dat nu dan, wat doen we op dit moment met die levendigheid, hoe zorgen we dat die leefbaarheid bewaakt wordt? Dan geef ik daar graag antwoord op. En als u wil reageren op de stelling, lijkt me het goed om dat te doen, voorzitter.